Regels bijlagen Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg
Tekst van het document
4. Zicht op het koetshuis vanaf het veld met rechts de imposante beuken. 5. Zicht op het veld met achter de bomen het kasteel. Deze wand met majestueuze bomen is een prachtig beeld. Rechts op de foto is één van de drie bomen te zien, met de naam van één van de kleinkinderen. 6. Beeld van de onder beplanting in de randen. 7. Speels gemaaid pad in een extensief beheerd, kruidenrijk gazon. Ook hier is er zicht op één van de drie bomen van één van de kleinkinderen. 8. Zicht op het veld met aan de Cuneraweg grenzende wintergroene haag.
11
4. De ontwerpopgave en uitgangspunten Landschappelijke inpassing De inpassing van zonnepanelen in een cultuurhistorisch waardevolle tuinomgeving is een zorgvuldige opgave. Een nu nog locatievreemde en industrieel ogende installatie, gaat op het eerste oog en zoals we deze parken tot nu toe ervaren en waarderen, niet goed samen. En toch, juist dit contrast én de realiteit van de energietransitie, is de opdracht voor een locatie-unieke inpassing, die recht doet aan de omgeving. In de uitwerking is speciale aandacht voor het ondersteunen van de biodiversiteit. De essentie van de ontwerpopgave is vormgeven van de relatie tussen de organische en natuurlijke parkvormgeving en de industriële vormgeving van de panelen tot een fraaie eenheid die logisch oogt én bijdraagt aan de verduurzaming van deze plek. Binnen de opgave werken we met de volgende uitgangspunten: Onderbouwing van de locatiekeuze De opgewekte energie is primair bestemd voor het koetshuis en het kasteel. De nabijheid van de panelen ten opzichte van de twee gebouwen is gewenst. De locatie is geschikt voor een goede opstelling ten opzichte van de zon. En er hoeft geen waardevol groen gekapt te worden. Een mooi detail is de recent aangeplante bomen met de namen van drie kleinkinderen. Het oog op de toekomst is op subtiele manier al gemarkeerd. Deze locatie, binnen de hekken, is bovendien al beschermd en beveiligd.
Extra maatregelen zijn daarom niet nodig.
Zoeklocatie zonne-energie Voormalige begrenzing historisch parkontwerp Privé tuin met kasteel (omheind)
Omvang en opstelling van de energie opwek Uit de berekeningen is gebleken, dat ca 180 panelen voldoende is voor de energievraag. Dit gaat over ca 4500 kWh opwek per jaar. Zoals we er nu naar kijken, staan deze installaties er ca 25 jaar, voordat ze vervangen worden door mogelijk meer efficiënte panelen of andere oplossingen. De opstelling is zoveel mogelijk zuid georiënteerd. Een buiging richting zuidoost en zuidwest is wenselijk, omdat de opwek dan beter verdeeld over de dag wordt opgewekt. Het veld zelf is richting het westen georiënteerd. De hellingshoek is met deze oriëntatie idealiter ca 30 graden. Kijken we naar de combinatie licht, infiltratie en hoogte/zichtbaarheid van de panelen, kiezen we voor een hellingshoek van 25 graden en een hoogte boven maaiveld op het laagste punt van een halve meter. Toekomstig gebruik De locatie moet bovendien geschikt blijven als extra parkeerruimte. De zonnepanelen moeten dit niet belemmeren.
koetshuis
kasteel
12
5. Visie en landschappelijke Inpassing De visie voor deze opgave is, aanvullende op de ruimtelijke uitgangspunten, het zoeken naar het logisch samengaan van een natuurlijke parkomgeving met organische overgangen en de industriële uitstraling van de zonnepanelen. Het ontwerp zoals hiernaast is afgebeeld, is een ensemble van twee keer drie banen met zonnepanelen en een rond lopende, gemengde haag als achterwand van de panelen. Deze ronde vorm is een architectonische toevoeging in de landschapskamer, die verder in tact blijft. Dit sluit goed aan bij de visie van Vicky van Asch van Wijck, die het park sinds 1984 met kunst- en architectonische elementen heeft verrijkt. Naar buiten toe, loopt de haag iets af om een meer geleidelijke overgang met de omgeving te creëren. Aan de zichtkant van de haag, vanaf het Koetshuis gezien, komt een 7 tal lagere sierbeplanting, om de grote lengte van de haag visueel te breken. De zichtlijn vanaf het kasteel op het achter lichtende bos blijft zo veel mogelijk in takt. De zonnepanelen worden in twee keer drie banen uitgevoerd (zie de doorsnede hieronder). Eén baan heeft 30 (2x15) panelen. Hierdoor blijven ze relatief laag en kunnen we ruimte maken tussen de banen. Dit zorgt voor enig licht en water op de grond. Bovendien voorkomt dit een te groot oppervlakte aan aaneengesloten glas. De twee delen worden iets van elkaar gedraaid.
Dit vanwege het draaien van de zon en daarmee meer efficiënt opwekken van de energie in relatie tot de hellingshoek. Bovendien zorgt dit voor een meer logische eenheid met de rond lopende haag.
Legenda Gemengd bos
Wintergroene haag als grens met openbaar pad
Gazon
Gemengde haag
Koetshuis
Zonnepanelen 13
De gemengde haag bestaat uit een aantal soorten, deels wintergroen. De inheemse soorten zijn expliciet gekozen vanwege nectar en zaden voor de insecten en vogels.
In de volgende fase wordt een beplantings- en beheerplan opgesteld en worden de technische specificaties van de zonne-panelen uitgewerkt.
Mahonie - Berberis aquifolium Bloeitijd: Februari - Mei Wintergroen
Sneeuwbal – Viburnum tinus Bloeitijd: Januari, februari, maart Wintergroen
Egelantier - Rosa rubiginosa Bloeitijd: Juli-Augustus
Hartlely – Hosta helicon Bloeitijd: Juli-Augustus
14
Bronvermelding • • • • • • • • • •
Zonne-energie in de historische omgeving van Rijksdienst Cultureel Erfgoed – sept. 2014 De Advieslijn zonnepanelen op historische landgoederen – juni 2020 Prattenburg: een kasteel met een boodschap? H. Hoogeveen 2012 Rijksmonumenten.nl Beeldbank Cultureel Erfgoed Monumentenregister Mienruys.nl Topotijdreis Presentatie Prattenburg - Oud Rhenen 2012 De heer Henk van Asch van Wijk en diens zoon Henrick van Asch van Wijck
15
Bijlage 3 Ecologisch werkprotocol Natuurbegraafplaats
Ecologisch werkprotocol Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
Bosgroep Midden Nederland
Colofon Opdrachtgever:
Landgoed Prattenburg
Lidnummer:
10513
Titel:
Ecologisch werkprotocol – Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
Status:
Definitief
Datum:
November 2024
Auteur(s):
Ing. P. van Wijhe B. Calkhoven – Actualisatie Kaartmateriaal
Kaartmateriaal:
Copyright © 2021, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn
Projectnummer:
-
© Coöperatie Bosgroep Midden Nederland u.a. Postbus 8135 6710 AC, Ede t (0318) 67 26 26 www.bosgroepen.nl
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1
Aanleiding en doel
4
1.2
Activiteiten
5
1.3
Zorgplicht
5
Aandachtsoorten
6
2.1
Broedvogels
6
2.2
Reptielen
6
2.3
Zoogdieren
6
Zorgvuldig werken en/of mitigerende maatregelen
8
3.1
Veldcontrole en wegvangen of wegjagen
8
3.2
Burchten en wissels
8
3.3
Strooisel- en toplaag
8
3.4
Vitaliteit bomen
8
Voorwaarden
Bijlage 1
9
Rapport: Burchten en andere sporen van de Das (Meles meles) planlocatie natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg oktober/november 2020
Ecologisch werkprotocol - Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
3
Paraaf: …………
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Landgoed Prattenburg gaat een natuurbegraafplaats realiseren in het bos ten noorden van de Cuneraweg in Rhenen (figuur 1). In totaal wordt er ca. 14 hectare bos aangewezen waarbinnen maximaal 150 natuurgraven per hectare gerealiseerd kunnen worden (verspreid over enkele tientallen jaren). Daarnaast wordt er nieuwe natuur gerealiseerd van ca. 5 hectare waarbinnen ruimte is voor maximaal 500 graven per hectare. De natuur is leidend op de begraafplaats en de impact op het natuurgebied wordt daarom zo klein mogelijk gehouden. De graven worden door middel van een volledig elektrische minigraver gegraven (1m bij 2m en 1,30 m diep). Bij het graven wordt de strooisel laag en de ondergrond apart opzijgezet zodat deze weer in volgorde terug geplaatst kunnen worden. Daarnaast krijgen de graven een sober karakter en wordt er enkel gebruik gemaakt van afbreekbare materialen. Er worden voor het realiseren van de natuurbegraafplaats geen bomen gekapt en er worden geen extra paden, verhardingen, gebouwen of hekwerken aangelegd.
Figuur 1 Ligging van de te realiseren natuurbegraafplaats op Landgoed Prattenburg (bruin omlijnd).
In maart en oktober 2020 én in augustus 2024 is er een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Econsultancy1 met input van de Dassenwerkgroep Utrecht & ’t Gooi. De conclusie van dit onderzoek is dat het graven van een graf een negatief effect kan hebben op de 1 Boogaard, J.G., 2024, Rapportage ecologisch onderzoek Natuurbegraafplaats Prattenburg, Cuneraweg 420
te Rhenen. Econsultancy.
Ecologisch werkprotocol - Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
4
Paraaf: …………
verblijfplaats van de das2 en broedvogels. Daarnaast komen er in het gebied ook ringslang1, hazelworm1, levendbarende hagedis1 en zandhagedis3 voor. Om te voorkomen dat deze door het ontgraven van een graf een negatief effect ondervinden, is dit ecologisch werkprotocol geschreven. Dit betekent dat bij het graven van een graf specifiek aandacht moet worden besteed aan de wijze waarop en waar de werkzaamheden uitgevoerd worden. Zodat schade aan deze soorten voorkomen wordt en de duurzame instandhouding van de populatie niet in gevaar wordt gebracht. In dit ecologisch werkprotocol gericht op de realisatie van een natuurbegraafplaats in bestaand bos, worden de voorgestelde mitigerende maatregelen om schade te voorkomen zo concreet mogelijke vertaald naar praktische uitvoering.
Voor het opstellen van dit ecologisch werkprotocol is de rapportage van het ecologisch onderzoek opgesteld door Econsultancy 1 gebruikt als uitgangspunt. De Bosgroep is niet betrokken bij de inhoud en conclusies van het ecologisch onderzoek. 1.2
Activiteiten
De activiteiten die plaats vinden zijn op te delen in 3 fases: - De eigenaar maakt een interactieve kaart met locaties waar niet begraven mag worden met dit ecologisch werkprotocol. - De werkzaamheden (jaarrond) bestaan uit het graven van een graf op het moment dat iemand is komen te overlijden. De graven worden door middel van een volledig elektrische minigraver gegraven (1m bij 2m en 1,30 m diep). Het vervoeren van de kist/urn gebeurt lopend met indien van toepassing een handmatig getrokken kar. Vervolgens hebben de graven eeuwigdurend grafrecht en worden dan ook niet geruimd. - Bezoek door nabestaande aan de graven. 1.3
Zorgplicht
In de Wet Natuurbescherming is de zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat schade aan alle in het wild levende plant- en diersoorten voorkomen dient te worden wanneer in alle redelijkheid, handelingen en werkzaamheden worden verricht of juist achterwege worden gelaten. De in dit document beschreven maatregelen zijn nadrukkelijk bedoeld om negatieve effecten op specifieke soorten en specifieke locaties te voorkomen. De eigenaar is verantwoordelijk van de toepassing van de maatregelen en afspraken en dient ervoor te zorgen dat de uitvoerders op de hoogte zijn van de zorgplicht en het werkprotocol. Ook dienen de bezoekers van de begraafplaats op de hoogte te zijn van de zorgplicht. 2 Soort van Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 en bijlage A: Andere soorten (in deze nieuwe wet zijn de
F&F wet, de NB-wet en de Boswet samengevoegd). 3 Soort van Wet Natuurbescherming paragraaf 3.2 Habitatrichtlijn IV en Bern II (in deze nieuwe wet zijn de
F&F wet, de NB-wet en de Boswet samengevoegd).
Ecologisch werkprotocol - Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
5
Paraaf: …………
2
Aandachtsoorten
2.1
Broedvogels
Vanuit de Wet Natuurbescherming is het verboden om broedende vogels te verstoren. Dit betekent voor diverse werkzaamheden dat deze buiten het broedseizoen gestart moeten worden. Bijvoorbeeld wanneer er dichte struiken of takkenhopen verwijderd moeten worden. Voor het broedseizoen wordt in dit werkprotocol globaal de periode van 15 maart - 15 juli aangehouden. Verstoring van broedvogels ook buiten het broedseizoen wordt zoveel mogelijk voorkomen. 2.2
Reptielen
Binnen het plangebied komen meerdere soorten reptielen voor, namelijk; ringslang, levendbarende hagedis, hazelworm en zandhagedis. Deze soorten zijn beschermd en mogen niet geschaad worden. Dit betekent dat deze dieren verjaagd moeten worden van locaties waar gewerkt of gereden gaat worden. Ze kunnen dan tijdig dekking zoeken in aangrenzende vegetatie die met rust gelaten wordt. In het najaar is het wegjagen of wegvangen een stuk lastiger omdat de dieren in een hol in de grond of tussen strooisel in winterslaap zijn (oktober-maart). Zie hoofdstuk 3 voor de voorgeschreven werkwijze. 2.3
Zoogdieren
Binnen het plangebied komen naast de wat algemenere soorten zoals egel en konijn ook beschermde soorten als das en boommarter voor. In het plangebied zijn meerdere dassenburchten (waaronder een hoofdburcht), dassenpijpen en wissels aanwezig. Deze locaties worden weergegeven op kaart (figuur 2). De kwetsbare periode voor dassen is jaarrond, waarbij de voorplantingsperiode het meest kwetsbaar is. In afwijking op het advies van Econsultancy wordt bij de hoofdburcht een zone aangehouden van 50 meter waar niet begraven mag worden en dienen de wissels niet betreden of bereden te worden. Bij de overige type burchten wordt een afstand van 25 meter aangehouden (zie figuur 2 en bijlage 1). Bij alle ontgravingen wordt een volledig elektrische minigraver gebruikt.
Ecologisch werkprotocol - Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
6
Paraaf: …………
Figuur 2. Locatie dassenburchten (2024, Econsultancy1).
Ecologisch werkprotocol - Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
7
Paraaf: …………
3
Zorgvuldig werken en/of mitigerende maatregelen
In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke maatregelen worden genomen om schade aan (beschermde) soorten zo veel mogelijk te voorkomen. 3.1
Veldcontrole en wegvangen of wegjagen
Voorafgaand aan het ontgraven van een graf wordt in een straal van 25 meter rondom het graf onderzocht of hier nieuwe dassenburchten zijn gegraven en of er reptielen en broedende of nestelende vogels aanwezig zijn. Wanneer deze aanwezig zijn wordt in overleg met de familie van overleden persoon de locatie van het graf verplaatst (bij de verkoop van het graf wordt verteld dat de natuur "leidend" is). De reptielen kunnen mogelijk worden verjaagd. Zoals in hoofdstuk 2.2 aangegeven, in het najaar is verjagen een stuk lastiger omdat de dieren in winterslaap zijn. In het gedeelte waar wel graven worden gerealiseerd kan de locatie minder aantrekkelijk worden gemaakt voor overwintering door bijvoorbeeld dood hout te verplaatsen. Als mitigerende maatregel kunnen er speciale overwinteringsplekken worden ingericht voor de reptielen op de locaties waar geen graven worden gerealiseerd. 3.2
Burchten en wissels
De verschillende burchten en wissels in het plangebied blijven te allen tijde behouden. Er mag onder geen enkele voorwaarde betreding met machines of voertuigen plaats vinden op burchten en wissels. Dit geldt ook voor de aanleg van de graven. Er worden geen graven aangelegd op of binnen een straal van 50 meter van de hoofdburcht en binnen een straal van 25 meter om de andere type burchten, om verstoring zoveel mogelijk te bepreken. Ook worden er geen graven aangelegd op of binnen een marge van 2 meter aan weerszijde van een wissel. 3.3
Strooisel- en toplaag
De strooisel- en toplaag dienen handmatig afgegraven te worden en op zij gelegd zodat deze na de werkzaamheden teruggeplaatst kan worden. Op deze manier kunnen mogelijk aanwezige reptielen vluchten naar een andere plek en blijft de toplaag zoveel mogelijk intact. 3.4
Vitaliteit bomen
Het is belangrijk om de vitaliteit van de bomen in de gaten te houden wanneer er een graf is gegraven. Bij voorkeur wordt er niet dichter dan de directe bewortelbarezone van de boomstam gegraven om beschadiging aan het wortelstelsel te beperken.
Ecologisch werkprotocol - Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
8
Paraaf: …………
4
Voorwaarden •
Alle werknemers dienen op de hoogte te zijn van deze werkwijze.
•
Er zijn kaarten beschikbaar van de locaties van burchten en wissels (zie bijlage 1).
•
Bij de potentieele graven wordt rekening gehouden met de aanwezige natuurwaarden.
•
Wanneer een graf wordt gereserveerd wordt de interactieve kaart geraadpleegd met locaties waar i.v.m. dassenburchten niet begraven mag worden.
•
Bezoekers van de beraafplaats dienen ook geïnformeert te zijn; respect voor natuur, geen verstoring van burchten, wissels en broedgevallen, geen loslopende honden, geen betreding tussen zonsondergang en zonsopkomst, etc.
•
Bij uitvaarten wordt geen gebruik gemaakt van versterkt geluid.
•
Onduidelijkheden direct melden aan de directie.
•
Overtredingen onmiddellijk melden bij de directie.
Opgesteld te Ede op 15 mei 2021 Geactualiseerd te Eext op 11 november 2024 Bosgroep Midden Nederland Ondertekening: Eigenaar:
Aannemer:
Directie: Datum:
……………………
Plaats:
……………………
Naam:
……………………
Handtekening: ……………………
Ecologisch werkprotocol - Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
9
Paraaf: …………
bosgroepen.nl
Ecologisch werkprotocol - Ontgraven graf op natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
10
Paraaf: …………
Bijlage 4 Natuurcompensatieplan
Bestemmingsplan Landgoed Prattenburg Bijlage Compensatie Natuurnetwerk Nederland Contactpersoon: Bram Calkhoven +31625351461 bram@navawa.nl
14-10-2024
Locatie NNN-compensatie Deze NNN-compensatie bevat: - Het realiseren van een natuurbegraafplaats binnen NNN 1.995 graven x 2 m2 eenmalige roering van de bodem. Dit maakt 3.990m2 compensatie extra NNN gebied op voormalig agrarische gronden. - De compensatie van 300m2 zonneveld dat reeds middels een omgevingsvergunning is gerealiseerd op landgoed prattenburg. - De compensatie van 150m2 kapschuur die reeds middels een omgevingsvergunning is gerealiseerd op landgoed prattenburg. - De compensatie van 750m2 voor de overloopparkeerplaatsen naast het zonneveld. De voorgenomen ontwikkeling op landgoed Prattenburg dient gecompenseerd te worden zoals aangegeven in de natuurvisie(12319.003), opgesteld door Econsultancy. Hoewel de ontwikkelingen niet of nauwelijks impact hebben op de begrenzing en/of versnippering van van het NNN, betreft dit binnen de beleidsrichtlijnen van
de provincie Utrecht een ruimtelijke ontwikkeling binnen NNN. Daarom wordt de oppervlakte gecompenseerd. Vanuit het advies in de natuurvisie is onderstaande locatie naar voren gekomen als geschikte locatie voor een effectieve verbinding van het NNN. Deze locatie biedt een effectieve verbinding tussen de bossen van het plangebied en de bossen ten oosten daarvan. Momenteel worden deze onderbroken door met hekwerk omgeven agrarische gronden. De enige ‘groene’ verbinding wordt momenteel gevormd door een bomenlaan. De compensatielocatie betreft op dit moment een oppervlakte van 5.190m2 akkerland omgeven door hekwerk. Aansluitend wordt het akkerland tevens ingericht als natuur en natuurbegraafplaats. Hekwerken zullen verleden tijd zijn.
Fig. 1: Ligging van het perceel en de zoeklocatie bedoeld voor de NNN-Compensatie. Geel>plangebied gemeente Rhenen, rood plangebied gemeente Veenendaal, blauw kavel compensatie met daarbinnen het compensatiezoekgebied in oranje.
2
Vlekkenplan NNN-Compensatie
Fig. 2: Schematische invulling van de 5.190m2 compensatie locatie, dit betreft een uitsnede uit de kaart van het inrichtingsplan.
Legenda Begrenzing gebied, hekwerk verwijderen
Toelichting op inrichting
Het plangebied dient aan te sluiten op haar omgeving. Dat wordt gedaan door bestaande randen te versterken. De laan dient benadrukt te blijven, daarom is gekozen voor struweelbeplanting. Gemengd aan te planten stuweel met De inrichting biedt beschutting met sterk aandeel heesters. Een gelaagde een open structuur om migreren voor opbouw met inheemse gebiedseigen grote zoogdieren mogelijk te maken. Het sortiment is gekozen volgens soorten is de basis. advies vanuit de natuurvisie op basis Zone openwerken zandgrond. van veelal besdragende soorten die Schematisch afgebeeld. voorzien in een groter voedselaanbod Ruimte voor opkweken jeneverbes en voor vogels. Insecten kunnen mix van kruiden- en heideontwikkeling fourageren op de bloeiende soorten en het kruidenrijk grasland. Ruimte voor spontane ontwikkeling, zone voorzien van inheemse kruiden. Gebied middels beheer de gelegenheid geven om op natuurlijke wijze te ontwikkelen.
3
Sortiment en beheer. Toelichting Sortiment Het sortiment beplantingen voor de compensatie is bepaald aan de hand van de kansen die gesteld zijn in de natuurvisie. Binnen het sortiment is bewust gekozen om naaldhout ook een toekomst te geven en niet volledig uit te faseren. Dit biedt kansen voor vleermuizen, spechten en marterachtigen.Naaldhoutsoorten worden uitsluitend in de strook aan de oostzijde toegepast. Daaruit komt het volgende sortiment voort: Boomvormers - Zoete kers - Haagbeuk - Veldesdoorn - Winterlinde - Zomereik - Gladde iep - Douglasspar - Zilverspar
20% 20% 10% 20% 10% 10% 5% 5%
Heesters - Vuilboom 15% - Lijsterbes 15% - Vlierbes 10% - Jeneverbes 5% - Hazelaar 10% - Gele kornoelje 15% - Aalbes 5% - Gelderse roos 15% - Hondsroos 10% - Hulst 5%
Beheer Het compensatiegebied wordt de eerste vijftien jaar intensiever beheerd met tussenpozen van telkens vijf jaar. Elke vijf jaar wordt een dunning uitgevoerd tussen de heesters. Deze worden in balans gebracht volgens de beschreven verhouding. Na vijftien jaar wordt het gebied meegenomen in regulier bosbeheer met een sterke focus op het behoud van gelaagdheid. De kruiden worden niet gemaaid om natuurlijke ontwikkeling de ruimte te bieden.Wel wordt er zo nu en dan een kudde schapen toegelaten om het gebied korte tijd te begrazen. Binnen de natuurlijke ontwikkeling wordt ook eens in de vijf jaar beheerd op behoud van balans. Invasieve soorten zoals Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop worden jaarrond bestreden. Vrijgekomen materiaal van dunningen op balans wordt op locatie verwerkt in takkenrillen als versterking van de strooisellaag en de habitattypen.
Kruiden - Mengsel LZ - 1 Medigran De sortimenten worden geplant binnen de ingetekende zone’s op een plantafstand van 1,5x1,5 meter. Boomvormers worden organisch ingeplant binnen de ingetekende zone’s met een plantafstand van 10x10 meter. Zaden worden gezaaid met een dichtheid van 1,5 gram /m2
4
Bijlage 5 Inrichtingsplan nieuwe natuur en opwaardering natuur
Bestemmingsplan Landgoed Prattenburg Bijlage nieuwe natuur, opwaardering natuur en natuurbegraafplaats
04-11-2024
Locatie Nieuwe natuur De nieuwe natuur wordt gerealiseerd op akkerlanden grenzend aan het plangebied. Door ook in deze gebieden te begraven kan de grafdichtheid in bestaande natuur omlaag. Gezamelijk zijn deze percelen goed voor ca. 5 hectare. Daarvan vormt 5.190m2 de compensatie van NNN oppervlakten die door voorliggend plan anders ingevuld worden. Nog eens 45.125m2 wordt tevens ingericht als natuurbegraafplaats.
Overzicht verduurzaming landgoed Prattenburg Natuurbegraven specifiek Dassenburchten (niet-natuurbegraven)
Natuurbegraafplaats Zoekgebied
Hoge natuurwaarden Door natte heide op voormalige vennetjes(niet-natuurbegraven)
Opwaarderen natuur
Door exotenbestrijding en focus op inheemse loofhoutsoorten
Nieuwe natuur
Nieuwe natuur
Ten behoeve van natuurbegraafplaats
Ten behoeve van natuurbegraafplaats
Nieuwe natuur
NNN compensatie oppervlakte natuurbegraven
Schapenschuur en zondagschool Voorzien van erfgoedlogies
Woonwijk Petenbos (Veenendaal)
Mogelijke vindplaats WOII (niet-natuurbegraven)
Werkschuur
als ontvangstgebouw
Koetshuis
als ceremoniegebouw
Landhuis
landgoed prattenburg
P Parkeerplaats ‘Groene entree’
Overloop parkeerplaats
P Fig. 1: Overzichtskaart van de diverse verduurzamingsacties op landgoed Prattenburg, allen in directe relatie met natuurbegraven. Opwaardering natuur oostzijde landgoed niet weergeven.
2
Vlekkenplan Nieuwe natuur
Bestaande laan
Inrich
ets
Fig. 2: Schematische invulling van de oostelijke voormalige akkers
Legenda Begrenzing gebied, hekwerk verwijderen
Toelichting op inrichting
De versnipperde akkers tussen de bossen en lanen van Prattenburg zijn niet alleen cultuurhistorisch van grote waarde. Ook vormen deze akkers belangrijk fourageergebied voor de Gemengd aan te planten stuweel met aanwezige soorten zoals bijvoorbeeld sterk aandeel heesters. Een gelaagde de das. Mede daarom is het belangrijk opbouw met inheemse gebiedseigen deze gebieden met kruidenachtige vegetatie in stand te houden. De soorten is de basis. natuurbegraafplaats draagt er zorg Boomgroep voor dat deze functie en het doeltype tot in de lengte der dagen geborgd zijn. Binnen het kruidenrijk grasland is ruimte voor enkele boomgroepen, bestaande lanen en opbouw van Kruidenrijk grasland zachtere randen in de overgang naar bospercelen.
3
Vlekkenplan Nieuwe natuur
Bestaande laan/bomenrij
Bestaande laan/bomenrij
Fig. 3: Schematische invulling van de zuidwestelijke voormalige akkers
Legenda
22
Begrenzing gebied, hekwerk verwijderen Kruidenrijk grasland N12.02* met kleine groepen bomen en heesters Heide N07.01
*Lopend onderzoek op locatie van B-ware moet uitwijzen of een hoger doeltype mogelijk is. Deze ambitie ligt er vanuit het landgoed.
Toelichting op inrichting De versnipperde akkers tussen de bossen en lanen van Prattenburg zijn niet alleen cultuurhistorisch van grote waarde. Ook vormen deze akkers belangrijk fourageergebied voor de aanwezige soorten zoals bijvoorbeeld de das. Mede daarom is het belangrijk deze gebieden met kruiden- en heideachtige vegetatie in stand te houden. De heide wordt gerealiseerd op de akker waar het meest recent heide aanwezig was (omstreeks 1925). De natuurbegraafplaats draagt er zorg voor dat deze functie en het doeltype tot in de lengte der dagen geborgd zijn. Het gebied blijft open omdat het mogelijk al sinds de middeleeuwen een open gebied is. Mede daarom worden binnen het gebied geen struweel en boomvormers toegevoegd.
4
Sortiment en beheer. Toelichting Sortiment en invulling natuurdoeltypen Het sortiment is een combinatie tussen enerzijds cultuurhistorisch waardevolle beplanting, passend bij de sferen van het landgoed. Anderzijds worden inheemse -en gebiedseigen soorten toegepast. Deze combinatie voorziet in de versterking van zowel natuur als cultuurhistorie. Boomvormers - Haagbeuk - Zomerlinde - Winterlinde - Zomereik - Wintereik - Fladderiep - Betula pendula - Rode beuk - Lijsterbes
15% 5% 10% 10% 15% 15% 15% 5% 10%
Heesters - Vuilboom 15% - Europees krentenboompje 15% - Vlierbes 10% - Jeneverbes 10% - Hazelaar 10% - Gele kornoelje 15% - Gelderse roos 15% - Hulst 10% Heide Voor de inrichting van het heideperceel wordt het perceel in drie jaar uitgemijnd.Na die tijd wordt heidplagsel opgebracht om de ontwikkeling van heide te versnellen. Kruiden - Mengsel LZ - 1 Medigran De sortimenten worden geplant binnen de ingetekende zone’s op een plantafstand van 1,5x1,5 meter. Boomvormers worden organisch ingeplant binnen de ingetekende zone’s met een plantafstand van 10x10 meter. Kokers worden om het plantgoed geplaatst om te voorzien in vraatbescherming. Zaden worden gezaaid met een dichtheid van 1,5 gram /m2
5
Beheer Het maai- of begrazingsbeheer wordt aangepast op de behoefte van het kruidenrijkgrasland en de droge Heide. . Onbekend is het op dit moment wat het nutriëntengehalte van de bodem is. Er zal de eerste jaren op diverse momenten gemonitord worden of begrazing en/of maaien nodig is. Om de natuur direct een boost te geven wordt sinusbeheer met overstand gevolgd zodra het gebied ingezaaid is. Hierdoor blijft de insectenstand in het gebied beter behouden en krijgt deze een kans van groeien. Invasieve soorten zoals Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop worden jaarrond bestreden. Vrijgekomen materiaal van dunningen op balans wordt op locatie tussen bosschages verwerkt in takkenrillen als versterking van de strooisellaag en de habitattypen. Insecten die hierop afkomen dienen weer als voedsel voor de Das en andere fauna.
Opwaarderen bestaande natuur 20c
5w2
20h
20d 20a 20b
Op waarderen hogere natuurwaarden
20j 20f
15n 15a
Landgoed Prattenburg
20e
AB
16a
15m
Legenda
16f 15b
Op te waarderen hogere
16j 16i
16h
AA
natuurwaarden” SNL-doel
N15.02 - Dennen, eiken en
16i 16h
beukenbos (14,56 ha) Corsicaanse den
16b1
Japanse lariks
16e
15o
15d
16g
16b2
Beuk Douglas
15f1 16b3 15h
15f2
Berk
16d1
Inlandse eik
16d2
Grove den
15f3 16c
15j
15l2
15g2
15l1 15i
15k1
15k2
Datum: Auteur:
0
100
200
400 Meter
´
18-9-2024 J. Thielemans
Lidnr.:
10513
Schaal (A4):
1:5.000
Ondergrond: Copyright © 2024, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn.
Fig. 4: Binnen de arcering de op te waarderen percelen naar ambitieniveau N15.02 voor de realisatie van de natuurbegraafplaats
Toelichting op gebied Het gearceerde gebied vormt een bijzondere en abrupte overgang naar het ruim veertig meter lager gelegen landgoed Kwintelooyen. De sterke hoogteverschillen op een korte afstand maken dit tot een dynamisch gebied vanaf waar de Veluwe bij Wageningen nog zichtbaar is. Dat laatste is vooral indrukwekkend voor de belevingswaarde van de recreant. Met overwegend naaldhout en een natuurdoeltype N16.03 Droog bos met productie liggen hier nog voldoende kansen voor het opwaarderen van de natuur. De omvorming van dit gebied kan een wezenlijke aanvulling vormen op de al aanwezige loofhoutopstanden van landgoed Kwintelooyen. Mede daarom is het ambititedoeltype van de provincie in dit gebied N15.02. Afb. 5. Duidelijk zichtbare steile hellingshoek onder de grove dennenopstand
6
Impressie gebied Het geselecteerde gebied voor de opwaardering van natuurdoeltype N16.03 naar N15.02 vormt op dit moment een gebied met een groot aandeel naaldhout. Zoals ook zichtbaar is op de afbeeldingen. Het grootste aandeel wordt gevormd door Grove Den, ondergroei van Amerikaanse Vogelkers domineert ook op enkele plekken (zie afbeelding 6). Vanaf landgoed Kwintelooyen richting het westen zijn al kleinere opstanden zomereik aanwezig. Echt oprukken doet deze soort niet omdat de kroonprojectie van de Grove Dennen dusdanig is dat verjonging van soorten vrijwel onmogelijk is.
Afb. 6. Ondergroei van Am. vogelkers
Een enkele Hulst, Lijsterbes en Vuilboom is zichtbaar zoals bij afbeelding 7. Op andere plekken wordt ook Ruwe Berk en Zomereik aangetroffen. De een deel van de grens van het gebied wordt gemarkeerd door een rij beuken langs het pad. Deze kunnen een markanter element vormen door verder vrijgezet te worden. Zie hiervoor afbeelding 8. Afbeelding 9 is verder in het zuiden van het opwaarderingsgebied vastgelegd. Hier wordt duidelijk dat er geen sprake meer is van een solitaire Grove dennen opstand, maar, dat deze afgewisseld wordt door onder andere Ruwe Berk.
Afb. 7. Lokale verjonging van Hulst, Vuilboom en Lijsterbes
Afb. 8. Pad langs plangebied
7
Afb. 9. Licht gemengde opstand
Wijze van opwaardering
Beheer
Aanplanten voor versterking De gebieden waar de monocultuur domineert worden handmatig aangeplant om de bodemstructuur in tact te houden en uitspoeling tegen te gaan. Denk hierbij aan gebieden zoals die van afbeelding 5. Boomvormers (70%) - Haagbeuk 20% - Zomerlinde 5% - Winterlinde 10% - Zomereik 10% - Wintereik 20% - Betula pendula 15% - Rode beuk 5% - Lijsterbes 10%
Doorlopend ecologisch bosonhderhoud Bosonderhoud wordt omgevormd van economisch bosonderhoud naar ecologisch bosonderhoud: • Diversiteit aanbrengen in soorten • Vrijzetten inheemse beuken en zomereiken • Vrijzetten lanen • Dood hout laten liggen of staan (indien niet gevaarlijk voor bezoekers); • Creëren van een snel afbreekbare strooisellaag voor een sterke bodemvitaliteit. Door aanplant van o.a. Winterlinde en Hazelaar • Heesterranden. Deze randen van inheemse bloeiende, besdragende heesters zorgen voor lokale beschutting en vormen een zoom die een geleidelijke overgang van openheid naar bos. • Houtrillen oftewel takkenril, een nieuw element in het bos. Op houtrillen wordt het dode hout verzameld. De houtrillen worden gerealiseerd voor tal van reptielen (in de zon) en amfibieën (in de schaduw), zoals kamsalamander, levendbarende hagedis, hazelworm en de gladde slang. Deze soorten komen nu nog niet voor, maar vestigingsvoorwaarden worden geschapen door deze ingreep. • Diversiteit aanbrengen in leeftijd beplanting door selectie en dunning; • Verwijderen invasieve soorten; • Structuurvariatie in het bos; • Door doodhout en wortelkluiten laten liggen (voornamelijk op de noordhellingen met een stabiele luchtvochtigheid en temperatuur), wordt het gebied aantrekkelijker voor mossen die op het substraat hout groeien in een luchtvochtige omgeving.
Heesters (30%) - Vuilboom 15% - Europees krentenboompje 15% - Vlierbes 10% - Jeneverbes 10% - Hazelaar 10% - Gele kornoelje 15% - Gelderse roos 15% - Hulst Diversifiseren door selectie Uit de impressie van het gebied bleek al dat lokaal andere soorten dan de dominante opstand ontwikkelen. Om deze en de aanplantlocaties de ruimte te geven wordt gedund. Lokaal Blijven selecties naaldhout staan om in een gelijdelijke overgang te voorzien. Daarnaast voorziet dit in blijvende diversiteit. Invasief beheersen De Amerikaanse Vogelkers wordt gerooid. Op plaatsen waar deze actief verjongd heeft wordt de eerste drie jaar niet gedund om de ontwikkeling van verjonging tegen te gaan. Nadat verjonging en verspreiding van de Amerikaanse Vogelkers onder controle is wordt een extra dunning uitgevoerd. Om ook de eerder overgeslagen gebieden ruimte tegeven voor diversifisering van het sortiment. Dit zal ca. 5 jaar na de eerste ingrepen zijn.
8
Overzichtskaart activiteiten opwaarderen Totaal 14,56ha op te waarderen van N16.03 naar N15.02
Aanplant voor versterking ca. 70% naaldhout dunnen om ruimte te geven aan aanplant en verjonging
Diversificeren door selectie Alleen lokaal dunnen om ruimte te geven inheemse soorten en verjonging
Fig. 10. Overzichtskaart activiteiten
9