Perspectiefnota 2025-digitaal
Tekst van het document
Voordelige structurele ruimte 2023 slaat om in tekort
H 3.2
b.netto schuldquote Het kengetal over de netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de omvang van de schulden en de totale baten. De schuldquote geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en afschrijvingen op de exploitatie drukken. Hoe lager het percentage hoe beter. De komende jaren zien we een stijging van de schuldquote. In de concept jaarstukken 2023 bedraagt de schuldquote 61%. Het percentage neemt de komende jaren toe naar 111% in 2026. In de jaren na 2026 daalt de schuldquote licht en komt in 2028 uit op 107%. Volgens de landelijke signaalwaarden wordt een percentage van 130% als meest risicovol gezien. De sterke stijging van de schuldquote in 2024 wordt veroorzaakt door het doorschuiven van voorgenomen investeringen uit 2023. Verder heeft de raad besloten om naast de reguliere (vervangings)investeringen voor € 5 miljoen extra te investeren in 15 flexwoningen, aankoop locatie Maatsteeg en het kunstgrasveld op sportpark Candia. Tenslotte zien we de omvang van de eigen financieringsmiddelen de komende jaren dalen. Ondanks de extra investeringen en de dalende eigen financieringsmiddelen ligt de schuldquote in 2025 gelijk aan het percentage uit de meerjarenraming van de begroting 2024. Dit heeft alles te maken met de toegenomen baten. Dit heeft een verlagend effect op het huidige percentage.
170%
Netto schuldquote stabiliseert na 2025
150% 130% 110%
7,0%
90%
5,0%
70%
3,0% 1,0%
50% JRR 2023
-1,0%
VJR2024
PPN 2025-25
PPN 2025-26
PPN 2025-27
PPN 2025-28
-3,0% -5,0% -7,0%
JRR 2023
BGR2024
PPN2025-25
PPN2025-26
PPN2025-27
PPN2025-28
35
Financieel beeld
c.solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het solvabiliteitspercentage is berekend door het eigen vermogen af te zetten tegen het totale vermogen. Hoe hoger de solvabiliteit, hoe beter de weerbaarheid van de gemeente omdat het aandeel van het eigen vermogen groter is dan de schuld. De solvabiliteit laat al enige jaren een langzaam dalende tendens zien. Bij de jaarstukken 2021 bedroeg de solvabiliteit 35%. In het huidige perspectief daalt de solvabiliteit in 2028 naar 26%. De daling betekent dat een groter aandeel van het (balans)bezit is gefinancierd met schulden. Het effect hiervan is zichtbaar in de hoogte van de vaste schulden en de oplopende schuldquote. De daling van de eigen financieringsmiddelen en het investeringsvolume zijn de belangrijkste oorzaken. Het is belangrijk om te realiseren dat de balans van de gemeente geen volledig beeld geeft van de vermogenspositie. Dit hangt samen met de specifieke wet- en regelgeving. Het kengetal over de solvabiliteit is relevantie toegenomen omdat de hoogte (>20%) mede bepalend is voor een onttrekking aan de algemene reserve om structurele lasten te dekken.
80%
H 3.2
hoogte van de schulden vertroebelen. In het licht van de financiële positie is het ambtelijk advies om de ontwikkeling van de schuldquote nadrukkelijker te betrekken bij de afweging van investeringsvoorstellen. Overige informatie financiële positie Onlangs heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek het eigen vermogen van alle gemeenten gepubliceerd. We hebben deze informatie als aanvulling op de financiële positie van de gemeente opgenomen. De verstrekte gegevens zijn gebaseerd op 2022 en uitgedrukt in een bedrag per inwoner. Van alle gemeenten had Amsterdam eind 2022 met € 9.046 het hoogste eigen vermogen per inwoner. Behalve Amsterdam blijken ook de allerkleinste gemeenten van het land een relatief hoog eigen vermogen te hebben. Het gemiddelde bedrag in Nederland bedraagt € 2.257 per inwoner. De gemeente Rhenen ligt met € 1.592 per inwoner ruim € 600 lager dan het landelijk gemiddelde. In vergelijking met gemeenten van dezelfde omvang is het verschil circa € 100 per inwoner. Tenslotte is in januari 2024 het jaarlijkse BDO-Benchmark Nederlandse Gemeenten gepubliceerd met als titel ‘Onbalans taken en middelen bedreigt slagkracht gemeenten’ (een onwerkbaar financieel perspectief). In dit rapport is de financiële positie van gemeenten beoordeeld op basis van de landelijke financiële kengetallen over 2022.
Dit jaar zijn de financiële prestaties niet alleen gebaseerd op het verleden, ook de begrotingen (2023-2027) zijn meegewogen in de rapportcijfers. De financiële positie van Rhenen over 2022 wordt gewaardeerd met een rapportcijfer 8. Hiermee bezet onze gemeente plaats 35 van de 113 gemeenten met < 25.000 inwoners.
Solvabiliteit daalt langzaam maar gestaag
60%
40%
Ombuigingen 2025 – 2028
20%
0% JRR 2023
VJR2024
PPN 2025-25
PPN 2025-26
PPN 2025-27
PPN 2025-28
Bij de cijfers over de schuldquote en de solvabiliteit moet nog wel een slag om de arm worden gehouden. Voor de berekening is voortgeborduurd op de concept cijfers uit de jaarstukken 2023. Het gepresenteerde beeld zal naar verwachting niet significant veranderen. Een andere kanttekening is dat de besluitvorming over de passantenhaven niet in de hiervoor genoemde cijfers is verwerkt. Tenslotte is het belangrijk om te weten dat meerdere kengetallen worden uitgedrukt in een percentage van de baten. Dit kan het beeld en daarmee het oordeel over de
Inleiding De financiële situatie voor gemeenten is al enige tijd onzeker, vooral als “Den Haag” vasthoudt aan een bezuiniging van 3 miljard euro op het gemeentefonds. Het aantal gemeenten met (meerjarige) tekorten neemt alleen maar toe. Ook de cijfers van onze gemeente kleuren rood. De koepelorganisatie VNG adviseert gemeenten zich voor te bereiden op ombuigingen. Het advies van de VNG luidt dan ook prepare for the worst, hope for the best. Onder dit gesternte heeft de gemeente Rhenen dan ook in maart van dit jaar besloten om een ombuigingstraject te starten. In mei zijn we daarom begonnen met het aantrekken van een projectleider en is een ambtelijke werkgroep gestart met het in kaart brengen van mogelijke ombuigingen. Hierbij moet enerzijds worden voorkomen dat we te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen 36
Financieel beeld
in gang zetten. Tegelijk mag ook niet worden gedraald als hiermee onze financiële positie kan worden verbeterd dan wel wordt voorkomen dat we drastisch moeten interen op onze reserves en mogelijke tegenvallers niet meer kunnen opvangen. Advies VNG Na de komende meicirculaire komt de VNG met een nieuw begrotingsadvies. Voor nu is het devies: stel een reële meerjarenbegroting 2025-2028 op en breng de maatregelen in beeld die nodig zijn om het tekort te laten verdwijnen, met zowel de financiële als inhoudelijke consequenties. Daarvoor zijn er een aantal mogelijkheden: (deels) dichten door het verhogen van de onroerendezaakbelasting, het bijstellen van de niveaus van onderhoud openbaar groen, het al dan niet aanpassen en toepassen van eigen bijdrages waar mogelijk, bezuinigingen op autonome taken en – vooral – bezuinigingen op medebewindstaken. Aanpak Vooruitlopend op de begroting 2025 starten wij nu met het ombuigingsproces; waar kan de gemeente op besparen en welke zaken kunnen op een andere, efficiëntere en kosten effectievere wijze worden uitgevoerd c.q. waar kunnen meer middelen worden gevonden. Wij willen daarbij handelen vanuit een duidelijke kaderstelling door de raad. Het beoogd effect bestaat uit een zorgvuldig afwegingsproces van toekomstige ombuigingsmaatregelen.
H 3.2
Bij het opstellen van de begroting 2025 – 2028 is het doel om een pakket maatregelen te presenteren waarmee in ieder geval het jaar 2025 sluitend gemaakt kan worden. Om te komen een tot een structureel en reëel sluitend meerjarenperspectief richten wij ons op de perspectiefnota 2026. In de scope van de opdracht blijft niets buiten beeld. Het volledige (huidig én toekomstig) takenpakket van de gemeente wordt onderzocht. Werkwijze Zowel bestuurlijk als ambtelijk leven er de nodige ideeën welke ombuigingen wel of niet gewenst zijn en welke wel of niet bij kunnen dragen een het verbeteren van de financiële positie van de gemeente. Daarom zullen alle stakeholders in deze bevraagd moeten worden. Omdat Zero Based Begroten (ZBB) al was voorgenomen voor dit jaar zal deze begrotingstechniek, waarbij elke uitgave vanaf nul wordt beoordeeld en bepaald, mede worden gebruikt om te komen tot een technische ombuigingslijst. De start hiervan is voorzien voor eind mei/begin juni met een doorlooptijd van 12 weken. De begroting 2025 zal dan in ieder geval kunnen worden opgesteld op basis van de zero-based techniek waarmee het realistisch gehalte hiervan verder toeneemt. Zogenaamde quick-wins die uit het ombuigingsproces tevoorschijn komen kunnen dan ook al worden ingeboekt. Naar verwachting zullen deze eerder incidenteel dan structureel van aard zijn.
En zoals hiervoor weer gegeven vereisen structurele ombuigingen ook een zorgvuldig afwegings- en besluitvormingsproces waarbij een consultatie van onze inwoners niet mag worden overgeslagen.
37
H 3.1
Financieel beeld
3.3
Exploitatie
Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: 3.3.1 Inleiding 3.3.2 Exploitatie 2025 3.3.3 Toelichting op de exploitatie 2025 38
Exploitatie
3.3.1 Inleiding De exploitatie van een gemeente bestaat uit de baten en lasten inclusief reserves van zeven programma's. Een programma is een samenhangende verzameling van activiteiten. Deze worden uitgevoerd om de beoogde bestuurlijke doelen van een programma te realiseren. Een belangrijk onderdeel van de perspectiefnota is het actualiseren van de budgetten van de meerjarenbegroting 2024 inclusief de vastgestelde wijzigingen. Dit is nodig om tijdig te kunnen anticiperen op mogelijke tekorten of inzicht te krijgen in een positieve ontwikkeling van het resultaat. Tekorten dienen bij het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 te zijn opgelost. In het licht van de huidige tekorten lijkt de opgave om in de begroting 2025 voor alle jaren een sluitende begroting te presenteren niet haalbaar. Daarom richten wij ons bij de begroting op het sluitend krijgen van het eerste jaar (2025). Dit is tevens een eerste stap om na 2028 een structureel sluitende begroting te krijgen. De maatregelen die moeten leiden tot een meerjarige sluitende begroting zullen uiterlijk bij de Perpsectiefnota 2026 worden gepresenteerd. We verwachten daarmee de solide financiële positie van de afgelopen jaren in ere
te herstellen zodat we met elkaar kunnen blijven werken aan een (nog) mooier Rhenen. Om tot actuele prognoses voor de jaren 2025 tot en met 2028 te komen hebben in april gesprekken met de budgetverantwoordelijk medewerkers plaatsgevonden. In die gesprekken zijn de voorlopige uitkomsten van de jaarstukken 2023 en de realisatie tot april 2024 meegewogen. Hoewel de nieuwe prognoses op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen blijft het moeilijk om sommige budgetten vooraf goed te voorspellen. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van de open einde regelingen en de fluctuaties in de uitkering uit het gemeentefonds.
3.3.2 Exploitatie 2025 In onderstaande tabel is per programma de ontwikkeling van het resultaat 2025 na vaststelling van de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 - 2028 in beeld gebracht. Ter vergelijking zijn in de laatste twee kolommen de actuele prognoses voor 2024 en de conceptcijfers van de jaarstukken 2023 gepresenteerd. Na de tabel is een link-qr-code opgenomen met de specificatie per deelprogramma en per product.
Boekjaar 2025
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
vastgesteld in november 2023
vastgestelde wijzigingen tot perspectiefnota
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsnota
concept werkelijk
Programma 1 - Bedrijfsvoering
10.422 N
81 N
345 N
10.848 N
11.718 N
10.854 N
Programma 2 - Dienstverlening
531 N
27 N
66 V
492 N
547 N
569 N
Programma 3 - Fysiek
3.752 N
316 N
315 V
3.753 N
5.215 N
4.021 N
Programma 4 - Sociaal maatschappelijk
20.116 N
211 N
3.702 N
24.030 N
22.657 N
21.403 N
Programma 5 - Economie & toerisme
1.300 N
71 N
67 N
1.437 N
1.532 N
1.185 N
Programma 6 - Veiligheid & handhaving
2.437 N
22 N
46 N
2.505 N
2.567 N
2.272 N
Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen
41.375 V
925 N
769 N
39.681 V
42.326 V
41.300 V
Geraamd resultaat
2.817 V
1.653 N
4.548 N
3.384 N
1.910 N
996 V
(€ x 1.000)
H 3.3
Specificatie per deelprogramma
Specificatie per product
39
Exploitatie
3.3.3 Toelichting exploitatie 2025 In dit onderdeel vindt per programma een verdieping van de financiën per programma plaats. Ter vergelijking zijn ook de actuele prognoses 2024 en de concept cijfers over 2023 gepresenteerd. Na de programmatabel zijn de voorgestelde wijzigingen uit voor 2025 toegelicht. De toelichting vindt plaats op het niveau van het (deel)programma waarbij een onderscheid is aangebracht
H 3.3
tussen de baten, lasten, onttrekking reserves en de toevoegingen aan de reserves. Dit sluit aan bij de analyse zoals die in de jaarstukken 2023 heeft plaatsgevonden. In vergelijking met eerdere planning en control producten is sprake van een wijziging. Naast het feit dat het meer inzicht biedt voor uw raad is bij de jaarstukken de relatie met de rechtmatigheidsverantwoording eenvoudiger te leggen.
PROGRAMMA 1 - BEDRIJFSVOERING Boekjaar 2025
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
vastgesteld in november 2023
vastgestelde wijzigingen tot perspectiefnota
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsnota
concept werkelijk
Baten
51 V
2V
121 V
174 V
239 V
223 V
Lasten
10.516 N
83 N
466 N
11.065 N
12.245 N
11.093 N
Saldo van baten en lasten (A)
10.449 N
96 N
345 N
10.891 N
12.006 N
10.870 N
Onttrekking uit reserves
42 V
0N
0N
42 V
288 V
189 V
Toevoeging aan reserves
0N
0N
0N
0N
0N
172 N
Mutaties reserves (B)
42 V
0N
0N
42 V
288 V
16 V
10.422 N
81 N
345 N
10.848 N
11.718 N
10.854 N
(€ x 1.000)
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) 1.1
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Hogere lasten programma Bedrijfsvoering: € 466.000 nadelig a. Hogere lasten van het deelprogramma Bestuur: € 74.000 nadelig
74 N
Begroting FoodValley (€ 24.000 N): Gewijzigde verantwoording programmamanagers uitvoering strategische agenda FoodValley. Bij de inhoudelijke programma's is sprake van een voordeel. Pensioenen (voormalig) wethouders € 26.000 N: Betreft actualisatie van de pensioenbetalingen aan de voormalig wethouders, pensioenverplichtingen van de niet gepensioneerden en de uitvoeringskosten. Overige (€ 24.000 N): kleinere verschillen waaronder een hogere bijdrage aan GGU fonds van de VNG (€ 10.000 N)en ICT budget voor Notubizz (€ 10.000 N). b. Hogere lasten van het deelprogramma Organisatie: € 240.000 nadelig Inhuur P&O (€ 70.000 N): het budget voor de inhuur van de salarisadministrateur is overgeheveld van deelprogramma 1.3 'Facilitair'.
Extra formatie uitbreiding (€ 90.000 N): tijdelijke uitbreiding communicatie met 1 FTE. Betreft een communicatiespecialist duurzaamheid voor een periode van 3 jaar (2024: € 90.000 N). Dekking vindt plaats uit de CDOKE gelden (zie baten). Per saldo een budgettair neutraal effect. Formatie-uitbreiding bedrijfsvoering (€ 70.000 N): bijstelling loonkosten formatie-uitbreiding bedrijfsvoering uit de kadernota 2024. Overige (€ 10.000 N): diverse kleinere verschillen c. Hogere lasten van het deelprogramma Facilitair: € 151.000 nadelig
240 N
151 N
Verlofsparen (€ 25.000 N): toename medewerkers aan regeling verlofsparen waardoor de toevoeging aan de voorziening structureel is verhoogd. Informatieveiligheid (€ 15.000 N): in het verleden per abuis budget informatieveiligheid vanaf 2025 verlaagd. Toerekening prijsinflatie (€ 79.000 N): budgetten automatisering,
40
Exploitatie
H 3.3
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) informatisering en overige kantoorkosten opgehoogd naar prijsniveau 2024. Dekking uit budget stelpost prijsinflatie (zie deelprogramma 7.2 'Algemene dekkingsmiddelen). Energielasten vastgoed (€ 12.000 V): de energielasten van het eigen vastgoed (gemeentehuis en locatie Remmerden) en het buiten gebruik gestelde vastgoed zijn door de lagere energiekosten gedaald. Overige personeelskosten (€ 18.000 N): toename reis- en verblijfkosten, internetvergoeding door personele uitbreiding. Overige (€ 26.000 N): kleinere verschillen waaronder bijstelling werving en selectie (€ 10.000 N), kantinekosten (€ 20.000 N), beheer dorpshuis Elst (€ 16.000 N). 1.2
Hogere baten programma Bedrijfsvoering: € 121.000 voordelig a. Hogere baten van het deelprogramma Organisatie: € 90.000 voordelig
90 V
Uitbreiding formatie (€ 90.000 V): de personele uitbreiding met een communicatiespecialist duurzaamheid voor 3 jaar wordt gedekt uit de inkomsten van CDOKE. b. Hogere baten van het deelprogramma Facilitair: € 30.000 voordelig
30 V
Exploitatiebaten eigen gemeentelijke gebouwen (€ 28.000 V): bijstelling huuropbrengsten gemeentehuis voornamelijk door inhuizing GGD. Overige (€ 2.000 V): diverse kleinere verschillen. Saldo van baten en lasten (A)
345 N
Geraamd resultaat (A+B)
345 N
41
41
Exploitatie
H 3.3
PROGRAMMA 2 - DIENSTVERLENING Boekjaar 2025 (€ x 1.000)
vastgesteld in vastgestelde wijzigingen november 2023 tot perspectiefnota
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsnota
concept werkelijk
Baten
419 V
41 N
8V
386 V
391 V
314 V
Lasten
950 N
15 V
58 V
878 N
938 N
883 N
Saldo van baten en lasten (A)
531 N
27 N
66 V
492 N
547 N
569 N
Onttrekking uit reserves
0N
0N
0N
0N
0N
0N
Toevoeging aan reserves
0N
0N
0N
0N
0N
0N
Mutaties reserves (B)
0N
0N
0N
0N
0N
0N
531 N
27 N
66 V
492 N
547 N
569 N
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) 2.1
Lagere lasten programma Dienstverlening: € 58.000 voordelig a. Lagere lasten deelprogramma Rhenense Publieksbalie: € 58.000 voordelig
58 V
Tweede Kamerverkiezingen vervroegd € 59.000 (V): de Tweede Kamerverkiezingen hebben in november 2023 plaatsgevonden in plaats van in maart 2024. In de primitieve begroting was rekening gehouden met deze kosten. Overige verschillen € 1.000 (N): Diverse kleine verschillen. 2.2
Hogere baten programma Dienstverlening: € 8.000 voordelig
a. Hogere baten deelprogramma Rhenense Publieksbalie: € 8.000 voordelig
8V
Hogere legesopbrengst € 8000 (V): door toerekening van het gewogen inflatiepercentage. Saldo van baten en lasten (A)
66 V
Geraamd resultaat (A+B)
66 V
42
Exploitatie
H 3.3
PROGRAMMA 3 - FYSIEK Boekjaar 2025
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
vastgesteld in november 2023
vastgestelde wijzigingen tot perspectiefnota
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsnota
concept werkelijk
Baten
7.801 V
27 N
1.199 V
8.973 V
7.750 V
6.843 V
Lasten
11.620 N
439 N
937 N
12.996 N
12.692 N
11.103 N
Saldo van baten en lasten (A)
3.819 N
466 N
262 V
4.023 N
4.942 N
4.260 N
Onttrekking uit reserves
91 V
150 V
53 V
293 V
1.149 V
1.789 V
Toevoeging aan reserves
24 N
0N
0N
24 N
1.422 N
1.550 N
Mutaties reserves (B)
67 V
150 V
53 V
270 V
273 N
239 V
3.752 N
316 N
315 V
3.753 N
5.215 N
4.021 N
(€ x 1.000)
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) 3.1
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Hogere lasten van het programma Fysiek: € 937.000 nadelig a. Lagere lasten deelprogramma Verkeer en openbare ruimte: € 96.000 voordelig Het voordeel binnen dit deelprogramma wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere doorbelasting van rente aan de investeringen. Dit komt door verschuivingen van de investeringsplanning over de jaren en door een lager renteomslagpercentage. Voor uitleg zie deelprogramma 7.2. Het totale structurele voordeel binnen dit deelprogramma op de kapitaallasten is hierdoor € 96.000 (V). Lagere kapitaallasten (€ 96.000 V): Lagere kapitaallasten voornamelijk op investeringen bij riolering en de voertuigen Exploitatie afval (€ 47.000 N): Het bijstellen van de afvalambitie levert een structureel nadeel op van € 47.000 (N). Verschuiving formatie (€ 32.000 V): Het betreft de budgettair neutrale verschuiving van een halve formatie groene BOA naar DP 6.2. Bijstelling energiebudgetten (€ 52.000 V): De verwachting is dat de energieprijzen structureel op een lager niveau zullen blijven. Indexering (€ 31.000 N): Budgetneutrale indexering van diverse budgetten op prijsniveau 2024. Dit is budgetneutraal, zie deelprogramma 7.2 Overige (€ 6.000 N): Diverse kleinere verschillen.
96 V
b. Hogere lasten van deelprogramma Ruimtelijke ontwikkeling € 1.044.000 nadelig
1.044 N
Het hoge nadeel op de lasten van dit deelprogramma wordt veroorzaakt door een (budgettair neutrale) actualisatie van de grondexploitatie Achterberg West 2. Verder nemen de kosten voornamelijk toe door hogere kosten omgevingsdienst en de exploitatielasten van 15 flexwoningen. Omgevingsdienst (€ 115.000 N): De kosten van de OdrU nemen structureel toe met € 115.000 (N) als gevolg van loon- en prijsstijgingen ad € 53.000 (dekking stelpost prijsstijgingen), noodzakelijke structurele formatieuitbreiding ad € 41.000 (N) en toename van de af te nemen uren ad € 21.000 (N). Grondexploitatie Achterberg West 2 (€ 674.000 N): Voor de jaarrekening 2023 heeft een actualisatie van de grondexploitatie Achterberg West 2 plaatsgevonden. Hierbij zijn ook de jaarschijven 2024-2026 geactualiseerd. De plankosten zijn ten opzichte van de begroting 2024 voor 2025 en 2026 respectievelijk € 102.000 (N) en € 417.000 (N) hoger geraamd. Daar tegenover staat dat de verkoopopbrengsten zijn doorgeschoven naar 2025 en 2026 (zie baten) Het saldo van de mutaties wordt op de balans onderhanden werk gemuteerd waarmee de mutaties budgettair neutraal zijn. 43
Exploitatie
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Verkoop locatie voormalige Springplank (€ 62.000 N): Voor de verkoop van de locatie voormalig Springplank dienen voorbereidingskosten te worden gemaakt. Dit zijn kosten voor inzet van een projectleider en inhuur van een planeconoom en juridisch advies. Voor 2025 en 2026 worden respectievelijk € 62.000 (N) en € 32.000 (N) als voorbereidingskosten geraamd. De verwachting is dat deze kosten worden goedgemaakt met de te realiseren grondopbrengsten. Aankoop perceel Maatsteeg 20 (€ 34.000 N): Op 29 maart 2024 heeft de raad ingestemd met de aankoop van de Maatsteeg 20. De structurele lasten betreffen de rente- en afschrijvingskosten over de investering. Er is nog geen rekening gehouden met eventueel te genereren inkomsten van het perceel. Flexwoningen Binnenweg (€ 166.000 N): De raad heeft februari 2024 besloten tot de realisatie van 15 flexwoningen aan de Binnenweg. Vanaf 2025 worden de exploitatielasten structureel in de begroting geraamd. Tegenover de exploitatielasten staan de huuropbrengsten (zie baten). Conform het geamendeerde raadsbesluit worden de resterende exploitatie tekorten gedekt ten laste van de algemene reserve. Overige (€ 7.000 V): Diverse kleinere verschillen. c. Lagere lasten deelprogramma Duurzaamheid: € 11.000 voordelig
(cao stijging) ad € 107.000 en de toe te rekenen BTW ad € 37.000 over de kosten van de afvalbegroting. Bijstelling rioolheffing (€ 37.000 V): Op basis van de kostenontwikkeling en het uitgangspunt van kostendekkende tarieven is de raming van het rioolrecht met € 37.000 verhoogd. De kosten ontwikkeling op deelprogramma 3.1 is beperkt als gevolg van de lagere rentekosten, De kostenstijging wordt met name veroorzaakt door hogere toerekening van personeelskosten (cao stijging) ad € 42.000 en de toe te rekenen BTW ad € 5.000 over de kosten van rioolbeheer. Bijstelling leges lijkbezorging (€ 27.000 V): Met name als gevolg van een hogere toerekening van personeelskosten (cao stijging) is de opbrengst leges lijkbezorging met € 27.000 verhoogd. Exploitatie afval (€ 54.000 N): Het bijstellen van de afvalambitie levert een structureel nadeel op van € 54.000 (N). Overige (€ 6.000 V): Diverse kleinere verschillen. b. Hogere baten van deelprogramma Ruimtelijke ontwikkeling: € 947.000 voordelig
11 V
Strategische agenda FoodValley (€ 11.000 V): De kosten van programmamanagers FoodValley zijn verschoven van de strategische agenda naar het regiokantoor (zie ook deelprogramma 1.1) 3.2
Hogere baten van het programma Fysiek € 1.199.000 voordelig
a. Hogere baten van deelprogramma Verkeer en openbare ruimte: € 252.000 voordelig Het voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door bijstelling van de leges en heffingen Bijstelling afvalstoffenheffing (€ 236.000 V): Op basis van de kostenontwikkeling en het uitgangspunt van kostendekkende tarieven is de raming opbrengst afvalstoffenheffing met € 236.000 verhoogd. Naast de kosten ontwikkeling op deelprogramma 3.1 wordt de kostenstijging ook veroorzaakt door een hogere toerekening van personeelskosten
H 3.3
252 V
947 V
Het hoge voordeel op dit deelprogramma wordt veroorzaakt door een (budgettair neutrale) actualisatie van de grondexploitatie Achterberg West 2. Daarnaast zijn de leges omgevingsvergunningen hoger en ramen we de huuropbrengst van de flexwoningen Grondexploitatie Achterberg West 2 (€ 674.000 V): Voor de jaarrekening 2023 heeft een actualisatie van de grondexploitatie Achterberg West 2 plaatsgevonden. De verkoopopbrengsten zijn doorgeschoven naar 2025. Dit levert voor 2025 een voordeel op van € 674.000 (V). Zie ook de bijstelling van de lasten. Leges omgevingsvergunningen (€ 150.000 V): Er zijn diverse woningbouwprojecten in ontwikkeling. Dit betekent dat we voor 2024 en 2025 een groot aantal aanvragen voor omgevingsvergunningen nieuwbouwwoningen verwachten. Dit leidt tot een hogere legesopbrengst ten opzichte van de raming zoals vastgesteld bij de legesverordening.
44
Exploitatie
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil mutatie reserves (B) (in € x 1.000)
Flexwoningen Binnenweg (€ 113.000 V): De raad heeft februari 2024 besloten tot de realisatie van 15 flexwoningen aan de Binnenweg. Vanaf 2025 worden de huuropbrengsten structureel in de begroting geraamd. Overige (€ 10.000 V): Diverse kleinere verschillen. Saldo van baten en lasten (A)
H 3.3
3.3
Hogere onttrekking aan reserves voor het programma Fysiek: € 53.000 voordelig
a. Hogere onttrekking aan reserves voor het deelprogramma Ruimtelijke ontwikkeling: € 53.000 voordelig 262 V
53 V
Flexwoningen Binnenweg (€ 53.000 V): Onttrekking exploitatietekort ten laste van de algemene reserve Mutatie reserves (B)
53 V
Geraamd resultaat (A+B)
315 V
45
Exploitatie
H 3.3
PROGRAMMA 4 - SOCIAAL MAATSCHAPPELIJK Boekjaar 2025
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
vastgesteld in november 2023
vastgestelde wijzigingen tot perspectiefnota
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsnota
concept werkelijk
Baten
6.251 V
141 V
295 V
6.686 V
9.095 V
9.395 V
Lasten
26.409 N
426 N
3.923 N
30.758 N
31.937 N
31.140 N
Saldo van baten en lasten (A)
20.158 N
285 N
3.629 N
24.071 N
22.842 N
21.745 N
Onttrekking uit reserves
51 V
74 V
74 N
51 V
194 V
652 V
Toevoeging aan reserves
9N
0N
0N
9N
9N
309 N
Mutaties reserves (B)
42 V
74 V
74 N
42 V
185 V
342 V
20.116 N
211 N
3.702 N
24.030 N
22.657 N
21.403 N
(€ x 1.000)
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) 4.1
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Hogere lasten programma Sociaal maatschappelijk: € 3.923.000 nadelig a. Hogere lasten van het deelprogramma Sociaal domein: € 12.000 nadelig
12 N
Wegvallen stelposten (€ 39.000 N): De stelposten begroting algemeen (€ 143.000 N) en beleidsvoornemens sociaal domein (€ 104.000 V) laten we wegvallen. Overige verschillen (€ 27.000 V): De post algemene kosten sociaal domein wordt voor een deel afgeraamd. b. Lagere lasten van het deelprogramma Jeugd preventief: € 51.000 voordelig Onderwijsachterstandenbeleid - Wet Oké - SPUK (€ 100.000 V): Dit betreft de Wet Ontwikkelkansen door kwaliteit en educatie (Wet Oké). Het heeft als doel om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteit van de peuterspeelzalen te verbeteren en te harmoniseren ten opzichte van de kinderopvang. Hiervoor ontvangen we middelen middels een SPUK. Het nieuwe tijdvak loopt tot en met 2026. Gemeentelijk vastgoed (€ 49.000 N): Bestaande uit een voordeel op de energielasten van de gemeentelijke gebouwen binnen dit programma door lagere tarieven (€ 5.000 V) en een nadeel door stijging van de schoonmaakkosten, gemeentelijke heffingen en verzekeringen (€ 34.000 N).
51 V
Door een administratieve wijziging is er nog een nadeel van € 20.000 (N) op schoonmaak, gemeentelijke heffingen en verzekeringen waar binnen deelprogramma 4.3 een voordeel op de lasten tegenover staat van € 20.000 (V). Onderwijsbeleid- en leerlingzaken (€ 15.000 N): Er vindt een verhoging van het budget plaats naar € 27.000 gezien de hoogte van de uitgaven in voorgaande jaren. Leerplicht (€ 10.000 N): De lasten ramen we bij gezien de uitgaven in voorgaande jaren Overige verschillen (€ 25.000 V): Diverse kleine verschillen c. Hogere lasten van het deelprogramma Jeugd maatwerk: € 2.656.000 nadelig
2.656 N
Zorg in natura Jeugdzorg (€ 2.164.000 N): Bij Jeugd maatwerk is een behoorlijke bijstelling nodig van de begrote bedragen. Dit kondigde zich al aan op basis van de realisatiecijfers in 2023, waarover een informatienota is geschreven eind 2023. Dit beeld zal ook terugkomen bij de analyse van de jaarrekening 2023. De grootse afwijking ten opzichte van voorgaande jaren zit in de aantallen en zorgzwaarte. Met name bij verblijf en specialistische ambulante dagbesteding zien we een significante toename.
46
Exploitatie
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Er is geen direct aanwijsbare oorzaak aan te wijzen. We hebben te maken met de na effecten van corona. Dat zorgde voor een toename van de aantallen tot het niveau van voor de pandemie (zie bijgaande grafiek met de ontwikkeling van de aantallen cliënten) en een toename in de zorgzwaarte (zie bijgaande grafiek met de ontwikkeling van de kosten per cliënt ten opzichte van het gemiddelde in FoodValley). Daarnaast zijn er veel wisselingen geweest in personeel. Het overgaan naar zelforganiserende teams met het vertrek van de coördinator is ook van invloed geweest. De maatregelen die we op korte termijn nemen zijn het verscherpen van de kaders door middel van beleidsregels, het instellen van een poortwachter die het jeugdteam gaat coachen in het normaliseren, inzetten eigen/ netwerkkracht en het afschalen en verkorten van trajecten. Tevens gaan we strakker sturen op verantwoordelijkheden vanuit de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs. Stelpost 2025 - aanvullende besparing kabinet Rutte (€ 382.000 N): In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering omvat) van structureel 511 miljoen euro opgenomen. Dit loopt via het gemeentefonds en leidt tot een nadeel voor de gemeente Rhenen. Lokale lasten (€ 236.000 N): Ook de lokale lasten jeugdzorg stijgen door indexering.
Hiervoor wordt als index de OVA gehanteerd. Personeelslasten deelprogramma Jeugd maatwerk (€ 80.000 N): Enerzijds komt een medewerker woonplaatsbeginsel over van het deelprogramma maatschappelijke ondersteuning preventief (€ 45.000 N). Anderzijds zijn er diverse verschuivingen in de formatie, die leiden tot een klein nadeel (€ 35.000 N). Stelpost WPB indexering (€ 140.000 V): De stelpost voor woonplaatsbeginsel inclusief indexering kan vervallen omdat deze niet meer noodzakelijk is. Jeugdhulp - algemene kosten (€ 66.000 V): Het budget voor algemene kosten binnen de Jeugdhulp kan afgeraamd worden. d. Hogere lasten van het deelprogramma Maatschappelijke ondersteuning preventief: € 14.000 nadelig
H 3.3
Mantelzorgondersteuning (€ 24.000 V): Dit betreft aframing van het budget voor mantelzorgondersteuning ten behoeve van de inzet van een mantelzorgconsulent. Inlooppunten (€ 16.000 N): Dit betreft een verhoging van de subsidie aan De Steiger en is in het kader van de participatie. Overige verschillen (€ 50.000 V): diverse kleinere verschillen. e. Hogere lasten van het deelprogramma Maatschappelijke ondersteuning maatwerk: € 275.000 nadelig
275 N
WMO- begeleiding - individueel (€ 140.000 N): Op basis van de uitgaven in 2023 en het actuele verzilveringspercentage dienen de uitgaven voor "Begeleiding individueel" naar boven bijgesteld te worden. PGB - WMO (€ 60.000 V): Lagere lasten voor de PGB voor de Wmo. Dit past in de transitie die we willen bewerkstelligen van Persoons Gebonden Budget naar Zorg in Natura (ZIN) Personeelslasten deelprogramma Maatschappelijke ondersteuning maatwerk (€ 41.000 N): Dit betreft uitbreiding van de formatie met 0,5 FTE voor een mantelzorgconsulent. Overige verschillen (€ 154.000 N): 1. Ten onrechte is momenteel geen budget geraamd voor GGZ-arrangement (€ 125.000 N) Deze lasten kunnen we in het geheel doorbelasten aan gemeente Ede. 2. Bijstelling Valleihopper o.b.v. begroting 2025-2028 door prijsstijging (€ 13.000 N) en overige ontwikkelingen (€ 6.000 N). 3. De kosten voor vervoer worden met € 10.000 N bijgeraamd. f. Lagere lasten van het deelprogramma Participatie preventief: € 15.000 voordelig
14 N
15 V
Formatie-uitbreiding (€ 58.000 N): Dit betreft de structurele uitbreiding van de formatie voor participatie voor 0,67 FTE vanaf half mei 2024. Overige verschillen (€ 73.000 V): 1. Aframing van het budget voor algemene kosten voor participatie nieuwkomers (€ 78.000 V). 2. Bijstelling van de bijdrage aan Vluchtelingenwerk (€ 3.000 N). 3. Diverse kleine verschillen (€ 2.000 N)
GGD (€ 72.000 N): Door de loon- en prijsindex gaat de dienstverlening van GGD voor gemeente Rhenen meer kosten in 2025. 47
Exploitatie
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) g. Hogere lasten van het deelprogramma Participatie maatwerk: € 1.033.000 nadelig Stijging aantal bijstandsgerechtigden (€ 300.000 N): We verwachten een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in de gemeente Rhenen. Dit in combinatie met een stijging van de bijstandsuitkering per cliënt leidt tot een kostenstijging. Minimaregeling - Cunerapas (€ 200.000 N): Het budget was gebaseerd op gebruik van 500 passen. De verwachting is dat dit stijgt naar 900 passen. Uitgaande van gemiddeld gebruik van € 400 betekent dit een benodigd budget van 360.000 euro. Lasten DVO (€ 174.000 N): We hebben een dienstverleningsbijeenkomst (=DVO) met de gemeente Veenendaal voor de Buig, inburgering, vroegsignalering en schulddienstverlening. De DVO is onderhevig aan een indexatie. Minimaregeling - bijzondere bijstand (€ 80.000 N): De kosten voor bewindvoering zijn gestegen omdat de regeling is versoepeld voor de inwoners. Tevens komen door de verhoging van het minimumloon meer mensen in aanmerking voor bijzondere bijstand regeling broodnood. Bijstelling WSW o.b.v. bedrag Gemeentefonds (€ 74.000 N): De kosten voor de (uitvoering van de) WSW worden bijgesteld op basis van het hiervoor ontvangen bedrag uit het gemeentefonds. Energiearmoede (€ 60.000 N): De regeling voor energiearmoede loopt door tot in 2025.
De middelen hiervoor zijn doorgeschoven van 2023 naar 2024 én 2025. De baten ontvangen we van het Rijk middels een Speficieke Uitkering (SPUK). Voor 2024 gaat het over 240K (80%), voor 2025 80K (20%). Minimaregeling - subsidies (€ 59.000 N): De minimaregeling met subsidies zijn onderhevig aan indexatie. Dit leidt tot een kostenstijging. Minimaregeling - maatwerkbudget + ervaringsdeskundigheid (€ 35.000 N): Voor armoedebestrijding is structureel een budget nodig in de vorm van maatwerk (€ 15.000) en ervaringsdeskundigheid (€ 20.000). Minimaregeling - langdurigheidstoeslag (€ 25.000 N): Door meer gebruik van de minimaregelingen neemt ook het beroep op de toeslag toe.
H 3.3
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) Minimaregeling - kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (€ 15.000 N): Van de kwijtschelding werd in voorgaande jaren meer gebruik gemaakt dan begroot. We verhogen het budget om deze reden. Toename beschut werk (€ 11.000 N): Er is een stijging van het aantal cliënten die gebruik maken van beschut werk waardoor de kosten stijgen.
1.033 N
4.2
Hogere baten programma Sociaal maatschappelijk: € 296.000 voordelig
a. Lagere baten van het deelprogramma Jeugd preventief: € 71.000 nadelig
71 N
Onderwijsachterstandenbeleid - Wet Oké - SPUK (€ 100.000 N): Dit betreft de Wet Ontwikkelkansen door kwaliteit en educatie (Wet Oké). Het heeft als doel om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteit van de peuterspeelzalen te verbeteren en te harmoniseren ten opzichte van de kinderopvang. Hiervoor ontvangen we middelen middels een SPUK. Het nieuwe tijdvak loopt tot en met 2026. De baten worden bijgesteld naar € 520.000. Gemeentelijk vastgoed (€ 29.000 V): door de stijging van de huuropbrengst van het gemeentelijk vastgoed binnen dit programma. b. Lagere baten van het deelprogramma Maatschappelijke ondersteuning preventief: € 17.000 nadelig
17 N
Overige verschillen (€ 17.000 N): 1. Voor de sociale basisondersteuning Wmo ramen we € 19.000 aan baten af, omdat we deze niet realiseerden in 2022 en 2023. 2. Diverse kleine verschillen € 2.000 V c. Lagere baten van het deelprogramma Maatschappelijke ondersteuning maatwerk: € 131.000 voordelig
131 V
GGZ-arrangement (€ 125.000 V): Ten onrechte is momenteel geen budget geraamd voor GGZ-arrangement. Deze lasten kunnen we in het geheel doorbelasten aan gemeente Ede. Derhalve dienen we de baten ook te ramen. Overige verschillen (€ 6.000 V): diverse kleinere verschillen. d. Hogere baten van het deelprogramma Participatie maatwerk: € 253.000 voordelig
253 V
BUIG-budget (€ 193.000 V): Om de bijstandsuitkeringen te kunnen
48
Exploitatie
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil mutatie reserves (B) (in € x 1.000) - vervolg
betalen ontvangen we van het Rijk een zogenaamd BUIG-budget. We prognosticeren een stijging van het aantal cliënten vanaf 2024. Gezien de stijging van het aantal cliënten stellen we dit budget naar boven bij. Energiearmoede (€ 60.000 V): De regeling voor energiearmoede loopt door tot in 2025. De middelen hiervoor zijn doorgeschoven van 2023 naar 2024 én 2025. De baten ontvangen we van het Rijk middels een zogenaamde SPUK. Voor 2024 gaat het over € 240.000 (80%), voor 2025 € 80.000 (20%). Saldo van baten en lasten (A)
H 3.3
4.3
Lagere onttrekking aan reserves programma sociaal maatschappelijk: € 74.000 nadelig
a. Lagere onttrekking reserves deelprogramma Participatie maatwerk: € 74.000 nadelig
74 N
Reserve WWB (€ 74.000 N): Dit gaat om de terugboeking van de mutatie op de reserve WWB. Dit wordt bepaald bij de jaarrekening 2023. Mutatie reserves (B) 3.629 N
Geraamd resultaat (A+B)
74 N 3.702 N
49
Exploitatie
H 3.3
PROGRAMMA 5 - ECONOMIE & TOERISME Boekjaar 2025
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
vastgesteld in november 2023
vastgestelde wijzigingen tot perspectiefnota
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsnota
concept werkelijk
Baten
237 V
50 V
30 V
318 V
413 V
497 V
Lasten
1.554 N
143 N
113 N
1.810 N
2.183 N
1.705 N
Saldo van baten en lasten (A)
1.317 N
93 N
83 N
1.493 N
1.770 N
1.208 N
Onttrekking uit reserves
19 V
22 V
16 V
57 V
239 V
99 V
Toevoeging aan reserves
2N
0N
0N
2N
2N
76 N
Mutaties reserves (B)
17 V
22 V
16 V
55 V
238 V
23 V
1.300 N
71 N
67 N
1.437 N
1.532 N
1.185 N
(€ x 1.000)
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) 5.1
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) Overige (€ 11.000 V): Diverse kleinere verschillen.
Hogere lasten van programma Economie & toerisme: € 113.000 nadelig a. Hogere lasten van het deelprogramma Economische zaken: € 113.000 nadelig Subsidie museum (€ 24.000 N): Het hogere subsidie voor het museum wordt veroorzaakt door de gestegen huisvestingskosten als gevolg van een hogere huur die de gemeente in rekening brengt. Tegenover dit hogere subsidie staat een verhoging van de huuropbrengst (zie baten) en een dekking ten laste van de stelpost prijsstijgingen. Exploitatie Kwintelooijen (€ 84.000 N): Het budget beheer Kwintelooijen dient met € 32.000 (N) te worden verhoogd onder gelijktijdige aframing van het formatiebudget op deelprogramma 6.2. Daarnaast wordt de toerekening van de groene BOA ad € 47.000 (N) aan de exploitatie Kwintelooijen in de begroting verwerkt. Deze verloopt eveneens budgettair neutraal. Overige kleine verschillen € 5.000 (N) Recreatie & toerisme (€ 16.000 N): Op basis van het beleidsvisie recreatie en toerisme en het daarbij behorende uitvoeringsagenda zijn de budgetten bijgesteld. De kosten van de incidentele actiepunten bedragen voor 2025 € 16.000 (N). Dit bedrag wordt gedekt ten laste van de reserve budgetoverheveling.
113 N
5.2
Hogere baten van programma Economie & toerisme: € 30.000 voordelig
a. Hogere baten van het deelprogramma Economische zaken: € 30.000 voordelig
30 V
Stadsmuseum (€ 21.000 V): De raming van de huuropbrengst is op basis van de toegepaste indexering verhoogd. Exploitatie Kwintelooijen (€ 7.000 V): De hogere inkomsten betreffen met name de herberekening van de bijdrage van de gemeente Veenendaal op basis van de contractueel vastgelegde indexering. Saldo van baten en lasten (A)
83 N
50
Exploitatie
H 3.3
Toelichting verschil mutatie reserves (B) (in € x 1.000) 5.3
Hogere onttrekking aan reserves programma Economie & toerisme: € 16.000 voordelig
a. Hogere onttrekking reserves deelprogramma Economische zaken: € 16.000 voordelig
16 V
Recreatie en toerisme (€ 16.000 V): Onttrekken incidentele uitgaven uitvoeringsagenda recreatie en toerisme ten laste van de reserve budgetoverheveling Mutatie reserves (B)
16 V
Geraamd resultaat (A+B)
67 N
51
51
Exploitatie
H 3.3
PROGRAMMA 6 - VEILIGHEID & HANDHAVING Boekjaar 2025
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
vastgesteld in november 2023
vastgestelde wijzigingen tot perspectiefnota
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsnota
concept werkelijk
Baten
21 V
2V
47 V
71 V
91 V
37 V
Lasten
2.513 N
25 N
94 N
2.632 N
2.713 N
2.367 N
Saldo van baten en lasten (A)
2.492 N
22 N
46 N
2.561 N
2.623 N
2.330 N
Onttrekking uit reserves
56 V
0N
0N
56 V
56 V
58 V
Toevoeging aan reserves
0N
0N
0N
0N
0N
0N
Mutaties reserves (B)
56 V
0N
0N
56 V
56 V
58 V
2.437 N
22 N
46 N
2.505 N
2.567 N
2.272 N
(€ x 1.000)
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
6.1
6.2
Hogere lasten programma Veiligheid & handhaving: € 94.000 nadelig a. Hogere lasten van het deelprogramma Openbare orde en veiligheid: € 94.000 nadelig Veiligheids Regio Utrecht (€ 88.000 N): De VRU heeft de begroting 2024 bijgesteld. De bijdrage van Rhenen neemt vanaf 2025 met € 88.000 (N)/. De kostenstijging wordt grotendeels veroorzaakt door loon- en prijsontwikkeling welke kan worden gedekt ten laste van de stelpost prijsstijgingen. Daarnaast is er een verlaging van de bijdrage met € 11.000 als gevolg van de bijstelling van de ijkpuntscores. Hiertegenover staat een lagere algemene uitkering. Overige (€ 6.000 N): Diverse kleinere verschillen.
94 N
Hogere baten programma Veiligheid & handhaving: € 47.000 voordelig
a. Hogere baten programma Veiligheid & handhaving: € 47.000 voordelig
47 V
Personeelskosten handhaving (€ 47.000 V): Een deel van de formatie groene BOA wordt doorberekend aan de exploitatie van Kwintelooijen (zie deelprogramma 5.1) Saldo van baten en lasten (A)
46 N
Geraamd resultaat (A+B)
46 N
52
Exploitatie
H 3.3
PROGRAMMA 7 - ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Boekjaar 2025 (€ x 1.000)
vastgesteld in vastgestelde wijzigingen november 2023 tot perspectiefnota
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsnota
concept werkelijk
Baten
45.374 V
279 V
674 N
44.979 V
44.638 V
43.055 V
Lasten
4.010 N
578 N
95 N
4.683 N
3.074 N
1.847 N
Saldo van baten en lasten (A)
41.364 V
299 N
769 N
40.296 V
41.565 V
41.208 V
Onttrekking uit reserves
69 V
0N
0N
69 V
820 V
760 V
Toevoeging aan reserves
58 N
626 N
0N
684 N
58 N
668 N
Mutaties reserves (B)
11 V
626 N
0N
615 N
761 V
92 V
41.375 V
925 N
769 N
39.681 V
42.326 V
41.300 V
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) 7.1
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) Rente langlopende geldleningen (€ 96.000 N): de rentelasten van de langlopende geldleningen zijn vooral toegenomen door de investeringen in de 15 flexwoningen, aankoop locatie maatsteeg en het kunstgrasveld. Reservering prijsinflatie (€ 40.000 N): volgens de ramingen van het Centraal Planbureau uit maart 2024 neemt de meerjarige prijsinflatie toe van 1,60% naar 2,20% (IMOC percentage). Dit percentage wordt gebruikt bij de reguliere budgetten (is exclusief de kosten van de maatwerk zorg). Voor de indexering van de zorg maatwerk hanteren wij het OVA percentage. Dit percentage lift voor 2025 op 5,71% en is daarmee 0,77% hoger dan waarmee in de begroting 2024 is gerekend. Bij de berekening is kritisch beoordeeld welke budgetten voor indexering in aanmerking komen. Per saldo heeft dit geleid tot een beperkte bijstelling van de reservering. Overige (€ 8.000 V): diverse kleinere verschillen.
Hogere lasten programma Overige dekkingsmiddelen: € 95.000 nadelig a. Hogere lasten van het deelprogramma Belastingen: € 34.000 nadelig
34 N
Uitvoeringskosten belastingen (€ 34.000 N): de uitvoeringskosten belastingen nemen toe. De hogere kosten worden grotendeels veroorzaakt door een de aanbesteding/transparantieprocedure voor de belastingsoftware van de gemeente Ede. De kosten zijn hierdoor gestegen waarbij het aandeel van Rhenen € 18.000 bedraagt. Daarnaast stijgen de kosten als gevolg van prijsstijgingen. Hiervoor is dekking binnen de stelpost prijsstijgingen. b. Hogere lasten van het deelprogramma Overige dekkingsmiddelen: € 62.000 nadelig Dubieuze debiteuren (€ 45.000 N): in de begroting 2024 was geen budget opgenomen voor de dekking van de dubieuze debiteuren. Op basis van de ervaringscijfers over eerdere jaren is voor 2025 en verder een bedrag opgenomen. Doorbelasting renteomslagpercentage (€ 111.000 V): het saldo van de rentelasten en rentebaten is in 2025 hoger waardoor er meer rentelasten worden toegerekend aan de investeringen uit de inhoudelijke programma's. De toerekening leidt hier tot een administratief voordeel.
62 N
7.2
Lagere baten programma Overige dekkingsmiddelen: € 674.000 nadelig a. Hogere baten van het deelprogramma Belastingen: € 54.000 voordelig
54 V
Belasting inkomsten (€ 47.000 V): Op basis van de begin 2024 opgelegde belastingaanslagen kan de opbrengst hondenbelasting met € 9.000 (V) worden verhoogd. De opbrengst van de ondernemersheffing is al enkele jaren lager dan de raming. We verlagen deze met € 8.000 (N)
53
Exploitatie
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
tot € 42.000. Aangezien deze opbrengst wordt doorbetaald betekent dit ook een verlaging van het subsidie aan Rhenen stad. Op basis van de actuele woningbouwplanning en de opgelegde aanslagen 2024 is de OZB opbrengst met € 46.000 (V) verhoogd. Overige (€ 7.000 V): diverse kleinere verschillen. b. Lagere baten van het deelprogramma Overige dekkingsmiddelen: € 728.000 nadelig Het grootste nadeel binnen dit deelprogramma hangt samen met de uitkering uit het gemeentefonds. Uitkering gemeentefonds: (€ 552.000 N): de uitkering van het gemeentefonds is na het verschijnen van de decembercirculaire in 2024 toegenomen met € 202.000 (V). De voornaamste reden hiervan is de positieve ontwikkeling van de maatstaf huishoudens. Landelijk is hierover discussie, waardoor deze bijstelling naar de toekomst toe mogelijk een risico vormt. Op basis van ontvangen informatie uit de Voorjaarsnota van het Rijk is de uitkering uit het gemeentefonds in 2025 bijgesteld met € 917.000 nadelig. Dit heeft vooral te maken met de bijstelling van het volume en het loon- en prijsaccres. Verder heeft het Rijk gemeenten gecompenseerd voor de aanvullende besparing van kabinet Rutte op de jeugdzorg (€ 475.000 V). Gelijktijdig hiermee vervalt de taakstelling die
H 3.3
728 N
hiervoor is opgenomen in programma 4 'Sociaal-Maatschappelijk (80%). Verder zien we een daling van het gemeentefonds door de actualisatie van de maatstaven. De belangrijkste oorzaken zijn de daling van het aantal inwoners op 1-1-2025 met 315 en de daling van het aantal jongeren. Het nadelig effect van beide ontwikkelingen is € 275.000 (N). Het resterende nadeel bedraagt € 37.000 (N). Vrijval reservering indexering inkomsten 2024 (€ 166.000 N): In de begroting 2024 zijn de inkomsten in de inhoudelijke programma's begroot op het niveau van 2023. In de vorm van een stelpost is in dit deelprogramma rekening gehouden met de indexering 2024. De reservering voor 2024 is in de voorjaarsrapportage afgeraamd en toegerekend aan de inkomsten van de inhoudelijke programma's. Het structurele effect hiervan is verwerkt in deze nota. Verder is de indexering voor 2025 geactualiseerd. In de begroting 2024 is voor 2025 uitgegaan van een indexering van 2,74%. De huidige berekening komt uit op 2,41%. Zie hiervoor ook de uitgangspunten voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Overige (€ 10.000 N): diverse kleinere verschillen. Saldo van baten en lasten (A)
769 N
Geraamd resultaat (A+B)
769 N
54
Geprognosticeerde balans
H 2.3
3.4 Geprognosticeerde balans De geprognosticeerde balans bestaat uit: 3.4.1 Inleiding 3.4.2 Balanspositie 3.4.3 Toelichting op de balanspositie
3.4.1 Inleiding Een balans is een financieel overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden. Het geeft een beeld van de financiële positie op een bepaald moment en inzicht hoe de gemeente het bezit heeft gefinancierd. Dit geeft de raad inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, de inzet van de reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. Met deze informatie kunnen ontwikkelingen vroegtijdig gesignaleerd worden. In de meerjarige geprognosticeerde balans zijn de cijfers over de jaren 2023 tot en met 2028 gepresenteerd. Tenslotte zijn in de toelichting op de balans (3.4.3) een drietal balansposten uitgebreider toegelicht.
55
Geprognosticeerde balans
H 3.4
3.4.2 Balanspositie In onderstaande ‘geprognosticeerde’ balans zijn de cijfers over de jaren 2023 tot en met 2028 gepresenteerd met de verwachte stand daarvan ultimo het jaar. De balans uit de concept jaarrekening 2023 heeft hierbij als uitgangspunt gediend. Activa (x € 1.000)
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Immateriële vaste activa
188
180
173
165
158
150
Materiële vaste activa
70.984
91.792
94.288
97.009
97.023
97.062
Financiële vaste activa
4.373
4.841
4.833
4.826
4.817
4.809
75.545
96.813
99.294
102.000
102.007
102.021
389
588
0
0
0
0
18.083
5.120
5.120
5.120
5.120
5.120
Liquide middelen
512
422
422
422
422
422
Overlopende activa
2.513
2.513
2.513
2.513
2.513
2.513
21.497
8.643
8.055
8.055
8.055
8.055
97.042
105.456
107.349
110.055
110.062
110.076
Vaste activa
Vlottende activa Voorraden Uitzettingen (rentetypische looptijd van een jaar of minder)
Totaal
56
56
Geprognosticeerde balans
Passiva (x € 1.000)
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Eigen vermogen
32.378
29.813
29.858
29.261
28.704
28.199
Voorzieningen
6.834
6.697
6.457
6.511
6.592
6.674
Vaste schulden (rentetypische looptijd van één jaar of langer)
46.264
58.464
60.464
62.298
63.965
60.466
85.477
94.974
96.780
98.070
99.261
95.338
Netto-vlottende schulden (rentetypische looptijd korter dan één jaar)
4.621
5.099
5.186
6.602
5.418
9.355
Overlopende passiva
6.944
5.383
5.383
5.383
5.383
5.383
11.565
10.482
10.569
11.985
10.801
14.738
97.042
105.456
107.349
110.055
110.062
110.076
H 3.4
Vaste passiva
Vlottende passiva
Totaal
57
3.4.3 Toelichting op de balanspositie In dit onderdeel is de ontwikkeling van de balansposten vaste activa, reserves en voorzieningen en de langlopende schulden nader toegelicht. Vaste activa De vaste activa van de gemeente bestaat uit investeringen. Dit zijn uitgaven waarvan het economisch of maatschappelijk nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Investeringen worden geactiveerd op de balans en afgeschreven op basis van de economische levensduur van de investering. De kapitaallasten (rente en afschrijving) komen ten laste van de programma’s en moeten worden gedekt binnen de baten en lasten van de begroting. De boekwaarde van de vaste activa neemt in de periode 2024 – 2028 toe met € 26,5 miljoen. Naast de jaarlijkse reguliere vervangingsinvesteringen in wegen, riolering, voertuigen, ICT en (sport)velden wordt deze toename veroorzaakt door het nieuwe MFG in Rhenen.
Om een vergelijking te kunnen maken met de balans uit de begroting 2024 moeten we het laatste jaar uit de vorige meerjarenraming vergelijken (2027). De boekwaarde van de vaste activa is in de huidige raming bijna € 3 miljoen hoger. Dit is volledig toe te schrijven aan de besluiten van de raad om extra te investeren in de aankoop van de locatie Maatsteeg, in het kunstgrasveld sportpark Candia en in de 15 flexwoningen. Het effect hiervan zien we ook terug in een oplopende schuld. In het hierna volgend overzicht zijn de voorgenomen investeringen voor 2025 opgenomen, de voorgenomen investeringen 2026-2028 zijn te raadplegen via de link / qr code hieronder.
Voorgenomen investeringen 2026-2028
58
Toelichting op de balanspositie
Voorgenomen investeringen 2025* Naam/omschrijving investering
Nieuw krediet
Voorgenomen investeringen 2026*
Bruto inv.
Bijdrage
380 Uitbr. groepsr. eben h. school
380
0
380 Gebouwen
380
0
550 Renovatie aanbiedstation
550
81 (Rol)containers en containerbakken 3.035 Voorbereidings- en uitvoeringskredieten riolering
Naam/omschrijving investering
H 3.4
Nieuw krediet Bruto inv.
Bijdrage
97
0
1.651 Voorbereidings- en uitvoeringskredieten riolering
1.651
0
0
1.747 Riool en afval (met heffing)
1.747
0
81
0
1.255 Netto investeringen wegen
1.255
0
3.035
0
22 Ombouw openbaar groen
22
0
22
0
97 Stelselgemalen Achterberg
3.666 Riool en afval (met heffing)
3.666
0
22 Ombouw speelplaatsen
1.865 Netto investeringen wegen
1.865
0
44 Jaarlijkse vervanging lichtmasten
44
0
22 Ombouw openbaar groen
22
0
170 Jaarlijkse vervanging armaturen
170
0
22 Ombouw speelplaatsen
22
0
1.513 Grond, weg en waterbouw (maatschapp.)
1.513
0
110 Kunstgrasveld korfbal Candia
110
0
285 Voertuigen en werkmaterieel Remmerden
285
0
113 Jaarlijkse vervanging lichtmasten
113
0
285 Vervoersmiddelen
285
0
122
0
110
0
2.254 Grond, weg en waterbouw (maatschapp.)
2.254
0
110 Jaarlijkse vervanging meubilair, computerruimte en kassasysteem, materiaal verkiezingen
144 Voertuigen en werkmaterieel Remmerden
144
0
110 Inventaris
110
0
144 Vervoersmiddelen
144
0
3.656
0
240 Jaarlijkse vervanging meubilair, aanschaf mobiele telefoonds, groenbeheersysteem
240
0
122 Jaarlijkse vervanging armaturen
240 Inventaris 6.684 Totaal
240
0
6.684
0
3.656 Totaal
*In dit overzicht is het verwachte jaar van de kredietverlening weergegeven. Het afschrijvingsjaar volgt normaliter een jaar later als de investering in gebruik is genomen. Dit gaat echter niet voor alle hierboven genoemde investeringen op.
59
Toelichting op de balanspositie
Eigen vermogen Het totaal van de bezittingen (totale activa) minus de schulden is het eigen vermogen. Het eigen vermogen is samengesteld uit de algemene reserve, bestemmingsreserves en het jaarrekeningresultaat. In onderstaande tabel is het meerjarig verloop van het eigen vermogen gepresenteerd naar de stand daarvan aan het einde van het jaar.
Eigen vermogen (x € 1.000)
Via de link/qr-code hiernaast vindt u de toevoegingen en onttrekkingen per reserve.
Specificatie verloop reserves
Concept saldo 01-01-2023
saldo 01-01-2024
saldo 01-01-2025
saldo 01-01-2026
saldo 01-01-2027
saldo 01-01-2028
17.027
16.326
16.852
16.735
16.688
16.642
a. bestemmingsreserves (algemeen)
8.648
7.997
7.735
7.473
7.182
6.942
b. bruto methode reserves
5.708
5.490
5.272
5.053
4.834
4.614
29.813
29.858
29.261
28.704
28.199
Algemene reserve
H 3.4
Bestemmingsreserves
Saldo jaarrekening Totaal eigen vermogen
995 32.378
Uit de tabel blijkt dat de meerjarige daling van het eigen vermogen samenhangt met de inzet van de bruto methode reserves. Die worden gebruikt om een deel of het volledige bedrag aan afschrijvingslasten van investeringen te dekken. Dit is de enige uitzondering waarbij structurele lasten worden gedekt door incidentele middelen. Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Het is een reservering voor toekomstige Voorzieningen (x € 1.000)
uitgaven waarbij de hoogte en het tijdstip van de besteding goed ingeschat kan worden, maar waarvan de kosten in de tijd onregelmatig gespreid zijn. Ook worden voorzieningen gevormd vanwege risico’s die op de balansdatum bestaan en die kunnen leiden tot verplichtingen en verliezen waarvan de omvang onzeker is, maar redelijk is in te schatten. In onderstaande tabel is het meerjarig verloop van de voorzieningen gepresenteerd naar de stand daarvan aan het einde van het jaar.
Concept saldo saldo 01-01-2023 01-01-2024
saldo 01-01-2025
saldo 01-01-2026
saldo 01-01-2027
saldo 01-01-2028
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
2.447
2.469
2.491
2.513
2.535
2.557
Voorzieningen voor egalisatie van kosten
1.846
1.668
1.375
1.374
1.381
1.388
Voorzieningen voor middelen van derden
2.542
2.560
2.592
2.624
2.677
2.729
Totaal voorzieningen
6.834
6.697
6.457
6.511
6.592
6.674
Via de link/qr-code hiernaast vindt u de toevoegingen en onttrekkingen per voorziening.
Specificatie verloop voorzieningen
60
Toelichting op de balanspositie
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer De gemeente financiert haar vaste activa met eigen en vreemde financieringsmiddelen. Volgens de huidige prognoses neemt de omvang van de vaste schulden in de periode 2025 – 2028 toe met € 2 miljoen*. Om de voorgenomen investeringen in de komende periode te kunnen financieren staan tegenover de aflossingen van de bestaande leningenportefeuille nieuw aan te trekken geldleningen. We zien dat het rentepercentage van die geldleningen in de meeste gevallen aanzienlijk hoger liggen dan de percentages die nu verschuldigd zijn. In de tabel
H 3.4
hieronder is het meerjarig verloop van de vaste schulden gepresenteerd naar de stand daarvan aan het einde van het jaar. Hierbij is een onderscheid aangebracht tussen de ontwikkeling van de huidige leningenportefeuille en de nieuw aan te trekken geldleningen. In aanvulling op de tabel zijn via de link-qr code onderaan deze pagina twee verdiepende overzichten opgenomen die per lening het meerjarig verloop, het rentepercentage en de looptijd laten zien. *Ter vergelijking: de schuldpositie neemt in 2024 naar verwachting toe met ruim 12 miljoen.
Verloop bestaande en nieuwe geldleningen o/g (in € x 1.000)
Bestaande leningenpoirtefeuille Nieuw aan te trekken geldleningen Totaal
01-01-2023
01-01-2024
01-01-2025
01-01-2026
01-01-2027
01-01-2028
Rentepercentage
Einde looptijd
46.259
53.460
50.627
47.794
44.961
42.129
3,39%
2056
0
5.000
9.833
14.500
19.000
18.333
3,39%
2057
46.259
58.460
60.460
62.294
63.961
60.462 Specificatie verloop leningenportefeuille
61
61
H 3.3
Geprognosticeerde balans
3.5 Ontwikkeling woonlasten
62
Ontwikkeling woonlasten
H 3.5
De woonlasten worden gevormd door de OZB, afvalstoffenheffing en rioolrecht. Op basis van de volgende uitgangspunten wordt in onderstaande tabel de indicatieve ontwikkeling van de woonlasten weergegeven: 1. De OZB is verhoogd met het gewogen inflatiepercentage 2025 en de te verwachten meerjarige ontwikkeling van het inflatiepercentage. Ook is rekening gehouden met de waardeontwikkeling in 2024. De gemiddelde WOZ waarde van een woning is verhoogd van € 428.000 (geactualiseerde waarde op 1-1-2023) tot € 454.000 (de verwachte waarde op 1-1-2024). De OZB tarieven 2025 zijn verlaagd voor de waarde-ontwikkeling zodat de totale opbrengst exclusief inflatie en woningbouwontwikkelingen gelijk blijft. 2. De kostenontwikkeling van de inzameling en verwerking van afval is doorberekend in het tarief. Voor het huishoudelijk restafval wordt in meerjarenperspectief rekening gehouden met een daling van de omvang op basis van de afval ambitie. 3. De kostenontwikkeling van het rioolbeheer is doorberekend in het tarief. De kosten zijn onder meer gebaseerd op het Water Riool Plan 2023-2027. 4. Bij de berekening van de kostprijsdekkende tarieven voor afval en riolering zijn, met uitzondering van de kosten van hondenpoep, alle nog toe te rekenen kosten meegenomen.
Tarieven Perspectiefnota 2025
2024
2025
2026
2027
2028
OZB-eigenaren (gemiddelde woning)
438,82
460,51
472,77
486,39
504,15
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden)
329,00
394,10
397,27
412,36
423,01
Rioolheffing (aansluiting)
115,00
117,25
119,87
130,85
132,82
Rioolheffing (gebruik, op basis van 100m³)
98,00
99,80
102,03
111,37
113,06
980,82
1.071,66
1.091,93
1.140,97
1.173,04
-74,72
-72,65
-31,66
906,10
999,01
1.060,27
1.140,97
1.173,04
Procentuele toename ten opzichte van voorgaand jaar
10,3%
6,1%
7,6%