CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026 - 2035

Commissie Ruimte en Economie 9 december 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Achtergrondinformatie Programma Landelijk Gebied54.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 7

bedrijfsniveau bijdragen aan oplossingen voor gemeenschappelijke problemen. Desalniettemin zit aan de invoering ook een aantal juridische haken en ogen. Mocht blijken dat deze invoering niet vanaf 2027 kan worden gerealiseerd, dan wordt bekeken of alsnog ‘klassieke’ natuurvergunningen kunnen worden verleend. Een belangrijk onderdeel van de nieuwe vergunningsystematiek is het toezicht op de uitvoering en de handhaving. Meer vrijheid in het kiezen van middelen, betekent ook meer verantwoordelijkheid voor het halen van de doelen. Voor de provinciale organisatie betekent dit ook dat een versterking op het vlak van toezicht nodig zal zijn. Toezicht is zowel nodig voor vergunde bedrijven als voor in algemene regels geborgde maatregelen (zoals bijvoorbeeld de bemestingsbeperkingen in de stikstofzones). Dit vraagt een aanpassing van de werkwijze van de toezichthouders en nauwe afstemming met VTH-ketenpartners, zoals gemeenten en omgevingsdiensten. Daarnaast zal nauw overleg met de sector nodig zijn om vast te stellen welke technieken kunnen worden gebruikt voor het toezicht, zodat een eenduidig beeld bestaat over de metingen en dubbel werk in de praktijk wordt voorkomen.

5.5.3 Grond als motor Grote ruimte vragende opgaven De UPLG-opgaven op het gebied van water, natuur, stikstof en klimaat vragen veel ruimte. Waar mogelijk worden deze opgaven gecombineerd zodat de extra ruimtevraag zoveel mogelijk beperkt kan blijven. Ook vanuit de landbouw is sprake van een grote behoefte aan grond. Dit is vaak een belangrijke reden voor agrariërs om mee te doen aan de gebiedsprocessen. Agrarische bedrijven hebben grond nodig voor hun bedrijfsvoering en om tegemoet te kunnen komen aan de UPLG-opgaven. Ook buiten het UPLG kennen we grote ruimte vragende opgaven. Zoals op het gebied van onder andere de energietransitie, mobiliteit, woningbouw, bedrijventerreinen en recreatie (Groen Groeit mee). Dit alles vraagt om verstandig combineren en het vraagt ook om keuzes. Niet alles kan overal. Deze keuzes vinden plaats op verschillende schaalniveaus. Soms is dat provinciebreed en moet dat worden geregeld via de provinciale Omgevingsvisie en -verordening. In andere gevallen kunnen zaken beter regionaal/lokaal worden aangepakt via de gebiedsgerichte aanpak. Rode draad is dat de inzet van vrijkomende gronden als ‘motor’ zal (moeten) fungeren om de doelen te halen en de gebiedsprocessen tot een succes te maken. Als provincie proberen we dit op verschillende manieren te faciliteren.

Te denken valt aan actief grondbeleid, inzet van het juiste instrumentarium en stimuleringsregelingen. Actief grondbeleid De grote opgaven waar we als provincie samen met onze partners voor staan gekoppeld aan de schaarste van grond, vraagt om een actief grondbeleid. Vooral daar waar we de uitvoeringskracht willen versterken en meer regie willen voeren op het realiseren van de opgaven. De keuze voor een actief grondbeleid is in november 2022 door Provinciale Staten gemaakt met het ‘Beleidskader strategisch grondbeleid’. Inmiddels hebben wij ook de provinciale Nota Grondbeleid 2024-2028 vastgesteld. Met het ‘Beleidskader strategisch grondbeleid’ (2022) is de mogelijkheid ontstaan om een provinciale Grondbank als instrument in te zetten. Hiermee willen wij actief grond aankopen ten behoeve van onze provinciale doelen. Daarvoor is in 2022 een raamkrediet van 20 miljoen Euro voor de provinciale Grondbank beschikbaar gesteld. De aangekochte gronden worden weer ingezet in het gebiedsproces voor bijvoorbeeld het extensiveren van de landbouw of het realiseren van de overige provinciale doelen. De nationale Grondbank kan aanvullende mogelijkheden bieden.

Het actief aankopen van grond gebeurt door de provincie vanuit tweeperspectieven, te weten: ▪ Taakgebonden aankoop: dat wil zeggen dat we weten wat we waar moeten realiseren, bijvoorbeeld voor het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000-gebieden ▪ Strategische aankoop: we weten welke doelen te bereiken hebben, maar nog niet precies waar. Dit houdt in dat grond wordt verworven nog voordat concrete plannen voor de betreffende grond bestaan In de huidige situatie met veel ruimtelijke opgaven en een tekort aan vrijkomende gronden zijn beide typen aankoop van belang. Met de eerste zijn we al jaren vertrouwd, de tweede (strategisch grondaankoop) is relatief 98

nieuw, maar is in de huidige situatie wel erg relevant. Het hebben van een grondpositie biedt immers meer mogelijkheden in de gebiedsprocessen. De provinciale gronden kunnen dan bijvoorbeeld binnen een gebiedsproces worden ingezet als ‘compensatiegrond’ of voor extensivering van de bedrijfsvoering van de betrokken agrariërs binnen het gebiedsproces. Grond kan ook een andere bestemming of gebruiksbeperkingen krijgen. Bijvoorbeeld door middel van een zogeheten ‘kwalitatieve verplichting’. Dit heeft vrijwel altijd invloed op de waarde van de grond. In die situaties is herwaardering aan de orde, meestal in de vorm van afwaardering. Verder kan actief aankopen van grond én gebouwen ook nodig zijn om inplaatsingslocaties te verkrijgen voor bedrijven die elders in de knel komen vanwege de gebiedsopgaven. De overheid is bij haar grondbeleid gehouden aan regels en wetten onder meer in relatie tot staatssteun. Zo mag bijvoorbeeld bij aankoop alleen marktconform worden onderhandeld, ook daar waar commerciële partijen hoger mogen bieden. Om echt beweging in het gebied te krijgen, is het daarom nodig dat alle partijen met grondposities in het gebied de handen ineenslaan om samen een plan voor het gebied te maken. Pacht De provinciale pachtpercelen worden via Pachtportaal jaarlijks en voor een deel 3-jaarlijks verpacht.

De te verpachten gronden van de provincie hebben wij tijdelijk in beheer en zijn gericht om in te zetten voor de realisatie van de verschillende doelen. Vrijwillige kavelruil of wettelijke herverkaveling In Utrecht ligt de komende jaren een flinke druk op de landbouw, onder andere om te komen tot extensivering van het gebruik van grond. Voor het realiseren van de doelen is het van belang dat grond zoveel mogelijk in een gebiedsproces wordt ingezet. Dit vraagt van de betrokken boeren en grondeigenaren commitment aan het gebiedsproces. Vrijwillige kavelruil is een belangrijk instrument om beweging in een gebied te krijgen. Naast actief aankopen en kavelruil, zetten wij in bepaalde gebieden ook in op bedrijfsverplaatsing. Het kan echter soms zinvol zijn om een meer bindend publiekrechtelijk kader te kiezen. Hierbij biedt de Omgevingswet artikel 12.3 - voorheen Wet Inrichting Landelijk Gebied, WILG – de mogelijkheid om met een bindend/wettelijk kader voor de betrokken grondbezitters een samenhangende herverkaveling te realiseren. Dit instrument wordt momenteel op Rijksniveau verder onderzocht. Zowel het Kadaster als het ministerie van LVVN zijn hierbij betrokken. Onderhandelen op basis van schadeloosstelling ter voorkoming van onteigening Het is de vraag of grondverwerving op basis van vrijwilligheid voldoende houvast biedt om de opgaven tijdig te kunnen realiseren.

Met name omdat het alleen op basis van marktwaarde bieden vaak onvoldoende blijkt om percelen te kunnen verwerven. Daarom kan inzet van een het onteigeningsinstrument worden overwogen. De inzet van dit instrument maakt het mogelijk om een hogere vergoeding te bieden aan grondeigenaren. Onteigening kan alleen ingezet worden als aan een aantal criteria is voldaan. Het is alleen mogelijk als: ▪ Sprake is van een onteigeningsbelang ▪ Onteigening noodzakelijk is ▪ Onteigening urgent is Onder de nieuwe Omgevingswet geldt dat ieder onteigeningsbesluit door Provinciale Staten moet worden genomen. Daarom wordt Provinciale Staten een afwegingskader aangeboden op hetzelfde moment dat het UPLG ter consultatie wordt voorgelegd. Strekking van het afwegingskader is om het instrument onteigening zo terughoudend mogelijk in te zetten, maar de mogelijkheid open te laten als het gaat om de realisatie van taakstellingen die onontkoombaar zijn. Binnen dat kader wordt ook de kaart met essentiële percelen natuur (herijking van de eerdere ‘prioritaire gebieden Natuurnetwerk Nederland) aan Provinciale Staten aangeboden. Grondstrategieplannen Belangrijk is dat het grondinstrumentarium in de uitvoering op de juiste manier wordt ingezet.

Hiertoe stellen we grondstrategieplannen op waarbij de beschikbare grondinstrumenten – bijvoorbeeld vrijwillige verwerving, de inzet van kavelruil, of verplichtend instrumentarium - worden gekoppeld aan de beleidsdoelen of opgaven en de termijn waarin deze zouden moeten zijn gerealiseerd. Grondstrategieplannen zijn interne analyses voor de grondbehoefte. We organiseren eerst enkele pilots en op basis daarvan leggen we de relaties met de 99

uitvoeringsagenda’s. De uiteindelijke keuze van het gebruik voor een bepaald grondinstrument is daarmee maatwerk. Grond is een gevoelig onderwerp, waarbij vertrouwen tussen partijen een grote rol speelt. Blijvende bedrijven maken zich bijvoorbeeld zorgen over de opkoop van grond door boeren van buiten het gebied of door speculanten. We zijn daarom op zoek naar manieren om over het onderwerp grond meer gezamenlijk met gebiedspartijen op te trekken. We onderzoeken de mogelijkheid om op gebiedsniveau zogenaamde ‘grondtafels’ in te stellen: partijen in de gebieden krijgen dan zeggenschap over ruil en toedeling van gronden. Dit kan meer vertrouwen geven in de (tussen)rol van de overheid. Een vertrouwenwekkende grondstrategie kan er ook toe bijdragen dat grond van stoppende bedrijven wordt ingebracht en verkocht via een kavelruil of gebiedsproces. Vrijkomende agrarische bebouwing We hebben als provincie al heel lang aandacht voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) en mogelijke nieuwe functies op de erven. We zoeken hierbij naar meer ruimte voor woningen en sociale en economische functies, zonder afbreuk te doen aan een goede ruimtelijke kwaliteit. Dit is neergelegd in de provinciale notitie ’Erven met perspectief 2024-2026’. Het ruimtelijk beleid van de gemeenten kan hierop aansluiten, met als doel om binnen de Omgevingswet heldere kaders te bieden.

We stimuleren alle gemeenten en/of regio's een eigen VABvisie te formuleren en bij iedere omgevingsvergunning of elk traject voor functieverandering zoveel mogelijk ruimte te bieden aan gewenste functies. Momenteel voorziet onze Omgevingsverordening al in mogelijkheden om op erven niet-agrarische nevenactiviteiten te ontplooien. Voor stoppende bedrijven bestaat de mogelijkheid om deze onder voorwaarden te transformeren naar nieuwe (stedelijke) functies. De ervaringen uit de praktijk leren echter dat de mogelijkheden in sommige gevallen als ontoereikend worden ervaren om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Via het proces van de wijziging van de Omgevingsverordening verkennen we op welke onderdelen we meer flexibiliteit in deze regelgeving kunnen bieden, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteiten van het landelijk gebied. Uitgaande van een eerdere VAB-prognose van de WUR stoppen naar schatting in de provincie Utrecht meer dan 500 bedrijven vóór 2030. Daarbij komt minstens 1,2 miljoen m 2 aan agrarische bebouwing vrij, waarvan ongeveer 2/3 deel uiteindelijk zal worden gesloopt. De aanpak van vrijkomende agrarische gebouwen is multidisciplinair en projectmatig opgezet, met bijdragen vanuit landbouw, ruimtelijke ontwikkeling, ondermijning, economie, energie, grondzaken, GIS en milieu (asbestdaken).

Deze aanpak beoogt aan te sluiten op regelingen voor beëindiging of verplaatsing van bedrijven.

5.5.4 Beheer en inrichting Wat betreft de beschikbare financiële middelen voor het beheer en de inrichting van onze natuur- en landbouwgebieden zijn we in grote mate afhankelijk van verschillende regelingen vanuit Europa en het Rijk. Op onderdelen hebben we eigen provinciale regelingen. Deze regelingen geven wij hier weer. Ook doen we daarbij enkele aanbevelingen voor mogelijk nieuwe regelingen. Agrarisch Natuurbeheer Uitbreiding van arealen en langjarige contracten: Het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb) is een belangrijk instrument om binnen het agrarische gebied doelen ten aanzien van natuur, water en klimaat te realiseren. Ook het Rijk zet in op een forse uitbreiding van het landelijk aantal hectares waar ANLb beheerpakketten worden ingezet en op langjarige beheercontracten (12 tot 20 jaar). We staan achter deze ontwikkelingen en stimuleren deze waar mogelijk in onze gesprekken met het Rijk. Daarbij streven we naar maximaal gebruik van de (financiële) mogelijkheden die het Rijk hiervoor biedt. Hoe we dit doen is te lezen onder 3.4.7. Om het ANLb zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zetten we ook in op de doorontwikkeling van andere instrumenten, zoals een herwaarderingsregeling voor agrarische gronden (zie ook bij 5.5.1) en langjarige beheercontracten.

Wij realiseren ons dat de inzet van agrarisch natuurbeheer op pachtgrond ook een langjarig pachtcontract met werkbare voorwaarden vereist. We hebben als provincie een belangrijke rol in het stimuleren van duurzame pacht. Private bijdragen: In sommige gevallen kunnen middelen voor (agrarisch) natuurbeheer worden aangevuld met private bijdragen. We zien daarbij een breed gedragen systeem van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) voor het 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16361482/1