Regels bijlagen Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg
Tekst van het document
Bijlagen regels Verduurzamen en herbestemmen Natuurbegraafplaats Prattenburg 1. Inrichtings- en beheerplan Natuurbegraafplaats Prattenburg 2. Inrichtingsplan zonnepanelen 3. Ecologisch werkprotocol Natuurbegraafplaats 4. Natuurcompensatieplan (Compensatie Natuurnetwerk Nederland) 5. Inrichtingsplan nieuwe natuur en opwaardering natuur
Bijlage 1 Inrichtings- en beheerplan natuurbegraafplaats Prattenburg
Natuurbegraafplaats Prattenburg Inrichtings- en beheerplan
‘Partner voor duurzaam natuurbegraven’
2
Afbeelding 1. Luchtfoto: plangebied en omgeving. Bosvakken met open ruimtes, zuidoost van het plangebied huis Prattenburg met koetshuis.
Ge
ent eV een Ge end me aal ent eR hen en me
Natuurbegraafplaats Prattenburg
Colofon
Dit document is opgesteld door: Natuurbegraafplaatsen Van Waarde Contactpersoon: B. Speulman Provincialeweg 2 9463 TK Eext T 0478 584535 info@navawa.nl
1
INLEIDING
5
INTERMEZZO - UITGANGSPUNTEN NATUURBEGRAAFPLAATS
6
2
LANDSCHAPSANALYSE
9
3
INRICHTING
23
4
BEHEER EN ONTWIKKELING
29
Projectgegevens: 6816.21 7 november 2024
Inrichtings- en beheerplan
3
Afbeelding 2. Topografie: plangebied en omgeving met individuele woningen en infrastructuur in beeld.
Ge
me
ent eV een Ge end me aal ent eR hen en
4 Natuurbegraafplaats Prattenburg
1
INLEIDING
1.1 Nieuwe functie toevoegen aan landgoed Prattenburg Prattenburg is een landgoed en buitenplaats op de Utrechtse Heuvelrug in de gemeente Rhenen en Veenendaal. Het landgoed is sinds 1694 in het bezit van de familie Van Asch van Wijck. Het landgoed meet ruim 430 hectare, grotendeels bestaande uit bos. Deze rapportage betreft het inrichtings- en beheerplan, voor de omvorming van een deel van dit particuliere bos naar een natuurbegraafplaats. Het bos is nu te voet toegankelijk en wordt gebruikt als productiebos. Het inrichtingsen beheerplan is erop gericht om het natuurbegraven op het terrein mogelijk te maken en het terrein zo in te richten dat de landschapskwaliteiten en ecologische potentie benut worden. Hierbij is het doel om het terrein zo te ontwikkelen dat er een duurzaam natuurlijk landschap ontstaat, waarbij het natuurbegraven, de natuurontwikkeling en het recreatieve medegebruik in de vorm van wandelen mogelijk wordt.
Leeswijzer voor integraal plan 1.3 Het voorliggende plan gaat uit van een eindresultaat waar natuur en de mens hand in hand gaan. Het plan is afgestemd met de eigenaren van Prattenburg in opdracht van Van Waarde. Hiervoor zijn de volgende hoofdstukken opgesteld: Hoofdstuk 2 gaat in detail in op de bijzondere locatie. Daarna laat hoofdstuk 2 laat zien hoe het projectgebied ingezet kan worden voor zijn nieuwe functie als natuurbegraafplaats als je kijkt naar de verschillende aspecten van het landschap. Daarnaast worden de vermelde de kansen en knelpunten benoemd voor herinrichting. Hoofdstuk 3 gaat tenslotte in op de inrichtingsschets met de inrichtingsaspecten. Hoofdstuk 4 gaat over het beheer met de beheervisie en de uitvoeringsaspecten van de natuurbegraafplaats.
1.2 Plangebied Het plangebied, ongeveer 22,8 hectare, ligt op Landgoed Prattenburg. Het plangebied zoals ingetekend op kaart is de buitengrens van de inrichtings- en beheermaatregelen die worden gedaan ten behoeve van het ontwikkelen van deze natuurbegraafplaats. Binnen deze grens bevindt zicht bestaand bos, wandelpaden, natte heide en andere landschapselementen. Het plangebied is bestaande natuur. Het is niet zo dat het gehele plangebied gebruikt gaat worden voor natuurbegraven vanwege beperkingen en randvoorwaarden die verder in dit document worden toegelicht.
Inrichtings- en beheerplan
5
INTERMEZZO - UITGANGSPUNTEN NATUURBEGRAAFPLAATS
Op een natuurbegraafplaats worden mensen begraven in volle harmonie met de natuur. Dat betekent dat de begraafplaats de natuurwaarden, waar mogelijk, verhoogt. Ook beleving, oriëntatie en begeleiding van de bezoeker is van belang. Onderstaand zijn de randvoorwaarden van dat laatste opgesomd. 1. Opgave voor het realiseren van een natuurbegraafplaats is het weren van storende elementen in beeld en geluid. Onder storende elementen wordt verstaan: “Elementen die als storend worden ervaren”. Op volgorde van mate van ergernis: 1. Snelweg/ N-weg 2. Bedrijventerrein 3. Kas 4. Grootschalige agrarische bebouwing 5. Hoogspanningsleiding 6. Manege 7. Zendmast 8. Windturbines (losse opstelling) 9. Hoogbouw 10. Golfbaan
2. Zintuigelijke prikkels veroorzaakt door de natuur, zoals de zang van vogels en het zicht van vlinders en grotere bosdieren worden gestimuleerd door beplantingskeuze.
3. Ook dient in het ontwerp alle planmatigheid vermeden te worden. 4. Opgave voor het realiseren van een natuurbegraafplaats waar hooggewaardeerde bosgemeenschappen ontbreken is bosgemeenschappen (plaatselijk) omvormen naar bos met een gevarieerde soortsamenstelling en afwisseling. Bron: Compendium -planbureau voor de leefomgeving, CBS en WUR)
* Bos Uit Alterra onderzoek is gebleken dat ‘men’ bossen met een gemengde opstand hoog scoorden. In nevenstaande afbeeldingen zijn de best scorende bostypen weergegeven. Deze vier staken met kop en schouders boven andere bosbeelden uit. De twee hoogst gewaardeerde bosbeelden tonen beide een gemengde opstand met spar/beuk en spar/ eik. Het verschil tussen deze twee bosbeelden is dat de één geen tweede boomlaag heeft en de ander wel. De overeenkomst is dat beide bosbeelden weelderig groen en grote, dikke volwassen loof- en naaldbomen laten zien en een open indruk wekken. Men waardeerde de bostypen vanwege hun soortsamenstelling (inclusief bodembedekking en ondergroei), kleuren en de natuurlijkheid oftewel ongereptheid of ruigheid. Openheid en afwisseling werden ook genoemd. Bron: Alterra-rapport 250
6
Natuurbegraafplaats Prattenburg
Inrichtings- en beheerplan
7
Natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
................................................................................................................................................................................................................. Ontwerp: Ruth
Projectnummer:
Natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
Datum: 2-3-2020
................................................................................................................................................................................................................. Ontwerp: Ruth
´ Natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg 0
50
100
´ Natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg
Projectnummer:
Legenda
1850
200 Meters
0
50
100
Esri Nederland; Kadaster; Herziening Alg. Kaart Nederland (t/m 1:192.000), TMK 1850 (t/m 1:6.000)
200 Meters
Datum: 2-3-2020
Legenda
1922
Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), Bonnebladen (t/m 1:6.000)
................................................................................................................................................................................................................. .................................................................................................................................................................................................................
Afbeelding 3. Historische kaart 1904: landgoed en grootschalige ontginningen.
´
Projectnummer:
Afbeelding 4. Historische kaart 1922: reliëf goed herkenbaar op deels nog woeste gronden.
Datum: 2-3-2020
Legenda 0
50
100
200 Meters
1950
´
Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Afbeelding 5. Historische kaart 1950: grootschalige bosaanplant na WOII. 8
Ontwerp: Ruth
Ontwerp: Ruth
Projectnummer:
Datum: 2-3-2020
Legenda 0
50
100
200 Meters
1980
Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Afbeelding 6. Historische kaart 1980: stedelijke ontwikkelingen Veenendaal en aanplant van bos. Natuurbegraafplaats Prattenburg
2
LANDSCHAPSANALYSE
Het plangebied van Natuurbegraafplaats Prattenburg ligt aan de noordkant van het landgoed, ten noordoosten van het kasteel. Het plangebied van de natuurbegraafplaats heeft landschappelijk gezien unieke eigenschappen ten opzichte van andere bestaande natuurbegraafplaatsen, zoals bijzondere hoogteverschillen en de historische rijkdom in de omgeving. Het plangebied op het landgoed ligt op de overgang van de stuwwal (Grebbeberg) met bossen naar het meer open en lagergelegen veengebied rond Veenendaal. Juist op de plekken waar meer variatie en overgangen aanwezig is, is er een hoge Natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg ecologische waarde te bereiken. In nevenstaande kaarten is de historische rijkdom
................................................................................................................................................................................................................. Ontwerp: Ruth
Projectnummer:
Hn21-VI
|h BEBOUW-cHn21-VI
Hn21-VII
Hn21-III Hn21-VII Zd21-VII Hn30-II
Hn21-III
cHn21-VII
gY30-VII
Legenda Bodemkaart
´
Y30
Holtpodzolgronden; grof zand
Hn21
Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Zd21
Duinvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Hn30
Veldpodzolgronden; grof zand
cHn21
Laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
|h BEBOUW
0
50
100
200 Meters
2.1 Historische ontwikkeling landschap Het landgoed wordt voor het eerst in 1474 genoemd als een boerderij met landerijen, wanneer het onder de naam “Grootveld” wordt verkocht. Wanneer de boerderij precies werd vervangen door een buitenplaats met de naam “Prattenburg” is onbekend.
Datum: 2-3-2020
U39Tnr104--
Zd21-VII
af te lezen in de historische kaarten. In dit hoofdstuk volgen de uitgangspunten die dit landschap verlangt om de natuurbegraafplaats in te richten, zodat deze een landschappelijke, ecologische en maatschappelijke meerwaarde kan vormen voor de regio.
Bebouwing
Esri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl
Rond het kasteel De buitenplaats Prattenburg dateert in zijn huidige opzet grotendeels uit de 19e eeuw. In de aanleg zijn laanstructuren aangebracht. De historische tuin- en parkaanleg -in landschapsstijl- kwam aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw tot stand. Het park rondom het kasteel werd in 1896 door Otto Schulz ontworpen en aangelegd. Leonard Springer heeft in 1922 de omgeving van het huis verfraaid door de aanplant van veel bloeiende heesters. Omstreeks 1901 werden twee natuurlijke vennetjes vergraven tot één grote, diep gelegen slingervijver die omgeven wordt door rododendrons en waarvan Hendrik Copijn de ontwerper geweest moet zijn. Bos, heide en vennetjes Net buiten de kern van het historische ensemble ligt het plangebied. In het begin van de vorige eeuw bestond het terrein uit zandkopjes en heidebegroeiing. In de eerste helft van de vorige eeuw bleef het terrein voornamelijk begroeid met heide en ruigte, maar geleidelijk aan werden stroken beplant met bos. Deze liggen voornamelijk in het noorden en aan de oostrand van het plangebied. Een deel van deze aanplant werd
Afbeelding 7. Bodemkaart met overwegend zandige bodems en centrale deel plangebied is dieper ontwaterd. Inrichtings- en beheerplan
9
1
Afbeelding 8. Bosbeeld van grove den en berk met natuurlijke verjonging
4
Afbeelding 11. Oostgrens van het plangebied (bezien vanuit de locatie van het beoogde informatiecentrum).
10
2
Afbeelding 9. Bosbeeld van grove den met weinig ondergroei.
5
Afbeelding 12. Beukenlaantje leidt van de Cuneraweg het plangebied in. Aan weerszijden een open schuur met rode pannen. De meest westelijke (rechts op bovenstaande foto) gaat functioneren als materieelhok en (tijdelijk) informatiecentrum voor geïnteresseerden.
3
Afbeelding 10. Open lage plek in het centrum van het plangebied.
6
Afbeelding 13. Bosbeeld: nieuwe bosaanplant. Dit deel ligt centraal in oostelijk plangebied. Er is hier klimaatrobuust plantmateriaal gekozen: soorten die de droogte zullen trotseren in de toekomst.
Natuurbegraafplaats Prattenburg
7 8
Afbeelding 15. Deel van het loopgravenstelsel achter de vier vuurstellingen voor Nederlandse artillerie in gemeente Rhenen.
2
8
5 Rentmeesterswoning
3
4 6 Afbeelding 16. Meest westelijke open bedding voor Duits luchtafweergeschut (Flak) in gemeente Rhenen.
7
1
5 Hoofdhuis
Afbeelding 14. Topografische kaart met bosvakken, open plekken en locaties foto’s.
Tuinmanswoning
Afbeelding 17. Bestaande oude beuken in noorden plangebied.
Koetshuis Inrichtings- en beheerplan
11
HOOGTE KAART
N16.01: Droog bos met productie
N06.04: Vochtige heide
Afbeelding 18. Hoogtekaart AHN plangebied met (micro)reliëf zichtbaar en omgeving.
Afbeelding 19. Ligging plangebied in bestaande natuur (NNN) met beheertype vochtige heide en productiebos.
Afbeelding 20. Bestaande dassenburchten en bufferzones (25 en 50 meter). Bron: Econsultancy 2024
Afbeelding 21. Resten artilleriestellingen en loopgraven aan zuidzijde plangebied. Bron: BAAC 2020
12
Natuurbegraafplaats Prattenburg
ook weer gerooid rond de oorlog en jaren ’50 (tijd van de wederopbouw en grote houtbehoefte). De bosstrook aan de oostgrens van het plangebied bleef bos. Geleidelijk aan verboste het hele plangebied. Uitgezonderd een laagte aan de westkant van het plangebied en een laagte in het centrum van het plangebied. Vermoedelijk oude vennetjes. Deze laagten zijn nog steeds herkenbaar op de hoogtekaart. De ontwikkeling van het landschap in het plangebied staat dus enigszins los van de ontwikkelingen in het gebied rond het huis. Esthetiek was rond het huis een leidend thema. Het plangebied was ook van functioneel belang. 2.2 Huidig landschapsbeeld Het huidig landschapsbeeld bestaat voornamelijk uit bos. De twee lagere delen in het plangebied (westgrens en in het centrum) zijn de twee meer open delen in dit bosgebied. In het bos zijn de volgende bossferen te onderscheiden: • Bosbeeld van grove den, eik en berk met natuurlijke verjonging. • Bosbeeld van grove den en berk met nauwelijks ondergroei. • Bosbeeld van Amerikaanse eik en grove den (nr. 7). • Bosbeeld van jonge klimaatbestendige aanplant (nr. 6). • Afwisselend bosbeeld van loof-en naaldhout en heide (westrand gebied). • Rabatten in noordzijde van het plangebied. Deze bosbeelden worden doorkruist door onverharde paden. Aan de kant van de Cuneraweg bestaat nog een kort (historisch waardevol) beukenlaantje (nummer 1).
Het hele plangebied kent interessante hoogteverschillen die door de natuur en de mens zijn gevormd. Vanwege de bodemtypes Veldpolzolgrond en Duinvaaggrond is het plangebied een geschikte groeiplaats voor een Vochtig Berken- en Zomereikenbos (PNV 7). In het midden van het plangebied zijn nog enkele rabatten aanwezig. Dit zijn zijn ondergewaardeerde, essentiële ecologische doorgangen. Ook maken rabatten het landschap leesbaar, ze zijn namelijk alleen te vinden op natte bodems. “Rabatten zijn bomenrijen op een verhoogde, lange wal waarlangs greppels lopen voor de ontwatering. Een rabattenbos is een authentiek Nederlands landschapselement, aangelegd ter
Inrichtings- en beheerplan
ontsluiting van (te) natte “goor” gebieden.” Vanaf de negentiende eeuw tot in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn talloze productiebossen zo aangelegd. 2.3 Archeologie, WOII en de Grebbelinie In opdracht van KSP Archeologie heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek (2020) uitgevoerd voor het plangebied landgoed Prattenburg. Tijdens een verkennend booronderzoek is door KSP-archeologie vastgesteld dat er binnen het plangebied diverse opvallende structuren aanwezig waren die in verband kunnen worden gebracht met militaire activiteiten uit de Tweede Wereldoorlog. Door het onverwacht aantreffen van deze resten is er besloten een aanvullend bureauonderzoek uit te laten voeren naar enkel de archeologische resten uit de oorlogsjaren. •
•
•
Binnen en rondom het plangebied bevinden zich verdedigingswerken van een artilleriesteunpunt van één van de meest bekende en belangrijkste Nederlandse verdedigingslinie uit de oorlog, de Grebbelinie, of Valleistelling, zoals de linie in 1939-1940 werd aangeduid en de resten van een Duitse Flakstellung (luchtafweerstelling). Het artilleriesteunpunt omvatte drie batterijen (1e, 2e en 3e) van de eerste afdeling van het 4e Regiment Artillerie (I-4RA) en bestond uit simpele veldversterkingen, al voor het uitbreken van de oorlog volledig gevechtsklaar gemaakt. De kanonnen stonden in de vuurposities, de loopgraven waren versterkt en de munitie stond uitgepakt paraat voor direct gebruik bij een mogelijke aanval. Vanuit deze vuurstellingen is tijdens de meidagen vuur afgegeven op het front nabij Veenendaal in het noorden en later vlak voor het terugtrekken ook op de Grebbeberg in het zuiden. Binnen het plangebied ligt verder een Duitse zware Flakstellung (luchtafweerstelling), die waarschijnlijk eind 1944 is aangelegd. Het gaat om een stelling voor zwaar luchtafweergeschut met een kaliber van 8,8 cm. In totaal bouwde de bezetter drie beddingen waarin een dergelijk kanon kwam te staan en een kleinere bedding voor lichter luchtdoelgeschut om de stelling tegen laagvliegende of aanvallende vijandelijke jagers te beschermen.
13
huidig e gem
eente
grens
Afbeelding 22. Archeologische verwachtingskaart met relicten WOII en onderzoeksgebied. 14
Natuurbegraafplaats Prattenburg
De bouw van de stellingen en het gebruik hiervan hebben tijdens de mobilisatie en de oorlogsjaren een aanzienlijke hoeveelheid sporen achtergelaten in het bodemarchief en in het landschap. Nagenoeg alle sporen zijn vandaag de dag nog met het blote oog aan het maaiveld zichtbaar. Het gaat vooral om resten van de hier aangelegde verdedigingswerken. Beide complexen (Nederlandse artilleriesteunpunt en een luchtafweerstelling uit de bezettingsperiode) kennen specifieke structuren die grotendeels volgens militaire voorschriften in het landschap zijn ingepast en aangelegd. Voor het Nederlandse artilleriesteunpunt geldt dat er resten van vuurstellingen, loopgraven (met daaraan munitienissen, wapenopstellingen, observatieposten en schuttersnissen), (munitie)opslagplaatsen, versperringen en afvalkuilen aanwezig kunnen zijn. Binnen het plangebied geldt voor de Duitse Flakstellung dat er mogelijke resten van de open beddingen (Feuerstelle), Deckungslöcher (eenmansgaten), munitieopslagen, MG-Feuerstelle (mitrailleursnesten), hulzenputten, afvalkuilen en versperringen aanwezig kunnen zijn. Voor beide complexen geldt dat het verwachte vondstmateriaal uit constructiemateriaal (hout, plaggen, metaal etc.), militaire uitrustingsstukken, voorwerpen, wapenonderdelen en persoonlijke voorwerpen van de militairen of civiele gebruiksvoorwerpen kan bestaan.
Daarnaast is het mogelijk dat in de verwachte structuren achtergebleven of gedumpt militair/civiel materiaal aanwezig is dat hier bij het verlaten en ontmantelen van de posities is ingegooid. Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat er binnen het plangebied sprake is van goed bewaard gebleven archeologische vindplaatsen uit de Tweede Wereldoorlog. Het gaat daarnaast om bijzondere complexen die als geheel intact en visueel in het landschap aanwezig zijn. Zeker artilleriesteunpunten die tijdens de meidagen van 1940 een rol hebben vertolkt zijn elders langs de Valleistelling na de gevechten verwijderd of grotendeels verstoord. Er wordt hierdoor geadviseerd om de bekende structuren (vindplaatsen) daarom intact te laten en deze in situ te bewaren, met uitzondering van de zone die als bouwlocatie is aangeduid. Wanneer het niet mogelijk is de vindplaatsen in situ te bewaren, wordt bij bodemverstorende activiteiten aanbevolen om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (protocol IVO-P) met een mogelijke doorstart naar een opgraving. Op basis van dit onderzoek is het mogelijk inzicht te krijgen in de
Inrichtings- en beheerplan
aanwezigheid van archeologische resten en de aard, ruimtelijke spreiding, diepteligging, conservering en gaafheid hiervan. Er wordt geadviseerd om het artilleriesteunpunt en de aan het maaiveld zichtbare resten van de Flakstellung te beschermen en beter zichtbaar en beleefbaar te maken door lage begroeiing bij te houden en waar dit mogelijk is te verwijderen. Dit dient zonder zware bosbouwmachines te gebeuren vanwege het risico op aantasting. Ook het rooien van bomen is onwenselijk vanwege de grote verstoringen die hierbij optreden. 2.4 Ecologie en dassenburchten Voor het grootste deel bestaat het uit het beheertype N16.01 “Droog bos met productie”. Daarnaast is ook het beheertype N06.04 “Vochtige heide” aanwezig. Er liggen dassenburchten binnen het plangebied. De sikkelsprinkhaan is een zeldzame soort in Nederland, waarvan waarnemingen binnen het plangebied bekend zijn. Er is een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Econsultancy (november 2020), de belangrijkste conclusies zijn: • Met de voorgenomen activiteiten dient voorkomen te worden dat dassenburchten worden vergraven, en dient voorkomen te worden dat verstoring van dassen plaatsvindt ter plaatse van de burchten. Door binnen een zone van 25 meter rondom de burchten geen natuurbegraven te laten plaatsvinden, wordt het vergraven van dassenburchten voorkomen.
Machinaal graven met een minigraver zorgt voor een relatief grotere verstoring dan enkel menselijke activiteit. Machinaal graven, met uitzondering van volledig elektrische machines, dienen daarom niet plaats te vinden binnen 50 meter van dassenburchten. In de zone tussen 25 meter en 50 meter van dassenburchten kan wel begraven worden, maar dient het graf handmatig of met volledig elektrisch graafmateriaal gegraven te worden. • Tot slot vindt er gedurende meerdere jaren vaak verschuiving plaats van de ligging van de dassenburchten. Het is daarom van belang om minimaal eens in de 3 jaar de ligging van de dassenburchten opnieuw te inventariseren door een deskundige op het gebied van dassen. Zo wordt voorkomen dat op de lange termijn alsnog een burcht vergraven of verstoord wordt. Als uit de
15
Projectspecifieke (doel)soorten
Afbeelding 23. Appelvink.
Afbeelding 24. Geelgors.
Afbeelding 25. Groentje.
Afbeelding 28. Heideblauwtje. Afbeelding 26. Das.
Afbeelding 30. Spaansgroene zomervlinder.
16
Afbeelding 27. Levendbarende hagedis.
Afbeelding 31. Sikkelsprinhaan.
Afbeelding 32. Zandhagedis.
Afbeelding 33. Hazelworm.
Afbeelding 29. Heidesabelsprinkhaan.
Natuurbegraafplaats Prattenburg
•
•
•
•
inventarisatie naar voren komt dat een burcht niet meer functioneel is, hoeft de voorgestelde bufferafstand bij de betreffende burcht niet meer gehanteerd te worden. Het is bij het graafwerkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de natuurgraven echter wel te adviseren om dit met de hand dan wel met kleine (elektrische) machines te doen. Het doen van onderhoudswerkzaamheden, zoals het verwijderen van de strooisellaag, dient volledige handmatig te gebeuren. Daarnaast wordt geadviseerd, indien de locaties van de in de winter te realiseren natuurgraven vóór de winter al bekend zijn, deze vrij te houden van dichte begroeiing en/of strooisellaag. Dit voorkomt dat er op deze locaties overwinterende hazelwormen aanwezig zullen zijn. Ook kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat dieren last hebben van bezoekers die enkel de reeds bestaande paden betreden; het gebied is groot genoeg om deze verstoring te ontvluchten. Negatieve effecten op de waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk door optische verstoring zijn op basis van al het voorgaande niet te verwachten. Eventuele snoeiwerkzaamheden ten behoeve van onderhoud buiten broedseizoen uitvoeren. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uit te laten voeren door een ter zake kundige.
Tot slot aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemeen voorkomende zoogdieren zoals haas, konijn en diverse muis- en spitsmuissoorten (realisatie graven en onderhoudswerkzaamheden).
Daarnaast zijn er door Econsultancy (augustus 2020) specifieke adviezen gegeven met betrekking tot inrichting en beheer met ecologische meerwaarde (in de bestaande natuur) van het plangebied. Een manier om het Natuurnetwerk binnen het plangebied te verbeteren is door inrichtings- en beheersmaatregelen te treffen voor de desbetreffende doelsoorten van het gebied. Het onderzoek is september 2024 geactualiseerd: daarbij zijn andere en meer dassenpijpen aangetroffen. Daarnaast zijn er bijburchten aangetroffen.
Inrichtings- en beheerplan
Appelvink in N16.01 De appelvink leeft voornamelijk van zaden van zoete kers, Spaanse aak en haagbeuk. Het aanplanten van dergelijke boomsoorten kan door een groter voedselaanbod een positief effect hebben op het aantal appelvinken. Geelgors in N16.01 Het aanplanten van laagblijvende inheemse struiken en heggen in de directe omgeving van agrarische percelen (bijvoorbeeld aan de zuidwestelijke rand van het plangebied) kan een positief effect hebben op de geelgors. Juist door het verdwijnen van deze landschapselementen in veel gebieden gaat deze soort de laatste decennia achteruit. Zo is de soort in vrijwel in heel West-Nederland verdwenen. Spechtensoorten en andere holenbroeders in N16.01 Het is aan te bevelen om (oude) dode bomen met holtes, indien deze geen gevaar opleveren voor bezoekers, te laten staan. Deze worden veelal gebruikt door verschillende soorten spechten, maar ook door vogelsoorten als de boomklever. Groentje in N06.04 Het groentje is een vlindersoort die met name voorkomt in heidegebieden en de overgang van heide naar bos. Ondanks dat de berk geen waardplant van het groentje is, wordt deze boomsoort veel gebruikt als zitplaats. Er wordt geadviseerd om bij het verwijderen van bosopslag bij de heidelocaties enkele berken te laten staan.
Heideblauwtje en heidesabelsprinkhaan in N06.04 Het heideblauwtje is een vlindersoort die haar eieren afzet op gewone dophei en struikhei. Door op de locaties met heide verschillende successiestadia te ontwikkelen en te behouden, kan er geschikt leefgebied voor deze soort gecreëerd worden. Dit kan door handmatig en kleinschalig te plaggen. Hierdoor ontstaan schrale situaties waar nieuwe dop- en struikhei zich kunnen vestigen. Door het plaggen te faseren ontstaan ook verschillen in vegetatiestructuur, hetgeen waar de heidesabelsprinkhaan van profiteert. Deze soort heeft namelijk zowel lagere als hogere vegetatie voor haar overleving nodig.
17
Afbeelding 34. Referentie bestaande wandelpaden behouden en onderhouden. 18
Natuurbegraafplaats Prattenburg
De doelsoorten, opgesteld voor de bovenstaande beheertypes, zijn slechts een klein deel van de totale biodiversiteit. Daarom is het ook belangrijk om inrichtings- en beheersmaatregelen te treffen voor andere soorten. Onderstaand worden een aantal soorten uitgelicht die binnen het plangebied zijn waargenomen. Das Er liggen dassenburchten binnen het plangebied. Het dieet van de das bestaat voor een groot deel uit regenwormen. In bepaalde periodes, met name tijdens vorst en droogte, zijn regenwormen minder of niet beschikbaar als voedselbron. De soort stapt dan veelal over op plantaardig voedsel zoals valfruit en bessen. De das kan daarom profiteren van het aanplanten van inheemse besdragende struiken als braam, gewone vlier en meidoorn en/of fruitbomen als appel en zoete kers. Levendbarende hagedis Door bepaalde delen met vochtige heide juist minder te onthouden, ontstaat er geschikt habitat voor de levendbarende hagedis; de soort prefereert namelijk een wat hogere vegetatie van heide en grassen.
Zandhagedis Het creëren van kleinschalige zandige stukken met een spaarzame vegetatie (door bijvoorbeeld kleinschalig plaggen) kan een positief effect hebben op de zandhagedis. Dit in het bijzonder wanneer er in de directe omgeving ook delen met hogere vegetatie en dood hout aanwezig zijn. 2.5 Recreatie en ontsluiting In het plangebied liggen momenteel meerder (onverharde) wandelpaden waarover recreanten het landgoed en de omliggende natuur bezoeken. Het is de bedoeling om deze paden her te gebruiken om het gebied beleefbaar te houden en de natuurbegraafplaats te ontsluiten. Het betreft bospaden die aantakken op het gedeelte van het landgoed om het kasteel en op de omliggende (bos)percelen. De paden liggen deels in een stiltegebied (Bestemmingsplan buitengebied Veenendaal) welke functie voor de toekomst behouden dient te blijven.
Sikkelsprinkhaan De sikkelsprinkhaan is een zeldzame soort in Nederland, waarvan waarnemingen binnen het plangebied bekend zijn. De soort zet haar eieren alleen af op appel, braam en sleedoorn. Door één of meer van deze soorten aan te planten wordt het voedselaanbod voor de sikkelsprinkhaan vergroot, hetgeen een positief effect kan hebben op een eventuele populatie binnen het plangebied. Spaansgroene zomervlinder De spaansgroene zomervlinder is een relatief zeldzame soort die binnen het plangebied voorkomt. De spaansgroene zomervlinder zet haar eieren alleen op bosbes af, een plantensoort die ook binnen het plangebied voorkomt. Het behouden van de bosbesstruiken heeft een positief effect op deze nachtvlindersoort.
Afbeelding 35. Bestaande wandelpaden ontsluiten in toekomst ook natuurbegraafplaats. Inrichtings- en beheerplan
19
Afbeelding 36. Concepttekeningen nieuwe kapschuur van hout.
Afbeelding 37. Zoeklocatie nieuwe kapschuur op voormalige boomkwekerij landgoed nabij Tuinmanswoning.
20
Natuurbegraafplaats Prattenburg
2.6 Verduurzaming Landgoed Prattenburg Er ligt reeds een plan voor de verduurzaming van het landgoed. Hierin staat onder andere de bouw van een nieuwe kapschuur met zonnepanelen voor het landgoedbedrijf in de voormalige boomkwekerij van het landgoed. Deze zonnepanelen dragen tevens bij aan de verduurzaming van de rijksmonumenten Cuneraweg 426 (tuinmanswoning) en de oude werkschuur (monumentnummers 506995 en 507004). De ontwikkeling van deze schuur wordt meegenomen in dit plan. De huidige werkschuur, eveneens een rijksmonument, wordt nu gebruikt voor het bosbouwbedrijf en voor het parkbeheer. De tegenwoordige machines van het bosbouwbedrijf zijn echter te groot voor de oorspronkelijke werkschuur. De wens is daarom een nieuwe kapschuur op het deel van het landgoed te realiseren waar oorspronkelijk de bomenkwekerij van het landgoed zich bevond. De kapschuur wordt zorgvuldig, landschappelijk ingepast in aansluiting op de bestaande heggen en zichtlijnen. Het is eveneens een functie die past bij de historie van deze plek. De schuur (maximaal 15x10 meter) zal worden vervaardigd van duurzaam hout van eigen landgoed. Een nieuwe kapschuur heeft ook belangrijke effecten op de verduurzaming van het park en de bedrijfsvoering van het bosbouwbedrijf (meer elektrische machines) door het uitvoeren van het dak met zonnepanelen.
Deze zonnepanelen zullen worden aangesloten op de naastliggende tuinmanswoning (Cuneraweg 426) hetgeen eveneens een rijksmonument is. Daarnaast zal de werkschuur een ruimte worden voor de toenemende groep tuin- en bosvrijwilligers. Hierdoor krijgen ook zij een passende plek op het landgoed.
Inrichtings- en beheerplan
2.7 Uitgangspunten inrichting Uit de landschapsanalyse, veldbezoek, ecologisch- en archeologisch onderzoek zijn uitgangspunten te benoemen voor de toekomstige inrichting, gebruik en beheer van het plangebied. Daarnaast zijn er vanuit het landgoed en Van Waarde enkele uitgangspunten naar voren gebracht: • Als uitgangspunt worden er maximaal 150 graven per hectare gerealiseerd, verspreid over enkele tientallen jaren. • De graven hebben een oppervlakte van maximaal 1 bij 2 meter. • De graafwerkzaamheden hebben betrekking op maximaal 5% van het plangebied. • Er worden geen gedenkstenen geplaatst op de graven. • Er worden geen bomen gekapt of nieuwe paden aangelegd voor de natuurbegraafplaats. • Er wordt geen nieuwe bebouwing geplaatst in natuurgebied, de bestaande bebouwing wordt gebruikt voor bijvoorbeeld diensten. • Dassenburchten beschermen. • Qua inrichting en beheer aansluiting zoeken bij doelsoorten. • Locaties met resten en structuren uit de WOII-periode behouden in situ en niet natuurbegraven. • Artilleriesteunpunt en de aan het maaiveld zichtbare resten van de Flakstellung beschermen en beter zichtbaar en beleefbaar maken door lage begroeiing bij te houden en waar mogelijk te verwijderen.
21
Afbeelding 38. Inrichtingsschets.
22
Natuurbegraafplaats Prattenburg
3
INRICHTING
3.1 Visie op de toekomst Natuurbegraven kan bijdragen aan het ontwikkelen van een gebied waarin het aangenaam vertoeven is en een interessante beleving vormt voor de bezoeker. De inrichting van natuurbegraafplaats Prattenburg maakt optimaal gebruik van de natuurlijk potentie om de plek zowel voor mens als plant en dier optimaal in te richten. Ingrepen zijn subtiel, maar effectief en bedoeld om eeuwigdurende waardevolle natuur te realiseren met behoud van archeologische en cultuurhistorische relicten. Een gemengd bos waar ruimte is voor zowel naald- als loofhout. Met doeltreffende inrichtings- en beheermaatregelen wordt de potentie van de bestaande natuurbeheertypes en landschap optimaal benut. Hierdoor ontstaat een zonering in zowel natuur, beleving als ontsluiting van de begraafplaats. Het centrale deel in Rhenen is met name bestemd voor natuur en rust, aan de zuidkant zijn met name de cultuurhistorische relicten te vinden en wordt de aansluiting gezocht met het landgoed. In de voorliggende inrichtingsschets is te zien dat in grote delen van het plangebied ruimte is voor natuurbegraven. Aan de noordzijde in de gemeente Veenendaal is relatief meer ruimte voor natuurbegraven dan in het zuidelijke deel in Rhenen.
3.2 Ondergrond nodigt uit tot variatie in bos In hoofdzaak worden en maatregelen getroffen om de natuurlijke ondergrond herkenbaarder en beleefbaarder te maken met ecologische meerwaarde. De inrichting voor de gehele natuurbegraafplaats is gebaseerd op de natuurlijke variatie die in de ondergrond aanwezig is. De bodemopbouw bepaalt de beplantingskeuze en het bosbeheer waardoor variatie in de bosopbouw en de beleving van het bos ontstaat. Hierdoor wordt het oriënteren van de recreant ook gemakkelijker.
Inrichtings- en beheerplan
In hoofdzaak wordt ingezet op een soortenrijker inheems (loof)sortiment wat past op de zandige ondergrond in het grootste deel van het plangebied. Hierin worden nuances aangebracht op basis van het reliëf wat aanwezig is. De locaties van de verschillende maatregelen zijn ook op de inrichtingsschets weergegeven en worden hierna toegelicht. Het sortiment wordt in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. Droog productiebos: met natuurbegraven In het grootste deel van het plangebied is droog productiebos aanwezig. Deze delen worden gevarieerder gemaakt met ecologisch meerwaarde. Dit wordt gedaan door nieuwe bomen en struiken aan te planten. Oude bomen blijven staan en de bosbessen als onderlaag vormen een waardevol groen tapijt van het bos. Hierdoor ontstaat een halfopen bos met doorzichten op korte afstand. Op langere afstand ontstaat een dicht en divers bos. Deze maatregelen hebben als doel de natuur te versterken en bieden deze delen ruimte voor natuurbegraven. Droog productiebos: versterken herkenbaarheid en beleefbaarheid reliëf (hoogtes). In het plangebied is nog kenmerkend microreliëf aanwezig. Deze delen van het plangebied worden versterkt met nieuwe bomen en struiken om lokaal een gemengd dicht bos te creëren. Hier is zowel ruimte voor (bestaand) naaldhout als loofhout.
Op de hogere delen wordt het bos juist zo beheerd dat het dichter wordt en de hoogtewerking van de zandkoppen versterkt. Hier worden tevens heestersoorten aangeplant die wintergroen zijn of al vroeg in het jaar een dicht beeld hebben. In de zones met opgaand reliëf is het niet gewenst om te begraven. De zones voor begraven liggen er juist tussenin wat een geborgen effect geeft. In het gebied met het
23
ontsluiting Natuurbegraafplaats vanuit omgeving
Ge
me
ent eV een me end ent aal eR hen en
Ge
bestaande wandelpaden ontsluiten bos en natuurbegraafplaats houten elementen (plek) voor informatie en uitrusten in entreezone minimaal 25 m afstand tot woningen en infrastrutuur omgeving zoekgebied nieuwe kapschuur nabij Tuinmanswoning
noord
: fase
zuid: f a
se 1
ent
inf ka orm m ntoo atie op ater r en , sla iaa l g
ree zon e
2
grafveldzones indicatief: zonder relicten, openheid, heide en burchten gebied met reliëf, open zones, natte heide, relicten en burchten: alleen natuurbegraven waar het kan paden in gebied dassen: geen wandelaars, enkel bezoekers begraafplaats
Afbeelding 39. Zonering natuur en begraven met fasering. 24
Natuurbegraafplaats Prattenburg
meeste reliëf liggen daarnaast de dassenburchten waardoor hier alleen op plekken kan worden begraven als dit echt ecologisch mogelijk is. Droog productiebos: versterken herkenbaarheid en beleefbaarheid reliëf (laagtes). Het streefbeeld van het bostype in de laagtes kent bijna alleen maar onderbegroeiing om een divers karakter voor de natuur en recreant te realiseren. Hier is het juist de bedoeling om de bosopslag te verwijderen. Deze delen zullen van nature ook natter zijn dan het hogere reliëf. Droog productiebos: versterken beleving open plekken De open ruimtes zijn momenteel al gekoppeld aan de paden en wandelaars kunnen deze zien vanaf de paden. Ze liggen ook in de buurt van de natste en laagste delen. Deze drie ruimtes dienen open te blijven voor een diverse bosbeleving en ecologische meerwaarde. Het beheer zo ingesteld dat oude bomen mogen blijven staan en de bosbes blijft zo tapijt van deze ruimte. Rondom deze open zones ontstaan geleidelijke overgangen van bos naar openheid met heesters (mantel-zoom) en grassen die weer goed leefgebied geven voor levendbarende hagedissen. Vochtige heide: versterken herkenbaarheid en beleefbaarheid De twee natste en meer open heidedelen (gemeente Rhenen) van het terrein zullen nog meer versterkt worden volgens het geldende beheertype.
Dit door de bosopslag te verwijderen en slechts enkele berken te laten staan ten behoeve van het Groentje. Het heideblauwtje en heidesabelsprinkhaan profteren van de aanwezigheid van deze heide.
Cultuurhistorie als inspiratie beheer en inrichting 3.3 Heesterranden rationele bospercelen De percelen bos zijn van oudsher rationeel en rechtlijnig opgezet in tegenstelling tot het organisch ontworpen deel van het landgoed. Op deze voormalige perceelsgrenzen en aan de buitenste randen van het plangebied wordt deze structuur weer versterkt. Door de randen (overgangen) te gaan beheren ontstaan lange rechte lijnen van struweel die het plangebied laten aansluiten op de omgeving en meer beschutting en privacy bieden voor mens en natuur. Het zijn als het ware landschapselementen in het bos die meerwaarde voor mensen en natuur bieden. Dit doordat ze een variatie herbergen aan soorten en structuren met een gradiënt van kruiden (zoom) naar heesters (mantel) en het aanliggende bos. Rabattenstructuur beheren: ecologische meerwaarde In het noorden van het plangebied in de gemeente Veenendaal zijn nog rabatten aanwezig. Deze worden (net zoals de heesterranden) zo beheerd dat er rechtlijnige beplantingselementen ontstaan. Deze hebben binnen het bosvak een ecologische meerwaarde en verhogen de dichtheid van het bos en daarmee privacy. WOII-relicten beter herkenbaar en beleefbaar maken De aan het maaiveld (zichtbare) resten van het artilleriesteunpunt en de Flakstellung worden beter beschermd, herkenbaar en beleefbaar gemaakt.
Door lage begroeiing (inclusief opschot bomen) te verwijderen worden deze relicten onderdeel van de beleving van de natuurbegraafplaats en WOII. Hierdoor ontstaat een gevarieerder bos met meerwaarde voor biodiversiteit.
Daarnaast is het van belang om kleinschalig en handmatig te gaan plaggen. Hierdoor ontstaan schrale situaties en verschillende successiestadia van heide naast elkaar. Door het plaggen te faseren ontstaan er verschillen in vegetatiestructuur, hetgeen waar de heidesabelsprinkhaan van profiteert. Deze soort heeft namelijk zowel lagere als hogere vegetatie voor overleving nodig.
Inrichtings- en beheerplan
25
Afbeelding 40. Bosrand met geleidelijke mantel-zoom overgang.
Afbeelding 44. Inspiratie gebruik zandzakken. 26
Afbeelding 41. Referentie takkenrillen langs pad voor geleiding bezoekers en plek voor hout uit beheer..
Afbeelding 43. Inspiratie vormgeving en gebruik van hout en aarde.
Afbeelding 42. Referentie houten element met informatiefunctie en afdak. Natuurbegraafplaats Prattenburg
3.4 Routing bezoekers Houtrillen als nieuw element in het bos Op houtrillen wordt het overtollige dode hout verzameld. De houtrillen worden gerealiseerd voor tal van reptielen en bijvoorbeeld de hazelworm. De elementen worden zoals te zien is op de inrichtingsschets op locaties gelegd die bijdragen aan de beleving van het bos. Daarnaast voorkomen deze takkenrillen dat wandelaars de kwetsbaarste delen betreden. De open delen en delen met dassenburchten, laagtes, hoogtes en natte heide. Deze natuurlijke sturing zorgt ervoor de open plekken en het reliëf wel beleefd kunnen worden maar niet kunnen worden verstoord. De impact op de natuur is hiermee minimaal. Er is geen bewegwijzering aanwezig in het bos zelf, enkel in de entreezone. Entreezone Rhenen Het plangebied kent meerdere bestaande entrees omdat het verbonden is met het landgoed en andere natuur in de omgeving door middel van wandelpaden en openbare wegen. Aan de zuidzijde in Rhenen is het de bedoeling dat het meeste bezoek zal arriveren. Al dan niet vanuit de tuin rond het hoofdhuis. In deze zone is ruimte voor twee kleinschalige houten elementen bij de entree zodat bezoekers even kunnen rusten en merken dat ze een speciaal stukje natuur betreden. In deze entreezone liggen ook de meeste resten van WOII. In maximaal twee kleinschalige houten elementen c.q.
informatieborden wordt stilgestaan bij deze extra laag in het plangebied met bijvoorbeeld een routebeschrijving, doelsoorten en achtergrondinformatie. Deze elementen worden met natuurlijke materialen gebouwd in de stijl van de bijgebouwen van het landgoed met een referentie naar de ligging van het gebied in de Grebbelinie. Denk hierbij aan natuurlijke materialen zoals zandzakken, hout en het gebruik van gestutte grond zoals in de loopgraven. Ceremonies en bijeenkomsten vinden plaats in het koetshuis bij het hoofdhuis. Twee bestaande schuurtjes op het terrein van het landgoed kunnen worden gebruikt als kantoor en voor opslag van materiaal. Rondom deze zone zijn nog bestaande lanen van het landgoed die daarmee de aansluiting vormen en een meer formeel karakter hebben. Parkeren vindt plaats op de bestaande parkeerplaats ‘Groene Entree Prattenburg’.
Inrichtings- en beheerplan
Wandelpaden in het burchtengebied zijn niet voor wandelaars bedoeld, enkel voor de bezoekers van de begraafplaats. Dit zal door middel van bordjes worden aangegeven bij de desbetreffende paden. Dit wordt gedaan om de druk op het dassengebied te verlagen. 3.5 Fasering in gebruik name De natuurbegraafplaats wordt in fases in gebruik genomen. De eerste fase ligt in zuiden (gemeente Rhenen) van het plangebied en is eenvoudig ontsloten dichter bij de entree. Hier bevinden zich tevens de bestaande twee houten schuurtjes die gebruikt worden voor ontvangst en als kantoor. De tweede fase ligt meer naar het noorden (gemeente Veenendaal) waar ook meer ruimte is voor daadwerkelijk begraven in iets grotere grafvelden. In de planvorming is uitgegaan van 150 graven per hectare dit is lokaal afhankelijk van bodem, water, reliëf, actuele en potentiële natuurwaarden. De exacte invulling van de grafvelden met individuele graven is dus een resultaat van de vraag naar begraafplaatsen. De zones met grafvelden zijn wel indicatief al aangegeven op kaart. Deze zones c.q. grafvelden waar hoofdzakelijk wordt begraven liggen niet in de meest kwetsbare gebieden met dassenburchten en archeologie. 3.6 Bestaande natuur behouden en versterken De voorgaande inrichtingsmaatregelen bieden in zijn geheel een betere beleving van het bos en een meerwaarde voor de biodiversiteit.
Het NNN wordt lokaal verbeterd en meer divers wat het bos tevens klimaatbestendig maakt. Met name voor de doelsoorten: Geelgors, Appelvink, Groentje, Heideblauwtje en Specht. Daarnaast bieden de inrichtings- en beheermaatregelen kansen voor andere soorten en de verhoging van de biodiversiteit. Dit zijn bijvoorbeeld de das, levendbarende hagedis, sikkelsprinkhaan, spaansgroene zomervlinder en zandhagedis. De maatregelen worden niet specifiek voor één doelsoort genomen maar voor meerdere waardoor andere soorten ook profiteren zoals insecten. Op deze manier wordt binnen de bestaande beheertypes de potentie zoveel mogelijk benut.
27
Maatregelen beheer natuurbegraafplaats
2025
2026
2027
Controle bouwwerken, bebording en entreezone met lanen jaarlijkse
inspectie
-->
2028
2029
2030
2031
2032
=>
Rhenen / Veenendaal Rhenen
Beheren openheid, laagtes en relicten, opschot weghalen
beide
Beheren vochtige heide: opschot weghalen en plaggen
Rhenen
Dichten van gaten in paden
jaar lijkse
inspectie
-->
beide
Verwijderen overtollige bladeren van paden + artilleriesteunpunt + Flakstellung
jaarlijkse
inspectie
-->
beide
Opsnoeien overhangende takken langs paden
jaarlijkse
inspectie
-->
beide
Beheren rabatten: overtollig hout op takkenrillen
Veenendaal
Begeleidingssnoei mantelvegetatie, hout op takkenrillen
beide
Maaien zoomvegetatie en afvoeren maaisel
beide
Bestrijden ongewenste soorten (invasieve exoten)
jaarlijkse
inspectie
Zwerfvuil verwijderen
ad hoc
-->
-->
beide beide
Afbeelding 45. Beheermaatregelen in de tijd gezet met als startpunt natuurbegraven in 2024.
28
Natuurbegraafplaats Prattenburg
4
BEHEER EN ONTWIKKELING
4.1 Potentie benutten Bosonderhoud wordt omgevormd van economisch bosonderhoud naar ecologisch bosonderhoud. Dit gaat langzaam zonder dat er vitale bomen gekapt wordt. Na de ingebruikname als natuurbegraafplaats blijft het bos zich door beheer en onderhoud verder ontwikkelen. De daarbij geldende uitgangspunten zijn: • Diversiteit aanbrengen in bosbeeld: soort en structuur beplanting, met name op basis van grondslag (PNV) en reliëf. • Diversiteit aanbrengen in leeftijd beplanting door gefaseerd beheer. • Toepassing van besdragend sortiment (vruchten en noten en/of bloeien) zodat er op elke periode van het jaar beplanting en voedsel beschikbaar is voor de verschillende (doel)soorten. • Toepassing van inheems én autochtoon plantmateriaal ten behoeve van biodiversiteit en klimaatadaptatie. • Behouden bosbes in ondergrond als groen tapijt van het bos. • Dood hout laten staan voor spechten en holenbroeders. Als dood hout een belemmering of gevaar vormt voor de bezoekers verplaatsen naar de takkenrillen. • Creëren van een snel afbreekbare strooisellaag voor een sterke bodemvitaliteit door aanplant van diverse soorten bomen en heesters. • Geen zware bosbouwmachines gebruiken in zone met WOII-relicten.
Inrichtings- en beheerplan
4.2 Ontwikkelen van een gevarieerd bosbeeld met inheems plantmateriaal Op basis van de ondergrond wordt er pluksgewijs beheerd om de onderstaande soorten te behouden en ruimte te geven. Invasieve exoten zoals Amerikaanse vogelkers worden intensief bestrijdt. Daarnaast dienen de onderstaande actief aangeplant te worden op de daarvoor benoemde locaties in het plangebied als aanvulling op de bestaande beplanting. Dit kan wanneer er al werkzaamheden plaatsvinden om nieuwe graven gereed te maken en tijdens het reguliere beheer van de open plekken, het gehele bos en de randen van het bos. Boomvormers en bomen in het bos Hoog en droog, toepassen op reliëf en in het zuiden van het plangebied: zoete kers, haagbeuk, Spaanse aak, winterlinde, hulst, appel. Laag en natter, toepassen rondom natte heide en in noorden plangebied: hazelaar, vuilboom, gewone vlier, zwarte els. Heesters in het bos Hoog en droog, toepassen op reliëf en in het zuiden van het plangebied: framboos, taxus, peer, lijsterbes, braam. Laag en natter, toepassen rondom natte heide en in noorden plangebied: vuilboom, grauwe wilg, geoorde wilg, appelbes, krent, sleedoorn en meidoorn.
29
Afbeelding 46. Koetshuis Prattenburg voor ceremonies en bijeenkomsten op korte afstand van plangebied.
30
Natuurbegraafplaats Prattenburg
4.3 Paden en entreegebied De halfverharde wandelpaden (bosgrond) door de natuur worden jaarlijks geïnspecteerd, hierop wordt beheer uitgevoerd. Dit beheer bestaat onder andere uit het dichten van grote gaten en/of plassen in de paden, het verwijderen van overtollig blad en het opsnoeien van te lage overhangende takken. Bovenstaande maatregelen gelden ook voor het entreegebied van het natuurgebied. De beeldbepalende beplanting in de entreezone bestaat uit laanbomen, inspectie en onderhoudssnoei is hierbij ook noodzakelijk. 4.4 Begraven en natuurbeheer Om de natuurfunctie en begraaffunctie goed op elkaar af te stemmen zijn de volgende principes van belang om rekening mee te houden in het (dagelijks) beheer. • Als de locaties van de in de winter te realiseren natuurgraven vóór de winter al bekend zijn, deze vrij te houden van dichte begroeiing en/of strooisellaag. Dit voorkomt dat er op deze locaties overwinterende hazelwormen aanwezig zullen zijn. • Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemeen voorkomende zoogdieren zoals haas, konijn en diverse muis- en spitsmuissoorten (realisatie graven en onderhoudswerkzaamheden). • Met de voorgenomen maatregelen dient voorkomen te worden dat dassenburchten worden vergraven, en dient voorkomen te worden dat verstoring van dassen plaatsvindt ter plaatse van de burchten.
Door binnen een zone van 25 meter rondom de burchten geen natuurbegraven te laten plaatsvinden, wordt het vergraven van dassenburchten voorkomen. Machinaal graven met een minigraver zorgt voor een relatief grotere verstoring dan enkel menselijke activiteit. Machinaal graven, met uitzondering van volledig elektrische machines, dienen daarom niet plaats te vinden binnen 50 meter van dassenburchten. In de zone tussen 25 meter en 50 meter van dassenburchten kan wel begraven worden, maar dient het graf handmatig of met volledig elektrisch graafmateriaal gegraven te worden. • Het is bij het graafwerkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de natuurgraven echter wel te adviseren om dit met de hand dan wel met kleine (elektrische) machines te doen.
Inrichtings- en beheerplan
• • •
Er dient met dubbellucht materieel gewerkt te worden om de bosbodem niet te beschadigen. Niet na een regenachtige periode het bos met materieel betreden ten behoeve van de bodemstructuur. Het doen van onderhoudswerkzaamheden, zoals het verwijderen van de strooisellaag, dient volledig handmatig te gebeuren.
4.5 Deelgebieden in beide gemeentes Vanwege de ligging van de natuurbegraafplaats in zowel de gemeente Rhenen als Veenendaal is in dit rapport waar mogelijk aangegeven op welk grondgebied de inrichtings- en beheermaatregelen plaatsvinden. Dit is uit de verschillende kaarten met tekstuele toelichting en de beheertabel te halen. De fasering voor de ontwikkeling is ook op deze twee deelgebieden gebaseerd.
31
Bijlage 2 Inrichtingsplan zonnepanelen
Landschappelijke inpassing van ca 300m² zonnepanelen op
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Landgoed Prattenburg – van historie naar nu
4
3. Huidige kenmerken en kwaliteiten
9
4. De ontwerpopgave en uitgangspunten
12
5. Visie en landschappelijke inpassing
13
Bronvermelding
15
Inpassing zonne-energie op het landgoed Prattenburg
Juni 2021
Opdrachtgever: Dhr. H. Van Asch-Van Wijck Cuneraweg 420 te Rhenen Opsteller: Ir. E.G.L de Kock Landschapsarchitect Spaarne 46 te Veenendaal e. mail@ruimteatelier.nl t- 06-30210159
2
1.
Inleiding
De opdracht, die de familie altijd heeft gevoeld en nageleefd gaat over het goed verzorgen van een landgoed, het in stand houden, ontwikkelen en doorgeven aan nieuwe generaties. De binding met de plek is generatie overstijgend en kenmerkt zich door een dienstbare houding. De samenwerking met vrijwilligers en openstellen van het bos met natuurlijke speel-elementen zijn voorbeelden van een dienstbare rol in deze tijd. Om dit landgoed voor de toekomst te behouden, zijn aanpassingen nodig. Eén van deze aanpassingen, is het duurzaam opwekken van de energie van het hoofdhuis en het koetshuis. Dit document geeft inzicht in de landschappelijke inpassing van de zonne-energie en maakt deel uit van de vergunningsaanvraag voor realisatie bij de gemeente Rhenen.
De zon scheen hier alle eeuwen, nu worden haar stralen opgevangen en gebruikt voor duurzaam woonplezier.
N 100m
Ligging van Prattenburg in Veenendaal
3
2. Landgoed Prattenburg - van historie naar nu Het landgoed is sinds eind 17e eeuw in het bezit van de familie Van Asch Van Wijck. Toentertijd was hier een hoofdhuis met boeren schuur ernaast. De schaapskooi op het landgoed verwijst naar de tijd dat hier een schaapskudde liep. Toentertijd lag het landgoed op de overgang van veen naar hogere zandrug met heidevelden. In de 19e en begin 20e eeuw is dit deel van de Heuvelrug bebost voor de houtproductie. Ook zijn er in de loop de tijd woningen gebouwd aan de Cuneraweg richting Amerongen. Deze zijn allen tot op de dag van vandaag bewoond. Het openbaar toegankelijke bos met statige lanen en kleinere paden over licht glooiend gebied, is voor de omgeving een zeer geliefd en veel gebruikt wandel- en fietsgebied. De familie leeft in de traditie van het zorgen voor het landgoed. Iedere generatie voelt zich verantwoordelijk voor het goed doorgeven van de plek aan de volgende generaties. Met in iedere periode haar eigen uitdagingen. De energietransitie ontwikkelt zich ook in de historische landgoederen. En vraagt om een zorgvuldige inpassing. Er is in dit landgoed onderscheid tussen het openbaar toegankelijke bos en de privéomgeving. De initiatief waar dit plan over gaat, bevindt zich in de privé parkomgeving. De kaart rechtsonder geeft de omvang van het Rijksbeschermde gebied met gebouwen en objecten weer.
De rode stip is de locatie van het kasteel met daarom heen een aantal gebouwen zoals het Koetshuis, schaapskooi, voormalige zondagsschool en woongebouwen.
Grondgebied landgoed Prattenburg Kasteel met privétuin en bijgebouwen
4
Ontwikkeling van het landschap door de eeuwen heen. Van onontgonnen heidegebied en veenlandschap naar een rijk bebost gebied. Van linksboven naar rechtsonder: 1. 1750 2. 1850 – Prattenburg zichtbaar op kaart 3. 1900 4. 1950 5. 2020
5
Het (privé) park rondom het kasteel is vormgeven als typisch Engels landschapspark. Kenmerkend voor de parkomgeving zijn de organische vormen, bomen- en heestergroepen en kronkelende paden. De tuin kent veel ronde vormen in de plattegrond. Deze kenmerken zorgen tijdens een wandeling voor veel verschillende zichtlijnen en beleving van het park. Als reactie op de strakke, symmetrische Franse tuinen, was dit een uiting van de mens in zijn relatie tot de natuur. Op onderstaande tijdlijn zijn de verschillende ontwikkelfasen te zien.
1474 Akte ‘Een bouwinge mit den getymer huijsinge… geheyten Prattenborch’
Beelden uit: Prattenburg, een kasteel met een boodschap? H. Hoogeveen - 2012
1694 Landgoed in bezit van familie Van Asch Van Wijck met laanaanleg in het Prattenburgse Bos. De basis van het landgoed met rechthoekige basisstructuur. Deze basis zal in latere fasen worden uitgebreid.
1887-88 Nieuw kasteel door architect Wentink en ‘Engelse werk’ in parkomgeving tegen de helling van de Utrechtse Heuvelrug
1896 Park rondom kasteel in Engelse landschapsstijl door Otto Schultz. De basis blijft rechthoekig, met daarbinnen de meer organische vormgeving.
1901 Vijverpartij en paden toegevoegd door Copijn en ligt aan we oostkant van het ontwerp van Otto Schultz.
1921 Extra heestergroepen toegevoegd door Leonard Springer
6
1956 Verbouwing en modernisering kasteel. Tijdens WOII is huidige nieuwe entree en routing richting kasteel aangelegd. Dit zorgde voor doorsnijding van een aantal structuren, waaronder de open kamer waar nu de zonne-energie ingepast wordt.
1975 Aanpassingen in de padenstructuur en nieuwe plantgroepen door Mien Ruys.
1984 Revitalisering van de aanleg door Vicky van Asch van Wijck met aantal deskundige landschapsarchitecten (Wirtz o..a.) om oude grandeur te herstellen. Verder ook hedendaagse toevoegingen met eigentijdse kunstwerken.
Vanaf 2020 Toekomstbestendig maken van bedrijfsvoering, panden en beheer. Onderdeel is eigen energie opwek.
Volgende generaties
7
Samenvattend: Fase 1: raster rechthoekige lanenstructuur (witte kader) Fase 2: Engelse Werk tegen helling (binnen groene kader – Rijksbeschermd)
1
Fase 3: Otto Schultz met aanleg binnen de laanstructuur (blauwe kader). Deze had wel een verbindingen met grotere geheel: een vista vanuit huis over grote gazon richting helling. Een Vista op Veenendaalse deel en een vista naar Cunerahoeve.
6
Fase 4: Landschapsvijver Copijn 1901
3 4
5
Fase 5: WOII ingrepen door structuur (asfaltweg, later nieuwe oprijlaan) Fase 6: 1956 nieuwe rotonde voor huis als nieuwe routing, ook verplaatsing entree huis van toren naar westzijde. Fase 7: Vicky van Asch van Wijck ontwikkelt vanaf ca 1984 de visie op de aanleg zoals het nu is.
2
Met in het licht gekleurde vlak, de kamer die we nu onderzoeken voor de landschappelijke inpassing van zonneenergie. Al deze fasen zijn doorontwikkelingen geweest op een sterke basis. Met respect voor het voorgaande, zijn nieuwe ontwikkelingen vormgegeven. De onderdelen zijn door de eeuwen heen één geheel gebleven. Luchtfoto anno 2021
8
3. Huidige kenmerken en kwaliteiten Het veld licht buiten de oorspronkelijke historische tuin. Het is een ruime kamer aan drie zijden omsloten door gemengd bos dat tot nu toe geclassificeerd is als ‘bouwland’. Deze voormalige akker, die sinds 1956 doorkruist is door de Cuneraweg, is één van de lange akkers op het landgoed. In de huidige situatie is het een extensief gemaaid kruidenrijk gazon. Qua ligging, ten zuidwesten van het koetshuis, is het in de beleving en gebruik een duidelijk op zichzelf staande landschapskamer. Aan de noordoostzijde vinden we één fysieke entree en een doorkijk vanaf het kasteel. De zuidwestzijde, tevens grens met de openbare weg en publiek toegankelijk Prattenburgs bos, is omsloten door een twee meter hoge, wintergroene haag. Zicht vanaf deze openbare weg (langzaam verkeer en bestemmingsverkeer) is enkel mogelijk, met enige moeite, vanaf de west hoek. Op dit veld staan drie speciale aangeplante bomen met de namen van kleinkinderen erbij. Deze bomen blijven uiteraard staan en zijn in het ontwerp mede richtinggevend. In de beleving en het gebruik, is het een omsloten kamer met een beperkte notie van het van oorsprong doorlopen van de kamer aan de andere kant van de Cuneraweg. Vanaf het pad bij het Koetshuis, passeer je deze plek richting kasteel en vervolg je je route. Er loopt geen pad door dit veld.
Vanaf de begane grond in het kasteel, is er geen zicht op dit veld. Vanaf de eerste verdieping deels wel. Dit is tevens leefruimte van de bewoners en belangrijk mee te nemen in het ontwerp. koetshuis
kasteel
haag
1
Vanaf een hoger gelegen wandelpad in het Engelse Werk (nr 1 op bovenstaande kaart) is er geen zicht op het veld. Het pad ligt ca 4 meter hoger. Wel zijn, met enige moeite, delen van het Koetshuis en Kasteel door de bosschages te zien. In de blauwe cirkel loopt een wandelaar langs. De maat van de wintergroene haag is zo goed te zien. koetshuis
kasteel
9
2 1
3
5
4
6
7
8
10
Toelichting op de foto’s 1. Met de rug naar het veld, laat deze foto de fysieke toegang tot het veld te zien. Op de achtergrond staat de wintergroene haag. 2. Vanaf het pad dat voor het koetshuis loopt, staat een ca 3 meter hoge wintergroene, strak geschoren haag. In deze lijn bevinden zich enkele kunstwerken. 3. Op deze plek is er een half transparante doorkijk over het veld naar het Prattenburgse bos. Een kunstwerk van 5 vliegende ganzen staat markant op de grens. Daarvoor is duidelijk een laagte te zien, die goed zichtbaar is op de hoogtekaart.
De volgende uitgangspunten voor het bereiken van de gewenste ruimtelijke kwaliteit, bepalen voor een groot deel het ontwerp: -
Beperken van de zichtbaarheid van de panelen vanaf het pad en (de eerste verdieping van) het kasteel tot het minimum beperken. De standplaats van de drie bomen met de namen van de kleinkinderen en daarmee de schaduwwerking. Het behoud van de beleefbaarheid van de bosranden met majestueuze bomen (gazon, ondergroei en boomkronen) De ligging ten opzichte van de zon en daarmee de oriëntatie van de panelen. De hoeveelheid panelen (ca 180) Parkeergelegenheid, enkele keren per jaar Het ondersteunen van de biodiversiteit ‘De Advieslijn zonnepanelen op historische landgoederen’: zonnepanelen worden niet zichtbaar geplaatst op hoofdgebouwen en in zichtlijnen van het ensemble, maar bij voorkeur op een ondergeschikte locatie die niet goed zichtbaar is vanuit de parkaanleg en daarmee geen visuele verstoring oplevert. De zonnepanelen zijn ten dienste van het landgoed zelf en er wordt geen cultuurhistorisch waardevol groen gekapt om de bezonning te verbeteren.