CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b Bijlagen ontwerpomgevingsvergunning MFG Rhenen

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen voor de bouw van een multifunctioneel gebouw aan de Groeneweg 5824.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Tot 1,2 m -mv zwak zandig, siltig klei aanwezig, tot 1,7 m -mv is siltig zand aanwezig en tot 3 m -mv is matig fijn, grindig zand aanwezig. De geraadpleegde boringen tonen aan dat rondom het plangebied de ondergrond tot grotere diepte bestaat uit gestuwde afzettingen. Hierbij zijn afwisselend lagen klei en zand aangetroffen. Door deze boringen is het aannemelijk om gestuwde afzettingen direct onder maaiveld te verwachten. De bestudeerde boringen laten verder geen toplaag van Pleistocene dekzand- dan wel Holocene stuifzandafzettingen zien. Er dient rekening te worden gehouden dat deze, vanwege het lokaal voorkomen, niet ter plaatse van de Dino-boringen zijn aangetroffen. Dit betekend echter niet dat deze binnen de begrenzing van het plangebied niet voorkomen.

11 12

Dinoloket DINO boornummers BHR000000353463, B39E0210 en B39E1438

Rapport 19370.001 versie D1

Pagina 6 van 36

Geomorfologie en Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 13 De Geomorfologische kaart geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de Geomorfologische kaart van Nederland ligt het plangebied op een hoge stuwwal (code 16B11, zie figuur 5). Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse en geeft een betere en gedetailleerde kijk op de ligging van het plangebied. Op het AHN (zie figuur 6) is te zien dat het plangebied deel uitmaakt van de zuidelijke helling van een zeer hoog gelegen, noordwest-zuidoost georiënteerde zone. Het hoogteverloop in en rondom het plangebied wordt sterk beïnvloed door de aanwezige bebouwing. Onderstaand detailbeeld van het AHN laat wel zien dat vooral langs de noordelijke begrenzing van het plangebied maar ook binnen het plangebied zelf sprake is van kunstmatig aangelegde steilranden (hoekige vormen). Ook opvallend is dat het terrein direct langs de zuidzijde van het plangebied hoger ligt, terwijl de algemene tendens is dat de natuurlijke stuwwalhelling in zuidwestelijke richting afloopt. Dit duidt erop dat er al ontgravingen/nivellering/egalisatiewerkzaamheden heeft plaatsgevonden tijdens waarschijnlijk de bouw van het bestaande sportcentrum en omliggende terreindelen.

Detail van het AHN met kunstmatig aangelegde steilranden in ieder geval langs de noordelijke grens van het plangebied, maar ook binnen het plangebied zelf (bron: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/)

Bodemkunde en grondwatertrap Ook op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom (zie figuur 7). Op basis van extrapolatie van de beschikbare bodemgegevens wordt verwacht dat binnen het plangebied holtpodzolgronden voorkomen, bestaande uit grof zand (gY30), of hoge bruine enkeerdgronden, bestaande uit grof zand (bEZ30).

13

AHN

Rapport 19370.001 versie D1

Pagina 7 van 36

Holtpodzolgronden zijn moderpodzolgronden met een humushoudende bovengrond die dunner is dan 30 cm. Moder bestaat voornamelijk uit uitwerpselen van bodemdieren en vormt een circa 4 tot 10 cm dikke laag op de minerale ondergrond. Moder wordt gevormd onder gunstige afbraakomstandigheden, een rijkere bodem met relatief makkelijk afbreekbaar strooisel. De gronden zijn bebost of met heide begroeid. In de gestuwde afzettingen betreft het overwegend grof zand met een sterk uiteenlopend leemgehalte. Het profiel bestaat uit een Ap-horizont en een B-horizont op een uiterst leemarme C-horizont. Holtpodzolgronden komen veelvuldig voor in het stuwallengebied bij onder andere Rhenen en worden ook wel aangeduid als bruine bosgronden. 14 Van nature zal dan ook binnen het plangebied sprake zijn geweest van een holtpodzolgrond. Door plaggenbemesting is de natuurlijke bodem rond de oude nederzettingen, en waarschijnlijk ook binnen het plangebied, afgedekt met een zogenaamd esdek. Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen.

Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9 e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.15 Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog.

Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling16

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

14

Stichting voor Bodemkartering, 1973 Doesburg et al., 2007 16 Locher & De Bakker, 1990 15

Rapport 19370.001 versie D1

Pagina 8 van 36

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Tevens is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten. Het plangebied heeft een grondwatertrap VII. Het plangebied zal altijd te maken hebben gehad met een diepe grondwaterstand. De geschiktheid als bewoningslocatie zal meer hebben afgehangen van het reliëf en de aanwezigheid van (natuurlijke) waterbronnen. Door de diepe grondwaterstand is te verwachten dat metalen en organische resten slecht zijn geconserveerd. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).17 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 350 meter weergegeven. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied18 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Binnen het onderzoeksgebied liggen twee AMKterreinen (zie tabel III en figuur 8).

Circa 350 meter ten noordwesten van het plangebied ligt een locatie waar mogelijk nog sporen van een mogelijke grafheuvel kunnen worden verwacht. Vanwege het beperkt uitgevoerde onderzoek is dat nog geen bewijs dat het hier niet om een grafheuvel gaat, maar zo ja, dan is deze al zwaar beschadigd. Circa 350 meter ten zuiden van het plangebied ligt de (laatmiddeleeuwse) stadskern van Rhenen. De scherpe begrenzing van de stadskern zichtbaar op historisch kaartmateriaal, maakt het niet aannemelijk dat binnen het plangebied resten en/of sporen van stadskernarcheologie hoeft te worden verwacht. Tabel III.

Overzicht AMK-terreinen

AMK nr.

Situering t.o.v. plangebied

Datering

Waarde en omschrijving

12202

350 meter ten noordwesten van het plangebied Koerheuvel te Rhenen Gemeente Rhenen Coördinaat: 167050/441770

Neolithicum - Bronstijd

Complex: Grafheuvel Waarde: Terrein van archeologische waarde Betreft een terrein met mogelijk sporen van een grafheuvel. Als het er een is, dan is deze zwaar beschadigd. De heuvel ligt op de stuwwal. Deze heuvel is door Van Tent in de jaren 1970 onderzocht door middel van het afsteken van een profiel. Het blijkt dat de heuvel antropogeen is, echter aanwijzingen (houtskool, bot) voor een grafheuvel zijn voor als nog niet gevonden. Vanwege het beperkt uitgevoerde onderzoek is dat nog geen bewijs dat het hier niet om een grafheuvel gaat.

17 18

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Idem

Rapport 19370.001 versie D1

Pagina 9 van 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12092780/1