CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ingekomen stukken export 31-05-2024

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Mededelingen en ingekomen stukken22.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente Barneveld heeft afgelopen donderdag, 25 april, een brief gestuurd naar de ministers Adema en Van der Wal. Een brief over de zorgen die er leven in onze mooie regio omtrent de leefbaarheid, vitaliteit en meer van het landelijk gebied en de daarbij behorende dorpen. Het college doet aan de ministers de oproep om onze agrarische sector en gerelateerde bedrijvigheid een duurzaam perspectief te bieden. Hieronder enkele citaten: Burgemeester Van der Tak: “Met de brief aan ministers Van der Wal en Adema wil ik mijn zorgen in de agrarische sector overbrengen die ik hoor in persoonlijke gesprekken op het erf en achter de staldeur. Ik doe met de brief een oproep om onze agrarische sector en gerelateerde bedrijvigheid een duurzaam perspectief te bieden en deze belangen mee te wegen in de besluiten die de ministers moeten nemen”. Wethouder Bennie Wijnne: ”Ons agrarisch gebied is waardevol! In dit gebied hebben wij als gemeente met alle betrokkenen, lokaal en regionaal en landelijk, de nodige veranderingen te realiseren. Alleen samen, met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid, kunnen we draagvlak en draagkracht krijgen voor de opgaven die voor ons liggen”. Wij voelen ons als belangenbehartiger zeer gesteund door deze brief van de gemeente en zouden het zeer waarderen als meerdere gemeentes deze handschoen willen oppakken.

Jaarstukken 2023 ODRU (met was getekende controleverklaring)

Het bestand Jaarstukken 2023 ODRU (met was getekende controleverklaring) kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://rhenen.raadsinformatie.nl/document/14101373/1/Jaarstukken+2023+ODRU+%28met+was+getekende+controleverklaring%29

Bestuurlijk voorstel college Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatieniveau Onderwerp

: : : : : : :

30 april 2024 Pieter Boode 1164292 drs. J.G. Boerkamp College Rhenen Openbaar Jaarverslag- en rekening 2023 en ontwerpbegroting 2025-2028 Valleihopper

Voorstel Het college besluit: 1. kennis te nemen van de aanbiedingsbrief en het jaarverslag- en rekening 2023; 2. kennis te nemen van de aanbiedingsbrief en in te stemmen met de ontwerpbegroting 2025-2028 en ten aanzien van de ontwerpbegroting 2025-2028 geen wensen en bedenkingen in te dienen; 3. de financiële consequenties die uit de ontwerpbegroting 2025-2028 voortvloeien, te verwerken in onze reguliere P&C cyclus; 4. dit besluit ter kennisname aan de raad te sturen. Aanleiding/ korte voorgeschiedenis De Valleihopper biedt sinds 1 januari 2017 vraagafhankelijk vervoer voor inwoners van de gemeente Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen. De Valleihopper is ingericht als compenserende vervoersvoorziening in het kader van de Wmo voor inwoners die vanwege mobiliteitsbeperkingen niet kunnen reizen met het reguliere openbaar vervoer. Geïndiceerde inwoners ontvangen een vervoerspas waarmee zij tegen een gereduceerd reizigerstarief gebruik kunnen maken van de Valleihopper. In de gemeente Renswoude, Rhenen en Veenendaal is het ook mogelijk om zonder vervoerspas gebruik te maken van de Valleihopper, maar dan wel tegen een hoger reizigerstarief (het zogenaamde OV-vangnet maar ook wel Aanvullend Openbaar Vervoer genoemd). In bijlage 1 en 2 zijn de aanbiedingsbrief met het jaarverslag- en rekening 2023 van de BVO Valleihopper bijgevoegd.

In bijlage 3 en 4 is de aanbiedingsbrief met de ontwerpbegroting 2025-2028 opgenomen. Kaders De Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper (GR BVO Valleihopper). De Kaderbrief 2025-2028, die in januari 2024 is aangeboden, en op 6 februari 2024 middels raadsbesluit is vastgesteld. Beoogd effect Betrouwbaar, betaalbaar en goed functionerend vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur. Door met dit voorstel in te stemmen besluit het college de aanbiedingsbrief met het jaarverslag- en rekening 2023 en de aanbiedingsbrief met de ontwerpbegroting 2025-2028 aan de gemeenteraad aan te bieden.

1

Argumenten 1.1 De totale kosten 2023 van de Valleihopper vallen lager uit dan begroot. De totale kosten van de Valleihopper zijn in 2023 uitgekomen € 4.156.008,- terwijl de kosten voor 2023 waren begroot op € 4.819.530,-. Voor de gemeente Rhenen zijn de totale kosten € 179.562,versus € 224.922,- begroot en betekent een begrotingsoverschot van € 45.360,-. De belangrijkste oorzaak is dat tijdens het opstellen van de begroting 2023-2026 rekening is gehouden met het feit dat de vervoersvolume in 2023 weer terug zou komen op het oorspronkelijke niveau van vóór de coronacrisis. Dit heeft niet plaatsgevonden. Het callcenter en de vervoerders zijn voor de lagere vervoersvolumes gecompenseerd maar heeft niet geleid tot een begrotingstekort. De lagere kosten zijn verwerkt in de jaarrekening 2023 van Rhenen. 1.2 Het aantal gegronde klachten in de gemeente Rhenen is in 2023 gestegen. In het jaarverslag- en rekening 2023 is te zien dat het aantal gegronde klachten door inwoners van de gemeente Rhenen is gestegen van 10 in 2022 naar 36 in 2023. Daarentegen is het totaal aantal gegronde klachten van de Valleihopper gedaald van 653 in 2022 naar 553 in 2023. Het merendeel van de gegronde klachten heeft betrekking op het feit dat de taxi te laat is of zelfs helemaal niet voor komt rijden.

Het aantal gegronde klachten heeft er mede toe geleid dat het bestuur van de BVO Valleihopper eind 2023 heeft besloten om het vervoer opnieuw aan te besteden. 2.1 De ontwerpbegroting is gebaseerd op uitgangspunten uit de kaderbrief 2025-2028. Het uitgangspunt van de ontwerpbegroting is, zoals vermeld in de kaderbrief 2025-2208, de gerealiseerde vervoervolumes in 2023. In de ontwerpbegroting is geen nieuw beleid opgenomen en zijn de meerjarenoverzichten, conform de financiële kaders uit de kaderbrief 2025-2028, berekend op basis van verwachte jaarlijkse indexatie en jaarlijkse groei van het vervoer. De indexatie voor de vervoerskosten 2024 is vastgesteld op 3,4% (NEA-index). Voor 2025 wordt uitgegaan van een indexatie van 3,5%. Voor de volgende jaren is het de verwachting dat rekening kan worden gehouden met het oorspronkelijke historische gemiddelde van 3%. De indexatie voor 2025 e.v. geldt ook voor de kosten van het beheerbureau en de reizigersbijdrage. De gerealiseerde vervoersvolumes 2023 zijn als uitgangspunt genomen met de verwachting dat deze vanaf 2024 jaarlijks met 5% groeien. 2.2 De meerjarenoverzichten zijn gebaseerd op tarieven van huidige contracten. De huidige contracten met het callcenter en de vervoerders lopen tot en met 31 december 2024. Er was een mogelijkheid om de contracten drie keer te verlengen met 1 jaar.

Het bestuur van de BVO Valleihopper heeft besloten geen gebruik te maken van de verlengingsmogelijkheid. De voornaamste reden hiervoor is dat de vervoervolumes lager zijn dan destijds bij de aanbesteding was aangegeven en dat de kwaliteit van het vervoer minder is dan gewenst. Het aanbestedingstraject is eind 2023 in gang gezet. Risico’s en nadelen 2.1 De tarieven van het callcenter en vervoerders wijzigen. Vanwege de aanbesteding zullen voor het callcenter en de vervoerders nieuwe contracten worden aangegaan. Deze contracten leiden ook tot nieuwe tarieven. De verwachting is dat deze tarieven hoger zullen liggen dan de huidige tarieven. De nieuwe tarieven zijn pas in de zomer van 2024 bekend en dus niet meegenomen in de ontwerpbegroting. Over de uitkomsten van de aanbesteding en de mogelijke financiële consequenties zullen wij u in de zomer 2024, na definitieve gunning, op de hoogte stellen. Financiële toelichting De meerjarenoverzichten zijn in de ontwerpbegroting 2025-2028 opgenomen. De BVO Valleihopper heeft voor de gemeente Rhenen in 2025 een bijdrage van € 221.972 begroot. In 2026 is de bijdrage begroot op € 239.036 dat vervolgens oploopt naar € 277.355,- in 2028. In onderstaande tabel worden de verschillen ten opzichte van de begroting van Rhenen inzichtelijk gemaakt.

2

Jaar

Begroting Rhenen

2025 2026 2027 2028

€ 203.398 € 216.711 € 230.946 € 230.946

Begroting Valleihopper € 221.972 € 239.036 € 257.460 € 277.355

Verschil + € 18.573 + € 22.024 + € 26.513 + € 46.408

De hogere kosten worden voor circa 70% veroorzaakt door de gestegen prijzen. Voor circa 30% wordt de stijging veroorzaakt door een toename van het aantal ritten. De begroting 2024-2027 was gebaseerd op de vervoervolumes van 2022. Die lagen 60% tot 70% lager dan het oorspronkelijke niveau van voor Corona. De begroting 2025-2028 is gebaseerd op de vervoersvolumes 2023 die gestegen zijn ten opzichte van 2022. De hogere stijging in 2028 wordt veroorzaakt door de toevoeging van de jaarschijf 2028 met een stijging van het vervoervolume met 5%. Het prijsstijging kan worden gedekt ten laste van de stelpost prijsstijgingen. De financiële gevolgen worden verwerkt in de Voorjaarsrapportage 2024. Personele gevolgen De ontwerpbegroting 2025-2028 heeft geen personele gevolgen. Duurzaamheid In de documenten van de aanbesteding is een duurzaamheid eis voor voertuigen opgenomen. Minimale eis voor personenauto’s en bussen is 100% elektrisch of deels elektrisch en waterstof. Uitzondering zijn de rolstoelbussen die vanwege de beperkte beschikbaarheid gefaseerd worden ingevoerd. Participatie Het jaarverslag- en rekening 2023 en de ontwerpbegroting 2025-2028 is opgesteld door medewerkers van de BVO Valleihopper. Beide documenten zijn afgestemd met de ambtelijke vertegenwoordiging van de deelnemende gemeenten en het bestuur van de BVO Valleihopper.

Communicatie Na besluit wordt het collegebesluit met bijlagen naar de raad gestuurd. Vervolgprocedure Het jaarverslag- en rekening 2023 wordt, na vaststelling van het bestuur van de BVO Valleihopper, binnen twee weken doch uiterlijk 15 juli 2024 aan Gedeputeerde Staten verzonden. Voor de ontwerpbegroting 2025-2028 dienen de deelnemende gemeenten eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Het bestuur van de BVO Valleihopper stelt uiterlijk 15 juli 2024 de begroting vast en zendt deze binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk voor 1 augustus 2024, aan Gedeputeerde Staten door. Bijlagen Bijlage 1: Aanbiedingsbrief Jaarstukken 2023 Bijlage 2: Jaarverslag- en rekening 2023 Bijlage 3: Aanbiedingsbrief Ontwerpbegroting 2025-2028 Bijlage 4: Ontwerpbegroting 2025-2028

3

Bestuurlijk voorstel college Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatieniveau Onderwerp

: : : : : : :

3 mei 2024 Pien Liebregts 1167321 C. van Rhee-Oud Ammerveld College Rhenen Openbaar Aanbieden jaarverslag commissie bezwaarschriften 2023

Voorstel Het college besluit: het jaarverslag 2023 van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Rhenen voor kennisgeving aan te nemen, toe te zenden aan de gemeenteraad en aanbevelingen onder de aandacht te brengen van de organisatie.

Aanleiding/ korte voorgeschiedenis De commissie bezwaarschriften is een onafhankelijke commissie die de bestuursorganen van de gemeente adviseert over de afhandeling van ingediende bezwaarschriften. De commissie brengt ieder jaar een verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Het jaarverslag geeft onder andere (cijfermatig) inzicht in het aantal ontvangen bezwaarschriften, het aantal bezwaarschriften dat is ingetrokken, doorlooptijden, het aantal adviezen dat door de commissie is uitgebracht en de resultaten daarvan. Het jaarverslag maakt de vergelijking met eerdere jaren, zodat eventuele bijzonderheden worden gesignaleerd. Die signalen kunnen het leereffect versterken voor zowel de gemeentelijke organisatie als de commissie. De commissie doet daarom aanbevelingen in de conclusie van het verslag. De samenstelling van de commissie is in 2023 niet gewijzigd. Het secretariaat van de commissie is wel gewijzigd. Hans Altena verliet per 1 mei 2023 de commissie. Om het secretariaat op sterkte te houden is Pien Liebregts in mei 2023 aangewezen als secretaris. En met het pensioen van Theo Florissen in aankomst (begin 2024) is ook Mariska van Nieuwamerongen aangewezen als secretaris in 2023.

Kaders Artikel 19 van de Verordening commissie bezwaarschriften bepaalt dat de commissie jaarlijks voor 1 juli verslag uitbrengt van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Beoogd effect Inzicht geven in werkzaamheden commissie, het delen van signalen/bijzonderheden en versterken van het leereffect. Dit draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van de gemeentelijke besluitvorming.

1

Argumenten 1.1 Het verslag geeft inzicht in (de afhandeling van) bezwaarprocedures Hieruit blijkt o.a. dat de commissie in 2023 41 bezwaarschriften heeft behandeld. De meeste bezwaarschriften zijn ingediend tegen verleende vergunningen (18). Een zaak is voor de commissie behandeld/afgerond als het bezwaarschrift is ingetrokken, het bezwaarschrift is doorgezonden naar ander bevoegd gezag of als de commissie advies heeft uitgebracht. De commissie bracht in 2023 27 adviezen uit. Relatief veel bezwaarschriften zijn ingetrokken (13). In 4 zaken nam het college een beslissing op bezwaar na de wettelijke 18-weken-termijn. In geen geval was een ‘dwangsom bij niet tijdig beslissen’ verschuldigd. 1.2 De commissie doet aanbevelingen aan de organisatie Bij een besluit dat is genomen, moet de motivering duidelijkheid geven waarom is gekozen voor een bepaalde beslissing. Een goede motivering kan het indienen van bezwaren voorkomen. Belangrijker nog is dat een goede motivering zorgt voor een zorgvuldige besluitvorming. In relatief veel gevallen adviseerde de commissie dat het bestreden besluit beter gemotiveerd moest worden. De commissie vraagt daarom aandacht voor de zorgvuldige motivering van primaire besluiten. Verder herhaalt de commissie het advies om goed te blijven kijken of een oplossing zonder een hoorzitting bij de commissie tot de mogelijkheden behoort.

In de meeste gevallen kan contact worden opgenomen met een bezwaarmaker om het besluit en het bezwaarschrift te bespreken. Soms kan een toelichting op het besluit de bezwaren wegnemen. Soms wil een vergunninghouder meewerken. De commissie adviseert de informele aanpak te borgen in de organisatie. Het is aan te bevelen dit met een project te realiseren zodat dit aandacht krijgt en gaat leven. Ook kleinere stappen – bijvoorbeeld in de vorm van een vier-ogenprincipe – kan bij deze aanpak een bijdrage leveren. De commissie benadrukt dat de bezwaarprocedure een procedure is om het bestreden besluit te heroverwegen: is het bestreden besluit – gezien de ingediende bezwaargronden/na toelichting van de omstandigheden – nog steeds het juiste? Een bestreden besluit hoeft niet per definitie ‘verdedigd’ te worden. Gewijzigde omstandigheden of aangedragen bezwaargronden kunnen juist volop aanleiding geven om nog eens goed naar het eerdere besluit te kijken. Volgens de commissie mag er meer aandacht zijn voor het doel van de bezwaarprocedure. 1.3 De commissie wijst de bestuursorganen op maatschappelijke ontwikkelingen Zo is met de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 30 januari 2024 de verschoonbaarheid van termijnoverschrijdingen verruimd. Dit kan gevolgen hebben voor het beoordelen van de ontvankelijkheid van bezwaarschriften in 2024.

Het College oordeelde dat bij de beoordeling van de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding meer rekening moet worden gehouden met bijzondere omstandigheden. Ook bij een geringe verwijtbaarheid is er nu ruimte om de termijnoverschrijding niet aan de indiener toe te rekenen. De commissie Fraudebeleid en Dienstverlening presenteerde op maandag 26 februari 2024 haar rapport ‘Blind voor mens en recht’. De enquêtecommissie deed naar aanleiding daarvan verschillende aanbevelingen, waar de commissie bezwaarschriften van Rhenen de bestuursorganen graag op wijst. Een ander punt is het wetsvoorstel versterking waarborgfunctie Awb. Dat bevat verschillende aanpassingen om de dienstverlening door de overheid te verbeteren, de menselijke maat hierbij te versterken en laagdrempelig contact te bevorderen. Het geeft overheidsorganisaties en de rechter meer ruimte om rekening te houden met de individuele situatie van mensen. Zowel voornoemd rapport als het wetsvoorstel zijn ook van belang voor lokale overheden. Het vraagt om een groot verantwoordelijkheidsgevoel en om zorgvuldigheid. Mede daarom vraagt de commissie in het verslag nadrukkelijk aandacht voor de motivering van besluiten. In de motivering komt de zorgvuldigheid van de voorbereiding van een besluit namelijk bij uitstek tot uitdrukking. Risico’s en nadelen Niet van toepassing

2

Financiële toelichting Niet van toepassing Personele gevolgen Niet van toepassing Duurzaamheid Niet van toepassing Participatie Niet van toepassing Communicatie Bijgaand jaarverslag is door de commissie besproken en vastgesteld in de jaarvergadering van 26 maart 2024. Het jaarverslag wordt ter kennisgeving aan de raad en het IMT verzonden. De aanbevelingen uit het verslag worden gedeeld met de teams. Vervolgprocedure Het secretariaat van de commissie bezwaarschriften evalueert doorlopend het bezwaarproces in het algemeen en overlegt indien nodig met commissie, procesvertegenwoordigers en verantwoordelijken over toepassen/invoering van aanbevelingen. Bijlagen Bijlage 1: Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2023

3

Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rhenen in beeld

Een overzicht van ambities, doelen, budget en plannen op het gebied van duurzaamheid van de gemeente Rhenen

Rekenkamer Rhenen April 2024

Colofon

Uitgave Rekenkamer Rhenen Datum april 2024 Copyright Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.

1

Inhoudsopgave

pagina

Bestuurlijke rapportage

3

1. Inleiding 1.1. Achtergrond 1.2. Doel van het onderzoek

4 4 4

2. Centrale probleemstelling en onderzoeksvragen 2.1. Centrale probleemstelling 2.2. Onderzoeksvragen en afwegingskader 2.3. Onderzoeksmethode

4 4 5 6

3. Onze conclusies 3.1. Algemene bevinding 3.2. Onze acht conclusies

6 6 7

4. Aanbevelingen aan de raad

11

Nota van Bevindingen

13

1.1 1.2 1.3

Centrale probleemstelling Onderzoeksvragen en afwegingskader Onderzoeksmethode

14 14 15

2

Beantwoording onderzoeksvragen

15

Bijlagen Bijlage 1: geraadpleegde schriftelijke bronnen

32

Bijlage 2: overzicht informatie aan raad over duurzaamheid

33

2

Bestuurlijke rapportage

3

1. Inleiding 1.1 Achtergrond Uit een bijeenkomst met de raadsfracties over de raadpleging van mogelijke onderzoeksthema’s (najaar 2022) kwam het thema ‘het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid’ prominent naar voren. Hierbij werden vragen gesteld als: wat zijn de ambities, wat doet de gemeente om die ambities te realiseren, wat zijn de resultaten daarvan en hoe verhoudt zich dat tot de ambities die de gemeente heeft gesteld? Wat kan er beter? Deze vragen hebben we opgeknipt in twee delen: Deel 1 (beschrijvend): wat en hoe is er geschreven, besloten en gebudgetteerd op het gebied van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rhenen? Deel 2 (beoordelend): is het duurzaamheidsbeleid in Rhenen binnen de door de raad gestelde tijdsruimte en beschikbare middelen doeltreffend en doelmatig? Met de rekenkamer-raadscommissie is afgestemd dat het onderzoek zich in eerste instantie beperkt tot het eerste deel. Het besluit voor het al dan niet doen van een onderzoek naar deel 2 vindt plaats naar aanleiding van de resultaten van deel 1.

1.2 Doel van het onderzoek De doelstelling voor het onderzoek is om aan de raad inzicht en overzicht te bieden over beleid en uitvoering van de gemeentelijke duurzaamheidsambities. We willen de raad hiermee een handreiking geven zodat zij de verdere ontwikkelingen op het gebied van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid beter kan begrijpen, sturen en controleren.

2 Centrale probleemstelling en onderzoeksvragen 2.1 Centrale probleemstelling De centrale probleemstelling van dit onderzoek (deel 1) luidt: Wat en hoe is er geschreven, besloten en gebudgetteerd op het gebied van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rhenen?

4

2.2 Onderzoeksvragen en afwegingskader Op basis van deze centrale probleemstelling hebben we een aantal afgeleide onderzoeksvragen bepaald. Daaraan is een afwegingskader verbonden.

Onderzoeksvraag 1. Hoe zijn de ambities van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid gefor-

Afwegingskader a) De doelen zijn kwantitatief en meetbaar geformuleerd b) De huidige nulsituatie is bekend. c) De gebruikte begrippen zijn zodanig helder

muleerd?

en eenduidig gedefinieerd dat er een concrete uitwerking mogelijk is. d) Er worden indicatoren gebruikt, waarmee de voortgang kan worden gevolgd.

2. Hoe verhouden de ambities van gemeente Rhe-

e) De geschetste eindsituaties komen overeen. f)

bereiken komen overeen.

nen zich met de ambities van de regio Foodvalley?

De gekozen maatregelen om de eindsituatie te

g) De timing van de maatregelen en van eventuele tussentijdse resultaten komt overeen.

3. Is er een plan van aanpak

h) De uitvoering van de ambities is vastgelegd in een plan van aanpak.

om de ambities te realiseren?

i)

Het plan van aanpak beschrijft de geplande activiteiten, de beoogde resultaten en de middelen die daarvoor ingezet worden.

j)

Voor elk van de te behalen resultaten is een indicator vastgesteld én een manier bepaald om dit resultaat te meten.

4 Hoe heeft de raad invulling kunnen geven aan

k) De raad heeft zijn eigen rol vooraf helder vastgesteld. l)

De raad is regelmatig betrokken geweest

zijn kaderstellende en

(actief en passief) bij het duurzaamheidsbe-

controlerende rol op het

leid.

gebied van de duurzaamheidsvraagstukken?

m) De raad is tijdig, regelmatig en voldoende geïnformeerd door het college over de voortgang van het duurzaamheidsbeleid.

5

2.3 Onderzoeksmethode Dit onderzoek is gebaseerd op een documentstudie (o.a. stukken in het raadsinformatiesysteem), interviews met beleidsmedewerker duurzaamheid en met de financieel adviseur, en een startgesprek met de betrokken wethouder. De informatieverzameling heeft plaatsgevonden in de periode augustus-december 2023. Documenten en informatie na deze datum zijn hierna niet meer meegenomen.

3 Onze conclusies De onderzoeksvraag ‘ Wat en hoe is er geschreven, besloten en gebudgetteerd op het gebied van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rhenen?’ beantwoorden we met één algemene bevinding en acht conclusies.

3.1 Algemene bevinding De gemeente Rhenen omschrijft de aanpak van ‘duurzaamheid’ in de (meerjaren)begroting 2024-2027 als volgt : “Door het besparen van energie, het duurzaam opwekken van energie en een zorgvuldig gebruik van grondstoffen, willen we de opwarming van de aarde en klimaatverandering tegengaan. Door de gemeente ruimtelijk adaptief in te richten, zorgen we er tegelijkertijd voor dat we voorbereid zijn op weersextremen als gevolg van de klimaatverandering.” Op energiegebied volgt de gemeente voor een groot deel het landelijke klimaatbeleid en de regionale uitwerking daarvan in de RES. Dit is weer gebaseerd op het Klimaatakkoord van Parijs. Voor de klimaatadaptatie is het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRA) grotendeels richtinggevend. Rondom circulariteit is er nog geen beleid ontwikkeld, behalve op het gebied van afval, waarvoor een aantal doelen zijn benoemd. Daarnaast kent de gemeente Rhenen nog een pijler, eigenlijk een verzameling van enkele overkoepelende maatregelen, die betrekking hebben op de toekomstbestendigheid van bouwen en van het buitengebied en op de energie-armoede. Deze pijler staat in de kinderschoenen. Duurzaamheid wordt binnen de gemeente Rhenen voorgesteld als een boom met verschillende takken of pijlers.

De pijlers betreffen de thema’s energieneutraal, circulaire economie en klimaatbestendigheid, aangevuld met een pijler bestaande uit maatregelen, die de andere pijlers overkoepelen. “De takken van de ‘duurzaamheidsboom’ kent zijn eigen werkzaamheden die bijdragen aan het duurzamer en klimaatbestendiger maken van de gemeente Rhenen.”1 Er staat ook te lezen op pagina 19: “ Tussen de thema’s en de programma’s zijn onderlinge relaties gelegd. Voor duurzaamheid geldt ook dat een verbinding is gemaakt met de paragraaf. Door de informatie op deze manier te presenteren willen we de overvloed aan informatie die hierover beschikbaar is, beter kunnen duiden.

1

Bron: meerjarenbegroting 2024-2027 (ook de taalfout)

6

Hiermee krijgen we beter zicht op de vraag of en op welke wijze de gestelde doelen gehaald worden en welke middelen daarvoor nodig zijn (cursief van de RK).“ Maar in de bestudeerde documenten hebben we geen relaties, verbindingen of een samenhangend en overkoepelend duurzaamheidsbeleid kunnen vinden, wel een overvloed aan voorgenomen en uitgevoerde losse maatregelen op dit gebied.

Overzicht van de ‘Duurzaamheidsboom’ van de gemeente Rhenen Pijler

Sub-thema

Pijler 1: Energie neutraliteit Energieneutraal Duurzame mobiliteit Warmte transitie

Pijler 2: Klimaat bestendigheid Klimaatbestendig Waterrobuust

Pijler 3: Circulair Afval Circulaire economie

Pijler 4: Overkoepelende maatregelen Energiearmoede Circulair/toekomstbestendig bouwen Toekomstbestendig buitengebied

3.2 Onze acht conclusies Conclusie 1: hoge ambitie, maar weinig stuurmogelijkheid De gemeente kan veel willen, maar vaak is slechts beïnvloeding van burgers en bedrijven mogelijk. Het opleggen van maatregelen is maar beperkt mogelijk. De gemeente kan wel faciliteren met subsidies (op bijvoorbeeld zonnepanelen) en leningen (bijvoorbeeld de lening ‘duurzaam wonen’), via adviezen (via het energieloket en energiecoaches) en het aanbieden van bijvoorbeeld gratis scans op het gebied van warmte en via het al dan niet afgeven van vergunningen. Maar het afdwingen tot duurzaam handelen is nauwelijks mogelijk. Daarvoor ontbreekt een echte stuurmogelijkheid; het blijft bij het aanbrengen van omstandigheden waaronder burgers en bedrijven tot een duurzaam gedrag moeten worden verleid. De gemeente is op het gebied van duurzaamheid maar zelden de procesregisseur en ze ontbeert de middelen (menskracht, doorzettingskracht en budget) om de grote transities tot stand te brengen. Dit betekent ook dat de gemeente terughoudend zou moeten zijn in haar ambities en doelen stelt die wél in haar vermogen liggen.

Conclusie 2: gemis aan een goed overzicht Het thema duurzaamheid wordt als een programma-overstijgend thema behandeld binnen de P&C-documenten. Er wordt gesuggereerd dat er relaties en verbindingen tussen en binnen de pijlers zijn aangebracht. 7

Wij hebben vooral veel losse subthema’s (pijlers, takken, maatregelen) gezien, waarvan de samenhang niet duidelijk is of die er mogelijkerwijs niet is. De informatie en aansturing over duurzaamheidsaspecten is versnipperd over allerlei thema’s en programmaonderdelen. De wijze van financiering en van de financiële verantwoording over deze taken maken het geheel nog minder overzichtelijk. Bijvoorbeeld wanneer er (tijdelijke) nieuwe taken bijkomen op het gebied van duurzaamheid, al dan niet met een budget. Deze taken worden bij diverse afdelingen ondergebracht. En soms met een verschillende verplichte manier van registratie (bijvoorbeeld als balanspost of rechtstreeks in de exploitatie). Daardoor ontbreekt het overzicht, laat staan een inzicht in de samenhang tussen de verschillende onderdelen/pijlers/maatregelen en financiering. En daardoor kan men ook niet controleren of de middelen effectief en efficiënt worden ingezet. Deze versnippering heeft ook invloed gehad op dit onderzoek. Er is getracht de beschikbare informatie over het thema Duurzaamheid binnen de gemeente Rhenen zo goed mogelijk te achterhalen. Maar gezien de versnippering en het ontbreken van een goede archivering op dit gebied kan dit onderzoek zeker niet volledig zijn. Dit betekent ook dat de gemeente zelf geen volledig overzicht kan hebben, mede door gemis aan een integraal beleidskader over duurzaamheid.

Conclusie 3: hoge ambitie, weinig controlemogelijkheid De gemeente heeft hoge duurzaamheidsambities, en op het gebied van energie-neutraliteit zelfs hoger dan landelijk. Ook bij het convenant Toekomstbestendig Wonen is de ambitie ‘goud’. Als reden voor die hoge ambities wordt aangegeven dat het bestuur op deze manier het hoogst haalbare wil stimuleren. Helaas gaan de ambities niet gepaard met concrete doelen, (recente) nulmetingen, (ingevulde) indicatoren of (recente) monitoring. Daardoor zijn de ambities moeilijk te sturen, te volgen, laat staan te controleren. Daar hapert het dan ook. Deze omissie komt ook doordat monitoring van duurzaamheid problematisch is. Redenen daarvoor zijn: - Duurzaamheid is een container-/complex begrip, er hangen veel andere begrippen mee samen als energieneutraliteit, circulariteit, het zorgvuldig omgaan met de natuur en klimaatbestendigheid. - Duurzaamheid is een aspect van andere thema’s zoals mobiliteit, vastgoed, ruimtelijke ordening is; het reist als het ware mee met de uitvoering van andere thema’s. Dit uit zich ook in de hiermee samenhangende budgetten, die over verschillende beleidsterreinen versnipperd zijn. - Het verkrijgen van betrouwbare gegevens is vaak duur. Een voorbeeld: voor het ophalen van gegevens over de hoeveelheid zonnepanelen op Rhenense daken zou je met een camera op een drone luchtfoto’s kunnen maken.

Voor monitoring zal dit regelmatig moeten gebeuren, en dat kost iedere keer geld. En dan nog is het slechts een schatting:

8

-

-

-

onbekend blijft welke zonnepanelen aangesloten zijn, welke er misschien kapot zijn en hoeveel energie de panelen opwekken. Het verkrijgen van gegevens kan niet altijd: de AVG stelt hieraan beperkingen, want men mag burgers niet zomaar verplichten om gegevens te verstrekken of ze bijvoorbeeld nog aardgas gebruiken. Het verkrijgen van recente gegevens is nog moeilijker: vaak is de gemeente afhankelijk van het opleveren van cijfers door de gegevensleverancier, zoals een netbeheerder voor het energieverbruik en de energie-opwek. Het raadsinformatiesysteem is niet erg toegankelijk/klantvriendelijk om stukken te zoeken. Het heeft heel veel tijd gekost om bijvoorbeeld het aantal keren te achterhalen dat de raad betrokken/geïnformeerd is bij duurzaamheidsvraagstukken. Dat ligt natuurlijk ook aan het parapluwoord Duurzaamheid. Maar er is ook geen dossier ‘duurzaamheid’ , terwijl dat wel voor de hand zou liggen.

Dus, als er maar weinig gemonitord kan worden, kan er ook maar weinig gecontroleerd worden.

Conclusie 4: duurzaamheid vast item bij raadsvoorstel, maar niet altijd als ondersteuning In ieder raadsvoorstel staat een paragraaf ‘duurzaamheid’. Niet altijd wordt deze paragraaf van toepassing geacht, of wordt duurzaamheid als een ondersteunend argument gezien. Voorbeeld: “ Het beleidskader sport- en beweegaccommodaties is gericht op duurzaam ruimtegebruik. Hiermee worden kansen benut voor duurzaamheid en energiebesparing.” Een meer concrete uitwerking had wellicht meer geprikkeld tot een duurzaam vastgoedbeheer van deze accommodaties.

Conclusie 5: hoge ambitie maar beperkingen door de raad In het bestuursprogramma van de gemeente staan hoge ambities, maar de geboden mogelijkheden en de opgelegde beperkingen door de raad maken het moeilijk om deze ambities te halen. Voorbeeld: het beleidskader zon-op-land moet worden omgevormd naar een beleidskader energie-op-land. Dit omdat de raad heeft uitgesloten om zonnevelden aan te leggen in het gehele Binnenveld ten Noorden van de N223. Ook plaatsing van windmolens is omstreden. De conclusie uit een de ‘ Evaluatie beleidskader zon-op-land’ (mei 2023) is dan ook “dat met het huidige beleid de doelstelling van 100% energieneutraal in 2040 onhaalbaar is. Daarnaast leiden ingewikkelde formuleringen en tegenstrijdige eisen ertoe dat de ontwikkeling van zonne-energie in de gemeente Rhenen een ineffectief proces is geworden. Ook ontbreekt er een instrument/mechanisme voor het stimuleren van zon op (grote) daken waarmee we de echte stappen te zetten richting de RES-doelstelling van 2030.“ De raad heeft – ondanks deze beperkingen - de ambitie voor energieneutraliteit in 2040 niet bijgesteld. De vraag is welke waarde gehecht wordt aan de hoge ambitie. 9

Conclusie 6: veel acties en maatregelen, maar versnipperd budget Vrijwel alle afdelingen hebben direct of indirect met het thema duurzaamheid te maken; ook de budgetten voor duurzaamheidsmaatregelen zijn over verschillende afdelingen verspreid. Door die versnippering is het onduidelijk of de maatregelen en financiële bronnen samen voldoende zijn om de duurzaamheidsambitie te realiseren. Want zet je nu vooral in op het planten van extra bomen, het afkoppelen van het regenwater van de riolering, het aanschaffen van elektrische auto’s, het verduurzamen van gebouwen, het voorzien van de openbare verlichting met ledlampen, het wippen van tegels, het aanbieden van isolatievouchers of het redden van mensen uit de energie-armoede? En zoals ook in een eerdere conclusie gezegd: daarbij moeten de verschillende financiële bronnen verschillend geregistreerd worden: CDOKE-gelden moeten op de balans (samen met de Europese subsidies) vermeld staan, algemene middelen voor warmtetransitie als algemene reservepost, en soms zijn het investeringen met afschrijvingen of zijn het exploitatiekosten. Dat alles maakt een overzicht over de beschikbare middelen voor duurzaamheid niet alleen lastig, maar kan er ook toe leiden dat de middelen niet efficiënt worden ingezet.

Conclusie 7: veel geplande activiteiten, te weinig uitvoeringscapaciteit Een aantal plannen zijn tot nu toe (eind 2023) vooruitgeschoven, in afwachting van de invulling van vacatures, zoals voor de ontwikkeling van het beleidsplan ‘circulariteit’. Door rijkssubsidie (o.a. CDOKE-gelden) is het voor drie jaar mogelijk extra medewerkers aan te trekken om zaken uit te voeren. Dit is geld voor tijdelijk personeel. Als die subsidies er niet meer zijn, is het afwachten of er daarna nog financiën zijn voor uitvoerend personeel. De vraag is of de gemeente in zijn personeelsplanning rekening houdt met de structurele personeelscapaciteit die nodig is om bijvoorbeeld de klimaatrisico’s te beperken en de nieuwe opgelegde taken en procedures in het kader van duurzaamheid uit te voeren.

Conclusie 8: veel samenwerking met en steun vanuit samenwerkingsverbanden Als relatief kleine gemeente kan Rhenen (nog) niet de kennis en capaciteit in huis hebben op het gebied van een aantal duurzaamheidsonderwerpen. Zij is voor analyses van de bestaande situatie, van mogelijke maatregelen, én voor het implementeren ervan aangewezen op samenwerking met andere (vaak bovenlokale) partijen. Hiervan maakt de gemeente dan ook goed gebruik. Veelal zijn de bovenlokale verbanden richtinggevend voor het lokale beleid van de gemeente. Deze partijen hanteren eveneens een hoge ambitie op het gebied van energietransitie.

10

4 Aanbevelingen aan de raad Op basis van de hierboven genoemde conclusies doen we aan de raad de volgende aanbevelingen: 1. Geef het college opdracht om de gestelde ambities en doelen in het kader van duurzaamheid bij te stellen, waarbij de volgende keuzes aan de orde zijn: a. Laat de ambities en doelen aansluiten bij het instrumentarium, de bevoegdheden, budget en beschikbare menskracht van de gemeente. Uitleg: de gemeente kan maar beperkt als procesregisseur optreden, maar wel tot op zekere hoogte gewenste veranderingen faciliteren. Laat de doelen meer aansluiten bij wat daadwerkelijk bereikt kan worden. Daarop moeten dan ook de budgetten en menskracht gericht zijn. b. Als doelen onhaalbaar blijken voor de beschikbare capaciteit (mensen/tijd/budget), stel als raad dan óf de capaciteit óf de doelen bij. Uitleg: vaak willen we meer dan mogelijk is, zeker in deze dynamische, onzekere tijden, waarbij eerder bezuinigd moet worden dan dat er extra budgetten vrijkomen. Onrealistische doelen zijn niet motiverend, niet voor de beleidsmakers maar ook niet voor de uitvoerenden en inwoners. Dus maak keuzes voor bij de context passende doelen. c. Laat het college een keuze maken tussen óf het opknippen van de ‘duurzaamheidsboom’ met inzet op de prioriteiten in het belang van de inwoners óf het opzetten van een volwaardig duurzaamheidsprogramma.

Uitleg: Een volwaardig samenhangend duurzaamheidsprogramma is meer dan een theoretisch model. Er zal een monitorsysteem met indicatoren voor de concrete doelen nodig zijn, waarin de samenhang bewaakt wordt tussen de verschillende doelen. Hierop zal het pakket met maatregelen afgestemd moeten zijn. Gezien de komende moeilijke financiële (ravijn)jaren zal dit voor de gemeente een financiële belasting zijn. Bovendien als je een overkoepelende duurzaamheidsagenda hanteert, dan krijg je mogelijk een enorme actielijst met de meest uiteenlopende onderwerpen, hetgeen bijna ondoenlijk is. De gemeente kan ook keuzes maken vanuit het directe belang van de inwoners. Leg de speerpunten in de duurzaamheidsaanpak bij het beheersen van de grootste gevoeligheden voor de inwoners: waar hebben zij het meeste last of juist profijt van, zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht? Is dat bijvoorbeeld de angst voor overstromingen of juist voor de hittestress, of is het volop inzetten op energiebesparing een betere keuze (waardoor de netcongestie wordt verminderd en er weer meer gebouwd kan worden). Stuur aan om met de inwoners in gesprek te gaan over wat zij het belangrijkste vinden en pas daar de doelen op aan. 11

2. Zet tijdelijk extra budget en menskracht in om een betere archivering en vindbaarheid van raadsdocumenten in het raadsinformatiesysteem te realiseren. Uitleg: In dit onderzoek liepen we aan tegen de moeilijke toegankelijkheid van het Raadsinformatiesysteem. Voor ons onderzoek was er bijvoorbeeld geen dossier ‘duurzaamheid’ beschikbaar in het systeem. Daardoor was het ondoenlijk een volledig overzicht te verkrijgen van beleid en uitvoering op het gebied van duurzaamheid. Dat geldt dan ook voor de meeste andere onderwerpen. Het Raadsinformatiesysteem moet niet alleen gemakkelijk toegankelijk zijn voor de rekenkamer maar ook voor de raadsleden en alle inwoners van de gemeente. Dit blijkt nu niet het geval te zijn. Maak dossiers aan per onderwerp, laat deze consequent vullen, waarbij ook de medewerking van ambtelijke beleidsmedewerkers ingezet kunnen worden.

12

Nota van Bevindingen Feitenrapportage over

Duurzaamheid in beeld bij de gemeente Rhenen

Rekenkamer Rhenen maart 2024

13

1. Centrale probleemstelling en onderzoeksvragen 1.1 Centrale probleemstelling De centrale probleemstelling van dit onderzoek (deel 1) luidt: Wat en hoe is er geschreven, besloten en gebudgetteerd op het gebied van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rhenen?

1.2 Onderzoeksvragen en afwegingskader Op basis van deze centrale probleemstelling hebben we een aantal afgeleide onderzoeksvragen bepaald. Daaraan hebben we een afwegingskader geknoopt. Onderzoeksvraag 1. Hoe zijn de ambities van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid geformuleerd?

Afwegingskader a) De doelen zijn kwantitatief en meetbaar geformuleerd. b) De huidige nulsituatie is bekend. c) De gebruikte begrippen zijn zodanig helder en eenduidig gedefinieerd dat er een concrete uitwerking mogelijk is. d) Er worden indicatoren gebruikt, waarmee de voortgang kan worden gevolgd.

2. Hoe verhouden de ambities van gemeente Rhenen zich met de ambities van de regio Foodvalley?

e) De geschetste eindsituaties komen overeen. f) De gekozen maatregelen om de eindsituatie te bereiken komen overeen. g) De timing van de maatregelen en van eventuele tussentijdse resultaten komt overeen.

h) De uitvoering van de ambities is vastgelegd in een plan 3. Is er een plan van aanvan aanpak. pak om de ambities te rei) Het plan van aanpak beschrijft de geplande activiteialiseren? ten, de beoogde resultaten en de middelen die daarvoor ingezet worden. j)

Voor elk van de te behalen resultaten is een indicator vastgesteld én een manier bepaald om dit resultaat te meten.

k) De raad heeft zijn eigen rol vooraf helder vastgesteld. 4. Hoe heeft de raad invulling kunnen geven aan l) De raad is regelmatig betrokken geweest (actief zijn kader stellende en en passief) bij het duurzaamheidsbeleid. controlerende rol op het m) De raad is tijdig, regelmatig en voldoende geïnforgebied van de duurzaammeerd door het college over de voortgang van het heidsvraagstukken? duurzaamheidsbeleid.

14

1.3 Onderzoeksmethode Dit onderzoek is gebaseerd op een documentstudie (o.a. stukken in het raadsinformatiesysteem), aangevuld met een startgesprek met de betrokken wethouder en met interviews met de beleidsmedewerker duurzaamheid en met de financieel adviseur. De informatieverzameling heeft plaatsgevonden in de periode augustus-december 2023. Documenten en informatie na deze datum zijn hierna niet meer meegenomen.

2 Beantwoording onderzoeksvragen De gemeente Rhenen onderscheidt duurzaamheid als vier pijlers, tenminste in 2023. Het betreft drie pijlers die samenhangen als takken in de “duurzaamheidsboom”: energieneutraliteit, klimaatbestendigheid en circulaire economie. Elk van die takken zijn weer verder onderverdeeld (zie onderstaande tabel). Aanvullend daarop is een vierde pijler opgenomen waarin de overkoepelende maatregelen zijn opgenomen die betrekking hebben op meerdere pijlers uit de duurzaamheidsboom. Onder die laatste pijler vallen o.a. het bestrijden van energie-armoede, circulair bouwen en het toekomstbestendig omgaan met het buitengebied. Elke pijler heeft zijn eigen beleid, onderverdeeld naar een subthema. De beantwoording van de onderzoeksvragen is gerangschikt op basis van deze vier pijlers, en hun subthema’s. Voor de duidelijkheid hebben we zelf de pijlers met hun subthema’s in de volgende tabel schematisch weergegeven. Tabel: Duurzaamheidsboom van de gemeente Rhenen Pijler Pijler 1: Pijler 2: Energie Klimaat neutraliteit bestendigheid Sub-thema EnergieKlimaatneutraal bestendig Duurzame Watermobiliteit robuust Warmte transitie

Pijler 3: circulair Afval Circulaire economie

Pijler 4: overkoepelende maatregelen Energiearmoede Circulair bouwen2 Toekomstbestendig buitengebied

Na iedere onderzoeksvraag beginnen we met een samenvattende omschrijving van het antwoord. In de tabel wordt de onderzoeksvraag vervolgens in meer detail en met voorbeelden toegelicht. Geenszins is deze tabel bedoeld als een totaaloverzicht van alles wat geschreven is, maar het geeft een (hopelijk goede) indruk van wat en hoe er geschreven is over het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rhenen.

2

Hieronder valt ook het toekomstbestendig bouwen.

15

De kleuren in de tabel geven de waarde aan van de conclusie op de gestelde onderzoeksvraag: Rode tekst = niet op gewenst niveau/niet aanwezig/ niet kunnen vinden Oranje tekst = nog niet op gewenst niveau/vaag of te algemeen geformuleerd Groene tekst = op acceptabel of gewenst niveau/aanwezig Zwarte tekst = toelichting

Onderzoeksvraag 1: hoe zijn de ambities van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid geformuleerd? De gemeente Rhenen heeft grote ambities. De omschrijving of definitie van deze ambities is – na wat zoeken in verschillende stukken – te vinden. De ambities zijn echter niet consequent in concrete of kwantitatieve doelen omgezet, de subdoelen worden niet gerelateerd aan de mate van aandeel in het grotere doel of ambitie. De enkele benoemde (sub)doelen zijn niet goed meetbaar gemaakt of met indicatoren te volgen. De positieve uitzondering hierop is het onderdeel ‘afval’ binnen de pijler ‘circulair’. De nul- of beginsituatie is voor sommige subdoelen redelijk bekend, maar de gegevens hierover liggen soms in een ver verleden (2015-2018). Voor het subthema ‘ toekomstbestendig buitengebied’ zijn nog geen ambities vastgesteld. Deze is voor het eerst in het coalitieakkoord/collegeprogramma. Het doel ‘een vitaal of toekomstbestendig landelijk gebied’ is nog erg abstract en zonder indicatoren. Daarom is dit subthema niet meegenomen in de weging.

Afwegingskader

Pijler 1: Energieneutraal

Pijler 2: Klimaatbestendigheid

Pijler 3: Circulair

Doelen zijn kwantitatief en meetbaar

Ambitie = in 2040 energieneutraal; in 2050 aardgasvrij.

Ambitie = in 2050 klimaat bestendig/waterrobuust.

Ambitie = Circulair in 2040.

Klimaatbestendig/waterrobuust: In het Beleidsplan Ruimtelijk Adaptatie van Rhenen staan 9 ambities, verwoord als bijv. ‘ Rust en verkoeling’ , ‘ Durf’ , en ‘Balans‘ . Daar worden algemeen omschreven doelen aangehangen zoals bij ‘Balans’: - belangen in kaart brengen, - analyse buitengebied, - belangen natuur en balans.

Afval: Doelen zijn concreet geformuleerd voor 2030 : 1.bronscheiding naar 75% 2. restafval naar 30kg per inwoner. 3. grofvuil naar 0-5 kg per inwoner.

Energie-neutraal: Er zijn hier geen concrete doelen aangekoppeld behalve voor 2020-2023: 7404 zonnepanelen op dak; energie-neutrale gemeentelijke organisatie. Er staan wel vagere omschrijvingen als ‘het beperken van de energievraag, het stimuleren van het verduurzamen van de

In een bijlage (4) daarvan staan zowel concrete als algemeen geformuleerde doelen , die samen met de provincie Utrecht worden opgepakt. Zoals:

Vaag geformuleerd is: “voorwaarden

Pijler 4: Overkoepelende maatregelen Ambitie energiearmoede: Niet kwantitatief en meetbaar benoemd, behalve de aanduiding ‘het bestrijden ervan’. Ambitie circulair bouwen: De voorwaarde voor bouwopgaven is circulariteit, d.w.z. zo veel als mogelijk de materialen na de economisch en/of feitelijke levensduur van

16

Afwegingskader

Pijler 1: Energieneutraal

Pijler 2: Klimaatbestendigheid

Pijler 3: Circulair

gebouwde omgeving’.

- Geen water(overlast) in gebouwen - Prettig leefklimaat in de woning - Tijdens warme dagen is aandacht voor extreme hitte. - Koele en bereikbare (dag)recreatiegebieden - Vergroten biodiversiteit om ruimte te geven aan de benodigde aanpassing van flora en fauna, het beperken van ziektes en plagen en het verbeteren van de luchtkwaliteit.

zijn: het meebewegen met de behoeften van inwoners en het betaalbaar houden van de afvalstoffen-heffing.’

Onduidelijk is of de concreet benoemde doelen gehaald zijn. Bovendien wordt er geen verband gelegd met de toegezegde bijdrage van Rhenen aan de RES-doelstelling, nl. Rhenen wil een aandeel van 12% van de energiebesparing leveren van de RES-doel van 0.75 TWh. Dit is 0,09 TWh, waarvan (op januari 2023 minder dan 0,01 TWh is gerealiseerd.

Circulaire economie: doelen zijn niet in beeld.

Duurzame mobiliteit: Concrete doel voor 2020 – 2023 was: 368 auto’s emissievrij. Onduidelijk is of dit doel is gehaald.

De huidige nulsituatie is bekend.

Warmtetransitie: voor aardgasvrij/ready -woningen: Rhenen heeft voor elk van de dertig verschillende wijken een voorlopig eindbeeld uitgewerkt in de Transitievisie Warmte. In 2020-2023: 293 gebouwen aardgasvrij. Onduidelijk is of daarmee de ambitie aardgasvrij wordt gehaald. Voor enkele deelaspecten is de nulsituatie bekend. -Energie-neutraal: in 2018 is 9 TJ aan duurzame energie opgewekt (gelijk aan elektriciteit die door

Pijler 4: Overkoepelende maatregelen een gebouw hergebruiken wordt verplicht bij elk bouwproject in opdracht van de gemeente (uit: kadernota 2024). Daarnaast heeft de gemeente ambitie goud ondertekent bij het convenant toekomstbestendig bouwen. Hierin zitten naast circulariteit onderwerpen als energie, mobiliteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie.

Toekomst-bestendig buitengebied: Doel is het inzetten op een integraal en toekomst-bestendig buitengebied.

Voor de meeste deelaspecten is de nulsituatie bekend: Klimaatbestendig: Zie o.a. de Klimaateffect-atlas Vallei en Veluwe , stand 2019 (plattegronden/ gegevens over dreigende watertekorten/overlast, hittepieken etc.

Afval: nulsituatie is in beeld: tot en met juni 2022 is 79,9 kilogram afval (schatting 139 kg eind 2022);

Energie-armoede: landelijk overzicht (en in te zoomen voor Rhenen) van sociale kwetsbaarheid en ernstig eenzame 75-

17

Afwegingskader

Pijler 1: Energieneutraal

Pijler 2: Klimaatbestendigheid

Pijler 3: Circulair

zo’n 2.000 zonnepanelen van 250 Wp wordt opgewekt). Procentueel gezien is dit zo’n 4% van het totale huidige elektriciteitsverbruik. - Het potentieel zon op dak kan op woningen (kleinschalig) en op bedrijfsdaken (grootschalige) in Rhenen maximaal 74,1 GWh duurzame elektriciteit worden opgewekt. In 2023 is hiervan 16,5 GWh of 22% van het potentieel gerealiseerd (okt 23) - Duurzame mobiliteit: mobiliteit is voor 38% verantwoordelijk voor het totale energieverbruik. In 2018/19 zijn er 90 elektrische auto’s op een wagenpark van zo’n 11.000 auto’s (nog geen 1 procent), 13 (semi) openbare laadpunten voor elektrische auto’s .

Zie ook de klimaatanalyse (https://klimaatanalyserhenen.nl/) en de klimaatopgave (ruimtelijke adaptatie stedelijk gebied Rhenen) over de gevolgen voor weersextremen in Rhenen.

eind 2021: ca.140 kilo, in 2020 nog 187,5 kilo. In 2021 is het bronscheidings-percentage met 5,5% gestegen tot 73,5%.

Waterrobuust: Alle percelen zijn aangesloten op de riolering of op een individueel systeem voor de behandeling van afvalwater. Er zijn 9 zogenaamde IBA’s (Individuele Behandeling Afvalwater). We hebben onder andere 114 km vrijvervalriolering (waarvan 67% gemengde riolering is), 50 km drukleidingen, 11 grote gemalen en 270 kleine gemaaltjes. In ons digitale beheerbestand houden we alle gegevens van het rioolstelsel en de voorzieningen bij . De waarde van ons totale rioolstelsel bedraagt ruim € 81 miljoen.

Circulaire economie: Nulsituatie niet bekend

Pijler 4: Overkoepelende maatregelen plussers op website Klimaateffect-atlas. Circulair bouwen: geen nulsituatie bekend. Toekomst-bestendig buitengebied: niet omschreven

In het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie is een overzicht van kwetsbare straten/wijken (van o.a. wateroverlast)/overstroming).

-Warmtetransitie: de jaarlijkse warmtevraag voor ruimteverwarming en tapwater in woning en utiliteitsbouw in Rhenen is in 0,4 miljoen GJ (11,3 miljoen m3 aardgas). Ook is bekend welke wijken/huizen voor warmtetransitie in aanmerking kunnen komen (te beginnen in Remmerden en Achterberg).

18

Afwegingskader

Pijler 1: Energieneutraal

Pijler 2: Klimaatbestendigheid

Pijler 3: Circulair

Heldere definitie

Energieneutraal = er wordt net zoveel duurzame energie op eigen grondgebied opgewekt als er aan energie in Rhenen wordt verbruikt”.

Klimaatbestendig wordt omschreven als ‘ rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering’.

Afval wordt niet omgeschreven.

Duurzame mobiliteit= het stimuleren van autodelen, carpoolen, deelfietsen, fiets- en e-bikegebruik en openbaar vervoer bij de werkgevers in onze regio (bron: Slim-op-weg, Regio Foodvalley).

Indicatoren aanwezig om voortgang te volgen

Warmtetransitie = 1. Hoe worden we onafhankelijk van aardgas? (begroting 2024) ; = 2.de overgang van aardgas op een duurzame warmteoplossing (uit Begrippenlijst in Transitievisie warmte). Energieneutraal: Verwijzing naar wettelijke indicatoren via QR-code m.b.t. hernieuwbare energie in de Jaarstukken 2022, p.59: cijfers van Rhenen alleen bekend voor jaren 2019, 2020, 2021, waarbij Rhenen achter loopt bij gemiddelde van Nederland. In de routekaart energietransitie 2019 (p.7) staat een overzicht van onderdelen van de energiemix en -verbruik (van 2015) plus de

Een waterrobuust systeem is volgens het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie een systeem dat een bui van 74 mm per uur kan verwerken, zonder dat er wateroverlast ontstaat in woningen en bedrijven. .

Circulair wordt omschreven als ‘ zorgvuldig gebruik van grondstoffen’ of ‘het hergebruiken van grondstoffen’.

Pijler 4: Overkoepelende maatregelen Energie-armoede = betreft inwoners met een inkomen van 120% van het sociaal minimum, die een energie-toeslag aanvragen Circulair Bouwen = zo veel als mogelijk de materialen na de economisch en/of feitelijke levensduur van een gebouw hergebruiken. Toekomst-bestendig buitengebied = de waarden natuur en landschap

Klimaatbestendig: er zijn geen indicatoren bekend waarmee klimaatbestendigheid wordt gemeten. Waterrobuust: In het WRP 20232027 staan de functionele eisen, maatstaven, en meetmethodes beschreven. Ook definities van wanneer sprake is van hinder, overlast en schade. Dit alles wordt nog aangepast en aangescherpt in deze planperiode. Het waterpeil wordt gemeten met een aantal overstortmeters. Dit zijn meters die bijhouden hoe vaak een overstort in werking is. Ook de gemalen hebben meters. Deze meters houden bij hoeveel draaiuren een gemaal maakt en of er bijzonderheden voorkomen.

Afval: Indicatoren zijn aantal kilogram afval, het bronscheidingspercentage en het aantal kilogram grofvuil.

Voor de diverse onderdelen: er zijn geen indicatoren benoemd.

Voor circulair(e economie) ontbreken indicatoren.

19

Afwegingskader

Pijler 1: Energieneutraal

Pijler 2: Klimaatbestendigheid

Pijler 3: Circulair

Pijler 4: Overkoepelende maatregelen

opgave om doelstelling in 2040 te halen. Voor Duurzame Mobiliteit geen indicatoren, behalve het aantal elektrische auto’s , aantal laadpalen. Voor Warmtetransitie zijn geen indicatoren benoemd.

Onderzoeksvraag 2: Hoe verhouden de ambities van gemeente Rhenen zich met de ambities van de (regionale) samenwerkingsverbanden? Van een aantal duurzaamheidsonderwerpen heeft de gemeente Rhenen (nog) niet de kennis en capaciteit in huis. Zij is voor analyses van de bestaande situatie, van mogelijke maatregelen, én voor het implementeren ervan aangewezen op samenwerking met andere (vaak bovenlokale) partijen. Hiervan maakt de gemeente dan ook gebruik. Veelal zijn de bovenlokale verbanden richtinggevend voor het lokale beleid van de gemeente. Op het gebied van energietransitie werkt de gemeente Rhenen als deelnemer aan de Regio Foodvalley. In de RES (Regionale Energie Strategie) wordt ingezet op energietransitie via duurzame opwek, windturbines , energiebesparing (o.a. via isolatie), informatie en advies (via energieloketten en energie-ambassadeurs) en het benutten van bovengemeentelijke warmte/waterbronnen. De afspraken in de ‘RES Regio Foodvalley’ zijn democratisch gelegitimeerd door acht gemeenteraden (waaronder Rhenen), provinciale staten van Gelderland en Utrecht en het Algemeen Bestuur van waterschap Vallei en Veluwe. Ook inzake duurzame ontwikkelingen in landelijk gebied werkt de gemeente samen met de Regio Foodvalley (zie Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley, 30-3-2-23).

Daarnaast krijgt de gemeente steun van de provincie Utrecht, vooral op gebied van kennisontwikkeling en -deling en subsidieverstrekking, en op het gebied van duurzame mobiliteit in de vorm van het Regionaal Mobiliteitsplan (RMP) en duurzame woningbouw. Ook neemt de gemeente deel aan een aantal Platforms (zoals Platform Water Vallei en Eem en het Samenwerkingsverband Vallei en Veluwe klimaatbestendig) in het kader van klimaatbestendigheid/regionaal adaptatieplan. De partners bij dit Samenwerkingsverband zijn overheden in de regio Vallei en Veluwe: 28 gemeenten, 2 provincies, Waterschap Vallei en Veluwe, Vitens, de GGD’s en Veiligheidsregio in de Vallei en Veluwe en Rijkswaterstaat. Zij hebben de verantwoordelijkheid op zich genomen om, door samen te werken, ervoor te zorgen dat de regio Vallei en Veluwe in 2050 klimaatbestendig is. 20

Voor het stimuleren van elektrisch rijden werkt de gemeente samen met de regio MRA Elektrisch (provincies Utrecht, Noord-Holland en Flevoland) aan een Regionale Aanpak Laadinfrastructuur. Voor afval heeft de gemeente een contract met de AVU (Afvalverwijdering Utrecht) als Verbonden Partij. De Woningcorporatie Rhenam is voor de gemeente van belang om doelen op het gebied van energieneutraliteit/warmtetransitie en op het gebied van afval te bewerkstelligen.

Afwegingskader

Pijler 1: Energieneutraal

Pijler 2: Klimaatbestendigheid

Pijler 3: Circulair

De geschetste eindsituaties met de Regionale samenwerkingsverbanden, m.n. met Foodvalley komen overeen.

Energieneutraal: Doelstelling RES Regio Foodvalley = energieneutraal in 2050; het Rhenense vorige én het huidige college heeft – met goedkeuring van de raad -besloten (in hun bestuursprogramma) tot een hogere ambitie.

Klimaatbestendig Met de samenwerkende partijen in de regio/provincie zijn geen gezamenlijke concrete doelstellingen afgesproken, alleen de ambitie dat men in 2050 klimaatbestendig is.

Afval: Jaarlijkse onderhandelingen met AVU (over doelen en kosten)

Duurzame mobiliteit: Dit wordt gezamenlijk opgepakt vanuit provinciaal verband (Utrecht) en de Regio Foodvalley.. Warmtetransitie: Niet specifiek benoemd, maar loopt samen met energieneutraliteit.

De gekozen maatregelen om de eindsituatie te bereiken komen overeen.

Energieneutraal: In de RES wordt ingezet op energiebesparing (per jaar 1,5%). Om dit te stimuleren is er een Energieloket voor hulp, informatie, acties en (isolatie)campagnes, waaraan Rhenen meedoet. De gemeente Rhenen is aan het verkennen waar zonnevelden

Waterrobuust: Met de samenwerkende partijen in de regio/provincie zijn geen gezamenlijke concrete doelstellingen afgesproken, alleen de ambitie dat men in 2050 klimaatbestendig is (waaronder ook waterrobuust wordt verstaan). .

Klimaatbestendig: zie plan ‘ Klimaatbestendige Regio Vallei en Veluwe Werkplan 2023 2024 versie 2023’ . De nadruk ligt op kennisuitwisseling, afstemming en uitvoering van het (boven)regionale, gezamenlijke adaptatieplan (RAP). Waterrobuust: idem

Circulaire economie: nvt

Afval: Nvt

Circulaire economie: nvt

Pijler 4: Overkoepelende maatregelen Energie-armoede: nvt Circulair Bouwen: In september 2022 is het provinciale ‘ Convenant Toekomstbestendig Bouwen’ ondertekend door gemeente, met de hoogste ambitie: goud. Toekomstbestendig buitengebied: Met het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) beschouwt de regio Foodvalley samen met de gemeenten de verschillende opgaven in het landelijk gebied in onderlinge samenhang. Energie-armoede: De provincie Utrecht stelde in 2022 isolatievouchers ter beschikking voor woningeigenaren met een laag inkomen. Rhenen zet hier ook op in. Circulair Bouwen: In het provinciale convenant ‘

21

Afwegingskader

Pijler 1: Energieneutraal

Pijler 2: Klimaatbestendigheid

Pijler 3: Circulair

en/of windmolens mogelijk zijn, bijv. in het Binnenveld ter hoogte van de Nude. Het laatste gebied wordt samen met Wageningen verkend.

Pijler 4: Overkoepelende maatregelen Toekomstbestendig Bouwen’ staan een aantal te kiezen maatregelen. Toekomstbestendig buitengebied: Het RPLG (Regionaal Perspectief Landelijk Gebied) is nog niet uitgewerkt. “ Hoe we dit gaan doen wordt in 2024 verder uitgewerkt.”

Van belang is dat de vergunningen voor grootschalige opwekprojecten (zowel wind als zon) uiterlijk op 1 januari 2025 zijn afgegeven. (voortgangsrapportage RES, mei 2023). Duurzame mobiliteit: Duurzame mobiliteit wordt door de Provincie Utrecht opgepakt samen met hun gemeenten in de vorm van het Regionaal Mobiliteitsplan (RMP).

De timing van de maatregelen en van eventuele tussentijdse resultaten komt overeen.

Warmtetransitie: Zie onder energieneutraal Energieneutraal: De Regio stimuleert en ondersteunt de maatregelen om de gezamenlijke doelen te halen. Volgens de RES: Elke gemeente beheert zelf duurzaamheids-websites, voert brede campagnes voor energiebesparing, biedt zelf energiescans aan. Duurzame mobiliteit: Nvt Warmtetransitie: Zie onder Energieneutraal

Klimaatbestendig: “ Onze samenwerking heeft het karakter van een netwerk-organisatie. Dit houdt in dat: - elke partner behoudt zijn autonomie en is en blijft zelf verantwoordelijk om klimaatadaptatie in het beleid te verankeren en de noodzakelijke maatregelen in het eigen verzorgingsgebied te nemen; - (coalities van) individuele partijen kunnen voor specifieke opgave partijen met elkaar samenwerken (bron: klimaatbestendige Regio Vallei en Veluwe, werkplan 2021-2022)

Afval: nvt

Nvt

Circulaire economie: nvt

Waterrobuust: idem

22

Onderzoeksvraag 3: Is er een plan van aanpak om de ambities te realiseren? De plannen van aanpak om de ambities te verwezenlijken staan veelal in aparte beleidsnota’s beschreven. Voorbeelden zijn: -

-

Strategische Agenda 2020 – 2025 en Regionale Ruimtelijke verkenning 2021 (= uitgangspunten voor Regio Plan Landelijk Gebied), Regio Foodvalley - RES 1.0, juni 2021 (wordt geactualiseerd in RES 2.0), Regio Foodvalley - Routekaart Energietransitie (wordt in 2024 geactualiseerd), gemeente Rhenen - Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie (2022 – 2027, actualiseren in 2025), gemeente Rhenen - Water Rioolplan (WRP) (2023 – 2027, actualiseren in 2026), gemeente Rhenen - Afval- en grondstoffenbeleidsplan gemeente Rhenen 2020-2030, vastgesteld op 25 augustus 2020 - Klimaatbestendige Regio Vallei en Veluwe, Werkplan 2021 -2022 (regionale uitwerking RAP), gemeente Rhenen, zonder jaar Transitievisie warmte, Rhenen zet stappen naar aardgasvrij, juni 2021 Afwegingskader duurzame woningbouw, samen aan de slag voor toekomstbestendig bouwen, provincie Utrecht, januari 2023 Convenant toekomstbestendige woningbouw, februari 2023 Prestatieafspraken 2022-2024 Rhenam Wonen, jaarschijf 2023 Visie op Rhenen 2035, vastgesteld juni 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14227095/1