Najaarsrapportage 2021 interactief-klein
Tekst van het document
VID-19. Het gaat hierbij om de middelen die van het Rijk voor het jaar 2021 worden ontvangen minus de (extra) kosten. Onder de (extra) kosten vallen kosten die niet binnen de reguliere budgetten kunnen worden opgevangen, maar ook lagere baten.
Project Impuls post COVID-19 De coronacrisis heeft ook de samenleving binnen de gemeente Rhenen geraakt: ziekte, verlies van naasten, baan- en inkomensonzekerheid, leervertragingen, eenzaamheid, jongeren van wie het leven is ‘stilgezet’. Het is hierdoor urgent om als gemeente samen met inwoners, ondernemers en andere samenwerkingspartners aan de slag te gaan. Met dit doel voor ogen heeft het college middelen beschikbaar gesteld voor het project Impuls post CO-
Van de middelen waar nog geen plannen voor zijn of nog onduidelijk is hoeveel middelen er nodig zijn is een “stelpost Impuls post COVID-19” opgenomen van € 168.500. Het college komt met een voorstel richting de raad hoe het restant van de middelen ingezet kan worden. Dit om de gevolgen van corona te verzachten. Het project Impuls post COVID-19 werkt complementair aan de landelijke maatregelen. De commissie Samenleving is op 21 september 2021 geïnformeerd over het projectplan ‘Impuls post COVID-19’.
H4.4
financiën algemeen
Financiën 2021 (x € 1000) 1.
Overgeheveld vanuit steunpakketten 2020
a.
Tweede kamerverkiezingen
2.
Corona steunpakket decembercirculaire 2020 voor 2021
a.
Aanvullend pakket reintegratie
b.
24 V
Lasten
Restant
24 N
0N
31 V
p.m.
31 V
Gemeentelijk schuldenbeleid
20 V
p.m.
20 V
c.
Bijzondere bijstand
7V
p.m.
7V
d.
Impuls reintegratie
17 V
p.m.
17 V
e.
Cultuurmiddelen
94 V
29 N
65 V
f.
Tweede kamerverkiezingen
27 V
24 N
3V
3.
4e Corona steunpakket maart 2021
a.
Perspectief Jeugd en Jongeren 2021 + 2020
33 V
p.m.
33 V
b.
Extra begeleiding kwetsbare groepen
43 V
p.m.
43 V
c.
Bestrijden eenzaamheid ouderen
46 V
p.m.
46 V
d.
Jongerenwerk Jeugd
11 V
p.m.
11 V
e.
Mentale ondersteuning jeugd
10 V
p.m.
10 V
f.
Activiteiten en ontmoetingen jeugd
7V
p.m.
7V
g.
Afvalverwerking
30 V
53 N
23 N
h.
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
42 V
i.
Voorschoolse voorziening peuters (DU)
6V
4.
Corona steunpakket meicirculaire 2021
a.
Herorientatie zelfstandigen
5.
Overige ontvangen middelen
a.
Specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving
6.
Uitgaven waar geen compensatie voor is ontvangen
Totaal
33
Baten
42 V 6N
9V 16 V
473 V
0N 9V
11 N
5V
157 N
157 N
304 N
169 V
Toelichting op diverse posten 1a en 2f Voor de verkiezingen van 15 en 16 maart 2021 zijn extra kosten gemaakt door de coronamaatregelen. Inhuur deskundige, extra trainingen voor personeel, materialen als handsanitizers en mondkapjes. Daarnaast waren er extra kosten voor drukwerk, de bezorging en retourontvangst in verband met het briefstemmen. 2a t/m 2d Hiervoor zijn nog geen extra uitgaven gedaan en passen de uitgaven nog binnen het budget. Wel is het dringende advies om deze budgetten beschikbaar te houden voor eventuele budgetoverschrijdingen in 2021 als gevolg van corona. 2e Begin 2021 heeft het college de tijdelijke regeling ondersteuning culturele sector Rhenen gevolgen Coronacompensatie Cultuur vastgesteld. De compensatie regeling is bedoeld om culturele verenigingen en stichtingen te compenseren voor gemaakte kosten/gederfde inkomsten die direct Corona gerelateerd zijn. Er zijn 9 aanvragen ingediend, waarvan er 1 niet is toegekend omdat het een organisatie betrof die niet cultuur gerelateerd is. Twee van de aanvragers hebben slechts een gedeelte van het aangevraagde bedrag toegekend gekregen. De overige 6 aanvragen zijn volledig toegekend. Het totaal toegezegde bedrag bedraagt € 24.000. Daarnaast is € 5.000 uitgegeven voor de uitvoering van de motie ‘Baard van de koning’. Het restant bedrag blijft beschikbaar voor uitgaven omtrent cultuur.
3a t/m 3f Op dit moment wordt geinventariseerd waar extra bijdragen nodig zijn voor: - het welzijn van de jeugd; - de ontmoeting en begeleiding van ‘kwetsbare’ groepen en - het ondersteunen en bevorderen van een gezonde leefstijl. 3g Vergoeding voor vrijwilligers papierinzameling. Extra kosten voor de afbouwregeling zijn naar verwachting € 26.500. 3h Vooralsnog lijken de eerder beschikbaar gestelde middelen voor de TONK voldoende. 3i Net als in 2020 wordt de eigen bijdrage van de ouders die gebruik maken van de gemeentelijke regelingen vergoedt. Afwikkeling loopt via de kinderopvangorganisaties.
H4.4
financiën algemeen
4 Gemeenten bieden vanaf 1 januari 2021 ondersteuning aan zelfstandig ondernemers die zich willen herorienteren. In de meicirculaire is hiervoor geld ontvangen. Het macro budget is verdeeld naar rato van het aantal zelfstandig ondernemers in de gemeente. 5 Vanuit de Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving heeft Rhenen recht op een bijdrage van € 15.500 voor de extra inzet van boa’s op coronagerelateerde handhavingstaken. 6 Op diverse onderdelen in het programma Bedrijfsvoering worden extra kosten gemaakt voor tijdelijke ondersteuning vanwege werkzaamheden door corona. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Ondersteuning advies/personeelszaken vanwege extra werkzaamheden ten aanzien van de gemeentelijke gebouwen en de verkiezingen. 2. Ondersteuning team advies/communicatie. 3. Projectleider om de effecten van Corona in kaart te brengen. Hieronder valt ook het opstellen van de coronarapportages. 4. Coco overleggen, aanspreekpunt voor samenleving en organisatie. 5. Kantoor- en ICT benodigdheden. In de voorjaarsrapportage is een bedrag van € 36.500 ten laste gebracht van het project Impuls post COVID-19 voor de extra kosten die gemaakt zijn op het gebied van handhaving. Herbeoordeling van deze kosten laat zien dat de totale extra kosten op corona-handhaving ruim € 45.000 bedragen.
Een gedeelte hiervan wordt gedekt uit de specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving. Het resterende deel kan gedekt worden uit bestaande capaciteit op het inhuurbudget bij handhaving. Derhalve wordt de oorspronkelijke dekking van € 36.500 uit de middelen voor de Impuls post COVID-19 nu teruggestort in dit fonds. In het programma dienstverlening zijn de opbrengsten van de leges voor huwelijken naar beneden bijgesteld omdat veel huwelijken zijn geannuleerd. Daarnaast is voor € 39.000 minder aan huuropbrengsten in gemeentelijke gebouwen gerealiseerd en is nog € 7.500 gecompenseerd aan omzet bij de WMO door late aanlevering van de zorgaanbieder.
34
H4.4
financiën algemeen
H4.4
Totaal septembercirculaire 662.000 V
Ook in de septembercirculaire 2021 zijn nog middelen beschikbaar gekomen voor Corona. In de aanvullende memo bij de Najaarsrappportage wordt u hierover geïnformeerd. Septembercirculaire 2021 Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de uitkering uit het gemeentefonds. De meicirculaire is de belangrijkste circulaire omdat deze vaak de meest vertrekkende gevolgen. De meicirculaire vormt voor de meeste gemeenten de basis voor het opstellen van de begroting van het komende jaar. De septembercirculaire geeft een geactualiseerd inzicht op basis van de Miljoenennota van het Rijk. De septembercirculaire valt dit jaar voordelig uit. Het beeld van een positieve septembercirculaire door een stijging van het accres (groei gemeentefonds door extra uitgaven in de rijksbegroting) zien we vanuit historisch perspectief vaker. De meicirculaire van het jaar erop laat vaak een correctie hierop zien tussen de 10% en 20%.
594.000 V
579.000 V
2023
2024
526.000 V
266.000 V
2021
2022
2025
*De gereserveerde middelen (in rood weergegeven) bestaan de uit loon- en prijsontwikkelingen, coronasteun
NB: De financiële gevolgen van de septembercirculaire zijn verwerkt in de aanvullende memo bij de Najaarsrapportage. In grafiek hiernaast zijn de uitkomsten van de septembercirculaire in beeld gebracht. Het groen gearceerde deel heeft een positief effect op de begrotingsresultaten zoals die zijn gepresenteerd in de programmabegroting 2022. In het rood is aangeven welk deel van het voordeel uit de circulaire in de begroting wordt gereserveerd. Het betreft de ontwikkelingen bij de taakmutaties en specifieke uitkeringen en de compensatie voor de hogere loon en prijsontwikkelingen. De voordelige uitkomsten zijn vanaf 2022 het gevolg van de doorwerking van de hogere rijksuitgaven op het gemeentefonds (ook wel het accres genoemd). Het betreft vooral extra uitgaven voor klimaatmaatregelen, compensatie van de gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, zorguitgaven, EU afdrachten en de hogere loon en prijsstijgingen in 2022. Daarnaast is de opschalingskorting voor 2022 bevroren. In 2021 bestaat het voordeel niet uit de loonen prijsontwikkelingen, maar uit het steunpakket corona en middelen aanpak problematiek jeugdzorg. Tenslotte hebben in de circulaire enkele negatieve correcties plaatsgevonden. Deze zijn budgettair neutraal omdat die worden verrekend met het uitgavenbudget. Zie onderdeel taakmutaties en specifieke uitkeringen.
en diverse taakmutaties.
Hoger accres en bevriezing opschalingskorting zorgen voor extra financiële ruimte De voeding van het gemeentefonds als gevolg van de methode ‘samen de trap op en samen de trap af’ wordt het accres genoemd. De accressen 2020 en 2021 zijn vastgeklikt op het niveau van de meicirculaire 2020. Dit om rust en stabiliteit te creëren tijdens de corona-pandemie en er vindt geen afrekening plaats. In de septembercirculaire 2021 zijn de accressen vanaf 2022 weer bijgewerkt. Deze keer pakt het accres voor alle jaren positief uit omdat er aanvullende middelen zijn uitgetrokken voor een aantal beleidsterreinen en de hogere loonen prijsontwikkeling. De stijging van 1,4% komt voor de loon- en prijsgevoelige onderdelen in de begroting, overeen met het bedrag van circa € 236.000 en is structureel van aard. Om de loon- en prijsstijgingen in 2022 te kunnen opvangen zal het bedrag in de begroting worden gereserveerd. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 is de loon- en prijsontwikkeling gelijk aan de cijfers die in de meicirculaire zijn gepresenteerd. De gemeenten worden sinds 2015 geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. Die loopt op tot bijna 1 miljard euro in 2025. Deze zogeheten opschalingskorting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen herindelingen efficiënter zouden gaan werken en dus
35
financiën algemeen
kosten zouden besparen. Door dat verplicht opschalen naar 100.000+ gemeenten ging in 2015 echter al een streep, maar de opeenvolgende kabinetten Rutte handhaafden wel de korting. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten pleit al jaren voor volledige afschaffing van de opschalingskorting. In 2020 en 2021 was de opschalingskorting al bevroren op het niveau 2019. Het kabinet heeft besloten om dit ook voor 2022 te doen. Dit levert in 2022 een voordeel op van € 254.000. Verder is in de septembercirculaire voor het jaar 2022 de extra rijksbijdrage als compensatie van de jeugdtekorten ontvangen. In de begroting 2022 was hierop al voorgesorteerd. Daarnaast heeft het Rijk een voorschot verstrekt voor de verwachte onderuitputting van het BTW compensatiefonds in 2021. Dit bedrag is hoger dan waarmee in de begroting rekening werd gehouden. Tenslotte hebben nog enkele kleinere bijstellingen plaatsgevonden.
taken. De effecten daarvan kunnen zowel positief als negatief uitpakken. De financiële bijstellingen hebben echter geen effect op de begrotingsresultaten. Tegenover een voordelige bijstelling in het gemeentefonds staat een reservering (nadeel) bij een inhoudelijk programma en vice versa. Onderstaande grafiek laat zien dat in 2021 een aanzienlijk bedrag is ontvangen. Meerjarig is sprake van een beperkte (negatieve) bijstellingen. 223.000
Middelen reserveren of verrekenen
De extra financiële ruimte komt voor onze gemeente in 2021 uit op € 43.000. In de jaren daarna loopt het voordeel op van bijna € 300.000 in 2022 naar ruim € 449.000 in 2025. Zie onderstaande grafiek. Effect op begrotingsresultaten 449.000 378.000
364.000
-2.000
292.000 2021
43.000
2021
2022
2023
2024
2025
Taakmutatie en specifieke uitkeringen Onder taakmutaties en specifieke uitkeringen vallen middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor de uitbreiding van bestaande taken / nieuwe taken of correcties op bestaande
36
2022
-20.000
-21.000
-23.000
2023
2024
2025
Het voordeel in 2021 is het gevolg van de afspraken over de coronasteun. Bij de septembercirculaire is de tweede en laatste trance van de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) van € 195 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering. Ook is de definitieve verdeling 2021 bekend gemaakt van de € 60 miljoen voor lokale cultuur en de buurt- en dorpshuizen. Daarnaast stelt het kabinet in 2022 als onderdeel van het corona steunpakket extra middelen beschikbaar voor: a. Re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden b. Gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand In onderstaande tabel zijn de voordelige en nadelige gevolgen bij de taakmutaties en specifieke uitkeringen weergegeven.
H4.4
financiën algemeen
Taakmutaties en specifieke uitkeringen
2021 2022 2023
2024
2025
OVERIGE ONTWIKKELINGEN EN WETENSWAARDIGHEDEN
Corona steunpakket Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
125 V
Buurt- en dorpshuizen
8V
Lokale cultuur
48 V
Aanvullend pakket re-integratie bijstandsgerechtigden
5V
Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden
13 V
Gemeentelijk schuldenbeleid
19 V
Bijzondere bijstand
9V
Taakmutaties Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz
18 N
Uitvoering en implementatie Breed offensief
11 V
Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden
52 V
Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Jeugdhulp en WMO Participatie
16 N
15 N
14 N
14 N
29 N 3N
3N
5N
7N
9N
Mutatie septembercirculaire
223 V
2N
20 N
21 N
23 N
Verwerken bij de inhoudelijke programma’s
223 N
2V
20 V
21 V
23 V
0V
0V
0V
0V
0V
Effect op begroting
NB: De taakmutaties voor nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken worden in beginsel gereserveerd in de planning & control producten. Voor de middelen die voor het lopende jaar beschikbaar zijn gesteld geldt dat de periode om hier beleid op te maken en de middelen te investeren beperkt is. Dit geldt zowel voor de taakmutaties en specifieke uitkeringen die bij de meicirculaire als bij de septembercirculaire zijn ontvangen. Voor afloop van het kalenderjaar ontvangt u een bestuurlijk voorstel hoe het college wil omgaan met de taakmutaties en specifieke uitkeringen 2021.
37
Extra rijksuitgaven van € 2 miljard werken niet door in accres gemeentefonds Gemeenten zijn via het principe samen trap op en trap af direct gekoppeld aan de ontwikkelingen op de rijksbegroting. Ondanks deze afspraak heeft het kabinet besloten dit principe niet toe te passen op de extra rijksuitgaven van € 2 miljard die voortkomen uit de algemene politieke beschouwingen. Reden hiervoor is dat het kabinet het afgelopen jaar al allerlei dingen heeft gedaan om gemeenten in financiële zin te ondersteunen. Voorbeelden hiervan zijn: - het bevriezen van de opschalingskorting met € 270 miljoen in 2022; - € 1,3 miljard extra voor de jeugdzorg, boven op de € 300 miljoen die de gemeenten daarvoor al eerder kregen; - € 94 miljoen compensatie voor de hogere zorgsalarissen naar aanleiding van de motie- Hijink; - € 73 miljoen voor de uitvoering van klimaatafspraken; - de coronagelden. Ook zijn er andere rijksuitgaven die niet meetellen voor het accres. Het huidige kabinet stelt voor om bij de formatie “breder naar de trap-op-trap-af-systematiek te kijken. Het huidige systeem leidt tenslotte voortdurend tot allerlei dilemma’s. Extra middelen voor onderwijsvertraging door corona Gemeenten krijgen een specifieke uitkering van € 308 miljoen om de onderwijsvertraging bij kinderen als gevolg van corona in te lopen.
De specifieke uitkering bestaat uit twee delen: (1) € 118,11 per leerling die op 1 oktober 2020 stond ingeschreven bij een school in die gemeente voor primair onderwijs of voortgezet onderwijs en (2) € 22,64 per onderwijsachterstandsscore voor 2022, die is gebaseerd op het gemiddelde van 2019 en 2020. Met deel (1) wordt het grootste deel verdeeld, namelijk € 262 miljoen. Gemeenten hoeven de uitkering niet aan te vragen, hij wordt ambtshalve verleend. Nog dit jaar krijgen gemeenten de beschikking met het bedrag dat ze krijgen. De uitkering mag besteed worden in de periode 1 juli 2021 tot en met 31 juli 2023. In december 2021 krijgen de gemeenten 5/24e van het bedrag uitbetaald, vervolgens elke maand (tot en met juli 2023) 1/24e. Over de omvang en de besteding van de middelen wordt u nog nader geïnformeerd.
H4.4
financiën algemeen
Het Rijk stelt € 150 miljoen beschikbaar tegen energiearmoede Gemeenten krijgen € 150 miljoen om armoede door de hoge energieprijzen tegen te gaan. Dat heeft het Rijk besloten als reactie op de koopkrachtdalingen die het gevolg zijn van prijsstijging van gas en stroom. Het Rijk wil de € 150 miljoen verdelen volgens de energiearmoedekaart van TNO. TNO definieert energiearmoede als een combinatie van laag inkomen en ofwel hoge energiekosten ofwel een niet goed geïsoleerde woning. Het gaat om ongeveer 555.000 huishoudens, dat is 7,0% van het totaal aantal huishoudens. Ter vergelijking: inkomensarmoede treft 15,1% van het totaal aantal huishoudens. Ernstige energiearmoede is ruimtelijk veel geconcentreerder dan inkomensarmoede. Dat maakt gericht beleid per gemeente eenvoudiger. In Rhenen is bij 4,76% van de huishoudens sprake van energiearmoede. Raad voor het Openbaar bestuur is kritisch op de voorgestelde herijking Op 19 oktober is het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) verschenen over de herijking van het gemeentefonds. De nieuwe verdeling van het gemeentefonds kan volgens het ROB zo niet worden ingevoerd. De nieuwe verdeling is nog niet goed genoeg. Er moet eerst nog veel nader onderzoek plaatsvinden, en er zijn nog veel aanpassingen nodig. Ook moet de invoering beperkt blijven tot maximaal 3 jaar.
Allereerst maakt de ROB de kanttekening dat ze het model niet kunnen toetsen op het criterium ‘aansluiten bij de kosten van de gemeenten’, omdat het Rijk weigert de onder-
38
zoeksgegevens openbaar te maken. Dit staat ook in contrast met de toegezegde transparantie van het onderzoek, wat voor de ROB een belangrijke voorwaarde is. Ook blijken de gepresenteerde uitkomsten van de herverdeling over 2019 niet juist. Het ROB vindt wel dat de nieuwe verdeling beter aansluit dan de huidige verdeling, maar de nieuwe is niet goed genoeg. Het nieuwe verdeelvoorstel laat nog steeds patronen zien die niet uitlegbaar zijn, bevat keuzes die meer bestuurlijke verantwoording behoeven en moet beter rekening houden met de draagkracht van gemeenten. De voorgestelde nieuwe verdeling sociaal domein schiet zijn doel voorbij. De grote gemeenten gaan er financieel op vooruit ten koste van de kleinere gemeenten. Het huidige voorstel is vertekend en gericht op uitgaven uit het verleden in plaats van wat nodig is in de toekomst. De voorgestelde nieuwe verdeling van het klassiek domein onderschat de investeringen die nodig zijn voor de opgaven rond klimaat en woningbouw. En de mogelijkheid om rekening te houden met de eigen inkomsten die gemeenten kunnen verwerven is te grof en niet uit te leggen. Tenslotte heeft de ROB principiële kritiek op de onderzoeksmethode, omdat die de uitgaven van gemeenten beschrijft en zich niet beperkt tot de noodzakelijke kosten van gemeenten.
Daarmee loopt het onderzoek de kans rijkere gemeenten, of gemeenten met een principiële keuze voor hoge belastingen, te bevoordelen. Daarom vindt de ROB het niet verstandig om het nu voorliggende voorstel op deze manier en zonder voorwaarden in te voeren.
H4.4
In deze rapportage zijn geen relevante ontwikkelingen bij de samenwerkende partners te vermelden.
39
H5
VERDIEPEND THEMA
verdiepend thema
VOOR DE SPADE DE GROND IN KAN Eenieder van ons ziet met enige regelmaat dat er werkzaamheden uitgevoerd worden in de openbare ruimte. We staan wel eens – al dan niet mopperend – te wachten tot we langs een stukje opengebroken weg kunnen rijden. Maar we zijn ons niet bewust wat er moet gebeuren voordat de spreekwoordelijke spade de grond in kan. En waarom een civiel project dus altijd een langere looptijd heeft. De basis voor de civiele projecten wordt gevormd door de beheerprogramma’s. Vanuit de beheerprogramma’s worden – meerjarig - de financiële middelen geraamd voor onderhoud en vervanging. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is de technische levensduur: hoe lang gaat bijvoorbeeld verharding of riolering mee? Vanuit de beheerprogramma’s wordt een meerjarenplanning opgesteld, waarbij gekeken wordt of het noodzakelijk of gewenst is om het werk aan de weg te combineren met het werk aan het riool of omgekeerd. Voor ieder civiel project wordt dezelfde checklist doorlopen. Voor relatief eenvoudige projecten is een aantal onderwerpen van de checklist niet van toepassing. Deze projecten vragen minder voorbereidingstijd. Voor complexe projecten zijn veel of alle onderwerpen van de checklist van toepassing, waardoor de voorbereidingstijd toeneemt.
Een civiel project start met de inventarisatie van de geografische omgeving en het bepalen van het projectgebied op de kaart: wat is het beginpunt in de fysieke ruimte en wat het eindpunt. Daarna wordt bepaald welke ingreep nodig is, ondergronds en/of bovengronds. Als er sprake is van een gecombineerd project – riool en weg – wordt gestart met de voor-
40
bereiding van het ondergrondse deel van het project. Hierbij spelen vragen als: • welk type riool moet geplaatst worden; • wat ligt er nu en welke materialen kunnen destijds zijn gebruikt (bijvoorbeeld asbest); • wat is de milieuwaarde van de grond (K-waarde¹, kan er sprake zijn van vervuiling); • waar liggen overige kabels en leidingen (KLIC-melding²); • kan er binnen de bestaande sleuf gewerkt worden (de zogenaamde geroerde grond) of moet daarbuiten gegraven worden (de zogenaamde ongeroerde grond). ¹ zie achtergrondinformatie - ² zie achtergrondinformatie Indien het nodig blijkt te zijn om in de ongeroerde grond te werken zijn er aanvullende onderzoeken nodig. Het gaat dan om archeologisch onderzoek en onderzoek naar niet gesprongen explosieven. Naast bureauonderzoek wordt ook veldonderzoek uitgevoerd. De praktijk heeft geleerd dat de informatie vanuit de KLIC-melding niet altijd betrouwbaar is; er worden meestal vooraf proefsleuven gegraven. Voor de inrichting van de weg (bovengronds) start de inwonersparticipatie gemiddeld vijf tot zeven maanden voor de verwachte datum aanvang werkzaamheden. In het verkeerstructuurplan liggen de kaders omtrent de leefbaarheid en veiligheid in relatie tot mobiliteit vast.
Voor een weg die geldt als hoofdontsluiting geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, voor de wegen die gelden als erftoegang geldt een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Van tevoren wordt aangegeven waarover de inwoners kunnen meepraten. Voor de binnenstad van Rhenen geldt een beeldkwaliteitsplan, daarbuiten niet. De inwoners brengen hun wensen in met betrekking tot het tracé, de hoeveelheid groen, parkeren en te gebruiken materialen. De inwoners zien de weg vanuit hun eigen perspectief en
H5
verdiepend thema
beargumenteren hun eigen belang. De gemeente kijkt naar het algemeen belang, toetst het perspectief van de bewoners én bewaakt de financiële kaders. Een langere weg kan afhankelijk van de omliggende bebouwing en de “functie” in delen afwijkend worden ingericht. Na het participatietraject wordt het ontwerp uitgetekend en worden de kosten geraamd. Via een bestuurlijk voorstel wordt het college gevraagd om het benodigde krediet – dat als algemeen civiel krediet is opgenomen in het meerjarenperspectief bij de begroting – beschikbaar te stellen voor het specifieke project. Hierna worden het bestek en de tekeningen gemaakt en wordt de uitvoering van het project aanbesteed, eventueel in delen. Daarbij worden de aspecten duurzaamheid, onderhoud en beheer meegenomen. Met overige disciplines binnen de gemeente wordt gekeken naar de wijze van communicatie over het project naar aanwonenden, overige inwoners en gebruikers, eventuele omleidingsroutes, de effecten op het openbaar groen en het verlichtingsplan.
van een materiaal. Zo laat zandgrond over het algemeen redelijk tot goed water door, in tegenstelling tot bijvoorbeeld klei of leem. De doorlatendheid van gronden in Nederland ligt tussen de 0,0001 meter per dag voor nauwelijks doorlatende zware klei en 100.000 meter per dag voor grind. Voor zandgronden ligt de k-waarde tussen 0,5 en 250 meter per dag. De doorlatendheid van zand is afhankelijk van de grofheid en het slibgehalte. KLIC-melding KLIC staat voor Kabels en Leidingen Informatie Centrum. Als er wordt gegraven met machines is de opdrachtgever wettelijk verplicht vooraf een KLIC-melding te doen. Na de melding ontvangt de opdrachtgever kabel- en leidinginformatie van de plek waar wordt gegraven. De opdrachtgever gebruikt deze informatie om graafschade en gevaarlijke situaties te voorkomen. De informatie moet tijdens het graven digitaal op de graaflocatie aanwezig zijn. Het graafgebied in één KLIC-melding mag maximaal 500 x 500 meter groot zijn. De KLIC-melding wordt op zijn vroegst 20 werkdagen en op zijn laatst 3 werkdagen vóór de graafwerkzaamheden gedaan. Als de datum van graven nog niet bekend is kan een oriëntatieverzoek worden gedaan.
In de ideale civiele wereld kunnen de werkzaamheden – afhankelijk van de grootte en complexiteit van het project – tussen de negen en vierentwintig maanden na aanvang van de voorbereiding starten. In de werkelijkheid lopen er meerdere projecten naast elkaar. En kunnen bepaalde onderdelen van de voorbereiding alleen na elkaar plaatsvinden. Participatietrajecten kunnen niet uitgevoerd worden in de zomermaanden of rondom de jaarwisseling. En last but not least kunnen er politiek-bestuurlijke redenen zijn om een project naar voren te halen of juist later uit te voeren.
Natura 2000 In Natura 2000-gebieden is voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt een natuurvergunning of ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt. Tot en met me 2019 stonden de richtlijnen hiervoor in het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS is niet langer geldig. Op 1 juli 2021 trad de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouwsloop en éénmalige aanleg activiteiten (bouwvrijstelling). Hiermee is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk.
41
ACHTERGRONDINFORMATIE
De Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt eisen aan de waterkwaliteit in een Natura 2000-gebied. Zo mag het
K-waarde
afkoppelen van het hemelwater van het vuilwaterriool geen invloed op de natuur hebben. Hiervoor moet de
De K-waarde wordt uitgedrukt in meter per dag. Hoe beter water wordt doorgelaten, hoe hoger de k-waarde
bodemgesteldheid worden onderzocht.
H5
BIJLAGE
hyperlinks en qr codes
HOOFDSTUK 2 - WAT DOEN WE? Algemeen gemeente Rhenen
Website gemeente Rhenen >>
Raadsinformatiesysteem >>
Openbare raadsdossiers >>
Waarstaat jegemeente >>
Website VNG >>
Raadslid.nu >>
BDO benchmark>>
Data Financiën Decentrale Overheden>>
Atlas van de lokale lasten 2021 >>
Algemene informatie
Planning en control
Perspectiefnota 2021>>
Addendum Perspectiefnota 2021>>
HOOFDSTUK 3 - WAT METEN WE? Wettelijke indicatoren
Overige indicatoren>>
43
Begroting 2021 -2024 >>
Jaarstukken 2020 >>
Voorjaarsrapportage 2021>>
hyperlinks en qr codes
HOOFDSTUK 4 - WAT KOST HET? Financiën algemeen
44
Financieel overzicht van programma naar produkt>>
Overzicht overige verschillen baten en lasten>>
Overzicht reserves en voorzieningen>>
Overzicht investeringen 2021>>
Overzicht overige verschillen reserves>>