CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bijlagen behorende bij de toelichting bestemmingsplan Franseweg 95

Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Franseweg 9519.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.4.3

Effectbeoordeling en toetsing

In het plangebied bestaat geen potentie voor nationaal beschermde soorten waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming 27

wordt niet overtreden. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Utrecht een vrijstelling geldt als egel, (spits)muizen en een incidenteel gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt ten alle tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals egel, (spits)muizen, gewone pad, watersalamander en bruine kikker zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

28

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Beschermde gebieden

6.1.1

Wet natuurbescherming

Negatief effect (door emissie, geluid, trilling, of verlichting) op Natura 2000 – gebieden valt op voorhand uit te sluiten op basis van de ligging in de bebouwde kom. Negatieve effecten van stikstofemissie door het gebruik van motorisch aangedreven motoren tijdens de werkzaamheden, kunnen niet op voorhand worden uitgesloten op basis van de korte afstand. Een Aerius-berekening om de stikstofuitstoot en de gevolgen in kaart te brengen wordt daarom geadviseerd. Aanvullend onderzoek (waaronder een stikstofberekening) is noodzakelijk. Indien door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

6.1.2

Provinciale Ruimtelijke Verordening

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene Contour. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

6.2

Beschermde soorten

6.2.1

Soorten Vogelrichtlijn

6.2.1.1

Huismus

De werkzaamheden (sloop van de bebouwing) hebben invloed op aanwezige voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van de huismus. Huismus is aanwezig in het plangebied met in ieder geval één 29

nest. Verbodsbepalingen Art 3.1 lid 2, 4 en 5 van de Wnb worden overtreden. Aanvullend veldonderzoek is nodig in de periode 1 april- 15 mei door middel van twee veldbezoeken, of 4 bezoeken in de periode 10 maart – 20 juni. Het onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van deze quickscan mag als eerste bezoek worden geteld. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

6.2.1.2

Gierzwaluw

De werkzaamheden (sloop van de bebouwing) hebben mogelijk invloed op potentieel aanwezige voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw. De bebouwing is potentieel geschikt. Verbodsbepalingen Art 3.1 lid 2, 4 en 5 van de Wnb kunnen worden overtreden. Aanvullend veldonderzoek is nodig in de periode 1 juni - 15 juli door middel van 3 veldbezoeken. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw(en) aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

6.2.1.3

Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten

In en in de directe omgeving van het plangebied is geschikt geschikt habitat aanwezig voor algemene vogelsoorten waarvan de nesten (in dezen) niet jaarrond beschermd zijn. In gebruik zijnde nesten mogen in principe nooit worden verstoord. Door onder andere buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart – 15 augustus) te werken zijn schadelijke effecten op nesten van algemene vogels te voorkomen. Indien er toch binnen het broedseizoen wordt gewerkt dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck plaats te vinden door een deskundig ecoloog. Een andere optie is om nestkasten voor het broedseizoen te verwijderen.

6.2.2

Soorten Habitatrichtlijn

6.2.2.1

Vleermuizen

De werkzaamheden (sloop van de bebouwing) kunnen leiden tot een negatief effect op voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en baardvleermuis spec.). Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. 30

Aanvullend onderzoek is nodig in de periode 15 mei tot en met 15 juli en 15 augustus tot 15 september middels 4 bezoeken. Indien voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn én door de werkzaamheden een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming wordt overtreden dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met de werkzaamheden kan worden gestart.

6.2.3

Nationaal beschermde soorten

Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde faunasoorten welke vrijgesteld zijn van een ontheffing in de provincie Utrecht, te weten egel, gewone pad en diverse soorten (spits)muizen. Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

31

7

Geraadpleegde bronnen

7.1

Internet

Beschermde gebieden •

https://calculator.aerius.nl/calculator/

•

https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart? bookmark=306d710255e14dcd8d5ecb612aca5211

Nationale Databank Flora en Fauna •

https://ndff-ecogrid.nl/

Natuurwetgeving en kennisdocumenten •

http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01#Hoofdstuk2

•

www.rvo.nl

•

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/

PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart •

http://pdokviewer.pdok.nl

Soortinformatie •

NDFF Verspreidingsatlas – https://www.verspreidingsatlas.nl/

•

Zoogdieren – http://www.zoogdiervereniging.nl/

•

Amfibieën – http://www.ravon.nl/

•

Vlinders/libellen – http://www.vlinderstichting.nl/

•

Vaatplanten – https://wilde-planten.nl/

Vleermuisprotocol 2017 •

http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol 33

34

Bijlage 1

Foto-impressie plangebied

Voorgevel kantoorgedeelte Franseweg 95 straatzijde. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.

35

Voorgevel zuidelijke lood Franseweg 95 met roldeur. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.

36

Zijgevel noordelijke loods Franseweg 95 met roldeur. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.

37

Achtergevel zuidelijke loods Franseweg 95 welke is overwoekerd met klimop. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.

38

Achteringang zuidelijke loods Franseweg 95. Foto: M. de Vries | Ecoresult B.V.

39

Stikstof berekening 12 woningen aan de Franseweg 95 te Elst

Datum:

17-01-2020

Gewijzigd a:

29-01-2021

Gewijzigd b:

15-11-2021

Projectnummer:

2018-199B

Opgesteld door:

M.A. Wedekind

Opdrachtgever:

Excelsior Investments BV

1

2 ..

3 6 6 7 8 8

................

.......................... ..........................

8 8

................

...........................

..........................

-

en sloopfase

...............................

.......

9

................................................................................................................................ ................................................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................................................ .........

Inhoud Aanleiding Uitgangspunten

Bouw Gebruiksfase Beoordeling resultaten

Rekenpunten Gebruiksfase Conclusie Bijlagen

5

4.3

4.2

4.1

4

3.2

3.1

3

2

1

1 Inhoud

2

2 Aanleiding Voor een terrein aan de Franseweg 95 te Elst bestaat een ontwikkelingsplan. Op het terrein is voorzien in de nieuwbouw van 12 woningen. Deze worden gebouwd als 1 blok van 11 geschakelde woningen en een vrijstaande woning. De bouwlocatie betreft een terrein waar een voormalig bedrijfspand staat. De huidige opstallen zullen volledig worden gesloopt. In de voorliggende berekening is géén saldering toegepast van de oorspronkelijke gebouw- en verkeersemissies. Beschouwd is dus alleen de nieuwe situatie. In opdracht van Excelsior Investments BV is een stikstofberekening uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator. Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelt. In dit rapport worden daarom de sloopfase en de aanlegfase / bouwfase niet beschouwd en wordt alleen de gebruiksfase beoordeeld. Het uiteindelijke gebruik van het bouwwerk en de verkeersgeneratie leiden wel tot stikstofemissies. Uitgaande van “gasloze” appartementen, is voor de gebruiksfase alleen de verkeersgeneratie van belang.

Overige stikstofbronnen zijn niet aanwezig.Het plangebied ligt op korte afstand van de volgende beschermde Natura 2000-gebieden: a) Binnenveld (6 km) b) Rijntakken (ca. 500 m) c) Kolland & Overlangbroek (4 km) De Rijntakken liggen het dichtst bij het plangebied. Hierdoor is een effect van stikstofdepositie niet op voorhand uit te sluiten. In het kader van de Wet natuurbescherming dient beoordeeld worden of de realisatie van het voorliggende bouwplan significante gevolgen heeft voor de stikstofgevoelige soorten binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving.

3

In de onderstaande figuren zijn kaarten met de ligging van het plangebied opgenomen en de ligging van het plangebied ten opzichte van de bovengenoemde Natura 2000-gebieden.

Figuur 1 Kaart met ligging plangebied (bron: pdok)

4

Figuur 2 Situatietekening (bron: architect)

Figuur 3 Ligging plangebied (1 en 2) t.o.v. Natura 2000-gebieden (a, b en c)

5

3 Uitgangspunten 3.1 Bouw- en sloopfase Niet meer van toepassing sinds 1 juli 2021.

6

3.2 Gebruiksfase Emissies woningen De woningen worden voorzien van warmtepompen. Er is alleen gasverbruik gerekend om te koken. Dit is een conservatief uitgangspunt, want de woningen worden waarschijnlijk zonder aardgas aansluiting opgeleverd, waardoor het koken (ook) elektrisch zal zijn en er geen NOx uitstoot plaats vind. Jaarlijks gemiddeld gasverbruik is ca. 1.500 m³ aardgas per woning voor ruimteverwarming, warm water en koken. Daarvan wordt ca 5% gebruikt om te koken = gemiddeld 75,0 m³ per woning per jaar. Gasverbruik koken is: 12 woningen x 75 m3 = 900 m³. De energieopbrengst van 1 kubieke meter aardgas bedraagt ca 35 MJ. Gasverbruik is 900 x 35 = 31,50 GJ / jr. Bij een maximaal toelaatbare emissie van 20 g NOx / GJ, bedraagt de jaarlijkse emissie ca 0,63 kg NOx / jr. Er is gerekend met een oppervlakte bron (1) met een uitstoothoogte van 10,0 meter en een spreiding van 5,0 meter. Emissies verkeer Vervoersbewegingen in het plangebied (per weekdag, bron: CROW): Aantallen per voertuigcategorie: 12 woningen x 6,3 = afgerond 76 auto's (licht verkeer) 12 woningen x 0,2 bestelbus = 2,4 bestelbussen (middelzwaar vrachtverkeer) 12 woningen x 0,1 vrachtauto = 1,2 vrachtauto's (zwaar vrachtverkeer) De emissies van het wegverkeer zijn ingevoerd als lijnbron (2). N.B. AERIUS calculator hanteert voor de berekening van het wegverkeer een afkapgrens van 5 km.

Eventuele depositie op stikstofgevoelige gebieden gelegen op meer dan 5 km afstand van het plangebied worden daarom niet meegerekend. Aangezien Natura 2000-gebieden de Rijntakken (ca. 500 m) en Kolland & Overlangbroek (4 km) wél binnen 5 km afstand liggen, wordt er vanuit gegaan dat als op deze gebieden geen stikstof depositie plaats vind, dit bij verder gelegen gebieden ook niet het geval zou zijn.

7

4 Beoordeling resultaten 4.1 Rekenpunten De rekenpunten zijn automatisch door AERIUS calculator berekend voor een opgegeven straal van 12 km rondom de bouwlocatie.

4.2 Gebruiksfase De totale NOx emissie bedraagt volgens de AERIUS berekening 2,39 kg/j (= 167 mol/j). Uit de AERIUS berekening van de gebruiksfase blijkt dat er geen significante toename van stikstof depositie te verwachten is, aangezien de berekening geen berekende waarde geeft voor depositie op een Natura 2000-gebied.

4.3 Conclusie AERIUS Calculator 2020 geeft de resultaten als waarden met twee decimalen (afgerond). Als de melding ‘Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0.00 mol/ha/j.’ wordt getoond, zijn er geen relevante hexagonen met een bijdrage groter of gelijk aan 0,005 mol/ha/jaar. Bijdragen die kleiner zijn dan 0,005 mol/ha/jaar worden niet meegenomen bij de beoordeling van een initiatief. Zulke kleine bijdragen kunnen vanwege onzekerheden in data en model niet redelijkerwijs aan een specifieke activiteit worden gerelateerd en hebben geen aantoonbaar negatief effect op een Natura2000 gebied. Met de stikstofberekening is aangetoond dat het voorliggende plan in de gebruiksfase NIET leidt tot een verhoogde stikstofdepositie op Natura2000 gebieden. De conclusie is dat er geen (blijvende) toename is van stikstofdepositie binnen het project of de locatie, waardoor significante effecten bij voorbaat kunnen worden uitgesloten.

Er is geen toestemming nodig in het kader van de Wet natuurbescherming op het gebied van stikstof.

8

5 Bijlagen

 AERIUS berekening gebruiksfase “AERIUS_bijlage_2018-199B_RptcS8ntLXci.pdf "

9

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening 2018_199B_Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RptcS8ntLXci (15 november 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

AGB van DIJK

Franseweg 95 en omstreken,, 3921 DG Elst

Omschrijving

AERIUS kenmerk

2018-199B Nieuwbouw van 12 Woningen a.d. Franseweg te Elst

RptcS8ntLXci

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

15 november 2021, 15:54

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

2,39 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase

2018_199B_Gebruiksfase

RptcS8ntLXci (15 november 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie 2018_199B_Gebrui ksfase

Emissie 2018_199B_Gebrui ksfase

Bron Sector

Bron 1 Wonen en Werken | Woningen

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

2018_199B_Gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

-

< 1 kg/j

< 1 kg/j

1,79 kg/j

RptcS8ntLXci (15 november 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

2018_199B_Gebrui ksfase

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 162624, 444455 10,0 m 0,3 ha 5,0 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j Bron 2 162600, 444473 1,79 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

76,0 / etmaal NOx NH3

1,21 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

2,4 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

1,2 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

2018_199B_Gebruiksfase

RptcS8ntLXci (15 november 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

2018_199B_Gebruiksfase

RptcS8ntLXci (15 november 2021) pagina 5/5

Huismusonderzoek Franseweg 95 te Elst

Datum:

1 MEI 2020 Elspeet

Colofon

Opdrachtnemer Controleur Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW identificatienummer Rabobank

Tekening: Boet van Heugten

................................

Opdrachtgever

Nader onderzoek huismus Franseweg 95; Elst Culmen en Van Dam Projectontwikkeling VOF Postbus 225 3454 ZL De Meern Dhr. J. Söhne Inventarium flora en fauna Pieter Wiegel Stakenbergweg 212; 8075 RC Elspeet 06-12918775 3.2

Onderzoek Locatie

64980960 NL001643862B46 NL93 KNAB 0256 8909 94

Boet van Heugten: Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door een dusdanige diversiteit, dat het lijkt alsof het door verschillende kunstenaars gemaakt is. Toch valt er een rode draad in zijn werk te ontdekken: zijn schilderijen vallen op door hun heldere, frisse kleuren. Uniek zijn de steden van kathedralen, torens, gebouwen met koepels en moderne architectuur die, op de achtergrond van het schilderij, diepte geven aan de veelal abstracte afbeelding op de voorgrond. En regelmatig verschijnen er gestileerde dierfiguren, vaak vissen, op het linnen. Niet vreemd voor iemand die vroeger biologie gestudeerd heeft.

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

Samenvatting nader onderzoek huismus: ➢ Huismus is afwezig ➢ Plangebied is niet functioneel in gebruik als nestlocatie danwel als leefgebied ➢ Geen schadelijke effecten functionaliteit leefgebied ➢ Geen effect gunstige staat van instandhouding ➢ Maatregelen niet noodzakelijk ➢ Ontheffing niet noodzakelijk (art. 3.1 lid 2 en 4)

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

1. Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Franseweg 95 te Elst, heeft dhr. J. Söhne van Culmen en Van Dam Projectontwikkeling op basis van de bevindingen en adviezen uit de QuickScan (Ecoreest) aan Inventarium flora en fauna opdracht gegeven een huismusonderzoek uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek maar ook de maatregelen die genomen dienen te worden ten behoeve van de huismus. Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Franseweg 95 te Elst. Het plangebied is vrijwel geheel gebouwd en is gelegen binnen de bebouwde kom van Elst (figuur 1). Het gehele plangebied is in het huidige bestemmingsplan aangemerkt als ‘bedrijf’. De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een twee laags kantoorgedeelte gerealiseerd in 1959 en een aan het kantoor geschakelde loodsen. De loodsen zijn gebouwd in 1959 en in 1993 en betreffen enkellaagse panden. Het kantoorpand is opgetrokken ui steense muren en een plat, bitumen dak. Aan de voorzijde ter hoogte van de ramen zijn gevelplaten aanwezig. In de schil van het pand zijn diverse kieren en openingen aanwezig.

De aan het kantoorgedeelte grenzende loods (loods 1, zie figuur 2) is opgetrokken uit steense muren en een zadeldak met dakpannen. De ruimte onder de pannen is vrij toegankelijk. De middelste loods (loods 2, zie figuur 2) is opgetrokken uit stenen muren en een plat, bitumen dak. De zuidelijke loods (loods 3, zie figuur 2) is eveneens opgebouwd uit steense muren maar heeft een zadeldak met golfplaten. Het niet bebouwde gedeelte van het terrein aan de noordzijde is verhard. Aan de randen van de verharding zijn diverse inheemse kruiden aanwezig. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn enkele jonge bomen en struiken aanwezig. Plaatselijk is de zuidelijke loods overwoekerd met hedera. In bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door woningen, infrastructuur en aangeplant (openbaar) groen. In het gebied ten westen van de planlocatie heeft recent nieuwbouw plaatsgevonden. Circa 100 m te noorden van het plangebied ligt het buitengebied van Elst, voornamelijk bestaande uit (intensief) beheerde weidegronden. Circa 500 m ten noorden van de planlocatie ligt een bosgebied. De Neder-Rijn bevindt zich op 750 m ten zuiden van de planlocatie.

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

Figuur 1 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Franseweg 95 te Elst (bron kaart: OpenStreetMap).

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

2. Wettelijk kader Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot soortbescherming huismus. Tabel 1. Wet Natuurbescherming Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest).

Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

Tabel 2. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

De Wet natuurbescherming onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 2). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Het 3e beschermingsregime, andere soorten, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (nationaal beschermde soorten). Daarnaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. De huismus wordt in de Wet natuurbescherming beschermd onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn als een soort met een vaste rust- en verblijfplaats. Vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van de huismus zijn jaarrond beschermd, evenals het functioneel leefgebied dat essentieel is voor het functioneren van de broedlocatie.

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn (waartoe huismus wordt gerekend) kan indien nodig ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • • • • • •

In het belang van volksgezondheid of openbare veiligheid; In het belang van veiligheid in het belang van veiligheid van luchtverkeer; Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; Ter bescherming van flora en fauna; Voor onderzoek of onderwijs, uitzetten of herinvoeren van soorten; Selectief vangen, onder zich hebben of verstandig gebruik van vogels.

3. De huismus De huismus is sterk gebonden aan mensen. Vaste rust- en verblijfplaatsen zijn naast de broedplaats ook groene struiken en klimplanten. De huismus komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, zoals onder dakpannen, maar ook in nestkasten en achter regenpijpen. Daarnaast dient in de nabijheid van enkele tientallen meters van de nestplaats voldoende zandbaden, voedsel en drinkwater aanwezig te zijn.

4. Kennisdocument huismus Het onderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument huismus zoals gepubliceerd op de website van BIJ12. In het voorliggende onderzoek zijn de volgende functies voor huismus onderzocht: ✓ Voortplantingsplaatsen ✓ Vaste rust- en verblijfplaatsen ✓ Functioneel leefgebied Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens vier gerichte veldbezoeken

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet tijdens goede weersomstandigheden plaatsvinden, op geluidsluwe momenten, rond 1 à 2 uur na zonsopkomst en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan voldoende invulling gegeven. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden.

5. Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de huismus als broedvogel in Nederland is matig ongunstig. De staat van instandhouding buiten het broedseizoen is hetzelfde omdat het dezelfde vogel betreft. Voor deze soort zijn geen Natura2000 gebieden aangewezen.

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

6. Onderzoeksvragen Tijdens het nader onderzoek huismus zullen de volgende onderzoeksvragen worden behandeld (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de huismus tijdens de veldbezoeken): • • • • • • • •

Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de huismus? Is huismus aanwezig? Welke functie(s) heeft het gebied voor huismus? Blijft de functionaliteit van de vaste rust- of verblijfplaatsen behouden? Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd? Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling?

7. Werkwijze De hierboven benoemde onderzoeksvragen zullen worden beantwoorden door de stappen te doorlopen (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de huismus tijdens de veldbezoeken): • Veldbezoeken voor het bepalen van de aan- of afwezigheid van de huismus en het vaststellen van de functie van het plangebied voor de huismus. • Bepalen van het schadelijke effect op de functionaliteit van de voortplantingsplaats of vaste rust- en verblijfplaats binnen het plangebied. • Bepalen van het schadelijke effect op de gunstige staat van instandhouding van de huismus.

8. Veldbezoeken De veldbezoeken zijn uitgevoerd door P. Wiegel van Inventarium flora en fauna. Tijdens het inventariseren is gebruik gemaakt van diverse materialen zoals een verrekijker en camera (zie verantwoording). Het plangebied en de omliggende percelen is onderzocht door de projectlocatie rustig te bewandelen. Hierbij werd vooral gelet op de aan- of afwezigheid van de huismus. Tevens zijn vanuit zo goed mogelijk dekking de daken geobserveerd dit om eventuele nest-indicatieve waarnemingen te doen. De omliggende percelen zijn vanuit de planlocatie dan wel vanaf de openbare weg onderzocht dit om een beeld te krijgen van de aanwezigheid van de huismus en de aanwezige functies ten aanzien van de planlocatie. Hierdoor is een goede effectenbeoordeling mogelijk. Voor de data van de veldbezoeken, de weersomstandigheden en de waarnemingen wordt verwezen naar de onderzoeksresultaten. Opdrachtgever heeft, met het laten uitvoeren van dit onderzoek, alles gedaan wat redelijkerwijs verwacht mag worden om te voorkomen dat de wet natuurbescherming wordt overtreden.

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

9. Onderzoeksresultaten Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de huismus? De eisen die een huismus stelt aan zijn leefgebied in relatie met de planontwikkeling, zijn opgenomen in de onderstaande tabel

Functie Nest- en schuilplaats Voedsel en dekking Verzorging Drinkplaats

Beschrijving Bebouwing Groenvoorzieningen Stofbaden Water

Ter plaatse aan-of afwezig Aanwezig Aanwezig Geschikt – aanwezig Vijver in de tuinen - aanwezig

Volgens het kennisdocument huismus stelt de huismus de volgende eisen aan zijn locatie van de nestgelegenheid en leefgebied: op enkele tientallen meters van de nestplaats moeten voldoende zandbaden, voedsel en drinkwater aanwezig zijn. Groenblijvende struiken en heesters zijn talrijk aanwezig in de omliggende tuinen. Er is dus voldoende dekking (en voedsel) voor de huismus ter bescherming van predatoren. Stof- en zandbaden alsmede water zijn wel aanwezig in de woonwijk. Derhalve kan gesteld worden dat het leefgebied optimaal is. Het dak van de loods is toegankelijk. Veruit de meeste woningen aan de Franseweg en de nabije omgeving hebben pannendaken (die toegang verschaffen voor de huismus. Er zijn talloze alternatieven als nestlocatie. Het erf rondom het object is bestraat en er is slechts één pannendak waar de huismus zich kan vestigen. Is huismus aanwezig? Tijdens de veldbezoeken op 14 april en op 1 mei zijn er geen huismussen waargenomen in en rond de projectlocatie. Er zijn geen waarnemingen gedaan van onder de pannen verdwijnende huismussen, baltsende mannetjes of huismussen met nestmateriaal. De onderzoekrondes zijn weersomstandigheden.

uitgevoerd

in

de

optimale

periode

onder

redelijke

Op 14 april was het onbewolkt en 15 graden Celsius. Op 1 mei was het (op het moment van het onderzoek) droog met een middagtemperatuur van 11 graden Celsius en licht bewolkt. Welke functie(s) heeft het gebied voor huismus? Er zijn geen nest indicatieve waarnemingen gedaan. Nesten of uitstekend nestmateriaal zijn niet aangetroffen. Mede door het (op de projectlocatie) ontbreken van groenblijvende struiken en heesters wordt de projectlocatie ongeschikt bevonden als broedbiotoop voor de huismus. De huismus zal eerder de daken van de buren en de nabije omgeving uitkiezen als broedplaats. De afwezigheid van huismussen duidt erop dat de planlocatie geen onderdeel uitmaakt van een functioneel leefgebied van de huismus, en dus geen wezenlijke functie heeft. Er ontbreken cruciale functies van habitateisen, namelijk groenblijvende struiken en heesters voor broed- en nestgelegenheid. Aan de overzijde van de weg staan woningen met tuinen alwaar heesters, hagen en groenblijvende beplanting aanwezig is.

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

De ter plaatse geldende gunstige staat van instandhouding zal niet afnemen door deze ingreep. Blijft de functionaliteit van de vaste rust- of verblijfplaatsen behouden? Er zijn geen vaste rust- of verblijfplaatsen aangetroffen. Bij de sloop van de loods wordt verbodsbepaling artikel 3.1 lid 2 en 3 van de Wet natuurbescherming niet overtreden voor huismus. Er gaan namelijk geen nesten verloren en er worden geen huismussen gedood of (opzettelijk) verstoord. Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? Nee, bij de sloop van de loods wordt verbodsbepaling artikel 3.1 lid 2 en 3 van de Wet natuurbescherming niet overtreden voor huismus. Er gaan namelijk geen nesten verloren en er worden geen huismussen gedood of (opzettelijk) verstoord. Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd?

n.v.t.

Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling? n.v.t

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

10. Verantwoording: Materialen: ➢ Fotocamera ➢ Verrekijker ➢ Tablet Websites: ➢ ➢ ➢ ➢

https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/15910 http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpgv/vogelvide_7_dsc_www_monier_nl.pdf https://www.knbkeramiek.nl/media/156985/knb_infoblad_42_nestegelegenheid_voor_vogels_in_de_gebou wschil.pdf ➢ www.netwerkgroenebureaus.nl

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

Nader onderzoek huismus Franseweg 95 Elst

NADER ONDERZOEK GIERZWALUW Franseweg Elst

Colofon

Opdrachtnemer Controleur Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW identificatienummer Rabobank

................................

Opdrachtgever

Nader onderzoek gierzwaluw Franseweg 95; Elst Culmen en Van Dam Projectontwikkeling VOF Postbus 225 3454 ZL De Meern Dhr. J. Söhne Inventarium flora en fauna Pieter Wiegel Stakenbergweg 212; 8075 RC Elspeet 06-12918775 3.2

Onderzoek Locatie

64980960 NL001643862B46 NL93 KNAB 0256 8909 94

Tweet Buro NIV

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Samenvatting nader onderzoek gierzwaluw: ➢ Gierzwaluw is niet aanwezig ➢ Plangebied is niet functioneel in gebruik ➢ Geen schadelijke effecten functionaliteit leefgebied ➢ Geen effect gunstige staat van instandhouding ➢ Geen maatregelen noodzakelijk ➢ Geen ontheffing noodzakelijk (art. 3.1 lid 2 en 4)

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Aanleiding 1. Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Franseweg 95 te Elst, heeft dhr. J. Söhne van Culmen en Van Dam Projectontwikkeling op basis van de bevindingen en adviezen uit de QuickScan (Ecoreest) aan Inventarium flora en fauna opdracht gegeven een gierzwaluwonderzoek uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek maar ook de maatregelen die genomen dienen te worden ten behoeve van de gierzwaluw. Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Franseweg 95 te Elst. Het plangebied is vrijwel geheel gebouwd en is gelegen binnen de bebouwde kom van Elst (figuur 1). Het gehele plangebied is in het huidige bestemmingsplan aangemerkt als ‘bedrijf’. De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een twee laags kantoorgedeelte gerealiseerd in 1959 en een aan het kantoor geschakelde loodsen. De loodsen zijn gebouwd in 1959 en in 1993 en betreffen enkellaagse panden. Het kantoorpand is opgetrokken uit steense muren en een plat, bitumen dak. Aan de voorzijde ter hoogte van de ramen zijn gevelplaten aanwezig. In de schil van het pand zijn diverse kieren en openingen aanwezig.

De aan het kantoorgedeelte grenzende loods (loods 1, zie figuur 2) is opgetrokken uit steense muren en een zadeldak met dakpannen. De ruimte onder de pannen is vrij toegankelijk. De middelste loods (loods 2, zie figuur 2) is opgetrokken uit stenen muren en een plat, bitumen dak. De zuidelijke loods (loods 3, zie figuur 2) is eveneens opgebouwd uit steense muren maar heeft een zadeldak met golfplaten. Het niet bebouwde gedeelte van het terrein aan de noordzijde is verhard. Aan de randen van de verharding zijn diverse inheemse kruiden aanwezig. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn enkele jonge bomen en struiken aanwezig. Plaatselijk is de zuidelijke loods overwoekerd met hedera. In bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door woningen, infrastructuur en aangeplant (openbaar) groen. In het gebied ten westen van de planlocatie heeft recent nieuwbouw plaatsgevonden. Circa 100 m te noorden van het plangebied ligt het buitengebied van Elst, voornamelijk bestaande uit (intensief) beheerde weidegronden. Circa 500 m ten noorden van de planlocatie ligt een bosgebied. De Neder-Rijn bevindt zich op 750 m ten zuiden van de planlocatie.

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Franseweg 95 te Elst (bron kaart: OpenStreetMap).

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Wettelijk kader Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot soortbescherming gierzwaluw. Tabel 1. Wet Natuurbescherming Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest).

Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Tabel 2. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

De Wet natuurbescherming onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 2). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Het 3e beschermingsregime, andere soorten, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (nationaal beschermde soorten). Daarnaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. De gierzwaluw wordt in de Wet natuurbescherming beschermd onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn als een soort met een vaste rust- en verblijfplaats. Vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van de gierzwaluwzijn jaarrond beschermd, evenals het functioneel leefgebied dat essentieel is voor het functioneren van de nestlocaties.

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn (waartoe gierzwaluw wordt gerekend) kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • • • • • •

In het belang van volksgezondheid of openbare veiligheid; In het belang van veiligheid in het belang van veiligheid van luchtverkeer; Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; Ter bescherming van flora en fauna; Voor onderzoek of onderwijs, uitzetten of herinvoeren van soorten; Selectief vangen, onder zich hebben of verstandig gebruik van vogels.

Ecologie De gierzwaluw De gierzwaluw is 17 tot 18,5 centimeter lang en weegt tussen de 38 en 47 gram. Het gemiddelde gewicht is 42 gram. De spanwijdte is 40 tot 44 centimeter. Het zijn kleine tot middelgrote vogels, behendige en schijnbaar onvermoeibare vliegers met een gestroomlijnd, torpedovormig lichaam. Ze hebben lange, spitse, sikkelvormige vleugels en een gevorkte staart. De geslachten zijn gelijk van uiterlijk en te herkennen aan de donkerbruine grondkleur en donkere onderzijde met een in vlucht moeilijk zichtbare witte keel (figuur 1). Daarnaast bezitten ze krachtige klauwtjes, elk vier naar voren gerichte tenen met scherpe nagels. Hiermee kan een gierzwaluw aan een verticale ruwe wand aanhaken en langere tijd blijven hangen. (Bron: kennisdocument gierzwaluw)

Bron: Sovon

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Kennisdocument gierzwaluw Het onderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument gierzwaluw zoals gepubliceerd op de website van BIJ12. In het voorliggende onderzoek zijn de volgende functies voor gierzwaluw onderzocht: ✓ Nestlocatie(s) Afwezigheid van broedende gierzwaluwen is aangetoond, als er tijdens drie gerichte veldbezoeken in de periode 15 mei tot en met 15 juli waarvan 1 na 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet tijdens goede weersomstandigheden plaatsvinden, op geluidsluwe momenten, tussen 21.00 en 22.30 met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel want de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan voldoende invulling gegeven. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden. Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de gierzwaluw als broedvogel in Nederland is gunstig. (Bron: SOVON)

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Onderzoeksvragen Tijdens het nader onderzoek gierzwaluw zullen de volgende onderzoeksvragen worden behandeld (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de gierzwaluw tijdens de veldbezoeken): • • • • • • • •

Is de projectlocatie geschikt als potentiele nestlocatie voor de gierzwaluw? Is gierzwaluw aanwezig? Welke functie(s) heeft het gebied voor gierzwaluw? Blijft de functionaliteit van de nestlocatie behouden? Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd? Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling?

Werkwijze De hierboven benoemde onderzoeksvragen zullen worden beantwoord door de volgende stappen te doorlopen (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de gierzwaluw tijdens de veldbezoeken): • Veldbezoeken voor het bepalen van de aan- of afwezigheid van de gierzwaluwen het vaststellen van de functie van het plangebied voor de gierzwaluw. • Bepalen van het schadelijke effect op de functionaliteit van de nestlocatie(s) binnen het plangebied. • Bepalen van het schadelijke effect op de gunstige staat van instandhouding van de gierzwaluw. • Bepalen en onderbouwen van het wettelijke belang van de activiteiten.

Veldbezoeken De veldbezoeken zijn uitgevoerd door P. Wiegel van Inventarium flora en fauna. Tijdens het inventariseren is gebruik gemaakt van diverse materialen zoals een verrekijker en camera (zie verantwoording). Het gehele plangebied en de omliggende percelen is onderzocht door de projectlocatie rustig te bewandelen. Hierbij werd vooral gelet op de aan of afwezigheid van de gierzwaluw. Een potentiële nestplaats is vrijwel nooit onder de 3 meter te vinden in verband met het aan- en afvliegen en doorgaans ook niet in de onmiddellijke omgeving van bomen. Er is vanuit zo goed mogelijke dekking de daken geobserveerd om eventuele nestindicatieve waarnemingen te doen. De omliggende percelen zijn vanuit de planlocatie dan wel vanaf de openbare weg onderzocht. Dit om een beeld te krijgen van de aanwezigheid van de gierzwaluwen en de aanwezige functies ten aanzien van de planlocatie. Hierdoor is een goede effectenbeoordeling mogelijk. Voor de data van de veldbezoeken, de weersomstandigheden en de waarnemingen wordt verwezen naar de onderzoeksresultaten.

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Onderzoeksresultaten Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de gierzwaluw? De eisen die een gierzwaluw stelt aan zijn leefgebied zijn opgenomen in de onderstaande tabel Beschrijving Bebouwing

Functie Nestlocatie met minimaal 3 mtr uitvliegruimte

Aan-of afwezig Loods achterop het terrein

Is gierzwaluw aanwezig? De onderzoeksrondes zijn uitgevoerd in de optimale periode onder redelijke weersomstandigheden op de juiste tijdstippen volgens de soortinventarisatieprotocol (zie bijlage) De afwezigheid van broedende gierzwaluwen kan volgens het kennisdocument gierzwaluw (BIJ 12) voldoende aannemelijk gemaakt worden als er geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de aanwezigheid van een nest na: ➢ minimaal 3 inventarisatiemomenten tussen 1 juni en 15 juli met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen o 1-6-2020 o 24-6-2020 ➢ waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 15 juli (jongen aanwezig) o 07-07-2020 ➢ tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang ➢ tijdens goede (droge) weersomstandigheden.

✓

✓ ✓

Vluchten op dakgoot-, nok- en huishoogte zijn niet waargenomen tijdens de veldbezoeken. Hoog overvliegende exemplaren boven de wijk aan de zuid-oostkant van Elst hebben we genegeerd. Er zijn nabij de bebouwing geen waarnemingen gedaan van laag vliegende gierende zwaluwen. We hebben ook geen gierzwaluwen zien verdwijnen onder de dakgoot of dakpan van de loods.

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Welke functie(s) heeft het gebied voor gierzwaluw? De gierzwaluw brengt het grootste deel van zijn leven door in de lucht. Alleen om te broeden verlaten gierzwaluwen tijdelijk het luchtruim en komen ze aan het aardoppervlak. Oorspronkelijk waren gierzwaluwen rotsbewoners en door de eeuwen heen hebben ze de rotsen ingeruild voor huizen en andere gebouwen. Hij broedt vooral in steden en dorpen, waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens. Zijn komvormige nest maakt hij van met speeksel aan elkaar geplakte uit de lucht geviste plantendeeltjes, veertjes, haren, sprietjes en zaadpluis. Soms is er geen nestmateriaal. In ons land zijn nesten van gierzwaluwen uitsluitend te vinden in allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, in kieren en gaten in muren maar ook in nestkasten. Door sloop en renovatie van oude gebouwen en wijken gaat veel broedgelegenheid verloren. Naast het eigenlijke nest is ook de functionele leefomgeving van belang om het nest in stand te houden. De functionele leefomgeving voldoet idealiter aan de volgende eisen: • Gierzwaluwen hebben een vrije uitvliegroute van minimaal 3 meter onder de uitvliegopening van het nest en minimaal 1 meter breed nodig, omdat ze niet direct vanuit het nest kunnen opstijgen en zich daarom eerst naar beneden laten vallen.

• Geen belemmerende elementen in de in- en uitvliegroute zoals bomen, vlaggenmasten, steigers, etcetera. Bij broedlocaties naast wegen is het van belang dat de uitvliegopening hoog genoeg is zodat er geen verkeersslachtoffers kunnen vallen. Deze functies zijn nabij het plangebied aanwezig echter de functionaliteit blijft behouden. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied behouden? Bij de sloop van de loods en het bebouwing wordt verbodsbepaling Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming niet overtreden voor gierzwaluw. Er gaan namelijk geen nesten verloren. Door de ingreep blijft de functie van het leefgebied behouden. Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? Niet van toepassing. Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? Nee, er zullen geen jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen verloren gaan van de gierzwaluw. ➢ Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd? Niet van toepassing vanwege het ontbreken van nestlocaties in het te slopen object.

Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling? Niet van toepassing vanwege het ontbreken van nestlocaties in het te slopen object.

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Aanbevelingen (vrijblijvend) ten gunste van de gierzwaluw Het nemen van maatregelen om de sloopwerkzaamheden op een natuurvriendelijke wijze uit te voeren. Zorgvuldig handelen ✓

✓ ✓

Voorzichtige demontage van dakpannen en dakranden Bij demontage van dakpannen en dakranden wordt zodanig gewerkt dat mogelijk achter de dakpannen aanwezige gierzwaluwen niet worden geraakt. Werken buiten de kwetsbare periode Indien onverhoopt gierzwaluwen worden aangetroffen, wordt het werk rond de aangetroffen gierzwaluwen gestaakt en wordt direct contact opgenomen met één van de betrokken ecologen

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

Nader onderzoek gierzwaluw Elst

VLEERMUISONDERZOEK Franseweg 95 Elst

30 SEPTEMBER 2020 INVENTARIUM FLORA EN FAUNA Elspeet

Colofon

Opdrachtnemer Controleur Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW Nummer Rabobank

-

Opdrachtgever

Nader onderzoek vleermuis Franseweg 95 Elst Dhr. J. Sohne Culmen en van Dam projectontwikkeling Inventarium flora en fauna Pieter Wiegel Stakenbergweg 212; 8075 RC Elspeet 06-12918775 ................................

Onderzoek Locatie

64980960 NL136489771B01 NL93 KNAB 0256 8909 94

Nader onderzoek vleermuis Franseweg 95 te Elst

Conclusie In de voorliggende rapportage wordt aangetoond dat er aan de onderzoeksinspanning is voldaan om te kunnen concluderen dat de, in de wet natuurbescherming beschermde, vleermuissoorten of hun verblijfplaats niet worden gedood, gevangen, beschadigd of vernield. (Art.3.3 wn)

Het nader onderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017.

Een ontheffing is niet nodig

Zorgvuldig handelen is noodzakelijk.

Nader onderzoek vleermuis Franseweg 95 te Elst

1.

Aanleiding

Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Franseweg 95 te Elst, heeft dhr. J. Söhne van Culmen en Van Dam Projectontwikkeling op basis van de bevindingen en adviezen uit de QuickScan (Ecoreest) aan Inventarium flora en fauna opdracht gegeven een vleermuisonderzoek uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek maar ook de maatregelen die genomen dienen te worden ten behoeve van de huismus. Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Franseweg 95 te Elst. Het plangebied is vrijwel geheel gebouwd en is gelegen binnen de bebouwde kom van Elst (figuur 1). Het gehele plangebied is in het huidige bestemmingsplan aangemerkt als ‘bedrijf’. De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een twee laags kantoorgedeelte gerealiseerd in 1959 en een aan het kantoor geschakelde loodsen. De loodsen zijn gebouwd in 1959 en in 1993 en betreffen enkellaagse panden. Het kantoorpand is opgetrokken uit steense muren en een plat, bitumen dak. Aan de voorzijde ter hoogte van de ramen zijn gevelplaten aanwezig. In de schil van het pand zijn diverse kieren en openingen aanwezig.

De aan het kantoorgedeelte grenzende loods (loods 1, zie figuur 2) is opgetrokken uit steense muren en een zadeldak met dakpannen. De ruimte onder de pannen is vrij toegankelijk. De middelste loods (loods 2, zie figuur 2) is opgetrokken uit stenen muren en een plat, bitumen dak. De zuidelijke loods (loods 3, zie figuur 2) is eveneens opgebouwd uit steense muren maar heeft een zadeldak met golfplaten. Het niet bebouwde gedeelte van het terrein aan de noordzijde is verhard. Aan de randen van de verharding zijn diverse inheemse kruiden aanwezig. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn enkele jonge bomen en struiken aanwezig. Plaatselijk is de zuidelijke loods overwoekerd met hedera. In bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door woningen, infrastructuur en aangeplant (openbaar) groen. In het gebied ten westen van de planlocatie heeft recent nieuwbouw plaatsgevonden. Circa 100 m te noorden van het plangebied ligt het buitengebied van Elst, voornamelijk bestaande uit (intensief) beheerde weidegronden. Circa 500 m ten noorden van de planlocatie ligt een bosgebied. De Neder-Rijn bevindt zich op 750 m ten zuiden van de planlocatie. (Bron: Ecoreest)

Projectlocatie

Nader onderzoek vleermuis Franseweg 95 te Elst

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Franseweg 95 te Elst (bron kaart: OpenStreetMap).

Nader onderzoek vleermuis Franseweg 95 te Elst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11432662/1