CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg

Raadsvergadering 10 december 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg29.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Figuur 29: Weergave kaart www.bodemloket.nl (met rode pijl is het plangebied aangeduid).

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 75

Op de 'ontgravings- en toepassingskaart' (www.bodemloket.nl) is de grond aangeduid als 'Landbouw-Natuur'. Gezien het huidige gebruik van de grond als bosgrond, en het gebruik in het verleden (woeste grond en bosgrond), zijn bodemverontreinigingen hier redelijkerwijs niet te verwachten. Bij het natuurbegraven wordt uitgegaan van een lage grafdichtheid. Verder zal bij het natuurbegraven alleen gebruik worden gemaakt van niet schadelijke en biologisch materialen voor de kist/ het omhulsel. Deze eisen zijn vastgelegd in de Wet op de lijkbezorging. Effecten op de bodem zullen daarom verwaarloosbaar zijn. Verder voorziet de Wet op de lijkbezorging afdoende in maatregelen om significante milieueffecten te voorkomen of te beperken. De Wet op de lijkbezorging is afgestemd op reguliere vormen van begraven. Verder blijkt uit een algemeen rapport, het Alterra-rapport 'Terug naar de Natuur' uit 2009, dat het vergaan van het dode lichaam geen significant effect op de bodem en het bodemleven veroorzaakt. In dit rapport is een aantal theoretische studies beschreven waarin effecten van metalen, eutrofiërende stoffen, organische zuren en afbraakproducten, medische stoffen en stoffen als kwik op afzonderlijke milieuonderdelen onderzocht zijn. Het begraven zal niet leiden tot overschrijdingen van de milieunormen voor de bodem.

Voor de te realiseren kapschuur geldt dat hier geen mensen permanent zullen verblijven. Het koetshuis is reeds in gebruik, waar mensen wel voor langere tijd kunnen verblijven. Dat wijzigt niet met het voorliggende plan. Dit koetshuis wordt ook niet uitgebreid. Ook de voormalige Schapenschuur en de Zondagsschool betreffen bestaande gebouwen. Hier vindt alleen een functiewijziging plaats, waarbij de grond niet geroerd hoeft te worden. Met betrekking tot het aspect bodem wordt de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar geacht.

6.3 Geluid Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: de normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen; bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd; op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) moet inzichtelijk worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Onderzoek en conclusie Op deze locatie wordt geen geluidsgevoelige bestemming toegevoegd. Recreatiewoningen zijn niet geluidsgevoelig in het kader van de Wet geluidshinder. Ook een natuurbegraafsplaats is op basis van de Wet geluidshinder niet aangemerkt als een geluidsgevoelig object.

Volgens de VNG-richtlijnen bedraagt de grootste afstand voor begraafplaatsen 10 meter. Voor lichte horeca (in het koetshuis) geldt ook een richtafstand voor geluid van 10 meter. In het voorliggende plan ligt de dichtsbijzijnde woning niet binnen 20 meter afstand van de plekken waar begraven mag

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 76

worden. Nader akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. Dit is vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan, in combinatie met de bijbehorende verbeelding (plankaart). In de voormalige Schapenschuur en de Zondagsschool worden erflogies mogelijk gemaakt. Deze twee gebouwen liggen los van de overige (woon)gebouwen en op ruim voldoende afstand van functies die geluidsoverlast kunnen geven. Hiermee kan worden gesteld dat het voorliggende plan voldoet aan de Wet geluidhinder en op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook worden omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd (deze liggen op ruime afstand van het plangebied).

6.4 Luchtkwaliteit Inleiding In het kader van goede ruimtelijke ordening en gezien de gevoeligheden van luchtkwaliteit op de gezondheid is voor een bestemmingsplan inzicht nodig in de mate van de luchtkwaliteit c.q. blootstelling aan luchtverontreinigingen, te weten concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof PM10) van toename van verkeersaantrekkende werking en eventuele andere activiteiten. Wettelijk kader De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2 ) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichts bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Voor NO2 bedraagt de grenswaarde in Nederland 40 µg/m3 . Voor PM10 bedraagt de grenswaarde ook 40 µg/m3 en de advieswaarde 20 µg/m3 . Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit.

Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof. Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 µg/m3 verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is significant is ten opzichte van een etmaal. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval is bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden.

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 77

Onderzoek en conclusie Actuele luchtkwaliteit Voor de actuele luchtkwaliteit, ter hoogte van het plangebied, is de Atlas voor de Leefomgeving geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de NO2 waarde ter hoogte van het plangebied 12 tot 16 µg/m3 bedraagt. Ook blijkt dat de PM10 waarde ter hoogte van het plangebied 18 tot 19 µg/m3 bedraagt. Hiermee wordt ruim voldaan aan de grenswaarden en de luchtkwaliteit ter hoogte van het plangebied is daarmee voldoende. Bijdrage plan aan luchtkwaliteit De natuurbegraafplaats, inclusief de overige functies die planologisch mogelijk worden gemaakt, dragen volgens de Regeling (luchtkwaliteitseisen) niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Voorliggend bestemmingsplan is qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger als de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. De beschikbaar gestelde NIBM-tool is voor de volledigheid ook ingevuld, middels een worst-case scenario van 150 verkeersbewegingen als weekdaggemiddelde (in werkelijkheid wordt dit aantal niet gehaald). Ook hieruit blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is, en dat er geen nader onderzoek noodzakelijk is (zie figuur 30).

Figuur 30: Ingevulde NIBM-tool (worst-case scenario). Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig.

6.5 Externe veiligheid Het beleidsveld externe veiligheid is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij onder andere: productie, opslag, verlading en gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Vanaf 1 januari 2010 zijn er strikte risicogrenzen die in milieuvergunningen en bestemmingsplannen moeten worden vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Dit gaat concreet om bedrijven die risicovol zijn, vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Externe veiligheid kan op twee manieren ingedeeld worden: Transportrisico behandelt de externe veiligheid langs transportassen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zoals spoorlijnen, buisleidingen en

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 78

snelwegen. Risico bij inrichtingen gaat over externe veiligheid rond bedrijven waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, bijvoorbeeld tankstations met LPG-verkoop. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht gemeenten om afstand te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. Hierdoor wordt het aantal personen in de omgeving van een risicovol bedrijf beperkt. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van een kansberekening. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is vanaf 1 januari 2011 het toetsingskader bij planontwikkeling in de nabijheid van hogedrukaardgasleidingen en overige leidingen met gevaarlijke stoffen. De afweging van de externe veiligheidssituatie van buisleidingen heeft grondslag in de Wet Milieubeheer (Wm) en in de Wro. Onderzoek en conclusie Om in beeld te brengen of er in het plangebied of in de nabijheid daarvan risicobronnen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er geen risicobronnen in het plangebied aanwezig zijn (zie figuur 31).

Figuur 31: Uitsnede Risicokaart Nederland (met blauwe pijl is het plangebied aangeduid) Een natuurbegraafplaats is anderzijds geen gevoelig object of een inrichting die formeel een veiligheidscontour kent. Ditzelfde geldt voor de functies die in het koetshuis, in de voormalige Schapenschuur en in Zondagsschool uitgevoerd gaan worden. Ook die functies kennen geen veiligheidscontour. Het voorgenomen plan is m.b.t. het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 79

6.6 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. Volgens de VNG-normen hebben begraafplaatsen op het gebied van geur, stof, geluid en gevaar een maximale hinderafstand van 10 meter. Ditzelfde geldt voor lichte horeca. De dichtsbijzijnde woningen liggen aan de zuid- en zuidoostzijde van het plangebied. Met het plan wordt deze maximale hinderafstand gerespecteerd. Er wordt niet dichter dan 20 meter begraven van woningen. Hiermee is er geen sprake van milieuhinder vanuit de natuurbegraafplaats. Verder is een natuurbegraafs ook geen milieugevoelig object en is daarmee geen belemmerend object voor de bedrijfsvoering van bedrijven in de nabij gelegen omgeving. Ook de voorziene functies van het koetshuis, de voormalige Schapenschuur en de Zondagsschool voldoen aan de VNG-normen. Voor het koetshuis geldt een lichte horecafunctie, er kunnen ceremonies gehouden worden, en er kunnen mensen verblijven.

Woningen van derden liggen op ruim voldoende afstand, en deze functies belemmeren ook geen bedrijven in het omliggende gebied.

6.7 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het Besluit milieueffectrapportage geeft activiteiten en gevallen aan waarin een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Ook gelden er verplichtingen als een voorgenomen project valt onder de genoemde activiteiten, maar niet onder de drempelwaarden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Het project maakt de functies natuurbegraven, de realisatie van een kapschuur en zonnepanelen, en een beperkt aantal functies in het bestaande monumentale gebouwen mogelijk.

Ook worden twee bestaande houten schuurtjes in gebruik genomen door de natuurbegraafplaats. Deze voorgenomen ontwikkelingen zijn niet opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. De realisatie van een natuurbegraafplaats betreft bijvoorbeeld geen landinrichtingsproject (D9). Ook betreft de ontwikkeling geen 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeertereinen (D11.2). De betreft een dermate kleinschalig plan dat hier geen sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject'. Voor het voorgenomen plan is geen m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. benodigd. De

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 80

realisatie van het plan valt niet onder het Besluit milieueffectrapportage. In deze toelichting zijn de kenmerken en de plaats van het project beschreven. De natuurbegraafplaats wordt bijvoorbeeld aangelegd met respect voor de bodem. De locatie (en ook de gebouwen waar functiewijziging plaats vindt) is onderzocht op het gebied van aanwezige ecologische waarden. Hieruit blijkt dat het gebied geschikt is voor planontwikkeling. De locatie is niet gelegen in een Natura 2000-gebied (en heeft hier geen negatieve effecten op). Wel ligt het plangebied in het Natuur Netwerk Nederland, maar heeft het plan hier geen significant negatief effect op. De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling op de planlocatie is goed onderzocht in het kader van de onderzoeken welke deel uit maken van de voorliggende toelichting van het bestemmingsplan.

6.8 Verkeer en parkeren Voor de effecten betreffende verkeer en parkeren wodt verwezen naar paragraaf 3.6 van deze toelichting.

6.9 Conclusie In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen met zich meebrengt.

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 81

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording

7.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. De regels en de verbeelding zijn toegesneden op de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij is waar mogelijk aangesloten op de systematiek en regels van het bestemmingsplan 'Consolidatieplan Buitengebied Rhenen' (10 februari 2015) en het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' (vastgesteld op 6 maart 2018).

7.2 Opzet van de regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De regels geven inhoud aan de op de verbeelding (plankaart) aangegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd kan of mag worden. Bij de opzet van de regels is getracht het aantal bepalingen zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen wat daadwerkelijk van noodzaak is. Hiervoor is een aantal standaarden ontwikkeld door het Ministerie van VROM. Deze zijn o.a. de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012), de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012) en de Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen (PRBP2012). In dit bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van deze standaarden. Het juridische bindende deel van het plan bestaat uit de verbeelding en regels. Deze worden digitaal en analoog verbeeld. De verbeelding en regels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken namelijk: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels

7.3 Verantwoording van de regels 1. Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke bestemmingsregels en van de verbeelding te garanderen.

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 82

2. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de regels in verband met de bestemmingen. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk inhoudelijke regels, die specifiek voor die bestemming gelden. Met betrekking tot de regels is aangesloten aangesloten op de regels van het bestemmingsplan 'Consolidatieplan Buitengebied Rhenen' (10 februari 2015). Dit betreft de geldende enkelbestemming, dubbelbestemmingen en aanduidingen. De gronden waarop de natuurbegraafplaats wordt gerealiseerd hebben de bestemming 'Natuur' gekregen. Dit geldt ook voor de gronden in het bosgebied, om zo productiebos uit te sluiten. Voor dit voorliggende bestemmingsplan geldt dat aanvullend aan de bestemming Natuur het medegebruik als natuurbegraafplaats is toegestaan op gronden die daartoe specifiek zijn voorzien van een nadere aanduiding. Hierbij is gereguleerd dat binnen de gronden die zijn voorzien van de aanduidingen 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraafplaats 1' en 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraafplaats 2' er geen sprake mag zijn van een grafdichtheid van respectievelijk gemiddeld meer dan 150 graven per hectare (in het bestaande bosgebied) en meer dan gemiddeld 500 graven per hectare (op de om te vormen agrarische gronden). Het grondgebruik per graf mag niet meer zijn dan 3,5 m2 . Het aantal begrafenissen is gemaximeerd op maximaal 90 per jaar.

De te realiseren kapschuur (al wel reeds vergund) is planologisch mogelijk gemaakt door het toevoegen van de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. De twee houten schuren in het bos gaan dienst doen voor opslag, ontvangst en kantoor. Dit is planologisch mogelijk gemaakt in de bestemmingsomschrijving van de enkelbestemming 'Natuur' ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' (die geldt voor de twee houten schuren). Het koetshuis heeft de enkelbestemming Maatschappelijk - Landgoed' gekregen. Hiermee is mogelijk gemaakt dat hier ook ceremonies kunnen plaatsvinden. Dit betreffen ceremonies voor natuurbegraven, maar bijvoorbeeld ook huwelijksceremonies. Ook kunnen er kleinschalige conferenties en vergaderingen plaatsvinden en is er ruimte voor lichte horeca, recreatie en educatie. De Zondagsschool en de voormalige Schapenstal hebben de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie' en de functieaanduiding 'recreatiewoning' gekregen. Dit betreffen twee recreatiewoningen waar ook vergaderd kan worden. Binnen de bestemming 'Agrarisch' is de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch zonnepanelen' toegevoegd. Hiermee wordt het plaatsen van zonnepanelen op de voorziene plek planologisch mogelijk gemaakt (is al wel reeds vergund). Ook is de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - parkeerterrein' toegevoegd, om het parkeren planologisch mogelijk te maken.

Het perceel waarop de natuurcompensatie plaatsvindt heeft de bestemming 'Natuur' gekregen. Tot slot is de regeling m.b.t. het parkeren overgenomen van het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' (vastgesteld op 6 maart 2018). 3. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels van het plan. Hierbij is aangesloten aangesloten op de regels van het bestemmingsplan 'Consolidatieplan Buitengebied Rhenen' (10 februari 2015) en het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' (vastgesteld op 6 maart 2018). Ook is de aanduiding ‘milieuzone - matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad’ opgenomen voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de toekomstige drinkwatervoorziening. 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotbepalingen. In de overgangsbepalingen is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 83

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 84

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid

8.1 Inleiding In artikel art. 3.1.6 lid 1, Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is en beschreven moet worden hoe burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

8.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Er wordt geconstateerd dat er geen waarden aangetast worden in het plangebied en in de directe omgeving. Verder zijn er geen milieukundige belemmeringen geconstateerd (zie hoofdstuk 6). Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar.

8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg en zienswijzen Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld is dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Utrecht Het voorontwerpbestemmingsplan is voor vooroverleg toegezonden aan de provincie Utrecht. De provincie heeft per brief, zoals opgenomen in Bijlage 13 van de toelichting van dit bestemmingsplan enkele opmerkingen gemaakt. Beter gemotiveerd moet worden hoe de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt, dat de NNN niet wordt aangetast, de meerwaarde van het plan, dat aantasting van gronden zoveel mogelijk wordt beperkt en hoe rekening wordt gehouden met de das. Tevens dient de aanduiding 'milieuzone - matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad’ opgenomen te worden en moet worden gemotiveerd hoe rekening wordt gehouden met de kwaliteit van het grondwater. Al deze aspecten zijn in dit bestemmingsplan nader onderbouwd / gemotiveerd. Ook is de betreffende aanduiding opgenomen. Tot slot is de provincie van mening dat natuurbegraven een 'stedelijke activiteit' betreft.

In paragraaf 4.3.1 van dit bestemmingsplan was eerder gemotiveerd dat natuurbegraven geen 'stedelijke activiteit' betreft, conform de Interim Omgevingsverordening. Dit is, uiteindelijk nadat de provincie een zienswijze heeft ingediend, aangepast. Artikel 7.8 van de IOV biedt de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken van het verstedelijkingsverbod. Deze motivatie is opgenomen in paragraaf 4.3.1. van de toelichting van dit bestemmingsplan.

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 85

Waterschap Op 28 december 2020 is de digitale watertoets uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de 'korte procedure' kan worden gevolgd. Het waterschap heeft hiermee een positief wateradvies afgegeven. Afstemming met belanghebbenden De omwonenden van het plangebied zijn geïnformeerd over het planvoornemen. Hier heeft afstemming mee plaatsgevonden. Dit geldt tevens voor andere belanghebbenden, zoals de 'Stichting Vrienden van Landgoed Prattenburg'.

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegen, van 13 juli 2023 tot en met 23 augustus 2023. Gedurende deze termijn zijn vier zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat weergegeven in de 'Reactienota 'Verduurzamen En Herbestemmen Landgoed Prattenburg'', zoals opgenomen in bijlage 17 van de toelichting van dit bestemmingsplan. De zienswijzen zijn daarbij voorzien van antwoorden. Onderdelen van zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen van het bestemmingsplan. Deze wijzigingen zijn aangegeven in de 'Reactienota Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg', zoals opgenomen in Bijlage 17 van de toelichting van het bestemmingsplan.

8.4 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemers en de gemeente. Hierin is tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 86

www.eelerwoude.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14818052/1