Bijlage 4 Regionale rapportage Wonen en Zorg Foodvalley (Infact-HRM)
Tekst van het document
28
4.5
Ouderen met lichtere beperkingen
Ook de groep ouderen met lichtere beperkingen, die behoefte aan hebben enige vorm van formele of informele ondersteuning, neemt sterk toe. In dit onderzoek is in beeld gebracht hoeveel ouderen er behoefte hebben aan formele of informele zorg op afroep (het gaat daarbij om wijkverpleging, maar bijvoorbeeld ook om stellen waarbij de partner mantelzorg verleent). In tabel 4-4 staat per gemeente de ontwikkeling weergegeven van het aantal ouderen waar het hier om gaat. Bij de groep ouderen met minder zware of geen beperkingen wordt door ABF (en lokaal ook Companen) aangenomen dat zij in de toekomst vaker in een geclusterde woonvorm willen wonen. Het gaat hierbij deels om een kwalitatieve vraag. Dat betekent: •
dat de ouderen in kwestie keuzeopties hebben. In ieder geval heeft men de keuze in de huidige vertrouwde woning te blijven wonen, wat men vaak ook doet. Wil men deze ouderen verleiden tot een verhuizing, dan moet alles kloppen.
•
dat beleidsmakers een keuze hebben. De ouderen moeten natuurlijk goed gehuisvest worden, maar dat kan ook op andere manieren dan alleen met (nieuw) te realiseren geclusterde woonvormen.
tabel 4-4
De verwachte ontwikkeling van het aantal ouderen met beperkingen die leiden tot een behoefte aan zorg op afroep aantallen 2022
Barneveld
ontwikkeling 2031
2035
ontwikkeling %
2040 2022-2031 2022-2035 2022-2040 2022-2031 2022-2035 2022-2040
500
700
820
985
200
320
485
40%
64%
97%
1.390
1.850
2.105
2.440
465
715
1.050
33%
51%
76%
Nijkerk
500
655
745
865
160
245
365
32%
49%
73%
Renswoude
60
90
105
125
30
50
70
50%
83%
117%
Rhenen
300
380
420
480
75
120
180
25%
40%
60%
Scherpenzeel
115
160
190
220
50
75
105
43%
65%
91%
Veenendaal
645
895
1.025
1.210
250
380
565
39%
59%
88%
Wageningen
55
125
150
185
70
95
130
127%
173%
236%
Foodvalley
3.560
4.860
5.560
6.510
1.300
2.000
2.950
37%
56%
83%
Ede
Bron: In.Fact.Research op basis van de Gelderse en Utrechtse Primos
Ook met het aanpassen van de bestaande voorraad kunnen geclusterde woonvormen worden gerealiseerd (zie ook paragraaf 5.4). Bijvoorbeeld door in een complex (waar veel ouderen wonen) een woning (of deel daarvan) in te richten als gemeenschappelijke ruimte. Ook kunnen in sterk vergrijzende buurten VPT-teams worden ingezet. Vandaar dat in de Gelderse WoonZorgwijzer kaarten zijn opgenomen waarin zichtbaar wordt: •
waar nu clusters van ouderen wonen én waar ze in de toekomst gaan ontstaan;
•
de geschiktheid van de woningvoorraad;
•
de locaties van instellingen en voorzieningen.
In samenspel kunnen dat soort kaarten helpen om gebieden te identificeren waar in de bestaande voorraad geclusterd wonen kan worden gerealiseerd. Het is ook bij de reali-
29
satie van woonvormen voor deze ouderen zaak oog te hebben voor het (nu en in de toekomst) beschikbare aanbod aan zorg en ondersteuning. Als ouderen met een zorgbehoefte dichter bij elkaar wonen, verkort dat de reistijd van de zorgverleners en kan dezelfde zorgverlener meer mensen helpen.
4.6
De bredere opgave
De noodzaak van het toevoegen van nieuwe woonvormen voor ouderen wordt breed (h)erkent. Het is daarbij van belang te beseffen dat het bij het realiseren van passende vormen van wonen, zorg en welzijn niet puur gaat om een bouwopgave. Het organiseren van de zorg en ondersteuning is, zeker bij de huidige en zeker toekomstige arbeidsmarkt een opgave op zich. De maatschappij (de inwoners) zelf zal een grotere bijdrage moeten leveren en dat vergt een omslag in denken. Mantelzorg moet worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Gemeenschappen zullen moeten worden geactiveerd en ontmoeting en samenkomen winnen aan belang. Bij de (toekomstige) ouderen zelf moet worden gewerkt aan bewustwording en zij (en hun netwerk) moeten betrokken worden bij de beleidsvorming. Er moet nagedacht worden over slimme combinaties van wonen met zorg en gedeelde voorzieningen en er moet meer sector overstijgend worden gedacht. De mogelijkheden van adoptie en implementatie van technologische innovaties moeten worden verkend. Bovenstaande punten zijn naar voren gekomen tijdens de diverse sessies in de Gelderse regio’s, ook in Foodvalley. Het is geen volledige opsomming, maar hij maakt al wel duidelijk dat de opgaven op het vlak van wonen, zorg en welzijn voor ouderen vragen om een brede samenhangende aanpak.
Aandacht voor het aantal benodigde woonvormen is noodzakelijk, maar deze mag niet ten koste van een brede blik.
4.7
Regionale afstemming
De opgaven op het vlak van ouderen(huisvesting) worden vaak vooral gezien als een gemeentelijke aangelegenheid. Er verschillende redenen om dit gemeentelijke beleid minimaal regionaal af te stemmen. Dit niet alleen omdat het moet van het Rijk (er wordt een regionaal afsprakenkader gevraagd), maar er zijn ook verschillende inhoudelijke argumenten. Deze hebben deels te maken met capaciteitsvraagstukken, maar ook andere argumenten spelen een rol. Afstemming capaciteiten Bij gespecialiseerde zorg is het haast vanzelfsprekend region aal af te stemmen. Niet in elke gemeente zijn er immers gespecialiseerde instellingen aanwezig. Maar ook bij meer reguliere zorg ligt een bepaalde mate van afstemming voor de hand. In tabel 4-5 staat voor de gemeenten in Foodvalley de verhouding aangegeven tussen het aantal afgegeven indicaties en het op basis van de leeftijdsopbouw verwachte aantal indicaties.
30
tabel 4-5
De verhouding tussen het aantal afgegeven Wlz indicaties V&V en het op basis van de leeftijdsopbouw verwachte aantal indicaties (1-1-2022)
Barneveld Ede Nijkerk Scherpenzeel Wageningen Renswoude Rhenen Veenendaal Foodvalley
afgegeven 630 1.090 400 115 700 25 195 660 3.815
verwacht 570 1.240 435 115 380 35 245 625 3.645
verhouding 1,1 0,9 0,9 1,0 1,8 0,7 0,8 1,1 1,0
In Wageningen ligt het aantal afgegeven indicaties boven de verwachting. Dat komt door grote instellingen als het Oranje Nassau ’s Oort en Rumah Kita (een instelling specifiek gericht op de Indische en Molukse gemeenschap) die een bovenlokale functie vervullen. Ouderen in bijvoorbeeld Renswoude leunen waarschijnlijk deels op capaciteit elders in de regio. Als ouderen in de toekomst vaker in zelfstandige woonvormen worden gehuisvest, kan dit patroon veranderen. Dit geldt in ieder geval voor de ouderen die in hun eigen woning blijven wonen. Maar men kan ervoor kiezen ook de nieuwe vormen van wonen met zorg (zorggeschikte woningen/ verpleegzorgplekken) meer te spreiden. Overige argumenten voor regionale afstemming Naast afstemming van de capaciteiten zijn er diverse andere thema ’s waarop verstandig kan zijn regionaal op te trekken. Het gaat hier bijvoorbeeld om: • Inhoudelijk: o
Knelpunten die gemeenten niet zelfstandig kunnen oppakken;
o
Het delen van successen/ van elkaar leren.
• Het creëren van de juiste randvoorwaarden: o
Voldoende woningen/ bouwlocaties;
o
Voldoende zorgpersoneel;
o
Sluitend voorzieningenaanbod;
o
Toereikende financiële middelen;
o
Bewustwording en voorlichting.
• Procesmatig: o
Afstemming zorgkantoor;
o
Samenwerking met regionale spelers;
o
Afstemming met IZA en GALA.
31
De thema’s waarop en de mate waarin de gemeenten in Foodvalley op het vlak van ouderenhuisvesting regionaal (ad hoc of structureel) willen samenwerken is vaak nog niet helemaal helder. Op dit vlak verkeert de regio nog in een verkennende fase.
32
5 Aanbod Alleen in Veenendaal en Wageningen staan er volgens de landelijke normen voldoende sociale huurwoningen. Het aanbod aan intramuraal verblijf is verspreid over de regio, Rhenen speelt een belangrijke rol voor verstandelijk gehandicapten, Wageningen voor de verpleging en verzorging, Veenendaal voor lichamelijk gehandicapten en jeugdzorg. De woningvoorraad is veelal geschikt of aanpasbaar voor bewoning met mobiliteitsproblemen. De geschiktheid van de woonomgeving verschilt sterk per gemeente en buurt. Gebiedsgericht maatwerk is derhalve een vereiste. 5.1
Inleiding
Regionale afspraken over de verdeling van urgenten zijn essentieel om deze specifieke groepen snel en passend te huisvesten, maar het effect op de regionale verdeling van de aandachtsgroepen is beperkt. Het Rijk zet erop in deze verdeling te beïnvloeden via aanbodsturing. Van elke gemeente wordt verwacht dat men inspanningen pleegt om toe te groeien naar het landelijke aandeel sociale huurwoningen (rond de 27%). In gemeenten met een lager aandeel moet minimaal 30% van de nieuwbouw uit sociale huurwoningen bestaan. Voor de aandachtsgroepen geldt, net als voor ieder ander, dat een passende woning alleen niet voldoende is om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen. Naast de woning maken de fysieke en sociale woonomgeving een integraal onderdeel uit van het aanbod. Het volledige arrangement moet kloppen/passen. Dit geldt ook voor de brede doelgroep ouderen. Ouderen hebben vaak de wens om niet alleen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, maar vooral ook zo lang mogelijk ‘thuis’ te blijven wonen (als dat niet in dezelfde woning kan, dan het liefst wel in dezelfde buurt). De vraag of en hoe lang dit mogelijk is niet alleen afhankelijk van de woning, maar vooral van de omgeving. In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op het aanbod aan wonen en verblijf.
Daarbij wordt eerst stilgestaan bij de sociale huursector, vervolgens bij het intramurale aanbod en ten slotte bij de toe- en doorgankelijkheid van de bestaande woningvoorraad. Vervolgens wordt ingegaan op de fysieke woonomgeving en ten slotte komt de sociale woonomgeving aan bod.
5.2
Omvang en spreiding sociale huur
Afspraken uit de woondeals Het Rijk pakt met de Nationale Woon- en Bouwagenda de regie terug en zet naast een hogere bouwproductie sterk in op betaalbaarheid. Hierbij gelden de volgende beleidsmatige uitgangspunten: • Alle gemeenten moeten (op de langere termijn) streven naar een sociale huurwoningvoorraad die in relatieve zin van gelijke omvang is als het landelijk gemiddelde (dat ligt rond de 27%).
33
• In elke gemeente moet twee derde (67%) van de nieuwbouw bestaan uit betaalbare woningen. • Voor wat betreft de samenstelling van deze betaalbare woningbouw geldt dat: o
In gemeenten waar de sociale huurwoningvoorraad kleiner is dan het landelijk gemiddelde, minimaal 30% van de nieuwbouw moet bestaan uit sociale huurwoningen.
o
In gemeenten met een grotere sociale huurwoningvoorraad, moet zwaarder worden ingezet op het betaalbare middensegment.
Deze uitgangspunten staan in principe vast voor elke gemeente, maar in het regionaal overleg mag er op punten van worden afgeweken. In de Woondeal regio Foodvalley hebben alle regiogemeenten zich aan de uitgangspunten (op hoofdlijnen) geconfirmeerd. Omvang sociale huursector Het CBS geeft (op basis van Kadastergegevens) inzicht in het aantal woningen dat in bezit is van corporaties, maar niet in de samenstelling van deze woningen naar huurprijs. Deze is wel van belang omdat de afspraken betrekking op het segment beneden de liberalisatiegrens (bezit in het niet-DAEB-segment telt niet mee). Voor de aandachtsgroepen geldt voorts dat met name de eerste aftoppingsgrens (en kwaliteitskortingsgrens voor jongeren) van belang is (waarover later meer). Ten behoeve van dit provinciale onderzoek heeft In.Fact.Research een raming gemaakt van het aantal bewoonde woningen in bezit van corporaties met een huurprijs beneden de liberalisatiegrens. In figuur 5-1 staan de uitkomsten van deze raming weergegeven. Het gaat hier om een orde van grootte, op lokaal niveau zijn meer gedetailleerde cijfers beschikbaar. In de landelijke monitor van de VNG worden straks ook aantallen opgenomen. De figuur maakt duidelijk dat het aandeel sociaal (corporatiebezit) in de regio met 22% beneden het landelijk gemiddelde van 27% ligt.
In Veenendaal en Wageningen ligt dit aandeel hoger, in de overige gemeenten ligt het aandeel er (soms ver) onder. Ook binnen gemeenten zijn er grote verschillen, zoals blijkt uit figuur 5-2. Uitgaande van de gemaakte afspraken en de instructies van het Rijk zal daarmee in heel Foodvalley minimaal 30% van de uitbreiding bestaan uit sociale huurwoningen. Als de ambities worden gerealiseerd, betekent dit dat er in de regio tot 2031 ruim 7.600 sociale huurwoningen bij zouden komen. Daarmee kan het actuele tekort vermoedelijk grotendeels worden weggewerkt. Het probleem is echter dat de ambities voor 2031 om uiteenlopende redenen vermoedelijk niet worden gehaald. Het zal daardoo r enkele jaren langer duren alvorens het tekort is weggewerkt. In de woondeal is geen uitsplitsing gemaakt naar de huurprijzen binnen het sociale segment. Bij de nadere uitwerking is dat wel gewenst, want de aandachtsgroepen zijn vrijwel volledig aangewezen op het segment beneden de eerste aftoppingsgrens.
34
figuur 5-1
Het aandeel woningen in het bezit van corporaties en het geraamde aandeel met een huurprijs beneden de liberalisatiegrens
45%
30%
25% 17%
18%
20%
Ede
Nijkerk
25% 20%
29%
Wageningen
30%
Veenendaal
35%
Barneveld
aandeel woningen
40%
16%
16%
15% 10%
5% Rhenen
Scherpenzeel
aandeel corporatiebezit aandeel sociaal aandeel sociaal regio
Renswoude
0%
Bron: CBS voor wat betreft het bezit van corporaties, het aandeel corporatiewoningen in het sociaal segment is geraamd door In.Fact.
figuur 5-2
Het aandeel woningen in het bezit van corporaties in een deel van de Foodvalley
Mutaties en beschikbaarheid Voor de regionale verdeling van de aandachtsgroepen is het totaal aantal sociale huurwoningen sterk bepalend. Voor de huisvesting van de wettelijke urgenten is inzicht gewenst in het aantal en aandeel woningen dat jaarlijks beschikbaar komt. Dat inzicht is er nu nog niet, maar is wel nodig om straks regionaal afspraken te kunnen maken over de 35
verdeling van de urgente groepen. Er loopt in de provincie een traject om samen met de corporaties hier meer zicht op te krijgen (inclusi ef het aandeel dat wordt toegewezen aan de urgente groepen). De resultaten daarvan zijn op moment van schrijven nog niet (openbaar ) beschikbaar.
5.3
Intramuraal verblijf
Intramuraal verblijf is (beschermd wonen uitgezonderd) geen primaire verantwoordelijkheid van gemeenten, maar van de zorgkantoren. Dat is de reden dat er in de programma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’ van BZK betrekkelijk weinig aandacht aan wordt besteed. Bij de uitwerking van het beleid in de regio is er wel aandacht voor (gewenst), omdat: • Groepen die de instellingen verlaten richting zelfstandig wonen, wel als aandachtsgroep/ wettelijk urgent zijn gedefinieerd; • Er in de instellingen veel kunde en expertise zit, die ook in de ambulante zorg en ondersteuning van nut kan zijn; • Er steeds vaker sprake is van ‘wapperende gordijnen’. De scheidslijn tussen intramuraal en extramuraal is (zeker bij de ouderenzorg) steeds lastiger te trekken; • De vestigingen van instellingen kunnen als referentie worden meegenomen bij de fair-share gesprekken. Er is in Nederland geen goede registratie van institutioneel verblijf voor de diverse zorggroepen. Dat beeld zal grotendeels in de regio zelf met inbreng van de stakeholders moeten worden opgesteld. Wat er wel beschikbaar is, is het aanta l afgegeven Wlz-indicaties (onafhankelijk van de leveringsvorm). De spreiding van deze indicaties biedt een goed (indicatief ) beeld van het in de gemeenten aanwezige intramurale aanbod. Deze staan weergegeven in tabel 5-1.
De tabel laat zien dat er in Foodvalley relatief weinig instellingen zijn. Bij veel van de onderscheiden groepen ligt het aantal indicaties per inwoners in de regio onder het provinciaal gemiddelde. Voor enkele gemeenten geldt dat de instellingen een bovenlokale en mogelijk ook een bovenregionale functie hebben, zoals VV in Wageningen en VG in Rhenen. Op lokaal en regio niveau is het zaak in meer detail zicht te krijgen op het netwerk van instellingen. In de Gelderse WoonZorgwijzer-plus zijn kaarten opgenomen die daarbij als referentie kunnen dienen. Op basis van CBS-Microdata zijn clusters van indicaties geïdentificeerd en deze zijn op kaarten getoond (zie ook figuur 5-3). Op de locatie van deze clusters is vermoedelijk een specifieke woonvorm voor deze doelgroepen aanwezig, lokaal zal moeten wordt uitgezocht welke instelling er met welk aanbod exact zit.
36
figuur 5-3
Lichamelijk gehandicapt (LG)
Verpleging en verzorging (VV)
Verstandelijk gehandicapt (VG)
Zintuiglijk auditief (ZGAUD)
Zintuiglijk visueel (ZGVIS)
Licht verstandelijk gehandicapt (LVG)
Gelderland Foodvalley Barneveld Ede Nijkerk Renswoude Rhenen Scherpenzeel Veenendaal Wageningen Gelderland Foodvalley Barneveld Ede Nijkerk Renswoude Rhenen Scherpenzeel Veenendaal Wageningen
GGZ-Wonen
Het aantal afgegeven Wlz-indicaties absoluut (boven) en per 1.000 inwoners (onder)
Geestelijke gezondheidszorg (GGZ-B)
tabel 5-1
315 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0,13 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
4.850 535 90 195 15 0 10 25 140 60 2,07 1,43 1,46 1,60 0,33 0,00 0,49 2,41 2,04 1,46
2.515 345 70 105 30 0 10 5 100 25 1,08 0,92 1,14 0,86 0,67 0,00 0,49 0,48 1,46 0,61
28.020 3.970 695 1.110 405 20 200 115 675 750 11,98 10,60 11,27 9,10 9,01 3,48 9,84 11,07 9,85 18,31
18.845 2.750 435 1.060 245 10 275 55 475 195 8,06 7,34 7,06 8,69 5,45 1,74 13,53 5,30 6,93 4,76
240 80 0 80 0 0 0 0 0 0 0,10 0,21 0,00 0,66 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
215 20 0 10 0 0 0 0 5 5 0,09 0,05 0,00 0,08 0,00 0,00 0,00 0,00 0,07 0,12
320 20 0 20 0 0 0 0 0 0 0,14 0,05 0,00 0,16 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Clusters van Wlz-indicaties in een deel van Foodvalley
37
Jeugdzorg Jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg kunnen straks onder voorwaarden een urgentie krijgen. Mede om deze reden is het belangrijk te weten hoeveel jongeren in de regio ’s jeugdzorg met verblijf ontvangen. In figuur 5-4 is te zien dat in absolute zin er vooral in Ede veel verblijfsvoorzieningen zijn. Als de aantallen worden gerelateerd aan het aantal jongeren dan blijken er met name in Veenendaal en Barneveld veel voorzieningen voor de jeugd te zijn. In Renswoude is het aanbod beperkt.
160
0,8%
120
0,6%
80
0,4%
40
0,2%
0
0,0%
absoluut
aandeel
Wageningen
1,0%
Veenendaal
200
Scherpenzeel
1,2%
Rhenen
1,4%
240
Renswoude
280
Nijkerk
1,6%
Ede
320
aandeel jongeren in jeugdzorg met verblijf
Het aantal en aandeel jongeren dat verblijft in de jeugdzorg (2022)
Barneveld
aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf
figuur 5-4
regionaal gemiddelde
Bron: CBS
De jeugd heeft de toekomst en is alles aan gelegen jongeren tijdig de hulp te bieden die men nodig heeft. Preventief beleid is dan ook van groot belang. In de Gelderse WoonZorgwijzer zijn kaarten opgenomen met de spreiding van de groep jongeren die volgens de huidige (landelijke) normen in aanmerking komt voor jeugdzorg zonder verblijf. Daarmee kunnen partijen hun voordeel doen bij de gebiedsgerichte uitwerking van het beleid ten aanzien van de jongeren.
5.4
Toe- en doorgankelijkheid woningvoorraad
De toename van het aantal ouderen gaat samen met een toename van het aantal ouderen dat te maken heeft met mobiliteitsbeperkingen. Volgens ABF neemt bij gevolg de behoefte aan nultredenwoningen toe met 3.790 in de periode 2022-2031. Deze toename betekent niet automatisch dat er woningen moeten worden toe gevoegd. In tabel 5-2 staat aangegeven hoeveel woningen er op dit moment toe - en doorgankelijk zijn. In totaal staan er in de regio ruim 33.000 nultredenwoningen. Daarnaast zijn er nog eens ruim 104.000 aanpasbare woningen. Het aantal inwoners met mobiliteitsbeperkingen binnenshuis ligt op 5.600 en ABF heeft geraamd dat er tot 2031 bijna 1.500 ouderen 38
bijkomen met een behoefte aan geclusterd wonen en 3.790 met een behoefte aan een nultredenwoning. De aantallen maken duidelijk dat de door ABF geraamde toename van de behoefte aan nultredenwoningen getalsmatig in de bestaande voorraad kan worden opgevangen. Dat geldt ook voor een deel van de opgaven aan geclusterd wonen. He t is zaak deze mogelijkheden gedegen te verkennen. De Gelderse WoonZorgwijzer kan bij deze zoektocht helpen.
tabel 5-2
Het aantal inwoners met mobiliteitsbeperkingen, de toe- en doorgankelijkheid van de woningvoorraad en de door ABF geraamde opgaven aan geclusterde woonvormen en nultredenwoningen
inwoners met mobiliteitsbeperkingen
geschiktheid woningvoorraad
opgaven 2022-2031 (ABF)
buitenshuis binnenshuis
ongeschikt aanpasbaar nultreden
geclusterd nultreden
Barneveld Ede Nijkerk Scherpenzeel Wageningen Renswoude Rhenen Veenendaal Foodvalley
1.570 3.950 1.350 290 1.560 110 710 2.540 12.080
730 1.840 620 130 710 50 330 1.190 5.600
2.520 9.090 2.430 480 4.280 240 1.540 5.555 26.135
18.245 33.975 14.630 3.420 8.550 1.870 6.400 17.280 104.370
3.265 11.370 1.770 365 6.675 130 1.025 8.425 33.025
205 555 40 25 160 120 395 1.500
520 1.580 280 70 285 35 35 985 3.790
Bronnen: Het aantal inwoners met beperkingen is afkomstig uit de WoonZorgwijzer, de geschiktheid van de woningvoorraad is geraamd door In,Fact.Research (in dit document staat de methode nader toegelicht) de opgaven geclusterd en nultreden zijn afkomstig van Abf/Bzk
5.5
De fysieke woonomgeving
Onder de fysieke woonomgeving worden vaak ook voorzieningen geschaard. Daar waar het gaat om ouderen geldt dat er vaak wordt gesteld dat drie (fysieke)voorzieningen van belang zijn: de huisarts, de apotheek en de supermarkt. Omdat Albert Heijn en Aldi grote supermarktketens zijn, worden deze voorzieningen ook wel aangeduid als trippelA voorzieningen. In de Gelderse WoonZorgwijzer-plus zijn kaarten opgenomen met de locaties van deze drie voorzieningen. Daarnaast is een kaart opgenomen waarin voor elk woongebied is berekend hoeveel van deze drie voorzieningen binnen een loopafstand van 500 meter liggen (zie figuur 5-5 voor een voorbeeld). Het gaat hier om indicatieve kaarten, want er zijn voor geen van deze voorzieningen actuele provincie-dekkende bestanden beschikbaar. De kaarten zijn bedoeld om de regio’s op gang te helpen bij het in beeld brengen van de voorzieningen in de regio (al dan niet in een regionale WoonZorgwijzer -plus). Indien de gemeenten of stakeholders meer actuele gegevens hebben, dan kunnen deze worden doorgegeven aan de provincie. De kaart zal dan op deze punten worden aangepast. 39
In de Gelderse WoonZorgwijzer-plus zijn ook kaarten opgenomen over de leefbaarheid in de woongebieden. Dit omdat – zeker waar het gaat om de kwetsbare aandachtsgroepen – er vaak een link wordt gelegd met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In het verlengde van de leefbaarheid is ook een kaart opgenomen met de veiligheid en overlast in de woongebieden. Deze kaart biedt een goede indicatie voor het al dan niet aanwezig zijn van negatieve prikkels. Dat is met name van belang voor de aandachtsgroepen met psychiatrische problematiek, zoals de uitstroom beschermd wonen. Deze groepen zijn vaak gebaat bij een omgeving met zo min mo gelijk negatieve prikkels.
figuur 5-5
5.6
Het voorzieningenniveau in een deel van Foodvalley
De sociale woonomgeving
Er zal in de toekomst ook in Foodvalley met minder handen en financiële middelen steeds meer werk moeten worden verzet. Dat vraagt wat van professionals, maar ook van de rest van de maatschappij. Inwoners moeten bij het beleid betrokken worden en zullen meer zelf moeten oppakken. De lokale gemeenschappen moeten daarvoor worden geactiveerd. Mantelzorgpotentieel Zeker waar het gaat om ouderen wordt veel verwacht van (informele) mantelzorg. Dat is op zich terecht en nodig, maar tegelijkertijd geldt dat het mantelzorgpotentieel juist afneemt. Dit wordt in de Gelderse WoonZorgwijzer in beeld gebracht aan de hand van de Oldest Old Support Ratio (OOSR). Het gaat hier om een verhoudingsgetal van het aantal potentiele mantelzorgontvangers en het aantal potentiele verleners. In figuur 5-6
40
is aan de groene kleur te zien dat er in een deel van Foodvalley in 2022 er nog vrij veel mantelzorgpotentieel is, maar in 2040 kleuren grote delen oranje of rood. Er is er in de toekomst veel aan gelegen het potentieel aan mantelzorgverleners dat er is, ook daadwerkelijk te activeren. Dat kan op verschillende zaken worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door mantelzorgwoningen, respijtvoorzieningen en het activeren van lokale gemeenschappen.
figuur 5-6
De OOSR in een deel van Foodvalley in 2022 (boven) en 2040 (onder)
Bron: CBS Microdata, In.Fact.Research
41
Draagkracht Uiteraard hangt de mate van zelfredzaamheid van individuen (en gemee nschappen) ook samen met de sociaal economische status. Deze is in de Gelderse WoonZorgwijzer in beeld gebracht aan de (dominante) sociaal economische klassen, zoals deze worden onderscheiden door het Sociaal en Cultureel planbureau (zie figuur 5-7 voor een voorbeeld). In (sterk) vergrijsde gebieden geldt dat vaak of de groep ‘rentenierende bovenlaag’ dominant is of de groep ‘laagopgeleid gepensioneerd’. Uiteraard vraagt een buurt waarin de ene groep dominant is een andere aanpak dan de groep waar de andere dominant is. Ook bij het gebiedsgericht beleid voor andere aandachtsgroepen/ op andere terreinen is het van belang oog te hebben voor de sociaal economische positie van de inwoners.
figuur 5-7
De dominante sociaal economische klassen in een deel van Foodvalley
42
6 Conclusies en aanbevelingen Een gevarieerde landelijke regio De regio Foodvalley is deels gelegen in Gelderland en deels in de provincie Utrecht. Het aandeel zelfstandig wonende inwoners dat behoort tot een van de aandachtsgroepen is relatief laag. Het is geen regio met een centrale stad en daaromheen landelijke gemeenten. Het gaat om een veel diverse schakering van gemeenten: in Wageningen speelt de universiteit een belangrijke rol, Ede is de grootste gemeente, Veenendaal heeft de meeste stedelijke trekjes, Rhenen heeft veel sociale huur en instellingen voor verstandelijk gehandicapten. In het kader van ‘fair share’ is het de opdracht de aandachtsgroepen meer te spreiden over de regio (en daarmee gemeenten als Veenendaal te ontlasten). In relatieve zin vergrijsd de regio wat minder sterk dan de andere Gelderse regio ’s, maar in absolute zin neemt het aantal ouderen ook in deze regio sterk toe. Naar fair-share afspraken De komende periode moeten er in de regio afspraken worden gemaakt over een evenwichtige verdeling van de aandachtsgroepen. Dit onderzoek biedt voor veel van de aandachtsgroepen een belangrijke cijfermatige onderlegger voor de gesprekken. Daar waar het gaat om de verdeelafspraken inzake de wettelijke urgenten ontbreekt vooralsnog een goede cijfermatige onderlegger.
In de regio Foodvalley is er nog geen eenduidig beeld van de omvang van verschill ende aandachtsgroepen en urgentiecategorieën. Daarbij gaat het in het bijzonder om de (verwachte) uitstroom vanuit instellingen voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en de Jeugdzorg. Er worden hier al wel stappen in gezet, zo hebben verschillende gemeenten reeds intern gegevens verzameld over de verschillende aandachtsgroepen en urgentie categorieën. Een belangrijke aanbeveling voor de regio is de komende periode de resterende cijfers boven tafel te krijgen en deze ze als onderlegger te gebruiken voor het regionaal te voeren gesprek over de huisvesting van aandachtsgroepen en de fairshare afspraken die hierover moeten worden gemaakt. Afsprakenkader ouderenhuisvesting De regio staat aan het begin van het proces om te komen tot een afsprakenkader ou derenhuisvesting. De cijfers uit deze regionale rapportage bieden een goed vertrekpunt/onderlegger voor de hierover te voeren gesprekken. De exacte invulling van de opgave kan echter niet van bovenaf worden opgelegd, in de regio zelf zal in overleg met de stakeholders moeten worden gekomen tot de ideale mix. Andere regio’s, waaronder de Stedendriehoek en de GMR zijn al wat verder in het proces om te komen tot dit afsprakenkader.
In het geval van de GMR komt dit mede omdat men 1,5 jaar eerder is gestart en zich heeft aangemeld als landelijk koploper. De regio Foodvalley kan de ervaringen en lessen die deze regio ’s hebben opgedaan om te komen
43
tot een afsprakenkader ouderenhuisvesting benutten om haar eigen regionale proces verder uit te rollen. Nader uitwerking woondeal De afspraken over een evenwichtige verdeling van de aandachtsgroepen en het afsprakenkader ouderenhuisvesting moeten, waar het gaat om de uitbreidingsopgaven, geconcretiseerd worden in een geactualiseerde woondeal. Belangrijke aandachtspunten da arbij zijn: •
Er moet oog zijn voor de prijs- en woningdifferentiatie binnen de sociale huursector;
•
De mogelijkheden in de bestaande voorraad moeten worden meegenomen (bijvoorbeeld: woningaanpassing, woningdelen en -splitsen).
Het voorgenomen aantal sociale woningbouw is naar verwachting voldoende om de tekorten op te lossen. Mogelijk kunnen kan in het kader van ‘fair share’ ook de stedelijke regio’s in de omgeving (de GMR maar wellicht ook de Utrechtse en Amersfoortse regio) wat worden ontlast. Preventief beleid en benodigde zorg en ondersteuning De opdrachten om te komen tot fair-share afspraken, een afsprakenkader ouderenhuisvesting en een geactualiseerde woondeal komen uit de koker van het ministerie van BZK. Daardoor ligt de nadruk sterk op het wonen. Het is echter belangrijk te beseffen dat het gaat om een integrale opgave, waarvan ook zorg en welzijn een essentieel onderdeel zijn. Op het niveau van de gemeenten en regio ’s moet de benodigde integraliteit worden geborgd. Governance en samenwerking In de Foodvalley waren er aan het begin van het provinciale onderzoek nog een aantal openstaande vragen omtrent aanpak en governance. Zo waren er op het thema wonen, zorg en ondersteuning nog geen (bestuurlijke) keuzen gemaakt over ‘wie met wie gaat’ en stond de regio-indeling dus deels nog open. Daarbij speelt mee dat de Foodvalley een complexe regio is, in die zin dat er vele verschillende regio -indelingen samenkomen. Zo ligt de regio in twee provincies, zijn er twee zorgkantoren actief (Zilveren Kruis en Menzis) en werken de gemeenten Barneveld en Nijkerk veel samen in/met de regio Amersfoort.
De gespreken over deze samenwerking zijn opgestart en ook is er extra procesbegeleiding ingezet om de benodigde vervolgstappen te maken. Dat neemt niet weg dat deze regio, vanwege de complexiteit die we hierboven schetsen, nog steeds concrete keuzes te maken heeft ten aanzien van de regio waarin men wel of niet wil samenwerken.
44
Wageningen
Veenendaal
Scherpenzeel
Rhenen
Renswoude
Nijkerk
Ede
Barneveld
Foodvalley
Bijlage 1: Cijfermatig overzicht aandachtsgroepen
aantal inwoners
absoluut percentage regio
374.600 61.700 122.000 45.000 100% 16% 33% 12%
5.700 20.300 10.400 68.500 41.000 2% 5% 3% 18% 11%
licht verstandelijk beperkt
absoluut percentage regio percentage inwoners absoluut percentage regio percentage inwoners absoluut percentage regio percentage inwoners absoluut percentage regio percentage inwoners
10.980 100% 4% 700 100% 0,2% 15.380 100% 5% 5.110 100% 2%
1.090 10% 2% 100 14% 0,2% 1.980 13% 4% 650 13% 1%
3.760 34% 4% 230 33% 0,2% 5.030 33% 5% 1.600 31% 2%
980 9% 3% 60 9% 0,2% 1.740 11% 5% 510 10% 1%
60 1% 1% 10 1% 0,2% 130 1% 3% 50 1% 1%
610 6% 4% 40 5% 0,2% 920 6% 6% 230 4% 1%
150 1% 2% 10 2% 0,1% 370 2% 5% 110 2% 1%
3.020 27% 6% 160 23% 0,3% 3.260 21% 6% 1.010 20% 2%
1.310 12% 4% 90 13% 0,3% 1.950 13% 6% 950 19% 3%
14%
15%
15%
16%
13%
16%
12%
13%
10%
181 100% 0,05%
20 11% 0,03%
86 48% 0,07%
12 7% 0,03%
<5
7 4% 0,03%
6 3% 0,06%
35 19% 0,05%
15 8% 0,04%
710 90%
116 96%
243 79%
83 73%
15 107%
40 103%
11 109%
132 101%
70 110%
absoluut percentage regio percentage inwoners absoluut percentage regio percentage inwoners
8.900 100% 2% 3.815 100% 1%
1.300 15% 2% 436 11% 1%
2.400 27% 2% 1.349 35% 1%
1.900 21% 4% 616 16% 1%
200 2% 3% 110 3% 2%
100 1% 0% 158 4% 1%
200 2% 2% 120 3% 1%
1.400 16% 2% 606 16% 1%
1.400 16% 3% 420 11% 1%
absoluut percentage regio percentage inwoners
29.520 100% 8%
3.780 13% 6%
8.300 28% 7%
2.860 10% 6%
350 1% 6%
1.220 4% 6%
570 2% 5%
4.340 15% 6%
8.100 27% 20%
absoluut percentage regio percentage inwoners standplaatsen functie woonwagencentrum absoluut percentage regio percentage inwoners
275 100% 0,07% 135 100% 0,04%
20 7% 0,03% 9 7% 0,01%
0 0% 0,00% 3 2% 0,00%
175 64% 0,39% 20 15% 0,04%
0 0% 0,00% 2 1% 0,03%
20 7% 0,10% 20 15% 0,10%
0 0% 0,00% 16 12% 0,15%
40 15% 0,06% 44 33% 0,06%
20 7% 0,05% 21 16% 0,05%
matig of ernstig verstandelijk beperkt
somatische problematiek
psychiatrische problematiek
aandeel mantelzorgers nazorgkandidaten
absoluut percentage regio percentage inwoners
taakstelling statushouders 2023 (incl.) aandeel gerealiseerd 2023 arbeidsmigranten 2020
in BRP ingeschreven MOE-landers
voltijd studenten VO
permanent bewoonde standplaatsen (CBS)
45
Bijlage 2: Overzicht lokale en regionale documenten In het kader van de provinciale woonzorganalyse is aan de regio ’s gevraagd om een overzicht aan te leveren van lokale en regionale documenten. Belangrijkste doel van deze documenten was om zicht te krijgen op de aanwezigheid van lokale cijfers en gegevens die inzicht geven in de omvang, aard en ontwikkeling van ouderen en aandachtsgroepen. Barneveld 1.
Samen voor wonen, zorg en welzijn (28 juli 2014)
2.
Samen voor wonen, zorg en welzijn deel 2 (8 september 2015)
3.
Samen voor wonen, zorg en welzijn Update foto 2018 (11 januari 2019)
4.
Update oudereninitiatieven wonen in relatie tot de vraagontwikkeling (30 september 2020)
5.
Woningmarktonderzoek Barneveld (29 november 2019)
6.
Dasboard gezondheid Barneveld (13 juni 2023)
7.
Woonvisie Barneveld 2021-2025 met doorkijk tot 2030/2040 (18 maart 2021)
1.
Woonzorgvisie 2023-2033 gemeente Ede (23 september 2023)
Ede
Nijkerk Rhenen 1.
Actualisatie Woonvisie Rheden (14 juni 2021)
2.
Visie op Rhenen 2035 (20 juni 2023)
3.
Visie Sociaal Rhenen 2030 (26 mei 2023)
4.
Wonen en zorg 2020-2040 in de gemeente Rhenen (2 mei 2022)
5.
Woonvisie; Kiezen voor Rhenen (30 januari 2018)
Renswoude Scherpenzeel 1.
Woonvisie 2020-2030 (30 april 2020)
Veenendaal 1.
Compact woningbehoefteonderzoek Veenendaal (23 februari 2022)
2.
Factsheets uitkomsten woonzorganalyse gemeente Veenendaal
3.
Wonen en zorg 2020-2040 in de gemeente Veenendaal (2 mei 2022)
46
4.
Goed wonen in Veenendaal; Naar een nieuwe woonvisie voor Veenendaal 2022-2025 (10 mei 2022)
Wageningen 1.
Samenvatting monitor aandachtsgroepen Wageningen (12 juli 2023)
2.
Beleidskader Samen Wageningen (1 januari 2018)
3.
Beleidskader Samen Wageningen 2.0 (15 maart 2022)
4.
Een thuis in Wageningen
5.
Monitor vraag en aanbod studentenhuisvesting Wageningen 2023
6.
Bijlage herijking Samen Wageningen
7.
Dashboard jaar 2022 De Woningstichting
8.
Woonwensenonderzoek huurders 55+ de Woningstichting
9.
Naar de Prestatieafspraken 2022-2023 (30 november 2021)
10. Wonen voor ouderen; Vragenlijst Wonen voor Ouderen t.b.v. bijeenkomst (april 2023) 11. Gezond in Wageningen; gezondheidsmonitor 2020-2021(2021) 12. Huisvestingsverordening Wageningen 2023 (3 april 2023) 13. Prestatieafspraken Wageningen 2023-2026 Idealis-SFO-gemeente Wageningen (december 2022) 14. Gezond opgroeien in Wageningen Kindermonitor 2021 (2021) 15. Resultaten enquête Toekomstig Wonen voor Senioren (20 april 2023) 16. Woningmarktstrategie 2019-2022 (6 juni 2019) 17. Welsaam voorkomt, verbindt en versterkt! (2021) 18. Woningmarktstrategie gemeente Wageningen (16 juli 2019) 19. Woonvisie Wageningen 2016-2025 (4 juli 2016) Gelderse Vallei 1.
Regiobeeld Gelderse Vallei 2023 (29 juni 2023)
2.
Gelderse Vallei Regiobeeld 2030 (8 juli 2020)
3.
Regiovisie Beschermd Wonen en Beschermd Thuis in de Valleiregio 2024 t/m 2029 (2023)
4.
Zo zelfstandig mogelijk wonen; Visie op de maatschappelijke opvang (2021)
Regionaal 1.
Regiovisie Publieke Gezondheid 2021-2025 (2020)
2.
Contourennotitie uitgangspunten verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (23 september 2020)
3.
Uitvoeringsplan voor regionale woonagenda 2.0 (18 januari 2018)
47