2021-06-17-verslag-commissie-samen-wonen.pdf
Tekst van het document
Pagina 15 van 29
De voorzitter: Kijk, mijnheer Breeman, het een en ander gaat dus meegenomen worden. Dus met uw welnemen ga ik graag door naar mevrouw Weijers van Burger op 1. Mevrouw Weijers: Dank u wel, voorzitter. Ook Burger op 1 wil toch echt uitspreken dat we het een heel mooi plan vinden en dat we het heel prachtig visueel vormgegeven hebben. Heel duidelijk wat zo de ideeën zijn. Dus daarvoor onze complimenten aan de opstellers. Wij hebben er in gezien dat de bedrijven die niet met hun (niet hoorbaar) aan de rivier, dat het plan die daar weg zou willen hebben, dat vinden wij een goed idee en wij vroegen ons af of er al een idee is hoe dat dan vormgegeven moet gaan worden. Er wordt ook al bedrijvigheid weer opnieuw ontwikkeld, panden die leeg komen te staan. Wordt daar al op ingegrepen? Wordt dat nu al gestuurd dat dat meer groen gaat worden of woning gaat worden en dat daar dan niet een schoenendoosvormig magazijn gaat komen? Nou ja, wij hadden ook wel, inderdaad, de opmerking , hoe combineer je recreatie en wonen? Daar hebben we meer vragen over gesteld en ik vind de antwoorden fijn maar ik wil wel meegeven dat het ook voor ons een zorgpunt is. Ik dacht zo, als het fietspad eindigt, voorlopig, in Rotterdam, op een leuk terrasje, dan is dat vooralsnog ook een leuk punt.
Dan hebben wij nog een vraag over, want de zienswijze, u zegt daarnet dat die ingediend kan worden in de periode augustus tot half september. Burger op 1 houdt erg van burgerparticipatie en de zomervakantie valt in onze regio voor de scholen van 17 juli tot 29 augustus. Dus dat er na de zomervakantie nog, als ik het zo inschat, twee weken tijd is voor de zienswijze en ik vraag me af waarom het dan iedere keer weer lukt om zo’n periode dan in de zomervakantie te plannen en of het niet mogelijk is om dat toch echt buiten een zomervakantie om te doen. Ja, dat was het voor nu even, voorzitter, dank u. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Weijers. Ik heb eigenlijk één opmerking gehoord waarop de wethouder zou kunnen reageren, of er al rekening gaat houden met de ontwikkelingen die huidig zijn, of er met deze visie rekening gehouden gaat worden. Dat lijkt mij voor de wethouder. Uw laatste vraag lijkt mij ook voor de wethouder, de participatie in de zomervakantie. Mijnheer Oosterwijk, kunt u hierop reageren? De heer Oosterwijk: Ja, beste voorzitter, dat doe ik met heel veel plezier. Als het gaat om de eerste vraag van mevrouw Weijers, hoe kan je, zeg maar, op het moment dat de gebiedsvisie nog niet is vastgesteld, toch al sturen op bepaalde ontwikkelingen die zich aandienen? We hebben ons natuurlijk wel te realiseren dat hier nu ...
Dat de volgordelijkheid der dingen natuurlijk wel erg van belang is, laat ik het zo zeggen. De gebiedsvisie is nu nog in procedure, die gaat op een later moment in het jaar worden vastgesteld en tegelijkertijd is er ook gewoon nog de realiteit van bestemmingsplannen die zaken op dit moment mogelijk maakt. De keerzijde van een bestemmingsplan wat viseert en misschien niet helemaal samenhangt nog met het beoogde doel zoals in de gebiedsvisie naar voren komt, is dat partijen daar natuurlijk wel gebruik van kunnen maken op dit moment. Het is echt niet zo, soms is dat jammer genoeg, dat je met een druk op de knop je tijd van het vigerend bestemmingsplan ineens even buiten werking kunt stellen. Dat zijn ook weer vaak langere projecten, langere trajecten waar je als in een bepaald pand of op een bepaalde plek iemand iets doet wat binnen de kaders van het bestemmingsplan past, dat gewoon niet tegen kunt houden. Dat hebben we met elkaar ook heel concreet gezien in de achterliggende periode, en daar doelt u denk ik ook op, met betrekking tot de situatie rondom (niet hoorbaar). Dat is één. Twee, als het gaat om de periode van de vakantie, we hebben ervoor gekozen om, dat hangt ook samen met het traject wat op dit moment voorligt, om de momenten van ter inzage leggen te kiezen zoals dat ook in de RIB is verwoord.
Dat is deels in de zomervakantie en dat valt er ook voor een groter gedeelte ook nog zelfs buiten. Dat is niet helemaal precies wat je met elkaar misschien ultiem zou wensen, tegelijkertijd moeten we ook wel vaststellen dat dit een proces is waar al op een heel lange termijn mensen bij betrokken zijn en het ook niet ineens als blauwe lijn naar beneden komt vallen. Dus ja, daarmee is het op dit moment en op dit wat het is en hebben we ook wel de overtuiging dat de mensen echt wel in deze periode Pagina 16 van 29
meer dan gevoeglijk gebruik willen maken van het momentum van reageren 9 augustus tot en met 19 september. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oosterwijk. Mevrouw Meijers, ik denk dat uw vragen hier voldoende mee zijn beantwoord. Dan ga ik heel graag over naar de heer Los, Echt voor Ridderkerk. De heer Los: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een mooi plan, wonen en recreëren bij elkaar, dat past wel mooi. Maar ik zie ook werken aan watergebonden werk en dat zou best wel eens tot conflictsituaties kunnen leiden, dat is in het verleden ook al gebeurd, veel geluid door industrie die daar zit. Is dat te combineren? Dat is vraag één. Vraag twee is, ik heb gezien dat maatwerk mogelijk is bij het verplaatsen van industrie. Want u zegt, de provincie stelt hele hoge eisen en je mag zomaar de watergebonden (niet hoorbaar) niet weghalen, maatwerk is mogelijk. Dat heb ik namelijk in Rotterdam ook gezien. Rotterdam heeft zijn rivieroevers bebouwd met bewoning waar vroeger industrie zat. Dus ik vraag mij af, is dat toch wel de moeite waard om die mogelijkheid eens diepgaand te onderzoeken en te realiseren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Los. Ik denk dat ik mijnheer Römhild het woord kan geven om deze vraag te beantwoorden.
De heer Oosterwijk: Voorzitter, met uw welnemen zal ik die even vanuit mijn rol pakken en wellicht kan de heer Römhild dan vervolgens nog aanvullen of daar nog wat zaken over aangeven. Kijk, ik denk dat het duidelijk is aan de voorkant dat wij met deze gebiedsvisie natuurlijk niet beogen om partijen die ergens hun bedrijf op dit moment hebben, te dwingen of te dringen die plek te verlaten. Als ik heel concreet ben, Schiepo locatie, als daar Schiepo tot in bepaalde lengte van dagen haar bedrijvigheid wenst te continueren, dan is dat zo en dan trekken we er helemaal geen verdrietig gezicht bij. We hebben op die plek ook geformuleerd en geconstateerd dat er wel een samenhang zit tussen het continueren van de bedrijvigheid van Schiepo en het kunnen ontwikkelen van naastgelegen terreinen, dan heb ik het meer specifiek over het (niet hoorbaar) terrein van Huys ten Donck. Daar kan je niet zomaar ineens een deel woningbouw realiseren want daar zit inderdaad een Schiepo naast met de milieucontouren van geluid, enzovoort enzovoorts. Dat is één plek. De andere plek waar het wellicht op van toepassing zou kunnen zijn, is de locatie van Bogenda, dus dat is bij de schans.
Als daar uiteindelijk verkleuring plaatsvindt van werken naar wonen, en die mogelijkheid wordt voorgesteld te bieden in deze gebiedsvisie, dan zou dat op enig moment wel op gespannen voet kunnen staan met de milieurechten, noem ik dat maar eventjes, omliggende bedrijvigheid in het naastgelegen terrein enerzijds, maar bijvoorbeeld ook in het overliggend aan de Noord gelegen terrein van de scheepsbouw. Daar zal je natuurlijk aan de voorkant met elkaar heel goed over na moet denken van wat kan nou wel en wat kan nou niet. In algemene zin zou je daarvan kunnen zeggen dat milieucontouren daarbij de ultieme toetssteen zijn. Wat overigens niet wegneemt dat je op een moment natuurlijk wel hinder zou kunnen ervaren A richting B en B richting A. Als het gaat om het verplaatsen van het een en ander, ik neem er even een klein beetje vrijheid om er even een opmerking over te maken, zijn we op dit moment ook bezig, in samenspraak met de metropoolregio Rotterdam Den Haag en de provincie Zuid-Holland, om een compensatie plan op te stellen waarbij we simpelweg moeten onderbouwen hoe je vierkante meters bedrijventerrein wat op enig moment zou kunnen komen te vervallen, compenseert. Dan heb je het niet alleen over reguliere bedrijvigheid, dan heb je het ook met name over watergebonden bedrijvigheid.
De komende tijd zal door ook wel wat meer duidelijkheid over worden, maar we hebben er alleszins het idee bij dat we in dit proces van samen spreken met provincie en metropoolregio er op een goede manier uit kunnen komen en dat er misschien wel iets te compenseren valt te gaan zijn wat niet zo een, twee, drie zou kunnen lukken. Daar moeten we dan een mooie oplossing bedenken die misschien wel gevonden gaat worden over de gemeentegrens heen bij een andere
Pagina 17 van 29
gemeente die juist weer een bepaald deel van de bedrijvigheid terrein overheeft. Dat is iets ook voor de komende maanden en het mooie is dat we die sporen van MER, gebiedsvisie en compensatieplan op dit moment, eigenlijk zou je kunnen zeggen, hand in hand op opgaan. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Los, is uw vraag voldoende beantwoord? De heer Los: Ja, hoor, voorzitter, prima beantwoord, dank u wel. De voorzitter: Oh, ik wou zeggen, graag gedaan, maar ik heb er niks aan gedaan. De heer Rottier, SGP Ridderkerk. Kan ik u het woord geven? De heer Rottier: Dank u wel, voorzitter. Ook de SGP wil zich aansluiten bij de vorige sprekers dat het een prachtig plan is dus ik ga dat niet uitvoeriger zeggen maar dat ziet er geweldig mooi uit. Ik heb twee vragen. De ene vraag die sluit aan bij waar mevrouw De Wolff naar vroeg, de overlast en de drukte richting wijken. Daar heb ik een antwoord op gehoord voor de fiets maar eigenlijk nog niet voor de auto. Het valt mij ook op, er zijn kansen aangegeven voor OV en voor fiets en dat is prachtig, maar ik denk dat, als je meer bouwt, dat de realiteit zal zijn dat er ook meer auto’s komen. Is dat ook meegenomen en wat zijn daar de inzichten voor? Mijn tweede vraag is, een ander iets wat opvalt is, er zijn allerlei prachtige plekken langs die rivier, maar ik zie eigenlijk vrij weinig aandacht voor de Redderhaven.
Dat is, als je daar komt heb ik zelf altijd het idee dat je het daar ook mooier zou kunnen maken dan het nu is. Is daar ook naar gekeken? Het valt mij eigenlijk op dat dat in geen enkel plan echt nadrukkelijk naar voren komt in de verschillende onderdelen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Römhild, kan ik u het woord geven hierover? De heer Römhild: Ja graag. Bedankt voor de heldere vragen. Wat betreft de automobiliteit, dat is natuurlijk wel meegenomen ook in de milieueffectrapportage waar we naar hebben gekeken. De ene locatie is dan de andere niet, we zien bijvoorbeeld kansen op plekken die heel goed zijn aangesloten op het snelwegennet zonder dat je vervolgens door de wijk moet cruisen en wij zien ook een nadrukkelijke opgave om langs de, en ook een kans, om bij nieuwe ontwikkelingen juist ook op duurzame mobiliteitsconcepten zoals deelauto enzovoorts in te zetten en natuurlijk ook het versterken van het openbaar vervoer netwerk zoals tweede Waterbushalte die wij ambiëren. De tweede vraag over de Ridderhaven. Kijk, wij vinden het juist een grote kwaliteit, de verscheidenheid aan heel veel havens, er komen straks nog een paar plaatjes over. De Ridderhaven vinden wij eigenlijk ook heel mooi passen in dat beeld, het heeft een heel belangrijk transferiumfunctie en daarnaast ook meerdere jachthavenverenigingen.
Dat is in heel goed gebruik en dat grenst ook aan een ecologisch gebied waar je op dit moment eigenlijk met rubberen laarzen moet komen. Dat vinden wij ook iets wat wij heel graag zo willen houden, zoals ik straks ook nog in toelichting van Raamwerk Oeverpark zeg, zien wij met name recreatief hart in de Donckse Velden en een ecologische hart in De Gorzen en de Crezéepolder. Dat wil zeggen, we zijn eigenlijk heel blij met hoe het er nu bijligt en dat betekent, en wij geven daar ook zittende bedrijven, zowel transferium als jachthaven, ruimte om te blijven investeren in hun plek. Maar we zien geen verkleuring op die plek. De voorzitter: Dank u wel. Zijn uw vragen en opmerkingen daarmee voldoende aan de orde geweest? Mijnheer Rottier? De heer Rottier: Voor dit moment voldoende, voorzitter. Dank u wel.
Pagina 18 van 29
De voorzitter: Kijk, helemaal fijn, dank u wel. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Soffree, PvdA Ridderkerk. De heer Soffree: Dank u wel, voorzitter. Ja, de meeste vragen zijn al gesteld. Ik vond de opmerking van de heer Los, sluit ik me graag bij aan om daar goed de hand op te houden over de bedrijven en het autoverkeer heen en weer. Er werd gezegd van ja, we maken een prachtige fiets- en wandelroute en die stopt bij Rotterdam. Wij dagen Rotterdam uit om daarop aan te sluiten met een mooie voortzetting. Ik zie de gemeente Rotterdam nog niet direct de mouwen opstropen om dat te doen. In dat geval zou ik zeggen, dat is dan een argument meer om een waterbushalte in Bolnes te realiseren. Ja, en dan kom ik bij het Partij van de Arbeid punt, sociale woningbouw. Wij pleiten daar elke keer voor en heel vaak horen wij het verhaal van, ja, dat is hier niet mogelijk omdat het teveel kost. Ik wil toch vragen om te onderzoeken of sociale woningbouw, als we daar toch gaan bouwen aan de rivieroevers, om te kijken of die sociale woningbouw daar wel mogelijk is. Is daar voldoende kans op? Dat is het, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Soffree, dank u wel. Mijnheer Römhild, wilt u hier nog kort op reageren want in feite zijn het aanbevelingen en zaken die u mee zou kunnen nemen in uw verder onderzoek.
Wilt u toch nog kort wat zeggen of zegt u van, ik neem hem mee? Mijnheer Oosterwijk, u mag het ook zeggen. De heer Oosterwijk: Dat is fijn, voorzitter, dank u wel. even de volgende reatie (niet hoorbaar) er wordt niks uitgesloten op voorhand als het gaat om de programmering van woningbouw, net zo min als deze gebiedsvisie ook nog heel weinig zo niet niets zegt over stedenbouwkundige aspecten. Dat is niet op zich de karakteristiek van deze gebiedsvisie. Dat is iets wat dan op een andere tafel uitgebreid wordt bijvoorbeeld in het kader van de woonvisie, dan wel op een moment dat een initiatief zich aandient, langs die lat wordt gelegd. Dus ik wil vooral het beeld wegnemen dat bepaalde programmeringen, laat ik het maar zo formuleren, op voorhand wordt uitgesloten. Geenszins. De voorzitter: Ik denk dat het niet helderder kan zijn, dan dat u het net verwoord heeft. Dan ga ik graag over naar de heer Piena van VVD Ridderkerk. Mijnheer Piena, ga uw gang. De heer Piena: Ja, dank u wel, voorzitter. We maken ons een beetje zorgen, dat willen we toch wel graag meegeven, als VVD zijnde, de heer Rottier heeft het ook gezegd, de ontsluiting voor de auto’s. Daar komen er meer van en meer wordt de fiets erg benadrukt. Maar wat me nog meer zorgen baart, is het openbaar vervoer.
We zien de dienstregelingen uitgekleed worden, de waterbushaltes die we nu hebben en de waterbusregelingen die leiden verlies. Er wordt wel nadrukkelijk hier op ingezet en ik zou toch, als VVD zijnde, graag mee willen geven om in ogenschouw te nemen dat het wel mogelijk moet zijn en niet daar alles op in te zetten. Want dat brengt toch wel een gevaar met zich mee. Dat was wat wij als VVD kwijt wilden, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat zijn op- en aanmerkingen die meegenomen worden. Ik zag niet direct een vraag erin behalve zorgen dus dat we daar nog eventjes naar willen kijken. Is er nog een ander commissielid die wat toe wil voegen of wil nuanceren? Nee. Dan wil ik u vragen om de presentatie voort te zetten. De heer Römhild: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb ook uit de vragen begrepen dat de stukken goed zijn gelezen, ook verderop in het document en ik stel dan ook voor om wat sneller door de presentatie … Dat ik wat sneller door de presentatie heenga. Het staat u natuurlijk vrij om daar nog vragen over te stellen als iets niet duidelijk is. Dit hoofdstuk gaat over het groene raamwerk oeverpark rivieroevers en hoe we dat willen maken. In principe, u heeft het al benoemd, twee grote groengebieden die het hart gaan vormen. In het hart, Pagina 19 van 29
in het centrum de Donckse Velden met een buitendijks gedeelte buiten het plangebied en ook heel belangrijk voor de beleving, de binnendijkse Donckse Velden. En in het zuiden De Gorzen en de Crezéepolder. Ook zowel binnen als buiten het plangebied, twee complementaire groene magneten en een verbindend stelsel van groene verbindingen. In eerste instantie de dijk als ruggengraat en hoofdas en daarnaast de diverse oevers die deels al groene kwaliteit hebben en elders waar we die eigenlijk willen versterken. Daar hebben we een aantal pijlers in gedefinieerd hoe we die tot leven willen kweken. Cultuurhistorie als schatkaart. Gaan heel nadrukkelijk kijken, niet alleen maar bij formeel cultuurhistorische elementen maar ook naar beeldbepalende elementen in de omgeving en vanuit de omgeving zoals bijvoorbeeld het Unesco werelderfgoed Kinderdijk waar ook bepaalde zichtlijnen naar het gebied heel erg belangrijk zijn. Of de monumentale industrie of de schatten van havens die zich in het gebied bevinden. Op de foto ook de eerste scheepswerf langs de Ringwijk. De eerste Boelewerf die op een privé-erf staat en een van de vele vondsten die zich in het gebied bij verrassing voordoen. We willen langs de oever de ontbrekende schakels verbinden. Dus wij zien juist, en daar ging ook een van de vragen over, dat er best wat routes langs de oever zijn, maar die lopen een beetje dood.
Die hebben geen duidelijk begin- en eindpunt en dan voel je je, als je daar niet woont of anders bij het gebied hoort, voel je je al gauw niet helemaal thuis. Dat willen we niet, we willen juist dat elke plek eigenlijk een heel duidelijke route en samenhang met de omgeving gaat krijgen en wij willen dan ook telkens weer, als er zich een ontwikkelingskans voordoet, ook op een plek die nu werkgebied is, dat daar dan nadrukkelijk wordt gekeken om ontbrekende schakels te verbinden en die kans te benutten om de oeverroute nadrukkelijker vorm te geven. Maar dat is ook iets wat programmatisch een component heeft. Wij zien ook kansen om de rijkdom aan havens sterker te programmeren over het water. Wij vinden natuurlijk een tweede Waterbushalte heel belangrijk en ook hierop even ingaand op die aarzeling, het is natuurlijk juist dat het geen zekerheid is. Wij kunnen die niet zomaar bestellen maar we willen daar ook een sterk bod naartoe geven en dat ook kunnen onderbouwen door een sterk programma en een sterk openbaar vervoersnet op het land, dat daaraan gekoppeld is. Dus benoem die kant zodat mensen daar ook werk van kunnen maken. Wij zien ook kansen die ook anderen zien voor recreatieve verbindingen over de rivier heen en weer.
Nou, u heeft het allemaal gelezen, een van de meest concrete kansen die wij zien is een recreatieve ruggengraat langs de dijk die onderdeel van een grotere route over het schiereiland IJsselmonde moet zijn. We hadden het in allerlei visiestukken al eens benoemd en het lijkt ons goed om daar ook boter bij de vis te geven. Wij zien nadrukkelijk ook kansen voor groene ontwikkelingen door bijvoorbeeld het voorterrein van de Donckse voortuinen in te richten als een onderdeel van het getijdenpark langs de rivier maar ook om bijvoorbeeld te kijken naar Donkersloot om innovatief om te gaan met bestaande verharde situaties door groene daken, al dan niet gecombineerd met zonne-energie op het dak te combineren en ook om de dijk ecologischer vorm te geven en extensiever te beheren. En als laatste, wat ik al heb genoemd, nadrukkelijk de kans voor duurzame mobiliteit hierbij te benoemen. Dat was voor mij even deze inbreng. Ik vraag mij af of het nuttig is om hier een volgend vragenrondje over te doen, gezien een aantal vragen al zijn gekomen. De voorzitter: Ik zag eigenlijk hetzelfde. Sowieso zag ik al de OV hub in Bolnes. Dus er had iemand dat al als wens uitgesproken dus hij is al gekomen. Ik ga toch even kort vragen aan de commissieleden, is er nog een commissielid die nog wat zou willen toevoegen of zou willen nuanceren? Mevrouw Weijers, Burger op 1.
Mevrouw Weijers: Dank u wel, voorzitter. Ik zet mijn bril af, maar dat is niet handig als je iets opgeschreven hebt. U heeft het zojuist over recreatie langs de dijk. Maar recreatie langs de dijk in dat gebied is niet hetzelfde als recreatie langs de rivier. Krijgt dat ook nog extra aandacht? De voorzitter: U bent nu in de mogelijkheid om iets toe te laten voegen of iets te nuanceren dus u zou kunnen zeggen van, wellicht moet dat gedeelte ook nog toegevoegd worden. Ik denk dat dat handiger voor nu is. Pagina 20 van 29
Mevrouw Weijers: U heeft gelijk, voorzitter. De voorzitter: Dat scheelt dan ook weer een reactie van mijnheer Römhild, want die moet dan ook mee gaan nemen in zijn weging. Mevrouw Weijers: Dat wij dat zien als twee verschillende dingen omdat de dijk niet zo heel parallel … De voorzitter: Dat ze daar in ieder geval ook naar moeten kijken, dat wil u graag toevoegen. Mijnheer Mijnders, kan ik u het woord geven? De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Drie dingen die ik mee wil geven, heel kort aan het einde van het stukje. Ik hoor heel veel over de waterbus. Ik kan nergens iets terug lezen, maar misschien komt het door mij, maar over de watertaxi. Die zou als CDA ook wel zeker ook bij Bolnes en ook bij Huys ten Donck, lijken ons ideale plekken. Het tweede wat ik graag mee wil geven is, daar hebben we ook artikel 40 vragen over gesteld, maar dat weet de wethouder wel, is dat het Gooische park, dus het gedeelte waar jullie nu een nieuw fietspad willen, daar komen best wel ingrijpende veranderingen aan en ik mis op dit punt even dat dat gebied ook mee wordt genomen. Waarschijnlijk komt daar een enorme bomenkap. Dus neem ook dat gedeelte mee. Jullie hebben nu het fietspad erboven neergelegd, maar kijk ook even of dat impact heeft op het plan.
Ik had nog … De derde is eigenlijk, misschien is het een heel stomme vraag, maar in hoeverre wordt er ook meegenomen, als je kijkt naar de staat van onze dijken, ik ga helemaal vanuit dat ze goed zijn, maar moet daar nog een aanpassing in gedaan worden of voor de toekomst om dat versterkt te worden. Wordt daar ook gelijk het waterschap ook overlegd van joh, als er een ingreep gedaan moet worden, wordt dat ook tegelijkertijd hierin meegenomen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Mijnders. Ik heb gezien dat de heer Oosterwijk hier graag het woord over wil hebben en die ga ik hem dan ook met alle plezier geven. De heer Oosterwijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil kort even reageren op de vragen van de heer Mijnders. Ten aanzien van dat Gorzenpark, ja er zijn vragen gesteld. Ik hoor mijzelf dubbel dus volgens mij heeft iemand nog zijn speaker openstaan in deze … De voorzitter: Ik heb het gecorrigeerd inmiddels. Gaat u verder. De heer Oosterwijk: Helemaal goed. Gorzenpak, die komen binnenkort, volgens mij zelfs morgen al beantwoord schriftelijke vragen langs zodat het ook wat meer in perspectief wordt geplaatst wat er uiteindelijk aan de hand is en hoe daar mee omgegaan zou kunnen gaan worden. Maar vanzelfsprekend, daar hebben we onszelf ook toe te verhouden in deze gebiedsvisie.
Dus dat is een goede opmerking en daar zullen we zeker in de komende maanden ook op die manier mee kunnen nemen. Het tweede punt, een watertaxi. Ik denk dat het evident is dat dat ook een mooie vorm van mobiliteit is maar die natuurlijk ook wel commercieel geëxporteerd wordt en dat het er vooral misschien op neerkomt dat de mogelijkheden er zijn om op die manier ook de watertaxi in het Ridderkerkse aan te laten landen. Nou, die zijn er al bijvoorbeeld, die mooie haven bij Huys ten Donck is daar het meest mooie voorbeeld van. Maar goed dat u dat op deze manier nog even noemt. Het laatste punt, dat was ik even kwijt, voorzitter. De voorzitter: De dijken.
Pagina 21 van 29
De heer Oosterwijk: O ja, de staat van de dijken. Ja, daar heb je natuurlijk een aparte kolom voor in het kader van (niet hoorbaar) waterbeschermingsprogramma enzovoort enzovoorts. Maar ook deze opmerking, die nemen we heel graag mee, ook in de gesprekken die al worden gevoerd met het waterschap. We hebben het daar niet alleen over de Ringdijk maar ook over de Oostmolendijk, dus wat dat betreft, dank ook voor die toevoeging en die suggestie. De voorzitter: Kijk, dit zijn heel mooie toevoegingen van de heer Mijnders van de VVD … Sorry, van het CDA. Oh, misschien bloeit er toch wel wat moois wat ik nog niet wist. Dan wil ik nu heel graag weer het woord geven aan de heer Römhild voor het vervolg van de presentatie. De heer Römhild: Ja. Het gaat even naar de heer Porton. De heer Porton: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wilde even een heel korte toelichting geven op een alternatieven en MER beoordeling, dat is een beetje een taai en saai stuk, vaak. Taaie kost, veel pagina’s en ik heb het geprobeerd, voor u, met name tot de essentie terug te brengen. Met name ook om gewoon wat wij met die MER hebben gedaan en hoe die in de gebiedsvisie past, met u door te nemen. U ziet hier eigenlijk het standaard schema bij een MER procedure. Er is een initiatiefnemer, in dit geval de gemeente zelf, die hoeft dus niet met de gemeente te gaan overleggen.
In eerste instantie omdat ze zelf initiatiefnemer is. Die publiceert het voornemen tot het opstellen van een visie of een projectplan. Vervolgens wordt er gekeken van, hoe gaan we dat projectplan beoordelen, hoe gaan we die visie beoordelen, welke ingrediënten zitten daar in en dat landt in de zogenaamde notitie reikwijdte en detailniveau die ik daarstraks ook even aanstipte, die ook dan ter inzage wordt gelegd en waar de reacties op worden geïnventariseerd. Vervolgens wordt via een route van het afwegen van een aantal alternatieven, wij noemen dat meestal het verkennen van het speelveld, dus wat levert welke ingreep op en welk voordeel en nadeel hangt daaraan, komt daar vervolgens een conceptplan uit die vervolgens weer ter inzage wordt gelegd, in dit geval samen met die gebiedsvisie. Parallel dat die ter inzage wordt gelegd, wordt die ook voorgelegd aan de zogenaamde commissie MER. Dat is een landelijke commissie die een beoordeling geeft, een inhoudelijke beoordeling van alle MER’-s die worden uitgevoerd, de milieueffectrapportage, en vervolgens komt die informatie terug en wordt de MER op basis van al die mededelingen en ideeën en opbrengsten, wordt die definitief gemaakt. De notitie reikwijdte en detailniveau, daar zit een beoordelingskader in.
We hebben dat voor het gemak verdeeld in people, planet en profit waar in het verleden milieueffectrapportages toch vooral over planet gingen, zijn we ons wat breder aan het oriënteren ook, als opmaat richting de omgevingswet uiteraard. Daarom wordt ook vaak het woord omgevingseffectrapportage gebruikt in plaats van MER maar MER is nog steeds de formele term en daarom hanteren we die. Er zit een aantal grootheden waarop wij plannen daarbij beoordelen. Wat hebben wij gedaan? Wat ik net zei, hoe ziet het speelveld eruit en welke alternatieven zou je allemaal kunnen verzinnen en dat heeft nog niets met het realiteitsgehalte te maken maar puur om alternatieven ten opzichte van elkaar te kunnen wegen van wat levert het op, wat zijn de voordelen, wat zijn de nadelen en wat levert dat voor ingrediënten verder voor de visie? We hebben eigenlijk gezegd van, dat groene raamwerk, dat is zo robuust, daar gaan we ook niets mee doen, dat is gewoon een gegeven dus die leggen we onder alle alternatieven en vervolgens hebben we gekeken van, als we nou eens in extreem kijken, als we nou zoveel mogelijk werken laten of eigenlijk alles transformeren naar wonen. Wat levert dat op aan voordelen maar ook in nadelen? En als wij een gebogen balans doen tussen wonen en werken, wat levert dat op als je dat clustert en wat levert dat op als je dat verspreid.
Daar is … Door mijn collega zijn er een aantal modellen voor geschetst maar die zijn puur illustratief om een beetje een beeld te krijgen van wat wij onderzocht hebben dus (niet hoorbaar) het gaat namelijk om de grote lijn. Die hebben wij getoetst en dan komen daar een aantal zaken uit wat we hebben gedaan omdat het een visie is. Dus daar zitten niet heel rekenkundige modellen onder dus we hebben Pagina 22 van 29
het vrij kwalitatief gedaan, dus we hebben met name gekeken naar de risico’s op kansen en de mogelijkheid … Nee de kansen op risico’s en de kansen op kansen, hoe dubbel dat misschien ook klinkt. Daaruit komt eigenlijk, en dat is natuurlijk niet heel verwonderlijk, dat het groene raamwerk met name heel veel kansen oplevert en eigenlijk op alle elementen. Als we dan even voor het gemak van linksonder naar rechtsonder draaien, dat eigenlijk, als je die woningbouw zou maximaliseren, dat je vrij veel risico’s op negatieve effecten hebt en dat je vrij veel kansen hebt op positieve effecten met name op profit. Als je vervolgens doordraait naar de andere kant, dat eigenlijk de risico’s afnemen en de kansen toenemen. Dus het wordt eigenlijk van, zei ik het net andersom? Van linksonder naar rechtsonder bovenlangs draait, dat dit het effect is wat optreedt, dat je een afname van risico’s ziet en een toename van kansen en dan op alle onderdelen van people, planet en profit. Dat is deel één. Dat is eigenlijk deel een van de toetsing, dat gaat over de milieucriteria.
Vervolgens hebben we ook gekeken van, ja, we hebben natuurlijk een ambitie voor deze visie en in hoeverre voldoen al die alternatieven aan het doel bereik? Daar hebben we eigenlijk hetzelfde gedaan waarbij op een schaal van nul oplopend, eigenlijk een invulling aan de kwaliteit wordt gegeven en de kansen die het biedt, waarbij aan de buitenkant eigenlijk het geclusterde, gebalanceerde wonen en werken scenario wat ook het (niet hoorbaar) effectenbeoordeling, dat dat de meeste kansen biedt op een invulling van de ambities voor de visie. Daar komen een aantal handvatten of richtingen die niet schokkend zijn maar dat als je gaat transformeren, dat dat natuurlijk een kans geeft voor de toegankelijkheid. Werk met werk, als er iets verandert, heb je ook kans om in te grijpen. Dat clustering van activiteiten meer kansen geeft voor een gezonde leefomgeving dan wanneer je, wat net al terecht ook werd gezegd, bedrijven en woningen dichtbij elkaar zet. Dat het in stand houden van levensvatbare watergebonden bedrijvigheid de balans vergroot, omdat die anders verdwijnen en het uiteindelijk een vrij eenzijdig woongebied gaat worden. Dat in alle varianten, vanwege het oeverpark, de ruimtelijke kwaliteit toeneemt. Een beetje een technisch verhaal. Ik wil even het woord teruggeven aan de voorzitter, of die hier nog vragen of toelichting op wenst.
De voorzitter: Als voorzitter mag ik daar geen vragen over stellen, maar ik wil wel graag aan de commissieleden vragen of zij nog vragen hebben over het proces of de inhoud van de MER-analyse. Mijnheer Rottier, SGP, kan ik u het woord geven? De heer Rottier: Dank u wel, voorzitter. Er is duidelijk uitgelegd van hoe de MER-procedure werkt. In de eerste stap in die MER-procedure is of er een milieurapport nodig is. Mijn vraag is, wat zijn nu de specifieke aspecten hier die maken dat zo’n milieueffectrapport nodig is? Mijn tweede vraag is, er zijn nu allerlei bestaande bedrijven, mogelijk komt daar verandering in. Op welke manier is dat nu meegenomen in deze MER? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rottier. Wie kan ik daarover het woord geven? Gaat uw gang. De heer Porton: Ik zou die vragen graag beantwoorden, voorzitter. De eerste vraag is waarom hier nou een MER nodig is. Dat heeft er mee te maken, eigenlijk zegt het besluit MER dat op het moment dat je een besluit neemt, dat in de toekomst kan leiden tot activiteiten met een negatieve milieu impact, dat je eigenlijk een beoordeling van de effecten van die ingreep of dat voornemen zou moeten doen en in dit geval is het belangrijkste element in de visie, de toevoeging van woningbouw.
Bij een substantiële toevoeging van woningbouw wordt er geacht dat er een rapportage onderligt die ook daarvan de effecten die dat met zich meebrengt, in beeld brengt. Dat is de eerste vraag. De andere vraag, hoe verandering in bedrijvigheid is meegenomen. We hebben voor de bestaande situatie zoveel mogelijk gekeken van wat er op dit moment mogelijk is via het bestemmingsplan. Dus wat is toegestaan in het vigerende bestemmingsplan, dat hebben we ook een beetje beschouwd als de huidige situatie. Dus binnen bandbreedtes zijn de wijzigingen in bedrijvigheid, zolang die in een bestemmingsplan passen, meegenomen als basis en toekomstige wijzigingen
Pagina 23 van 29
die een positieve bijdrage dus kunnen leveren, dus in de zin dat milieudruk juist afneemt, die zijn meegenomen in de ontwikkeling en de beoordeling van de alternatieven. Dus tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rottier, zijn uw vragen hiermee voldoende beantwoord? De heer Rottier: Het antwoord is met twee letters en dus ja. De voorzitter: Helemaal geweldig, dank u wel. Mevrouw Weijers, Burger op 1, kan ik u het woord geven? Mevrouw Weijers: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraagje, want ik heb dit rapport zitten lezen en toen had ik geïnterpreteerd dat wonen en werken geclusterd inhield dat dat allemaal bij elkaar in de buurt zou zitten. Heb ik nu aan de uitleg goed begrepen dat het juist de bedoeling is dat je wonen clustert aan de ene kant, werken clustert aan een andere kant, dus dat dat aparte clusters zijn maar dat die niet elkaar mengen? In het blauwe vlakje van het rondje? De voorzitter: Mijnheer Porton, kan ik u het woord geven hierover? De heer Porton: Graag, voorzitter. Mevrouw Weijers, dat het klopt, en dat laatste wat u zegt, is inderdaad de juiste interpretatie waarbij eigenlijk de voor de hand liggende conclusie is dat als je (niet hoorbaar) en werken clustert, dus als je dat niet teveel willekeurig vermengt met name, dat daarmee natuurlijk de kans op risico’s op onderlinge hinder daarmee afneemt.
Dat is geen wet van Meden en Perzen, dat dat heel zwart-wit is, maar dat is wel de grote lijn, inderdaad. De voorzitter: Mevrouw Weijers, is het voor u voldoende toelichting? Het lijkt erop dat de verbinding met mevrouw Weijers … Mevrouw Weijers: Ik zal nog ja zeggen. De voorzitter: Oké, prima. Mevrouw Weijers: Ik dacht, als ik maar enthousiast knik en ik steek een duim op. De voorzitter: U kwam bij mij niet in beeld dus vandaar dat ik dat niet kon zien. Kan ook gebeuren, ik heb maar een beperkt aantal plaatjes, zeker als er ook een presentatie draait. Dan wil ik graag de heer Römhild of de heer Porton vragen om de presentatie te vervolgen. De heer Römhild: Dank u wel. Ik kom bij het laatste, maar misschien ook het meest interessante gedeelte van de presentatie, namelijk de locatiekeuzes die wij voorstellen richting de voorkeursvariant voor mogelijke gebiedstransformaties. Daar hebben wij in onze inventarisatie ontdekt dat er eigenlijk drie grote gebiedsopgaven in het gebied spelen. Die wil ik het liefst eigenlijk achter elkaar gezamenlijk behandelen en in deze presentatie staat aangegeven dat er per locatie vragen gesteld kunnen worden, maar eerlijk gezegd vind ik het handiger om dat wat geconcentreerd te doen aan de hand van de drie locaties.
Het eerste aandachtsgebied is Bolnes, het gebied in de cirkel waar er sprake is van een tweetal geïsoleerde bedrijfslocaties waarvan de ene locatie aan het water al geruime tijd een aantal loodsen herbergt die geen relatie met de kade meer hebben omdat dat ja nautisch met moderne bedrijfsvoering gewoon ruimtelijk veel te beperkt is. Binnendijks zien wij ook een bedrijf wat niet per se veel met de locatie te maken heeft. Wij zien, dat is de bestaande situatie, letter A. Wij zien twee mogelijkheden, namelijk een herontwikkeling van de oeverstrook waarbij in ieder geval een verbinding wordt gecreëerd tussen de in ontwikkeling zijnde Pagina 24 van 29
Ridderwerf en de ontwikkelingen rondom het dock waar de kans bestaat om via het huidige laantje de verbinding tussen het binnendijkse Bolnes en de oever te versterken, of een integrale herontwikkeling die al dan niet gecombineerd in de tijd of ook los van de tijd opgepakt kan worden, waarbij beide onderdelen verkleuren naar wonen. Wat wij eigenlijk adviseren, is dat zowel B en C in de gebiedsvisie mogelijk gemaakt kunnen worden, maar we zien dus nadrukkelijk ook voor de lange termijn de kans om naar een integrale herontwikkeling voor deze geïsoleerde locatie in Bolnes te geven, om zo doende ook kans te bieden voor een heel nadrukkelijke verbinding, niet alleen van de wijk Bolnes maar ook van de Donckse Velden met de oever. En ook programmatisch een kans voor Bolnes in combinatie met een openbare vervoershub. Dan ga ik, als u het toestaat, gelijk door naar de tweede en misschien al de locatie met de meeste geschiedenis maar ook al geschiedenis in planontwikkeling. Schiepo en de voortuinen van Huys ten Donck, waar bij Schiepo al geruime tijd een wijzigingsbevoegdheid voor de transformatie naar woningen ligt op het huidige bestemmingsplan en Huys ten Donck ook nadrukkelijk kijkt naar een bestaanszekerheid op lange termijn, om dat te kunnen combineren met een herinrichting van het op dit moment een beetje braakliggende buitendijkse gebied.
Daar hebben wij ook gekeken naar een tweetal alternatieven, enerzijds een geconcentreerde ontwikkeling naar wonen waarbij we het overgrote deel van de Donckse voortuinen gezoneerd openhouden in vier zones, van links naar rechts de Donckse Grienden, een open voorzone zodat het hart van het landhuis zijn statige positie aan de rivier hervindt en segmenteert en dan naar rechts toe een stukje getijdenpark met een nader te bepalen invulling en ook waaronder ook blauw, en een stukje richting Schiepo toe waar ook bebouwing in kan komen. Dat is een ontwikkeling die wij ons goed kunnen voorstellen. Maar wij zijn in gesprek met de eigenaars van Schiepo ook tot de conclusie gekomen dat zij ook openstaan voor modernisering van hun eigen bedrijfsterrein die samengaat met een reductie van de milieubelasting, zodoende dat je eigenlijk ook een afgestemd gebruik en een samenhangend stedenbouwkundig karakter kunt combineren met behoud van de werkfunctie. Beide vergt een integrale ontwikkeling en beide geven we in onze visie een zeer goede kans om de plek van het landgoed als hart van de oeverparken aan de rivier te versterken. Dus wij willen dan ook in de gebiedsvisie die ruimte nadrukkelijk openhouden. Voor de schans, daar hebben we eigenlijk een situatie van oudsher waar wonen en bedrijven heel dicht op elkaar zitten. Dat is door ontwikkelingen in de afgelopen decennia verder versterkt.
Wij zien hier ook twee scenario’s en dat ene is, een herontwikkeling rondom de haven waarbij het huidige Bogenda-terrein herontwikkeld wordt tot een gebied met een openbare kade rond om. Daar zien wij nadrukkelijk ook een kans voor een verbinding met een groenstrook aan de rivier, langs de rivier de Noord op Donkersloot en dat een en ander gepaard gaand met een herontwikkeling van de huidige plek waar het bedrijfsgebouw staat, tot een woningbouwensemble. En C, ook hebben wij onderzocht, is het misschien wenselijker om in dat geval gelijk een integrale herontwikkeling op te pakken? Hier hebben wij geconcludeerd dat door de herontwikkeling van de locatie aan de haven al behoorlijk wat ruimtelijke baten gecreëerd kunnen worden zodat we eigenlijk ervoor kiezen om dat gemengde karakter van bedrijven die milieutechnisch eigenlijk prima passen binnen de bestaande situatie. Dus er zijn geen echte formele conflicten die tot planologische conflicten ook zouden kunnen leiden. Dat wij die bestaande situatie eigenlijk willen koesteren zonder het gebied helemaal op slot te zetten. Dus dat betekent, mochten er initiatieven in het gebied zijn voor transformatie van bedrijven, dan kun je daar binnen de gebiedsvisie nog steeds gewoon open voor staan.
Dus dat is eigenlijk … Dat zijn eigenlijk, wat ons betreft, de drie gebiedskeuzes, die zijn hier in deze prent van het voorkeursalternatief samengebracht waarbij we eigenlijk, om het nog een keer langs te gaan, op zoek zijn gegaan naar een bepaalde balans. In Donkersloot het versterken van de werkfunctie, op de schans zien wij kans voor de transformatie van een bepaalde plek die juist heel veel kans biedt om verbindende schakels recreatief en de verbinding met de wijk Slikkerveer, te versterken. Huys ten Donck als het recreatieve hart van het gebied waar wij kansen zien voor een transformatie in een bepaald ruimtelijk kader zonder dat wij daar heel erg sturend willen opereren of dat (niet hoorbaar) transformatie van Schiepo naar wonen dan wel koesteren van de werkfunctie behelst en in Bolnes zien wij kansen om hier ook in een gefaseerde Pagina 25 van 29
ontwikkeling over een aantal stappen, een nieuw hart van de wijk naar de rivier toe te ontwikkelen. Dat is eigenlijk de samenvatting van de gebiedskeuzes die wij voorstellen na het voorkeursalternatief. De voorzitter: Kan de commissie zich vinden in dit advies? En is er iets wat u zou willen toevoegen of zou willen nuanceren? Zijn er commissieleden die hier wat over willen zeggen? Ik zie de heer Mijnders, CDA Ridderkerk. Mag ik u het woord geven? De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ik denk drie of vier kleine puntjes die ik nog even wil meegeven. Ik ben wel blij dat deze avond er is geweest want, dat wil ik even meegeven aan jullie, dat toen ik het advies las en de PowerPoint zag, had ik heel erg het idee van, nou, die bedrijven zijn niet watergebonden, die kunnen weg, daar kunnen woningen komen of iets anders. Ik ben wel blij dat deze avond me omgedraaid heeft, het is duidelijk geworden dat het echt niet voor alle bedrijven geldt, dat alleen wordt gekeken als het mogelijk is. Maar mijn eerste blik was wel echt wel dat dat naar voren kwam. Dus misschien kunnen jullie dat extra toelichten, nuanceren in het stuk, ook om geen onzekerheid daarover te creëren. Het tweede waar ik heel erg benieuwd naar ben is, er wordt onder andere gesproken wel met de andere gemeentes, Molenlanden, onder andere, met Kinderdijk.
Ik ben ook wel heel erg benieuwd van of jullie kunnen achterhalen welke plannen zij hebben voor hun kant. Natuurlijk, het is niet onze gemeente maar de plannen die zij hebben voor hun rivieroevers kunnen wel impact hebben op onze plannen. Dus ik ben wel benieuwd, en dat hoeft natuurlijk niet heel groot, maar of jullie een beetje inzichtelijk kunnen maken van joh, wat is de langetermijnplanning voor Molenlanden onder andere. Niet, bij wijze van spreken dat ze er opeens een extra haven willen leggen. Geen idee, maar of dat inzichtelijk gemaakt kan worden. De voorzitter: Maar, mijnheer Mijnders, u ziet dat het dan graag toegevoegd in het stuk zoals straks bij de aanbieding aan de commissie? De heer Mijnders: Ja, dat heeft u goed samengevat. Wat ik eigenlijk bedoel, en wat ik wel mee wil geven is, ik wil niet verrast worden later dat bijvoorbeeld in Molenlanden of in Lekkerkerk er opeens een enorme haven wordt gemaakt. Het is even overdreven maar ik denk dat de wethouder en de ambtenaren begrijpen wel wat. Ik denk dat ik het daar even bij laat, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nou, dat zijn adviezen die gevraagd worden om mee te geven. Mijnheer Oosterwijk, u wil hier nog even op reageren? De heer Oosterwijk: Ja, dat kan ook bijna niet anders als ik de naam Lekkerkerk hoor, mijn geboortedorp.
Ik zou graag willen meebewegen met datgene wat de heer Mijnders suggereert, om zeg maar even, ik noem maar even, in de helikopter te kruipen, even op te stijgen en om te kijken, wat gebeurt er nou om onze rivieroevers zelf heen. Maar ik zou er ook wel voor willen pleiten om die scope van dat gebied iets te beperken en niet in Lekkerkerk uit te komen want dat is wel een heel eind de Lek op. Dus ik zou dat vooral richting Alblasserdam willen zien en richting Hendrik-Ido-Ambacht en Rotterdam. Een beetje via die kant, en wellicht Krimpen aan de Lek en dat ligt wel aan de overkant. De voorzitter: Ik denk dat dat een uitstekende toevoeging is ook alhoewel Lekkerkerk ook een prachtige plaats is, en als daar een geweldige haven zou komen, dan hebben we in Ridderkerk toch wellicht ook een klein probleempje. Zijn er nog andere commissieleden die wat willen toevoegen? Ik zie niemand reageren. Oh, mijnheer Rottier, u popt als laatste op in mijn beeld. Ik geef u heel graag het woord.
Pagina 26 van 29
De heer Rottier: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog iets zeggen over, even bladeren, over de schans. Eens met de keuze die gemaakt wordt waarbij ik wel zeggen dat optie C gewoon nadrukkelijk open moet blijven van stel dat het zich in de toekomst, die mogelijkheid zich zou voordoen, dan moet het ook wel mogelijk zijn. Dus bedrijven mogen blijven zitten nu. Maar mochten zich er ontwikkelingen voordoen, dan is wonen ook nadrukkelijk een mooie mogelijkheid. De voorzitter: Kijk, dat is een nuancering die graag toegevoegd gezien wordt door … Zijn er nog andere commissieleden die nog wat willen toevoegen of nuanceren? Nee. Dan kunt u wat mij betreft verder, want volgens mij zijn er nog zes pagina’s. Zie ik dat goed, mijnheer Römhild? De heer Porton: Ik neem hem graag even over, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Prima. De heer Porton: Er zijn een paar slides, ik zal er vrij snel doorheen gaan omdat het eigenlijk een samenvatting is van wat al is. De gebiedsvisie samenvatting, wederom de onderdelen waar ik even gewoon doorheen klik, want eigenlijk is het belangrijkste, wat ik een keer zou willen herhalen, maar aangezien u het allemaal van tevoren heeft kunnen lezen, zit dit waarschijnlijk al helemaal in uw hoofd wat nu het vervolg is na vanavond. Ik wil u sowieso heel hartelijk bedanken voor alle input, die gaan wij verwerken.
Dat komt terug in de gebiedsvisie en die wij aan het college gaan aanbieden en die wij naar verwachting ervan uitgaan dat die in juli ook gepubliceerd kan worden op ons platform het i-report, waar u ook alvast kennis van kan nemen en waar de formele procedure dan van start, zoals straks is aangegeven medio augustus of medio september en dat we vervolgens, na een eerste beoordeling, in gesprek met de ambtelijke organisatie, wij heel graag ook in gesprek willen gaan met de bewoners om met name de input die is opgehaald in de zienswijze nog een keer door te nemen en te laten aarden zodat we uiteindelijk een gedragen gebiedsvisie en plan weer aan het college kunnen aanbieden en dat vervolgens ook naar u doorgeleid gaat worden. Dan van mijn kant wil ik u in ieder geval heel hartelijk bedanken voor uw aandacht. Ik zie dat het een en ander niet doorloopt. De voorzitter: Mijnheer Rottier, u zou … Want uw handje kwam omhoog, wilde u wat opmerken? De heer Oosterwijk: Ja, voorzitter, had u het tegen mij of de heer Rottier? De voorzitter: Nee, mijnheer Rottier. De heer Oosterwijk: Oh, nee, die heeft altijd voorrang, daar ben ik graag mee akkoord. De voorzitter: Ja, sowieso, en bovendien bepaalt de voorzitter, mijnheer Rottier. De heer Oosterwijk: Dat bedoel ik.
De heer Rottier: Ik had het gevoel dat we aan de vragen toe waren, maar het lijkt nu dat het toch nog even doorgaat, dus dan wacht ik nog even. De voorzitter: Ja, nog even een klein momentje geduld a.u.b.. Mijnheer Oosterwijk, heeft u ook nog een momentje geduld of wilt u nu het woord? Oké, prima. De heer Porton: Ik ga er gewoon even voor excuseren hoe op dit moment de presentatie meeloopt, want hij is ergens weggesprongen. Ik was op mijn scherm aan het doorklikken, maar dat heeft u niet gezien. Ik had u Pagina 27 van 29
even door de adviezen heen geklikt omdat u die zojuist ook toegelicht hebt gehad. Ik heb met name even deze slide willen toelichten, maar die had u op dat moment niet in beeld. En dit is feitelijk ook onze laatste slide, want dan hadden we u graag bedanken voor uw aandacht en inbreng en dan geef ik graag even het woord terug aan de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan is de heer Rottier nu als eerste die nog een vraag en/of opmerking mee wil geven. Mijnheer Rottier. De heer Rottier: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag en ik wist niet zo goed waar ik die kwijt moest dus ik stel hem maar aan het eind. Als er bedrijventerrein verdwijnt, dan moet dat gecompenseerd worden, volgens de provincie. Nu hebben wij ook een enorm bedrijventerrein in ontwikkeling, dat heet Nieuw Reijerwaard. Speelt dat ook een rol? Kan, zeg maar, dat gebied ook opgevoerd worden als compensatie? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rottier. Ik verwacht dat ik de heer Oosterwijk hierop ga vragen om deze vraag te beantwoorden. De heer Oosterwijk: Ja, dat klopt, voorzitter. Ik heb daarnet zojuist al iets gezegd over het feit dat we met elkaar bezig zijn om een compensatieplan op te stellen voor die locaties waar wonen potentieel de plaats in zou kunnen nemen van werken.
Het is vanzelfsprekend zo dat je dan ook echt locaties moet vinden binnen je gebied, binnen je gemeentegrens met zoveel woorden in eerste aanleg, waar je die compensatie dan ook, zeg maar, daadwerkelijk mee voorstelt. Om er even twee dingen uit te pakken, als het gaat om de Schiepo-locatie zou die vraag natuurlijk heel duidelijk aan de orde kunnen zijn. Er zit op dit moment een wijzigingsbehoefte al reeds op de Schiepo locatie om daar woningbouw mogelijk te maken, en het is ook een argumentlijn richting de provincie om daarmee te beogen dat voor een aanvullende compensatie voor dat Schiepo gedeelte geen sprake hoeft te zijn. Dat is de eerste. En twee, als het gaat om de niet watergebonden bedrijvigheid loopt er een traject om een deel van Nieuw Reijerwaard te ontdoen van het AGF label, laat ik het maar zo formuleren en het gebied waar het dan over gaat, zou als zodanig dan ruim voldoende moeten zijn om inzetbaar te zijn als compensatie voor het te verdwijnen gebied aan de rivieroevers in de toekomst. Dat is natuurlijk iets wat wordt voorgesteld en waar ik dan ook tegelijkertijd ook de disclaimer bij moet plaatsen, uiteindelijk zal het dan ook op die lijn geaccepteerd moeten worden, wil dat, zeg maar, op die manier ook opgeld doen. Dat zal moeten blijken in de komende periode, maar de gesprekken die we op dit moment voeren, zien er op dat punt gewoon heel positief uit.
De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog overige commissieleden die nog wat willen toevoegen of nuanceren? Ik zie geen handjes, dus dan zou ik heel graag aan u, mijnheer Oosterwijk, de eer willen geven om deze avond op een mooie waardevolle manier af te sluiten. De heer Oosterwijk: Oeh, u legt de lat hoog. Laat ik vooral een ieder bedanken, niet zozeer voor de aanwezigheid maar vooral ook voor de actieve rol die een ieder zich aangemeten heeft. Ik vind het mooi om te zien dat er al goed ingelezen is en dat er ook vanuit, wat vinden we belangrijk of wat vind ik belangrijk, of wat vindt mijn partij belangrijk ook echt geleverd is. Dat helpt ons om uiteindelijk die volgende stap ook goed te kunnen maken en later dit jaar ook een definitieve versie aan u voor te kunnen leggen. Dus dat is fijn en mooi. Ik dank ook degene die vanuit de ambtelijke kant en vanuit de RHDHV vanavond weer wederom goed bediend hebben. Ik denk dat dat ook in de sessies die we eerder al noemden qua participatie iedere keer zo is gebleken, dat we met elkaar gewoon een mooi proces draaien en dat onderstreep ik toch graag nog maar eens eventjes. Ik maak graag van de gelegenheid gebruik, voorzitter, om nog even een dingetje aan te vullen op datgene wat ik eerder zei. De vraag is naar voren gekomen, eerder vanavond, hoe zit het nou eigenlijk met Pagina 28 van 29
die periode van ter inzage legging? Ik heb toen aangegeven dat in dit proces ervoor gekozen is om drie weken in de vakantie te laten vallen en drie weken buiten de vakantie te laten vallen. Zojuist is er ook nog, terecht, toegelicht dat datgene wat uiteindelijk voor een zienswijze vatbaar is, al reeds per half juli ter inzage wordt gelegd en dat zou de vraag kunnen oproepen waarom je dan niet een heel lange zienswijzeperiode, van half juli tot en met 19 september, zou kunnen aanmerken. Nou, dat staat de algemene wet bestuursrecht ons, met zoveel woorden, gewoon niet toe. Die periode moet je maximaal op zes weken stellen en daarmee hebben we op deze manier het ene gedaan en het andere niet nagelaten. Dus iedereen kan meer dan ruim kennisnemen van de stukken. Zouden mensen al heel enthousiast zijn om een zienswijze in te dienen, voorafgaand aan de formele zienswijze periode, dan zullen wij ze ook eventjes verzoeken, dat doen we gewoon op een heel nette manier, om eventjes dan dadelijk wederom iets te sturen wat al gestuurd was, maar dan even met de juiste datum erop zodat het allemaal goed in het velletje past. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik dacht dat u het laatste woord ging hebben, maar mevrouw Weijers van Burger op 1 wil nog heel graag even, ik neem aan kort, op uw laatste opmerking reageren.
Mevrouw Weijers: Dank u wel, voorzitter, dat klopt, ik zal het heel kort houden. Ik hoop dat de wethouder dan op verschillende manieren duidelijk zou willen communiceren met de inwoners van Ridderkerk dat dit de gang van zaken is en dat, wanneer mensen wat kunnen doen zodat dat toch wel voor na de vakantie allemaal duidelijk gemaakt wordt. Daar vertrouw ik volledig op dus dank u wel. De heer Oosterwijk: Ik zal het vertrouwen niet beschamen. De voorzitter: Kijk, dank u wel, mijnheer Oosterwijk ook. Dan rond ik hier graag dit agendapunt mee af. Een ieder heeft de mogelijkheid gekregen om zijn of haar zienswijze mede te geven. 5.
Mededelingen college De voorzitter: Mijnheer Oosterwijk, zijn er … Ik ga graag over naar agendapunt 5, zijn er nog mededelingen vanuit het college? Er zijn geen mededelingen.
6.
Rondvraag leden De voorzitter: Zijn er leden van de commissie die nog wat mee willen geven aan de commissie? Nee, dan zijn wij bij het einde van deze vergadering. Dan wil ik graag een iedereen bedanken voor zijn of haar aanwezigheid en heel veel plezier met wellicht nog een restantje voetbal.
Pagina 29 van 29