Bijlage 4 - adviesrapport-raad-voor-cultuur-lokale-media-niet-te-missen
Tekst van het document
Belangstelling voor radio en televisie heeft hij niet: dat is allemaal vervangen door online producties zoals video en pod casts, die in eigen huis worden gemaakt. Omrop Fryslân hekelt op zijn beurt de commerciële vertakkingen die ontwaard worden op de (online) nieuwskanalen van de uitgever: webshops en advertenties. Structurele samenwerking, bijvoorbeeld op personeelsvlak door eerstelijns nieuws door één gezamenlijke journalist te laten verslaan waardoor mensen vrijgespeeld worden voor meer arbeidsintensieve nieuwsverhalen, wordt 124 Gesprek met Omrop Fryslân, d.d. 17 augustus 2020 en gesprek met de Noordelijke Dagblad Combinatie, d.d. 17 augustus 2020 125 Stichting Regionale Publieke Omroep 2020b, p.5
56
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
zo lastig, stelt Spijkers. Met een streekomroep in Noord-Oost Friesland (RTV NOF) wordt wel dagelijks samengewerkt door het delen van con tent en het begeleiden van amateurtalent door de professionals van de regionale omroep. Van Dijk ziet samenwerking op projectbasis wél zitten. Hij wijst op de zeer succesvolle samenwerking van het Dagblad van het Noorden met RTV Noord in een reconstructie van de Project X-catastrofe in Haren, het feest dat via Facebook in 2012 compleet uit de hand liep. Hiermee verdienden ze De Tegel in de categorie ‘Onderzoek’, een prestigieuze journalistieke prijs. Verder ziet Van Dijk samenwerking eerst en vooral gebeuren binnen de eigen poorten. Nieuws van zijn verschillende redacties wordt onderling volop gedeeld, waarbij de sites van de huis-aan-huisbladen als aanjager dienen voor de betaalde content van de drie regionale dagbladen. Een aangekocht videoproductiebedrijf ontwikkelt audio- en video-items voor alle betrokken media. Eigenaar FB Oranjewoud van de NDC, die in 2012 het geld uit de verkoop van de Friesland Bank aan de Rabobank in de onderneming stak, heeft de NDC in de zomer van 2020 verkocht aan de Vlaamse uitgever Mediahuis, die daarmee zijn greep op het (lokale) nieuwsaanbod verder vergroot.
Omrop Fryslân stelt dat die overname de kansen op een structurele samenwerking met publieke partijen verder verkleint, omdat zowel Mediahuis als DPG Media samenwerking met publiek gefinancierde omroepen niet ziet zitten.
5.2
financiering Dalende inkomsten Om met het goede nieuws te beginnen: het aantal digitale abonnementen stijgt steeds sneller, onder andere door de coronacrisis, waardoor de daling van het totaal aantal abonnementen (print en digitaal) naar zeggen van de regionale kranten zelfs tot staan is gebracht. Openbare cijfers om deze bewe ring te staven, ontbreken.126 De regioredactie van Mediahuis meldt dat de inkomstenstijging door het groeiend aantal digitale abonnementen ruimschoots compenseert voor een daling van inkomsten door een afname van het aantal print-abonnementen.127 Dat neemt niet weg dat online voor de van oorsprong printmedia een lastig
126 Cijfers verkregen van AD Regio (DPG Media) 127 Gesprek met Mediahuis, d.d. 20 augustus 2020
57
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
speelveld is door de concurrentie van gratis nieuws en van de publieke omroe pen, die onder andere gefinancierd door belastinggeld ook online actief zijn met berichten, foto’s en video-items. Bij huis-aan-huisbladen is er een ander beeld, deze worden online nauwelijks gelezen. De verandering naar digitaal lijkt voor de huis-aan-huisbladen nog moeilijk. ‘In 2019 rapporteerde NOM dat 97 procent van de lezers huis-aan-huisbladen op papier leest. Hiervan leest slechts 18 procent de krant (ook) digitaal en dus maar liefst 82 procent uitslui tend op papier.’128 Tegenover de stijging van digitale abonnementen staat wat de regiopers hun grootste probleem noemt: de dalende advertentie-inkomsten. Een oud pro bleem overigens, de inkomsten uit advertenties dalen al sinds de jaren negen tig en leken juist voor het uitbreken van de corona-pandemie te zijn gestabiliseerd. Geld van adverteerders gaat voornamelijk naar Amerikaanse bedrijven als Facebook en Google. Van de Nederlandse online reclamebudget ten gaat inmiddels zeventig procent naar deze multinationals. Dit aandeel stijgt al jaren.129 Uit de eerste onderzoeken naar de invloed van de coronacrisis is de verwachting dat de gevolgen van deze gestage geldstroom naar Silicon Valley voor lokale mediabedrijven groter zijn dan voor media-multinationals.
Elektronische publicatie overheids-bekendmakingen Behalve met een verschuiving van de advertentiekosten van print naar digi taal, hebben huis-aan-huisbladen ook te maken met een verschuiving van bekendmakingen van gemeenten, provincies en waterschappen van papier naar digitaal. Vanaf 2021 wordt het verplicht voor decentrale overheden om hun bekendmakingen (ook) elektronisch te doen. Het overstappen van papie ren naar elektronische publicatie – al kan beide volhouden natuurlijk ook – zou een potentiële besparing opleveren van 24 miljoen euro voor de decentrale overheden en potentieel een corresponderende inkomstenvermindering voor lokale media.130 Uit onderzoek van het ministerie van BZK blijkt dat inmiddels bijna de helft van de gemeenten niet of alleen over de belangrijke projecten nog adverten ties inkoopt.131 Bij provincies en waterschappen zou een vergelijkbare ontwik keling zichtbaar zijn.132 Tot nu toe lijkt het erop dat er van de 24 miljoen euro die decentrale overheden eerst uitgaven aan advertenties nog niet de helft overblijft als inkomsten voor lokale media. Gezien de zich voortzettende digi talisering is het niet onwaarschijnlijk dat dit bedrag aan misgelopen inkom sten oploopt. Hoewel uit gesprekken blijkt dat gemeenten op de prijs drukken 128 Commissariaat voor de Media 2020b, p. 34 129 Deloitte en IAB Nederland 2020, p.
16 130 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2019, p. 33 131 Idem, p. 25 132 Idem, p. 10
58
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
en de advertenties vaak tegen kostprijs zijn, zijn het toch belangrijke inkom sten voor de al in financiële nood verkerende huis-aan-huisbladen. Niet minder belangrijk is de impact op de relevantie en uitstraling van de huis-aan-huisbladen als gemeente en provincie hun bekendmakingen er niet meer in plaatsen. Fiscale maatregelen Ook fiscale maatregelen zijn van invloed op het verdienmodel van regionale en lokale bladen. Het Rijk verlaagde per 2020 het btw-tarief van 21 procent op online mediaproducties tot negen procent, maar verhoogde eerder het lage btw-tarief van zes naar negen procent, waardoor ook de belasting op printpro ducten omhoog ging. Deze laatste verhoging heeft de financiële positie van regionale en lokale printmedia niet geholpen. Kostenbesparing Door dalende inkomsten zien kranten zich genoodzaakt om kosten te bespa ren, onder andere door afscheid te nemen van bijna de helft van de redacteu ren.133 Daardoor konden de totale redactionele kosten van de bij de NDP aangesloten dagbladen dalen van ruim 400 miljoen euro in 2003 naar ruim 200 miljoen euro in 2016.134 Wel wordt geïnvesteerd in informatietechnologie, goede digitale vormgeving en de digitale mogelijkheden om advertenties en berichten af te stemmen op individueel niveau.
Ook tracht de regiopers door middel van schaalvergroting en samenwerking tussen redacties van verschillende ‘merken’ de schade te beperken. Zo werken de Nederlandse regionale kranten van DPG Media online samen met de lan delijke website van het AD (DPG Media) in een ’Kubus-app’ die regionaal nieuws ‘verweeft’ met landelijk nieuws. Het moge duidelijk zijn dat zulke inzet op het delen van nieuws en het verhogen van online gezamenlijke bereik cijfers al te lokaal journalistiek spitwerk niet direct stimuleert. 5.3
inhoud Waar voorheen nog een fijnmazig editiestelsel bestond, waarbij elke kern zijn eigen plaatselijke bijlage had, zijn die nu veel samengevoegd tot edities voor grotere regio’s. Daardoor krijgen lezers in sommige regio’s ook nieuws te zien in hun plaatselijke krant uit plaatsen waar zij niet veel binding mee hebben en dat voor hen niet relevant is.
133 Jong, J.C. de & Koetsenruijter, A.W.M. 2019, p. 25 134 Behrens, C. & Brouwer, E. 2018, p. 42
59
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Regionale dagbladen snoeien in het aantal lokale edities. Nieuwsbladen vullen in niet meer dan honderd gemeenten nog het regionale dagblad aan met lokaal nieuws.135 In 2013 concludeerde het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek dat in kleine gemeenten de politiek amper gevolgd wordt door de journalistiek. Lokale media duiken wegens gebrek aan financiën niet in de gaten die regionale media door bezuinigingen laten vallen. In gemeenten met minder dan 50 duizend inwoners wordt nauwelijks nog nieuws over lokaal beleid geproduceerd.136 In de gesprekken van de Raden met private media uiten zij weinig zorgen om het voldoen aan hun publieke functie. Zij denken nog genoeg onafhankelijke journalistiek te bedrijven die lokale bestuurders en andere lokaal invloedrijke figuren en organisaties op de vingers kijkt. Nu er veel inzicht is in welke ver halen scoren en welke niet, blijkt dat de politieke verhalen die de kranten van oudsher versloegen vanuit plichtsbesef ook goed scoren. Niet alleen de schan dalen, ook doorwrochte politieke analyses over lokale politiek worden (online) gelezen. Het belang dat AD Regio hecht aan politieke verslaggeving blijkt bij voorbeeld uit het feit dat de krant in sommige regio’s eerder overweegt het amateurvoetbal – een grote publiekstrekker – niet meer te verslaan dan het politieke nieuws.137 5.4
gebruik Lokale en regionale papieren media verliezen hun band met de (al dan niet betalende) nieuwsconsument. Die wordt steeds ouder en sterft uiteindelijk uit.138 Print-uitgevers investeren wel in online innovaties. De DPG-website ‘indebuurt’ bestaat onder een landelijke paraplu uit vijfendertig regionale sites met wat DPG zelf omschrijft als ‘positief nieuws’ – vaak commercieel gedreven content – en algemene ‘agenda’-informatie. In 2020 stond de site op de achtste plaats van nieuwssites wat betreft maandelijks bereik.139 Het aantal dagelijkse lezers van een papieren krant is vanaf 2000 met ruim twintig procentpunt gedaald, evenals de advertentie-inkomsten voor kranten. Deze ontwikkelingen suggereren een verschuiving van print naar online.140
135 Kik, Q. & Landman, L. 2013, p. 20 136 Ibidem 137 Gesprek met DPG Media, d.d. 20 augustus 2020 138 Bakker, P. & Kik, Q. 2018, p. 40 139 Commissariaat voor de Media 2020b, p. 24, tabel 21 140 Behrens, C. & Brouwer, E. 2018, p. 42
60
6 Online media
6.1
inleiding Betekent het afnemende gebruik van traditionele media dat burgers massaal verstoken blijven van nieuws en duiding over hun buurt? De meerderheid van de mensen gebruikt wat voorheen ‘nieuwe media’ heette: websites, apps en andere platforms waarop ze nieuws vinden, delen en becommentariëren. Denk hierbij aan Facebookgroepen en websites voor de buurt, bottom-up opgezet door inwoners zelf. Ook de zogenaamde hyperlocals – lokale, uit advertentiegelden gefinancierde websites die door een of enkele burgers wor den voorzien van nieuwscontent – zijn inmiddels op sommige plaatsen belangrijke spelers geworden in de lokale media.
6.2
organisatie Uit onderzoek is gebleken dat in 2012 er in Nederland ongeveer 350 sites waren die eigen nieuws produceerden binnen zo’n 200 gemeenten.141 Daar zaten zo’n negentig éénpitters tussen, maar ook media-ondernemingen die soms tientallen sites exploiteren. Veel van zulke sites gaan relatief snel ten onder maar er duiken ook relatief snel nieuwe sites op: in 2015 bleken al vijf tien van de 123 onderzochte sites niet meer te bestaan, al vonden de onderzoe kers wel 28 nieuwe hyperlocals.142 Hyperlocals onderling verschillen enorm van elkaar, zowel wat betreft hun organisatievorm als op het gebied van de gele verde inhoud. Bij sommige hyperlocals schrijven medewerkers alle content zelf, andere nemen hoofdzakelijk content over van andere bronnen; de een werkt met professionele journalisten, de volgende met vrijwilligers.143 De wijze waarop de markt zijn huidige vorm heeft gekregen is die van laissez faire, laissez passer. Internet heeft jarenlang een gestage groei kunnen boeken zonder enige serieuze overheidsbemoeienis. Er is een winner takes all-markt ontstaan waarin een paar grote Amerikaanse netwerken de markt domineert. Twitter, Facebook, Google (met onder meer de uitwerking Google News), WhatsApp en LinkedIn voorzien in de informatiebehoefte van veel burgers.
Daarbij gaat het zowel om – al dan niet door professionele bronnen geverifi eerd – nieuws als om entertainment.
141 Bakker, P. & Kerkhoven, Marco van (2013). Hoewel het onderzoek op het moment van schrij ven acht jaar oud is, geeft het onderzoek volgens redacteur en samensteller van de bundel (tevens onderzoeker bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek) Quint Kik ook een goed beeld van de huidige situatie. 142 Bakker, P. 2015 143 Idem
61
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Burgers gebruiken online platforms en netwerken om onderling contact te hebben, onder meer op het gebied van ‘nieuwsproductie’ (burgerjournalistiek in de vorm van filmpjes of columns) en het geven van commentaar. In vroe gere tijden kon je als betrokken burger alleen in de pen klimmen voor een ingezonden brief of inbellen in een radio-uitzending. Techbedrijven hebben interessante interacties met traditionele media. Via Google worden bijvoorbeeld veel artikelen van traditionele media gevonden. Recent kondigde Google aan te gaan betalen voor de toegang van zijn gebrui kers tot hoogwaardige journalistieke artikelen.144 Facebook startte een pilot waarin gebruikers een nieuwsfeed konden krijgen met lokaal nieuws.145 In tal van Nederlandse gemeenten zijn bewoners actief aan de slag gegaan met de Amerikaanse ‘buurt-nieuwssite’ Nextdoor. Een Nederlandse pendant, in tegenstelling tot Nextdoor zonder winstoogmerk, is gebiedonline.nl. Deze site wordt, na een succesvolle start in de Amsterdamse sterk groeiende nieuw bouwwijk IJburg (halloijburg.nl), in steeds meer gemeenten gebruikt. De vraag is hoe hoogwaardig de kwaliteit is van deze alternatieve media en of zij genoeg en betrouwbaar genoeg de onderscheiden publieke functies uit voeren en dus maatschappelijke meerwaarde hebben. Nederland kent niet veel (semi-)professionele hyperlocals.
Uit gesprekken van de Raden met tien tallen lokale en regionale mediavertegenwoordigers bleek dat er in ons land nauwelijks formele samenwerkingsverbanden bestaan tussen dergelijke nieuwssites en traditionele lokale en regionale media. Omroepen en persor ganen weten de hyperlocals wel te vinden om nieuwsitems, met name video’s, af te nemen. Deze zetten omroepen en persorganen dan, doorgaans tegen betaling, door naar hun eigen websites en uitzendingen. Er bestaan wel een paar succesvolle voorbeelden van hyperlocals die zelf een belangrijke verbin dende rol spelen binnen gemeenschappen. Zo opereert in Nieuwegein, een stad met 63 duizend inwoners, zonder eigen dagblad en met een lokaal huisaan-huisblad, sinds 1995 Digitale Stad Nieuwegein als online medium. Zulke bescheiden maar effectieve zeer lokale media bestaan elders ook: Alphens.nl in Alphen aan de Rijn en duic.nl in Utrecht. Ook via Facebookgroepen en andere platforms is sprake van een sterk groei ende alternatieve nieuws- en informatievoorziening voor en door burgers. Kenmerkend is dat burgers op dergelijke platforms zowel nieuwsleverancier zijn als ontvanger van nieuws. Al beperkt zich dat nieuws in de regel tot het delen van linkjes uit andere nieuwsbronnen of het delen van particuliere
144 BBC (2020) 145 Facebook (2019)
62
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
informatie. Het gebeurt omgekeerd ook wel dat berichten – zoals een filmpje van een inbraak, geschoten door de buurman en op de buurt-appgroep of op Twitter geplaatst of een oproep tot een demonstratie op een Facebookgroep – andere nieuwsmedia halen. 6.3
financiering Vooral landelijk zijn (sommige) online nieuwsmedia inmiddels volwaardige spelers op de markt. Recente initiatieven als journalistieke ‘verzamelsite’ Blendle (verkocht aan het Franse bedrijf Cafeyn), online journalistieke onder zoeksorganisatie Follow The Money (FTM) en (online-) achtergrondjournalis tiek platform De Correspondent vormen een alternatief voor de traditionele verdienmodellen van nieuwsorganisaties. Er bestaan ook lokale of regionale varianten van zulke vernieuwende, doorgaans privaatrechtelijke organisaties: de eerder genoemde hyperlocals, waarvan sommigen zichzelf uit advertentie gelden goed kunnen bedruipen (Alphens, DUIC, Sliedrecht24, De Digitale Stad Nieuwegein bijvoorbeeld). En voorts de vanuit persmedia geïnitieerde plat forms als indebuurt.nl. Financieel hebben de hyperlocals het niet breed. Hun verdienmodel bestaat vaak vrijwel volledig uit advertentie-inkomsten, maar deze leveren niet veel op146 – de redenen daarvoor zijn dezelfde als voor de teruglopende inkomsten van printmedia, zie daarvoor paragraaf 5.3. Gebrek aan terugkerende inkom sten lijkt een van de oorzaken van het feit dat deze vaak met goede bedoelin gen opgezette hyperlocals vaak snel weer van het toneel verdwijnen. Sommige gemeenten financieren lokale initiatieven.
Zo heeft de gemeente raad van Hilversum in 2020 geld beschikbaar gesteld voor een stadsvlogger met een eigen online kanaal, een podcast van leerlingen van Hilversumse scholen en een praatradio-project waarbij buurtgenoten met elkaar discussi ëren. Doel van de gemeente is hierbij nadrukkelijk te ‘verbinden’ op wijk- en straatniveau. Zo kunnen vooral ook bevolkingsgroepen worden bereikt die hun informatie niet (hoofdzakelijk) via traditionele media verkrijgen, zoals jongeren.147
146 Bakker, P. 2015 147 Gesprek met o.a. burgemeester Pieter Broertjes, d.d. 4 september 2020
63
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
6.4
inhoud Uit een internationale steekproef, waarbij ook hyperlocals in Nederland wer den onderzocht, is gebleken dat alle hyperlocals worden opgezet met een dubbele journalistieke missie: het in de gaten houden van het lokale bestuur en – in bredere zin – het dienen van de lokale gemeenschap. Geen van de sites in de steekproef had het boeken van commercieel succes als eerste doelstel ling.148 In aanvullend onderzoek onder Nederlandse hyperlocals werd het verdienen van geld vooral genoemd als randvoorwaarde; de voornaamste motivatie was onvrede over het bestaande aanbod van regionale persorganen en lokale en regionale omroepen.149 Lokale en regionale media vangen signalen op en verwerken dat tot eigen berichtgeving, maar zijn zelden coproducent van zulk hyperlokaal nieuws. Een fraaie uitzondering hierop is de samenwerking tussen de hyperlocal Vers Beton en de lokale omroep OPEN Rotterdam. Van hun vele coproducties is een gezamenlijke documentaire genomineerd voor een Tegel.150 Uit recent onderzoek bleek dat hyperlocals in de vier grootste gemeenten van het land (de G4) vooral buurtgericht werken.
Ze richten zich nauwelijks op de gehele stad.151 Daarnaast zijn er ook wat de onderzoekers ‘niche-media’ noe men, hyperlocals die zich richten op een bepaalde bevolkingsgroep zoals stu denten, of op specifieke onderwerpen, zoals wonen of eten.152 Appgroepen verbinden communities, bijvoorbeeld op straat- en buurtniveau, via scholen van de kinderen of via leden van verenigingen, bijvoorbeeld sport clubs of politieke partijen. Deelnemers wisselen behalve praktische informatie ook nieuws uit waarvan wordt geacht dat die relevant is voor de groep. Het medium kent al naar gelang de gebruikersgroep inmiddels impliciete regels voor ‘sociale hygiëne’ op straffe van uitsluiting. Het online medium lijkt iets met de vorm van het nieuws te doen: negen van de tien nieuwsberichten over lokale politiek op lokale nieuwssites zijn hele korte, puur feitelijke berichten zonder duiding en context. Zonder deze dui ding en context kan de invulling van de waakhondfunctie onmogelijk gerea liseerd worden.153 Online nieuwsvoorziening is vaak nog geen volwaardig alternatief voor traditionele nieuwsmedia wat betreft de controlerende func tie van de media.
148 Bakker, P. 2015 149 Bakker, P. & Kerkhoven, Marco van 2013, p. 82. 150 Open Rotterdam 2020 151 Kik, Q., Medendorp, M. Ruigrok, N. 2019, p. 36. 152 Idem, p. 34 153 Bakker, P. & Kik, Q. 2018, p. 43
64
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Tegelijkertijd zijn er, in ieder geval op landelijk niveau, ook goede voorbeelden van alternatieve media die de onderscheiden publieke functies uitvoeren met verdiepende artikelen die het nieuws contextualiseren en diepgravende onderzoeksjournalistiek. Soms verslaan zij als gemeld ook lokale kwesties. Anderzijds kan een online omgeving in combinatie met data en technische innovatie ook voor het meer zichtbaar maken van lokaal nieuws en gegevens zorgen. Zo beschikt de redactie-robot ADAM van RTL Nieuws – hoewel het geen diepgravende journalistiek is – over 2400 verhalen over de verkeersvei ligheid in Nederlandse woonplaatsen. Deze robot kan ingezet worden bij onderwerpen waarbij veel informatie bij veel verschillende gemeenten of organisaties voorhanden is zodat de lezer een lokaal verhaal kan krijgen.154
Hyperlocals in de VS en Engeland Uit Brits onderzoek blijkt dat hyperlocals het informatiegat opvullen dat traditionele lokale media laten vallen. Wanneer lokale kranten en omroe pen in gemeenschappen wegvallen of in de ogen van burgers onvol doende berichten over zaken die zij relevant vinden, ontstaan – meestal digitale – nieuws- en informatieplatforms. Die hebben soms een tijdelijk karakter, maar vaker ontpoppen ze zich tot alternatieve nieuwsbronnen. Er zijn twee onderscheidende elementen in zo’n hyperlokaal medium ten opzichte van traditionele lokale media: authenticiteit en wederkerigheid. Anders gezegd: het medium is ontstaan vanuit een gemeende behoefte om nieuws te brengen over een of meerdere lokale aangelegenheden – en de makers interacteren permanent met hun afnemers. Er wordt volop becommentarieerd, geliked, aangevuld. Het traditionele professi oneel-journalistieke filter tussen feiten en verslaglegging is vervangen door the wisdom of crowds: nieuws krijgt vorm door de inbreng van velen en wordt door groepsdynamiek met de checks and balances die daarbij horen, geboetseerd tot een eindproduct.155
154 RTL Nieuws (2019) 155 Vroemen, L. 2018
65
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
6.5
gebruik Het lokale medialandschap krijgt vooral te maken met de beweging van ‘traditionele’ naar ‘nieuwe’ media, die inmiddels al niet zo nieuw meer zijn: van krant, radio en tv naar niet-lineair kijken, sociale media en apps van (al dan niet online-only) nieuwsorganisaties. Inwoners maken weliswaar graag gebruik van kosteloze nieuwsvoorzienin gen, zoals huis-aan-huismedia en websites van lokale en regionale omroepen en pers voor zover niet ‘achter de betaalmuur’, maar gebruiken ook hun eigen digitale kanalen om lokale informatie te vergaren, te delen en te becommen tariëren, zoals Facebookgroepen, websites die door (al dan niet ‘bezorgde’) burgers zijn opgezet en/of WhatsApp-groepen waarin (lokaal) nieuws wordt gedeeld. Hoe belangrijk lokale nieuwssites zijn voor de lokale nieuwsvoorzie ning verschilt enorm per stad of regio, bleek uit onderzoek naar de nieuws voorziening in de G4. Zo zijn in Amsterdam de lokale omroep en krant (al dan niet via online kanalen bezocht) de belangrijkste bronnen voor nieuws over de stad, terwijl de hyperlocal DUIC de belangrijkste nieuwsbron voor Utrechters is.156
156 Kik, Q., Medendorp, M & Ruigrok, N. 2019, p. 43-45
66
7 Hoe vervullen lokale media hun publieke functies?
7.1
inleiding In dit hoofdstuk analyseren de Raden hoe lokale media functioneren, bekeken door de lens van de publieke waarden die in hoofdstuk 2 zijn beschreven. In hoeverre slagen omroepen, kranten, nieuwsbladen en allerlei andere lokale initiatieven met een min of meer journalistieke roeping erin om de macht te controleren, bewoners te informeren, groepen te verbinden, te agenderen wat er speelt en aan educatie en cultuur te doen?
7.2
democratische functies De Raden spraken met tientallen aanbieders en vertegenwoordigers van lokale en regionale media. Op basis van die gesprekken zijn er twee grote zor gen over de lokale media, die vooral gevolgen hebben voor de democratische functies die lokale media vervullen. Ten eerste zijn er nogal wat regio’s in ons land die kampen met een gebrek aan journalistieke aandacht. Met name lokale media in kleine en middelgrote gemeenten beschikken over te weinig middelen en ( journalistiek geschoolde) menskracht om hun democratische functies te kunnen vervullen. Dit geldt met name voor de controlerende en agenderende functies. Waar regionale persbedrijven pogen hun uitgedunde regiocorrespondentenbestand naar beste weten te verdelen over de vele verzorgingsgebieden van hun organisa tie, lukt het lokale omroepen nauwelijks om diepgravende journalistiek te bedrijven, gehinderd door gebrek aan professionaliteit, geld en/of belangstel ling bij de makers. Dat gaat al beter bij lokale omroepen die onderling samen werken, al dan niet zich officieel omdopend tot streekomroep, en lokale omroepen die samenwerken met regionale omroepen. Deze regionale omroe pen worden ruim voldoende gefinancierd om professionele producties te maken en journalistiek te bedrijven maar ontberen vaak binding met de fijn mazigheid van ‘het lokale nieuws in de regio’.
Ten tweede zijn lokale media, als ze er al zijn, financieel behoorlijk kwetsbaar. Publiek gefinancierde lokale omroepen zijn voor hun geld afhankelijk van de gemeente die ze bedienen maar de financiering die ze van hen krijgen, kan variëren. Door financiële nood, een veranderende politieke kleur, of in het slechtste geval een te kritische reportage van de lokale publieke omroep kan deze financiering gedeeltelijk wegvallen. Daarnaast schiet de genoemde basisfinanciering via het gemeentefonds naar het inzicht van de Raden ern stig tekort om de gewenste functies te kunnen uitoefenen. De inkomsten van
67
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
de privaat gefinancierde lokale nieuwsmedia zijn de afgelopen jaren vooral gedaald. Ze lijken zich inmiddels wat te stabiliseren, maar het is geen gegeven dat dit zo blijft. Het lokale medialandschap ligt er ondanks tal van goede initiatieven en som mige succesvolle projecten nogal bleekjes bij. En: hoe verder de Raden inzoo men op lokaal niveau, hoe schraler het beeld wordt. Regionale dagbladen hebben hun redacties zien halveren en moeten hierdoor scherpe keuzes maken in welk nieuws ze wel en niet verslaan. Ook zijn de redacties veelal gecentraliseerd. Dit is niet ten goede gekomen aan het echt lokale nieuws: lokale edities van regionale kranten zijn samengevoegd en/of uitgedund tot steeds minder pagina’s. Hoewel sommige regionale omroepen samenwer kingsverbanden aangaan met lokale omroepen of omroep-verbanden, zitten zij (nog) niet in de haarvaten van de lokale samenleving. Bovendien is lokaal nieuws uit bijvoorbeeld de kop van Noord-Holland simpelweg niet interessant voor inwoners van het Gooi. Regionale omroepen staan zelf op tamelijk grote afstand van lokale dorps- en stadskernen. Lokale omroepen, (stadsedities van regionale) dagbladen, huis-aan-huisbla den en hyperlocals, vervullen in grotere gemeenten hun democratische func tie heel aardig.
Huis-aan-huisbladen en hyperlocals hebben daar een relatief groot bereik en kunnen enigszins acceptabele inkomsten behalen uit de advertentiemarkt. Lokale publieke omroepen kunnen in grote steden leunen op een groot aantal huishoudens waardoor zij – via het huidige systeem van afdracht uit het gemeentefonds – ten opzichte van middelgrote en kleine gemeenten relatief veel geld van de betreffende gemeente kunnen krijgen. In middelgrote en kleine gemeenten spelen lokale omroepen en – als die er al zijn – streekedities van kranten of huis-aan-huisbladen echter nauwelijks een rol als het gaat om journalistiek-inhoudelijke bijdragen en dus om het vervul len van de geschetste democratische functies. Uit de gesprekken met het veld blijkt de Raden dat de nog aanwezige media in de periferie beperkte inkom sten uit advertenties of publieke gelden genereren, niet veel journalistieke kracht hebben en dus niet veel eigen journalistiek bedrijven. Daardoor zetten zij nauwelijks nieuwe kwesties op de politieke of maatschappelijke agenda en controleren zij het lokale bestuur niet. Hooguit informeren zij burgers over wat er gebeurt in hun dorp en wat de gemeente heeft besloten door over name van kant-en-klaar aangeleverde gemeentelijke informatie of ‘112-nieuws’ van hulpverleningsorganisaties.
Hierop zijn een aantal zeer positieve uitzon deringen te vinden door goede vrijwilligers, een vrijgevige gemeente of een commercieel handige directeur.
68
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Deze situaties zijn echter, blijkt de Raden uit de gesprekken, afhankelijk van individuele omstandigheden en toeval. Er is geen sprake van een consistente beweging richting professionalisering. Vrijwilligers worden ouder, kunnen ver huizen of vertrekken, een gemeente kan van politieke kleur veranderen, een (betaalde) directeur van een lokale omroep kan er de brui aangeven, moege streden wegens interne conflicten. Het democratisch functioneren van de vijfde macht zou niet afhankelijk moeten zijn van vrijwilligers of de gemeente die die media moet controleren.
7.3
maatschappelijke functies Verbindende functie Lokale media slagen er over het algemeen goed in groepen burgers met elkaar te verbinden. Op regionaal gebied zijn er de regionale omroepen die zich onder andere toeleggen op verbindende en human interest programma’s. De grootste titel van regionale dagbladen, het onder DPG Media opererende AD Regio, ontvouwde aan de Raden een strategie richting meer verbinding: de regionale kranten plus de online-kanalen van AD Regio willen over het volle dige leven van de lezer berichten en onderdeel van diens leefwereld worden door naast politiek ook over openingen van winkels, nieuwe restaurants en aardige buurtinitiatieven te schrijven.157 Het ‘112-nieuws’ – het weergeven van meldingen van politie en hulpdiensten – laten deze dagbladen liever over aan lokale sites en zenders. Voor lokale mediaproducenten – vooral lokale omroepen en huis-aan-huisbla den, die vaak in financiële nood verkeren – is human interest een aantrekke lijke vorm van content in de variant van het interview met de bakker of de persoonlijke notitie van de buurtbewoner. Dat wil niet zeggen dat deze vorm van nieuws niet verbindend kan werken. Door interviews met burgers en ver slagjes en columns van en over ‘mensen uit de straat’ zorgen dergelijke pro ducties voor meer bekendheid van buurt of wijk.
Daarbij is het draaien van verzoeknummers – op lokale omroepen – al sinds jaar en dag een manier om mensen uit een bepaalde regio bij elkaar te betrekken. Hoewel lastig vast te stellen, is het aannemelijk dat de verbindende functie – waar deze niet wordt ingevuld door het nieuwsblad, huis-aan-huisblad of de lokale omroep – wel wordt overgenomen door een hyperlocal, het wijkkrantje en/of Facebook- en WhatsApp-groepen van straten of buurten. Mensen heb ben nu eenmaal behoefte aan verbinding, waarvoor niet per se journalistieke training vereist is. Het bereik van informele lokale media en hun verbindende functie is echter tot nu toe nog niet in kaart gebracht.
157 Gesprek met DPG Media, d.d. 20 augustus 2020
69
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Over het verbinden van verschillende bevolkingsgroepen met elkaar, zoals leeftijdsgroepen en groepen met verschillende etnische achtergronden, is weinig bekend. Jongeren tot 35 jaar lijken over het algemeen weinig interesse te hebben in lokale media maar dat geldt ook voor landelijk nieuws. Ook zijn ze geen bijzondere doelgroep van lokale of regionale media: die hopen hen aan te spreken, zover dat kan, met de verhalen die het ook bij andere leeftijds groepen goed doen. Voor mensen met een migratieachtergrond is er uitsluitend binnen de vier grootste steden van het land voldoende lokaal aanbod. Lokale media in deze steden bieden verschillende migratiegroepen een podium. Dit zorgt over het algemeen wel voor verbinding binnen de etnische groep, maar niet tussen verschillende groepen. Culturele en educatieve functie Zowel printmedia als omroepen brengen mensen op de hoogte van wat er op cultureel gebied speelt in hun leefomgeving. Regionale en lokale media met meer journalistieke kracht doen dit door verslaggeving van lokale evenemen ten. Regionale omroepen geven aan dat dit een van de belangrijkste en best bekeken soorten nieuws is waarop ze zich richten.
Lokale media met minder journalistieke kracht – zoals de meeste lokale omroepen, zeker in middelgrote en kleine gemeenten, huis-aan-huisbladen en hyperlocals – plaatsen mis schien een interview met een lokale artiest of theatermaker of beperken zich tot het overnemen en/of bijhouden van de lokale cultuuragenda. Dit is overi gens voor het verenigingsleven – cultureel, maatschappelijk en sportief – in een gemeente van veel belang, ook in het kader van verbinding. Sommige gemeenten geven hun lokale omroep een speciale opdracht met bijbehorende financiering voor het verslaan van grote evenementen. Op de educatieve functie van lokale media is lastig grip te krijgen, ook omdat niet geheel duidelijk is wat deze voor lokale media zou moeten betekenen. Als gekeken wordt naar educatie los van het informeren van burgers over wat er maatschappelijk en politiek speelt (wat ook het Commissariaat in zijn toezicht op de ICE-norm als informeren ziet), is de opbrengst erg mager. Omrop Fryslân heeft wel programma’s over de Friese taal en andere lokale media hebben wellicht incidenteel verslaggeving over bijvoorbeeld de lokale geschiedenis of zenden bijvoorbeeld een kennisquiz uit. Structurele aandacht voor educatie is in de gesprekken die de Raden voerden echter niet naar voren gekomen.
70
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
7.4
conclusie Het antwoord op de vraag of regionale en lokale media hun publieke functies vervullen kent dus vele schakeringen. In de ene regio functioneren lokale media goed, elders is het aanpoten. In grote steden is sprake van allerlei elkaar aanvullende en versterkende lokale media, terwijl in sommige landelijke gebieden een lokaal nieuwsblad noch een lokale omroep actief is. De Raden hebben geprobeerd die grote verscheidenheid in onderstaand model weer te geven. Informeren
Controleren Agenderen
Verbinden
Educatie & cultuur
Grote lokale omroepen (ca. 200.000 + inwoners)
++
+/–
+
++
+
Kleine lokale omroepen
+
–
–
+
+
Regionale omroepen
+
+
+
+/–
+
Regionale dagbladen
++
+
+
+
+/–
Week/hah-bladen
+
––
–
+
–
Lokale nieuwssites
++
–
+/–
+/–
–
Informele platforms
+/–
––
––
+
–
Wat blijkt is dat de meeste mediavormen die burgers over hun directe omge ving berichten er vrijwel allemaal goed in slagen om te informeren over gebeurtenissen via politieberichten, agenda-items en al dan niet herschreven persinformatie van derden. Omroepen en dagbladen dragen ook met items die door een eigen redactie geproduceerd zijn bij aan de informatievoorzie ning. Daarmee voldoen zowel traditionele als ‘nieuwe’, online en doorgaans zonder journalistieke bemoeienis ontwikkelde media aan de meest basale taak die media wordt toegeschreven. De vanuit democratische beginselen gehuldigde controlefunctie wordt door gaans het best gediend door regionale omroepen en dagbladen. Die slagen er ook het best in om bepaalde in de regio spelende onderwerpen te ‘ontdekken’ en te agenderen voor (bestuurders van) de gemeenschap. De (kleinere) lokale omroepen lijken deze democratische functies van contro leren en agenderen een stuk minder goed te vervullen.
71
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Lokale omroepen spelen, net als informele online platforms zonder professio nele journalistieke leiding, een grotere rol als het gaat om het verbinden van groepen burgers, in de praktijk vooral mét elkaar (binnen een ‘bubbel’ rond een thema, een buurt, een socio-demografisch afgebakende doelgroep), min der vaak tússen elkaar. De educatie- en cultuur bevorderende functie van lokale media komt er in de praktijk bekaaid af. Hooguit gaat het om enkele projecten, waarbij traditionele lokale en regionale media daar nog het meest in slagen. De grootste zorg hebben de Raden over de (kleinere) lokale publieke omroep in relatie tot de agenderende en controlerende functies, in samenhang met de wens van een pluriform media-aanbod, ook buiten de grote steden. Voor het goed kunnen vervullen van deze functies is sterke onafhankelijke journalistiek nodig. Gezien de grote kwetsbaarheid van deze democratische functies als mede het grote belang dat zij hebben voor de lokale democratie, leggen de Raden bij de aanbevelingen in het volgende hoofdstuk de focus op het verster ken van lokale en regionale journalistiek.
72
8 Aanbevelingen
8.1
inleiding Om ervoor te zorgen dat professioneel gemaakt lokaal nieuws duurzaam kan worden geborgd, doen de Raden hieronder dertien aanbevelingen. Deze moeten er gezamenlijk voor zorgen dat elke burger in Nederland toegang heeft tot voor hem/haar relevante lokale en regionale media die het lokale bestuur controleren, maatschappelijke kwesties agenderen, hem/haar infor meren over belangrijke lokale ontwikkelingen, voor verbinding zorgen in zijn/ haar omgeving en hem/haar wat kunnen leren en cultureel kunnen vormen. Bij hun aanbevelingen is het uitgangspunt van de Raden dat inhoudelijke ver sterking van lokale journalistiek belangrijker is dan het versterken van orga nisaties of instituties. De democratische en maatschappelijke functies van lokale media worden immers niet gewaarborgd door schaalgrootte of finan cieringsvorm, maar door professionele journalistiek en hoogwaardige programmering. De aanbevelingen vallen uiteen in twee delen. Aanbeveling 1 tot en met 6 kunnen worden gezien als noodzakelijk te nemen stappen, de daarop volgende aanbevelingen A tot en met G hebben een randvoorwaardelijk karakter.
aanbeveling 1: Maak duidelijke en concrete afspraken over kwaliteit en bereik De functies waarvan we verwachten dat regionale en lokale media ze vervul len moeten geborgd worden in concrete afspraken. Deze afspraken maken duidelijk wat we van lokale en regionale media verwachten en welke concrete doelen de organisatorische en financiële wijzigingen beschreven in aanbeve lingen 2 tot en met 6 dienen. Om daar te komen moeten het ministerie van OCW, de NLPO en de RPO samen afspraken op hoofdlijnen maken. Die dienen als raamwerk voor afspraken met individuele regionale en lokale omroepen. Hoewel dit leidt tot veel individuele afspraken, verwachten de Raden dat door de samenwerking die gestimuleerd wordt door de maatregelen in onderstaande aanbevelingen, het een werkbaar voorstel is.
73
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
De afspraken zouden de volgende onderwerpen moeten betreffen: 1. De kwaliteit van de aangeboden inhoud. Lokale media moeten een kwali tatief hoogwaardige programmering hebben die gericht is op de door de Raden onderscheiden functies. 2. Het bereik. Voor het goed vervullen van die functies moet niet alleen de programmering van goede kwaliteit zijn, maar moet deze ook genoeg mensen bereiken. Hierbij moet in het bijzonder aandacht zijn voor het bereik onder doelgroepen die lokale media nu minder bereiken, zoals Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond en jongeren. De door de NLPO en VNG bedachte invulling van het LTMA kan als inspiratie dienen voor deze afspraken. Het criterium dat via elk kanaal volwaardig uitge zonden zou moeten worden, dat onderdeel is van deze invulling van het LTMA, vinden de Raden echter achterhaald, zoals zij eerder beargumenteerden in hun vorige advies inzake het lokale medialandschap.158 Als er zonder (lineaire) radio en/of televisie genoeg mensen van verschillende lagen van de bevolking bereikt worden met kwalitatief hoogwaardige programmering, zou het niet uitzenden via (een van) die kanalen geen belemmering moeten zijn. Het Commissariaat voor de Media dient toezicht te houden op de uitvoering van deze afspraken door lokale en regionale publieke omroepen.
Het contro leert zo of lokale en regionale publieke omroepen het publieke geld dat ze hebben ontvangen hebben aangewend om hun publieke functies goed te ver vullen. Deze toets moet een rol spelen bij het wel of niet krijgen dan wel behouden van een aanwijzing door het Commissariaat voor de Media. aanbeveling 2: Versterk lokale media met samenwerking en maatwerk Voordat lokale en regionale media aan deze gemaakt afspraken kunnen vol doen, zal op verschillende plaatsen nog veel moeten veranderen in de organi satie en financiering van lokale media. Zonder deze wijzigingen worden de prestatieafspraken een papieren tijger en verandert er in de praktijk niks. Een belangrijke, zo niet dé belangrijkste stap voor de publieke regionale en lokale media is: intensiever gaan samenwerken op meer plaatsen. Samenwerking tussen publieke omroepen leidt tot meer kwaliteit en het beter vervullen van de publieke functies die we van ze verwachten. De Raden zien op dit moment twee mogelijke vormen die zulke samenwer king kan aannemen: samenwerking tussen regionale en lokale omroepen en samenwerking tussen lokale omroepen onderling. Deze twee paden sluiten 158 Raad voor Cultuur & Raad voor het Openbaar Bestuur 2019.
In een reactie op dit advies heeft minister Slob laten weten dat lokale publieke omroepen al zelf kunnen bepalen welke aanbodkanalen zij gebruiken voor hun uitzendingen en dat hier geen wetswijziging voor nodig was (Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media & Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2019)
74
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
elkaar niet uit; beide vormen van samenwerking hebben als uiteindelijk doel om meer geld en tijd vrij te maken voor het produceren van journalistieke inhoud. Per provincie en regio zal verschillen welk pad het meest kansrijk is. De Raden willen daarom niet één specifieke vorm van samenwerking van bovenaf opleggen. Zulke samenwerking moet gefaciliteerd en gestimuleerd worden door samen werkende gemeenten en de provincies. In de aanwijzingsprocedure159 moet het Commissariaat voor de Media volgens de Raden een niet-bindend advies van de provincie gaan meewegen. In dit advies moet een provincie beoordelen in hoeverre de (aspirant-) lokale omroep zijn kwaliteit kan versterken door samenwerking met naburige lokale omroepen en/of de regionale omroep. Daarnaast zien de Raden een signalerende rol voor de provincies weggelegd om gemeenten te adviseren over de gebieden in de regio die niet of onvol doende worden bediend door (publieke) nieuwsorganisaties. Dit moet tot gevolg hebben dat vanuit de NLPO en de betreffende gemeente extra inzet plegen om voor die gebieden media-initiatieven te ondersteunen. Gezien de belangrijke democratische functies die lokale media vervullen valt dit volgens de Raden onder hun verantwoordelijkheid voor een goed functionerend open baar bestuur, een van de wettelijke kerntaken van de provincie.
pad 1: Samenwerking tussen regionaal en lokaal In sommige gebieden, bijvoorbeeld Zuid-Holland, Noord-Holland en Gelderland, zetten regionale en lokale omroepen in op verdergaande samen werking. Dit zien de Raden als een kansrijk pad voor provincies met een sterke regionale omroep die welwillend staat tegenover samenwerking met lokale omroepen. De professioneel georganiseerde regionale omroep kan lokale omroepen ondersteunen zodat zij hun publieke functies beter kunnen gaan vervullen. Samenwerking tussen regionaal en lokaal bespaart kosten, als regi onale omroepen bijvoorbeeld hun materiaalvoorraad tijdelijk uitlenen aan lokale omroepen, of als zij hen helpen bij het opzetten van sites en andere online activiteiten. Uitwisselen van nieuws leidt tot minder inzet op eerste lijns-nieuws (112-berichten, de cultuuragenda, etc.) en resulteert daardoor in meer beschikbare journalisten voor bijvoorbeeld het controleren van het lokale bestuur en lokaal invloedrijke actoren. Hetzelfde geldt voor het 159 Om een lokale publieke omroep in een gemeente te beginnen is een aanwijzing van het Commissariaat voor de Media nodig. Het Commissariaat kijkt bij de aanvraag of er een programmabeleidbepalend orgaan (pbo) is een gaat bij het besluit af op het advies van de gemeente welke omroep het best de lokale media-opdracht kan vervullen.
In principe neemt het Commissariaat dit advies van de gemeente over. De aanwijzing geldt voor een periode van vijf jaar en per gemeente kan maar één lokale publieke omroep worden aangewezen. Tussentijds wordt zelden een aanwijzing ingetrok ken. Met de aanwijzing van het Commissariaat kan vervolgens een vergunning voor een etherfrequentie bij het Agentschap Telecom worden aangevraagd.
75
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
gezamenlijk sturen van verslaggevers naar gebeurtenissen die lokaal én regionaal interessant zijn. Regionale omroepen kunnen lokale omroepen ook ondersteunen door medewerkers van lokale omroepen te trainen bij het schrijven van nieuwsberichten, het maken van audio- en videoreportages, het schrijven voor online, enzovoorts. Deze samenwerking is nu al ingezet. Gesubsidieerd door het ministerie van OCW detacheert een aantal regionale omroepen op het moment journalisten bij lokale omroepen. Zij maken nieuws dat voor de lokale omroep interessant is maar (deels) ook voor de regionale omroep. NH Media en Omroep Gelderland krijgen bijvoorbeeld subsidie van het ministerie van OCW om hun samenwer king met lokale omroepen in hun provincie beter vorm te geven. Er wordt onderzoek gedaan naar het resultaat van deze samenwerking en de eerste signalen lijken positief. Mocht uit de evaluatie van de pilots blijken dat deze samenwerking de kwali teit van lokale media structureel verhoogt en zorgt voor meer journalistieke output, ook gelet op de publieke functies die we aan lokale media geven, dan adviseren de Raden de verantwoordelijke minister om alle regionale omroe pen een nieuwe taakopdracht te geven waarbij regionale omroepen functio neren als spin het web tussen lokale (streek)omroepen.
Ze functioneren dan als technisch faciliterende partij, als opleidingscentrum en als aanvullend dis tributiekanaal naar burgers elders in de provincie en de rest van het land, naast hun taak om verslag te doen van provinciaal nieuws en het controleren van het provinciale bestuur waar zij nu relatief veel geld voor krijgen (zie para graaf 4.3). Zo kunnen de regionale omroepen hun relevantie (nog verder) vergroten. Welke vorm samenwerking tussen regionale en lokale omroepen krijgt, kan volgens de Raden verschillen per regio. De Raden zetten niet in op één organi satorisch model, maar vinden dat samenwerking vooral moet leiden tot ste vige, toekomstbestendige lokale nieuwsvoorziening van hoge kwaliteit, die in de genoemde publieke functies voorziet. Welke vorm dergelijke samenwer king krijgt is voor de Raden van ondergeschikt belang. Wel moet de samen werking gebeuren op basis van wederkerigheid en gelijkwaardigheid, iets waar met name bij de lokale omroepen nu veel zorgen over bestaan. Dit kan alleen wanneer lokale omroepen de middelen krijgen om zichzelf beter orga niseren. Zij kunnen deze middelen krijgen door meer onderling samen te wer ken (pad 2) en door een betere financiering van lokale omroepen vanuit het Rijk (zie aanbevelingen 3 en 4).
76
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
pad 2: Samenwerking tussen lokale omroepen Een ander mogelijk pad – de paden sluiten elkaar niet uit – is het samenwer ken van lokale omroepen onderling. Zoals beschreven in paragraaf 4.2 is samenwerking van lokale omroepen in sommige gevallen een succesvol mid del voor lokale omroepen om meer budget tot hun beschikking te krijgen, kosten te besparen op materiaal en huisvesting en zo meer geld te kunnen investeren in journalistiek. In de praktijk blijkt echter dat zulke samenwerking lang niet altijd goed gaat door cultuurverschillen tussen professionele en meer op vrijwilligers gestoelde organisaties en doordat vrijwilligers het niet interessant en zinvol vinden om bij een omroep actief te zijn waar veel nieuws wordt gemaakt dat – door de schaalgrootte van de omroep – niet over hun directe omgeving gaat. Waar dit logisch is, vormen lokale omroepen een plan om samen te werken, al dan niet als een zogenoemde streekomroep. Het Rijk zou samenwerking tus sen lokale omroepen moeten stimuleren door omroepen die samenwerken tot aan een bepaalde grootte een bepaald financieel voordeel te geven (zie 8.2). Ook kan het ministerie van OCW in overleg met het Commissariaat voor de Media kijken hoe het makkelijker gemaakt kan worden een publieke aan wijzing voor meerdere gemeenten te krijgen. Nu blijkt dit nog een hele bureaucratische onderneming te zijn.
De situatie waarbij één lokale omroep (in de regel een samenwerkingsverband van omroepen onder een vlag) voor een aanwijzing in meer dan één gemeente een aanvraag indient, vraagt om goede afstemming tussen de verschillende gemeenteraden voor een gezamenlijk advies. De Raden zien hier een stimule rende en faciliterende rol voor de provincie. aanbeveling 3: Verleg basisfinanciering lokale omroepen naar Rijk In hun vorige Advies organisatie en financiering lokale publieke omroepen bevalen de Raden aan om de financiering van lokale omroepen niet te laten afhangen van een klein bedrag in het vrij besteedbare gemeentefonds, maar in lijn met regionale omroepen deze financiering van het Rijk via het Commissariaat voor de Media te laten verlopen. Daardoor zou het ook finan ciële toezicht op de lokale omroepen verbeteren. Naar aanleiding van de gevoerde gesprekken bekrachtigen de Raden deze aanbeveling hier nogmaals. De basisfinanciering van lokale omroepen, die in de basisinfrastructuur van publieke lokale omroepen moet voorzien, is op het moment inconsistent en in kleine gemeenten te mager om een omroep van op te zetten die voorziet in de publieke functies die we van publieke omroepen verwachten. Daarnaast maakt deze manier van financieren de omroepen voor hun voortbestaan afhankelijk van de gemeente die ze tegelijkertijd kritisch
77
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
dienen te volgen (zie hoofdstuk 4.2). De Raden hebben de indruk dat deze maatregel op brede steun kan rekenen van gemeenten en lokale omroepen. Het verleggen van de financiering zou betekenen dat gemeenten geen geld meer via het gemeentefonds krijgen voor het financieren van lokale omroe pen. Wel staat het in dit geval nog vrij om lokale omroepen uit eigen middelen te financieren, wat nu met name gebeurt door hen te vragen om speciale producties te maken tegen een bepaalde vergoeding, bijvoorbeeld het ver slaan van de gemeenteraden of het maken van een speciaal groots opgezet verslag over het 400-jarig bestaan van het dorp. Deze gelden zouden niet alleen beschikbaar moeten zijn voor de lokale publieke omroep, maar ook voor samenwerkingsverbanden van lokale media, de regionale pers en hyperlocals (zie ook randvoorwaarde A). aanbeveling 4: Verhoog basisfinanciering lokale omroepen Daarnaast moet de basisfinanciering van lokale omroepen omhoog. In kleine en middelgrote gemeenten is deze (veel) te mager om een omroep op te zet ten die voorziet in hun publieke functies, namelijk slechts 1,34 euro per huis houden, wat gemiddeld neerkomt op 0,64 euro per inwoner. De verhoging zou moeten plaatsvinden volgens een nog te ontwikkelen schaalmodel.
De Raden denken dat een basisbedrag van 2 euro per inwoner voldoende is om de gevraagde investeringen te kunnen doen, in ieder geval te hanteren bij gemeenten tot 200 duizend inwoners. Dat bedrag kan afvlakken voor lokale publieke omroepen die meer dan 200 duizend inwoners bedienen, om dispro portionele financiering tegen te gaan. Bovendien zou een bedrag van maxi maal ongeveer 400 duizend euro aan publiek geld, plus eventuele gelden uit andere inkomsten, naar inschatting van de Raden genoeg moeten zijn om een kwalitatieve omroep neer te zetten. Als een dergelijk bedrag een disproporti onele verhoging lijkt, geven de Raden graag ter overweging mee dat regionale omroepen gemiddeld 8,55 euro per inwoner uit de Rijksbegroting krijgen. aanbeveling 5: Stel een landelijk dekkend netwerk van mediafondsen in Aanvullend op deze verhoogde basisfinanciering moet het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, gefinancierd door het ministerie van OCW, een landelijk dekkend netwerk van mediafondsen instellen. De basisfinanciering is er voor de basale infrastructuur van lokale publieke omroepen; mediafondsen hebben de potentie de inhoud van alle vormen van lokale en regionale media te ver sterken. Beide zijn nodig: zonder basisinfrastructuur, bijvoorbeeld goede jour nalisten of deugdelijk materiaal, kunnen lokale publieke omroepen geen gebruik maken van deze mediafondsen.
Maar: de verhoogde basisfinanciering is er slechts voor publieke lokale omroepen. Daarom zijn beide nodig.
78
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Met mediafondsen doelen de Raden op subsidie waar journalisten een aan vraag voor kunnen doen. Dit kunnen journalisten in dienst van een publieke lokale of regionale omroep zijn, maar ook mensen in dienst van de pers, freel ancers of mensen met een eigen website met lokaal nieuws (hyperlocals). Zij dienen een projectplan in; wanneer het project journalistieke meerwaarde heeft, kan de journalist hiervoor geld krijgen. De Raden zien mediafondsen als een goede manier om regionale en lokale media te versterken omdat ze zowel private als publieke media versterken en niet de een ten koste van de ander (zie randvoorwaarde A). Ook lokale initia tieven en hyperlocals krijgen hiermee een steuntje in de rug. De mogelijkheid om gebruik te maken van deze mediafondsen zou bij hen extra onder de aan dacht gebracht moeten worden. Daarnaast is het geld dat direct naar de inhoud gaat en niet naar organisaties die er misschien gebouwen, apparatuur of lease-auto’s van betalen. Ook zien de Raden dat de her en der opgezette lokale en regionale mediafondsen in staat blijken om op zo’n manier geld beschikbaar te stellen aan journalistieke projecten dat het de journalistiek daadwerkelijk versterkt. Ondanks deze successen – in bijvoorbeeld Leiden – staat de financiering van zulke gemeentelijke fondsen op de tocht door toenemende druk op gemeen telijke begrotingen.
De continuïteit van zulke fondsen is verder onzeker door dat elke vier jaar de politieke kleur van een lokaal bestuur kan veranderen. Bovendien moeten provincies en gemeenten nu bij elk provinciaal of gemeen telijk fonds weer expertise ontwikkelen, een bestuur en deskundigen vinden en een systeem optuigen om projecten goed te monitoren. Daarom dient er een landelijk gecoördineerd netwerk van mediafondsen te komen, gefinancierd vanuit het ministerie van OCW en uitgevoerd door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ). Het SvdJ heeft ervaring op het gebied van het toekennen van projectsubsidies en kan optreden als onafhan kelijke beoordelaar van de kwaliteit van aangeboden voorstellen. Het Stimuleringsfonds zou per provincie of regio een bedrag opzij moeten zetten. Daarbij zou er meer financiering moeten zijn voor de regio’s waar journalis tieke projecten nu maar moeilijk van de grond komen. Zo wordt voorkomen dat het geld juist gaat naar de provincies of regio’s waar de media nu al goed georganiseerd zijn en dus veel aanvragen zullen indienen. Daarnaast lijkt het de Raden passend – ook gelet op het feit dat lokale media jongeren en mensen met een migratieachtergrond minder goed bedienen – als het Stimuleringsfonds een deel van het budget van de mediafondsen reserveert voor projecten die diversiteit en inclusie bevorderen.
79
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
De Raden adviseren voor versterking van mediafondsen een budget vrij te maken van 15 miljoen euro. Dit is het bedrag dat minister Slob beschikbaar heeft gesteld voor het stimuleren van samenwerking tussen lokale en regio nale omroepen. Dit is echter uitgesmeerd over de jaren 2019-2021. Volgens de Raden zou dit een jaarlijks bedrag moeten zijn. 15 miljoen euro komt in de buurt van de structurele één euro per inwoner die onderzoekers De Jong en Koetsenruijter adviseren in hun rapport over de journalistiek in Zuid-Holland.160 aanbeveling 6: Investeer structureel in journalistiek lokaal talent Het belangrijkste middel om de lokale journalistiek te versterken is meer jour nalistieke kracht voor meer journalistieke inhoud van hogere kwaliteit, zo stel len de meeste omroepen waarmee de Raden hebben gesproken. Veel samenwerkingen zijn er dan ook op gericht geld vrij te spelen voor dit doel: meer journalisten in dienst nemen. Dit kan ook direct gestimuleerd worden via subsidies. Nu al loopt er vanuit het ministerie van OCW een pilot om (deels door het Rijk, deels door regionale omroepen betaalde) journalisten vanuit regionale bij lokale omroepen te detacheren. Een paar extra journalisten heeft voor een lokale omroep al een groot effect omdat die nu meestal maar over weinig journalistieke kracht beschikt.
Zo ging de redactie van ZO NWS van 2 fte naar 3,8 fte, plus nog een extra cameraman.161 Dit heeft ervoor gezorgd dat het aantal eigen nieuwsberichten gestegen is van gemiddeld één per dag naar ruim vier; het doel van de pilot was twee. Een klein aantal fte is voor lokale omroepen vaak al een verdubbeling qua grootte van de redactie en daarmee een meer dan verdubbeling van de journalistieke kracht. De Raden bevelen aan dat er structureel geld vanuit het Rijk moet (blijven) vrijkomen om lokaal talent via regionale omroepen bij lokale omroepen te plaatsen. Zulk talent zou geplaatst moeten worden op basis van een geza menlijke aanvraag van een regionale en lokale omroep. Dit bevordert de samenwerking tussen regionale en lokale omroepen. Ook waarborgt het dat de journalisten in een professioneel georganiseerde omgeving terechtkomen. Alleen dan kunnen deze journalisten echt wat betekenen. 8.2
het financiële plaatje Wat bedragen de kosten? Bovenstaande aanbevelingen betreffen een intensivering van het beleid. Dat is de enige manier om lokale media zodanig te versterken dat ze kunnen waar maken wat we van hen verwachten. Met gesloten beurs gaat dit niet. Zowel
160 Jong, J.C. de & Koetsenruijter, A.W.M. 2019, p. 84 161 Overigens niet door het plaatsen van journalisten via een regionale omroep, maar door arbeidsplaatsen gecreëerd met pilotgelden van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.
80
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
de basisfinanciering van lokale publieke omroepen als de journalistieke kracht en inhoud van alle regionale en lokale media behoeven versterking. Het opstarten van nieuwe samenwerkingen of het intensiveren van bestaande kost lokale en regionale omroepen geld. Momenteel is hier geld voor beschik baar via pilots. Als de basisfinanciering van publieke lokale omroepen opge hoogd wordt, voorziet dit ook in budget om deze samenwerkingen vorm te geven. De Raden schatten in dat regionale omroepen door het schuiven met eigen middelen geld zouden kunnen vrijmaken voor het investeren in deze samenwerking. Het samenwerken met lokale omroepen is voor hen een inves tering in inhoud en relevantie. Het verhogen van de basisfinanciering van publieke lokale omroepen kost uiteraard geld. In de huidige situatie is ruim 10,6 miljoen euro (uitgaande van het richtbedrag van 1,34 euro voor 2020 en het totaal aantal huishoudens in 2019) in het gemeentefonds gekoppeld aan uitgaven aan lokale media.162 Het verhogen van de basisfinanciering naar 2 euro per inwoner, met een aftopping van dit bedrag voor lokale publieke omroepen die meer dan 200 duizend inwoners bedienen, zou betekenen dat hiervoor ca. 31,5 miljoen euro vrijge maakt moet worden.163 Dit is dus een plus van ca. 21 miljoen euro.