Bijlage 7 Was-wordt verordeningen Rhenen
Tekst van het document
Inhoud 1
– Was-wordt tabel – vervanging Re-integratieverordening ...........................................................2
2
– Was-wordt tabel – vervanging Verordening Loonkostensubsidie ............................................. 15
3
– Was-wordt tabel – vervanging Verordening Individuele Inkomenstoeslag Rhenen 2020 .......... 18
4
– Was-wordt tabel – vervanging Verordening tegenprestatie Participatiewet Rhenen 2017 ........ 21
5
– Was-wordt tabel – vervanging Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015............. 26
6
– Was-wordt tabel – vervanging Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 37
1
– WAS-WORDT TABEL – VERVANGING RE-INTEGRATIEVERORDENING
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 Algemeen
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 Algemeen - Het woord ‘wet’ wordt vervangen met ‘Pw’ - Het woord ‘belanghebbende’ wordt vervangen met ‘persoon’ Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1. de doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Pw; 2.een grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt van een persoon is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; 3.een korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt van een persoon is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; 4. langdurig werkloze: een persoon die 12 maanden of langer geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; 5.loonkosten: het brutoloon inclusief vakantiegeld en wettelijke werkgeverslasten; 6.meeneembare voorziening: een op een medewerker met een arbeidsbeperking toegesneden hulpmiddel dat noodzakelijk is om naar behoren de werkzaamheden te kunnen verrichten als het gaat om een voorziening die niet aard- en nagelvast is en waarover een werkgever normaliter niet beschikt. Artikel 2a. Re-integratievoorziening 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 6, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4, 5, 7 en 8, aanbieden aan personen die
Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: • de doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; • een grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt van een persoon is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; • een korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt van een persoon is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; • langdurig werkloze: een persoon die 12 maanden of langer geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; • loonkosten: het brutoloon inclusief vakantiegeld en wettelijke werkgeverslasten; • meeneembare voorziening: een op een medewerker met een arbeidsbeperking toegesneden hulpmiddel dat noodzakelijk is om naar behoren de werkzaamheden te kunnen verrichten het gaat om een voorziening die niet aard- en nagelvast is en waarover een werkgever normaliter niet beschikt. • de wet: de Participatiewet.
Artikel 2a. Evenwichtige verdeling en financiering 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 6, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 8, aanbieden aan personen die behoren tot
2
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering Technisch Reden: Verbeterde formulering
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Bij het aanbieden van een reintegratievoorziening aan een nietuitkeringsgerechtigde geldt het volgende: a. er wordt bij voorkeur een groepsgerichte activiteit ingezet; b. er wordt bij het inzetten van een andere voorziening een afweging gemaakt tussen kosten en baten. 4. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 5. Het college zendt jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Bij het aanbieden van een reintegratievoorziening aan een nietuitkeringsgerechtigde geldt het volgende: a. er wordt bij voorkeur een groepsgerichte activiteit ingezet; b. er wordt bij het inzetten van een andere voorziening een afweging gemaakt tussen kosten en baten. 4. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon waarbij: a. de omstandigheden in ieder geval betrekking hebben op zorgtaken van die persoon, waaronder in ieder geval wordt verstaan: i. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; of ii. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg; en
Artikel 2b. Budget- en subsidieplafonds Het college kan een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen zoals genoemd in hoofdstuk 3. Het bereiken van een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond, vormt een weigeringsgrond
3
b. de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk 5. Het college zendt vijfjaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad. Artikel 2b. Budget- en subsidieplafonds 1. Het college kan een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen zoals genoemd in de hiernavolgende artikelen.
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 bij de aanspraak op een specifieke voorziening, onverlet artikel 7 van de Wet.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 2. Het bereiken van een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond, vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening, onverlet artikel 7 van de Pw. Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2. Het college biedt uitsluitend een voorziening bij een werkgever aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 3. Het college kan een beslissing tot het aanbieden van een voorziening herzien of intrekken als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de Pw, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon
Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2. Het college biedt uitsluitend een voorziening bij een werkgever aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 3. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen
4
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
5
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. Artikel 4. Werkstage 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep, en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft doorlangdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Een werkstage wordt ingezet voor drie maanden met een maximale eenmalige verlenging van drie maanden. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd:
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Pw; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
Artikel 4. Werkstage 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep; en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Een werkstage wordt ingezet voor drie maanden met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging van maximaal drie maanden.
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 a. het doel van de werkstage, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage; en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt.
Artikel 5. Sociale activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover er een reële kans bestaat dat deze op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon.
Artikel 5. Sociale activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover er een reële kans bestaat dat deze op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer kan door deze werkgever door middel van een detacheringsconstructie te werk worden gesteld bij een inlener. 3. De werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 7. Scholing 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. het is gericht op arbeidsinschakeling; b. het is gericht op het behalen van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt;
Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer kan door deze werkgever door middel van een detacheringsconstructie te werk worden gesteld bij een inlener. 3. De werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 7. Scholing 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. het is gericht op arbeidsinschakeling, en b. het is gericht op het behalen van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt, en
6
Type wijziging
Geen
Geen
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 c. de scholing dient kortdurend te zijn en gericht op snelle arbeidsinschakeling, en d. de meest doelmatige scholingsmogelijkheid dient te worden benut. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Pw.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 c. de scholing is kortdurend en gericht op snelle arbeidsinschakeling; en d. de meest doelmatige scholingsmogelijkheid wordt benut. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Pw. Artikel 8. Proefplaatsing 1. Het college kan een persoon een proefplaatsing aanbieden. 2. Een proefplaatsing betreft het verrichten van reguliere werkzaamheden bij een werkgever met behoud van uitkering met als doel de inschakeling van de persoon in reguliere arbeid te bevorderen. 3. Een proefplaatsing wordt toegekend voor maximaal twee maanden. 4. De proefplaatsing kan steeds met periodes van maximaal twee maanden worden verlengd tot een maximumduur van in totaal zes maanden indien: a. in de persoon gelegen factoren een langere periode noodzaken; b. de persoon in deze periode langer dan een week ziek is geweest; c. de werkgever aan kan tonen dat verlengen in dit specifieke geval noodzakelijk is; of d. meer tijd nodig is om de loonwaarde te bepalen. 5. Voorafgaand aan de proefplaatsing worden in een schriftelijke overeenkomst tussen college en de werkgever in ieder geval afspraken gemaakt over: a. het doel van de proefplaatsing; b. de duur van de proefplaatsing;
Artikel 8. Proefplaatsing 1. Een proefplaatsing betreft het verrichten van, reguliere werkzaamheden bij een werkgever met behoud van uitkering met als doel de inschakeling van de belanghebbende in reguliere arbeid te bevorderen. 2. Een proefplaatsing wordt toegekend voor maximaal twee maanden. 3. De proefplaatsing als bedoeld in het voorgaande lid kan steeds met periodes van maximaal twee maanden worden verlengd tot een maximumduur van in totaal zes maanden indien: a. in de persoon van de belanghebbende gelegen factoren een langere periode noodzaken b. belanghebbende deze periode langer dan een week ziek is geweest; c. de werkgever aan kan tonen dat verlengen in dit specifieke geval noodzakelijk is; d. meer tijd nodig is om de loonwaarde te bepalen. 4. Voorafgaand aan de proefplaatsing worden in een schriftelijke overeenkomst tussen college en de werkgever in ieder geval afspraken gemaakt over: a. het doel van de proefplaatsing; b. de duur van de proefplaatsing;
7
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
8
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 c. dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:160 Burgerlijk Wetboek; d. dat de werkgever tijdens de proefplaatsing geen salaris is verschuldigd; e. de wijze van begeleiding; f. een intentieverklaring dat de werkgever belanghebbende, bij gebleken geschiktheid, na de proefplaatsing een dienstverband van minimaal zes maanden aanbiedt voor minimaal het aantal uren dat voor de proefplaatsing is overeengekomen, tenzij tijdens de proefplaatsing blijkt dat de uren in het belang van belanghebbende verlaagd moet worden. g. dat de werkgever tijdens de proefplaatsing voor de belanghebbende een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering afsluit en de gemeente vrijwaart voor alle in- en buitengerechtelijke aanspraken op vergoeding van eventuele schades; h. h. het feit dat door de proefplaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; en, i. i. dat belanghebbende de werkzaamheden zal verrichten conform de voor de betreffendefunctie en werkzaamheden geldende voorschriften en wettelijke bepalingen. 5. Een proefplaatsing kan niet worden aangeboden indien belanghebbende eerder bij de
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 c. dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:160 Burgerlijk Wetboek; d. dat de werkgever tijdens de proefplaatsing geen salaris is verschuldigd; e. de wijze van begeleiding; f. een intentieverklaring dat de werkgever de persoon, bij gebleken geschiktheid, na de proefplaatsing een dienstverband van minimaal zes maanden aanbiedt voor minimaal het aantal uren dat voor de proefplaatsing is overeengekomen, tenzij tijdens de proefplaatsing blijkt dat de uren in het belang van de persoon verlaagd moet worden; g. dat de werkgever tijdens de proefplaatsing voor de persoon een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering afsluit en de gemeente vrijwaart voor alle in- en buitengerechtelijke aanspraken op vergoeding van eventuele schades; h. het feit dat door de proefplaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; en i. dat de persoon de werkzaamheden zal verrichten conform de voor de betreffende functie en werkzaamheden geldende voorschriften en wettelijke bepalingen. 6. Een proefplaatsing kan niet worden aangeboden indien de persoon eerder bij de betreffende werkgever, organisatie of inlener
Type wijziging
9
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 betreffendewerkgever, organisatie of inlener heeft gewerkt of stage heeft gelopen in dezelfde of vergelijkbare functie, tenzij er sprake is van gewijzigde omstandigheden die naar het oordeel van het college een proefplaatsing rechtvaardigen.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 heeft gewerkt of stage heeft gelopen in dezelfde of vergelijkbare functie, tenzij er sprake is van gewijzigde omstandigheden die naar het oordeel van het college een proefplaatsing rechtvaardigen.
Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken wordende volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Voor zover nodig worden aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: a. dagbesteding zoals bedoeld als maatwerkvoorziening binnen de Wmo Veenendaal; b. sociale activering als bedoeld in artikel 5; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoel in artikel 11; e. schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Pw, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken worden de volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Voor zover nodig worden aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Pw, daarnaast de volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: a. dagbesteding als zoals bedoeld als maatwerkvoorziening binnen de Wmo Rhenen; b. sociale activering als bedoeld in artikel 5; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoel in artikel 11; e. schuldhulpverlening als bedoeld in de verordening schuldhulpverlening Rhenen.
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 Artikel 10. Ondersteuning bij leerwerktraject 1. Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 Artikel 10. Ondersteuning bij leerwerktraject 1. Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep als het college van oordeel is dat een leerwerktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leerwerktraject en het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten. Artikel 12. Loonkostensubsidie als re-integratievoorziening 1. Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan een werkgever die een arbeidsovereenkomst sluit met een medewerker die naar de mening van het college een afstand tot de arbeidsmarkt heeft en deze subsidie een bijdrage levert aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college stelt de maximale hoogte, als percentage van de loonkosten, en de maximale duur van de loonkostensubsidie vast. 3.
Minimaal eenmaal per twaalf maanden beoordeelt het college of de loonkostensubsidie bedoelt in
Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten. Artikel 12. Loonkostensubsidie als reintegratievoorziening (Ten behoeve van de loonkostensubsidie voor personen met een arbeidsbeperking bestaat er een separate verordening) 1. Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan een werkgever die een arbeidsovereenkomst sluit met een medewerker die naar de mening van het college een afstand tot de arbeidsmarkt heeft en deze subsidie een bijdrage levert aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college stelt de maximale hoogte, als percentage van de loonkosten, en de maximale duur van de loonkostensubsidie vast.
10
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Geen
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 3. Minimaal één maal per twaalf maanden beoordeelt het college of de loonkostensubsidie bedoelt in lid 1, nog steeds bijdraagt aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt van de medewerker als bedoeld in hetzelfde lid. Artikel 13. Uitstroompremie Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 lid 1, nog steeds bijdraagt aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt van de medewerker als bedoeld in hetzelfde lid.
Artikel 13. Uitstroompremie Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid.
Geen
Artikel 14 Meeneembare voorzieningen 1. Definities: a. Belanghebbende in de zin van dit artikel: de medewerker met een arbeidsbeperking die een meeneembare voorziening nodig heeft. 2. Aan een belanghebbende kan een meeneembare voorziening dan wel een vergoeding voor de aanschaf daarvan worden toegekend voor zover aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de meeneembare voorziening is naar verwachting gedurende minimaal zes maanden noodzakelijk om de belanghebbende zijn of haar werk te kunnen laten uitvoeren; b. er is sprake van een dienstverband voor de duur van tenminste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week; c. er kan voor de meeneembare voorziening geen beroep worden gedaan op een voorliggende voorziening; d. de meeneembare voorziening behoort niet tot de standaarduitrusting van de belanghebbende en is evenmin algemeen
Artikel 14. Meeneembare voorzieningen 1. Aan een medewerker met een arbeidsbeperking die een meeneembare voorziening nodig heeft, kan een meeneembare voorziening dan wel een vergoeding voor de aanschaf daarvan worden toegekend als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de meeneembare voorziening is naar verwachting gedurende minimaal zes maanden noodzakelijk om de medewerker zijn of haar werk te kunnen laten uitvoeren; b. er is sprake van een dienstverband voor de duur van tenminste zes maanden en voor minimaal 12 uur per week; c. er kan voor de meeneembare voorziening geen beroep worden gedaan op een voorliggende voorziening; d. de meeneembare voorziening behoort niet tot de standaarduitrusting van de medewerker en is evenmin algemeen
Technisch
11
Type wijziging
Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 gebruikelijk binnen de betreffende branche; en, e. de kosten van de mee te nemen voorziening dienen proportioneel te zijn. 3. In afwijking van artikel 2 onder b kan een meeneembare voorziening ook worden toegekend bij een proefplaatsing met behoud van uitkering. 4. Bij de keuze van een mee te nemen voorziening wordt gekozen voor de meest adequate en goedkoopste oplossing. 5. Een meeneembare voorziening die in natura wordt toegekend wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld aan de belanghebbende tenzij sprake is van een individuele maatwerkvoorziening of dat bruikleen gezien de aard van de voorziening niet mogelijk of wenselijk is.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 gebruikelijk binnen de betreffende branche; en e. de kosten van de mee te nemen voorziening zijn proportioneel 2. In afwijking van artikel 2 onder b. kan een meeneembare voorziening ook worden toegekend bij een proefplaatsing met behoud van uitkering. 3. Bij de keuze van een mee te nemen voorziening wordt gekozen voor de meest adequate en goedkoopste oplossing. 4. Een meeneembare voorziening die in natura wordt toegekend wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld aan de medewerker tenzij sprake is van een individuele maatwerkvoorziening of dat bruikleen gezien de aard van de voorziening niet mogelijk of wenselijk is.
Artikel 15. Nadere regels Het college stelt bij nadere regels vast: 1. Onder welke voorwaarden, welke personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid onderdeel a en werkgevers van deze personen in aanmerking komen voor de voorzieningen in deze verordening. 2. Welke regels gelden voor het aanbod van scholing of opleiding en voor de premie en de hoogte van die premie indien additionele werkzaamheden worden verricht als bedoeld in artikel 10a van de wet. 3. Vwb Beschut werk a. op welke wijze wordt bepaald welke personen in aanmerking komen voor de ambtshalve vaststelling, bedoeld in artikel 10b eerste lid van de wet; b. welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden om de
Artikel 15. Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen over: 1. Onder welke voorwaarden, welke personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid onderdeel a Pw, en werkgevers van deze personen in aanmerking komen voor de voorzieningen in deze verordening. 2. De hoogte en de duur van de loonkostensubsidie waarvoor een werkgever in aanmerking komt zoals genoemd in artikel 12. 3. Welke regels gelden voor het aanbod van scholing of opleiding en voor de premie en de hoogte van die premie indien additionele werkzaamheden worden verricht als bedoeld in artikel 10a van de Pw. 4. Beschut werk: a. op welke wijze wordt bepaald welke personen in
12
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 onder 4a bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken; c. de wijze waarop de omvang van het aanbod van de voorziening, bedoeld in artikel 10beerste lid, wordt vastgesteld.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 aanmerking komen voor de ambtshalve vaststelling, bedoeld in artikel 10b eerste lid van de Pw; b. welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden om de onder 10b eerste lid van de Pw; bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken; c. de wijze waarop de omvang van het aanbod van de voorziening, bedoeld in artikel 10b eerste lid van de Pw, wordt vastgesteld. Artikel 16. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Re- integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 wordt ingetrokken.
Artikel 16. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Re- integratieverordening Veenendaal 2013 wordt ingetrokken. 2. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Re- integratieverordening Veenendaal 2013, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Reintegratieverordening Veenendaal 2013 voor de duur: a. van 12 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3. Het college kan na afloop van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet. 4. De Re- integratieverordening Veenendaal 2013 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede lid. Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel
13
Artikel 17. Inwerkingtredingen citeertitel
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Technisch
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2019 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Reintegratieverordening Participatiewet Veenendaal 2015.
Re-integratieverordening Participatiewet Rhenen 2022 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Reintegratieverordening Participatiewet Rhenen 2022
14
Type wijziging
Reden: Verbeterde formulering.
2
– WAS-WORDT TABEL – VERVANGING VERORDENING LOONKOSTENSUBSIDIE
Huidige tekst (was) Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Rhenen 2017 Dit artikel is nieuw. De nummering van de volgende artikelen is op basis hiervan aangepast.
Artikel 1. Vaststelling wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort 1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel, van de Participatiewet, of als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet, en b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.
15
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Rhenen 2022 Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Loonwaarde: De loonwaarde is de waarde van de arbeidsprestatie van een (potentiele) werknemer in een bepaalde functie op een bepaald moment waarbij die arbeidsprestatie wordt vergeleken met de arbeidsprestatie in de normfunctie. b. Pw: Participatiewet c. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen Artikel 2. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort 1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Pw, of als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de Pw; b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen; en c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.
Type wijziging
Technisch Reden: Tekstuele aanvulling in verband met de structuur van de verordening.
Technisch Reden: gebruik afkortingen / kortere formulering
Huidige tekst (was) Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Rhenen 2017 3.
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) kan het college adviseren met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het UWV neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Artikel 2. Vaststelling loonwaarde 1. Het college past een loonwaarde methodiek toe om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. 2. De loonwaarde is de waarde van een arbeidsprestatie van een (potentiële) werknemer in een bepaalde functie op een bepaald moment. Die arbeidsprestatie wordt vergeleken met de arbeidsprestatie in de normfunctie/ 3. De loonwaarde wordt bepaald door gecertificeerde arbeidskundigen van het UWV volgens de loonwaarde methodiek van het UWV. 4. De methodiek voldoet aan de volgende kwaliteitseisen: a. De loonwaarde hangt niet af van degene die de loonwaarde bepaalt; b. Het is transparant hoe de loonwaarde tot stand is gekomen; c. De methode is inzichtelijk en beschreven; d. De methode is betrouwbaar; e. De methode bevat richtlijnen om te komen tot de loonwaarde van een
16
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Rhenen 2022 3. Het UWV kan het college adviseren met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het UWV neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.
Type wijziging
Artikel 3. Vaststelling loonwaarde 1. Het college past een loonwaarde methodiek toe om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. 2. De loonwaarde wordt bepaald door gecertificeerde arbeidsdeskundigen van het UWV volgens de Loonwaardemethodiek van het UWV. 3. Het college kan ook andere deskundigen aanwijzen. 4. De methodiek die gebruikt wordt door deskundigen zoals omschreven in lid 2 en 3 voldoet aan de volgende kwaliteitseisen: a. de loonwaarde hangt niet af van degene die de loonwaarde bepaalt; b. het is transparant hoe de loonwaarde tot stand komt; c. de methode is inzichtelijk beschreven; d. de methode is betrouwbaar; en e. de methode bevat richtlijnen om te komen tot de loonwaarde van een werknemer op een werkplek, die de
Inhoudelijk Reden: Om een loonwaardemeting snel, goed en vakkundig uit te laten voeren is het handig om een ruimere mogelijkheid te hebben dit te kunnen laten doen door partijen/deskundigen die geschoold zijn in de uniforme loonwaardenmethodiek Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Rhenen 2017 werknemer op een werkplek, die de prestatie van de werknemer weergeeft. Betreft een nieuw artikel
Artikel 3. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Veenendaal 2015.
17
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Rhenen 2022 prestatie van de werknemer weergeeft.
Type wijziging
Artikel 4. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Rhenen 2017 wordt ingetrokken.
Technisch
Artikel 5. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Rhenen 2022.
Technisch
Reden: Actualisatie van de tekst
Reden: Actualisatie van de tekst
3
– WAS-WORDT TABEL – VERVANGING VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG RHENEN 2020
Huidige tekst (was) Verordening Individuele Inkomenstoeslag Rhenen 2020 Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: • inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet, en de algemene bijstand met dien verstande dat voor de zinsnede 'een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan' moet worden gelezen 'de referteperiode'. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag alsi nkomen gezien; • peildatum: datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt; • referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum.
Type wijziging
Artikel 2. Lndienen verzoek Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend via een door het college vastgesteld formulier. Artikel 3. Langdurig laag inkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen in elke maand niet hoger is dan de 105% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Individuele Inkomenstoeslag Rhenen 2022 Artikel 1. Definities In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Pw, en de algemene bijstand met dien verstande dat voor de zinsnede 'een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan' moet worden gelezen 'de referteperiode'. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de Pw, voor de beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag als inkomen gezien; b. peildatum: datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt; c. referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Artikel 2. Lndienen van een verzoek Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Pw, wordt ingediend via een door het college vastgesteld formulier. Artikel 3. Langdurig laag inkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Pw als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen in elke maand niet hoger is dan de 105% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Artikel 4. Hoogte individuele inkomenstoeslag
Artikel 4. Hoogte individuele inkomenstoeslag
Technisch
18
Technisch Reden: Tekstuele wijziging
Geen
Technisch Reden: Tekstuele wijziging
Huidige tekst (was) Verordening Individuele Inkomenstoeslag Rhenen 2020 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. € 350 voor een alleenstaande; b. € 450 voor een alleenstaande ouder; c. € 500 voor gehuwden. 2. Als een van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's.
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Individuele Inkomenstoeslag Rhenen 2022 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. € 378,00 voor een alleenstaande; b. € 485,00 voor een alleenstaande ouder; c. € 540,00 voor gehuwden. 2. Als een van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Pw, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3. Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's.
Type wijziging
Artikel 5. Intrekken oude verordening De 'Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2015' wordt ingetrokken.
Artikel 5. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Verordening individuele inkomenstoeslag Rhenen 2020 wordt ingetrokken. Artikel 6. Inwerkingtredingen citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele inkomenstoeslag Rhenen 2022.
Technisch
Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 mei 2020. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
19
Reden: Bedragen geactualiseerd
Reden: Actualisatie
Technisch Reden: Actualisatie
Huidige tekst (was) Verordening Individuele Inkomenstoeslag Rhenen 2020 inkomenstoeslag gemeente Rhenen 2020.
20
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Individuele Inkomenstoeslag Rhenen 2022
Type wijziging
4
– WAS-WORDT TABEL – VERVANGING VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET RHENEN 2017
Huidige tekst (was) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2017 Algemeen
Artikel 1. Begrippen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: • uitkering: een uitkering op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de van de Wet • Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen(IOAZ); • vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald wordt verricht, vooranderen of de samenleving; • tegenprestatie: het verrichten van naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing van de arbeidsmarkt; • mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke
21
Nieuwe tekst (wordt) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2022 Algemeen Het woord “belanghebbende” wordt vervangen door “persoon” Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; b. cliënt: inwoner die een vorm van ondersteuning ontvangt van de gemeente op grond van de Wmo, Pw etc.; c. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen; d. gemeente: gemeente Rhenen; e. ingezetene of inwoner: een natuurlijke persoon die zijn woonstede heeft in Rhenen. Dit kan ook een exgedetineerde betreffen van wie duidelijk is dat hij zijn woonstede heeft in Rhenen, althans voor zover niet blijkt dat hij door zijn wil en daden zijn woonstede in Rhenen heeft willen opgeven (zie artikelen 1:10 en 1:11 BW); f. mantelzorg: mantelzorg als bedoeld als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo; g. Pw: Participatiewet h. tegenprestatie: het verrichten van naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering Technisch Reden: Verbeterde formulering.
Huidige tekst (was) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2017 zorg van huisgenote nvoor elkaar overstijgt. 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet Werk en bijstand, de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 2. Inhoud van een tegenprestatie 1. Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: a. naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; b. niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; c. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht en d. niet leiden tot verdringing.
Artikel 3. Het opdragen van een tegenprestatie 1. Het college kan personen die een uitkering ontvangen opdragen een tegenprestatie te verrichten.
22
Nieuwe tekst (wordt) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2022 verdringing van de arbeidsmarkt; i. uitkering: een uitkering op grond van de Pw, de IOAW en de IOAZ; j. vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor anderen of de samenleving; Artikel 2. Inhoud van een tegenprestatie 1. Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: a. naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; b. niet zijn bedoeld als reintegratie instrument; c. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht en d. niet leiden tot verdringing van de arbeidsmarkt. 2. Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke aanvullende voorwaarden gelden voor zover daarover in deze verordening geen bepalingen zijn opgenomen. Artikel 3. Het opdragen van een tegenprestatie 1. Het college kan personen die een uitkering ontvangen opdragen een tegenprestatie te verrichten.
Type wijziging
Technisch Reden: Vaststellen van nadere regels kan in beleidsregels.
Technisch Reden: - Verbeterde formulering - Beschikking wordt omschreven in de
Huidige tekst (was) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2017 2. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: a. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; b. de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen; c. de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in overweging worden genomen. 3. De verplichting tot een tegenprestatie naar vermogen wordt middels een beschikking door de medewerker van de gemeente opgelegd, met als bijlage een plan van aanpak waarin de afspraken met de klant en de tegenprestatieplaats zijn vastgelegd. Artikel 4. Duur en omvang van een tegenprestatie 1. De tegenprestatie kan maximaal voor de duur van 1 jaar worden opgedragen. 2. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 4 uur per week.
23
Nieuwe tekst (wordt) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2022 2. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: a. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een persoon; b. de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een persoon moeten in aanmerking worden genomen; en c. de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een persoon moeten in overweging worden genomen.
Type wijziging
Artikel 4. Duur en omvang van een tegenprestatie 1. De tegenprestatie kan maximaal voor de duur van één jaar worden opgedragen. 2. De termijn van één jaar zoals bedoeld in het eerste lid, kan twee keer worden verlengd met één jaar zodat de maximale duur waarover
Inhoudelijk
beleidsregel (artikel 3.3 bij was)
Reden: Op basis van de Evaluatie Tegenprestatie van begin 2020.
Huidige tekst (was) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2017
Artikel 5. Vrijstelling 1. Het college draagt geen tegenprestatie op indien: a. de belanghebbende ten tijde van de aanvraag voor een uitkering voor ten minste 4 uur per week vrijwilligerswerk verricht, dat te beschouwen is als een maatschappelijk nuttige activiteit; b. de belanghebbende deelneemt aan activiteiten in het kader van een reintegratie- traject; c. de belanghebbende zorgtaken verricht als mantelzorger voor ten minste 4 uur per week; d. de belanghebbende een parttime baan heeft voor ten minste 4 uur per week.
Artikel 6. Verslag over beleid 1. Het college zendt jaarlijks aan de gemeenteraad waarin de uitvoering van de Tegenprestatie wordt geëvalueerd. 2. Het verslag, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat het
24
Nieuwe tekst (wordt) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2022 een tegenprestatie kan worden opgelegd, drie jaar bedraagt. Dit hoeven geen aaneengesloten jaren te zijn. 3. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 4 uur per week. Artikel 5. Vrijstelling 1. Het college draagt geen tegenprestatie op indien: a. de persoon ten tijde van de aanvraag voor een uitkering voor ten minste 4 uur per week vrijwilligerswerk verricht, dat te beschouwen is als een maatschappelijk nuttige activiteit; b. de persoon deelneemt aan activiteiten in het kader van een reintegratie- traject; c. de persoon zorgtaken verricht als mantelzorger voor ten minste 4 uur per week; d. de persoon een parttimebaan heeft voor ten minste 4 uur per week; e. de persoon als een alleenstaande ouder, vrijstelling heeft van de arbeidsplicht in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar. Dit artikel is komen te vervallen.
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering en toevoeging alleenstaande ouder met vrijstelling (lid e)
Inhoudelijk Reden: Verzoek van het college op basis van de evaluatie. De evaluatie is onderdeel van de reguliere P&C-cyclus.
Huidige tekst (was) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2017 advies van de Adviesraad Sociaal Domein Rhenen. Artikel 7. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking na vaststelling door de raad.
Artikel 8. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen2017.
25
Nieuwe tekst (wordt) Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Rhenen 2022
Type wijziging
Artikel 6. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening Tegenprestatie Rhenen 2017 wordt ingetrokken. Artikel 7. Inwerkingtredingen citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Tegenprestatie Rhenen 2022
Technisch Reden: Tekst geactualiseerd
Technisch Reden: Tekst is geactualiseerd
5
– WAS-WORDT TABEL – VERVANGING REGIONALE CLIËNTENPARTICIPATIE WERK EN INKOMEN 2015
Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 Algemeen
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Wet: de Participatiewet (PW); b. Aanverwante regelingen: - Wet Inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers(IOAW), - De Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), - Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz); a. Colleges: het college van Burgemeester en Wethouders van Rhenen, Renswoude en Veenendaal; b. Portefeuillehouder: de wethouder met de verantwoordelijkheid voor de portefeuille Sociale Zaken en Werkgelegenheid; c. Afdeling EW: afdeling Economie en Werk van de gemeente Veenendaal; d. Cliënt: de persoon die een uitkering ontvangt van de gemeente Rhenen, Renswoude of Veenendaal op grond van de wet of de aanverwante regelingen, alsmede de persoon die behoort tot de personenkring als omschreven in artikel 7, eerste lid, onder a van de wet; e. Belangenorganisatie: een organisatie te Rhenen, Renswoude of Veenendaal die mede de
26
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 Algemeen Het woord ‘wet’ wordt vervangen door ‘Pw’ Het woord ‘Participatiewet’ wordt vervangen door ‘Pw’
Type wijziging
Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanverwante regelingen: de IOAW, de IOAZ en het Bbz; b. belangenorganisatie: een organisatie te Rhenen, Rhenen of Renswoude, die mede de belangen van de Pw doelgroep behartigen; c. cliënt: de persoon, die een uitkering ontvangt van de gemeente Rhenen, Rhenen of Renswoude op grond van de Pw of de aanverwante regelingen, alsmede de persoon die behoort tot de personenkring als omschreven in artikel 7, eerste lid, onder a van de Pw; d. Cliëntenraad: de raad, bestaande uit personen, die al of niet namens organisaties worden geacht de belangen van cliënten te behartigen binnen de taken en bevoegdheden, zoals in deze verordening omschreven; e. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen; f. gemeente: gemeente Rhenen; g. ingezetene of inwoner: een natuurlijke persoon die zijn woonstede heeft in Rhenen. Dit kan ook een ex-gedetineerde betreffen van wie duidelijk is dat hij zijn woonstede heeft in Rhenen, althans voor zover niet blijkt dat hij door zijn wil en daden zijn
Technisch
Technisch Reden: Verbeterde formulering.
Reden: Verbeterde formulering.
Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 belangen van de participatie doelgroep behartigt; f. Cliëntenraad: de raad, bestaande uit personen, die al of niet namens organisaties worden geacht de belangen van cliënten te behartigen binnen de taken en bevoegdheden, zoals in deze verordening omschreven.
Artikel 2. Taak Cliëntenraad 1. De taak van de Cliëntenraad bestaat uit het gevraagd en ongevraagd adviseren aan het college over beleid en uitvoering van: • de wet en aanverwante regelingen; • de re-integratie en sociale activering van cliënten, waaronder ook nietuitkeringsgerechtigden en personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet en de doelgroep garantiebanen; • het gemeentelijk Minimabeleid, • alsmede nieuwe wetten die tot het aandachtsgebied van de Cliëntenraad behoren. 2. Tot de onder lid 1 genoemde onderwerpen behoren geen klachten, bezwaarschriften of andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben, maar wel de hiervoor gehanteerde procedures, regelingen, richtlijnen en de wijze waarop deze worden uitgevoerd. Niet kan worden geadviseerd inzake het
27
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 woonstede in Rhenen heeft willen opgeven (zie artikelen 1:10 en 1:11 BW); h. portefeuillehouder: de wethouder met de verantwoordelijkheid voor de portefeuille Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rhenen; i. sociaal netwerk: sociaal netwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 Wmo; j. team WI: team Werk en Inkomen van de gemeente Veenendaal. k. uitkering: een uitkering op grond van de Pw, de IOAW en de IOAZ; Artikel 2. Taak Cliëntenraad 1. De taak van de Cliëntenraad bestaat uit het gevraagd en ongevraagd adviseren aan het college over beleid en uitvoering van: a. de Pw en aanverwante regelingen; b. de re-integratie en sociale activering van cliënten, waaronder ook nietuitkeringsgerechtigden en personen met een nabestaanden of halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en de doelgroep garantiebanen; c. het gemeentelijk Minimabeleid; d. nieuwe wetten en regelingen die tot het aandachtsgebied van de Cliëntenraad behoren. 2. Tot de onder lid 1 genoemde onderwerpen behoren geen klachten, bezwaarschriften of andere zaken, die op individuele cliënten betrekking hebben, maar wel de hiervoor gehanteerde procedures, regelingen, richtlijnen en de wijze waarop deze worden uitgevoerd. Niet kan worden
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering.
Huidige tekst (was) Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015
Type wijziging
Artikel 3. Samenstelling Cliëntenraad 1. De Cliëntenraad bestaat uit ten minste 9 en ten hoogste 11 stemgerechtigde leden, een voorzitter en een secretaris; 2. De Cliëntenraad is zodanig samengesteld dat meer dan de helft van de stemgerechtigde leden bestaat uit cliënten en de rest uit vertegenwoordigers van belangenorganisaties. 3. De individuele leden van de Cliëntenraad zijn inwoners van Rhenen, Rhenen of Renswoude en vormen zoveel mogelijk een representatieve vertegenwoordiging van het cliëntenbestand van het team WI (inclusief beschut werk). 4. De voorzitter van de Cliëntenraad is onafhankelijk en niet stemgerechtigd. De voorzitter mag geen cliënt zijn van het team WI, geen vertegenwoordiger zijn van een belangenorganisatie noch werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur van Rhenen, Rhenen of Renswoude. 5. De secretaris is niet stemgerechtigd, tenzij hij naast secretaris ook lid is van de Cliëntenraad.
Nieuwe tekst (wordt) Verordening Regionale Cliëntenparticipatie Werk en Inkomen Rhenen 2022 geadviseerd inzake het personeels- en organisatiebeleid van de gemeente. 3. Het opstellen van het jaarverslag gebeurt door de Cliëntenraad voor 1 maart van enig jaar. Artikel 3. Samenstelling Cliëntenraad 1. De Cliëntenraad bestaat uit ten minste 9 en ten hoogste 11 stemgerechtigde leden, een voorzitter en een secretaris; 2. De Cliëntenraad is zodanig samengesteld dat meer dan de helft van de stemgerechtigde leden bestaat uit cliënten en de rest uit vertegenwoordigers van belangenorganisaties. 3. De individuele leden van de Cliëntenraad zijn inwoners van Rhenen, Rhenen of Renswoude en vormen zoveel mogelijk een representatieve vertegenwoordiging van het cliëntenbestand van het team WI (inclusief beschut werk). 4. De voorzitter van de Cliëntenraad is onafhankelijk en niet stemgerechtigd. De voorzitter mag geen cliënt zijn van het team WI, geen vertegenwoordiger zijn van een belangenorganisatie noch werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur van Veenendaal, Rhenen of Renswoude. 5. De secretaris is niet stemgerechtigd, tenzij hij naast secretaris ook lid is van de Cliëntenraad.