Bijlage 2 Ombuigingen voor een sluitende begroting 2026 1 (nieuwe versie, 7 juli toegevoegd - verwerkte correctienota)
Tekst van het document
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
4.3
Onderwijs Onderwijsbeleid & leerlingzaken
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Welke besparing levert het stoppen met het schoolzwemmen op?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Als we stoppen met het aanbieden van schoolzwemmen, levert dit vanaf 2027 € 55.000,- op jaarbasis op.
OMBUIGING
Ombuiging:
C7
We stoppen met het aanbieden van schoolzwemmen.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026
2027 2028 2029 45.000,00 45.000,00 45.000,00
Toelichting: Stoppen met het aanbieden van schoolzwemmen bespaart ons mogelijk € 45.000 per jaar, maar brengt ook andere kosten en risico’s met zich mee. Wat is schoolzwemmen? Vijf basisscholen doen mee aan schoolzwemmen. Hun groepen 5 en 6 leveren elke week één gymles in voor een zwemles in het Feel Fit Center. Ouders betalen een eigen bijdrage. Voor de scholen in Elst en Achterberg betalen wij ook het vervoer naar het zwembad. Kosten en contract Schoolzwemmen kost ons in totaal € 45.000,- per schooljaar. Het contract met het zwembad wordt stilzwijgend iedere twee jaar verlengd. De eerste mogelijkheid om op te zeggen is op 1 augustus 2026. Niet alle scholen doen mee Een aantal scholen kiest juist bewust wel voor zwemmen, omdat veel van hun leerlingen anders niet leren zwemmen. Niet alle scholen kiezen voor schoolzwemmen. Daar zijn verschillende redenen voor: - Sommige scholen willen de verantwoordelijkheid niet meer, sinds een leerling in 2015 verdronk tijdens een zwemles. - Andere scholen vinden dat er te veel onderwijstijd verloren gaat aan vervoer, omkleden en wachten.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel, stoppen met het aanbieden van schoolzwemmen betekent dat we het contract met Laco beeindigen.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Tekort aan gymruimte We moeten basisscholen twee keer per week 45 minuten gymles per groep aanbieden. Dat is een wettelijke verplichting. Nu lossen we dat deels op door groepen 5 en 6 één keer per week zwemles te geven. Als we stoppen met schoolzwemmen, ontstaat er mogelijk een tekort aan gymzalen. Toen in 2015 een paar scholen stopten, werd het roosteren van gymlessen erg lastig. Het blijft sindsdien elk jaar een puzzel. In de sporthal in Elst en de gymzaal in Achterberg is nog wat ruimte, maar het is onzeker of dat genoeg is. Waarschijnlijk is er vervoer nodig voor groepen uit Rhenen. Of moeten we gymzalen in de regio gebruiken. Mogelijk moeten we zelfs extra gymruimte bouwen of huren. Meer druk op het Sport- en Cultuurfonds en minder zwemdiploma’s Zonder schoolzwemmen zullen meer ouders een beroep doen op het Sport- en Cultuurfonds (zie format D6) om zwemlessen te kunnen betalen. Niet alle gezinnen kunnen dit, ook niet via het fonds. Gevolg: minder kinderen halen hun zwemdiploma, vooral kinderen uit kwetsbare gezinnen. Geen passend aanbod voor scholen met aparte zwemgroepen Er is een school waar jongens en meisjes apart zwemmen tijdens schoolzwemmen. Dat is vaak niet mogelijk bij reguliere zwemlessen.
3. Op welke termijn? Toelichting: Contract kan per 1 augustus 2026 opgezegd worden.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot X X Toelichting: Voor scholen De impact hangt af van het alternatief dat we bieden voor gymruimte. Als er geen goede oplossing is, kan het lastig worden om alle gymlessen te geven. Voor inwoners Een groep kinderen is volledig afhankelijk van schoolzwemmen om te leren zwemmen. Een grotere groep kinderen wordt minder waterveilig zonder deze lessen. Voor ondernemers Het stoppen met schoolzwemmen heeft gevolgen voor het zwembad. Minder leerlingen betekent minder inkomsten, wat de exploitatie onder druk zet.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot X X Toelichting inhoudelijk: Op dit moment zwemmen de Daltonschool Rhenen, Daltonschool Elst, Willem Teellinckschool en Eben Haezerschool. De Springplank is dit schooljaar gestopt met zwemmen. Andere scholen stopten al eerder om verschillende redenen. Stoppen met schoolzwemmen betekent dat we voor minstens 8 groepen extra gymruimte moeten regelen. Dat zijn twee groepen per school die stopt. We hebben dus minimaal 8 keer 45 minuten per week extra ruimte nodig in een gymzaal. Beschikbare locaties voor bewegingsonderwijs We hebben op dit moment 3 gemeentelijke gymzalen. Ook de sporthal is geschikt voor bewegingsonderwijs. Beschikbare ruimte tijdens schooltijden: Sporthal: niet, volledig vol geroosterd Gymzaal Lijsterberg: niet, volledig vol geroosterd Gymzaal Achterberg: ruimte op maandagochtend, dinsdagochtend en donderdag MFG Elst: ruimte op woensdag Toelichting formatief: We moeten andere oplossingen zoeken om genoeg ruimte te bieden voor bewegingsonderwijs. Op korte termijn is daar dan extra formatie voor nodig.
6. Advies Toelichting: Schoolzwemmen behouden Het advies is om schoolzwemmen niet af te schaffen. De besparing is per saldo minimaal of nihil. De impact op inwoners is redelijk tot groot. En het voortbestaan van het zwembad kan in gevaar komen.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
4.3
Onderwijs Onderwijsbeleid en leerlingzaken
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Welke mogelijkheden zijn er om een eigen bijdrage te vragen voor het leerlingenvervoer of voor de vergoeding van eigen vervoer (in plaats van taxivervoer)?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses We vragen al een eigen bijdrage waar dat wettelijk is toegestaan. Dit is vastgelegd in de verordening Leerlingenvervoer Rhenen 2023. Er zijn geen extra wettelijke mogelijkheden om nog meer eigen bijdragen te vragen.
OMBUIGING
Ombuiging:
C20 We besparen op het leerlingenvervoer.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 67.000
2026 68.000
2027 68.000
2028 68.000
2029 68.000
Toelichting: In 2024 is al een besparing van € 67.000 gerealiseerd. Vanaf 2026 verwachten we een extra besparing van € 1000 door het gebruik van opstapplaatsen. Zelfstandiger en goedkopere vormen van vervoer Sinds augustus 2023 werken we met een nieuwe verordening Leerlingenvervoer. En stimuleren we zelfstandiger en goedkopere vormen van vervoer. Bijvoorbeeld: - Ouders rijden zelf en krijgen hiervoor een kilometervergoeding. - We helpen leerlingen om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. - We stimuleren dat leerlingen zelfstandig met de fiets of e-bike naar school gaan. Hierdoor besparen we € 67.000 per jaar. Op een bedrag van € 682.200. Meer opstapplaatsen vanaf komend schooljaar Komend schooljaar gaan we voor meer routes opstapplaatsen invoeren. Dit betekent minder taxikilometers, kortere reistijd voor leerlingen en een extra besparing vanaf 2026 van € 1000. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Leerlingenvervoer is een wettelijke verplichting en een open-einde-regeling. Dat betekent dat we geen invloed hebben op het aantal leerlingen dat recht heeft op leerlingenvervoer. Als er in een schooljaar meer ‘dure’ aanvragen voor taxivervoer binnenkomen, valt de verwachte besparing lager uit.
3. Op welke termijn? Toelichting: Sinds 2023.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Redelijk
Groot
Toelichting: De nieuwe werkwijze is in augustus 2023 ingevoerd. De ombuiging is dus al begonnen. Voor ouders, leerlingen en scholen is het soms even wennen. Maar over het algemeen is de impact klein.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet X Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief: Sinds 2023 is in de formatie al rekening gehouden met de nieuwe werkwijze. De consulent leerlingenvervoer besteedt nu meer tijd aan gesprekken met ouders. Tegelijk is de administratieve last verminderd. Dat komt doordat we werken met een digitaal systeem en vaker meerjarige besluiten nemen. Ouders hoeven dan niet elk jaar opnieuw een aanvraag te doen als de situatie hetzelfde blijft.
6. Advies Toelichting: Doorgaan met ingezette lijn en uitbreiden Ga door met de werkwijze die sinds augustus 2023 is ingevoerd. Breid deze verder uit door op meer routes opstapplaatsen te realiseren.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
4.3
Onderwijs Onderwijsbeleid en leerlingzaken
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging:
D19 We verlagen het aantal kindplaatsen in de reguliere peuteropvang.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 -
2028 67.356
2029 67.356
Toelichting: Het verminderen van een kindplaats voor reguliere peuteropvang levert een besparing op van € 2.246 (zonder indexatie). Gemeente is verantwoordelijk volgens de Wet OKE Volgens de Wet OKE (Wet Ontwikkeling door Kansen en Educatie) moeten we zorgen voor voldoende peuteropvangplekken, verspreid over de gemeente. Waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal terecht kunnen. Subsidieplafond en opvangplekken in 2025 Voor 2025 is een subsidieplafond van € 67.356 gereserveerd voor reguliere peuteropvang. Hiermee worden 15 kindplaatsen, 8 onvoorziene kindplaatsen en een ouderprogramma bekostigd. Als een opvangorganisatie te weinig plek heeft en een kind op de wachtlijst staat, kunnen zij aanspraak maken op de 8 onvoorziene kindplaatsen. Daarnaast is er subsidie voor een ouderprogramma van € 15.085, bedoeld voor 35 kinderen. Ouders blijven zo betrokken bij de ontwikkeling van hun kind, vooral op het gebied van taal. Voor wie is de subsidie bedoeld? De subsidie is bedoeld voor peuters: - Van wie één of beide ouders niet werken - Die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag - Die geen VVE-indicatie hebben, maar waarbij het toch belangrijk is dat het kind alvast went aan ‘school’ en goed voorbereid naar de basisschool gaat.
Besparing door vermindering kindplaatsen Het verminderen van een reguliere kindplaats levert een besparing op van € 2.246 (zonder indexatie). De uitgaven op dit budget waren in: 2022: € 62.622 2023: € 62.144 2024: € 40.777
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: De besparing is structureel, omdat het aantal kindplaatsen blijvend wordt verminderd.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: In onze gemeente nemen minder kinderen deel aan peuteropvang, kinderopvang of voorschoolse voorzieningen dan het landelijk gemiddelde. Juist hier is dus behoefte aan meer toeleiding van peuters naar deze voorzieningen. Bovendien gaat het om een wettelijke verplichting. Er zijn langlopende verplichtingen voor peuterspeelzaalwerk, omdat deze kindplaatsen al vele jaren subsidieren. Daarmee is deze bezuiniging niet op korte termijn te realiseren. Daarvoor zullen enkele jaren nodig zijn. Alle gemeenten combineren peuteropvang met VVE. VVE is een verplichte taak, daarvoor ontvangt de gemeente een SPUK Onderwijsachterstanden.
3. Op welke termijn? Toelichting: Vanaf 2026 is een structurele besparing mogelijk. Het kan ook zo zijn dat het subsidieplafond dit jaar niet volledig wordt uitgenut.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot X Toelichting: Lage deelname aan voorschoolse voorzieningen In onze gemeente gaan minder kinderen naar peuteropvang of voorschoolse voorzieningen dan gemiddeld in Nederland. Juist hier is dus behoefte aan meer toeleiding van peuters naar deze voorzieningen. Ontwikkeling van het kind staat centraal In de beleidsnotitie die bij deze subsidieregeling hoort, staat: "In Rhenen stellen we het belang en de ontwikkelingsbehoefte van het kind centraal. We zijn verantwoordelijk voor de lokale peuteropvang en zorgen voor een toegankelijke, betaalbare en thuisnabije voorziening in elke kern. Daarbij maken peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) deel uit van een integrale (preventieve) aanpak, zodat alle kinderen de vaardigheden kunnen ontwikkelen die hen in staat stellen in de toekomst actief deel te nemen aan onze complexe en veranderlijke samenleving." Werken met gemengde groepen Vanuit deze visie werken aanbieders met gemengde groepen: peuters met en zonder VVE-indicatie in één groep. Dit versterkt de sociale ontwikkeling en heeft een grotere preventieve werking. De subsidieregeling voor reguliere peuteropvang hangt nauw samen met het VVE-beleid, waarvoor gemeenten geld ontvangen via de SPUK OAB-regeling (Onderwijsachterstandenbeleid).
Impact bij verlaging van reguliere opvang Als de toegang tot reguliere peuteropvang wordt beperkt, kunnen ook VVE-plekken (voor kinderen met risico op achterstand) verdwijnen. Veel aanbieders werken met gemengde groepen (kinderen met en zonder VVE-indicatie). Op basis van bovenstaande visie. Minder reguliere plekken betekent: - Minder VVE-aanbod - Sluiting van opvanglocaties, vooral in kleinere kernen - Grotere onderwijsachterstanden - Meer kansenongelijkheid voor jonge kinderen in de gemeente Het verlagen van plekken in de reguliere peuteropvang kan dus verstrekkende gevolgen hebben voor de ontwikkeling van kinderen en voor de toekomst van gelijke kansen in onze gemeente.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk X Toelichting inhoudelijk: Intern maakt dit weinig verschil, omdat het werk hetzelfde blijft, of het nu om één kindplaats gaat of om meerdere.
Groot
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Aantal reguliere kindplaatsen niet verlagen Besparingen op deze plekken kan ervoor zorgen dat de beleidsdoelen en resultaten niet worden gehaald en ook niet op korte termijn. Zie hiervoor de risico's. We verwachten in ieder geval 2 jaar nodig te hebben om de subsidie af te bouwen i.v.m. langlopende subsidierelaties en - bij afbouw/stoppen - daarmee gepaard gaande frictiekosten. Verder is deze bezuiniging inhoudelijk niet wenselijk op grond van de Wet op het Primair Onderwijs en de Wet OKE. Daabij is de kans groot dat de kansenongelijkheid tussen kinderen toeneemt. Bovendien heeft de gemeente een wettelijke verplichting om peuteropvang toegankelijk te houden. Daarmee is het volledig wegbezuinigen niet mogelijk.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
4.2
Onderwijshuis Onderwijshuisvesting
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging:
D18 We verkopen het Acaciagebouw.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 539.000 36.830
2028 36.830
2029 Incidenteel 36.830 Structureel
Toelichting: Het Acaciagebouw kan in 2027 mogelijk worden verkocht. De verkoop van het gebouw kan zorgen voor een structurele besparing van ongeveer €36.830 per jaar en een incidentele opbrengst van ongeveer €539.000. Kosten die vervallen bij verkoop Bij verkoop vallen structurele kosten weg van ongeveer €54.830 (prijspeil 2024). Dit zijn schoonmaakkosten, onderhoudskosten, energiekosten, verzekeringskosten en belastingen. Huidige jaarlijkse opbrengsten Het gebouw levert nu ongeveer €18.000 per jaar op (2024). Waardebepaling De uiteindelijke verkoopprijs hangt af van een taxatie en de markt. Die gegevens zijn nu nog niet bekend. Daarom wordt voorlopig gerekend met de WOZ-waarde van €539.000 (peildatum 1-1-2023). Boekwaarde De boekwaarde is €0. Dit geeft geen goed beeld van de echte waarde van het Acaciagebouw. Andere formats over verkoop vastgoed B3 (Westpoort) en D23 (bergingen woonwagenkamp). 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: De verkoop van het gebouw levert incidenteel een besparing op door de verkoopopbrengst. Structureel levert het ook geld op, omdat de jaarlijkse kosten hoger zijn dan de huurinkomsten.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Langdurige besluitvorming Het kan veel tijd kosten voordat er een besluit is over de verkoop. Lopende huurovereenkomst SKR Kinderopvang maakt gebruik van de begane grond en heeft een huurcontract. Geen plek voor tijdelijke huisvesting Bij verkoop is er geen ruimte meer om tijdelijk leerlingen van het basisonderwijs op te vangen tijdens de nieuwbouw van scholen. Onzekerheid over toekomstplannen Het is nog niet duidelijk welke andere plannen (zoals woningbouw) haalbaar zijn op deze plek. Onderzoek daarnaar kost tijd.
3. Op welke termijn? Toelichting: Als het besluit snel wordt genomen, kan de verkoopprocedure starten in 2027.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet
Redelijk X
Groot
Toelichting: De verkoop heeft mogelijk een negatief effect op de SKR Kinderopvang. Bij verkoop wordt het huurcontract stopgezet.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet
Redelijk X
Groot
Toelichting inhoudelijk: Een projectleider is nodig om de verkoop goed te begeleiden.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Neem op korte termijn een besluit over de toekomst van het gebouw en de locatie Houd de communicatie met de huurder (opvang) open en duidelijk. Onder deze voorwaarden is verkoop een reële mogelijkheid.
EINDE FORMULIER
4f. Orde en Veiligheid
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Orde en veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en brandweer
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Uit de jaarrekeningen en begrotingen blijkt dat onze kosten voor crisisbeheersing en brandweer 5 tot 10 euro per inwoner hoger zijn dan bij vergelijkbare gemeenten. Wat is de oorzaak hiervan?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Het totale budget voor crisisbeheersing en brandweer is € 1.645.220 euro. Daarvan is 86% een bijdrage aan de VRU (Veiligheidsregio Utrecht), namelijk € 1.420.999. Een andere grote post zijn onze brandweerkazernes. Samen 97% van het totale budget voor dit taakveld. Baten verschillen, lasten beter vergelijkbaar: ongeveer gelijk aan andere gemeenten Baten (bijv. voor Oekraïne-opvang) worden niet overal hetzelfde geboekt. Daarom zijn de lasten per inwoner betrouwbaarder. Die zijn in Rhenen ongeveer gelijk aan andere gemeenten. Groot deel van de kosten is bijdrage aan de VRU Verschillen in inwoneraantal, risico’s (zoals natuurbranden en industrie) en organisatie van veiligheidsregio’s zorgen voor andere bijdragen per gemeente. Ter vergelijking: gemeenten Eersel, Oirschot en Heerde met 20.000 inwoners betalen uiteenlopende bedragen (€ 1.42.133, € 1.224.337, € 1.200.700). Een vergelijking tussen alle veiligheidsregio’s laat zien dat de overheadkosten bij onze veiligheidsregio (VRU) gemiddeld zijn. De kosten voor brandweerpersoneel zijn zelfs relatief laag. De brandweerkazernes in Elst en Rhenen kosten samen € 175.883 Onze hogere kosten komen mogelijk doordat we twee kazernes bezitten. We betalen zelf voor onderhoud en afschrijving van deze gebouwen. Vooral de kazerne in Elst is nog vrij nieuw, waardoor de afschrijvingskosten nog hoog zijn.
Bij een aantal andere gemeenten liggen deze kosten bij de veiligheidsregio en niet bij de gemeente zelf. Overige verklaringen Bluswatervoorzieningen (€ 15.000 euro): extra kosten door gebrek aan open water in de kern Rhenen. Opleidingen (€10.000 euro): nodig voor paraatheid en toenemende bedreigingen door extreem weer, geopolitieke veranderingen, cybercrises.
OMBUIGING
Ombuiging:
A24 We brengen onze bijdrage aan de VRU omlaag.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 40.000
2027 40.000
2028 40.000
2029 40.000
Toelichting: Wat kan een besparing opleveren? Het AB van de VRU gaat toekomstscenario's uitwerken voor de begroting 2026 - 2029. Eén van de scenario's levert mogelijk besparing van 3% van de gemeentelijke bijdrage op. Deze scenario’s zijn: 1. Basisscenario: wat minimaal nodig is om de huidige taken uit te voeren 2. Ambitiescenario: inzet om de bestuur ambities uit te voeren 3. Nulscenario: alles blijft zoals het nu is 4. Ombuigingsscenario: 3% minder kosten Als gekozen wordt voor het ombuigingsscenario, kan dit vanaf 2026 mogelijk €40.000 per jaar opleveren. De toekomstscenario's, inclusief het ombuigingsscenario, worden dit jaar aan de gemeenteraad voorgelegd. We zijn één van de 26 deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling. De bijdragen zijn collectief afgesproken. Rhenen kan dus niet zelfstandig besluiten om €40.000 minder bij te dragen. Als we willen besparen, moeten we dat op tijd en formeel aangeven Dat gebeurt via de zienswijzenprocedure bij de begroting van de VRU. Daarbij is het belangrijk om goed af te wegen wat dit betekent voor de veiligheid en de uitvoering van wettelijke taken. Minder geld kan namelijk ook zorgen voor impact op primaire processen, minder inzet of sluiting van brandweerkazernes.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Het is structureel, omdat we elk jaar minder gaan betalen in het bezuinigingsscenario.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Een nul- of bezuinigingsscenario kan grote gevolgen hebben op de primaire processen van de VRU. Het kan leiden tot het sluiten van kazernes en het stoppen of beperken van taken op het gebied van risicobeheersing. Het bezuinigingsscenario is nog niet uitgewerkt. De gevolgen zijn nog onzeker, maar kunnen wel grote impact hebben op veiligheid en wettelijke taken. Tegelijkertijd nemen de veiligheidsrisico’s toe, onder andere door geopolitieke spanningen. Ook groeit het aantal inwoners in de regio Utrecht, waardoor de vraag naar brandweerzorg toeneemt. De brandweer krijgt bovendien meer wettelijke taken, wat extra inzet en kosten vraagt. We zijn één van de 26 deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling. Een keuze voor een bezuiniging op de gemeentelijke bijdrage moet door een meerderheid worden gemaakt.
3. Op welke termijn? Toelichting: De scenario’s worden dit jaar besproken. In 2026 of 2027 kan besloten worden.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot x Toelichting: Het kan zorgen voor onrust onder brandweervrijwilligers in onze gemeente. Ook vergroot het de risico’s voor de fysieke veiligheid van inwoners.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Neem de besparing van €40.000 op de bijdrage aan de veiligheidsregio in principe over Deze besparing kan worden gerealiseerd via de zienswijzenprocedure bij de begroting, de toekomstscenario’s en de Visie op Huisvesting van de veiligheidsregio. Beperkte invloed gemeente We zijn één van de 26 deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling. De bijdragen zijn collectief afgesproken. Rhenen kan dus niet zelfstandig besluiten om €40.000 minder bij te dragen. Mogelijke gevolgen De exacte impact is nog niet volledig in beeld. Een bezuiniging van 3% kan leiden tot: - Druk op de basisprocessen van brandweer en crisisbeheersing - Grotere risico’s voor de fysieke veiligheid - Problemen met het uitvoeren van wettelijke taken Afweging nodig De keuze voor een bezuinigings- of nulscenario moet zorgvuldig worden afgewogen. De financiële besparing moet worden afgezet tegen mogelijke risico’s voor veiligheid en wettelijke verantwoordelijkheden.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Orde en veiligheid Openbare orde en veiligheid
1.2
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Op basis van de jaarrekeningen en begrotingen zijn onze kosten voor openbare orde en veiligheid hoger dan bij vergelijkbare gemeenten. In de begroting van 2025 is er een uitschieter: de kosten stijgen naar 25 euro per inwoner. Wat veroorzaakt die stijging?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Inhuur van extra personeel De personeelskosten stijgen vooral doordat we extra personeel inhuren. Bijvoorbeeld een jurist voor openbare orde en veiligheid en extra boa’s. Lastige vergelijking met andere gemeenten Het is moeilijk om goed te vergelijken met andere gemeenten. We weten niet precies hoe hun situatie, bezetting en casussen eruitzien. Bij ons speelt bijvoorbeeld mee dat we een groot buitengebied en bos hebben. Daarvoor is een groene boa nodig. Ook hebben we drie dorpskernen (Rhenen, Elst en Achterberg), met elk hun eigen situatie. Toerekening loonkosten vergunningen In de begroting 2025 is een deel van de loonkosten voor vergunningen (€193.000) opgenomen binnen dit taakveld. Omdat in de begroting deze loonkosten nog bij dit taakveld staan, lijken onze kosten hoger dan bij vergelijkbare gemeenten. In de jaarrekening 2024 zijn deze kosten op het juiste budget geboekt. Door de juiste toerekening in de jaarrekening ontstaat een beter en realistischer beeld.
OMBUIGING
Ombuiging:
A25 We geven minder uit aan openbare orde en veiligheid.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
2025 €
2026 9.701
2027 48.077
2028 48.077
2029 48.077
Toelichting: Een deel van de huidige uitgaven kan worden omgebogen. Sommige kosten zijn structureel en lastig aan te passen, andere kunnen (deels) vervallen of opnieuw worden beoordeeld. In totaal kan in 2026 een bedrag van €9.701,- worden bespaard. In 2027 en verder gaat het om een bedrag van €48.077,-. Voorlichting vuurwerk: €3.478 per jaar Jongerenwerkers van Mozaïek Welzijn geven voorlichting over veilig en verantwoord vuurwerkgebruik. Ze zetten hiervoor een speciale ‘vuurwerkbus’ in bij scholen en op andere plekken. Jongeren krijgen informatie, vuurwerkbrillen en aansteeklonten. Deze inzet is extra en gericht op preventie. Buurtbemiddeling: €38.376 per jaar Buurtbemiddeling helpt inwoners bij conflicten, zoals burenruzies of geluidsoverlast. Vrijwilligers worden hiervoor getraind en begeleiden gesprekken tussen bewoners. - De coördinatie van buurtbemiddeling gebeurt via Welzijn Rivierstroom. - De kosten waren eerst vastgelegd in een meerjarenovereenkomst. Sinds 2023 wordt dit jaarlijks geïndexeerd. - Wij dragen 70% van de kosten, Rhenen Wonen 30%. Die verdeling is gebaseerd op het aantal huur- en koopwoningen in het werkgebied. - De samenwerking en financiële bijdragen worden jaarlijks geëvalueerd met alle betrokken partijen. De bijdrage loopt al langere tijd en is structureel. Zomaar stoppen is niet mogelijk zonder overleg.
Subsidie Stichting Hartslag Nu Rhenen: €5.000 per jaar Deze stichting is opgericht door EHBO Elst (UT)/ EHBO Rhenen/ Rode Kruis Rhenen. En richtte zich op AED’s in de buurt en opleidingen voor gebruik. - Sinds kort geen reactie meer op e-mails: lijkt niet meer actief te zijn. - Er is geen subsidieaanvraag voor 2025 ingediend. De verwachting is dat deze kosten komen te vervallen. Aansluiting Hartslag nu Nederland: €1.223,94 per jaar We zijn sinds dit jaar aangesloten bij Hartslag nu Nederland. Hierdoor zijn alle AED’s in onze gemeente zichtbaar op de landelijke dekkingskaart. Deze kosten zijn structureel. Digitale veiligheid: €8.000 (ander format) Deze kosten vallen onder het bestuursprogramma en worden behandeld in een ander ombuigingsformat (format E1). 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: 1. Allen structureel.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Voorlichting vuurwerk Als we stoppen met de vuurwerkvoorlichting door jongerenwerkers, is er geen direct contact meer tussen jongerenwerk en jongeren over vuurwerkpreventie. Daardoor kan het aantal vuurwerkincidenten toenemen. Buurtbemiddeling Zonder buurtbemiddeling is de kans groter op burenruzies en crisissituaties. Dit kan zorgen voor extra druk bij het sociaal domein, boa’s en politie. Het aantal meldingen bij buurtbemiddeling neemt toe, wat laat zien dat mensen de weg ernaartoe goed weten te vinden. Er is een stabiele groep vrijwilligers. Stoppen is daarom niet wenselijk en ook niet zomaar mogelijk, omdat Rhenam Wonen meebetaalt. Subsidie Hartslag Nu Rhenen Er zijn weinig tot geen risico’s als we deze subsidie stoppen. De stichting lijkt niet meer actief. Er is geen contact en er is geen aanvraag voor 2025 ingediend. We zorgen zelf voor onze AED’s. Die zijn ook beschikbaar via Hartslag nu Nederland. Stoppen met deze subsidie heeft daarom weinig gevolgen. Bijdrage Hartslag nu Nederland We stellen onze AED’s beschikbaar voor reanimaties via Hartslag nu Nederland. Hierdoor staan onze en andere AED’s op de landelijke dekkingskaart. Stoppen met deze bijdrage kan nadelig zijn voor het landelijke beheer en de inzet van burgerhulpverleners en AED’s.
3. Op welke termijn? Toelichting: Voorlichting vuurwerk Kan stoppen per 2025 of 2026. Buurtbemiddeling Stoppen is niet direct mogelijk. Waarschijnlijk kan dit alleen via een afbouwregeling, verspreid over meerdere jaren. Subsidie Stichting Hartslag nu Rhenen Kan stoppen per 2025. Bijdrage Hartslag nu Nederland Kan stoppen per maart 2026.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet
Redelijk
Groot x
Toelichting: Voorlichting vuurwerk Geen directe impact. Buurtbemiddeling Grote impact. Zonder buurtbemiddeling is er meer kans op conflicten en crisissituaties tussen inwoners. Subsidie Stichting Hartslag nu Rhenen Geen impact. De stichting lijkt niet meer actief. Bijdrage Hartslag nu Nederland Redelijke impact. Zonder deze bijdrage is de landelijke dekkingskaart van AED’s en burgerhulpverleners minder goed toegankelijk. In veel gemeenten zorgen lokale AED-stichtingen voor beheer en werving. Hartslag nu Nederland ondersteunt hen met informatie en middelen via een gratis partnerschap. Stoppen kan de ondersteuning en samenwerking beïnvloeden.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet
Redelijk
Groot X
Toelichting inhoudelijk: Voorlichting vuurwerk Geen directe impact. Buurtbemiddeling Grote impact. Zonder buurtbemiddeling is er meer kans op conflicten en crisissituaties tussen inwoners. Dat kan zorgen voor extra druk op het sociaal team, boa’s en politie. Subsidie Stichting Hartslag nu Rhenen Geen impact. De stichting lijkt niet meer actief. Bijdrage Hartslag nu Nederland Als we stoppen met de bijdrage, krijgen we waarschijnlijk meer vragen en moet zelf vaker informatie geven of delen.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Opnemen in ombuigingen: - Voorlichting vuurwerk: €3.478 - Subsidie Hartslag (oude stichting): €5.000 Totaal ombuiging: €8.478 Voorlichting vuurwerk door jongerenwerk: positief advies Opnemen in de ombuigingen. Andere manieren zoeken om jongeren te informeren over vuurwerkpreventie. Jongeren kunnen ook informatie vinden via landelijke campagnes over veilig vuurwerkgebruik. Subsidie Stichting Hartslag Rhenen: positief advies Opnemen in de ombuigingen. De stichting lijkt niet meer actief en heeft geen aanvraag ingediend voor 2025. De subsidie van €5.000 kan komen te vervallen. Niet opnemen in ombuigingen: - Buurtbemiddeling: €38.376 - Hartslag Nederland: €1.223,94 Buurtbemiddeling: negatief advies Niet opnemen in de ombuigingen. Steeds meer inwoners maken gebruik van buurtbemiddeling. De vrijwilligersgroep is stabiel en goed opgeleid. Stopzetten kan leiden tot meer conflicten en extra druk op sociaal team, boa’s en politie. Rhenam Wonen levert ook een bijdrage en heeft belang bij voortzetting. Per direct stoppen is bovendien niet mogelijk: een afbouwregeling is waarschijnlijk nodig. Bijdrage Hartslag nu Nederland: negatief advies Niet opnemen in de ombuigingen. De bijdrage ondersteunt het landelijke netwerk van AED’s en burgerhulpverleners. Stoppen kan zorgen voor minder zichtbaarheid en meer vragen bij de gemeente.
EINDE FORMULIER
4g. Participatie
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Participatie 6.3 Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Op basis van alle analyses geven wij op de Inkomensregelingen de laatste paar jaar tussen de 60 en 70 euro per inwoner meer uit in vergelijking met alle referentiegroepen. De beleidsvrijheid in dit taakveld is 20%. a. Uit welke budgetten bestaat het thema? b. Waarin zit het verschil met de referentiegemeenten?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses a. Uit welke budgetten bestaat het thema? Personeel maatschappelijke ondersteuning Personeel participatie (personeelskosten) BUIG Inkomensdeel (gebundelde uitkering ) BBZ (Besluit bijstandverlening zelfstandigen) Gemeentelijk minimabeleid TOZO regeling (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) TONK regeling (Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten) Personeel participatie b. Waarin zit het verschil met de referentiegemeenten? Er is weinig beleidsvrijheid bij inkomensregelingen. Het verschil met de referentiegemeenten is niet specifiek onderzocht. Besparing is mogelijk, maar beperkt. Dit kan mogelijk op personeelskosten en gemeentelijk minimabeleid. De rest is wettelijk verplicht.
OMBUIGING
Ombuiging:
A8 Hoe en met hoeveel kunnen we kosten besparen op de inkomensregelingen?
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 1.000
2026 1.000
2027 1.000
2028 1.000
2029 1.000
Toelichting: Veenendaal krijgt een vergoeding om onderdelen van de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) uit te voeren, waaronder de Benchmark Armoede en Schulden. De meerwaarde hiervan is beperkt. Stoppen is een optie en kan mogelijk besparen op de personele inzet van Veenendaal. De geschatte besparing is €1.000 per jaar.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting: Niet van toepassing.
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel, omdat dit de komende jaren niet wordt afgenomen.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Geen risico's.
3. Op welke termijn? Toelichting: De DVO moet worden aangepast, maar dit kan binnen enkele maanden. Realisatie is nog mogelijk in 2025.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet x
Redelijk
Groot
Niet x
Redelijk
Groot
Toelichting: Geen impact.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk: Geen impact. Alleen aanpassing DVO nodig.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Stop met de Benchmark Armoede en Schulden En pas de DVO aan.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.3
Participatie Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Zie B7
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging:
C14 Kan het eventuele BUIG-overschot in 2025 worden gebruikt om de taakstelling op het sociaal domein (gedeeltelijk) in te vullen?
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 100.000
2026 -
2027 -
2028 -
2029 -
Toelichting: Met de BUIG-budgetten voeren we de Wet Werk en Bijstand (= WWB) uit. Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (= BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Participatiewet: voor iedereen die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. De IOAW is een aanvulling op uw (gezins)inkomen tot bijstandsniveau. IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstan-digen. Als een zelfstandig ondernemer erover denkt om te stoppen, omdat er onvoldoende inkomen uit het bedrijf komt, is er een mogelijkheid voor een IOAZ-uitkering. Bbz staat voor Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Als zelfstandig ondernemers (tijdelijk) weinig inkomen hebben, kunnen zij mogelijk een Bbz-uitkering aanvragen. Het geprognoticeerde overschot 2025 op de BUIG bedraagt op dit moment € 125.000,-. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Incidenteel.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Normaal worden overschotten en tekorten op de uitvoering van de WWB verrekend met de reserve WWB. Op deze manier wordt echter de 'reserve WWB' niet aangevuld. Het risico bestaat dat de tekorten (in de toekomst) op de (uitvoering van de) BUIG niet kunnen worden opgevangen binnen de reserve BUIG. Daarnaast door dit bedrag in te zetten bij de ombuigingen doorkruisen we de afspraak met de raad dat voor- en nadelen van de BUIG worden verrekend met de reserve WWB. We zien groei van het aantal bijstandscliënten. Deze groei is echter meegenomen in de prognose 2025.
3. Op welke termijn? Toelichting: In 2025.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting:
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Neem € 100.000 van het geprognosticeerde overschot van € 125.000 mee in de ombuigingen.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.3
Participatie Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging: Toelichting
D7
Is er een besparing te halen uit de reserve ‘Armoedebestrijding’ 2025 / 2026? Zo ja, voor welk bedrag?
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 379.000
2026 -
2027 -
2028 -
2029 -
Toelichting: De armoedereserve bevat 379.000. Een deel van deze middelen zijn nodig voor het uitvoeren van het Beleidsplan Bestaanszekerheid en Basisvaardigheden en de ombuiging op de collectieve ziektekostenverzekering van 120.000. Een deel van de reserve kan in 2025 en 2026 vrijvallen. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Incidenteel. Het is een reserve.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: De reserve wordt gebruikt om incidenteel zaken te betalen of investeringen te doen. De hele reserve meenemen in de ombuigingen betekent dat investeringen om méér resultaat te behalen, niet gedaan kunnen worden. Eén onderdeel daarvan is een investering om inwoners goed te kunnen laten overstappen bij het wegvallen van de collectieve ziektekostenverzekering (€ 10.000). Dat levert €120.000 besparing op als we het goed doen. Zonder de investering op ondersteunen bij het zoeken naar een andere verzekering neemt voor een heel aantal inwoners de kans op problematische schulden toe, waardoor de kosten op schuldhulpverlening zullen gaan stijgen. Ook voor de uitvoering van de andere speerpunten uit het beleidsplan zijn middelen nodig in de komende drie jaar.Concreet gaat het om de volgende plannen voor de Reserve Armoedebestrijding van maximaal 150k: 10k hulp bij overstappen, 21k doorontwikkelen IDO (Informatiepunt Digitale Overheid) naar algemeen fysiek inlooppunt, 21k deelname participatie van inwoners met laag inkomen en onvoldoende basisvaardigheden, uitwerken en uitvoeren Beleidsplan Bestaanszekerheid & Basisvaardigheden 2025-2030.
3. Op welke termijn? Toelichting:
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot x
Toelichting: Geen, zolang er niet meer dan de helft uit gaat. Als de hele reserve wordt meegenomen is de impact uiteindelijk aanzienlijk.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Neem maximaal €150.000 uit de armoedereserve voor besparing Neem dit voorstel gedeeltelijk over. Bespaar maximaal €150.000 uit de armoedereserve. Middelen die nodig blijven de komende jaren €10.000: hulp bij overstappen zorgverzekering Nu wordt jaarlijks €120.000 uitgegeven aan de collectieve ziektekostenverzekering. Voorstel is om deze regeling per 1 januari 2026 te stoppen (zie C5). Veel mensen zijn oververzekerd in de gemeentepolis, maar overstappen is lastig. Daarom is begeleiding nodig bij het kiezen van een andere passende verzekering. €21.000: doorontwikkeling fysiek Informatiepunt Digitale Overheid Verplichte voorziening die wordt doorontwikkeld naar een algemeen fysiek inlooppunt. Hiervoor is een geoormerkte bijdrage vanuit het Rijk beschikbaar. €21.000: participatie van inwoners met laag inkomen en beperkte basisvaardigheden Deze groep neemt vaak niet deel aan bijeenkomsten of inspraak. Vanuit Speerpunt 2 van het beleidsplan is extra inzet nodig om hen te bereiken en te betrekken. Daarvoor zijn tijdelijk extra middelen en nieuwe vormen van participatie nodig. €230.000: uitwerking van het beleidsplan in uitvoeringsplannen (5 jaar x €36.000 per jaar) Voor een goede uitvoering van het beleidsplan zijn middelen nodig voor het opstellen van tweejaarlijkse uitvoeringsplannen in de komende vijf jaar. Zoals staat in het beleidsplan.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.3
Participatie Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Kunnen de minimaregelingen worden versoberd om in 2025 en 2026 te besparen? Welke maatregelen zijn daarvoor nodig?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Voor 2025 kunnen er geen wijzigingen meer worden doorgevoerd in het minimabeleid. Vanaf 2026 zijn er wel verschillende scenario’s mogelijk om het beleid aan te passen.
OMBUIGING
Ombuiging:
C5
We stoppen met het minimabeleid, behalve voor de bijzondere bijstand.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 300.000
2027
2028
2029
600.000
600.000
600.000
Toelichting: Het volledig afschaffen van het minimabeleid (met uitzondering van de bijzondere bijstand, die wettelijk verplicht is) levert ongeveer € 600.000 op. Het scenario ‘ingrijpend’ levert een besparing van € 300.000 op. Let op: als de reserve Armoede (D7) volledig vervalt, vervalt ook de besparing van € 120.000 op de collectieve ziektekostenverzekering. Hiervoor is namelijk € 10.000 nodig, te financieren uit deze reserve. Scenario's vanaf 2026 ‘Pijnloze’ variant - Efficiëntieslag en herstellen regelingen. - Afschaffen collectieve ziektekostenverzekering. Opbrengst: € 150.000 Let op: de computerregeling blijft hierbij relatief ruim. ‘Lichte’ variant - Alles uit de ‘pijnloze’ variant. - De bijdrage voor de computerregeling van € 500 naar € 350 verlagen. Opbrengst: € 175.000 ‘Ingrijpende’ variant - Alles uit de ‘lichte’ variant. - Budget voor kinderen en jongeren halveren. - Budget voor volwassenen met 25% verlagen. - Individuele inkomenstoeslag halveren. Opbrengst: € 300.000 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel, omdat het minimabeleid voor langere tijd kan worden aangepast.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Grote gevolgen bij volledig stoppen of ingrijpende variant Het volledig afschaffen van het minimabeleid of kiezen voor de ingrijpende variant heeft grote gevolgen voor inwoners in een financieel kwetsbare situatie. Financieel, maar mogelijk ook het vertrouwen in de gemeente. Minder grote gevolgen bij de pijnloze en lichte variant De pijnloze en lichte varianten hebben ook gevolgen, maar deze zijn minder zwaar. We kunnen maatregelen nemen om de impact te verzachten. Mogelijke verzachtende maatregelen - Start een project om inwoners te helpen bij het kiezen van een nieuwe zorgverzekering. - Bied laptops aan via een refurbished aanbod, zodat inwoners ook met een lagere vergoeding geholpen zijn.
3. Op welke termijn? Toelichting: Met ingang van 1 juli 2026.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot X Toelichting: Groot op inwoners door wegvallen van ondersteuning. Met een groter risico op schulden. Minder op ondernemers en maatschappelijke partners.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot x Toelichting inhoudelijk: De uitvoering van het beleidsplan voor bestaanszekerheid en basisvaardigheden loopt vertraging op. De inzet gaat dan vooral naar het beperken van de gevolgen van deze bezuiniging.
Toelichting formatief: Als het volledige minimabeleid wegvalt, stopt daarmee feitelijk het hele beleidsveld bestaanszekerheid. Dit betekent dat er formatie vrijkomt. De ondernemingsraad (OR) moet hierover worden geïnformeerd.
6. Advies Toelichting: Lichte variant overnemen vanaf 2026 De lichte variant heeft ook gevolgen, maar deze zijn minder zwaar. We kunnen maatregelen nemen om de impact te verzachten. Ook heeft deze viariant geen gevolgen voor de formatie. Als dit niet genoeg oplevert of als de financiële situatie van de gemeente verder verslechtert, kan in het jaar daarna alsnog gekozen worden voor een zwaardere variant met meer impact op inwoners.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.3
Participatie Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging:
C15 We stellen een wachttijd in voor inkomensondersteuning.
Toelichting Geen.
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 -
2028 -
2029 -
Toelichting: De wet biedt geen ruimte om via extra wachttijd te besparen op bijstandsaanvragen of bijzondere bijstand. Aanpassingen zijn op dit punt niet toegestaan. Bijstandsuitkering Jongeren onder de 27 jaar hebben een verplichte zoekperiode van 4 weken. In die tijd moeten zij actief zoeken naar werk of opleiding. Pas daarna kunnen zij een bijstandsuitkering krijgen. Voor mensen van 27 jaar of ouder geldt deze regel niet. De gemeente moet hun aanvraag meteen behandelen. Bijzondere bijstand Voor bijzondere bijstand mag er geen zoekperiode worden opgelegd. Dit is wettelijk niet toegestaan. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting:
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting:
3. Op welke termijn? Toelichting:
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting:
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Wettelijk niet mogelijk.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.3
Participatie Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Hoe wordt de Wet sociale werkvoorzieningen (Wsw) gefinancierd?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) zijn gemeenten afhankelijk van geld van het Rijk. Sinds 2015 is in de Participatiewet vastgelegd dat deze rijksbijdrage elk jaar omlaag gaat. Dat komt vooral doordat de Wsw is gesloten voor nieuwe instroom. Hierdoor wordt de groep Wsw’ers ieder jaar kleiner. In de meicirculaire van 2024 is de rijksbijdrage voor de Wsw juist gestegen. Deze stijging was hoger dan verwacht. Dat kwam vooral door een hogere uitstroom van medewerkers uit de Wsw-doelgroep en door extra geld voor de infrastructuur.
OMBUIGING
Ombuiging:
C16 We realiseren een besparing binnen de Wet sociale Werkvoorzieningen (WSW).
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 -
2028 -
2029 -
Toelichting: De bijdrage die we ontvangen voor de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) zetten we volledig door naar IW4. Er is geen ruimte om hierop te besparen. Kritische beoordeling bij herindicaties Bij herindicaties wordt al kritisch gekeken: - Valt iemand nog onder de Wsw-doelgroep? - Is uitstroom mogelijk? - Hoe lang moet de indicatie gelden? Deze herindicaties worden uitgevoerd door het UWV. Langdurige indicaties steeds vaker de norm Ongeveer 80% tot 90% van de mensen krijgt een Wsw-indicatie voor beperkte duur. Toch blijkt uit cijfers van 2023 dat in 99% van de gevallen de indicatie bij herbeoordeling wordt verlengd. Daarom heeft het Rijk met het UWV afgesproken om het herindicatieproces eenvoudiger te maken. De staatssecretaris wil dat langdurige indicaties de norm worden. Dit vermindert onnodige herbeoordelingen. Buiten onze invloed We hebben hier als gemeente weinig invloed op. Veel mensen met een Wsw-indicatie blijven langdurig of blijvend afhankelijk van deze voorziening.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting:
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting:
3. Op welke termijn? Toelichting:
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting:
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Er is geen besparing mogelijk.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.3
Participatie Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Welke re-integratieactiviteiten kunnen we verminderen of stoppen?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Minder re-integratie kost uiteindelijk meer Verminderen of stoppen met re-integratieactiviteiten lijkt een besparing, maar kost op de lange termijn juist meer. Als je minder (passend) re-integratieaanbod hebt, blijven mensen langer in een uitkering. En dat is uiteindelijk duurder. Onderzoek naar trajecten met weinig uitstroom Wel kunnen we onderzoeken of het mogelijk is om te besparen op trajecten waar geen directe uitstroom (binnen 6 tot 12 maanden) mogelijk is. Het is op dit moment niet duidelijk welke trajecten dit precies zijn, maar waarschijnlijk vallen ook JopHulpMaatje en De Steiger hier onder. Investeren in loonkostensubsidie Het is goed om meer te investeren in loonkostensubsidie (LKS). Omdat de LKS het voor werkgevers aantrekkelijker maakt om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Daarnaast worden de kosten die we maken volledig vergoed, wel met een vertraging van één jaar. Daarvoor is wel extra inzet nodig: - Consulenten werk en inkomen kunnen hier actiever op sturen. - De gemeente kan zelf werkgevers benaderen. - Ook kunnen we het aanvraagproces beter uitleggen aan werkgevers. .
OMBUIGING
Ombuiging:
C17 We investeren meer in het re-integratie-instrument loonkostensubsidie (LKS).
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 3.021
2026 23.194
2027 20.173
2028 -
2029 -
Toelichting: Meer investeren in loonkostensubsidie (LKS) kan helpen om de uitgaven aan uitkeringen te verlagen. Als we uitgaan van 5 extra mensen met een LKS in 2026, besparen we ongeveer € 23.194. Wat is loonkostensubsidie (LKS)? Werkgevers kunnen loonkostensubsidie krijgen als zij iemand in dienst nemen met een arbeidsbeperking die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente valt. De subsidie compenseert de lagere productiviteit. De werkgever betaalt dan alleen loon voor het werk dat iemand echt kan doen. Besparing is afhankelijk van situatie De precieze besparing verschilt per situatie. Dit hangt af van: - De hoogte van de uitkering die iemand anders zou krijgen - De loonwaarde van de werknemer Als we uitgaan van 5 extra mensen met een LKS, besparen we ongeveer € 106.194 per jaar. Daar tegenover staan extra kosten voor de LKS van € 83.000. Planning en inzet in 2025 Omdat aansturen op meer inzet van LKS flink wat capaciteit kost, rekenen we voor 2025 met 2 extra LKS. Dit levert naar verwachting op jaarbasis een besparing op van € 19.605. Daarbij komen extra kosten voor de LKS van € 16.584. Na twee jaar lagere rijksbijdrage (BUIG) De besparing op uitkeringen leidt met vertraging van twee jaar tot een lagere BUIG-uitkering van het Rijk. De BUIG wordt namelijk berekend op basis van eerdere uitgaven en inkomsten van de gemeente. 1b.
Opbrengst in anders: Toelichting: Loonkostensubsidie draagt bij aan duurzame uitstroom uit de bijstand.
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Het effect van LKS op het BUIG-budget is incidenteel. Dit komt doordat het BUIG-budget grotendeels wordt bepaald op basis van historische gegevens. Als we een paar jaar achter elkaar minder bijstandsgerechtigden hebben, doordat er meer mensen met een LKS werken, dan daalt ons BUIG-budget. Met andere woorden: als de uitstroom naar werk stijgt, krijgen we op termijn minder geld van het Rijk voor bijstandsuitkeringen.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Onzeker hoeveel mensen in aanmerking komen Het is vooraf niet te zeggen voor hoeveel mensen loonkostensubsidie (LKS) echt passend is. Dit verschilt per persoon en situatie. Medewerking van werkgevers nodig Werkgevers moeten er voor openstaan. Zonder hun inzet werkt LKS niet. Besparing is tijdelijk, BUIG daalt later Als er minder mensen in de bijstand zitten, krijgen we na een paar jaar minder BUIG-budget van het Rijk. In de eerste jaren levert dit nog een besparing op, omdat de BUIG altijd achterloopt. Extra inzet of keuzes nodig in uitvoering Veenendaal kan extra geld vragen voor de uitvoering van LKS. Een andere optie is dat we zelf de extra aansturing op LKS oppakken. Dit vraagt wel om keuzes in taken en mogelijk extra inzet van personeel.
3. Op welke termijn? Toelichting: Vanaf 2025.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet
Redelijk X
Groot
Redelijk X
Groot
Toelichting: Inwoners krijgen een passende werkplek en ondernemers krijgen extra werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet
Toelichting inhoudelijk: Als we zelf kiezen om meer te sturen op het gebruik van loonkostensubsidie (LKS), vraagt dat extra tijd en inzet. Kiezen we ervoor om dit via de bestaande afspraken (DVO) te doen, dan zal Veenendaal hiervoor mogelijk aanvullend budget vragen.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Meer investeren in loonkostensubsidie (LKS) Bij lagere uitgaven aan bijstand volgt op termijn een lagere BUIG-uitkering van het Rijk.
EINDE FORMULIER
C17 Kosten extra LKS Besparing bijstand Baten BUIG SALDO +/+ = besparing
2025 -16.584 19.605
2026 -83.000 106.194
3.021
23.194
2027 -83.000 106.194 -3.021 20.173
2028 -83.000 106.194 -23.194 0
2029 -83.000 106.194 -23.194 0
2030 -83.000 106.194 -23.194 0
2031 -83.000 106.194 -23.194 0
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.3
Participatie Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Worden de budgetten van de Particaptiewet geïndexeerd?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Ja. Indexatie van de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitkeringen is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Als het minimumloon wordt geïndexeerd, stijgen deze uitkeringen mee.
OMBUIGING
Ombuiging:
C18 We indexeren de budgetten van de Participatiewet niet.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 -
2028 -
Toelichting: Dit is wettelijk niet mogelijk.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting:
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting:
3. Op welke termijn? Toelichting:
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting:
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Dit is wettelijk niet mogelijk.
EINDE FORMULIER
2029 -
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.1
Participatie Inkomensregelingen
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging: Toelichting
D6
We stoppen met het Jeugdfonds Sport & Cultuur.
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 25.000
2027 25.000
2028 25.000
2029 25.000
Toelichting: Als we vanaf 2026 stoppen met het Jeugdfonds Sport & Cultuur, kunnen we € 25.000 besparen. Voor 2025 is de subsidie al toegekend. Wat doet het fonds? Het Jeugdfonds Sport & Cultuur zorgt ervoor dat kinderen en jongeren uit gezinnen met weinig geld toch kunnen meedoen aan sport of creatieve activiteiten. Denk aan voetbal, muziekles, turnen, streetdance, judo of theaterles. Wat wordt vergoed? Het Jeugdfonds betaalt contributie of lesgeld. En in sommige gevallen ook spullen zoals sportkleding of dansschoenen. Geen besparing in 2025 Voor 2025 is de subsidie al aangevraagd en toegekend. Daarom is stoppen in dat jaar niet mogelijk. Een wijziging kan pas vanaf 2026 worden doorgevoerd. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel, omdat dit een jaarlijkse subsidie is die dan komt te vervallen.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting:
3. Op welke termijn? Toelichting: Met ingang van 2026.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet
Redelijk
Groot x
Toelichting: Als we stoppen kunnen 138 kinderen (op basis van het aantal aanvragen vorig jaar) niet meer meedoen aan zwemles, sport of culturele activiteiten. Dit heeft gevolgen voor hun gezondheid en vergroot de kans op achterstanden. Ook neemt de zwemveiligheid van deze kinderen af.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Niet doorvoeren Het stopzetten van de subsidie betekent dat 138 kinderen niet meer kunnen meedoen aan sport, cultuur of zwemles. Dit vergroot de gezondheidsachterstanden en vermindert de zwemveiligheid. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur draagt bij aan gelijke kansen voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen.
EINDE FORMULIER
4h. Sociale basisvoorzieningen
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
7.1
Sociale basisvoorzieningen Volksgezondheid
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Welke mogelijkheden hebben we om het maatwerkbudget van de GGDrU te verlagen m.i.v. 2026?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging:
C8
Is er een besparing te realiseren op (het maatwerk van) de GGDrU? Zo ja, welk bedrag?
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 20.278
2026 19.222
2027 19.222
2028 19.222
2029 19.222
Toelichting: In 2025 bezuinigen we al op het lokaal maatwerk door de GGDrU. Het college heeft dit in februari 2025 besloten (zie collegevoorstel Vaststellen samenwerkingsovereenkomst GGDrU lokaal maatwerk 2025): - De kosten voor Stevig Ouderschap van € 12.518 te financieren uit het incidentele budget GALA. - De kosten voor Nu Niet Zwanger van € 3.690 te financieren uit het incidentele budget GALA. - De kosten voor Versterking kennis en adviesfunctie GGDrU van € 2.967 te financieren uit het incidentele budget GALA. - De kosten voor gezondheidsbevordering statushouders van € 1.103 te financieren uit het incidentele budget GALA. Daarnaast is Coördinatie weerbaarheidslessen op scholen gestopt per 1-8-2024. Hiermee besparen we € 4.061. In 2025 is de coördinatie van weerbaarheidslessen stopgezet à 4.061. Deze taak is tijdig opgezegd en daarmee niet begroot voor 2025. De incidentele financiering uit GALA voor 2025 betekent dat we besparen op de reguliere budgetten voor de GGDrU. De kosten voor Stevig Ouderschap à €12.518, Nu Niet Zwanger à €3.690, versterking kennis- en adviesfunctie GGD à €2.967 en gezondheidsbevordering statushouders à €1.103 komen niet ten laste van de reguliere budgetten voor jeugdzorg en publieke gezondheid. Hiermee realiseren we een besparing op de reguliere budgetten van €20.278.