CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5a Bijlagen bij motivatie wijziging omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen

Raadsvergadering 10 februari 2026, gemeente RhenenBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan Radboudweg 3 in Rhenen voor de bouw van 23 appartementen (4703)26.796 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Advies afvoer hemelwater gemengd 2. korte procedure 3. Advies afvoer hemelwater infiltreer

Op basis van onderstaande locatie

22-07-2024 11:36

1

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Blijft de bebouwing staan en gaat het alleen om een interne functiewijziging?

nee

Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is?

nee

Overige_waterkeringen

nee

Belangrijke_watergangen

nee

Rioolwaterzuiveringsinstallatie

nee

invloedszone Primaire waterkering

nee

Rioolpersleidingen

nee

Invloedszone Regionale waterkeringen

nee

Is er sprake van een toename van verhard oppervlak nee van meer dan 500 vierkante meter in stedelijk gebied of meer dan 5000 vierkante meter in landelijk gebied? Gaat u het bestaande oppervlaktewater aanpassen? Bijvoorbeeld verleggen, dempen, vergroten of verkleinen van watergang of permanent waterpeil verlagen

nee

Gaat u water bergen buiten plangebied?

nee

Vindt er een lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater?

nee

uiterwaarden

nee

Drinkwaterwingebieden provincie Utrecht

nee

Wateropgave wateroverlast

nee

Watergangen met ecologische doelstellingen KRW

nee

Wordt hemelwater rechtstreeks afgevoerd naar oppervlaktewater?

nee

Wordt hemelwater afgevoerd naar een hemelwaterriool? nee Wordt het hemelwater geïnfiltreerd in de bodem?

ja

Wordt hemelwater afgevoerd via een gemengd ja rioolstelsel? (bij nieuwbouw is dit niet gewenst volgens het beleid) Worden er materialen (lood, koper, zink) gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

Zullen er in de toekomst binnen het plan agrarische activiteiten plaatsvinden?

nee

Bevat het bouwplan ondergrondse bouwwerken? Het nee gaat om grote constructies, zoals parkeergarage of grote kelders. Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats met een afvoer naar oppervlaktewater? Denk aan bronnering of drainage.

nee

22-07-2024 11:36

2

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Advies afvoer hemelwater gemengd U voert hemelwater af via een gemengd stelsel.

Wat moet ik doen? Hemelwater wordt via een gemengd stelsel afgevoerd. Voor nieuwbouw is dit ongewenst vanuit het gemeentelijk en waterschapsbeleid

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

22-07-2024 11:36

3

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 2. korte procedure Voor uw plan moet u de korte procedure volgen.

Wat moet ik doen? U heeft via de website www.dewatertoets.nl een watertoetsproces gestart. De watertoets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Door het starten van een watertoetsproces via deze website, zorgt u er voor dat het waterschap alle relevante informatie krijgt om een goed advies te kunnen geven. Bij geen of weinig gevolgen voor water, kunt u snel door in uw procedure, zonder dat u hoeft te wachten op een reactie van het waterschap. Deze email is automatisch gegenereerd naar aanleiding van uw ingevoerde gegevens. In dit document leest u de conclusie en krijgt u informatie over het vervolgproces voor uw ruimtelijke procedure.

Onze conclusie <br>Op basis van de digitale procedure concluderen wij dat uw plan geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). U kunt volstaan met een standaard wateradvies van het waterschap.

Op basis van uw ingevoerde gegevens blijkt dat uw ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan onze belangrijkste minimale voorwaarde: ""het standstill beginsel"". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen.

Graag de volgende actie uitvoeren: <br>Bovenstaande conclusie betekent dat u geen verdere watertoetsproces met het waterschap hoeft door te lopen. Voor uw ruimtelijke plan kunt u gebruik maken van een standaard tekst. Wij verzoeken u onderstaande standaard waterparagraaf op te nemen in de toelichting of onderbouwing van uw plan. U dient de standaard waterparagraaf nog wel aan te vullen met uw eigen water- en rioleringsbeleid (indien van toepassing).

Vervolgproces <br>Via www.dewatertoets.nl hebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij gaan deze melding archiveren. U hoeft met het waterschap geen (informeel) vooroverleg te hebben bij verdere planvorming, tenzij u dat zelf wenst of tenzij het plan verandert. Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw RO-plan zal het waterschap alleen een controle doen of de conclusies kloppen. Indien u tijdens de ter inzage termijn van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email beschouwen als ons formele wateradvies. Indien wij wel willen/moeten reageren, zullen wij met u contact opnemen.

Contact <br>Indien u dat wenst, kunt u nadere informatie toesturen naar emailadres: watertoets@hdsr.nl. Per gemeente hebben wij een contactpersoon RO-plannen en rioleringsplannen. Een overzicht van de contactpersonen vindt u op onze website http://www.hdsr.nl/watertoets Geen verlening Watervergunning

LET OP: Dit formulier en deze watertoetsprocedure is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de planvormingsfase. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoetsprocedure geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het waterschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te maken in het kader van vergunningverlening. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op http://www.hdsr.nl/vergunningen"

Waar moet ik op letten?

22-07-2024 11:36

4

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets Achtergrondinformatie

22-07-2024 11:36

5

https://hetwateradvies.nl

Digitale Watertoets 3. Advies afvoer hemelwater infiltreer U infiltreert hemelwater in de bodem.

Wat moet ik doen? Hemelwater wordt geinfiltreerd in de bodem. In het waterbeleid is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Afvalwater kan worden afgevoerd naar vuilwaterriool/DWA-riool.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

22-07-2024 11:36

6

https://hetwateradvies.nl

Archeologisch bureauonderzoek (BO), Radboudweg 3, Rhenen Gemeente Rhenen (UT)

Archeologisch Bureauonderzoek (BO), Radboudweg 3, Rhenen Gemeente Rhenen (UT) Projectnummer 2024-0689

Lycens Archeologisch Rapport 383

14 april 2025

ISSN 2772-8900

In opdracht van Lodewijck Groep Versie 2.0 definitief Auteur:

Autorisatie/mede auteur:

lycens.nl

Oldenzaal

Zwolle

Groningen

info@lycens.nl

Deventerstraat 10

Schrevenweg 6

Euvelgunnerweg 25A

0541 – 570 730

7575 EM Oldenzaal

8042 HA Zwolle

9723 CV Groningen

Inhoud Administratieve gegevens ......................................................................................................................................... 4 Locatie gegevens ........................................................................................................................................................ 5 Samenvatting resultaten............................................................................................................................................ 6

1. Aanleiding voor het onderzoek ................................................................................................. 7 1.1.

Onderzoekskader.......................................................................................................................................... 7

1.2.

Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie .................................................................... 8

1.3.

Begrenzing onderzoeks- en plangebied.................................................................................................... 8

1.3.1.

Begrenzing plangebied ................................................................................................................................ 8

1.3.2. 1.4.

Begrenzing onderzoeksgebied ................................................................................................................... 9 Doel van het onderzoek ............................................................................................................................... 9

1.5.

Onderzoeksvragen........................................................................................................................................ 9

2. Bureauonderzoek ...................................................................................................................... 10 2.1.

Aardwetenschappelijke gegevens ........................................................................................................... 10

2.2.

Bekende archeologische waarden ........................................................................................................... 11

2.3.

Archeologische en historische waarden ................................................................................................. 14

2.4. 2.5.

Bekende verstoringen ................................................................................................................................ 16 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 17

3. Conclusie en aanbevelingen ................................................................................................... 18

3

3.1.

Conclusies ................................................................................................................................................... 18

3.2.

Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................................................... 18

3.3.

Selectieadvies ............................................................................................................................................. 18

Bijlage 1

Tijdschaal Archeologische perioden .............................................................................................. 22

Bijlage 2 Bijlage 3

Geomorfologische kaart van Nederland ........................................................................................ 23 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) .................................................................................. 24

Bijlage 4

Bodemkaart van Nederland ............................................................................................................. 25

Bijlage 5

Paleogeografische kaart: 5500 v. Chr-2000 na Chr. .................................................................... 26

Bijlage 6

Zandbanenkaart Gelderland ............................................................................................................ 27

Bijlage 7

Paleogeografie Rijn-Maas Delta ..................................................................................................... 28

Bijlage 8 Bijlage 9

Archeologische waarden, AMK-terreinen, Rijksmonumenten, ARCHIS ................................... 29 Onderzoeksmeldingen en waarnemingen (ARCHIS) ................................................................... 30

Bijlage 10

Bouwtekeningen ................................................................................................................................ 32

Bijlage 11

Nieuwbouwcomplex .......................................................................................................................... 33

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Administratieve gegevens Projectnaam

Radboudweg 3, Rhenen

Projectcode

2024-0689

Type onderzoek

Bureauonderzoek (BO)

ARCHIS zaakidentificatie

5631990100.

Projectleider

A.M. Bakker

Contact

T: 0541 570 730 M: 06-828 989 39 E: a.bakker@lycens.nl

Opdrachtgever

Lodewijck Groep

Bevoegde overheid

Gemeente Rhenen Omgevingsdienst Regio Utrecht Mevr. Dhr. M. van de Glind T: 088 – 022 50 00 M: 06 - 55291582 E: info@odru.nl

Status rapportage

Rapport getoetst op 20-3-2025, advies overgenomen, zie §3.3

Uitvoering onderzoek

Augustus 2024

Beheer en locatie

Lycens BV en e-depot

documentatie Illustraties

4

Auteur(s) tenzij anders vermeld

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Locatie gegevens Projectnaam

Radboudweg 3, Rhenen

Plaats

Rhenen

Gemeente

Rhenen

Provincie

Utrecht

Kaartblad

E

Kadastrale gegevens

2195

Coördinaten

Centrum: X: 168310,7, Y: 441296,1

Oppervlakte Plangebied

Circa 1675 m²

NAP-hoogte maaiveld

Circa 41 m +NAP

Ligging plangebied en begrenzing onderzoeksgebied (bron achtergrondkaart: TopoRD).

5

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Samenvatting resultaten Plangebied

zie Afb. 1

Aanleiding

Het onderzoek vindt plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning.

Vraagstelling

Wat is de verwachte bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Is het plangebied voldoende onderzocht? Zo nee: welk vervolgonderzoek is noodzakelijk?

Aardwetenschappelijke gegevens

Het plangebied is gelegen op een stuwwal, de zuidelijkste punt van de Utrechtse Heuvelrug. De bodem bestaat voornamelijk uit zand en grind. Binnen het plangebied is een hoogteverschil aanwezig; ca. 41 m +NAP west naar ca. 42 m +NAP oost.

Bekende archeologische en

Het plangebied was tot begin 19e eeuw deels bebost. Hierna lijkt het

historische waarden

ontbost te zijn ten behoeve van de tabaksindustrie. Het plangebied blijft tot 1960 onbebouwd.

Verwachting

Op basis van het bureauonderzoek is een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. De verwachting is dat de bodem binnen het plangebied ernstig verstoord is door activiteiten in de nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op, (bouw)historische gegevens en onderzoeken nabij het plangebied.

Selectieadvies en aanbevelingen

Op basis van het bureauonderzoek is een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. De verwachting is dat de bodem binnen het plangebied verstoord is door activiteiten in de nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op historische gegevens en onderzoeken uitgevoerd nabij het plangebied. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven voor de geplande ingreep.

Aanvulling 14-4-2025: De gemeente neemt dit bovenstaand advies over. De kans is klein dat er bij de geplande werkzaamheden een behoudenswaardige vindplaats wordt geschaad vanwege de bodemverstoringen uit het recente verleden. Om deze reden adviseert de gemeente om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Indien bij de graafwerkzaamheden onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen geldt er een meldingsplicht volgens de Erfgoedwet, art. 5.10. Deze melding kan worden gedaan bij de gemeente Rhenen of de RCE.

6

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

1. Aanleiding voor het onderzoek 1.1.

Onderzoekskader

In opdracht van Lodewijck Groep heeft Lycens een bureauonderzoek (BO) uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Radboudweg 3, Rhenen (Afb. 1). Het onderzoek vindt plaats in het kader van een omgevingsplanwijziging. Namelijk de sloop van het huidige pand, de sporthal, en de realisatie van nieuwbouw appartementen. Het plangebied is gelegen in het Grebbekwartier, te Rhenen, aan de Radboudweg 3. Volgens het archeologisch beleid en de archeologische maatregelen kaart van de gemeente Rhenen (Afb. 2) valt het plangebied geheel binnen een zone met Categorie 3, Historische dorpskernen, bufferzone rond historische elementen en zones met een hoge verwachting op kampementen van jagers en verzamelaars.1 Binnen deze zone dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 100 m2 of dieper dan 0,3 m beneden maaiveld, archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1), protocol BRL SIKB 4002 (Bureauonderzoek) en het archeologiebeleid van de gemeente Rhenen. Het onderzoek is uitgevoerd in augustus 2024.

1

7

Archeologische beleidskaart Rhenen (Bron: Putten (e.a.), 2024)

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Uitsnede van de archeologische maatregelen kaart van de gemeente Rhenen (bron: Putten (e.a.), 2024).

1.2.

Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie

Op dit moment is het plangebied bebouwd. De opdrachtgever heeft het voornemen de huidige bebouwing af te breken en nieuwbouw te realiseren (Bijlage 11). De geplande werkzaamheden hebben een totale omvang van 1675 m2. De werkzaamheden omvatten de bouw van nieuwe appartementen. Hierbij worden eveneens parkeergelegenheden aangelegd en bergingen gebouwd. Het huidige pand betreft een oppervlakte van 646 m2. Het nieuwe appartementencomplex blijf niet binnen deze bestaande contouren. Het nieuwe pand heeft een oppervlakte van circa 530 m2 en verschuift enkele meters oostwaarts. De verstoringsdiepte wordt circa 0,6 – 0,8 m -mv. De funderingspalen zullen een diepte hebben van 10 tot 20 m -mv. Doordat de ingreep niet binnen de contouren van de huidige bebouwing blijft, groter is dan de vrijgestelde oppervlakte van 100 m2 en dieper dan 0,3 m –mv, overschrijdt de ingreep het gemeentelijke beleid. De kans is daardoor aanwezig dat eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord bij uitvoering van de plannen.

1.3.

Begrenzing onderzoeks- en plangebied

1.3.1. Begrenzing plangebied In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen (Afb. 1).

8

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

1.3.2. Begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is globaal gedefinieerd als een cirkel met een straal van 500 m rondom het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. Historische, archeologische en aardwetenschappelijke gegevens uit dit gebied zijn relevant voor het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

1.4.

Doel van het onderzoek

Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de potentiële aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden.

1.5.

Onderzoeksvragen

Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Wat is de verwachte bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Is het plangebied voldoende onderzocht? Zo nee: welk vervolgonderzoek is noodzakelijk?

9

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

2. Bureauonderzoek 2.1.

Aardwetenschappelijke gegevens

Tabel 1 Aardwetenschappelijke gegevens Het plangebied is gelegen op een stuwwal op de zuidelijke uitloper van de Utrechtse Heuvelrug, westelijk van de Grebbeberg. De stuwwal is een stuwafzetting uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 150.000 jaar geleden). De ondergrond is in deze periode door landijs opgestuwd en heeft de kern van de Utrechtse Heuvelrug gevormd.2 In de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 120.000 tot 10.000 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. In deze periode heerste een droog toendraklimaat. Door het koude klimaat was er weinig tot geen vegetatie aanwezig. Hierdoor werden grote hoeveelheden zand door de wind weggeblazen. Het zand bedekte grote delen van Nederland. Dit dekzand is ook op de stuwwal afgezet.3 Op de paleografische kaart (Bijlage 5) blijft de stuwwal bestaan uit zand. De stuwwal raakt niet overdekt met veen of kleiafzettingen. Aan het eind van de 20ste eeuw raakt de stuwwal bebouwd. Op de zandbanenkaart (Bijlage 6) en de Paleogeografische Rijn-Maas delta kaart (Bijlage 7) is te zien dat de Neder-Rijn geen invloed heeft gehad op de bodem binnen het plangebied. De bodemkaart (Bijlage 4) geeft enkel bebouwd gebied aan. Nabij het plangebied liggen vergraven holtpodzolgronden. Naar verwachting ligt het planbied ook in deze vergraven holtpodzolgronden.

Het gebied is waarschijnlijk gemarkeerd als vergraven vanwege de oorlogshandelingen in mei 1940 op de Grebbeberg. Volgens de AHN (Bijlage 3) ligt het plangebied op een hoogte van ca. 42,5 m +NAP. De stuwwal is duidelijk zichtbaar op de AHN. Ook is goed te zien dat het zuidelijke deel van de stuwwal bij Vogelenzang deels weggegraven is. Geologie4

G1 Gestuwde Pleistocene formaties, veelal zand en -grind

Geomorfologie5 (Bijlage 2)

Code B11: stuwwal

6

AHN3 (Bijlage 3)

Ca. 42 m +NAP

Bodem7 (Bijlage 4)

Bebouwd gebied / waarschijnlijk holtpodzol gronden met grof zand, vergraven.

8

Paleogeografie (Bijlage

5500 v. Chr. – 1850 na Chr. Stuwwal, 2000 na Chr. Stedelijk gebied

5) Paleogeografie Rijn Maas

100 – 900 na Chr. Pleistoceen oppervlak / dekzand

DINOloket

B39E1451 0,00 – 2,00 m-mv Zand, grove categorie, grindig B39E0058 0,00 – 1,10 m-mv Zand, grove categorie, sterk grindig, zwak siltig. 1,10 – 2,60 m-mv Zand, grove categorie, matig grindig, siltig 5,40 – 10,70 m-mv Zand, zeer grof, sterk grindig, zwak siltig

2

Kampen 2012

3

Verboom-Jansen 2020

4

Geologische kaart van Nederland 2021 https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen

5

Geomorfologische kaart van Nederland 2021 https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl

6

http://www.ahn.nl

7

Bodemkaart van Nederland 2021 https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl

8

Vos & de Vries, 2013.

10

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

2.2.

Bekende archeologische waarden

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Rhenen (Afb. 2) heeft het plangebied een hoge archeologische waarde (categorie 3). Deze hoge verwachting is gebaseerd op de ligging van vindplaatsen op de Utrechtse Heuvelrug en de ligging van het plangebied nabij de historische kern van Rhenen.

Archeologische waarden Als onderdeel van het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart) -terreinen (Bijlage 8), archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het onderzoeksgebied geïnventariseerd (Bijlage 9).9 Archeologische monumenten (AMK-terreinen) Binnen het plangebied en onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen aangewezen. Ca. 270 m westelijk van het onderzoeksgebied ligt AMK-terrein 12204, de historische kern van Rhenen. Onderzoekslocaties en waarnemingen Binnen het onderzoeksgebied staan 11 onderzoeksmeldingen geregistreerd, het plangebied zelf is nog niet archeologisch onderzocht. De beschikbare relevante resultaten van de onderzoeken worden in deze paragraaf kort besproken. Zaakidentificatie 2048225100 Rhenen-Boslandweg Oost (ca. 290 m noordelijk van plangebied) Een veldonderzoek uitgevoerd door ADC. Ten tijde van het onderzoek zijn geen noemenswaardige archeologische bevindingen gedaan. In het toenmalige onderzoeksgebied is verspreid archeologisch materiaal in de bouwvoor aangetroffen. Het aantal grondsporen was beperkt tot één grondspoor en het vondstmateriaal betrof alleen aardewerk van zeer slechte kwaliteit.10 Zaakidentificatie 2073473100 Rhenen Radboudhof (ca. 30 m noordelijk van plangebied) Een booronderzoek uitgevoerd door SOB Research.

In alle boringen bleek de bovenste 0,2 - 0,4 m -mv uit recent opgebracht zand te bestaan. In een boring was de bodem tot 0,6 m -mv verstoord. In een andere boring waren twee fragmenten laatmiddeleeuws aardewerk aangetroffen op een diepte tussen 0,2 – 0,9 m mv. Hoewel archeologische indicatoren werden aangetroffen kon de aanwezigheid van een bewoningsniveau niet worden vastgesteld. Er kon niet uitgesloten worden dat de bodem tot een diepte van 1,0 m-mv al eerder was omgespit.11 Zaakidentificatie 2159803100 Wegtracé N225 bij Rhenen (ca 280 m zuidelijk van plangebied) Een booronderzoek uitgevoerd door Synthegra. Tijdens het verkennend archeologisch onderzoek werden locaties met een intact bodemprofiel aangetroffen en enkele aanwijzingen voor mogelijke archeologische vindplaatsen. Geadviseerd werd om vervolgonderzoek uit te voeren op deze locaties.12 Zaakidentificatie 2309775100 Vogelzang 37 (ca. 380 m zuidelijk van plangebied)

9

https://archis.cultureelerfgoed.nl

10

Jongste 2002

11

Wilgen 2005

12

Leuvering 2007

11

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Een karterend booronderzoek uitgevoerd door ACVU-HBS. In de ondergrond van het toenmalige plangebied zijn in alle boringen sandr-afzettingen aangetroffen. Verder is een vrijwel intact bodemprofiel aangetroffen met resten van een hoge bruine enkeerdgrond. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen in de vorm van recent bouwpuin, houtskool en aardewerkfragmenten met een maximale ouderdom uit de 18e eeuw. Geadviseerd werd om vervolgonderzoek uit te voeren.13 Zaakidentificatie 2342052100 Vogelzang 37 (ca. 380 m zuidelijk van plangebied) Een proefsleuven onderzoek uitgevoerd na advies van het karterende booronderzoek door ACVU0HBS. Uit het onderzoek is gebleken dat de bodem in het recente verleden diepgaand was vergraven. Als gevolg hiervan werd de toenmalige planlocatie vrijgegeven.14 Zaakidentificatie 3984037100 Rhenen Ribeslaan (ca. 450 m noordelijk van plangebied) Een booronderzoek uitgevoerd door Bureau voor Archeologie. Uit het onderzoek is gebleken dat het antropogene dek gedeeltelijk intact was en onder een omgewerkt pakket lag. In en onder de basis van het antropogene dek konden archeologische resten nog aanwezig zijn. Geadviseerd werd om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.15 Zaakidentificatie 4019539100 Rhenen Ribeslaan (ca. 450 m noordelijk van plangebied) Een archeologische begeleiding uitgevoerd door Transect.

Uit de begeleiding is gebleken dat het toenmalige plangebied grotendeels verstoord was tot in de C-horizont. De afwezigheid van een intacte bodem contrasteert met het vooronderzoek. Reden hiervoor was dat het vooronderzoek zich vooral gericht had op de aanpalende plantsoenen, terwijl de begeleiding met name ter plaatse van de huidige straten en hieronder liggende riolering is uitgevoerd. De aanleg hiervan had de bodem dusdanig verstoord dat alle eventueel aanwezige archeologische waarden eveneens verstoord waren.16 Zaakidentificatie 4704142100 Ouwehands Dierenpark (ca. 420 m zuidoostelijk van plangebied) Een verkennend booronderzoek uitgevoerd door RAAP. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de gehele bovengrond in het toenmalige plangebied geroerd was. De diepte van de verstoringen verschilden wel van elkaar. In het zuiden van het toenmalige plangebied konden nog steeds archeologische resten worden aangetroffen in de intacte B-C horizont. In dit gedeelte bleef de archeologische verwachting hoog. Geadviseerd werd om te ontwikkelen in de gebieden waar de grond al verstoord was en plannen aan te passen.17 Zaakidentificatie 4870890100 Ouwehands Dierenpark (ca. 420 m zuidoostelijk van plangebied) Een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door RAAP als gevolg van het verkennend booronderzoek.

Tijdens het onderzoek zijn verspreid over het toenmalige plangebied drie proefsleuven aangelegd met een oppervlakte van 134 m2. Tijdens het onderzoek werden geen relevante archeologische resten aangetroffen. Het advies luidde om het terrein vrij te geven.18 Zaakidentificatie 5137533100 N233 (ca. 250 m zuidwestelijk van plangebied)

13

Wijnen 2011

14

Kampen 2012

15

De Jonge & de Boer

16

De Vries & Verhagen 2018

17

De Rijk 2019

18

De Groot 2020

12

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Uit het veldonderzoek is gebleken dat de ondergrond in het noordelijke deel van het toenmalige plangebied bestaat uit gestuwde pleistocene afzettingen op een diepte tussen 25 – 95 cm-mv. In deze afzettingen werden geen sporen van bodemvorming waargenomen. Het zand was afgetopt tot in de C-horizont, plaatselijk werden relatief diepe verstoringen waargenomen. In het toenmalige plangebied werden geen archeologische resten verwachten behalve de Marsdijk. Het gebied werd vrijgegeven behalve de Marsdijk.19 Zaakidentificatie 5281608100 Achterbergsestraatweg Rhenen (ca. 400 m westelijk van plangebied) Een booronderzoek uitgevoerd door Bureau voor Archeologie. Het toenmalige plangebied lag op het hoogste deel van de stuwwal bij Rhenen. Negen boringen werden gezet tot in de C-horizont. De einddieptes lagen tussen de 120 en 220 cm-mv. Uit de boringen is gebleken dat de bodem in een groot deel van het toenmalige plangebied verstoord was tot in de C-horizont. Behalve drie boringen die werden gezet ter hoogte van de begraafplaats en de Lijsterberg. In deze zones werd geadviseerd de werkzaamheden archeologisch te begeleiden.20 Vondstmeldingen Er zijn meerdere vondstmeldingen bekend binnen het onderzoeksgebied. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen bekend. (Bijlage 9).

19

Jansen of Lorkeers 2021

20

De Jong 2022

13

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

2.3.

Archeologische en historische waarden

Op de kadastrale minuut van 1811-1833 (Afb. 3) is zichtbaar dat het plangebied grotendeels bebost was. Het land in de westelijke helft van het plangebied werd gebruikt voor de tabaksplantage. Rhenen kende gedurende de 18e en 19e eeuw een bloeiende tabaksindustrie.21 Op historische kaarten hierna lijkt het bos gekapt te zijn. Het is niet duidelijk op de kaarten af te lezen of het bos gekapt was om het naastliggende tabaksveld uit te breidden of dat het terrein braak lag. Op de kaarten zijn geen verdere veranderingen waar te nemen tot de bouw in de jaren ’60 van de vorige eeuw (Afb. 4).

Het plangebied op een uitsnede van HISGIS. (bron: http://www.hisgis.nl/).

21

Holl 2017

14

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Het plangebied op historische topografische kaarten (bron: https://www.topotijdreis.nl)

15

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

2.4.

Bekende verstoringen

Uit de historische gegevens is gebleken dat het plangebied eerst bebost was en daarna gekapt, waarschijnlijk ten behoeve van de tabaksindustrie. In het plangebied is momenteel een gebouw aanwezig uit ca. 1960. Uit opgevraagde bouwtekeningen (Bijlage 10) is gebleken dat het hier om een uitbreiding gaat van een koel en vriesbedrijf. Deze uitbreiding was gefundeerd op palen tot ca. 0,8 m -mv. De uitbreiding betreft niet het huidige pand. Het is onbekend wanneer deze voorganger vervangen is door het huidige gebouw en in hoeverre de bodem hierbij is verstoord. Van het huidige pand zijn geen bouwtekeningen beschikbaar. Volgens een uitgevoerd bodemonderzoek binnen het plangebied zijn geen gegevens bekend over recent grondverzet en/of ondergrondse activiteiten. Uit boringen in het onderzoek is gebleken dat plaatselijk een sintellaag 0,0 – 0,5 m -mv onder de bebouwing aanwezig is. Ook is de bodem plaatselijk zwak asfalt-, baksteen-, kooldeeltjes-, sintel-, bitumen- en/of kolengruishoudend op een diepte van ca. 0,5 m -mv. Een deel van de boringen zijn inpandig gezet.22 De verwachting is dat activiteiten in de nieuwe tijd de bodem dermate verstoord hebben tot een diepte van ca. 0,8 m- mv.

22

Zandvliet 2023

16

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

2.5.

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Laat-paleolithicum - neolithicum Bewoning in de vorm van tijdelijke kampementen in het neolithicum (semi-)permanente nederzettingen, vond in deze periodes voornamelijk op de flanken van dekzandruggen plaats. Vindplaatsen uit deze periode zijn vooral op verhogingen in het landschap in de nabijheid van water te verwachten. De lagere delen van het landschap, zoals beekdalen, werden voornamelijk gebruikt als extractiegebied (visserij en jacht). Het archeologisch relevante niveau voor vindplaatsen die verband houden met (tijdelijke) nederzettingen is de top van het dekzand. Kampementen zijn te herkennen als concentraties van matig tot sterk gefragmenteerde mobilia, met name vuursteen en houtskool, in combinatie met grondsporen zoals haardkuilen. Vanaf het neolithicum zijn ook sporen van (semi-) permanente nederzettingen te verwachten. Kampementen hebben over het algemeen een geringe omvang, terwijl nederzettingen vaak uit één of meerdere huizen bestaan. De archeologische verwachting voor deze periodes is op stuwwallen normaliter hoog. Echter is de verwachting dat de bodem is verstoord door activiteiten in de nieuwe tijd. Hierdoor is de verwachting op archeologische resten uit deze perioden laag.

Bronstijd – ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen Vanaf de bronstijd tot en met de romeinse tijd worden vooral resten verwacht die te maken hebben met een sedentaire leefwijze, bijvoorbeeld huizen, resten van agrarische activiteit en begravingsrituelen. De omvang van de mogelijk aanwezige archeologisch resten varieert sterk. Nederzettingen uit deze periodes zijn over het algemeen groter dan 1000 m2 en worden over het algemeen gekenmerkt door een archeologische laag, waarin fragmenten aardewerk, houtskool, bot en metaal aanwezig zijn. Grafvelden bestaan voornamelijk uit sporen, zonder archeologische vondstlagen. De archeologische verwachting voor deze perioden is eveneens laag, door latere grondroerende activiteiten in de nieuwe tijd.

Nieuwe tijd In de nieuwe tijd is het bos dat aanwezig was in het plangebied ontgonnen. Rhenen kende een bloeiende tabaksindustrie in de 18e en 19e eeuw. Nabij het plangebied lag een tabaksveld. Waarschijnlijk is dit veld uitgebreid binnen het plangebied. In ca. 1960 is het plangebied bebouwd geraakt. Dit was ten behoeve van een uitbreiding van een koel- en vriesbedrijf. Dit gebouw is later gesloopt en het huidige pand is hiervoor in de plaats gekomen. Het is onbekend wanneer dit heeft plaatsgevonden. De verwachting voor resten uit de nieuwe tijd is laag. Er worden voornamelijk puinresten verwacht uit deze periode.

17

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

3. Conclusie en aanbevelingen 3.1.

Conclusies

In opdracht van Lodewijck Groep heeft Lycens BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie Radboudweg 3 te Rhenen. Binnen het plangebied wordt de huidige bebouwing gesloopt en nieuwbouw gerealiseerd.

3.2.

Beantwoording onderzoeksvragen

Wat is de verwachte bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Uitgaande van de bij het bureauonderzoek gebruikte bronnen bestaat de laagopeenvolging binnen het plangebied uit verschillende lagen van voornamelijk matig grof met afwisselend matig fijn zand. De bodem bestaat waarschijnlijk uit een vergraven Holtpodzolgrond.

Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten binnen het plangebied? Binnen het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. Nabij het plangebied zijn enkele vondsten bekend van keramiek uit de late middeleeuwen.

Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Op de beleidskaart van de gemeente Rhenen het heeft plangebied een hoge archeologische verwachting. Op basis van het bureauonderzoek kan echter geconcludeerd worden dat de bodem in het plangebied zeer waarschijnlijk verstoord is. Daardoor kan de verwachting naar laag bijgesteld worden. Deze verwachting geldt voor alle perioden tot aan de nieuwe tijd.

Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? De verwachting is dat de bodem binnen het plangebied dermate verstoord is door bebossing, tabaksplantage en bebouwing dat de geplande ingreep geen archeologische resten bedreigt.

Is het plangebied voldoende onderzocht? Zo nee: welk vervolgonderzoek is noodzakelijk? Het plangebied is voldoende onderzocht en vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

3.3.

Selectieadvies

Op basis van het bureauonderzoek is een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. De verwachting is dat de bodem binnen het plangebied verstoord is door activiteiten in de nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op historische gegevens en onderzoeken uitgevoerd nabij het plangebied. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven voor de geplande ingreep. Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2024 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

18

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Rhenen en de omgevingsdienst regio Utrecht.

Aanvulling 14-4-2025: De gemeente neemt dit bovenstaand advies over. De kans is klein dat er bij de geplande werkzaamheden een behoudenswaardige vindplaats wordt geschaad vanwege de bodemverstoringen uit het recente verleden. Om deze reden adviseert de gemeente om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Indien bij de graafwerkzaamheden onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen geldt er een meldingsplicht volgens de Erfgoedwet, art. 5.10. Deze melding kan worden gedaan bij de gemeente Rhenen of de RCE.

19

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Literatuur Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 Op basis van de

Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2. (Deltares-rapport | 2008-U-R0881/A.) Deltares, Utrecht. Groot, R.W., de, 2020: Plangebied Bonobo-verblijf, gemeente Rhenen, archeologisch vooronderzoek:

proefsleuvenonderzoek. RAAP-Rapport 4598. Weesp. Holl, J., 2017: Stationsplein Rhenen, gemeente Rhenen. Een Bureauonderzoek. ADC Rapport 4302. Amersfoort. Jansen of Lorkeers, L.M.C., 2021: Rhenen-Lienden-Kesteren, N233. Gemeente Rhenen, Buren en Neder-

Betuwe. Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect-rapport 3737. Nieuwegein. Jong, de, C., 2022: Achterbergsestraatweg, Rhenen, gemeente Rhenen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Bureau voor Archeologie Rapport 1230. Utrecht. Jonge, N., de. & A. de Boer, 2016: Ribeslaan e.o., Rhenen, gemeente Rhenen: een bureau- en

inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Bureau voor Archeologie Rapport 257. Utrecht. Jongste, F.B., 2002: Rhenen-Boslandweg Oost. ADC Rapport 141. Bunschoten. Kampen, J., 2012: Een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven aan de Vogelenzang

37 te Rhenen. Archeologisch Centrum Vrije Universiteit. Zuidnederlandse Archeologische Notities 269. Amsterdam. Leuvering, J.H.F., 2007: Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen

(verkennende fase), Wegtracé N225 bij Rhenen. Synthegra Archeologie Rapport P0502149. Hoorn. Putten, M.J. van, J.M.J. Willems, M.A. Tolboom, D.E.P.C.M. Beckers, 2024: Gemeente Rhenen Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, een actualisatie. BAAC-rapport V-23.0041, ’sHertogenbosch. Rijk, T.E., de, 2019: Plangebied Ouwehands Dierenpark, gemeente Rhenen; archeologisch

vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-RAPPORT 3942. Weesp. Verboom-Jansen, M., 2020: Veenendaal-Kesteren, N233. Gemeente Veenendaal, Rhenen, Buren en

Neder-Betuwe (UT en GD). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). Transect-rapport 2489. Nieuwegein. Vos, P.L. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Vries, N, de. & F. Verhagen, 2018: Rhenen, Ribeslaan (ong.). Gemeente Rhenen (U). Een Archeologische

Begeleiding (AB) conform protocol Inventariserend Veldonderzoek (IVO). Transect-rapport 1503. Utrecht. Wijnen, J., 2011: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van karterende boringen aan de Vogelenzang 37, Rhenen, gemeente Rhenen. Archeologisch Centrum Vrije Universiteit. Zuidnederlandse Archeologische Notities 247. Amsterdam. Wilgen, L.R., 2005: Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Bouwplan

Radboudhof, Rhenen. SOB Research 1161-0507. Heinenoord. Zandvliet, M., 2023: Rapport nader bodemonderzoek en asfaltonderzoek. Radboudweg 3, Rhenen. Econsultancy. Rapportnummer 22562.003.

20

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Geraadpleegde websites webadres https://www.kadaster.nl

laatst bezocht op 07-08-2024

https://www.archisarchief.cultureelerfgoed.nl

07-08-2024

http://www.bodemloket.nl

07-08-2024

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens

07-08-2024

https://www.dinoloket.nl/nomenclator-ondiep

07-08-2024

https://www.google.com/intl/nl/earth/ https://www.zoeken.cultureelerfgoed.nl

07-08-2024 07-08-2024

http://www.ahn.nl

07-08-2024

http://www.pdok.nl

07-08-2024

http://www.topotijdreis.nl

07-08-2024

https://omgevingswet.overheid.nl

07-08-2024

Lijst van afbeeldingen Ligging plangebied en begrenzing onderzoeksgebied (bron achtergrondkaart: TopoRD). ................ 5 Uitsnede van de archeologische maatregelen kaart van de gemeente Rhenen (bron: Putten (e.a.), 2024).

8 Het plangebied op een uitsnede van HISGIS. (bron: http://www.hisgis.nl/)..................................... 14 Het plangebied op historische topografische kaarten (bron: https://www.topotijdreis.nl) ............ 15

Lijst van tabellen Tabel 1 Aardwetenschappelijke gegevens ................................................................................................................... 10 Tabel 2 Onderzoeksmeldingen (bron: ARCHIS3) ........................................................................................................ 30 Tabel 3 Archeologische vondsten (ARCHIS 3) ............................................................................................................ 31

Lijst van bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Tijdschaal Archeologische perioden Geomorfologische kaart van Nederland

22 23

Bijlage 3

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)

24

Bijlage 4

Bodemkaart van Nederland

25

Bijlage 5

Paleogeografische kaart: 5500 v. Chr-2000 na Chr.

26

Bijlage 6

Zandbanenkaart Gelderland

27

Bijlage 7 Bijlage 8

Paleogeografie Rijn-Maas Delta Archeologische waarden, AMK-terreinen, Rijksmonumenten, ARCHIS

28 29

Bijlage 9

Onderzoeksmeldingen en waarnemingen (ARCHIS)

30

Bijlage 10

Bouwtekeningen

32

Bijlage 11

Nieuwbouwcomplex

33

21

Archeologisch Onderzoek Radboudweg 3, Rhenen (BO)

14 april 2025

Bijlage 1

Tijdschaal Archeologische perioden

Bijlage 2

Geomorfologische kaart van Nederland

Bijlage 3

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)

Bijlage 4

Bodemkaart van Nederland

Bijlage 5 Chr.

Paleogeografische kaart: 5500 v. Chr-2000 na

Bijlage 6

Zandbanenkaart Gelderland

Bijlage 7

Paleogeografie Rijn-Maas Delta

Bijlage 8

Archeologische waarden, AMK-terreinen,

Rijksmonumenten, ARCHIS

Bijlage 9

Onderzoeksmeldingen en waarnemingen

(ARCHIS) Tabel 2 Onderzoeksmeldingen (bron: ARCHIS3) zaakidentificatie toponiem uitvoerder

meldingsdatum

type onderzoek

2048225100

Boslandweg-oost

ADC

05-02-2002

proefsleuven

2073473100

Radboudweg

SOB Research

02-08-2005

boring

2159803100

N255

Synthegra

14-06-2007

boring

2309775100

Vogelenzang 37

VUhbs

14-12-2010

boring

2342052100

Vogelenzang 37

VUhbs

15-09-2011

proefsleuven

3984037100

Ribeslaan

Bureau voor

06-01-2016

boring

Archeologie 4019539100

Ribeslaan

Transect

31-10-2016

begeleiding

4704142100

Ouwehands Dierenpark

RAAP

15-05-2019

boring

4870890100

Ouwehands Dierenpark

RAAP

22-06-2020

proefsleuven

5137533100

N233

Transect

25-11-2021

boring

5281608100

Achterbergsestraatweg

Bureau voor

02-08-2022

boring

Archeologie

Tabel 3 Archeologische vondsten (ARCHIS 3) zaakidentificatie

materiaal categorieën

complex

begin datering

eind datering

2964596100

- keramiek - hout/houtskool

n.t.b.

- paleolithicum

- nieuwe tijd

3064208100

- keramiek

n.t.b.

- vroeg Romeinse tijd B

- late middeleeuwen B

3247796100

- keramiek

n.t.b.

- laat neolithicum

- vroege bronstijd

- ijzertijd - vroege middeleeuwen B

- Romeinse tijd - vroege middeleeuwen C

- late middeleeuwen A

- late middeleeuwen B

3147233100

- steen

Bewoning (inclusief

- paleolithicum

- neolithicum

- keramiek

verdediging)onbepaald

- bronstijd

- ijzertijd

- ijzertijd

- ijzertijd

- vuursteen 3247658100

- keramiek

n.t.b.

- late middeleeuwen A

- late middeleeuwen A

3247771100

- keramiek

n.t.b.

- late middeleeuwen A

- late middeleeuwen B

2847161100

- keramiek

n.t.b.

- ijzertijd

- ijzertijd

- late middeleeuwen

- nieuwe tijd

- ijzerijd

- vroege middeleeuwen

- late middeleeuwen

- nieuwe tijd

- ijzertijd

- Romeinse tijd

- vroege middeleeuwen A

- late middeleeuwen B

3247641100 3247803100

- keramiek - keramiek

n.t.b., weg n.t.b.

3064184100

- keramiek

n.t.b.

- late middeleeuwen A

- late middeleeuwen B

3246312100

- keramiek - vuursteen

n.t.b.

- laat paleolithicum - vroege middeleeuwen

- ijzertijd - late middeleeuwen

3246037100

- keramiek

Bewoning

- ijzertijd

- ijzertijd

2847048100

- keramiek

n.t.b.

- vroege middeleeuwen

- late middeleeuwen

3062572100

- vuursteen

n.t.b.

- paleolithicum

- ijzertijd

3246320100

- keramiek

Bewoning

- ijzertijd

- ijzertijd

3247625100

- keramiek

n.t.b.

- late paleolithicum

- late middeleeuwen

3147809100

- keramiek

Akker

- ijzertijd

- ijzertijd

- late middeleeuwen

- late middeleeuwen

3064192100

- keramiek

n.t.b.

- vroeg Romeinse tijd

- vroeg Romeinse tijd

- late middeleeuwen

- late middeleeuwen

3247600100

- keramiek

n.t.b.

- ijzertijd

- Romeinse tijd

- vroege middeleeuwen

- late middeleeuwen

3247633100

- keramiek

n.t.b.

- laat paleolithicum

- nieuwe tijd

2951879100

- vuursteen

Industrie

- neolithicum

- bronstijd

Bijlage 10

Bouwtekeningen

Bijlage 11

Nieuwbouwcomplex

Radboudweg 3 te Rhenen Akoestich onderzoek optredende geluidbelasting wegverkeerslawaai Rapportnummer: Rm240386aaA0

Rm240386aaA0.teey_02

2

Opdrachtgever:

Lodewijck Groep Beechavenue 139

1119 RB SCHIPHOL-RIJK

Tel.: 085 401 05 67 Contactpersoon:

Adviseur:

de heer J. Mijnheer

K+ Adviesgroep Havenweg 139 Tel: 0475-470470 E-mail: info@k-plus.nl Opgesteld door: Handtekening:

Collegiale toets: Handtekening:

Datum

:

30-4-2025

Referentie

:

Rm240386aaA0.teey_02

6122 EN BUCHTEN

Rm240386aaA0.teey_02

3

INHOUD 1

Inleiding

5

2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3

Uitgangspunten Ruimtelijke gegevens Verkeersgegevens Wegverkeerslawaai Railverkeerslawaai Toegepaste rekenmethode

7 7 7 7 8 8

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Normstelling Besluit kwaliteit leefomgeving Algemeen Geluidaandachtsgebied Nieuwe situaties Type gevel Maximaal toelaatbare geluidbelasting Niet-geluidgevoelige gevel Afwijkende eisen plaatselijk Omgevingsplan Besluit bouwwerken leefomgeving

9 9 9 9 9 10 11 12 12

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Normstelling Wet geluidhinder Algemeen Omvang geluidzones langs wegen Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Aftrek stille banden Stedelijk en buitenstedelijk gebied Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting

13 13 13 13 14 15 15 15

5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.3

Berekeningsresultaten Wegverkeerslawaai Provinciale wegen Gemeentewegen Railverkeerslawaai Gecumuleerd en gezamenlijk geluid

16 16 16 17 17 17

6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.3

Evaluatie Rekenresultaten en Conclusie Algemeen Besluit kwaliteit leefomgeving Provinciale weg Gemeentewegen Railverkeer Gecumuleerd geluid Gezamenlijk geluid en Besluit bouwwerken leefomgeving

20 20 20 20 20 21 21 21

Rm240386aaA0.teey_02

Bijlagen: Bijlage I

Figuren akoestisch rekenmodel

Bijlage IIa

Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelastingen Omgevingswet

Bijlage IIb

Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelastingen Wet geluidhinder

Bijlage III

Verstrekte verkeersgegevens

4

Rm240386aaA0.teey_02

1

5

INLEIDING In opdracht van Lodewijck Groep is, in het kader van de realisatie van nieuwbouw appartementencomplex aan de Radboudweg te Rhenen, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege weg- en railverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In Figuur 1.1 is de locatie globaal omcirkeld.

Figuur 1.1: Situatie (bron: Google Maps)

Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de N233 (Lijnweg), Radboudweg, Levendaalseweg, Kastanjelaan, Boslandweg en het spoor. Voor de provinciale weg zijn nog geen GGP’s vastgesteld. Conform

Rm240386aaA0.teey_02

6

artikel 3.5 van de Aanvullingswet geluid dient de Wet geluidhinder voor de provinciale weg toegepast te worden. De berekeningen zijn gebaseerd op: - Omgevingswet; - Besluit kwaliteit leefomgeving; - Omgevingsregeling; - Meet- en rekenmethode geluid. - de “Wet geluidhinder”; - het “Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012”;

Rm240386aaA0.teey_02

7

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Ruimtelijke gegevens Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever verstrekte situatietekening, kaartmateriaal van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) en Google Streetview. In Bijlage I zijn de grafische weergaven van het akoestisch rekenmodel opgenomen. Met betrekking tot de bodemabsorptie is in dit onderzoek standaard uitgegaan van een harde bodem (bodemfactor 0) en zijn de akoestisch relevante bodemgebieden aan het model toegevoegd. Voor het ballastbed van het spoor is uitgegaan van een absorberend bodemgebied (bodemfactor 1).

2.2

Verkeersgegevens

2.2.1

Wegverkeerslawaai Onder de Omgevingswet dient de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) van het RIVM te worden geraadpleegd voor de benodigde verkeersgegevens. Momenteel zijn nog geen verkeersgegevens van de relevante wegen opgenomen in het CVGG. Zodoende zijn de gegevens voor de gemeentewegen opgevraagd bij de gemeente Rhenen. De gemeente heeft aangegeven geen telgegevens of verkeersmodellen te kunnen aanleveren van het betreffende gebied. Voor de Radboudweg, Levendaalseweg, Kastanjelaan en Boslandweg zijn om deze reden aannames gedaan van de etmaalintensiteit per etmaal. Uitgegaan is van 1.000 voertuigen per weg, gezien het aantal aanliggende woningen kan worden gesteld dat dit een worst-case scenario is. Voor de verdeling is uitgegaan van een standaard verdeling erftoegangswegen binnen de bebouwde kom, zie Bijlage III. De wegverharding van de gemeentewegen is wel door de gemeente Rheden aangereikt. De gegevens voor de N233 zijn aangeleverd door de provincie Utrecht. In Tabel 2.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2035 Straat

N233

Radboudweg

EtmaalPeriode intensiteit verdeling D 6.42% 27.455 A 3,34% N 1,20% D 6,70% 1.000 A 3,70% N 0,60%

Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 86,94% 8,31% 4,75% 94,62% 3,92% 1,47% 85,45% 7,27% 7,27% 95,75% 3,75% 0,50% 96,68% 2,83% 0,50% 97,60% 1,90% 0,50%

Snelheid km/uur

Wegdek

80

32

30

13

Rm240386aaA0.teey_02

8

Vervolg Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2035 Straat Levendaalse weg Kastanjelaan

Boslandweg

EtmaalPeriode intensiteit verdeling D 6,70% 1.000 A 3,70% N 0,60% D 6,70% 1.000 A 3,70% N 0,60% D 6,70% 1.000 A 3,70% N 0,60%

Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 95,75% 3,75% 0,50% 96,68% 2,83% 0,50% 97,60% 1,90% 0,50% 95,75% 3,75% 0,50% 96,68% 2,83% 0,50% 97,60% 1,90% 0,50% 95,75% 3,75% 0,50% 96,68% 2,83% 0,50% 97,60% 1,90% 0,50%

Snelheid km/uur

Wegdek

30

01

30

01

30

80

Hierbij is: Periode:

gemiddeld uuraandeel betreffende periode in procenten van de etmaalintensiteit.

Qlv:

gemiddeld uuraandeel lichte motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten.

Qmv:

gemiddeld uuraandeel middelzware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten.

Qzv:

gemiddeld uuraandeel zware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten.

Snelheid: ter plaatse toegestane maximum snelheid. Wegdek: Type 01: Referentiewegdek Type 32: SMA NL8G+

Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in Bijlage II opgenomen rekenbladen. De verkeersgegevens zijn opgenomen in Bijlage III. 2.2.2

Railverkeerslawaai De spoorweggegevens zijn afkomstig van het CVGG, Centrale Voorziening Geluidgegevens, van het RIVM. De gegevens zijn binnengehaald op 24-09-2024 en hebben betrekking op 24-092024. Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in Bijlage II opgenomen rekenbladen.

2.3

Toegepaste rekenmethode De geluidbelastingen van de gemeentewegen en spoorweg zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode”, zoals beschreven in de “Meet- en rekenmethode geluid” van Bijlage IVe en Bijlage IVf de Omgevingsregeling. De geluidbelastingen van de provinciale weg zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode II”, zoals deze is beschreven in het “Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012”. Bij de modellering van het akoestisch rekenmodel is gebruik gemaakt van het pakket WinHavik, ontwikkeld door dirActivity.

Rm240386aaA0.teey_02

9

3

NORMSTELLING BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING

3.1

Algemeen Conform de Omgevingsregeling dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg in nieuwe situaties de geluidbelasting in Lden in dB te worden bepaald. Dit is een gemiddeld geluidniveau over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt bepaald met de volgende formule:

𝐿𝑑𝑒𝑛 = 10 log 3.2

𝐿𝑑𝑎𝑦 𝐿𝑒𝑣𝑒𝑛𝑖𝑛𝑔+5 𝐿𝑛𝑖𝑔ℎ𝑡+10 12 ⋅ 10 10 + 4 ⋅ 10 + 8 ⋅ 10 10 10 24

Geluidaandachtsgebied Volgens artikel 3.5 van de Omgevingsregeling wordt een geluidaandachtsgebied bepaald aan de hand van Bijlage IVc (rekenmethode geluidaandachtsgebied). Binnen het aandachtsgebied worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten het aandachtsgebied worden geen eisen gesteld. Indien het geluidaandachtsgebied van gemeentewegen nog niet is vastgesteld, wordt dit bepaald aan de hand van artikel 17.5 van de Omgevingsregeling. De breedte van het te hanteren geluidaandachtsgebied is afhankelijk van het aantal rijstroken en de geldende maximumsnelheid van de desbetreffende weg. De te hanteren breedtes zijn opgenomen in Tabel 3.1. Tabel 3.1: Breedte geluidaandachtsgebied aan weerszijde van de weg (in meters) Maximum snelheid

Aantal rijstroken

≤ 30 km/h

1 of 2 rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken

> 30 km/h

3.3

Breedte geluidaandachtsgebieden (art. 17.5 Omgevingsregeling) 100 200 350

Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidgevoelig object en/of een (spoor)weg door vaststelling of herziening van een omgevingsplan wordt voorzien, is er sprake van 'nieuwe situaties'.

3.4

Type gevel Een gevel van een gebouw is het vlak van het gebouw waar de buitenlucht ophoudt. Voor een nog te bouwen woning is het de plek waar een gevel mag komen. Een geluidgevoelig gebouw heeft in beginsel een geluidgevoelige gevel. Vanwege de aanvaardbaarheid van geluid kan het bevoegd gezag in het omgevingsplan de gevel van een

Rm240386aaA0.teey_02

10

geluidgevoelig gebouw een andere kwalificatie geven. Namelijk: •

•

•

3.5

Geluidluwe gevel: een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. In een geluidluwe gevel kunnen ramen en deuren worden geopend zonder dat daarbij veel geluid in de woning binnendringt. Doorgaans wordt uitgegaan van geluidluwe gevel indien de geluidbelasting lager is dan de standaardwaarde, tenzij dit anders aangegeven wordt door de gemeente. Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen: een gevel met bouwkundige maatregelen om de geluidbelasting op het te openen deel te verlagen, voor een verdere uitwerking zie paragraaf 3.6. Niet-geluidgevoelige gevel: een niet-geluidgevoelige gevel is een gevel die na een belangenafweging in het omgevingsplan de aanduiding ‘niet-geluidgevoelig’ krijgt.

Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in nieuwe situaties zijn in artikel 5.78t t/m 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving vermeld. De standaardwaarden en grenswaarden zijn in navolgende Tabel 3.2 per geluidbronsoort weergegeven. Tabel 3.2: Overzicht standaardwaarde en grenswaarde Bkl nieuwe situaties Geluidbronsoort Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde

Grenswaarde

50 dB Lden

60 dB Lden

53 dB Lden

70 dB Lden

55 dB Lden

65 dB Lden

50 dB Lden 40 dB Lnight

55 dB Lden 45 dB Lnight

In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat de standaardwaarde niet mag worden overschreden. Indien de standaardwaarde wel maar de grenswaarde niet wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden bij Algemene Maatregel van Bestuur ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Bij het overschrijden van de standaardwaarde dient het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel te worden betrokken. Tevens dient de gecumuleerde geluidbelasting op het geluidgevoelig gebouw te worden beoordeeld. Daarnaast dient het gezamenlijke geluid te worden bepaald en in het omgevingsplan te worden vastgelegd. Het

Rm240386aaA0.teey_02

11

gezamenlijk geluid betreft het geluid van de verschillende relevante bronnen opgeteld, zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Voor de gecumuleerde geluidbelasting dient wel rekening te worden gehouden met de hinderlijkheid van de verschillende soorten bronnen. Wanneer de grenswaarde uit artikel 5.78u Bkl, wordt overschreden, is realisatie van nieuwbouw alleen mogelijk door het toepassen van een of meer niet-geluidgevoelige gevels of door middel van het treffen van bouwkundige voorzieningen waarmee ervoor wordt gezorgd dat de optredende gevelbelasting op het te openen deel aan de grenswaarde voldoet. Een nietgeluidgevoelige gevel betreft een gevel zonder te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie voor zover hierachter direct een verblijfsruimte is gelegen. Bouwkundige maatregelen kunnen in en/of aan de uitwendige scheidingsconstructie worden getroffen. Als de grenswaarde wordt overschreden wordt in het belang van het beschermen van de gezondheid een geluidluwe gevel betrokken. Een geluidluwe gevel wordt in het Bkl als volgt gedefinieerd: een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid.

Geluidbeperkende maatregelen komen enkel in aanmerking als deze financieel doelmatig zijn en er geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard tegen bestaan. 3.6

Niet-geluidgevoelige gevel Indien de grenswaarde wordt overschreden kan enkel een geluidgevoelig gebouw worden gerealiseerd indien, conform artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bouwkundige maatregelen worden getroffen. De uitwendige scheidingsconstructie van de gevel(s) waar de grenswaarde wordt overschreden dient te worden uitgevoerd als een niet-geluidgevoelige gevel. De betreffende gevel mag geen te openen delen bevatten anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang. Alternatief hiervoor is het reduceren van de optredende gevelbelasting op de te openen delen die direct grenzen aan een verblijfsgebied tot de grenswaarde of lager. Indien een van voornoemde bouwkundige maatregelen wordt toegepast dient in het omgevingsplan te worden opgenomen dat de betreffende gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. Het toepassen voor voornoemde bouwkundige maatregelen bij een overschrijding van de grenswaarde is enkel toegestaan indien er geen doelmatige geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarde te voldoen en de overschrijding van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16485104/1