Bijlage Beleidsinventarisatie gemeente 2020
Tekst van het document
Naast de kwantitatieve conclusies, trekken we de volgende kwalitatieve conclusies: •
Er is (nog) geen sprake van één kantorenmarkt voor de hele Foodvalley. Foodvalley is een typisch tussengebied, deels georiënteerd op (de uitlopers van) diezelfde Randstad, deels ook op de stedelijke concentratie Arnhem-Nijmegen.
•
De markt vraagt om andere kantoormilieus en -panden dan voor de crisis. Een mix van functies (wonen-werken-horeca-recreëren-verschillende bedrijven), een eigen karakter en een uitstekende (OV-) bereikbaarheid zijn eisen die veel moderne kantoorgebruikers aan hun bedrijfslocatie stellen. Er wordt dan ook een groeiende vraag naar centrumlocaties verwacht. Daarnaast zijn voor specifieke doelgroepen campusmilieus gewild.
•
De huidige kantorenvoorraad in Foodvalley is verspreid over een groot aantal locaties in de regio. De kwaliteit van de verschillende kantoorlocaties verschilt sterk. Er zijn weinig echt goede locaties die op dit moment al voldoen aan de wensen van de grootste groep moderne kantoorgebruikers (mixmilieus die goed per OV bereikbaar zijn): alleen de centra of intercity-stationsomgevingen van Veenendaal en Ede zouden daaronder kunnen vallen.
•
Food en andere focus-sectoren vragen nauwelijks om specifieke solitaire kantoren. Er is weinig specifieke solitaire kantorenvraag vanuit de sector Food. Vanuit die sector is vooral vraag naar onderzoeks-/ R&D-ruimten. De vraag naar solitaire kantoren is zeer beperkt.
•
Er moet rekening gehouden worden met de verduurzamingsopgave. Elk kantoor groter dan 100m² moet in 2023 minimaal energielabel C hebben. Naar schatting moeten bij meer dan de helft van de kantoren in Nederland aanpassingen worden gedaan aan panden om aan deze verplichting te voldoen.
•
Aanbod en vraag ook kwalitatief niet in balans. We verwachten dat in de toekomst het overschot aankantoren in Foodvalley toeneemt in een groot deel van de aanwezige kantorenmilieus. Op basis van deze conclusies loont het een locatie-specifieke kantorenstrategie te voeren in de regio. Het afsprakenkader kan worden benut om daar vorm aan te geven.
82 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Afsprakenkader kantoren FoodValley 2019-2024 •
Op basis van de visie is een Afsprakenkader kantoren FoodValley 2019-2024 Uitgewerkt. Daarin is aangegeven dat er in Rhenen geen sprake is van verborgen plancapaciteit.
•
De planvoorraad wordt begrensd. De harde plancapaciteit en bestaande voorraad overschrijden tezamen in principe niet de verwachte vraag per milieu. Er is ruimte voor nieuwe plancapaciteit in de groeimilieus tot het in de Visie geraamde maximum.
•
Nieuwe plannen worden vanzelfsprekend aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking getoetst.
•
Partijen streven naar een gezonde frictieleegstand van maximaal 7%1 van de totale kantorenmarkt in Foodvalley.
•
Bij structurele leegstand (panden die langer dan 3 jaar leeg staan) in milieus met een dalende vraag, starten partijen een onderzoek naar deprogrammeren of herbestemmen van de locatie/het pand.
•
Bij structurele leegstand (langer dan 3 jaar) in groeimilieus onderzoeken partijen waarom deze panden niet aan de vraag voldoen.
•
Partijen zetten de vernieuwings-/vervangingsvraag in om de voorraad beter aan te laten sluiten bij de vraag.
•
Partijen zetten zich in om de kantorenvoorraad te verduurzamen. Daarbij voldoen we minimaal aan de wettelijke verplichting van bestaande kantoren en streven we bij nieuwbouw naar label A.
•
Regionale afstemming van vraag en aanbod (> 1.000m2) vindt plaats in het ambtelijk Regionaal Overleg Werklocaties Foodvalley (hierna: ambtelijk RPW-overleg)
•
Uitgangspunt is dat nieuwe plancapaciteit en daarmee nieuwe initiatieven (nieuwbouw van kantoren) geconcentreerd worden in de onder 2.2 genoemde groeimilieus (centrum en campus milieus, niet in Rhenen).
83 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Visie Werklocaties FoodValley 2017-2025 Datum/jaartal van vaststelling: juni 2017 Horizon (tot welk jaar geldig): 2025 De regio FoodValley1 heeft besloten om een gezamenlijke visie voor de werklocaties2 op te stellen, als een verrijkte opvolger van het nu bestaande Regionaal Programma Bedrijventerreinen (RPB) FoodValley uit 2012. De visie moet iets extra’s geven: net als het RPB ook inzicht in vraag en aanbod, maar verder vooral ook een verdiepingsslag in het onderscheidend vermogen van de regio en de kansen en opgaven die daaraan verbonden zijn. De huidige situatie van de werklocaties in regio FoodValley is een illustratie van de complexe context waarin deze markt nu verkeert : er is veel aanbod en het is noodzakelijk om in te zoomen in hoeverre dat aanbod nog aansluit bij de vraag. De visie gaat in op zowel de bedrijventerreinen in de regio, als op de kantoren (op bedrijventerreinen en elders) in het gebied. Doel is de kansen (op groei van de economie, op versterking van de strategische sectoren en op vestiging van nieuwe bedrijven) zo goed mogelijk te benutten en opgaven (zoals het tegengaan van leegstand en een overaanbod van bedrijventerreinen en kantoren) met concrete procesafspraken en acties aan te pakken. Het streven is dat de regio in 2025 bekend staat op innovaties in de agro en food en dat economie, duurzaamheid, wonen, werken en leven hier samen komen.
De regio mikt op de juiste keuzes om dit vergezicht werkelijk te realiseren. De fysieke omgeving is één van pijlers om de ambities te verwezenlijken, werklocaties is één van de belangrijke onderwerpen om de regio onderscheidend op de kaart te zetten. De regio wil met haar Visie Werklocaties de omgeving schetsen waarin zij bestaande en nieuwe bedrijven wil faciliteren. Daarbij is kwantitatief inzicht belangrijk (zodat er niet veel te veel en ook niet te weinig voorhanden is), maar kwaliteit en flexibiliteit zijn nog belangrijker. De regio FoodValley heeft een totaal areaal van 1.420 ha bedrijventerreinen. Hiervan is 185,8 ha beschikbaar als aanbod. Kwantitatief is er sprake van een ruim aanbod10, waarbij rekenkundig beschouwd het aanbod de vraag overschrijdt en er sprake is van overaanbod (vraag van 114 ha versus onherroepelijk aanbod van 134 ha plus 52 ha in de categorie ‘overige plannen).
Daar zijn vanuit kwalitatief perspectief kanttekeningen bij te plaatsen, die aantonen dat vraag en aanbod geen zwart-wit optelsom is: • een deel van het aanbod is versnipperd over diverse (deels oudere) locaties (10 ha) • een deel van het aanbod wordt beschouwd als direct uitgeefbaar aanbod (Harselaar Driehoek), maar wordt tot nu toe niet op de markt gebracht door de particuliere eigenaren • circa 21 ha is gealloceerd voor lokale bedrijven (op verschillende locaties) Met andere woorden: de kwaliteit c.q. de karakteristieken van het aanbod matchen niet per definitie 1-op-1 met de specifieke kwaliteitseisen vanuit de vraagzijde. Zo kan nu al worden voorzien dat het aanbod voor de kennisintensieve doelgroepen al snel schaars of onvoldoende zal worden. De regio wil graag de ruimte nemen om flexibel en vraaggericht in te spelen op de vraag van bedrijven. Zij wil daarbij optimaal invulling geven aan haar ambities om de beleidsimpuls ruimschoots waar te maken. De regio wil de cijfers hanteren als vertrekpunt voor monitoring en (daaraan gekoppelde) handelingsperspectieven: 134 ha hard13 aanbod, 52 ha overig aanbod en (minimaal) 114 ha vraag.
Voor de Regio FoodValley staat voorop dat de regionale afspraken moeten bijdragen aan evenwicht tussen vraag en aanbod (niet te veel en niet te weinig), op zodanige wijze dat wordt bijgedragen aan de economische ambities van FoodValley De regio FoodValley heeft een voorraad (kantoor) van 851.000 m² bruto vloeroppervlak, waarvan circa 12% (105.000 m²) leeg staat. De leegstand in de regio varieert fors per gemeente, maar blijft voor alle gemeenten op of onder het landelijk gemiddelde van 18%. De provincie Gelderland verwacht tot 2020 in FoodValley nog een kleine uitbreidingsvraag van 5.000 m² vvo. Na 2020 zal er sprake zijn van een negatieve uitbreidingsvraag. 84 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Regio FoodValley kiest voor plannen op kansen. De regio wil niet haar verantwoordelijkheden ontlopen en beseft dat zorgvuldigheid ten aanzien van verstedelijking (ladder) en kwaliteit c.q. risico op verloedering (bestaande terreinen en leegstand) noodzakelijk is. Parallel aan deze verantwoordelijkheden wil de regio echter óók de positieve ontwikkelingen van recente jaren omarmen en versterken. De ambities van FoodValley krijgen meer en meer vorm en inhoud en manifesteren zich in mooie voorbeelden van nieuwe vestigingen van bedrijven. De scope van de Visie Werklocaties is daarmee bewust geen puur ‘kwantitatieve’ die al dan niet onbedoeld kansrijke ontwikkelingen belemmert. Ook in het licht van de stijgende en voortdurende dynamiek (in de economie en daaruit voortvloeiend ook in de ruimtevraag) wil de regio niet nu -in 2017- een strak kwantitatief keurslijf schetsen voor de periode tot 2025. Enerzijds hebben diverse terreinen in hun exploitatie een doorlooptijd tot (ruim) na die tijd. Anderzijds is de markt dynamisch en biedt juist een continue monitoring de data die nodig zijn om verantwoord in te spelen op kansen én opgaven. De scope van de Visie Werklocaties is dus kansgericht, met het besef van verantwoordelijkheden.
De regio FoodValley wil expliciete zorgvuldigheid betrachten en neemt daarin ook haar verantwoordelijkheden, door monitoring- en procesafspraken te maken over het in procedure brengen van (nieuwe) initiatieven en over handelingsperspectieven voor ‘incourante’ locaties die wel meetellen in het aanbod maar niet aansluiten bij de vraag.
85 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
PDV-Beleid Datum van vaststelling: 2020 Horizon: 2025 Samen met ondernemers, pandeigenaren, makelaars en andere belanghebbenden is het PDVbeleid geactualiseerd. Het algemeen bestuur van Regio Foodvalley heeft op vrijdag 18 september het rapport goedgekeurd. Het geactualiseerde PDV-beleid 2020-2025 wordt nu via de colleges van B&W aangeboden aan de raden van de acht regiogemeenten voor wensen en bedenkingen. Daarna wordt het PDV-beleid 2020-2025 definitief vastgesteld. Wijzingen Bij de actualisatie is rekening gehouden met ontwikkelingen in de detailhandel, zoals de effecten van internet en vergrijzing, maar ook branchevervaging (verbreding van het aangeboden assortiment). De leegstand op de woonboulevards is inzichtelijk gemaakt. Al deze ontwikkelingen hebben geleid tot een aantal aanpassingen in het beleid. Regio Foodvalley wil door het maken van regionale afspraken over het PDV-beleid leegstand voorkomen en kansrijke ontwikkelingen ondersteunen. In het vernieuwde PDV-beleid is GDV (grootschalige detailhandelsvestigingen) niet meer opgenomen. De grootschalige detailhandelsvestigingen (zoals warenhuizen) vallen onder de afspraken van de gemeenten over reguliere detailhandel. In het geactualiseerde beleid staan alleen nog de afspraken over de perifere detailhandelsvestigingen (PDV).
Het aangepaste beleid geeft de ondernemers, eigenaren, beleggers en ontwikkelaars duidelijkheid over de keuzes die in het beleid gemaakt worden. PDV-vestigingen zijn bij uitstek ondernemingen met een regionale uitstraling. PDV/GDV PDV staat voor perifere detailhandelsvestigingen (zoals woonboulevards) en GDV voor grootschalige detailhandelsvestigingen (bijvoorbeeld warenhuizen). Dit beleid zorgt voor afspraken over detailhandelsvestigingen in de acht regiogemeenten, provincie Utrecht en provincie Gelderland en hoe hier mee om te gaan. De juiste vestiging op de juiste plek.
86 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Regionale Economische Agenda 2020-2027 Datum vaststelling: November 2019 Horizon: 2027 Utrecht is een regio waar gezondheid centraal staat in alles wat we doen. Een regio van gezonde inwoners in een gezonde leefomgeving. Waar iedereen kan meedoen en iedereen zich thuis mag voelen. In een gezonde regio hebben mensen een passende baan of opleiding of zijn ze op een andere manier actief bij de samenleving betrokken. Je kunt er prettig wonen in een schone, groene omgeving met zo min mogelijk overlast. Een omgeving die uitnodigt tot een gezonde levensstijl, aanzet tot beweging en levendig is door recreatieve en culturele functies. Waar ontmoeting vanzelfsprekend is. Waar duurzaamheid de norm is. Een regio die economisch sterk blijft, juist door aandacht te hebben voor gezond stedelijk leven voor iedereen. Deze Regionale Economische Agenda is: • een strategische agenda op hoofdlijnen; • het kader voor economische structuurversterking en de inzet van middelen, capaciteit, netwerkvorming, business development en internationalisering; • leidend voor de investeringsstrategie van de ROM; • verbindend en richtinggevend voor regionale agenda’s op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen en energie zoals de Regionale Energie Strategieën en Omgevingsvisies.
De regio vraagt aan alle partijen om deze Regionale Economische Agenda verder te concretiseren in hun eigen strategie, beleid en uitvoering. De focus op maatschappelijke meerwaarde is immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Datzelfde geldt voor de profilering van Utrecht als dé voorbeeldregio voor gezond stedelijk leven. Het consequent en consistent uitdragen hiervan versterkt de aantrekkingskracht voor talent, bedrijvigheid en investeringen. In 2024 wordt de Regionale Economische Agenda geëvalueerd op effectiviteit op het gebied van brede welvaart. De regio Utrecht draagt daarmee bij aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Op basis van gesprekken4 met bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen kiest de regio binnen de thematiek groen, gezond en slim voor een focus op de volgende maatschappelijke opgaven: 1. Toekomstgerichte leefomgeving 2. Gezonde mensen 3. Waardevolle digitalisering
87 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Ruimtelijk-Economische Strategie voor Utrecht Datum van vaststelling: November 2018 Horizon: 2050 AANLEIDING De urgentie is groot om met een gezamenlijke visie en strategie op de toekomst van de ruimtelijke economie van Utrecht te komen. Utrecht doet het economisch nog goed, maar de groei is afgevlakt. Bovendien zijn er vraagstukken op het gebied van bijvoorbeeld arbeidsmarkt, bereikbaarheid en ruimte. De economie verandert snel en ingrijpend en dit biedt kansen. Regio’s zijn steeds meer de motoren van economische groei die met elkaar concurreren om bedrijvigheid, kennis en talent. In de regio’s gebeurt het. Overheden kunnen daarin een verschil maken. De Ruimtelijk-economische strategie geeft richting aan de toekomstige ruimtelijk-economische ontwikkeling van Utrecht tot 2050. Het zoekt kansen op, beschrijft echter ook de knelpunten, bouwt aan een visie en strategie en vooral, maakt slimme keuzes. PROCES EN SAMENSPEL In de afgelopen maanden is de Ruimtelijk-Economische Strategie (hierna RESU) voor Utrecht opgesteld met actieve inbreng van een groot aantal betrokkenen: provincie, Rijk, regio’s en gemeenten, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Gestart is met een kennismarkt in november 2017 (ophalen thema’s), in maart 2018 zijn vier inhoudelijke verdiepingssessies georganiseerd (maakindustrie, logistiek, interactiemilieus en groene omgeving, samenwerken in clusters m.b.t.
gezond en circulair), op 17 mei 2018 zijn tijdens een debatbijeenkomst de ideeën m.b.t. te RESU gepresenteerd en bediscussieerd. De concept-RESU is begin juni 2018 gepubliceerd ten behoeve van overleg en het ophalen van reacties. Hierop zijn een achttal schriftelijke reacties ontvangen. Deze reacties hebben geleid tot enkele tekstuele aanpassingen. ANALYSE De Utrechtse economie kent een sterke focus op diensten en onderscheidt zich in de gezondheidseconomie. Belangrijk voor Utrecht zijn onder andere het Utrecht Science Park (USP) en in FoodValley de WUR. Maar er is ook een sterke maakindustrie en de logistieke sector floreert goed. Utrecht beschikt tevens over een goed ondernemers- en innovatieklimaat en een hoge ‘quality of life’. Er zijn echter ook aspecten waarop Utrecht het minder goed doet: krapte op de arbeidsmarkt, toenemende verkeerscongestie en weinig ruimte voor bedrijfsvestiging. Uit de trends en ontwikkelingen die op Utrecht afkomen, blijkt onder andere het volgende: • economische groei en innovatie worden steeds meer gedreven door een verfijnde interactie binnen ecosystemen van bedrijven, kenniswerkers, ‘doeners’ en kennisinstellingen; • verduurzaming (opkomst circulaire economie, maar ook energietransitie) en digitalisering vinden plaats in alle branches van de economie.
Ze leiden tot andere eisen en wensen die we stellen aan werklocaties (meer informeel, meer geschakeld met andere maatschappelijke functies), maar ook van wonen (dicht bij het werk als het kan, nabij knooppunten) en leven (in een gezonde omgeving). VISIE: UTRECHT IN 2050: ‘IN UTRECHT KOMT ALLES SAMEN’ Uitgaande van het huidige ruimtelijk-economische DNA is het toekomstbeeld voor de economie van Utrecht in 2050: een goed functionerende ‘draaischijf’ van Nederland, niet alleen qua wegen en OV maar vooral ook als broedplaats en ‘marktplaats’ voor nieuwe, kennis gedreven ontwikkelingen. Met nieuwe infrastructuur (fysiek, kennis, digitaal) zijn er nieuwe clusters in de economie ontstaan en zijn bestaande clusters versterkt. Er zijn nieuwe en gecombineerde vormen van wonen en werken in een groene en gezonde stedelijke omgeving. Ook tussen verschillende typen economische activiteiten en werkenden ontstaat steeds meer synergie: werkenden met ‘hoofd’ (kennis, diensten), ‘hart’ (zorg) en ‘ handen’ (ambacht, industrie en logistiek) werken steeds meer samen, bijvoorbeeld door het toepassing geven aan nieuwe technologieën in sectoren als de maakindustrie en de zorg. Groen, Gezond en Slim zijn de kernwaarden van Utrecht. De kracht zit in de bundeling, ofwel groen, gezond en slim met elkaar verbinden. De aanwezigheid en nabijheid
88 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
van veel kwalitatieve landschappen, voorzieningen, bedrijven en organisaties en de kwaliteit van de leefomgeving samen maken Utrecht in dit opzicht uniek; het is niet één parel die Utrecht uniek maakt in een internationaal krachtenveld, maar juist de combinatie (het snoer) is winnend. Voor 2050 zijn de volgende ambities geformuleerd: 1. Utrecht behoort tot de (inter)nationale top op het gebied van life sciences, health, food en duurzaamheid; 2. Utrecht is dé proeftuin van Nederland waarin denkers en doeners samenwerken aan flitsende innovaties; 3. Utrecht blinkt (inter)nationaal uit in slimme oplossingen op het gebied van mobiliteit en ruimtegebruik; 4. overheden werken samen met private partners aan een goede regionale economie: flexibel en ondernemend.
89 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Visie Kringlooplandbouw Datum van vaststelling: September 2018 Horizon: 2030 Het kabinet vertrouwt op de kracht van de samenleving om de omslag naar kringlooplandbouw te maken. Het nodigt iedereen in het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en andere overheden uit mee te denken, ideeën in te brengen en initiatieven te nemen. Ook de Rijksoverheid zelf heeft een rol. Zij zal naast de boeren en tuinders gaan staan. Zij zal meedenken en waar nodig faciliteren. Waar nodig zal zij de regie nemen, maar in veel situaties zal het aan de partijen zelf zijn dat te doen. Als de omslag stagneert of te traag gaat, zal de overheid vanuit haar publieke verantwoordelijkheid wet- en regelgeving toepassen. Het is zaak de komende jaren het handelen van overheid, ondernemers en maatschappelijke partijen te richten op meetbare doelen en resultaten. Op basis daarvan kunnen ondernemers investeren in houdbare verdienmodellen en kunnen coalities worden gesloten waardoor Nederland in 2030 koploper is in kringlooplandbouw. De eerste stap is dat overheid en maatschappelijke partijen medio 2019 afspraken maken over de resultaten die de komende jaren bereikt moeten worden, hoe deze gemeten gaan worden en welke inzet dat van eenieder vraagt. Voor bepaalde opgaven zullen afspraken op gebiedsniveau de juiste schaal zijn.
De overheid zal zelf, zoals ook is gebeurd bij de totstandkoming van deze visie, weer actief de verbinding zoeken met partijen om samen de doelen te concretiseren en afspraken te maken over manieren waarop de doelen bereikt gaan worden. De meeste afspraken zullen voortbouwen op de vele initiatieven die er al zijn. Het eindbeeld is nadrukkelijk niet één alomvattend document dat alle thema’s en domeinen omvat. Het gaat om afspraken in aanvulling op bestaande verduurzamingsplannen en al gemaakte afspraken, zoals sectorale en regionale uitvoerings- en actieprogramma’s. Daarbij zal rekening moeten worden gehouden met de verscheidenheid aan producenten: van koplopers tot degenen die de gewenste veranderingen niet kunnen of willen meemaken, van bestaande bedrijven tot nieuwkomers. Van jong tot oud. Verbeterde wet- en regelgeving, kennis en innovatie en financieel instrumentarium zullen op de afgesproken doelen en op consistentie getoetst en zo nodig aangepast worden. Nu hindert regelgeving vaak innovaties. Inzet moet zijn te sturen op doelen en zoveel mogelijk vrijheid te bieden in hoe die doelen worden bereikt. Deze visie is geen blauwdruk, maar ook niet vrijblijvend. Zij geldt voor het rijksbeleid en het is de wens van het kabinet dat zij ook andere beslissers als meetlat gaat helpen om afwegingen te maken.
Waar kunnen dan – samengevat – beleidsvoornemens, plannen, voorstellen en dergelijke op worden getoetst? 1. dragen ze bij aan het sluiten van kringlopen, het terugdringen van emissies en het verminderen van verspilling van biomassa in het gehele voedselsysteem? 2. dragen ze wat betreft visserij bij aan een duurzaam bestandsbeheer zonder schade aan de natuurlijke omgeving? 3. versterken ze de sociaaleconomische positie van de agrarisch ondernemer in de keten? 4. leveren ze een bijdrage aan de klimaatopgave voor landbouw en landgebruik? 5. bevorderen ze de aantrekkelijkheid en vitaliteit van het platteland en dragen ze bij aan een bloeiende regionale economie? 6. leveren ze winst op voor ecosystemen (water, bodem, lucht), biodiversiteit en de natuurwaarde van het boerenlandschap? 7. is het dierenwelzijn meegewogen? 8. leveren ze een bijdrage aan de erkenning van waarde van voedsel en het versterken van de relatie tussen boer en burger? 9. versterken ze de positie van Nederland als ontwikkelaar en exporteur van integrale oplossingen voor klimaatslimme en ecologisch duurzame voedselsystemen? 90 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Landbouwvisie Provincie Utrecht Datum van vaststelling: Juli 2018 Horizon: 2050 In de landbouwvisie wordt een toekomstbeeld voor de landbouw in 2050 geschetst en wat de provincie in samenwerking met haar partners wil doen om toe te werken naar dat perspectief. Gezien de grote maatschappelijke opgaven waar de landbouw voor staat, kan de Landbouwvisie geen blauwdruk zijn met te plannen afrekenbare resultaten. Het vormt de (door)start van een lerend proces, waarin de provincie met de betrokken partijen samen stappen gaat zetten in de richting van dat toekomstbeeld De toekomst van de landbouw staat uiteraard niet op zichzelf. Verschillende ontwikkelingen in breder verband, binnen en buiten de provincie, zijn immers van wezenlijke invloed op de landbouw. In Horizon Utrecht 2050 wordt een aantal ontwikkelingen geschetst die medebepalend zijn voor ons beeld van de landbouw in 2050. Zo zal de ruimtelijke druk op het landelijk gebied toenemen door de aanhoudende behoefte aan woningen en toenemende mobiliteit, recreatie en toerisme. Duurzame energievoorzieningen vragen om ruimtelijke inpassing. De kwaliteit van de leefomgeving en de aanwezigheid van veel kennisinstellingen, bedrijven en organisaties op het gebied van gezondheid en voeding maken Utrecht uniek op het gebied van ‘groen, gezond en slim’. Er ligt een opgave om deze kernwaarden te behouden en versterken.
In 2050 wordt er duurzaam gewoond, gewerkt, ontspannen en verplaatst. De verbinding tussen stad en land wordt steeds belangrijker. Het landelijk gebied rond de stad geeft ruimte voor de stedeling om te bewegen, te ontspannen en te ontmoeten en voor lokale voedselvoorziening en waterberging. We onderscheiden de volgende rollen voor de provincie: • participeren: regisseren, coördineren, ontwikkelen, deelnemen en lobbyen; • stimuleren: aanjagen, initiëren; • faciliteren: aanleveren van expertise en capaciteit, overleggen en informeren, subsidiëren; • reguleren: kaders stellen en toetsen.
91 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Natuur / landschap Deltaplan Biodiversiteitherstel Datum van vaststelling: 2019, geen beleidsdocument maar partnerschap Horizon: 2030 Via het Deltaplan Biodiversiteitsherstel nodigen 19 partijen - van kennisinstituten, boerenorganisaties, natuurorganisaties tot een bank - de rest van Nederland nu uit zich aan te sluiten op weg naar het herstel van biodiversiteit in Nederland. Alle informatie over het deltaplan vind je op samenvoorbiodiversiteit.nl Natuur is overal De snelle afname van biodiversiteit staat pas sinds kort hoog op de publieke agenda door bijvoorbeeld onderzoeken over insectensterfte en afname van weidevogels. De huidige aanpak om biodiversiteitsverlies te stoppen heeft onvoldoende opgeleverd ondanks jarenlange inspanningen van veel grondgebruikers. Herstel van biodiversiteit is van belang voor een rijkere natuur én is ook de basis voor ons welzijn en onze welvaart. Natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte zijn van groot belang voor biodiversiteit in Nederland, want natuur kent geen scherpe grenzen. Kijk maar naar de insecten die gewassen bestuiven en de weidevogels en vlinders die zich zowel thuis voelen in natuurgebieden als in de wegbermen. Samen beslaan deze gebieden 90% van het Nederlandse oppervlak. Als alle grondgebruikers in een gebied gaan samenwerken zijn er meer kansen voor wilde planten en dieren.
Bijvoorbeeld via een rijker bodemleven, een houtwal die natuurgebieden verbindt, een kruidenrijk grasland of een spoordijk vol bloemen. Zo kunnen bedreigde soorten zich herstellen en kan de natuur zich beter aanpassen aan klimaatverandering. Kern van de aanpak Kern van onze aanpak is dat iedereen grondgebruikers, zoals natuurbeheerders, boeren, overheden en particulieren, kan stimuleren en waarderen voor hun prestaties die bijdragen aan herstel van biodiversiteit. Door deze prestaties eenduidig meetbaar te maken, is stapeling van beloning mogelijk en zien we ook hoe deze prestaties optellen tot echte biodiversiteitswinst. Goede monitoring is hierbij onontbeerlijk en is ook onderdeel van de aanpak. Ambitieuze doelen voor 2030 In het Deltaplan Biodiversiteitsherstel staan ambitieuze doelstellingen voor natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte:
•
Door het verbeteren van de aantrekkelijkheid van het landelijk gebied voor planten en dieren en gebiedsgerichte samenwerking zijn in 2030 natuurgebieden effectief met elkaar verbonden en kunnen ze optimaal worden beheerd.
•
Door het stimuleren van nuttige insecten en een vruchtbare bodem, het creëren van gunstige leefomstandigheden voor wilde dieren en planten op boerenland en het regionaal sluiten van kringlopen krijgt biodiversiteit op boerenland meer ruimte.
•
Door de natuurvriendelijke inrichting van bermen, dijken, bedrijventerreinen en ander openbaar groen ontstaat een fijnmazig netwerk waar wilde dieren en planten kunnen floreren.
92 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
RO breed inhoudelijk Omgevingsvisie provincie Utrecht Datum/jaartal van vaststelling: De Ontwerp Omgevingsvisie, de Ontwerp Interim Omgevingsverordening en het planMER liggen van 22 sept. t/m 2 nov. 2020 ter inzage. Horizon: 2050 De Omgevingsvisie beschrijft de volgende onderdelen in zes hoofdstukken: 1. Achtergrond en totstandkoming van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. 2. De visie op de provincie Utrecht in 2050: balans tussen kwaliteiten en ontwikkelingen. 3. Hoe we onze visie op de toekomst willen bereiken: door slim combineren en concentreren. 4. Uitwerking in zeven thema’s: ambities en samenhang per thema. 5. Uitwerking in de regio’s Utrecht, Amersfoort en Foodvalley: samenhang tussen ambities per regio. 6. Uitvoering geven door middel van samenwerking, regels (Omgevingsverordening) en Programma’s. Op hoofdlijnen willen we per thema het volgende bereiken: 1. Stad en land gezond: We zorgen ervoor dat de woon-, werk- en leefgebieden gezond zijn en uitnodigen tot bewegen (te voet of per fiets). Ook willen we dat er in en rondom steden en dorpen voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. 2. Klimaatbestendig en waterrobuust: We beschermen onze provincie tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Ook gaan we de bodemdaling tegen, met name in de veenweidegebieden. 3.
Duurzame energie: We stimuleren energiebesparing, evenals het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. 4. Vitale steden en dorpen: We bouwen nieuwe woningen en bedrijven vooral op plekken binnen de bebouwde kom. En op plekken die goed met trein, bus, tram en fiets te bereiken zijn. 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: We leggen nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden aan tussen de woon-, werk- en leefgebieden. Ook willen we beter gebruik maken van de bestaande wegen. 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur: We zorgen goed voor de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen, en we willen dat veel mensen kunnen genieten van die fraaie plekken. Ook vinden we het belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) met het aantal inwoners meegroeit. 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw: We beschermen de natuur en leggen nieuwe natuurgebieden aan die we onderling met elkaar verbinden. We helpen boeren om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Dat betekent voedsel produceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur (Menukaart landbouw voor o.a. FoodValley). Al deze thema’s en keuzes staan niet op zichzelf, maar bekijken we in samenhang met elkaar.
Dat betekent dat niet overal alles kan, maar door slim combineren en concentreren willen we de ruimte in de provincie zo optimaal mogelijk gebruiken. Specifieke uitspraken over Rhenen en omgeving in de POVI Het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug besloeg voorheen alleen het zuidelijke deel van de hele Heuvelrug: van Rhenen tot de A28 maar beslaat nu de volledige Heuvelrug tot aan het Gooimeer. Met de nabijheid van de Nationale Parken Utrechtse Heuvelrug en de (Hoge) Veluwe en van de Grebbelinie liggen er in Foodvalley op het gebied van recreatie veel kansen. Het natuurgebied 93 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Kwintelooijen en het Fort aan de Buursteeg, één van de grootste en belangrijkste verdedigingswerken van de Grebbelinie, zijn door ons aangewezen als (bovenlokale) dagrecreatieterreinen. De woningbehoefte overtreft het aanbod en ook de prognoses laten een groei zien. In de periode 2019 tot 2040 moeten er binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley 7.000 tot 8.000 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. Hiervan zijn 3.500 woningen opgenomen in de bestaande plancapaciteit. Er moet dus nog ruimte voor 3.500 tot 4.500 extra woningen worden gezocht. Hierbij realiseren we dat de regionale woningmarkt zich niet aan provinciale grenzen houdt. Wanneer Renswoude, Rhenen (inclusief de daartoe behorende kernen Achterberg en Elst) ruimte nodig hebben voor kleinschalige woningbouwuitbreiding om de lokale vitaliteit te behouden, dan bieden wij ruimte De aanvullende behoefte aan werklocaties binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley tot 2030 is 6 tot 9 hectare. Onze inzet is vooral gericht op herstructurering, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen. Bovendien is onze primaire insteek accommodatie van de behoefte van het lokaal en regionaal gevestigde bedrijfsleven.
Over de omvang en de wijze van accommoderen gaan wij met de gemeenten en de regio Foodvalley in gesprek om tot een regionaal programma bedrijventerreinen te komen. De verhouding tussen ruimtevraag en het aantal arbeidsplaatsen betrekken we in deze afweging. Het is onze ambitie om in 2040 als provincie energieneutraal te zijn. Om dit te halen, geven we binnen deze regio ruimte om in het kader van de Regionale Energiestrategie Foodvalley plannen te maken. Als dijkversterkingen (o.a. grebbedijk) nodig zijn, kiezen we voor een integrale aanpak door gelijktijdig ook de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Hierbij gaat het om functiecombinaties als bereikbaarheid, recreatie en natuur en het meekoppelen van ambities voor cultuurhistorie. Het Binnenveld is een aandachtsgebied bodemdaling landelijk gebied. Op de Utrechtse Heuvelrug zetten we in op het vasthouden en infiltreren van hemelwater. Het militair erfgoed van de Grebbelinie heeft al langer onze bijzondere aandacht. Samen met gemeenten en eigenaren hebben we geïnvesteerd in behoud en ontwikkeling van landschap en elementen. De bijzondere cultuurhistorische waarde van deze linie kan in dit gebied worden ingezet als drager en aanjager van omgevingskwaliteit.
Om onze ambitie voor realisatie van een hoogkwalitatief robuust natuurnetwerk en verbetering van de biodiversiteit te halen is in de regio Foodvalley nog 255 hectare nieuwe natuur nodig. Het provinciegrensoverschrijdende en gevarieerde landschap in de Gelderse Vallei, met de vele beken leent zich bij uitstek voor een verdere combinatie van bestaande en nieuwe functies zoals landbouw, (natte) natuur, recreatie, waterberging en kleinschalige opwekking van duurzame energie. Wij stimuleren baanbrekende innovaties op het gebied van circulaire landbouw, voedselproductie en gezondheid (o.a. via de Regio Deal Foodvalley). We werken toe naar een rendabele landbouw die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk is. Regideal FoodValley gaat onder ander over: 1. Versnelling van de transitie naar een toekomstbestendige landbouw 2. Voeding en gezondheid van prille start tot oude dag 3. Versterken van kennis- en innovatiesysteem Uitvoering De provincie geeft uitvoering aan de Omgevingsvisie via de andere instrumenten die de Omgevingswet biedt zoals de Omgevingsverordening, de –vergunning, programma’s en het projectbesluit. Ook volgt nog een regionale uitwerking van de Omgevingsvisie voor FoodValley. Belangrijke aandachtspunten bij de uitvoering zijn: samenwerking (o.a. regionaal programmeren o.a FoodValley), participatie, omgevingskwaliteit (dynamisch)
94 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
De provincie is als uitwerking van Europese richtlijnen verplicht de volgende programma’s op te stellen (waarbij de term plan ook voor een programma wordt gebruikt): •
Actieplan geluid (artikel 3.8, lid 1 Omgevingswet): in ieder geval voor provinciale wegen en waar relevant ook voor regionale spoorwegen en luchthavens;
•
Regionaal waterprogramma (artikel 3.8, lid 2 Omgevingswet);
•
Beheerplannen voor Natura 2000-gebieden (artikel 3.8, lid 3 Omgevingswet);
•
Programma voor dreigende overschrijding van de omgevingswaarde voor zwaveldioxide of stikstof-oxiden (artikel 3.10 Omgevingswet in samenhang met artikel 4.1 Besluit kwaliteit leefomgeving). Dit wordt, gezien de huidige waarden voorlopig niet voorzien in Utrecht.
Aanvullend streeft de provincie naar een beperkt aantal integrale programma’s over de volgende onderwerpen gaan: •
Milieu en gezondheid;
•
Recreatie en toerisme;
•
Bodem en water;
•
Duurzame energie;
•
Wonen en werken;
•
Bereikbaarheid;
•
Landschap, cultuur en erfgoed;
•
Landelijk gebied / natuur en landbouw.
95 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Gebiedsvisie Zuidoost Utrecht Datum vaststelling: april 2010 Horizon: 2050 Visie Zuidoost-Utrecht is een landschappelijk waardevol gebied waar het goed wonen is. Deze regio, bestaande uit de gemeenten Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Wijk bij Duurstede en Zeist omvat grotendeels het zuidelijk deel van de Utrechtse Heuvelrug. In 2003 aangewezen als nationaal park, vormt dit gebied een belangrijk ecosysteem, representatief voor Nederland. De heuvelrug is een stuwwal die is gevormd in de voorlaatste ijstijd. De heuvelrug is bedekt met bos. Er zijn heidevelden met vennetjes, stuifzanden en uiterwaarden. Het gebied is rijk aan cultuurhistorie, zoals oude grafheuvels, oude engen, tabakscultuur, landgoederen en kastelen (de Stichtse Lustwarande). De heuvelrug is een aantrekkelijk woon-, werk-, en verblijfsgebied waar zich in het verleden ook vele (zorg-) instellingen en militaire functies hebben gevestigd. Het gebied vervult een belangrijke recreatieve groene functie voor de hele Randstad en is daarmee van belang voor het functioneren van de nationale ruimtelijke structuur. Er is veel dagrecreatie en er zijn veel campings. Daarentegen zijn er maar weinig hotels. Aan de zuidzijde van het gebied vervult Wijk bij Duurstede de rol als “Waterpoort” naar de regio. Het gebied beslaat een oppervlakte van ca 31570 ha en heeft ca 218.000 inwoners.
De kernen van de regio Zuidoost-Utrecht liggen deels op de overgang van het heuvelachtige bosgebied en het vlakke, open landelijke gebied, vooral aan de zuidkant van de Heuvelrug langs de provinciale weg N225. Daarnaast zijn er ook kernen die in het volledig open gebied liggen, zoals Wijk bij Duurstede. Aan de zuidzijde van de heuvelrug ligt ook het Langbroekerweteringgebied, met belangrijke natuur- en cultuurhistorische waarden. Het gebied wordt doorkruist door twee belangrijke internationale verkeersassen, waarvan de tracés grotendeels parallel lopen: de A12 en de internationale spoorlijn richting Duitsland. Aan de zuidkant wordt het gebied begrensd door de Nederrijn, die bij Wijk bij Duurstede over gaat in de Lek. Hier begint het Kromme Rijngebied dat doorloopt tot in de stad Utrecht. Veenendaal en Renswoude zijn deel van het veengebied van oostelijk Utrecht en het zuidelijk deel van de Gelderse Vallei. De Valleiregio wordt in de nota “Pieken in de Delta” van Economische Zaken genoemd als belangrijke economische schakel buiten de Randstad. In de meeste kernen geldt vanwege de grote landschappelijke waarden noodzakelijkerwijs een terughoudend beleid t.a.v. verdere uitbreiding. Dit is ook als zodanig vastgelegd in het streekplan Utrecht 2005 – 2015.
Hier hebben herstructurering en inbreiding prioriteit boven uitbreiding, die slechts in beperkte mate, afhankelijk van de eigen behoefte, wordt toegestaan. De om de kernen heen getrokken ‘rode contouren’ (begrenzing van het gebied waarbinnen verstedelijking mogelijk is) zijn strak en de ligging binnen een Nationaal Landschap en op een Ecologische Hoofdstructuur maakt eventuele uitbreiding buiten de huidige rode contouren voor de meeste kernen vrijwel uitgesloten. Wel herbergt de regio met Veenendaal één van de twee opvangkernen in de provincie voor wonen, werken en voorzieningen (naast Woerden in het westelijk deel van de provincie). In de volgende paragrafen wordt voor de vier hoofdthema’s van deze visie aangegeven welke ambities daar bij horen: doelen die de regio in de komende jaren wil bereiken. Begonnen wordt met een omschrijving van de gewenste toekomstige ontwikkeling van Zuidoost-Utrecht als geheel. Ambitie In de regio Zuidoost-Utrecht bestaat de ambitie tot bestuurlijke samenwerking. Daarvoor waren al voldoende signalen aanwezig tijdens de Verkenningsfase. Het proces van de Verdiepingsfase heeft deze signalen versterkt en heeft ook meer richting gegeven aan de gewenste samenwerking. Ook is in deze fase duidelijk geworden op welke beleidsvelden de samenwerking zich zou moeten richten.
De thematische aanpak heeft het mogelijk gemaakt dat voor de onderscheiden thema’s de vraagstukken waarop de samenwerking gewenst en noodzakelijk is helder in beeld zijn gebracht. 96 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Ook zijn de relaties naar andere thema’s benoemd. Zuidoost-Utrecht heeft de ambitie om de samenwerking gestalte te geven door de uitvoering van projecten op basis van een meerjarig uitvoeringsprogramma. De samenwerking zal een integraal karakter krijgen. Dat wil zeggen dat bij de uitwerking van de projecten de onderlinge relaties tussen de thema’s en de onderlinge beïnvloeding van de thema’s in beeld zullen worden gebracht en zullen worden beoordeeld. De regio Zuidoost- Utrecht wil haar bestaande kwaliteiten behouden en waar mogelijk versterken. Daarnaast wil de regio bronnen van overlast en hinder zoveel mogelijk terugdringen en vermijden. Op deze wijze wil de regio het aangename leefgebied voor haar inwoners in stand houden en de functie als waardevol en geliefd recreatiegebied voor (midden-) Nederland duurzaam veilig stellen. Binnen die kaders streeft de regio op basis van samenwerking beperkt ontwikkelingen na.
97 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Menukaart Regio FoodValley Datum van vaststelling: oktober 2017 Horizon Ondernemers in het buitengebied van de Regio FoodValley die willen uitbreiden, lopen steeds vaker tegen grenzen aan. Zo’n grens is bijvoorbeeld de maximale omvang van het bouwblok in het bestemmingsplan. Of omwonenden stappen naar de rechter. Gemeenten vinden het lastig om maatwerk te leveren vanwege het risico op precedentwerking. Duurzame ontwikkelingen kunnen hierdoor stagneren. Om ruimte te bieden aan bedrijven én een mooier buitengebied is de Menukaart ontwikkeld. De Menukaart bevat zowel de beleidsregels als praktische tools om maatwerk te bieden bij de uitbreiding van bedrijven in het buitengebied. De Menukaart voor bedrijven in het buitengebied heeft een meervoudige aanleiding. De Regio FoodValley streeft naar een sterke en internationaal concurrerende landbouw. Tegelijk vindt de regio het belangrijk dat de landbouw op een duurzame en maatschappelijk verantwoorde manier produceert, iets waartoe ook door de beide provincies Utrecht en Gelderland wordt opgeroepen. De provincie Gelderland spreekt in haar beleid bijvoorbeeld over een ‘licence to produce’ voor de agrarische sector. Als regio willen we dan ook versneld naar een duurzame landbouwsector toewerken. Maar niet alleen de landbouw verandert. Ook andere bedrijven en recreatiebedrijven ontwikkelen zich door.
Bovendien neemt het aantal ‘transformatieplekken’ in het buitengebied verder toe met nieuwe vrijkomende agrarische bedrijfslocaties. De regio zoekt een antwoord op de veranderingen op het platteland met behoud van vitaliteit en kwaliteit. De Regio FoodValley is ervan overtuigd dat doorgroei van agrarische en niet-agrarische bedrijven niet mogelijk is zonder voldoende maatschappelijk draagvlak en zonder dat dit leidt tot een betere kwaliteit van de leefomgeving en een duurzame veehouderij. We willen in de Regio FoodValley economische en duurzame ontwikkeling van bedrijven en een maatschappelijke dialoog met elkaar verbinden en verankeren in een nieuwe aanpak: de Menukaart. Met de Menukaart: • Helpen we ondernemers die zich duurzaam willen doorontwikkelen met extra fysieke groeiruimte (groter bouwblok); • Zorgen we voor het formuleren en vastleggen van tegenprestaties die leiden tot een betere kwaliteit van de leefomgeving; • Zetten we een buurtdialoog centraal in het proces zodat de samenleving meer betrokken raakt bij de economische ontwikkeling van het platteland. De Menukaart is voor alle acht gemeenten in Regio FoodValley opgesteld.
Bij de toepassing hebben gemeenten de mogelijkheid om nadere keuzes te maken over: • Het uitsluiten van gebieden voor extra uitbreiding van bedrijven • Het hanteren van een bovengrens aan de uitbreiding van de bouwblokken, tenzij in bestaand beleid al grenzen zijn bepaald. De provincie Utrecht geeft hier in haar provinciale beleid al richtlijnen voor. De provincie Gelderland laat dit meer open. • Het stellen van prioriteiten bij het realiseren van maatschappelijke investeringen • Specifieke randvoorwaarden die de gemeente aan de voorkant wil stellen en dus niet meetellen als maatschappelijke investering • Een breder toepassingsbereik van de Menukaart, naast de genoemde ontwikkeling van bedrijven in het buitengebied.
98 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Manifest van Salentein Datum van vaststelling: December 2017 Horizon: Het Manifest is door ketenpartners opgesteld als de gedeelde uitkomst van de Agrarische Conferentie op vrijdag 17 februari 2017 op De Dorsvloer van landgoed de Salentein in Nijkerk, van oudsher een boeren hofstede. De ketenpartners uit de agrarische sector spraken over versterking van ondernemerschap van agrarische ondernemers. Ze onderkennen dat veel agrariërs tegen cruciale keuzes aanlopen: investeren in de toekomst en voor welke markt? Of stoppen en wanneer en hoe dan? Tegelijk staat het ondernemerschap onder druk. Hoewel de landbouw onmisbaar is voor de agroketen, is het soms de schakel met een laag rendement op eigen vermogen en arbeid en een onevenredig groot risico. Dat laat weinig ruimte om te ondernemen laat staan te kiezen. De partijen onderschrijven een aantal wenselijke acties, gericht op het bieden van een duurzame toekomst aan de primaire sector in de regio FoodValley. Hiermee in feite aan de hele Agro & Food keten, want die heeft geen levensvatbaarheid zonder de landbouw. Dat tekent ook het belang van alle ketenpartners bij gezonde verdienmodellen voor de agrarische ondernemingen. Zo blijft de Agro-keten een krachtige bron voor de Nederlandse economie en interessant voor de wereld.
Alleen samen kunnen we een succesvolle Proeftuin van de wereld zijn! Partijen werken dit uit en zullen zich – elk op hun eigen wijze - zoveel als mogelijk inspannen om dit tot een succes te maken. De partners van het Manifest zien uit naar een Ministerie van Agro & Food als regisseur en belangenbehartiger
99 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen