CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Achterberg West fase 2

Raadsvergadering 10 december 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen Bestemmingsplan Achterberg West fase 216.792 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen bestemmingsplan “Achterberg West fase 2” Inhoud 1.

Inleiding.................................................................................................................. 2

1.1

Status Nota van zienswijzen................................................................................... 2

1.2

Leeswijzer ........................................................................................................... 2

1.3

Procedure bestemmingsplan .................................................................................. 2

1.4

Ingekomen zienswijzen ......................................................................................... 3

2.

Zienswijzen ............................................................................................................. 4

2.1

Inleiding .............................................................................................................. 4

2.2

Zienswijzen.......................................................................................................... 5

2.2.1

Zienswijze 1 ..................................................................................................... 5

2.2.2 Zienswijze 2.......................................................................................................... 5 2.2.3 Zienswijze 3.......................................................................................................... 6 2.2.4. Zienswijze 4....................................................................................................... 11 2.2.5. Zienswijze 5....................................................................................................... 15 2.2.6 Zienswijze 6........................................................................................................ 20 2.2.7 Zienswijze 7........................................................................................................ 22 2.2.8 Zienswijze 8........................................................................................................ 24 2.2.9 Zienswijze 9........................................................................................................ 27 2.2.10 Zienswijze 10 .................................................................................................... 32 2.2.11 Zienswijze 11 .................................................................................................... 35 2.2.12 Zienswijze 12 ....................................................................................................

38 2.2.13 Zienswijze 13 .................................................................................................... 43 3.

Overzicht wijzigingen .............................................................................................. 46

3.1

Wijzigingen naar aanleiding van beantwoording zienswijzen ......................................... 46

3.2

Ambtshalve wijzigingen ........................................................................................... 46

1.

Inleiding

1.1 Status Nota van zienswijzen De voorliggende nota van zienswijzen behoort bij het bestemmingsplan en maakt als bijlage onderdeel uit van het bestemmingsplan “Achterberg West fase 2” met identificatienummer NL.IMRO.0340.BPAchterbergW2-VA01. 1.2 Leeswijzer Deze nota bestaat uit drie hoofdstukken. Hoofdstuk 1 beschrijft de procedure van het bestemmingsplan en bevat een overzicht van de ingediende zienswijzen. In hoofdstuk 2 volgt een samenvatting van de zienswijzen met een gemeentelijk reactie en een conclusie. Telkens wordt aangegeven of de zienswijze wel of niet gegrond is en of deze leidt tot een aanpassing in het bestemmingsplan. Als de zienswijze (deels) gegrond, is, wordt bovendien aangegeven op welke wijze deze leidt tot een eventuele aanpassing van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen uiteengezet die het gevolg zijn van voortschrijdend inzicht en losstaan van de ingediende zienswijzen. De nota biedt hiermee een volledig overzicht van door te voeren /doorgevoerde wijzigingen in het vast te stellen plan. 1.3 Procedure bestemmingsplan Het bestemmingsplan krijgt rechtskracht nadat de procedures zoals voorgeschreven in de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de gemeentelijke inspraakverordening zijn doorlopen. Tot de inwerkingtreding worden (of zijn) de volgende stappen doorlopen: •

Vooroverleg (voor)ontwerpbestemmingsplan Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro het plan voorgelegd aan de provincie Utrecht, het Waterschap Vallei en Veluwe, de Veiligheidsregio Utrecht, de Gasunie en Vitens, met het verzoek om binnen een periode van vier weken een reactie geven. Binnen deze periode is een reactie ontvangen van de Veiligheidsregio Utrecht, de provincie Utrecht en de GGD regio Utrecht. In paragraaf 3.2 Ambtshalve wijzigingen geven we aan op welke wijze het plan naar aanleiding van deze vooroverlegreacties is gewijzigd.

•

Ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Achterberg West fase 2” met identificatienummer NL.IMRO.0340.BPAchterbergW2-ON01, heeft vanaf donderdag 28 december 2023 tot en met woensdag 7 februari 2024 voor iedereen ter inzage gelegen. Het plan kon digitaal worden geraadpleegd via de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Ook lag het plan ter inzage in het Huis van de Gemeente Rhenen, Nieuwe Veenendaalseweg 75 te Rhenen.

•

Gemeenteraad van 10 december 2024 Aan de gemeenteraad is voorgesteld het bestemmingsplan op 10 december 2024 gewijzigd vast te stellen, inclusief de reacties op de naar voren gebrachte zienswijzen. De provincie heeft voordat de beroepstermijn ingaat, de mogelijkheid om een reactieve aanwijzing te geven.

•

Mogelijkheid tot beroep bij de Raad van State Tijdens de tervisielegging van het vastgestelde bestemmingsplan hebben belanghebbenden en eenieder die een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan, de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Na afloop van de beroepstermijn treedt het bestemmingsplan in werking, met uitzondering van gevallen waarbij een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dat geval wordt de werking van het bestemmingsplan opgeschort totdat op het verzoek is beslist.

Als het bestemmingsplan in werking treedt, maakt het vanaf dat moment onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Rhenen. Als geen beroep ingesteld wordt, is het bestemmingsplan na het verstrijken van de beroepstermijn ook direct onherroepelijk. Wordt er wel beroep ingesteld, dan wordt het bestemmingsplan pas onherroepelijk als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak heeft gedaan. In de tussentijd kan er, behoudens het geval dat het bestemmingsplan is geschorst, wel getoetst worden aan het vastgestelde bestemmingsplan en kunnen er vergunningen worden verleend. 1.4 Ingekomen zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft in de periode van donderdag 28 december 2023 tot en met woensdag 7 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 13 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 samengevat met aansluitend de beantwoording van de gemeente.

2.

Zienswijzen

2.1

Inleiding

Wet bescherming persoonsgegevens Om te voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens zijn in dit raadsbesluit en de bijlagen, alle namen en adressen van personen weggehaald. Dit weglaten van de NAW-gegevens van reclamanten van zienswijzen, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen zijn. Dit geldt niet voor ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv) en voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure. De NAW-gegevens van de reclamanten zijn wel bekend bij de gemeente. Uitzondering hierop geldt als een goede beantwoording van de zienswijze niet kan zonder duiding van een bepaalde locatie. Hieronder een overzicht van de ingediende zienswijzen, met datum van ontvangst en adres van de reclamant. Persoonlijke gegevens worden niet openbaar gemaakt, enkel adressen in verband met de relevantie voor de inhoud van de zienswijze. Ingekomen datum

Adres

Plaats

1

16 januari 2024

Diverse adressen Bovenweg

Rhenen

2

24 januari 2024

Rhenen

3

1 februari 2024

Rhenen

4

2 februari 2024

Rhenen

5

6 februari 2024

6

7 februari 2024

Rhenen

7

7 februari 2024

Rhenen

8

7 februari 2024

Rhenen

9

7 februari 2024

Rhenen

10

7 februari 2024

Rhenen

11

7 februari 2024

Rhenen

12

7 februari 2024

Rhenen

13

7 februari 2024

Rhenen

Diverse adressen Grote Akker en Bovenweg

Rhenen

2.2 Zienswijzen Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en per zienswijze de beantwoording. 2.2.1 Zienswijze 1 Zienswijze 1.1 Uitweg-Bovenweg geen geschikte ontsluiting De nieuwe woonwijk die het bestemmingsplan mogelijk maakt wordt op twee manieren ontsloten. De ontsluiting via de Uitweg-Bovenweg is vanwege de geringe breedte ongeschikt voor ontsluiting voor auto's en vrachtverkeer. Er wordt verzocht om een zogenoemde knip in de Bovenweg nabij nummer 26 aan te brengen, zodat doorgaand verkeer, met uitzondering van fietser en voetgangers, niet meer mogelijk is.

2.2.2 Zienswijze 2 Zienswijze 2.1 De plannen zijn onduidelijk Er is te weinig informatie beschikbaar om een goed oordeel te kunnen vormen.

Antwoord gemeente In paragraaf “4.14 Verkeer/ parkeren” van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is gemotiveerd toegelicht dat de Cuneraweg de volledige toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling van Achterberg West fase 2 aan kan. Er is echter niet aangetoond dat alle verkeer daadwerkelijk via de Cuneraweg zal verlopen. Het is inderdaad, zoals reclamanten aangeven, aannemelijk dat een deel van het verkeer van en naar de woonwijk via de Uitweg-Bovenweg zal verlopen. Er is naar aanleiding van de zienswijze onderzocht wat de verwachte toename van het verkeer op de Uitweg-Bovenweg is als gevolg van de realisatie van AchterbergWest fase 2 en hoe deze toename zich verhoudt tot de capaciteit van deze weg. Zie hiervoor bijlage 16 bij de toelichting van het bestemmingsplan. De conclusie van dit rapport is dat aanpassing van de omliggende wegen niet noodzakelijk is.

Conclusie De suggestie om een knip aan te brengen in de Bovenweg wordt niet overgenomen. Wel is paragraaf 4.14 van de toelichting aangevuld naar aanleiding van de conclusies uit de memo in bijlage 16 van de toelichting. Deze bijlage is toegevoegd aan de toelichting.

De realisatie van Achterberg West fase 2 is dan ook mogelijk zonder het aanbrengen van de door reclamanten gevraagde afsluiting van de Bovenweg voor doorgaand autoverkeer.

Antwoord gemeente Het bestemmingsplan heeft, samen met alle bijbehorende stukken zoals een landschapsplan, 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. Hetzelfde geldt voor het beeldkwaliteitsplan. De stukken waren zowel digitaal als fysiek op het gemeentehuis in te zien. Hiermee is de voor bestemmingsplannen vereiste procedure doorlopen. De stukken geven een duidelijk en gedetailleerd beeld van de nieuw te bouwen woonwijk Achterberg West fase 2 en de ruimtelijke gevolgen daarvan. Wij delen de visie van reclamant dan ook niet.

Conclusie Geen wijzigingen

2.2 Het participatieproces niet goed verlopen De ontwikkelaar is de gemaakte afspraken niet nagekomen.

De gemeente Rhenen hecht waarde aan een zorgvuldig participatieproces. In dit geval is op diverse momenten contact geweest tussen ontwikkelaar en omwonenden. Deze gesprekken hebben aantoonbaar geleid tot aanpassingen in het ontwerp, om zo waar mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van omwonenden. Deze aanpassingen zijn gedeeld met deze omwonenden, voordat het bestemmingsplan ter vaststelling aan de raad is aangeboden. Er is daarom in onze ogen sprake van een zorgvuldig participatieproces.

Geen wijzigingen

2.3 Gebruik pad achter de woning Dit pad zou afgesloten zou blijven, zoals nu het geval is. In het huidige ontwerp is er echter toch verkeer mogelijk tussen Achterberg West fase 2 en de supermarkt aan het Schoneveld.

In het ontwerpbestemmingsplan, evenals het vast te stellen bestemmingsplan, is geen verkeersverbinding (bestemming ‘verkeer’) aanwezig tussen het plangebied en de zuidzijde van de parkeerplaats van winkelcentrum Nieuw-Schoneveld. Een voetpad is wel mogelijk binnen de bestemming ‘Groen’. Een voetpad op deze locatie is veilig en er is geen aanleiding om dusdanige overlast te verwachten, dat er sprake zou zijn van een onevenredige inbreuk op de woonkwaliteit voor de reclamanten.

Geen wijzigingen

2.2.3 Zienswijze 3 Zienswijze 3.1 Ziekte door geitenhouderij Uit onderzoek uit onder andere 2011 en 2016 blijkt dat de nabijheid van een geitenhouderij mogelijk negatieve gezondheidseffecten heeft voor omwonenden. De toelichting op het ontwerpbestemmingsplan voorzien niet in een onderbouwing dat een nieuwe woonwijk mogelijk is op zo’n geringe afstand (50 – 200 m) tot een geitenhouderij.

Reclamant lijkt in zijn zienswijze ook te wijzen op eventuele afspraken over het gebruik van dit pad. Uit de aangeleverde stukken bij de zienswijze blijkt echter niet dat er afspraken zijn tussen de gemeente of projectontwikkelaar en de reclamant over het gesloten blijven van het pad.

Antwoord gemeente De raad heeft zich rekenschap gegeven van de inzichten op het gebied van gezondheid en veehouderijen. Daarbij heeft de raad ook vastgesteld dat er op dit moment geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten zijn over de oorzaak van gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen/ geitenhouderijen. Er is weliswaar een verhoogde kans op longontsteking bij mensen die woonachtig zijn in de omgeving van geitenhouderijen, maar er bestaat nog geen duidelijkheid over de oorzaak daarvan. Verder heeft de raad vastgesteld dat bij de verspreiding van fijnstof (inclusief endotoxinen, ammoniak en micro-organismen) en geur de windrichting een belangrijke rol speelt. In Nederland komt de wind vaak uit het zuidwesten. Met zuidwestenwind gaat de verspreiding van de emissies van de veehouderij/

Conclusie De formulering uit de beantwoording van deze zienswijze is opgenomen in paragraaf 4.4 van de toelichting op het bestemmingsplan.

geitenhouderij niet richting de nieuwe woonwijk Achterberg west, maar juist de andere kant op. Er is in de gemeente Rhenen een zwaarwegende, maatschappelijke en urgente behoefte aan nieuwe woningen. Woningbouwlocaties van deze omvang zijn in de gemeente Rhenen zeer schaars. Om in Rhenen aan de taakstelling met betrekking tot woningbouw te voldoen, is het project Achterberg-West fase 2 onmisbaar. Verder is de agrarische sector in Rhenen een van oudsher belangrijke sector. Rhenen is een veedicht gebied. Gelet daarop is het feitelijk onmogelijk om bij nieuwe woningbouw steeds de meeste strenge voorzorgsrichtlijnen in acht te nemen. Om de hiervoor genoemde redenen heeft de raad besloten dat het urgente maatschappelijke belang van nieuwe woningbouw op deze locatie voorrang dient te krijgen, ondanks de aanwezigheid van de nabijgelegen veehouderijen en geitenhouderij. Daarbij hecht de raad eraan dat de bewoners van de nieuwe woonwijk te informeren over de nabijheid van deze bedrijven, zodat toekomstige bewoners een bewuste keuze maken voor hun mogelijke nieuwe woning. Alles afwegend besluit de raad dat de woningbouwontwikkeling in Achterberg West past binnen een goede ruimtelijke ordening. 3.2 Richtafstanden Het perceel aan de Cuneraweg 243 wordt deels buiten het plangebied gelaten. Aan de betreffende gronden is de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend.

Dit zal bij vaststelling van het bestemmingsplan Achterberg West fase 2 niet veranderen, terwijl aan omliggende gronden een woonbestemming wordt toegekend. De richtafstand van 30 meter voor bedrijven toto

De bedrijfsbebouwing aan de Cuneraweg 243 is opgekocht door ontwikkelaar en zal worden gesloopt. De bedrijfsbebouwing maakte al onderdeel uit van het ontwerpbestemmingsplan Achterberg West fase 2 en is ook opgenomen in het plangebied van het vast te stellen bestemmingsplan. De bedrijfsbebouwing zal worden vervangen door een groenstrook en een woning. Nu het bedrijf is beëindigd, zal ook de bijbehorende bedrijfswoning niet meer ten behoeve van ‘Bedrijf’ worden gebruikt. De voormalige bedrijfswoning is per abuis buiten het plangebied gelaten. Deze wordt alsnog toegevoegd in het vast te stellen bestemmingsplan en zal daarin een woonbestemming krijgen.

De bedrijfswoning en bijbehorende gronden zijn opgenomen in het plangebied; deze krijgen daarin een woonbestemming. Van een conflict met de omliggende functies is daarmee geen sprake meer.

gevoelige functies wordt daarbij niet gerespecteerd. 3.3 Gebrek in verkeersonderzoek Er is geen verkeersonderzoek gedaan. De negatieve gevolgen van de toename van het aantal verkeersbewegingen voor de bewoners aan de Cuneraweg zijn aanzienlijk.

In de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan is wel degelijk onderzoek gedaan naar de verkeersgevolgen van het plan, dit is omschreven in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Toch is naar aanleiding van de zienswijzen geconstateerd dat de onderbouwing op dit onderdeel verbeterd kon worden. Daarom is bijlage 16 toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. Omdat niet al het verkeer over de Cuneraweg zal rijden, maar ook deels via de Uitweg-Bovenweg, is de toelichting ook op dit punt enigszins bijgesteld. Dit neemt echter niet weg dat de conclusie, namelijk dat de toename van het aantal verkeersbewegingen probleemloos kan worden opgevangen door de bestaande infrastructuur, overeind blijft. Reclamant stelt dat dit niet het geval is, maar heeft zijn standpunt niet onderbouwd.

Geen wijzigingen. Wel is de tekst van paragraaf 4.14 aangepast naar aanleiding van de bevindingen uit de memo (bijlage 16) en de wijziging van het aantal te bouwen woningen.

Gekoppeld aan de bouw van de woonwijk Achterberg-West fase 2 wordt een voetpad aangelegd langs de Cuneraweg. Dit voetpad zal de verkeersveiligheid vergroten, aangezien voetgangers en het overige verkeer fysiek van elkaar zullen worden gescheiden. 3.4 Geurcirkel De conclusie uit de toelichting dat ondanks de aanwezigheid van veehouderijen in de directe nabijheid van het plangebied kan worden voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt in twijfel getrokken.

Volgens de handreiking bij de Wgv moet bij een toets omgekeerde werking (dus bij het planologisch mogelijk maken van geurgevoelige objecten nabij veehouderijen) uit worden gegaan van de vergunde of gemelde dieraantallen en stalsystemen. Dit is toegelicht in paragraaf 2.3 van de geurgebiedsvisie (bijlage 2 bij de toelichting op het vast te stellen bestemmingsplan). Voor alle veehouderijen zijn de milieudossiers opgevraagd en zijn de vergunde of gemelde dieraantallen en stalsystemen nauwkeurig toegepast.

Geen wijzigingen

3.5 Ontgronding Onduidelijk is of een bouwput wordt aangelegd, of er vergunningplichtige

Op het moment van schrijven van deze nota van zienswijzen is het nog niet duidelijk hoe de bouwfase er precies uit zal zien. Dit wordt duidelijk zodra de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt voorbereid en een aannemer wordt aangetrokken.

Geen wijzigingen

werkzaamheden worden uitgevoerd en wat de risico’s zijn voor omliggende percelen.

Reclamant kan hier te zijner tijd kennis van nemen door de publicatie van de omgevingsvergunning. Eventuele schade of andere risico's uit de bouwfase zijn geen onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan. Het is geen ruimtelijk aspect dat bij de beoordeling van een bestemmingsplan wordt betrokken.

3.6 Uitvoerbaarheid is niet aangetoond Uit de toelichting op het bestemmingsplan blijkt dat nader onderzoek nodig is met betrekking tot trillingen. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting voor nader onderzoek opgenomen, maar dit onderzoek moet voor vaststelling van het bestemmingsplan plaatsvinden.

Na ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is nader onderzoek gedaan naar het aspect ‘trilling’. Uit dit onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan de waarden voor woningen, zoals opgenomen in de Richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006. Voor wat betreft het aspect trillingen voldoet het bestemmingsplan aan de eisen van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.

Het trillingsonderzoek is als bijlage 9 bij de toelichting op het bestemmingsplan gevoegd. De tekst in paragraaf 4.8 van de toelichting is aangepast naar aanleiding van de conclusies uit het trillingsonderzoek. De voorwaardelijke verplichting m.b.t. trillingsonderzoek, opgenomen in artikel 5.7 van het ontwerpbestemmingsplan, komt daarmee ook te vervallen.

3.7 Flora en fauna Anders dan in de quickscan flora en fauna wordt gesteld, is de steenuil, net als de bos- en de kerkuil, wel degelijk in het plangebied aanwezig.

Ter beantwoording van dit zienswijzeonderdeel wordt verwezen naar de reactie onder 12.6.

Geen wijzigingen

3.8 Klimaatadaptatie Reclamant verwacht dat onevenredige hittestress kan optreden op belendende percelen.

Hittestress In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is weinig aandacht besteed aan het onderwerp hittestress. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt de toelichting aangevuld met de volgende overwegingen:

In de toelichting wordt aan paragraaf 4.15 een alinea toegevoegd over hittestress, waarin de hier genoemde overwegingen worden aangehaald.

Door de bouw van 108 woningen is de kans op een toename van hittestress aanwezig. Toch is de te verwachte toename van hittestress beperkt. Dit komt doordat er in de huidige situatie voornamelijk sprake is van grasland, een

ruimtegebruik waar weinig verkoelende werking van uitgaat. Om deze reden is het plangebied op dit moment al niet aangewezen als koele plek in de Klimaateffectatlas. Bomen, en in mindere mate bosschages in openbaar groen, hebben een veel groter koelend effect dan grasland. Doordat in het plan een ruime hoeveelheid bomen en openbaar groen is opgenomen, is de verwachte toename van hittestress beperkt. Deze verwachting blijft van toepassing, ook als een deel van de bestemming Groen wordt ingevuld met voetpaden. Er is geen aanleiding om onevenredige hittestress te verwachten op de directe omgeving van het plangebied. Voor de nieuwe woningen binnen het plangebied geldt bovendien dat deze bestendig moeten zijn tegen hittestress op basis van de BENG-eisen, van toepassing op de bouwvergunning.

Reclamant verwacht wateroverlast en verdroging met schade aan belendende woningen.

In de watertoets is onvoldoende rekening gehouden met klimaatverandering (hevigere buien), bovendien zijn de maatregelen om wateroverlast te

Wateroverlast Het hemelwater wat valt binnen de plangrenzen zal worden opgevangen in waterbergingsvoorzieningen binnen het plangebied. Er is voorzien in 78 mm waterberging voor de nieuwe verharde oppervlakken. Hiervoor worden binnen het plangebied greppels en wadi’s gerealiseerd. Wanneer de waterbergingsvoorzieningen volledig gevuld zijn, wordt overtollig water afgevoerd naar watergangen in de omgeving. Deze watergangen hebben voldoende afvoercapaciteit, waardoor dit niet tot overlast leidt in het omliggende gebied. De afvoer zal zo worden ingesteld, dat alleen bij een GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) of hoger grondwater afgevoerd wordt. Het plangebied wordt voldoende hoog gerealiseerd, waardoor voldoende ruimte tot de grondwaterstand aanwezig is en het grondwater dus niet weggepompt hoeft te worden. Alle maatregelen tezamen resulteren erin dat het plan niet zal zorgen voor substantiële verdroging of vernatting van omliggende gebieden. Er is dan ook geen aanleiding om schade door vernatting of verdroging te verwachten. Watertoets In het ontwerpbestemmingsplan werd uitgegaan van de klimaatanalyse die gemeente Rhenen in 2018 heeft uitgevoerd. In het bestemmingsplan ter vaststelling wordt uitgegaan van Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe, omdat deze informatie actueler is. Hier wordt uitgegaan van een bui van 140 mm in 2 uur. Deze bui komt

beperken niet vastgelegd in de planregels.

in het huidige klimaat eens in de 1000 jaar voor, en in 2050 ongeveer 2 keer zo vaak. Er is daarmee voldoende rekening gehouden met klimaatverandering. Uit beide berekeningen blijkt dat binnen het plangebied enkel regenwater opgevangen moet worden, wat binnen de plangrenzen valt. De regenwatervoorzieningen binnen het plangebied zijn voldoende om het regenwater te bergen en indien nodig af te voeren. Ook de watergangen waar het plangebied op afvoert hebben voldoende capaciteit. Daardoor zorgt het plan niet voor een toename van wateroverlast op omliggende locaties. De reeds genoemde maatregelen, die reclamant noemt, zijn genomen in reactie op de hemelwateroverlast op locaties buiten het plangebied door regenwater wat valt elders buiten het plangebied. Er is dus geen relatie tussen deze maatregelen en onderhavig plan. Doordat de watertoets onderdeel is van de toelichting van het bestemmingsplan, is voldoende geborgd dat er voldoende waterbergingscapaciteit wordt gerealiseerd in het plangebied om wateroverlast te voorkomen.

2.2.4. Zienswijze 4 Zienswijze 4.1 Bouwhoogte, uitzicht en groene buffer De bouwhoogte van de woningen direct achter de woning van reclamant is te hoog. Een toegezegde groene buffer ontbreekt in het plan. Privacy, rust en uitzicht van reclamant verdwijnen door de bouw van deze wijk.

Antwoord gemeente De privacy en rust in de achtertuin van reclamant worden niet dusdanig aangetast, dat er sprake zou zijn van een onevenredige inbreuk op de woonkwaliteit. Dit komt met name door de afstand tussen tot de nieuwe woningen. Tussen de woning van de reclamant en de woningen in het plangebied ten zuiden hiervan is een afstand opgenomen van 31 meter. 20 meter hiervan ligt op perceel van reclamant, 11 meter ligt op het perceel van de nieuwe woningen. Deze ruimte heeft de bestemming ‘wonen’ en kan dus gebruikt worden als tuin, voor bijgebouwen en erfafscheidingen. Reclamant kan indien gewenst de eigen tuin zo inrichten, dat er geen zicht is vanuit de nieuwe woningen op de woonkamer. Er is dus geen noodzaak voor een groene buffer achter de tuin van reclamant. Het uitzicht vanuit de woning van reclamant zal inderdaad wijzigen door uitvoering van het bestemmingsplan. Dit weegt de gemeenteraad ook mee bij de beoordeling

Conclusie Geen wijzigingen

van ruimtelijke ontwikkelingen. In het onderhavige geval kent de raad een zwaarder gewicht toe aan het belang om te voorzien in een woningbehoefte. 4.2 Flora en fauna Het feit dat geen nestplaatsen van bepaalde diersoorten zijn aangetroffen betekent deze soorten niet in het gebied aanwezig zijn. In het plangebied komen wel degelijk vleermuizen, steenuilen, groene spechten, buizerds, sperwers, konijnen, hazen, hagedissen, kikkers, huismussen, marterachtigen en ooievaars voor.

Voor de door reclamant opgesomde diersoorten wordt, voor zover het gaat om beschermde soorten, in de bij het vast te stellen bestemmingsplan behorende Quickscan natuurwaardenonderzoek aangetoond dat het plangebied voor deze soorten niet geschikt wordt geacht als rust- of voortplantingsplaats voor deze soorten en/of dat deze soorten niet zijn waargenomen. Hierdoor staan deze soorten de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling niet in de weg.

Geen wijzigingen

Het ooievaarsnest op de aanwezige ooievaarspaal is jaarrond beschermd. Voor de verplaatsing daarvan wordt dan ook een omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit aangevraagd. Over deze aanvraag en een mogelijke nieuwe locatie, gelegen in het plangebied, is vooroverleg met de provincie gevoerd. Hieruit blijkt dat het aannemelijk is dat de benodigde omgevingsvergunning kan worden verleend. Voor wat betreft de aanwezigheid van steenuilen en huismussen: zie antwoord 12.7 Voor wat betreft de aanwezigheid van vleermuizen: zie antwoord 12.8

4.3 Waterhuishouding Reclamant verzoekt om het aanleggen van een wadi achter de eigen woning. Uit onderzoek zou blijken dat dit niet de meest geschikte locatie zou zijn. Reclamant zou dit onderzoek graag inzien. Reclamant betwijfelt of gedegen veldonderzoek heeft plaatsgevonden. Reclamant heeft slechts plaatsing van een peilbuis voor een korte termijn waargenomen. Dit kan geen betrouwbare data opleveren.

Op basis van stedenbouwkundige uitgangspunten is er geen wadi achter de woningen ontworpen, wateronderzoek heeft hier geen bepalende rol in gespeeld. Verplaatsing van de waterberging vraagt om een ingrijpende herschikking van het ontwerp en reclamant maakt niet duidelijk op welke wijze dit voordelig zou zijn. Wij zien dan ook geen aanleiding om de locatie van de waterberging aan te passen. Voor de bepaling van de grondwaterstand zijn peilbuizen uit de omgeving gebruikt die over een langere periode de grondwaterstand monitoren en daardoor een betrouwbaarder beeld geven dan een peilbuis die maar een korte periode meet. Deze peilbuis is waarschijnlijk gebruikt voor de meting van de kwaliteit van het grondwater. De buis wordt dan weleens achtergelaten, zodat later nog een nieuw monster genomen kan worden. Deze peilbuis is dan ook niet gebruikt in de bepaling van de grondwaterstand. De nieuwe wijk wordt afgekoppeld. Dit betekent dat alleen het vuilwater van de woningen wordt afgevoerd naar de riolering waar de woning van reclamant ook op

Geen wijzigingen

De capaciteit van de riolering is in de huidige situatie ontoereikend om hevige regenval op te vangen. Door de ontwikkeling van Achterberg-West fase 2 zal dit probleem alleen maar groter worden.

4.4 Verkeersveiligheid De snelheid op de Cuneraweg ligt te hoog. Gevraagd wordt om verkeersremmende maatregelen.

aangesloten is. Hemelwater wordt afgevoerd via een separaat systeem van watergangen. Er is dus geen verandering in de piekafvoer in het vuilwaterriool, die ontstaat door hevige neerslag. Dit betekent dat de overlast als gevolg van hevige neerslag niet groter zal zijn. Wanneer de waterbergingsvoorzieningen vol zijn, wordt overtollig regenwater afgevoerd via watergangen in de omgeving. Deze watergangen hebben hiervoor voldoende capaciteit. Op deze wijze is voorzien in extreme buien of aanhoudende neerslag. De afvoer zal zo worden ingesteld, dat alleen bij een GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) of hoger grondwater afgevoerd wordt. Het plangebied wordt voldoende hoog gerealiseerd, waardoor voldoende ruimte tot de grondwaterstand aanwezig is en het grondwater dus niet weggepompt hoeft te worden. Alle maatregelen tezamen resulteren erin dat het plan niet zal zorgen voor substantiële verdroging of vernatting van omliggende gebieden. Verkeersremmende maatregelen op de Cuneraweg zijn niet noodzakelijk. In de verkeersveiligheidsmonitor SPV van de provincie Utrecht is inderdaad sprake van een ‘ongeloofwaardige 30km-weg’, desondanks wordt aan de Cuneraweg een laag risicoprofiel toegekend.

Omdat de verwachte toename van verkeersbewegingen op de Cuneraweg door onderhavig plan ruim binnen de marges van de wegcapaciteit valt, mag verwacht worden dat het ongevalsrisico niet of nauwelijks zal toenemen. Feit dat de huidige Cuneraweg volstaat voor de verkeersveiligheid, betekent niet dat de gemeente geen aandacht heeft voor de ‘ongeloofwaardige 30km-weg’. Bij een toekomstige herinrichting van deze weg behoren verkeersremmende maatregelen tot de mogelijkheden. Dit valt echter buiten de scope van onderhavig bestemmingsplan. Gekoppeld aan de bouw van de woonwijk Achterberg-West fase 2 wordt, zoals reclamant al aangeeft, op termijn een voetpad aangelegd. Ook dit zal onderdeel van de herinrichting van de Cuneraweg zijn. Hoewel dit op zichzelf geen verkeersremmende maatregel is, zal dit voetpad wel degelijk de verkeersveiligheid vergroten, aangezien voetgangers en het overige verkeer fysiek van elkaar zullen worden gescheiden.

Geen wijzigingen

4.5 Stikstof Het plangebied ligt dichtbij Natura 2000-gebied Binnenveld, terwijl in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan alleen Natura 2000-gebied Rijntakken wordt vermeld. Beide Natura 2000-gebieden zijn al overbelast. Reclamant twijfelt aan de kwaliteit van de uitgevoerde AERIUSberekeningen.

Om de verwachte stikstofdepositie als gevolg van deze ruimtelijke ontwikkeling te beoordelen is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Deze berekening is terug te vinden in bijlage 16 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Hieruit volgt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura2000-gebieden.

Aan het bestemmingsplan zijn geactualiseerde AERIUSberekeningen toegevoegd (zie bijlage 14).

De AERIUS-calculator berekent of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op alle omliggende Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 kilometer rondom het plangebied. Als de depositie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar dan wordt in de rekenresultaten niet weergegeven op welke Natura 2000-gebieden gerekend is. Maar het gebied Binnenveld is hierbij zeker ook berekend. Zie ook onze reactie onder 9.6. Hieruit blijkt dat bij de uitgevoerde AERIUSberekening, zoals deze ter inzage is gelegd, inderdaad zeer behoudende data zijn ingevoerd. Inmiddels zijn de stikstofberekeningen aangepast, waarbij wordt uitgegaan van meer realistische stikstofuitstoot gebaseerd op kengetallen van de Rijksoverheid.

4.6 Gezondheid Gemeente maakt de verkeerde afweging door gezondheidsrisico’s van de geitenhouderij te negeren.

Ter beantwoording van dit zienswijzeonderdeel wordt verwezen naar de reactie onder 3.1.

De formulering uit de beantwoording van deze zienswijze wordt opgenomen in paragraaf 4.4 van de toelichting op het bestemmingsplan.

4.7 Gronden Afspraken bij de aankoop van de boerderij Bovenweg 20 zijn niet nagekomen.

De voormalige boerderij Bovenweg 20 is niet aangekocht door de gemeente, maar door de projectontwikkelaar. De gemeente heeft geen concrete aanwijzingen dat gronden in het plangebied op onrechtmatige wijze of op basis van niet nagekomen bindende afspraken zijn verkregen.

Geen wijzigingen

4.8 Aantallen woningen Het aantal woning ligt hoger dan afspraken/toezeggingen uit het verleden.

Uit de zienswijze blijkt niet duidelijk op welke afspraken reclamant doelt. Omdat het zou gaan om afspraken uit 2015, vermoeden wij dat wordt gedoeld op de structuurvisie ‘De Achterbergse Erven'. In deze structuurvisie zijn echter geen bindende afspraken met de omgeving gemaakt. Wel was in de structuurvisie, waar

Geen wijzigingen naar aanleiding van deze zienswijze. Er zijn ambtshalve wel

dit bestemmingsplan op voortbouwt, sprake van een toevoegen van maximaal 75 woningen buiten stedelijk gebied. Dit aantal paste namelijk binnen het destijds geldende provinciaal beleid. Sindsdien is het aantal woningen, dat de provincie buiten het stedelijk gebied van Achterberg toestaat, verruimd naar 100 (zie in het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021). Een uitbreiding van de bebouwde kom met dit aantal woningen wordt passend geacht vanwege de toegenomen woningbehoefte en omdat het plangebied uitgebreid is.

wijzigingen aangebracht in het aantal woningen.

In het ontwerpbestemmingsplan worden 85 van de 101 woningen buiten de bebouwde kom gebouwd. In het bestemmingsplan ter vaststelling worden 96 van de 108 woningen buiten de bebouwde kom gebouwd. In het plan wordt dus voldaan aan het provinciaal beleid.

2.2.5. Zienswijze 5 Zienswijze 5.1 Participatie/ procedure Participatie van omwonenden was ontoereikend en niet conform de Omgevingswet.

Antwoord gemeente Initiatiefnemer/projectontwikkelaar heeft in onze ogen ruim aandacht besteed aan de dialoog met omwonenden. Ook over de aanpassingen van het plan tussen ontwerp en vaststelling, die gemaakt zijn deels naar aanleiding van de zienswijzen, is nog gesproken met omwonenden. Niet alle wensen van omwonenden zijn volledig opgenomen in het ontwerp, maar de gemeente is ervan overtuigd dat de belangen van omwonenden voldoende zijn meegewogen in het plan. De Omgevingswet is overigens niet van toepassing op dit bestemmingsplan, omdat het plan in procedure is gebracht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Conclusie Geen wijzigingen

5.2 Strijd met gemeentelijk beleid Het plan is geen invulling van gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in de structuurvisie van 2008 en de structuurvisie van 2014.

De geldende structuurvisie voor deze locatie betreft de structuurvisie De Achterbergse Erven, vastgesteld in oktober 2014. Door het lange tijdsverloop sinds vaststelling van de structuurvisie en maatschappelijke ontwikkelingen wijkt het onderhavige bestemmingsplan op onderdelen af van de structuurvisie. Hierna zal inhoudelijk worden gereageerd op de aspecten, die reclamant naar voren heeft gebracht.

De locatie van het appartementengebouw en woningen is gewijzigd op de plankaart. Het appartementengebouw is kleiner geworden en staat nu meer centraal gelegen tussen het MFC en het woon-

Het Erf van Lienden/ rond de boerderij Bovenweg 20 is bestemd

In de structuurvisie ‘De Achterbergse Erven’ is geen sprake van de term ‘agrarisch dorpsgebied’. Er is wel een structuur van ‘erven’ beschreven, in de toelichting van

zorgcomplex, en de overgang

heeft in de structuurvisie een bestemming als agrarisch dorpsgebied. Een massief appartementengebouw is niet passend in het agrarisch karakter en zichtlijnen worden geblokkeerd in plaats van versterkt.

het bestemmingsplan is beschreven hoe daar invulling aan is gegeven. Het erf rond voormalige boerderij Bovenweg 20 is aangeduid als ‘erf met bestaand boerderijensemble (zorg) en woonschuur met meerdere woningen’. In het ontwerpbestemmingsplan was ervoor gekozen om de bestaande boerderij en woonschuur te vervangen door een appartementengebouw voor een woonzorggemeenschap. Wat betreft bouwhoogte is er op onderdelen sprake van een gemotiveerde afwijking van de structuurvisie. Dit staat beschreven in toelichting van het bestemmingsplan.

Kleinschaligere bebouwing en/of minder woningen past beter bij de intentie van de structuurvisies.

Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is ervoor gekozen om het appartementengebouw te laten vervallen en te vervangen door een substantieel kleiner appartementengebouw in de vorm van een hooischuur. Dit gebouw komt op grotere afstand te staan van de woningen in de omgeving. Hier tussenin komen levensloopbestendige woningen met een landelijke uitstraling. Zichtlijnen zijn zoveel mogelijk behouden, zoals in het verlengde van de Bovenweg (in noordoostelijke richting). Met deze gewijzigde invulling komt bovendien minder hoge en massieve bebouwing in de nabijheid van woningen aan de Grote Akker en Bovenweg. Zie de beantwoording van zienswijze 4.7 met betrekking tot het aantal woningen in het plan. De woningdichtheid in het plan wordt iets hoger dan in de structuurvisie was voorzien. Op deze manier wordt tegemoetgekomen aan de grote vraag naar woningen in Rhenen en Achterberg. Bovendien is dit aantal woningen nodig voor de financiële haalbaarheid van het plan.

De houtwal/boomhaag tegenover De Grote Akker 13 en 15 dient te worden behouden en hersteld.

Er is geen noodzaak om de houtsingel/boomhaag tussen De Grote Akker en Middelwijk te behouden. De structuurvisie ‘De Achterbergse Erven’ staat herontwikkeling van dit erf toe. Bovendien blijft het historisch landelijk karakter behouden in de erfafscheiding van het archeologisch veld (grenzend aan de wegen De Grote Akker, De Veldse Eng en Middelwijk. Recent onderhoud aan dit groen, wat de reclamant benoemt, is niet relevant voor de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan.

Bovengenoemde punten worden ondersteund door bijgevoegde notitie, er is sprake van een sterke

Bovengenoemde punten zijn al beantwoord. Er worden geen argumenten aangedragen waarom er sprake zou zijn van een onevenredige inbreuk op het woonen leefklimaat. Gezien de afstand van de nieuwe bebouwing tot de woningen aan de

naar de bestaande woonwijk is meer geleidelijk. Toelichting paragraaf 3.3.3 Structuurvisie Achterbergse Erven is aangevuld. Er is duidelijk aangegeven in hoeverre het bestemmingsplan afwijkt van de structuurvisie.

achteruitgang in woonkwaliteit van de reclamanten.

andere zijde van de straat Grote Akker is dit niet aannemelijk. De suggestie om de ligging en oriëntatie van het appartementengebouw aan te passen heeft wel geleid tot aanpassing van het stedenbouwkundig plan.

5.3 Archeologie Aparte status terrein ten oosten van het boerderij Bovenweg 20 / Erf Van Lienden ontbreekt.

In het BP Achterberg West uit 2007 was een gebied aangeduid als 'archeologisch waardevol terrein'. In het voor dit deel van het projectgebied vigerende BP Kern Achterberg is voor het eerst een dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Niet alleen voor het gebied dat in 2007 als waardevol was aangemerkt, maar ook voor het omliggende gebied. Hierbij zijn sinds 2012 ook bouwregels opgenomen waar dat voor het archeologisch waardevol gebied in 2007 nog niet het geval was. Het klopt dat de gemeente Rhenen in 2007 deze zone bewust onbebouwd heeft gelaten om de aanwezige vindplaats te beschermen. Sindsdien is via de wet vastgelegd dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met archeologische waarden en dat deze waarden beschermd worden via het bestemmingsplan (nu omgevingsplan). Maar ook dat eventueel aanwezige archeologische waarden ruimtelijke plannen van publieke of private ontwikkelaars (in principe) nooit kunnen tegenhouden. Het uitgangspunt van het Europese Verdrag van Malta is dat archeologische waarden in de bodem (in situ) behouden blijven, maar als dat niet kan kunnen zij ook opgegraven worden (ex situ behouden). Wel kan het in theorie zo zijn dat noodzakelijke opgravingen een plan niet langer financieel haalbaar maken en de initiatiefnemer daarop het plan intrekt of aanpast.

Ook in het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan is een dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Dit betekent dat voorafgaand aan de bouwplannen een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd en indien noodzakelijk een opgraving als aanwezige archeologische waarden niet in de bodem behouden kunnen blijven. Een initiatiefnemer kan zijn plannen ook aanpassen om eventuele vindplaatsen in de bodem te kunnen behouden. Dit vervolgonderzoek vindt plaats in het vergunningentraject voor de bouw. Het bestemmingsplan uit 2007 is niet meer van toepassing. Maar ook in het BP Kern Achterberg uit 2012 is de bescherming geregeld via een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Dit betekent niet dat er niet gebouwd mag worden. Door het verlenen van een omgevingsvergunning mag hier nog steeds worden gebouwd. Aan de omgevingsvergunning zullen wel voorschriften worden verbonden om eventuele

Geen wijzigingen

Bebouwing op archeologische beschermd terrein is in strijd met het huidige bestemmingsplan

Niet aangetoond dat archeologisch onderzoek is uitgevoerd

5.4 Maatvoering Het plan heeft afwijkende maatvoeringen ten opzichte van eerdere bestemmingsplannen

archeologische waarden te behouden (ofwel in de bodem, ofwel door ze voorafgaand aan de bouw op te graven). Het adres Bovenweg 20 is niet meer opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Mogelijk doelen reclamanten op het terrein tussen Bovenweg 18 en 22; hier ligt woonzorglocatie De Linde (De grote akker 22). Op dit terrein is na afloop van het genoemde proefsleuvenonderzoek (Knippenberg 2012) en voorafgaand aan de bouw een opgraving uitgevoerd (Van Benthem 2020). Het te verstoren gebied door de bouw is hierbij volledig opgegraven waarmee de genoemde vindplaats behouden is. Als het terrein van De Grote Akker 20 (en het gebied eromheen) is bedoeld dan klopt het dat er sinds het proefsleuvenonderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uit 1996 geen onderzoek meer heeft plaatsgevonden. Op basis van deze resultaten is bekend dat voorafgaand aan de ruimtelijke ontwikkeling nog archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Via de dubbelbestemming Waarde Archeologie-3 is geborgd dat dit onderzoek voorafgaand aan de ontwikkeling van het gebied wordt uitgevoerd. Door middel van een nieuw bestemmingsplan kan bebouwing worden toegestaan die eerder niet toegestaan was. Het toevoegen van nieuwe woningen is juist een belangrijk doel van dit bestemmingsplan.

Dat er in het nieuwe bestemmingsplan andere bebouwingstypes mogelijk worden gemaakt en dus andere maatvoering geldt dan voor de woningen in de omgeving, is mogelijk. In de beantwoording van zienswijze 5.2 is aangegeven dat de locatie en het formaat van het appartementengebouw gewijzigd is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, om beter aan te sluiten bij de structuurvisie Achterbergse Erven. Tussen de bestaande woningen aan de Grote Akker en Bovenweg en het appartementengebouw zijn nu woningen van één laag met een kap gepland. De overgang naar de bestaande woonwijk is daarmee geleidelijker en past beter in het stedenbouwkundig beeld.

De locatie van het appartementengebouw en woningen is gewijzigd op de plankaart. Het appartementengebouw is kleiner geworden en staat nu meer centraal gelegen tussen het MFC en het woonzorgcomplex, en de overgang naar de bestaande woonwijk is meer geleidelijk.

5.5 Flora en fauna Conclusies m.b.t. uilen en mussen zijn onjuist. Met het plan gaan een deel van hun leefgebied verloren.

Ter beantwoording van dit zienswijzeonderdeel wordt verwezen naar de reactie onder 12.6.

Geen wijzigingen

5.6 Waterberging Wij stellen voor om waterberging nabij de grote akker te plannen i.p.v. nabij het winkelcentrum. Dit heeft voordeel voor natuurwaarden, landelijk karakter en kwaliteit van de wijk.

Het ontwerp voor Achterberg West fase 2 is opgesteld met het oog op een goede inpassing in het landschap en behoud van zoveel natuurwaarden als mogelijk in het plangebied. Hierbij wordt voldoende waterberging gerealiseerd in wadi’s, die met elkaar verbonden zijn. In de toelichting op het bestemmingsplan en in bijlage 4, 5 en 6 bij deze toelichting wordt uiteengezet op welke manier dit wordt vormgegeven en welke aspecten daarin zijn meegewogen. Zo is op de locatie waar de wadi/greppel nu ontworpen is in de huidige situatie ook een watervoerende laagte aanwezig. Om de geohydrologische situatie zoveel mogelijk te behouden is het gewenst de wadi/greppel op deze locatie te realiseren. Verplaatsing van de waterberging vraagt niet alleen om een ingrijpende herschikking van het ontwerp, maar reclamant maakt ook niet duidelijk op welke wijze dit voordelig is voor de natuurwaarden, het karakter en de kwaliteit van het hele projectgebied. Wij zien dan ook geen aanleiding om de locatie van de waterberging aan te passen.

Geen wijzigingen

5.7 Ontsluiting en verkeer Door het plan zullen verkeersbewegingen toenemen. Wij stellen een andere indeling van parkeerplaatsen en uitwegen voor.

Voor wat betreft de toename van het aantal verkeersbewegingen: zie antwoord 3.3.

Geen wijzigingen

Voor de woningen die geen parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen inrichten zijn in het ontwerp van het openbaar gebied voldoende parkeerplaatsen opgenomen voor het opvangen van de parkeerdruk. Voor die woningen die op eigen terrein in de parkeerbehoefte moeten voorzien is een planregel opgenomen in artikel 13.1 waar aanvragen om een omgevingsvergunning aan moten worden getoetst. Op deze manier is de aanleg en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen worden geborgd (zie ook antwoord 8.1).

Toevoeging voorwaarde voor omgevingsvergunning (artikel 13 regels)

Het ontsluiten van het erf Bovenweg 20 / Erf van Lienden via het parkeerterrein van de supermarkt Plus achten we niet wenselijk. Op een parkeerterrein vinden veel bijzondere verrichtingen (zoals steken, achteruitrijden) plaats door gemotoriseerd verkeer. Doorgaand verkeer moet hier daarom zoveel mogelijk worden vermeden. Er wordt slechts een klein deel van het verkeer ontsloten via de Grote Akker /

Geen wijzigingen

Bovenweg. De verkeerstoename is verwaarloosbaar, en de bestaande wegen hebben hiervoor voldoende capaciteit. Geen wijzigingen Voor wat betreft het afsluiten van de Bovenweg voor doorgaand gemotoriseerd verkeer wijzen wij op het antwoord bij zienswijzeonderdeel 1.1. 5.8 Horecafunctie De functie van ontmoetingsruimte brengt bij latere invulling mogelijk hinder met zich mee door geluid en verkeersbewegingen. Er zou sprake zijn van een theetuin.

2.2.6 Zienswijze 6 Zienswijze 6.1 Aantasting woongenot Reclamant vreest voor verlies van vrij uitzicht en privacy. Er ontstaat geluidshinder en waardevermindering van de woning.

Aan het appartementengebouw is een woonbestemming met aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ontmoetingsruimte’ toegekend. Dit betekent dat ook de gemeenschappelijke ruimte in dit gebouw moet worden gebruikt ten behoeve van de functie wonen. Dit maakt de mogelijkheden voor gebruik voor horeca zeer beperkt. De schaal en intensiteit van toegestane activiteiten is dusdanig beperkt, dat er geen hinder voor omwonenden wordt voorzien. Van het openen van een theetuin is geen sprake. Het ontwerp voorziet niet in een terras bij het appartementengebouw. Er is alleen een inpandige gemeenschappelijke ruimte.

Geen wijzigingen

Antwoord gemeente Het appartementengebouw waarin de woning van reclamant zich bevindt, ligt op geruime afstand, namelijk ca. 18 meter, van de grens van het plangebied. Op het perceel behorende bij het appartementengebouw bevindt zich op dit moment een weg en parkeerplaatsen. Ook is er een groenstrook aanwezig, die is beplant met volwassen bomen en struiken. Dit zal niet veranderen met de realisatie van Achterberg-West fase 2. In het plangebied wordt aan de zijde van het appartementengebouw een groenstrook toegevoegd. Deze groenstrook wordt deels beplant met hoog opgaande beplanting. Het dichtstbijzijnde bouwvlak van de nieuw te bouwen woningen ligt op ongeveer 30 meter van het appartement van reclamant. De afstand tot de nieuwe woonbestemming is ca. 26 meter. Verkeer van of naar de nieuwe woonwijk zal niet direct langs de woning van reclamant rijden. Gelet hierop, op de ruimte afstand tussen de woning van reclamant en de nieuw te bouwen woningen, en op de aanwezigheid van (hoog opgaande) beplanting, zien we zien niet op welke wijze het woongenot van reclamant op onevenredige wijze negatief wordt beïnvloed.

Conclusie Geen wijzigingen

6.2 Uitzicht In plaats van vrij uitzicht kijkt de reclamant door dit plan aan tegen nieuwe woningen.

Het uitzicht vanuit de woning van reclamant zal wijzigen door uitvoering van het bestemmingsplan. Dit weegt de gemeenteraad ook mee bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen. In het onderhavige geval kent de raad een zwaarder gewicht toe aan het belang om te voorzien in een woningbehoefte. Daarbij speelt mee in de huidige situatie een groenstrook met hoog opgaande bomen aanwezig is die een vrij uitzicht op dit moment al deels belemmerd. Deze bomenrij zal ook het uitzicht op de nieuwbouw aanzienlijk verzachten.

Geen wijzigingen

6.3 Aantasting privacy Enkele nieuwe woningen krijgen zicht op de ramen/balkon van de woning van de reclamant. Verzoek om kwartslag draaien nieuwe woningen of groenstrook.

De afstand tussen de dichtstbijzijnde nieuwe woning en de woning van reclamant is ca. 31 meter. Tussen deze gebouwen is een bestaande bomenrij aanwezig en een nieuwe groenstrook met enkele bomen is voorzien binnen het plangebied. Met deze afstand en het groen tussen de woning van de reclamant en de nieuwe woningen is het behoud van privacy voldoende geborgd.

Geen wijzigingen

Aan de bestemmingsregels wordt een voorwaardelijke verplichting toegevoegd die waarborgt dat het beplantingsplan wordt uitgevoerd en in stand wordt gehouden. 6.4 Overlast door bouwwerkzaamheden Reclamant verzoekt voorwaarden te stellen aan duur, geluid en uitstoot van bouwwerkzaamheden.

Eventuele overlast als gevolg van bouwwerkzaamheden is geen aspect dat wordt meegewogen bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Dit is wel een onderwerp waar in de fase van de vergunningverlening, wanneer voorschriften kunnen worden opgenomen, en in de bouwfase, wanneer toezicht op de uitvoering wordt gehouden, aandacht aan kan en moet worden besteed.

Geen wijzigingen

6.5 Planschade Reclamant verwacht waardedaling woning en zal een planschadeverzoek indienen.

De gemeenteraad is van oordeel dat de nadelige gevolgen van dit bestemmingsplan niet zodanig omvangrijk zijn dat de gemeenteraad het bestemmingsplan niet kan vaststellen. Als reclamant meent dat hij (plan)schade lijdt door het bestemmingsplan dan staat het hem vrij om daarvoor een verzoek om schadevergoeding in te dienen, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. De gemeente is niet bereid om een verband te leggen tussen het sluiten van een vaststellingsovereenkomst inzake compensatie en het al dan niet instellen van beroep tegen de herziening van het bestemmingsplan, zoals reclamant suggereert.

Geen wijzigingen

2.2.7 Zienswijze 7 Zienswijze 7.1 Aantasting uitzicht Vrij uitzicht over een weiland richting spoorlijn verdwijnt.

Antwoord gemeente Ter beantwoording van dit zienswijzeonderdeel wordt verwezen naar de reactie onder 6.2.

Conclusie Geen wijzigingen

7.2 Overlast van doorgang voor fietsers en voetgangers Tegenover onze woning komt een nieuwe uitweg, wij voorzien hinder van lichtschijnsel voertuigen.

De doorgang waar reclamant op doelt is alleen geschikt voor voetgangers en fietsers. De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer bevindt zich recht tegenover de Snijdersteeg en ca. 25 meter ten oosten van de woning van reclamant. Omdat het schijnsel van fietsers veel zwakker is dan dat van gemotoriseerd verkeer, en voetgangers doorgaans in het geheel geen licht voeren, is geen overlast te verwachten voor reclamant als gevolg van lichtschijnsel in de woning.

Geen wijzigingen

7.3 Verkeersveiligheid Verkeersdrukte op de Cuneraweg zal toenemen. Er is geen fietspad of voetpad langs de Cuneraweg voorzien, waardoor de verkeersveiligheid afneemt.

De Cuneraweg is inderdaad één van de ontsluitingsroutes van de nieuwe woningen. Echter, in sectie 4.14 van de toelichting is onderbouwd dat de Cuneraweg met de huidige inrichting de toename in verkeersbewegingen als gevolg van de bouw van de woningen zonder problemen aankan. Er is wel een voetpad aan de zuidzijde van de Cuneraweg voorzien op termijn. De ontwikkelaar doet daarvoor namelijk een bijdrage aan de gemeente. De gemeente zal dit voetpad realiseren wanneer de Cuneraweg wordt vernieuwd. Tot die tijd is er geen voetpad langs dit deel van de Cuneraweg, maar dit leidt niet tot een ontoelaatbaar onveilige situatie, omdat de bewoners van de nieuwe woningen het plangebied in zuidoostelijke richting via voetpaden kunnen verlaten. Voor de directe omgeving van het plangebied nemen de mogelijke langzaamverkeersroutes alleen maar toe door dit plan.

Geen wijzigingen

7.4 Wateroverlast Reclamant heeft de laatste jaren wateroverlast door het grondwaterpeil.

Wanneer de waterbergingsvoorzieningen vol zijn, wordt overtollig regenwater afgevoerd via watergangen in de omgeving. Deze watergangen hebben hiervoor voldoende capaciteit. Op deze wijze is voorzien in extreme buien of aanhoudende neerslag. De afvoer zal zo worden ingesteld, dat alleen bij een GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) of hoger grondwater afgevoerd wordt. Het plangebied wordt voldoende hoog gerealiseerd, waardoor voldoende ruimte tot de grondwaterstand aanwezig is en het grondwater dus niet weggepompt hoeft te worden. Alle maatregelen tezamen resulteren erin dat het plan niet zal zorgen voor substantiële verdroging of vernatting van omliggende gebieden.

Geen wijzigingen

7.5 Gezondheid Het besluit gaat in tegen bezwaren over gezondheid i.v.m. nabijgelegen geitenhouderij.

Ter beantwoording van dit zienswijzeonderdeel wordt verwezen naar de reactie onder 3.1.

De formulering uit de beantwoording van deze zienswijze wordt opgenomen in paragraaf 4.4 van de toelichting op het bestemmingsplan.

7.6 Verplaatsing geitenhouderij Door het aanpassen van de geurnormen (d.m.v. het vaststellen van een geurverordening) is het voor zowel reclamant als toekomstige bewoners van Achterberg-West fase 2 niet mogelijk om bezwaar te maken tegen de geitenhouderij. 7.7 Andere belangen moeten wijken voor woningbouw Het bouwen van woningen lijkt meer prioriteit te hebben dan de volksgezondheid.

De bestaande geitenhouderij maakt geen onderdeel uit van het plangebied. De aanwezigheid van dit agrarische bedrijf is alleen relevant omdat de gevolgen ervan op het woon- en leefklimaat in de nieuw te bouwen woningen in het plangebied moeten worden onderzocht. De desbetreffende geitenhouderij is al lange tijd op dit adres gevestigd en beschikt over alle vereiste vergunningen. Bezwaar tegen de aanwezigheid van dit bedrijf is dan ook niet aan de orde (in deze bestemmingsplanprocedure).

Geen wijzigingen

Voor een reactie op de weging van de raad van de belangen van woningbouw en volksgezondheid verwijzen wij naar de reactie onder 3.1.

Geen wijzigingen

7.8 Verplaatsing geitenhouderij

Er bestaan geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten over de oorzaak van gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen/ geitenhouderijen. Daarnaast blijkt uit de geurgebiedsvisie (bijlage 3 bij de toelichting op het bestemmingsplan) dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen van

Geen wijzigingen

Als gevolg van het geitenmoratorium kan een geitenhouderij niet uitbreiden, maar door het aanpassen van de geurnormen kunnen wel meer woningen worden gebouwd nabij een geitenhouderij. Dit is meten met twee maten.

Door het verplaatsen van de bestaande geitenhouderij is een geurverordening niet nodig.

2.2.8 Zienswijze 8 Zienswijze 8.1 Het plan zorgt voor parkeeroverlast De berekening van het aantal parkeerplaatsen en de gehanteerde parkeernorm klopt niet.

Achterberg-West fase 2 mogelijk is ondanks de aanwezigheid van de geitenhouderij en andere veehouderijen in de nabijheid van het plangebied. Er is naar de mening van de raad dan ook geen aanleiding om aan te sturen op verplaatsing van de geitenhouderij die is gevestigd aan de Cuneraweg 168 in Rhenen.

Antwoord gemeente Het ontwerp voorziet in de realisatie van voldoende parkeerplaatsen op eigen erf en aan de openbare weg om in de parkeerbehoefte te voorzien die ontstaat door de bouw van 108 woningen. Deze conclusie volgt uit de nauwgezette toetsing van het ontwerp aan de gemeentelijke parkeernormen, als voorgeschreven in de beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds. De toelichting en berekening parkeernormen is aangepast naar aanleiding van de wijzigingen in het aantal woningen in het plan. Abusievelijk is geen toetsingscriterium met betrekking tot parkeren opgenomen in de regels. Daarom worden aan de planregels onder artikel 13 de volgende bestemmingsplanregel toegevoegd: Artikel 13 13.1 Algemeen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de beleidsregels van de 'Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds' (d.d. 14 april 2011), wordt gerealiseerd. Als gedurende de planperiode de beleidsregels parkeren wijzigen, gelden de gewijzigde regels.

13.2 Binnenplanse afwijking parkeren Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.1 en één of meer bepalingen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing – gelet op het belang waarvoor deze beleidsregels tot stand is gebracht – leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Conclusie Artikel 13 (voorwaarde parkeren voor omgevingsvergunning) is toegevoegd aan de regels

8.2 Het plan zorgt voor een forse toename van de verkeersdruk Verkeersonderzoek is onzorgvuldig, meer rekening houden met verkeersproblematiek in de buurt, en dan met name op de Cuneraweg en de N233.

Ter beantwoording van dit zienswijzeonderdeel wordt verwezen naar de reactie onder 3.3. De toename aan verkeersbewegingen kan probleemloos worden opgevangen op de al aanwezige ontsluitingswegen. Voor de verkeersproblematiek op de N233 zijn de effecten van dit plan eveneens verwaarloosbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14810359/1