2021-01-28-verslag-commissie-samen-leven-en-wonen.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag commissie Samen leven en Samen wonen 28 januari 2021 1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond, allemaal. Welkom bij deze gezamenlijke commissie Samen Leven Samen Wonen. Enigszins spannend dit voor mij op dit moment, omdat onze griffier daarnet wegliep om iets te regelen. Ik hoop maar dat dat niet iets betrof met de opname of deze uitzending hiervan, want dan zou het betekenen dat het nu wellicht niet goed gaat, maar laten we het risico maar nemen. Vergadering is hopelijk live te volgen via internet. Nou, goed, we hebben het vaker gedaan, dus u weet dat u zichtbaar kunt zijn, tenzij u natuurlijk uw camera uitzet, en hoorbaar. U heeft allen een agenda gehad. Kunt u zich daar in vinden of wil degene die dat niet kan wellicht dat middels een handje kenbaar maken? Dat lijkt niet het geval, dus dan is daarmee ook de agenda vastgesteld. Voor de goede vergaderorde en om het straks ook mogelijk te maken de vergadering enigszins de indexeren wil ik u vragen om pas het woord te nemen als u het ook gehad heeft. Dan kunnen we het later goed indexeren en dan bent u zelf ook weer bijgepraat. U heeft van de griffier nog een vraag gekregen of u wellicht dat de vergadering van 11 februari wel of niet door moet gaan. Ik wil daar nog even met u bij stilstaan na behandeling van agendapunt 5, omdat u het hopelijk wel met mij eens bent dat het geen zin heeft om één agendapunt door te schuiven en het andere niet.
Dus daar kunnen we dan het best onze mening over vormen als beide agendapunten behandeld zijn.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Komen we bij agendapunt 2: het spreekrecht. Daarvoor heeft zich aangemeld: de heer de Jong, een persoonlijke titel over de Waalvisie Rijsoord. Daarvoor geef ik nu graag het woord aan de heer de Jong. Mijnheer de Jong, gaat uw gang. De heer de Jong: Goedenavond, raadsleden van de commissie Samen Leven en Samen Wonen. Mijn naam is John de Jong, ik ben woonachtig aan de Rijksstraatweg in Rijsoord. Ik spreek namens bijna honderd huishoudens en ruim tweehonderd inwoners van Rijsoord die zich ernstig zorgen maken over de Waalvisie. Ik zal overgaan op de wij-vorm, omdat ik namens de bewoners het vertrouwen heb gekregen om dit op te pakken en omdat dit nadrukkelijk geen onemanshow is. De Waalvisie. Zoals bekend is enige jaren de Waalvisie als plan gelanceerd om de Waal en haar omgeving aan te passen. Er was aanvankelijk weerstand en helaas zijn er oude landschappen onherstelbaar aangepast en vernietigd, maar ook zijn er mooie dingen gerealiseerd die een meerwaarde hebben gegeven aan het gebied voor alle gebruikers in Rijsoord, Ridderkerk en omgeving. Het plan is in hoofdlijn aan u gepresenteerd en daarmee bent u akkoord gegaan. Echter zijn wij het als inwoners op detailniveau het absoluut niet eens met sleutelplek 5 in Rijsoord en vinden het een levensgevaarlijk idee.
Het ontwerp is een recreatiesteiger ter hoogte van de Rijsoordse molen. Dit ontwerp is zo groot als een landingsplaats van een helikopter en minimaal zo groot als een zeer ruimte twee-onder-éénkapwoning. In dit ontwerp steekt de stijger vanaf de kant haaks richting het midden de Waal op. Wij zijn een handtekeningenactie … Petitie gestart en hebben informerende brieven uitgedeeld aan bewoners die weten hoe druk het kan zijn op het water en hoeveel meer missers er elk jaar weer zijn op het water. De brieven zijn in grote getalen teruggekomen met daarbij veel vraagtekens rondom dit plan. 98,8% van de inwoners hebben aangekruist tegen te zijn en hebben een handtekening gezegd. Ons bezwaar tegen dit ontwerp hebben we in drie punten verdeeld. Punt 1: veiligheid. Door het formaat van de steiger zal de vaarroute extra worden versmald en zal als trechter werken waarbij het vaarverkeer wordt gehinderd en zal moeten uitwijken naar het midden. Daardoor blijft er als vaargeul nog maar weinig over. Ook levert dit veiligheidsproblemen op voor alle recreanten, veelal kinderen, die deze steiger zal aantrekken. Duikend en ondiep water en zwemmend op een
Pagina 1 van 26
afstand van ongeveer een tien, twintig meter vanaf de steiger zullen ze worden geconfronteerd met druk vaarverkeer tot wel tien boten per minuut op een mooie zomerdag. Gezien de toegenomen drukte de afgelopen jaren op het water en de aanstaande plannen voor een jachthaven in Heersdam en de toename van de verhuurboten komend jaar, past een recreatiesteiger misschien op papier en in de verbeelding, maar niet in de werkelijkheid. Dit zal levensgevaarlijke situaties opleveren door een combinatie van dit smalle stuk van de Waal, het enorme formaat van de steiger en het ondiepe water vanaf de molen richting Ross Lovell. Punt 2: natuur en authentieke aanzicht van Rijsoord. De steiger is een aanslag op de karakteristieke rietoevers op de waal en tevens zeer aantastend voor het gezicht van de omgeving. In de Waalvisie wordt er gesproken over een uniek gebied met rijke historie en bijzondere kwaliteiten; verhalen over de oude vlasindustrie en de aantrekkingskracht op internationale schilders maken het Waalgebied tot een bijzondere status die het verdient. Vanaf het bruggetje kijkend richting de Rijsoordse molen met daarachter het Waalbos geeft dit nog een authentiek karakter aan Rijsoord. Het bouwen van een recreatiesteiger is niet in de lijn met de gewenste uitstraling van dit natuurgebied. Punt 3: overlast.
Het is bekend dat het stukje Waal bij de zogenoemde surfbocht veel overlast veroorzaakt voor de naastliggende en tegenoverliggende woningen. Jaren geleden heeft de gemeente hier reeds een ingreep gedaan door de Waalweg af te sluiten met een keerpunt, met als doel het matigen van de overlast. Gezien de bestemming en afmeting van de steiger wordt dit een tweede recreatielocatie met overlast. Wij verwachten voor de bewoners van de aanliggende straten dan ook veel overlast dan te weten dat dit stuk Waal vele malen smaller is. De gemeente heeft aangegeven dat zij geen capaciteit heeft voor handhaving op de steiger en in de rest van het Waalgebied. Ondertussen hebben wij met vele partijen gesproken, maar niemand weet waar dit plan vandaan komt en wie de initiator is. De enige die behoefte heeft aan een steiger, lees: wisselsteiger, is de roeivereniging. De roeivereniging heeft aan ons doorgegeven dat een steiger van zeventien centimeter hoog, twee meter breed en drie meter lengte vanaf de kant voldoende is; eventueel een drijvend stijger die niet bereikbaar is vanaf het vaste land als optie. Ons alternatief: graag denken wij als bewoners mee om te kijken of we alsnog een recreatiestijger kunnen faciliteren in de Waal die minder belastend en onveilig is voor de omgeving.
Wij denken daarbij aan het volgende: er zijn twaalf vissteigers voorzien in de Waalvisie, twee stuks zijn ter hoogte van de molen ingetekend en wij hebben als bewoners geen bezwaar tegen deze steigers. Als één of beide een breedte heeft van twee meter en niet hoger is dan zeventien centimeter, voorzien ze ook in de behoefte van de roeivereniging; een afmeermogelijkheid maken ter hoogte van en parallel aan de kade van de parkeerplaats bij het restaurant Ross Lovell, een breedte van bijvoorbeeld één meter. Dit zou dan wel gemaximaliseerd moeten worden tot het formaat van lengte. Vanuit hier kunnen schippers er voor kiezen om naar het bezoekerscentrum te gaan, de molen te bezoeken, het Waalbos in te gaan of Ross Lovell te bezoeken. Door het combineren van de mogelijkheden met de bovenstaande alternatieven zien wij een budgetbesparing van 50.000 tot 60.000 euro voor de gemeente, omdat er niet in een enorme recreatiesteiger hoeft te worden geïnvesteerd. Wij willen hierbij dan ook alle handtekeningen op de virtuele manier aanbieden. Ik heb hier … Nou, ik weet niet of het te zien is, maar wij hebben hier de stapel met handtekeningen. Virtueel, maar graag zouden wij toch wel een afspraak willen maken met de wethouder de Meij om fysiek de petitie aan te reiken.
Ons slotwoord: ons uitgangspunt als bewoners van Rijsoord is dat iedereen met plezier en in veiligheid gebruik kan maken van de Waal. Voor de bewoners, de omgeving, voor u, maar ook uw kinderen. Daarom vragen wij u om dit plan te herzien en ons voorgestelde alternatief uit te voeren en dat wij ons allemaal geen zorgen hoeven te maken over de veiligheid van uw en onze kinderen, tenminste niet op dit vlak. Dit was onze bijdrage van het spreekrecht. Dank u wel. De heer de Jong: Uw microfoon staat uit, mijnheer Van der Duijn Schouten.
Pagina 2 van 26
De voorzitter: Ik zei: dank u wel, mijnheer de Jong, voor uw bijdrage. Althans, dat probeerde ik te zeggen. Dat zei ik ook wel, maar dat hoorde niemand. Toen vroeg ik of er vanuit de commissie nog vragen waren voor mijnheer de Jong. Of u dat middels een handje kenbaar wil maken. Oké. Ik zie een drietal commissieleden die daar vragen over hebben. Wilt u uw handje aan laten tot ik u het woord heb gegeven, dan kan hij daarna weer uit. Als eerste was mevrouw Weijers, Burger op 1. Mevrouw Weijers, ga uw gang. Mevrouw Weijers: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mijnheer de Jong, voor uw bijdrage. Het was zeer interessant om de mening van de omwonenden te horen. Ik ben heel benieuwd naar het volgende: op welk moment in dit hele proces zijn de omwonenden van dit plan op de hoogte gebracht? Dus wat is het participatietraject geweest wat hieraan vooraf is gegaan? De voorzitter: Mijnheer de Jong. De heer de Jong: We hebben enkele jaren geleden hebben wij contact gehad, ik denk dat nu een tweeënhalf jaar geleden is, met mevrouw Wietske Wolf. Toen zijn we op de hoogte gebracht van een ontwerp, dat was een ander ontwerp dan wat er nu op tafel ligt.
Maar over dit ontwerp waar nu over gesproken wordt, daar hebben wij helemaal niets meer van gehoord en dus alleen enkele huizen, ik dacht een huis of twee, drie aan de Waalweg die hebben blijkbaar een brief ontvangen van de gemeente of van de Waalvisie met dit plan. Dus wij hebben dit via via moeten ontvangen. Wij hebben hier niks van begrepen en van gehoord. Mevrouw Weijers: Oké. Mag ik nog verder vragen, voorzitter? De voorzitter: Ja, maar mevrouw heeft u misschien als u meerdere vragen heeft om die gewoon allemaal gelijk even, als het tenminste niet een hele riedel zijn, maar dan om uw vragen even achter mekaar te stellen. Maar gaat uw gang. Mevrouw Weijers: Dank u. Ja, u heeft het al gehad over een alternatief, dat heeft u voorgesteld. Ik denk dat dat heel nuttig is. Wij hebben in de wandelgangen vernomen dat het project, deze steiger, dat dat zo’n 60.000 euro zou moeten gaan kosten. Zouden de bewoners, de omwonenden, er bezwaar tegen hebben als dat geld naar een ander project van de Waalvisie zou gaan? Bijvoorbeeld dat haventje wat richting Heeralsdam Barendrecht wordt aangelegd. Dat was ook mijn laatste vraag, voorzitter. Dank u. De voorzitter: Mijnheer de Jong. De heer de Jong: Nee, ik denk niet dat wij daar bezwaar tegen hebben.
Die haven die is gepland, die gaat ook komen, en eerlijk gezegd denk ik dat als je het geld in de haven zou investeren dat dat een welkome gift is naar zowel Barendrecht als de Waalvisie toe. Maar ik denk dat het wel heel slim is om het goed te investeren en die honderd investeren in deze steiger zou een beetje onzinnig zijn. Mevrouw Weijers: Dank u wel. De heer de Jong: Alstublieft. De voorzitter: Mijnheer Piena, VVD. De heer Piena: Dank u wel, voorzitter. Ik heb slechts één vraag. Ik heb horen zeggen dat er een petitie gestart is: waar kunnen de inwoners eventueel kennis nemen van die petitie als ze zich daarbij willen aansluiten? Dank u wel, voorzitter.
Pagina 3 van 26
De voorzitter: Mijnheer de Jong. De heer de Jong: In dat geval zouden ze een e-mailtje kunnen sturen naar mij en dan kan ik in digitale vorm zou ik de brief kunnen toedoen. Ik weet niet of dat een oplossing is waar u naar zoekt? De heer Piena: Nou ja, het is … Sorry, voorzitter, u bent degene die bepaalt of ik het woord krijg. De voorzitter: Ja, ja, goed. Dan nog, de heer de Jong heeft uw vraag beantwoord. Ik weet niet of u daar nog een aanvullende vraag op heeft of … De heer Piena: Nee hoor, geen aanvullende vraag. Het is helder, het was voor mijnheer zelf om even aandacht te geven aan zijn eigen petitie zodat de mensen er ook van weten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ja. Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijnheer de Jong, bedankt voor uw inspreekbijdrage. Ja, u gaf aan eigenlijk toch wel overvallen te zijn door het ontwerp hoe de steiger er nu uitziet. U schetst ook namens alle omwonenden een alternatief. Wat ik mij afvroeg: is daar ook contact over geweest met de wethouder? Of probeert u daar ook een afspraak mee te maken om uw zorgen kenbaar te maken en te zoeken naar een oplossing? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer de Jong. De heer de Jong: Ja, dat is zeker ons voornemen om in contact te komen met de desbetreffende wethouder, de heer Meij in dit geval, om daar over te praten.
Ik zou ook graag dus een afspraak met hem willen maken sowieso om de handtekeningen te kunnen overhandigen, maar ik denk dat we zeker even in gesprek moeten met elkaar over onze visie op het plan met ook de alternatieven die wij voorstellen. De voorzitter: Oké. Daarmee lijken de vragen gesteld en ook beantwoord. Mijnheer de Jong, hartelijk dank nogmaals voor uw bijdrage. De heer de Jong: Graag gedaan. De voorzitter: U weet ongetwijfeld de weg richting de wethouder te vinden, ook met uw petitie. Mocht dat nou nog lastig zijn, kunt u altijd nog even met de griffier daarover ook contact opnemen. Daar heeft u al contact mee gehad vandaag heb ik begrepen. De heer de Jong: Klopt inderdaad. De voorzitter: In dat traject kunnen ze u uitstekend van dienst zijn mocht dat nodig zijn. De heer de Jong. Oké. Vriendelijk bedankt in ieder geval voor jullie tijd en een fijne avond. De voorzitter: Ja. Dank u wel.
Pagina 4 van 26
3.
Vaststellen besluitenlijsten commissie Samen leven van 6 januari en commissie Samen wonen van 7 januari De voorzitter: Gaan wij door met agendapunt 3. Dat is het vaststellen van de besluitenlijsten van de commissie Samen Leven van 6 januari en Samen Wonen van 7 januari. Zijn er nog op- of aanmerkingen bij de besluitenlijst van commissie Samen Leven van 6 januari? Zo ja, wilt u dat middels een handje kenbaar maken? Dat lijkt niet het geval te zijn. Daarmee is die besluitenlijst vastgesteld. Zijn er op- of- of aanmerkingen bij de besluitenlijst van de commissie Samen Wonen van 7 januari? De actie en aandachtspuntenlijst komt zo, mijnheer Meij, ik weet dat u daar iets over wilt zeggen. Maar ik denk dat de besluitenlijst daarmee is vastgesteld. Dan komen wij toe aan de lijst van toezeggingen en de aandachtspunten van de commissie Samen Leven om te beginnen. Toezegging 1 en 2 staan voor het tweede kwartaal van dit jaar; zover zijn we nog niet. Toezegging 3, aanbesteding Wmo: Wethouder Franzen, zou u daar al een datum aan kunnen koppelen? De heer Franzen: Ik hoop, voorzitter, dat ik volgende week dinsdag een e-mail kan sturen. De voorzitter: Oké. Maar goed, februari als streefdatum is dus niet raar? De heer Franzen: Nee, volgende week is het ook februari, voorzitter, dus … De voorzitter: Dat leek mij ook, ja. Ja. Maar mooi dan weten we waar we op kunnen richten.
Toezegging 4: die informatie is verstrekt en daarmee is deze toezegging afgedaan. Datzelfde geldt voor toezegging 5 en toezegging 6. Actiepunten: de eerste staat voor mei van dit jaar, dat laat nog even op zich wachten. De afspraak om een keer met jeugdhulp te praten daar wachten we tot dat weer fysiek kan en voordat de griffier en mevrouw Ripmeester daar een afspraak over maken. Nou, laat niet nazien dat dat op heel korte termijn het geval zal zijn. Voor Samen Wonen staat er op de actielijst het afvalbeleid en dat staat er doorlopend op, al ruim drie jaar nu. Dus dat gaat goed. Op de lijst met toezeggingen het afvalbeleidsplan: nou, daar wordt u regelmatig over geïnformeerd. De tweede toezegging staat voor het tweede kwartaal, dat is later. De watervisie staat zelfs voor het najaar dan dit jaar, dat is nog later. De visie op het Oosterpark daar gaat wethouder Meij ons iets over meedelen en een van de mededelingen is dus u ziet daar staan als portefeuillehouder Oosterwijk. Nou, het feit dat wethouder Meij daarover iets wil zeggen, geeft al wat aan denk ik. Wethouder Meij, gaat uw gang. De heer Meij: Ja, dank u wel, voorzitter. U mag de naam van wethouder Oosterwijk schrappen. Ik ben regievoerder in de raad over de totaalvisie Oosterpark, dus dat moet gewijzigd worden.
Het staat nu gepland voor maart-april, maar gezien de inspanning die we willen verrichten ten aanzien van de participatie met veel belanghebbenden en ook vanwege corona, het is natuurlijk ook wat moeilijker om bij mekaar te komen, is het nu juli dat wij richting de raad met het raadsvoorstel komen, de laatste vergadering voor de zomervakantie. Mogelijk iets eerder, maar houd juli aan. Dat heeft dus gewoon te maken dat we uitvoerig die participatie met alle belanghebbenden willen afronden. De voorzitter: Nou, dank u wel daarvoor. Gezien het belang wat deze raad aan participatie hecht, zal daar ongetwijfeld begrip voor zijn.
4.
Startnotitie Nota Gezondheidsbeleid Ridderkerk De voorzitter: Dat brengt ons dan tevens bij agendapunt 4: de startnotitie en Nota Gezondheidsbeleid Ridderkerk, waarvan de inzet is: ter debat. Ik weet niet of iemand daar op voorhand al anders over denkt? Dat
Pagina 5 van 26
lijkt niet het geval. Dan allereerst maar even het woord aan wethouder Franzen mocht die nog wat toe willen lichten op deze startnotitie. De heer Franzen: Ja graag, voorzitter. Voor u ligt een startnotitie over een op te stellen, Nota Gezondheidsbeleid. Het is belangrijk om een Nota Gezondheidsbeleid op te stellen; aan de ene kant voldoe je aan je wettelijke taak en aan de andere kant wil je als gemeente ook inzetten op het terugbrengen van gezondheidsverschillen en ervoor zorgen dat de gezondheid van onze inwoners centraal komt te staan. De huidige nota gaat al even mee, is niet helemaal meer actueel en het wordt daarom wel tijd om met deze nota te vervangen en van een nieuw modern jasje te voorzien. In die nota willen we het graag gaan hebben over de wettelijke taken voor gezondheidsverschillen; ik kijk bijvoorbeeld naar het Rijksvaccinatieprogramma, ook ander zaken die het centrum Jeugd en Kind doet. Naast dat wettelijke deel is er ook een deel wat echt belangrijk is voor Ridderkerk en dat is echt het verkleinen van de gezondheidsachterstanden en het inzetten op een preventieve levensstijl, het tegengaan van verslapingen. Ook daar punten in ontwikkelingen om verslavingen zoveel mogelijk tegen te gaan. Tot slot de gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving.
Dat zijn de onderwerpen die centraal komen te staan in de nieuwe nota, mits u als raad akkoord gaat met de startnotitie. Hoe gaan we daar toe komen? We willen graag in september als alles goed gaat die nota ook opleveren aan de gemeenteraad en uiteindelijk is het ook van belang dat iedereen mee kan denken over wat er in die nota komt en daarom organiseren we een aantal online sessies met verschillende partners op dat gebied om te kijken: wat is nu echt actueel en hoe kunnen we ons oordeel daarvan doen en dat borgen in een nota? Dat is in het kort, voorzitter. De voorzitter: Oké. Dank u wel, wethouder. Ik heb gezien dat er door deze en gene fractie al wat vragen gesteld zijn er voor zover we kunnen zien ook beantwoord, maar ik vermoed dat er nog wel wat vragen zijn. Ik zie een aantal handen opgestoken worden en die fracties zullen we dan ook de gelegenheid geven hun vragen nog te stellen. Dan begin ik met degene die het eerste was en dat was mevrouw Fräser van D66. Mevrouw Fräser, gaat uw gang. Mevrouw Fräser: Eindelijk een keer als eerste Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk één heel eenvoudige vraag. Dank overigens voor deze startnotie, ja ik denk gezondheid toch een heel belangrijk onderwerp. Dat blijkt nog maar eens in de huidige situatie. Ik heb nog een vraag over de participatiepartners die genoemd worden op pagina 4.
Ik denk dat het een heel uitgebreide lijst is met een verscheidenheid aan organisaties, ik denk dat dat heel goed is; het enige wat ik wel mis zijn bijvoorbeeld sportscholen. Is er een reden dat u die hier niet bij betrokken heeft of wil betrekken of hebben wij aangegeven dat ze hier niet bij betrokken willen worden? Dat was mijn enige vraag, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Franzen. De heer Franzen: Daar moet ik het antwoord op schuldig blijven waarom die niet op de lijst staat. Een sportschool is aan de ene kant commercieel aan de andere kant ook weer net niet, maar die ligt precies op de scheidslijn. Dus als u als raad uitspreekt dat die betrokken moeten worden, dan zullen we die oproepen voor de online bijeenkomsten. De voorzitter: Mevrouw Fräser. Mevrouw Fräser: Ik voel een amendement aankomen. Dus ja, dank u wel.
Pagina 6 van 26
De voorzitter: Dan mevrouw Fräser, wilt u uw handje weer uitzetten oor mijn administratie? Dank u. Dan mevrouw De Wolff, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Ik ga eigenlijk een beetje door op de vraag van mevrouw Farahnaz en in reactie op de antwoorden die wij ook hebben gekregen ook over de participanten. Bij vraag 1 wordt aangegeven dat het niet nodig is om partners vanuit het fysieke domein te betrekken, dit omdat er al een hoop beleid is ontwikkeld waar ze de informatie uit kunnen halen. Nou, ik heb dat eventjes doorgescrold en ik zie dan heel weinig over het gezondheidsbeleid en mijn vraag is: zou u opnieuw willen overwegen om toch ook mensen uit het fysieke domein erbij te betrekken? Te meer ook omdat u drieën gezondheid in de fysieke omgeving, dat dat opgelost kan worden of meegedacht kan worden met deze partners. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daartegenover staat. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, we hebben al heel veel beleid als het gaat om het fysieke en leefbaarheid, denk bijvoorbeeld aan het actieplan Geluid. Nou ja, dat soort beleidsstukken die zijn net nieuw en ik zou eigenlijk willen voorstellen die in stand te houden en niet nu al in de looptijd te gaan vervangen.
Daarom zal bij dat onderwerp in het uiteindelijke beleid wel de relatie worden aangegeven en daarbij wordt gebruik gemaakt van de input die gegeven is in die processen, maar om dat proces niet nog een keer te gaan doorlopen. De voorzitter: Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ja, ik stel ook niet voor om het proces opnieuw te gaan doorlopen, maar wanneer je kijkt naar de fysieke omgeving en de vraagstukken die daar liggen dan is het denk ik gewoon heel belangrijk om vanaf het begin mensen te betrekken die meer kennis hebben van het fysieke domein. Nou ja, als ik kijk naar het landelijk integrale beleid wordt daarin ook meegedacht en in een snelle scan bij andere plaatsen zie ik dat ook. Dan zou dat ook kunnen door te kijken naar de gemeentelijke afdeling, hè: inrichting openbare ruimte, verkeer/vervoer, veiligheid. Dus ik zou het toch willen vragen om daar nog een reactie op te krijgen van e wethouder. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, de interne partijen, dus informatie die bekend is bij onze eigen afdelingen, die wordt uiteraard wel meegenomen. Maar dat gaat samen met andere informatie die ambtelijk bekend is wordt dat gewoon geborgd in de notitie. De voorzitter: Mevrouw De Wolff, heeft u nog … Mevrouw De Wolff-ter Beek: Laatste vraag. De voorzitter: Ja. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Laatste vraag hierover.
Betekent dat dat zij ook echt worden betrokken bij die gesprekken die daarover gaan? De voorzitter: Wethouder Franzen. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Of dat … Ja.
Pagina 7 van 26
De heer Franzen: Ja, als de informatie bij de gemeente berust wordt uiteindelijk meegenomen in de nota, dus ik ga niet een aparte sessie als ik een sessie organiseer met interne ambtenaren dan is dat intern en dan ga ik dat niet weergeven in een startnotitie. De informatie die reeds is opgehaald met externe partners die is al actueel en die wordt al betrokken in de op te stellen nota. Net zoals interne inzichten betrokken worden in die nieuwe nota. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Helder, dank u. De voorzitter: Gaan wij door met de heer Coule van Burger op 1. De heer Coule, gaat uw gang. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Ik zit op één lijn met mijn vragen op de lijn van de D66. De op te leveren sportnota wordt opgemaakt waarbij ik m’n eigen afvraag waarom er niet een iets betere link met de sportnota gaat zijn, een iets duidelijkere link, een duidelijke vermelding eventueel. En ik vraag m’n eigen af waarom de sportverenigingen er niet in betrokken worden. D66 had het dan over de sportscholen, ik denk ook aan de sportverenigingen die ook best wel heel veel voor jong en oud kunnen betekenen en die mis ik in dit stuk compleet. Dus dat zijn mijn vragen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Wethouder Franzen.
De heer Franzen: Ja, het sportakkoord en Vet Gezond, die programma’s lopen al en in dit nieuwe beleidsstuk zal alleen de relatie met die beleidskaders worden geschetst en wij denken dat zoals bijvoorbeeld dit sportakkoord of project Vet Gezond dat die elementen daar al voldoende in geborgd zijn. Dus opnieuw dat proces te doorlopen, dat heeft niet onze voorkeur op dit moment. We zouden deze nota echt willen hebben over de punten die niet in die andere stukken staan om juist op die punten te actualiseren. De voorzitter: Misschien nog de vraag over de sportverenigingen, wethouder Franzen. De heer Franzen: Nou ja, dat is de sportverenigingen zijn meegenomen bij het sportakkoord, dus er is nu geen reden om die nu op dit moment te betrekken. De voorzitter: Oké, helder. Dan gaan wij door met mevrouw Verdiesen, VVD. Mevrouw Verdiesen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een drietal vragen over het voorstel en de startnotitie. Ik zal ze maar alle drie tegelijk achter elkaar stellen. De eerste vraag gaat over het voorstel op pagina 3 onder paragraaf 1.4. Er wordt melding gemaakt van het actieplan Voorkomen en bestrijden alcohol- en drugsgebruik. Daar staat ook in de tweede zin: er zal een nieuw actieplan worden opgesteld. Wij vroegen ons af: wanneer is dat actieplan klaar? Dan richting de startnotitie helemaal aan het begin staat: wat willen we bereiken? Daar staan de doelen omschreven.
Wij vroegen ons af welke indicatoren u daarvoor gaat, of althans de wethouder daarvoor gaat inrichten zodat we kunnen gaan toetsen later in de evaluatie of die doelen ook daadwerkelijk gehaald zijn. De laatste vraag: op pagina 2 van de startnotitie wordt verwezen naar een preventieve leefstijl. Wij vroegen ons ook af of er ook wordt ingezet op preventieve gezondheidszorg, want dat vonden we niet echt terug in dit stuk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verdiesen. Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, om te beginnen met dat actieplan: het nieuwe actieplan maakt onderdeel uit van de nieuwe nota, dus die wordt geborgd in de nieuw op te stellen nota gezondheidsbeleid. De nieuwe nota zal ook
Pagina 8 van 26
meer het karakter krijgen van een actieplan met concrete dingen die we willen gaan doen, dus de nieuwe nota zal ook een ander karakter krijgen als de Nota Integraal beleid sociaal domein, wat iets abstracter is. Wat we nu gaan doen voor deze onderwerpen heeft echt meer het karakter van een actieplan. Of indicatoren daarvoor nodig zijn, ja, dat durf ik nu nog niet te zeggen, dat zal gedurende het proces moeten blijven. Uiteraard wordt een concept van deze nota ook nog in commissieverband voorgelegd, dus ook dan is het nog een moment voor de raad om aan te geven: nou, wij hebben echt indicatoren nodig en wij denken aan deze en deze. Dan kan dat eventueel nog meegenomen worden in een definitieve, maar wacht eerst even het concept af en bekijk dan of die indicatoren echt nodig zijn, want een actieplan is veel SMARTer geformuleerd dan een dikke beleidsnota die de maatschappelijke effecten weergeeft. Over preventieve gezondheidszorg kijk ik even de ambtelijke ondersteuning aan. De voorzitter: Dan geven wij het woord aan de heer Hasanzadeh. De heer Hasanzadeh: Ja, dank u wel, voorzitter. Als ik daarop mag reageren: preventieve levensstijl en preventieve gezondheidszorg die wordt geborgd in de Nota Gezondheidsbeleid, dus dat is een van onze uitgangspunten in het ontwikkelen van de nota. De voorzitter: Mevrouw Verdiesen. Mevrouw Verdiesen: Ja, ik zit nog heel even na te denken.
Dat is heel fijn, dat is heel goed dat het geborgd wordt in de nota. Ik vroeg me wel af op welke manier. Is daar een voorbeeld van te geven? De voorzitter: Wethouder Franzen. Of geeft u … De heer Franzen: Ja, op dit moment hebben we nog gen concept, voorzitter. Op dit moment hebben we nog geen concept klaarliggen, dus dat voorbeeld kan ik nog niet noemen, maar stel u heeft bepaalde verwachtingen, dan zou ik willen aangeven: geef dat ook aan bij de behandeling van de startnotitie in de raad. Dan kunnen we daar uitdrukkelijk rekening mee houden. De voorzitter: Daarmee uw vragen beantwoord, mevrouw Verdiesen? Mevrouw Verdiesen: Ja, dank u wel. De voorzitter: Dan kan uw handje uit en dan gaan wij door met de heer Rijsdijk van de PvdA. De heer Rijsdijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb vier vragen. De eerste vraag is: welke rol moet deze nota gaan vervullen in de transitie van het sociaal domein, en wordt dat ook expliciet in de nota benoemd? Mijn tweede vraag is: komt er in de nota ook aandacht voor de evaluatie van de vorige nota over het gezondheidsbeleid waarbij dan bijvoorbeeld wordt aangegeven wat er de vorige keer goed is gegaan en wat er beter kan en in hoeverre deze nota daar dan in voorziet? Mijn derde vraag die betreft het MBR.
Ik was toch enigszins verbaasd op het antwoord van onze vraag over de formele adviesaanvraag voor het MBR, er werd aangegeven: ja, gezondheid valt niet onder de definitie van het sociaal domein zoals dat is opgenomen in de participatieverordening. Dat zal ongetwijfeld kloppen, maar er zit natuurlijk heel veel overlap tussen en zeker bij zo’n complex onderwerp vraag ik me dan toch af waarom we dan geen gebruik maken van de kennis van Burgerplatform, want deelnemen aan online informatiesessie is toch anders dan een formeel advies uitbrengen. Ja, kan de wethouder daar op reageren? Mijn laatste vraag die betreft het concept van Positieve gezondheid: er is aangegeven op vragen van de ChristenUnie dat dat het uitgangspunt wordt voor de nieuwe
Pagina 9 van 26
nota, maar er is ook wel wat kritiek op dat concept. Aan de ene kant positief, maar ook wel wat kritiekpunten. Zo wordt er bijvoorbeeld ook wel door deskundigen gezegd dat het te veel uitgaat van dat het gezondheid ziet als een individueel vermogen terwijl het toch ook heel erg afhankelijk is van omgevingsfactoren en dergelijke. Wordt er in de nota ook rekening gehouden met die kritiekpunten zodat er een goede balans komt? Want uiteindelijk gaat het toch om dat het probleem van de cliënt wordt opgelost en dat mensen ook echt geholpen worden. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, voorzitter, om met die eerste vraag te beginnen. Ja, de Nota Gezondheidsbeleid vervult echt een andere rol in het sociaal domein als bijvoorbeeld het Integraal beleid sociaal domein. Integraal beleid sociaal domein focust echt op maatschappelijke effecten: waar willen we naar toe? En de Nota Gezondheidsbeleid die zit veel meer in de vorm van een actieplan: wat willen we bereiken? Of de thema’s zoals genoemd in de startnotitie. Bijvoorbeeld ook wat u zegt, wat de heer Rijswijk zegt: de omgeving van iemand, bijvoorbeeld schulden of de omliggende problemen die van invloed kunnen hebben op de gezondheid. Die worden wel meegenomen in deze startnotitie. Dan wat betreft het MBR: het MBR heeft geen formele adviesrol in dit proces, gelet op de verordening die we hebben.
Daarom is er juist voor gekozen om het MBR deel te laten nemen aan die verschillende sessies zodat die die inbreng van de deskundigen van het MBR wel geborgd is en door ook die inbreng in de discussies over die verschillende onderwerpen te brengen, zorg je er ook voor dat het geen op zichzelf staand advies wordt, maar dat het MBR echt actief in discussie gaat met anderen en dan dat er gezamenlijk een standpunt over de verschillende thema’s komt. Ik denk dat dat veel sterker is dan dat als wij als gemeente zeggen: dit is het advies en die is onze formele reactie. Door deze nieuwe werkwijze doen we aan de ene kant recht aan de verordening die is vastgesteld en aan de andere kant zorgen we er juist voor dat die waardevolle inbreng van de deskundigen van het MBR toch geborgd is in het proces en ook die uitkomsten van die gesprekken een mooie plek kunnen krijgen in de nieuwe Nota Gezondheidsbeleid. Wat betreft de evaluatie van de nota, die staat nog open: ja, die heb ik niet scherp. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk? De heer Rijsdijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, even een reactie op de wethouder om met het laatste te beginnen: ik kan me wel voorstellen dat de wethouder op dit moment in het proces die evaluatie nog niet scherp heeft, maar mijn vraag was eigenlijk er op gericht of in de op te stellen nota daar aandacht voor komt.
Of er een paragraaf over de evaluatie van het vorige beleid wordt opgenomen zodat we ook mooi de verbinding tussen die nota’s die elkaar opvolgen kunnen zien? Mijn andere vraag betreft dan toch nog even de positie van het MBR: zou er iets op tegen zijn, ook al schrijft de participatieverordening dat in dit geval dan niet voor, om het MBR toch ook onderhoud te vragen? Zou daar iets aan in de weg staan? Want wat de wethouder zegt is op zich natuurlijk mooi, maar het is ook een andere rol van het MBR en ik vraag me dan wel af: is die rol dan ook met het MBR zo doorgesproken? Dan heb ik nog één andere vraag. In de startnotitie wordt ook iets gezegd over de aanpak van schuldenproblematiek. In dat kader vroeg ik me af hoe het staat met de motie Actieplan voorkomen problematische schulden, wanneer de raad daar iets over kan verwachten. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, nou we hebben ook in deze startnotitie opgenomen dat er een evaluatie naar aanleiding van dit nieuwe op te stellen plan plaats moet vinden om juist duidelijkheid te verschaffen vooraf zodat bij een vervolgnota op de op te stellen nota de ervaringen met deze nota gebruikt kunnen worden. Wat betreft het
Pagina 10 van 26
MBR: als het MBR om advies gevraagd zou worden, dan betekent dat dat de nieuwe Nota Gezondheidsbeleid toch een maand of drie of vier later pas kan worden vastgesteld. Dat betekent dat er ook voor een volgende periode een probleem ontstaat in de uitvoering. Aan de ene kant een financieel probleem, omdat er geen extra budget is en aan de andere kant betekent het ook dat we doorgaan op wat we nu doen, met name op alcohol en drugs. Het schooljaar begint in september en als we echt willen dat de dingen die we doen meegaan met de tijd, dan is het wel van belang dat in september de nieuwe nota wordt vastgesteld. Aan de andere kant heb ik net uitgelegd, door het MBR vroegtijdig te betrekken in al die verschillende sessies, is toch geborgd dat de inbreng van het MBR in de nota belandt. Wat betreft het actieplan Schulden: we streven ernaar die nog voor de zomer aan de raad aan te bieden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk, had u nog meer vragen of blijft uw handje abusievelijk aanstaan? De heer Rijsdijk: Nou, nog één vraag als u er dan toch naar vraagt, voorzitter. Voor de zomer schrik ik toch wel van van het actieplan Schulden, want in de motie is opgenomen Q1. U heeft toen wel aangegeven dat het mogelijk krap zou zijn, maar dat u dan toch wel met die Q2 dat er wel iets zou liggen. Voor de zomer dat lijkt in de tijd toch nog wel heel ver weg.
Kunt u daar nog iets over zeggen, wethouder, en het misschien nog wat bespoedigen? De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Nou kijkt, in juli staat er nog een raadsvergadering gepland en het is wel de bedoeling om het actieplan dan te kunnen behandelen in de raad en ook het MBR zal om advies worden gevraagd daarvoor. Dan zit ik ook aan een doorlooptermijn van plus rond de drie maanden, dus dat betekent ook dat als ik dat in juli aan de raad wil aanbieden met de behandeltijd die tussen aanbieden en vaststellen in de raad zit, als je dan terug gaat rekenen, kan ik het niet veel meer bespoedigen dan nu het geval is. De voorzitter: Ja, en de heer Rijsdijk zal ongetwijfeld niet willen dat het MBR niet om advies wordt gevraagd. Gaan wij voor de startnotitie door naar de vragen van het CDA, de heer Overheid. De heer Overheid: Dank u wel, voorzitter. Ik heb slechts twee vragen. De eerste betreft de startnotitie: de impact van de huidige crisis COVID-19 vind ik niet terug in de startnotie, terwijl het wel alle kanten raakt van de drie accenten die in deze startnotitie vermeld worden.
Kan de wethouder deze problematiek meenemen? De tweede vraag over de startnotitie en dat is bladzijde 2 staat genoteerd voor het verkleinen van de gezondheidsachterstand kleine problematiek zoals schulden, armoede, laaggeletterdheid en werkeloosheid: ik ben benieuwd hoe de wethouder dat inzichtelijk wil maken dat hij die doelen ook daadwerkelijk kan gaan realiseren? Dus een soort nulmeting en dan het verkleinen ervan kan realiseren. Dank u. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, voorzitter, het betreft een actieplan, dus de effecten van corona zullen we zeker meenemen, want omdat het zo actiegericht geformuleerd zal worden zullen er specifieke actie gericht worden op dingen die juist door corona versterkt zijn. Dus dat zeg ik toe dat we de coronaeffecten meenemen in de nieuw op te stellen nota. Wat betreft het verkleinen van de gezondheidsproblemen kijk ik even de ambtelijke ondersteuning aan. Wellicht dat die een antwoord op die vraag heeft. De voorzitter: Mijnheer Hasanzadeh.
Pagina 11 van 26
De heer Hasanzadeh: Ja, in de op te stellen nota wordt gekeken naar achterliggende problematiek achter gezondheid zoals schulden, armoede, basisvaardigheden en dan geven wij aan welke plan van aanpak gaan we inzetten om deze gezondheidsachterstand verkleinen. Waar we op dit moment geen nulmeting, maar op basis van cijfers die we hebben in gemeentescan, gaan we kijken hoe wij kunnen dit een vorm en inhoud geven. De voorzitter: Heeft u daarop nog aanvullende vragen, mijnheer Overheid?. De heer Overheid: Nee, dank u. Voldoende zo, voorzitter. De voorzitter: Oké, dan kan het handje uit. Dan komen we bij de heer Kranendonk, SGP. De heer Kranendonk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook bedankt voor de antwoorden op onze vragen die we hebben teruggekregen vandaag. Dank u wel daarvoor. Ik heb toch nog wel een aanvullende vraag over die vragen die wij gesteld hebben, want het klopt dat het inderdaad in het idee Integraal sociaal domein Ridderkerk komt te zitten, alleen wij vragen ons dan af: waarom zijn het, ook al is het dan een actieprogramma, want dat heeft u vanavond hee duidelijk gezegd, waarom wijkt u dan af van die thema’s zoals die bij landelijk ook gebruikt worden? Dan wordt het toch gewoon heel verwarrend dat in het ene beleid vier thema’s behandelen, in het andere beleid drie thema’s die dan toch weer met die vier thema’s te maken hebben.
Dat maakt het niet heel erg overzichtelijk, voor mij in ieder geval, voor onze fractie. Wat is uw visie daarop? De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, er is inderdaad dat nationale programma, er is ook een regionaal plan, daar staat het weer niet iets anders geformuleerd. Dus wij hebben gekeken naar: wat is nou echt heel belangrijk voor Ridderkerk en hoe wordt het een en ander geborgd? Sommige delen worden geborgd in het integraal beleid sociaal domein en een en ander brengt met zich mee dat het resulteert in de gegevens die er … De opbouw die er nu ligt. Maar alles wat meegenomen moet worden, gaat ook meegenomen worden. De voorzitter: Oké. Daarmee lijken de vragen gesteld en beantwoord. U heeft in het begin aangegeven dat u dit ter debat naar de raad wil laten gaan. Dan voor een goede planning is het wel goed om te weten hoeveel tijd u hieraan wenst te besteden. Dan is het misschien het makkelijkst als ik de diverse fracties maar even afloop. Op het lijstje wat ik van de griffier heb gehad dus de volgorde. Als u daar een vraag over heeft, moet u die niet aan mij stellen. Burger op 1? De heer Coule: Ja, maakt mij niet zo heel veel uit. Ik denk twee minuten. Prima. De voorzitter: Dat klinkt overtuigend, twee minuten. Het CDA? De heer Overheid: Mag wat het CDA betreft een vaststelling, hoor. Geen probleem.
De voorzitter: ChristenUnie, mevrouw De Wolff? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Twee minuten. De voorzitter: Twee minuten. Mevrouw Fräser? Mevrouw Fräser: Wat mij betreft één minuut voldoende.
Pagina 12 van 26
De voorzitter: Mijnheer Los? De heer Los: Wat ons betreft ter vaststelling, voorzitter. Dat zou prima zijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ros? De heer Ros: Wat ons betreft ook ter vaststelling. Anders geven wij een stemverklaring in eerste termijn. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe? Mevrouw Kayadoe: Van Leefbaar Ridderkerk mag hij ook ter vaststelling. De voorzitter: De heer Westbroek of de heer Stip? De heer Stip: Partij 18PLUS is twee minuten voldoende. De voorzitter: De heer Rijsdijk? De heer Rijsdijk: Twee minuten is prima, voorzitter. De voorzitter: De heer Kranendonk? De heer Kranendonk: Ik sluit me daar bij aan bij de vorige spreker, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Verdiesen? Mevrouw Verdiesen: Wat de VVD betreft kan het ter vaststelling. De voorzitter: Dan heb ik gezien dat er vijf fracties die het wel ter vaststelling kan, dus ik neem aan dat de spreektijd daar beperkt voor zal zijn. De overige zes hebben twee op één minuut aangegeven, dan ga ik even uit van twee minuten de eerste termijn. Gezien de reacties moet een behandeltijd van dertig minuten dan ook afdoende zijn. 5.
Nota reserves en voorzieningen 2021-2024 Ridderkerk De voorzitter: Dan gaan wij door met agendapunt, dat is de Nota reserves en voorzieningen. Inzet daarvan is ook ter debat. Is de commissie het daar mee eens? Dat lijkt vooralsnog het geval te zijn. Wethouder Oosterwijk, wilt u nog wat delen met ons over de voorliggende nota? De heer Oosterwijk: Jazeker, voorzitter. Ik zal er dan maar gelijk mee beginnen met uw welnemen. De motie die nu voorligt die is gebaseerd op een reële inschatting van wat naar inzicht van het college de minimale hoogte van de ondergrens van de algemene reservepositie zou dienen te zijn en bevat tevens een voorstel van de te hanteren bovengrens van de algemene reserve in de vorm van een solvabiliteitsratio van 50% gedurende twee jaar. We kennen met elkaar al uit eerdere tijden bij eerder vastgestelde nota’s het fenomeen van de ondergrens en het college heeft ook luisterend naar datgene wat in eerdere bijeenkomsten door een aantal fracties van u in ieder geval nadrukkelijk is geventileerd er ook voor gekozen om in deze nota een bovengrens te hanteren. Daarnaast bevat de nota ook een aantal kaders, die zijn duidelijk geformuleerd en de oplettende lezer heeft al kunnen zien dat in ieder geval ook één nieuwe reserve de entree heeft gedaan, namelijk de
Pagina 13 van 26
reserve over-rente. Ik heb ook al eerder aan de commissie kenbaar gemaakt dat dat niet alleen een nieuwe reserve is die naar mening van de BBV commissie de goedkeuring kan wegdragen, maar inmiddels ook door de provincie Zuid-Holland met zoveel woorden is omarmd. Een aantal fracties heeft een aantal vragen gesteld die we ook naar beste weten hebben beantwoord, daar heeft de commissie ook kennis van kunnen nemen. Ik weet mij vanavond goed geassisteerd door wel twee collega’s, namelijk de heer Kolf en de heer Van der Waal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat geeft in ieder geval weer een hoop vertrouwen in de kwaliteit van de antwoorden. We hebben ook een hoop antwoorden voorbij zien komen, desalniettemin kan ik me voorstellen dat er nog andere of aanvullende vragen. Mocht dat het geval zijn, wil degene die die vragen heeft dat dan middels een handje kenbaar maken? Allereerst dan de heer Ros van GroenLinks. Mijnheer Ros, gaat uw gang. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Ik heb zeker vertrouwen in de antwoorden, maar dat wil niet zeggen dat de vragen heel erg goed zijn van mij, maar ik heb eigenlijk geprobeerd om de nota door te lezen en hem weer eens te begrijpen.
Zou de wethouder in heel duidelijke, ik heb ook de vraag van de andere partijen gelezen, sommige raken hier ook wel aan, maar zou de wethouder in heel simpele woorden uit kunnen leggen waarom hij nou voorstelt om die 15 miljoen als ondergrens te houden en niet bijvoorbeeld 20 miljoen? Zou hij dat ook kunnen doen in het licht van de komende investeringen dat je zegt: wij willen die grens van 15 miljoen omdat we daar iet onder willen komen? Nou, dat begrijp ik, maar je gaat ook heel veel geld uitgeven en je gaat heel veel lenen de komende tijd, dus zou je dan ook kunnen zeggen: we gaan die investeringen wat omlaag brengen om niet onder die grens van 15 miljoen te komen? Ik weet niet of ik duidelijk ben in mijn vraagstelling en of het financieel technisch klopt, maar dat is ieder geval mijn vraag. De voorzitter: Nou, eens even kijken wat het antwoord oplevert. Wethouder Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja, ik zal dat proberen te doen, want ik begrijp op zich wel de context van de vraag van de heer Ros en daar waar ik dat niet duidelijk genoeg kan, heb ik er ook alle vertrouwen in dat mijn collega’s daar ambtelijk gezien nog wel een mooie duit in de zak doen.
Nou, voorzitter, het is in de nota die voorligt dan ook in de beantwoording van een aantal vragen klinkt het ook al door nadrukkelijk de zoektocht geweest van het college om een ondergrens van de algemene reserve te formuleren die niet zomaar een getal is, maar ook ergens een relatie mee heeft. U heeft kunnen zien in de nota dat nadrukkelijk ook gekoppeld is aan de totalisering van de risico’s zoals die ook jaarlijks in de P&C-cyclus wordt vastgesteld of benoemd en omschreven en daar wordt dan vervolgens een simulatie op los gelaten die uiteindelijk resulteert in een bedrag. Nou, dat staat ook in de P&C-documenten iedere keer keurig omschreven. Vervolgens hebben we daar kijken naar de weerstandsratio’s hebben we die erop los kunnen laten en gedacht: wat is nou eigenlijk een acceptabele methodiek daarbij? Als je kijkt naar hetgeen wat in de P&C ook naar voren komt, daar hebben we gekeken naar een weerstandnorm die je daar op loslaat van de categorie ruim voldoende en daarmee samenhangend zou je kunnen zeggen dat die 15 miljoen de resultanten daarvan is, of in ieder geval een norm is die prima past en voor het college ook meer dan acceptabel is.
In de beantwoording van de vragen van de SGP hebben we ook laten doorklinken dat als er een, je zou kunnen zeggen, een extra slot op e deur gewenst zou zijn vanuit de commissie en de raad, dat dat natuurlijk op zich prima is, maar het college heeft gewoon geprobeerd een benaderingswijze te kiezen die op deze manier helder, transparant en navolgbaar is. Of u als commissie schuine streep raad zegt: die 15 miljoen is daarmee verklaarbaar en prima of dat u zegt: nou ja, we doen er eigenlijk een klein schepje bovenop, dat is dan vanuit het college gezegd niet zoeker het grootste probleem. Dan hebben we in ieder geval met elkaar een goed gesprek gevoerd en een
Pagina 14 van 26
goede afweging gemaakt. We zouden wel willen oppassen dat we niet onnodig middelen beklemmen op deze manier. Nu overigens geeneens een probleem, want de algemeen reserve is meer dan goed gevuld, maar naar de toekomst toe zou je daar misschien op een andere manier mee om kunnen gaan. Tweede deel van uw vraag richt zich op: hoe onderhoudt zich dat nou eigenlijk tot de investeringen? U heeft eigenlijk ok wel kunnen zien en dat blijkt ook uit de begroting van 2021 dat al die investeringen waar een financiële component aan verbonden is met zoveel woorden eigenlijk al genomen zijn. Enerzijds door zijn exploitatie te laten landen, anderzijds door de kapitaallastendekking en reserve in het leven te roepen waarvan we de afschrijvingslasten die met de investeringen te maken hebben dekken. Dus daarmee hebben we volgens mij een hele overzichtelijke situatie op dit moment en kunt u ook op een rustige manier zowel de ondergrens als de bovengrens tot u nemen en beargumenteren en een keuze daarin maken. De voorzitter: U vragen daarmee beantwoord, mijnheer Ros? De heer Ros: Ja, voorzitter. Ik laat het even op me inwerken. De heer Oosterwijk: De heer Ros is overigens, voorzitter, altijd van harte welkom om nog even een digitaal kopje koffie te drinken en dar nog eens over verder te spreken. De voorzitter: Dat geldt uiteraard voor alle andere fracties ook dan. De heer Oosterwijk: Zeker. Zeker.
Het is even lief. De voorzitter: Dan mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor het beantwoorden van onze vragen. Ik heb daarop doorvragend nog wel wat vragen. Bijvoorbeeld u stelt: we willen graag de solvabiliteit begrenzen op 50% en tot nu toe schommelt die steeds rond 40%. Waarom is het dan nodig om er überhaupt een begrenzing op te zetten? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is: u zegt: we hebben de risico’s bepaald met behulp van de risicosimulatie, de Monte Carlo simulatie. Voorheen gebeurde dat altijd via een ander systeem, houd me tegoed, maar iets met Nakap of zoiets, dat werd anders berekend risico, het weerstandsvermogen en de risicoanalyse. Dus mijn vraag was: wanneer zijn we overgegaan daar deze Monte Carlo simulatie? U geeft ook aan: we gaan uit van een zekerheidspercentage van 90% en dat heeft heel lang gestaan op 95%. Kunt u aangeven wanneer we van 95 naar 90% zijn gegaan? Mijn laatste vraag is, mijn vierde vraag is: kunt u aangeven of waarom het verlagen van de robuuste reserve van 20 n aar 15 miljoen juist in coronatijd zinvol zou zijn? We gaan nu van excellent naar ruim voldoende. Waarom zou dat juist nu moeten gebeuren? Is het niet veel verstandiger om dat juist nu niet te doen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Oosterwijk.
De heer Oosterwijk: Voorzitter, ik dank de PvdA-fractie, mevrouw Ripmeester voor haar vragen. Ik zal daar zelf een deel van beantwoorden en eend weetal vragen geef ik door aan de heer Kolven in eerste aanleg. Ja, die solvabiliteitsratio, u heeft inderdaad uit de beantwoording op uw vragen gezien dat die de achterliggende jaren geschommeld heeft zo rond de 40%, klein beetje meer, klein beetje minder. Waarom stel je hem op 50%? Ja, dat is in die zin een keuze. Daar zit misschien wel iets arbitrairs in, maar we hebben in ieder geval geprobeerd op deze manier een voorstel te doen, ook in, je zou kunnen zeggen, de geest van of het licht van de wisselingen zoals we daar al een keer eerde met elkaar in de raad over gesproken hebben. Daar klonk met name in door vanuit uw raad om een bovengrens te introduceren die in ieder gevang op dat moment
Pagina 15 van 26
gespreksstof oplevert zodat je met elkaar zou kunnen wisselen qua ideeën en gedachten of je, nou, simpelweg verder gaat met oppotten of dat je zegt: nee, we willen daar een goed doel, een financiële voor … Excuus. Een goed doel voor bedenken wat aan de gemeenschap dient door het treffen van bijvoorbeeld een collectie voorziening of op een andere manier ten gunste van onze inwoners zou kunnen komen. Daar zou je bij wijze van spreken ook een lager percentage voor kunnen hanteren of een hoger percentage voor kunnen hanteren. Het college geeft, zoals het ook in de nota naar vos komt en ook in de beantwoording van de vragen van de SGP doorklonk, gekozen voor 50%. De vragen 2 en 3 ten aanzien van de vorige wijze van risicobepaling: wanneer zijn we van systeem gewijzigd? En hoe zit dat ook alweer met die 90% versus die 95%? Die laat ik straks graag beantwoorden door de heer Kolf.
Ten aanzien van de vraag die als laatste is gesteld door mevrouw Ripmeester: is dit nou het juiste moment om die 20 miljoen ondergrens van de algemene reserve te verlagen naar 15 miljoen? Ja, dan verval ik een klein beetje denk ik in het antwoord dat ik ook eerder aan de heer Ros gaf: we hebben juist ook omdat er nu weer een nieuwe nota reserves en voorzieningen dient te worden opgesteld ons wederom gebogen over: wat zou nou de juiste hoogte van die ondergrens zijn? Zoals ik juist al heb aangegeven herhaal ik dat dan maar kortheidshalve op deze manier, voorzitter, die 15 miljoen die hebben we opgebouwd langs de lijn van risicototalisering en de simulatie die we daarop van toepassing hebben verklaard. Tegelijkertijd vonden we het echt wel belangrijk om gewoon ook een hard getal te noemen wat ook bij eidereend goed tussen de oren zit op die manier. Voor zover en dan geef ik via de voorzitter graag het woord over. De voorzitter: Ja. Mijnheer Kolf, gaat uw gang. De heer Kolf: Ja, goedenavond. Over Nares: Nares gebruiken we al vele jaren, ik denk dat dat dan al richting tien jaar gaat en echt heel veel daarin veranderd hebben we eigenlijk niet. Ik kan me wel herinneren dat we in het begin misschien op 95% zaten en daarover nog hadden gesproken, maar dat het op 90% zit is bij mijn weten echt al enkele jaren. Dus dat is eigenlijk mijn antwoord daarop.
De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, uw vragen daarmee beantwoord? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Hoort u mij? De voorzitter: Jazeker. Mevrouw Ripmeester: Oké, dank u wel. Ik heb nog een paar vragen naar aanleiding van de antwoorden. De wethouder gaf aan: er was geen bovengrens en we kunnen kiezen of we simpelweg doorgaan met oppotten of een goed doel kiezen, maar mijn vraag is nu: wat voor beletsel is er nu om als er een goed doel is om daar geld voor vrij te maken? De andere opmerking was naar aanleiding van antwoord van de ambtenaar, sorry hoor, over die 90%. Ik weet dat ik zelf namelijk heel vaak vragen over heb gesteld waarom we op 95 zaten en niet op 90, vandaar dat ik enigszins verrast ben dat we nu volgens de opmerkingen al jaren op 90% zitten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja, voorzitter, om op de eerste vraag toch even in te gaan: ja, er is natuurlijk op zich geen enkele belemmering om voor ene uitermate goed doel geld vrij te maken, tussen haakjes: als daar ook politiek overeenstemming voor zou zijn op enig moment. Tegelijkertijd was het gesprek wat we in de raad met name voerden als het gaat om het wel of niet handig vinden van een bovengrens de aanleiding daarvoor dat een aantal fracties zei: maar ja, die algemene reserve die groeit maar en die groeit maar en die groeit maar en we
Pagina 16 van 26
willen eigenlijk iets introduceren op grond waarvan we met elkaar het gesprek kunnen voeren of er bijvoorbeeld een intensivering van beleid nodig zou moeten zijn of dat er een investering op een bepaalde manier naar voren wordt gehaald, dan wel dat er misschien n het uiterste geval een gesprek zou moeten worden gevoerd om een deel van die algemene reserve hee direct terug te laten vloeien naar inwoners. Dat is wat mij bijstond, dat is ook de aanleiding geweest voor het college om te zeggen: nou, daar naar geluisterd hebbend doet het college een voorstel voor het hanteren van een bovengrens van die algemene reserve en het is de schone taak voor u als commissie en als raad om daar wat van te vinden: is die norm die we hanteren de juiste norm? Moet die hoger zijn, moet die lager zijn? Moet het een absoluut getal zijn? Het college heeft gemotiveerd waarom ze gekozen heeft voor deze variant en vervolgens is het aan u. De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe. Uw microfoon aanzet, mevrouw Kayadoe, kunnen we de vragen ook horen. Mevrouw Kayadoe: Een hele goede. Dank u wel, voorzitter. Hij is bij dezen aan.
Een vraag aan de wethouder: in 2011 heeft de raad middels een amendement aangegeven dat de ondergrens 20 miljoen moet worden, terwijl het college voorgesteld had om 15 miljoen als ondergrens te hanteren en dat had te maken met de toen de huidige omstandige of ten minste de omstandigheden van die tijd. We zitten nu weer in een hele lastige tijd, men wil het voorzichtigheidsprincipe blijven vasthouden. Ik kan nog steeds niet helemaal terugvinden waarom het college voor een koerswijziging kiest. Kan het op een simpele manier worden uitgelegd door de wethouder? De voorzitter: Daarmee zijn uw vragen gesteld, mevrouw Kayadoe? De heer Oosterwijk: Nou ja … De voorzitter: Wethouder Oosterwijk, gaat uw gang. De heer Oosterwijk: Nou, voorzitter, ik denk dat het college niet met zoveel woorden voor een koerswijziging kiest. Het college heeft er zich vooral rekenschap van willen geven dat als het gaat om het nadenken over bijvoorbeeld wat zou de minimale grens dan wel de maximale grens van de algemene reserve zou moeten zijn om daar toch wel eens eventjes wel te bezien of daar een soort navolgbaarheid aan te ontlenen is als zodanig dat het niet een sterk arbitrair getal zou zijn.
Het college had er net zo goed voor kunnen kiezen om gewoon die 20 miljoen de 20 miljoen te laten en vervolgens de vraag te krijgen: college, leg eens uit, waarom is dei 20 miljoen nou die 20 miljoen? Nou, we hebben in dit geval in ieder geval een stukje onderlegger daaraan verbonden en zoals ik ook al eerder aangegeven heb in woorden maar wat ook in de beantwoording op de vragen van de SGP doorklinkt onder antwoord 2 kan er ook best van worden afgeweken, dat is ook helemaal geen halszaak, maar dat dient dan vooral het gevoel van uw commissie en raad om zoals ik zojuist al formuleerde een extra slot op de deur te willen creëren. Nou, dan ga je van ruim voldoende naar uitstekend een dat is wat mij betreft ook uitstekend. De voorzitter: Nou, dat was dus een uitstekende vraag met een uitstekend antwoord. Het wordt nog wat vanavond. Mevrouw Kayadoe, uw vraag daarmee beantwoord? Ja. Dan gaan wij door met de heer Piena van de VDD. Mijnheer Piena, ga uw gang. De heer Piena: Ja, dank u wel, voorzitter. In eerste plaats hartelijk dank voor de heldere nota, want nogmaals, het is voor mijnheer Ros misschien wat minder duidelijk, maar ik vond het helder, mooi onderbouwing, maar ik wil toch nog even voor d zekerheid aan de wethouder het volgende vragen: de VVD was voornemens
Pagina 17 van 26
inderdaad een amendement in te dienen om de ondergrens om 20 miljoen te houden. Ik heb de wethouder horen zeggen dat hij daar eigenlijk niets op tegen heeft. Ik ben het met hem eens dat de onderbouwing keurig is voor de 15 miljoen, maar vanuit de voorzichtigheid zou de VVD dit dan toch willen inbrengen. Heb ik het goed gehoord dat de wethouder zegt: daar heb ik op zich geen probleem mee om die ondergrens naar 20 miljoen terug te brengen of vast te houden? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja, voorzitter, het zou raar zijn als ik nu ineens zou zeggen en dan heel bedenkelijk gezicht: bij nader inzien vind ik dat toch wel een beetje een rare uitgangssituatie, want dan zou ik dat ook wel echt moeten uitleggen. Nee hoor. Wat dat betreft: we hebben vooral ervoor willen kiezen om er een voelbaar verhaal van te maken. U geeft aan met zoveel woorden dat het ook navolgbaar is en als de commissie of raad ervoor zou kiezen om daar vooral uiteindelijk nog een extra plu op te zetten, dan is het wat mij betreft vanuit het college ook helemaal prima. Laat ik maar gewoon zo in klip en klare woorden dat op deze manier formuleren. De voorzitter: Dat is inderdaad helder en op dat punt dus geen koerswijziging ten opzichte van het vorige antwoord in ieder geval. Mijnheer Piena, uw vraag daarmee beantwoord hè, denk ik? De heer Piena: Jawel.
Dank u wel, voorzitter. Het mag iedereen duidelijk zijn dat wij zo goed als zeker met een amendement komen. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van de ChristenUnie. De heer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik had nog één vraag en hij kwam eigenlijk meer naar aanleiding van de antwoorden die op de SGP waren gegeven. De wethouder heeft nu al een paar gezegd dat ene ook een andere koers zouden kunnen kiezen, maar dat ging volgens mij in het antwoord 2 ging dat vooral om de bovengrens en als ik nu kijk naar de ondergrens de laatste jaren is die vrij stabiel, de risico’s die worden zo op 6,6 miljoen ingeschat iedere jaar, dus dat is eigenlijk een vrij stabiel gegeven, maar die bovengrens in ratiosolvabiliteit: kan de wethouder aangeven of dat ook naar verwachting ieder jaar steeds een stabiele koers is of gaat dat enorm fluctueren? Ik heb daar nog niet echt degelijk een beeld van hoe ik dat moet zien. Het ene jaar zitten we flink onder die ondergrens en het jaar erop zitten we er opeens heel dichtbij of gaan we er net iets overheen? Hoe gaat dat naar alle waarschijnlijkheid verlopen? De voorzitter: Wethouder Oosterwijk.