Water en Rioolplan gemeente Rhenen 2023-2027
Tekst van het document
Water Riool Plan gemeente Rhenen 2023-2027 Stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en klimaatadaptatie
Verantwoording Titel
Water Riool Plan gemeente Rhenen 2023-2027
Subtitel
Stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en klimaatadaptatie
Projectnummer
51002397
Referentienummer
NL22-648800269-24071
Revisie
O2a
Datum
10-06-2022
Auteurs
Carl Geuljans, Karst Jan van Esch
E-mailadres
karstjan.vanesch@sweco.nl
Gecontroleerd door
Renske ter Horst
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Elwin Leusink
Paraaf goedgekeurd
2
Voorwoord
Voor u ligt het Water Riool Plan gemeente Rhenen 2023-2027. In dit plan kunt u lezen hoe wij onze gemeentelijke watertaken invullen. Het gaat hier om riolering en stedelijk water. Onze riolering is een belangrijke voorziening. Bekende wetenschappers hebben in het British Medical Journal geschreven dat riolering de belangrijkste medische doorbraak in 150 jaar is (vóór de uitvinding van antibiotica en narcose). Deze voorziening moeten we goed beheren. Dat is belangrijk voor onze leefomgeving en voor het milieu. Droge voeten in onze huizen en bedrijven en schoon en helder water zijn de belangrijke thema’s. Ook nu het klimaat aan het veranderen is. Daar moeten we ons de komende jaren steeds meer op gaan richten. Zodat we in 2050 een klimaatrobuust Rhenen hebben, waar het goed wonen en werken is.
Het college van burgemeester en wethouders
3
Inhoudsopgave Voorwoord .......................................................................................................................... 3 0
Samenvatting ...................................................................................................... 6
1
Water Rioolplan Rhenen 2023-2027 .................................................................. 11
1.1
Aanleiding ......................................................................................................... 11
1.2
Leeswijzer ......................................................................................................... 11
1.3
Samenhang WRP met andere plannen .............................................................. 12
2
Terugkijken planperiode 2015-2019 ................................................................... 14
3
Wat willen we bereiken? .................................................................................... 17
3.1
Doelen ............................................................................................................... 17
3.2
Ruimtelijke (klimaat)adaptatie ............................................................................ 17
3.3
Ontwikkelingen .................................................................................................. 18
3.4
Stedelijk afvalwater ............................................................................................ 19
3.5
Afvloeiend hemelwater....................................................................................... 20
3.6
Grondwater........................................................................................................ 22
3.7
Visie .................................................................................................................. 23
3.8
Uitwerking in Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden ............. 23
4
Wie doet wat?.................................................................................................... 26
4.1
Wettelijke taken ................................................................................................. 26
4.2
Samenwerking ................................................................................................... 27
4.3
Wat verwachten we van inwoners en bedrijven .................................................. 27
5
Wat hebben we nu? ........................................................................................... 30
5.1
Stedelijk afvalwater ............................................................................................ 30
5.2
Hemelwater ....................................................................................................... 33
5.3
Grondwater........................................................................................................ 34
5.4
Meten en monitoren ........................................................................................... 35
6
De opgave ......................................................................................................... 40
6.1
Aan de slag ....................................................................................................... 40
6.2
Aanleg ............................................................................................................... 40
6.3
Onderzoek ......................................................................................................... 41
6.4
Maatregelen ...................................................................................................... 42
6.5
Overige werkzaamheden ................................................................................... 46
4
7
Organisatie en financiën .................................................................................... 48
7.1
Personeel .......................................................................................................... 48
7.2
Kosten en kostendekking ................................................................................... 49
BIJLAGEN Bijlage 1 Woordenlijst....................................................................................................... 53 Bijlage 2 Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden .................................. 59 Bijlage 3 Uitgangspunten kostendekkingsberekening ....................................................... 63 Bijlage 4 Tabellen kostendekkingsberekening .................................................................. 67 Bijlage 5 Overstorten........................................................................................................ 85 Bijlage 6 Reacties op het concept-WRP ........................................................................... 87
5
0
Samenvatting
Waarom een Water Riool Plan? Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, voor het milieu en voor het tegengaan van wateroverlast. Het is hierdoor een belangrijk onderdeel van de leefomgeving. Als gemeente hebben we de taak om voor de riolering en het stedelijk water te zorgen. We hebben een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. In dit plan beschrijven wij hoe wij deze gemeentelijke watertaken uitvoeren. Ook klimaatadaptatie valt daar deels onder. Dit Water Riool Plan heeft daarom een belangrijke relatie met het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie Rhenen waarin we onze klimaatadaptatie aanpak hebben vastgelegd. Wat ging er vooraf? Het vGRP+ (verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Plus) 2015-2019 was een leidraad voor ons handelen op het gebied van riolering en stedelijk water. In dit plan stonden de uitgangspunten en het beleidskader. Maar ook onze afkoppelambitie en het ‘werk-metwerk’- maken. We hebben de meeste van de voorgenomen onderzoeken en maatregelen uitgevoerd. We hebben een afkoppelkaart gemaakt en bijgehouden. De beheerachterstand in de rioolgegevens is weggewerkt . Klimaatadaptatie heeft zijn intrede gedaan. Dit heeft geleid tot extra werkzaamheden in de waterketen.
De kwetsbaarheid van Rhenen voor wateroverlast, droogte, hitte en de gevolgen van overstromingen, is in beeld gebracht in de klimaatanalyse. Bij ruimtelijke aanpassingen wordt hier expliciet rekening mee gehouden. Wat willen we bereiken? Ruimtelijke adaptatie is een belangrijk speerpunt. We passen de omgeving aan voor het veranderende klimaat, zodat we klimaatbestendig worden. Dit hebben we vastgelegd in het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie 2022-2027. We volgen de stappen ‘weten-willen-werken’. Ruimtelijk adaptief werken is uitgangspunt voor alle ruimtelijke plannen. Dat vragen we ook van onze bewoners en bedrijven. Andere belangrijke aandachtpunten zijn duurzaamheid, integraal werken en het werken onder de nieuwe Omgevingswet. We streven naar een waterrobuust systeem. Volgens het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is dat een systeem dat een bui van 74 mm per uur kan verwerken, zonder dat er wateroverlast ontstaat in woningen en bedrijven. Stedelijk afvalwater (vuil water) zamelen we in en transporteren we naar de rioolwaterzuiveringsinrichting. We willen zo min mogelijk schoon water naar de rioolwaterzuiveringsinrichting verplaatsen. Afkoppelen en infiltreren zijn hiervoor belangrijke middelen. Particulieren hebben hierbij een eigen verantwoordelijkheid.
Afkoppelcoaches gaan de inwoners van Rhenen ondersteunen en faciliteren bij het afkoppelen en infiltreren van regenwater. Regels hierover leggen we vast in een hemel- en grondwaterverordening.
6
We nemen maatregelen tegen grondwateroverlast, onder voorwaarden. Ook hier heeft de particulier een eigen verantwoordelijkheid. Voor deze planperiode volgen we voor riolering en stedelijk water dezelfde doelen als in de afgelopen periode: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover dit niet door de particulier wordt gedaan) 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater 5. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert We zetten het beleid grotendeels voort. In de uitvoering werken we gebiedsgericht. We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. We zetten de samenwerking met omliggende gemeenten en het waterschap Vallei en Veluwe voort binnen de waterketensamenwerking Platform Water Vallei en Eem. Waar staan we nu? Bijna alle percelen zijn aangesloten op de riolering. Er is een deel dat nog niet aangesloten is of waarvan het nog onduidelijk is dat deze zijn aangesloten. Een aantal percelen zijn aangesloten op een individueel systeem voor de behandeling van afvalwater (er zijn 9 zogenaamde IBA’s). Ons rioolstelsel bestaat uit verschillende soorten voorzieningen.
We hebben onder andere 114 km vrijverval riolering (waarvan 67% gemengde riolering is), 48,5 km drukleidingen, 13 grote gemalen en 273 kleine gemaaltjes. In ons digitale beheerbestand houden we alle gegevens van het rioolstelsel en de voorzieningen bij. We inspecteren alle rioleringsonderdelen regelmatig. Dit doen we om te kijken of de onderdelen vervangen moeten worden of worden gerepareerd. Onder normale omstandigheden functioneert onze riolering goed. Met metingen vergelijken we het werkelijke functioneren met de uitkomsten van de berekeningen. Daarmee kunnen we steeds beter anticiperen op optredende problemen. We hebben onderzoek gedaan naar welke gebouwen en plaatsen gevoelig zijn voor wateroverlast als het hard regent. Dat is de basis geweest voor het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie. Hierin is een aanpak opgenomen om schade en overlast zoveel mogelijk te voorkomen. We blijven inzetten op de infiltratie van hemelwater, waarbij we ook water langer willen vasthouden voor gebruik in droge periodes. Dat doen we samen met provincie, waterschappen, Vitens en Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Wat gaan we doen in de komende planperiode? We gaan onze gemeentelijke watertaken goed uitvoeren. Daarom leggen we riolering aan in nieuwbouwgebieden en stellen we eisen aan hoe moet worden omgegaan met hemelwater. Op dit moment eisen we bij nieuwbouw nog 20 mm berging op eigen terrein.
Dat is met de
7
huidige klimaatverandering volstrekt onvoldoende. Komende periode ontwikkelen we nieuwe bergingseisen, daarbij denken er aan een berging van 40 mm op particulier terrein. Bedrijfspercelen groter dan 5.000 m2 en woningen met een perceel groter dan 500 m2 worden verplicht zelf hun hemelwater op te vangen en te laten infiltreren. Hierbij denken we aan een eis van 60 mm berging. De openbare ruimte richten we in op waterrobuustheid. Om dit juridisch goed te regelen, stellen we een hemel- en grondwaterverordening op. Daarnaast doen we onderzoek naar de toestand van onze riolen en gemalen. We maken berekeningen om te kijken waar er bijvoorbeeld wateroverlast zou kunnen ontstaan als het hard regent. We kunnen dan gericht maatregelen nemen om dat te voorkomen. We vervangen en verbeteren riolering die niet meer aan de eisen voldoet. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Kastanjelaan, de Cuneraweg en de Platanenlaan. Maar ook op veel andere plekken waar dat nodig is. Uitgangspunt voor ons handelen zijn klimaatbestendig en ruimtelijk adaptief werken en werk-met-werk-maken. Ook werken we steeds meer risicogestuurd. We letten daarbij ook op de risico’s voor grondwater in de kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden. Daarmee zetten we schaarse middelen optimaal in. We stimuleren onze inwoners en bedrijven om ook klimaat- en ruimtelijk adaptief bezig te zijn.
Dat doen we met bijvoorbeeld met het verlenen van een groen-blauwe subsidie en de inzet van afkoppelcoaches. Ook leggen we eisen vast in een hemel- en grondwaterverordening. Wat hebben we hiervoor nodig? Om onze ambities waar te kunnen maken hebben we personeel nodig. Mensen die het werk doen. De huidige bezetting is erg krap. Er is net genoeg tijd voor het dagelijkse beheer van het riool. Er is echter onvoldoende capaciteit om de nieuwe ontwikkelingen te volgen en eigen te maken. De komende tijd moet dit goed worden gemonitord en zo nodig moet de personele capaciteit worden uitgebreid. Ook is er geld nodig om al het onderzoek en de maatregelen uit te kunnen voeren. De waarde van ons totale rioolstelsel bedraagt ruim € 81 miljoen. Dat is een groot kapitaal waar we goed mee om moeten gaan. Onze rioolheffing kent een eigenarendeel met een vast bedrag en een gebruikersdeel dat samenhangt met het watergebruik. Een gemiddeld gezin betaalt in 2022 € 162 aan rioolheffing. Dit noemen we het ‘referentietarief’. Dat is voor 2023-2027 niet voldoende om alle uitgaven te bekostigen. Om de ambities uit het WRP te halen zou de rioolheffing omhoog moeten. Eerste berekening laten onderstaand scenario zien. Dit wordt elk jaar bijgesteld.
8
De stijging is exclusief inflatiecorrectie.
9
ALGEMEEN
10
1
Water Rioolplan Rhenen 2023-2027
1.1 Aanleiding De (afval)waterketen beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Hierdoor houden wij onze leefomgeving schoon en veilig. In dit Water Riool Plan (WRP) staat hoe wij dit gaan doen. We hebben als gemeente wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. Ook klimaatverandering en de gevolgen daarvan zijn belangrijk en nemen dit mee in dit plan.
1.2 Leeswijzer Dit WRP sorteert voor op de komst van de Omgevingswet door het onderscheiden van verschillende delen: evaluatie huidig verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Plus, visie, plan, programma en kostendekking: •
We starten met de evaluatie over de huidige planperiode. Wat ging goed, wat kan of moet anders? Dit markeert het startpunt voor het nieuwe WRP 2023-2027.
•
In het visiedeel beschrijven we de doelen en ambities die er zijn met de gemeentelijke watertaken. Duurzaamheid en klimaatadaptatie spelen hierbij een grote rol. Dit deel heeft een sterke relatie met de omgevingsvisie van de gemeente en kan daar ook de input vanuit de
•
•
•
gemeentelijke watertaken voor leveren. In het plandeel gaan we in op de verhouding tussen de gemeente, andere overheden, bewoners en bedrijven: wie doet wat? We beschrijven op hoofdlijnen welke lokale wensen en eisen er zijn op het gebied van de gemeentelijke watertaken en de daarvoor benodigde regels. Dit onderdeel is input voor het gemeentelijke omgevingsplan. In het programmadeel beschrijven we het huidige areaal en de acties voor de planperiode. Hierin komen de onderzoeken, onderhoudsactiviteiten en vervangingsplanningen aan bod. Het levert de input voor de kostendekkingsberekening. In het laatste deel gaan we in op de personele en financiële kant van de gemeentelijke watertaken en beschrijven we de benodigde kostendekkende rioolheffingstarieven.
11
1.3 Samenhang WRP met andere plannen Dit Water Riool Plan staat niet op zichzelf, omdat het omgaan met water niet alleen een zaak van de gemeente is. De volgende plannen zijn belangrijk bij het opstellen van het WRP: - Waterbeheerplan Waterkoers 2016-2021 van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR); - Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe; - Bodem- en Waterprogramma 2022-2027 provincie Utrecht; - Leidraad afkoppelen provincie Utrecht (wordt in 2022 vastgesteld); - Beleidsplan ruimtelijke adaptatie gemeente Rhenen (RAP) 2022 - 2027 We hebben vertegenwoordigers van de waterschappen bij het opstellen van dit WRP betrokken. De provincie heeft het concept gelezen. Reacties zijn opgenomen in bijlage 6.
12
EVALUATIE
13
2
Terugkijken planperiode 2015-2019
Het vGRP+ 2015-2019 heeft een belangrijke rol gespeeld voor riolering en stedelijk water in Rhenen. Er zijn uitgangspunten voor de gemeentelijke watertaken vastgelegd. Bijvoorbeeld wat hinder, ernstige hinder en overlast is als het gaat om hevige buien. Ook is de afkoppelambitie vastgelegd en het uitgangspunt van ‘werk-met-werk-maken’. We hebben meer inzicht gekregen in de kwaliteit van ons rioolstelsel. Hierdoor kon de meerjareninvesteringsplanning beter worden onderbouwd. Ook heeft het vGRP+ ons geholpen bij het maken van afspraken in de drinkwatergebiedsdossiers van de provincie. Het is een duidelijk beleidsstuk gebleken, dat als leidraad voor het uitvoeren van taken en werkzaamheden heeft gediend. De benoemde maatregelen en daaraan gekoppelde bekostiging werden met dit plan geregeld. Het vGRP+ werd tijdens dagelijkse werkzaamheden onder andere gebruikt voor de uitgangspunten voor de inspectie en reiniging van het rioolstelsel. Ook staan er voorwaarden in waaronder regenwater in de ondergrond kan infiltreren. Het vorige vGRP+ is goed bevallen. Het was niet te lang en makkelijk leesbaar. Toch waren er ook genoeg verbeterpunten voor een nieuw plan te vinden. Dit nieuwe plan is een WRP (Water Riool Plan) geworden, om te benadrukken dat dit een breder plan is dan alleen riolering.
Het vorige vGRP+ is verouderd op het gebied van de verbinding met ruimtelijke adaptatie, de eisen voor infiltratie van regenwater in de ondergrond en de participatie van burgers. Ook miste het een overzicht van welke mensen zich- in welke teams - met welke taken bezig hielden. En het miste een helder overzicht van de doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. Activiteiten We hebben de meeste – geplande - onderzoeken en maatregelen uitgevoerd. De vrijvervalriolering is geïnspecteerd, daarin hebben we een inhaalslag gemaakt. Hierdoor hebben we nu een goed algemeen beeld van de onderhoudstoestand. In de afgelopen planperiode heeft de focus dus vooral gelegen op het op orde krijgen van de vrijvervalriolering. Daar is veel tijd in gaan zitten. Om die reden zijn het reinigings- en inspectieplan en een onderhoudsplan voor de drukriolering even geparkeerd. Ook hebben we onze inspectiestrategie nog niet aangepast. Tot slot hebben we de meetgegevens (over de werking van de gemalen) niet uitvoerig kunnen analyseren. Onder andere door wisseling in personeel en onvoldoende overdracht van werkzaamheden hebben we alleen gereageerd op het moment dat een signaal kwam dat er iets niet goed ging. We hebben een afkoppelkaart gemaakt en bijgehouden. Ook hebben we de beheerachterstand in de rioolgegevens ingelopen en weggewerkt. Momenteel wordt nog aan het onderhoudsprogramma gewerkt.
Hierin staat welke acties nodig zijn, nadat het overgrote deel van het stelsel in beeld is gebracht.
14
Nieuwe ontwikkelingen: klimaatadaptatie Nieuwe ontwikkelingen zorgen voor aanvullende taken in de (afval)waterketen. Klimaatverandering en de benodigde adaptatie om de leefomgeving voor te bereiden op extreme weersomstandigheden leiden tot extra werkzaamheden in de waterketen. We hebben de kwetsbaarheid van de leefomgeving voor wateroverlast, droogte, hitte en de gevolgen van overstromingen in beeld gebracht. Vele externe betrokken partijen zijn hierbij betrokken geweest zoals de waterschappen, provincie maar zeker ook inwoners. De klimaatanalyse is hiervan een resultaat (zie klimaat analyse Rhenen).
Conclusie We hebben de riolering goed draaiend weten te houden, ondanks een krappe personele bezetting. Het overgrote deel van de voornemens zijn uitgevoerd. Naar de nieuwe planperiode nemen we mee dat we meer gaan doen met de meetgegevens die we krijgen en dat we onze reinigings- en inspectiestrategie gaan optimaliseren. Ook een onderhoudsplan voor de drukriolering gaan we oppakken.
15
VISIE
16
3
Wat willen we bereiken?
3.1 Doelen Van oudsher is de bescherming van de volksgezondheid de belangrijkste functie van de riolering. Verschillende deskundigen in binnen- en buitenland zeggen dat de aanleg van riolering de grootste bijdrage is aan de volksgezondheid van de 20e eeuw. Tegenwoordig zijn het verbeteren van de leefbaarheid door ontwatering en afwatering van het stedelijk gebied en de bescherming van het milieu tegen vervuiling ook belangrijke doelen. Hieronder staan de diverse ontwikkelingen en wettelijke taken omschreven waarop het WRP is gebaseerd.
3.2 Ruimtelijke (klimaat)adaptatie Het klimaat verandert. De kans op wateroverlast, overstromingen, droogte en hittestress nemen toe. Dit brengt risico’s mee voor onze leefomgeving. Om Nederland hierop voor te bereiden heeft het Rijk het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld (DPRA). Afgesproken is om sneller en gerichter aan de slag te gaan om Nederland klimaatbestendig in te richten. De gemeente Rhenen heeft de gevolgen van weersextremen ervaren. Wateroverlast, droogte en hitte hebben in al onze kernen voor materiële en immateriële schade gezorgd. Elk jaar zien we de gevolgen van deze weersextremen terugkomen en toenemen. De komende decennia passen we ons steeds meer aan de verandering van het klimaat aan. Dat doen we door de fysieke ruimte anders in te richten. Dat noemen we ruimtelijke adaptatie (ook wel klimaatadaptatie). In 2022 hebben we daarvoor het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie 2022-2027 gemaakt. Basis voor het beleidsplan zijn de stappen ‘weten-willen-werken’ uit het DPRA. De stap ‘weten’ is voor de bebouwde kommen afgerond met het maken van een klimaatanalyse. De klimaatanalyse is opgesteld door het houden van klimaatateliers met inwoners en diverse betrokken partijen. We weten nu waar we kwetsbaar zijn voor hitte, droogte, waterveiligheid en wateroverlast. Het ‘ruimtelijk adaptief werken’ moet in onze genen gaan zitten.
Het is uitgangspunt bij alle ruimtelijke plannen. Het convenant Duurzaam Bouwen van de provincie Utrecht helpt ons hierbij. Dat geldt ook voor onze inwoners en bedrijven die wij benaderen via diverse communicatiecampagnes zoals ‘ga Rhenen ontstenen en vergroenen’ of de app ‘kli-maatje’. Regionaal werken we samen binnen het Platform Water Vallei en Eem. Het afstemmen met klimaatprogramma’s van betrokken organisaties is essentieel en versterkt de samenwerking die nodig is om de klimaat adaptieve opgave gezamenlijk op te pakken.
17
Het WRP is op sommige onderdelen een verdere uitwerking van het Ruimtelijk Adaptatie Plan. De raakvlakken liggen vooral op het gebied van wateroverlast en het bestrijden van droogte.
3.3
Ontwikkelingen
Duurzaamheid Rhenen heeft duurzaamheid onderverdeeld in drie pijlers: energietransitie, ruimtelijke adaptatie en circulaire economie. De ruimtelijke adaptatie is beschreven in het Ruimtelijke Adaptatieplan. We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. Bij het toepassen van materialen kiezen we voor hergebruikte en herbruikbare materialen mits dit mogelijk is en vooruitlopend op het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rhenen. Daarnaast kunnen we uit afvalwater grondstoffen winnen en kunnen we hieruit energie opwekken. We werken daarin – waar mogelijk – samen met betrokken partijen om Figuur 3-1: Duurzaamheidsboom Rhenen te kijken waar we het beste maatregelen kunnen treffen. Integrale kijk op de afvalwaterketen De afvalwaterketen is de laatste jaren ingewikkelder geworden, omdat grondwater en hemelwater een grote rol zijn gaan spelen. Het aantal beschikbare afvoersystemen is uitgebreid met bijvoorbeeld watergangen, waterpasserende bestrating, infiltratiekratten en wadi’s. Ondertussen willen we werkzaamheden gebiedsgericht en integraal uitvoeren. Daarvoor is regelmatig overleg nodig met andere disciplines binnen en buiten de eigen organisatie. Steeds vaker voeren we rioleringswerkzaamheden uit in samenhang met wegen wijkvernieuwing. Betrokkenheid (participatie) van alle betrokkenen is daarbij steeds belangrijker.
Uitgangspunt in het klimaatbeleidsplan is om breder te kijken dan alleen naar de gevolgen van extreem weer. Maatregelen voor de klimaatopgave kunnen ook ingezet worden voor de opgave van ernergietransitie. Hierbij spelen innovaties vanuit de riolering een belangrijke rol. Zo kan bijvoorbeeld Riothermie een alternatieve warmtebron zijn. Deze ontwikkelingen gaan wij volgen en toepassen als het ‘marktklaar’ is en een bijdrage levert aan onze duurzaamheidsdoelstellingen. Invoering van de Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet (verwacht per januari 2023) heeft invloed op de waterketen. Zaken die nu op nationaal niveau geregeld zijn, worden gedecentraliseerd. Dit betekent dat er straks meer keuze is in hoe wij onze gemeentelijke watertaken, ook juridisch gezien, willen inrichten. Onlangs is in Manifestverband de rapportage "Bouwsteen bruidsschat Omgevingswet, voor het thema water en riolering" d.d. 19 mei 2022 opgesteld. Hier zullen we gebruik van maken bij het opnemen van regels in het Omgevingsplan.
18
De gemeentelijke zorgplichten blijven onveranderd gelden en komen terug in de Omgevingswet. Dit Water Riool Plan is input voor onze gemeentelijke omgevingsvisie en het omgevingsplan.
3.4 Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is: “huishoudelijk afvalwater, of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater”. Wij zamelen dat afvalwater in vanaf de perceelsgrens en transporteren het naar de rioolwaterzuiveringsinrichting. Bij grootschalige nieuwbouw of reconstructieprojecten leggen we een gescheiden stelsel aan (het apart opvangen van afvalwater en regenwater). Daarbij horen standaard uitlopers richting particuliere huishoudens voor hemelwater en huishoudelijk afvalwater. Inwoners kunnen dan altijd zelf hun dakoppervlak aan de voorkant afkoppelen en zo nodig, na toestemming, aansluiten op de hemelwaterafvoer. Afkoppelen draagt immers bij aan het verminderen van lozing van vuilwater via overstorten, het verminderen van het transporteren van relatief schoon hemelwater naar de rioolwaterzuivering en het tegengaan van droogte. Om afkoppelen te stimuleren schakelen wij afkoppelcoaches in en kan er gebruik worden gemaakt van een op te zetten groen-blauwe subsidieregeling van de gemeente. Overigens staan we niet altijd een ondergrondse aansluiting van hemelwater toe. Bij het gebruik van een infiltratievoorziening op eigen terrein mag het teveel aan hemelwater alleen via het maaiveld naar het openbare gebied afvloeien.
Voor huizen met een perceel oppervlak van 500m2 of meer wordt geacht dat zij zelf het hemelwater afkoppelen en infiltreren op eigen terrein. Dit leggen wij vast in een hemelwaterverordening. Ook hier kunnen afkoppelcoaches en de subsidieregeling stimulerend werken. Daar waar de klimaatanalyse aangeeft dat het noodzakelijk is om op particuliere grond hemelwater af te koppelen en extra berging te creëren, zal de gemeente hier zelf voor zorgdragen binnen het reconstructieproject. Afkoppelcoaches worden dan ingezet om inwoners te helpen de achterkant van de woningen af te (laten) koppelen. Bij kleinschalige inbreidingen sluiten we aan op het omliggende stelsel. Soms is een kleine individuele zuivering, een IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater) of septic tank de beste oplossing. De effecten op het milieu (een zelfde graad van bescherming, wel of geen lozing in een grondwater-beschermingsgebied) en de kosten zijn bepalend voor de afweging wat het beste is. Overstortingen op oppervlaktewater Op een aantal locaties in het rioolstelsel zijn overstorten aangelegd om bij hevige regen overlast in gebouwen en op straat te voorkomen. Als het voor de waterkwaliteit nodig is - en het zonder nadelig effect op de volksgezondheid mogelijk is om het aantal overstorten op een doelmatige manier te verminderen - zullen we deze aanpassingen aan het stelsel uitvoeren.
19
3.5 Afvloeiend hemelwater We hebben een verplichting om ons in te spannen om afvloeiend hemelwater in te zamelen en te verwerken, zolang een perceeleigenaar redelijkerwijs niet zelf het hemelwater kan verwerken. We voldoen aan deze inspanningsverplichting door aan particulieren een voorziening aan te bieden om het hemelwater in te lozen. Welke voorziening dit is maakt voor de zorgplicht niet uit, hoewel wij een voorkeur hebben voor gescheiden rioleren en het infiltreren van hemelwater. Wij zullen per geval beoordelen welke voorziening past bij de situatie. Wij zetten in op afkoppelcoaches die aan huis komen om te laten zien hoe het afkoppelen gerealiseerd kan worden. De gemeente Rhenen biedt dit als service aan haar inwoners aan. Binnen de reconstructieprojecten wordt standaard de afkoppelcoach ingezet. We streven naar een water robuust systeem. Dat is een systeem dat een bui van 74 mm per uur kan verwerken zonder dat er wateroverlast ontstaat in woningen en bedrijfspanden, op of onderaan de berg. Overtollig hemelwater wordt niet afgevoerd, maar eerst benut, voordat het wordt afgevoerd. Het systeem onder de grond, als ook boven de grond, is hierop berekend. In de wet milieubeheer (art. 10.29a) is de voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater (waaronder ook hemelwater valt) vastgelegd. Deze voorkeursvolgorde hanteren wij ook.
Dit doen we natuurlijk in overleg met de waterschappen. Voor nieuwbouw binnen nieuwe bestemmingsplannen moet altijd een waterparagraaf opgesteld worden. Hiervoor heeft het Hoogheemraadschap de Stichtse Figuur 3-2: Voorkeursvolgorde Rijnlanden een handboek water voor opgesteld, die de gemeente kan gebruiken en toepassen1. Ook heeft de gemeente een programma van eisen met randvoorwaarden en ontwerpgrondslagen voor het waterhuishoudkundig systeem. Bij de advisering over bestemmingsplannen geven we ook een advies over maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. We kunnen dan vragen om extra waterberging of de toepassing van bijvoorbeeld groene daken. Dat is vaak maatwerk. Bij nieuwbouw binnen een bestaand bestemmingsplan is vaak al een bestaand (gemengd) vrijvervalriool aanwezig. Ook daar is het uitgangspunt dat de perceeleigenaar zelf maatregelen neemt op eigen terrein als dat redelijkerwijs kan. Hemelwater moet altijd gescheiden van het overig afvalwater worden aangeleverd aan de perceelgrens.
1
Handboek Water in ruimtelijke plannen – inspiratie en adviesdocument bij de Weging van het Watebelang, HDSR.
20
Op drukriolering mag alleen huishoudelijk of daarmee vergelijkbaar afvalwater worden geloosd, dus geen neerslag.
21
Afkoppelen Een groot deel van het rioolstelsel van Rhenen is een gemengd stelsel. We houden ons aan het afkoppelconvenant van de Utrechtse Heuvelrug. Ons afkoppelbeleid is onder andere daarop gebaseerd, en op de klimaatanalyse. Het afkoppelen van verhard oppervlak is door de kosten meestal alleen doelmatig als het gecombineerd wordt met vervanging van oude riolering of met reconstructies van straten en buurten.
3.6 Grondwater Grondwater wordt ‘natuurlijk’ behandeld. In gebieden met hoge grondwaterstanden wordt bij voorkeur niet gebouwd. Als er wel wordt gebouwd nemen we passende maatregelen om grondwateroverlast te voorkomen. In het oosten van Rhenen (landelijk gebied Achterberg) is sprake van een dalende grondwaterstand. Dat veroorzaakt inklinking van de klei, waardoor de bodem daalt en de gevoeligheid voor wateroverlast kan toenemen. Voor de riolering heeft dat overigens geen gevolgen. We zamelen daar alleen huishoudelijk afvalwater in door drukriolering. Die is minder gevoelig voor verzakking dan vrijvervalriolering. Perceeleigenaren hebben de wettelijke verplichting om in eerste instantie zelf maatregelen te treffen. Als dat onvoldoende effect heeft, verwachten we dat de perceeleigenaar zoveel als mogelijk zelf duidelijk maakt waarom de gemeente maatregelen moet nemen. Dit gebeurt volgens onderstaande stappen. Wij zorgen voor maatregelen tegen grondwateroverlast als: 1. Er nadelige gevolgen zijn, zoals: o gezondheidsklachten, o schade aan gebouwen of infrastructuur, o aanzienlijke en meetbare beperking van het woongenot, o aanzienlijke waardedaling van woningen, o het niet meer mogelijk zijn van de primaire functie (bijvoorbeeld: als een speelterrein zo drassig is dat er niet meer gespeeld kan worden; 2.
Deze gevolgen “structureel” zijn, dat wil zeggen: o wederkerend zijn (vrijwel elk jaar voorkomen); o gedurende meer dan 2 weken per jaar, o niet tijdelijk zijn, dus tenminste 4 jaar (zullen) aanhouden, o stabiel of toenemend zijn; 3. Hiertegen “doelmatige“ maatregelen op openbaar gebied mogelijk zijn. De gemeente vindt maatregelen doelmatig als: 1. de problemen aanzienlijk beperkt worden door de maatregelen 2. er geen goedkopere of effectievere alternatieven zijn, 3. de kosten van de maatregelen in verhouding staan met de effecten. Uitgezonderd Achterberg en de benedenstad van Rhenen is het risico op grondwateroverlast in de gemeente Rhenen klein.
22
Grondwaterbeschermingsgebied In Rhenen is een grondwaterbeschermingsgebied gelegen (zie hoofdstuk 5). In dit gebied moeten we extra voorzichtig zijn met het infiltreren van water, om te voorkomen dat er verkeerde stoffen in het grondwater terecht komen. Dat grondwater is immers een belangrijke bron voor ons drinkwater. We volgen hier de Leidraad afkoppelen Provincie Utrecht.
3.7 Visie Wat we uiteindelijk willen bereiken, staat in onderstaande visie op de watertaken. Deze tekst kan gebruikt worden bij onze gemeentelijke omgevingsvisie maar ook voor de visie op Rhenen. Visie op de watertaken van gemeente Rhenen Met een goed functionerende afvalwaterketen beschermen we de volksgezondheid, bevorderen we een goede leefomgeving en voorkomen we schade aan het milieu. We delen de verantwoordelijkheid voor het goed laten functioneren van de afvalwaterketen met Hoogheemraadschap der Stichtse Rijnlanden, Waterschap Vallei en Veluwe en vele andere partners, waaronder onze inwoners. We zijn als gemeente aan zet als het gaat om de voorzieningen voor vuilwater, hemelwater en grondwater op ons grondgebied. We zamelen afvalwater in en transporteren en verwerken dit op een duurzame manier. We voorkomen verontreiniging van schoon water, door afvalwaterstromen (huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, hemelwater en grondwater) zoveel mogelijk te scheiden. Schoon water infiltreren we zoveel mogelijk, vervuild water transporteren we naar de zuivering. We passen de leefomgeving aan op extreme weersomstandigheden. We bestrijden wateroverlast door maatregelen in de openbare ruimte te nemen, waardoor water naar plekken geleid wordt waar het zo min mogelijk overlast geeft.
Bij het uitvoeren van maatregelen houden we rekening met de gevolgen van klimaatverandering, we werken samen met durf en werken groen-blauw. We stimuleren onze inwoners ook om op particulier terrein passende maatregelen te nemen. Grondwater is een natuurlijk verschijnsel. Het grondwatersysteem moet op een zo natuurlijk mogelijke manier functioneren. We pakken bestaande problemen aan en voorkomen nieuwe problemen.
3.8
Uitwerking in Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden
Met de systematiek van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden leggen we vast waarom we doen wat we doen. Vanuit riolering en water hebben we drie primaire doelen: a. Het beschermen van de volksgezondheid b. Het voorkomen van hemelwater in gebouwen c. Het bevorderen van een goede leefomgeving
23
Vanuit deze primaire doelen van de riolering beschrijven we de volgende doelen voor onze gemeentelijke watertaken: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater; 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater; 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier); 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater; 5. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Natuurlijk proberen we daarbij de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. De doelen zijn uitgewerkt in functionele eisen, maatstaven en meetmethoden (bijlage 2). Daardoor zijn onze watertaken toetsbaar. Deze planperiode houden we de functionele eisen, maatstaven en meetmethoden opnieuw tegen het licht.
24
PLAN
25
4
Wie doet wat?
4.1
Wettelijke taken
Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een goede invulling van onze gemeentelijke watertaken. En omdat riolering niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van onze gemeentelijke infrastructuur, stemmen we ons beleid af met andere overheden. Zoals in de Wet milieubeheer is aangegeven, zijn dat in ieder geval gedeputeerde staten, de beheerder van de zuiveringen waarop we het door ons ingezamelde (afval)water lozen en de beheerder van de oppervlaktewateren waarop wordt geloosd. Voor onze gemeente zijn dat de provincie, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waterschap Vallei en Veluwe en Rijkswaterstaat.
Figuur 4-1: Infographic "wie doet wat in het waterbeheer"
26
4.2
Samenwerking
Binnen het team Openbare Werken zijn diverse beleidsvelden van de openbare ruimte vertegenwoordigd en werken medewerkers integraal aan het beheer van de buitenruimte. Werkzaamheden rondom riolering en water, wegen, groen en vastgoed worden nauw op elkaar afgestemd met als resultaat onze integrale Meerjarenplanning. Ook met het team Economie en Ruimte (ruimtelijke ordening, duurzaamheid, projectenbureau, economie) wordt nauw samengewerkt. Voor de daadwerkelijke uitvoering en dagelijks beheer van de openbare ruimte bestaat een goede samenwerking met team Remmerden die hiervoor verantwoordelijk is. Een integrale, goed afgestemde samenwerking binnen het fysieke domein is nodig om het beheer zo effectief en doelmatig in te vullen . Het streven is om deze integrale manier van werken ook structureel vorm te geven met het sociale domein. Met de komst van de Omgevingswet (verwacht per 1 januari 2023) wordt integraal samenwerken alleen maar belangrijker. Integraal werken is het devies en dat betekent ook participeren en afstemmen. De waterketen houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen. Daarom zoeken we de samenwerking op met omliggende gemeenten, zoals Veenendaal. We hebben onze rol binnen de regionale samenwerking in de waterketen binnen het Platform Water Vallei en Eem.
Zo hebben in november 2020 de Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe ondertekend waarmee het meten en monitoren is ondergebracht bij het Uitvoeringsteam Meten & Monitoren. Ook de samenwerking met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het Waterschap Vallei en Veluwe zijn belangrijk. Met hen maken we onder andere afspraken over de hoeveelheid water die naar de RWZI gaat en over de waterkwaliteit. Dat is een natuurlijke samenwerking op basis van vertrouwen.
4.3
Wat verwachten we van inwoners en bedrijven
Een groot deel van het gemeentelijke gebied is privé-eigendom. Daarom doen we klimaatadaptatie samen: burgers, bedrijven, gemeente en waterschap zetten zich samen in tegen wateroverlast, hitte, droogte en voor waterveiligheid. De overheden kunnen niet alles oplossen. Perceeleigenaren hebben een belangrijke rol in de verwerking van hemelwater dat op hun eigen terrein valt. Dat is ook wettelijk onderkend door de eigen verantwoordelijkheid die in de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6) is opgenomen. Uitgangspunt is dat de perceeleigenaar de neerslag, die op zijn perceel valt, zelf verwerkt. Als dat redelijkerwijs niet kan, zijn wij als gemeente aan zet. Wij kunnen veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren. Wij willen zo min mogelijk extra regels en verplichtingen aan inwoners en
27
bedrijven opleggen, maar wel dat zij bijdragen aan het goed laten functioneren van de riolering. Wij verwachten: 1. dat inwoners en bedrijven het riool verstandig gebruiken (dus bijvoorbeeld geen oliebollenvet, verf of schoonmaakdoekjes door het toilet spoelen); 2. dat rioolaansluitingen en particuliere riolering zorgvuldig worden aangelegd en 3. 4. 5. 6.
onderhouden; dat decentrale zuiveringen zorgvuldig worden aangelegd en onderhouden; dat inwoners en bedrijven hemelwater zelf opvangen, bergen en/of infiltreren als dat redelijkerwijs mogelijk is; dat hinder (water-op-straat) vaker, binnen marges, wordt geaccepteerd; dat inwoners en bedrijven bij grondwateroverlast controleren of hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is.
Bij optredende problemen streven wij altijd naar lokale maatwerkoplossingen.
Figuur 4-2: Flyer "Niet in het riool" van stichting RIONED
28
PROGRAMMA
29
5
Wat hebben we nu?
Om onze watertaken goed uit te voeren, zamelen we stedelijk afvalwater in en transporteren dat naar de zuivering. Overtollig hemelwater zamelen we ook in. Als het kan, dan infiltreren we dat in de bodem. Anders voeren we het af naar een plaats waar het geen kwaad kan. Ook nemen we grondwatermaatregelen waar dat doelmatig is, om negatieve effecten van de grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen. Rhenen ligt in een hellend gebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Neder-Rijn. Daardoor stroomt water snel naar beneden, ook door de riolering. Daarbij neemt het water relatief veel vuil mee. Dit leidt, vooral in de lage delen, tot extra kans op wateroverlast en extra vervuiling van de riolering. 5.1 Stedelijk afvalwater Voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in de bebouwde kom maken we gebruik van 114 kilometer vrijvervalriolering. Hiervan is 67% gemengde riolering waarbij huishoudelijk afvalwater en hemelwater door één buis wordt afgevoerd. De andere 33% is gescheiden riolering en bestaat uit vuilwater (dwa)- en hemelwaterriolen (hwa).
Figuur 5-1: Aanlegperioden vrijvervalriolering
In het buitengebied zamelen we afvalwater in met drukriolering. Dit zijn 273 pompjes en bijna 50 kilometer drukleiding. De 13 gemalen zorgen dat het afvalwater op de grote zuivering terecht komt. Het hemelwater van het buitengebied is niet aangesloten op het riool. Deze is nooit ‘aangekoppeld’ geweest.
30
Ook beheren we 9 kleine zuiveringen (IBA’s). Geen van deze IBA’s liggen in het grondwaterbeschermingsgebied volgens de kaart van de provincie Utrecht. In de gemengde stelsels hebben we 4 bergbezinkvoorzieningen aangelegd. Dit zijn grote kelders of leidingen, die, als het erg hard regent, een deel van dat regenwater tijdelijk opvangen. Vuil wat er in zit zakt naar de bodem. Na afloop van de bui worden deze kelders weer leeggepompt naar de riolering. Hieronder staat een overzicht van de riolering in de verschillende delen van onze gemeente.
Figuur 5-2: Vrijvervalriolering per kern
De gegevens van onze riolering en wat daarbij hoort, zijn vastgelegd in een rioleringsbeheersysteem. Dat is belangrijk om ze snel te kunnen raadplegen. Het is belangrijk dat we deze data op orde houden en aansluiten bij actuele ontwikkelingen.
Gedetailleerde informatie over de lay-out van de stelsels en de lozingswerken zoals bedoeld in het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen (BLBI) is opgenomen in het rioleringsbeheersysteem en vastgelegd in de hydraulische berekeningen en basisrioleringsplannen, waaronder dus ook gegevens van de overstorten van waaruit (incidenteel) wordt geloosd. Wijzigingen t.o.v. de situatie in de BRP’n overleggen we met waterschap en vice versa.
31
Overstorten gemengde riolering In de gemengde stelsels zijn externe overstorten aanwezig. Bij hevige neerslag wordt met hemelwater verdund afvalwater via deze overstorten geloosd op oppervlaktewater. Dat voorkomt dat dit water in gebouwen terecht komt. Een overzicht van alle overstorten is opgenomen in Bijlage 5.
Figuur 5-3: 5 Locaties van externe overstorten
Kwaliteit Onze riolering inspecteren we regelmatig. Dan kijken we of de buizen nog heel zijn. Als het nodig is, herstellen we de schades. Van het totale areaal kent circa 1/5 deel problemen met waterdichtheid, stabiliteit of afstroming. De toestand van de rest van de riolering is goed. Hoe werkt de riolering Per bemalingsgebied voeren we berekeningen (vastgelegd in basisrioleringsplannen of systeemoverzichten stedelijk water) uit, om het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van het (afval)watersysteem in beeld te brengen. Onze basisrioleringsplannen worden geactualiseerd als daartoe aanleiding is. Bijvoorbeeld doordat er grootschalig is afgekoppeld, er veel nieuwbouw heeft plaatsgevonden en/of de structuur van de riolering sterk is gewijzigd. Op dit moment zijn al onze basisrioleringsplannen nog voldoende actueel (2018/2019). Het functioneren van het stelsel onder normale omstandigheden voldoet aan de huidige normen. Een normale regenbui die theoretisch eens per 2 jaar valt, kan door het rioolstelsel worden verwerkt. Dat is een bui van circa 20 mm in een uur tijd. We ervaren in de praktijk weinig problemen, hoewel ook water-op-straat als probleem kan worden gezien. Bij het opstellen van de klimaatanalyse hebben we gekeken naar wat er gebeurt als er een extreme bui valt van 74 mm in een uur tijd.
Ter vergelijking: in 2014 viel er in Rhenen en Achterberg twee keer in één maand een regenbui van 80 mm per uur. Uit de klimaatanalyse blijkt dat er wateroverlast ontstaat bij woningen/gebouwen en dat wegen een risico vormen voor het verkeer.
32
De klimaatanalyse is de basis voor het ruimtelijk adaptatieplan (RAP). Deze gebruiken we voor alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen het fysieke domein. In het RAP wordt aangegeven welke doelen en maatregelen worden getroffen om wateroverlast zoveel mogelijk te beperken. De doelen en maatregelen die we vanuit het RAP in het WRP borgen, komen in het volgend hoofdstuk aan bod.
Figuur 5-4: voorbeeld uitkomst klimaatanalyse kern Rhenen
De werking van de drukriolering hebben we in 2019 laten onderzoeken. De aanleiding hiertoe was dat we niet wisten of de drukriolering goed werkte en of er nog ruimte was voor nieuwe aansluitingen. Hieruit kwam naar voren dat 45% van de pompen niet optimaal draait. Het is overigens niet te verwachten dat er in de praktijk problemen ontstaan met overbelasting. We moeten de gegevens van de analyse goed vergelijken met de praktijk. Ook moeten we onderzoeken of er hemelwater door de drukriolering wordt afgevoerd. Dat is namelijk niet de bedoeling.
5.2 Hemelwater Het is belangrijk om hemelwater zoveel mogelijk op de plaats waar het valt vast te houden. Rhenen ligt op een prachtige heuvelrug met een goed doorlaatbare bodem. Wij blijven inzetten op infiltratie van regenwater. Er is echter meer nodig gezien de toename van hevige hoosbuien en de lange periodes van droogte. Het is ons streven om water langer vast te houden. Samen met de provincie, waterschappen, Vitens en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug gaan wij het watersysteem op de berg robuuster maken. Het project “Blauwe Agenda” is hierin leidend.
33
Als we het niet kunnen vasthouden, bergen we het hemelwater zoveel mogelijk op ,op een plaats waar dat geen kwaad kan. Van daaruit voeren we het langzaam af. We noemen dat ‘trits’ vasthouden-bergen-afvoeren. Ons hemelwatersysteem bestaat daarom ook uit verschillende voorzieningen, zoals hemelwaterriolering, wadi’s, Figuur 5-5: trits 'vasthouden-bergen-afvoeren' infiltratiekratten. Naast het ondergrondse hemelwaterstelsel zorgen we ervoor dat water bovengronds in de leefomgeving een plek krijgt. We volgen ook de trits schoonhouden-scheiden-zuiveren. Water dat schoon is houden we zoveel mogelijk schoon door het niet met vuilwater te vermengen. Een belangrijk aandachtspunt is dat het te infiltreren water de bodem en het grondwater niet vervuilt. Wanneer hemelwater niet kan infiltreren - zoals in Achterberg - zorgen we ervoor dat het geborgen kan worden op een plek waar het niet tot overlast leidt. En voeren we het water - gescheiden van afvalwaterstromen - af naar het oppervlaktewater. Of via gemengde riolering naar de zuivering. Buiten de bebouwde kom zamelen we hemelwater niet in (bij drukriolering en IBA’s), maar wordt het direct afgevoerd naar nabijgelegen oppervlaktewater. Of het wordt geïnfiltreerd in de bodem. Kwaliteit We onderhouden onze voorzieningen voor een goed functionerend hemelwaterstelsel.
We inspecteren onze voorzieningen volgens dezelfde methode als de voorzieningen voor stedelijk afvalwater. Op basis van de beoordeling van de inspectiebeelden bepalen we maatregelen en voeren die uit.
5.3 Grondwater Op een beperkt aantal plekken in de gemeente ligt drainage om overtollig grondwater af te voeren. Er is incidenteel onderhoud gepleegd aan de drainageleidingen. In onze gemeente ligt een grondwaterbeschermingsgebied. Daar wordt drinkwater gewonnen. Hier moeten we extra voorzichtig omgaan met het beheer van onze riolering en bijvoorbeeld goed letten op de waterdichtheid van de riolering. Ook met afkoppelen en infiltreren van hemelwater. Dit om te voorkomen dat er verkeerde stoffen in het grondwater terecht komen. In het grondwaterbeschermingsgebied zijn voor zover bekend geen IBA’s aanwezig. Ook moet er aandacht zijn voor riolering op particuliere terreinen in dit gebied. Eigenaren van deze riolering moeten deze riolering goed onderhouden, zodat er geen bedreiging is voor het grondwater.
34
Figuur 5-6: Grondwaterbeschermingsgebied
5.4
Meten en monitoren
5.4.1 Meetprogramma Er is een aantal overstortmeters. Dit zijn meters die bijhouden hoe vaak een overstort in werking is. Ook de gemalen hebben meters. Deze meters houden bij hoeveel draaiuren een gemaal maakt en of er bijzonderheden voorkomen. Het meten en monitoren doen we zoals ook in hoofdstuk vier aangegeven in samenwerking met het Uitvoerend Team Meten & Monitoren (UVT MM) van Platform Water Vallei en Eem. Zij beheren onze hoofdpost en maken een eerste analyse van de gegevens. Hiermee wordt het mogelijk om beter te anticiperen op optredende problemen en kan het beheer worden geoptimaliseerd. Door theorie en praktijk met elkaar te vergelijken kan ook het theoretische rioleringsmodel worden geoptimaliseerd en zullen de uitkomsten beter aansluiten op de praktijk. 5.4.2 Klachten en meldingen Het functioneren van het (afval)watersysteem is af te leiden uit de klachten en meldingen die worden gemaakt. Via het meldingen systeem van de gemeente (MOZARD) wordt bijgehouden welk type meldingen binnenkomen. Daardoor kunnen we snel op klachten en meldingen inspelen. 5.4.3 Raadpleging bewoners Begin april is het bewonerspanel benaderd met een onlinevragenlijst (Maptionnaire) over de rioleringszorg. Dit was de eerste keer dat we dit op deze manier hebben gedaan. Ook op de website van de gemeente is de link naar de vragenlijst geplaatst.
Hierdoor konden ook andere belangstellenden de vragenlijst invullen. In totaal hebben 319 inwoners van Rhenen de vragenlijst ingevuld. De vragen gingen over wateroverlast, over wat men belangrijk vindt in relatie tot de werking van het riool en over de keuzes die men zou maken op het gebied
35
van afkoppelen bijvoorbeeld. De resultaten van de onlinevragenlijst nodigen uit om maatregelen op te nemen in dit plan. • Een tweetal vragen ging over wateroverlast. Allereerst is gevraagd wat men onder wateroverlast verstaat. De uitkomsten staan hieronder.
Het merendeel van de mensen vindt het al wateroverlast als er grote plassen op straat staan. De tweede vraag over wateroverlast was of men wateroverlast bij het veranderende klimaat vindt horen. Van de respondenten vindt 45% van wel en 55% van niet. Plassen op straat zullen in de toekomst vaker voorkomen en er ook steeds meer ‘bij gaan horen’. In de voorlichting richting inwoners wordt dit nadrukkelijker en duidelijker gecommuniceerd.
36
• Een andere was of men weet wat wel en niet in de riolering mag worden geloosd. Daarop waren de antwoorden:
Ofwel, ruim 40% van de mensen wil dit graag uitgelegd krijgen. We gaan dit meenemen in de reguliere voorlichting. • Ook is gevraagd naar de bereidheid van mensen om af te koppelen en daar zelf bijvoorbeeld de regenpijpen aan te passen zodat het water in de bodem infiltreert. Opgemerkt moet worden dat hier ook mensen tussen zitten die in een huurwoning wonen of in een appartement, waar het zelf aanpassen van de regenpijp niet eenvoudig mogelijk is. 60% van de mensen heeft aangegeven bereid te zijn om in de eigen tuin verhardingen te verminderen om regenwater te kunnen laten infiltreren. Dat is al een mooi resultaat! Om afkoppelen te stimuleren en begeleiden gaan we op structurele basis afkoppelcoaches in zetten. Daarnaast communiceren we dat inwoners hiervan gebruik
37
kunnen maken. Ook worden campagnes zoals Ga Rhenen ontstenen en vergroenen ingezet alsook de groen-blauwe subsidieregeling om inwoners te ondersteunen. • Over de eigen inzet bij het verwerken van regenwater hebben we de volgende vraag gesteld: “Steeds meer gemeenten verplichten hun inwoners om regenwater zelf op te vangen en in de grond te brengen. Volgens de Waterwet hebt u die plicht in veel gevallen. Alle werkzaamheden en kosten zijn dan voor de eigenaar van het pand. Hoe denkt u hierover?” De volgende figuur geeft de antwoorden.
28% werkt hier graag aan mee, 45% alleen als het voor iedereen verplicht is. Bij het opstellen van een (verplichtende) hemelwaterverordening zullen we dus extra aandacht moeten hebben voor het draagvlak.
38
• De laatste vraag die we hier laten zien is de volgende: “Stel u bent bestuurder van uw gemeente en u mag aangeven wat het belangrijkst is. Welke van onderstaande opties vindt u het belangrijkst? (Kies minimaal 1 optie en maximaal 3).
De belangrijkste opties zoals duurzaam materiaalgebruik en techniek, het goed functioneren en hygiëne vormen een basis voor dit WRP. De gemeente zal in de uitvoering hier extra aandacht aan schenken en het opnemen in de beheerplannen en investeringen. In de vragenlijst was ook ruimte voor opmerkingen. Veel van deze opmerkingen gingen over het ondersteunen van het afkoppelen (inclusief huurhuizen), het opvangen van regenwater en dat een regentonactie erg gewenst is. De gemeente wil met de inzet van afkoppelcoaches de ondersteuning bieden voor het afkoppelen. Ook zullen we in overleg gaan met Rhenam om afkoppelen van huurhuizen te stimuleren en een regentonactie realiseren als onderdeel van de communicatiecampagnes.
39
6
De opgave
6.1 Aan de slag We willen onze doelen graag bereiken. Dit doen we door het huidige stelsel in stand te houden, de kwaliteit te monitoren en waar dat nodig is te verbeteren. Hiervoor voeren we onderzoek en maatregelen uit. Waar mogelijk maken we werk met werk waarbij we zoveel mogelijk integraal werken en partijen hier bij betrekken (participatie). Vanuit het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie (RAP) gaan we de komende jaren maatregelen uitvoeren om ons aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. We gaan ‘samenwerken met durf’ om bij alle ruimtelijke plannen en ontwikkelingen de aanpassingen aan klimaatverandering vanaf het begin mee te nemen. We werken dan ‘groen-blauw’. Dat doen we dus ook binnen riolering en stedelijk water. Zo richten we onze riolering Figuur 6-1: Groen-blauw werken (beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie toekomstbestendig in. 2021).
Alle in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn op prijspeil 2022 en exclusief BTW.
6.2 Aanleg Stedelijk afvalwater en hemelwater worden gescheiden gehouden. Het stedelijk afvalwater wordt via het rioolstelsel afgevoerd naar de zuivering. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk lokaal geïnfiltreerd. Als dit niet mogelijk blijkt, wordt het lokaal geborgen en vertraagd afgevoerd. In de openbare ruimte wordt al rekening gehouden met hevigere buien, door hemelwater op te vangen, te infiltreren of over het oppervlak naar een geschikte plek te laten afstromen. We gaan gebruik maken van de nieuwste inzichten om de riolering en de openbare ruimte goed te ontwerpen zodat zo min mogelijk overlast ontstaat bij hevige regen. Daarnaast voeren we conform de aanpak uit het landelijke Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie eenmaal in de 6 jaar stresstesten uit voor meer extreme situaties. Vooruitlopend op deze ontwikkelingen houden we bij het rioleringsontwerp rekening met de theoretische bui 10 uit de Kennisbank stedelijk water +10% klimaatcorrectie (een bui die gemiddeld eenmaal in de 10 jaar valt). Voor nieuwbouw heeft de gemeente ontwerpeisen: alle bouwvergunningen worden daaraan getoetst. Zo moeten vloerpeilen op voldoende hoogte boven het straatpeil worden aangelegd en moet duidelijk zijn hoeveel waterberging aangelegd moet worden. Op dit
40
moment eisen we bij nieuwbouw nog 20 mm berging op eigen terrein. Dat is met de huidige klimaatverandering volstrekt onvoldoende. Komende periode ontwikkelen we nieuwe bergingseisen, daarbij denken er aan een berging van 40 mm op particulier terrein. Bedrijfspercelen groter dan 5.000 m2 en woningen met een perceel groter dan 500 m2 worden verplicht zelf hun hemelwater op te vangen en te laten infiltreren. Hierbij denken we aan een eis van 60 mm berging. De openbare ruimte richten we in op waterrobuustheid door de ontwerpeisen te actualiseren en te integreren met andere beleidsterreinen. Om dit juridisch goed te regelen, stellen we een hemel- en grondwaterverordening op. We kijken daarbij ook naar de regels bij de waterschappen en het Convenant Duurzaam Bouwen. We waken ervoor dat nieuwbouwlocaties wateroverlast veroorzaken in het eigen of omliggend gebied. Het bestemmingsplan en/of de hemel- en grondwaterverordening moeten dit juridisch borgen (vanaf 2023 het omgevingsplan).
6.3
Onderzoek
We voeren onderzoeken uit om beter inzicht te krijgen in de (afval)waterketen. In onderstaande tabel staat een overzicht van de onderzoeken die we willen uitvoeren, het jaartal waarin we dat doen en het budget. Na de tabel lichten we een aantal onderzoeken toe. Tabel 6-1: Onderzoek 2023-2027 (bedragen in euro) Onderzoek 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Inspecteren vrijvervalriolering Inspecteren drukriolering Hydraulische berekeningen Meten en monitoren gemalen Putinspecties Meetprogramma (o.a. hoogtes) Onderzoek niet aangesloten huishoudens Onderzoek zakelijke rechten Actualisatie WRP Totaal Budget al opgenomen in exploitatielasten Extra benodigd
2023
2024
2025
2026
2027
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
5.000 3.000
5.000 3.000
5.000 3.000
5.000 3.000
5.000 3.000
3.500
3.500
3.500
3.500
3.500
22.400 2.500
22.400
22.400
22.400
22.400
10.000 10.000
51.400 32.000
58.900 32.000
58.900 32.000
48.900 32.000
25.000 73.900 32.000
19.400
26.900
26.900
16.900
41.900
41
Toelichtingen: Inspecties Inspecties voeren we regelmatig uit, om steeds te weten hoe de riolering er bij ligt. Zo ontdekken we schades op tijd. En kunnen we dus snel ingrijpen als dat nodig is. Meten en monitoren gemalen Dit hebben we zoals eerder aangegeven ondergebracht bij het Uitvoeringsteam Meten & Monitoren (UVT MM) op basis van de Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater. Putinspecties In vijf jaar tijd willen we al onze putten goed in beeld hebben. Onderzoek niet aangesloten huishoudens Dit onderzoek willen wij uitbesteden, er is al een basislijst met adressen van huishoudens die niet zijn aangesloten. Particulieren die niet aangesloten zijn worden aangeschreven. Een eventueel handhavingstraject wordt voorgelegd aan het bestuur dat bepaalt of daar wel of geen prioriteit aan wordt gegeven. Dit is nodig om het aantal niet aangesloten percelen terug te dringen. Onderzoek zakelijke rechten We maken een overzicht van de gemeentelijke voorzieningen die zich bevinden zich op particulier terrein. Ook geven we aan of er wel of geen zakelijk recht is gevestigd. Dat is nodig om het beheer goed te kunnen regelen.
6.4 Maatregelen We voeren maatregelen uit om de staat en/of het functioneren van de (afval)waterketen te verbeteren. Daarnaast hebben we ook lange termijnplanningen voor vrijvervalriolering, gemalen, pompunits, persleidingen en drukleidingen. Assetmanagement Ook bij het beheer van riolering passen we steeds meer assetmanagementprincipes toe. Dat betekent dat we rekening houden met de risico’s in relatie tot het functioneren. Voorbeeld: Een riool onder een drukke kruising of bij een belangrijk gebouw behandelen we anders dan een riool aan het einde van een doodlopende straat. We vervangen geen riool, alleen omdat de technische levensduur voorbij is. Er moeten meer redenen zijn, zoals schadebeelden die we bij inspectie hebben gezien, of het meeliften met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Ook houden we bij het plannen van maatregelen rekening met de behoefte van de gebruikers en de omgeving. De komende jaren ontwikkelen we dit assetmanagement verder door. Speciale aandacht hebben we voor het grondwaterbeschermingsgebied in verband met de drinkwaterwinning. De gevolgen van calamiteiten, incidenten en bijvoorbeeld lekkende riolen zijn hier groot. En dus is het risico groot. Die zorg hebben we als gemeente ook op grond van de Drinkwaterwet.