2021-10-29 RIB Circulaire samenleving - Uitvoeringsprogramma.pdf
Tekst van het document
Volhouden
Figuur 15: Gedragsmodel Balm (2000)
te nemen om het gedrag maximaal te faciliteren.
3C - Kennisdeling en bewustwording Hoofdstuk 4 Sturing Bijlagen Bronnen
25
Inhoudsopgave Management samenvatting
In onderstaande tabel zijn de activiteiten kort weergegeven die invulling geven aan deze hoofdroute. Vervolgens worden de activiteiten toegelicht.
Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma 3A - Grondstoffen
Activiteit
Tijd
C1 Opleiden en inspireren interne organisatie
Jan 2022 – dec 2023
C1.1 Trainingen en workshops
Jan 2022 – dec 2023
C1.2 Opschalen van kennis doormiddel van gamified learning
Jan 2023 – dec 2023
C2 Kennissessies en expertondersteuning voor Ridderkerkse organisaties
Jan 2022 – doorlopend
C2.1 Programma met kennissessies voor Ridderkerkse ondernemers in samenwerking met experts
Jan 2022 – juni 2023
C2.2 Ontwikkelen e-learning/gamified learning platform voor ondernemers
Jan 2024 – dec 2024
C2.3 Inrichten proces voor circulaire expertondersteuning die dient als helpdesk.
Jan 2022 – doorlopend
C3 Bewustwording voor burgers
Okt 2021
C3.1 Inzicht in milieu-impact voor burgers
Okt 2021 – doorlopend
C3.2 Duurzaamheid als onderdeel van het lesprogramma voor kinderen als aanvulling op Natuuren Milieueducatie
Jan 2022 – doorlopend
C4 Communicatiestrategie per doelgroep
Okt 2021 – doorlopend
C4.1 Interne organisatie
Okt 2021 – doorlopend
C4.2 Ridderkerkse organisaties
Okt 2021 – doorlopend
C4.3 Burgers
Okt 2021 – doorlopend
C4.4 Ontwikkelen van een kenniskaart met circulaire initiatieven.
Okt 2021 – doorlopend
C1 Inspireren & opleiden interne organisatie Om als gemeente een voorbeeldrol te vervullen en de ambitie
3B - Samenwerking
naar de praktijk te brengen beginnen we bij de interne
3C - Kennisdeling en bewustwording
dus om inspireren maar vooral ook het bieden van handelingsperspectief. Hoe implementeer je circulariteit in je
organisatie. Het begint bij het uitspreken van commitment
Relevante waardeketen(s):
Focus doelgroep:
voor dit uitvoeringsprogramma op het hoogste bestuurlijke
Bouw, voedsel en organische
Alle stakeholders
niveau. Vervolgens moeten alle medewerkers van de
reststromen
gemeente Ridderkerk op de hoogte zijn van de ambitie en de rol die zij vervullen in het realiseren hiervan. Het gaat werkzaamheden? Hiervoor zijn verschillende middelen in te zetten die uiteindelijk bijdragen aan het creëren van draagvlak, bewustwording en het vergroten van het kennisniveau. C1.1 Trainingen en workshops
Hoofdstuk 4 Sturing
Kennis is nodig om Ridderkerkse organisaties en burgers te activeren richting duurzaam gedrag. ‘Practice what you preach’ is hier een treffend uitgangspunt. Inspiratiesessies, trainingen en workshops dragen hieraan bij. De circulaire economie draagt verschillende kennisgebieden in zich die relevant zijn voor verschillende doelgroepen binnen de gemeente: • Een introductie circulaire samenleving voor de gehele organisatie
Bijlagen Bronnen
26
Inhoudsopgave Management samenvatting
• Verdiepende sessie op circulair inkopen voor de inkooporganisatie • Circulair bouwen voor de inkooporganisatie, projecten, team energietransitie en klimaatadaptatie, gemeentelijk vastgoed, Verstedelijking, Ondernemers- en Verblijfsklimaat, vergunningsverlening en beheer. • Circulair facility management voor de inkooporganisatie en facilitaire zaken. • Circulaire bedrijventerreinen voor bedrijfsfunctionarissen. C1.2 Opschalen van kennis door middel van gamified learning
Hoofdstuk 1 Inleiding
Het inspireren en vergroten van de kennis rondom de verschillende thema’s stimuleren we door middel van online leren. Een voorbeeld van een dergelijke tool is de Accelerator. Dit is een serious game (spelvorm waarbij naast vermaak bijvoorbeeld leren of gedragsverandering centraal staat) die leren en veranderen voor grote groepen mensen leuk, makkelijk en boeiend maakt. De online tool stelt mensen in staat om maximaal 30 minuten per week,
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
mee te doen en denken voor het verankeren van duurzaamheid vanuit hun dagelijks werk. Door een competitieelement toe te voegen worden mensen fanatiek en willen ze meedoen. Bovendien leren medewerkers van elkaar en door daadwerkelijke acties uit te voeren.
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
• Beoogd resultaat: de interne organisatie is op de hoogte van de ambities omtrent de circulaire samenleving en weet haar/ zijn rol in het realiseren van de ambities. Daarnaast is de benodigde kennis aanwezig om vertaling te maken naar de praktijk. • Meetbaarheid: mate van implementatie circulaire principes in de praktijk en werkprocessen, aantal deelnemers aan de workshops en online e-learning.
3A - Grondstoffen
C2 Kennissessies en expertondersteuning voor Ridderkerkse organisaties Relevante waardeketen(s):
Focus doelgroep:
Bouw, voedsel en organische
Ridderkerkse organisaties
Ridderkerkse ondernemers zien de gemeente als potentiële
3B - Samenwerking
kennispartner op het gebied van circulariteit. Daarom zetten
1.
Behoefte thema’s ophalen van de kennissessies bij de ondernemers.
3C - Kennisdeling en bewustwording
2.
Verbinding maken met andere thema’s binnen de klimaatvisie.
3.
Bepalen vorm kennissessie: digitaal, fysiek, vorm van interactie en vorm van kennisoverdracht.
4.
Faciliteren sessies in samenwerking met partijen die de juiste expertise hebben (C2.1).
5.
Ondersteunen met gamified learning waarbij MBK-ondernemers de basiskennis kunnen opdoen en dit kunnen
we als gemeente in op het organiseren van thematische
reststromen
kennissessies in samenwerking met experts. Ook bieden we een circulair adviseur die kan helpen met het naar de praktijk brengen van het thema binnen de Ridderkerkse organisaties. De aanpak bestaat uit 6 stappen:
verspreiden op een laagdrempelige manier onder hun medewerkers. Het afronden van de modules met
Hoofdstuk 4 Sturing
basiskennis wordt beloond met het behalen van een certificaat (C2.2). 6.
Ondersteunen met een circulair expert die fungeert als helpdesk en een helpende hand bij het vormgeven van de circulaire ambities en het naar de praktijk brengen (C2.3).
Bijlagen Bronnen
27
Inhoudsopgave
Naast kennisoverdracht faciliteert de gemeente ook nieuwe samenwerkingen met het samenbrengen van ondernemers tijdens deze sessies.
Management samenvatting
• Beoogd resultaat: kennis en bewustzijn vergroten bij Ridderkerkse ondernemers op circulaire economie en specifieke thema’s daarbinnen. Hiermee kunnen ze aan de slag met circulariteit binnen de eigen organisatie. • Meetbaarheid: aantal deelnemende ondernemers, tevredenheid over de sessies, aantal georganiseerde sessies, aantal deelnemers aan de gamified learning modules, aantal ondernemers die gebruik maken van de circulaire expertondersteuning.
Hoofdstuk 1 Inleiding
C3 Bewustwording voor burgers Ondanks dat de focus in dit uitvoeringsprogramma nog niet
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
ligt op burgers, willen we deze groep zeker niet vergeten als het gaat om kennisdeling en bewustwording.
Relevante waardeketen(s):
Focus doelgroep:
Voedsel en organische reststromen
Burgers
C3.1 Inzicht in milieu-impact voor burgers Daarom willen we inzetten op het verhogen van het inzicht
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
in hun milieu-impact (C3.1). Inzicht in de milieu-impact draagt bij aan de bewustwording van burgers en daarmee de bereidheid om actie te ondernemen. Hiervoor kunnen we gebruik maken van bestaande tools
3A - Grondstoffen
op CO2-impact zoals de verborgen impact calculator van
3B - Samenwerking
We streven naar een duurzamere wereld voor toekomstige generaties. Daarom moeten we niet alleen zelf
Babette Porcelijn (figuur 16) of de footprint calculator van
Figuur 16: Verborgen impact calculator Babette Porcelijn
het WNF. C3.2 Duurzaamheid als onderdeel van het lesprogramma voor kinderen verduurzamen maar ook de toekomstige generatie nu al leren anders om te gaan met grondstoffen, fossiele brandstoffen en onze natuur. Duurzaamheid en circulaire economie moet verankerd worden in het onderwijs. Een laagdrempelige manier om hier mee te beginnen is door het introduceren van een interactieve module over duurzaamheid. Dit kan aanvullend op de huidige Natuur- en milieueducatie worden ingezet in het basisonderwijs.
3C - Kennisdeling en bewustwording
Een gamevorm maakt duurzaamheid toegankelijk en leuk. De interactieve module kan worden gegeven/ begeleid door een leerkracht, maar ook een vrijwilliger die als gastdocent de les komt geven. Als onderdeel van het interne bewustwordingstraject zou dit ook door medewerkers van de Ridderkerkse gemeente kunnen worden gedaan.
Hoofdstuk 4 Sturing
• Beoogd resultaat: verhoogde bewustwording en kennis bij burgers en kinderen over duurzaamheid en circulariteit. • Meetbaarheid: resultaten die worden bijgehouden vanuit de applicatie, en aantal gegeven lessen. Indicatoren dienen verder geconcretiseerd te worden. Door gebruik te maken van bestaande instrumenten is de
Bijlagen
meetbaarheid minder makkelijk traceerbaar te maken.
Bronnen
28
Inhoudsopgave Management samenvatting
C4 Communicatiestrategie per doelgroep Communicatie is onderdeel van een effectieve gedragsveranderingsaanpak en is daarmee voor alle
Relevante waardeketen(s):
Focus doelgroep:
Bouw, voedsel en organische
Alle stakeholders
doelgroepen relevant. Welke communicatiestrategie wordt
reststromen
gekozen is afhankelijk van de doelgroep. Dit lichten we hieronder verder toe.
Hoofdstuk 1 Inleiding
Interne organisatie Voor de interne organisatie zetten we qua communicatie in op (C5.1): • Vieren van successen: we communiceren over de succesvol gerealiseerde (icoon)projecten en vooral ook de impact die daarmee is behaald. Geef de betrokkenen ook de mogelijkheid om hiervoor zelf het podium te pakken
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
door bijvoorbeeld een interview of presentatie. • Terugkerend agenda item: zowel in vergaderingen als in andere interne communicatiemiddelen wordt duurzaamheid of de circulaire samenleving een terugkerend item. • Faciliteren en inspireren op de werkvloer: met sommige technieken kan je mensen onbewust aanzetten tot duurzamer gedrag. Dit kan o.a. door duurzaam de standaard te maken en daarmee de meest logische keuze.
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
Een makkelijk voorbeeld is het standaard instellen van dubbelzijdig printen, maar je kan ook denken aan het ontmoedigen van autogebruik door het voordeliger maken van het openbaar vervoer of de (elektrische) fiets. Een ander wezenlijk voorbeeld is het beter positioneren en goedkoper maken van duurzamer voedsel in bijvoorbeeld het bedrijfsrestaurant. Hier kunnen ook technieken zoals boosting en framing worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan het vermelden van de CO2-uitstoot van een bepaald lunchgerecht zodat mensen dit als afweging meenemen als ze hun lunch uitkiezen.
3A - Grondstoffen
• Framing is een techniek waarbij door middel van taal en beeld nadruk wordt gelegd op bepaalde aspecten van een boodschap, waardoor andere aspecten naar de achtergrond verdwijnen. Deze techniek kan gebruikt worden om de nadruk te leggen op de positieve kanten van een duurzame keuze. • Nudging gebeurt onbewuster. Deze techniek geeft een ‘duwtje’ in de juiste richting zonder dat iemand zich
3B - Samenwerking
beïnvloed voelt. Denk aan voetstappen die naar de trap in plaats van naar de lift leiden of een trap die muziek maakt als je eroverheen loopt waardoor je liever de trap neemt. • Boosting wordt ingezet om actief bedrag te beinvloeden door mensen de kennis aan te reiken om zelf de ‘juiste’ keuze te maken. Zo wordt bij de soepen in onze bedrijfsrestaurants uitgelegd dat deze uit de ‘verspillingsfabriek’ komen. Door te kiezen voor de soep voorkom je dus dat er groenten weggegooid worden
3C - Kennisdeling en bewustwording
en heb je direct inzicht in het positieve effect van jouw keuze.
Ridderkerkse organisaties
Hoofdstuk 4 Sturing
Vanuit Ridderkerk zijn er al verschillende platforms die zich richten op duurzaamheid. Een daarvan richt zich op ondernemers: Hart voor klimaatzaken. Dit is een open netwerk van Ridderkerkse bedrijven. De gemeente zet in op het vergroten van het bereik van bestaande platforms (C5.2). Daarbij onderzoeken we in samenwerking met de huidige communicatiepartner hoe we een duidelijke boodschap neer kunnen zetten en hoe de huidige aanpak verstevigd en bestendigd kan worden zodat de effectiviteit stijgt. Dit doen we onder andere door het uitlichten van
Bijlagen
icoonprojecten en samenwerking met bestaande initiatieven zoals de Duurzaamheidskring.
Bronnen
29
Inhoudsopgave
te communiceren. Zo zetten we in op communicatie rondom de circulaire coalitie, geven we inzicht in de CO2footprint van de gemeente en doen we verslag van ons eerste circulaire bouwproject. Daarnaast maken we het identificeren van onze icoontrajecten onderdeel van onze communicatiestrategie. Op deze manier dragen we als gemeente onze voorbeeldfunctie uit.
Hoofdstuk 1 Inleiding
ROTTERDAMMERS Omdat gedragsverandering zo CIRCULAIR complex is, is het belangrijk om goed Burgers
INDELING
BEHOEFTE
De inwone
NUCHTERE AANHAKER
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
Erasmus Universiteit hier onderzoek naar. De gemeente zal dan ook de
Rotterdam
BEWUSTE VOORLOPER
onderzoek te doen naar wat mensen beweegt en welke methoden
DOELGROEPENONDERZOEK ingezet kunnen worden om duurzaam gedrag te activeren door CIRCULAIR HANDELEN IN DE GEMEENTE ROTTERDAM middel van communicatie. Als onderdeel van de klimaatvisie doet de
GOED
GEDREVEN DOOR... MAATSCHAPPELIJK GEWIN
CIRCULAIRE HOUDING IS...
Management samenvatting
Op het moment dat de gemeente icoonprojecten realiseert helpt het om daar op een inspirerende manier over
behoeften
resulterend
medebepa
GOEDBEDOELDE DOORGEVER
context, zo
REACTIEF
ACTIEF
voor ander
communicatiestrategie op basis van deze uitkomsten vormgeven (C5.3).
zorgen. De GEMAKZUCHTIGE INVESTEERDER
Deze resultaten worden halfjaarlijks teruggekoppeld.
ZUINIGE AANPAKKER
behoeften
en te innov EIGEN GEWIN PERSONA SEGMENTATIE
circulair ha
bewuste en
(aanschaf)
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
circulair handelen bij burgers uitgevoerd. De hoofdvraag was: ‘Welke groepen kunnen worden gedefinieerd in de stad Rotterdam als het gaat
bieden han
gedrag te k
Daarnaast gebruiken we inzichten uit bestaande onderzoeken zoals van de gemeente Rotterdam. Zij hebben een doelgroepenonderzoek naar
interessen,
Veranderin
producten
Figuur 18: Doelgroepenonderzoek circulair handelen in de gemeente Rotterdam
om circulair handelen? Wat zijn per groep, kijkend naar hun behoefte, de
juist mogel
In de segem
persona’s g
of maatsch
houding ro
mogelijkheden om hen meer circulaire keuzes te laten maken?’ Als resultaat
reactief of p
van dit onderzoek zijn burgers van gemeente Rotterdam ingedeeld in vijf persona’s op basis van behoeften met bijbehorend gedrag (figuur 18). Op basis van deze vijf persona’s kunnen specifieke interventies worden geformuleerd
3A - Grondstoffen
PERSONASEGMENTATIE & KLANTREISMATRIX en uitgevoerd evenals een communicatiestrategie die aansluit op de belevingswereld.
3B - Samenwerking
weergegeven hoe iedere persona
“Welke groe
aankijken verschilt op twee belangrijke
afdanken van producten gedraagt.
als het gaa
handelt men voor eigen gewin of
waarop spullen in je leven komen,
voor het maatschappelijk gewin. Ten
en afdanken als manieren waarop
hen meer c
tweede verschillen de houdingen
spullen uit je leven gaan. Als je alle
maken? De
ten opzichte van circulair handelen:
klantreizen naast elkaar legt, ontstaat
antwoord o
reactief of actief. Dit vormt de basis
de klantreismatrix. Zo vergelijk je snel
zich bij de gebruik en Rotterdam circulair handelengedrag Inzicht in de reden waarom mensen wel of niet duurzaam handelen kan helpen omtegen duurzaam teaanschaf, stimuleren
met behulp van een communicatiestrategie. Hierbij zoeken we de verbinding manieren. met andere uit de Hierbij zienklimaatvisie we aanschaf als manieren Ten eerste opthema's motivatie: zodat communicatie goed getimed kan worden.
HET ON
Hoe inwoners van de gemeente
Onderdeel van de communicatiestrategie richting burgers is het ontwikkelen van een campagne rondom circulair de verschillende gedragingen. van de segmentatie, waaruit vijf persona’s te identificeren zijn. en duurzaam leven (C5.3). Een voorbeeld van een Alle persona’s hebben kenmerkende (grootschalige) campagne is ‘Iedereen doet wat’ van de eigenschappen die zijn verwoord en
in detoekomst persona boekjes. is duurzaam geeft Rijksoverheid (figuur gevisualiseerd 19). Onze In deze boekjes staat in een klantreis
Ridderkerkse burgers al handvatten om te verduurzamen. Dit
gedefinieer
Wat zijn pe
hun behoe
De set is h
kwalitatief b
door Muzus
is de onder
contextmap behoeften
te brengen
3C - Kennisdeling en bewustwording
kan op basis van het persona onderzoek worden uitgebreid en toegespitst op bepaalde doelgroepen binnen Ridderkerk.
Figuur 19: Bewustwordingscampagne 'Iedereen doet wat' Rijksoverheid
Op basis van het onderzoek bepalen we hoe we mensen het best kunnen bereiken. Moeten ze bijvoorbeeld fysiek
Hoofdstuk 4 Sturing
dingen van de campagne zien, kunnen we ze online naar de bestaande platforms leiden of is het belangrijk dat het herkenbaar is en daarmee sprekende voorbeelden van circulariteit bevatten. Zo zetten we in op sprekende voorbeelden van verschillende burgers die op basis van een kort interview vertellen hoe ze bezig zijn met circulariteit (voorbeeld: gemeente Den Bosch).
Bijlagen
Daarnaast willen we ons richten op het tegengaan van voedselverspilling en verduurzamen van voedingspatronen, zowel voor thuis als op plekken zoals sportkantines, horeca en supermarkten. Hierin sluiten we aan op bestaande
Bronnen
30
Inhoudsopgave Management samenvatting
initiatieven zoals bijvoorbeeld VET Gezond Ridderkerk, onderdeel van Jongeren op Gezond Gewicht. Als laatste belangrijke thema voor communicatie en specifiek campagnes zetten we in op het verminderen van afval en verbeteren van afvalscheiding in samenwerking met BAR-Afvalbeheer NV. Momenteel worden de VANG doelstellingen nog niet gehaald. De laatste cijfers over 2020 laten de volgende situatie zien: • Restafval per inwoner: 177,50 kg. Hier zitten ook zeker nog een aandeel herbruikbare reststromen in, zoals: o 28,1% GFT o 7,6% herbruikbaar oud papier en karton
Hoofdstuk 1 Inleiding
o 4,1% glas • Scheidingspercentage: 67,5% Door effectief campagne te voeren wil de gemeente burgers inzicht geven en de handvaten geven om hier iets op te acteren. Hierbij zetten we extra in op momenten dat duurzaamheid al extra aandacht krijgt zoals de
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
Duurzaamheidsweek. Daarnaast richt het beleid zich op het faciliteren van afvalscheiding en voorkomen van afval door bijvoorbeeld invoering van de Ja-Ja sticker in 2021. Kenniskaart met circulaire initiatieven/ locaties in Ridderkerk Naast gemeentelijke icoonprojecten loont het ook om in kaart te brengen wat voor initiatieven er al zijn binnen
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
de gemeente (C5.4). Dit helpt de gemeente om kennis te vergroten en samenwerkingen te faciliteren. Bovendien informeert het organisaties en burgers over mogelijke circulaire initiatieven waar ze gebruik van kunnen maken. In het voorbeeld van de Circulaire Stad komen verschillende icoonprojecten samen. Hiervoor zal de huidige plattegrond waarop duurzame activiteiten binnen de gemeente zichtbaar zijn uitgebreid worden.
3A - Grondstoffen 3B - Samenwerking 3C - Kennisdeling en bewustwording
Figuur 20: een voorbeeld van een kaart met daarop circulaire initiatieven en start-ups is die van de Amsterdam Economic Board
Hoofdstuk 4 Sturing
• Beoogd resultaat: het effectief betrekken en opleiden van interne en externe stakeholders zodat ze bewust worden van hun rol in de transitie en de kennis en het handelingsperspectief hebben om actie te ondernemen. • Meetbaarheid: bereikte mensen (views, clicks), % reductie afval, reductie % voedselverspilling.
Bijlagen Bronnen
31
Inhoudsopgave
4. Sturing
Het uitvoeringsprogramma bevat een scala aan acties om de ambitie van de gemeente Ridderkerk invulling te geven. Dit hoofdstuk gaat in op het sturingsmodel en de bijbehorende instrumenten om de ambities in dit
Management samenvatting
uitvoeringsprogramma te realiseren.
4.1 Sturing op het thema De programmasturing die we voorstellen is gestoeld op standaard projectmatig werken. Vanuit de hoofdroutes, waardeketens en doelgroepen zijn acties geformuleerd. Deze acties zijn allemaal toebedeeld aan eigenaren binnen en buiten de gemeentelijke organisatie, in de tijd gezet en apart geraamd. De acties in het uitvoeringsprogramma worden als seperate werkpakketten opgenomen in de structuur van het project.
Hoofdstuk 1 Inleiding
De aanpak is om de hoofdroutes te beleggen bij projectleiders/eigenaren binnen de eigen gemeentelijke organisatie. Tevens zal een bestuurlijk eigenaar worden aangewezen indien de activiteit invloed heeft of onderdeel is van is van een andere portefeuille. Hiermee borgen we dat circulariteit geïntegreerd wordt in de dagelijkse werkzaamheden en
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
geen losstaand thema blijft. Hierdoor wordt geborgd dat het onderdeel wordt van de gemeente Ridderkerk. Om te versnellen zal het project ondersteund worden door verschillende circulair experts o.l.v. een thematrekker circulaire samenleving. GEMEENTERAAD
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
COLLEGE WETHOUDER DUURZAAMHEID EN CIRCULAIRE SAMENLEVING
3A - Grondstoffen
THEMATREKKER CIRCULAIRE SAMENLEVING COMMUNICATIE ADVISEUR Integrale benadering
3B - Samenwerking
Integrale benadering meten, monitoren en sturen
PL HOOFDROUTE A GRONDSTOFFEN
PL HOOFDROUTE B SAMENWERKING
PL HOOFDROUTE C KENNISDELING & BEWUSTWORDING
3C - Kennisdeling en bewustwording
Figuur 21: governance programma circulaire samenleving
4.2 Meten en monitoren
Hoofdstuk 4 Sturing
Om de ambities te realiseren moet er gemonitord worden op voortgang op de gestelde KPI’s in de 3 hoofdroutes. Op basis van de nulmeting bepalen we wat realistische doelstellingen door de tijd zijn. Vervolgens bepalen we of we gaan monitoren op basis van bijvoorbeeld de CO2-prestatieladder of een andere systematiek. In elk geval zullen we voortgang op de doelstellingen monitoren in de voortgangsrapportages van de Klimaatvisie en in bestaande Planning & Control cyclus (P&C). Middels deze cyclus borgen we ook dat het uitvoeringsprogramma aangepast wordt op basis
Bijlagen
van voortschrijdend inzicht. Om overzicht te houden zal de voortgang zichtbaar gemaakt worden in een dashboard, wat tevens dient als communicatiemiddel.
Bronnen
32
Inhoudsopgave Management samenvatting
4.3 Begroting Voor de activiteiten binnen dit uitvoeringsprogramma zijn ook de kosten inzichtelijk gemaakt. De begrote kosten worden gedekt door de opgenomen post ‘circulaire samenleving’ in het uitvoeringsprogramma van de overkoepelende Klimaatvisie. Onderstaande begroting is evenals dit document dynamisch en zal worden geëvalueerd en aangepast indien nodig. Het totaal van activiteiten zoals beschreven in hoofdstuk 3 leidt tot de volgende jaarlijkse raming voor de drie hoofdroutes:
Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
Jaarschijf
2021
2022
2023
2024
2025
Hoofdroute A
€
96.000
€
57.000
€
21.000
€
17.000
€
10.000
Hoofdroute B
€
15.00
€
15.000
€
44.000
€
50.000
€
5.000
Hoofdroute C
€
8.000
€
35.000
€
75.000
€
21.000
€
46.000
Totaal
€
119.000
€
107.000
€
140.000
€
88.000
€
61.000
4.4 Instrumenten
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
Naast de projectsturing en de beschikbare financiële middelen heeft de gemeente de volgende mogelijke instrumenten tot zijn beschikking. Waar mogelijk zal de gemeente proberen ook gebruik te maken van externe (financiële) middelen om de transitie te versnellen. Aanvullende financiële instrumenten: • Inkoop
3A - Grondstoffen
• Internationale (vanuit de EU), nationale (vanuit de Rijksoverheid) en regionale subsidies (vanuit de Provincie
3B - Samenwerking
Bij de aanvraag van Europses subsidies dient rekening te worden gehouden met de capaciteit en kennis die nodig
Zuid-Holland) o Voor gemeentes: • LIFE IP subsidie circulaire economie • Horizon Europe Cluster 6: Food, Bioeconomy, Natural Resources, Agriculture & Environment is om een aanvraag in te dienen en te voldoen aan de eisen die worden gesteld voor het toekennen van deze subsidies. o Voor ondernemers: • Innovatie High Five – Innovation Board BAR-gemeenten.
3C - Kennisdeling en bewustwording
• Subsidiemogelijkheden voor sociale ondernemers via Social Enterprise. • Leningen: o Voor gemeenten: • BNG Duurzaamheidsfonds (Bank Nederlandse Gemeenten) • Partnering for Green Growth
Hoofdstuk 4 Sturing
o Voor ondernemers: • Financieringsmogelijkheden voor sociale ondernemers via Social Enterprise. • Fiscale aftrekposten: o Voor ondernemers: • MIA en Vamil
Bijlagen
• DEI+ circulaire economie • Subsidie Circulaire ketenprojecten
Bronnen
33
Inhoudsopgave
Beleidsinstrumenten:
Management samenvatting
• Vestigingsbeleid • Vergunningverlening • Omgevingsvergunning - Milieu Prestatie Garantie verplichten (MPG) • Bouwprojecten sturen via Bouwbesluit, GPR-methodiek, Grondstoffenpaspoort (in 2030 moet gemeente verplicht circulair aanbesteden) • Prestatieafspraken wooncorporaties/ Renovatieversneller • Afvalbeleidsplan
Hoofdstuk 1 Inleiding
• Wegnemen van lokale belemmerende wet- en regelgeving. Hierin is DCMR een belangrijke partner. Ze houden toezicht en handhaven op afval en reststromen. In samenwerking met andere gemeenten kunnen deze belemmeringen in kaart worden gebracht en kan gepleit worden voor verandering. Al moet in gedachten worden gehouden dat we als gemeente niet direct invloed hebben op nationale en soms zelfs internationale wet- en
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
regelgeving die belemmerend is voor circulariteit. • Inkoop: launching customer • Meerjarenonderhoudsplanning gemeentelijk vastgoed
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma 3A - Grondstoffen 3B - Samenwerking 3C - Kennisdeling en bewustwording Hoofdstuk 4 Sturing Bijlagen Bronnen
34
Inhoudsopgave
Bijlage 1: interviews met stakeholders
Management samenvatting
Om dit uitvoeringsprogramma vorm te geven is er met verschillende stakeholders gesproken. Het zwaartepunt voor deze interviews lag op Ridderkerkse organisaties. Een interne organisatieanalyse is reeds uitgevoerd en verdieping op de doelgroep burgers zal geborgd worden binnen dit uitvoeringsprogramma. In de interviews hebben we gesproken met verschillende organisaties die onderdeel zijn van het speelveld: • Bedrijventerreinen: specifiek Nieuw Reijerwaard, hier ligt de ambitie om het beste, grootste en duurzaamste AGF-terrein van Europa te worden. Zo is er veel ontwikkeling gaande op bijvoorbeeld mobiliteit en energie, maar minder op circulariteit. Belangrijk hierin is dat circulariteit logisch is en een goed businessmodel behelst.
Hoofdstuk 1 Inleiding
• Bouw en projectontwikkeling: de bouwsector is een kansrijke sector vanwege het grootverbruik van grondstoffen. Het gaat om bouwbedrijven en projectontwikkelaars. Maar ook woningbouwcorporaties. In dit geval Wooncompas, het grootste deel van hun bezit bevindt zich in Ridderkerk. Op het gebied van duurzaamheid ligt de nadruk op de energietransitie en is vooral haalbaarheid en betaalbaarheid voor hen belangrijk.
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
• Afval en recyclingbedrijven: het gaat zowel om het inzamelen van huishoudelijk afval (NV-BAR Afvalbeheer) als bedrijfsafval (HVC) of specifieke afvalstromen (Renes en Van Pelt Recycling). Zichtbaar is dat ‘afval’ veelal nog een slecht imago heeft. De nadruk ligt op gemak, prijs en service en er is nog weinig vraag naar het hoogwaardig(er) verwerken van reststromen. Dit geldt zowel voor bedrijven als burgers. Inzamelende partijen staan open om hierin mee te denken maar zien een belangrijke taak voor de gemeente op het gebied van faciliterende wetgeving en
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
bewustwording. • Overheden: omringende gemeenten (Rotterdam) en andere overheidsorganisaties zoals het Waterschap zijn belangrijke samenwerkingspartners in de omgeving. Zo heeft Rotterdam al een geheel circulair programma opgezet en innoveren ze ook hard in de agrofood sector. Hier kan de gemeente op meeliften. Daarnaast werkt ook het Waterschap vanuit haar maatschappelijke functie aan circulariteit, al is het ook daar nog in ontwikkeling als onderdeel van duurzaamheid.
3A - Grondstoffen
• Maatschappelijke organisaties/initiatieven: denk bijvoorbeeld aan het Repaircafé (waar burgers producten kunnen repareren) en Stichting Groente- en Fruitbrigade (zij transporteren gedoneerd groente en fruit naar de Voedselbank). Organisaties zonder winstoogmerk kunnen een aanjager zijn voor de transitie omdat ze vanuit de kern al verder kijken dan economische waarde. Wel hebben ze veel baat bij ondersteuning om verder te professionaliseren.
3B - Samenwerking 3C - Kennisdeling en bewustwording Hoofdstuk 4 Sturing Bijlagen Bronnen
35
Inhoudsopgave
Bijlage 2: achtergrond waardeketens
Management samenvatting
In deze bijlage is de verdieping opgenomen van de drie waardeketens in dit uitvoeringsprogramma. Per waardeketen gaan we in op waarom deze relevant is in het streven naar een circulaire economie en wat de huidige ontwikkelingen zijn op nationaal en regionaal niveau.
Bouw De bouwsector is een van de minst efficiënte sectoren van Europa. Deze sector is verantwoordelijk voor circa 40% van het afval in Nederland en grootverbruiker van grondstoffen die nodig zijn voor bouwmaterialen. Daarnaast is
Hoofdstuk 1 Inleiding
35% van de CO2-uitstoot te herleiden naar de gebouwde omgeving13. Weliswaar wordt een groot deel van het bouwen sloopafval hergebruikt14, toch zijn er in deze sector nog grote verbeterslagen te maken. Het besef van de impact die de bouwsector heeft groeit, daarom is er ook daar een ontwikkeling gaande richting meer toekomstgericht en toekomstbestendig bouwen. Er worden initiatieven ontplooit om CO2-uitstoot te verlagen, zowel op het gebied van
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
energie- als materiaalgebruik. Gezondheid en sociale aspecten krijgen steeds meer aandacht binnen de gebouwde omgeving evenals circulariteit. Gebouwen worden immers neergezet om jaren mee te gaan, des te belangrijker om vooraf al goed na te denken over de duurzaamheid tijdens en na de levensduur. De bouwsector is dan ook een van de transitieagenda’s voor circulariteit. Daarnaast is vanuit het Rijk de doelstelling geformuleerd dat vanaf 2023 alle bouwuitvragen vanuit de gemeente circulair moeten zijn.
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
Als we kijken naar de bouwsector zien we verschillende ontwikkelingen op het gebied van circulariteit. Zo wordt er bijvoorbeeld steeds vaker gesproken over het hoogwaardig recyclen van sloopafval uit de bouw zodat er minder primaire grondstoffen nodig zijn. Daarnaast praten we over modulair en demontabel bouwen, waardoor een gebouw gemakkelijk aangepast kan worden aan nieuwe functies en onderdelen van een gebouw kunnen worden hergebruikt.
3A - Grondstoffen
Een mooi voorbeeld van een demontabel gebouw is The Green House in Utrecht. Dit gebouw doet voor 10 tot 15 jaar dienst als ontmoetingsplek en horecagelegenheid. Na die tijd moet het paviljoen een andere bestemming krijgen en zal op die locatie een ander gebouw komen. ‘’We moeten het hele gebouw kunnen afbreken, oppakken en ergens anders kunnen neerzetten.” Dat was een belangrijk uitgangspunt voor de bouw van The Green House. Meer weten over dit project? Bekijk het artikel 'The Green House volledig circulair en demontabel'.
3B - Samenwerking
Een andere ontwikkeling die zich in de bouw voordoet is de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen. Het traditionele verdienmodel gaat uit van verkoop en oplevering van een gebouw of een onderdeel daarvan, waarbij de producent het eigenaarschap van een product bij verkoop overgeeft aan de klant. Op het moment dat de bouwende partij ook verantwoordelijk is voor de exploitatie van een gebouw, en wellicht zelfs de demontage of sloop, heeft een
3C - Kennisdeling en bewustwording
bouwer opeens hele andere belangen. Dit zorgt ervoor dat partijen samen aan de tekentafel zitten en waardebehoud het uitgangspunt is omdat dit ook financieel voor alle partijen de meest logische oplossing is. Een laatste ontwikkeling richt zich op het faciliteren van het waardebehoud van materialen in een gebouw. Om de waardeontwikkeling van een gebouw, of onderdelen daarvan, beter inzichtelijk te maken en om hergebruik
Hoofdstuk 4 Sturing
makkelijker te maken is het materialenpaspoort in het leven geroepen. Een materialenpaspoort zorgt ervoor dat alle gebruikte materialen in een gebouw in kaart worden gebracht. Naast het in kaart brengen van de materialen middels een materialenpaspoort kan ook de milieu-impact van alle materialen in een gebouw worden gemeten. Dit wordt gedaan met behulp van de Milieuprestatie Gebouwen (MPG). De MPG geeft van de verschillende materialen die in een gebouw worden toegepast aan wat de milieubelasting is. Hoe lager de MPG, hoe kleiner de milieu impact15. Het
Bijlagen
Transitieteam Circulaire Bouweconomie heeft de MPG aangewezen als het meetinstrument voor de circulariteit van gebouwen. De MPG is sinds 2012 bij elke aanvraag van een omgevingsvergunning verplicht gesteld. Het gaat hierbij
Bronnen
om nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m2) en nieuwbouwwoningen. 36
Inhoudsopgave Management samenvatting
Provincie Zuid-Holland In de transitie naar een circulaire economie in de bouw heeft de provincie Zuid-Holland in samenwerking met diverse partijen een Bouwprogramma Zuid-Holland opgesteld om de transitie samen met alle bovengenoemde ontwikkelingen te helpen versnellen. In dit programma ligt de focus op de volgende onderdelen: • Gebouwde omgeving: stimuleren en opschalen van circulaire bouwinnovaties ten behoeve van een klimaatneutrale en versnelde realisatie van de verstedelijkingsopgave; • Grond-, weg- en waterbouw: inkoop- en aanbestedingsbeleid optimaal inzetten voor versnelling circulaire aanleg,
Hoofdstuk 1 Inleiding
beheer en onderhoud van eigen grond-, weg-, en waterbouw; • Bedrijventerreinen: circulaire initiatieven stimuleren bij ontwikkeling, aanleg en onderhoud van bedrijventerreinen.16
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
Consumptiegoederen Als we kijken naar de footprint van een gemiddeld Nederlands huishouden dan zien we dat de grootste impact te herleiden is naar spullen: consumptiegoederen (figuur 22).
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma 3A - Grondstoffen 3B - Samenwerking 3C - Kennisdeling en bewustwording
Figuur 22: footprint gemiddeld Nederlands huishouden, Milieu Centraal
Hoofdstuk 4 Sturing
In onze huidige maatschappij werken we namelijk volgens het lineair take-make-waste principe. We onttrekken waardevolle grondstoffen uit de aarde, maken er producten van en na gebruik gooien we ze weg. Op deze manier raken onze grondstoffen op en verliezen ze hun waarde. Het is binnen de transitie van een lineaire naar een circulaire samenleving dan ook belangrijk om hier aandacht op te vestigen en dit te veranderen door de grondstofstromen
Bijlagen
van consumptiegoederen te laten circuleren en afval te reduceren. Dit kunnen we doen door anders in te kopen, de levensduur van producten te verlengen en meer te recyclen. Zowel in de inkoopfase, de gebruiksfase als het
Bronnen
37
Inhoudsopgave Management samenvatting
einde van de gebruiksfase van consumptiegoederen. Om op een andere manier in te kopen kunnen de volgende strategieën uit de R-ladder worden gebruikt: • Refuse: is de aanschaf van een product of dienst écht noodzakelijk? • Rethink: kan een behoefte niet op een andere, duurzame manier worden ingevuld? • Reduce: kan ik kiezen voor een duurzaam, circulair product, die efficiënt wordt gefabriceerd door minder grondstoffen en materialen te gebruiken?
Hoofdstuk 1 Inleiding
Vervolgens kan circulariteit ook in de gebruiksfase worden gewaarborgd. Er zijn een drietal strategieën uit de R-ladder die ervoor kunnen zorgen dat producten in de gebruiksfase langer worden gebruikt:
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
• Reuse: een product kan in dezelfde staat hergebruikt worden door een andere gebruiker. • Repair: een product kan gerepareerd of goed onderhouden worden om de levensduur te verlengen. • Refurbish: producten worden opgeknapt na een eerste gebruikscyclus. Zo kunnen producten meerder levenscycli doorlopen.
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
Dan is er nog het einde van de gebruiksfase. Een fase waarin sommige reststromen onvermijdelijk zijn. Goede afvalscheiding is een randvoorwaarde om ervoor te zorgen dat grondstoffen aan het einde van de gebruiksfase hun waarde behouden. Echter is het belangrijk om hierbij ook te weten wat er daarna met de gescheiden afvalstromen gebeurt. Op dit moment kunnen de reststromen in de meeste gevallen op twee manieren worden verwerkt: • Recycle: een product wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke grondstof om zo weer opnieuw te gebruiken.
3A - Grondstoffen
• Recover: als producten niet meer kunnen worden gerecycled is de laatste optie energieterugwinning uit de verbranding van de producten en materialen. Door het Rijk is hiernaast vanuit het Grondstoffenakkoord een aantal transitieagenda’s opgesteld, waaronder de Transitieagenda Consumptiegoederen. Deze agenda helpt om kansen van circulaire consumptiegoederen te
3B - Samenwerking
benutten in de transitie naar een circulaire economie. De agenda is opgebouwd uit zeven leidende principes:
3C - Kennisdeling en bewustwording
1.
Maximale waardecreatie: economisch, sociaal en ecologisch;
2.
Kwaliteit en kwantiteit gaan hand in hand;
3.
Kies het optimale schaalniveau;
4.
Innovatie voorop. Neem risico en investeer;
5.
Externe kosten zijn opgenomen in de prijs;
6.
Eigenaarschap van een product ligt daar waar op de meest effectieve manier waarde kan worden toegevoegd dan wel behouden;
7.
Handel op basis van sociale en psychologische inzichten.
Hoofdstuk 4 Sturing
Deze leidende principes zijn vertaald naar 38 concrete acties die samen de transitie naar een circulaire economie kunnen helpen realiseren. De acties zijn onderverdeeld in drie onderdelen, namelijk: de overkoepelende prioriteiten, de acties voor producten met een korte omloopcyclus (verbruiksgoederen zoals verpakkingen) en acties voor producten met een middellange en lange omloopcyclus (gebruiksgoederen zoals kleding en meubels). De kern van
Bijlagen
de overkoepelende prioriteiten ligt op het realiseren van een prijs waarin externe kosten zijn meegenomen, zoals sociale- en milieukosten. Bij de acties voor producten met een korte omloopcyclus ligt de focus op het reduceren
Bronnen
van deze producten en het voorkomen van het gebruik van onnodige materialen (denk aan het verbod op single-use 38
Inhoudsopgave Management samenvatting
plastics). Tot slot ligt de focus bij de acties voor producten met een middellange en lange omloopcyclus op de ontwikkeling van nieuwe business- en verdienmodellen.17 Provincie Zuid-Holland Vanuit het Grondstoffenakkoord zijn er (zoals eerder al kort benoemd) door het Rijk een vijftal Transitieagenda’s opgesteld, namelijk voor de thema’s Bouw, Kunststoffen, Biomassa & Voedsel, Maakindustrie en Consumptiegoederen. De Transitieagenda Consumptiegoederen is de enige van de vijf opgestelde transitieagenda’s
Hoofdstuk 1 Inleiding
van het Rijk, die de provincie Zuid-Holland niet als focus heeft meegenomen in haar rapport ‘Circulair Zuid-Holland’. Hier is voor gekozen omdat het thema consumptiegoederen hoofdzakelijk binnen de invloedssfeer van het Rijk en de gemeente ligt, niet bij de provincie. Voor gemeenten liggen hier dan ook kansen in de transitie naar een circulaire economie.
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair
Voedsel en organische reststromen
Exportwaarde landbouwgoederen, 2019* Sierteelt
De landbouwsector is een kernsector van de Nederlandse
Vlees
economie, maar is vooral gericht op export. Gekeken naar de
Zuivel en eieren
economische waarde is Nederland namelijk de tweede exporteur
Groenten
Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
van voedsel in de wereld. In 2019 exporteerde Nederland voor maar
Fruit
liefst 94,5 miljard euro aan landbouwgoederen18. Op onderstaande
Dranken
afbeelding is te zien wat de voornaamste producten zijn die door ons worden geëxporteerd.
Bereidingen van groente en fruit Bereidingen van graan, meel, melk Resten voedselindustrie, veevoer Cacaobereidingen
Achter het eten op ieders bord gaat dus een hele keten vooraf,
51
,5
3B - Samenwerking
2,57
3A - Grondstoffen
0
die zich vaak niet in eigen land bevindt. Van boeren en vissers,
bossen en klimaatverandering. Van de totale Nederlandse broeikasgasemissies is 13 procent toe te rekenen aan
voedselfabrikanten, handelen, transporteurs tot retailers en uiteindelijk op ons bord. De hele keten heeft gevolgen voor
0
mld euro Nederlandse makelij
Wederuitvoer
Bron: CBS, WUR *Op basis van een raming
de leefomgeving in Nederland en in het buitenland: denk aan
Figuur 23: Exportwaarde landbouwgoederen CBS
geuroverlast en watervervuiling tot aantasting van tropische voedselconsumptie. Voor landgebruik binnen en buiten Nederland is de bijdrage van voedsel zelfs 38 procent19. Daarnaast is voedselproductie op wereldschaal verantwoordelijk voor 60% van het verlies aan biodiversiteit, kost de productie van eten veel water en er gaat bos en natuur verloren20. Ook in deze sector zullen er veranderingen moeten plaatsvinden in de transitie naar een circulaire economie. Voor het voedselsysteem geldt dat er meer
3C - Kennisdeling en bewustwording
aandacht moet komen voor het gebruik van hulpbronnen. Hulpbronnen zijn bijvoorbeeld bodem, water, mineralen en biodiversiteit. Deze hulpbronnen zijn noodzakelijk om hernieuwbare grondstoffen te kunnen produceren. Bovendien heeft niet alleen de consumptie van eten een milieu-impact, er wordt ook nog eens veel verspild. Van de in Nederland geconsumeerde producten wordt gemiddeld 20 - 30% verspild. Voedselverliezen treden op in de gehele
Hoofdstuk 4 Sturing
productie- en distributieketen van producten. De verspilling vindt plaats tijdens teelt van gewassen, de verwerking ervan in fabrieken, het transport naar Nederland, de opslag en koeling, de supermarkt (houdbaarheidsdata) en de consument. De grootste verspilling vindt echter plaats bij de consument.21 In de duurzaamheidsdoelstellingen van de VN is een van de doelen het halveren van de voedselverspilling in 2030 t.o.v. 2015. Voor het terugdringen van voedselverspilling op consumptieniveau heeft de EU zich hierbij aangesloten22.
Bijlagen
Ook Nederland onderschrijft deze doelstelling. Per persoon per huishouden betekent dit dat de voedselverspilling moet worden teruggedrongen van ongeveer 40 kilo per persoon per jaar in 2015 naar 20 kilo per persoon in
Bronnen
39
2030. Het kabinet zet hierbij in op een eetpatroon dat de leefomgeving minder belast met een gezonde balans tussen dierlijke en plantaardige eiwitten in het eetpatroon conform de Schijf van Vijf. Het huidig instrumentarium omvat primair voorlichting aan consumenten via het Voedingscentrum. Daarnaast ondersteunt het kabinet activiteiten van onder meer het Nationaal Actieplan Groente en Fruit, Dutch Cuisine en het programma Jong Leren Eten. Er wordt bovendien onderzoek gedaan naar het keuzegedrag van consumenten. Een goed uitgangspunt voor het zo hoogwaardig mogelijk inzetten van voedsel en organische reststromen is de ladder van Moerman. Hierin is een volgordelijkheid zichtbaar voor het hoogwaardig inzetten van voedsel en uiteindelijk GFT of GFE stromen. Er zijn al veel innovatieve oplossingen bedacht
Figuur 24: Ladder van Moerman, bron Instock
vanuit dit principe. Denk bijvoorbeeld aan Too Good to Go en Instock. Een voorbeeld van een toepassing waarin er gebruik wordt gemaakt van een reststroom is te zien in de tomatenteelt. Aan het einde van een tomatenteelt komt er een plantaardige reststroom (biologisch afval) van 85 miljoen kg tomatenplanten vrij die normaal wordt gecomposteerd. Het is nu mogelijk om de bladeren en stengels van de tomatenplant om te zetten naar een waardevolle grondstof die in combinatie met oude papiervezels tot massiefkarton wordt verwerkt.23
Provincie Zuid-Holland Juist waar het gaat om ‘voedsel’ is de provincie Zuid-Holland uniek. De regio is niet alleen de dichtstbevolkte provincie van Nederland (met meer dan 3,5 miljoen burgers) maar is ook wereldspeler in bijvoorbeeld havenactiviteiten, aardappelteelt, de glastuinbouw en transport en distributie. Een bijzondere regionale situatie die kansen biedt om stevige impact te kunnen bereiken in het reduceren van voedselverspilling – juist omdat veel ketenpartijen in deze regio actief zijn. Niet alleen de consument en de supermarkt, maar ook de importeur, de producent, de groothandelaar en de verwerker.24 De Provincie Zuid-Holland heeft de Transitieagenda voor Biomassa & Voedsel vertaald naar een aanpak voor ZuidHolland. Om te komen tot een Transitieagenda gericht op Zuid-Holland zal de provincie zich focussen op een aantal thema’s: • Greenports: Versterken innovatieve voorloperskracht en internationale concurrentiepositie door nieuwe, circulaire kennis- en verdienmodellen zoals ‘Feeding and Greening Megacities’; • Landbouw: investeren in Zuid-Holland als koploper circulaire landbouw en een duurzaam voedselsysteem met korte ketens waarbij bodem- en nutriëntenkringlopen worden gesloten; • Overige biomassa: optimaal verwaarden van biomassastromen zoals rietmaaisel.
40
Inhoudsopgave
Bronnen
Management samenvatting
1
Rijksbreed Programma Circulaire Economie, Rijksoverheid (2016)
2
Klimaatakkoord van Parijs, Nederlandse Emissie Autoriteit
3
Milieu, Provincie Zuid-Holland
4
Waarom een circulaire economie? Planbureau voor de Leefomgeving
5
De gevolgen van de transitie naar een circulaire economie op de werkgelegenheid in de provincie Zuid-Holland, TNO in opdracht van de Provincie Zuid-Holland (2019)
Hoofdstuk 1 Inleiding
6
Nederland Circulair in 2050, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2018)
7
Kansen voor werkgelegenheid door circulair bouwen, Bureau Buiten (2019)
8
Bouwproces in een circulaire samenleving, bron Heijmans en 172Impact op basis van het Value Hill model van Circle Economy.
9
Integrale circulaire economie rapportage 2021, Planbureau voor de Leefomgeving (2020)
Hoofdstuk 2 Ridderkerk Circulair Hoofdstuk 3 Uitvoeringsprogramma
10
Circulair Ambachtscentrum, Rijkswaterstaat
11
Hof van Cartesius, Naturalcapital.community
12
Gedragsmodel Balm (2000)
13
Stedelijke transformatie, Circulariteit in de bouwindustrie
14
Meeste afval en hergebruik materialen in bouwsector, CBS (2019)
15
Milieuprestatie gebouwen – MPG, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
16
Provincie Zuid-Holland, 2019. Circulair Zuid-Holland – Samen versnellen
17
Rijksoverheid, Transitieagenda Consumptiegoederen
18
Nederlandse export landbouwproducten in 2019 €94,5 miljard, Rijksoverheid (2020)
19
Notitie voedsel in Nederland, PBL (2018)
20
Rapport Milieubelasting van de voedselconsumptie in Nederland, RIVM (2016)
21
Rapport Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden, Ministerie van Landbouw, Natuur en
3A - Grondstoffen
Voedselkwaliteit (2018) 22
Voedingscentrum, hoeveel voedsel verspild in NL
23
Een kartonnen doos van tomatenstengels, The Greenery
24
Provincie Zuid-Holland, Voedselverspilling? Op koers naar ‘zero waste’ in Zuid-Holland (2020)
3B - Samenwerking 3C - Kennisdeling en bewustwording Hoofdstuk 4 Sturing Bijlagen Bronnen
41