CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-09-18 RIB Evaluatie minimabeleid en schuldhulpverlening 2019 - Armoedemonitor 2019 gemeente Ridderkerk versie 1.0.pdf

Commissie Samen leven RK 23 oktober 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Actualiseren Minimabeleid en beleid Schuldhulpverlening11.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARMOEDEMONITOR 2019 GEMEENTE RIDDERKERK

Armoedemonitor 2019 gemeente Ridderkerk Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen in de gemeente Ridderkerk.

Colofon Opdrachtgever Gemeente Ridderkerk Datum Mei 2020 Auteurs Michelle Ellens Reimer Vonk Databewerking Johan Knol Geografische kaarten Pieter-Jan Karsijns Grafische ondersteuning Senne Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. 1

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Grafische samenvatting ................................................................................................................. 4 Samenvatting................................................................................................................................. 6 1. Minima in beeld ....................................................................................................................... 10 2. Schatting huishoudens hoger inkomen en werkende minima ................................................. 17 3. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld ........................................................................................ 18 4. Minimaregelingen .................................................................................................................... 22 5. Wmo en schuldhulpverlening .................................................................................................. 28 Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor ........................................................................................ 30 Bijlage 2.

Bevolkingskarakteristieken .......................................................................................... 32 Bijlage 3. Kenmerken kinderen ................................................................................................... 33 Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100 procent Wsm ................................................................... 34 Bijlage 5. Kenmerken personen tot 110 procent Wsm ................................................................ 35 Bijlage 6. Afkortingen .................................................................................................................. 36

1

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Inleiding Sinds 2014 maakt KWIZ jaarlijks een Armoedemonitor voor de gemeente Ridderkerk. De Armoedemonitor geeft inzicht in de doelgroep (omvang en kenmerken) van het minimabeleid, alsmede het bereik van de regelingen. Opzet Armoedemonitor De Armoedemonitor beschrijft de doelgroep voor het lokale armoedebeleid aan de hand van een aantal kenmerken. Daarnaast brengt de monitor het gebruik en bereik van de verschillende minimaregelingen in beeld. De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 31 december 2019 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de regelingen is gemeten over het jaar 2019. De cijfers worden (waar mogelijk) vergeleken met die van de Armoedemonitor 2018 en 2017. Onderzoeksmethode Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 31 december 2019. Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering en kwijtschelding gemeentelijke belastingen.

Tevens zijn voor dit onderzoek de registraties van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet (JW) en schulddienstverlening via PLANgroep meegenomen. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. Daarnaast is een bestand van de Kamer van Koophandel met daarin alle ZZP’ers in de gemeente gekoppeld aan de BRP. Op die manier wordt inzichtelijk hoeveel ZZP’ers gebruikmaken van het minimabeleid. Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep die, doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan in deze Armoedemonitor wordt gerapporteerd. Wanneer we het in deze monitor hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de bovenstaande onderzoeksmethode; daarmee hebben ongeveer 90 procent van de minimahuishoudens in de gemeente in beeld. De huishoudens die in beeld zijn op basis van bovenstaande methodiek beschouwen we als doelgroep voor het minimabeleid.

De overige circa 10 procent maakt geen gebruik van het minimabeleid en ook niet van andere ondersteuning vanuit de Participatiewet waardoor ze niet als minima bekend zijn bij de gemeente. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek ook niet mogelijk om deze groep in beeld te krijgen. Het is mogelijk dat een deel van die groep ook geen gebruik wil maken van gemeentelijke ondersteuning. De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op de kenmerken van de oudste persoon in het huishouden. Leeswijzer Na de samenvatting waarin de belangrijkste kenmerken van de minimapopulatie visueel worden weergegeven, worden de belangrijkste ontwikkelingen beschreven in de samenvattende analyse. In de daaropvolgende hoofdstukken wordt de minimapopulatie in kaart gebracht, evenals de overlap met de Jeugdwet, Wmo en schulddienstverlening. Daarnaast wordt een schatting gegeven van het aantal huishoudens met een inkomen tot 140 procent Wsm en geven we het aantal ZZP’ers dat gebruikmaakt van minimaregelingen weer. De bijlagen geven een aantal achterliggende cijfers weer. In bijlage 2 worden de kenmerken van alle huishoudens weergeven. In bijlage 3 staan de kenmerken van alle kinderen in de 2

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

gemeente. Bijlage 4 geeft een overzicht van de kenmerken van de huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. In bijlage 5 staan de kenmerken van de minimapopulatie op persoonsniveau uitgewerkt. In de tabellen worden aantallen kleiner dan 10 niet weergegeven om de anonimiteit van de inwoners te kunnen waarborgen. In dat geval zijn categorieën samengevoegd. Alle landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS en vergelijking met andere gemeenten wordt gedaan op basis van ervaringscijfers van KWIZ.

3

MINIMA IN RIDDERKERK Aantal minimahuishoudens

7%

van de huishoudens hebben een inkomen tot 110% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dit zijn 1.469 huishoudens.

Inkomensbron Inkomensbronnen van de minimahuishoudens in 2019.

1.472

1.449

1.469

2017

2018

2019

Bijstand Aantal minimahuishoudens met een bijstandsuitkering in 2019.

31% 52%

Bijstand

757

AOW

17%

Overig

Minimakinderen

12%

van alle kinderen tot 18 jaar groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110% Wsm, dit zijn 1.001 kinderen.

2017

2018

2019

897

976

1.001

Langdurige minima

64% 64% van alle minima heeft al drie jaar of langer een minimuminkomen.

Wijken

Eenoudergezinnen

van alle huishoudens in Centrum heeft een inkomen tot 110% Wsm. Ook in de wijk Oost is het aandeel minima hoger dan gemiddeld in de gemeente, namelijk 9%.

van de eenoudergezinnen (op huishoudniveau) heeft een inkomen tot 110% Wsm. Kinderen in een eenoudergezin groeien zes keer zo vaak op in een minimahuishouden als kinderen in een tweeoudergezin.

12%

37%

Minimaproblematiek

Niet-westerse achtergrond

Wmo-voorzieningen

29%

26% Schulddienstverlening 11%

van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een inkomen tot 110% Wsm.

Jeugdwet 20%

Minimaregelingen

74% 82% 74%

34% 31% 30%

39% 58% 58%

52% 41% 35%

74% 84% 87%

77% 87% 90%

25% 30% 28%

37% 45% 51%

Kwijtschelding

Bijzondere bijstand

Individuele inkomenstoeslag

Collectieve zorgverzekering

Meedoen Volwassenen

Meedoen Kindpakket

Meedoen Schoolkosten

Gratis OV AOW minima

2017

2018

2019

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Samenvatting In deze samenvatting staat een aantal kenmerken van de minimapopulatie in 2019 (huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm). We vergelijken deze doelgroep voor het minimabeleid met de minimahuishoudens van 2017 en 2018.

Ontwikkelingen minimapopulatie Minimahuishoudens 2017 – 2019 Op 31 december 2019 heeft de gemeente 1.469 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm in beeld, dat is 7 procent van alle huishoudens in de gemeente. Iets meer dan de 5 procent die we gemiddeld zien in gemeenten van vergelijkbare grootte. Sinds 2017 is het aantal minimahuishoudens in de gemeente stabiel. Hoewel het aantal huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm al een paar jaar stabiel is, is de samenstelling van deze groep wel veranderd. Zo is het aantal huishoudens met een inkomen tot 100 procent gestegen, naar het hoogste aantal in de afgelopen jaren (2017: 1.131, 2018: 1.059, 2019: 1.173). Deze stijging komt doordat de gemeente meer huishoudens met een overig inkomen in beeld heeft; het aantal bijstandsgerechtigden daalde juist licht. Ook landelijk neemt het aantal bijstandsuitkeringen gestaag af. Iets minder dan de helft van de minimahuishoudens is alleenstaand, 34 procent heeft thuiswonende kinderen. Met name het aantal (en aandeel) eenoudergezinnen is gestegen ten opzichte van voorgaande jaren: in 2017 waren dit er 238 (16 procent), in 2019 zijn dit er 284 (19 procent van alle minima). Ook het aantal minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond is toegenomen (van 582 in 2017 naar 645 in 2019). Van alle 1.469 minima staan 59 huishoudens ingeschreven als ZZP’er.

In 2018 maakten 38 ZZP’ers gebruik van het minimabeleid. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen: 37 procent van alle eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. In 2017 was dit aandeel nog 33 procent. Daarnaast zijn huishoudens tot 45 jaar vaker minima dan huishoudens van 45 jaar of ouder. Naar herkomst hebben huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond relatief vaak een minimuminkomen; 29 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. Van de huishoudens met een Nederlandse achtergrond heeft 4 procent een minimuminkomen. Tenslotte hebben huishoudens in de wijken Centrum, Oost en Bolnes net als in voorgaande jaren vaker dan gemiddeld een minimuminkomen.

Nieuwe minima en langdurige minima Op 31 december 2019 hadden 942 huishoudens (64 procent) al drie jaar of een inkomen tot 110 procent Wsm. Huishoudens met een AOW-uitkering en huishoudens zonder kinderen hebben vaker dan gemiddeld langdurig een minimuminkomen. In 2019 zijn 181 huishoudens ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie, zij vormen 12 procent van alle minimahuishoudens. Dit aandeel is lager dan in 2017 en 2018, de instroom neemt dus af. Het aantal en aandeel minima dat 1 tot 3 jaar een minimuminkomen heeft neemt toe. Hoewel er minder instroom is, hebben huishoudens die al een minimuminkomen hebben moeite om weer

6

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

uitstromen uit de minimapopulatie. Hierdoor zijn steeds meer huishoudens langdurig aangewezen op een minimuminkomen. Minimakinderen Tussen 31 december 2017 en 31 december 2019 is het aantal minimakinderen tot 18 jaar dat bij de gemeente in beeld is geleidelijk toegenomen van 897 in 2017, naar 976 en 2018, naar 1.001 in 2019. Dit betekent dat in 2019 bijna 12 procent van alle kinderen opgroeit in een minimahuishouden. In 2019 zijn er zowel meer minimagezinnen met een bijstandsuitkering als minimagezinnen met een overig inkomen dan in 2017. Naar kenmerken is met name het aantal minimakinderen uit eenoudergezinnen en het aantal minimakinderen met een niet-westerse migratieachtergrond gestegen (van 532 in 2017 naar 601 kinderen in 2019), Sommige kinderen hebben meer kans op armoede dan andere kinderen: zo groeien kinderen in een eenoudergezin, kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond en kinderen uit de wijken Centrum, Oost, Bolnes en West groeien vaker dan kinderen uit andere gezinnen op in een minimahuishouden. 115 minimakinderen hebben in 2019 een indicatie vanuit de Jeugdwet, dat zijn er iets meer dan in 2017 (103 kinderen) en 2018 (101). Dit betekent dat 11 procent van alle minimakinderen een indicatie voor de Jeugdwet heeft, dat is vaker dan kinderen die niet in een minimahuishouden opgroeien (9 procent).

Regelingen In de volgende figuur staat het bereik per regeling in 2017, 2018 en 2019. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de doelgroep.

7

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Onderstaand wordt het bereik van de gemeente Ridderkerk vergeleken met dat in de gemeenten Barendrecht en Albrandswaard. Tevens geven we het gemiddelde bereik in andere gemeenten weer. Tabel S2. Bereik regelingen BAR-gemeenten en gemiddeld bij andere gemeenten Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Meedoen: volwassenen (Ridderkerkpas) Meedoen: Kindpakket Meedoen: schoolkosten •

•

•

•

•

•

•

•

•

Barendrecht

Albrandswaard

74% 30% 58% 35%

81% 25% 41% 52%

86% 26% 53% 30%

Gemiddeld andere gemeenten 70 à 75% 25 à 30% 50 à 55% 35 à 40%

87%

36%

37%

40 à 45%

90% 28%

66% 30%

65% 34%

50 à 55% 40 à 45%

Ridderkerk

Het gebruik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is iets gestegen, van 841 huishoudens in 2017 naar 873 huishoudens in 2019. Doordat de doelgroep die in beeld is bij de gemeente in 2019 groter is dan in 2017, is het bereik gelijk gebleven (74 procent). Het bereik is ten opzichte van 2018 wel gedaald; in 2018 was het bereik van de kwijtschelding 82 procent. Het bereik in 2019 ligt in lijn met het gemiddelde van 70 tot 75 procent dat we bij andere gemeenten zien; De bijzondere bijstand kent in 2019 een bereik van 30 procent, dat is een lichte daling ten opzichte van 2017 (34 procent) en 2018 (31 procent). Het bereik van de bijzondere bijstand is vergelijkbaar met het gemiddelde bereik van 25 tot 30 procent dat we bij de meeste gemeenten vinden; Het bereik van de individuele inkomenstoeslag is in 2019, net als in 2018, 58 procent. In 2017 was dit nog 39 procent. In twee jaar tijd is het aantal gebruikers met meer dan de helft toegenomen, van 258 naar 413 huishoudens. Bij andere gemeenten zien we gemiddeld een bereik van 50 tot 55 procent, het bereik in Ridderkerk ligt hier iets boven; Het gebruik van de collectieve zorgverzekering schommelt de laatste jaren: in 2017 maakten 845 huishoudens hier gebruik van, in 2018 waren dit 1.022 huishoudens en in 2019 is dat weer gedaald naar 895 huishoudens. Hierdoor ligt het bereik ook een stuk lager, namelijk 35 procent.

Net als in 2017 en 2018 maakt het overgrote deel van deze huishoudens gebruik van het pakket van CZ; Het bereik van de regeling Meedoen voor volwassenen is sinds 2017 ieder jaar gestegen. In 2017 was het bereik 74 procent, in 2018 84 procent en in 2019 87 procent. Ook het gebruik is sinds 2017 ieder jaar gestegen: in 2017 maakten 1.089 huishoudens gebruik van deze regeling, in 2019 waren dit er 1.280. Een bereik van 87 procent is hoog voor een participatieregeling voor volwassenen. Bij andere gemeenten is het bereik gemiddeld 40 à 45 procent voor een participatieregeling voor volwassenen; Het gebruik van de regeling Meedoen Kindpakket is de laatste jaren eveneens gestegen, naar 503 huishoudens (2017: 397). Het bereik is gestegen van 77 procent in 2017 naar 90 procent in 2019. Dat bereik ligt een stuk hoger dan het gemiddelde bereik van kindregelingen in andere gemeenten (tussen de 50 en 55 procent); Het bereik van deze regeling is in 2019 iets gestegen ten opzichte van in 2017, van 25 naar 28 procent. In 2019 hebben 72 huishoudens van deze regeling gebruikgemaakt Het bereik in 2019 ligt echter 2 procentpunten lager dan in 2018 doordat de gemeente in 2019 meer minimahuishoudens in beeld heeft, waardoor de doelgroep groter is dan in 2018; 128 huishoudens van AOW-gerechtigde leeftijd hebben in 2019 gebruikgemaakt van gratis openbaar vervoer van de RET.

Dit betekent dat 51 procent van de doelgroep in 2019 gebruik heeft gemaakt van deze regeling. Het gebruik en bereik ligt hiermee hoger dan in 2017 en 2018; In 2019 hebben vijf huishoudens gebruikgemaakt van de individuele studietoeslag. De doelgroep kan, op basis van de voor dit onderzoek gebruikte bestanden, niet worden vastgesteld;

8

Gemeente Ridderkerk

•

•

Versie 1.0

Gemiddeld gezien maken minima met kinderen, bijstandsgerechtigden en minima met een niet-westerse migratieachtergrond van meer regelingen gebruik dan minima met andere kenmerken. Dat was in voorgaande jaren ook zo. Wel is het aantal regelingen dat een huishouden gebruikt toegenomen van gemiddeld 2,4 regelingen per huishouden in 2017 naar gemiddeld 2,5 regelingen in 2019. Dat is logisch, aangezien de meeste regelingen in 2019 ook een hoger bereik kennen; Het bereik van de meeste regelingen in de gemeente Ridderkerk ligt hoger dan in Albrandswaard en Barendrecht. Het bereik van de kwijtschelding en meedoenregeling schoolkosten ligt lager. Kanttekening bij deze vergelijking is wel dat de inkomensgrenzen voor de regelingen per gemeente verschillen.

Meervoudige problematieken Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen: 26 procent heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen, 11 procent is in beeld bij schulddienstverlening en 20 procent van de minimagezinnen heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet. Minimahuishoudens maken vaker van deze andere vormen van ondersteuning gebruik dan huishoudens met een hoger inkomen. Bij andere gemeenten zien we een gemiddelde overlap van minima met Wmo van 20 à 25 procent, met SDV van 10 procent en met de Jeugdwet (op huishoudniveau) van 15 à 25 procent. Zowel het totaal aantal huishoudens als het aantal minimahuishoudens dat gebruikmaakt van de Wmo is in de periode 2017-2019 gestegen. Bij de SDV is juist het omgekeerde het geval, in 2019 doorliepen minder huishoudens (minima én niet-minima) een traject SDV dan in 2017. In 2018 en 2019 doorliepen nagenoeg evenveel huishoudens een traject, maar in 2019 bestond deze groep voor een iets groter deel uit minimahuishoudens.

9

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

1. Minima in beeld De gemeente Ridderkerk hanteert voor het minimabeleid een bovengrens van 110 procent van het Wettelijk sociaal minimum. In dit hoofdstuk beschrijven we de kenmerken en ontwikkelingen van deze doelgroep over de periode 2017-20191. De peildatum is 31 december van het desbetreffende jaar.

1.1. Aantal minimahuishoudens redelijk stabiel In 2019 is het aantal minimahuishoudens dat de gemeente in beeld heeft ongeveer gelijk aan het aantal minimahuishoudens in 2017, na een kleine daling in 2018 (1.472 in 2017, 1.449 in 2018, 1.469 in 2019). In 2019 heeft 7 procent van alle huishoudens in de gemeente een minimuminkomen. Dat is iets meer dan de 5 procent die we gemiddeld zien bij gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. Hoewel het aantal minimahuishoudens in 2019 nagenoeg gelijk is aan het aantal in 2017, is de samenstelling van de groep minimahuishoudens wel veranderd. Zo zijn er meer huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm en minder huishoudens met een inkomen tussen 100 en 110 procent Wsm. Tegelijkertijd is in dezelfde periode het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering juist iets gedaald, van 781 (53 procent) in 2017 naar 757 (52 procent) in 2019. Deze trend is in lijn met landelijke cijfers: landelijk is het aantal bijstandsuitkeringen sinds 2017 ieder jaar gedaald2. Ook het aantal huishoudens met een inkomen vanuit de AOW is sinds 2017 ieder jaar afgenomen, van 283 (19 procent) in 2017 naar 251 (17 procent) in 2019. De groei van het aantal minima met een inkomen tot 100 procent Wsm (en tot 110 procent Wsm) wordt dus verklaard door een toename van het aantal huishoudens met een overig inkomen, zoals de WW of een kleine (bij)baan.

Deze stijging is het sterkst tussen 2018 en 2019 (+ 47 huishoudens). Tabel 1.1.1 Huishoudens naar inkomen in Ridderkerk Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% 100% tot 110% Subtotaal

2017 Aantal 1.131 341 1.472

% 5,4% 1,6% 7,0%

2018 Aantal 1.059 390 1.449

% 5,0% 1,9% 6,9%

2019 Aantal 1.173 296 1.469

% 5,6% 1,4% 7,0%

Overig Totaal

19.451 20.923

92,9% 100%

19.538 20.987

93,1% 100%

19.591 21.060

93,0% 100%

Tabel 1.1.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 110% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

2017 Aantal % 781 53% 283 19% 408 28% 1.472 100%

2018 Aantal % 769 53% 266 18% 414 29% 1.449 100%

2019 Aantal % 757 52% 251 17% 461 31% 1.469 100%

Op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index, een schattingsmodel op basis van uitgebreide CBS-gegevens, is een schatting te maken van de inkomensbron van de groep met een ander inkomen. Dit leidt tot de volgende aantallen:

1 In dit hoofdstuk worden de kenmerken van huishoudens tot 110 procent Wsm weergeven. In de bijlagen

worden de kenmerken van huishoudens tot 100 procent Wsm (bijlage 4) en personen tot 110 procent Wsm (bijlage 5) gegeven. 2 Bron: CBS.

10

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Tabel 1.1.3 Schatting inkomensbron minima met een ander inkomen, inkomen tot 110% Wsm Bron van inkomen ‘Ander inkomen’ (schatting) WW-ontvangers Arbeidsongeschikten Inkomen uit arbeid Inkomen uit eigen onderneming Totaal

Aantal

%

80 131 125 125 461

17% 29% 27% 27% 100%

11

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

1.2. Stijging aantal eenoudergezinnen Net als in 2017 en 2018 bestaat in 2019 bijna de helft van de minimahuishoudens uit alleenstaanden, al is het aantal alleenstaanden in de minimapopulatie wel wat gedaald, van 706 in 2017 naar 673 in 2019. Het aantal eenoudergezinnen is daarentegen gestegen: van 238 in 2017 (16 procent) naar 284 in 2019 (19 procent). Daarmee is ook het aandeel minima onder eenoudergezinnen gestegen, in 2017 was 33 procent van alle eenoudergezinnen een minimahuishouden, in 2019 was dit 37 procent. In 2019 zijn eenoudergezinnen ruim vijf keer zo vaak minima dan gemiddeld in de gemeente (7 procent). Het grootste deel van de minimahuishoudens 45 jaar of ouder: 43 procent heeft een leeftijd van tussen de 45 jaar en de AOW-leeftijd en 17 procent heeft de AOW-leeftijd bereikt. Tegelijkertijd zien we juist een groei van het aantal en aandeel minima dat tussen de 27 en 45 jaar oud is (van 30 procent in 2017 naar 34 procent in 2019). Ten opzichte van 2017 is het aantal minimahuishoudens met een Nederlandse achtergrond gedaald (- 65 huishoudens) en het aantal minimahuishouden met een niet-westerse migratieachtergrond gestegen (+ 63 huishoudens). In 2019 zijn beide groepen hierdoor ongeveer even groot, terwijl in 2017 de groep Nederlandse minima een stuk groter was.

Net als in 2017 woont een groot deel van de minimahuishoudens in de wijken Centrum (21 procent) en Bolnes (19 procent), hoewel deze aandelen iets kleiner zijn geworden. Daarentegen woont in 2019 een groter deel van alle minimahuishoudens in de wijken Oost en Drievliet dan in 2017 (respectievelijk 18 en 17 procent). Sommige huishoudens zijn vaker minima dan andere huishoudens: dit zijn, zoals hierboven genoemd, eenoudergezinnen, maar ook huishoudens tot 45 jaar oud en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker een minimuminkomen dan andere huishoudens. Zo zijn huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond ruim zeven keer zo vaak minima als huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Naar wijk is het aandeel minima het hoogst in ijken Centrum, Oost en Bolnes; in de wijk Centrum heeft 12 procent van alle huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm, in Oost is dit 9 procent en in Bolnes/Cornelisland is het 8 procent (gemiddeld: 7 procent). In onderstaande kaart staat het aandeel minimahuishoudens afgezet tegen het totaal aantal huishoudens per wijk weergeven. Figuur 1.2.1. Aandeel (relatief) minimahuishoudens tot 110% Wsm, per wijk

12

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Verdeling naar kenmerken In de volgende tabel staat de verdeling van minimahuishoudens naar diverse kenmerken. We vergelijken de minimapopulatie met alle huishoudens in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minima te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minima t.o.v. alle huish.’). Tabel 1.2.2 Kenmerken minima, inkomen tot 110% Wsm Aandeel Categorie

2017

2018

%

%

2019 Aantal

Minima %

t.o.v. alle huish.

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

48% 16% 21% 15% 100%

47% 17% 20% 16% 100%

673 284 286 226 1.469

46% 19% 20% 15% 100%

9% 37% 3% 6% 7%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

7% 30% 44% 19% 100%

6% 32% 44% 18% 100%

82 498 638 251 1.469

6% 34% 43% 17% 100%

16% 10% 8% 3% 7%

49% 11%

47% 11%

662 162

45% 11%

4% 8%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

40%

42%

645

44%

29%

100%

100%

1.469

100%

7%

Wijk Het Zand Rijsoord Centrum Bolnes Drievliet West Slikkerveer Oost Oostendam en Donkersloot Totaal

2% 2% 21% 22% 14% 7% 16% 16% 1% 100%

2% 1% 20% 22% 16% 8% 15% 17% 1% 100%

21 21 272 314 247 110 207 262 15 1.469

1% 1% 19% 21% 17% 8% 14% 18% 1% 100%

2% 2% 12% 8% 7% 6% 5% 9% 5% 7%

* leeswijzer: van de 1.469 minimahuishoudens is 46 procent (673 huishoudens) alleenstaand. Afgezet tegen alle alleenstaande huishoudens in de gemeente laat de laatste kolom zien dat 9 procent daarvan een minimuminkomen heeft. Onder eenoudergezinnen is dat 37 procent.

1.3. Bijna twee derde van de minimahuishoudens is langdurig minima Van alle minimahuishoudens in de gemeente Ridderkerk is 64 procent (dat zijn 942 huishoudens) langdurig minima. Dit wil zeggen dat zij al drie jaar of langer aangewezen zijn op een inkomen tot 110 procent Wsm. Dit aandeel is hetzelfde als in 2017 en 2018 en ligt in lijn met landelijke cijfers Het aandeel nieuwe minima in 2019 is lager dan in 2017 en 2018, terwijl het aandeel huishoudens dat tussen de een en drie jaar aangewezen is op een minimuminkomen is toegenomen. Er is dus relatief weinig nieuwe instroom in de minimapopulatie, terwijl huishoudens die al een minimuminkomen hebben moeilijk weer uitstromen. Hierdoor zijn steeds 13

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

meer huishoudens langdurig aangewezen op een minimuminkomen. Het valt dus te verwachten dat het aantal (en aandeel) langdurige minima de komende jaren zal groeien. Van alle minimahuishoudens zijn AOW’ers, huishoudens zonder kinderen, huishoudens met een westerse migratieachtergrond het vaakst langdurig minima. Huishoudens met een overig inkomen (dus niet vanuit de bijstand of AOW), huishoudens met kinderen, huishoudens jonger dan 45 jaar en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn het minst vaak langdurig minima. Tabel 1.3.1 Kenmerken langdurige minima, inkomen tot 110% Wsm Aandeel Categorie

2017

2018

2019 Aantal

langdurige %

minima t.o.v. alle minima

Duur op minimuminkomen Tot en met 1 jaar 1 tot en 3 jaar 3 jaar en langer Totaal

15% 21% 64% 100%

16% 20% 64% 100%

181 346 942 1.469

12% 24% 64% 100%

Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

51% 28% 21% 100%

55% 26% 19% 100%

515 231 196 942

55% 24% 21% 100%

68% 92% 43% 64%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

51% 12% 24% 13% 100%

50% 12% 23% 15% 100%

463 142 210 127 942

49% 15% 22% 14% 100%

69% 50% 73% 56% 64%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

3% 24% 45% 28% 100%

2% 26% 46% 26% 100%

35 257 419 231 942

4% 27% 45% 24% 100%

43% 52% 66% 92% 64%

53% 12%

50% 13%

433 108

46% 11%

65% 67%

35%

37%

401

43%

62%

100%

100%

942

100%

64%

Langdurige minima

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

14

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

1.4. De gemeente heeft 59 ZZP’ers met minimuminkomen in beeld In 2019 zijn er in de gemeente Ridderkerk 1.750 huishoudens waarvan één of meer personen bij de Kamer van Koophandel ingeschreven staan als ZZP’er. Dat is iets lager dan in 2018, toen waren dit 1.806 huishoudens. Wel zijn er in 2019 meer ZZP-huishoudens met een minimuminkomen: in 2019 zijn 59 van de ZZP-huishoudens (3,4 procent) bij de gemeente in beeld als minimahuishouden. In 2018 waren dit er 38 (2,1 procent). 37 procent van de ZZP-huishoudens die terug te vinden zijn in de minimapopulatie krijgt (ook) een bijstandsuitkering. Twee derde van deze huishoudens heeft thuiswonende kinderen, 64 procent heeft een migratieachtergrond. Vergeleken met alle ZZP-huishoudens zijn de minimahuishoudens vaker huishoudens zonder kinderen. Ook zijn deze ZZP-huishoudens met een minimuminkomen vaker jonger dan 45 jaar, en hebben zij vaker een migratieachtergrond. Tabel 1.4.1 ZZP’ers naar inkomen in de gemeente Ridderkerk in 2018 en 2019 Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% 100% tot 110% Totaal minima tot 110%

Aantal 21 17 38

2018 % 1,2% 0,9% 2,1%

2019 Aantal 35 24 59

% 2,0% 1,4% 3,4%

Overig Totaal

1.768 1.806

97,9% 100%

1.691 1.750

96,6% 100%

Tabel 1.4.2 Kenmerken ZZP’ers, inkomen tot 110% Wsm Categorie

Minima ZZP’ers Aantal %

Alle ZZP’ers Aantal

%

Inkomensbron Participatiewet Andere inkomensbron of AOW Totaal

22 37 59

37% 63% 100%

-

-

Huishoudtype Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal

20 39 59

34% 66% 100%

282 1.468 1.750

16% 84% 100%

Leeftijd Tot 45 jaar 45 jaar of ouder Totaal

29 30 59

49% 51% 100%

572 1.178 1.750

33% 67% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal

21 38 59

36% 64% 100%

1.283 467 1.750

73% 27% 100%

15

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Gebruik regelingen onder ZZP’ers De ZZP’ers kunnen, mits ze voldoen aan de inkomensgrenzen, gebruikmaken van de minimaregelingen van de gemeente. Net als in 2018 wordt in 2019 de collectieve zorgverzekering het meest van alle regelingen gebruikt onder ZZP’ers. Met name het gebruik van de kwijtschelding is in 2019 hoger dan in 2018. Hieronder is het gebruik per regeling in 2018 en in 2019 weergegeven. Tabel 1.4.3 Gebruik regelingen door ZZP’ers Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Meedoen Volwassenen Meedoen Kindpakket Meedoen Schoolkosten

Aantal 2018 8 huishoudens 9 huishoudens 6 huishoudens 31 huishoudens 6 huishoudens 7 huishoudens 3 huishoudens

16

Aantal 2019 24 huishoudens 12 huishoudens 10 huishoudens 32 huishoudens 4 huishoudens 8 huishoudens 3 huishoudens

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

2. Schatting huishoudens hoger inkomen en werkende minima In dit hoofdstuk geven we een schatting van het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 140 procent Wsm.

2.1. Aantal minima tot 140 procent Wsm Op basis van ervaringscijfers van KWIZ, (bewerkte) CBS-gegevens en cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau over werkende armen komen we tot de volgende aantallen minimahuishoudens en het aantal werkenden per inkomenscategorie. Tabel 2.1.1 Schatting aantal minimahuishoudens tot 140 procent Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 110% Tot 120% Tot 130% Tot 140%

Schatting totaal aantal minimahuishoudens 1.650 2.100 2.550 3.150

In beeld in Armoedemonitor 1.469 -

17

Schatting aantal werkend 400 à 500 650 à 700 750 à 800 1.050 à 1.100

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

3. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld In dit hoofdstuk geven we het aantal kinderen tussen 0 en 18 jaar weer dat opgroeit in een minimahuishouden.

3.1. Stijging aantal minimakinderen In de periode 2017-2019 is het aantal kinderen in een minimahuishouden dat de gemeente in beeld heeft gestegen van 897 in 2017 naar 1.001 in 2019. In 2019 groeit bijna 12 procent van alle kinderen in de gemeente op in een minimahuishouden. Ten opzichte van 2018 is het aantal kinderen in een huishouden tot 100 procent Wsm is toegenomen, terwijl het aantal minimakinderen met een inkomen tussen 100 en 110 procent Wsm stabiel is gebleven. In 2019 groeien 566 (56 procent) minimakinderen op in een gezin met een bijstandsuitkering, ongeveer even veel als in 2018. Het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een ander inkomen (bijvoorbeeld uit werk) is wederom gestegen. Deze veranderingen in de groep minimakinderen zijn in lijn met de ontwikkelingen van de minimapopulatie zoals beschreven in hoofdstuk 1, zoals de geleidelijke toename van het aantal minima met een andere inkomensbron en de totale toename van het aantal minimagezinnen. Tabel 3.1.1 Aantal kinderen in (minima)huishoudens Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% 100 tot 110% Totaal tot 110%

2017 Aantal % n.b. n.b. 897 10,8%

2018 Aantal % 705 8,3% 271 3,2% 976 11,5%

2019 Aantal % 734 8,7% 267 3,2% 1.001 11,8%

Overig Totaal

7.438 8.335

7.493 8.469

7.471 8.472

89,2% 100%

88,5% 100%

88,2% 100%

Tabel 3.1.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens, inkomen tot 110% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

2017 Aantal % 530 59% 11 1% 356 40% 897 100%

18

2018 Aantal % 567 58% 13 1% 396 41% 976 100%

2019 Aantal % 566 56% 16 2% 419 42% 1.001 100%

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

3.2. Stijging aantal minimakinderen in eenoudergezinnen De stijging van het totaal aantal minimakinderen komt met name doordat er meer minimakinderen in een eenoudergezin in beeld zijn: 531 van alle minimakinderen (53 procent) groeien op in een eenoudergezin. In 2017 waren dit nog 448 kinderen (50 procent). In hoofdstuk 1 was al te zien dat het aantal eenoudergezinnen met een minimuminkomen sinds 2017 gegroeid is. Kinderen in een eenoudergezin groeien zes keer zo vaak op in een minimahuishouden dan kinderen in een gezin met twee ouders: 42 procent van alle kinderen in eenoudergezinnen in de gemeente groeit op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. De stijging van het aantal minimakinderen komt ook door een stijging in het aantal minimakinderen met een niet-westerse migratieachtergrond. De groep minimakinderen met een niet-westerse migratieachtergrond is in 2019 met 69 kinderen gegroeid ten opzichte van 2017. Het aantal kinderen met een Nederlandse achtergrond is over deze periode ook gestegen, hetzij in mindere mate (+35 kinderen).

Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond Van alle kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeit 36 procent op een in minimahuishouden en een groot deel van de minimakinderen woont in de wijken Bolnes (21 procent) en Oost (20 procent). Afgezet tegen alle kinderen per wijk, groeien kinderen in de wijken Centrum, Oost, Bolnes en West vaker dan gemiddeld op in een minimahuishouden. Waar gemiddeld in de gemeente 12 procent van de kinderen in een minimahuishouden woont, is dat in het Centrum 19 procent van alle kinderen en in Oost, Bolnes en West betreft dit respectievelijk 17, 16 en 14 procent van alle kinderen die in de wijk wonen. In onderstaande figuur staat het aandeel minimakinderen afgezet tegen het totaal aantal kinderen per wijk. Figuur 3.2.1. Relatief aandeel minimakinderen per wijk tot 110% Wsm

19

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Verdeling naar kenmerken In de volgende tabel staat een aantal kenmerken van kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 110 procent Wsm. We vergelijken de minimakinderen met alle kinderen in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minimakinderen te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minimakinderen.’). Tabel 3.2.2 Kenmerken minimakinderen, inkomen tot 110% Wsm Aandeel Categorie

2017

2018

2019 Aantal

minima %

t.o.v. alle kinderen

Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal

50% 50% 100%

49% 51% 100%

531 470 1.001

53% 47% 100%

42% 7% 12%

Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

18% 48% 34% 100%

18% 50% 32% 100%

191 494 316 1.001

19% 49% 32% 100%

10% 13% 11% 12%

35% 6%

33% 6%

348 52

35% 5%

5% 11%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

59%

61%

601

60%

36%

100%

100%

1.001

100%

12%

Wijk Rijsoord Centrum Bolnes Drievliet West Slikkerveer Oost Het Zand en Oostendam Totaal

1% 18% 21% 14% 8% 16% 21% 1% 100%

1% 17% 22% 15% 7% 16% 21% 1% 100%

11 161 208 167 67 167 202 18 1.001

1% 16% 21% 16% 7% 17% 20% 2% 100%

2% 19% 16% 11% 14% 9% 17% 3% 12%

20

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

3.3. Stijging aantal minimakinderen met een indicatie voor de Jeugdwet In 2019 hebben meer minimakinderen een indicatie voor Jeugdwet gekregen dan in 2017 en in 2018 (115 minimakinderen in 2019 tegenover 103 minimakinderen in 2017 en 101 in 2018). Dit terwijl het totaal aantal kinderen in de Jeugdwet in 2019 juist is gedaald. In 2019 betekent dat 11 procent van alle minimakinderen een indicatie voor de Jeugdwet heeft gekregen, tegenover 9 procent van alle kinderen. Minimakinderen hebben dus bovengemiddeld vaak een indicatie voor de Jeugdwet. De minimakinderen met een indicatie voor de Jeugdwet zijn verdeeld over 101 huishoudens. Deze huishoudens vormen bijna 20 procent van alle minimahuishoudens met kinderen. 52 procent van de minimakinderen met een indicatie voor de Jeugdwet woont in een huishouden met een bijstandsuitkering, 64 procent groeit op in een eenoudergezin. 51 procent van deze kinderen heeft een Nederlandse achtergrond. Tabel 3.3.1 Aantal kinderen met indicatie Jeugdwet naar huishoudinkomen Categorie

2017 Aantal

Kinderen tot 110% Overige kinderen Totaal

103 606 709

%

2018 Aantal

14% 86% 100%

101 669 770

%

2019 Aantal

13% 87% 100%

115 638 753

% 15% 85% 100%

Aandeel kinderen in JW t.o.v. alle kinderen 11% 9% 9%

Tabel 3.3.2 Aantal huishoudens met indicatie Jeugdwet naar huishoudinkomen Categorie Huishoudens tot 110% Overige huishoudens Totaal

2017 Aantal 86 549 635

%

2018 Aantal

14% 86% 100%

88 602 690

%

2019 Aantal

13% 87% 100%

101 587 688

% 15% 85% 100%

Aandeel huishoudens in JW t.o.v. alle huishoudens 20% 14% 14%

Tabel 3.3.3 Kenmerken kinderen met indicatie Jeugdwet, inkomen tot 110% Wsm Categorie

2017

2018

Aandeel kinderen

2019 Aantal

Aandeel

in JW t.o.v. alle kinderen

Inkomensbron Participatiewet Overig inkomen Totaal

60% 40% 100%

53% 47% 100%

60 55 115

52% 48% 100%

-

Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal

65% 35% 100%

61% 39% 100%

74 41 115

64% 36% 100%

14% 9% 11%

Leeftijdscategorie Tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

51% 49% 100%

60% 40% 100%

69 46 115

60% 40% 100%

10% 15% 11%

Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal

55% 45% 100%

46% 54% 100%

59 56 115

51% 49% 100%

17% 9% 11%

21

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

4. Minimaregelingen 4.1. Het bereik van de meeste regelingen is gestegen •

•

•

•

•

•

•

•

• •

•

Het gebruik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is iets gestegen, van 841 huishoudens in 2017 naar 873 huishoudens in 2019. Doordat de doelgroep die in beeld is bij de gemeente in 2019 groter is dan in 2017, is het bereik gelijk gebleven (74 procent). Het bereik is ten opzichte van 2018 wel gedaald; in 2018 was het bereik van de kwijtschelding 82 procent. Het bereik in 2019 ligt in lijn met het gemiddelde van 70 tot 75 procent dat we bij andere gemeenten zien; De bijzondere bijstand kent in 2019 een bereik van 30 procent, dat is een lichte daling ten opzichte van 2017 (34 procent) en 2018 (31 procent). Het bereik van de bijzondere bijstand is vergelijkbaar met het gemiddelde bereik van 25 tot 30 procent dat we bij de meeste gemeenten vinden; Het bereik van de individuele inkomenstoeslag is in 2019, net als in 2018, 58 procent. In 2017 was dit nog 39 procent. In twee jaar tijd is het aantal gebruikers met meer dan de helft toegenomen, van 258 naar 413 huishoudens. Bij andere gemeenten zien we gemiddeld een bereik van 50 tot 55 procent, het bereik in Ridderkerk ligt hier iets boven; Het gebruik van de collectieve zorgverzekering schommelt de laatste jaren: in 2017 maakten 845 huishoudens hier gebruik van, in 2018 waren dit 1.022 huishoudens en in 2019 is dat weer gedaald naar 895 huishoudens. Hierdoor ligt het bereik ook een stuk lager, namelijk 35 procent.

Net als in 2017 en 2018 maakt het overgrote deel van deze huishoudens gebruik van het pakket van CZ; Het bereik van de regeling Meedoen voor volwassenen is sinds 2017 ieder jaar gestegen. In 2017 was het bereik 74 procent, in 2018 84 procent en in 2019 87 procent. Ook het gebruik is sinds 2017 ieder jaar gestegen: in 2017 maakten 1.089 huishoudens gebruik van deze regeling, in 2019 waren dit er 1.280. Een bereik van 87 procent is hoog voor een participatieregeling voor volwassenen. Bij andere gemeenten is het bereik gemiddeld 40 à 45 procent voor een participatieregeling voor volwassenen; Het gebruik van de regeling Meedoen Kindpakket is de laatste jaren eveneens gestegen, naar 503 huishoudens (2017: 397). Het bereik is gestegen van 77 procent in 2017 naar 90 procent in 2019. Dat bereik ligt een stuk hoger dan het gemiddelde bereik van kindregelingen in andere gemeenten (tussen de 50 en 55 procent); Het bereik van deze regeling is in 2019 iets gestegen ten opzichte van in 2017, van 25 naar 28 procent. In 2019 hebben 72 huishoudens van deze regeling gebruikgemaakt Het bereik in 2019 ligt echter 2 procentpunten lager dan in 2018 doordat de gemeente in 2019 meer minimahuishoudens in beeld heeft, waardoor de doelgroep groter is dan in 2018; 128 huishoudens van AOW-gerechtigde leeftijd hebben in 2019 gebruikgemaakt van gratis openbaar vervoer van de RET.

Dit betekent dat 51 procent van de doelgroep in 2019 gebruik heeft gemaakt van deze regeling. Het gebruik en bereik ligt hiermee hoger dan in 2017 en 2018; In 2019 hebben vijf huishoudens gebruikgemaakt van de individuele studietoeslag. De doelgroep kan, op basis van de voor dit onderzoek gebruikte bestanden, niet worden vastgesteld; Gemiddeld gezien maken minima met kinderen, bijstandsgerechtigden en minima met een niet-westerse migratieachtergrond van meer regelingen gebruik dan minima met andere kenmerken. Dat was in voorgaande jaren ook zo. Wel is het aantal regelingen dat een huishouden gebruikt toegenomen van gemiddeld 2,4 regelingen per huishouden in 2017 naar gemiddeld 2,5 regelingen in 2019. Dat is logisch, aangezien de meeste regelingen in 2019 ook een hoger bereik kennen; Het bereik van de meeste regelingen in de gemeente Ridderkerk ligt hoger dan in Albrandswaard en Barendrecht. Het bereik van de kwijtschelding en meedoenregeling schoolkosten ligt lager. Kanttekening bij deze vergelijking is wel dat de inkomensgrenzen voor de regelingen per gemeente verschillen.

22

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Tabel 4.1.1 Gebruik en bereik regelingen 2017, 2018 en 2019 Regeling Kwijtschelding Doelgroep Gebruik Bereik

2017

2018

2019

1.131 841 74%

1.059 870 82%

1.173 873 74%

Bijzondere bijstand Doelgroep Gebruik Bereik

1.472 500 34%

1.449 448 31%

1.469 448 30%

Individuele inkomenstoeslag Doelgroep Gebruik Bereik

658 258 39%

688 398 58%

711 413 58%

Collectieve zorgverzekering Doelgroep Gebruik Bereik

1.6243 845 52%

2.500 1.022 41%

2.550 895 35%

Meedoen volwassenen Doelgroep Gebruik Bereik

1.472 1.089 74%

1.449 1.213 84%

1.469 1.280 87%

Meedoen Kindpakket4 Doelgroep Gebruik Bereik

513 397 77%

537 468 87%

561 503 90%

Meedoen schoolkosten Doelgroep Gebruik Bereik

235 59 25%

241 72 30%

268 76 28%

Gratis openbaar vervoer AOW’ers Doelgroep Gebruik Bereik

283 104 37%

266 121 45%

251 128 51%

-

Onbekend 4 -

Onbekend 5 -

Individuele studietoeslag Doelgroep Gebruik Bereik

3 In de Armoedemonitor 2017 is de doelgroep (minima met een inkomen tot 130 procent) weergegeven die

de gemeente in beeld had. De daadwerkelijke doelgroep zal groter zijn geweest. Waardoor het bereik in 2018 lager zal zijn geweest dan weergegeven in de Armoedemonitor 2018. In 2017 was dit niet aan de orde, toen was de inkomensgrens voor de collectieve zorgverzekering 110 procent Wsm. 4 Het budget van de Meedoenregeling staat op de Ridderkerkpas en de Ridderkerkpas staat geregistreerd op naam van de ouder(s). Hierdoor is het niet mogelijk om het aantal kinderen dat gebruik heeft gemaakt van het Kindpakket weer te geven.

23

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Hieronder volgt een tabel met het bereik per regeling van de drie BAR-gemeenten. Daarnaast wordt per regeling het gemiddelde bereik weergegeven dat we bij andere gemeenten zien. Tabel 4.1.2 Bereik regelingen BAR-gemeenten en gemiddeld bij andere gemeenten Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Meedoen: volwassenen (Ridderkerkpas) Meedoen: Kindpakket Meedoen: schoolkosten

Ridderkerk

Barendrecht

Albrandswaard

74% 30% 58% 35%

81% 25% 41% 52%

86% 26% 53% 30%

Gemiddeld andere gemeenten 70 à 75% 25 à 30% 50 à 55% 35 à 40%

87%

36%

37%

40 à 45%

90% 28%

66% 30%

65% 34%

50 à 55% 40 à 45%

Cumulatief gebruik regelingen voor volwassenen Minimahuishoudens in Ridderkerk maken gemiddeld gebruik van 2,5 van de zes regelingen die voor alle minimahuishoudens beschikbaar zijn. Deze regelingen zijn de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, de collectieve zorgverzekering, Meedoen voor volwassenen en gratis openbaar vervoer voor AOWgerechtigden5. Doordat het gebruik van de meeste regelingen in 2019 is gestegen, ligt het gemiddelde cumulatieve gebruik iets hoger dan 2018 en 2017 (2,4 regelingen per huishouden). Meerpersoonshuishoudens met kinderen, huishoudens met een bijstandsuitkering, huishoudens in de leeftijd van 45 jaar tot AOW-leeftijd en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken meer dan gemiddeld gebruik van de beschikbare regelingen. Figuur 4.1.1. Gemiddeld gebruik zes regelingen, inkomen tot 110% Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen

2,5 2,4 2,5 3,0

Participatiewet AOW Overig inkomen

3,1 2,0 2,0

tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd

2,4 2,5 2,8 2,0

Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond

2,3 2,3 2,9

Cumulatief gebruik alle regelingen Naast de zes genoemde regelingen die voor alle minimahuishoudens beschikbaar zijn kent de gemeente twee regelingen die alleen beschikbaar zijn voor huishoudens met kinderen. Dit zijn het Meedoen Kindpakket en Meedoen schoolkosten. In totaal kunnen huishoudens met kinderen van acht regelingen gebruikmaken.

5 De individuele studietoeslag is niet meegenomen, omdat een beperkte groep recht heeft op de regeling.

24

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Minimahuishoudens met kinderen maken gemiddeld van 3,1 van de acht regelingen gebruik. Ook hier maken meerpersoonshuishoudens met kinderen, huishoudens met een bijstandsuitkering, huishoudens tussen 45 jaar en AOW-leeftijd en huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond gemiddeld van meer regelingen gebruik. Ook dit gemiddelde gebruik is iets hoger dan in 2018 (3,0). Figuur 4.1.2. Gemiddeld gebruik acht regelingen, inkomen tot 110% Eenoudergezin Meerpersoons met kinderen

2,7 3,5

Participatiewet Overig inkomen

3,7 2,4

tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd

2,5 2,9 3,6

Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond

2,6 3,0 3,3

4.2. Kenmerken gebruikers per regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens in Ridderkerk kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en Onroerende Zaak Belasting (OZB). De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op of rond het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum. In 2019 hebben 873 huishoudens kwijtschelding toegekend gekregen: • Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken vaker dan andere huishoudtypen gebruik van de kwijtschelding; • Huishoudens met een migratieachtergrond maken vaker gebruik van de kwijtschelding dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid in de gemeente Ridderkerk is erop gericht om mensen met een inkomen tot 110 procent Wsm te ondersteunen die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen. Bij een inkomen hoger dan 110 procent Wsm kunnen mensen nog steeds van de bijzonder bijstand gebruikmaken, dan wordt draagkracht berekend. In 2019 hebben 448 huishoudens een of meerdere verstrekkingen vanuit de bijzondere bijstand gekregen: • • •

Huishoudens met een bijstandsuitkering maken het vaakst gebruik van de bijzondere bijstand, huishoudens met een overig inkomen maken hier het minst vaak gebruik van; Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken relatief vaak gebruik van de bijzondere bijstand; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker dan gemiddeld gebruik van de bijzondere bijstand, het gebruik onder huishoudens met een andere achtergrond is gelijk.

Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Ridderkerk bestaat de doelgroep uit inwoners tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 110 procent Wsm. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat 25

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. In 2019 hebben 413 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag; •

• •

De groep die gebruik heeft gemaakt van de individuele inkomenstoeslag bestaat voor het grootste deel uit huishoudens met een bijstandsuitkering. Deze huishoudens maken ook relatief veel vaker gebruik van deze regeling dan huishoudens met een ander inkomen; Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken relatief vaak gebruik van de individuele inkomenstoeslag. Eenoudergezinnen maken het minst vaak gebruik van de inkomenstoeslag; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de individuele inkomenstoeslag dan huishoudens met een andere achtergrond.

Collectieve zorgverzekering De gemeente Ridderkerk biedt minima met een inkomen tot 130 procent Wsm de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering. Minima kunnen hierbij kiezen uit pakketten van CZ of van DSW. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. De pakketten van CZ worden hierbij het vaakst gekozen. Tabel 4.2.1 Gebruik pakketten collectieve zorgverzekering, aantal huishoudens Verzekeraar CZ DSW Totaal

2017 713 132 845

2018 894 133 1.022

2019 768 133 895

In totaal hebben 895 huishoudens in 2019 gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering; • Huishoudens met een inkomen vanuit de AOW maken het vaakst gebruik van de collectieve zorgverzekering, huishoudens met een overig inkomen het minst; • Meerpersoonshuishoudens (zowel met als zonder kinderen) maken bovengemiddeld vaak gebruik van de collectieve zorgverzekering. Eenoudergezinnen maken hier relatief erg weinig gebruik van; • Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de collectieve zorgverzekering dan huishoudens met een andere achtergrond. Het gebruik ligt het laagst onder huishoudens met een westerse migratieachtergrond. Meedoen volwassenen Met de regeling Meedoen kunnen volwassen minima met een inkomen tot 110 procent Wsm een tegemoetkoming krijgen voor de kosten van sociale participatie: zoals deelname aan sport, deelname aan sociale en culturele activiteiten of lidmaatschap van de bibliotheek. Het budget voor deze regeling wordt verstrekt via de Ridderkerkpas. Huishoudens met een bijstandsuitkering krijgen automatisch een Ridderkerkpas toegestuurd. In 2019 hebben 1.280 huishoudens een budget vanuit de regeling Meedoen gekregen; • • •

Doordat zij de Ridderkerkpas automatisch krijgen toegestuurd, hebben nagenoeg alle huishoudens met een bijstandsuitkering een budget gekregen vanuit de regeling Meedoen. Onder AOW’ers ligt het gebruik een stuk lager; Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken relatief het vaakst gebruik van de regeling Meedoen; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken bovengemiddeld vaak gebruik van de regeling Meedoen.

26

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Meedoen Kindpakket Minima met kinderen kunnen een tegemoetkoming krijgen voor kosten die zij maken zodat hun kind kan meedoen. Vanuit het Kindpakket kunnen kinderen een tegoed krijgen voor bijvoorbeeld lidmaatschap van een vereniging, muziekles of bijvoorbeeld een fiets. Dit tegoed wordt op de Ridderkerkpas gestort. De doelgroep bestaat uit huishoudens met kinderen tussen 0 en 18 jaar en een inkomen tot 110 procent. Ook gezinnen in de schuldhulpverlening komen in aanmerking voor het Kindpakket. In 2019 hebben 503 huishoudens gebruikgemaakt van het Kindpakket: •

• •

Zo goed als alle huishoudens met een bijstandsuitkering maken gebruik van het Kindpakket. Net als bij de regeling Meedoen Volwassenen komt dit doordat kinderen in huishoudens met een bijstandsuitkering de Ridderkerkpas automatisch krijgen toegestuurd; Eenoudergezinnen maken iets vaker gebruik van het Kindpakket dan meerpersoonshuishoudens met kinderen; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van het Kindpakket dan huishoudens met een andere achtergrond. Het gebruik is het laagst onder huishoudens met een westerse migratieachtergrond.

Meedoen schoolkosten Minimahuishoudens met kinderen op het voortgezet onderwijs en een inkomen tot 110 procent Wsm kunnen gebruikmaken van de regeling Meedoen schoolkosten. De tegemoetkoming is voor een kind in het brugklasjaar € 250. Voor latere schooljaren is de tegemoetkoming per kind € 100. In 2019 hebben 76 huishoudens gebruikgemaakt van Meedoenregeling schoolkosten; • • •

Huishoudens met een bijstandsuitkering maken vaker gebruik van de regeling Meedoen schoolkosten dan huishoudens met een andere inkomensbron; Het verschil in gebruik tussen eenoudergezinnen en meerpersoonshuishoudens met kinderen is nihil; Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken iets vaker gebruik van deze regeling dan huishoudens met een andere achtergrond.

Gratis openbaar vervoer AOW-gerechtigde minima AOW-gerechtigde minima met een inkomen tot 110 procent Wsm kunnen in Ridderkerk gratis gebruikmaken van het openbaar vervoer van de RET, zodat ze geen belemmering ervaren in het bezoeken van een arts of het onderhouden van hun sociale contacten. In 20196 hebben 128 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling gratis openbaar vervoer; • •

Meerpersoonshuishoudens maken vaker gebruik van het gratis openbaar vervoer dan eenpersoonshuishoudens; Huishoudens met een Nederlandse afkomst maken het vaakst gebruik van deze regeling. Onder huishoudens met een niet-westerse achtergrond ligt het gebruik relatief laag.

Individuele studietoeslag Studenten met een arbeidshandicap die niet in staat zijn tot het verdienen van het Wettelijk minimumloon (WML) maar wel mogelijkheden hebben tot arbeidsparticipatie kunnen een aanvraag indienen voor een studietoeslag. De doelgroep bestaat uit studenten van 18 jaar of ouder met een arbeidsbeperking. Door deze regeling kunnen zij de studie en arbeidsparticipatie combineren. Op basis van de voor dit onderzoek gebruikte bestanden kunnen we de doelgroep niet bepalen. In 2019 hebben 5 studenten gebruikgemaakt van de individuele studietoeslag 7. 6 De regeling gratis vervoer voor AOW-gerechtigde minima is beëindigd per 1 juli 2019. Vanaf 1 juli

konden alle AOW-gerechtigden gebruikmaken van gratis openbaar vervoer van de RET. De 128 huishoudens hebben voor 1 juli 2019 gebruikgemaakt van deze regeling. 7 Om de privacy te waarborgen geven we geen kenmerken van de gebruikers weer.

27

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

5. Wmo en schuldhulpverlening 5.1. Ruim een kwart van de minimahuishoudens maakt gebruik van de Wmo Zowel het totaal aantal huishoudens met een of meerdere Wmo-voorzieningen, als het aantal minimahuishoudens met Wmo is in de periode 2017-2019 ieder jaar flink gestegen. In 2017 betrof het 2.578 huishoudens met één of meerdere verstrekkingen vanuit de Wmo, in 2019 zijn dit er 3.217. De verdeling minima en niet-minima (het aandeel minimahuishoudens) is redelijk stabiel: 12 procent van de huishoudens heeft een minimuminkomen. In 2019 heeft 26 procent van alle minimahuishoudens gebruikgemaakt van de Wmo. Bij andere gemeenten zien we dat gemiddeld 20 à 25 procent van de minimahuishoudens gebruikmaakt van de Wmo, de overlap in Ridderkerk in 2019 ligt hier dus iets boven. Deze overlap in Ridderkerk is sinds 2017 ieder jaar gestegen: in 2017 maakte 19 procent van alle minimahuishoudens gebruik van de Wmo. Die stijging loopt in lijn met de algemene toename van de Wmo: ook niet-minima maken steeds vaker van de Wmo gebruik. Onder huishoudens met hogere inkomens ligt het gebruik van de Wmo een stuk lager: 14 procent van de huishoudens met een hoger inkomen maakt gebruik van de Wmo. Minimahuishoudens maken dus relatief vaak gebruik van de Wmo vergeleken met nietminimahuishoudens.

Van de 388 minimahuishoudens met Wmo is 60 procent alleenstaand, bijna één op de drie heeft de AOW-gerechtigde leeftijd en 59 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Tabel 5.1.1 Inkomensverdeling Wmo-gebruikers Wmo Tot 110% Wsm Overige huishoudens Totaal

%

2019 Aantal

%

320

11%

388

12%

Aandeel Wmo t.o.v. alle huishoudens 26%

89%

2.526

89%

2.829

88%

14%

100%

2.846

100%

3.217

100%

15%

2017 Aantal

%

2018 Aantal

282

11%

2.296 2.578

Tabel 5.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 110% Wsm met Wmo 2017

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

66% 7% 21% 6% 100%

63% 7% 21% 9% 100%

232 52 70 34 388

60% 13% 18% 9% 100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

4% 15% 41% 40% 100%

3% 19% 42% 36% 100%

10 94 159 125 388

3% 24% 41% 32% 100%

67% 11%

63% 10%

229 41

59% 11%

22%

27%

100%

100%

118 388

30% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

2018

2019

Categorie

28

Aantal

%

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

5.2. Ruim een op de tien minimahuishoudens krijgt hulp bij schulden bij PLANgroep Schulddienstverlening (SDV) is bedoeld voor inwoners die zelf hun problematische schulden niet meer kunnen oplossen. Het belangrijkste onderdeel van schulddienstverlening betreft een minnelijke schuldregeling, uitgevoerd door PLANgroep. Wanneer een minnelijk traject niet mogelijk is kan een aanvraag worden gedaan voor toelating tot de WSNP (het wettelijk traject). In 2019 hebben 285 huishoudens een traject van de schulddienstverlening bij PLANgroep doorlopen. Dit is minder dan in 2017 (357 huishoudens), en nagenoeg evenveel als in 2018. Net als in die jaren, vinden we ruim de helft van deze huishoudens terug in de minimapopulatie. Dit betekent dat 11 procent van alle minimahuishoudens in de gemeente een vorm van schulddienstverlening bij PLANgroep heeft gekregen. Dat ligt in lijn met de gemiddelde overlap van 10 procent die we bij andere gemeenten zien. Van alle niet-minimahuishoudens krijgt minder dan een procent hulp bij schulden. 52 procent van de minimahuishoudens die in 2019 in een traject van de SDV heeft doorlopen heeft thuiswonende kinderen, 51 procent is jonger dan 45, 45 procent heeft een Nederlandse achtergrond en 43 procent heeft een niet-westerse migratieachtergrond. Tabel 5.2.1 Inkomensverdeling SDV-gebruikers SDV Tot 110% Wsm Overige huishoudens Totaal

%

2019 Aantal

%

159

56%

163

57%

Aandeel SDV t.o.v. alle huish. 11,1%

44%

127

44%

122

43%

0,6%

100%

286

100%

285

100%

1,4%

2017 Aantal

%

2018 Aantal

201

56%

156 357

Tabel 5.2.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 110% Wsm met SDV 2017

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

40% 27% 16% 17% 100%

31% 30% 18% 21% 100%

49 54 30 30 163

30% 34% 18% 18% 100%

Leeftijdscategorie Jonger dan 45 jaar 45 jaar en ouder Totaal

50% 50% 100%

49% 51% 100%

83 80 163

51% 49% 100%

53% 11%

50% 12%

73 19

45% 12%

36%

38%

71

43%

100%

100%

163

100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

2018

2019

Categorie

29

Aantal

%

Gemeente Ridderkerk

Versie 1.0

Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via encryptie versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 4 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen, meerpersoonshuishoudens met kinderen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan. Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1164/documents/26575