Bijlage TV VVD - 1149254 - Bijlage 2 Concept Ontwikkelperspectief NOVEX Arnhem Nijmegen Food Valley
Tekst van het document
De natuur- en cultuurhistorische waarden maken dat de Veluwe wordt ervaren als een aantrekkelijk recreatiegebied. Dit leidt op sommige locaties tot een te hoge recreatiedruk waardoor recreatiezonering wenselijk is en ook verplaatsing van de recreatiedruk naar locaties rondom de Veluwe in de regio’s nodig is. Het Rijk wil gezamenlijk met de provincie Gelderland en betrokken regio’s en overheden optrekken in het herstel en behoud van natuurgebied de Veluwe en nabijgelegen omgeving. Hiervoor is een stevige interbestuurlijke aanpak in de maak die wordt geborgd in het rijks NPLG en de provinciale programma’s landelijk gebied. Ontwikkeling ecologische verbindingszones en groene ontwikkelingszones We streven naar het realiseren van ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden. Dergelijke zones maken het natuurnetwerk robuuster en versterken de biodiversiteit door uitwisseling van flora en fauna tussen natuurgebieden. Een deel van deze zones staat al op beleidskaarten en op een aantal plekken is er door waterschappen, gemeenten en provincies ook al veel werk verzet. We blijven hierop doorbouwen. Per verbindingszone kijken we naar de gewenste invulling: nat en/of droog, wat past er binnen het landschap en in het water- en bodem systeem en voor welke dier- en plantensoorten is het bedoeld. Deze verbindingszones zijn onderdeel van het realiseren van 10% groenblauwe dooradering.
Bij de realisering van deze zones zetten we in op multifunctioneel ruimtegebruik voor natuur, waterberging, recreatie, duurzame energie en landbouw. Naast verbindingszones willen we nabij Natura 2000-gebieden het agrarische en overige landgebruik zo inrichten dat natuurwaarden in natuurgebieden worden beschermd. De huidige harde overgang tussen agrarische gronden en natuurgronden, waaronder bossen, willen we verzachten door aanpassing van het agrarisch gebruik naar natuurinclusieve landbouw. In deze gebieden realiseren we ook mogelijkheden voor extensieve vormen van recreatie en toerisme om de recreatiedruk in de natuurgebieden te laten afnemen. Door het realiseren van deze zones werken we ook aan de invulling van de bossenstrategie, het verbeteren van de zoetwaterkwaliteit en het tegengaan van droogte en verdroging.
20
Biodiversiteit in stand houden en versterken Biodiversiteit is een belangrijke voorwaarde voor een gezonde leefomgeving en gezonde voedselproductie. Het is daarom belangrijk zowel in stedelijk als landelijk gebied te streven naar herstel en instandhouding van natuurgebieden en naar een Basiskwaliteit Natuur (de set van condities die nodig is om algemene soorten algemeen te laten zijn, blijven of worden, met andere woorden de minimale kwaliteit van het leefgebied van soorten). Deze basiskwaliteit is het minimum aan algemene soorten die nodig is om de soortenrijkdom niet verder af te laten nemen en een systeem weerbaar te houden. Hiervoor moet per type gebied in beeld gebracht worden wat de basiskwaliteit is en welke kwaliteit we nastreven. Ook geeft de Basiskwaliteit Natuur aan op welke plekken we landschap, biodiversiteit en natuur moeten versterken om het natuurlijke systeem te herstellen, zowel in de stad als daarbuiten. Klimaatadaptatie in het landelijk gebied Klimaatadaptatie is van belang voor het hele gebied, juist ook in bebouwd gebied. Zoals in paragraaf 2.1 is uitgewerkt bouwen we klimaatadaptief en zorgen we voor groen in de stad. In het landelijke gebied is klimaatadaptatie voornamelijk urgent op de stuwwallen, in de beekdalen en in de laaggelegen komgronden in het rivierengebied.
Het hierbij zowel om het aanpassen van de bestaande functies als het rekening houden met de effecten van het huidige en toekomstige klimaat bij ruimtelijke planvorming. • Voor de stuwwallen, die een specifieke kwaliteit en opgave hebben, betekent inzetten op een duurzaam (drink)water- en bodemsysteem werken aan het verminderen van verdamping, het beperken van grondwateronttrekkingen en het vasthouden en laten infiltreren van water om het waterreservoir in de stuwwal te blijven vullen en kwelsystemen te voeden. Het vasthouden van water op de stuwwallen draagt ook bij aan het spreiden van piekafvoer bij meer extreme neerslag. • Het is nodig om de verdroging van beekdalen structureel aan te pakken en de beekdalen een functie te geven in het opvangen vande piekafvoer van water. En om het beekdalensysteem meer klimaatadaptief en toekomstbestendig te maken door het stroomgebied op basis van de ondergrond en hydrologie slim in te delen. Door het beekherstel wordt bijgedragen aan de waterkwaliteit in ons gebied. Beekdalen lopen langs en door stedelijk gebied en maken hier verbinding met parken en stadsbossen. Hiermee verbinden we mens, dier en leefomgeving op alle schaalniveaus en wordt het waterbewustzijn vergroot.
• In de komgebieden van de regio’s (bijvoorbeeld het Broek in de Liemers en de weteringenstelsels bij de Boven-Linge en tussen Wijchen en Beuningen) en ook in de bovenlopen van de beeksystemen zijn maatregelen noodzakelijk om het (grond)water langer in het gebied te houden. Ook de drainerende werking van de inslijtende grote rivieren zorgt voor verdroging in het omliggende gebied. Voor het tegengaan van verdroging zoeken we naar verbetering van de bodemkwaliteit om zo het waterbergende vermogen, de sponswerking, van bodem te vergroten. Ook het vergroten van de waterberging in de weteringen door bijvoorbeeld aanpassing van het profiel of aanleg van natuurvriendelijke oevers draagt daaraan bij. Door het bergen en vasthouden van water en bodemverbetering wordt bijgedragen aan een klimaatbestendig landelijk gebied. Het revitaliseren van bossen, gericht op meer biodiversiteit en meer loofhout in plaats van naaldhoud is hiervoor een belangrijk onderdeel. Klimaatadaptatie in stedelijk gebied Vanuit de verstedelijkingsstrategie werken we aan maatregelen voor gezonde, circulaire, biodiverse en klimaatadaptieve verstedelijking. We realiseren 5.000 hectare uitloopgebied, we nemen maatregelen in bestaande steden en dorpskernen en ontwerpen nieuwe woon en werkgebieden klimaatadaptief.
In onze steden en dorpen zetten we onder meer in op het toevoegen en verbeteren van groen in de openbare ruimte, het tegengaan van hittestress, het realiseren van waterberging en het realiseren van groene daken. 21
Kansen en schuurpunten natuurherstel en robuust watersysteem Woningbouw- en wateropgaven in balans houden In het kader van waterveiligheid en een robuust watersysteem is het vrijhouden van bebouwing van natte en laaggelegen gebieden bij de rivieren, beekdalen en in de vallei van belang. Vanuit de woningbouwopgave is er druk om in deze gebieden te bouwen. Het risico is dat de woningbouwopgave door het tempo prevaleert op een goede beoordeling van gewenste ontwikkeling in deze gebieden vanuit alle grote opgaven die spelen. Dit vraagt keuzes maken en het goed toepassen van de ontwerpprincipes zoals we die hebben vastgesteld in de verstedelijkingsstrategie en het principe water en bodem sturend. (Drink)water verbruik terugdringen De groei in bevolking en de werkgelegenheid zorgt als we niets doen voor een toename in het drinkwater- verbruik. Door te grote wateronttrekking kan verdroging optreden waardoor natuurherstel onderdruk komt te staan. En op lange termijn kan dit ertoe leiden dat de toegang tot voldoende schoon water niet gegarandeerd kan worden. Het terugdringen van het waterverbruik is een belangrijke opgave. Bij nieuwbouw is de opgave om waterbesparend te bouwen. Ook voor de bestaande bouw moeten maatregelen worden genomen. Het watergebruik van bedrijven verdient specifieke aandacht.
Onderzoek is nodig of en waar er plaats is voor veel waterverbruikende industrie en hoe de effecten op natuurwaarden kunnen worden beperkt. Bijvoorbeeld door beter secundaire waterstromen te benutten. Intensiever terugdringen vanuit emissies industrie, mobiliteit en landbouw Onze natuur en het water staan onderdruk door emissies en verontreinigingen veroorzaakt door industrie, mobiliteit en landbouw. Het is niet mogelijk om het gewenste natuurherstel en waterkwaliteit te realiseren zonder deze emissies terug te dringen. Mitigerende maatregelen zullen sneller en ingrijpender moeten worden ingevoerd dan tot nu toe het geval is om verdere achteruitgang van natuur en waterkwaliteit te voorkomen. Tijdig natuurherstel en verbeteren van de waterkwaliteit vragen om snel terugdringen van emissies uit industrie, mobiliteit en landbouw. Meer ruimte voor groen en water We staan aan het begin van een watertransitie, van water afvoeren naar water vasthouden daar waar het valt. Dit vraagt afhankelijk van waar je bent in het watersysteem meer infiltreren in de bodem / sponswerking van de bodem, combineren met groenblauwe dooradering, dempen van piekafvoer en tijdelijk bergen van water. Per saldo betekenen deze maatregelen dat er meer ruimte moet zijn voor een robuust watersysteem. Het versterken van de beekdalen en deze ook in de stad herstellen biedt hiervoor kansen.
Klimaatadaptief inrichten van onze gebouwde omgeving door het realiseren van een evenwicht tussen verdichting, verharding, wateropslag (blauw) en ruimte voor groen. Ook vraagt dit om het toepassen van geschikte materialen en klimaatadaptieve manier van bouwen (hittestress bestendig, koele gebouwen etc.) Natuurinclusieve landbouw De interactie tussen landbouw en natuur is groot. Het al dan niet realiseren van noodzakelijke emissiereducties is sterk bepalend voor de mate van succes van natuur- en waterherstelmaatregelen. Natuurinclusieve landbouw, waarbij agrariërs een rol spelen in natuurherstel en natuurbeheer, biedt de mogelijkheid voor meervoudige ruimte gebruik en natuurherstel. Gezien dat op dit moment structurele vergoeding en beloning voor agrariërs hiervoor nog ontbreekt, zullen overheden gezamenlijk moeten optreden om de mogelijkheden hiervoor te vergroten.
22
Recreatieve toegankelijkheid buitengebied Om de Natura 2000-gebieden te ontlasten is het van belang dat recreatie beter verspreid wordt. Grote delen van het buitengebied zijn niet ingericht voor recreatief medegebruik. Er zijn goed ontwikkelde knooppuntenroutes, maar de ontsluiting is in grote delen van het gebied primair gericht op landbouw- en ander bestemmingsverkeer, niet op recreatief medegebruik door fietsers of wandelaars. Ook ontbreken voorzieningen en bewegwijzering specifiek voor recreatief medegebruik. Dit vraagt investeringen in recreatieve ontsluiting van het buitengebied. Zonder deze toegankelijkheid kunnen onze 5000 ha nieuwe recreatieve uitloopgebieden niet functioneren. Voor elk bestaand en te ontwikkelen recreatief gebied brengen we in beeld waar de knelpunten (gevaarlijke situaties, onbereikbaarheid etc.) het grootst zijn om te komen tot een prioriteitenlijst. Daarbij onderzoeken we direct de koppelkansen met andere ontwikkelingen: een (snel)fietspad voor forenzen kan wellicht met een kleine aanpassing ook recreatief gebruikt worden.
Samenvattend: wat is hiervoor nodig Organiseren van gezamenlijke slagkracht Het realiseren van herstel van het natuurlijk systeem gaat niet alleen via normering en vergunningverlening. Sturingsmogelijkheden op ruimtelijke kwaliteit, het verbinden van natuurgebieden en het combineren van functies komen pas echt van de grond wanneer de overheid in staat is om te handelen: actief op te treden in grondtransacties, stimuleren en faciliteren. Hier gaat het om organiseren van gezamenlijke slagkracht: capaciteit, kennis en kunde en mandaat om te kunnen handelen. Om gronden te verwerven, opnieuw in te richten, langdurig te beheren of te ruilen Maar ook om kennisontwikkeling en -overdracht. Dit vraagt dat Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hiervoor een gezamenlijke aanpak ontwikkelen. Onlangs heeft de Minister van BZK in de kamerbrief Modernisering Grondbeleid aangekondigd de mogelijkheden te willen onderzoeken voor publiek gestuurde gebiedsontwikkeling. Gebiedsgerichte financiering voor realisatie van concrete plannen We hebben concrete plannen om het groen-blauwe raamwerk te versterken. We gaan daarbij nieuwe groene ontwikkelzones en ecologische verbindingszone realiseren, sommige landbouwgebieden in Natura 2000-gebieden zoals in de Rijntakken extensiveren en het stedelijk uitloopgebied uitbreiden.
In de Groene Metropoolregio lopen hiertoe een viertal gebiedsprocessen, met provincie, gemeenten en waterschappen, die kansrijk zijn om versneld op te pakken. Dit betreft projecten in de Gelderse Poort (PAGW en IRM), beekherstel en de omliggende beekdalen in de Veluwezoom, landschap Berg en Dal/Heumen – Ooijpolder- stuwwal -Heumen en herinrichting Boven-Linge -doorontwikkeling Lingezegen. In Regio Foodvalley lopen verschillende gebiedsprocessen, onder andere in de gebieden Binnenveld, De Roode Haan (Veenendaal) en Veenhuizerveld en rond Garderen, Elspeet, Uddel, Speuld (GEUS, regio-grensoverschrijdend). En er tekenen zich ook al potentiële nieuwe gebiedsprocessen af, bijvoorbeeld rond Kootwijkerbroek en in de driehoek Wekerom, Otterlo, Harskamp. Constructieve intersectorale en bovenregionale samenwerking in Gelderse Poort In de Gelderse Poort wordt met de Programmatische Aanpak Grote Wateren en projecten gerelateerd aan de Kaderrichtlijn Water, de noodzaak om het watersysteem te herstellen en de waterkwaliteit te verbeteren inmiddels onderkend. Deze opgave strekt zich uit buiten de grenzen van het NOVEXgebied. Gezien de huidige problematiek lijkt uitvoering na 2030, zoals nu is gepland, te lang te duren. Vanuit de regio is er de ambitie om dit naar voren te halen. Bovendien is een integrale afweging van de opgaven in dit gebied cruciaal om de ambities te realiseren.
Het aanpakken van de opgaven vraagt derhalve om boven departementale en bovenregionale afstemming en samenwerking.
23
2.3 Realiseren van een transitie in de landbouw Onze ambitie 2040: een vitaal landelijk gebied met toekomstbestendige landbouw We ontwikkelen in het landelijk gebied een nieuwe balans tussen een goed (economisch) toekomstperspectief voor boeren en ruimte voor verschillende functies zoals recreatie, energie, wonen en werken. We doen dit binnen de randvoorwaarden voor natuurherstel en een toekomstbestendig bodem- en watersysteem. Onze ambitie is het realiseren van een gebied met bloeiende landbouw en gezonde natuur, een gebied dat klimaat- en toekomstbestendig is. Een gezond en ‘beleefbaar’ landelijk gebied waar landbouw, wonen, werken, recreatie en natuur elkaar versterken en waar vertrouwen is tussen partijen. Deze ambitie hebben we in het hele NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. Het realiseren van de landelijke opgaven in het NPLG, waar transitie van de landbouw een essentieel onderdeel van is en wat ook kader geeft voor de verdere uitwerking van water, natuur en klimaat, zal richting geven in de mogelijkheden voor meer natuurinclusieve en extensieve landbouw. De transitie van het landelijke gebied in de Groene Metropoolregio is al volop gaande. De omvang van de landbouw en het grondgebruik zijn de afgelopen decennia flink veranderd. Ook in de toekomst zal de landbouw veranderen.
De regio heeft unieke landschappelijke kwaliteiten onder andere door de variatie in bodems en landschappen. Tegelijkertijd is het ook een uitdaging deze variatie te behouden; de verstedelijking drukt zijn stempel op de regio. Ook heeft het landelijk gebied in de regio grote maatschappelijke opgaven, zoals verdroging van de Liemers en het Middengebied, en herstel van de natuurkwaliteit van de grote rivieren en de Veluwe. Gezien de ligging van de landbouwgebieden in de Groene Metropoolregio komt een groot deel van de landbouwbedrijven in aanmerking voor de piekbelastingsaanpak. De uitdaging op het gebied van de transitie van de landbouw is in de Regio Foodvalley zeer groot, groter dan in andere gebieden van Nederland. De agrifoodsector is een belangrijke drager van de identiteit van de Regio Foodvalley. Juist de aanwezigheid van kennisinstellingen en bedrijfsleven die samen met boeren een innovatief ecosysteem vormt, is wat de agrifoodsector in de regio uniek maakt. We willen de identiteit van ons landelijk gebied behouden en versterken. Dat zijn ook de hechte gemeenschappen die er voor elkaar willen zijn. En die stapje voor stapje willen ondernemen met zorg voor mensen en aarde. We willen de uitdagingen voor de agrarische sector omzetten in kansen voor economie, ecologie en samenleving.
Regio Foodvalley is één van de Nederlandse topregio’s voor de transitie naar kringlooplandbouw.
De opgaven langjarig en integraal samenwerken aan een nieuwe balans Integrale, langjarige aanpak toekomstbestendige landbouw Het hele gebied en vooral de Regio Foodvalley, als regio met de meeste piekbelasters als het gaat om stikstofdepositie op kwetsbare natuur, staat voor de enorme uitdaging om een vraagstuk van nationale omvang te helpen oplossen. De kwetsbare natuur van de Veluwe in combinatie met de hoge veedichtheid in de regio maakt dat in Regio Foodvalley een belangrijk deel van het stikstofprobleem én van de oplossing ligt. De opgave voor toekomstbestendige landbouw betreft echter niet alleen stikstof, maar ook geur, fijnstof, water- en bodemkwaliteit, broeikasgasreductie en herstel van biodiversiteit. Op al deze aspecten is verdergaande verbetering nodig voor het herstel van natuurlijke systemen op een manier die sociaaleconomisch perspectief biedt voor het landelijk gebied met duurzame verdienmodellen voor de agrarische sector en keten. We streven naar een 24
toekomstbestendig voedselsysteem in balans met het natuurlijk systeem. Dat vraagt een structurele aanpak die verder kijkt dan één generatie. Een aanpak die duidelijkheid geeft en zowel rust als dynamiek terugbrengt. Zoeken naar balans In het verlengde van de opgaven in het NPLG en het principe bodem en water sturend is een belangrijk uitgangspunt dat de landbouw (voedselproductie) in balans moet zijn met het natuurlijke en het sociaal-maatschappelijk systeem. Hiervoor is een ontwikkeling naar een gezondere en meer circulaire voedselproductie noodzakelijk. Met gezond bedoelen we hier met zo weinig mogelijk verliezen naar bodem, water of lucht. En met circulair bedoelen we hier op een passend schaalniveau zoveel mogelijk gesloten kringlopen. Zo ontstaat evenwicht in de wijze waarop het voedselsysteem en het natuurlijk systeem op elkaar ingrijpen en elkaar zelfs kunnen versterken. De opgave om het natuurlijk systeem duurzaam in balans te krijgen kent twee elementen: balans in het bodem- en watersysteem en herstel van biodiversiteit. De landbouw zal ook een rol spelen in de productie van biobased bouwmaterialen. De genoemde opgave voor de landbouwtransitie is een combinatie van ecologische, economische en maatschappelijke aspecten. De landbouwtransitie is namelijk ook een voedseltransitie.
In het landelijk gebied liggen er ook ruimtelijke vragen vanuit verschillende andere functies zoals recreatie, kennisontwikkeling, energie en ook wonen en werken. Deze ontwikkelingen kunnen elkaar versterken. De financiële haalbaarheid is randvoorwaarde voor een ecologisch én economisch duurzame toekomst. De landbouwtransitie vraagt om een ander economisch systeem (verdienmodellen).
Kansen en schuurpunten transitie in de landbouw Naar een gedeeld perspectief voor het landelijk gebied Alle betrokken partijen moeten ervan uit kunnen gaan dat de inzet van instrumentarium van een overheid gesteund wordt door andere overheden. Dit vraagt een gezamenlijk lange termijnperspectief en handelingskader waarbij keuzes op korte en lange termijn op elkaar zijn afgestemd. De verschillende overheden moeten gezamenlijk en betrouwbaar opereren om het vertrouwen te kunnen herstellen en de gewenste ontwikkeling te realiseren. De NPLG-opgaven vormen een belangrijk kader voor de ontwikkeling in het landelijk gebied, maar daarmee zijn er nog geen structurerende (ruimtelijke en systeem) keuzes gemaakt voor deze regio. Het is aan het rijk en de provincies (in het VLGG en UPLG) om hier verdere richting in te bepalen, samen met de regio. Dat biedt kansen, maar schuurt ook. Bijvoorbeeld wanneer overgangszones ten behoeve van natuur ten koste gaan van goede landbouwgebieden of potentiële woningbouwlocaties. Hooggelegen schrale gronden lenen zich, binnen het principe bodem en water sturend, bij uitstek voor woningbouw, maar dat schuurt met zowel natuurwaarden als agrarische gebruikswaarden. Ook zal natuur-inclusieve landbouw, ook met minder dieren, meer ruimte vragen.
Wat doen we waar, wat heeft prioriteit en hoe verbinden we uitdagingen en kansen? Betere interbestuurlijke samenwerking Duidelijk is dat Rijk, provincies en gemeenten elk eigen rollen en verantwoordelijkheden hebben. Tot dusver wordt nog vaak vanuit de eigen kaders en verantwoordelijkheden geprobeerd de opgave richting te geven. Maar geen van de partijen is zelfstandig in staat om dit vraagstuk op te lossen. Een structurele samenwerking vanuit een gedeeld perspectief is nodig. Het is precies dit wat binnen de interbestuurlijke samenwerking van NOVEX voor ogen hebben. Toch is er de afgelopen jaren al veel gedaan om een vermindering van emissies te bereiken, zowel op regionaal niveau als op individuele boerenbedrijven. Op regioniveau gaat het bijvoorbeeld om 25
fijnstofreductie in het kader van het Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij. In de Regio Deal Foodvalley en met het meetnetwerk luchtkwaliteit bouwen we verder aan het meten van uitstoot (via het bedrijvenmeetnetwerk) en het verbeteren van inzicht in de regionale effecten van emissiereductie (via omgevingsmeetnetwerk en depositiemeetnetwerk). Kenmerkend is dat deze resultaten in Regio Foodvalley voortkomen uit een gelijkwaardige samenwerking tussen gemeenten, provincies, waterschappen, het Rijk en de landbouwsector. Met de resultaten van deze samenwerking hebben we een sterke basis om een structurele aanpak op te bouwen, waarmee we met perspectief en visie kunnen werken aan verbeteringen op de lange termijn. Samenhang in uitvoering van instrumenten. Op dit moment zijn de beëindigingsregelingen voor boeren (Lbv en Lbv+) net opengesteld. Verplaatsings-, en innovatieregelingen zijn in de maak. Ondertussen worden bedrijfsmanagementmaatregelen toegepast en gemonitord op effect en wordt geëxperimenteerd met (het toepassen van) nieuwe technieken. Zo zijn veel agrariërs zijn op hun bedrijf aan de slag met emissiereductiemaatregelen, ook als het gaat om stikstof. Er is nog geen duidelijkheid over het beleid met betrekking tot dergelijke maatregelingen. Dit heeft tot gevolg dat boeren nog geen compleet beeld hebben van toekomstige regelingen en beleid.
Dit leidt tot zorgen of boeren ervaren dat ze een goede afweging en keuze kunnen maken voor de toekomst. Een risico is dat partijen afwachten en de gewenste beweging op zich laat wachten. Aandachtspunt hierbij is dat de openstellingstermijn van de beeindigingsregeling voldoende ruim is zodat boeren een goede afweging kunnen maken en gemeenten tijd hebben voor ruimtelijke afwegingen. We weten dat, om de natuur- en andere doelstellingen te halen, een combinatie van al deze maatregelen nodig is (beëindiging, managementmaatregelen en innovatie). Inzet op één of enkele onderdelen hiervan zal onvoldoende blijken en dat kunnen we ons niet permitteren. Niet vanwege de staat van de natuur en de watersystemen, niet vanwege de onzekerheid die dat voor boeren en bedrijven met zich meebrengt en niet vanwege de impact op andere noodzakelijke ontwikkelingen zoals woningbouw en mobiliteit. Dit NOVEX-ontwikkelperspectief biedt de kans om de samenhang te versterken en gezamenlijk op te trekken. Versterken van vertrouwen tussen overheid en sector Voor samenwerking in afhankelijkheid is vertrouwen cruciaal. Het vertrouwen tussen overheid en praktijk is de afgelopen jaren helaas flink gedaald. We zetten ons continu in om dat vertrouwen te herstellen en te vergroten, voeren goede gesprekken met de sector en werken aan mogelijkheden om samen stappen te zetten.
Een van de routes waarop we inzetten is het realiseren van een uitgebreid meetnetwerk van luchtkwaliteit in combinatie met een bedrijvenmeetnetwerk (sensoring). Wij zijn van mening dat een beter gezamenlijk inzicht in emissies, luchtkwaliteit en deposities en de relaties daartussen op de schaal van de regio enorm kan bijdragen aan herstel van vertrouwen. Dat geldt nog meer als het lukt om beide meetnetwerken te benutten om op bedrijfsniveau op doelen te kunnen sturen in plaats van op middelen. Daarmee kan immers vakmanschap en ondernemerschap ruimte krijgen (via realtime dashboardfuncties) en beloond worden, terwijl het een monitorings- en controlemechanisme geeft aan de overheid. We werken hiervoor samen met het RIVM, kennisinstellingen en andere meetpilots. We denken dat met de sector een regionaal “Ondernemend ecosysteem” inrichten ook kan bijdragen aan herstel van vertrouwen. Een nieuw institutioneel instrument om goede ideeën, betrokken stakeholders, kennis, hulpbronnen, technologie en nieuwe oplossingen bij elkaar te brengen voor de verduurzaming van het gebied. Hiermee bouwen we voort op de lessen die zijn geleerd van de aanpak reductie antibioticagebruik Wellicht kan dit op termijn landelijk worden opgeschaald.
26
Sociale en economische impact goed in beeld brengen De beëindigingsregelingen voor boeren heeft betrekking op een groot deel van de agrarische bedrijven in Regio Foodvalley en op enkele gebieden in de Groene Metropoolregio. Dit gaat om veel gezinnen en gemeenschappen en de regelingen hebben dus een grote sociale en maatschappelijke impact. Ook kunnen de regelingen, afhankelijk van de daadwerkelijke deelname, grote economische impact hebben op een specifiek deel van de agrifoodketen en doorwerken naar de toeleverende innovatieve (maak)industrie. Ook is het nog de vraag wat de invloed is op de ruimte voor ondernemerschap in het landelijk gebied. Juist de onbekendheid van effecten in combinatie met de verwachte omvang van de maatregelen zorgt voor onzekerheid. Dit vraagt om een sociaaleconomische impactanalyse voor Regio Foodvalley. Door hierop samen te werken kunnen met de kennis van de lokale situatie zoveel mogelijk kansen worden benut en ongewenste ontwikkelingen worden tegengaan. Regie op vrijkomende gronden is noodzakelijk De landbouwtransitie leidt tot het beëindigen van boerenbedrijven, de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid en de behoefte aan grond voor extensivering. Regie op vrijkomende gronden is essentieel voor de verdere ontwikkeling van het landelijk gebied en de keuzes die daarin kunnen worden gemaakt.
De nationale grondbank in oprichting kan hier ondersteuning in bieden. Daarnaast zal naar andere manieren gezocht worden om als overheid regie te kunnen nemen op vrijgekomen grond. Bijvoorbeeld door het faciliteren van een (regionaal / provinciaal / gezamenlijk) grondfonds.
Samenvattend: wat is hiervoor nodig Langjarige gezamenlijke aanpak vanuit een gedeeld perspectief Het is cruciaal dat er naast en binnen de opgaven vanuit het NPLG en NOVEX vanuit regionale identiteit en regionale behoeften wordt gekeken naar ons landelijk gebied. De specifieke situatie met landelijk gezien veruit de grootste opgave, maakt dat noodzakelijk. Dat betekent: samenwerking als één overheid. Deze samenwerking vraagt om een gedeeld perspectief en handelingskader. Onderdelen hiervan zijn: • Op welke plekken is er lange termijnperspectief voor welke vormen van landbouw en onder welke condities? • Hoe en waar maken we de afweging tussen de opgaven voor natuur, water, klimaat en toekomstbestendige landbouw? • Waar en hoe gaan we gebiedsprocessen inzetten? • Hoe bundelen en delen we kennis tussen sector en overheid? • Hoe zetten we bestaand en/of te ontwikkelen grondinstrumentarium in? • Hoe kunnen we stappen zetten om ruimte geven we aan doelsturing (stoffenbalans) in plaats van middelvoorschriften? • Hoe kunnen we managementmaatregelen valideren en toepassen en stappen zetten voor toepassing in het ruimtelijk en milieu instrumentarium?
27
No regret-maatregelen op korte termijn De politiek-bestuurlijke dynamiek is hoog en beleidsontwikkeling door overheden is nog in volle gang. Ongeacht nog te maken beleidskeuzen door overheden zijn de volgende zaken noodzakelijk om op korte termijn in gang te zetten: • Rijk en provincie zetten zich in om het via langjarige overeenkomsten mogelijk te maken dat natuurinclusieve agrarische een kostendekkende beloning ontvangen voor landschaps- en biodiversiteitsbeheer. • De sociaaleconomische impact van de transitie in Regio Foodvalley brengen we gezamenlijk in beeld, we verkennen kansen voor nieuwe economische handelingsperspectieven en handelen naar de uitkomsten daarvan. • Als een van de stappen in de ontwikkeling richting doelsturing zetten we ons ervoor in dat de financiering van het meetnetwerk Regio Foodvalley (zowel voor luchtkwaliteit als op bedrijfsniveau en depositie) voor de komende jaren doorgezet wordt. Dit meetnetwerk geeft door te meten en te monitoren belangrijk inzicht in de effectiviteit van managementmaatregelen op stikstof, op andere emissies, op waterkwaliteit en energieverbruik.
28
3 Van ontwikkelperspectief naar uitvoering Onze gezamenlijke opdracht 2040 Meer landschap meer stad In dit ontwikkelperspectief ‘Meer landschap meer stad’ hebben wij als gemeenten, regio’s, provincies, waterschappen en rijk, gezamenlijk onze langetermijnstrategie (2023-2040) voor het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley beschreven. In deze strategie staan drie hoofdopgaven centraal, te weten het realiseren van een schaalsprong, natuurherstel en robuust watersysteem en een transitie van de landbouw. Hieronder schetsen we hoe we stapsgewijs uitvoering geven aan deze strategie.
Samenwerken aan realisatie Integrale samenwerking en executiekracht Het realiseren van de ambities in het ontwikkelperspectief Arnhem-Nijmegen-Foodvalley vraagt om grensontkennende samenwerking (zowel ten aanzien van gemeente-, provinciegrenzen als sectorale grenzen bij rijk, provincies en gemeenten). Hierbij bouwen we voort op de manier van samenwerken zoals we hebben afgesproken in de Bestuurlijke afspraken verstedelijking. De uitvoering van de ambities uit dit ontwikkelperspectief vraagt om een langjarige samenwerking en commitment van rijk, provincies, regio en gemeenten. Vanuit een gedeelde visie, samen met stakeholders en bewoners bouwen aan een krachtig stedelijk en landelijk gebied en gezonde natuur- en watersystemen. In het gebied spelen ook opgaven vanuit Defensie (zie bijlage 2). Samenwerking met Defensie en een integrale afweging van deze opgaven gaan we oppakken. Het ontwikkelperspectief vormt voor de overheden de gedeelde ambitie. Opgaven en visie zijn leidend voor hun handelen in het ruimtelijk domein. We werken samen in open en gelijkwaardige verhoudingen en in gedeeld eigenaarschap aan de realisatie van de gezamenlijke opgaven. We vertalen het ontwikkelperspectief naar lokaal en provinciaal beleid in instrumenten zoals, omgevingsvisies, omgevingsplannen/ bestemmingsplannen, verordeningen, programma’s en/of projectbesluiten.
Goed samenwerken is echter niet voldoende. Het is belangrijk om voldoende en krachtige uitvoeringsmogelijkheden te hebben. Dat betekent financiering, capaciteit en instrumentarium om doelen te realiseren. We denken hierbij bijvoorbeeld ook aan instrumenten als een regionale grondbank en een regionale ontwikkelingsmaatschappij. Dit vraagt nog om nadere uitwerking. We onderkennen hierbij dat we bij het maken van businesscases niet alleen in termen van euro’s moeten denken. De maatschappelijke waarden zoals die zijn samengebracht onder het begrip brede welvaart zijn een essentieel onderdeel in deze businesscases. Het vraagt nog verdere uitwerking hoe we deze kwantificeren, waarderen en financieren. We kunnen dit ontwikkelperspectief bovendien niet alleen als overheid realiseren, samenwerking en co-creatie met stakeholderorganisaties en bewoners is daarbij noodzakelijk om tot een goed resultaat te komen.
29
Niet alles kan Bij de uitwerking van de drie hoofdopgaven zien we dat de verschillende ambities en opgaven regelmatig schuren. Schuren in de tijd, in de ruimte en in het beslag op beschikbare middelen. Dat betekent soms dat er keuzes moeten worden gemaakt over prioritering en fasering (in tijd en ruimte). In de uitvoeringsagenda voor het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley willen we zorgen voor de sturing op de onderlinge samenhang van verschillende opgaven in de programmering en uitvoering. De maatregelen om tot uitvoering te komen zullen vaak aan verschillende, sectorale tafels, genomen worden. De uitvoeringsagenda en de regionale investeringsagenda heeft als doel samenhang te breng in deze maatregelen om zo tot een betere koppeling, integrale afweging, prioritering en fasering te komen. De structureerde keuzes van de gebiedsprogramma’s (NPLG) ontbreken op dit moment. In een completere versie van het ontwikkelperspectief kunnen (op basis van VLGG en UPLG) zaken waar nodig verder worden uitgewerkt, zoals de ruimtelijke invulling van water en bodem sturend, natuurherstel/uitbreiding, groenblauwe dooradering, bossenstrategie en overgangsgebieden.
Daar waar het schuurt en daar waar we constateren dat niet alles kan in een gebied, werken we altijd aan invullingen die maximaal aansluiten bij de vier afwegingsprincipes van NOVI, de structurerende keuzes van het NPLG en de ontwerpprincipes uit de verstedelijkingsstrategie ‘Meer landschap, meer stad’. We doen dat vanuit het principe ‘comply or explain’. Dit betekent dat alleen bij zwaarwegende en goed onderbouwde redenen we hiervan afwijken. We denken hierbij vanuit de toekomst naar nu. We stellen ons de vraag wat onze ambities voor 2040 betekenen voor de keuzes die we nu maken. We willen voorkomen dat keuzes die we nu maken, ontwikkelingen waar we nu prioriteit aan kunnen of moeten geven, onze ambities op een van de drie hoofdgaven voor de toekomst blokkeren. Dit vraagt aandacht van en afstemming met alle betrokken partijen. We willen voorkomen dat alles stilvalt zolang niet op alle hoofdopgaven het beeld helder en concreet is en tegelijkertijd willen we zorgvuldig handelen op basis van integrale afwegingen. In het kader van de NOVEX-uitvoeringsagenda zullen we op korte termijn gezamenlijk beoordelen welke projecten op welke wijze en welke termijn door kunnen gaan. We werken aan een goede afstemming over de gebieden heen, op regio en regio overstijgend niveau.
We doen lokaal wat lokaal kan en we werken als vier overheden samen daar waar het nodig is om afwenteling te voorkomen en daar waar er kansen liggen om meer van onze ambities te realiseren deze te benutten.
Gedeelde agenda De provincies maken in het najaar van 2023 een ruimtelijk voorstel. Het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley landt hierin. Het Ontwikkelperspectief is samen met het Ruimtelijke voorstel de basis voor de afspraken die we gaan maken tussen Rijk en provincie in het Ruimtelijke arrangement (voorzien in 2024) en voor de afspraken die we gaan maken en al hebben gemaakt tussen Rijk, provincies, regio’s, waterschappen en gemeenten in de NOVEXuitvoeringsagenda en de Regionale investeringsagenda (RIA). De uitvoeringsagenda wordt in verschillende stappen gevuld en opgebouwd. Hierin zijn verschillende tempi te onderscheiden: afspraken die gemaakt zijn ten behoeve van de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie (opgave realiseren schaalsprong verstedelijking, inclusief de NOVEX locaties); en de afspraken die later nog zullen worden gemaakt ter concretisering en realisering van de brede ambities van dit ontwikkelperspectief (met name transitie in de landbouw en natuurherstel).
30
Tegelijkertijd wordt er op deelgebiedsniveau (Spoorzone Arnhem-Oost, Rijk van Nijmegen, middengebied Arnhem-Nijmegen, De Liemers, Veluwe, Foodvalley en Nijmegen-West) in gebiedsprogramma’s met een brede stakeholdergroep gewerkt aan de realisatie van de verstedelijkingsstrategie. Om onze brede doelen voor het NOVEX-gebied te realiseren, moeten we op gebiedsniveau nog preciezer worden over wat we waar en hoe doen vanuit de kenmerken en identiteit van het gebied. Ook voor de realisatie van het Ontwikkelperspectief zal daarom doorgewerkt worden met deelgebiedsprogramma’s om op lokaal niveau invulling te geven aan de ambities en opgaven.
Besluitvorming en status van dit ontwikkelperspectief Dit ontwikkelperspectief is in september 2023 geaccordeerd voor besluitvorming in het Bestuurlijk overleg NOVEX-gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley door de betrokken partijen. De planning is dat begin november de besluitvorming door colleges en besturen gereed is en het ontwikkelperspectief wordt vastgesteld. Het ontwikkelperspectief heeft als basis de verstedelijkingsstrategie en beiden kennen een doorwerking in het ruimtelijke beleid van Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen. Zoals afgesproken in de bestuurlijke afspraken verstedelijking (2022) vertalen de provincies en gemeenten in de regio het verstedelijkingsconcept en de daarin opgenomen ontwerpprincipes in hun omgevingsbeleid als provinciaal/gemeentelijk belang. Het ontwikkelperspectief is het strategische kader voor de gebiedsuitwerkingen en gebiedsprogramma’s waarin samen met relevante stakeholders, vanuit inzicht in specifieke gebiedskenmerken en opgaven de lokale uitwerking, concretisering en prioritering plaatsvindt.
31
Bijlage 1 overzicht van relevante documenten Overzicht met relevante documenten NOVEX-Gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley Verstedelijkingsconcept - november 2022 NOVEX-Uitvoeringsagenda – in ontwikkeling Bestuurlijke afspraken Verstedelijking Woondeals Groene Metropoolregio Regioarrangement Groene Metropoolregio – Q3 2023 Vervlochten regio – groenblauwe raamwerk Metropoolregio Arnhem-Nijmegen’ RES Groene Metropoolregio Regio Foodvalley Regioarrangement Regio Foodvalley – Q3-2023 De Regio Foodvalley is bezig met de ontwikkeling van een Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG). RES Regio Foodvalley Provincie Gelderland Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) Gebiedsprogramma van de provincie Gelderland, dat invulling geeft aan de doelstellingen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) in de provincie – in ontwikkelling Regionaal waterprogramma 2021-2027 Gelderland Provincie Utrecht UPLG Gebiedsprogramma van de provincie Utrecht, dat invulling geeft aan de doelstellingen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) in de provincie – in ontwikkeling Bodem- en waterprogramma Utrecht (2022-2027) Rijk Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) Kamerbrief Bodem en water sturend Kamerbrief Modernisering van het grondbeleid, Kamerstuk, Rijksoverheid.nl Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving
32
Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 PBL (2023) , Vier scenario's voor de inrichting van Nederland in 2050, Ruimtelijke verkenning Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Handreiking Groen in en om de Stad (zie Kamerbrief Aanbieding Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennorm van 23 maart 2023) Nog op te stellen documenten Ruimtelijk Voorstel Voorstel van provincie aan Rijk over hoe om te gaan met de schaarse ruimte in het licht van vraagstukken zoals benoemd bij RA – Q1 2024 Ruimtelijk arrangement Afspraken tussen Rijk en provincie over over hoe om te gaan met de schaarse ruimte in het licht van vraagstukken zoals benoemd bij RA – december 2023
33
Bijlage 2 Opgaven vanuit Defensie Door de veranderende geopolitieke situatie in de wereld en specifiek in Europa zal Nederland meer gaan investeren in zijn Defensie organisatie. De omvang van Defensie groeit naar de 2% NAVO-norm en daarmee groeit ook de behoefte van Defensie aan ruimte om te kunnen werken en trainen. Dit vraagt op verscheidene plekken om meer fysieke ruimte en om meer milieuruimte. Ondanks zuinig ruimtegebruik, is extra (directe en indirecte) ruimte noodzakelijk voor militaire activiteiten aanvullend op de ruimte die in de vigerende Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgelegd en juridisch-planologisch is geborgd via o.a. het BKL. Deze extra ruimte staat centraal in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD). In het NPRD maakt het kabinet duidelijk hoeveel en waar extra ruimte nodig is om de nationale en internationale veiligheid te borgen Hierbij gaat het om zowel direct ruimtegebruik als ook indirect ruimtegebruik zoals geluidsruimte en veiligheidscontouren. Defensie start hiervoor een plan-milieueffectrapportage (plan-m.e.r.) om de effecten en alternatieven goed in beeld te brengen om daarmee tot afgewogen en onderbouwde kabinetskeuzes te komen. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het plan-m.e.r. zal naar verwachting dit najaar ter inzage worden gelegd De nationale besluiten zullen tevens landen in de Nota Ruimte (opvolger van de NOVI).
Alle huidige defensie terreinen en kazernes in het gebied zijn reeds opgenomen in de NOVI. Een deel daarvan behoeft – op termijn – grootschalig renovatie en/of meer milieuruimte (Infanterie schietkamp Harskamp, Stroe). Mogelijk kan een deel in de toekomst worden afgestoten. Daarnaast zijn er in het gebied twee grote concentratielocaties, die in het kader van het Strategisch Vastgoedplan 2022 zijn gecommuniceerd. Dit gaat om de zoektocht naar een nieuwe kazerne in Schaarsbergen danwel revitalisatie van het huidige object en de zoektocht naar een centrale kazerne waarvan een alternatief in Gelderland wordt onderzocht. Deze nieuwe opgaven van Defensie zullen in het NPRD worden uitgewerkt. Bij de provinciale startpakketten is al aangegeven dat het NPRD zal zorgen voor aanvullende opgaven voor de verschillende provincies en in het najaar 2023 zullen deze opgaven verder worden onderzocht en verduidelijkt. De belangen van Defensie vullen de lijst aan opgaven in het gebied aan, wat de druk op de ruimte verder verhoogt. Tegelijk kan Defensie ook meekoppelkansen bieden in de zoektocht naar gezamenlijke oplossingen voor andere opgaven zoals natuur & biodiversiteit, energieopwekking en bodem & water.
34