CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-09-30-verslag-commissie-samen-wonen.pdf

Commissie Samen wonen RK 30 september 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag22.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen wonen 30 september 2021 1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Een hele goede avond, welkom allemaal. Ik wil graag, ik had het ook al gezegd, een ieder welkom heten, er heeft zich één iemand aangemeld om in te spreken. Meneer van Keulen, maar die staat in de file. Dus ik ga even een klein beetje schuiven met jullie welnemen. Dit is een fysieke vergadering en omdat wij de anderhalve meter afstand handhaven kan deze vergadering niet worden bijgewoond door publiek. De vergadering is wel live en achteraf via de gemeentelijke website te volgen. De SGP schuift iets later aan, dus als die aanwezig zijn, voor zover ik nu kan nagaan alle fracties vertegenwoordigd. Maar is de agenda vastgesteld zoals die u voorligt? Ik zie geen handen dus dan is die bij dezen vastgesteld. Mevrouw Van Nes. Mevrouw Van Nes: Met inbegrip dat de inspreker dan wellicht wat opschuift. De voorzitter: Daar heeft u helemaal gelijk in, dat wilde ik ook gelijk nu eventjes aangeven. Maar u bent mij voor, hartstikke mooi. De inspreker die zou dan nu in moeten gaan spreken maar zoals ik net al aangaf staat hij in de file, dus met jullie welnemen wil ik graag eerst alvast agendapunt 3 doen en zodra meneer van Keulen binnen is hem de gelegenheid alsnog te geven om in te spreken. Agendapunt 3: Vaststellen besluitenlijst commissie Samen wonen van 2 september 2021.

3.

Vaststellen besluitenlijst commissie Samen wonen van 2 september 2021 De voorzitter: Acties: 1. Afvalbeleidsplan. Vraag aan de commissie: zijn de mededelingen in Rib’s 7 mei en 16 juli voldoende om deze actie als afgedaan te beschouwen? Ik zie geen handen dus dan is die bij dezen als afgedaan beschouwd. Elektrapark, de vraag is beantwoord voor de raadsvergadering dus die is inmiddels afgedaan. Actiepunt 3: Afvalbeleidsplan: inzichtelijk maken haken en ogen inpandige containers, bij afwezigheid van de heer Japenga zou ik heel graag willen vragen aan de heer wethouder Oosterwijk of er een streefdatum bekend is? De heer Oosterwijk: Ja voorzitter dat kan ik, ik heb van de heer Japenga begrepen dat er in december een raadsinformatiebrief zal worden toegezonden. Misschien voor de efficiency: dat zelfde geldt voor het volgende punt. De voorzitter: Het volgende punt is ook met betrekking tot het afvalbeleidsplan. Daar noteren wij dat ook daarvan in december een raadsinformatiebrief komt. Actie nummer 5: evaluatie deelscooters. Partij 18PLUS komt de gespreksnotitie tijdig voor commissie 11 november dus uiterlijk maandag 25 oktober ingeleverd. Meneer Westbroek. De heer Westbroek: Ik durf het niet te zeggen voorzitter, ik heb het niet paraat. De voorzitter: Dan houden we hem nog heel even als vraagteken.

Toezeggingen: 4: Elektropark, gesprek ontwikkelaar herinnering kerkgebouw, wethouder Oosterwijk wat is de streefdatum? De heer Oosterwijk: Voorzitter, de streefdatum is op korte termijn, dus als oktober wordt genoteerd dan lijkt mij dat een hele goede invulling.

Pagina 1 van 36

De voorzitter: Dan gaan we vanuit dat die in oktober naar ons toekomt. Toezegging punt 5: afvalbeleidsplan, brief ja-ja sticker, wethouder Oosterwijk? De heer Oosterwijk: Voorzitter, hoewel ik dat zelf natuurlijk niet heb kunnen ontvangen heb ik begrepen dat de brief inmiddels bij iedereen in de bus is geland. De voorzitter: Dat klopt als ik alle geluiden goed gehoord heb. Toezegging punt 6: stimuleringsregeling verkeersmaatregelen, wethouder Meij er zijn suggesties doorgegeven, is toezegging daarmee afgedaan? Kan die als afgedaan beschouwd worden? De heer Meij: Ik dacht altijd dat de raad dat of commissie bepaalde. Volgens mij heb ik daar twee toezeggingen gedaan. Het ging over die rotonde op de rijkstraatweg die in de mogelijke planning staat, die leggen we uiteraard, op het moment dat het doorgaat, voor aan de raad en aan de bewoners en het ging ook over risicogebieden. Toen heb ik gezegd: laten we dat allemaal in november doen dan komt een uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid, dus dat waren de toezeggingen. De voorzitter: Kan ik hiermee constateren dat de suggesties die gedaan zijn, zijn doorgegeven wethouder Meij? Ik zie hem knikken. Is de commissie van mening dat de heer Meij de actie als afgedaan beschouwd kan worden? Ik zie geen handen dus die is afgedaan. Zienswijze Oosterpark, zienswijze naar de raad gestuurd, is daarmee afgedaan.

De inspreker is nog niet binnen dus dan wil ik heel graag doorgaan naar agendapunt 4: bestemmingsplan Pruimendijk 164. Oh die spreekt daarover in, ik word gecorrigeerd op een terechte wijze door de griffier. Dan gaan we door naar even agendapunt 5 omdat de inspreker voor agendapunt 4 inspreekt dus vandaar dat we nu even agendapunt 5 doen. Rapport rekenkamercommissie “Oog voor wonen in uitvoering”. 5.

Rapport rekenkamercommissie “Oog voor wonen in uitvoering” De voorzitter: Is informatie-uitwisseling, besluitvorming en raad en de suggestie wordt nu gedaan om hem ter inzet ter debat te gaan, is de commissie daarmee eens? Ik zie geknik, dus dat betekent dat er alleen technisch inhoudelijke vragen gesteld worden. Zou ik het woord kunnen geven aan de heer Démoed als voorzitter en de heer Van der Valk en de verantwoordelijke wethouder is meneer Oosterwijk en de ambtenaar is aangeschoven: mevrouw Blankendaal. Ja, meneer Démoed. De heer Démoed: Dank, ik zal proberen een korte toelichting want ik neem aan u heeft allemaal de stukken kunnen zien, misschien iets over dit onderzoek. Overigens, dat hebben we al met de fractievoorzitters gewisseld, in de komende periode komen er nog een paar onderzoeken van ons, dus wij komen nog wat vaker langs over andere onderwerpen waaronder jeugdzorg en energietransitie. Dus niet de minste onderwerpen. Maar goed, vanavond gaat het over wonen, over wonen in uitvoering. Onderzoek wat wij hebben gedaan in een zogenaamd doe mee onderzoek, dat is dan een wat meer landelijke opzet waar meerdere gemeenten aan mee kunnen doen wat maakt dat je relatief snel samen dat onderzoek kan uitvoeren.

En wonen is natuurlijk een onderwerp wat ook in de gesprekken met uw raad veel aandacht heeft gekregen, wat natuurlijk ook enorm leeft en er is in dat onderzoek vooral gekeken vanuit de woonvisie die is vastgesteld. Ja, hoe zit het nou met die uitvoering? En ook met name dan, zoals we in ieder onderzoek proberen te doen, om daar ook in te zoomen op de instrumenten die de raad heeft in dat gesprek met college en in de uitvoering. Van hoe werkt dat nou uit? Ja, misschien nog een paar dingen dan over om wat mee te geven voor uw gesprek en daarna natuurlijk bereid met collega Peter van der Valk die, we hebben altijd een eerste rapporteur maar in uw midden is het altijd een gewoonte dat de voorzitter altijd verschijnt dus dat doen wij uiteraard conform hoe Pagina 2 van 36

we dat met elkaar hebben afgesproken. Er zijn een paar dingen die denk ik interessant zijn, het hele onderzoek is natuurlijk interessant wat ons betreft maar er zijn een paar dingen die er denk ik uitspringen. Ook wel het vraagstuk, een van de dilemma’s die wij ook terugzien is dat we zelf ook best wel constateren dat een onderwerp dat eigenlijk een beetje ook terugkeert is dat de informatievoorziening aan de raad er ook best is maar dat er toch wel een soort worsteling is van ja maar we hebben niet het gevoel dat daarmee ook grip op het thema wonen gerealiseerd wordt en het is denk ik ook met elkaar zoeken van: wat zijn nou de instrumenten die maken dat we dat gevoel vergroten? Daar hebben we ook een aantal suggesties gedaan in de aanbevelingen, tegelijkertijd hebben we ook gezegd: we zien in het thema wonen, dat zult u zelf ook constateren, dat er een grote dynamiek is. Niet alleen vanuit de woningvraag die er op vele fronten is, maar ook de combinaties met andere vraagstukken die er zijn, dat het volgen en het monitoren van de uitvoering veel aandacht vraagt. En we hebben gezegd: nou we zien best wel dat daar nog een tandje bovenop zou kunnen, nu heeft het college op basis van de woonvisie een uitvoeringsprogramma voor 2021-2023 vastgesteld waar die monitoring plaatsvindt.

Maar wat nou interessant zou zijn denk ik, want daar is dan alle gelegenheid voor, om te kijken hoe de resultaten die je daar met elkaar bespreekt nou voor het tweede deel van het uitvoeringsprogramma dan ook tot een stuk kaderstelling of nou in ieder geval invloed van uw raad en wellicht anderen in het veld om het maar zo te zeggen waardoor u misschien ook dat gevoel kan vergroten wat er is om invloed uit te oefenen op onderwerpen die niet alleen een lokale maar ook een regionale component. De woningmarkt is niet alleen lokaal dus ik kan mij voorstellen dat u zegt: dat is iets wat daarin speelt. Dan misschien het laatste wat ik nog bij de instrumenten wil noemen dat is ook in het aanbieding van het raadsvoorstel waar de griffier behulpzaam is geweest ook het onderwerp van en dat is ook in het licht van een ander gesprek wat wij met een aantal van u hebben gevoerd over, als je raadslid bent, je kunt niet alles tegelijk, om ook nog eens in het midden te leggen van: ja bij sommige onderwerpen is het misschien ook niet gek om met een soort raadsrapporteurs te werken, dat je toch, want je kunt niet allemaal het zelfde doen.

Dat is ook gewoon in de praktische kant soms lastig, maar goed dat is een onderwerp waar wij natuurlijk helemaal niet over gaan, dus dat willen wij ook zo laten maar het is wel een suggestie om te zeggen: ja in het dilemma van de vele onderwerpen zou je misschien daar toch naar dat soort vormen over na moeten willen denken, maar goed er komt ook een nieuwe raadsperiode aan dan zijn dat misschien ook weer onderwerpen waar je over na zou kunnen denken. Kan er nog veel meer over zeggen maar volgens mij is dat niet de bedoeling dus ik beantwoord graag vragen die op ons pad komen. En zal het college zijn, dan zal de wethouder dat hopelijk en vermoedelijk doen. De voorzitter: Dank u wel de heer Démoed, zijn er vanuit de commissie leden die vragen willen stellen? Eén per fractie. De heer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Wilt u één vraag per fractie of? De voorzitter: Nee, één fractielid dat vragen mag stellen en in u geval zal dat geen probleem zijn. De heer Kooijman: Nee ik ben alleen vandaag wat dat betreft. Ja, het was een interessant stuk om te lezen, toch ook wel een beetje een gevoel van mosterd na de maaltijd omdat we de woonvisie hebben gehad maar dat weet u ook. Toch vond ik het interessant om te zien en twee dingen vielen mij eigenlijk op toen ik het stuk las.

Enerzijds gaat het over, het was mooi om terug te lezen in het rapport, de doelstellingen die zeg maar in 2010 waren; een fors overschot aan portiek- en etagewoningen, we hadden nog een licht overschot aan kleine eengezinswoningen en er was wel een tekort aan woningen voor ouderen. Als je dat naar de situatie nu zou vertalen, dan zou je zeggen: nou het zou hartstikke mooi zijn als we portiekwoningen hadden want we hebben starters et cetera. Dus je ziet enerzijds die hele woningmarkt na ijlen op wat we met elkaar hier in de raad aan Pagina 3 van 36

het bedenken zijn, dus het is een heel trage machine. Dus dat betekent eigenlijk dat je heel erg ook vooruit moet gaan kijken, ook als raad. En ik ben benieuwd of daar, wat daar jullie bevindingen in zijn of wat jullie daarin aan ons als raad mee willen geven? Dat is één. En het tweede aspect is; we hebben als raad denk ik heel veel wensen richting het college, vergelijk het wel is met als je een keuken gaat kopen en we hebben natuurlijk heel veel wensen en die moeten allemaal in die keuken passen en vervolgens gaat zo een keuken, ik mag geen boer zeggen, keukenmeneer of mevrouw die gaat alles netjes intekenen, ja uiteindelijk blijkt dat er maar beperkt ruimte is, dan moet je gaan kiezen en juist daar is het ook de crux in Ridderkerk met schaarse ruimte. En moeten wij denk ik ook duidelijk zijn in de opdrachtformulering richting het college. Mijn vraag was of u daar ook nog wat advies voor heeft? De voorzitter: Dank u wel meneer Kooijman. De heer Démoed, kan ik u vragen om deze twee vragen te beantwoorden? De heer Démoed: Ja zeker, dank.

Ja, de eerste vraag is natuurlijk vrij fataal, gaat over: de wereld is eigenlijk snel veranderend en voordat je die dingen opschrijft zijn daar soms al weer dingen, zeker op dit soort onderwerpen, die misschien de keuzes die je voorgelegd hebt eigenlijk maken dat die alweer achterhaalt zijn als je met de, volgens mij maakt dat dat je tussen college en raad dat moet erkennen dat dat een feit is en dat het belangrijker is, denk ik, dat uiteindelijk de praktische aansluiting er is en dat je over die dynamiek. Wat je daar natuurlijk zou kunnen doen is dat je zegt: nou dit onderwerp, tenminste dat zie ik in de meeste gemeenten terug, dat ligt zo dicht bij onze inwoners dus het is belangrijk dat we daar adequaat kunnen optreden. Dat je misschien een aantal vaste momenten in het jaar het gesprek gaat voeren om juist ook over die dynamiek in de bijstellingen die er nodig zijn om in dat beleid wendingen te maken belangrijker maakt dan rapportages die misschien nog steeds achter de feiten aanlopen.

Dus ik zou bijna zeggen, dat klinkt, laat de procedures soms even voor wat het is want de dynamiek van de leefwereld van de mens is volgens mij belangrijker dan, en daar kun je natuurlijk vormen voor zoeken door misschien ook het college in staat te stellen om die dynamiek te mogen gebruiken want daar hebben ze ook enige ruimte voor nodig om dat te kunnen doen en dan niet boos te worden als ze uiteindelijk iets doen wat misschien dan net niet de afspraak was maar wel beter voor de inwoners. Maar dan moet je wel het gesprek met elkaar over hebben want anders kom je uiteindelijk in een botsing terecht die je ook niet wilt. Dus ik denk dat, ik ben ook soms voorstander van gesprek boven het feit dat je dan een rapportage maakt, dan heb je met aanlevertermijnen, ik weet niet hoe het hier zit, maar in mijn leefwereld gaat dat ook anders. Dus dan praat je over 3 maanden over iets wat achterhaald is. Dus maak het ook gewoon zo actueel dat je dat met elkaar kan doen. Dat zou mijn, en ja dan is het gesprek volgens mij de beste vorm. Maar goed dat zeg ik, misschien dat de wethouder daar andere beelden bij heeft, dat kan.

Ja, en de tweede is inderdaad, dat herkenning ik zeer, bij wonen is het vaak dat we natuurlijk allerlei keuzes en prioriteiten stapelen, want we vinden dit belangrijk en soms is het ook echt wel zaak om met elkaar te zeggen: maar wat vinden we nou echt belangrijk? Als het keuzes maken is. Dus ik denk dat je daar beter kan zeggen, en als je ook kijkt naar het monitoren wat jullie doen, dat is op zich is daar nog winst te behalen maar nog belangrijker is dan ook echt te zeggen: waar gaan we dan voor in deze periode? En niet te zeggen: we doen een beetje jongerenhuisvesting, we doen een beetje dit en we doen een beetje dat, maar ook echt te zeggen van: als wonen en zorg dan, en ik noem nu maar wat he, dan is het ook dat. Want je moet ook je beperkingen kennen op dat punt. Dus echt kiezen en dat is volgens mij ook wat ik u wel hoor zeggen, is volgens mij ook wat je moet doen. De voorzitter: Dank u wel. Inmiddels is de SGP ook aangeschoven, welkom. We zijn vooralsnog nu bij agendapunt 5, de inspreker die staat in de file dus we hebben agendapunt 4 ook even overgeslagen. Dus we

Pagina 4 van 36

zijn nu bezig met de vragen aan de rekenkamercommissie gesteld kunnen worden. Ik zag de hand van de heer Mijnders CDA en meneer Ros ik heb u gezien, u bent hierna aan de beurt. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter en dank aan de rekenkamer voor het werk dat zij geleverd hebben en voor dit mooie rapport. We hebben het als fractie met veel interesse gelezen. Ik wil eigenlijk nog twee, misschien drie wat verdiepingsvragen. We hebben in het gesprek met de raadsleden het ook gehad over inderdaad die raadsrapporteurs en daarin kwam ook al naar voren dat eigenlijk iedereen het wel als een soort van oplossing zag, het is wel nodig maar het is ook tegelijk ook wel heel erg lastig omdat we natuurlijk, we zijn allemaal politiek en we willen graag ook allemaal zelf een mening over hebben, u geeft ook bij een van de aanbevelingen aan, wij als CDA zien dat echt als een mogelijke optie. Alleen als u kijkt naar de omliggende gemeentes of gemeentes die dat doen heeft u dan nog, hoe gaat het daar in die andere gemeentes, heeft u op dat punt, u geeft wel aan: het is aan de raad, maar heeft u nog aanbevelingen, tips voor ons hoe we daar eventueel als we daarmee aan de slag willen gaan hoe we daarmee moeten beginnen en welke insteek we erin moeten hebben? De tweede vraag die ik heb gaat over pagina 7, daar zijn wat samenwerkingspartners ondervraagd, daar staan ook een x aantal percentages.

Alleen als ik goed kijk op de laatste pagina zie ik dat er qua samenwerkingspartners eigenlijk maar 5 samenwerkingspartners gevraagd zijn dus ik vroeg even af op welke samenwerkingspartners duidt deze percentages? En nog wel een derde vraag, we hebben natuurlijk nu ook een nieuwe woonvisie vastgesteld, u refereert er zelf aan, als u, en ik neem aan dat de rekenkamercommissie deze ook gelezen heeft, misschien ook wel stiekem achteraf. Als u daar nou naar kijkt; wat ziet u dan als echt positief punt wat we nu echt als gemeente goed oppakken? En wat komt duidelijk naar voren dat u denkt van oké dat hebben we nu na tien jaar nog steeds niet goed aangepakt? Ook in deze nieuwe voorliggende woonvisie. Dat waren ze voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Démoed mag ik u het woord geven? De heer Démoed: Zeker. Misschien eerst dat punt van die raadsrapporteurs. U vraagt eigenlijk van: ja wat zijn nou daar de succesfactoren? Wat kunnen nou dingen zijn die helpen om aan dat instrument te willen werken? Omdat ja we zijn allemaal politiek en als het erop aankomt vinden we misschien ook net iets anders. Volgens mij helpt het als je het over dit instrument hebt dat je ook bepaalt wat de rol van die raadsrapporteur is. En volgens mij gaat het erom dat die persoon namens de raad ook zorgt voor een bepaald informatie- en kennisniveau over dat onderwerp.

Maar het tweede wat heel erg helpt is dat je dat dan op meerdere onderwerpen doet want als je het maar alleen op wonen doet en dat wordt door één raadslid van een partij gedaan. Dus als je meerdere onderwerpen hebt met een regionale component, nou duurzaamheid en energie en er zijn er zat waar volgens mij ook regionale, dan is er ook een bepaalde verdeling tussen fracties waardoor het meer politieke deel ook verdwijnt in het feit dat je dan een soort balans hebt in de een is rapporteur op het anders. Dus je moet volgens mij proberen om het instrument dienstbaar aan de raad te maken en dan ligt het natuurlijk ook even aan de gedragsregels die je samen afspreekt maar dan kan het heel goed werken. Kijk als je het op één onderwerp doet en het is één fractie uit uw gemeenteraad dan kan natuurlijk dat die persoon daar een politieke wending want zo begreep ik uw vraag een beetje. Maar volgens mij wordt dat risico kleiner als je het netjes verdeeld en daarmee ook zegt van: het doel van die rapporteurs is dat zij vooral het informatie- en kennisniveau dat zij zich, de verdiepende factor zijn en die kennis ook bereid zijn te delen met de rest van de raad. En daarmee een soort vooruitgeschoven post op dat onderdeel te zijn.

Uw vraag over de percentages in relatie tot welke respondenten dat precies zijn, ja dat weet ik zo ook niet uit mijn hoofd, ik denk meneer van der Valk en die zie ik schudden van niet dus dat zal ik even met het bureau moeten bespreken welke dat dan precies zijn. Dus dat zal ik laten weten hoe dat zit. En uw derde vraag ging over de woonvisie en uiteraard inderdaad die hebben wij natuurlijk tot ons genomen. Wat u vroeg: noem nou eens Pagina 5 van 36

punt wat u in positieve zin en misschien ook wel iets in een aanbeveling. Ik vind dat de woonvisie wel echt wel keuzes voorlegt en ook maakt, misschien wel teveel om even met meneer Kooijman te spreken, dat is misschien dan wel weer de tweede makke en dat staat ook in onze aanbevelingen, als je het nou dan weer vertaalt naar: kunnen we dan ook over alle doelen die zijn afgesproken rapporteren dan is dat nog wel weer een aandachtspunt want daar hebben we ook iets over gezegd. Als het gaat om de inspanningen, ja over een inspanning kan je redelijk makkelijk rapporteren dat je die inspanning hebt gedaan, maar of je dan ook de resultaten in bereikt. Dus daar zit nog wel weer een, wil niet zeggen kwetsbaar punt, maar wel iets wat nog beter kan. De voorzitter: Dank u wel, ik zie de hand van de heer Piena VVD. U wilt een aanvullende vraag stellen? De heer Piena: Ja hij doet het, ja graag voorzitter.

Nog even terugkomend op de rapporteurs, welke toegevoegde waarde heeft het als we ook rechtstreeks bij de raadsleden met kennis die vragen stellen? Waarom moeten we daar een aparte rapporteur voor in het leven roepen? Die doet dan onafhankelijk zijn commentaar geven, maar als we het over wonen hebben, en dan kijk ik even naar de overkant naar de SGP, die hebben dan wat verstand in de makelaardij denk ik zomaar, dan zou ik daar ook mijn gegevens kunnen ophalen en informatie kunnen krijgen, dus waarom weer een nieuw instituut in het leven roepen? Maakt het allemaal niet extra ingewikkeld? Als je toch als raad vindt dat je met elkaar die kennis moet delen, dan kan het toch ook op die informele wijze? De voorzitter: Dank u wel, de heer Démoed wilt u hier op reageren? De heer Démoed: Ach, ik ben niet de verkoper van de raadsrapporteurs, dat vooropgesteld. Het is een mogelijkheid om de krachten te verdelen, nogmaals volgens mij hebben wij ook het gesprek gehad over, ook in de sfeer van onderzoek van de belasting van raadsleden is best groot.

Dit kan een instrument zijn, en er zijn er natuurlijk velen, door kennis te benutten en misschien die persoon die dan uit die wereld van de makelaardij of ontwikkeling komt kan ook die rapporteur zijn, dus het is volgens mij niet mijn idee geweest om te zeggen: je moet een nieuw instrument maar ik noem hem puur als je de krachten wilt verdelen met elkaar omdat je, naast dat je allemaal een bepaalde politieke ambitie hebt ook voor dezelfde inwoners van Ridderkerk dingen wilt realiseren, kan het ook nuttig zijn om de krachten te verdelen. Maar daar zijn natuurlijk tal van mogelijkheden voor maar dit is er één en dat is dan uiteraard aan u of u die gebruikt of dat u zegt: ik weet een betere. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat die vragen voldoende beantwoord zijn ook. Mag ik de heer Ros, GroenLinks het woord geven. De heer Ros: Dank u wel voorzitter, ook bedankt aan de rekenkamer voor het rapport. Er staan best wel aardige aanbevelingen in. Meeste vragen zijn inmiddels al gesteld maar ik had nog één, bedankt Victor, één ding doorvragen richting de nieuwe woonvisie, want daar staan natuurlijk wel hele heldere doelen in qua aantallen.

Zou u aanbevelen om, want u zegt ook: als raad moet je daar zelf misschien meer om vragen, zou u kunnen aanbevelen dat bijvoorbeeld de wethouder vragen daar jaarlijks over te rapporten, of halfjaarlijks, over welke aantallen er werkelijk gehaald zijn? Want er staan natuurlijk stevige ambities, zoals de wethouder dat zelf noemt, in. En dat is natuurlijk wel interessant en dat is natuurlijk een hard gegeven wat je relatief makkelijk kan monitoren als raad zijnde. Zou je daar iets toe kunnen zeggen? De voorzitter: Dank u wel. Kan ik de heer Démoed hier over het woord geven?

Pagina 6 van 36

De heer Démoed: Ja ons beeld is, en dat geldt niet alleen voor dit onderwerp, dat het college best wel redelijk scheutig is met informatie dus dat misschien best wel soms wat veel. Dus dat er genoeg kansen liggen om het gesprek te voeren en als u dat, ik vind het met u een heel interessant onderwerp, de vraag is dan alleen aan de orde, niet waarom gebeurt het niet maar wat houdt tegen om dat gesprek wel te voeren? En het kan natuurlijk zijn dat u daar iets van het college nodig heeft om één keer per weet ik het hoeveel maanden dat gesprek te voeren, maar dat is een afspraak die je met elkaar moet maken. Dus volgens mij in de informatievoorziening zitten er tal van mogelijkheden om dat gesprek wel te voeren, het is alleen met elkaar de handvatten van: welke vindt u dan met elkaar het beste? En denk dat die gelegenheid er wel is maar ik denk dat het onderwerp wat u noemt over het realiseren van aantallen, ook in het licht van wat er allemaal in de woningmarkt en in de woningvraag gebeurt natuurlijk buitengewoon interessant is. Want dat zal het onderwerp zijn waarin uw inwoners zeer in geïnteresseerd zijn die op een lijst staan om een woning te vinden. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er andere commissieleden? Ik zie de heer Kardol SGP. Meneer Rijsdijk ik heb u ook gezien u mag na de heer Kardol.

De heer Kardol: Dank u voorzitter, ook de SGP bedankt, rekenkamer, commissie voor de rapportage. Als het gaat om de aanbevelingen dan kunnen wij wel delen wat het college zeg maar heeft gereageerd daarop. Als het gaat om de periode waarin de woonvisie tot stand is gekomen en het onderzoek is uitgevoerd, dan is de vraag misschien wel van: is er wel het goede momentum geweest voor dit onderzoek? Dan weet ik overigens niet wat er in het begin van de vergadering al naar voren is gebracht maar, dus misschien is het een dubbeling. Maar goed, naar de toekomst toe is dat denk ik wel een aandachtspunt want het zou natuurlijk mooi zijn met zo een onderzoek om dat voordat je aan zo een groot traject begint als het opstellen van een woonvisie dat je dan zo een rapport daarin kan meenemen en gebruiken. Een ander punt, dat is een vraag, ik constateer dat als het gaat om de rol en het handelen van de raad, of de raadsleden in relatie tot het onderwerp, de conclusies gebaseerd zijn op de input van slechts 6 partijen. Is er nou, behalve het gevoerde gesprek met de raadsleden, ook nog op een andere manier input verworven? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Dank u wel. De heer Démoed mag ik u het woord geven? De heer Démoed: Dank.

Ja, uw eerste vraag gaat over het moment, ik ben het daar deels wel met u eens dat als het gaat om juist als je meerjarenvisie wilt gaan maken is het natuurlijk nuttig als je dan aan de voorkant de input van zo een onderzoek kan meenemen. Tegelijkertijd hebben wij ons, en ik hoop u ook niet, maar niet belemmerd gevoeld omdat als je even kijkt naar het feit dat het college eigenlijk twee uitvoeringsperiodes heeft gemaakt, dan is het volgens mij juist ook wel weer, als het gaat om, daar heeft het natuurlijk ook voor u raad denk ik heel veel effect voor. De uitvoering, van wat wordt er nou wel en niet gerealiseerd? Dan is het juist wel heel interessant om dit onderzoek, met de ervaringen van 2021-2023 weer te gebruiken voor 20242026. Dus ja ik ben het met u eens dat je ideaal gezien ook voor dat andere maar volgens mij heeft het onderzoek wel heel veel meerwaarde, of kan het meerwaarde hebben als u de dingen daar gebruikt die ook uit dit onderzoek komen om juist voor die uitvoeringsprogramma’s te gebruiken. Dus dat daarover. Dan even over: ja waar zijn conclusies over positierol van de raad met de respondenten die daar vanuit de verschillende politieke fracties worden genoemd, is daar andere input? De input is natuurlijk vooral gebaseerd op interviews met mensen die je hebt.

De andere kant van de medaille is dat, op basis van de bevindingen die je daar zelf ziet in de worsteling tussen de stukken die je ziet en wat het college aanbiedt en vertaling naar de gesprekken die er in de raad over dat onderwerp plaatsvinden, dat je daar natuurlijk ook een deel van je conclusies en aanbevelingen, dat je ziet dat wat ik net zei, algemeen wel, dat er best wel veel informatie over onderwerpen wordt verstrekt en dat er niet altijd of aanleiding wordt gevonden of in ieder geval een gevolg dat de raad daar Pagina 7 van 36

dan ook actief. Kan twee dingen betekenen: dat mensen heel tevreden zijn, maar tegelijkertijd is er dan ook een deel en daar komt uw punt dan naar voren, van mensen die zeggen: nou ik had er meer uit willen halen of ik mis dit of ik mis dat en dan is vervolgens de vraag: ja aan wie ligt dat dan? Ja, dat is vervolgens volgens mij het gesprek waar u het met elkaar over moet hebben. De voorzitter: De heer Kardol, u wilt nog een aanvullende vraag stellen of opmerking? De heer Kardol: De toelichting op het eerste punt is helder en wat het tweede betreft van, deelt u denk ik wel de conclusie dat ja hoe meer input, hoe beter wordt natuurlijk het eindresultaat. Maar goed dat is ook denk ik naar onszelf denk ik he van hoe we daarmee omgaan. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik de heer Rijsdijk, PvdA Ridderkerk, het woord geven? De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Ja, ook namens mij de rekenkamer bedankt voor dit rapport, er staan nuttige aanbevelingen en inzichten in. Eén van de conclusies die in het rapport getrokken wordt is dat gestelde doelen ja op het gebied van wonen maar beperkt gehaald zijn en dat het zicht daarop ook ontbreekt.

Ik herken dat wel, het is natuurlijk ja meer een overheidsbreed probleem, maar kunt u aangeven, hoe verklaart u dat we daar toch in de politiek vaak tegenaan lopen? Hoe kun je dat verbeteren? En volgens mij heeft u ook ja kennis genomen van de nieuwe woonvisie, vindt u dat het daar meer smart is geformuleerd? Of zegt u: ja daar zijn toch ook nog wel stappen in te zetten en zo ja welke dan? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Démoed mag ik u het woord geven? De heer Démoed: Ja, misschien te beginnen met een kleine nuancering; we hebben natuurlijk gezegd over die doelen, we hebben niet alleen gezegd dat, ik denk niet dat we de conclusie kunnen verbinden dat onze conclusie is dat doelen niet gehaald worden alleen. Staat ook dat we bij een aantal onderwerpen niet hebben kunnen vaststellen met dit onderzoek of dat zo is, ja dat zegt misschien ook iets maar dat zegt iets over de reikwijdte en de diepte ook van het onderzoek wat we op dat punt hebben kunnen doen, dus ik wil niet weggaan met de conclusie dat doelen niet gerealiseerd worden want dat hebben we ook voor een deel niet vast kunnen stellen. Als uw vraag is; kan het scherper? Dan is denk ik wat we daarover zeggen: ja ik denk dat we dat met elkaar, dat dat wel kan.

En dan was uw vervolgvraag; hoe doe je dat dan met elkaar? Ik denk dat je, en ik wil een beetje wegblijven dat het toverwoord dan ‘smart’ is maar dat je wel met elkaar afspreekt van: wat zijn momenten en indicatoren, dus toch wel iets met; we hadden net het voorbeeld van aantallen of bewegingen die een percentage veel maken of kan van alles zijn dat je met elkaar wel handvatten maakt waardoor je dat gesprek goed kan voeren. En of dat altijd cijfers en aantallen zijn dat weet ik niet of dat nou. Maar in ieder geval, waar je elkaar aan kan vasthouden van; waar staan we dan? En wat is dan de reden dat we het al dan niet gehaald hebben? En dat kan nog wel, ja het kan nog wel een tandje scherper denk ik ja. Maar nogmaals, bij een aantal onderwerpen hebben we ook zelf niet kunnen vaststellen of de doelen al dan niet gehaald zijn omdat het ook niet past, paste in de reikwijdte van dit onderzoek. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rijsdijk, PvdA, u wilt nog een aanvullende opmerking of vraag stellen? De heer Rijsdijk: Nog een aanvullende vraag voorzitter. Kunt u aangeven of u vindt dat in de nieuwe woonvisie daar wel stappen in gezet worden? Of zegt u: ja het kan nog steeds wel scherper, maar ziet u daar zeg maar verbetering in? Dank u wel. De voorzitter: De heer Démoed. Pagina 8 van 36

De heer Démoed: Ik denk dat wij in ieder geval geprobeerd hebben om te zeggen dat we dat zien, ja dat daar zeker stappen in zijn gemaakt. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere commissieleden die een vraag willen stellen? Ik zie geen vingers. Dus ik ga er vanuit dat alle vragen die gesteld wilde worden dat die zijn gesteld. Dan wil ik graag vragen aan de heer Démoed of de rekenkamercommissie nog een aantal afrondende opmerkingen willen maken? Of dat zij daar geen behoefte voor hebben voor vanavond. De heer Démoed: Wat mij betreft is dat voldoende. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik u hartelijk bedanken voor de komst, u ook meneer van der Valk. En ik zou u heel vriendelijk willen verzoeken om even op uw plaats het vervolg van de behandeling bij te wonen, dank u wel. Als de commissieleden er behoefte aan hebben dan kunt u nog vragen stellen aan de griffier over zijn raadsvoorstel en het ontwerp raadsbesluit. En de griffier heeft eventueel de mogelijkheid om het raadsvoorstel toe te lichten. Zijn er commissieleden die vragen willen stellen aan de griffier? Nee. Excuus, meneer Piena. Ja, u heeft uw hand niet hoog genoeg opgestoken, nee hoor, nu ga ik hem zien ja, meneer Piena VVD. De heer Piena: Dank u wel voorzitter. Ja, als we kijken naar het geadviseerde besluit dan zien we punt 2 en punt 3.

En bij punt 3 zeggen we: nou daar gaat een nieuwe gemeenteraad, laten we daar dan voorstellen om in gesprek te gaan met het college. En bij punt 2 zeggen we: ja laten we dat met de huidige raad doen. Waarom dat verschil? Nogmaals, ik vind het prima, we hebben nog 5,6 maanden te gaan als deze raad dus er is niks mis mee om ons werk gewoon goed voort te zetten, maar zou het misschien niet verstandig zijn om die beide punten aan de nieuwe raad voor te leggen en daar dan gelijk de juiste besluiten in te nemen? Dat is even een informatieve vraag. De voorzitter: Dank u wel meneer Piena. Mag ik het woord geven aan de heer Van Straalen, de griffier. De heer Van Straalen: Dat is een bewuste keuze, juist om de discussie met het college hierover te voeren is het juist goed dat er een ervaren raad zit die ook betrokken is geweest bij de opstelling van de woonvisie. Want dat gaat juist, u bent betrokken geweest bij de woonvisie, het college zal jaarlijks rapporteren, in de bestuurlijke reactie hebben ze het over een Raadsinformatiebrief en het college moet ook nog nadenken over welke informatie zij u dan zullen gaan geven en dat voorstel mijnerzijds is juist om te zeggen: nee, college prima dat u gaat ons informeren maar van de voorkant willen we het even over hebben met elkaar welke informatie wij graag zouden willen ontvangen om te kunnen sturen, om te kunnen bijstellen.

En juist denk ik dat van belang is dat deze raad dat doet met kennis die deze raad inmiddels heeft verkregen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Piena VVD u wilt hierop reageren? De heer Piena: Ja dank u wel voorzitter. Het zelfde zouden we van punt 3 kunnen stellen, ook deze raad heeft de ervaring en zou je ook kunnen zeggen van: ja dan gaan we ook met het college vast in gesprek over die versterkende rol, want de ervaring die we van de afgelopen drie en een half jaar meegenomen hebben in het opstellen van de woonvisie zouden we daarin mee kunnen nemen. En die nieuwe raad loopt dan waarschijnlijk tegen dezelfde problematiek als bij punt 2. Dan zou ik zeggen: laten we het allebei dan voorbereiden, de nieuwe raad kan dan aan de hand van die voorstellen altijd nog anders bepalen, maar dan hebben we in ieder geval alle ervaring tot nu goed gebruikt. Hoe kijkt de griffier daar tegenaan?

Pagina 9 van 36

De heer Van Straalen: Dat is een keuze van deze raad. De voorzitter: De heer Van Straalen. De heer Van Straalen: Sorry voorzitter, dat is een keuze van deze raad zelf dus u weet hoe het werkt, er kan altijd een amendement worden ingediend. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Straalen wilt u verder nog een toelichting geven? Nee, dank u wel. Dan wil ik heel graag de heer Oosterwijk, portefeuillehouder, de gelegenheid geven om op het rapport en het raadsvoorstel te reageren en daarna kunnen de commissieleden vragen stellen aan de wethouder. De heer Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja dank u wel voorzitter, dat doe ik natuurlijk graag hoewel ik er niet voor geoefend heb aan de voorkant, dus voor mij wordt het weer een soort bijzonderheid om in een constellatie als dit dan een mooi onderzoeksrapport even met elkaar te bespreken. Ik denk dat het college duidelijk is geweest ten aanzien van hoe zij aankijkt ten aanzien van het rapport wat is opgesteld en vanuit het college is de waardering, en die herhaal ik hier graag nog eens een keer even, uitgesproken voor het feit dat dit onderzoek is uitgevoerd en ook de manier waarop dat is gedaan. En de bespreking die vanavond heeft plaatsgevonden tussen de commissie en de rekenkamercommissie is wat mij betreft ook een hele zinvolle en vruchtbare.

Ik hecht er alleen slechts nog aan om vanuit het college graag te benadrukken dat zij graag in gesprek gaat met deze raad of met een toekomende raad over dit belangrijke onderwerp, want hier kan enerzijds niet genoeg over gesproken worden, het is een enorm actueel onderwerp, het is een enorm belangrijk onderwerp en het is ook een enorm dynamisch onderwerp. En het gaat elke inwoner van Ridderkerk op die manier ook aan. Daar waar het verzoek in het raadsvoorstel onder punt 2 is geformuleerd het college te verzoeken met de raad in gesprek te gaan, natuurlijk doet het college dat graag, het is wel van belang denk ik om dan ook met elkaar even goed na te denken onder welke vorm en onder welke vlag dat plaatsvindt. Dient het college daarvoor iets op te stellen of is datgene wat we met elkaar te bespreken hebben gewoon in het kader van open bespreking zonder een stukje nadrukkelijke voorbereiding? Dank u wel. De voorzitter: Zijn er commissieleden die een vraag willen stellen aan de portefeuillehouder? Ik zie geen handen, dan ga ik er vanuit dat er geen vragen gesteld worden, dank u wel wethouder Oosterwijk. Het is de afspraak dat de rapport van de rekenkamercommissie altijd ter debat naar de raad gaat voor minimaal tien minuten, voor welke behandeltijd kiest de commissie? Kan ik een voorstel van een commissielid krijgen? De heer Ros GroenLinks.

De heer Ros: Minuut of twee, drie dat we in ieder geval wel een goed statement kunnen maken want er staan wel wat aanbevelingen in. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ja ik zat even te kauwen op de opmerking van de wethouder over ten aanzien van punt 2, ik weet niet of het uw goedvinden heeft voorzitter dat ik nog even aan de griffier vraag wat zijn bedoeling hiervan is? Of dat het, want als we het een beetje open laten dan zeggen we van: ja we moeten in gesprek en dan weten we eigenlijk nog niet wat er gaat gebeuren, dus heeft dat misschien nog behoefte om dat punt 2 nog iets scherper te formuleren? De voorzitter: Natuurlijk mag u dat meneer Kooijman. Meneer Van Straalen? Pagina 10 van 36

De heer Van Straalen: Ik ben het met de wethouder eens dat je natuurlijk voordat je dat gesprek begint met elkaar moet over hebben van: ja hoe gaan we dat gesprek dan in? Alleen daar heb ik op dit moment nog geen voorstel voor. Want dat heb ik inderdaad ook net met de wethouder, ambtenaren van tevoren ook eens even goed over hebben van: welke vormen zijn er? En wat is het meest passend voor zowel college als, nee laat ik het zo zeggen: in welke vorm halen we er het meeste uit? En dat laat ik u dan vooraf uiteraard weten. De voorzitter: Ik zie een instemmend geknik van de heer Kooijman. De heer Ros had twee minuten aangegeven, is de rest van de commissie het daarmee eens? Dan komen we op… Wil iedereen spreektijd? Wat adviseert de griffie? Niet iedereen? Dertig minuten, zetten we hem op dertig minuten. Valt het mee hebben we in ieder geval de ruimte. Zetten we hem op dertig minuten. Dan wil ik de heer Démoed en Van der Valk die had ik net al bedankt, maar ik wil u ook even de gelegenheid geven om de zaal te verlaten, mevrouw Blankendaal u ook bedankt. 2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Dan heb ik geconstateerd dat de heer Van Keulen gearriveerd is, fijn dat u door de file heen bent kunnen komen. U spreekt namens de heer Van Plakken, er staat voor u een microfoon waar u staand achter plaats kan nemen, hij moet alleen nog wel even aangezet worden, er zit een aan-knopje. Direct achter de dop. En als u klaar bent zou u hem dan ook uit willen zetten? De heer Van Keulen: Ja daar ga ik aan denken. Ja, een inspraakreactie op het ontwerp bestemmingsplan Pruimendijk 164 – 170. U heeft vast de inspraakreactie of de zienswijze al gelezen en toch fijn om het hier nog even een klein beetje te kunnen toelichten. De familie Van Plakken, doet die het niet goed? Is het zo beter? De voorzitter: Heel veel beter dank u wel. De heer Van Keulen: Mooi. De familie Van Plakken heeft een woning, hij woont daarnaast, naast de projectlocatie. Ja, ik kan wel heel aardig gaan zeggen dat ze niet voor het plan zijn, maar ik denk dat ik hun meer recht aan doe dat zij gewoon radicaal tegen, faliekant tegen het plan zijn. En dat heeft er toch mee te maken dat zij verwachten dat er overlast gaat ontstaan en met name vanwege het feit dat een deel van het perceel dat er naast ligt, wat niet bebouwd wordt, ja openbaar gebied gaat worden.

Er komt een pad, er is ook een fietsparkeerplaats ingetekend, er komt een pad naar de oever en dat is een open plek, daar kun je gaan zitten, er zijn bankjes ingetekend. Ja, en daar wordt gewoon gevreesd voor overlast, dat is de ervaring van velen, ik hoor dat vaker in mijn praktijk ook. Op het moment dat je zo een plek realiseert, dan is de kans erg groot dat daar overlast ontstaat, dat er een hangplek ontstaat, dat daar jongeren komen en dat is de vrees van de familie Van Plakken en ik wil dat hier toch echt nog een keer benadrukken hoewel het natuurlijk al in de zienswijze stond. Het tweede punt; ja het gaat hier over bebouwing in de oever en wij zeggen daar eigenlijk van: in de resterende zichtvensters, in de Waalvisie die is vastgesteld daar staat in: om te voorkomen dat de Waal nog verder verstopt raakt en verder geprivatiseerd wordt moet er in geen geval gebouwd worden in de resterende zichtvensters op de Waal. Dat gebeurt hier naar de mening van de familie Plakken, Van Plakken wel. Er is een open plek, en natuurlijk stond er eerst een manege, maar dat is nog een stuk verder. Maar de bebouwing, die zal verdichten.

Er komen acht woningen en met alle bijgebouwen en schuttingen en weet ik het allemaal niet, dat is een verdichting van bebouwing oftewel ook een verdichting van de resterende zichtvensters van de Waal, volgens mij moeten we daar gewoon eerlijk in zijn dat we dat constateren. Een toename van bebouwing ten opzichte van wat er nu is, en als nou net in die Waalvisie is bepaald, dat is toch ruimtelijk beleid, zou ik denken. Om dat nou juist te voorkomen en het gebeurt hier, ja dan volgen wij dat niet goed meer. Het derde punt, en dat is voor juristen het meest interessante punt, dat is die groene buffer. Pagina 11 van 36

Nieuwe bestemmingsplannen moeten getoetst worden ook aan de provinciale verordening, provinciale verordening dat zijn juridisch bindende regels, dat zult u allemaal weten. En het gaat hier om een groene buffer, nou ruimtelijke ontwikkelingen binnen een groene buffer, ja dat is bij hoge uitzondering mogelijk. En op het moment dat je te maken hebt met transformatie, laat ik eerst dit nog zeggen: er zijn drie vormen van ruimtelijke ontwikkeling; inpassen, aanpassen en transformeren. Die drie vormen hebben we, die formuleert de provincie. Naar onze mening is hier sprake van transformeren, ik heb nog via de griffie een kaartje laten bezorgen, dat is allemaal aangekomen geloof ik of niet? Ja. Nou heel fijn. En daar staat precies aangegeven wat nou precies onder inpassen, aanpassen en transformeren moet worden verstaan. Nou ik kan er uitgebreid op ingaan maar dat doe ik even niet. De voorzitter: Meneer Van Keulen, mag ik heel even inbreken, u heeft vijf minuten en er zijn vier minuten inmiddels gepasseerd. De heer Van Keulen: Oh ja dan heb ik nog één minuut geloof ik. De voorzitter: Ja dat klopt. De heer Van Keulen: Precies, maar dat gaat lukken, dat gaat lukken.

Die transformatie, dat transformeren, als je dat plaatje bekijkt dan zie je een situatie van voor transformatie en na transformatie, nou of het nou toeval is of niet, ik weet het niet, maar daar wordt een woonwijk gerealiseerd in dat nieuwe plaatje en daar staan, die toeval, dat toeval, daarmee bedoel ik dat het hier ook om acht woningen gaat in dat plaatje. Maar hoe dan ook, ja wij zijn toch echt van overtuigd dat hier sprake is van transformatie, naja en dan artikel 6:9 en ik ga er niet al te inhoudelijk meer op in omdat ik geen tijd meer heb, maar ja dan is nieuwbouw toch echt alleen maar mogelijk in geval van een bovenlokale infrastructuur of in geval van een bijzonder project op het gebied van natuur of een geval als bedoelt in het programma ruimte, als die daarin is uitgezonden. Dus een provinciaal plan, provinciaal belang, een plan met een provinciaal belang of een plan met een zwaarwegend algemeen belang. Naja naar onze mening past dit plan niet binnen artikel 6:9. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er commissieleden die vragen willen stellen? Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u voorzitter. Dank u voor de inspreek, ook dank voor het toezenden van het kaartje want het maakt hetgeen net vertelde stuk een stuk duidelijker. Ik heb een vraag aan u, want u heeft het over dat transformeren, aanpassen, inpassen.

Waarom zoomt u in het bijzonder in op het transformeren in dit geval? Kunt u daar een toelichting op geven? De heer Van Keulen: Nou, er moet een kwalificatie plaatsvinden van wat is het nou? Inpassen, aanpassen of transformeren, en artikel 6:9 geeft aan van: in welke gevallen kun je nieuwe ontwikkelingen realiseren? En op het moment dat je hier te maken hebt met die groene buffer, dan geldt een bepaald beschermingsregime. Nou artikel 6:9 van die provinciale verordening die geeft aan: in het geval van een beschermingscategorie 2, daar is hier sprake van. Nou in dat geval zijn bepaalde ontwikkelingen wel en niet mogelijk. Nou op het moment dat je hier te maken hebt met transformeren, het realiseren van een woonwijk, nou acht woningen, dat is een woonwijk, in een oever, ja dan heb je het echt over transformeren, dat is niet meer inpassen of aanpassen. Dat is echt fundamenteel anders dan een groene buffer hebben, dan een oever, ja ook een manege. Dit is volgens mij vrij duidelijk dat het transformeren is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? Pagina 12 van 36

Mevrouw Van Nes-de Man: Nou nee eigenlijk niet helemaal. Want wie geeft nou aan dat je moet classificeren? Wie geeft aan dat je moet kiezen? Tussen inpassen, aanpassen of transformeren, waar komt dat vandaan? De voorzitter: Meneer Van Keulen. De heer Van Keulen: Nou, kijk je moet een beoordeling maken van: wat gebeurt er nou? Wat is het plan? Je moet dat kwalificeren, je gaat kijken van past dat binnen de provinciale verordening? En met wat voor plan hebben we dan te maken? Op het moment dat je te maken hebt met aanpassen, dan blijft de gebiedsidentiteit ongeveer hetzelfde, nou inpassen dan wordt wel wat meer gewijzigd, nou transformeren ja dan heb je het over helemaal een behoorlijke wijziging. En als je het dan over een behoorlijke wijziging hebt, ja dan moet je je afvragen: past dat nog binnen die groene buffer? Een gebied met beschermingscategorie 2. Nou ja, naar onze mening niet. De voorzitter: Dank u wel meneer Van Keulen. Meneer Mijnders, CDA Ridderkerk. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Een korte vraag aan de heer Van Keulen, er zijn afgelopen jaren meerdere woningen gebouwd langs de Pruimerdijk, heeft u daar toevallig ook naar gekeken wat daar dan de inpassing was? Was het dan transformeren of was het iets anders? Weet u dat toevallig? De voorzitter: Meneer Van Keulen. De heer Van Keulen: Dat weet ik eerlijk gezegd niet.

Kijk, ik heb met name ingezoomd op deze situatie en hier zien we dat het een groene buffer is, en hier zien we, kijk als het gaat over lintbebouwing, dan zijn dat misschien vaak, is dat één woning en vaak in de plaats van nog wat agrarische woning of bedrijfsbebouwing die wellicht gesloopt is. Maar ik ken niet alle gevallen van nieuwbouw en ik kan me eigenlijk ook niet zo goed voorstellen of echt een soortgelijk plan wat er nu wordt gerealiseerd al eerder is gerealiseerd hier. De voorzitter: Dank u wel, meneer Ros GroenLinks ik zag uw hand net ook. De heer Ros: Dank u wel voorzitter. Eén vraag aan de inspreker, wanneer zou uw cliënt wel tevreden zijn? Wat zou er moeten veranderen in het plan of zou het helemaal van tafel moeten of moet het helemaal groen of wat dan ook? Stel, de gemeenteraad stelt dit vast, overweegt u, samen met uw cliënt dan, om dat juridisch nog aan te vechten? De voorzitter: Dank u wel. Meneer van Keulen. De heer Van Keulen: Ja, wanneer tevreden? Ja, als het blijft zoals het is, dat is één optie. In de tweede plaats, ja als zij maximale zeggenschap hebben over het gebied wat naast hun ligt en dat ze dat zelf zouden mogen gebruiken of mogen bepalen van wat daar gebeurd. Kijk, als het openbaar gebied wordt, ja dan heb je het niet meer in de hand. En dan kunnen we zeggen: ja met overlast handhaven, ja we weten hoe dat gaat, dat is meestal best wel lastig.

Dus ja, eigenlijk dat er niks veranderd dus, daar komt het op neer. Ja de tweede vraag, ja, het antwoord is ja dat wordt wel overwogen ja zeker. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Piena, VVD Ridderkerk. De heer Piena: Dank u wel voorzitter. Is de enige en grootste angst om dit tegen te gaan van uw cliënt dat er overlast zal ontstaan door hangjongeren of zijn er andere bezwaren waar uw cliënt tegen in het verweer komt? Pagina 13 van 36

De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Keulen. De heer Van Keulen: Dat is wel het belangrijkste argument ja. Dus de dingen, kijk op het moment dat het een openbaar gebied wordt, ja dat betekent dat iedereen daar toegang kan krijgen of toegang heeft en dan weet je niet wat er gebeurt. Dus dat is wel het allerbelangrijkste argument, ja. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rijsdijk PvdA. De heer Rijsdijk: Ja dank u wel voorzitter. Bedankt voor de inspreekbijdrage namens uw cliënt. Nog even terugkomend op het transformeren, u geeft daar een bepaalde uitleg aan, de gemeente heeft gereageerd op de zienswijze, daar ook een uitleg aan gegeven. In hoeverre is dit nu een interpretatiekwestie of zegt u: ik heb ook wel echt vanuit mijn praktijk voorbeelden dat als een ontwikkeling als deze zeg maar plaatsvindt dat het ook echt wel door rechtsspraak of deskundige als transformeren wordt gezien, kunt u dat nog iets meer duiden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Keulen. De heer Van Keulen: Kijk, situaties zijn altijd verschillend en ik heb daar wel mee te maken gehad maar vaak in binnenstedelijke gebieden, dan heb je vaak te maken met inpassen en soms wel eens van aanpassen maar dan heb je het over binnenstedelijke gebieden en ja vaak nieuwe woningbouwlocaties, inbreidingslocaties, dan past dat allemaal wel.

Maar op het moment dat je hier te maken hebt met een groene buffer, let wel groen, groene buffer, en dat staat in de provinciale verordening en dat heeft dat beschermingsregime, die beschermingscategorie en je gaat daar wat anders van maken namelijk een woonwijk. Ja, als dat geen transformeren is, wat is dan wel transformeren? Dus voor ons is dat heel evident. De voorzitter: Dank u wel. Is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? De heer Ouwens, Leefbaar Ridderkerk. De heer Ouwens: Even voor de duidelijkheid dat ik het goed begrijp. Meneer Piena die stelde net een vraag over met name de hangplek, ook de overlast dat u daar bang voor bent. Dus stel we zeggen; we gooien er nog drie woningen extra bij, wordt geen openbaar gebied maar het worden elf woningen, dan bent u tevreden? De heer Van Keulen: Nou dat is wat anders, want dan wordt het plan weer anders. Kijk, ja dan komen de woningen weer best wel weer dichtbij, daar ga ik ook geen uitspraken over doen, want het gevolg daarvan kan nogmaals zijn; ja, als het plan veranderd, en daar komen ook woningen, dan komt het ook dichtbij de familie Van Plakken en zij zijn daar gaan wonen voor hun vrijheid, voor de rust. En dat hebben ze, en dat willen ze houden. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Ouwens is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? De heer Ouwens: Ja. De voorzitter: De heer Piena, VVD Ridderkerk.

De heer Piena: Ja dank u wel voorzitter. Ik wil toch wel een beetje helder krijgen, stel dat het openbaar gebied er niet komt en geen nieuwe woningen, is uw cliënt dan wel tevreden? De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van Keulen. Pagina 14 van 36

De heer Van Keulen: Ja, dat is een goede vraag. Ik denk dat we dan een end zijn ja. Maar de vraag is van: wie gaat het dan beheren? Hoe zou dat gaan? Maar ik wil, kijk als de cliënt hierbij zou zijn dan zou dat fijn zijn, maar ik wil daar wel een beetje voorzichtig in zijn. Maar nogmaals, kijk de gedachte is van: waarom dit plan daar? En met name als het gaat over dat openbaar gebied, ja wat we nu zien gebeuren is dat het openbaar wordt en met alle gevolgen van dien. Zo wordt er naar gekeken en ik snap dat ook heel goed. Op het moment dat daar een plek ontstaat waar jongeren kunnen gaan zitten en misschien nog in de zomer ook bootjes kunnen aanleggen, dan kan je wel overlast verwachten. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog commissieleden die een vraag willen stellen aan meneer van Keulen? Ik zie geen handen. Meneer Van Keulen mag ik u van harte bedanken dat u onlangs de file toch later hier aangeschoven bent, dank u wel. Dan wil ik nu heel graag agendapunt 4 behandelen. Onze technische commissie kijkt even of de installatie in orde is, die is akkoord bevonden. Wil ik nu heel graag overgaan naar agendapunt 4: Bestemmingsplan Pruimendijk 164 – 170. 4.

Vaststelling bestemmingsplan Pruimendijk 164 – 170 De voorzitter: Het staat nu als inzet ter vaststelling, is de commissie daarmee akkoord? De heer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Ja, ik denk dat toch een uitgebreide stemverklaring gaat worden want ik heb wel mijn mening over dit plan. De voorzitter: Dan wordt het ter debat, dus dat betekent dat er nu alleen nog maar technisch inhoudelijke vragen gesteld kunnen worden. Dan wil ik graag als eerste de portefeuillehouder meneer Oosterwijk het woord geven en die wordt bijgestaan door de heer Verhoeven. De heer Oosterwijk: Ja dank u wel voorzitter. Er is vanavond al het een en ander over dit plan gewisseld op de voorgaande manier. Ieder die de stukken gelezen heeft die heeft kunnen lezen dat dit plan al een tijdje in gesprek en in procedure is. De eerste contouren, zou je kunnen zeggen, die hebben zich reeds in 2016 afgespeeld, in 2018 is door het college positief ingestemd op het principeplan en vervolgens is dat doorontwikkeld tot het plan wat nu voorligt. De karakteristiek van het plan is, en dat is nadrukkelijk ook de inzet geweest van het college, om op die plek waar nu een manege is met bijbehorende gebouwen, ook een groter gebouw waar ook wel eens een asbestsaneringsverplichting op zit, te bezien of daar een goede combinatie kan worden gerealiseerd tussen enerzijds wonen in een, je zou kunnen zeggen, beperkte vorm.

Ook minder dan in eerste instantie ervoor werd aangevraagd mogelijk te maken. Tegelijkertijd ook om, je zou kunnen zeggen, de gebiedskwaliteit te bevorderen. En om die gebiedskwaliteit te bevorderen hebben we geprobeerd te organiseren langs de lijn van het verkrijgen van een deel van het gebied en ook met de initiatiefnemer tot overeenstemming te komen dat het gebied wordt ingericht. Dat is de basis van dit plan en u had kunnen lezen, en daar kan ik het denk ik voor de rest voor dit moment bij laten, dat we in de voorgaande tijd en procedure natuurlijk goed notie hebben genomen van een aantal zienswijzen en opmerkingen die zijn ingediend en u heeft kunnen zien dat dat ook geleid heeft tot een gedeeltelijke aanpassing van het plan. Bijvoorbeeld: als het creëren van een buffer tussen, ik noem dat maar even het recreatieve gebied, en de eerste aanpalende bewoning in de vorm van een grasweide die daar niet openbaar toegankelijk is. Maar ook het weghalen uit het plan van een invaart, wat ook tot, je zou kunnen zeggen, tot vermindering van een kans op overlast leidt. En ten derde ook het nader concretiseren van een bouwvlak zodat de overliggende, de bewoners aan de overkant van de projectlocatie ook wat meer zekerheid hebben dat zij een bepaalde vorm van uitzicht behouden of extra verkrijgen ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Pagina 15 van 36

Dus daarmee is wat mij betreft ook aan de orde dat we echt even willen bezien hoe we dit plan nog wat zouden kunnen aanpassen op het gene wat eerst voorlag. Dank u wel. De voorzitter: Dan wil ik nu het woord geven aan de commissie, daar zijn commissieleden die vragen willen stellen? Alleen de heer Mijnders. Nu ga ik even vragen hoeveel vragen u heeft meneer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Drie of vier, ga maar even uit van vier. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Van Nes-de Man: Ik heb er tien. De voorzitter: Leefbaar geen vragen? Eentje. Meneer Kardol hoeveel vragen heeft u? Eén. 18PLUS? Geen vragen, één. VVD? GroenLinks? En ik zie naar CDA twee. Dan wil ik Leefbaar Ridderkerk als eerste het woord geven om de vraag te stellen, meneer Ouwens. De heer Ouwens: Dank u voorzitter. Eén vraagje eigenlijk over de betaalbaarheid, het zijn echt super mooie percelen, 1400 zoveel vierkante meter maximaal zagen we staan, er wordt eigenlijk gevraagd, ook in het stuk, van we zoeken een plan voor 350.000 euro plus, ik vroeg mij eigenlijk af wat gaat er zo meteen met de grondprijzen gebeuren, zit daar een afslag op of hanteren we daar de prijzen die we overal in Ridderkerk hanteren? Dat is even de vraag. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Oosterwijk kan ik u het woord geven? De heer Mijnders mag de heer Oosterwijk eerst de vraag beantwoorden. Meneer Oosterwijk.

De heer Oosterwijk: Ja voorzitter, het is denk ik duidelijk dat dit een ontwikkellocatie is die nou niet gekenmerkt wordt door starterskarakteristiek, dat is denk ik een open deur als ik dat zo op die manier aangeef. We hebben met elkaar vooral, we zien dat het interessant zou kunnen zijn om een passend programma op die plek, je zou kunnen zeggen buiten de kernen, te realiseren, wat zich dan ook vertaald in een wat meer ruimtelijk opgezet plan zoals het nu ook zeg maar voorligt. Dat betekent ook grotere kavels, grotere woningen et cetera. En dat is ook wel nodig, want er zijn twee of misschien wel drie componenten zeg maar die eraan te relateren zijn, aan de ene kant is het natuurlijk geen maagdelijke locatie, het is een locatie waar nu ook panden opstaan die weggehaald moeten worden, waar ook nog een asbestsaneringsverplichting op zit. En b, en dat is denk ik een tweede overeen, we hebben met elkaar ook wel bezien hoe wij die toe te voegen ruimtelijke kwaliteit kunnen organiseren naast de bouwlocatie, wat natuurlijk ook wel zijn weerslag weer heeft op het programma wat er naast zal gebouwd gaan worden. Ook maar even op uw vraag terugkomend, het is natuurlijk geen gemeentelijke locatie, dus hoe zit dat precies vertaald in grondprijzen? Dat zit natuurlijk in, je zou kunnen zeggen, de businesscase opgesloten, maar dat is niet aan de gemeente primair. De voorzitter: Dank u wel.

Ik zie zowel de heer Mijnders had net al zijn hand opgestoken, heeft u nog steeds een aanvullende vraag? Nee, dan wil ik nu graag even mevrouw Van Nes-de Man Burger op 1, de overige vragen mag u zo meteen stellen, alleen nu de aanvullende, opstapelende vraag. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja soms denk ik wel eens: stapelend is makkelijker, want dan hoef je niet te gaan herhalen van, daarom is stapelend volgens mij uitgevonden. Ik hoor de wethouder net iets zeggen over, als ik het goed begreep, met de inrichting van de vrije ruimte, van de openbare ruimte, wie gaat dat betalen? Wie Pagina 16 van 36

gaat er over de aanschaf van de grond? En inderdaad, wie gaat dat betalen? Wordt het een gemeenteproject? Ik mag aannemen dat je dat niet op de eigen projectontwikkelaar schuift? De voorzitter: Wethouder Oosterwijk mag ik u het woord geven? De heer Oosterwijk: Ja voorzitter, het is eigenlijk een heldere vraag, dat vooropgesteld, maar die kan ik ook helder beantwoorden: we zijn tot overeenstemming gekomen dat het gebied wat zeg maar openbaar toegankelijk gaat worden en ingericht gaat worden, je zou kunnen zeggen om niet richting de gemeente gaat en dat de inrichting van dat gebied ook door de initiatiefnemer van de naast gelegen projectlocatie zal worden betaald, dus dan betekent dat simpelweg dat de gemeente daar in financiële zin geen kosten op hoeft te maken in beginsel. De voorzitter: Dank u wel. Kunt u uw vraag bewaren voor uw eigen ronde? Wilt u hem nu gelijk stellen? Mevrouw Van Nes-de Man: Dit is echt even een vervolgvraag. De voorzitter: Dan stelt u hem gelijk even. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, graag. Want dan wordt die dus om niet aan de gemeente geschonken, gemeentegrond, het wordt door de projectontwikkelaar ingericht, dan gaat de gemeente het onderhouden denk ik? En dan is natuurlijk ook wel de vraag, die hier ook heel veel mee te maken heeft, hoe groot is dat gebied eigenlijk? Tekeningentje is leuk, maar. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Oosterwijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/774/documents/30153