2021-06-09-verslag-commissie-samen-leven.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven 9 juni 2021 1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond, allemaal. Welkom bij deze commissievergadering Samen leven. De vergadering is live te volgen via internet. Nou, u bent er inmiddels wel mee bekend, dus ik denk niet dat ik het hele riedeltje nog een keer af hoef te steken. Als u het woord wil, steekt u even uw digitale handje op en zet u de microfoon aan en zet u hem, als u klaar bent, ook graag weer uit. U heeft allen de agenda gekregen voor deze avond, kunt u zich daarin vinden of is er iemand die dat niet kan? Dat lijkt niet het geval. Met uitzondering van D66 zijn alle fracties aanwezig en namens het college zijn er wethouder Franzen en wethouder Van Os. Welkom, allemaal. Daarmee is dan ook de agenda vastgesteld.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: En gaan wij door naar agendapunt 2, dat is het spreekrecht. Daarvoor heeft zich aangemeld de heer Slabbekoorn die als secretaris van de ANPV eenheid Rotterdam wil inspreken over de brief die ook namens de ANPV is gestuurd naar de gemeente. Dus het woord aan de heer Slabbekoorn. De heer Slabbekoorn: Ja, goedenavond, dank u wel. Raadsleden, commissieleden en andere toehoorders. Dank u wel dat het bestuur van de ANPV mag inspreken. Onze vakorganisatie is van politiemensen, door politiemensen en voor politiemensen en het kan, ons inziens, anders en wij vinden het ook volstrekt legitiem u daar om te vragen. Want wij samen, u als volksvertegenwoordiger en wij als vakbond, hebben het beste voor met de inwoners van de regio en dus ook van Ridderkerk. De reorganisatie sneed 1000 politiemensen weg. Daar bovenop een vergrijzing probleem waardoor van 200 studenten naar 800 zijn gegaan. 600 politiemensen, volledig opgeleid zijn er dus niet bij. Maar het werk voor die 600 extra afwezige politiemensen, is er nog steeds wel. Vacatures zijn er momenteel, dus extra erbovenop, 300 gaten in de gezamenlijke basisteams, gemiddeld 15% is er niet en ook bij de opsporing en recherche is het momenteel gaat te werk. Er is 10% afwezig.
Waar zijn al deze bezuinigingen budgettair naar toegegaan? Naar onze burgers? Ik pak even Nieuwsuur maart 2021. Frontaal op tv met de minister-president 52.000 politiemensen. Maar dat zijn politiemensen inderdaad, maar er staat politieagenten en dat zijn we niet allemaal. Voor de duidelijkheid, landelijk zakte het met 1500 en hier met ongeveer 1000. Dan de formatieve wijkagenten. 20% is al langdurig, thematisch en met sturing bezig. Verder wordt de wijkagent ingezet buiten zijn wijk. Fijnmazigheid was een begrip. Onze operationele veiligheid is in het geding, het recht van de sterkste. Politiewerk in al haar facetten, is dat eenvoudiger of minder gevaarlijk geworden, de laatste tien jaar? Is er echt voor 1000 politiemensen minder werk en waarom wordt steevast en langdurig bezuinigd op de politie? Waarom wordt de kaasschaaf gehanteerd bij de uitvoering? Precies als bij de zuster beroepen, verpleegzorg en onderwijs. Dan, gelukkig, alle nieuwe studenten en nieuwe agenten, een jonge samengestelde eenheid. Dat kan geen kwaad. Een belangrijk aspect, 20% van de totale studenten leiden wij op, maar met 10% van de landelijke sterkte. En de uitdaging, 800 studenten te begeleiden en nieuwe agenten op te vangen, valt precies in de groep waar dus al 300 politiemensen er gewoon helemaal niet zijn. Daarbovenop een nieuw fenomeen, een giga uitstroom.
17.000 mensen met pensioen maar nog eens twee à 3000 die gewoon naar de gemeente solliciteren of weet ik veel welke functie zij mooi vinden. Dus dan zijn er 40.000 over en dat leidt tot een belangrijke vraag, hoe houden we al onze politiemensen hier? 20 jaar geleden riepen de vakbonden al, een vergrijzingsprobleem en nu waarschuwen we weer. Nieuwe agenten, is het eigenlijk wel een concurrerend tarief als je met € 1500 netto thuiskomt, per maand? Wie geen gelden vrijmaakt voor de politie voor meer kwalitatieve politie, verliest verder in kwantiteit en misschien, heel misschien is in 2025 de onderbezetting verdwenen en tot die tijd, maatregelen. De
Pagina 1 van 29
diversiteit nog even belichten. Waarom lijkt het op trekken aan een dood paard. Diversiteit, is dat meer hobby of is het noodzaak? Goed voorbeeld doet goed volgen, zeggen wij. In 2013 had de korpsleiding en eenheidsleiding daarmee kunnen beginnen, gewoon zelf. Halen we eigenlijk nu de opgelopen achterstand in diversiteit in? Is de sturing wel divers genoeg? Rolmodellen. Het is een uitdaging die oud en nieuw Nederland van ons eist, juist om de legitimiteit van ons optreden te waarborgen. We hebben vertrouwen met nieuw doortastend leiderschap van onze (niet hoorbaar) en hopelijk korpschef, om nieuwe normen te bewaken, divers te werven en divers aan te stellen bij vacatures, maar wel van top tot uitvoering. Eén regio waar agenten eerlijk en onvoorwaardelijk objectief handelen en oordelen. Ik bedank u voor uw aandacht en uw tijd. Dat was het, dames en heren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Slabbekoorn. Zijn er vanuit de commissie nog vragen? Ik zie een aantal handjes. Ik zie in ieder geval de heer Westbroek, ik zie in ieder geval de heer Borst, ik zie in ieder geval mevrouw Ripmeester, mevrouw Kayadoe en ik zie de heer Coule. U kunt uw handje weer laten zakken, tenminste, als ik iedereen die zijn handje opgestoken heeft, heb genoemd zojuist. De heer Los: Heeft u mij ook genoemd, voorzitter? De voorzitter: Dan is het woord aan … Oh, mijnheer Los ook, de heer Los.
Dan is het woord aan de heer Westbroek van Partij 18PLUS. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. Ik wil u als eerst even bedanken voor uw inspreekbijdrage. Ik heb eigenlijk twee vragen. De eerste is, hoe kijkt de ANPV aan tegen de vrijwillige politie? En de tweede is, wat zou de gemeente volgens ANPV kunnen doen in dit geval? Dat zijn de vragen voor nu. De voorzitter: Mijnheer Slabbekoorn. Oh. Heeft mijnheer … De vragen van de heer Westbroek waren hoe u aankijkt tegen de vrijwillige politie en wat u concreet in deze van de gemeente verwacht. De heer Slabbekoorn: Een vrijwillige politie, die zijn altijd zeer welkom en die worden ook met open armen ontvangen. Alleen we zien ook daar een negatieve tendens want die zijn van, dacht ik, even uit mijn hoofd, van iets van 700 man inmiddels geslonken tot 300, maar die zijn zeker welkom, ook als ambassadeur, denk ik, van minderheden. Kunnen ze inkijken bij de politie. En uw tweede vraag, wat verwachten van de gemeente? Ja, het liefst dat we een keer in een wat bredere setting onze ideeën kunnen delen, want we zijn wel degelijk zaken die anders kunnen en die anders mogen. De voorzitter: Mijnheer Westbroek, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Westbroek: Ja, dat is even voldoende, voorzitter. Gaan wij door met de heer Borst van de VVD. De heer Borst: Ja, voorzitter, dank u wel. In ieder geval heel erg bedankt voor uw bijdrage.
Voor ons is veiligheid en daarmee ook de politie, enorm van belang. Het is fijn dat u hier de tijd neemt om ons daarover toe te spreken. Ik had twee vragen, daarvan is er in ieder geval eentje al gesteld door de heer Westbroek, maar daarmee blijft er in ieder geval nog een over. U had het over tekorten bij de politie en ik vroeg me af, wat zijn de tekorten hier in de regio Ridderkerk. Kunt u daar iets over vertellen? De voorzitter: Mijnheer Slabbekoorn, heeft u de vraag meegekregen? De heer Slabbekoorn: Wat is aan het reguliere werk, wat kan nu niet gebeuren, toch?
Pagina 2 van 29
De voorzitter: Is dat wat u bedoelt met uw vraag, mijnheer Borst? De heer Borst: Voorzitter, dan gaat het vooral om de tekorten in Ridderkerk. Dus mijnheer Slabbekoorn had het over tekorten bij de politie in het algemeen en ik vroeg me af wat de (niet hoorbaar) zijn. De heer Slabbekoorn: Ja, dank u wel. Kijk als vakbond van de regio hebben we niet specifiek alleen zicht op Ridderkerk dus we doen het echt met de grote getallen, maar in zijn algemeenheid, de tendens die wij zien, de fijnmazigheid raakt zoek, dat is echt een heel groot knelpunt en dat ervaren de burgers ook en dat kan dus als een boemerang, te zijner tijd, terugkomen. Dat is één. Twee, zie ik dat er een negatieve tendens is gewoon in performance en daar bedoel ik van, we zijn er binnen een kwartier zijn we er wel, maar in 85% van de gevallen. Ja, een goede politieman wil er 100% van de gevallen op tijd zijn. Er is ook geen politieman meer, of vrouw, die eigenlijk kan surveilleren. Er is opdracht zus, opdracht zo, opdracht dit, dus je zit helemaal vol met werkzaamheden, en dat is ook goed, maar tijd voor een praatje of tijd voor aanwezigheid, ja, die is er nauwelijks. Dat zijn de grote dingen en natuurlijk, de burgers krijgen, dacht ik, iets van 17.000 zaken al terug omdat er geen prioriteit voor is maar ja, hun fiets is wel weg of hun schuur is opengebroken met daders.
De voorzitter: Mijnheer Borst, uw vraag daarmee beantwoord? De heer Borst: Jazeker, voorzitter, en ik zou nog willen aangeven dat we hier misschien op enige korte termijn met elkaar in een bredere setting over door kunnen praten. De heer Slabbekoorn gaf het daarnet ook aan, dat het fijn zou zijn als we daarover door konden praten, iets inhoudelijker en iets verdiepender. Misschien een goed idee om daar een keer een commissiebijeenkomst aan te wijden. Maar mijn vragen zijn zeker beantwoord, dank u wel. De voorzitter: Gaan wij door met de vragen van mevrouw Ripmeester van de PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank u wel voor dat u ons op de hoogte brengt van de situatie, wij horen uw zorg en dat is ook onze zorg. Nu steeds meer grootstedelijke problematiek onze kant op komt, het is al een beetje duidelijk wat we kunnen doen, maar nog niet genoeg. Ik omarm de opmerking van de heer Borst om hier verder over door te spreken en ik weet niet of dat nu te vroeg is, maar ik zou ook heel graag willen weten welk knelpunt u in Ridderkerk gaat zien. Wat zegt u, wat moet nu per se wel doorgaan hier in Ridderkerk en waarop zal er minder aandacht komen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Slabbekoorn. De heer Slabbekoorn: Ja. Daar kunnen we ons wel op voorbereiden door de collega’s te vragen die daar ter plaatse ook werkzaam zijn.
Dat overzicht heb ik nu niet, maar daar kunnen we zeker proberen aan te voldoen. Ja, Ridderkerk is natuurlijk ook een deel van een basisteam en dat is eigenlijk in de kern al, dan zie je al, dan ga je al groter is het georganiseerd. Dus die prioriteiten worden iedere dag, soms, veranderd. Je wordt geleefd door de hectiek van de dag. Maar goed, het is wel voor ons mogelijk om de mensen daar te vragen van joh, wat is nu echt niet goed en wat zou anders kunnen of moeten. Absoluut. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, uw vraag daarmee beantwoord? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Gaan wij door met de vragen van mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk.
Pagina 3 van 29
Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Ik ga niet nogmaals herhalen dat het fijn is dat u het een en ander uiteen heeft gezet, dan gaan we allemaal hetzelfde zeggen. In het beleid van de nationale politie is duidelijk gesteld, indertijd, dat de positie van de wijkagent een heel belangrijke is omdat die de ogen en oren in de wijk zijn. Zij kennen de wijken, zij pikken de informatie, al dan niet rechtstreeks, op. Ik begrijp dat eigenlijk zij meer de ouderwetse noodhulp rijden dan daadwerkelijk in de wijk zijn, dat proef ik er een beetje uit. Dat zou ik een heel erg groot zorgpunt vinden, als dat zo meteen bevestigd zou worden door u. Anderzijds weet ik ook dat er wel mensen opgeleid worden. Er wordt natuurlijk in een sneltreinvaart geprobeerd mensen op te leiden voor het vak politie. Dat is echt een vak apart. Vindt u dat daar voldoende opleiding in zit? Ik heb begrepen dat met name ook bijvoorbeeld de rijopleiding maar vier dagen inmiddels is voor de nieuwelingen. Als je daarmee prioritten moet gaan rijden, is dat best een lastige. Ik wil daar graag uw mening even over weten. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer. De heer Slabbekoorn: De eerste vraag … Alleen de laatste vraag zit nog in mijn hoofd. Mevrouw Kayadoe: De wijkagenten oren, ogen in de wijk, of die eigenlijk alleen nog maar priorijden of daadwerkelijk de wijkagenten zijn, zeg maar. De heer Slabbekoorn: Dank u wel.
Kijk, de situatie, en dat wordt dan in het beleid ook het nieuwe werken genoemd, dat is nieuw, is dus dat wat dichtbij is, dat heeft een pistool, dat heeft een uniform, is ook altijd aanwezig dus kip ik heb je, jij gaat op de bus want we komen mensen tekort. Dat is natuurlijk gewoon wat er aan de hand is. En die bussen moeten rijden, want anders gaat die performance nog lager. Die wijkagent ook dus, dan wordt er gezegd, ja, maar je rijdt in je eigen wijk totdat natuurlijk de meldkamer, het OC zegt, je moet even naar een andere wijk. En als hij bij een aanrijding komt met een dodelijke afloop of een brand, dan heeft hij daar gewoon een dag of twee dagen werk aan en dan is hij ook niet aan zijn wijk bezig. Dat is gewoon, het is aanwezig en het wordt weggeplukt en niet dat iedere dienst zijn maar de meesten zijn toch al een a twee diensten per week, worden ze in de kraag gevat, ik zeg het even op zijn Rotterdams, terwijl we ook met elkaar weten dat eigenlijk 75% van de politietijd ben je maar echt aanwezig, een kwart van de tijd is weg met verlof, opleiding, training, ziek soms. Dus dat is een en uw andere vraag is, de politieopleiding, en dat is ook een fenomeen.
Gelukkig is het helemaal ingekort naar twee jaar en het is afwachten nog, want de pilotklassen zijn van januari is het opgestart, het heeft een half jaar stilgelegen, de instroom waardoor meer achterstand hebben nu, maar dat moet uit ontwikkeld worden en voor ons is vooral belangrijk dat die kwaliteitsinjecties op de maatschappij zoals die buiten is en zoals die vandaag de dag geldt, skills die je buiten op straat nodig hebt om te survival een, dat daar heel veel aandacht voor is. En u heeft een heel goed voorbeeld te pakken, het met toeters en bellen rijden, zoals wij dat noemen, is echt een vak apart en je ziet ook dat, passes nog een collega enkele pijlen, die kwam aan de andere kant van de weg terecht, met een spoedmelding, en die rijdt iemand aan en die zit in het verdachtenbankje nu terwijl die gewoon met spoed onderweg was naar een melding. Dat vreet aan mensen. Dus het klopt dat de opleiding, ik wil niet zeggen dat die ingekort is, dat zou ik ook moeten navragen, maar je hebt dus een vaste training aan het begin van inderdaad vier dagen en dan krijg je, moet je iedere drie jaar een dag bijgelest worden, maar dat komt er ook bijna niet van. En die jongens rijden toch allemaal gewoon met toeters en bellen want als we gaan zeggen, ja, we hebben de opleiding niet gehad, we rijden niet, dan is de performance echt weg.
De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, uw vragen daarmee beantwoord? Mevrouw Kayadoe: Jazeker voor dit moment, maar ik denk inderdaad met een verdiepingsslag, dat ik dan nog graag een aantal zaken wat inhoudelijker zou willen stellen. Die komen dan wel. Pagina 4 van 29
De voorzitter: Gaan wij door met de vragen van de heer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het inspreken. Ik wil u wel bedanken want ik ben wel erg blij met deze heads up die we krijgen. Ja, onze vraag was ook toch gericht over de wijkagent, want ja, als ze niet in de wijk zijn, maak ik me toch redelijke zorgen, zeker ook voor het thematisch en het sturingsgebeuren. Ziet u gebeuren dat de jeugd op deze manier minder begeleid kan worden, minder gestuurd kan worden en dergelijke zoals dat vroeger het geval was, dat de agent de groepen wist en dergelijke? Is dat aan het verminderen? En mijn tweede vraag is, onze zorg is het aantal vrije bezetting op straat op dit moment, het blauw op straat in Ridderkerk in het algemeen. Voor ons gevoel is dat natuurlijk ook al heel erg verlaagd, overdag zowel als ’s nachts. Hoe zit dat? Is dat inderdaad ook werkelijk waar of is dat alleen maar het gevoel van ons? De voorzitter: Mijnheer Slabbekoorn, u heeft de vragen meegekregen? De heer Slabbekoorn: Ten aanzien van het sturing en thematisch achterstand. Kijk, de wijkagenten waken met 440 man, zeg maar even, grosso modo. Met de, zeg maar, drie, vier jaar na de reorganisatie hebben ze meer kwaliteit gegeven aan wijkagenten middels sturing en thematisch taakaccenten en die werden ook beter beloond. 20% van de wijkagenten.
Dat betekent dus dat die wijkagenten voornamelijk op de PC in overleggen zitten zoals bij de gemeenteraad of bij een buurthuis. Wijk overschrijdende zaken proberen op een thematische manier aan te pakken. Dus beter en groter. Maar in de kern zijn ze dus weg van de straat. Ze zijn er nog af en toe wel maar in principe ziet de burger, als je echt een afspraak met hem maakt, maar ze zijn dus niet meer aanwezig. Dus eigenlijk hebben al die andere wijkagenten meer burgers om hun aandacht aan te besteden. Maar goed, wij zeggen niet dat het goed of fout is, alleen je ziet dus weer, er is een kwaliteitsinjectie gegeven. In de uitvoering zijn gewoon 80 minder wijkagenten beschikbaar rechtstreeks met een wijk en een burger. Dus dat is, probeer ik te duiden, op uw vraag. Het andere, blauw op straat, ik weet dat er heel veel aandacht is geweest om in ieder geval de nachtdiensten te vullen. Die gaten daar zijn zeldzaam dus het is echt zeldzaam dat er ’s nachts links of rechts in de regio een auto wordt stilgezet, gelukkig. Maar dat is toch wel in het verleden regelmatig gebeurd. En nou weet ik wel, als er, zeg maar, in dit geval, op Zuid twee auto’s minder rijden en op Noord en die zijn zo de brug over en zo werd dat altijd opgevangen. Maar absoluut is er minder blauw op straat beschikbaar, 100%.
De voorzitter: Mijnheer Coule, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Coule: Mijn vragen zijn daar zeker mee beantwoord. Ik wou u allen beide graag bedanken. De voorzitter: Oké. Dan gaan wij door met de vragen van de heer Los van Echt voor Ridderkerk. Mijnheer Los, ga uw gang. De heer Los: Ja, voorzitter, verontrustende berichten, zou ik zeggen. Mijn vraag was eigenlijk in lijn met die van de heer Westbroek, het is zo, wat ik mij afvraag is, wat kan de raad hierin betekenen? Moeten we dan misschien nog eens een keer verder over praten. Maar voor zover ik ook weet, is ook deze politie niet onder ons en is de enige bemoeienis met de politie, dat is de driehoek met onze burgemeester. Heb ik dat goed gezien? De voorzitter: Mijnheer Slabbekoorn.
Pagina 5 van 29
De heer Slabbekoorn: Nou, kijk, er is een regioburgemeester, mijnheer Aboutaleb, en die spreekt met de hoofdofficier van justitie en met het PC. Ik denk wel dat andere sectorhoofden uiteraard bestuurlijke contacten hebben. Maar de echte, zoveel poppetjes daarheen, zoveel poppetjes daarheen, dat gebeurt toch door de politiechef en ja, daar heeft de raad geen rechtstreekse lijn in. Wel natuurlijk als we er gewoon om vragen, maar die is niet regulier aanwezig en die gaat gewoon via de burgemeester naar de regioburgemeester en die kan daar wel aandacht vragen voor de problemen die daar zijn. De voorzitter: Mijnheer Los, uw vraag daarmee beantwoord? De heer Los: Ja, dat is, denk ik, wel duidelijk. We kunnen ons laten horen maar directe invloed, meer dan dat hebben we niet, maar inderdaad, daar zou ik nog best een keer over door willen praten. Tot zoverre, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Goed, dan dank ik de heer Slabbekoorn voor de bijdrage en het beantwoorden van de vragen. En gaan wij over naar agendapunt 3, mijnheer Westbroek, handje. De heer Westbroek: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk aan u of de griffier een vraag. Een aantal mensen hebben zich hier uitgesproken om nog een keer hier verdiepend op terug te komen, misschien in een commissiebijeenkomst of iets dergelijks.
Als een meerderheid van de commissie hierachter staat, kunnen we dit dan op een of andere manier alvast een mouw aanpassen, of iets? Dat het op onze agenda komt? De voorzitter: Nou ja, dat zou even bekeken moet worden. Allereerst is natuurlijk de burgemeester portefeuillehouder veiligheid en heeft zij contacten met de politie. Dus ik denk dat het zonder haar rol lastig is om zoiets te plannen. Daarbij komt dan, denk ik, dat onze portefeuillehouder met name, als ze een avond organiseert over de politie, daar ook de politie een rol in wil geven. Vanavond heeft de heer Slabbekoorn natuurlijk namens de vakbond ingesproken. Ik denk, eerlijk gezegd, dat de vakbond richting onze portefeuillehouder een beetje raar is als die samen over de politie gaan praten. Dus ik denk dat dat best nog wel eens een lastige zou zijn. Dus wellicht dat de griffier ook dit verzoek bij de portefeuillehouder neer kan leggen en dan moet die maar even kijken hoe daarin verder te acteren. Maar ik zie daar vooralsnog nu even niet dat we daar even in deze vorm iets voor kunnen plannen. De heer Westbroek: Helder, voorzitter. Anders komen we er in het presidium vast nog wel even op terug. De voorzitter: Dat is altijd natuurlijk nog een mogelijkheid voor een aantal van u. 3.
Plan extra inzet ter voorkoming van problematische schulden gemeente Ridderkerk 2021 De voorzitter: Dat gezegd hebbende alsnog door naar agendapunt 3, het plan voor extra inzet ter voorkoming van problematische schulden. Inzet daarvan is ter debat. Is er iemand die zich daar niet in kan vinden? Dat lijkt niet het geval. Dan allereerst het woord aan wethouder Franzen. Wethouder Franzen, ga uw gang. De heer Franzen: Ja, dank, voorzitter. Voor ons ligt een mooi voorstel. Echt extra inzet om problematische schulden te voorkomen dus de aanleiding was mede de raad zelf die een motie heeft aangenomen. Hiermee geven we uitvoering aan die motie, maar we geven ook verdere uitvoering aan de richting die we hebben uitgezet bij ons integraal beleid sociaal domein en het minimabeleid. Nu maken we echt concreet hoe we dat willen gaan bereiken, die doelstellingen uit die plannen. Concreet gaan we bijvoorbeeld ook maken die, althans, dat staat in het plan, hoe we de pilot opkopen van schulden jongeren gaan uitvoeren. In het integraal Pagina 6 van 29
beleid sociaal domein hebben die stip gezet, dat is een van de dingen die we willen en met dit plan geven we uitvoering daaraan. Daarnaast zorgen we ook dat we in onze werkwijze gaan voldoen aan de nieuwe wetswijziging wet gemeenschappelijke schuldhulpverlening en we gaan volop inzetten op vroeg signalering. We gaan niet alleen aan schuldbemiddeling doen maar ook aan de schuldsanering. Dus dat is ook voor degenen die de schulden heeft, voor onze inwoner makkelijker. Nu is het zo dat iemand spaart voor bijvoorbeeld 15 schuldeisers en straks geven we diegene die dat moet afbetalen rust. We kopen die schulden af en hij heeft nog maar één aanspreekpunt gedurende dat proces. Het is een klein beetje rust, het blijft een vervelende situatie maar toch hoop je met dat kleine beetje rust een wereld van verschil te maken voor degenen. Tot slot geven we ook uitvoering aan een andere motie, namelijk om aan te sluiten bij de Nederlandse schuldhulproute. Dat is ook een manier om toch voor onze inwoner een en ander net iets beter te laten lopen. Het is een klein iets maar ook voor de inwoner kan het een wereld van verschil gaan worden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik heb begrepen dat u ambtelijk wordt ondersteund, in deze, door mevrouw Zock, dus mocht het nodig zijn dan ook u, nou, u sowieso hartelijk welkom. Er zijn al een aantal vragen schriftelijk ingediend.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik niet helemaal meer helder op het netvlies heb welke daarvan nu wel of niet al zijn beantwoord. Dus ik wou eigenlijk maar iedereen even in de gelegenheid stellen om nog, nou, sowieso bent u in de gelegenheid om vragen te stellen dus. Zijn er vragen voor de wethouder? Ik zie de heer Borst van de VVD, mevrouw De Wolff, ChristenUnie. De heer Overheid, de heer Kranendonk, de heer Coule, mevrouw Ripmeester. Dan heb ik, volgens mij iedereen gehad. Zou u uw handje willen laten zakken weer dan, tenzij u hem wel opgestoken had maar ik u niet genoemd heb. Dat lijkt niet het geval. Dan is allereerst het woord aan de heer Borst van de VVD. De heer Borst: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik had twee vragen naar aanleiding van dit agendapunt. Met dit plan willen we problematische schulden voorkomen waaronder bij een nieuwe doelgroep, die als gevolg van de epidemie en de daaruit voortvloeiende economische crisis, mogelijk in de schulden raakt. Daarvoor gaan we inzetten op die vroegsignalering. Het voorliggende plan voorziet in een extra capaciteit voor de twee jaar durende pilot voor extra begeleiding van jongeren met problematische schulden.
Maar hoe gaat deze investering nou bijdragen aan de vroegsignalering van schulden bij die nieuwe doelgroep en welke andere investeringen gaan we dan doen om deze nieuwe doelgroep te bereiken? Daarnaast gaan we aansluiten op een systeem wat ons in staat stelt om te matchen, prioritering en te registreren zodat we schulden per huishouden kunnen monitoren. Dat gaan we onder andere doen omdat er per 1 januari 2021 het acteren op belastingachterstanden per huishouden een wettelijke verplichting is geworden. Daarnaast gaan we door bijvoorbeeld het schuldenknooppunt, inwoners, de stress van inwoners gedurende het middellijke traject proberen te verminderen. Mijn vraag is, in het minimabeleid en plan schuldhulpverlening 2020-2024 is met deze zaken helemaal geen rekening gehouden. Mijn vraag aan de wethouder is dan ook of de wethouder het toch niet toen al belangrijk vond om hierop in te zetten en waarom deze zaken dat nu pas worden opgepakt? Dat waren mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja. Allereerst, wat betreft de pilot, opkopen schulden jongeren, dat is ook een stukje preventie omdat je jongeren in het begin die al een klein beetje in de schulden zijn geraakt of in een grotere mate, toch weer een kans geeft en leert er mee om te gaan hoe geen schulden te maken.
Dus daarmee investeer je in jongeren, je haalt die schuld weg, je geeft ze begeleiding, je leert ze met geld om te gaan. Dus zo werkt dat ook preventief door op latere leeftijd, is het idee. Wat betreft die prioritering en die punten die in
Pagina 7 van 29
het minimabeleid zouden moeten staan, destijds hebben we dat minimabeleid en dat plan schulddienstverlening vastgesteld. Dat moet elke vier jaar gebeuren dus dat we hebben gedaan, daar is invulling aan gegeven en ondertussen verandert de wereld. Er komen nieuwe dingen aan, die worden concreter en die moet je dan ook vervolgens uitvoeren. Dus niet alles hebben we toen kunnen doen. We handelden toen wel al vooruitstrevend en in de geest van de wetswijzigingen, bijvoorbeeld met betrekking tot signalen van schulden bij andere partners. Daar zijn we voortvarend te werk ingegaan en nu is dat ook juridisch geregeld en daar geven we met dit plan nog meer uitvoering aan. De voorzitter: Mijnheer Borst, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Borst: Voorzitter, mijn tweede vraag wel, maar op mijn eerste vraag toch nog niet helemaal. Ik snap namelijk dat het, deze pilot jongeren leert op latere leeftijd om beter met geld om te gaan. Maar niet alleen in het plan maar ook in het raadsvoorstel staat in de eerste twee alinea’s dat we in gaan zetten op preventie van schulden bij een nieuwe doelgroep die ontstaat ten gevolge van de economische crisis die voortvloeit uit de corona epidemie.
Ik vroeg me af, wat gaat dit preventieplan dan doen om die schulden bij die nieuwe doelgroep die we nu zien aankomen, om dat te verminderen? Misschien zitten daar wat jongeren tussen, maar volgens mij helpt die pilot voor jongeren dan niet om schulden te voorkomen bij die doelgroep. Dus dat was eigenlijk waar ik op doelde met mijn vraag, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ik kijk even mevrouw Zock aan, of die een nadere toelichting kan geven. Mevrouw Zock: Jazeker. Dank, voorzitter, (niet hoorbaar) Franzen. De pilot voor opkopen schulden voor jongeren voorziet inderdaad voor die doelgroep en dat voorkomt natuurlijk ook dat de schulden erger worden. Waar u het over heeft, over die nieuwe applicatie en het prioriteren, dat voorziet wel degelijk ook in de vraag voor de nieuwe doelgroep want ook de betalingsachterstanden die we op een gegeven moment ontvangen, ja dat heeft ook betrekking op die nieuwe doelgroep die nu wordt getroffen door onder andere corona. Dus daar zit wel een preventie vroegsignalering. De voorzitter: Mijnheer Borst, ik denk dat uw vragen daarmee beantwoord zijn? De heer Borst: Niet helemaal, maar het is voor nu voldoende, denk ik, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Nog even reagerend of doorvragend op het antwoord van mevrouw Zock.
Die informatie die wordt gematcht, er wordt vroegsignalering gedaan en daardoor wordt die nieuwe doelgroep beter in kaart gebracht. Nou is dit ook wel een nieuwe doelgroep die gewend is om zijn eigen boontjes te doppen, dus stel nu dat iemand helemaal geen prijs stelt op het feit dat ‘ie in het register van de gemeente komt. Hoe kan ‘ie er dan weer uit? Hoe werkt die slag? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Franzen, of speelt u de vraag? De heer Franzen: Het gaat zwaar de uitvoering in. Ik kijk even mevrouw Zock aan. De voorzitter: Mevrouw Zock.
Pagina 8 van 29
Mevrouw Zock: Dank, voorzitter. Wij ontvangen dus de betalingsachterstanden van diverse leveranciers en die kunnen we dus met elkaar matchen. Dat is overigens ook geborgd in de wetgeving. Op het moment dat de inwoner niet reageert op onze verzoeken om met ons contact op te nemen voor schuldhulpverlening dan verwijderen wij die gegevens op een gegeven moment. Voor de wetgeving staat daar een termijn van een half jaar voor. Dus na een half jaar verwijderen wij die gegevens. Mocht een cliënt naar aanleiding van onze oproep niet in onze registers willen voorkomen, dan kan de inwoner altijd een verzoek doen tot verwijdering daarvan en dan zullen wij ook de gegevens verwijderen. De voorzitter: Mevrouw Ritmeester, wilt u uw handje weer laten zakken? Dan houd ik enigszins het overzicht. Dank u wel. Gaan wij door met vragen van mevrouw De Wolff van de ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eerst nog een vraag die ingaat ook op vraag die mijnheer Borst van de VVD stelt. Nog even over dat opkopen van de schulden van jongeren. Dat was al een plan voordat de corona crisis kwam en die is nu opgenomen in dit plan. Mijn vraag is, klopt dat of niet. Volgens mij was dat ook de vraag van de VVD. Dan de tweede, dank u wel trouwens voor de hele snelle beantwoording van de vragen, dat vergeet ik te zeggen. Dat is toch wel weer een compliment waard.
Bij vraag twee heb gevraagd om de opschaling van de capaciteit en u geeft aan dat dat moeilijk aan te geven is want ja, we willen eigenlijk geen percentage noemen, dat snap ik goed. Maar tegelijkertijd denk ik, er zijn toch wel een soort kaders van zoveel cliënten die zich aanmelden op zoveel fte en daarmee kun je toch zeggen, nou, als wij er straks 100 zien binnenkomen, dan verwachten we zoveel mensen aan te nemen. Dit om te anticiperen op de kosten die we daar wellicht voor moeten gaan maken. Dat waren de vragen, dank u wel. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, wat betreft het plan voor het opkopen van die schulden. Het is voor het eerst echt neergezet in het integraal beleid sociaal domein. Daarin is gewoon uitgesproken door de raad van daar willen wij heen en nu maken we dat concreet. Want je moet daar ook uitvoering aan geven. Dus linksom of rechtsom moest ook dat voorstel uitgewerkt worden en daarom is het ook opgenomen in dit plan, anders waren het twee raadsvoorstellen geweest en dan mis je ook weer de samenhang tussen het ene andere en het ander en als we dan nu toch dit thema bij de horens vatten, is het goed om die op uitvoeringsniveau naast elkaar te zetten en in één plan op te nemen. Wat betreft dat opschalen van capaciteit, ja, dat is lastig nu al te zeggen wanneer je dat gaat doen.
Het is een verhouding tussen aan de ene kant het aantal fte wat je hebt en aan de andere kant het aantal cliënten. Maar ook bepaalde processen gaan we anders inrichten waardoor je een bepaalde efficiëntie kan bereiken en daardoor maak je ook een stukje capaciteit in fte vrij. Dus zo kan je ook een gedeelte opvangen en aan de andere kant is het ook van belang, als de complexiteit van de casussen ineens gaat toenemen, kost dat ook meer fte. Dus zo zijn er verschillende parameters waaraan wel of niet opschalen, verbonden is. Om nu al te zeggen, op dat moment gaan we opschalen, ja, het zou ook zonde zijn als we op een bepaald moment teveel fte hebben zitten, als er te weinig werk is. We moeten gewoon echt opschalen als dat nodig is en dat moeten we dan direct doen en daar moeten we snel op anticiperen. De voorzitter: Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ja, helder antwoord, dank u wel. De voorzitter: Gaan wij door met de vragen van de heer Overheid van het CDA. Mijnheer Overheid, gaat uw gang.
Pagina 9 van 29
De heer Overheid: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een drietal vragen. Ten eerste, in hoeverre gaat de AVG belemmerend zijn bij het oppakken van de vroegsignalering? Andere vragen zijn een vraag over het plan zelf, pagina 5 wordt gesproken over een stabiel inkomen. Ik ben wel benieuwd welke inkomens worden daar dan onder verstaan? Op pagina negen van het plan staat, in de huidige programmabegroting zijn er geen middelen beschikbaar voor overige kosten waaronder saneringskosten. Als die kosten dan gemaakt worden, waar worden die dan onder geboekt? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Overheid, uw verbinding is niet optimaal. Ik hoop dat de wethouder de vragen door heeft gekregen. Wethouder Franzen, heeft u de vragen van de heer Overheid meegekregen? De heer Franzen: Ja, deels. Maar het was voor mij nog even zoeken waar op pagina 5, maar gelukkig is het de tweede vraag. Wat die algemene gegevensverwerking betreft, die privacy van inwoners, en mevrouw Zock heeft er net al een mooie voorzet op gegeven, op dat antwoord. In zekere zin kan het dus belemmerend werken in je vroegsignalering omdat je niet tot in het einde mensen kan benaderen. Maar aan de andere kant biedt het ook een helder kader van wat wel kan en wat niet kan. Wat betreft de overige kosten, we willen bepaalde dingen regelen, bijvoorbeeld het opkopen van die schulden.
Dat is niet in de huidige begroting geregeld en daarom zijn er ook wat financiële beslispunten aan verbonden om de kosten voor de uitvoering van dit plan te dekken. Een deel komt uit de bestemmingsreserve en een deel komt uit andere potjes. Een en ander is weergegeven in de beslispunten. De voorzitter: En, mijnheer Overheid, wilt u uw vraag over pagina 5 dan nog wat specificeren? De heer Overheid: Natuurlijk. Ben ik verstaanbaar? De voorzitter: Het goede nieuws is dat in ieder geval pagina 5 is doorgekomen. De heer Overheid: Pagina 5 onder 4 punt (niet hoorbaar) tweede alinea staat onderaan: schuldsanering is bedoeld voor degenen die een stabiel inkomen heeft. (niet hoorbaar) benieuwd wat er onder stabiel inkomen verstaan wordt. De voorzitter: Wethouder Franzen, wat verstaat u onder een stabiel inkomen? De heer Franzen: Stabiel inkomen moet ruim worden opgevat. Er moet een consequente inkomstenbron zijn. Dat kan bijvoorbeeld een salaris zijn, maar dat kan bijvoorbeeld ook een uitkering zijn. Het gaat erom dat er een eenduidig inkomen binnenkomt op de bankrekening, ongeacht herkomst. De voorzitter: Mijnheer Overheid, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Overheid: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van de heer Kranendonk van de SGP. De heer Kranendonk: Dank u wel, voorzitter.
Een aantal vragen zijn al gesteld, ook in de schriftelijke vragenronde, door andere fracties dus die hoeven we niet meer te herhalen. Dank voor de antwoorden ook daarvoor. Ik heb eigenlijk nog even een algemene opmerking die, en een andere vraag die aansluit op een vraag die al gesteld is eerder over die inzet van die personele capaciteit. We leven helaas in een situatie op dit moment dat personeel schaars is. Soms zie je ontwikkelingen aankomen en soms ook niet. Wat is dan de garantie dat je tijdig mensen bij kunt schakelen voor een X aantal dossiers, die ook opgepakt moeten worden. Pagina 10 van 29
En als we het over schulden hebben, we hebben in de vorige raadsvergadering een motie aangenomen met ze allen waarin we naar een aantal weken willen werken en als we zien dat het niet gehaald wordt, dan is het wel heel fijn als er toch tijdig ingegrepen wordt met een extra menskracht. Dus ik zou de wethouder willen vragen, hoe garandeert u dat u voldoende mensen heeft op het juiste moment? En dan even terugkomend op de algemene opmerking die ik wilde maken als het gaat over de adviezen. Er zijn drie adviezen uitgebracht door de verschillende platforms. Eén daarvan wil ik even benadrukken, dat is die van schuldhulpmaatje. Schuldhulpmaatje heeft deze keer een zeer uitgebreid rapport uitgebracht, of advies uitgebracht, en eigenlijk was ik een beetje teleurgesteld hoe ik de reactie van het college daarop las, dat was, volgens mij is het tien pagina’s, als ik het goed heb, en dat heeft het college samengevat in een kleine twee pagina’s en daar zijn eigenlijk ook heel veel concrete vragen niet ingegaan. En dan zeggen, ja, zeg dan gewoon, we doen er niets mee en we danken voor je reactie of ga gewoon serieus in op bepaalde vragen.
De voorzitter: Mijnheer Kranendonk, heeft u op dit punt een vraag, want het staat ter debat dus u mag uw mening daarover, kunt u straks in de raad ook uitgebreid, dus als u nog een vraag op dit punt heeft, stelt u hem dan en misschien anders uw bijdrage voor de raad formuleren. De heer Kranendonk: Dat ga ik zeker doen. De concrete vraag is, deelt de wethouder mijn mening dat de beantwoording zeer beknopt is? De voorzitter: Heldere vraag, dank u wel. Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, wij gaan ervanuit dat wij de juiste mensen op het juiste moment kunnen werven. Dat is het korte en heldere antwoord wat ik daarop kan geven. Wat betreft de mening, ja, we hebben een beknopte reactie gegeven (niet hoorbaar). De voorzitter: Wethouder, uw tweede antwoord viel bij mij weg en gezien de reactie van enkele anderen, denk ik dat ik niet de enige ben die daar last van heeft. De heer Franzen: Ja, betreft de adviezen, ik deel de mening van de heer Kranendonk dat het antwoord beknopt is. We zijn daarnaast ook gewoon in gesprek met deze partijen om een en ander mondeling toe te lichten en te bespreken. Ik kan er in algemene zin over zeggen dat bij andere adviesaanvragen bij platforms, we overgaan op een uitgebreidere beantwoording omdat beknopt voor sommige mensen voordelig is, maar de platforms aangeven dat ze toch liever een uitgebreide reactie hebben.
Dat betekent ook dat het wat meer leeswerk gaat worden voor degene die onze reactie gaat lezen. De voorzitter: Voor uw commissie dus. Mijnheer Kranendonk, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Kranendonk: Yes. De voorzitter: Dan ga ik door met de vragen van de heer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik wel even zeggen dat ik blij ben dat we aansluiten bij de Nederlandse schuldhulproute, dat is goed nieuws. Verder heb ik de vragen, zijn er al harde feiten te noemen waarop we kunnen zien dat er al hogere aanvragen aan zitten te komen? De NVVK die spreekt uiteraard over 30% maar dat is een heel zachte prognose op een aantal dingen maar welke feiten zijn er op dit moment, die we kunnen achterhalen? Dan heb ik de volgende vraag, op pagina 5, het systeem voor het prioriteren, hoe zit het met de AVG? We gaan mensen toevoegen, huishoudens toevoegen, ik denk dat de AVG daar toch een Pagina 11 van 29
aardig stevig handje in gaat loslaten. Dan de vraag daarop is, u geeft aan dat er een aantal partners in komen, in dat systeem. Ook de energie en waterleveranciers, zorgverzekeraars een dergelijke. Wat ik mezelf afvraag, er zijn nog meer partijen die vroeg kunnen aangeven dat er mogelijk problemen op handen zullen kunnen zijn zoals bijvoorbeeld instanties als het UWV. Die zie ik nergens terug vermeld, er zijn ook behoorlijk wat mensen die ineens 70% terugvallen van een groot inkomen naar een minimuminkomen, voordat ze uiteindelijk toch bij de bijstand terecht gaan komen. Dat soort mensen zou dat ook wel geïnitieerd kunnen worden, lijkt mij. Dat zijn mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Coule. Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, dank. Ik ben blij dat er blijdschap is over de wijze van afdoening van de motie. Harde feiten over het aanvragen. Nou, over het aantal aanvragen kan ik het volgende zeggen, in het verleden dachten we meermaals, er komt een hele berg aan en die hele berg is tot op heden uitgebleven. Sterker nog, de trend is licht dalend. Maar we zijn alert, op het moment dat de lijn omhoog gaat, zullen we daar meteen op acteren. De tweede vraag over het systeem, de prioriteiten en de algemene gegevens kijk ik even mevrouw Zock aan. De voorzitter: Mevrouw Zock. Mevrouw Zock: Dank u wel, voorzitter.
Ja, de AVG is wel (niet hoorbaar) in ieder geval alle verplichtingen uit de AVG. Het is wettelijk vastgelegd in de wet gemeentelijke schuldhulpverlening dat die verschillende leveranciers, ja, de betalingsachterstanden moeten leveren ook aan ons en dat wij ze ook als gemeente moeten oppakken, en daarbij worden dus de vier leveranciers genoemd, de verhuurders, waterenergieleveranciers en de zorgverzekeraars. De overige partijen die worden genoemd bijvoorbeeld als een UWV of misschien een winkelketen ofzo, die zijn natuurlijk niet wettelijk maar daar is ook geen landelijk convenant voor opgesteld. Wel voor die vier leveranciers dus daar zullen we als eerste prioriteit aan geven om daarbij aan te gaan sluiten. De heer Franzen: Dan, wat betreft de derde vraag, bijvoorbeeld het UWV, hoe gaat dat? Een groot deel van de mensen met een UWV-uitkering komt niet in de bijstand terecht. Een klein deel wel. Het UWV begeleidt die naar onze loketten en zodra iemand zich dan bij ons meldt voor de bijstandsuitkering, maken wij die toets. We nemen de inwoner mee in het proces, hoeveel heeft u te besteden? We doen een snelle test op het inkomen en met name de uitgaven die diegene heeft, om zo te kunnen signaleren of dat op korte termijn ook nog goed gaat, en daarnaast haken we dan ook meteen in dat gesprek de minimaregelingen aan zoals de Ridderkerkpas.
Zodat we ook zorgen dat, als iemand ergens recht op heeft, dat in dat gesprek ook te horen krijgt, qua inkomensregeling. De voorzitter: Mijnheer Coule, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Coule: Nou, even een heel klein dingetje van het UWV nog, tijdens het UWV-traject, als mensen bijvoorbeeld richting afkeuring gaan, whatever, langdurig ergens niet kunnen werken, om welke reden dan ook, vallen ze op een gegeven moment, tijdens dat traject vallen ze op een gegeven moment een heel groot stuk in hun inkomen omlaag waardoor ook al een schuldenlast kan ontstaan. En dat traject, dat wordt heel vaak over het hoofd gezien. Is het niet verstandig om ze dan al op een of andere manier te kunnen helpen? De voorzitter: Wethouder Franzen.
Pagina 12 van 29
De heer Franzen: Ja, ik kijk even mevrouw Zock aan, of zij de relatie tussen het UWV en ons kan weergeven in de situatie die de heer Coule schetst. De voorzitter: Mevrouw Zock. Mevrouw Zock: Voorzitter, dank hiervoor. Ja, er staat ook, volgens mij, in het plan beschreven of in ieder geval ook in het rapport waar het plan naar verwijst, een terugval vanuit een werkende situatie naar een uitkeringssituatie of een bijstandssituatie (niet hoorbaar) grote gevolgen en daardoor kunnen ook wel schulden ontstaan en een problematische schuldensituatie, dat is bij ons wel bekend. Volgens mij is het zo dat wij in gevolge de AGV of in ieder geval het UWV niet met ons die gegevens van te voren met ons mag delen zodat wij alvast kunnen gaan anticiperen op terugval van inkomen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp de zorg van de heer Coule heel goed en ik vraag mij af of we ook in het kader van die schuldhulproute en dat meer naar buiten treden naar, en de (niet hoorbaar) campagne van het schuldhulpmaatje, of we daar juist dan niet aan deze groep extra aandacht zouden moeten besteden omdat we die op een andere manier niet in beeld hebben. Wilt u dit aandachtspunt meenemen in de aandacht? In de aandacht in de combinatie of hoe u dat dan ook gaat uitdragen.
De voorzitter: Ja, wethouder Franzen (niet hoorbaar) vraag beantwoorden? De heer Franzen: Ja, het was een beetje cryptisch gevraagd. Dus ik heb de oproep gehoord. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, dan kunt u uw overige vragen dan ook gelijkstellen? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Allereerst complimenten voor het plan, het is heel veelomvattend en er staat heel veel in, alles in samenhang. Ook dank voor de snelle beantwoording van de vragen. Dit plan wordt nog nader uitgewerkt. Ik had gevraagd, wat is uw ambitie op het bereiken van die 1500 huishoudens met problematische schulden. Daarop is geen antwoord gekomen. Kunt u aangeven wanneer er wel een antwoord op komt? En ook op mijn vraag, kunt u aangeven wat de uitval is, en dan bedoel ik niet de uitval tussen eerst de melding aan het loket of op site tot doorlopen van schuldtraject, maar gewoon per fase. Dus hoeveel mensen vallen uit tussen het aanmelden op de site en het eerste gesprek en tussen het eerste gesprek en het werkelijk starten van het traject. Je hebt een paar van die mijlpalen in dit traject en daarop is verschillende soorten uitval. De andere vraag is, wilde ik voortborduren op de vraag van de heer Overheid over dat stabiele inkomen.
Wanneer is er een stabiel inkomen en wanneer komen mensen in aanmerking voor dat saneringskrediet? De wethouder gaf aan, dat is wanneer er een vaste bron van inkomsten is en hij noemde daarbij een uitkering of salaris. Tegelijkertijd hebben we nu te maken met een heleboel ZZP-ers en ondernemers die een dip in inkomen hebben maar gewoon door willen gaan met hun bedrijf en die hebben dus geen salaris of geen uitkering. Hoe gaat u daar dan mee om? De een na laatste vraag is de vraag, naar aanleiding van advies of op de reactie op het advies van schuldhulpmaatje. Bij de kostendelersnorm geeft u aan dat in het plan is opgenomen dat we gaan onderzoeken in hoeverre we het toepassen van maatwerk op dit onderdeel kunnen opnemen in het uitvoeringsbeleid. Op dit moment is er al heel veel ruimte om de kostendelersnorm anders toe te passen en mijn vraag is eigenlijk, gebeurt dit nu niet en gaan we dit straks pas doen of gebeurt dit nu ook al en gaan we dit meer doen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Weet u het zeker, u zei dat dat uw een na laatste vraag was. Pagina 13 van 29
Mevrouw Ripmeester: Ja, dat is helemaal waar. De voorzitter: Ja, het maakt mij niet uit. Mevrouw Ripmeester: Mijn laatste vraag was, doorvragend op de beantwoording van vraag negen van de eerder ingediende vragen en dat is dat, op het moment dat de uitkering wordt ingehouden, wordt er dan contact gezocht? En ik heb met name gevraagd, wordt er dan mondeling gezocht en niet gewoon een brief gestuurd die niet begrepen wordt, juist om weer problemen te voorkomen. Dus wordt er mondeling contact gezocht? Dank u wel, voorzitter en dank u wel voor de herinnering. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, op de eerste twee vragen verwijs ik, zou ik graag mevrouw Zock willen vragen voor de beantwoording en dan zal ik de laatste drie voor mijn rekening nemen. De voorzitter: Oké, mevrouw Zock. Mevrouw Zock: Dank, voorzitter. Ik moet heel even die eerste vraag er weer bij pakken. Ik heb hem voor me. Over de ambitie van 1500 huishoudens (niet hoorbaar). Ja, allereerst, niet alle 1500 huishoudens komen bij onze gemeente. Een deel zal natuurlijk wel bij onze gemeente aankloppen en een deel valt onder bewindvoering en een deel valt ook onder de WNSP en ik denk ook dat zelfs een deel van de inwoners ons wellicht moeilijk te bereiken vindt of misschien zelfs geen hulp wil.
Die hebben we ook, want dat zien we ook wel met de vroegsignalering, we proberen er wel graag op af te gaan, maar we zien ook dat we soms niet altijd de reactie terugkrijgen. Dus dat zorgt er ook voor dat minder inwoners bij ons in een schuldhulpverleningstraject zitten dan dat er inwoners zijn met schulden of problematische schulden. Uiteraard doen we er wel alles aan om onze inwoners te bereiken via onze kanalen, we hebben daar ook partners voor. We zetten ook andere middelen om de inwoners wel te bereiken. De uitvoering van onder andere de TOZO en de TONK heeft ons ook wel een breder inzicht gegeven in die doelgroep. Ook die inwoners kunnen we nu, kunnen we bereiken. Dus ik denk wel zeker dat er ambitie is om meer inwoners te bereiken. Aan de andere kant willen we wel heel erg graag die inwoners in de vroegsignalering terugzien want uiteindelijk is een schuldhulpverleningstraject, ja, dat neemt drie jaar in beslag, nog een voortraject. Dat is voor die inwoner ook best wel heel erg intensief (niet hoorbaar) zien we eigenlijk die inwoner in een vroegsignalering dan in een schuldhulpverleningstraject.
Voor wat betreft de uitval van de cijfers in de diverse stadia die door mevrouw Ripmeester worden benoemd, in de intakefase, stabilisatiefase en alle overige fases, die heb ik op dit moment niet paraat, dus ik denk dat we daar op een ander moment wellicht op terug kunnen komen, wellicht in de evaluatie. Dat laat ik even aan de wethouder over. Volgens mij waren dat de vragen. De voorzitter: Wethouder, dan krijgt u vraag twee weer terug. De heer Franzen: Ja, we gaan even kijken wat er mogelijk is qua cijfermatige informatie en als die er is, zullen we die met de evaluatie gelijktijdig naar de raad doen toekomen zodat u zo’n volledig mogelijk beeld heeft. Wat betreft die TOZO-doelgroep. De TOZO-doelgroep is een andere doelgroep dan gebruikelijk. Het zijn vaak ondernemers in hart en nieren die een inkomensterugval hebben en we hebben ook een speciaal plan opgezet om die TOZO-doelgroep te benaderen. Die zijn allemaal benaderd, inmiddels, en daar hebben we ook mee besproken van hoe ziet u de toekomst voor u? Heeft u bijvoorbeeld behoefte aan omscholing? Want ook daarvoor hebben we budgetten beschikbaar, naast de TOZO-uitkeringen. Voor sommige TOZO-aanvragen zijn er ook nog minimaregelingen en die hebben ook allemaal onder de aandacht gebracht, indien van toepassing. Pagina 14 van 29
Dus zo zijn we met de TOZO-groep in gesprek, bent u ook over geïnformeerd met een raadsinformatiebrief. Dan wat betreft het advies schuldhulpmaatje, die kostendelersnorm. Met dit plan spreekt u uit, als het wordt aangenomen, om deze richting op te gaan en dan zullen wij dat uitwerken in de beleidsregels later dit jaar en dan is het een feit. Wat betreft het contact met de inwoner waarbij de uitkering stop wordt gezet. Ja, wij zoeken telefonisch contact met diegene, alleen niet iedereen neemt op. Daarom doen we het ook altijd schriftelijk. Dus we hebben de twee-wegenmethode die we daar toepassen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, uw vragen daarmee beantwoord? Dan zijn daarmee de vragen beantwoord en rest ons … Ja, ik zal voor de formaliteit de vraag nog kunnen stellen of u nog steeds van mening bent dat dit ter debat gaat, maar dat is redelijk voor de hand liggend, dus ik wou die stap maar overslaan en gelijk vragen hoeveel tijd u hieraan wilt besteden. Iemand een suggestie? Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Twee minuten voor ons, voorzitter. De voorzitter: Twee minuten. Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Voorzitter, ik heb drie, vier minuten nodig. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Twee minuten is wat ons betreft ook voldoende. De voorzitter: De heer Borst. De heer Borst: Twee minuten is voldoende, voorzitter. De voorzitter: De heer Overheid.
De heer Overheid: Twee minuten is prima, voorzitter. De voorzitter: Uw verbinding is nog steeds niet prima, maar de twee minuten heb ik gehoord. Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Daar sluit ik me bij aan. De voorzitter: Mevrouw Dirks. Mevrouw Dirks: Ja, wij ook twee minuten. De voorzitter: Mijnheer Coule. De heer Coule: Ik denk dat wij toch ook wel drie minuten graag zouden willen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kranendonk. De heer Kranendonk: Ja, ik denk, het gemiddelde van twee minuten moet meer dan voldoende zijn. De voorzitter: Mijnheer Los.
Pagina 15 van 29
De heer Los: Twee minuten, voorzitten. De voorzitter: Goed. Dan constateer ik dat er twee fracties vier minuten willen dus de behandeling in eerste termijn gaat voor de vier minuten. Maar gelet wordt op het feit dat het merendeel van de fracties aan twee minuten genoeg lijkt te hebben. Overigens weet u wat er straks gebeurt als de voorzitter constateert dat iedereen toch zijn vier minuten volpraat. Dus mocht u van mening veranderen, laat u het tijdig weten. Maar ervan uitgaande, nu, dat iedereen aan minder dan twee minuten genoeg heeft, lijkt mij een totale behandeling van 45 minuten voldoende. Dus een eerste termijn van vier waar Burger op 1 en de PvdA met name gebruik van zullen maken, en een totale behandeltijd van 45 minuten. Mijnheer Coule, uw handje staat nog op van een vorige of wilt u hier nog iets aan toevoegen? 4.
Zienswijze conceptbegroting 2022 GR Jeugdhulp-Rijnmond De voorzitter: Dan gaan wij door met agendapunt 4, de zienswijze conceptbegroting 2022 van de gemeenschappelijke regeling jeugdhulp Rotterdam. Gezien de tijdsdruk die hierop staat, zal er een reactie uitgaan van het college. Wethouder Franzen, wilt u nog iets met ons delen over deze zienswijze? De heer Franzen: Dat is heel kort, u heeft net al gezegd dat er een bijzondere procedure in deze van toepassing is. Het gaat om onze meest kwetsbare kinderen die gespecialiseerde jeugdhulp nodig hebben of pleegzorg of een veilig thuis. Wij stellen voor dat bijgaande zienswijze wordt ingediend en ik ben benieuwd of de commissie die mening deelt. De voorzitter: Oké. Dan zullen we even kijken of er vanuit de commissie nog vragen zijn of dat er fracties zijn die die mening niet delen. Vooralsnog zie ik dat drie partijen een vraag hebben of een andere mening, vier. Dan wordt het een beetje te veel om te onthouden. Kranendonk, mijnheer Borst, mevrouw Ripmeester en mevrouw Kayadoe. Oké, dan mag u uw handje laten zakken. En, mijnheer Kranendonk, ga uw gang. De heer Kranendonk: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij zijn van mening dat de brief verstuurd mag worden met een heel kleine aanpassing, dat is namelijk een datum aanpassing. Bovenaan de brief bij het kenmerk staat er 23 april en u refereert verder aan 29 april.
Nou, volgens mij moet dat overal 29 april zijn. Dat was de enige opmerking, voorzitter. De voorzitter: Ik zie mevrouw Hesper enthousiast knikken dus ik denk dat de brief op dat punt wel aangepast gaat worden. Wethouder Franzen, wilt u daar nog iets aan toevoegen. De heer Franzen: Ja, ik zeg toe dat de brief op dat punt wordt aangepast. De voorzitter: Dat is mooi. Mijnheer Borst, VVD. De heer Borst: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk een vraag aan de commissie als geheel. De GR Jeugdhulp-Rijnmond biedt ons namelijk aan om actief mee te denken hoe wij op een andere manier en aanvullend geïnformeerd kunnen worden. Als raads- en commissieleden weten we allemaal hoe lastig het is om goed geïnformeerd te blijven over zo’n gemeenschappelijke regeling. In de zienswijze wordt nu alleen aangegeven dat we in de toekomst op de hoogte gehouden willen worden middels een zienswijze, dat staat er nadrukkelijk in, en vinden we als commissie dan alleen een zienswijze afdoende. En als dat niet echt geval is, hebben andere fracties er al ideeën over hoe wij op een andere manier aanvullend geïnformeerd kunnen worden? Pagina 16 van 29
De voorzitter: Heeft u daar zelf ideeën over, mijnheer Borst? De heer Borst: Daar heb ik ook zeker even over nagedacht. Ik vind het een lastige, maar ook aangezien het feit dat wij geen vaste vertegenwoordiger vanuit de raad hebben voor deze GR, is het misschien een idee om hier een aanvullende commissiebijeenkomst over te organiseren. Misschien kunnen ambtenaren vanuit de GR wel iets toelichten. Misschien hebben die daar zelf ook nog wel creatieve ideeën over, maar ik vond het opvallend dat de GR hier in ieder geval zelf een handreiking voor deed maar dat we daar nu op dit moment verder niet op ingaan. Dus vandaar mijn vraag. De voorzitter: Nee, dat begrijp ik, alleen ik kan me voorstellen dat uw vraag de rest enigszins overvalt als u gelijk al om ideeën gaat vragen. Maar ik zal even kijken wat de rest ervan vindt. Mevrouw Ripmeester, u wil daar gelijk op reageren? Mevrouw Ripmeester: Als het mag, voorzitter. De voorzitter: Jazeker, gaat uw gang. Mevrouw Ripmeester: Ik ben heel blij met de opmerking van de heer Borst. Het was ook precies de reden dat we al veel langer geleden bij de commissie hebben gevraagd om eens bijgepraat worden over jeugdhulp, zodat we in ieder geval lokaal zicht hebben wat de problemen zijn en dan ook weten wat we willen weten, want dat is nog een andere vraag. Dus ik ben heel blij voor die steun.
Er komt, als het goed is, nu we weer wat fysieker mogen gaan vergaderen, binnenkort, in het najaar een bijeenkomst over jeugdhulp en ik denk dat we dan ook kunnen bepalen wat we meer zouden willen weten van de gemeenschappelijke regeling. Althans, dat hoop ik. De voorzitter: Ja, dat is een agendapuntje voor nu wat nu al een jaartje openstaat, vanwege de corona. Mevrouw Ripmeester: (niet hoorbaar) nog steeds wachten. De voorzitter: De heer Westbroek. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. Voor ons is de zienswijzeprocedure voor nu even voldoende, maar een bijeenkomst dat is prima en die mevrouw Ripmeester net al noemde, die willen we best wel even afwachten en daarna nog eens even nadenken of we het op een andere manier zouden willen. De voorzitter: Wilt u beiden uw handje weer laten zakken (niet hoorbaar) als u hem niet meer bewust (niet hoorbaar). Nou, mijnheer Borst, er zit al iets in het vat. U heeft wat reacties gehad. De heer Borst: Ja, dat lijkt me voor nu ook voldoende, voorzitter. Fijn in ieder geval dat daar wel steun voor lijkt te zijn. Als we op die manier beter geïnformeerd kunnen worden over wat de GR precies doet dan lijkt me dat een heel mooi streven. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, dan uw vragen c.q. opmerkingen over de zienswijze. Mevrouw Ripmeester: Ik heb een paar opmerkingen.
Allereerst ben ik heel erg blij dat in de zienswijze de wachtlijsten worden benoemd, en het gebruik maken van de effectieve interventies zoals opgenomen in de databank van het Nederlands Jeugdinstituut, daar ben ik heel blij om. Alleen een vraag aan de commissie, zouden we niet die zin over wachtlijsten die staat op de eerste pagina, de een na onderste alinea en dan de Pagina 17 van 29
laatste twee regels, zouden we die niet ietsjes kunnen aanscherpen zodat er staat, de laatste regel van dat stukje: het betreft dan specifiek ook de wachtenden voor specialistische GGZ zodat we lokaal, en dan wilde ik toevoegen, effectiever wachtlijstbeheer inzetten, want we hebben nu al wachtlijstbeheer, maar dat kan effectiever, en daaraan toevoegen, met een komma of een punt, weet ik niet, naast de inzet van de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond om de wachtlijsten bij de regionale jeugdhulp te verkorten. Want ik zou wel heel graag willen benoemen dat dat nog steeds een doel en een streven en een focus zou moeten zijn. Vraag aan de commissie. De voorzitter: Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik merk dat ik het echt wel even ingewikkeld vind, als u die zinnen noemt, om dan te denken van waar en hoe moet ik dat aanpassen. Dus ik weet niet of we dat op een andere manier kunnen regelen, maar op deze manier kan ik niet zo goed zeggen of ik het wel of niet wil. De voorzitter: Kijk, de zienswijze wordt natuurlijk sowieso door het college verstuurd dus, wethouder Franzen, hoe kijkt u daar tegenaan? Laten we daar eens beginnen. De heer Franzen: Ik ga het niet makkelijker maken, het lijkt heel makkelijk, maar waar het nu om gaat is dat er wachtlijsten voor specialistische GGZ zijn, dat zijn gewoon echt zorgelijke wachtlijsten.