CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Beweegrichtlijnen Gezondheidsraad

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Realiseren van een multicourt en een ontmoetingsplek in de buitenruimte13.744 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beweegrichtlijnen 2017 Aan: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Nr. 2017/08, Den Haag 22 augustus 2017

Inhoud

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 2 van 45

inhoud Samenvatting3 01 Inleiding

04 Beweegrichtlijnen

27

4.1

Aanbevelingen voor volwassenen en ouderen

28

7

4.2

Aanbevelingen voor kinderen van vier tot achttien jaar

29

1.1

Aanleiding en adviesvraag

8

4.3

Kinderen van nul tot vier jaar

30

1.2

Afbakening

9

4.4

Aanbeveling met betrekking tot zitten

30

1.3

Werkwijze

11

4.5

De beweegrichtlijnen

30

1.4

Leeswijzer

13

4.6

Hoe verhouden de nieuwe richtlijnen zich tot de huidige normen?

31

02 Bewegen draagt bij aan de gezondheid

14

05 Gevolgen voor de praktijk

32

2.1

Werkwijze integratie bevindingen uit cohortonderzoeken en RCT’s 15

5.1

Hoe doet Nederland het nu?

33

2.2

Volwassenen 

15

5.2

Welke verschuivingen in beweeggedrag zijn gewenst?

33

2.3

Ouderen

18

5.3

Implementatie

33

2.4

Kinderen 

19

5.4

Partijen

35

2.5

Vragen voor nader onderzoek 

20

2.6

Conclusie

22

03 Veel zitten lijkt ongunstig voor de gezondheid

24

3.1

Beschikbaar onderzoek 

25

3.2

Vragen voor nader onderzoek

25

3.3

Conclusie 

25

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Literatuur36

Samenvatting

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 3 van 45

samenvatting

depressieve symptomen. Verder hangt veel bewegen samen met een lager risico op borsten darmkanker en vroegtijdig overlijden. Uit

Achtergrond

het effect van bewegen en zitten op het risico op

onderzoek blijkt dat de gunstige effecten

In Nederland bestaan drie normen voor

chronische ziekten en lichamelijke beperkingen

toenemen naarmate de hoeveelheid beweging

bewegen: de Nederlandse Norm Gezond

(ouderen) en op fitheid (kinderen) systematisch

toeneemt. Relatief wordt de meeste

Bewegen, die adviseert op minstens vijf dagen

beoordeeld in twee achtergronddocumenten.

gezondheidswinst geboekt door van lichamelijk

per week minimaal een half uur matig intensief

Hierbij worden verschillende niveaus van

inactief actief te worden (ten minste matig

te bewegen door bijvoorbeeld stevig door te

bewijskracht toegekend. Vervolgens heeft zij

intensief).

lopen; de Fitnorm die aangeeft op minstens drie

effecten met een grote bewijskracht als

Bij ouderen verlaagt bewegen daarnaast het

dagen per week minimaal twintig minuten zwaar

uitgangspunt genomen bij de afleiding van de

risico op botbreuken en verbetert het de

intensief te bewegen door bijvoorbeeld hard te

richtlijnen, waarbij zij ook bestaande

spierkracht en de loopsnelheid. Ook hangt veel

lopen; en de Combinorm, waarvoor je aan de

internationale richtlijnen heeft betrokken.

bewegen bij deze groep samen met een lager risico op lichamelijke beperkingen, cognitieve

Beweegnorm en/of Fitnorm dient te voldoen. Op verzoek van de minister van VWS evalueert de

Bevindingen

achteruitgang en dementie.

Commissie Beweegrichtlijnen in dit advies de

Het grote aantal gunstige effecten van

Bij kinderen verlaagt bewegen eveneens het

normen in het licht van nieuwe

regelmatige lichaamsbeweging wordt in dit

risico op depressieve symptomen, verbetert het

wetenschappelijke ontwikkelingen. Daarbij is

advies nogmaals bekrachtigd. Bewegen is

de insulinegevoeligheid en botkwaliteit en

ook de vraag of alle aspecten van bewegen in

gezond voor alle leeftijdsgroepen. Het gaat

verlaagt het – bij kinderen met overgewicht en

één richtlijn kunnen worden gevat.

hierbij zowel om activiteiten gericht op

obesitas – de body mass index en vetmassa.

uithoudingsvermogen als op kracht

Verder verbetert bewegen de fitheid en

Werkwijze

(spierversterkend).

spierkracht.

Bij de afleiding van de nieuwe beweegrichtlijnen

Bij volwassenen en ouderen verlaagt bewegen

Veel zitten lijkt daarentegen ongunstig voor de

heeft de commissie eerst het onderzoek naar

het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en

gezondheid: veel zitten hangt samen met een

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Samenvatting

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 4 van 45

hoger risico op hart- en vaatziekten en

Voor kinderen van vier tot en achttien jaar geldt

Aanbevelingen voor monitoring, onderzoek

vroegtijdige sterfte. Het verband wordt echter

de volgende beweegrichtlijn:

en implementatie

zwakker naarmate mensen ook meer bewegen

• Bewegen is goed, meer bewegen is beter.

In Nederland worden de nieuwe

en is niet aanwezig bij mensen die heel veel

• Doe minstens elke dag een uur aan matig

beweegrichtlijnen voor matig intensieve

bewegen (ruim boven de huidige beweegnorm).

intensieve inspanning. Langer, vaker en/of

inspanning en bot- en spierversterkende

De wetenschappelijke onderbouwing voor de

intensiever bewegen geeft extra

activiteiten gehaald door ongeveer 45 procent

gezondheidseffecten van zitten is op dit moment

gezondheidsvoordeel.

van de kinderen, volwassenen en ouderen. Bij

veel minder sterk dan voor bewegen.

• Doe minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten.

Beweegrichtlijnen

• En: voorkom veel stilzitten.

matig intensieve inspanning is alle ten minste matig intensieve beweging meegeteld, dus bijvoorbeeld in het huishouden, op school of het werk en in de vrije tijd. De cijfers zijn gebaseerd

De beweegrichtlijn voor volwassenen en ouderen luidt als volgt:

De commissie benadrukt dat het verband tussen

op gegevens uit vragenlijsten, die een goede

• Bewegen is goed, meer bewegen is beter.

de hoeveelheid bewegen en gezondheid een

indruk geven van trends in beweeggedrag in de

• Doe minstens 150 minuten per week aan

continuüm is. De beweegrichtlijn voor

tijd. Omdat de vragenlijsten minder geschikt zijn

matig. intensieve inspanning, zoals wandelen

volwassenen en ouderen is een minimumrichtlijn

voor het bepalen van de werkelijke hoeveelheid

en fietsen, verspreid over diverse dagen.

om mensen die weinig actief zijn te motiveren in

beweging, pleit de commissie ervoor

Langer, vaker en/of intensiever bewegen

beweging te komen. Mensen die aan deze

beweeggedrag met beweegmeters te gaan

geeft extra gezondheidsvoordeel.

richtlijn voldoen kunnen door meer te gaan

monitoren.

• Doe minstens tweemaal per week spier- en

bewegen verdere gezondheidswinst behalen.

botversterkende activiteiten, voor ouderen

De commissie beveelt aan dit te benadrukken in

De percentages laten zien dat nog steeds een

gecombineerd met balansoefeningen.

de communicatie over de beweegrichtlijnen.

groot deel van de bevolking weinig beweegt. De

• En: voorkom veel stilzitten.

uitdaging is om een blijvende verandering in beweeg- en zitgedrag te realiseren. Meer inzicht in de factoren die mensen helpen of juist

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Samenvatting

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 5 van 45

belemmeren om voldoende te gaan bewegen, is

samen met andere partijen wordt gedaan, zoals

daarbij noodzakelijk. Wat al kan helpen is dat

lokale overheden, werkgevers, scholen en

mensen bewegen integreren in hun dagelijks

gezondheidsprofessionals.

leven, bijvoorbeeld door lopend of op de fiets naar school of werk te gaan. Ook beweegprogramma’s kunnen stimulerend werken. Omdat slechts van enkele aangetoond is dat deze daadwerkelijk effectief zijn, beveelt de commissie aan meer onderzoek uit te voeren naar dergelijke programma’s. Programma’s gericht op het verminderen van zitten verdienen eveneens nader onderzoek. Tenslotte kan een blijvende verandering in beweeggedrag mogelijk worden bevorderd door bij de inrichting van de fysieke omgeving hiermee rekening te houden. De richtlijnen zijn primair gericht op het beweeggedrag van de algemene bevolking. Met het oog op het grote belang voor de volksgezondheid zijn de richtlijnen echter niet alleen een zaak van mensen zelf, maar ook van de overheid. De commissie adviseert de minister om in te zetten op interventies om blijvend meer te bewegen. Het succes zal groter zijn als dit

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Samenvatting

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 6 van 45

Figuur 1 Beweegrichtlijnen 2017 Bewegen is goed, meer bewegen is beter Volwassenen en ouderen Matig of zwaar intensieve inspanning minimaal 150 minuten per week, verspreid over diverse dagen

Hoeveel procent voldoet aan de richtlijn?

Gezondheidsvoordeel

Intensiteit van bewegen

Naarmate de intensiteit toeneemt gaan hartslag, ademhaling en energieverbruik verder omhoog Zitten

extra

vanaf 18 jaar

Spier- en botversterkende activiteiten (voor ouderen inclusief balansoefeningen): minimaal 2x per week

Beginnen met bewegen levert het grootste gezondheidsvoordeel op

TV kijken, beeldschermwerk

44%

Hartslag Ademhaling

groot

Energieverbruik

Licht intensief

Musiceren, afwassen

En: voorkom veel stilzitten inactief

Kinderen Matig of zwaar intensieve inspanning minimaal 1 uur per dag

Spier- en botversterkende activiteiten minimaal 3x per week

En: voorkom veel stilzitten

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

matig actief

zeer actief

Mate van activiteit

4 t/m 11 jaar

55%

12 t/m 17 jaar

28%

Soorten activiteit gericht op: Spierversterking Verbeteren van kracht en vermogen van de skeletspieren Botversterking Belasting van het lichaam met het eigen lichaamsgewicht

Matig intensief

Wandelen en fietsen

Zwaar intensief

Hardlopen, voetballen

hoofdstuk 01 | Inleiding

01 inleiding

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 7 van 45

hoofdstuk 01 | Inleiding

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 8 van 45

1.1 Aanleiding en adviesvraag

Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB)

Nederland kent diverse beweegnormen: de Nederlandse Norm Gezond

Voor volwassenen (18-55 jaar) geldt dat zij op minstens vijf dagen

Bewegen, de Fitnorm en de Combinorm (zie kader beweegnormen). De

per week minstens een half uur per dag matig intensief moeten

minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft de

bewegen. Voorbeelden zijn stevig doorlopen of fietsen en tuinieren.

Gezondheidsraad gevraagd deze normen te evalueren, in het licht van

De beweging moet minstens tien minuten achter elkaar volgehouden

nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen. Zo is er bijvoorbeeld

worden.

onderzoek beschikbaar gekomen naar het effect van spierversterkende

De beweegnorm voor 55-plussers is hetzelfde, maar zij mogen dat

oefeningen en zijn er aanwijzingen dat veel zitten nadelige

halve uur iets rustiger aan doen. Voorbeelden van matig intensieve

gezondheidseffecten kan hebben. Bij de evaluatie zou het effect van

lichamelijke activiteit bij ouderen zijn wandelen en fietsen.

bewegen op de gezondheid centraal moeten staan. De minister vroeg de

Kinderen (onder de 18 jaar) moeten elke dag minstens een uur

raad om te bezien of alle aspecten van bewegen te integreren zijn in één

matig tot zwaar intensief bewegen, zoals lopen, fietsen of

set richtlijnen, uitgesplitst naar jeugd, volwassenen en ouderen, die

ingespannen spelen. Hiervan moeten de activiteiten twee keer per

meetbaar en in de praktijk toepasbaar zijn.

week gericht zijn op het verbeteren of behouden van kracht, lenigheid, coördinatie en sterkte van de botten.1,2 Fitnorm Om aan de fitnorm te voldoen moet je drie keer per week minstens

Beweegnormen

twintig minuten bij zware intensiteit bewegen. Het gaat om

Sinds 1998 geldt in Nederland de Nederlandse Norm Gezond

activiteiten waarbij de hartslag flink omhoog gaat, bijvoorbeeld

Bewegen. Omdat deze norm uitgaat van matig intensief bewegen, is

zwemmen, hard fietsen of hardlopen. Deze beweegnorm is voor alle

hieraan later de Fitnorm toegevoegd. Deze Fitnorm maakte duidelijk

leeftijden gelijk.

hoeveel beweging volstaat bij een hogere intensiteit. Om één maat

Combinorm

te hebben voor het beweeggedrag van de bevolking is vervolgens

Voor de combinorm dien je je te houden aan de Nederlandse Norm

de Combinorm opgesteld, die gehaald is als aan een van de beide

Gezond Bewegen of aan de Fitnorm, als je maar een van beide

andere normen is voldaan.

haalt.3,4

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 01 | Inleiding

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 9 van 45

1.2 Afbakening

waarin bewegen gecombineerd is met andere interventies zoals

De Commissie Beweegrichtlijnen heeft zich bij de evaluatie van de

voedingsadvies zijn buiten beschouwing gelaten. Het effect van alleen

literatuur en afleiding van de richtlijnen gericht op onderzoek waarin

bewegen is dan namelijk niet goed te beoordelen. In cohortonderzoek zijn

bewegen en zitten zijn onderzocht in relatie tot vroegtijdige sterfte,

bewegen en zitten vooral bepaald in de vrije tijd, waarbij onderscheid

(risicofactoren voor) chronische ziekten, lichamelijke beperkingen en

wordt gemaakt tussen zitten en bewegen bij lichte, matige en zware

fitheid.

intensiteit (zie kader Kenmerken van beweging). In RCT’s wordt vaak

De commissie evalueert het onderzoek voor kinderen en adolescenten tot

onderscheid gemaakt tussen training die is gericht op uithoudings-

achttien jaar, volwassenen en ouderen afzonderlijk.

vermogen (duurtraining), op kracht of op de combinatie daarvan. In enkele onderzoeken zijn specifieke vormen van training onderzocht zoals

1.2.1 Prospectief onderzoek

krachttraining gericht op botversterking of balans.

De commissie heeft zich beperkt tot prospectief onderzoek: onderzoek waarbij de bepaling van de uitkomst na de bepaling van de blootstelling

Vormen van beweging

(in dit geval beweeg- of zitgedrag) plaatsvindt. Het gaat hierbij om

Beweging kent verschillende vormen.5-8

cohortonderzoek en gerandomiseerd gecontroleerd interventieonderzoek

• Bewegen/lichamelijke activiteit is gedefinieerd als elke

(RCT’s). In cohortonderzoek wordt eerst het beweeggedrag en/of

lichaamsbeweging door skeletspieren die resulteert in

zitgedrag van een grote groep mensen nagevraagd, waarna deze groep

energieverbruik. In de context van dit advies gaat het hierbij om

over enige jaren wordt gevolgd om het ziekte- en sterfterisico te bepalen.

activiteiten waarbij een of meer grote spiergroepen betrokken zijn.

In RCT’s wordt het effect van een interventie (bijvoorbeeld meer bewegen)

De meeste vormen van lichamelijke activiteit bestaan zowel uit

vergeleken met een controlegroep, waarbij door loting bepaald is wie

een duur- als krachtcomponent.

meedoet aan de interventie en wie in de controlegroep zit.

• Balansoefeningen zijn statische en dynamische oefeningen gericht op het verbeteren van de balans terwijl iemand staat of

1.2.2 Bewegen en zitten

beweegt, zoals op een been staan of een voorwerp van de grond

De commissie heeft specifiek gekeken naar onderzoeken naar de effecten

oprapen.

van beweging en zitten (zie kader Vormen van beweging). Onderzoek

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

• Botversterkende activiteiten bestaan uit krachttraining en

hoofdstuk 01 | Inleiding

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 10 van 45

activiteiten waarbij het lichaam met het eigen gewicht wordt

Kenmerken van beweging

belast, zoals springen, traplopen, wandelen, hardlopen en

De hoeveelheid beweging wordt bepaald door de intensiteit,

dansen.

frequentie en duur/volume.5-8

• Duurtraining omvat activiteiten gericht op het

• Metabole equivalent (MET) is een meeteenheid om de intensiteit

uithoudingsvermogen. Hierbij zijn gewoonlijk grote spiergroepen

van lichamelijke activiteit te definiëren, in veelvouden van de

betrokken en wordt op een snelheid bewogen die langer dan een

benodigde energie in rust. Eén MET is het energieverbruik in rust.

paar minuten vol te houden is. Voorbeelden zijn wandelen, zwemmen, fietsen en dansen.

• Absolute intensiteit is ingedeeld in licht, matig en zwaar. • Lichte lichamelijke activiteit bestaat uit activiteiten waarbij

• Krachttraining: zie spierversterkende activiteiten. Voorbeelden zijn

iemand rechtop staat of licht beweegt. Voorbeelden zijn koken,

oefeningen waarbij lichaamsgewicht, losse gewichten (halters) of

boodschappen doen, darten. Het energieverbruik varieert van

machines als weerstand worden gebruikt.

1,6 tot en met 2,9 MET.

• Spierversterkende activiteiten (krachttraining of de combinatie van

• Matige lichamelijke activiteit betreft activiteiten op een

kracht- en duuractiviteiten) omvatten activiteiten om kracht,

intensiteit die wat moeite kost, maar waarbij praten mogelijk

vermogen, uithoudingsvermogen en omvang van de skeletspieren

blijft. Voorbeelden zijn wandelen, fietsen en rustig zwemmen.

te verbeteren. Voorbeelden zijn krachttrainingoefeningen met

Het energieverbruik varieert van 3,0 tot en met 5,9 MET.

eigen lichaamsgewicht en duuractiviteiten als fietsen.

• Zwaar intensieve lichamelijke activiteit leidt ertoe dat iemand zwaarder gaat ademen of gaat puffen en hijgen, afhankelijk

Zitten, zoals hier gedefinieerd, omvat zittende en (half)liggende

van hoe fit iemand is. Voorbeelden zijn aerobics, hardlopen,

activiteiten, waarbij weinig energie wordt verbruikt (≤1,5 metabole

wielrennen en bepaalde competitieve sporten. Het

equivalent (MET) zie kader Kenmerken van beweging), met

energieverbruik is 6 MET of meer.

uitzondering van slapen. In vakliteratuur wordt dit aangeduid met de

• Duur betreft de tijd dat een lichamelijke activiteit per sessie

term sedentair gedrag. Voorbeelden zijn tv-kijken, lezen, naaien, op

wordt volgehouden (aantal minuten zitten of wandelen) of de

de computer werken, zittend gamen of zitten tijdens transport.9

totale tijd waarin de lichamelijke activiteit wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld aantal minuten zitten of wandelen per week).

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 01 | Inleiding

• Frequentie betreft het aantal keer per tijdseenheid dat een bepaalde lichamelijke activiteit wordt uitgevoerd, veelal

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 11 van 45

minstens een uur matig inspannende activiteit per dag.12 Indien gewenst, zou de raad deze adviezen op enig moment kunnen actualiseren.

uitgedrukt in keren per dag of per week. • Volume (per training) betreft het aantal oefeningen, sets en herhalingen binnen een set per training.

1.3 Werkwijze Voor het afleiden van de beweegrichtlijnen heeft de commissie wetenschappelijke bevindingen geëvalueerd op het gebied van bewegen,

1.2.3 Chronische ziekten, lichamelijke beperkingen en fitheid

zitten en het risico op chronische ziekten. De bevindingen uit

De beweegrichtlijnen zijn bedoeld voor de bevordering van de

cohortonderzoek en RCT’s heeft zij vervolgens geïntegreerd in conclusies.

gezondheid. Hierbij ligt de nadruk primair op de preventie van chronische

Tot slot zijn de conclusies vertaald in richtlijnen.

ziekten in de algemene bevolking. Bij ouderen gaat de commissie daarnaast in op lichamelijke beperkingen en bij kinderen op fitheid (kracht

1.3.1 Evaluatie nieuwe wetenschappelijke bevindingen

en uithoudingsvermogen). Hoewel de richtlijnen gericht zijn op de

De evaluaties van nieuwe wetenschappelijke bevindingen staan

algemene bevolking, hebben ook patiëntengroepen er baat bij. RCT’s

beschreven in twee Engelstalige achtergronddocumenten, een over

laten zien dat het gunstige effect van beweging op het risico op vroegtijdig

bewegen en een over zitten.13,14 Een (Nederlandstalig) methodologisch

overlijden bij patiënten met hart- en vaatziekten en diabetes vaak

achtergronddocument15 beschrijft gedetailleerd hoe de commissie bij de

vergelijkbaar is met dat van medicijnen.10 Sommige patiëntgroepen zullen

evaluatie te werk is gegaan. In hoofdlijnen komt het erop neer dat voor de

enige ziektespecifieke aanpassingen nodig hebben. Die komen in dit

evaluatie de wetenschappelijke literatuur is afgebakend tot meta-analyses

advies verder niet aan bod.

en systematische reviews van cohortonderzoeken en RCT’s die voor

Ook bevatten de richtlijnen geen specifieke aanbevelingen om

1 oktober 2016 zijn gepubliceerd. Het gaat hierbij om cohortonderzoeken

overgewicht of een ongewenste gewichtstoename te voorkomen. In 2003

naar de relatie tussen bewegen en zitten en het risico op vroegtijdige

heeft de Gezondheidsraad een advies uitgebracht over overgewicht en

sterfte, veel voorkomende chronische ziekten en lichamelijke beperkingen

obesitas.11 In de Richtlijnen goede voeding 2006 heeft de raad verder

en om RCT’s naar deze uitkomstmaten, risicofactoren voor deze

geconcludeerd dat mensen met een ongewenste gewichtstoename,

aandoeningen en indicatoren van fitheid. Bij de risicofactoren maakt de

overgewicht of obesitas het activiteitenniveau moeten verhogen tot

commissie onderscheid tussen causale risicofactoren en intermediaire

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 01 | Inleiding

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 12 van 45

factoren. Voor de causale risicofactoren is aangetoond dat een

bevindingen met een grote bewijskracht. De bewijskracht hangt onder

verandering in de factor leidt tot een verandering in ziekterisico, voor de

meer af van de beschikbaarheid en kwaliteit van onderzoek, de

intermediaire factoren is er wel een verband, maar geen bewezen effect.

eenduidigheid van de bevindingen en de sterkte van het verband of effect.

Bij de afleiding van de beweegrichtlijnen gaat de commissie uit van Schematisch ziet de werkwijze er als volgt uit.

a. De commissie evalueert het effect van lichamelijke activiteit en zitten op de volgende causale risicofactoren: systolische bloeddruk, LDL-cholesterol, lichaamsgewicht (volwassenen) en body mass index (kinderen) en insulinegevoeligheid; de intermediairen: bloedglucose, vetmassa, buikvet, buikomvang, vetvrije massa en botdichtheid; de fitheidindicatoren: aerobe fitheid, fysiek functioneren en spierkracht. b. De commissie evalueert het verband tussen lichamelijke activiteit en zitten en het risico op vroegtijdig overlijden en de volgende aandoeningen: coronaire artziekten, beroerte, hartfalen, type 2 diabetes mellitus, chronisch obstructieve longziekten (COPD), borstkanker, darmkanker, longkanker, lichamelijke

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

beperkingen, fracturen, artrose, blessures, dementie en cognitieve achteruitgang, depressie en depressieve symptomen, en ADHD-symptomen. c. Commissie baseert zich vooral op gepoolde analyses, meta-analyses en systematische reviews. d. RCT’s naar het effect op ziekte zijn schaars. Met het oog op het belang van dergelijke onderzoeken voor conclusies over causaliteit, worden deze RCT’s ook beschreven als er geen meta-analyses of systematische reviews zijn. e. De term cohortstudies wordt gebruikt voor alle soorten prospectief observationeel onderzoek.15

hoofdstuk 01 | Inleiding

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 13 van 45

1.3.2 Integratie van bevindingen uit cohortonderzoek en RCT’s

kinderen. Hierbij gaat zij steeds na in hoeverre op basis van de

Voor het afleiden van de richtlijnen worden de bevindingen met een grote

bevindingen de benodigde hoeveelheid beweging te kwantificeren is.

bewijskracht uit cohortonderzoeken en RCT’s geïntegreerd tot conclusies

Hoofdstuk 3 volgt een vergelijkbare aanpak voor bevindingen met een

die ‘overtuigend’ of ‘aannemelijk’ zijn (in hoofdstuk 2.1 wordt dit nader

sterke bewijskracht voor zitten. Vervolgens leidt de commissie in

toegelicht). Het verschil komt tot uiting in de inhoud van de bijbehorende

hoofdstuk 4 de richtlijnen voor bewegen en zitten af. In hoofdstuk 5 gaat

richtlijn. Een overtuigende conclusie kan leiden tot een kwantitatieve

zij in op de gevolgen voor de praktijk.

aanbeveling als de onderliggende gegevens zich daarvoor lenen; een aannemelijke niet. 1.3.3 Afleiding van de beweegrichtlijnen Het doel bij de afleiding van de nieuwe beweegrichtlijnen was om meetbare en praktisch toepasbare richtlijnen af te leiden op basis van de stand van wetenschap, conform het verzoek van de minister. Bij het vaststellen van de richtlijnen licht de commissie toe in hoeverre zij zich kan baseren op de geïntegreerde conclusies uit cohortonderzoeken en RCT’s. Zij neemt daarbij ook de huidige Nederlandse normen1, 2 en recente internationale richtlijnen in ogenschouw. Deze richtlijnen lijken sterk op elkaar.5-7,16-21 De praktische toepassing van de richtlijnen zelf valt buiten het bestek van dit advies.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 bespreekt en integreert de commissie de bevindingen met een sterke bewijskracht voor bewegen en het risico op chronische ziekten, lichamelijke beperkingen en fitheid voor volwassenen, ouderen en

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

02 bewegen draagt bij aan de gezondheid

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 14 van 45

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 15 van 45

Onderzoek laat zien dat bewegen positieve effecten heeft op de

en vaatziekten, diabetes, dementie, depressie en fracturen. Er zijn

gezondheid: het vermindert het risico op verschillende chronische ziekten

namelijk RCT’s beschikbaar naar effecten van bewegen op causale

en verbetert spierkracht en fitheid. In dit hoofdstuk beschrijft de commissie

risicofactoren voor deze aandoeningen (bloeddruk en LDL-cholesterol

welke conclusies getrokken kunnen worden uit wetenschappelijk

voor hart- en vaatziekten, gewicht en insulinegevoeligheid voor diabetes)

onderzoek over het effect van bewegen op de gezondheid voor

op voorstadia van ziekten (cognitieve achteruitgang voor dementie) of op

volwassenen, ouderen en kinderen. Verder bespreekt zij welke voor de

het risico op de aandoening zelf (depressieve symptomen en fracturen).

richtlijnen relevante ontwikkelingen meer onderzoek vragen.

De verbanden tussen bewegen en het risico op kanker, COPD en artrose kunnen hooguit aannemelijk zijn, omdat hiervoor alleen cohortonderzoek

2.1 Werkwijze integratie bevindingen uit cohortonderzoeken en RCT’s

beschikbaar is. Bij de kwantificering van een richtlijn gaat de commissie uit van conclusies

Voor het afleiden van de beweegrichtlijnen worden de bevindingen met

met een overtuigende bewijskracht. In principe houdt zij daarbij het niveau

een grote bewijskracht uit cohortonderzoeken en RCT’s geïntegreerd tot

van bewegen aan dat gerapporteerd wordt in cohortonderzoek, wat een

conclusies die ‘overtuigend’ of ‘aannemelijk’ zijn. Als uitkomsten uit meta-

idee geeft van in de praktijk haalbare niveaus van beweging. Waar

analyses van RCT’s en cohortonderzoeken elkaar ondersteunen, acht de

mogelijk wordt dit aangevuld met informatie uit RCT’s over effectieve

commissie overtuigend aangetoond dat bewegen of zitten een gunstig

niveaus van intensiteit, frequentie en duur van bewegen. De conclusies

dan wel ongunstig effect heeft op het risico op chronische ziekten. Dat

met een aannemelijke bewijskracht vormen geen goede basis voor het

geldt ook als er alleen RCT’s zijn naar ziekte, sterfte (zogenoemde harde

afleiden van een kwantitatieve richtlijn.

uitkomstmaten), risicofactorena of indicatoren van fitheid. Als er alleen uitkomsten zijn uit cohortonderzoek, dan is volgens de commissie een

2.2 Volwassenen

verband tussen bewegen en ziekte of sterfte aannemelijk. Gevolg van deze werkwijze is dat uitkomsten in theorie overtuigend kunnen zijn als het gaat om het effect van bewegen op het risico op hart-

2.2.1 Bewegen verlaagt de kans op hart- en vaatziekten, diabetes en depressieve symptomen Het is overtuigend aangetoond dat bewegen de kans op hart- en

a

Met risicofactoren wordt zowel gedoeld op de causale risicofactoren als intermediairen. Dit wordt in detail toegelicht in het werkwijzedocument.15

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

vaatziekten verlaagt.13 Cohortonderzoek laat een verband zien tussen

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 16 van 45

veel bewegen en een lager risico op hart- en vaatziekten.22-24 Dit wordt

ondersteund door bevindingen uit RCT’s. Zo blijken duurtraining en

ondersteund door RCT’s die aantonen dat duurtraining en krachttraining

krachttraining de insulinegevoeligheid te verbeteren.33,34 Ook vermindert

de bloeddruk verlagen.25-27 Bovendien blijkt duurtraining ook de vetmassa

duurtraining het lichaamsgewicht bij volwassenen met een normaal

en buikomvang te verminderen.26, 28-30

gewicht, overgewicht en obesitas.26,28,29,35-37 Ten slotte komt uit één RCT

Uit het cohortonderzoek komt enige indicatie naar voren van de

die daar speciaal voor is opgezet, naar voren dat beweging het risico op

benodigde hoeveelheid en intensiteit van de beweging. De centrale

diabetes vermindert.38 Hoeveel beweging nodig is om het risico op

bevinding is: hoe meer beweging, hoe groter de gunstige effecten.

diabetes te verlagen is op basis van de cohortonderzoeken niet te

Relatief is de meeste winst te behalen door van lichamelijk inactief, actief

zeggen, omdat daarin de hoeveelheid lichamelijke activiteit onvoldoende

te worden, dat wil zeggen voldoende activiteiten uit te voeren bij minstens

gekwantificeerd was.31,32 Ook de RCT’s geven geen goede indicatie.

matige intensiteit: het onderzoek laat zien dat 75 minuten per week matig

RCT’s laten zien dat matig tot zwaar intensieve duurtraining een gunstig

intensief bewegen het risico op een hartaanval en hartfalen al verlaagt;

effect heeft, maar de variatie in trainingsfrequentie (drie tot zes keer per

150 minuten per week doet het risico verder dalen en 300 minuten of

week) en duur (24 tot 90 minutena) was te groot om te kunnen zeggen

meer is nog gunstiger.13,22,23 Het onderzoek naar beroerte laat eveneens

hoeveel beweging nodig is.26,28,29,33-36 RCT’s naar krachttraining vinden

een positief effect zien van beweging met matige en zware intensiteit.24

gunstige effecten bij twee tot drie trainingen per week bij matige tot zware

RCT’s bevestigen het belang van duurtraining bij matige en zware

intensiteit. Ook hierbij is de informatie te beperkt om de benodigde

intensiteit en van drie tot vijf keer per week krachttraining, waarbij vier

hoeveelheid te bepalen.33 In de enkele RCT naar het effect van bewegen

keer twee minuten de spieren van handen of benen worden

op diabetes liepen de trainingsprogramma’s te zeer uiteen (30 tot 60

aangespannen.25-27 Op basis van de RCT’s is het niet mogelijk een

minuten lichte activiteit per dag tot vijf tot tien minuten zeer zware activiteit

uitspraak te doen over de benodigde hoeveelheid van de beweging.

per dag) voor kwantificering van de benodigde hoeveelheid beweging.38

Daarvoor is de spreiding tussen de onderzoeken in frequentie en duur van de duurtraining en in intensiteit van de krachttraining te groot. Ook overtuigend bewezen is dat veel bewegen het risico op diabetes verkleint. Cohortonderzoek laat een verband zien, 13

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

31,2

dat wordt

a

Deze gegevens gelden voor de RCT’s naar insulineresistentie. Bij de RCT’s naar gewicht bij gezonde volwassenen was de spreiding kleiner: de trainingsfrequentie liep uiteen van drie tot vijf keer per week en de duur van 30 tot 60 minuten.26, 28, 29, 35

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

Figuur 2 Gezondheidseffecten van bewegen

Uitkomsten van onderzoek bij volwassenen

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 17 van 45

Ook het effect van bewegen op het risico op depressie is overtuigend13: cohortonderzoek laat een verband zien tussen bewegen en een lager

Volgens cohortonderzoek hangt bewegen samen met een kleiner risico op:

Volgens RCT’s* heeft bewegen een gunstig effect op:

waaruit blijkt dat duurtraining bij matige tot zware intensiteit en

Depressieve symptomen

Depressieve symptomen

diabetes is op basis van de onderzoeken niet te zeggen hoeveel

Bloeddruk Vetmassa Buikomvang

Hart- en vaatzieken Borstkanker Darmkanker

Gewicht Insulinegevoeligheid Diabetes (1 onderzoek)

Diabetes

risico op depressieve symptomen.37,39 Dit wordt ondersteund door RCT’s krachttraining het risico op depressieve symptomen verlagen.40 Net als bij beweging nodig is om het gunstige effect te bereiken. 2.2.2 Bewegen hangt samen met een lager risico op vroegtijdig overlijden, borst- en darmkanker Cohortonderzoek vindt een verband tussen bewegen en een lager risico op vroegtijdig overlijden, borst- en darmkanker.13,41-47 Dat maakt het aannemelijk dat er een samenhang bestaat. Voor vroegtijdige sterfte en borstkanker zijn er aanwijzingen dat relatief de grootste winst te behalen is door van niet actief te zijn (in de vrije tijd) actief te worden. Meer

Vroegtijdig overlijden

bewegen hangt samen met verdere gezondheidswinst.41-46 2.2.3 Conclusie Figuur 2 verbeeldt welke gezondheidswinst bewegen kan opleveren bij

= overtuigend aangetoond

= aannemelijk

volwassenen. Bij deze groep levert 75 minuten per week bewegen bij matige intensiteit al gezondheidswinst op, 150 minuten per week levert meer op en (meer dan) het dubbele is nog beter voor de gezondheid. In

*RCT: gerandomiseerd onderzoek met controlegroep

het cohortonderzoek nemen de gunstige effecten toe naarmate de beweging toeneemt. Relatief is de grootste winst te behalen door van

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

lichamelijk inactief (geen activiteit met matige of zware intensiteit), actief

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 18 van 45

uiteen om een uitspraak te kunnen doen over de benodigde hoeveelheid.50

te worden met matige of zware intensiteit. RCT’s vinden gunstige effecten van matig en zwaar intensieve duurtraining en van twee tot vijf keer per

2.3.2 Krachttraining verbetert de loopsnelheid en spierkracht

week krachttraining.

Het is overtuigend aangetoond dat krachttraining de loopsnelheid en spierkracht verbetert.13 Er zijn RCT’s waaruit blijkt dat krachttraining de

2.3 Ouderen

loopsnelheid bij ouderen verhoogt.51,52 Ook laten RCT’s zien dat

Het beschreven onderzoek naar volwassenen omvat vaak ook ouderen. In

krachttraining de spierkracht en vetvrije massa bij ouderen vergroot.53,54

aanvulling op deze bevindingen, is er bij ouderen bewijs voor een verband

In de RCT’s werden de gunstige effecten op de loopsnelheid gevonden bij

tussen bewegen en het risico op fracturen, lichamelijke beperkingen, en

twee tot drie keer per week krachttraining met sessies van 45 tot 60

cognitieve achteruitgang en dementie.

minuten.51,52 Twee tot drie keer per week krachttraining bij lichte tot matige intensiteit verhoogt de vetvrije massa53 en het effect op spierkracht neemt

2.3.1 Bewegen vermindert het risico op fracturen

toe met de intensiteit van de krachttraining.54,55 Deze onderzoeken leveren

Het is overtuigend bewezen dat bewegen het risico op fracturen

geen informatie over het het aantal oefeningen en het aantal keer dat

vermindert bij ouderen.13 Cohortonderzoek laat zien dat veel bewegen

deze worden uitgevoerd per training (het volume) en vormen daarom

samenhangt met een lager risico op fracturen in het algemeen en

onvoldoende basis voor een uitspraak over de kwantificering van de

heupfracturen in het bijzonder48,49, terwijl RCT’s aantonen dat de

beweging die nodig is om het effect te bereiken.

combinatie van duur- en krachttraining en/of balanstraining het risico op fracturen verlaagt.50 Het cohortonderzoek naar fracturen geeft geen uitsluitsel over de

2.3.3 Bewegen hangt samen met een lager risico op lichamelijke beperkingen, cognitieve achteruitgang en dementie

benodigde hoeveelheid lichamelijke activiteit, omdat dit in de onderzoeken

Het is aannemelijk dat bewegen samenhangt met een lager risico op het

onvoldoende is gekwantificeerd.48,49 In de RCT’s naar de combinatie van

krijgen van lichamelijke beperkingen.13 Cohortonderzoek vindt een

duur- en krachttraining was de duurtraining matig tot zwaar intensief. De

dergelijk verband bij matig tot veel bewegen.56

frequentie (een tot zeven keer per week), duur (20 tot 60 minuten per keer), type krachttraining en intensiteit ervan (licht tot zwaar) liepen echter te sterk

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Het is verder aannemelijk dat veel bewegen bij ouderen samenhangt met

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

een lager risico op cognitieve achteruitgang, dementie en de ziekte van Alzheimer.13 Dat laten cohortonderzoeken zien.57,58 2.3.4 Conclusie Figuur 3 laat zien welke gezondheidswinst bewegen extra oplevert bij

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 19 van 45

Figuur 3 Gezondheidseffecten van bewegen Uitkomsten van onderzoek bij ouderen

Volgens RCT’s* heeft bewegen een gunstig effect op:

Volgens cohortonderzoek hangt bewegen samen met een kleiner risico op:

ouderen. In aanvulling op onderzoek bij volwassenen, laat onderzoek specifiek uitgevoerd bij ouderen gunstige effecten zien van twee tot drie keer per week krachttraining en de combinatie van matig tot zwaar

Cognitieve achteruitgang, dementie en ziekte van Alzheimer

intensieve duurtraining met krachttraining en/of balanstraining. Intensiteit

Spierkracht

en volume zijn voor de krachttraining niet nader te specificeren. Dit geldt

Vetvrije massa

eveneens voor zowel frequentie als duur en volume van de combinatie van kracht- met duurtraining.

2.4 Kinderen

Fracturen, in het bijzonder heupfracturen

Fracturen Loopsnelheid

Bij kinderen is er bewijs dat bewegen een positief effect heeft op (risicofactoren voor) chronische ziekten en indicatoren van fitheid bij kinderen en adolescenten. De onderzoeken zijn nagenoeg allemaal

Lichamelijke beperkingen

uitgevoerd bij kinderen vanaf vier jaar. 2.4.1 Bewegen vermindert het risico op depressieve symptomen Er is overtuigend bewijs dat bewegen het risico op depressieve

= overtuigend aangetoond

= aannemelijk

symptomen vermindert.13 Cohortonderzoek vindt bij kinderen een verband tussen veel bewegen en een lager risico op depressieve symptomen37, 39, 59

en RCT’s laten zien dat duurtraining bij kinderen met een verhoogd

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

*RCT: gerandomiseerd onderzoek met controlegroep

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 20 van 45

risico op deze symptomen de kans dat deze daadwerkelijk optreden

Ten slotte verbetert de combinatie van duur- met krachttraining de

verkleint.60

insulinegevoeligheid.13,68 Hierbij werd twee tot vier keer per week 40 tot 90

Hoeveel beweging nodig is voor een gunstig effect is niet duidelijk. In het

minuten getraind. Omdat geen informatie is gegeven over de intensiteit of

cohortonderzoek is de hoeveelheid beweging niet gekwantificeerd.37,39,59

volume van training, vormen ook deze RCT’s onvoldoende basis om de

Bij de RCT’s ging het om twee tot drie keer per week matig tot zwaar

benodigde hoeveelheid te kwantificeren.68

intensieve duurtraining, maar de spreiding in duur (20 tot 90 minuten per sessie) van deze trainingen is te groot om op grond daarvan een uitspraak

2.4.3 Bewegen verbetert de fitheid

te doen over de benodigde hoeveelheid.60

Het is overtuigend aangetoond dat duurtraining de aerobe fitheid verbetert en krachttraining de spierkracht vergroot bij kinderen.13 Dat blijkt uit

2.4.2 Bewegen verlaagt de body mass index en vetmassa en verbetert de insulinegevoeligheid en botkwaliteit Het is overtuigend aangetoond dat bewegen de body mass index (BMI) en

RCT’s.66,69,70 Voor een effect op aerobe fitheid is een combinatie van matige en zwaar intensieve duurtraining nodig.66 Ook hier geven de RCT’s geen uitsluitsel over de benodigde hoeveelheid beweging.66,69,70

vetmassa verlaagt bij kinderen met overgewicht en obesitas, wanneer rekening wordt gehouden met de groei.13,61,62 Bij kinderen zonder

2.4.4 Conclusie

overgewicht zijn geen effecten gevonden.63-65 RCT’s vinden gunstige

Onderzoek bij kinderen laat gunstige effecten zien van duurtraining bij

effecten van duurtraining bij matige tot zware intensiteit op BMI en

matige tot zware intensiteit en van krachttraining, waarbij op grond van het

vetmassa bij kinderen met overgewicht en obesitas, zij het dat de effecten

onderzoek de hoeveelheid beweging niet verder valt te preciseren. Figuur

klein zijn. De spreiding in frequentie en duur van de sessies is te groot om

4 toont welke gezondheidswinst bewegen oplevert bij kinderen.

te kunnen zeggen hoeveel duurtraining nodig is.60-62,66 Ook is overtuigend aangetoond dat krachttraining waarbij het eigen

2.5 Vragen voor nader onderzoek

lichaamsgewicht als gewicht wordt gebruikt de botkwaliteit verhoogt.13 De benodigde hoeveelheid krachttraining is niet uit deze RCT’s af te leiden.67

2.5.1 Intensiteit, duur en frequentie

Daarvoor verschilden de frequentie en het volume in de onderzoeken te

Uit de beschrijving van de onderzoeksbevindingen blijkt dat op basis van

sterk en was er te weinig informatie over de intensiteit.

het onderzoek slechts beperkt uitspraken mogelijk zijn over de benodigde

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

Figuur 4 Gezondheidseffecten van bewegen Uitkomsten van onderzoek bij kinderen

Volgens RCT’s* heeft bewegen een gunstig effect op:

Volgens cohortonderzoek hangt bewegen samen met een kleiner risico op:

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 21 van 45

onderbouwd. In internationale richtlijnen wordt bijvoorbeeld als voorwaarde gesteld dat minstens tien minuten aaneengesloten bewegen pas meetelt. Het belang hiervan voor de gezondheid is bij gebrek aan onderzoek onduidelijk. Ook is er te weinig onderzoek om te kunnen zeggen of het beter is om elke dag te bewegen of dat de aanbevolen hoeveelheid beweging in een of twee langere sessies per week

Depressieve symptomen

Depressieve symptomen

vergelijkbare effecten geeft. In de meeste RCT’s zijn twee tot drie duur- of krachttrainingen per week onderzocht, een rechtstreekse vergelijking met

Aerobe fitheid

andere frequenties ontbreekt.13

Spierkracht

In cohortonderzoek is vooral bewegen in de vrije tijd bij matige of zware

Insulinegevoeligheid

intensiteit en de totale hoeveelheid beweging gemeten. Of bewegen

Gewicht en vetmassa bij kinderen met overgewicht en obesitas Botkwaliteit

tijdens bijvoorbeeld het werk of het huishouden vergelijkbare gezondheidsvoordelen biedt is onvoldoende onderzocht. 2.5.2 Vragenlijsten en beweegmeters Bij het cohortonderzoek is in de regel gebruikgemaakt van vragenlijsten die een beperkte validiteit kennen.71,72 Beweegmeters kunnen de

= overtuigend aangetoond

= aannemelijk

werkelijke hoeveelheid en intensiteit van bewegen goed meten, maar op het moment van de literatuurevaluatie waren er nog maar een zeer

*RCT: gerandomiseerd onderzoek met controlegroep

beperkt aantal cohortonderzoeken die gebruikmaakten van beweegmeters.73-75 Dit geldt eveneens voor het aantal RCT’s dat met

intensiteit, frequentie en duur van bewegen die nodig zijn om de gunstige

beweegmeters is uitgevoerd.76,77

effecten te bereiken.

De commissie verwacht dat cohortonderzoek met beweegmeters in de

Verder blijken sommige aspecten in eerdere richtlijnen minder sterk

komende jaren meer duidelijkheid zal geven over de benodigde totale

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

hoeveelheid beweging, over de vraag of bewegen tijdens bijvoorbeeld het

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 22 van 45

vooralsnog zwak is.80-82

werk dezelfde gezondheidswinst oplevert als bewegen in de vrije tijd en over de betekenis van licht intensieve activiteit voor de gezondheid. Ook

2.6 Conclusie

kan in RCT’s met beweegmeters de effectiviteit van

Bewegen is gezond voor alle leeftijdsgroepen. Bij volwassenen verlaagt

interventieprogramma’s onderzocht worden en in hoeverre eventuele

het het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en depressieve

compensatie-effecten optreden wanneer mensen meer matig tot zwaar

symptomen. Verder hangt veel bewegen samen met een lager risico op

intensief gaan bewegen. Denk hierbij aan minder licht intensieve

borst- en darmkanker en vroegtijdig overlijden. De gunstige effecten

activiteiten uitvoeren of meer zitten.

nemen toe naarmate de hoeveelheid beweging toeneemt. Van lichamelijk inactief actief worden bij minstens matige intensiteit levert relatief de

2.5.3 Nadelige effecten van bewegen

meeste gezondheidswinst op. Bij volwassenen levert 75 minuten per week

In dit advies zijn uitspraken over het verband tussen bewegen, zitten en

matig intensief bewegen al winst, bij 150 minuten per week is de winst

klachten aan het bewegingsapparaat beperkt tot artrose, fracturen en

groter en bij 300 minuten of meer nog groter. RCT’s vinden gunstige

blessures.13,14 Opvallend genoeg is er slechts beperkt onderzoek gedaan

effecten van matig en zwaar intensieve duurtraining en van twee tot vijf

naar het risico op blessures bij het volgen van een beweegprogramma.

keer per week krachttraining.

De commissie heeft zwakke aanwijzingen gevonden dat een klein deel

Bij ouderen verlaagt bewegen daarnaast het risico op fracturen en

van de mensen die meer gaan bewegen een lichte blessure zal oplopen,

verbetert het de spierkracht en de loopsnelheid. Deze gunstige effecten

terwijl het onwaarschijnlijk is dat meer beweging het risico op ernstige

zijn gevonden bij twee tot drie keer per week krachttraining en de

blessures verhoogt.78 Wel zijn er sterke aanwijzingen dat het risico op

combinatie van duur-, kracht- en/of balanstraining. Ook hangt veel

blessures groter is voor contactsporten dan niet-contactsporten.37,79 De

bewegen bij ouderen samen met een lager risico op lichamelijke

commissie heeft onderzoek naar het effect van de houding tijdens

beperkingen, cognitieve achteruitgang en dementie.

bewegen, staan en zitten op het risico op klachten aan het bewegings-

Bij kinderen verlaagt bewegen het risico op depressieve symptomen,

apparaat niet betrokken bij de afleiding van deze richtlijnen. Er is slechts

verbetert het de insulinegevoeligheid en botmassa en verlaagt het – bij

een beperkt aantal systematische reviews van prospectief onderzoek naar

kinderen met overgewicht en obesitas – de BMI en vetmassa. Daarnaast

dit onderwerp, waaruit het beeld naar voren komt dat de bewijsvoering

verbetert bewegen de cardiorespiratoire fitheid en spierkracht bij deze

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 02 | Bewegen draagt bij aan de gezondheid

groep. Deze gunstige effecten worden gevonden bij duurtraining bij matige tot zware intensiteit en bij krachttraining.

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 23 van 45

hoofdstuk 03 | Veel zitten lijkt ongunstig voor de gezondheid

03 veel zitten lijkt ongunstig voor de gezondheid Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 24 van 45

hoofdstuk 03 | Veel zitten lijkt ongunstig voor de gezondheid

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 25 van 45

Veel zitten lijkt ongunstig te zijn voor de gezondheid. In dit hoofdstuk

de relatie zich beperkt tot tv-kijken of beeldschermgebruik en wat

beschrijft de commissie het vooralsnog beperkte onderzoek op dit terrein.

daarmee samengaat, zoals bijvoorbeeld de consumptie van suikerhoudende dranken en snacks.83

3.1 Beschikbaar onderzoek

Verder lijkt het effect van zitten afhankelijk van de mate van beweging bij matige en zware intensiteit. Toekomstig onderzoek met beweegmeters

3.1.1 Veel zitten hangt samen met een hoger risico op vroegtijdig overlijden en overlijden aan hart- en vaatziekten

kan naar verwachting meer inzicht geven in de effecten van zitten (en lichamelijke activiteit). Dit betreft niet alleen het belang van minder zitten

Het is aannemelijk dat veel zitten samenhangt met een hoger risico op

voor de gezondheid, maar ook de vraag in hoeverre het van belang is het

vroegtijdig overlijden en overlijden aan hart- en vaatziekten.14

zitten regelmatig te onderbreken. Levert bijvoorbeeld het vervangen van

Cohortonderzoek laat een dergelijk verband zien bij veel zitten (meer dan

zitten door, of het regelmatig afwisselen van zitten met activiteiten met

acht uur per dag ten opzichte van minder dan vier uur per dag). Het

lichte intensiteit en/of staan gezondheidswinst op?

verband wordt zwakker naarmate mensen meer bewegen en is niet

De commissie beveelt nader onderzoek aan naar deze vragen.

aanwezig bij mensen die zeer actief zijn.83 Op basis van het onderzoek is het niet mogelijk te kwantificeren bij hoe lang zitten de ongunstige

3.3 Conclusie

verbanden optreden.

Veel zitten hangt samen met een hoger risico op sterfte aan hart- en vaatziekten en vroegtijdige sterfte (figuur 5). Het verband wordt zwakker

3.2 Vragen voor nader onderzoek

naarmate mensen meer bewegen en is niet aanwezig bij mensen die zeer

De effecten van zitten op de gezondheid zijn nog beperkt onderzocht in

actief zijn (ruim boven de huidige beweegnorm). De wetenschappelijke

cohortonderzoek en vrijwel niet in RCT’s. Dit geldt zowel voor onderzoek

onderbouwing voor de effecten van zitten is op het moment nog

bij kinderen als volwassenen en ouderen. Hierdoor zijn harde uitspraken

beduidend minder sterk dan voor bewegen, zowel voor volwassenen en

over deze effecten niet mogelijk.

ouderen als voor kinderen. Op grond van het onderzoek is dan ook geen

In een deel van de cohortonderzoeken wordt tv-kijken of beeldscherm-

kwantificering mogelijk.

gebruik als indicator voor zitten gebruikt.84-88 Het is onduidelijk in hoeverre de uitkomsten verband houden met zitten in het algemeen en in hoeverre

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 03 | Veel zitten lijkt ongunstig voor de gezondheid

Figuur 5 Gezondheidseffecten van veel zitten

Uitkomsten van onderzoek bij volwassenen

Volgens cohortonderzoek hangt veel zitten samen met een groter risico op:

Sterfte aan harten vaatziekten Vroegtijdige sterfte

= overtuigend aangetoond

= aannemelijk

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 26 van 45

hoofdstuk 04 | Beweegrichtlijnen

04 beweegrichtlijnen

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 27 van 45

hoofdstuk 04 | Beweegrichtlijnen

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 28 van 45

Kijkend naar de stand van wetenschap, verdienen de huidige

termen van langer, vaker en/of intensiever extra gezondheidsvoordeel

beweegnormen volgens de commissie op een aantal punten aanpassing.

levert. De commissie kiest voor één gemeenschappelijke richtlijn voor

In dit hoofdstuk leidt de commissie de nieuwe beweegrichtlijnen af. Zij

volwassenen en ouderen, omdat veel van het onderzoek naar

begint met specifieke aanbevelingen voor matig en intensief bewegen,

volwassenen ook ouderen omvat. Het onderzoek dat specifiek is

voor spier- en botversterkende activiteiten en voor zitten per

uitgevoerd bij ouderen bevestigt de benodigde intensiteit (matig tot zwaar).

leeftijdsgroep. Daarbij gaat zij in op de huidige norm en betrekt zij de

De aanbeveling de beweging over diverse dagen te spreiden wordt

inzichten uit het onderzoek en internationale richtlijnen. Vervolgens

ingegeven door het feit dat in de meeste RCT’s beweegprogramma’s zijn

formuleert de commissie op basis van de specifieke aanbevelingen de

onderzocht die meer dan één keer per week zijn uitgevoerd.13 De

beweegrichtlijnen voor volwassenen en ouderen en voor kinderen. Aan

commissie ziet echter geen wetenschappelijke basis om de 150 minuten

het eind van het hoofdstuk vergelijkt de commissie de nieuwe richtlijnen

over minstens vijf dagen per week te verspreiden en ook niet om minstens

met de eerdere normen.

tien minuten aaneengesloten te bewegen, zoals de huidige Nederlandse Norm Gezond Bewegen voorschrijft.1,2,13 Zij sluit aan bij de internationale

4.1 Aanbevelingen voor volwassenen en ouderen

criteria voor lichte, matige en zware intensiteit, omdat zij geen wetenschappelijke basis heeft om hiervan af te wijken en dit internationale

Beweeg minstens 150 minuten per week matig intensief, verdeeld

vergelijkingen van beweeggedrag gemakkelijker maakt. Verschillende

over diverse dagen door bijvoorbeeld te wandelen of te fietsen.

internationale richtlijnen adviseren vergelijkbare minimale hoeveelheden

Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra

van lichamelijke activiteit voor volwassenen en ouderen.5-7,16-19

gezondheidsvoordeel De commissie concludeert dat het onderzoek bij volwassenen en ouderen

Doe op zijn minst tweemaal per week spier- en botversterkende

aanleiding geeft een aanbeveling te hanteren van minstens 150 minuten

oefeningen, zoals traplopen, herhaald opstaan uit zit en

per week bewegen bij matige intensiteit verdeeld over diverse dagen.

krachttraining, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen

Doordat in veel onderzoek de hoeveelheid beweging onvoldoende is

De commissie concludeert dat het nut is bewezen van spier- en

gekwantificeerd, biedt het onderzoek onvoldoende basis om van deze veel

botversterkende oefeningen in het algemeen en van de toevoeging van

gebruikte aanbeveling af te wijken. Wel is duidelijk dat meer beweging in

balansoefeningen voor ouderen in het bijzonder. Omdat in de meeste

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 04 | Beweegrichtlijnen

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 29 van 45

RCT’s deze oefeningen twee tot drie keer per week zijn uitgevoerd, houdt

deze leeftijdsgroep zijn grotendeels vergelijkbaar (minstens een uur per

de commissie minstens twee keer per week aan.13

dag bij matige tot zware intensiteit), waarbij Duitsland als enige minstens

Dit correspondeert met internationale beweegrichtlijnen om minstens twee

90 minuten per dag adviseert, omdat Duitse kinderen gemiddeld al een

keer per week spierversterkende activiteiten (met grote spiergroepen) uit

uur per dag bewegen. Onduidelijk is of bij dit uur uitsluitend de matige tot

te voeren. Ook spreken sommige richtlijnen van botversterkende

zware intensieve activiteiten zijn meegerekend of ook de licht

oefeningen. Oefeningen gericht op balans en flexibiliteit vallen in deze

intensieve.5-7,16-19

richtlijnen soms onder de algemene richtlijn en soms onder de richtlijn

De commissie sluit aan bij de internationale criteria voor lichte, matige en

voor mensen met een verhoogd valrisico.5-7,16-19

zware intensiteit, omdat zij geen wetenschappelijke basis heeft om hiervan af te wijken en dit internationale vergelijkingen van beweeggedrag

Enige beweging is beter dan geen

gemakkelijker maakt.

De commissie benadrukt dat gezondheidswinst valt te boeken wanneer volwassenen die alleen bewegen bij lichte intensiteit meer gaan bewegen

Doe op zijn minst op drie dagen per week activiteiten die spieren en

bij matige en zware intensiteit. Voor iedereen geldt dat als de

botten versterken, zoals hardlopen, springen en andere activiteiten

aanbevelingen niet haalbaar zijn, enige beweging beter is dan niet

waarbij het lichaam met zijn eigen gewicht belast wordt

bewegen.13

Het geëvalueerde onderzoek laat gunstige effecten zien van spier- en botversterkende activiteiten. Het onderzoek geeft geen uitsluitsel over het

4.2 Aanbevelingen voor kinderen van vier tot achttien jaar

benodigde aantal keer per week. Ook heeft de commissie geen onderzoek gevonden naar effecten van oefeningen gericht op lenigheid en

Beweeg iedere dag minstens een uur bij matige tot zware intensiteit

coördinatie op risicofactoren en fitheid.13 Internationaal wordt door de

Het geëvalueerde onderzoek biedt onvoldoende aanknopingspunten voor

meeste landen minstens drie keer per week aangehouden (als onderdeel

de precieze kwantificering van de beweegaanbeveling, maar vormt

van de zwaar intensieve beweging)6,7,16-19, alleen in de Nederlandse Norm

eveneens geen basis om af te wijken van de huidige norm.13 Daarom

Gezond Bewegen1,2 wordt gesproken van twee keer per week en in

beveelt de commissie kinderen aan om iedere dag ministens een uur te

Duitsland van twee tot drie keer per week.5 De commissie kiest ervoor aan

bewegen bij matige tot zware intensiteit. Internationale richtlijnen voor

te sluiten bij de internationale beweegrichtlijnen van minstens drie keer

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 04 | Beweegrichtlijnen

per week, om vergelijkingen gemakkelijker te maken.

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 30 van 45

gezondheidsrisico van zitten kleiner dan bij mensen die dat niet doen. Dat risico wordt echter niet volledig opgeheven: dat geldt alleen voor mensen

4.3 Kinderen van nul tot vier jaar

die zeer actief zijn (ruim boven de huidige beweegnorm). De aanbevelingen zijn gebaseerd op onderzoek bij volwassenen, maar de

4.3.1 Bij gebrek aan onderzoek geen aanbeveling

commissie is van mening dat deze aanbeveling ook geldt voor kinderen

De commissie heeft geen onderzoek gevonden dat aanknopingspunten

vanaf vier jaar en adolescenten.14

biedt voor het opstellen van een aanbeveling voor deze leeftijdsgroep.13

Een richtlijn om veel zitten te voorkomen bestaat internationaal al langer

Internationale beweegrichtlijnen voor deze leeftijdsgroep zijn gebaseerd

voor kinderen dan voor volwassenen. In recente richtlijnen uit Vlaanderen,

op opinies van deskundigen en ervaringen in de praktijk.5-7,16 Ook de

Frankrijk, Duitsland, Australië en Groot-Brittannië wordt volwassenen

Nederlandse Norm Gezond Bewegen heeft geen aparte aanbevelingen

inmiddels eveneens aanbevolen zitten te beperken. De Vlaamse richtlijn

voor jonge kinderen.1,2

beveelt aan iedere 20 tot 30 minuten het zitten te onderbreken20 en de

De commissie kiest er voor om geen specifieke aanbeveling voor deze

Franse21 beveelt aan dit elke 90 tot 120 minuten te doen. De

leeftijdsgroep op te stellen. Zij benadrukt dat het bij jonge kinderen er

uiteenlopende internationale richtlijnen illustreren dat onderzoek naar de

vooral om gaat dat zij gevarieerd bewegen en motorische vaardigheden

gezondheidseffecten van zitten nog in opkomst is.5-7,16,20,21

aanleren.

4.5 De beweegrichtlijnen 4.4 Aanbeveling met betrekking tot zitten

Deze aanbevelingen leiden tot de volgende beweegrichtlijnen.

Voorkom dat je veel zit door regelmatig in beweging te komen. Als

Voor volwassenen en ouderen:

veel zitten onvermijdelijk is, voldoe dan tenminste aan de

• Bewegen is goed, meer bewegen is beter.

beweegaanbevelingen

• Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve

Het geëvalueerde onderzoek biedt de mogelijkheid voor een kwalitatieve

inspanning, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse

aanbeveling; er zijn er nog te weinig gegevens om deze kwantitatief te

dagen. Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra

maken. Bij mensen die voldoen aan de beweegaanbevelingen is het

gezondheidsvoordeel.

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

hoofdstuk 04 | Beweegrichtlijnen

• Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen. • En: voorkom dat je veel stilzit.

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 31 van 45

aanbevelingen alleen nog gesproken over spier- en botversterkende oefeningen en bij gebrek aan bewijs niet langer over lenigheid en coördinatie. Voor alle leeftijdsgroepen wordt nadrukkelijk aangegeven dat langer, vaker en/of intensiever bewegen extra gezondheidsvoordeel

Voor kinderen van vier tot achttien jaar:

oplevert. Verder geldt dat voor een indeling van de intensiteit van

• Bewegen is goed, meer bewegen is beter.

activiteiten is aangesloten bij internationale richtlijnen (zie kader

• Doe minstens elke dag een uur aan matig intensieve inspanning.

kenmerken van bewegen in hoofdstuk 1).5-7,16,19 Deze wijzigingen hebben

Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra

consequenties voor de mate waarin de bevolking aan de beweegrichtlijnen

gezondheidsvoordeel.

voldoet: kinderen voldoen vaker aan de nieuwe richtlijnen vergeleken met

• Doe minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten. • En: voorkom dat je veel stilzit.

4.6 Hoe verhouden de nieuwe richtlijnen zich tot de huidige normen? De nieuwe richtlijnen lijken sterk op de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, de Fitnorm en de Combinorm.1-4 Er zijn enkele verschillen. Ten eerste zijn in de nieuwe richtlijnen de aanbevelingen voor activiteiten bij matige en zware intensiteit geïntegreerd, conform de vraag van de minister. Verder is bij volwassenen en ouderen de minimaal benodigde beweging niet per dag uitgedrukt of in eenheden van tien minuten, maar per week, verspreid over enkele dagen. Ook is er voor deze groepen een nieuwe aanbeveling om spier- en botversterkende activiteiten te doen, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen. Bij kinderen wordt bij deze

Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

de huidige normen en ouderen juist minder vaak, terwijl er voor volwassenen weinig verschil is tussen de nieuwe richtlijnen en de huidige normen (zie 5.1). Ten slotte is de richtlijn met betrekking tot zitten nieuw.

hoofdstuk 05 | gevolgen voor de praktijk

05 gevolgen voor de praktijk Gezondheidsraad | Nr. 2017/08

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 32 van 45

hoofdstuk 05 | gevolgen voor de praktijk

Beweegrichtlijnen 2017 | pagina 33 van 45

Een aanzienlijk deel van de Nederlanders voldoet nog niet aan de nieuwe

Met vragenlijsten is een goede indruk te krijgen van ontwikkelingen in

beweegrichtlijnen. Dit vraagt een duurzame verandering in beweeg- en

beweeg- en zitgedrag, voor het bepalen van de werkelijke hoeveelheid

zitgedrag. In dit hoofdstuk geeft de commissie een beschrijving van de

beweging en zitten zijn vragenlijsten minder geschikt.71,72,91,92 De

mate waarin Nederlanders voldoen aan de nieuwe richtlijnen voor

commissie pleit er daarom voor het beweeggedrag in Nederland met

bewegen en zitten. Vervolgens gaat zij in op gewenste verschuivingen in

beweegmeters te gaan monitoren in aanvulling op vragenlijsten.93,94

beweeggedrag, de implementatie van de beweegrichtlijnen en daarbij

Daarnaast vindt zij dat er beduidend meer onderzoek nodig is naar de

betrokken partijen.

vraag welke factoren mensen helpen of juist belemmeren om voldoende te gaan bewegen en minder stil te zitten.

5.1 Hoe doet Nederland het nu? Berekeningen van het RIVM laten zien dat 44 procent van de volwassen

5.2 Welke verschuivingen in beweeggedrag zijn gewenst?

en ouderen aan de nieuwe beweegrichtlijnen voldoet van minstens 150

De commissie benadrukt dat de nieuwe richtlijn voor volwassenen en

minuten per week bewegen bij matige intensiteit, verdeeld over enkele

ouderen een minimaal niveau van beweging aangeeft dat van belang is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15272943/1