Bijlage 2b Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Voorbeeld voorkomen: infiltreren van regenwater in de bodem met een wadi of greppel, de aanleg van waterberging onder een gebouw of infrastructuur. Voorbeeld compenseren: graven extra oppervlaktewater, berging onder straten. Aandachtspunten U kunt er voor kiezen om onderstaande aandachtspunten van het waterschap (deels) op te nemen in het plan, naast bovenstaande standaard waterparagraaf. Ondanks dat de ruimtelijke ontwikkeling geen gevolgen heeft voor het huidige watersysteem, kan het zijn dat er kansen zijn om verbeteringen door te voeren ten behoeve van duurzaam waterbeheer en het klimaatbestendig maken van de leefomgeving (omgaan met extremen als wateroverlast, hitte en droogte). Wij adviseren bijvoorbeeld om bij alle nieuwbouw goed te kijken naar het juiste vloerpeil om wateroverlast te voorkomen, groene daken aan te leggen om hittestress te voorkomen en de juiste beplanting te kiezen afhankelijk van de grondwaterstand tijdens droge perioden. Conform gemeentelijk beleid dient u schoon hemelwater niet af te voeren naar een gemengd rioolstelsel maar te infiltreren in de bodem of af te voeren naar oppervlaktewater (eventueel via een gescheiden rioolstelsel). Voor straten of parkeerplaatsen kunt u halfverharding aanleggen of groenvoorzieningen gebruiken voor tijdelijke waterberging.
Meer informatie op ruimtelijkeadaptatie.nl Basisprincipes omgaan met water: l Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie) l Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) l Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit)
Contact Per gemeente hebben wij een contactpersoon RO-plannen en rioleringsplannen. Een overzicht van de contactpersonen vindt u op onze website http://www.hdsr.nl/watertoetsEmail adres: watertoets@hdsr.nl. Disclaimer Dit wateradvies is maximaal 1 jaar geldig. Indien u graag deze termijn wilt verlengen, dan kunt u contact met ons opnemen. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden streeft naar correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Hoogheemraadschap aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
Tekst: Fotografie:
H.J.V. van den Bijtel H.J.V. van den Bijtel (HB) & J. Groeneveld (JG)
Beopublicatie: Oktober 2017
201729
Omslagfoto:
de recreatiewoning op het perceel Stokweg 15B gezien vanuit het westen met rechts de schuur en houtstal (JG)
Uilenkamp 22 3972 XS Driebergen-Rijsenburg tel. 0343-521021 e-mail: h.j.v.vdbijtel@planet.nl
Inhoudsopgave
1
Inleiding
1
2
Onderzoek
2
3
Gebiedsbeschrijving
3
3.1 3.2
Ligging Inrichting en gebruik
3 3
4
Natuurwaarden van Stokweg 15B en aangrenzende percelen
5
4.1 Actuele natuurwaarden 4.1.1 Vegetatie 4.1.2 Flora 4.1.3 Vleermuizen 4.1.4 Overige zoogdieren 4.1.5 Vogels 4.1.6 Reptielen en amfibieën 4.1.7 Dagvlinders 4.1.8 Waterjuffers en libellen 4.1.9 Sprinkhanen 4.1.10 Wilde bijen 4.2 Potentiële natuurwaarden 4.2.1 Bestemmingsvlak 4.2.2 Graslanden perceel Stokweg 15B en aangrenzende percelen
5 5 5 5 5 6 6 6 6 6 6 6 6 7
5
Plannen voor het perceel Stokweg 15B en aangrenzende percelen
9
6
De plannen en het ‘nee, tenzij-beginsel’: de ‘nee, tenzij-toets’
11
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.3 6.4 6.5 6.5.1 6.5.2
Wezenlijke waarden en kenmerken Effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken Bijzondere ecologische kwaliteit Aaneengeslotenheid en robuustheid Bijzondere soorten Essentiële verbindingen Vermindering oppervlakte Aantasting samenhang Plussen en minnen Werkwijze Beoordeling van de effecten van de plannen
11 12 12 13 14 14 15 15 15 15 16
7
Conclusies
18
8
Geraadpleegde literatuur
19
Bijlagen
1
Inleiding
In 2011 heeft de Gemeente Rhenen een nieuw bestemmingsplan Buitengebied 2010 vastgesteld (Gemeente Rhenen 2010). In dit bestemmingsplan is aan de recreatiewoning aan de Stokweg 15B (kadastraal perceel Rhenen 6869) formeel de bestemming ‘ recreatiewoning’ toegekend. De Provincie Utrecht heeft door middel van een reactieve aanwijzing haar goedkeuring aan deze bestemming onthouden omdat deze bestemming in strijd is met het provinciaal beleid (Provincie Utrecht 2011). Belangrijkste argument in dezen was dat het gebied waarbinnen het perceel Stokweg 15B is gelegen, onderdeel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS; nu Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Omdat de bestemming tot recreatiewoning in planologische zin moet worden opgevat als een nieuwe bestemming (ontwikkeling), had moeten worden onderzocht of deze nieuwe ontwikkeling zou kunnen leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. In een procedure die door de Gemeente Rhenen en de heer Groeneveld, eigenaar van de recreatiewoning, tegen deze aanwijzing bij de Raad van State is aangespannen, is de Provincie Utrecht door de Afdeling Bestuursrechtspraak in het gelijk gesteld (Raad van State 2013).
In het overleg volgend op deze uitspraak heeft de Provincie Utrecht aangegeven dat de recreatiewoning alleen als zodanig kan worden bestemd als alsnog een nee, tenzij-onderzoek wordt uitgevoerd en als de bestemmingswijziging onderdeel wordt van een plan waarin voldoende plussen voor de natuur zijn opgenomen zodat een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN wordt voorkomen. Op basis van deze informatie heeft de heer Groeneveld in januari 2017 Van den Bijtel Ecologisch Onderzoek opdracht gegeven tot het uitvoeren van een nee, tenzij-onderzoek en het formuleren van maatregelen met positieve effecten voor de natuur (plussen).
1
2
Onderzoek
Ten behoeve van het uit te voeren nee, tenzij-onderzoek is geen uitgebreid veldonderzoek uitgevoerd. De gegevens over de natuurwaarden van het plangebied zijn afkomstig van twee korte veldbezoeken in 2016. Voor een beoordeling van de actuele en potentiële natuurwaarden zijn voorts gegevens gebruikt die in de afgelopen jaren zijn verzameld in terreinen in de omgeving van het plangebied, zoals de Plantage Willem III, de Remmerdense Eng, de bermen van de Utrechtse Straatweg en de Palmerswaard.
Voor het beoordelen van de potenties van de graslanden in het plangebied is onder andere gekeken naar graslanden zonder agrarisch gebruik in de naaste omgeving van het plangebied, zoals de bermen van de N225. Op de foto een berm met een bloemrijke graslandvegetatie met onder andere gewoon biggenkruid, gewoon duizendblad en rode klaver (HB)
2
3
Gebiedsbeschrijving
3.1 Ligging Het perceel Stokweg 15B in Rhenen ligt in het halfopen overgangslandschap tussen de uitgestrekte bossen van de Utrechtse Heuvelrug in het noorden en de uiterwaarden van de Nederrijn in het zuiden (figuur 1). De Stokweg ligt ongeveer negenhonderd meter ten westnoordwesten van de bebouwde kom van Rhenen en ongeveer zeshonderd meter ten oostzuidoosten van het industrieterrein Remmerden. Het perceel grenst in het noorden en oosten aan percelen met een intensief agrarisch gebruik. In het zuiden grenst het perceel aan de gronden rondom de recreatiewoning op het perceel Stokweg 15A en in het westen aan een perceel grasland met een extensief agrarisch gebruik. Het gehele kadastrale perceel (Rhenen 6869) heeft een oppervlak van 1.785 m2 (bijlage 1). Het vlak waaraan in het bestemmingplan Buitengebied 2010 de bestemming ‘Recreatie – verblijfsrecreatie; recreatiewoning is toegekend, beslaat een deel van het zuidelijke deel van het perceel en heeft een oppervlakte van 695 m2 (bijlage 2).
Figuur 1.
Ligging van Stokweg 15B in Rhenen Bron luchtfoto: Provincie Utrecht
3.2
Inrichting en gebruik
Perceel Stokweg 15B (kadastraal perceel nummer 6869) Aan de zuidoostzijde van het perceel staan de recreatiewoning met een oppervlak van 55 m2 en een schuur en houtstal met een oppervlak van 70 m2. Rondom deze opstallen is een tuin aangelegd met een oppervlak van 691 m2 (minus opstallen). De recreatiewoning is met een onverharde oprit verbonden met een zandweg die het perceel aan de noordzijde begrenst. 3
De tuin bestaat uit een bestraat terras, grasvelden, perken met sierplanten en verspreide struiken en bomen. Langs de oostgrens van het perceel is een haag aangeplant en nabij de toegang tot het perceel staat een solitaire eik. Het meest westelijke en noordelijke deel van het perceel bestaan uit grasland. De recreatiewoning en de aangrenzende tuin worden gebruikt om te wonen, te recreëren en te tuinieren. Het grasland rondom de tuin heeft geen specifiek gebruik. Kadastrale percelen 7541 en 7542 De percelen sluiten in het oosten aan op het perceel Stokweg 15B. Ze bestaan geheel uit extensief gebruikt agrarisch grasland met uitzondering van het meest zuidelijke deel van perceel 7541 dat als akker of volkstuin wordt gebruikt.
De kadastrale percelen 7541 en 7542 bestaan uit grasland dat relatief extensief gebruikt wordt (JG)
4
4
Natuurwaarden van Stokweg 15B en aangrenzende percelen
4.1
Actuele natuurwaarden
4.1.1
Vegetatie
Grasland De graslanden op de percelen Stokweg 15B en kadastrale percelen 7541 en 7542 bestaan uit een vegetatie die wordt gedomineerd door gestreepte witbol, gewoon struisgras, kropaar en ruw beemdgras. Het aandeel kruiden is gering. Verspreid komen soorten voor als gewone paardenbloem, gewoon biggenkruid, gewoon duizendblad, klein streepzaad, pinksterbloem, rode klaver, veldzuring en witte klaver. Langs de rand van de zandweg in het noorden komt plaatselijk een iets schralere grazige begroeiing voor met onder andere kleine leeuwentand, knolboterbloem, muizenoor, schapenzuring en zandpaardenbloem. Opgaande beplantingen Langs de randen van de eikenlaan op de westgrens van het perceel 7542 is plaatselijk een matig ontwikkelde zoomvegetatie met onder andere fluitenkruid en look-zonder-look aanwezig. Tuin Als gevolg van het gebruik en van regelmatig tuinonderhoud is de natuurlijke begroeiing van de tuin moeilijk te duiden. De grasvelden zijn begroeid met een deels vermoste grasmat bestaande uit gewoon struisgras, straatgras en veldbeemdgras met daartussen soorten als madeliefje, pinksterbloem, tijmereprijs, veldereprijs en zachte ooievaarsbek. Verder komen verspreid in de tuin algemene onkruiden voor zoals akkervergeet-me-nietje, kleine brandnetel, liggende vetmuur, paarse dovenetel, plat beemdgras en zandraket.
4.1.2 Flora De flora van het plangebied is soortenarm en bestaat uit algemeen voorkomende plantensoorten. Er komen voor zover bekend geen beschermde soorten voor en evenmin soorten die in de hogere categorieën (bedreigd en ernstig bedreigd) zijn opgenomen op de Rode of Oranje Lijst. 4.1.3 Vleermuizen Voor vleermuizen is het overgrote deel van het plangebied uitsluitend geschikt als jachtgebied. Soorten die met zekerheid in het gebied jagen, zijn ruige en gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Alleen de schuur ten zuiden van de recreatiewoning en de houtstal kunnen mogelijk dienst doen als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gaat hierbij om zomer- en tussenverblijven van ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis en als mogelijk winterverblijf (houtstal) van de ruige dwergvleermuis. 4.1.4 Overige zoogdieren In het plangebied komen verschillende algemene soorten zoogdieren voor, zoals gewone bosspitsmuis, huisspitsmuis, bosmuis, rosse woelmuis, konijn en ree. De muizen en spitsmuizen foerageren en verblijven vooral in en nabij de opgaande beplantingen en de opstallen. De schuur met houtstal kan ook dienen als verblijfplaats voor bunzing. Konijn en ree gebruiken het gebied uitsluitend om te foerageren. Gelet op de verspreiding in de omgeving van het plangebied is het waarschijnlijk dat ook de boommarter nu en dan in het plangebied jaagt.
5
4.1.5 Vogels Op en in de opstallen en in de opgaande beplantingen broeden verschillende algemene vogelsoorten, waaronder heggenmus, koolmees, merel, pimpelmees, roodborst, vink, winterkoning en zanglijster. In de eikensingel ten westen van perceel 7542 komen boomklever en grauwe vliegenvanger voor. Het grasland wordt onder andere door buizerd en groene specht gebruikt om te jagen en te foerageren. Ook sperwer en havik zijn jagend in het plangebied waargenomen. 4.1.6 Reptielen en amfibieën In het plangebied komen voor zover bekend geen reptielen voor. Ook amfibieën komen er als gevolg van het ontbreken van water (voortplantingsbiotoop) weinig voor. Mogelijk fungeert het plangebied voor enkele individuen van gewone pad en bruine kikker als landbiotoop. 4.1.7 Dagvlinders Naast verschillende algemene dagvlinders (onder andere atalanta, dagpauwoog, klein koolwitje, klein geaderd witje) komen in het plangebied ook enkele algemene soorten voor die gebonden zijn aan graslanden en houtsingels langs graslanden. Het gaat hierbij om bruin zandoogje, kleine vuurvlinder, oranjetipje en zwartsprietdikkopje. Voorts komen er in het gebied nog twee algemene soorten voor (bont zandoogje en eikenpage) die zijn gebonden aan bosranden en open plekken in bossen. 4.1.8 Waterjuffers en libellen Door het ontbreken van open water komen er in het plangebied weinig waterjuffers en libellen voor.
Tot de waargenomen soorten behoren houtpantserjuffer, bruinrode heidelibel, paardenbijter en steenrode heidelibel. Voor deze soorten heeft het gebied de functie van jacht-, rust- en uitrijpgebied. 4.1.9 Sprinkhanen In het plangebied komen ten minste zeven soorten sprinkhanen voor, te weten boskrekel, bruine sprinkhaan, grote groene sabelsprinkhaan, krasser, kustsprinkhaan, struiksprinkhaan en ratelaar. De huidige staat van het grasland in het gebied is van dien aard dat dit als habitat voor soorten van schralere milieus ongeschikt is. 4.1.10 Wilde bijen In de huidige situatie zullen de meeste soorten wilde bijen voorkomen in de tuin rond de recreatiewoning. Het grasland is door zijn uniforme dichte vegetatie, die gedomineerd wordt door grassen, minder geschikt als foerageergebied en nestplaats voor wilde bijen. In het plangebied zijn verschillende soorten waargenomen, waaronder ook de kruiskruidzandbij, een soort die als bedreigd op de Rode Lijst is opgenomen. 4.2
Potentiële natuurwaarden
4.2.1 Bestemmingsvlak De potenties van het vlak waaraan in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 van de gemeente Rhenen de bestemming ‘recreatie – verblijfsrecreatie; vakantiewoning’ is toegekend, zijn (zeer) beperkt. De natuurwaarden van een agrarisch gebruikt perceel met twee opstallen (schuren) zullen vergelijkbaar zijn met of zelfs lager dan de actuele waarden. De agrarische bestemming van het perceel biedt ook geen enkele garantie dat de gewenste natuurbeheertypen voor het perceel (zie paragraaf 6.2.1) gerealiseerd kunnen worden.
6
Ook in het geval dat de opstallen worden gesaneerd en op het perceel soortenrijk grasland wordt ontwikkeld, zullen de potentiële natuurwaarden beperkt zijn. Door de geringe omvang van het perceel (0,085 ha) zal geen volwaardig soortenrijk grasland kunnen ontstaan (Bal et al. 2001). Voorts zijn de a-biotische omstandigheden van dien aard dat zich geen hoogwaardige graslandtypen kunnen ontwikkelen. Bovendien zullen door de sloop van de opstallen mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van vogels en wilde bijen verloren gaan. Het aantal soorten dat zich op het perceel voortplant en er foerageert of rust, zal als gevolg hiervan mogelijk licht achteruitgaan. 4.2.2
Graslanden perceel Stokweg 15B en aangrenzende percelen
Vegetatie De graslanden in het plangebied kunnen door verschraling (hooilandbeheer, eventueel met voor- of nabeweiding) worden omgevormd naar een droog schraal grasland (Bal et al. 2001). Het gaat hierbij om graslanden die gerekend kunnen worden tot het verbond van gewoon struisgras. Afgaande op de droge graslanden in de omgeving van het plangebied, bijvoorbeeld de graslanden op de Plantage Willem III, behoeft niet te worden gerekend op floristische of vegetatiekundige hoogstandjes. Wel kan op de locatie een begroeiing worden ontwikkeld die beduidend soortenrijker is dan de huidige graslanden. Door het instellen van een verschralingsbeheer kunnen soorten als bosdroogbloem, gewone ereprijs, gewone rolklaver, grasklokje, hazenpootje, klein vogelpootje, knolboterbloem, knoopkruid, mannetjesereprijs, wilde margriet en zandblauwtje zich op termijn in de vegetatie vestigen en kan het aandeel van soorten als gewoon biggenkruid en kleine leeuwentand toenemen. Zoogdieren Voor zoogdieren zal de omvorming van de graslanden naar een droog schraal grasland weinig gevolgen hebben. Wel zal de kwaliteit van het gebied als jachtgebied voor vleermuizen naar verwachting toenemen. Dit is een gevolg van de te verwachten toename van het aantal insecten als gevolg van de toename van het aandeel bloeiende planten.
Vogels Ook voor vogels zal de verschraling naar verwachting niet leiden tot een toename van het aantal soorten of van de omvang van de aanwezige deelpopulaties. Voor kenmerkende graslandsoorten, zoals gele kwikstaart, graspieper, patrijs en veldleeuwerik, is en blijft het gebied te klein en te besloten. Wel zouden zich op termijn mogelijk boomleeuwerik, boompieper, geelgors, kneu en roodborsttapuit kunnen vestigen, vooral als langs de randen van het gebied broedhabitat in de vorm van struweel wordt ontwikkeld. Verder zal het gebied door de omvorming van de graslanden winnen aan kwaliteit als foerageergebied, in het bijzonder voor verschillende soorten insecten- en zaadeters. Reptielen en amfibieën De omvorming van de graslanden naar een droog schraal grasland zal naar verwachting niet leiden tot de vestiging van reptielen of amfibieën in het gebied. Aanvullende maatregelen, zoals de ontwikkeling van struweel langs de randen van het gebied en de aanleg van een poel, kunnen er wel toe leiden dat zich in het gebied reptielen (hazelworm) en amfibieën (rugstreeppad) vestigen. Met de aanleg van een poel komt geschikt voortplantingsbiotoop beschikbaar waardoor de al aanwezige soorten amfibieën zich in het gebied ook kunnen voortplanten. Dagvlinders De omvorming van de graslanden zal een positieve invloed hebben op dagvlinders.
Enerzijds zal deze maatregel ertoe leiden dat de populaties van de reeds aanwezige graslandvlinders sterk zullen toenemen. Anderzijds kan de omvorming leiden tot de vestiging van enkele ‘nieuwe’ soorten, zoals bruin blauwtje, hooibeestje, icarusblauwtje, koevinkje en mogelijk ook argusvlinder en geelsprietdikkopje.
7
Aanvullende maatregelen, zoals de ontwikkeling van struweel langs de randen van het gebied, kunnen onder andere leiden tot de vestiging van het groot dikkopje.
Het hooibeestje is een van de vlindersoorten die zich door omvorming van de graslanden in het plangebied zou kunnen vestigen (HB)
Waterjuffers en libellen Voor waterjuffers en libellen zal de omvorming van de graslanden naar een droog schraal grasland weinig gevolgen hebben, in die zin dat er zich geen nieuwe soorten zullen vestigen. Wel zal de kwaliteit van het gebied als jachtgebied naar verwachting toenemen, waardoor het gebied mogelijk door een groter aantal individuen gebruikt zal gaan worden. Dit is een gevolg van de te verwachten toename van het aantal insecten als gevolg van de toename van het aandeel bloeiende planten. Aanvullende maatregelen, zoals de aanleg van een poel, kunnen er wel toe leiden dat nieuwe soorten zich in het gebied zullen vestigen, omdat daarmee geschikt voortplantingsbiotoop beschikbaar komt. Sprinkhanen Voor sprinkhanen zal de omvorming van de graslanden naar een droog schraal grasland weinig gevolgen hebben, in die zin dat er zich, althans op korte en middellange termijn, naar verwachting geen nieuwe soorten zullen vestigen. Wel zal de kwaliteit van het gebied als habitat voor sprinkhanen toenemen, waardoor de aanwezige deelpopulaties kunnen groeien. Als op langere termijn in de graslanden zeer schrale plekken met een ijle vegetatie ontstaan, kunnen zich mogelijk wel enkele nieuwe soorten, zoals het knopsprietje, vestigen. Wilde bijen De omvorming van de graslanden zal een positieve invloed hebben op wilde bijen.
Enerzijds zal deze maatregel ertoe leiden dat de populaties van de reeds aanwezige soorten zullen toenemen. Anderzijds kan de omvorming leiden tot de vestiging van diverse soorten die nu ontbreken, zoals de paardenbloembij.
8
5
Plannen voor het perceel Stokweg 15B en aangrenzende percelen
De plannen voor het perceel Stokweg 15B en de aangrenzende kadastrale percelen 7541 en 7542 omvatten de volgende onderdelen.
De huidige bestemming van het zuidelijke deel van het perceel Stokweg 15B (kadastraal perceel 6869) ‘Agrarisch met aanvullende waarden’ wordt vervangen door de nieuwe bestemming ‘Recreatie – verblijfsrecreatie; recreatiewoning’. De omvang van het vlak waaraan deze bestemming wordt toegekend, bedraagt 852 m2 (zie bijlage 2). De grenzen van het als recreatiewoning bestemde vlak vormen tevens de grenzen van de tuin rond de recreatiewoning. De huidige bestemming van het perceel 7541, het grootste deel van het perceel 7542 en het westelijke en noordelijke deel van het perceel 6869 (Stokweg 15B) ‘Agrarisch met waarden’ wordt omgezet in de bestemming ‘Natuur’ (zie bijlage 2). Het aanwezige grasland op deze percelen wordt door middel van verschraling omgevormd naar droog schraal grasland. De beheermaatregelen die vereist zijn voor de gewenste verschraling van het grasland (één tot twee maal per jaar maaien en afvoeren van het maaisel, geen bemesting) worden vastgelegd in een beheerplan. Het uitvoeren van het gewenste beheer wordt als voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de bestemmingswijzigingen. Om de habitatdiversiteit op het perceel te vergroten en daarmee het perceel geschikt te maken als leef- of foerageergebied voor meer soorten, wordt op het perceel een poel (met een kunstmatige bodem) met een oppervlakte van minimaal 250 m2 aangelegd.
De beheermaatregelen die nodig zijn voor de instandhouding van een goed watermilieu worden vastgelegd in een beheerplan. Het uitvoeren van het gewenste beheer wordt als voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de bestemmingswijzigingen. Om de habitatdiversiteit op het perceel te vergroten en daarmee het perceel geschikt te maken als leef- of foerageergebied voor meer soorten, wordt langs de eikensingel langs de westrand van perceel 7542 een struweelrand ontwikkeld. Deze rand krijgt een oppervlakte van ca. 300 m2. De beheermaatregelen die nodig zijn voor de ontwikkeling en instandhouding van de struweelrand worden vastgelegd in een beheerplan. Het uitvoeren van het gewenste beheer wordt als voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de bestemmingswijzigingen.
9
Figuur 2.
Inrichtingsvoorstel voor de kadastrale percelen 6869, 7541 en 7542 De om te vormen graslanden zijn lichtgroen omlijnd. Het perceel waaraan de bestemming ‘Recreatie – verblijfsrecreatie; recreatiewoning’ wordt toegekend, is rood omlijnd. Het volledige perceel Stokweg 15B (kadastraal perceel 6869) is blauw omlijnd
10
6
De plannen en het ‘nee, tenzij-beginsel’: de ‘nee, tenzij-toets’
6.1 Wezenlijke waarden en kenmerken De belangrijkste vraag die in het kader van de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) dient te worden beantwoord, is of de plannen leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het gebied. Tot de wezenlijke waarden en kenmerken worden gerekend: de aanwezigheid van zones met bijzondere ecologische kwaliteit (bijzondere samenhang abiotische en biotische kenmerken, goed ontwikkelde systemen, zoals waardevolle oude boskernen);
gebieden die bepalend zijn voor de aaneengeslotenheid en robuustheid van de EHS; de aanwezigheid van bijzondere soorten; de aanwezigheid van essentiële verbindingen (bijvoorbeeld foerageer- en migratieroutes).
Evenmin mag de ontwikkeling leiden tot: een significante vermindering van de oppervlakte van de natuurgebieden in het NNN, en/of aantasting van de samenhang tussen deze gebieden. Of er sprake is van een significante aantasting van een van deze wezenlijke waarden en kenmerken wordt getoetst aan de hand van een aantal door de Provincie Utrecht (2016a,b) opgestelde toetsingscriteria. Per waarde of kenmerk gaat het om de volgende toetsingscriteria: zones met bijzondere ecologische kwaliteit o provinciale natuurwaardering - aantasten van gebieden met de natuurwaarden 'uitstekend' en 'goed' o aantasten van oude boskernen van de categorie 'zeer waardevol' en 'bijzonder waardevol' o natuurbeheertypen (natuurdoelen) zoals vastgelegd in het Natuurbeheerplan 2018 (Provincie Utrecht 2017, www.provincie-utrecht.nl) en de voor realisatie van de natuurdoelen vereiste abiotische omstandigheden aaneengeslotenheid en robuustheid o opsplitsing van een gebied o verkleining van een gebied bijzondere soorten o negatieve gevolgen voor beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming o bedreigde soorten van de Rode en Oranje Lijsten uit de categorieën 'bedreigd', 'ernstig bedreigd' of 'op het punt van verdwijnen' essentiële verbindingen o ecologische verbindingszones, robuuste verbindingen en ecoducten en faunapassages (tussen kerngebieden NNN) - door de ingreep wordt een verbinding
'ernstig belemmerd' of kan niet meer worden gerealiseerd o foerageer- en migratieroutes - door de ingreep wordt een verbinding 'ernstig belemmerd' of kan niet meer worden gerealiseerd
11
In geval van het perceel Stokweg 15B dient beoordeeld te worden of het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met aanvullende waarden’ van het zuidelijke deel van het perceel in de bestemming ‘Recreatie – verblijfsrecreatie; recreatiewoning’ leidt tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de opstallen op het perceel al vele jaren aanwezig zijn. Volgens de gemeente Rhenen is de recreatiewoning op het perceel Stokweg 15B al sinds 1962 aanwezig en is hier in 1968 een gedoogbeschikking voor afgegeven. Procedureel heeft dit geen betekenis aangezien de Raad van State deze overwegingen ter zijde heeft geschoven (Raad van State 2013), maar voor een beoordeling van de natuurkwaliteit speelt dit wel een rol. Immers, het geeft aan dat het perceel dat planologisch door de bestemmingswijziging aan het NNN wordt onttrokken, geen ongerept natuurterrein is, maar een perceel waar al lange tijd bebouwing aanwezig is. Een tweede aspect waar in de nee, tenzij-toets rekening mee moet worden gehouden, is het feit dat voor de bestemmingswijziging geen reden van openbaar belang aanwezig is. Het gaat in deze kwestie namelijk niet om een publiek belang, maar om een privaat belang.
Derhalve zal de bestemmingswijziging onderdeel moeten uitmaken van een plan waarin zoveel positieve effecten voor de natuur (‘plussen’) zijn opgenomen, dat deze het nadelige effect van de bestemmingswijziging (‘min’) teniet doen. 6.2
Effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken
6.2.1 Bijzondere ecologische kwaliteit Provinciale natuurwaardering De graslanden op het perceel Stokweg 15B en de aangrenzende kadastrale percelen 7541 en 7542 hebben op de provinciale natuurwaarderingskaart geen aanduiding gekregen. Ze kunnen worden beoordeeld als droog, voedselarm grasland met (zeer) matige kwaliteit. Door verschraling kunnen ze worden ontwikkeld tot droog, voedselarm grasland met matige of redelijke kwaliteit. De bestemmingsplanwijziging zal niet leiden tot aantasting van gebieden met een goede of uitstekende kwaliteit omdat deze noch op de locatie noch in de nabije omgeving van het perceel Stokweg 15B aanwezig zijn. Oude boskernen In de directe omgeving van Stokweg 15B liggen drie bospercelen die zijn aangemerkt als waardevolle oude boskern. Het gaat om twee bospercelen in het bosgebied direct ten noorden van de Stokweg en om een bosperceel ten zuiden van de splitsing in de Stokweg. Ten noordoosten van de leemkuil, op ongeveer achthonderd meter ten noordoosten van het plangebied, ligt een bosperceel dat is aangemerkt als 'zeer waardevolle oude boskern'. Op de oosthelling van het smeltwaterdal bij De Tangh, ongeveer achthonderd meter ten oosten van het plangebied, ligt een bosperceel dat is aangemerkt als ‘bijzonder waardevolle oude boskern'.
Omdat de situatie in het veld door de bestemmingswijziging geen veranderingen zal ondergaan, is het niet aannemelijk dat deze planologische ontwikkeling zal leiden tot aantasting van zeer waardevolle en bijzonder waardevolle oude boskernen. Ook de nabijgelegen waardevolle oude boskernen zullen door de bestemmingswijziging niet worden aangetast.
12
Natuurbeheertypen (natuurdoelen) In het Natuurbeheerplan 2018 van de Provincie Utrecht (2017, www.provincie-utrecht.nl) is het perceel Stokweg 15B evenals de aangrenzende kadastrale percelen 7541 en 7542 aangemerkt als ‘leefgebied droge dooradering’. Binnen de gebieden die als zodanig zijn aangewezen, kunnen verschillende agrarische natuurbeheertypen worden gerealiseerd, waaronder de beheertypen soortenrijke akker en soortenrijk grasland. In het plangebied, dat geen verleden heeft als akker, ligt het realiseren van het beheertype soortenrijk grasland het meest voor de hand. Binnen het bestemmingsvlak van de recreatiewoning zal dit beheertype niet kunnen worden gerealiseerd, voor zover dat onder de vigerende agrarische bestemming wel mogelijk was. Planologisch wordt daarmee een oppervlakte van 852 m2 (0,085 ha) van het potentiële areaal van dit beheertype onttrokken aan het NNN. Hier staat tegenover dat het grasland op het westelijke en noordelijke deel van het perceel Stokweg 15B en de graslanden op het overgrote deel van de aangrenzende kadastrale percelen 7541 en 7542 door verschraling (hooilandbeheer) worden omgevormd naar een soortenrijk grasland, eventueel met toevoeging van een poel en een struweelrand. Deze gronden hebben een gezamenlijke oppervlakte van 4.873 m2, bijna het zesvoudige van de oppervlakte waaraan de bestemming ‘recreatiewoning’ wordt toegekend.
De omvorming van de graslanden en de toekenning van de bestemming ‘natuur’ aan deze graslanden leiden tot een versnelde realisatie van het NNN (zie Provincie Utrecht 2016a,b). Het is niet aannemelijk dat het niet meer kunnen realiseren van het gewenste natuurbeheertype op het bestemmingsvlak zal leiden tot een ernstige aantasting van het functioneren van het NNN, enerzijds omdat het slechts om een relatief kleine oppervlakte gaat en anderzijds omdat zich op de locatie ook na langdurig verschralen geen hoogwaardige soortenrijke graslandtypen zullen ontwikkelen. Doordat tegelijk met de bestemmingswijziging op de graslanden grenzend aan het bestemmingsvlak een verschralingsbeheer zal worden ingesteld, kan het functioneren van het NNN door de plannen juist verbeteren. 6.2.2
Aaneengeslotenheid en robuustheid
Aaneengeslotenheid Ten opzichte van de oorspronkelijke situatie van het plangebied (een agrarisch perceel met twee opstallen) zullen met de toekenning van de bestemming ‘recreatiewoning’ geen wezenlijke veranderingen optreden en zal de aaneengeslotenheid van het NNN niet worden aangetast. Ten opzichte van een situatie waarin de opstallen zijn gesloopt en het perceel wordt omgevormd naar soortenrijk grasland, zal een aaneengesloten oppervlakte grasland met een maximale omvang van 1.785 m2 ontstaan, ervan uitgaande dat ook het deel van het kadastrale perceel 6869 dat buiten het bestemmingsvlak ligt, wordt omgevormd naar soortenrijk grasland. Op perceelsniveau zal dit een positieve invloed hebben op de aaneengeslotenheid van het NNN. Wordt echter ook de directe omgeving van het bestemmingsvlak in de beoordeling betrokken, dan zal de invloed op de aaneengeslotenheid van het NNN slechts marginaal zijn, omdat het gebied waarbinnen het perceel Stokweg 15B is gelegen, door het voorkomen van verspreide bebouwing met verschillende functies vrij sterk versnipperd is. De onttrekking of toevoeging van een perceel met een oppervlak van 0,085 ha leidt niet tot een significante verandering in die situatie.
Met de realisatie van het voorliggende plan, waarbij in ruil voor het bestemmen van het zuidelijke deel van het perceel Stokweg 15B als ‘recreatiewoning’ het resterende deel van dit perceel en de aangrenzende kadastrale percelen 7541 en 7542 worden bestemd als natuur en omgevormd naar soortenrijk grasland, ontstaat een aaneengesloten oppervlakte van 0,49 ha natuur; een oppervlakte die groot genoeg is voor de ontwikkeling van een volwaardig soortenrijk grasland (Bal et al. 2001). Daarmee hebben de plannen een significant positieve invloed op de aaneengeslotenheid van het NNN.
13
Robuustheid De huidige bestemming van het bestemmingsvlak (‘agrarisch met aanvullende waarden’) biedt geen garantie dat op deze locatie op termijn natuur gerealiseerd zal gaan worden. De toekenning van de bestemming ‘recreatiewoning’ zal daarom effectief pas leiden tot wezenlijke veranderingen op het moment dat de agrarische gronden vrijkomen, de opstallen worden gesaneerd en de gronden worden omgevormd naar natuur. Met de toekenning van de bestemming ‘recreatiewoning’ zullen de gronden binnen het bestemmingsvlak ook in de verre toekomst niet meer kunnen worden omgevormd naar natuur. In die zin is er planologisch dus sprake van onttrekking van een oppervlakte van 852 m2 aan het NNN (met dien verstande dat het perceel onderdeel van het NNN blijft). Omdat deze oppervlakte groter is dan de maximale oppervlakte die kan worden aangemerkt als een kleine ontwikkeling (circa 250 m2), moet de toekenning van de bestemming ‘recreatiewoning’ op zich strikt genomen worden beoordeeld als een significante aantasting van de robuustheid van het NNN. Bij uitvoering van de plannen zoals beschreven in hoofdstuk 5 worden de aangrenzende graslanden omgevormd naar soortenrijk grasland (droog schraal grasland) en wordt de agrarische bestemming van deze graslanden omgezet naar de bestemming ‘natuur’.
Hiermee wordt een oppervlakte van 4.873 m2 nieuwe natuur gerealiseerd; een oppervlakte die bijna zes maal groter is dan de oppervlakte die door de bestemmingswijziging wordt onttrokken. Met uitvoering van de plannen zal de oppervlakte natuur dus toenemen en zal de robuustheid van het NNN niet significant worden aangetast. 6.2.3 Bijzondere soorten Binnen het bestemmingsvlak komen vier soorten vleermuizen en acht soorten broedvogels voor. Deze soorten voldoen aan de criteria van bijzondere soorten. De toekenning van de bestemming ‘recreatiewoning’ aan het bestemmingsvlak, wat feitelijk een formalisering is van de huidige situatie, zal niet leiden tot een sterke achteruitgang of tot het verdwijnen van deze soorten. Ook ten opzichte van de agrarische bestemming met opstallen (schuren) zullen er met betrekking tot bijzondere soorten geen significante veranderingen optreden. Wordt uitgegaan van een situatie waarin de agrarische gronden zijn vrijgekomen, de opstallen zijn gesaneerd en de gronden zijn omgevormd naar natuur, dan treden er wel significante veranderingen op. In dat geval zullen de mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen en de nestplaatsen van de meeste broedvogels verdwijnen. Voor vleermuizen blijft het plangebied dan wel geschikt als foerageergebied, maar de broedvogels zullen verdwijnen.
Deze achteruitgang wordt naar alle waarschijnlijkheid niet ongedaan gemaakt door de vestiging van andere bijzondere soorten. Bij uitvoering van de plannen zoals beschreven in hoofdstuk 5 worden de aangrenzende graslanden omgevormd naar soortenrijk grasland (droog schraal grasland). In dit graslandcomplex kunnen zich op termijn mogelijk soorten vestigen die nu ontbreken (zie paragraaf 4.2.2), waaronder enkele doelsoorten van het beheertype leefgebied droge dooradering, en kunnen de populaties van reeds aanwezige soorten toenemen. Bij realisatie van de aanvullende maatregelen kunnen zich mogelijk ook enkele bijzondere soorten vestigen. De wijziging van de vigerende agrarische bestemming in de bestemming ‘recreatiewoning’ zal niet leiden tot een significante aantasting van bijzondere soorten in het NNN. 6.2.4 Essentiële verbindingen In het plangebied met inbegrip van het bestemmingsvlak komen geen ecologische verbindingszones, robuuste verbindingen en ecoducten en faunapassages (tussen kerngebieden NNN) voor. Deze kunnen door de wijziging van de bestemming dan ook niet ernstig worden belemmerd, dan wel niet meer worden gerealiseerd.
14
In het plangebied met inbegrip van het bestemmingsvlak komen geen foerageer- en migratieroutes voor. Deze kunnen door de wijziging van de bestemming dan ook niet ernstig worden belemmerd, dan wel niet meer worden gerealiseerd. De wijziging van de vigerende agrarische bestemming in de bestemming ‘recreatiewoning’ zal niet leiden tot een significante aantasting van essentiële verbindingen in het NNN. 6.3 Vermindering oppervlakte De wijziging van de bestemming zal leiden tot een afname van de oppervlakte NNN met maximaal 852 m2. Daar staat tegenover dat op de aangrenzende gronden met de bestemming ‘agrarisch met aanvullende waarden’ natuur zal worden ontwikkeld en dat deze gronden ook als natuur zullen worden bestemd. De oppervlakte van deze gronden bedraagt 4.873 m2. Overigens zullen ook de gronden waaraan de bestemming ‘recreatiewoning’ zal worden toegekend onderdeel blijven uitmaken van het NNN. 6.4 Aantasting samenhang De wijziging van de bestemming zal niet leiden tot het ontstaan van een grote barrière tussen gebieden die onderdeel zijn van het NNN. Het bestemmingsvlak heeft slechts een geringe oppervlakte en wordt aan alle zijden omringd door gronden die deel uitmaken van het NNN. Er zal als gevolg van de wijziging van de bestemming geen sprake zijn van een significante aantasting van de samenhang van het NNN. 6.5
Plussen en minnen
provinciale natuurwaardering
oude boskernen
natuurbeheertypen
aaneengeslotenheid en robuustheid
opsplitsing van een gebied
verkleining van een gebied
bijzondere soorten
essentiële verbindingen
ecologische verbindingszones e.a.
foerageer- en migratieroutes
totaalscore
wijziging bestemming in 'recreatiewoning' omvorming graslanden Stokweg 15B en percelen 7541 en 7542 en bestemmen als natuur
-1
0
0
-1
-2
-1
-1
0
0
0
0
-3
2
0
0
2
4
2
2
1
0
0
0
7
aanvullende maatregelen (aanleg poel en struweelrand)
2
0
0
2
0
0
0
2
0
0
0
4
totaalscore
3
0
0
3
2
1
1
3
0
0
0
8
wezenlijke waarden en kenmerken
zones met bijzondere ecologische kwaliteit
6.5.1 Werkwijze Bij de beoordeling van de effecten van de bestemmingswijziging en van de verschillende onderdelen van de plannen, zoals die zijn besproken in hoofdstuk 5, op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN, is per maatregel een score van -3 tot +3 toegekend. De score 0 staat voor geen effect, de score -/+1 voor een licht negatief of positief effect, de score -/+2 voor een matig negatief of positief effect en de score -/+3 voor een sterk negatief of positief effect. Voor elk toetsingscriterium van de wezenlijke waarden en kenmerken is een beoordeling (score) gegeven. Deze afzonderlijke scores zijn vervolgens opgeteld, zowel voor de waarden en kenmerken als voor elk planonderdeel (tabel 1).
planonderdeel
Tabel 1.
Scores per planonderdeel voor de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN 15
6.5.2 Beoordeling van de effecten van de plannen In deze paragraaf wordt een beknopte toelichting gegeven op de scores die voor elk planonderdeel aan de waarden en kenmerken van het NNN zijn toegekend (tabel 1). Wijziging bestemming in ‘recreatiewoning’ Voor zones met bijzondere ecologische kwaliteit heeft dit planonderdeel een totaalscore -1. Deze score komt voor rekening van het toetsingscriterium natuurbeheertypen (natuurdoel), omdat in het vlak dat bestemd wordt als ‘recreatiewoning’ het betreffende natuurbeheertype (soortenrijk grasland) niet meer kan worden gerealiseerd. Het effect is beoordeeld als licht negatief, omdat de omvang van het vlak aanmerkelijk kleiner is dan het minimaal vereiste oppervlak voor de realisatie van een volwaardig soortenrijk grasland (Bal et al. 2001) en omdat in het vlak geen hoogwaardige graslandtypen kunnen worden ontwikkeld. Voor de aaneengeslotenheid en robuustheid is de score -2. Zowel voor wat betreft opsplitsing als voor verkleining van een gebied is een score van -1 (licht negatief) toegekend. De wijziging van de bestemming leidt weliswaar tot een verdere opsplitsing van het gebied, maar omdat het bestemmingsvlak in een gebied ligt dat door de aanwezige verspreide bebouwing al versnipperd is, is dit effect niet beoordeeld als matig of sterk. De wijziging van de bestemming leidt tevens tot de verkleining van een gebied.
Maar omdat het om een relatief beperkte oppervlakte op al gedurende lange tijd verstoorde grond gaat en de oppervlakte van het vlak kleiner is dan het minimumoppervlak dat vereist is voor de ontwikkeling van een volwaardig soortenrijk grasland, is deze verkleining beoordeeld als licht negatief. De wijziging van de bestemming heeft geen invloed op de waarden/kenmerken bijzondere soorten en essentiële verbindingen in het NNN. De totaalscore voor de wijziging van de bestemming bedraagt -3. Omvorming graslanden Voor zones met bijzondere ecologische kwaliteit heeft dit planonderdeel een totaalscore +2. Deze score komt voor rekening van het toetsingscriterium natuurbeheertypen (natuurdoel), omdat met de omvorming een oppervlakte van 0,49 ha soortenrijk grasland wordt ontwikkeld. Dit leidt tot een versnelde realisatie van het NNN. Omdat de omvang van de om te vormen graslanden voldoet aan de oppervlakte-eis voor de realisatie van een volwaardig soortenrijk grasland, is een score van +2 (matig positief) toegekend. Voor de aaneengeslotenheid en robuustheid is de score +4. Zowel voor wat betreft opsplitsing als voor verkleining van een gebied is een score van +2 (matig positief) toegekend. De omvorming van de graslanden en de bestemming daarvan als natuur leiden tot het ontstaan van een eenheid natuur die voldoende is voor de ontwikkeling van een volwaardig soortenrijk grasland.
Deze eenheid sluit bovendien aan op nabijgelegen houtsingels en bosstroken, waardoor een groter samenhangend geheel van natuurelementen wordt gerealiseerd en de versnippering (opsplitsing) in de omgeving van het plangebied wordt verminderd. Met de omvorming van de graslanden en de bestemming ervan als natuur wordt feitelijk een oppervlakte van 0,49 ha nieuwe natuur ontwikkeld en daarmee een versnelde realisatie van het NNN tot stand gebracht. Voor bijzondere soorten is een score van +1 toegekend. De omvorming van de graslanden zal naar verwachting leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het foerageergebied van reeds aanwezige bijzondere soorten, waardoor het aantal individuen van deze soorten die van het gebied gebruikmaken, kan toenemen. De omvorming zal in het meest gunstige geval leiden tot de vestiging van een enkele ‘nieuwe’ bijzondere soort, zoals het bruin blauwtje. Om die reden is dit effect beoordeeld als licht positief. De omvorming van de graslanden heeft geen invloed op essentiële verbindingen in het NNN. De totaalscore voor omvorming van de graslanden bedraagt +7.
16
Aanvullende maatregelen Voor zones met bijzondere ecologische kwaliteit heeft de realisatie van aanvullende maatregelen (aanleg van een struweelrand en de aanleg van een poel) een score van +2. Deze score komt voor rekening van het toetsingscriterium natuurbeheertypen (natuurdoel), omdat met de realisatie van de aanvullende maatregelen habitat wordt ontwikkeld voor verschillende doelsoorten en meeliftsoorten van het natuurbeheertype leefgebied droge dooradering; soortenrijk grasland. Het gaat onder andere om soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, ransuil, spotvogel, tuinfluiter, kneu en geelgors (ook als broedvogel). Voor bijzondere soorten is een score van +2 toegekend. Realisatie van de aanvullende maatregelen kan leiden tot vestiging van enkele bijzondere soorten in het gebied, zoals hazelworm en rugstreeppad. Om die reden is dit effect beoordeeld als matig positief. De aanvullende maatregelen hebben geen invloed op de waarden/kenmerken aaneengeslotenheid en robuustheid van het NNN en essentiële verbindingen in het NNN. De totaalscore voor de aanvullende maatregelen bedraagt +4. Worden de effecten van de plannen zoals beschreven in hoofdstuk 5 voor alle wezenlijke waarden en kenmerken beschouwd, dan leidt realisatie van de plannen, inclusief de wijziging van de bestemming, tot een ruime plus van +8.
Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de plussen in de plannen zodanig zijn dat van een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN geen sprake is.
17
7
Conclusies De wijziging van de bestemming van het zuidelijke deel van het perceel Stokweg 15B (kadastraal perceel 6869) van ‘agrarisch met aanvullende waarden’ in ‘recreatie – verblijfsrecreatie; recreatiewoning’ zal niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken: zones met bijzondere ecologische kwaliteit, bijzondere soorten in het NNN en essentiële verbindingen in het NNN. De wijziging van de bestemming van het zuidelijke deel van het perceel Stokweg 15B (kadastraal perceel 6869) van ‘agrarisch met aanvullende waarden’ in ‘recreatie – verblijfsrecreatie; recreatiewoning’ kan leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken: aaneengeslotenheid en robuustheid van het NNN, in het bijzonder van de robuustheid. Echter, doordat het totale plan voor het gebied voorziet in de ontwikkeling van 0,49 ha soortenrijk grasland dat als natuur zal worden bestemd, zal ook de robuustheid van het NNN niet significant worden aangetast. De wijziging van de bestemming van het zuidelijke deel van het perceel Stokweg 15B (kadastraal perceel 6869) van ‘agrarisch met aanvullende waarden’ in ‘recreatie – verblijfsrecreatie; recreatiewoning’ zal niet leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van het NNN, noch tot een significante beperking van de samenhang van het NNN.
De bestemmingswijziging maakt onderdeel uit van een plan waarin is voorzien in de omvorming van een oppervlakte van 0,49 ha agrarisch gebruikt grasland naar soortenrijk grasland (droog schraal grasland) op de gronden op en aangrenzend aan het perceel Stokweg 15B. De om te vormen graslanden zullen ook worden bestemd als natuur. Aanvullende maatregelen die op deze gronden ten dienste van de natuur kunnen worden getroffen, zijn de aanleg van een poel en van een struweelrand. Dit inrichtingsplan, inclusief de wijziging van de bestemming, bevat zodanige plussen dat van een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN geen sprake is.
18
8
Geraadpleegde literatuur
Alterra 2012. Website Bodemdata.nl (http://www.bodemdata.nl/). Bal, D., H.M. Beije, M. Fellinger, R. Haveman, A.J.F.M. van Opstal & F.J. van Zadelhoff 2001. Handboek Natuurdoeltypen, Rapport Expertisecentrum LNV nr. 2001/020, Wageningen. Beenen, R. (red.) 1998. Werkdocument Soortenbeleid, onderdeel fauna. Provincie Utrecht, Utrecht. Beenen, R., E. van den Dool & W. Timmers 2002. Werkdocument Soortenbeleid, onderdeel flora. Provincie Utrecht, Utrecht. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay & I. Wynhoff, De Vlinderstichting 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. – Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Biologie, kenmerken, bedreigingen. Nederlandse vertaling en bewerking: P.H.C. Lina. Tirion Natuur, Utrecht. Dijk, A.J. van 1996. Broedvogels inventariseren in proefvlakken (handleiding Broedvogel Monitoring Project). SOVON, Beek-Ubbergen. Gemeente Rhenen 2007. Bestemmingsplan Buitengebied.
Rapport Rhenen. Gemeente Rhenen 2010. Bestemmingsplan Buitengebied 2010. Rapport Rhenen. Hom, C.C., P.H.C. Lina, G. van Ommering, R.C.M. Creemers & H.J.R. Lenders 1996. Bedreigde en kwetsbare reptielen en amfibieën in Nederland. Toelichting op de Rode Lijst. Rapport IKC Natuurbeheer nr. 25. IKC, Wageningen. Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). Nederlandse Fauna I. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.) 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV-Uitgeverij, Utrecht. Lina, P.H.C. en G. van Ommering 1996. Bedreigde en kwetsbare vogels in Nederland. Toelichting op de Rode Lijst. Rapport IKC-Natuurbeheer nr. 21. IKC, Wageningen. Manen, W. van 2002. Buizerd Buteo buteo. Pp. 164-165 in: SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate SurveyNederland, Leiden. Meijden, R. van der, B. Odé, C.L.G. Groen, J.P.M. Witte & D. Bal 2000. Bedreigde en kwetsbare vaatplanten in Nederland. Basisrapport met voorstel voor de Rode Lijst. Gorteria 26(4): 85-208. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie 2002.
De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naruralis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Ommering, G. van, I. van Halder, C.A.M. van Zwaay & I. Wynhoff 1995. Bedreigde en kwetsbare dagvlinders in Nederland. Toelichting op de Rode Lijst. Rapport IKC-Natuurbeheer nr. 18, IKC, Wageningen. Peeters, T.M.J., H. Nieuwenhuijsen, J. Smit, F. van der Meer, I.P. Raemakers, W.R.B. Heitmans, K. van Achterberg, M. Kwak, A.J. Loonstra, J. de Rond, M. Roos & M. Reemer 2012. De Nederlandse bijen Hymenoptera: Apidae s.l.) – Natuur van Nederland 11, Naturalis Biodiversity Center & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Provincie Utrecht, 2011. Aanwijzing ex artikel 3.8, lid 6, van de Wet ruimtelijke ordening; bestemmingsplan Buitengebied 2010, gemeente Rhenen. Brief, Utrecht. Provincie Utrecht 2016a. Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 Provincie Utrecht (Herijking 2016). Rapport, Utrecht. Provincie Utrecht 2016b. Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 Provincie Utrecht (Herijking 2016). Rapport, Utrecht. Provincie Utrecht 2017. Natuurbeheerplan 2018. Rapport. Utrecht.
19
Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak, 2013. Uitspraak Rhenen Reactieve aanwijzing 'bp Buitengebied 2010', zaaknr. 201112857/11R3. Den Haag. Schaminée, J.H.J., A.H.F. Stortelder & E.J. Weeda 1996. De vegetatie van Nederland. Deel 3. Plantengemeenschappen van graslanden, zomen en droge heiden. Opulus Press, Uppsala/Leiden. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka) 1981. Bodemkaart van Nederland. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka) 1986. Geomorfologische kaart van Nederland. Wageningen. Stortelder, A.H.F., J.H.J. Schaminée & P.W.F.M. Hommel 1999. De vegetatie van Nederland. Deel 5. Plantengemeenschappen van ruigten, struwelen en bossen. Opulus Press, Uppsala/Leiden. Werf, S. van der 1991. Natuurbeheer in Nederland, deel 5. Bosgemeenschappen. Pudoc, Wageningen. Wildschut, J.T., H.J. Brijker & E. van den Dool, 2004. Oude boskernen van de Utrechtse Heuvelrug. Provincie Utrecht, sector RER, Utrecht. Geraadpleegde websites: www.ahn.nl www.bodemdata.nl www.provincie-utrecht.nl www.ruimtelijkeplannen.nl
20
Bijlage 1.
Kadastrale kaart percelen aan de Stokweg
Bijlage 2.
Vlak met bestemming ‘recreatiewoning’ uit bestemmingsplan Buitengebied 2010
Toetsing Natuurnetwerk Nederland Stokweg 15b te Rhenen
Opdrachtgever: Buro SRO T.a.v. Mevrouw L. Brouwer Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:
203204 31-3-2023 M. Leenen I. van Dijk M. Brakels Definitief 2
© 20222 Eelerwoude
Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave 1 1.1 2
Inleiding ....................................................................................................................................................... 5 Aanleiding ...............................................................................................................................................5 Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 6
2.1
Huidige situatie .......................................................................................................................................6
1.2
Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................7
2.2
Compenserende maatregelen ................................................................................................................7
3
Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................................... 8
3.1
Inleiding ..................................................................................................................................................8
3.2
Juridische basis NNN...............................................................................................................................8
3.2.1
Basisbegrippen ...............................................................................................................................8
3.2.2
Basisregels NNN .............................................................................................................................9
3.2.3
Compensatieregels ......................................................................................................................10
3.3 4
Bepalen wezenlijke kenmerken en waarden ........................................................................................12 NNN bij Stokweg te Rhenen ...................................................................................................................... 14
4.1
Ligging plangebied ................................................................................................................................14
4.2
NNN overig ...........................................................................................................................................14
4.3
Landschapsgebied Utrechtse Heuvelrug ..............................................................................................15
5
Analyse toetsingscriteria ........................................................................................................................... 16
5.1
Bestaande en potentiële waarden ecosysteem ...................................................................................16
5.2
De robuustheid en aaneengeslotenheid NNN ......................................................................................16
5.3
De aanwezigheid van bijzondere soorten ............................................................................................17
5.4
De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen .................................................17
5.5
Conclusie effecten perceel 6869 ..........................................................................................................17
6
Compenserende maatregelen ................................................................................................................... 18
6.1
Ligging compensatiegebied ..................................................................................................................20
6.2
Compensatie oppervlakte.....................................................................................................................21
6.3
Natuurwaarden compensatiegebied ....................................................................................................22
6.3.1
Huidige natuurwaarden ...............................................................................................................24
6.3.2
Potentiele natuurwaarden ...........................................................................................................24
6.4
Motivering compenserende maatregelen ............................................................................................25
6.5
Conclusie effecten percelen 7542 en 7541 ..........................................................................................26
7
Conclusie ................................................................................................................................................... 27
Literatuurlijst ......................................................................................................................................................... 28 Bijlage 1 - Wettelijk kader Natuurwetgeving ........................................................................................................ 29 Stokweg 15b te Rhenen | Eelerwoude | 3
Bijlage 2 - Bijlage 10 Omgevingsverordering......................................................................................................... 34 Bijlage 3- Bijlage 11 Berekenen compensatie opgave ontwikkeling van groot openbaar belang ......................... 35
Stokweg 15b te Rhenen | Eelerwoude | 4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Buro SRO is voornemens de bestaande recreatiewoning op de locatie Stokweg 15B te Rhenen (Afbeelding 1) positief te herbestemmen. Provincie Utrecht wilde aan de positieve herbestemming meewerken wanneer een nee, tenzij-onderzoek werd uitgevoerd en als de bestemmingswijziging onderdeel wordt van een plan waarin voldoende meerwaarden voor de natuur zijn opgenomen. Inmiddels is het concept bestemmingsplan aan de gemeente geleverd en door de provincie beoordeeld. In 2017 is een NNN toetsing uitgevoerd. Gevraagd is om deze NNN-toetsing te actualiseren, waarbij de toetsing conform het huidige natuurbeleid wordt gedaan, welke staat beschreven in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.
Afbeelding 1. Globale ligging plangebied. Bron: Buro SRO, 2021.
Stokweg 15b te Rhenen | Eelerwoude | 5
2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Het plangebied betreft het perceel Stokweg 15b met perceel nummer 6869 in het buitengebied van Rhenen, provincie Utrecht. Het perceel ligt in het halfopen overgangslandschap tussen de uitgestrekte bossen van de Utrechtse Heuvelrug in het noorden en de uiterwaarden van de Nederrijn in het zuiden. Verder ten zuidoosten van het plangebied ligt de bebouwde kom van Rhenen en verder ten noordwesten ligt het bedrijventerrein Remmerden. Het plangebied grenst in het noorden en oosten aan percelen met een intensief agrarisch gebruik (percelen 7541 en 7542). In het zuiden grenst het perceel aan het erf behorende bij de recreatiewoning op het perceel Stokweg 15a en ten westen aan een agrarisch perceel. Afbeelding 2 en Afbeelding 3 tonen een luchtfoto van het plangebied en een aanzicht van de recreatiewoning. In het plangebied staat een recreatiewoning (sinds 1962) met een schuur en een houtstal. Rondom deze opstallen is het plangebied als tuin ingericht. De recreatiewoning is met een onverharde oprit verbonden met een zandweg welke uitkomt op de Stokweg (Buro SRO, 2021).
Afbeelding 2. Begrenzing van het plangebied in rood weergegeven, met perceel nummers 6869 (licht grijze vlak) en percelen 7541 en 7542 als overige deel binnen de rode lijn. Bron: Kadastralekaart.com, 2022.
Stokweg 15b te Rhenen | Eelerwoude | 6
Afbeelding 3. Recreatiewoning vanuit het westen. Bron: Van den Bijtel ecologisch onderzoek, 2017.
1.2 Voorgenomen ontwikkeling De huidige bestemming van het zuidelijke deel van het perceel Stokweg 15B (kadastraal perceel 6869) ‘Agrarisch met aanvullende waarden’ wordt vervangen door de nieuwe bestemming ‘Recreatie – verblijfsrecreatie; recreatiewoning’. De omvang van het vlak waaraan deze bestemming wordt toegekend, bedraagt 852 m2.
2.2 Compenserende maatregelen Het positief herbestemmen van de recreatiewoning kan alleen als de bestemmingswijziging onderdeel wordt van een plan waarin voldoende meerwaarden voor de natuur zijn opgenomen. Met de bestemmingswijziging worden bij de aangrenzende percelen 7541 en 7542 extra maatregelen voor de natuur genomen. Hoofdstuk 6 gaat hier verder op in.