CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TV VVD - 1149254 - Bijlage 2 Concept Ontwikkelperspectief NOVEX Arnhem Nijmegen Food Valley

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Haalbaarheidsonderzoek voor woningbouw en werkgelegenheid in het Binnenveld14.513 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley Meer landschap meer stad

Concept- versie 16 oktober 2023, voor behandeling in colleges

1

Inhoud Over dit document ............................................................................................................................. 3 1 Perspectief NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley .................................................................. 4 1.1 Het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley ....................................................................... 4 1.2 Waarom een ontwikkelperspectief? ............................................................................................. 4 1.3 Integraal oppakken van grote opgaven ......................................................................................... 5 1.4 De afwegingsprincipes bij het maken van ruimtelijke keuzes ....................................................... 6 1.5 Relatie met ander ruimtelijk beleid .............................................................................................. 8 2 De hoofdopgaven .............................................................................................................................. 10 2.1 Realiseren van een schaalsprong in verstedelijking met oog voor leefomgeving ....................... 10 Onze ambitie 2040: ‘een groene metropool voor 1,2 miljoen mensen’ ....................................... 10 De opgaven voor het realiseren van een groene metropool voor 1,2 miljoen mensen ................

11 Energietransitie en netcongestie .................................................................................................. 13 Kansen en schuurpunten schaalsprong in verstedelijking met oog voor de leefomgeving ........... 14 Samenvattend: wat is hiervoor nodig ........................................................................................... 16 2.2 Realiseren van natuurherstel en een robuust watersysteem ...................................................... 18 Onze ambitie 2040: toekomstbestendige natuur voor plant, dier en mens ................................. 18 De opgaven voor herstel en klimaatadaptatie .............................................................................. 19 Kansen en schuurpunten natuurherstel en robuust watersysteem .............................................. 22 Samenvattend: wat is hiervoor nodig ........................................................................................... 23 2.3 Realiseren van een transitie in de landbouw .............................................................................. 24 Onze ambitie 2040: een vitaal landelijk gebied met toekomstbestendige landbouw................... 24 De opgaven langjarig en integraal samenwerken aan een nieuwe balans ....................................

24 Kansen en schuurpunten transitie in de landbouw ...................................................................... 25 Samenvattend: wat is hiervoor nodig ........................................................................................... 27 3 Van ontwikkelperspectief naar uitvoering ......................................................................................... 29 Onze gezamenlijke opdracht ........................................................................................................ 29 Samenwerken aan realisatie ......................................................................................................... 29 Besluitvorming en status van dit ontwikkelperspectief ................................................................ 31 Bijlage 1 overzicht van relevante documenten ..................................................................................... 32 Bijlage 2 Opgaven vanuit Defensie ....................................................................................................... 34

2

Over dit document Dit document is een door Rijk, provincies, waterschappen en, gemeenten en regio’s gezamenlijk opgesteld ontwikkelperspectief 2040 voor het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. Dit ontwikkelperspectief vervangt niet de eerder opgestelde Verstedelijkingsstrategie ‘Meer landschap, meer stad’ maar is hierop een uitbreiding en verdieping. Het ontwikkelperspectief is opgesteld in de zomer van 2023 en bevat de ambities en keuzes zoals die op dat moment vastgesteld konden worden. Sommige onderdelen van dit ontwikkelperspectief, met name de verstedelijkingsopgaven, hebben we al vergaand uitgewerkt. Andere opgaven, zoals de landbouwtransitie en opgaven uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied, zijn we op dit moment nog volop aan het uitwerken en verdiepen. Dit doen we in goede afstemming met alle betrokkenen en in een zorgvuldig proces met volksvertegenwoordigers. Dit vraagt tijd. Daarom hebben we in dit ontwikkelperspectief nog geen compleet, integraal toekomstperspectief met bijbehorende keuzes en prioriteiten kunnen schetsen. Wel zijn bij de totstandkoming van dit ontwikkelperspectief goede, constructieve gesprekken gevoerd tussen de betrokken overheden. Deze gesprekken vormen samen met dit ontwikkelperspectief zelf de basis voor het vervolg, waarin we gezamenlijk verder werken aan een completer ontwikkelperspectief.

Bij het BOL 2024 presenteren we de voortgang die we hierop maken. In de periode waarin dit ontwikkelperspectief is opgesteld, is voor beide regio’s waaruit het NOVEXgebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley bestaat, door provincie(s), waterschappen en regio ook een regioarrangement uitgewerkt. Hierin zijn voor iedere regio een meer gedetailleerde visie en actielijnen uitgewerkt voor de periode tot 2030 en een met een doorkijk naar 2050. De regioarrangementen vormen waardevolle input voor dit ontwikkelperspectief, waarbij uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat het Rijk in tegenstelling tot bij het ontwikkelperspectief niet betrokken is geweest bij het opstellen van de regioarrangementen. Het ontwikkelperspectief is een basis voor de provinciale Ruimtelijk Voorstellen van Gelderland en Utrecht die in het najaar van 2023 door beide provincies worden uitgewerkt en voor de reguliere ruimtelijke planvorming (omgevingsvisies) waarbij participatie is ingeregeld. In de bijlage treft u een overzicht aan van relevante documenten met verwijzingen naar deze documenten. September 2023

3

1 Perspectief NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley 1.1 Het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en Regio Foodvalley vormen samen het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. In dit NOVEX-gebied werken 26 gemeenten, 3 waterschappen, 2 provincies en het rijk samen aan de toekomst van dit gebied. Het is een gebied met stedelijk en landelijk gebied, met grote rivieren, de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug. Een gebied waar het groen, gezond en schoon wonen en werken is nu en in de toekomst. Het is een gebied met goede nationale en internationale verbindingen (weg, water en spoor) en heeft alles in zich om zich blijvend te ontwikkelen tot een topregio in Food, Health, Hightech en Energy en in het verlengde daarvan de circulaire economie. Een gebied waar brede welvaart voor iedereen centraal staat. Onder de titel: Meer landschap meer stad hebben we, de partners in het NOVEX-gebied een verstedelijkingsstrategie opgesteld voor het gebied. In de verstedelijkingsstrategie wordt een perspectief beschreven voor de regio in 2040. Een belangrijk opgave die in deze strategie is uitgewerkt is het realiseren van 100.000 extra woningen tot 2040. Het gebied maakt hiermee een aanzienlijke schaalsprong.

In het gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley komen een aantal grote nationale opgaven bij elkaar: de te realiseren schaalsprong die voortkomt uit de grote woningbouwopgave, een forse herstelopgave van natuur- en watersystemen en de noodzakelijke transitie van de landbouw. Deze opgaven concurreren in ruimte en hebben onderling effect op en afhankelijkheden van elkaar dus is het belangrijk om deze integraal te bekijken en aan te pakken. Het Rijk heeft daarom het gebied aangemerkt als één van de NOVEX-gebieden in Nederland. Het doel is het versnellen van besluitvorming omtrent samenhangende ruimtelijke keuzes en de uitvoering van maatregelen. Zo realiseren we onze plannen toekomstbestendig, met ruimtelijke kwaliteit en in samenhang.

1.2 Waarom een ontwikkelperspectief? In het programma NOVEX is bepaald dat per NOVEX-gebied Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten samen verantwoordelijk zijn voor het opstellen van een ‘Ontwikkelperspectief’. Dit ontwikkelperspectief is de basis voor de strategische besluiten en de uitvoeringsafspraken tussen alle overheidspartijen. Het ontwikkelperspectief is het gezamenlijke beeld voor 2040. Hier werken we naar toe. Het geeft richting aan de ruimtelijke keuzes die daarvoor nodig zijn. Dit is nodig, om de ruimtelijke opgaven waar we voor staan in samenhang en toekomstgericht op te pakken. De integrale blik is cruciaal aangezien de opgaven concurreren in ruimte en effect hebben op elkaar. Compromissen zullen nodig zijn en moeilijke beslissingen moeten worden gemaakt. De opgaven moeten in samenhang bekeken en aangepakt worden, de keuzes die we voor de ene opgave maken hebben direct invloed op de andere opgaven. Het ontwikkelperspectief vormt de basis voor de NOVEX uitvoeringsagenda en de regionale investeringsagenda die betrokken partijen gezamenlijk opstellen. In dit ontwikkelperspectief bouwen we voort op de verstedelijkingsstrategie, waarvoor de schaalsprong de aanleiding was. In de verstedelijkingstrategie wordt het beste van twee werelden gecombineerd: meer landschap en meer stad. Dit is kiezen voor het versterken van de bestaande steden, regiokernen en dorpskernen.

En het koesteren en versterken van ontspannenheid en kracht van het landschap. We doen dit door te zorgen voor een goede verbinding tussen stad en platteland, 4

tussen wonen en werken en natuur. De verstedelijkingsstrategie is gericht op het realiseren van groene, gezonde groei en het versterken van de welvaart in brede zin van de bewoners van dit gebied. Het ontwikkelperspectief vervangt de verstedelijkingsstrategie niet, het is een uitbreiding en verdieping op deze strategie. We verbreden in dit ontwikkelperspectief naar de drie hoofdopgaven. In dit ontwikkelperspectief staan onze ambities, bieden we inzicht in de samenhang van de verschillende opgaven en identificeren we kansen en schuurpunten om onze ambities te realiseren. De ambities en keuzes uit dit ontwikkelperspectief worden opgenomen in de omgevingsvisies en de reguliere ruimtelijke planvorming waarbij participatie van burgers en andere stakeholders is voorzien.

1.3 Integraal oppakken van grote opgaven Het ontwikkelperspectief is een integrale lange termijnstrategie (2025-2040) voor de fysieke leefomgeving in het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. Het centrale doel is een kader bieden voor het integraal oppakken van grote opgaven in het gebied. We kunnen de opgaven niet los van elkaar zien, er is concurrentie in ruimte en middelen, de keuzes die je maakt voor de ene opgave hebben direct effect op de andere opgaven waarbij verkenning en planvorming voor de grote opgaven niet altijd gelijk lopen. We moeten integraal werken en inzetten op het realiseren van synergie. We zien in het gebied drie grote opgaven samenkomen: 1. Realiseren van een schaalsprong in verstedelijking met oog voor leefomgeving We hebben afgesproken in het gebied tot 2040 100.000 extra woningen te realiseren. Dit betekent dat in het gebied een schaalsprong gerealiseerd moet worden. Niet alleen meer woningen, ook meer banen, voorzieningen, ruimte voor recreatie, natuur en mobiliteit om deze groei in inwoners te accommoderen. De opgave is om te groeien in aantal inwoners op een manier waarbij welvaart en welzijn van de inwoners behouden blijft en het liefst verbetert. Een schaalsprong realiseren zonder dat we meer ruimte beschikbaar hebben, betekent dat de verschillende opgaven met elkaar zullen schuren.

Deze schaalsprong staat centraal in de verstedelijkingsstrategie, hierin is uitgewerkt hoe we de schaalsprong willen realiseren met behoud van de unieke kwaliteiten van ons gebied. We onderscheiden hierbij een aantal sleutelgebieden met daarin de Novex-locaties (‘grootschalige woningbouwlocaties’) Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone, Spoorzone Arnhem-Oost en Foodvalley. In dit ontwikkelperspectief wordt deze opgave beknopt beschreven, we herhalen niet alles wat eerder in de verstedelijkingsstrategie is uitgewerkt. We verdiepen op de onderwerpen (circulaire) economie en op energie en gaan in op de relaties met de andere twee hoofdopgaven. 2. Realiseren van natuurherstel en een robuust watersysteem In het gebied liggen belangrijke Natura 2000-gebieden en stromen grote rivieren ons land binnen. In deze gebieden, maar ook daarbuiten, zowel in stedelijk als landelijk gebied, liggen grote opgaven voor natuurherstel en het realiseren van een toekomstbestendig, robuust bodem- watersysteem. Het realiseren en herstellen van groen en blauwe natuur is nodig. Dit vraagt versterken van de natuur die er is en het toevoegen van biodiversiteit op plekken waar we slimme functie combinaties kunnen maken (bijvoorbeeld natuurinclusieve landbouw, recreatie en waterberging).

Zo moeten we de verzuring en verdroging van Veluwe aanpakken om deze natuurgebieden te behouden voor de toekomst en de biodiversiteit te verbeteren en beschermen. Onder de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug liggen de grootste grondwatervoorraden van Nederland. Behouden en vergroten van de belangrijke zoetwatervoorraden vraagt in en rondom deze gebieden om herstel van het natuurlijke systeem. Het herstel en klimaatbestendig inrichten van het bodem en watersysteem is hierbij een 5

basisvoorwaarde. In het Rivierengebied, de ‘waterkraan’ van Nederland (zo genoemd omdat hier de zoetwater toevoer voor belangrijke rivieren en het IJsselmeer wordt geregeld) zijn waterveiligheid, ruimte voor water, drinkwater, bevaarbaarheid en natuurherstel grote opgaven. 3. Realiseren van een transitie in de landbouw In het gebied, en met name in Regio Foodvalley, is de agrifoodsector een belangrijke drager van de identiteit van de regio. De aanwezigheid van landbouw met een hoge veedichtheid dichtbij kwetsbare natuur van met name de Veluwe stelt ons voor de opgave om een transitie in de landbouw te realiseren. Deze transitie heeft zowel een ruimtelijke, een sociaal-economische als een cultureelmaatschappelijke impact. We staan voor de opgave om de negatieve impact van emissies en watergebruik (waaronder stikstofdeposities) van landbouw op natuurgebieden terug te dringen, ontwikkelingsruimte aan toekomstbestendige landbouwbedrijven te bieden en om het proces van veranderende en stoppende bedrijven zo te begeleiden dat een gezond en vitaal landelijk gebied ontstaat.

1.4 De afwegingsprincipes bij het maken van ruimtelijke keuzes De NOVI afwegingsprincipes Bij het realiseren van de grote opgaven en de opgaven die daaraan gekoppeld zijn, laten we ons bij onze keuzes leiden door de afwegingsprincipes uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze afwegingsprincipes zijn: 1. Combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies De ruimte is schaars en onze ambities zijn groot. We streven naar het optimaal benutten van de beschikbare ruimte en kijken altijd naar kansen om functies te kunnen combineren in de ruimte. Combinaties van wonen en werken, van natuur, landbouw en recreatie, van energieopwekking, economie en natuurherstel, etc. We volgen daarbij de ladder van duurzame verstedelijking en kiezen daarom bijvoorbeeld uitdrukkelijk voor een focus op inbreiding bij het realiseren van de woningopgave, voor een verdichting van bedrijventerreinen en voor uitloopgebieden nabij woon- en werkgebieden waar natuur, recreatie en bedrijvigheid worden gecombineerd. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal Ons gebied is divers, divers in type landschap en natuurwaarden, in mate van verstedelijking, in historie en cultuurwaarden. We ontwikkelen vanuit een goed inzicht en begrip van deze diversiteit. We zoeken daarom altijd de samenwerking met relevante stakeholders en bewoners. 3.

Afwentelen wordt voorkomen (in tijd en ruimte) We denken in termen van toekomstbestendige brede welvaart. Wij sturen in de groei die op ons afkomt, maar begrijpen dat dit niet ongelimiteerd houdbaar is. We zetten in op een goede balans tussen stedelijke ontwikkeling en ontspannen leefkwaliteit. We kijken hierbij zowel naar de balans in het hier en nu als in de balans tussen nu en later. Ook onze toekomstige generaties moeten brede welvaart kunnen ervaren, dit vraagt om het maken van toekomstbestendige keuzes. We wentelen niet af op toekomstige generaties, naar andere gebieden of functies en wentelen niet af van privaat naar publiek. Dat betekent onder meer bij investeringen voldoende rekening houden met klimaatverandering, bodemdaling, grond- en watervervuiling en het natuurlijke waterbergende vermogen van de bodem en met de kosten die daaraan verbonden zijn. Door oog te hebben voor kosten van de gehele levenscyclus creëren we zoveel mogelijk waarde voor het geïnvesteerde geld .

6

4. Water en bodem is sturend Het gebied kent door de grote diversiteit van de ondergrond veel verschillende water- en bodemsystemen, zo zijn er stuwwalcomplexen, grote rivieren en binnendijks rivierengebied, hoge zandgronden en een van de grootste zoetwatervoorraden van Nederland. Het gebied kent sterk verdicht stedelijk en landelijk gebied, ieder met eigen vraagstukken op gebied van water en bodem. Het efficiënt, veilig en duurzaam gebruik van het bodem- watersysteem is noodzakelijk om alle belangen in voldoende mate te kunnen bedienen. Meer dan voorheen worden functies daar neergelegd waar ze passen bij de natuurlijke eigenschappen en karakteristieken van het bodemwatersysteem. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden vanaf het begin van de planvorming de bovengrond en de ondergrond in samenhang bezien. Driedimensionale ruimtelijke ordening staat centraal. Ongunstige locaties voor waterhuishouding of bodemdaling (bijvoorbeeld in diepe polders of op slappe grond) worden vermeden of het effect daarvan wordt gemitigeerd. We werken op drie manieren met bovenstaande vier NOVI afwegingsprincipes. Ten eerste hebben we deze afwegingsprincipes integraal meegenomen in het opstellen van het ontwikkelperspectief voor de drie hoofdopgaven. De keuzes die zijn gemaakt zijn getoetst aan de vier afwegingsprincipes.

Ten tweede hebben we in de verstedelijkingsstrategie de afwegingsprincipes vertaald naar concrete ontwerpprincipes voor de verschillende ruimtelijke keuzes die we moeten maken. Ten derde grijpen we, daar waar het schuurt tussen verschillende functies en we bij de realisatie moeten kiezen, altijd terug op de vier afwegingsprincipes van NOVI. Water en bodem is sturend We vinden het belangrijk om in dit ontwikkelperspectief het principe “water en bodem sturend”, nader toe te lichten. Dit is een gidsprincipe in zowel stedelijk als landelijk gebied. In de verstedelijkingsstrategie hebben we hier al aandacht aan gegeven maar de afgelopen jaren is op dit principe meer beleid ontwikkeld en zijn in de kamerbrief van I&W vijf opdrachten uitgewerkt. Deze opdrachten hebben een forse ruimtelijke impact en grote invloed op ieder van de drie hoofdopgaven in ons gebied. De vijf opdrachten in kader van water en bodem sturend zijn: Zorg voor ruimte voor water In het veranderend klimaat nemen de extremen in de vorm van langdurige en intensieve neerslag en verhoogde waterafvoeren toe. Tegelijkertijd krijgen we vaker te maken met lagere rivierafvoeren en droogte. We maken water sturend bij onze ruimtelijke keuzes door rekening te houden met die extremen.

Dat doen we door te zorgen voor goede locatiekeuzes, een klimaatadaptieve en robuuste inrichting van de beekdalen, de rivier en het omliggende landschap. Ook reserveren we ruimte voor versterking van dijken in de toekomst. In overstromingsgevoelige delen ontwerpen we zo dat vanuit het concept van meerlaagse veiligheid (laag 1 zijn overstromingsbeperkende maatregelen, laag 2 zijn gevolgbeperkende maatregelen, laag 3 is rampenbeheersing rondom overstromingen en laag 4 is een snel en klimaatrobuust herstel van schade) de gevolgen van een overstroming zo klein mogelijk zijn. Zorg voor voldoende water We zijn voor ons drinkwater, landbouw, natuur, scheepvaart en industrie afhankelijk van voldoende en schoon water. Die (drink)waterbeschikbaarheid staat onder druk: in een veranderend klimaat moeten we langere en vaker voorkomende periodes van droogte overbruggen terwijl tegelijkertijd de kwaliteit van ons grond- en oppervlaktewater af blijft nemen en de schaalsprong zonder ingrijpen leidt tot een groter waterverbruik. Dit vraagt een herstel van de veerkracht en sponswerking van het water- en bodemsysteem, het verminderen van het waterverbruik en actief verbeteren van de waterkwaliteit. 7

Zorg voor schoon water en schone bodem De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater en daarmee de toekomstige beschikbaarheid ervan staat onverminderd onder druk door menselijk handelen. Herstel ervan (Kaderrichtlijn Water) betekent het beperken van het gebruik van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, het voorkomen van nieuwe (diffuse) verontreinigingen, diversifiëren van drinkwaterbronnen en de bescherming van de strategische grondwatervoorraden. Een ontoereikende staat van Kaderrichtlijnwater grond- of oppervlaktelichamen in 2027 kunnen extra wettelijke beperkingen betekenen voor het menselijk gebruik en woningbouw zoals nu speelt bij natuurkwesties. Daarmee is een goede grond- en oppervlaktewaterkwaliteit voorwaarde om onze ambities voor wonen en werken te realiseren. Zorg voor een vitale en efficiënt geordende bodem Een gezonde, goed werkende, levende bodem is essentieel voor een toekomstbestendig gebied. Ook het bodemsysteem staat onder grote druk door toenemende afdekking, een steeds intensiever gebruik van de ondergrond voor onder andere thermische energie, verdichting van en verstoring door het gebruik van chemicaliën. We moeten waardevolle bodems behouden en zorgen voor duurzaam bodembeheer door preventie, sanering, beperken van afdekking en sterke regie op de ondergrond.

Zorg voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving Het klimaat verandert, de extremen worden groter. Voor het behoud van welzijn en gezondheid van mensen moet de ruimtelijke inrichting waar we nu aan werken bestand zijn tegen deze grotere extremen, we ontwikkelen immers ook voor de toekomst. We maken water en bodem sturend voor locatiekeuzes en inrichting van nieuwe en bestaande bebouwing. We bouwen klimaatadaptief en natuurinclusief overeenkomstig de nationale maatlat klimaatadaptief bouwen en we bouwen zo veel mogelijk binnen stedelijk zodat we het landschap sparen.

1.5 Relatie met ander ruimtelijk beleid Het Rijk wil met alle provincies afspraken maken over hoe zij opgaven op het gebied van wonen, bereikbaarheid, energie, economie, landbouw en natuur, goed ruimtelijk kunnen inpassen. Hiervoor maakt iedere provincie een Ruimtelijk Voorstel in het kader van het Programma NOVEX. De ruimtelijke voorstellen (resulterend in ruimtelijke arrangementen tussen Rijk en provincies) zullen samen met de ontwikkelperspectieven en uitvoeringsagenda’s van de NOVEX-gebieden input geven voor de nieuwe Nota Ruimte. Ook worden de opgaven in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) per provincie uitgewerkt in een provinciaal programma, te weten het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) in Utrecht en het programma Vitaal Landelijke Gebied Gelderland (VLGG) in Gelderland. Ook werken beide provincies aan een energievisie ten behoeve van de toekomstige ontwikkeling van de energie infrastructuur.

8

De provincie Gelderland heeft ervoor gekozen om het ruimtelijk voorstel op te bouwen vanuit de zeven regio’s in de provincie. Provincie(s), gemeenten (samenwerkend in regioverband) en waterschappen stellen samen een regioarrangement op. In het tweede kwartaal van 2023 hebben beide regio’s een concept regioarrangement uitgewerkt. Hierin zijn de ambities, doelen en opgaven voor de leefomgeving opgenomen. Het biedt een regionaal perspectief op 2030 en een doorkijk naar 2050. De verstedelijkingsstrategie is voor de regioarrangementen van Regio Foodvalley en de Groene Metropoolregio een belangrijke basis. De regio-arrangementen kijken echter breder dan de verstedelijkingsopgave, want herstel van natuur- en watersystemen, de landbouwtransitie en de verduurzaming van de energiebehoefte en de energie infrastructuur zijn hierin ook opgenomen. De beide regioarrangementen vormen net als de verstedelijkingsstrategie een belangrijke bron voor dit ontwikkelperspectief. Het Ruimtelijk Voorstel van de Provincie Utrecht is met betrokkenheid van de regiopartners ontwikkeld. Het Ontwikkelperspectief Arnhem-Nijmegen-Foodvalley is net als het Ruimtelijk voorstel straks één van de bouwstenen voor de wijziging van de Omgevingsvisie waarmee in 2024 wordt gestart. Aan dit traject wordt ook een participatietraject verbonden.

De verwachting is dat de Ontwerp omgevingsvisie begin 2024 ter inzage kan worden gelegd. De realisatie van het Ontwikkelperspectief krijgt vorm via de uit te werken NOVEX Uitvoeringsagenda en de bijbehorende RIA, via het met het Rijk te sluiten Ruimtelijk Arrangement Rijk – provincie Utrecht via het UPLG. Ook voor het UPLG en VLGG zijn de regio’s bezig met een eigen uitwerking. De Groene Metropoolregio heeft het rapport ‘Vervlochten regio – groenblauwe raamwerk Metropoolregio Arnhem-Nijmegen’ opgesteld en werkt dit verder uit in denklijnen en koplopersgebieden. De Regio Foodvalley is bezig met de ontwikkeling van een Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG).

9

2 De hoofdopgaven Het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley heeft drie grote hoofdopgaven. Voor ieder van deze opgaven hebben we, te weten gemeenten, regio’s, provincies, waterschappen en Rijk gezamenlijk in dit ontwikkelperspectief een ambitie uitgewerkt wat we willen bereiken voor 2040. De beoogde oplossingen hoe om te gaan met deze opgaven kunnen elkaar versterken en zitten elkaar ook regelmatig in de weg. Dit vraagt om keuzes maken en prioriteiten stellen in tijd, ruimte en investeringen. Per opgave benoemen we daarom de belangrijkste kansen en schuurpunten voor het realiseren van onze ambities. Dit zijn de onderwerpen waarop afstemming en samenwerking tussen Rijk, provincies, waterschappen, regio’s en gemeenten noodzakelijk is. Waar we als overheden gezamenlijk moeten optreden om kansen te benutten en schuurpunten te beperken. We sluiten iedere paragraaf af met de essentie van wat nodig is om als overheden samen te werken aan deze hoofdopgaven.

2.1 Realiseren van een schaalsprong in verstedelijking met oog voor leefomgeving

Onze ambitie 2040: ‘een groene metropool voor 1,2 miljoen mensen’ Het gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley groeit, niet in oppervlakte maar wel in inwoneraantallen, aantal woningen, economie, mobiliteitsbewegingen. Dit stelt ons voor uitdagingen. Meer inwoners vraagt niet alleen om meer woningen maar ook om het realiseren van een voorzieningenniveau dat hierbij hoort. In de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley is beschreven hoe we als regio, provincies, rijk en waterschappen invulling willen geven aan deze groei en wat daarvoor nodig is. We willen een groei realiseren die in balans is. Een groei die leidt tot brede welvaart. Dit betekent gelijktijdig inzetten op woningbouw, investeren in economie, bereikbaarheid, een aantrekkelijke, groeneen gezonde leefomgeving en voldoende voorzieningen voor cultuur, recreatie, toerisme, scholing, zorg et cetera. We realiseren ons dat we deze schaalsprong in verstedelijking alleen kunnen realiseren als we slim gebruik maken van de beschikbare ruimte in ons gebied en functies zoveel mogelijk combineren. We starten altijd vanuit de kenmerken van een gebied en gebruiken dat als basis voor ontwikkeling, we behouden cultuurwaarden en versterken natuurwaarden.

Het principe water en bodem sturend, daagt ons uit om locatiekeuzes te maken die toekomstbestendig zijn en de bouwopgave zo in te richten dat onze water- en bodemsystemen herstellen en versterkt worden en we voorbereid zijn op het klimaat van de toekomst. We bouwen samen aan een gebied waar nu en in de toekomst iedereen goed kan wonen, werken, recreëren en verblijven.

10

De opgaven voor het realiseren van een groene metropool voor 1,2 miljoen mensen Om in balans te kunnen groeien, is een schaalsprong nodig op het gebied van wonen, leefomgeving, economie mobiliteit en energie. Ook de culturele en maatschappelijke voorzieningen moeten mee ontwikkelen met de bevolkingsgroei. We hebben ook de opgave om in onze steden en dorpen en daarbuiten te werken aan klimaatadaptatie. De groei in inwoners stelt ons voor opgaven op het gebied van wonen, leefomgeving, mobiliteit en economie. Deze hebben we beschreven in de Verstedelijkingsstrategie. In dit ontwikkelperspectief geven we kort de essentie hiervan aan en voegen we op gebied van economie en energie aanvullende ambities en kansen en schuurpunten toe op basis van voortschrijdend inzicht. Bij de ontwikkeling van het gebied streven we naar een zo efficiënt mogelijk gebruik van ruimte door in te schikken, te verdichten en functies slim te combineren. Meer concreet: Wonen We voegen 100.000 woningen toe in het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley tot 2040. Voor de woningbouwopgave tot 2030 hebben we via woondeals afspraken gemaakt onder andere over de grootschalige woningbouwlocaties. Daarbij zetten we niet alleen in op de kwantiteit, maar ook op de kwaliteit: bestaande wijken versterken en bijdragen aan de sociale woningbouwopgave.

We realiseren woon- en werklocaties en voorzieningen zoveel mogelijk binnenstedelijk, door verdichting in steden en dorpskernen. We programmeren nieuwe woningen en werklocaties zoveel mogelijk op locaties die goed ontsloten zijn met (hoogwaardig) openbaar vervoer en (snel)fietspaden. We benutten de grote bouwopgave als een kans om echt in te zetten op verduurzaming en circulariteit in de woningbouw. We versterken onze woon- en werklocaties ook het gebied van groen en gezondheid. Een groei in inwoneraantal vraagt dat ook voorzieningen in brede zin, zoals bijvoorbeeld scholen en zorgvoorzieningen meegroeien. Een vraagt om ontwikkeling op gebied van natuur, recreatie, economie, mobiliteit, energie, drinkwater en riolering. Een robuust watersysteem wordt een steeds belangrijkere opgave. In paragraaf 2.2 wordt deze opgave verder uitgewerkt. Leefomgeving Voor de leefomgeving hebben we in de verstedelijkingsstrategie afgesproken dat onze bewoners in bestaande en nieuwe wijken toegang hebben tot groen en recreatiegebieden in en dicht bij de stad en ook tot de grote natuurgebieden in onze provincies, waarbij we de druk op de Veluwe niet verder toe willen laten nemen. Meer groen in de leefomgeving draagt ook bij de gezondheid van de bewoners en de klimaatbestendigheid en biodiversiteit van het gebied.

Het toevoegen van groen in en aan de stad en het vergroten van de boomkroonbedekking in het stedelijk gebied sluit aan op de ambities waar in EU-verband op wordt ingezet in de EU-verordening Natuurherstel. Concreet hebben we afgesproken om 5.000 hectare uitloopgebied te realiseren en versterken we groen in de stad. We doen dit door de bestaande landschappen en leefomgeving te versterken en door nieuwe landschapzones te creëren. In Utrecht werken we daarbij ook met het concept GroenGroeitMee. Daarbij zetten we in op multifunctioneel ruimtegebruik voor natuur, recreatie, energie, waterberging en landbouw. Voorbeelden van kansrijke gebieden hiervoor zijn de zones rondom Nijmegen en Arnhem en de gebieden rondom de snelgroeiende kernen zoals Ede, Veenendaal (De Roode Haan), Barneveld (Binnenveld), Westervoort en Zevenaar. Via bijvoorbeeld snelfietspaden en toeristische overstappunten kan het stedelijk uitloopgebied verder worden uitgestrekt voorbij de direct aangrenzende omgeving.

11

Economie Onze economie laten we meegroeien met de groei van het aantal inwoners, zodat onze bewoners niet alleen prettig kunnen wonen maar ook kunnen werken in het gebied. We zetten in op verdichten en verduurzamen van bestaande werkgebieden en bedrijventerreinen met een goede OVbereikbaarheid. We zijn sterk in innovatie waarbij onze focus ligt op food, health, hightech en energy. We versterken onze positie als circulaire topregio. We creëren sterke economische brandpunten met een hoge stedelijke dichtheid van wonen en werken zoals in Nijmegen West en Spoorzone Arnhem Oost. We houden rekening met extra ruimte voor bedrijvigheid op gebied van circulaire, energieneutrale en klimaatadaptieve economie. Vanuit de grote woningbouwopgave stimuleren we de ontwikkeling van circulaire bedrijvigheid voor deze bouwopgave. Dit vraagt dat we hoge milieucategorie locaties behouden en nieuwe ontwikkelen voor bedrijven in de circulaire economie. We hebben de ambitie om de nationale proeftuin te zijn voor de transitie naar een circulaire voedselvoorziening; belangrijke thema’s hierbij zijn de eiwitransitie, korte ketens en natuurinclusieve landbouw. Ook voor deze bedrijven moeten we ruimte beschikbaar stellen. Voor woningbouw of ontwikkeling van infrastructuur is het in bepaalde gevallen nodig om bestaande bedrijventerreinen te gebruiken.

In deze gevallen zetten we in op behoud en groei van het aantal banen passend bij de bevolking in het gebied. Dit vraagt niet per direct om compensatie van meters op nieuwe werklocaties, omdat de doelstelling is bestaande terreinen te intensiveren. Mobiliteit De druk op de infrastructuur van wegen, fietspaden, spoor en waterwegen neemt toe door de groei in inwoners, economische ontwikkelingen en de verwachte toename van het goederenvervoer. Deze toename in mobiliteit veroorzaakt knelpunten in het netwerk. In de eerste plaats vraagt dit om het beter benutten van de bestaande infrastructuur. Voor een goede bereikbaarheid van woningen, bedrijvigheid en recreatie moet daarnaast het mobiliteitsnetwerk worden versterkt. De focus daarbij ligt op slimme en schone mobiliteit. Het vergroten van de capaciteit van het mobiliteitsnetwerk moet hand in hand gaan met de verduurzaming en de mobiliteitstranisitie. We doen dit door mobiliteitshubs, het stimuleren van fietsen en lopen, het versterken van het hoogwaardig openbaar vervoernetwerk (BRT en HOV), onze inzet bij met name de spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens, gedragsmaatregelen en aanpassing van de inrichting van het regionale en landelijke wegennet. Met de bestuurlijke afspraken Verstedelijking en het MIRT-Circuit van afgelopen jaren hebben we – met de verstedelijkingsstrategie als basis – eerst stappen gezet.

De ambitie is de mobiliteitstransitie verder vorm te geven. De multimodale Goederenvervoercorridor Oost loopt door deze regio. Deze is zowel regionaal, nationaal als internationaal van belang. Daarnaast speelt het vraagstuk van de toekomst van het spoorgoederenvervoer in Oost-Nederland. Dit vraagstuk wordt nader onderzocht in het onderzoek Goederencorridor (spoor) Noordoost-Europa (GNOE). De economische activiteiten in het gebied (en die daarbuiten) leiden ook tot het een groei van vervoer van gevaarlijke stoffen o.m. per spoor. Het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor, dat soms door dicht bebouwd gebied plaats vindt, kan op gespannen voet komen te staan met (woning)bouwplannen en andere bouwplannen nabij OV-knooppunten. De energietransitie kan daarbij nog leiden tot nieuwe en extra vervoersstromen van gevaarlijke stoffen per spoor, maar de onzekerheid over de groei van die vervoersstromen is groot. Er wordt op nationaal niveau gewerkt aan een Robuust Basisnet Spoor dat zowel veilig vervoer mogelijk maakt als een verdere ontwikkeling van de steden. Het Robuust Basisnet Spoor zal ook doorwerking krijgen in de ontwikkelingen in deze regio.

12

Energietransitie en netcongestie Een belangrijke aanvulling op de Verstedelijkingsstrategie is hoe we omgaan met energietransitie en netcongestie. Via de Regionale Energie Strategie (RES) hebben we afspraken gemaakt met als doel om in 2050 energieneutraal te zijn. Hiermee dragen we bij aan de doelen van het Nationale Programma RES Om dit te bereiken zetten we zowel in op het opwekken van energie (zon en wind), warmtenetwerken, waterstof en energiebesparing. Een belangrijk tussendoel vastgelegd in RES 1.0 is om in 2030 2,37 TWh zonne- en windenergie op te wekken en 15% energiebesparing te realiseren. Voor de energietransitie zetten we in op duurzame zonne-energie conform de Voorkeursvolgorde Zon. Daarbij zetten we in op het zoveel mogelijk benutten van daken en gevels en multifunctioneel gebruik op overige gronden, anders dan landbouw- en natuurgronden. Alleen als het benutten van de potentie op daken en gevels en deze terreinen redelijkerwijs niet mogelijk is, of de RES-opgave voor hernieuwbare opwek onder druk komt te staan, kijken we naar multifunctioneel zon-PV op landbouw- en natuurgronden (trede 4). Hierbij passen we de nog vast te stellen “nee, tenzij” voor landbouw- en natuurgronden toe. Samen brengen we in beeld welke extra stappen we kunnen zetten om zoveel mogelijk zonPV op trede 1, 2 en 3 te realiseren.

Tot 2030 zien we dat netcongestie sterk beperkend is voor de gewenste groei in wonen en werken. Op kortere termijn, tot 2030, zijn de meeste uitbreidingen in het elektriciteitsnetwerk al gepland. Voor alle verstedelijkingslocaties (wonen en werken) maken we een risicoanalyse of de geplande locatie op het gewenste moment aangesloten kan worden op het netwerk onder twee scenario’s: all electric en warmtenet en hoe groot de risico’s zijn van mogelijke andere ontwikkelingen die aansluiting alsnog in gevaar kunnen brengen. Daarna volgt een verkenning van mogelijke oplossingsrichtingen. Hiervoor is een goede samenwerking tussen provincies, gemeenten en netbeheerders cruciaal. Voor veel werklocaties kunnen tot 2030 aansluitingen op het elektriciteitsnet alleen gerealiseerd worden indien er lokale oplossingen met een 0-netcapaciteit gerealiseerd worden of door lokale energieopslag te realiseren. Het voldoende uitbreiden van de netcapaciteit na 2030 om de schaalsprong en de energietransitie te accommoderen, is noodzakelijk. In de RES hebben we plannen ontwikkeld voor de opwekking van duurzame energie tot 2030. Voor de periode daarna werken we aan een visie op het energiesysteem in 2040. We kijken hierbij naar de mogelijkheden en voor- en nadelen van verschillende energie- en warmtebronnen, zoals waterstof, geothermie en de daarvoor benodigde (boven)regionale distributienetwerken.

In het rivierengebied is ook aquathermie een potentieel belangrijke warmtebron. Aandachtspunt hierbij is het duurzaam gebruik van de ondergrond. Zo hebben individuele bodemwarmtesystemen duizenden perforaties van belangrijke kleilagen als gevolg en hiermee een negatieve impact op de nog onbesmette diepere grondwatervoorraden. In de Groene Metropoolregio zijn mogelijkheden voor geothermie geïdentificeerd en wordt aansluiting op de waterstofbackbone als mogelijke route gezien. Daartoe is het voor de verspreide industrie in de regio, de zogenoemde cluster 6 bedrijven, van cruciaal belang dat de nodige aftakkingen van het hoofdtransportnet worden gerealiseerd. In Regio Foodvalley is bekend dat er geen ‘normale’ geothermische warmtebron is. Naar de mogelijkheden voor ultradiepe geothermie en aquathermie moet nog onderzoek worden gedaan. De provincie Gelderland heeft een onderzoek naar de mogelijkheden en wenselijkheid van kernenergie voorzien. De energietransitie zorgt voor het ontstaan van nieuwe vormen van bedrijvigheid. Net als we ruimte bieden aan de circulaire economie bieden we ook ruimte aan deze bedrijvigheid.

13

Kansen en schuurpunten schaalsprong in verstedelijking met oog voor de leefomgeving Gewenste bouwtempo en verdichting In de verstedelijkingstrategie kiezen we nadrukkelijk voor verdichting en zo veel mogelijk binnenstedelijk bouwen voor wonen en werken. Dit is een bewuste keuze omdat we zo niet alleen “meer stad” realiseren, maar ook ruimte hebben om “meer landschap” te realiseren. Dit staat in de praktijk vaak op gespannen voet met het bouwtempo dat we ook willen. Het realiseren van binnenstedelijke bouwlocaties vraagt soms meer durf en volharding dan het realiseren van nieuwbouw op uitleglocaties, waarop ook een deel van de bouwopgave wordt gerealiseerd. We moeten bewaken dat we vast blijven houden aan de door ons vastgestelde principes van duurzame verstedelijking ondanks de druk op kwantiteit. En voorkomen dat woningen door die tijdsdruk worden gebouwd op plekken, die vanuit de ambities van natuurherstel en het realiseren van een robuust watersysteem (zie paragraaf 2.2) beter een andere bestemming kunnen krijgen. Dat vraagt dat we hierover het gesprek met elkaar aangaan en keuzes durven maken. Risico van onbalans in ontwikkeling Voor de korte termijn (tot 2030) zien we dat de ontwikkeling van de verschillende bouwstenen onvoldoende op elkaar is afgestemd. Netcongestie zorgt voor uitdagingen om nieuwe woningen en werklocaties aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk.

De ontwikkeling van warmtenetwerken is nog onvoldoende. De versterking van de infrastructuur, nodig voor de bereikbaarheid, dreigt een ander tempo te krijgen dan de geplande woningbouw. Ook het bouwen voor wonen en werken wordt nog niet in balans opgepakt. De bouw van woningen en bedrijven wordt gehinderd door de stikstof beperkingen. Een groot deel van de woningen, zeker in Arnhem en Foodvalley zuid (rondom de Veluwe) is gepland binnen 2 kilometer van Natura 2000-gebieden. De stikstofopgave stelt ons hier voor de uitdaging om maximaal in te zetten op slimmere en schonere oplossingen en waarschijnlijk zal dit voor bepaalde locaties op korte termijn onvoldoende zijn. Voor sommige bouwstenen hebben we al goed in beeld welke maatregelen nodig zijn om de schaalsprong te realiseren. Zo hebben rijk en regio’s voor de grootschalige NOVEXwoningbouwlocaties en woningbouwlocaties in diverse gemeenten mobiliteitspakketten ontwikkeld en bekostigd. Daarnaast hebben we een onderzoek gedaan om in beeld te brengen welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de verstedelijking te realiseren. Over deze maatregelen hebben we nog geen afspraken en verschillen de beelden over wat van dit maatregelenpakket echt noodzakelijk is. Bovendien zijn er bij zowel Rijk als regio onvoldoende middelen beschikbaar om deze maatregelen te realiseren. En er zijn meer onzekerheden.

Door stikstofproblematiek liggen meerdere projecten stil. Tegelijk kampt IenW met steeds meer prijsstijgingen en financiële tegenvallers op aanleg, naast schaarste in personele capaciteit. IenW focust op wat wél kan en zet haar financiële middelen en capaciteit zo in dat de bereikbaarheid en veiligheid daar het meeste van profiteren. Dit betekent inzet op het in stand houden van de hoofdwegen en hoofdvaarwegen, net als aanlegprojecten die reeds in realisatie zijn. In het gebied worden als gevolg hiervan de aanpak van knooppunt A1/A30 en knooppunt Hoevelaken op pauze gezet. Deze onzekerheden en ontwikkelingen hebben effect op de bereikbaarheid van het gebied. Wat dit effect is, wat dit betekent voor de stedelijke ontwikkelingen en wat dit dus ook betekent voor de manier waarop we de verstedelijkingsafspraken tot uitvoering brengen, gaan we met een netwerkanalyse samen in beeld brengen. Van daaruit zoeken we naar wat nodig is om de verstedelijkingsafspraken op een goede manier uit te voeren, die recht doet aan de onzekerheden en (nieuwe) ontwikkelingen waar we mee te maken hebben. Ook zijn onze woningbouwplannen in beeld. De planvoorraad in de Groene Metropoolregio komt dicht in de buurt van het gewenste aantal voor de periode tot 2030. In de Groene Metropoolregio zien we echter dat de recente bevolkingsprognoses hoger uitkomen, er blijft dus behoefte bestaan 14

om de planvoorraad te vergroten. Dit geldt zeker voor de periode 2030-2040, waarin nog onvoldoende plannen bestaan voor deze regio. In Regio Foodvalley is de planvoorraad voor de periode tot 2030 krap (95% bruto). Het is dan ook vooral van belang om locaties daadwerkelijk in ontwikkeling te krijgen en minimaal in te zetten op de afgesproken woningbouwaantallen per locatie. Voor de periode daarna lijkt vooralsnog voldoende ruimte om invulling te geven aan de woningbehoefte en eventueel een beperkte inhaalslag te maken. Door de sterk gestegen materiaalkosten, onder eigen kwaliteitseisen en de extra kosten van binnenstedelijk verdichten lopen we tegen steeds hogere onrendabele toppen aan. Voor de onderwerpen die nog minder in beeld zijn, maken dit de komende tijd inzichtelijk. Zo hebben we nog onvoldoende beeld wat de benodigde ruimte voor werklocaties is, bijvoorbeeld welke ruimtebesparing kan gerealiseerd worden door middel van verdichting en wat is de ruimte behoefte voor de circulaire economie. Ook is er nog beter inzicht nodig in de consequenties van water- en bodem sturend als leidend principe. Ook energievoorziening vraagt extra onderzoek. We hebben in het gebied op steeds meer plaatsen te maken met netcongestie.

Op kortere termijn, tot 2030, zijn de meeste uitbreidingen in het elektriciteitsnetwerk al gepland en weten we in grote lijnen waar de verstedelijking gaat plaatsvinden. Voor alle grote verstedelijkingslocaties (wonen en werken) maken we een risicoanalyse en verkenningen mogelijke oplossingsrichtingen, tot op het niveau van onderstations. Hier kijken we naar versneld uitbreiden en slimme keuzes om energieinfrastructuurbehoefte te verminderen. Wat we daarbij waarschijnlijk wel nodig hebben is meer ruimte (o.a. in wet- en regelgeving) voor innovatieve initiatieven die bijdragen aan meer decentrale energievoorziening (smart energy hubs). De aanleg van energie-infrastructuur zoals warmtenetten vraagt flinke investeringen, zeker daar waar de warmtebron niet direct in de buurt zit van het warmtenetwerk en additionele transportleidingen aangelegd moeten worden. Er is een verkenning nodig mogelijkheden en financierbaarheid van regionale warmte-infrastructuur en transportcapaciteit. In dit ontwikkelperspectief staan drie hoofdopgaven. In paragraaf 2.2 hebben we onze opgaven voor natuurherstel en het realiseren van een robuust watersysteem uitgewerkt. De opgaven vanuit de schaalsprong verstedelijking kunnen hiermee schuren. We moeten de balans bewaken tussen de verschillende opgaven. We gebruiken hiervoor de NOVI-afwegingsprincipes.

Multifunctionele inrichting vraagt om gebundelde financiering De realisatie van de bouwstenen waaronder bijvoorbeeld toevoegen van 5.000 hectare uitloopgebied en versterken van groen en blauw in de bebouwde omgeving, vraagt om het goed benutten van koppelkansen en inzetten op functiecombinaties. Voor financiering van zowel de natuurherstel opgave als de recreatie opgaven zullen we verschillende financieringsbronnen moeten combineren. We onderzoeken de mogelijkheden om koppelingen aan te brengen in investeringen in het kader van nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke programma’s; zoals NPLG, het Deltaprogramma, het Programma Integraal Rivierenmanagement, het Programma Hoogwaterbescherming en de Programmatische Aanpak Grote Wateren. Uitvoeringkracht voor circulaire economie Ruimte voor circulaire activiteiten is belangrijk, hierbij is ruimte voor hogere milieu categorieën (4.1 en hoger) nodig om bedrijven die hinder veroorzaken voor hun omgeving te kunnen huisvesten of verplaatsen. Omdat de ruimte beperkt is, is selectiviteit in type bedrijf (gelieerd aan topsectoren) noodzakelijk. Ook bedrijven die een bijdrage leveren aan de realisatie van duurzame en circulaire woningen en de energietransitie zien we graag in de regio zich vestigen. We streven naar het sluiten van ketens.

We hebben nog onvoldoende duidelijk beeld van ambities, kansen en consequenties met betrekking tot de circulaire economie. De komende periode werken we een gedeelde visie en ambitie 15

uit. We verwachten dat om deze ambities te kunnen realiseren, we uitvoeringskracht en passend instrumentarium moeten ontwikkelen. Waterverbruik industrie kan natuurherstel tegenwerken Voor grondwater ligt er een belangrijke herstelopgave. In zowel kwantitatief als kwalitatief opzicht staat het (grondwater)systeem onder grote druk. Het verbruik van grondwater door industrie heeft effect op de hoeveelheid en kwaliteit van het grondwater. Klimaatverandering vraagt om een robuust herstel om verdroging, het verlies van natuurwaarden en omgevingskwaliteit tegen te gaan en drinkwatervoorziening duurzaam veilig te stellen. We moeten het industrieel verbruik conform provinciaal en nationaal beleid afstemmen op een robuust functionerend grondwatersysteem. We onderzoeken of en waar (grond)water verbruikende industrie zonder kwantitatieve en kwalitatieve effecten op natuurwaarden mogelijk is. Het sturen op waterverbruik door bedrijven en de locaties waar (hoogwaardig) waterverbruikende economie wel en niet mogelijk is, vraagt dat de kaders uit natuurherstelbeleid locatie specifiek vertaald worden. De schaalsprong maakt het nog belangrijker om waterbewust te ontwikkelen, leven en werken. Ook van inwoners vragen we dat het waterverbruik wordt verminderd. Dit betekent dus ook dat we een besparingsdoelstelling hebben voor (nieuwbouw)woningen.

Samenvattend: wat is hiervoor nodig Inzicht in onbalans en maken van integrale keuzes We gaan in beeld brengen waar er onbalans is tussen ontwikkeling van de verschillende bouwstenen die nodig zijn om de gewenste schaalsprong te realiseren. Daar waar dat beeld er is: maken we keuzes en brengen we de consequenties daarvan in beeld. Dat zou in uiterste geval kunnen betekenen dat we bepaalde ambities niet in zijn geheel, of op het gewenste moment kunnen realiseren. Bijvoorbeeld aantallen woon- en werklocaties, omdat bouwstenen zoals leefomgeving, energie of mobiliteit niet meegroeien of vertraging in realisatie omdat de reductie van stikstofdeposities nog onvoldoende is. Dit betekent samen de feiten in beeld brengen, de gevolgen onder ogen zien en keuzes maken. Gebundelde financiering en uitvoeringskracht Voor de realisatie van de schaalsprong is het behulpzaam als er in toekomst een meer gebundelde financiering en uitvoeringskracht zou komen. Minder sectoraal en meer vanuit de opgaven geredeneerd. Samen onderzoeken we hoe we een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie met bij voorkeur gebundelde financiering vanuit het Rijk, provincie(s), waterschappen en regio-gemeenten kunnen realiseren. Hiermee voorkomen we tegenstrijdig beleid en zorgen we voor synergie en efficiënt gebruik van overheidsgeld.

Mogelijkheden voor het realiseren van concrete plannen Partijen moeten samenwerken in het realiseren van concrete plannen. Dit vraagt dat we concrete afspraken maken over: • Het uitvoeren van het mobiliteitspakket van het programma Woningbouw en mobiliteit en het uitvoeren van een netwerkanalyse om gezamenlijk te bepalen wat verder nodig. • Hoe om te gaan met benodigde investeringen om onze werklocaties te verdichten, te vergroenen en te herstructureren • Hoe ruimte te creëren voor Smart Energy Hubs op bedrijventerreinen om optimaal gebruik te kunnen maken van lokale duurzame energie en te zorgen voor slimme regie op opwek, opslag en verbruik. • Hoe investeringen in natuur- en landschapsontwikkeling, waaronder de recreatieve infrastructuur te organiseren. • Hoe om te gaan met de onrendabele toppen bij de bouw van woningen. 16

Zoeken naar lokale en regionale oplossingen om beperkingen van netcongestie te minimaliseren In samenwerking met netbeheerders onderzoek doen naar maatregelen om ons energiesysteem gereed te maken voor onze schaalsprong en onderzoek naar aanvullend instrumentarium om de problemen van netcongestie het hoofd te bieden. Ruimte in wetgeving voor innovatieve initiatieven die bijdragen aan meer decentrale energievoorziening. We hebben oplossingen nodig voor de problemen op de kortere termijn en een strategie voor de langere termijn.

17

2.2 Realiseren van natuurherstel en een robuust watersysteem

Onze ambitie 2040: toekomstbestendige natuur voor plant, dier en mens Het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley is een gebied met veel groen en blauw. We hebben de prachtige Veluwe, riviernatuur, een groen landelijk gebied en groen in en om de stad. In het gebied bevindt zich ook de “kraan van Nederland” bestaande uit grote rivieren (Bovenrijn, Waal, Pannerdensch Kanaal en Nederrijn) en het binnendijks rivierengebied (Betuwe, Land van Maas en Waal en de lage delen van de Liemers). Ook de Linge is een belangrijke rivier in het gebied en zeker ook benedenstrooms in de Betuwe van grote invloed. Met al deze natuurgebieden en het water hebben we ook een belangrijke opgave: het zorgen voor toekomstbestendige natuur en een robuust watersysteem. In 2040 willen we graag aantrekkelijke landschappen voor bewoners die ecologisch waardevol en biodivers zijn, waar voldoende drinkwater beschikbaar is nu en in de toekomst, voor het gebied zelf en daarbuiten, voldoende ruimte is voor transport over water, voor waterberging en waterveiligheid en toekomstbestendige landbouw zijn gerealiseerd. Waar ruimte is voor recreatie en toerisme, dit is biedt kansen voor bedrijvigheid, draagt bij aan het welzijn en de gezondheid van mensen en zorgt ervoor dat de natuur meer wordt gewaardeerd.

We zetten daarom in op het versterken van de groene en blauwe kwaliteiten van onze regio en creëren een verbonden groenblauw raamwerk in het gebied. Concreet realiseren we minimaal 10% groenblauwe dooradering. Ieder gebied kent specifieke kenmerken en opgaven. Dit vraagt om maatwerk om onze ambities en opgaven in specifieke gebieden te realiseren. Hierbij maken we onderscheid tussen de aanpak binnen de Natura 2000-gebieden en daarbuiten. Binnen de Natura 2000-gebieden gebied is een bestaande aanpak van herstelmaatregelen via beheerplannen en bestaande structuren van terreinbeherende organisaties, waterschappen en overheid. Herstel van kwetsbare natuurgebieden zoals de Veluwe kan niet alleen in de gebieden zelf gerealiseerd worden, maar moet juist door een aanpak van de gebieden erom heen gebeuren: het buitengebied, de stadsranden en stedelijke gebieden. Een aanpak van al deze groenblauwe gebieden komt ten goede aan het herstel van het natuurlijke systeem in het hele NOVEX-gebied. Hiervoor is namelijk herstel van bodem en water een basisvoorwaarde. Het realiseren van natuurherstel en een klimaatrobuust watersysteem is voorwaardenscheppend voor het realiseren van de schaalsprong verstedelijking. Ook bij de opgaven op gebied van natuurherstel en het realiseren van een robuust watersysteem zijn water en bodem sturend.

Door functies te combineren kunnen we een groter resultaat boeken en benutten we de beschikbare ruimte optimaal. Functies zoals landbouw, transport, recreatie, waterberging, waterveiligheid, energie en natuur. Het gaat dan over het combineren van functies in de ruimte, maar ook over de realisatie door financiële middelen en uitvoeringskracht te combineren en zo meerdere opgaven gelijktijdig te realiseren. Hierbij is het van belang om te starten bij een goed inzicht in het gebied. We realiseren geen standaardoplossingen, we sluiten aan bij de kenmerken en specifieke waarden van het gebied. De natuurherstel- en wateropgave zijn cruciaal om ook toekomstige generaties een gezonde, vitale en leefbare woon- en werkomgeving te bieden en de biodiversiteit te herstellen zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied. Een natuurinclusieve ontwikkeling en een inzet op natuurherstel ook buiten Natura 2000 gebieden sluit aan op de inzet in EU verband op biodiversiteitsherstel d.m.v. de EU-verordening Natuurherstel.

18

De opgaven voor herstel en klimaatadaptatie Robuust natuur en watersysteem in ”de kraan van Nederland” De ‘’kraan van Nederland” en daarmee het hele watersysteem heeft onderhoud nodig, om alle gewenste functies te kunnen vervullen. Scheepvaart kampt afgelopen jaren regelmatig met te lage waterstanden. De landbouw in het NOVEX-gebied kampt met zowel wateroverlast als met droogte. Door “lekverliezen” verdrogen gebieden en klinken gronden in. Niet alleen voor de huidige landbouw is dat een probleem, maar ook woningen en bedrijven kampen met verzakkingen. Er zijn bovendien zorgen of met de verdergaande verstedelijking alle nieuwe huizen en bedrijven van drinkwater kunnen worden voorzien. Tot slot lijdt de bijzondere natuur zichtbaar door gebrek aan voldoende water van de juiste kwaliteit. In dit omvangrijke rivierengebied liggen dan ook belangrijke opgaven vanuit het Integraal Rivier Management (IRM). In dit nationale programma wordt ingezet op een toekomstbestendig rivierengebied wat als systeem goed functioneert en meervoudig bruikbaar is. In het IRM is de Gelderse poort aangewezen tot prioritair gebied. Ook liggen in dit gebied opgaven vanuit het Programma Aanpak Grote Wateren (PAGW) vanuit Rijkswaterstaat. In dit gebied ligt een grote opgave voor natuurversterking en -uitbreiding.

De wens geldt voor 7.500 hectare, voornamelijk buitendijks, maar ook binnendijks Natura 2000-gebied. Aspecten van waterveiligheid, natuur, landbouw en duurzame delfstoffenwinning komen hier samen. Via de ‘3e tranche PAGW’ zijn recent tijksmiddelen voor de Gelderse Poort gereserveerd ter waarde van 20 miljoen. We staan voor de uitdaging om hiermee voldoende snel een vliegwiel op gang te brengen voor de grote systeemingrepen die nodig zijn om de totale PAGW-ambitie te realiseren. Ook de Liemers, het gebied van de Rijnstrangen kent een besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro-reservering) voor waterberging voor de grote rivieren. De nadere invulling van deze reservering wacht op uitwerking. In de Liemers is versterking van de weteringen tussen de kernen van belang om verdere inklinking (verzakkingen van huizen) en verdroging van het gebied te voorkomen. Zoetwatervoorraad beschermen en vergroten De Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug bevatten een van de grootste zoetwatervoorraden van Nederland. Deze grote zoetwatervoorraad staat onder druk, enerzijds door de grote onttrekkingen ten behoeve van drinkwater, industrie en landbouw en anderzijds door te snelle afvoer van water en door een langer groeiseizoen waardoor de verdamping is toegenomen.

Om te zorgen dat in de toekomst water uit deze voorraad beschikbaar blijft is het van belang de natuurlijke sponsfunctie van de Veluwe te vergroten, water beter vasthouden en te infiltreren en water en bodem sturend te laten zijn in onze ruimtelijke keuzes. We moeten onze strategische drinkwatervoorraden beschermen. Dit vraagt dat we zowel de kwaliteit van ons water beschermen door het beperken van het gebruik van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen en het voorkomen van nieuwe (diffuse) verontreinigingen. Daarbij mogen gebiedsontwikkelingen de toegang tot onze aangewezen aanvullende strategische drinkwatervoorraden niet in gevaar brengen. Naast beschermen en vergroten van onze zoetwatervoorraden is het ook van belang om het gebruik van water te beperken, door bewoners, door de industrie en de landbouw.

19

Natuurherstel op de Veluwe De Veluwe is het grootste, op land gelegen, Natura 2000-gebied van Nederland, het is de groene long van Gelderland en voor Nederland. Ook herbergt de Veluwe een belangrijke zoetwatervoorraad voor Nederland (zie bovenstaande opgave). De kwaliteit van de natuur staat onder druk door met name hoge belasting van nutriënten en bestrijdingsmiddelen, door droogte en verdroging en door versnippering van gebieden. Het vraagstuk van afnemende biodiversiteit speelt zowel binnen als buiten de aangewezen natuurgebieden. Bijzondere aandacht vraagt de ongezonde conditie van de bodem en natuur door vermesting en verzuring en het veelal op waterafvoer ingerichte watersysteem. Dit vraagt om een transitie van de landbouw op de enclaves en rondom de Veluwe, die ook zal bijdragen aan de opgave op het gebied van terugdringen van uitstoot van broeikasgassen (klimaatmitigatie). Ook wordt ingezet op de robuustheid van de Veluwe en verbindingen met andere natuurgebieden. De Veluwe heeft naast hoge natuurwaarden ook hoge landschappelijke en erfgoedwaarden. Deze dienen behouden en versterkt te worden. De zuidflank van de Veluwe waar de overgang van hoge stuwwal naar de riviervlakte van de Rijn uiterst smal is, kent een sterke verweving met stedelijk gebied en de omliggende bos- en natuurgebieden. Hier is de verstedelijking een uitdaging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16347749/2