Bijlage 2 Rapport behorend bij Archeologische beleidskaart Rhenen
Tekst van het document
In de dagen hierna ging de 49th Division over tot het systematisch patrouilleren van het gebied, waarbij ook voorzichtig westwaarts richting Veenendaal gewerkt werd om zodoende volledige controle te krijgen op het gebied ten oosten van de Grebbelinie. Het gebied rond Rhenen werd op dat moment zoals eerder
242
Stacey 1960, 564-612; Delaforce 2003. Stacey 1960, 564-612; Delaforce 2003. 244 Stacey 1960, 564-612; Delaforce 2003. 245 The Association & Museum of the 8th Canadian Hussars (Princess Louise’s) Inc. 2023. 246 Stacey 1960, 567-580; Delaforce 2003; Veldheer & Van der Weerd 1985, 94-106. 243
92
Archeologisch Beleidskaart Gemeente Rhenen
beschreven verdedigd door eenheden van de 34. SS-Freiwilligen-Grenadier-Division ‘Landstorm Nederland’. Ondertussen stagneerde het front ten zuiden van de Nederrijn rond Kesteren en Ochten. 247 Op 21 april kroop de 49th Division iets dichter tegen de Grebbelinie aan, maar er werd nog steeds afgezien van grootschaligere agressieve maneuvers. Dit statische front en de passieve geallieerde houding in dit gebied zou de status quo blijven tot de Duitse capitulatie in Nederland op 5 mei 1945.248 Op 27 april werd uiteindelijk een tijdelijk staakt-het-vuren afgekondigd om de Nederlandse bevolking van broodnodig voedsel te kunnen voorzien (zie ‘Operation Faust’).249 Samenvattend kan dus gesteld worden dat de gebeurtenissen binnen de huidige gemeente Rhenen tijdens de frontperiode en de gevechten voorafgaand aan de bevrijding van Nederland gekenmerkt worden door de Duitse verdediging. Er hebben geen grondgevechten plaatsgevonden binnen de gemeentegrenzen in 1944 en 1945, afgezien van patrouilles en beschietingen.
Afb. 4.40 De Canadese operaties in West-Nederland in april 1945 (bron: Stacey 1960, map 13).
Operation Faust In de winter van 1944-1945 vond er een grote hongersnood plaats in het westen en noordwesten van Nederland, de zogenoemde Hongerwinter. Er was behalve aan voedsel een groot tekort aan andere levensmiddelen ontstaan in het door de Duitsers bezette gebied. Op 28 en 30 april 1945 werd er in Achterveld een akkoord gesloten tussen de Duitse bezettingsautoriteiten en de geallieerden, waarin besloten werd dat voedselhulp vanuit bevrijd gebied vrije doorgang zou krijgen richting de nog bezette gebieden. Een nevendoel van de onderhandelingen was om de Duitsers aan te zetten tot capitulatie. Het hieruit voortvloeiende plan bestond uit de operaties Manna en Chowhound, en uit Operation Faust. De eerste twee operaties zouden uitgevoerd worden in de vorm van voedseldroppings vanuit de lucht, en de laatste zou voedseltransport over de weg inhouden. Operation Faust bestond uit het vervoeren van voedsel naar het tot neutraal terrein verklaarde gebied Nude, tussen Rhenen en Wageningen. Hiervoor werden door de geallieerden 200 Dodge D60L vrachtwagens ingezet. Vanuit Nude vervoerden Nederlandse chauffeurs de levensmiddelen verder bezet gebied in, onder andere naar de Groenteveiling in Utrecht. Het verder verspreiden van het voedsel vanuit Utrecht gebeurde uiteindelijk pas na 10 mei 1945.250
247
Stacey 1960, 564-581. Stacey 1960, 587. 249 Stacey 1960, 564-612; Delaforce 2003; Veldheer & Van der Weerd 1985, 94-106. 250 Visit Ede 2023; Peters 1994, 267-271, 274. 248
beleidsactualisaties Rhenen
93
Afb. 4.41 Een vrachtwagen met voedsel rijdt Utrecht binnen tijdens Operation Faust (bron: UA, catalogusnummer 853092).
4.10.7 De Tweede Wereldoorlog: na de bevrijding Krijgsgevangenkamp Elst en onderbrenging van geallieerde troepen Ten noordoosten van Elst, tussen de Veenendaalsestraatweg en de Driftweg, werd direct na de Duitse capitulatie op 5 mei 1945 een tijdelijk krijgsgevangenkamp ingericht voor de opvang en internering van Duitse krijgsgevangenen. Dit vond in zowel Kamp Eikelkamp als de plantage Willem III plaats. In dit kamp werden Duitse eenheden uit de regio na gevangenname en ontwapening geregistreerd, ondervraagd en doorgezonden naar meer permanente krijgsgevangenkampen. In het kamp zijn gedurende haar bestaan zo’n 5.800 krijgsgevangenen ondergebracht. Daaronder bevonden zich eerdergenoemde Nederlanders die zich aangemeld hadden bij de Waffen-SS.251 Na de bevrijding werden er in Rhenen en omgeving diverse geallieerde troepen ondergebracht. Zo bevonden zich van juli tot en met november 1945 elementen van de 19th Canadian Army Field Regiment (Self Propelled) Royal Canadian Artillery in de gemeente Rhenen.252 Hierbij maakten zij hoofdzakelijk gebruik van inkwartieringen. Opruimen van munitie en wederopbouw Tijdens de gevechten in 1940, 1944 en 1945 is er zeer veel munitie achtergebleven en verschoten in de gemeente Rhenen. Direct na de bevrijding werd een begin gemaakt met het opruimen hiervan.
De gemeente Rhenen meldde bijvoorbeeld op 22 mei 1945 dat de gehele gemeente ‘door een plaatselijke deskundige’ werd afgezocht op achtergebleven munitie: “Thans zijn ongeveer 40 verspreid liggende landmijnen verzameld, benevens een groote hoeveelheid, naar schatting eenige autovrachten, artilleriemunitie e.d.”253. Voorts kwam er bijvoorbeeld in 1950 een melding binnen van het dumpen van munitie in de Grift. Na het crashen van één van de C47’s aan de westzijde van de Grift werd naar verluid door de inzittenden besloten om de volledige munitie-inventaris van het toestel te dumpen in de Grift aldaar. Of deze munitie opgeruimd is, is niet bekend. Voorts werd er in 1965 aan de gemeente gemeld dat Duitse eenheden munitie begraven hadden in de directe nabijheid van de waterleidingcentrale aan de Reumersweg. Of deze munitie werd opgeruimd is eveneens niet bekend.254 Zowel na de gevechten in mei 1940 als na de bevrijding in 1945 werd er een gerichte wederopbouw gestart van Rhenen en haar omgeving. In 1940 werd er een plan gepresenteerd voor de vervanging van door oorlogshandelingen vernielde delen van de stad Rhenen en de buitengebieden, die zover bekend deels ten uitvoer zijn gekomen. Vooral de Vismarkt
251
Deys 2006, 32-38; Z.A. 2015, 46. RAZU, toeg.nr. 244, inv.nr. 1927. 253 RAZU, toeg.nr. 244, inv.nr. 1931. 254 RAZU, toeg.nr. 244, inv.nr. 1931. 252
94
Archeologisch Beleidskaart Gemeente Rhenen
en de Cuneralaan werden hierbij aangepakt. Na de bevrijding vond er een grotere wederopbouwslag plaats, waarbij veel vernielde panden vervangen werden en het stratenpatroon van Rhenen deels werd aangepast. 255
Afb. 4.42 Maquette van de wederopbouwplannen van de stad Rhenen na de Tweede Wereldoorlog (bron: RAZU, toeg.nr. 244, inv.nr. 2387).
4.10.8 De Koude Oorlog Koude Oorlog algemeen Na de val van Nazi-Duitsland vond er een machtsverschuiving plaats binnen Europa, waarbij de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. Deze geopolitieke strijd woedde reeds vanaf de jaren ’20 van de 19e eeuw, maar met het wegvallen van Duitsland als geopolitieke grootmacht en een herverdeling van de invloedssfeer van de Verenigde Staten en Sovjet-Unie in Europa begon een nieuwe episode. De Sovjet-Unie vergrootte het grondgebied al snel na het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Baltische staten en delen van Finland, Polen, Duitsland, Roemenië en Tsjecho-Slowakije bezet te houden en steun te leveren aan de (veelal door hen geïnstalleerde) communistische regimes. Met deze expansie ontstond er in Oost-Europa een zeer sterke grootmacht die een nieuwe dreiging vormde voor West-Europa. De West-Europese landen kwamen veelal in de directe invloedssfeer van de Verenigde Staten te liggen. Deze landen waren nog volop bezig met de wederopbouw en waren hierdoor verdeeld, kwetsbaar en deels afhankelijk van steun van buiten. Er ontstond de noodzaak om passend op deze wederzijdse expansiedrift te reageren. Deze reactie kwam er in de vorm van verschillende (defensie)verdragen en pacten, waaronder de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO).
De verschillende verdragen zorgden er op hun beurt voor dat ook de verschillende communistische regimes een gelijkend pact sloten, het Warschaupact. Er was hiermee een tweedeling in Europa ontstaan die als gevolg van het fundamenteel verschil in ideologie voor een machtsstrijd en onoverkoombaar verschillen tussen beide kampen zou zorgen. De Koude Oorlog was hiermee ingeluid. Het fragiele machtsevenwicht in Europa werd met name in stand gehouden omdat er sprake was van mutual assured destruction, waarbij zowel NAVO-landen als het Warschaupact beschikten over nucleaire wapensystemen die de vijand zouden kunnen uitschakelen nadat het eigen land getroffen was door een atoomwapen (hetgeen in theorie de drempel voor het inzetten van atoomwapens aanzienlijk verhoogd). Ter bestrijding van een eventuele inval door de Sovjet-Unie werd er door het Nederlandse defensieapparaat ingezet op een grote parate troepenmacht. Het erfgoed van de Koude Oorlog in Nederland kenmerkt zich dan ook door een uitgesproken nadruk op bescherming tegen de uitwerking van atoomwapens en infrastructuur waarin het materieel, materiaal en manschappen van de parate troepenmacht ondergebracht konden worden.256 MOB-Complex Zwijnsbergen en Logistiek Centrum Rhenen Ook in Rhenen heeft de Koude Oorlog zijn sporen nagelaten.
Dit vond met name neerslag in de vestiging van diverse troepenonderkomens en logistieke infrastructuur. Deze logistieke infrastructuur was met name gericht op de mogelijk 255 256
RAZU, toeg.nr. 244, inv.nr. 2377 en 2387. Beekmans & Schilt 1998.
beleidsactualisaties Rhenen
95
inzet van de hierboven genoemde parate troepenmacht. In Nederland werden verspreid over het grondgebied zogenoemde mobilisatiecomplexen (of MOB-complexen) aangebracht. Dit waren (meestal bebouwde) terreinen voor de opslag van militaire voertuigen, munitie, materieel, brandstof en andere militaire materialen die ingezet zouden kunnen worden bij een eventuele inval van de Sovjet-Unie. Dit moest een snelle mobilisatie van de parate troepenmacht mogelijk maken. De meeste MOB-complexen waren in gebruik van omstreeks 1956 tot 2000, waarna het gros door het rijk afgestoten werd. Ook in de gemeente Rhenen was een dergelijk complex te vinden, het MOB-Complex Zwijnsbergen te Elst (ook bekend als Logistiek Complex Elst, Logistiek Centrum Woensdrecht Rhenen Complex Elst en LCW, locatie Elst). Dit mobilisatiecomplex is tegenwoordig een van de meest complete ensembles in Nederland en bestaat uit een netwerk van wegen waaraan twintig te segmenteren loodsen zijn geplaatst voor opslag van voertuigen. Voorts bevonden zich op het terrein een bewakingsruimte en een dienstwoning.257
Afb.4.43 Een in operatie zijnde werkplaats in het MOB-Complex Zwijnsbergen (bron: R. Schoeman, collectie Harold Bergers en Max van Oorsprong via Defensiefotografie 2023).
Naast dit mobilisatiecomplex bevond zich aan de Utrechtsestraatweg 230 het Logistiek Complex Rhenen (of Depot Elektronisch Luchtmacht Materieel). Dit complex was bedoeld voor de opslag van materialen door de Logistieke Divisie Rhenen (LDR), voorheen het Depot Elektronisch Luchtmacht Materieel (DELM). Het complex bestond uit kantoren, werkplaatsen, een magazijn, een bedrijfskantine, een sporthal, een wachtruimte en diverse andere gebouwen met uiteenlopende functies.258 Tenslotte bevond zich op het natuurreservaat de Laarsenberg een luchtwachttoren. Deze zogenaamde raatbouwtoren bevond zich aan de Levendaalseweg en is inmiddels gesloopt. 259 Deze torens werden in de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw gebruikt door het Korps Luchtwachtdienst (KLD) voor het observeren van het Nederlandse luchtruim, om zodoende vliegtuigen van de Sovjet-Unie te kunnen onderscheppen. Aangezien radarapparatuur op dat moment nog ontoereikend was om laagvliegende toestellen in beeld te kunnen brengen werd er vertrouwd op visuele observatie vanuit dergelijke torens. Alhoewel er in enkele gevallen bestaande structuren werden gebruikt, bestond het gros van de luchtwachttorens uit prefab raatbouwelementen.
Zo ook de toren in Rhenen.260 Schuilgelegenheden Overal in het land werden gedurende de Koude Oorlog civiele beschermingsbunkers aangebracht die gebruikt konden worden in het geval van de inzet van een atoomwapen. Zo werd ook in de gemeente Rhenen gezocht naar geschikte objecten en locaties. In 1951 werd de gemeente aangeschreven met de vraag of er zich binnen de gemeente structuren uit de Tweede Wereldoorlog bevonden die mogelijk voor dit doel hergebruikt konden worden. De burgemeester gaf hierop aan dat in de omgeving van de Grebbeberg diverse Nederlandse kazematten aanwezig waren, waarvan mogelijk
257
Zwijnsbergen 2023; Stichting Menno van Coehoorn 2023; Defensiefotografie 2023. Biedboek 2023; Zwijnsbergen 2023; Stichting Menno van Coehoorn 2023. 259 Van Lochem 2022, 257 en 373. 260 Van Lochem 2022, 14 en 373. 258
96
Archeologisch Beleidskaart Gemeente Rhenen
hergebruik voor de civiele verdediging echter twijfelachtig was.261 Eind jaren ’60 werd er binnen de gemeente Rhenen een Gemeentelijk Centrum Civiele Verdediging (GCCV) aangebracht. Deze bevond zich in de kelder van het pompstation van de waterleidingmaatschappij aan de Reumersweg. Deze werd ingebouwd in de bestaande kelder van het pompstation en werd uitgebouwd met spoorstaven en betonblokken en -tegels. In 1971 werd er tevens een S-post toegevoegd, waarin drie man ondergebracht konden worden die belast waren met het meten van fallout na een atoomaanval.262
Afb. 4.44 Ontwerptekening van de GCCV-bunker in het pompstation aan de Reumersweg (bron: RAZU, toeg.nr. 244, inv.nr. 1901).
261 262
RAZU, toeg.nr. 244, inv.nr. 1898. RAZU, toeg.nr. 244, inv.nr. 1901.
beleidsactualisaties Rhenen
97
98
Archeologisch Beleidskaart Gemeente Rhenen
5 5.1
Archeologische informatiekaart
Inleiding
De archeologische verwachtingskaart vormt een instrument voor het archeologiebeleid ten aanzien van de planvorming binnen de gemeente. De eerste stap om te kunnen komen tot een archeologische verwachtingskaart is een inventarisatie van de op dit moment bekende vindplaatsen binnen de gemeente Rhenen. Middels een archeologische informatiekaart (bijlage 2) kan een goed beeld verkregen worden van de hoeveelheid bekende archeologische vindplaatsen, de verspreiding ervan en de verdeling over de verschillende perioden. Er is voor gekozen om de belangrijkste historische elementen en structuren niet op deze kaart weer te geven maar op een aparte kaart, namelijk de historische relictenkaart (bijlage 3). De informatie van beide kaarten is essentieel in het opstellen van een verwachtingsmodel. Zo kan middels analyses worden nagegaan of de vondsten zijn gebonden aan bepaalde landschappelijke of bodemkundige eenheden. Een dergelijke analyse leidt vervolgens tot een verwachtingsmodel. Echter, de archeologische informatiekaart vertelt primair de bewoningsgeschiedenis van de gemeente.
5.2 Inventarisatie van de bekende vindplaatsen Al vanaf eind 19de, begin 20ste eeuw is in Nederland op zowel professionele wijze als door hobby-archeologen archeologisch onderzoek gedaan. Men vond wat bijzonders en bracht het naar iemand binnen de gemeente waarvan men wist dat deze persoon hier interesse voor had. De vondsten werden soms voorzien van een beschrijving van het soort vondst en de locatie waar het was aangetroffen en verdwenen vervolgens vaak in de privé-collectie263. Pas na de oprichting van de Rijksdienst van het Oudheidkundig Bodemonderzoek in 1947, de voorloper van de huidige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, werd de registratie van vondsten landelijk verwerkt in een database. Eerst op papier, later ook digitaal (ARCHIS). Dit systeem is afhankelijk van de bereidwilligheid van de vinder van een archeologische vondst om de vondst ook daadwerkelijk te melden bij de RCE. Ondanks de wettelijke verplichting dit te doen, gebeurt dit niet altijd. Derhalve bestaat de kans dat het raadplegen van ARCHIS niet alle bekende vindplaatsen zal opleveren. Om zoveel mogelijk bekende waarnemingen te traceren is tijdens dit en voorgaand onderzoek een archief onderzoek uitgevoerd en is tevens een beroep gedaan op lokale hobby-archeologen en heemkundeverenigingen. Hierbij is tevens het archief van het Stadsmuseum Rhenen geraadpleegd.
5.2.1 Waarnemingen in Archis In totaal waren op de peildatum van 5 juni 2023 1312 in ARCHIS geregistreerde waarnemingslocaties binnen de gemeente Rhenen bekend. In 2010 betrof dit aantal nog 1101. Er is tijdens de inventarisatie slechts één aanvullende vindplaats door de binnen de gemeente actieve hobby-archeologen en heemkundeverenigingen aangedragen. Er zijn tijdens de inventarisatie geen aanvullende waarnemingen gebaseerd op oude topografische kaarten toegevoegd. Er is voor gekozen deze puntlocaties apart op de historische relictenkaart te plaatsen, maar dan als historische punten. Deze punten zijn derhalve niet opgenomen in de vindplaatsen catalogus. Hierbij moet gedacht worden aan locaties die middels aanvullend onderzoek naar oud topografisch kaartmateriaal zijn achterhaald (rosmolens, molens, watermolens, bruggen, kerken, kapellen, voorden etc.) Ook zijn op deze kaart vlakken weergegeven met betrekking tot landgoederen. Hiervoor is een aparte kaart vervaardigd, voorzien van een eigen catalogus. Om alle bekende waarnemingen om te kunnen zetten in een archeologische informatiekaart zijn alle betreffende waarnemingen264 geanalyseerd waarbij onderscheid is gemaakt in waarnemingslocaties en de waarnemingen op die locaties. Een waarnemingslocatie betreft de in ARCHIS opgegeven puntlocatie waar vondsten zijn gedaan.
Een dergelijke waarnemingslocatie heeft een uniek catalogusnummer met een x- en y-coördinaat. Een waarnemingslocatie kan in ARCHIS echter uit meerdere vondsten (waarnemingen) bestaan. Voor onderhavig onderzoek zijn de waarnemingen zoals in ARCHIS weergegeven in vindplaatsen omgezet. Een vindplaats vertegenwoordigt een locatie waar één of meerdere vondsten zijn aangetroffen uit één of meerdere aaneengesloten archeologische perioden. Indien duidelijk was dat aangrenzende waarnemingen uit dezelfde periode dan wel een opeenvolgende periode tot dezelfde
263
Soms werden de vondsten echter gemeld bij het RMO te Leiden alwaar het werd geregistreerd. Dit ‘oude’ register is bij de ontwikkeling van ARCHIS opgenomen in het digitale bestand. 264 Ook de waarnemingen zoals deze bij de vervaardiging van de bestaande kaart zijn gebruikt, zijn na overleg met de gemeente meegenomen in de analyse, aangezien niet duidelijk was of dit destijds op een afdoende wijze is gedaan.
beleidsactualisaties Rhenen
99
vindplaats behoren, zijn ze geclusterd tot één vindplaats.265 In het geval dat op dezelfde locatie twee (of meer ) waarnemingen aanwezig zijn uit verschillende, niet aaneengesloten perioden, is de waarneming opgesplitst in twee vindplaatsen. Een vindplaats zoals op de archeologische informatiekaart weergegeven betreft eveneens een puntlocatie met een x- en y-coördinaat. Het verschil met een waarnemingslocatie uit ARCHIS is echter dat een vindplaats kan bestaan uit meerdere (ARCHIS-) waarnemingslocaties uit dezelfde (of opeenvolgende) periode(s) als deze laatste zich op geringe afstand van elkaar bevinden en duidelijk is dat het dezelfde vindplaats betreft. Uit tabel 5.1 blijkt dat het aantal waarnemingslocaties, het aantal daadwerkelijke waarnemingen en het aantal vindplaatsen dat na analyse van de waarnemingen overblijft, niet met elkaar overeen komt. Dit is onder andere het gevolg van de opzet van ARCHIS. De waarneming vormt de basis binnen dit systeem. Hierbij komt het echter regelmatig voor dat binnen één waarneming meerdere vondsten zijn gedaan uit dezelfde archeologische periode. Op deze wijze loopt het aantal waarnemingen in ARCHIS al snel op. Dit betreft overigens niet alleen maar ‘dubbele’ waarnemingsnummers. Het komt namelijk ook regelmatig voor dat binnen één waarneming meerdere vondsten zijn gedaan uit verschillende archeologische perioden.
Een dergelijke locatie kan derhalve gedurende meerdere perioden bewoond zijn geweest (bijvoorbeeld gedurende de bronstijd en de Romeinse tijd). In ARCHIS krijgt een dergelijke waarneming één waarnemingsnummer terwijl hier in principe sprake is van meer dan één waarneming. Al met al betekent het voor het geval van de gemeente Rhenen dat de 1312 waarnemingslocaties feitelijk 7511 waarnemingen vertegenwoordigen, al dan niet daterend uit verschillende perioden. Tabel 5.1 Waarnemingslocaties in de gemeente Rhenen.266 Omschrijving
Aantal
waarnemingslocaties ARCHIS
1312
waarnemingen ARCHIS
7511
waarnemingen Erfgoed Gezocht
42
waarnemingen hobby-archeologen
1
vervallen waarnemingen
111
totaal aantal waarnemingen
7443
totaal aantal vindplaatsen na analyse waarnemingen
1078
Niet al deze waarnemingen zijn betrouwbaar. Een aantal is door derden vaak vele jaren na de vondst in het Archis bestand geplaatst. Aangezien de exacte locatie van de vondst niet meer was te achterhalen zijn dergelijke administratief geplaatste waarnemingen op afgeronde coördinaten geplaatst. Derhalve zijn alle waarnemingen met coördinaten afgerond op 1000 m uit de database gefilterd. Ook komt het voor dat ergens onderzoek is gedaan zonder dat er vondstmateriaal is aangetroffen, terwijl hieraan wel een waarnemingsnummer is gekoppeld. Ook dergelijke waarnemingen zijn uit de database gefilterd. Al met al zijn voor de gemeente Rhenen op deze wijze 111 waarnemingen komen te vervallen. Een ander gevolg van de opzet van ARCHIS is dat de mogelijkheid bestaat dat zich in ARCHIS ter plaatse van één feitelijke vindplaats meerdere waarnemingslocaties bevinden. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het feit dat vondsten behorende tot één vindplaats onafhankelijk van elkaar zijn aangemeld door verschillende personen over verschillende jaren. Ondanks dat het eigenlijk één vindplaats betreft krijgt iedere melding in ARCHIS een uniek eigen waarnemingslocatienummer. In de analyse zijn alle waarnemingslocaties die in feite één vindplaats representeren echter samengevoegd. Al met al is op deze wijze het aantal waarnemingen gereduceerd tot in totaal 1035 vindplaatsen.
In 2020 heeft het project ‘Erfgoed Gezocht’ plaatsgevonden. Dit betrof een project waarbij met behulp van vrijwilligers getracht is om met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) nog niet eerder in kaart gebrachte archeologische fenomenen als grafheuvels en Celtic fields te achterhalen. Dit heeft voor de gemeente Rhenen maar liefst 1536 potentiële grafheuvels opgeleverd. Na wetenschappelijke analyse bleven nog 77 potentiële grafheuvels over. Deze zijn ten behoeve van onderhavig project nader bekeken, onder andere middels een veldonderzoek op de Nationale Archeologiedagen. Uiteindelijk zijn er 41 tot op heden onbekende grafheuvels toegevoegd en 1 stelling uit WO-II. Naast deze toegevoegde vindplaatsen is met behulp van de lokale hobby-archeologen en heemkundekringen nog 1 aanvullende vindplaats toegevoegd, zodat in totaal 1078 vindplaatsen zijn vastgesteld. In de catalogus (bijlage
265 266
100
Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan waarnemingen op hetzelfde adres, of gerelateerd aan dezelfde locatie (bijvoorbeeld een kerk). Peildatum: 5 juni 2023.
Archeologisch Beleidskaart Gemeente Rhenen