CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

UT03400002 saneringsplan EnviroPlan 25-11-2020

Commissie Ruimte en Economie 25 mei 2022, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Franseweg 9511.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SANERINGSPLAN Bodemverontreiniging Franseweg 95 Elst (Utrecht)

PROJECTGEGEVENS

opdrachtgever sanering:

Land en Opstallen B.V. Korte Holk 1 3861 MJ NIJKERK

eigenaar saneringslocatie:

Land en Opstallen B.V. Korte Holk 1 3861 MJ NIJKERK

object/locatie:

Franseweg 95 Elst (U)

kadastraal:

Rhenen, sectie H perceelnummers 3257, 3859, 3860, 4906, 6162 en 7243

projectfase:

saneringsplan

rapportnummer:

20185345/R02/V02

datum rapport:

25 november 2020

status:

definitief

EnviroPlan Nederland BV Grafwegen 35 6562 KG Groesbeek 06 – 5334 7664 bodemsanering@enviroplan.nl

INHOUDSOPGAVE

blz.

1.

INLEIDING ..................................................................................................................................1

2.

ACHTERGRONDINFORMATIE .................................................................................................2 2.1 Ligging en terreinsituatie ............................................................................................2 2.2 Historie van de locatie .................................................................................................2 2.3 Reeds uitgevoerd bodemonderzoek ..........................................................................3 2.4 Verontreinigingssituatie ..............................................................................................3 2.5 Sloop bestaande bebouwing ......................................................................................4 2.6 Toekomstig gebruik .....................................................................................................4 2.7 Verontreinigingen in de omgeving ............................................................................4

3.

AFWEGINGEN SANERINGSAANPAK EN BEPALEN DOELSTELLING .................................5 3.1 Beleidskader .................................................................................................................5 3.2 Mobiel versus immobiel ..............................................................................................5 3.3 Overwegingen ..............................................................................................................6 3.4 Afleiden saneringsdoelstelling ...................................................................................6

4.

NADERE BESCHRIJVING SANERINGSMAATREGELEN .......................................................8 4.1 Terreininrichting...........................................................................................................8 4.2 Veiligheidsmaatregelen ...............................................................................................8 4.3 Sloopwerkzaamheden .................................................................................................8 4.4 Ontgravingswerkzaamheden ......................................................................................9 4.5 Opbouw leeflaag ....................................................................................................... 10 4.6 Handling grond- en materiaalstromen ................................................................... 10 4.7 Bouwwerkzaamheden .............................................................................................. 11

5.

ORGANISATIE EN COMMUNICATIE .................................................................................... 12 5.1 Uitvoeringskader ....................................................................................................... 12 5.2 Bedrijven en instanties ............................................................................................. 12 5.3 Planning en uitvoeringsduur ................................................................................... 12 5.4 Vergunningen en meldingen ................................................................................... 12

6.

MILIEUKUNDIGE BEGELEIDING ........................................................................................... 14 6.1 Taken milieukundig processturing .......................................................................... 14 6.2 Uitvoering van de milieukundige processturing .................................................... 14 6.2.1 Aansturen ontgravingswerkzaamheden ..................................................... 14 6.2.2 Controle gronddepots .................................................................................. 15 6.2.3 Omgaan met afwijkingen op het saneringsplan ........................................ 15 6.3 Taken milieukundige verificatie ............................................................................... 15 6.4 Uitvoering van de milieukundige verificatie .......................................................... 16 6.5 Evaluatie .................................................................................................................... 16

7.

NAZORG ................................................................................................................................. 17

Rapport 20185345/R02/V02

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.

Kadastrale kaart met begrenzing saneringslocatie Kadastrale gegevens saneringslocatie Beschikking ernst en urgentie 2000 Toekomstige situatie Principe dwarsdoorsnede saneringslocatie

Rapport 20185345/R02/V02

1.

INLEIDING Voorliggend saneringsplan is opgesteld in opdracht van Land en Opstallen B.V. ten behoeve van de sanering van de bodemverontreiniging op de projectlocatie Franseweg 95 in Elst, gemeente Rhenen. Uit de resultaten van de op de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken volgt dat sprake is van een bodemverontreiniging met zware metalen en cyaniden die verband houden met het in het verleden op de locatie gevestigde galvanisch bedrijf Duke en Roks. De saneringslocatie is bij het bevoegd gezag bekend onder locatiecode UT1750002. Het voornemen bestaat om de locatie te herontwikkelen ten behoeve van de bouw van een aantal rijwoningen en één vrijstaande woning. Bij deze herontwikkeling worden ook de kadastrale percelen 6162 en 7243, gelegen aan de westzijde van de projectlocatie betrokken. Het saneringsplan heeft tot doel inzicht te geven in de noodzakelijke werkzaamheden en de te volgen procedures bij de sanering. Het bevoegd gezag bij deze sanering is provincie Utrecht. De bevoegdheden van de provincie op het vlak van de Wet bodembescherming zijn gedelegeerd aan RUD Utrecht. In dit saneringsplan is in hoofdstuk 2 een opsomming gegeven van de algemene gegevens van de saneringslocatie. In hoofdstuk 3 is de saneringsdoelstelling nader gedefinieerd. De saneringsmaatregelen zijn beschreven in hoofdstuk 4.

In de hoofdstukken 5 en 6 wordt achtereenvolgens ingegaan op organisatie en communicatie rondom het project en de milieukundige begeleiding. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de zorgmaatregelen na sanering.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 1

2.

ACHTERGRONDINFORMATIE

2.1

Ligging en terreinsituatie De projectlocatie ligt aan de zuidzijde van de Franseweg, westelijk in de bebouwde kom van Elst (gemeente Rhenen). De projectlocatie betreft een relatief smal en diep perceel. De hoofdontsluiting is vanaf de Franseweg. Het buitenterrein aan de zuidoostzijde is ook toegankelijk vanaf het parkeerterrein aan de achterzijde van de woningen Schoolweg 93 en 95. In het kader van de planontwikkeling is ook het zuidelijke deel van het perceel Franseweg 99 aan de projectlocatie toegevoegd. Dit betreft het kadastrale perceel sectie H, nummer 6162. Ook het zuidelijk daarvan gelegen perceeltje 7243 maakt deel uit van de projectlocatie. In onderstaande tabel is een overzicht van de algemene gegevens en beschrijving van het huidige gebruik weergegeven (zie ook bijlagen 1 en 2). Tabel 2.1: Algemene gegevens en huidige gebruik

2.2

adres van de locatie

Franseweg 95, Elst

kadastrale aanduiding

Rhenen, sectie H perceelnummers 3257, 3859, 3860, 4906, 6162 en 7243

eigenaar van de locatie

Land en Opstallen B.V.

oppervlakte projectlocatie

totaal 2.814 m2: perceel 3257: 94 m2 perceel 3859: 1.205 m2 perceel 3860: 871 m2 perceel 4906: 261 m2 perceel 6162: 338 m2 perceel 7243: 45 m2

bebouwing (oppervlakte)

bedrijfspand, circa 1.400 m2

terreinverharding

buitenterrein: betonstraatstenen, beton, betonplaten, tegels inpandig: beton

huidig gebruik projectlocatie

buitenterrein niet in gebruik anders dan voor parkeren gebruikers van het pand de opstallen zijn deels in gebruik voor opslagdoeleinden maar staan voor het grootste deel leeg

huidig gebruik omgeving1

infrastructuur, openbaar groen, wonen

Historie van de locatie De projectlocatie is tot begin jaren ’90 van de vorige eeuw in gebruik geweest als bedrijfsterrein van het galvanisch bedrijf Duke en Roks. Het bedrijf is in de jaren 1940 op de locatie gestart, destijds als slijperij. In de loop der jaren is het bedrijf herhaaldelijk uitgebreid en is op enig moment overgeschakeld van slijperij naar een galvanisch bedrijf. Bij een brand op 31 maart 1991 is een deel van de opstallen verwoest. De bedrijfsactiviteiten van het galvanisch bedrijf zijn hierna niet meer voortgezet. In het centrale, oudste deel van de bebouwing stond de nikkel-/chroomlijn. Het meest zuidelijke deel van de bebouwing is in gebruik geweest als verzinkerij en dateert uit de

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 2

eerste helft van de jaren 1970. In de bodem van het terrein bevonden zich verschillende putten en kelders voor de opslag en infiltratie van afvalwater. Zuidoostelijk bevond zich een overdekte buitenopslag van chemicaliën. 2.3

Reeds uitgevoerd bodemonderzoek Op de projectlocatie zijn in de periode 1989-2019 verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Een aantal deellocaties is reeds gesaneerd. In onderstaande tabel zijn de relevante documenten die betrekking hebben op de bodemkwaliteit van de projectlocatie opgenomen. Tabel 2.2: Beschikbare documenten bodemkwaliteit projectlocatie

2.4

nr.

bron

1

Onderzoek naar mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse van de locatie Duke en Roks B.V. in Elst, gemeente Rhenen, DHV Raadgevend Ingenieursbureau BV, rapportkenmerk D1511-76-001 d.d. oktober 1989

2

Onderzoek naar mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse van de locatie Duke en Roks B.V. in Elst, gemeente Rhenen, DHV Raadgevend Ingenieursbureau BV, rapportkenmerk D1511-72-002 d.d. juni 1990

3

Nader onderzoek Duke en Roks te Elst (U), WK Milieuadviezen Drunen, kenmerk 91/DUK.RAP d.d. juni 1991

4

Saneringsrapportage Duke en Roks te Elst (Utrecht), WK Milieuadviezen Drunen, zonder kenmerk d.d. 2 augustus 1991

5

Evaluatierapport sanering restverontreinigingen nikkel-/chroomafdeling Franseweg 95, Elst (U), GP Milieuadviezen Groesbeek, rapportnr. 1005-01/R01 d.d. januari 1993

6

Rapport nader onderzoek grondwater Franseweg 95 Elst (U), GP Milieuadviezen Groesbeek, rapportnr. 1005-01/R01 d.d. april 1993

7

Evaluatierapport bodemonderzoek en bodemsanering Franseweg 95, Elst (U), EnviroPlan, rapportnr. P1005-01/R04/GPe d.d. 23 juni 1997

8

Briefrapport herbemonstering peilbuizen Franseweg 95 te Elst, provincie Utrecht, Dienst water en Milieu, rapportnr. 99/09 d.d. 10 augustus 1999

9

Beschikking ernst en urgentie bodemverontreiniging Franseweg 95, Rhenen, Provincie Utrecht, kenmerk 00/930513MBE d.d. 3 juli 2000

10

Rapport verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Franseweg 95, Elst (U), EnviroPlan Nederland BV, rapportnr. 20185354/R01/V02 d.d. 19-11-2020

11

Rapport verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Franseweg 99, Elst (U), EnviroPlan Nederland BV, rapportnr. 20195482/R01/V01 d.d. 04-10-2019

Verontreinigingssituatie De in de vaste bodem en het grondwater aangetroffen verontreinigingen zijn kenmerkend voor galvanische bedrijven en bestaan in onderhavig geval uit de zware metalen chroom, koper, nikkel en zink alsook cyaniden. Er zijn in zowel de grond als het grondwater geen dan wel geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen met chloorkoolwaterstoffen hoewel wel enige tijd een tribad schijnt te zijn gebruikt. De verontreinigingen zijn ontstaan door het weglekken van procesvloeistoffen via voegen en scheuren in de vloeren alsmede via lekkages in de bedrijfsriolering en rioolputten. Daarnaast is er via een bezinkput rechtstreeks in de bodem geloosd. In de eerste helft van de jaren 1990 zijn delen van het bedrijfsterrein gesaneerd. Dit betreft de terreindelen die het langst in gebruik zijn geweest voor het galvaniseren. Binnen deze delen bevond zich ook een (de) bezinkput waarop het procesafvalwater werd geloosd.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 3

In de huidige situatie is verspreid over het gehele voormalige bedrijfsterrein in de ondiepe vaste bodem plaatselijk nog sprake van lichte en sterke verontreinigingen met metalen en incidenteel cyanide. Er zijn echter ook aanzienlijke oppervlakken waar geen tot nauwelijks verontreiniging voorkomt en de gehalten beneden de achtergrondwaarden respectievelijk maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen liggen. Omdat de verontreinigingen vaak een zeer lokaal voorkomen hebben, heeft geen vervolgonderzoek plaatsgevonden om de verontreiniging meer gedetailleerd in beeld te brengen. Dit is relatief arbeids- en kostenintensief terwijl er evengoed verontreinigingskernen aanwezig zijn die niet zijn of worden aangetroffen. In de keuze van de saneringsaanpak wordt hier rekening mee gehouden. 2.5

Sloop bestaande bebouwing Ten behoeve van de nieuwbouw op de locatie zal de bestaande bebouwing geheel worden gesloopt, inclusief vloeren, putten, kelders en funderingen. Ook alle terreinverhardingen worden opgebroken.

2.6

Toekomstig gebruik Op de saneringslocatie worden elf rijwoningen en één vrijstaande woning gebouwd. De bouwplannen beslaan het gehele voormalige bedrijfsterrein. De westelijk van de locatie gelegen percelen sectie H nummers 6162 en 7243 krijgen de functie van parkeerterrein en worden waarschijnlijk onderdeel van het openbaar gebied. Onder bijlage 4 is een situatietekening opgenomen van de nieuw te realiseren situatie. Het bouwpeil van de nieuwbouw is vooralsnog vastgesteld op NAP+14,60 m. De hoogte van de aansluitingen met de belendingen is op een peil van NAP+14,40 voorzien.

2.7

Verontreinigingen in de omgeving In de (directe) omgeving van de projectlocatie zijn geen (grondwater)verontreinigingen bekend die beïnvloed zouden kunnen worden door de voorgenomen saneringsactiviteiten.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 4

3.

AFWEGINGEN SANERINGSAANPAK EN BEPALEN DOELSTELLING

3.1

Beleidskader Bij het bepalen van de saneringsdoelstelling is als vertrekpunt de ‘Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013’ gehanteerd. In het milieubeleid van provincie Utrecht zijn geen verbijzonderingen ten opzichte van het landelijke beleid opgenomen. Voor het thans geldende landelijke bodemsaneringsbeleid is de basis gelegd in de gewijzigde Wet bodembescherming (Wbb) die per 1 januari 2006 van kracht is geworden. In tegenstelling tot vóór 2006, is volledig herstel van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant en dier (multifunctioneel saneren) niet meer het standaard uitgangspunt. Met de sanering moet de bodem ten minste geschikt worden gemaakt voor de functie die het na de sanering krijgt, waarbij het risico voor mens, plant of dier als gevolg van blootstelling aan de verontreiniging (zoveel mogelijk) wordt voorkomen. Daarnaast moet het risico van de verspreiding van verontreinigende stoffen zoveel mogelijk worden beperkt alsook de noodzaak tot het nemen van maatregelen en beperkingen in het gebruik van de bodem (de nazorg). ‘Zoveel mogelijk’ betekent dat de kosten in goede relatie moeten staan tot het resultaat van de sanering. De sanering richt zich aldus enerzijds op het toekomstige gebruik van de bodem (behoud en/of herstel van de functionele kwaliteit) en anderzijds op het beheersbaar maken van eventuele verspreiding van verontreiniging.

Dit mag op een kosteneffectieve wijze worden ingevuld. Het betekent dat er een evenwichtige verhouding moet bestaan tussen de lasten en de baten van de sanering. Vanuit de betekenis van de saneringsdoelstelling voor de praktijk is een onderscheid naar immobiele en mobiele verontreinigingssituaties van belang. Bij immobiele verontreinigingen ligt de nadruk op het functiegericht saneren, terwijl bij mobiele verontreinigingen de kosteneffectiviteit van de sanering een centrale rol speelt.

3.2

Mobiel versus immobiel Volgens de definitie zoals deze thans wordt gehanteerd voor het beoordelen van de mobiliteit van de verontreinigingen, is in onderhavige situatie sprake van een mobiele verontreiniging. Immers de gehalten aan metalen in het grondwater overschrijdingen de tussenwaarden (gemiddelde van achtergrondwaarde en interventiewaarde) voor de metalen chroom, nikkel en zink. Cyaniden en vluchtige chloorkoolwaterstoffen zijn in het verleden nooit in gehalten boven de huidige tussenwaarden in het grondwater aangetroffen. Overigens is in de grond nimmer een bron van verontreiniging met chloorkoolwaterstoffen aangetroffen. De grondwaterverontreiniging met metalen zoals deze in het verleden is vastgesteld, is in hoofdzaak te relateren aan de voormalige nikkel-/chroomafdeling alsook een voormalige zinkput die tijdens eerdere saneringen in het centrale deel van het pand is aangetroffen. Zowel de voormalige nikkel-/chroomafdeling als het gedeelte van het bedrijfspand waar zich de zinkput bevond, zijn in de eerste helft van de jaren 1990 reeds gesaneerd door middel van ontgraving (bronnen 4, 5 en 7 in tabel 2.2.). In principe zijn hiermee de bronlocaties van waaruit de grondwaterverontreiniging is ontstaan, reeds gesaneerd.

De restconcentraties in de bodem liggen hier doorgaans beneden het niveau van de interventiewaarden met uitzondering van een paar (zeer) kleine spots die vanwege de bebouwingssituatie niet verder konden worden ontgraven.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 5

Uit het in 2018 uitgevoerde verkennend bodemonderzoek volgt dat er op verschillende locaties ter plaatse van het voormalige bedrijfsterrein nog sprake is van verontreinigingen met metalen in gehalten boven de interventiewaarden in voornamelijk de bovengrond. Het lijkt hier doorgaans te gaan om in omvang relatief beperkte spots welke tot beperkte diepte aanwezig zijn. De bijdrage van deze spots aan de grondwaterverontreiniging wordt beperkt verondersteld. Dit omdat deze spots zich deels op terreindelen welke een kortere periode in gebruik zijn geweest bevinden en waar destijds al betere bodembeschermende voorzieningen aanwezig waren. 3.3

Overwegingen Ten behoeve van de bestemmingswijziging c.q. functieverandering van de locatie is sanering van de bodemverontreiniging noodzakelijk. De huidige bodemkwaliteit sluit immers niet aan bij de beoogde gebruiksfunctie ‘wonen met tuin’. In de saneringsaanpak van mobiele verontreinigingen is het onderscheid in de bron en de pluim van de verontreiniging van belang. Bij een mobiele verontreiniging is de bronzone het gebied waarbij zodanig hoge gehalten aan verontreinigende stoffen in bodem en/of grondwater aanwezig zijn, dat gedurende lange tijd van hieruit verspreiding naar het omliggende grondwater zal (kunnen) optreden. Met de pluim wordt de verontreiniging van het grondwater buiten de bronzone bedoeld. Met de in de beginjaren 1990 uitgevoerde saneringen ter plaatse van de bebouwing is een zeer aanzienlijk deel van de verontreinigingen in de vaste bodem welke hebben gefunctioneerd als bronlocatie voor de grondwaterverontreiniging, reeds verwijderd. De gehalten in de vaste bodem zijn hierdoor overwegend terug gebracht tot beneden de interventiewaarden. Het risico van het optreden van nalevering van verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater is hierdoor sterk gereduceerd.

In de beschikking van provincie Utrecht van 3 juli 2000 (zie bijlage 3) is vastgesteld dat er op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging maar dat er geen sprake is van urgentie (thans spoed genoemd) om de verontreinigingen te saneren. Voor wat betreft het grondwater is dit besluit gebaseerd op een jaarlijkse toename van het sterk verontreinigde grondwatervolume van minder dan 100 m3. Er zijn geen indicatoren voor veranderingen in deze volumetoename nadien. Benedenstrooms van de locatie bevinden zijn geen kwetsbare objecten bekend welke (op termijn) risico’s zouden kunnen ondervinden als gevolg van een zich beperkt verspreidende grondwaterverontreiniging. Kenmerkend voor onderhavige projectlocatie is het feit dat het grondwater zich op relatief grote diepte van circa 8 m beneden maaiveld bevindt. Dit sluit elk direct contact met verontreinigd grondwater (ook capillair) uit behalve in de – onwaarschijnlijke - situatie dat grondwater zou worden opgepompt. Zo bezien is er geen aanleiding om in het kader van de functieverandering van de locatie saneringsmaatregelen te treffen voor het grondwater. De verontreiniging in de bovengrond van de locatie kan dan worden aangepakt volgens de beleidsstrategie voor immobiele verontreinigingen.

3.4

Afleiden saneringsdoelstelling In de nieuw te realiseren situatie is er sprake van grondgebonden woningen met slechts beperkte oppervlakken die worden voorzien van bestrating of verharding. De huidige locatie Franseweg 95 wordt in zijn geheel uitgegeven als bouwgrond voor de bouw van elf rijwoningen en (aan de zijde van de Franseweg) één vrijstaande woning. De westelijk aangrenzende percelen 6162 en 7243 (welke geen deel uitmaakten van het bedrijfsterrein) krijgen de functie van parkeerterrein en groen en worden waarschijnlijk openbaar gebied.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 6

Een functiegerichte sanering van de verontreinigingen vertaalt zich voor onderhavige projectlocatie in het realiseren van een leeflaag. Vanuit het oogpunt van beheersbaarheid is het minder gewenst om te werken met isolatie/afscherming in de vorm van bebouwing en/of verharding als saneringsaanpak, mede ook met het oog op de beheersbaarheid in de realisatiefase van het project. De eisen welke algemeen gesteld worden aan een leeflaag voor de gebruiksfunctie ‘wonen met tuin’ zijn: 1. De leeflaag dient tenminste 1 m dik te zijn; 2. De leeflaag dient van kwaliteit achtergrondwaarde te zijn dan wel aan te sluiten op de bodemkwaliteitsklasse volgens de bodemkwaliteitskaart; 3. Op de laagscheiding tussen leeflaag en (verontreinigde) ondergrond dient een signaleringslaag aanwezig te zijn. Onder bijlage 5 is een principe-doorsnede van de situatie na sanering opgenomen. Gelet op de huidige maaiveldligging van circa 14,70 m boven NAP ten opzichte van het in het voorlopig ontwerp aangehouden bouwpeil van 14,60 m boven NAP en een terreinhoogte van circa 14,40 m boven NAP, is voor het kunnen realiseren van de leeflaag ontgraving tot 13,40 m boven NAP noodzakelijk. Indien met verschillende bouw- en aanlegpeilen wordt gewerkt kan hierop worden ingespeeld door de ontgravingsdiepte aan te passen, echter er dient in de eindsituatie overal tenminste 1 m leeflaag aanwezig te zijn.

De leeflaagdikte van 1 m is toereikend voor de aanleg van standaard kabels en leidingen. Omdat de gehele locatie wordt uitgegeven als bouwgrond, hoeft er geen openbaar riool te worden aangelegd binnen het verontreinigde gebied. Voor wat betreft de kwaliteit van de leeflaag wordt aangesloten bij de bodemkwaliteitskaart van de Regio Zuidoost-Utrecht. Volgens dit document is de bodemfunctieklasse van de locatie ‘wonen’. De toepassingsklasse van de bovengrond van de locatie is ‘wonen’, De kwaliteit van de te realiseren leeflaag dient hier op aan te sluiten en dus minimaal van kwaliteitsklasse ‘wonen’ te zijn. De gehalten aan stoffen in de als leeflaag toe te passen grond dient derhalve minimaal te voldoen aan de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen, afgekort MWW. Voor wat betreft de signaleringslaag tussen leeflaag en ondergrond kan worden volstaan met een dun, waterdoorlatend wegenbouwvlies (non-woven). Voor wat betreft het deel van de projectlocatie dat in eigendom overgaat naar gemeente Rhenen (globaal zijn dat de percelen 6162 en 7243), zijn op dit moment nog geen afspraken vastgelegd in welke hoedanigheid dit terrein zal worden overgedragen. Omdat de (lichte) verontreiniging op het oostelijke deel van deze percelen zich uitsluitend in de bovengrond bevindt maar wel boven de MWW ligt zal deze zondermeer ontgraven worden.

Voor deze percelen leidt dit aldus tot een volledige sanering waarmee ook het aanbrengen van een signaleringslaag hier niet nodig is. Inherent aan het saneren door middel van het realiseren van een leeflaag is dat er sprake is van nazorgverplichtingen bestaande uit het in stand houden van de leeflaag. Deze nazorgmaatregelen zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 7.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 7

4.

NADERE BESCHRIJVING SANERINGSMAATREGELEN In dit hoofdstuk is de uitvoeringswijze van de sanering en de handelwijze met betrekking tot het vrijkomende verontreinigde bodemmateriaal nader beschreven.

4.1

Terreininrichting Ten behoeve van de sloopwerkzaamheden zal de locatie worden afgezet met hekwerk. Dit hekwerk zal gedurende de gehele periode van saneren, bouwrijp maken en bouwen gehandhaafd blijven. Tijdens de saneringswerkzaamheden zullen de vereiste waarschuwingsborden worden toegepast. Verder valt het plaatsen van personeelsverblijven (bodemsaneringsunit, schaftkeet, toilet etc.) onder de terreininrichting. Aan de zijde van het terrein waar de grondtransporten de locatie verlaten wordt een borstelplaats ingericht. Voor de tijdelijke opslag van kwalitatief verschillende grondstromen worden bepaalde terreindelen aangewezen. Deze terreindelen kunnen naarmate de vordering van het werk wijzigen. Grond van de klasse ‘niet toepasbaar’ en klasse ‘industrie’ wordt altijd op een verharde ondergrond opgeslagen. Dit kunnen de bestaande terreinverhardingen of vloeren zijn dan wel rijplaten. De feitelijke inrichting van de projectlocatie zal te zijner tijd door de uitvoerend aannemer in samenspraak met de opdrachtgever van het werk worden bepaald.

4.2

Veiligheidsmaatregelen Voor wat betreft arbo- en veiligheidsaspecten geldt dat op de sanering CROW-publicatie 400 (Werken in en met verontreinigde bodem: Richtlijn voor veilig, zorgvuldig en risicogestuurd werken) van toepassing is. In de voorbereidende fase van de saneringswerkzaamheden zal door de uitvoerend aannemer in samenspraak met de betrokken veiligheidskundige een pakket aan veiligheidsmaatregelen worden bepaald. Dit vormt voor de uitvoerend aannemer de basis voor het op te stellen V&G-plan. Op basis van de maximale gehalten aan metalen en cyanide-totaal wordt geadviseerd om initieel uit te gaan van veiligheidsklasse oranje-niet vluchtig.

4.3

Sloopwerkzaamheden Voorafgaand aan het grondwerk voor de sanering wordt de bestaande bebouwing gesloopt tot maaiveldniveau. Vanuit de bodemsanering bezien worden hieraan geen nadere voorwaarden gesteld. De sloop van vloeren, verhardingen, funderingen en andere ondergrondse constructies zal plaatsvinden als onderdeel van de saneringswerkzaamheden. De reden hiervoor is dat bij het vrijgraven van de funderingen milieukundig toezicht nodig is op de kwaliteit van de vrijkomende grondstromen ten behoeve van het gescheiden ontgraven hiervan. De terreinverhardingen en vloeren worden zo lang als mogelijk in stand gehouden met het oog op de berijdbaarheid van de locatie en omdat deze kunnen dienen als ondergrond voor te vormen gronddepots.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 8

4.4

Ontgravingswerkzaamheden Ten behoeve van de sanering wordt de projectlocatie over de volledige oppervlakte vaksen laagsgewijs ontgraven. Hiermee wordt volledige zekerheid verkregen dat alle aanwezige – bekende én onbekende – spots in de bovengrond worden ontgraven en kan ook over de gehele oppervlakte van de locatie de signaleringslaag worden aangebracht. De werkwijze hierbij is globaal als volgt: Ter plaatse van het gedefinieerde saneringsvak wordt eerst de verharding of betonvloer gesloopt en verwijderd. De locaties van eventueel aanwezige goten, putten en dergelijke worden hierbij gemarkeerd met jalons, piketten of dergelijke. Boorlocaties uit het verkennend bodemonderzoek worden eveneens gemarkeerd. Na het slopen van de vloer/verharding wordt de toplaag met een HXRF-meter gecontroleerd op de gehalten aan metalen. Op basis van de onderzoeks- en meetresultaten wordt de grond onder aansturing van de milieukundige begeleiding ontgraven waarbij de volgende kwaliteitsniveaus worden onderscheiden: 1. Grond klasse niet toepasbaar: deze grond wordt in het werkterrein vervoerd naar de depotlocatie voor niet-toepasbare grond; 2. Grond klasse industrie: deze grond wordt in het werkterrein vervoerd naar de depotlocatie voor grond klasse industrie; 3. Grond klasse wonen of AW: deze grond wordt nabij het ontgravingsvak in depot gezet.

De in depot geplaatste grond van klasse niet-toepasbaar wordt niet meer aanvullend onderzocht maar vanuit het depot geladen in de middelen van vervoer. Het depot fungeert in deze situatie uitsluitend als buffer voor het transport om wachttijden van de vrachtauto’s te beperken. Dit omdat het ontgravingstempo op voorhand niet steeds is te voorspellen. Zodra er voldoende grond ligt om weer een dag te kunnen afvoeren zal er weer transport worden ingepland. Op basis van visuele waarnemingen en metingen met de HXRF-meter wordt de ontgraving laagsgewijs verdiept tot het niveau van (minimaal) 1 m beneden toekomstig maaiveldniveau is bereikt. De vrijkomende grond wordt zoveel als redelijkerwijs mogelijk gescheiden naar kwaliteitsklasse ontgraven en toegevoegd aan de desbetreffende depots. Hierbij krijgen de depots met grond klasse AW/wonen een maximale omvang van circa 60 m3/100 ton. Grond met een afwijkende, onnatuurlijke verkleuring wordt altijd toegevoegd aan het depot voor niet-toepasbare grond. Op de kadastrale terreingrenzen zal zoveel mogelijk rechtstandig worden ontgraven. Omdat het hoogteverschil doorgaans niet mee dan circa 1 m zal bedragen, zal dit normaliter geen problemen geven.

Daar waar problemen ontstaan met betrekking tot de bereikbaarheid van belendingen zal direct na ontgraven tot peil, gronddoek worden aangebracht en aanvulzand of grond (klasse wonen) tegen de wand van de ontgraving worden geplaatst. Tijdens het ontgraven komen funderingen, putten en dergelijke vrij te liggen. Deze worden op dat moment opgebroken, opgenomen en nadien als puin van de locatie afgevoerd. Met name bij het opnemen van putten en rioleringen dient men alert te zijn op eventuele lekkages, vooral als het gemetselde putten en gresriolen betreft. In de situatie dat zich op einddiepte van de ontgraving ongewone verkleuringen in de putbodem bevinden zal een bemonstering plaatsvinden om aard en concentraties van verontreinigende stoffen vast te leggen.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 9

Bij het uitgraven en slopen van objecten op een diepte van meer dan 1 m beneden maaiveld, zal worden aangevuld met grond uit depot van (indicatief) klasse industrie. Gezien de nieuwbouw op staal zal worden gefundeerd, is de verdichting hierbij een aandachtspunt. In het verleden zijn delen van het bedrijfsterrein reeds gesaneerd. Deze locaties zijn destijds aangevuld met schoon zand. Ook voor deze terreindelen wordt dezelfde werkwijze gevolgd namelijk afgraven tot 1 m beneden toekomstig peil en aanbrengen signaleringslaag. Het ontgraven zand zal eveneens per 60 m3 worden bemonsterd. 4.5

Opbouw leeflaag Nadat een vak over de gehele oppervlakte tot 1 m beneden toekomstig peil is ontgraven kan worden begonnen met de opbouw van de leeflaag. In eerste instantie wordt de signaleringslaag in de vorm van gronddoek aangebracht. Een aandachtspunt hierbij is dat de banen elkaar onderling voldoende overlappen. Het gronddoek wordt tot aan de kadastrale grenzen gelegd. Voor de leeflaag wordt in eerste instantie de grond van klasse AW/wonen hergebruikt die uit het werk is vrijgekomen. Uiteraard mits uit onderzoek in depot is gebleken dat tenminste wordt voldaan aan de maximale normwaarden voor bodemfunctie- en -kwaliteitsklasse wonen. Voor de verdere opbouw van de leeflaag wordt, afhankelijk van de uiteindelijke grondbalans, aanvulzand, teelaarde en/of puingranulaat toegepast. Aanvulzand en teelaarde dienen te voldoen aan de maximale waarden voor klasse wonen. Dit dient te worden aangetoond door middel van een productcertificaat of partijkeuring. Bouwstoffen zoals menggranulaat dienen onder certificaat te worden geleverd. Afhankelijk van de bouwmethode (woningen met of zonder kruipruimte) zal ter plaatse van de woningen zelf mogelijk een geringere leeflaagdikte van toepassing zijn.

Uitgaande van een bouwpeil van NAP + 14,60 m, onderzijde fundering op NAP + 13,80 m en een ontgravingsdiepte van NAP + 13,40 m, zal op de signaleringslaag in de eventuele kruipruimte nog altijd 40 cm grond van (tenminste) klasse wonen aanwezig zijn.

4.6

Handling grond- en materiaalstromen Bij de saneringswerkzaamheden komen verschillende grond en materiaalstromen vrij. Uitgaande van de totale oppervlakte van het voormalige bedrijfsterrein en een gemiddeld op te nemen laagdikte van 1,2 m (terreinhoogte gemiddeld NAP + 14,70, ontgravingniveau voor leeflaag gemiddeld 13,40 m) gaat het hier om totaal ruim 2.900 m3 materiaal. Daar komt van perceel 6162 en 7243 nog een hoeveelheid licht verontreinigde grond bij van bij benadering 75 m3. In onderstaande tabel is de verdeling van het volume van totaal 3.000 m3 naar soort materiaal en mate van verontreiniging weergegeven.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 10

Tabel 4.1: Overzicht grond en materiaalstromen soort

indicatie hoeveelheid

bestemming

m3 (vast) ton (1,7 ton/m3) beton- en metselwerkpuin van vloeren en funderingen

500

1.200 recyclinginstallatie

grond klasse niet-toepasbaar

600

1.020 erkend verwerker

grond klasse industrie

50

85

herschikken > 1 m-mv ter plaatse van te slopen kelders

650

1.110

afzet bij grondbank BRL 9335 optioneel: toepassing in werk elders na keuring op locatie

grond klasse wonen/AW

1.200

2.040

hergebruik in terrein in leeflaag na onderzoek in depot

totaal

3.000

5.455

De hiervoor genoemde peilen zijn ontleend aan het voorlopig ontwerp. Aanpassing van de ontwerphoogten is direct van invloed op de totale massabalans. Voor het verder aanvullen van de ontgraving tot het toekomstig maaiveldniveau van NAP+14,40 m is bij benadering 1.000 m3 materiaal nodig in de vorm van zand, teelaarde en bouwstof. Dit is mede afhankelijk van aanwezigheid van een kruipruimte onder de nieuw te bouwen woningen. 4.7

Bouwwerkzaamheden Gezien de bodemopbouw ter plaatse ligt het voor de hand dat de nieuw te bouwen woningen op staal worden gefundeerd. Grondverbetering wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht aangezien er nauwelijks sprake is van humushoudende bodemlagen beneden de ontgravingsdiepte van 1 m ten opzichte van toekomstige maaiveldniveau. Een aandachtspunt is de verdichting bij het aanvullen ter plaatse van diepere ontgravingen. De funderingsdiepte bij funderen op staal ligt doorgaans op 80 cm beneden maaiveld. Daarmee blijft er tussen onderzijde fundering en signaleringslaag minimaal 40 cm zand aanwezig. Voor zover er met kruipruimten wordt gebouwd zal ook in de kruipruimten minimaal 40 cm zand achterblijven. In combinatie met de aanwezigheid van een signaleringslaag biedt dit voldoende zekerheid dat geen contact met achterblijvende verontreiniging in diepere bodemlagen kan plaatsvinden. De huisaansluitingen op de nutsvoorzieningen inclusief riolering kunnen worden aangelegd in de leeflaag van 1 m dikte. De infiltratie van hemelwater is vooralsnog centraal voorzien ter plaatse van perceel 6162. Hier bevindt zich in de ondergrond géén verontreiniging zodat voor het ingraven van infiltratiekratten geen bijzondere maatregelen of voorzieningen in relatie tot de verontreiniging van toepassing zijn.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 11

5.

ORGANISATIE EN COMMUNICATIE

5.1

Uitvoeringskader Omdat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, is op de sanering de erkenningsregeling voor bodemintermediairs zoals opgenomen in het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit, van toepassing. Dit betekent dat het werk onder certificaat op basis van de beoordelingsrichtlijnen BRL SIKB 6000 en BRL SIKB 7000 moet worden uitgevoerd.

5.2

Bedrijven en instanties Bij de sanering zijn de volgende partijen betrokken: Eigenaar van de locatie, tevens opdrachtgever saneringswerkzaamheden

Land en Opstallen B.V. Korte Holk 1 3861 MJ Nijkerk contactpersoon: dhr. R. Bruin roel@rkbholdingbv.nl tel.: 06-51640381

Milieukundige advisering

EnviroPlan Nederland BV Grafwegen 35 6562 KG Groesbeek contactpersoon: dhr. G.A.M. Peters e-mail: bodemsanering@enviroplan.nl tel.: 06-53347664

Bevoegd gezag Wet bodembescherming

Provincie Utrecht RUD Utrecht Archimedeslaan 6 Postbus 85242 3508 AE Utrecht tel.: 030 – 702 3300 e-mail: bodemloket@rudutrecht.nl contactpersoon: n.n.b.

Milieukundige begeleiding BRL SIKB 6000*

nog niet bepaald

Uitvoering sanering BRL SIKB 7000*

nog niet bepaald

Grondreiniging BRL SIKB 7500*

nog niet bepaald

*

5.3

uitvoering door erkende partijen, zie website RWS Leefomgeving

Planning en uitvoeringsduur Er is op dit moment nog geen concrete uitvoeringsplanning beschikbaar. De feitelijke saneringswerkzaamheden zullen circa 3 werkweken in beslag nemen, exclusief het opbouwen van de leeflaag. De leeflaag zal naar verwachting pas worden aangevuld tot de vereiste dikte van 1 m in de afrondingsfase van de bouwwerkzaamheden.

5.4

Vergunningen en meldingen Voorafgaande aan de start en tijdens de uitvoering van de sanering dienen de volgende vergunningen te zijn verleend c.q. meldingen te zijn/worden verricht:

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 12

melding / vergunning

overheidsinstantie/webportal

melding saneringsplan art. 28 Wet bodembescherming

RUD Utrecht

startmelding sanering, bereiken einddiepte en eindmelding sanering

RUD Utrecht

melding onttrekking en lozing

niet van toepassing

graafmelding

kadaster/klic-online

melding toepassen aan te voeren grond/zand

meldpunt Bodemkwaliteit

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 13

6.

MILIEUKUNDIGE BEGELEIDING De milieukundige begeleiding van de saneringswerkzaamheden vindt plaats conform SIKB Protocol 6001 (laatst geldende versie) door een bedrijf dat is gecertificeerd op basis van BRL SIKB 6000. Het doel van de milieukundige begeleiding is ervoor zorg te dragen dat de sanering en de daarmee samenhangende werkzaamheden op milieuhygiënisch verantwoorde wijze in overeenstemming met dit saneringsplan worden uitgevoerd en tot het gewenste resultaat leiden. Het eventueel uit te voeren laboratoriumonderzoek wordt uitgevoerd door een laboratorium met accreditatie op basis van NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000 en erkenning op basis van AS 3000. Binnen de milieukundige begeleiding wordt onderscheid gemaakt tussen de milieukundige processturing en de milieukundige verificatie.

6.1

Taken milieukundig processturing De taken van de milieukundige begeleider in het kader van de milieukundige processturing tijdens de uitvoering van de sanering bestaan uit:         

het uitzetten en/of aangeven van ontgravingsgrenzen in het werk; het aansturen van het gescheiden ontgraven van kwalitatief verschillende grondstromen op basis van visuele waarnemingen en HXRF-metingen; het (indicatief) keuren (bemonstering en analyse) van depots grond ter bepaling van de verontreinigingsgraad en daarmee de hergebruiksmogelijkheden; het eventueel nemen van monsters van de bodem van de ontgravingen ter verificatie van de zintuiglijke waarnemingen; het controleren en bewaken van de ontgravingsdiepte van (minimaal) 1 m ten opzichte van het toekomstig maaiveld; het controleren van de juiste bestemmingen van de vrijgekomen grond- en materiaalstromen; het bijhouden van een logboek van alle saneringswerkzaamheden; het rapporteren van afwijkingen op het saneringsplan aan de projectleiding; het te woord staan van toezichthoudende instanties en belanghebbenden op locatie.

6.2

Uitvoering van de milieukundige processturing

6.2.1

Aansturen ontgravingswerkzaamheden Het aansturen van de ontgravingswerkzaamheden vindt in eerste instantie plaats op basis van de resultaten van de beschikbare bodemonderzoeken. Tijdens het ontgraven vinden in aanvulling hierop metingen met een HXRF-meter plaats. Hiermee kunnen de gehalten aan de relevante metalen chroom, koper, nikkel en zink in het terrein redelijk goed worden bepaald. Cyanide is niet in het veld meetbaar maar is veelal ondergeschikt aan de verontreiniging met metalen. Op basis van de meetresultaten wordt de ontgraven grond toegevoegd aan de desbetreffende depots: 1. Grond klasse niet toepasbaar: deze grond wordt in het werkterrein vervoerd naar de depotlocatie voor niet-toepasbare grond; 2. Grond klasse industrie: deze grond wordt in het werkterrein vervoerd naar de depotlocatie voor grond klasse industrie; 3. Grond klasse wonen of AW: deze grond wordt nabij het ontgravingsvak in depot gezet.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 14

6.2.2

Controle gronddepots De in depot geplaatste grond van klasse niet-toepasbaar wordt niet meer aanvullend onderzocht maar vanuit het depot geladen in de middelen van vervoer. Bemonstering van de gevormde depots (omvang maximaal 60 m3) met (vermoedelijk) op de locatie in de leeflaag herbruikbare grond vindt plaats door met behulp van een edelmanboor dan wel een steekguts verdeeld over het depot (tenminste) 50 grepen te verzamelen in een emmer. Na homogeniseren wordt uit het mengmonster een analysemonster genomen. Uitgaand van een geraamde hoeveelheid van 1.200 m3 resulteert dit circa 20 bemonsteringen en analyses. De monsters worden onderzocht op de metalen chroom, koper, nikkel en zink alsmede op cyanide-totaal. De in depot geplaatste grond van indicatief klasse industrie wordt óf op locatie gekeurd volgens AP04 óf direct afgevoerd naar een grondbank met BRL 9335-erkenning. Dit is afhankelijk van de omvang en daarmee het ruimtebeslag en de projectplanning.

6.2.3

Omgaan met afwijkingen op het saneringsplan De milieukundige processturing controleert of afwijkingen bij de uitvoering van de bodemsanering optreden of dreigen op te treden ten opzichte van de beschikking op het saneringsplan. Afwijkingen worden vastgelegd in het logboek en direct gemeld aan de opdrachtgever. Door de opdrachtgever, of namens de opdrachtgever, wordt de afwijking gemeld aan het bevoegd gezag. De milieukundige processturing adviseert hierbij. Indien de afwijkingen zodanig groot zijn, dat wijzigingen ten opzichte van het saneringsplan noodzakelijk zijn, dan dient een revisieplan te worden opgesteld. Dit revisieplan, op te stellen door de milieukundige begeleiding, dient ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. In het revisieplan moeten onder meer de gevolgen van de afwijking voor de belangen van derden en voor milieuhygiënische en/of andere risico's worden beschreven. Mogelijke grote afwijkingen zijn:  een onvoorziene verontreiniging buiten de bekende (interventiewaarde)contouren van de verontreinigingen;  andersoortige verontreinigingen;  een andere saneringsmethode;  onvoorziene grote effecten bij derden;  een andere saneringsdoelstelling. Of een revisieplan noodzakelijk is, wordt uiteindelijk door het bevoegd gezag bepaald.

Indien de verontreinigingssituatie niet overeen komt met de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek of er is sprake van een niet eerder ontdekte verontreiniging dan dienen aard en omvang hiervan te worden vastgesteld.

6.3

Taken milieukundige verificatie De taken van de milieukundige begeleider in het kader van de milieukundige verificatie van de uitgevoerde sanering bestaan uit:

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 15

    

6.4

het vastleggen van de afmetingen en diepte van de ontgravingen; het beoordelen van de analyseresultaten van de depotmonsters en bepalen van de geschiktheid van de grond voor verwerking in de leeflaag; het controleren van de aanwezigheid van een signaleringslaag; het controleren van de dikte van de leeflaag; het controleren van de kwaliteit van de voor de verdere opbouw van de leeflaag aangevoerde grond op basis van wettelijke bewijsmiddelen.

Uitvoering van de milieukundige verificatie De milieukundige verificatie van de saneringswerkzaamheden is in onderhavige situatie grotendeels administratief. Voor wat betreft de fysieke controle van de leeflaag bestaan de werkzaamheden enerzijds uit het controleren van de aanwezigheid van een signaleringslaag en anderzijds uit het controleren van de dikte van de leeflaag. De verificatie vindt plaats door middel van handboringen tot op de signaleringslaag waarbij de leeflaagdikte tenminste 1 m moet bedragen. Er wordt 1 controleboring per 50 m2 leeflaag uitgevoerd. Als mogelijk alternatief kan, mits de NAP-hoogte van de signaleringslaag is vastgelegd door middel van inmeting, door inmeting van het bovenvlak van de leeflaag ten opzichte van NAP, worden bepaald of voldaan wordt aan de eis van 1 m leeflaagdikte. In de situatie dat voor de opbouw van de leeflaag gebruik wordt gemaakt van van buiten de saneringslocatie aan te voeren grond, omvat de milieukundige verificatie tevens het ter plaatse controleren van de wettelijke bewijsmiddelen van de aangevoerde grond.

6.5

Evaluatie Van het geheel van de op locatie uitgevoerde saneringswerkzaamheden zal uiterlijk binnen 3 maanden na eindmelding van alle saneringswerkzaamheden, door de partij die de milieukundige begeleiding heeft uitgevoerd, een evaluatierapport worden opgesteld en ter beoordeling aan het bevoegd gezag worden voorgelegd.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 16

7.

NAZORG De nazorg voor de restverontreinigingen in de ondergrond van de saneringslocatie (onder de signaleringslaag) bestaat primair uit het in stand houden van de leeflaag. Graafwerkzaamheden in de leeflaag zelf kunnen zonder restricties plaatsvinden met dien verstande dat beschadiging van de signaleringslaag moet worden voorkomen. In het evaluatierapport van de sanering zullen richtlijnen worden opgenomen voor de handelwijze bij thans onvoorziene werkzaamheden waarbij toch handelingen in de restverontreinigingen beneden de signaleringslaag moeten plaatsvinden.

Rapport 20185345/R02/V02

Pagina 17

BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5.

Kadastrale kaart met begrenzing saneringslocatie Kadastrale gegevens saneringslocatie Beschikking ernst en urgentie 2000 Toekomstige situatie Principe dwarsdoorsnede saneringslocatie

Rapportnr. 20185345/R02/V02

BIJLAGE 1

Rapportnr. 20185345/R02/V02

BIJLAGE 2

Rapportnr. 20185345/R02/V02

BETREFT

Rhenen H 3257 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

15-10-2020 - 15:53

S11077356971

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

14-10-2020 - 14:59

14-10-2020 - 14:59

BLAD

1 van 2

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Rhenen H 3257 Kadastrale objectidentificatie : 028070325770000

Locatie Franseweg 95

3921 DG Elst Ut Verblijfsobject ID: 0340010000348766

Kadastrale grootte 94 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 162621 - 444466 Omschrijving Bijzondere objecten Koopsom € 475.000

Koopjaar 2020

Met meer onroerend goed verkregen

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster Overige aantekening Erfdienstbaarheid (doorhaling) Afkomstig uit stuk Hyp4 79148/96

Ingeschreven op 30-09-2020 om 13:19

Stuk betreffende erfdienstbaarheden

RECHTEN 1 Eigendom belast met Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de

Belemmeringenwet Privaatrecht (zie 1.1) Soort recht Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 79148/96

Ingeschreven op 30-09-2020 om 13:19

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Land en Opstallen B.V. Adres Korte Holk 1

3861 MJ NIJKERK GLD Statutaire zetel HEERHUGOWAARD KvK-nummer 56171242 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

BETREFT

Rhenen H 3257 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

15-10-2020 - 15:53

S11077356971

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

14-10-2020 - 14:59

14-10-2020 - 14:59

BLAD

2 van 2

1.1 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet

Privaatrecht Afkomstig uit stukken Hyp4 68898/120

Ingeschreven op 25-08-2016 om 09:00

Hyp4 1154/91 Amersfoort Naam gerechtigde Stedin Netten B.V. Adres Blaak 8

3011 TA ROTTERDAM Statutaire zetel ROTTERDAM KvK-nummer 64930149 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

Vermeld in stuk Hyp4 69270/00042

Ingeschreven op 21-10-2016 om 09:00

Naamswijziging rechtspersoon

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

BETREFT

Rhenen H 3859 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

15-10-2020 - 15:52

S11077356808

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

14-10-2020 - 14:59

14-10-2020 - 14:59

BLAD

1 van 2

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Rhenen H 3859 Kadastrale objectidentificatie : 028070385970000

Locatie Franseweg 95

3921 DG Elst Ut Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Adressen en Gebouwen Verblijfsobject ID: 0340010000348766

Kadastrale grootte 1.205 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 162651 - 444507 Omschrijving Bijzondere objecten

Perceel grond - gebruik onbekend Koopsom € 475.000

Koopjaar 2020

Met meer onroerend goed verkregen

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster Overige aantekening Erfdienstbaarheid (doorhaling) Afkomstig uit stuk Hyp4 79148/96

Ingeschreven op 30-09-2020 om 13:19

Stuk betreffende erfdienstbaarheden

RECHTEN 1 Eigendom belast met Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de

Belemmeringenwet Privaatrecht op gedeelte van perceel (zie 1.1) Soort recht Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 79148/96

Ingeschreven op 30-09-2020 om 13:19

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Land en Opstallen B.V. Adres Korte Holk 1

3861 MJ NIJKERK GLD Statutaire zetel HEERHUGOWAARD KvK-nummer 56171242 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

BETREFT

Rhenen H 3859 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

15-10-2020 - 15:52

S11077356808

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

14-10-2020 - 14:59

14-10-2020 - 14:59

BLAD

2 van 2

1.1 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet

Privaatrecht op gedeelte van perceel Afkomstig uit stuk Hyp4 1136/22 Amersfoort

Vestiging zakelijk recht overig Overig stuk Hyp4 68898/120

Ingeschreven op 25-08-2016 om 09:00

Fusie Naam gerechtigde Stedin Netten B.V. Adres Blaak 8

3011 TA ROTTERDAM Statutaire zetel ROTTERDAM KvK-nummer 64930149 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

Vermeld in stuk Hyp4 69270/00042

Ingeschreven op 21-10-2016 om 09:00

Naamswijziging rechtspersoon

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

BETREFT

Rhenen H 3860 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

15-10-2020 - 15:53

S11077356917

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

14-10-2020 - 14:59

14-10-2020 - 14:59

BLAD

1 van 2

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Rhenen H 3860 Kadastrale objectidentificatie : 028070386070000

Locatie Franseweg 95

3921 DG Elst Ut Verblijfsobject ID: 0340010000348766

Kadastrale grootte 871 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 162618 - 444429 Omschrijving Bijzondere objecten Koopsom € 475.000

Koopjaar 2020

Met meer onroerend goed verkregen

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom belast met Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de

Belemmeringenwet Privaatrecht op gedeelte van perceel (zie 1.1) Soort recht Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 79148/96

Ingeschreven op 30-09-2020 om 13:19

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Land en Opstallen B.V. Adres Korte Holk 1

3861 MJ NIJKERK GLD Statutaire zetel HEERHUGOWAARD KvK-nummer 56171242 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

1.1 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet

Privaatrecht op gedeelte van perceel Afkomstig uit stukken Hyp4 68898/120

Hyp4 1154/91 Amersfoort Naam gerechtigde Stedin Netten B.V.

Ingeschreven op 25-08-2016 om 09:00

BETREFT

Rhenen H 3860 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

15-10-2020 - 15:53

S11077356917

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

14-10-2020 - 14:59

14-10-2020 - 14:59

BLAD

2 van 2

Adres Blaak 8

3011 TA ROTTERDAM Statutaire zetel ROTTERDAM KvK-nummer 64930149 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

Vermeld in stuk Hyp4 69270/00042

Ingeschreven op 21-10-2016 om 09:00

Naamswijziging rechtspersoon

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

BETREFT

Rhenen H 4906 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

15-10-2020 - 15:54

S11077357061

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

14-10-2020 - 14:59

14-10-2020 - 14:59

BLAD

1 van 1

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Rhenen H 4906 Kadastrale objectidentificatie : 028070490670000

Locatie Franseweg 95

3921 DG Elst Ut Verblijfsobject ID: 0340010000348766

Kadastrale grootte 261 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 162638 - 444450 Omschrijving Bijzondere objecten Koopsom € 475.000

Koopjaar 2020

Met meer onroerend goed verkregen

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 79148/96

Ingeschreven op 30-09-2020 om 13:19

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Land en Opstallen B.V. Adres Korte Holk 1

3861 MJ NIJKERK GLD Statutaire zetel HEERHUGOWAARD KvK-nummer 56171242 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

BETREFT

Rhenen H 6162 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

15-10-2020 - 15:54

S11077357145

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

14-10-2020 - 14:59

14-10-2020 - 14:59

BLAD

1 van 1

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Rhenen H 6162 Kadastrale objectidentificatie : 028070616270000

Kadastrale grootte 338 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 162609 - 444462 Omschrijving Erf - Tuin Koopsom € 475.000

Koopjaar 2020

Met meer onroerend goed verkregen

Ontstaan uit Rhenen H 3041

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 79148/96

Ingeschreven op 30-09-2020 om 13:19

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Land en Opstallen B.V. Adres Korte Holk 1

3861 MJ NIJKERK GLD Statutaire zetel HEERHUGOWAARD KvK-nummer 56171242 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

BETREFT

Rhenen H 7243 UW REFERENTIE

20185345/Geert GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

24-11-2020 - 11:13

S11081299202

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

23-11-2020 - 14:59

23-11-2020 - 14:59

BLAD

1 van 1

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Rhenen H 7243 Kadastrale objectidentificatie : 028070724370000

Kadastrale grootte 45 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 162602 - 444449 Omschrijving Erf - Tuin Koopsom € 475.000

Koopjaar 2020

Met meer onroerend goed verkregen

Ontstaan uit Rhenen H 6163

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 79148/96

Ingeschreven op 30-09-2020 om 13:19

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Land en Opstallen B.V. Adres Korte Holk 1

3861 MJ NIJKERK GLD Statutaire zetel HEERHUGOWAARD KvK-nummer 56171242 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

BIJLAGE 3

Rapportnr. 20185345/R02/V02

VERZONDEN

provincie :: Utrecht

Lt

J UU 2000

-beschikking ernst en urgentie bodemverontreiniging Franseweg 95 Rhenen

1.

Datum nummer bijlagen

3 juli 2000 00/930513 MBE kadastrale kaart

afdeling referentie locatiecode

Bodem B.C. Bannink UT 1750002

Inleiding Gedeputeerde staten van Utrecht hebben op 5 april 2000 een melding als bedoeld in artikel 28 van de Wet bodembescherming (Wbb) ontvangen van de heer J. van Eck. De melder verzoekt ons college vast te stellen of er al dan niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en of er sprake is van urgentie om het geval te saneren als bedoeld in de Wbb. Het gaat om de bodem ter plaatse van de Franseweg 95 te Rhenen. De melder wil de milieuhygiënische status, conform de Wbb, van de locatie vaststellen. Om die reden wil hij weten of er sprake is van urgentie, zoals gesteld in de Wbb, om tot sanering over te gaan. In de periode 1992 tot 1995 zijn op de locatie, in overleg met de provincie Utrecht, een aantal deelsaneringen uitgevoerd ten behoeve van de renovatie van de aanwezige gebouwen. De status van de locatie in het kader van de Wbb is echter nooit vastgesteld. Sinds 1995 is het mogelijk om deze in een beschikking vast te leggen. Middels deze beschikking wordt de status van het geval van bodemverontreiniging vastgesteld op basis van de verontreinigingssituatie zoals geconstateerd vóór de uitvoering van de deelsaneringen. Bij deze melding zijn bodemonderzoeksrapporten en een saneringsplan gevoegd. Deze rapporten zijn opgesomd onder punt 4.1.

Het bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de volgende kadastrale percelen: gemeente Rhenen, sectie H, nummers 3859, 3257, 3860, 4906, 4907, 6163 en 3673.

- beschikking-nummer001930513MBE- UT 24010234-

2.

Beschikking De onder punt 4.1 genoemde rapporten hebben wij op volledigheid en op inhoud beoordeeld. Aan de hand van deze gegevens besluit ons college het volgende. Ter plaatse van de kadastrale percelen, gemeente Rhenen,

sectie H, nummers

3860 is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging

3859, 3257 en

zoals bedoeld in artikel 29

Wbb. Op basis van artikel 37 Wbb is er geen sprake van urgentie om dit geval te saneren.

3.

Procedure Met betrekking tot deze melding is de procedure gevolgd van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en hoofdstuk 6 'Bodemsanering' van de Provinciale Milieuverordening Utrecht 1995. De ontwerpbeschikking, de bijbehorende rapporten en de daarop betrekking hebbende stukken zijn gedurende een periode van vier weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden konden gedurende deze periode hun zienswijze over de ontwerpbeschikking naar voren brengen. Wij hebben een zienswijze ontvangen van de heer J. van Koningsbrugge en de heer W. van Zanten (namens het buurtcomité "Duke en Roks naar Remmerden"). Onderstaand zullen wij beide zienswijzen behandelen. De zienswijze van de heer J. van Koningsbrugge heeft, kort samengevat, betrekking op de mogelijke bodemverontreiniging op zijn perceel en de toezending van de rapportage herbemonstering peilbuizen zoals door ons uitgevoerd in augustus 1999. De zienswijze is als bijlage bij deze beschikking gevoegd. Door middel van het bodemonderzoek van DHV, rapportnummer D 1511.72.002 van juni 1990 is in paragraaf 4.4 aangetoond dat op de belendende percelen van de locatie Franseweg Rhenen geen grondverontreiniging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11527622/1