CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Was-wordt verordeningen Rhenen

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Verordeningen participatiebeleid17.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Artikel 4. Benoeming en zittingsduur leden Cliëntenraad

Artikel 4. Benoeming en zittingsduur leden Cliëntenraad

Technisch

3.

28

personeels- en organisatiebeleid van de gemeente. Het opstellen van het jaarverslag gebeurt door de Cliëntenraad voor 1 maart van enig jaar.

Geen

Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Het college van Veenendaal benoemt en ontslaat de leden en de voorzitter. De benoeming van de leden vindt plaats op voordracht van de Cliëntenraad. Het college is niet gebonden aan de voordracht. De leden van de belangenorganisaties worden door die organisaties als kandidaat aangemeld. De voorzitter wordt via een sollicitatieprocedure voorgedragen. Het college kan ook een voorzitter voordragen. De Cliëntenraad kiest een secretaris, al dan niet uit haar midden. De zittingsduur van de voorzitter, de leden en de secretaris is, behoudens tussentijds aftreden, vier jaar. De leden treden af volgens het rooster van aftreden, maar blijven in functie totdat de nieuwe ledenzijn benoemd; de voorzitter, de leden van de belangenverenigingen en de individuele leden zijn direct herbenoembaar.

Artikel 5. Werving en selectie individuele leden Cliëntenraad 1. Alleen cliënten van de gemeente Rhenen, Renswoude of Veenendaal kunnen op individuele titel lid worden. 2. Aftredende leden kunnen zich direct herbenoembaar stellen met een maximum zittingstermijn van 8 jaren aaneensluitend. Verlenging vindt plaats na voordracht door de Cliëntenraad. 3. Na afloop van de reguliere zittingsperiode of als er geen

29

Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 1. Het college van Veenendaal benoemt en ontslaat de leden en de voorzitter. 2. De benoeming van de leden vindt plaats op voordracht van de Cliëntenraad. Het college is niet gebonden aan de voordracht, maar kan slecht met redenen omkleed afwijken van de voordracht. De leden van de belangenorganisaties worden door die organisaties als kandidaat aangemeld. 3. De voorzitter wordt via een sollicitatieprocedure voorgedragen. Het college kan ook een voorzitter voordragen. 4. De Cliëntenraad kiest een secretaris, al dan niet uit haar midden. 5. De zittingsduur van de voorzitter, de leden en secretaris is, behoudens tussentijds aftreden, vier jaar. 6. De leden treden af volgens het rooster van aftreden, maar blijven in functie totdat de nieuwe leden zijn benoemd; de voorzitter, de secretaris en de leden van de belangenorganisaties zijn direct herbenoembaar. Artikel 5. Werving en selectie individuele leden Cliëntenraad 1. Alleen cliënten van de gemeente Veenendaal, Rhenen of Renswoude kunnen op individuele titel lid worden. 2. Aftredende leden kunnen zich direct herbenoembaar stellen met een maximum zittingstermijn van 8 jaren aaneensluitend. Herbenoeming vindt plaats na voordracht door de Cliëntenraad. 3. Na afloop van de reguliere zittingsperiode of als er geen

Type wijziging

Reden: Verbeterde formulering.

Technisch Reden: Verbeterde formulering.

Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 geschikte reserve kandidaten voor een vacature beschikbaar zijn, worden alle uitkeringsgerechtigden van de afdeling Economie en Werk schriftelijk in de gelegenheid gesteld hun belangstelling kenbaar te maken voor de functie van lid van de Cliëntenraad. 4. De benoeming ter voorziening in tussentijds opengevallen plaatsen vindt bij voorkeur plaats binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature. 5. De voorzitter en tenminste één lid van de Cliëntenraad voeren een kennismakingsgesprek met belangstellenden. 6. Kandidaten voor de functie van lid worden aan het college voorgedragen, nadat het aspirant lid minimaal drie maanden heeft meegedraaid in de Cliëntenraad en deze kandidaat door de meerderheid van de Cliëntenraad geschikt is bevonden voor de functie. 7. Bij disfunctioneren van een lid kan de Cliëntenraad bij meerderheidsbesluit en met redenen omkleed het college voorstellen het betreffende lid te ontslaan. 8. Lidmaatschap eindigt binnen 3 maanden nadat betrokkene niet meer voldoen aan de voorwaarden onder lid 1. Artikel 6. Budget en vergoeding 1. Ten behoeve van de Cliëntenraad wordt jaarlijks een budget beschikbaar gesteld. 2. Ten laste hiervan komen vergoedingen en kosten die onder andere verband houden met deskundigheidsbevordering,

30

Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 geschikte reserve kandidaten voor een vacature beschikbaar zijn, worden alle cliënten van het team WI schriftelijk in de gelegenheid gesteld hun belangstelling kenbaar te maken voor de functie van lid van de Cliëntenraad. 4. De benoeming ter voorziening in tussentijds opengevallen plaatsen vindt bij voorkeur plaats binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature. 5. De voorzitter en tenminste één lid van de Cliëntenraad voeren een kennismakingsgesprek met belangstellenden. 6. Kandidaten voor de functie van lid worden aan het college voorgedragen, nadat het aspirant lid minimaal drie maanden heeft meegedraaid in de Cliëntenraad en deze kandidaat door de meerderheid van de Cliëntenraad geschikt is bevonden voor de functie. 7. Bij disfunctioneren van een lid kan de Cliëntenraad bij meerderheidsbesluit en met redenen omkleed het college voorstellen het betreffende lid te ontslaan. 8. Lidmaatschap eindigt binnen 3 maanden nadat betrokkene niet meer voldoet aan de voorwaarden onder lid 1.

Type wijziging

Artikel 6. Budget en vergoeding 1. Ten behoeve van de Cliëntenraad wordt jaarlijks een budget door het college beschikbaar gesteld, waartoe een begroting in overleg tussen de Cliëntenraad en het college wordt opgesteld.

Technisch Reden: Verbeterde formulering.

Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015

Type wijziging

het inwinnen van advies, achterbanraadpleging, kosten notulist en organisatiekosten. 3. De voorzitter, de secretaris en de leden ontvangen een door het college van Veenendaal vastgestelde vergoeding. 4. De vergoeding is een netto bedrag en wordt jaarlijks geïndiceerd aan de hand van de CBS indexlonen in de gesubsidieerde sector’.

Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 2. Ten laste hiervan komen vergoedingen en kosten die onder andere verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies, achterbanraadpleging, kosten notulist en organisatiekosten. 3. De voorzitter, de secretaris en de leden ontvangen een door het college vastgestelde vergoeding.

Artikel 7. Taken voorzitter en secretaris 1. Tot de taak van de voorzitter behoort: a. het vaststellen van de agenda; b. het bepalen van dag en uur van de vergadering; c. het handhaven van de orde; d. het schorsen van de vergadering; e. het peilen van meningen en het mededelen van de uitslagen van stemmingen; f. het bewaken van het beschikbaar gestelde budget; g. het vertegenwoordigen van de Cliëntenraad naar buiten. 2. Tot de taak van de secretaris behoort: a. het medeopstellen van de agenda; b. het tijdig verzenden van de agenda met bijbehorende stukken; c. het bijwonen van alle vergaderingen en het zorgdragen voor een verslag en een besluitenlijst; d. het opstellen van het jaarverslag; e. het mede zorgdragen voor de uitvoering van de besluiten

Artikel 7. Taken en bevoegdheden voorzitter en secretaris 1. Tot de taak van de voorzitter behoort: a. het vaststellen van de agenda; b. het bepalen van dag en uur van de vergadering; c. het leiden van de vergadering; d. het handhaven van de orde; e. het schorsen van de vergadering; f. het peilen van meningen en het mededelen van de uitslagen van stemmingen; g. het bewaken van het beschikbaar gestelde budget; h. het aangaan van verplichtingen die noodzakelijk zijn voor de voortgang en uitvoering van de taken van de Cliëntenraad, indien en voor zover de daarmee gepaard gaande kosten blijven binnen de vastgestelde begroting. i. vertegenwoordigen van de Cliëntenraad naar buiten.

Technisch

31

Reden: Verbeterde formulering.

Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 f.

g.

het bewaken van de voortgang en afhandeling van de uitgebrachte adviezen; de secretaris kan daarbij ondersteund worden door een notulist. De notulist maakt geenonderdeel uit van de Cliëntenraad. Hij ontvangt een door het college vastgestelde vergoeding, welke uit het budget van de Cliëntenraad betaald dient te worden.

Artikel 8. Vergaderingen en vergaderorden 1. De Cliëntenraad vergadert als regel elke maand, met uitzondering van de vakantieperiode. Minimaal twee keer per jaar vindt een vergadering plaats waarbij de portefeuillehouder van Veenendaal aanwezig is. 2. De vergaderingen zijn als regel openbaar, maar de Cliëntenraad kan besluiten een besloten of huishoudelijke vergadering te houden. 3. De agenda wordt zo mogelijk een week voor de vergadering aan de leden toegezonden.

32

Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 2. Tot de taak van de secretaris behoort: a. het medeopstellen van de agenda; b. het tijdig verzenden van de agenda met bijbehorende stukken; c. het bijwonen van alle vergaderingen en het zorgdragen voor een verslag en besluitenlijst; d. het opstellen van het jaarverslag;. e. het mede zorgdragen voor de uitvoering van de besluiten; f. het bewaken van de voortgang en afhandeling van de uitgebrachte adviezen; 3. De secretaris kan ondersteund worden door een notulist. De notulist maakt geen onderdeel uit van de Cliëntenraad. Hij ontvangt een door het college vastgestelde vergoeding, welke uit het jaarbudget van de Cliëntenraad betaald wordt. Artikel 8. Vergaderingen en vergaderorde 1. De Cliëntenraad vergadert als regel elke maand, met uitzondering van de vakantieperiode. Minimaal tweemaal per jaar vindt een vergadering plaats waarbij de portefeuillehouder van Veenendaal aanwezig is. 2. De vergaderingen zijn als regel openbaar, maar de Cliëntenraad kan besluiten een besloten of een huishoudelijke vergadering te houden. 3. De agenda wordt zo mogelijk een week voor de vergadering aan de leden toegezonden.

Type wijziging

Geen

Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 4. Ieder lid heeft het recht schriftelijk voorstellen aan de Cliëntenraad te doen. Deze voorstellen dienen bij de secretaris te worden ingediend. 5. Ieder lid heeft het recht agendapunten in te leveren bij de secretaris. 6. Ieder lid heeft het recht een voorstel betreffende de orde van de vergadering te doen. 7. Toehoorders bij een vergadering kunnen de voorzitter bij aanvang van de vergadering om spreektijd verzoeken. De voorzitter bepaalt of hieraan gevolg wordt gegeven. 8. De Cliëntenraad kan één of meer (externe) deskundigen uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of advies, voor zover het budget dat toelaat. 9. Het verslag van de vergadering en de besluitenlijst worden ter vaststelling aan de Cliëntenraad aangeboden in de eerstvolgende vergadering. 10. De Cliëntenraad mag niet beraadslagen of besluiten indien niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 11. Alle adviezen worden bij meerderheid van stemmen uitgebracht.

Artikel 9. Advisering 1. Het college vraagt de Cliëntenraad om advies over alle onderwerpen die vallen binnen het terrein van de Participatiewet. Dit betreft in ieder geval: a. De voorgenomen beleidskaders en verordeningen op de gebieden van

33

Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 4. Ieder lid heeft het recht schriftelijke voorstellen aan de Cliëntenraad te doen. Deze voorstellen worden bij de secretaris ingediend. 5. Ieder lid heeft het recht agendapunten in te leveren bij de secretaris. 6. Ieder lid heeft het recht een voorstel betreffende de orde van de vergadering te doen. 7. Toehoorders bij een vergadering kunnen de voorzitter bij aanvang van de vergadering om spreektijd verzoeken. De voorzitter bepaalt of hieraan gevolg wordt gegeven. 8. De Cliëntenraad kan één of meer (externe) deskundigen uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of advies, voor zover het budget dat toelaat. 9. Het verslag van de vergadering en de besluitenlijst worden ter vaststelling aan de Cliëntenraad aangeboden in de eerstvolgende vergadering. 10. De Cliëntenraad mag niet beraadslagen of besluiten indien niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 11. Alle adviezen worden bij meerderheid van stemmen uitgebracht.

Type wijziging

Artikel 9. Advisering 1. Het college vraagt de Cliëntenraad om advies over alle onderwerpen die vallen binnen het terrein van de Pw en aanverwante regelingen. Dit betreft in ieder geval: a. de voorgenomen beleidskaders en verordeningen op de

Technisch Reden: Verbeterde formulering.

Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015

2.

3.

4.

5.

6.

34

participatiebeleid, handhavingsbeleid en minimabeleid. b. Het voorgenomen uitvoeringsbeleid, zoals verwoord in beleidsnota’s van het college. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van invloed kan zijn op het te nemenbesluit door het college. Uitgangspunt is dat de Cliëntenraad tenminste twee weken de tijd heeft om een advies op testellen. Zoveel mogelijk houdt de gemeente daarbij rekening met de vergaderingen van de Cliëntenraad, zodat toelichting kan worden gegeven op het voorgenomen besluit. De Cliëntenraad geeft in ieder geval binnen zes weken een reactie op een gevraagd advies van de gemeente. De adviezen van de Cliëntenraad worden schriftelijk uitgebracht aan het college. Het college neemt binnen zes weken een beslissing op een gevraagd of ongevraagd advies van de Cliëntenraad en stelt de Cliëntenraad daarvan schriftelijk in kennis. Indien afgeweken wordt van een advies zal dit worden gemotiveerd. In het geval het advies van de Cliëntenraad een raadvoorstel betreft wordt door het college het advies van de Cliëntenraad bij het raadsvoorstel gevoegd en vermeld hoe het college het advies van de Cliëntenraad heeft betrokken bij de

Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 gebieden participatiebeleid, handhavingsbeleid, inkomensbeleid en minimabeleid; b. het voorgenomen uitvoeringsbeleid, zoals verwoord in beleidsnota’s van het college. 2. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van invloed kan zijn op het te nemen besluit door het college. 3. Uitgangspunt is dat de Cliëntenraad tenminste twee weken de tijd heeft om een advies op te stellen. Zoveel mogelijk houdt het college daarbij rekening met de vergaderingen van de Cliëntenraad, zodat toelichting kan worden gegeven op het voorgenomen besluit. De Cliëntenraad geeft in ieder geval binnen zes weken een reactie op een gevraagd advies van het college. 4. De adviezen van de Cliëntenraad worden schriftelijk uitgebracht aan het college. 5. Het college neemt binnen zes weken een beslissing op een gevraagd of ongevraagd advies van de Cliëntenraad en stelt de Cliëntenraad daarvan schriftelijk in kennis. Indien afgeweken wordt van een advies zal dit worden gemotiveerd. 6. In het geval het advies van de Cliëntenraad een raadsvoorstel betreft wordt door het college het advies van de Cliëntenraad bij het raadsvoorstel gevoegd en vermeld hoe het college het

Type wijziging

Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 totstandkoming van het raadsvoorstel.

Artikel 10. Ondersteuning 1. Het college van Veenendaal draagt er zorg voor dat de Cliëntenraad wordt ondersteund. 2. Zij voorziet de Cliëntenraad onder andere van informatie opdat de Cliëntenraad naar behoren kan functioneren. Het betreft informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te kunnen begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. 3. De manager van de afdeling Economie en werk woont in de regel een gedeelte van de vergaderingen bij. 4. Als daar behoefte aan is, kunnen ambtenaren toelichting geven op collegevoorstellen en/of andere vragen die passen binnen de reikwijdte van het takenpakket van de Cliëntenraad. Artikel 11. Regionale samenwerking 1. De gemeenten Rhenen, Renswoude en Veenendaal werken op basis van een dienstverleningsovereenkomst samen. De dienstverleningsovereenkomst omvat de beleidsvoorbereiding en uitvoering van taken van de Participatiewet en aanverwante regelingen. De gemeente Veenendaal is verantwoordelijk voor (algemene) beleidsvoorbereiding en uitvoering. 2. De vaststelling van beleid en verordeningen behoort niet tot

35

Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 advies van de Cliëntenraad heeft betrokken bij de totstandkoming van het raadsvoorstel. Artikel 10. Ondersteuning 1. Het college draagt er zorg voor dat de Cliëntenraad wordt ondersteund. 2. Het college voorziet de Cliëntenraad onder andere van informatie opdat de Cliëntenraad naar behoren kan functioneren. Het betreft informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te kunnen begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. 3. De teamleider van het team WI woont in de regel een gedeelte van de vergaderingen bij. 4. Als daar behoefte aan is kunnen ambtenaren toelichting geven op college voorstellen of andere vragen die passen binnen de reikwijdte van het takenpakket van de Cliëntenraad.

Type wijziging

Artikel 11. Regionale samenwerking 1. De gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude werken op basis van een dienstverleningsovereenkomst samen. De dienstverleningsovereenkomst omvat de beleidsvoorbereiding en uitvoering van taken van de Pw en aanverwante regelingen. De gemeente Veenendaal is verantwoordelijk voor (algemene) beleidsvoorbereiding en uitvoering. 2. De vaststelling van beleid en verordeningen behoort niet tot

Technisch

Technisch Reden: Verbeterde formulering en actualisatie.

Reden: Verbeterde formulering.

Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 de reikwijdte van de dienstverleningsovereenkomst. Deze bevoegdheden zijn en blijven voorbehouden aan het college c.q. de gemeenteraad van elk van de deelnemende gemeenten. 3. De beleidsadviezen van de Cliëntenraad zullen door de gemeente Veenendaal worden doorgeleid naar elk van de colleges. Besluitvorming over beleid vindt op lokaal niveau plaats. Besluitvorming over de uitvoering ligt bij de gemeente Veenendaal. 4. De gemeenten Rhenen en Renswoude kunnen besluiten om relevante beleidsstukken aan te bieden aan andere inspraakorganen dan de Cliëntenraad. Artikel 12. Nadere regels Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Over zaken waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. Artikel 13. Wijziging of intrekking verordening Wijziging of intrekking van deze verordening vindt niet plaats zonder dat de Cliëntenraad hierover is gehoord.

Artikel 14. Slotbepalingen 1. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2015. 2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening regionale cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015’.

36

Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 de reikwijdte van de dienstverleningsovereenkomst. Deze bevoegdheden zijn en blijven voorbehouden aan het college cq. de gemeenteraad van elk van de deelnemende gemeenten. 3. De beleidsadviezen van de Cliëntenraad zullen door het college worden doorgeleid naar de colleges van Rhenen en Renswoude. 4. Besluitvorming over de uitvoering ligt bij het college. 5. De gemeenten Rhenen en Renswoude kunnen besluiten om relevante beleidsstukken ook aan te bieden aan andere inspraakorganen dan de Cliëntenraad.

Type wijziging

Artikel 12. Nadere regels Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Over zaken waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. Artikel 13. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. Wijziging of intrekking van deze verordening vindt niet plaats zonder dat de Cliëntenraad hierover is gehoord. 2. De Verordening regionale cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2015 wordt ingetrokken. Artikel 14. Inwerkingtredingen citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening regionale cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022.

Geen

Technisch Reden: Geactualiseerde formulering.

Technisch Reden: Geactualiseerde formulering.

– WAS-WORDT TABEL – VERVANGING AFSTEMMINGSVERORDENING PARTICIPATIEWET, IOAW, IOAZ EN BBZ Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 Aanhef: Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 Aanhef: Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ

Type wijziging

Algemeen

Algemeen - Het woord ‘Participatiewet’ wordt vervangen ‘Pw’ - Het woord ‘verordening’ wordt ‘verordening’ - Het woord ‘Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt afgekort naar ‘IOAW’ - Het woord ‘Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt afgekort naar ‘IOAZ’ Artikel 1. Definities In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; b. benadelingsbedrag: nettouitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; c. bijstandsnorm: 1° toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Pw; of

Technisch

Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: - benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; - bijstandsnorm: 1° toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of 2° grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte

37

Inhoudelijk Reden: BBZ valt via een schakelbepaling (art 78f) ook onder de Participatiewet. We maken dit nu zichtbaar in de aanhef.

Reden: Verbeterde formulering.

Technisch Reden: Verbeterde formulering

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 werkloze werknemers of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen voor zover sprake is van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; - uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Artikel 2. Het besluit tot opleggen van een verlaging In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering als bedoeld in artikel 9a, twaalfde lid en artikel 18, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, van de Participatiewet, de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids-ongeschikte gewezen zelfstandigen worden in ieder geval vermeld: a. de reden van de verlaging; b. de duur van de verlaging; c. het bedrag of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd, en d. d.

indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging.

38

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 2° grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ voor zover sprake is van een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ; d. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen; e. gemeente: gemeente Rhenen; f. uitkering: een uitkering op grond van de Pw, de IOAW, de IOAZ of BBZ;

Type wijziging

Artikel 2. Het besluit tot opleggen van een verlaging In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering als bedoeld in artikel 9a, twaalfde lid en artikel 18, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, van de Pw, de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de IOAW en de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de IOAZ worden in ieder geval vermeld: a. de reden van de verlaging; b. de duur van de verlaging; c. het bedrag of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd; en d. indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging.

Geen

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 Artikel 3. Horen van belanghebbende 1. Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2. Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als: a. belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengenen zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; b. belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 Artikel 3. Horen van belanghebbende 1. Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2. Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als: a. belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; b. belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.

Type wijziging

Artikel 4. Afzien van verlaging 1. Het college ziet af van een verlaging als: a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; b. de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden; 2. Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3. Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Artikel 4. Afzien van verlaging 1. Het college ziet af van een verlaging als: a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; b. de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden; 2. Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3. Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Geen

Artikel 5. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging 1. Een verlaging wordt toegepast op de uitkering of bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van

Artikel 5. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging 1. Een verlaging wordt toegepast op de uitkering of bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de

Geen

39

Geen

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 de Participatiewet over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het opleggen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm. 2. Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd als belanghebbende binnen de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, opnieuw een uitkering ontvangt. 3. In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging toegepast ingaande de datum van aanvang van de uitkering voor zover deze nog niet is uitbetaald. Artikel 6. Berekeningsgrondslag 1. Een verlaging wordt berekend over de bijstandsnorm. 2. In afwijking van het eerste lid kan een verlaging worden toegepast op de bijzondere bijstand als: a. aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet, of b. de verwijtbare gedraging van belanghebbende in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft. 3. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel a, moet in de hoofdstukken 2, 3 en 4 ‘bijstandsnorm’ worden

40

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 Pw over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het opleggen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm. 2. Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd als belanghebbende binnen de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, opnieuw een uitkering ontvangt. 3. In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging toegepast ingaande de datum van aanvang van de uitkering voor zover deze nog niet is uitbetaald.

Type wijziging

Artikel 6. Berekeningsgrondslag 1. Een verlaging wordt berekend over de bijstandsnorm. 2. In afwijking van het eerste lid kan een verlaging worden toegepast op de bijzondere bijstand als: a. aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de Pw, of b. de verwijtbare gedraging van belanghebbende in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft. 3. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel a, moet in de hoofdstukken 2, 3 en 4 ‘bijstandsnorm’ worden gelezen als ‘bijstandsnorm inclusief de op

Geen

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 gelezen als ‘bijstandsnorm inclusief de op grond van artikel 12 van de Participatiewet verleende bijzondere bijstand’. 4. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, moet in de hoofdstukken 2, 3 en 4 ‘bijstandsnorm’ worden gelezen als ‘de verleende bijzondere bijstand’. Artikel 7. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9 en 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie: 1°. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; 2°. het onvoldoende nakomen van verplichtingen, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; 3°.

het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b,

41

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 grond van artikel 12 van de Pw verleende bijzondere bijstand’. 4. Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, moet in de hoofdstukken 2, 3 en 4 ‘bijstandsnorm’ worden gelezen als ‘de verleende bijzondere bijstand’.

Type wijziging

Artikel 7. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9 en 55 van de Pw niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie:1°. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Pw;2°. het onvoldoende nakomen van verplichtingen, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Pw, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Pw;3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Pw niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot

Technisch Reden: Gemeente van inwoning leidt tot verwarring en is niet juist. Deze tekst is weggehaald.

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; 4°. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet; c. derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18,vierde lid, van de Participatiewet. Artikel 7a. Niet meewerken aan taaltoets Als een belanghebbende niet meewerkt aan het afleggen van de taaltoets als bedoeld in artikel 18b,tweede lid, van de Participatiewet, wordt een verlaging opgelegd van: a. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand; b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast, vanwege het niet meewerken aan het afleggen van de taaltoets opnieuw schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging. Artikel 8. Gedragingen IOAW en IOAZ

42

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Pw;4°. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Pw;5.derde categorie: het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Pw. c. derde categorie: het niet naar vermogen proberen geaccepteerde arbeid te verkrijgen voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Pw.

Type wijziging

Artikel 7a. Niet meewerken aan taaltoets Als een belanghebbende niet meewerkt aan het afleggen van de taaltoets als bedoeld in artikel 18b, tweede lid, van de Pw, wordt een verlaging opgelegd van: a. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand; b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast, vanwege het niet meewerken aan het afleggen van de taaltoets opnieuw schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging.

Geen

Artikel 8. Gedragingen IOAW en IOAZ

Geen

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie: 1°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; 2°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeling de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37,eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3°.

het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in

43

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de IOAW of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie: 1°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; 2°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de

Type wijziging

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 artikel 37,eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; 4°. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en ge-deeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wetinkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; c. derde categorie: 1°. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2°. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; 3°.

het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel20, eerste lid, onder a of b, van de Wet

44

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de IOAW of artikel 38, eerste lid, van de IOAZ; 4°. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAZ; c. derde categorie: 1°. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2°. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; 3°. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a of b, van de IOAW of artikel 20, tweede lid, onder a of b, van de IOAZ; 4°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAZ, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

Type wijziging

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschiktewerkloze werknemers of artikel 20, tweede lid, onder a of b, van de Wet inkomensvoorziening ouderen gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; 4°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van deWet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de arti-kelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgangvinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022

Type wijziging

Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op: a. het geven van een schriftelijke waarschuwing bij gedragingen van de eerste categorie. b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.

Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op: a. het geven van een schriftelijke waarschuwing bij gedragingen van de eerste categorie; b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.

Geen

45

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 Artikel 10. Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende: a. één maand, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel b, f en g, van de Participatiewet; b. twee maanden, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel a, c, d, e en h, van de Participatiewet. Artikel 11. Verrekenen verlaging 1. Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel a, kan de verlaging worden toegepast over twee maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de daaropvolgende maand de helft van de verlaging wordt toebedeeld. 2. Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, kan de verlaging worden toegepast over drie maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de twee daaropvolgende maanden een derde van de verlaging wordt toebedeeld. 3. Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, wordt de verlaging toegepast over de maand van oplegging en de daaropvolgende maand. Artikel 12. Herziening verlaging op verzoek belanghebbende

46

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 Artikel 10. Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Pw niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand.

Type wijziging

Artikel 11. Verrekenen verlaging 1. Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel a, kan de verlaging worden toegepast over twee maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de daaropvolgende maand de helft van de verlaging wordt toebedeeld. 2. Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, kan de verlaging worden toegepast over drie maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de twee daaropvolgende maanden een derde van de verlaging wordt toebedeeld. 3. Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Pw, wordt de verlaging toegepast over de maand van oplegging en de daaropvolgende maand.

Geen

Artikel 12. Herziening verlaging op verzoek belanghebbende

Geen

Inhoudelijk Reden: Verplichte wijziging naar aanleiding van een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 Het college kan op verzoek van belanghebbende de verlaging van de uitkering herzien zodra uit houding en gedragingen van belanghebbende ondubbelzinnig is gebleken dat hij de geüniformeerde arbeidsverplichtingen zoals bedoeld in artikel 18 lid 4 van de Participatiewet nakomt.

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 Het college kan op verzoek van belanghebbende de verlaging van de uitkering herzien zodra uit houding en gedragingen van belanghebbende ondubbelzinnig is gebleken dat hij de geüniformeerde arbeidsverplichtingen zoals bedoeld in artikel 18 lid 4 van de Pw nakomt.

Type wijziging

Artikel 13. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2. De verlaging wordt vastgesteld op: a. bij een benadelingsbedrag tot € 1.000 geen verlaging; b. bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.500,-: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden; c. bij een benadelingsbedrag van € 2.500,- tot € 5000,-: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 9 maanden; d. bij een benadelingsbedrag van € 5000,- tot € 12.500,-: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden; e. bij een benadelingsbedrag van € 12.500,- tot € 50.000,-: 20 procent van de

Artikel 13. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Pw wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2. De verlaging wordt vastgesteld op: a. bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00: geen verlaging; b. bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.500,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden; c. bij een benadelingsbedrag van € 2.500,00 tot € 5000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 9 maanden; d. bij een benadelingsbedrag van € 5000,00 tot € 12.500,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden; e. bij een benadelingsbedrag van € 12.500,00 tot € 50.000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 18 maanden; f. bij een benadelingsbedrag van € 50.000,00 of meer: 20 procent van de

Geen

47

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 bijstandsnorm gedurende 18 maanden; f. bij een benadelingsbedrag van € 50.000,- of meer 20 procent van de bijstandsnorm gedurende24 maanden. 3. Een verlaging van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand wordt opgelegd indiener sprake is van: a. geen of te late aanvraag doen voor een voorliggende voorziening; b. het niet nakomen van de verplichting tot het instellen van een alimentatievordering; c. door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid; 4. Indien aan de belanghebbende bijzondere bijstand is verleend voor het vrijwillige eigen risico inde zorgverzekering, wordt een verlaging opgelegd ter hoogte van 100 procent over de daarvoor verleende bijzondere bijstand wegens het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voorde voorziening in het bestaan. Artikel 14. Verlaging bij verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van bestuurlijke boete Indien belanghebbende(n) geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, wordt een verlaging opgelegd van 100 procent gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de ingangsdatum van de uitkering;

48

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 bijstandsnorm gedurende 24 maanden. 3. Een verlaging van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand wordt opgelegd indien er sprake is van: a. geen of te late aanvraag doen voor een voorliggende voorziening; b. het niet nakomen van de verplichting tot het instellen van een alimentatievordering; c. door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid; 4. Indien aan de belanghebbende bijzondere bijstand is verleend voor het vrijwillige eigen risico in de zorgverzekering, wordt een verlaging opgelegd ter hoogte van 100 procent over de daarvoor verleende bijzondere bijstand wegens het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.

Type wijziging

Artikel 14. Verlaging bij verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van bestuurlijke boete Indien belanghebbende(n) geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, wordt een verlaging opgelegd van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de ingangsdatum van de uitkering.

Technisch Reden: Verbeterde formulering.

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 Artikel 15. Zeer ernstige misdragingen 1. Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Participatiewet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet, tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als bedoeld in artikel 37, eerst lid, onder g, van die wet of tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van: a. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het uitoefenen van fysiek geweld, schriftelijke bedreigingen of een combinatie van agressieve gedragingen als genoemd in artikel 15 lid 1 onderdeel b tegen de in het eerste lid genoemde personen; b. 50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het uitoefenen van fysiek geweldtegen materiële zaken, verbaal geweld, discriminatie en bij mondelinge bedreigingen gericht

49

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 Artikel 15. Zeer ernstige misdragingen 1. Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Pw als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die Pw, tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de IOAW als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g, van die wet of tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de IOAZ als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van: a. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het uitoefenen van fysiek geweld, schriftelijke bedreigingen of een combinatie van agressieve gedragingen als genoemd in onderdeel b tegen de in de aanhef genoemde personen; b. 50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het uitoefenen van fysiek geweld tegen materiële zaken, verbaal geweld, discriminatie en bij mondelinge bedreigingen gericht tegen de in de aanhef genoemde personen.

Type wijziging

Technisch Reden: Verbeterde formulering

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 tegen de in het eerste lid genoemde personen. Artikel 16. Niet nakomen van overige verplichtingen Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand of vermindering van de bijstand; b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot de arbeidsinschakeling of beëindiging van de bijstand. Artikel 17. Samenloop van gedragingen Als een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan twee of meer verwijtbare gedragingen welke tegelijkertijd worden geconstateerd en die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in artikel 2 van deze verordening, wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld.

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022

Type wijziging

Artikel 16. Niet nakomen van overige verplichtingen Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 55 van de Pw niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand of vermindering van de bijstand; b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot de arbeidsinschakeling of beëindiging van de bijstand.

Technisch

Artikel 17. Samenloop van gedragingen Als een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan twee of meer verwijtbare gedragingen welke tegelijkertijd worden geconstateerd en die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in artikel 2 van deze paragraaf, wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld.

Geen

Artikel 18. Recidive 1. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een

Artikel 18. Recidive 1. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een

Inhoudelijk

50

Reden: Verbeterde formulering

Reden: Verschil met de wijziging in artikel 10 zou anders

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 gedraging als bedoeld in de artikelen 7, onderdeel b of onderdeel c, 8, onderdeel b of c, 13, eerste lid, of 15 en 16 opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de verlaging verdubbeld; 2. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, zich schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in de artikelen 7,onderdeel b of onderdeel c, 8, onderdeel b of c, 13, eerste lid, of 15 en 16 wordt telkens de duur van de verlaging verdubbeld; 3. Als een belanghebbende binnen een periode twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop een schriftelijke waarschuwing is gegeven vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 7, onderdeel a of 8, onderdeel a, wederom niet tijdig de inschrijving als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf heeft verlengd, wordt een maatregel opgelegd van 10 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand; 4. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als

51

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 gedraging als bedoeld in de artikelen 7, onderdeel b of onderdeel c, 7a, onderdeel a of onderdeel b, 8, onderdeel b of c, 13, eerste lid, of 15 en 16 opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de verlaging verdubbeld; 2. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Pw, zich schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in de artikelen 7, onderdeel b of onderdeel c, 7a, onderdeel a of b, 8, onderdeel b of c, 13, eerste lid, of 15 en 16 wordt telkens de duur van de verlaging verdubbeld; 3. Als een belanghebbende binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop een schriftelijke waarschuwing is gegeven vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 7, onderdeel bof c, 7a, onderdeel a of b, 8, onderdeel a, wederom niet tijdig de inschrijving als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf heeft verlengd, wordt een maatregel opgelegd van 10 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand; 4.

Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Pw, opnieuw schuldig maakt aan een

Type wijziging

buiten proportioneel zijn

Huidige tekst (was) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 bedoeld in artikel 18,vierde lid, van de Participatiewet, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden. 5. Wanneer belanghebbende zich schuldig heeft gemaakt aan drie of meer verwijtbare gedragingen in een periode van 24 maanden, kan door het college een verlaging voor ten hoogste drie maanden worden opgelegd. Dit geldt niet wanneer lid 4 van dit artikel van toepassing is. Deze periode vangtaan op de dag van bekendmaking van het besluit waarbij een verlaging is opgelegd naar aanleiding van de eerste verwijtbare gedraging.

Artikel 19. Samenloop bij weigeren uitkering IOAW/IOAZ Als het college de uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening ouder een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 20, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen blijvend of tijdelijk weigert en de gedraging die tot deze weigering heeft geleid tevens op grond van deze verordening tot een verlaging zou kunnen leiden, blijft een verlaging ter zake van die gedraging achterwege. Artikel 20. Intrekken oude verordening De Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Rhenen 2015 wordt ingetrokken.

52

Nieuwe tekst (wordt) Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Rhenen 2022 verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Pw, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden. 5. Wanneer belanghebbende zich schuldig heeft gemaakt aan drie of meer verwijtbare gedragingen in een periode van 24 maanden, kan door het college een verlaging voor ten hoogste drie maanden worden opgelegd. Dit geldt niet wanneer lid 4 van dit artikel van toepassing is. Deze periode vangt aan op de dag van bekendmaking van het besluit waarin de maatregel is opgelegd naar aanleiding van de eerste verwijtbare gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 4 van deze verordening. Artikel 19. Samenloop wij weigeren uitkering IOAW/IOAZ Als het college de uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, van de IOAW of artikel 20, tweede lid, van de IOAZ blijvend of tijdelijk weigert en de gedraging die tot deze weigering heeft geleid tevens op grond van deze paragraaf tot een verlaging zou kunnen leiden, blijft een verlaging ter zake van die gedraging achterwege.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11050036/1