CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van beantwoording Visie op Rhenen v3

Commissie Ruimte en Economie 27 maart 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Achtergrondinformatie Raadsvoorstel Vaststellen Visie op Rhenen 203531.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In het Binnenveld komen hiervan acht soorten voor! Ondanks of dankzij de landbouw? Elke aantasting van het gebied (verstedelijking, energieproductie) zal leiden tot het verkleinen / aantasten van het leefgebied van deze acht ‘icoonsoorten’. Met risico/gevolg dat één of meerdere ‘icoonsoorten’ uit het Binnenveld verdwijnen. Dit zelfde geldt ook voor de weidevogels in het gebied. De ingekleurde gebieden voor extra natuur aan de Maatsteeg en de Cuneraweg langs de Grift zijn een verdere substantiële verkleining van het landbouwareaal (ca 350 ha). Dit geeft verdere beperking van de landbouw en het leefgebied van de unieke diersoorten die in Binnenveld voorkomen. Dit is onwenselijk een ook niet nodig. Feitelijk mogen er dus helemaal geen andere opgaven liggen voor het Binnenveld Het Binnenveld kan een grote bijdrage leveren aan de energietransitie en daarbij het voldoen aan de zogenaamde RES verplichtingen. Dit vraagt actieve ondersteuning van de overheid. Alle daken liggen nog lang niet vol! Verstedelijking In de concept visie van de gemeente Rhenen staat dat een verdere verstedelijking van het Binnenveld wenselijk is met een nieuwe kern aan de Meentsteeg. In De Rijnpost van 25 januari wordt wethouder Gert van Laar geciteerd met de opmerking dat er in de Meent 2500 woningen komen.

Dit betekent meer dan 200 ha landbouwgrond en waarschijnlijk nog meer daar er gesproken wordt over een nieuwe woonkern in het Binnenveld. Het is onbegrijpelijk dat er gesproken wordt over een nieuwe kern (nu nog Rhenens grondgebied maar straks gewoon de toekomstige VINEX wijk van Veenendaal in het Binnenveld!) en niet wordt gedacht aan het versterken van de bestaande kernen in Rhenen. Denk ook aan de lokale middenstand. Wij begrijpen dat er een woningbouw opgave is maar het zou goed zijn om eens te raden te gaan bij de oudrijksbouwmeester (Floris van Alkemade) en de huidige rijksbouwmeester (Francesco Veenstra) (o.a. het gesprek bij BNR). Hun conclusie is dat meer dan 70% van de woningbouwopgave kan men realiseren in bestaande dorpen en steden! De voorgestelde oplossing gaat volledig ten kosten van de landbouw en de natuur. Zeker bij de verschillende opgaven voor de landbouw waarbij onder andere verwacht word dat een deel van de veehouders moeten extensiveren is dus meer grond nodig. Het zou goed zijn als op de voorzijde van de visie de foto van de motorcross vervangen wordt door het een foto van het Binnenveld (of is dit een weerspiegeling van de prioriteiten in de gemeente Rhenen?). Conclusie 1.

Rhenen kan zich bestuurlijk niet onttrekken aan de gemaakte afspraken over de procedure in Het Binnenveld en wij verwachten dat de delen van de visie die over het Binnenveld gaan nu niet worden vastgesteld. 2. Het Binnenveld in zijn totaliteit is een uniek landbouwgebied met ca. 1400 ha in Rhenen met een grote diversiteit aan agrarische bedrijven en een kleine 100 ha natuur. Het gebied is kwetsbaar gezien de oprukkende verstedelijking van Ede, Rhenen, Veenendaal en Wageningen, met daarnaast de maatschappelijke druk op de landbouw.

43

3. De ingekleurde gebieden voor extra natuur aan de Maatsteeg en de Cuneraweg (richting Zideris) langs de Grift zijn een verdere substantiële verkleining van het landbouwareaal (ca 350 ha). Dit geeft verdere beperking van de voedselproductie en het leefgebied van de unieke diersoorten en weidevogels die in Binnenveld voorkomen. Dit is onacceptabel. 4. Elke aantasting van het gebied (verstedelijking – in de visie van Rhenen meer dan 200 ha) zal leiden tot het verkleinen/aantasten van het leefgebied van acht unieke diersoorten (‘icoonsoorten’) en grote groepen weidevogels. 5. De voorgestelde oplossing qua woningbouw gaat volledig ten kosten van de landbouw en de natuur en daarbij van een vitaal Binnenveld. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan de Gebiedscoörporatie Binnenveld: Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten. 1. De gemeente Rhenen houdt beslist rekening met de gemaakte procedurele afspraken. Als er al afspraken zijn gemaakt, zal de gemeente Rhenen hier zich aan houden. De Visie op Rhenen is voor de gemeente leidend voor haar bijdrage aan het gebiedsproces. 2. De gemeente erkent de gestelde conclusie. 3. Het college heeft er bewust voor gekozen om de door u genoemde locatie bij de Groene Corridor (D15) te betrekken.

Op die manier is er een goede verbinding te maken tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Laarsenberg. De Visie op Rhenen voorziet niet in het vertrek van bestaande bedrijven. 4. De ongeveer 2.500 extra woningen zijn een uitwerking van de verstedelijkingstrategie die is opgesteld in FoodValley verband. De gemeente Rhenen is ook voornemens om 1.000 woningen (naast de 2.500) in en rondom de kernen te bouwen. 5. Er is voor gekozen om de nieuwe woonkern zoveel mogelijk te bouwen in de Randzone Binnenveld (D12). Hier is bewust voor gekozen, zodat de woningbouw aan de rand van het Binnenveld (D18) beperkt blijft.

28. Stichting Mooi Binnenveld Allereerst complimenteren wij de gemeente Rhenen met deze visie waarin veel (waardevolle) elementen zijn beschreven. Wij onderkennen dat het geen vastomlijnd plan is, doch het geeft wel richting voor toekomstig beleid en handelen. Wij beperken onze reactie tot enkele hoofdpunten alsmede een aantal meer gedetailleerde opmerkingen: hoofdpunten In het document geeft u aan dat de gemeente (en haar inwoners) grote waarde hechten aan natuur en water; alhoewel deze aspecten wel her en der in het document en bij de beschrijving van de deelgebieden (bijlage I) terugkomen missen wij een helder en vooral samenhangend beeld tussen enerzijds de wensen en opgaven en anderzijds de uitwerkingen per deelgebied. Zo zou het verbinden van natuur en water tussen de verschillende deelgebieden via bijvoorbeeld “groenblauwe corridors” ons inziens meer aandacht moeten krijgen. Tevens wordt het doel “behouden en versterken van natuur” veelal gekoppeld aan andere doelstellingen, zoals recreatie (zelfs een bosbad). Dit herbergt een risico dat natuur ondergeschikt wordt gemaakt aan dergelijke andere doelen. Dit kan moet worden voorkomen. De gemeente Rhenen participeert in het Gebiedsproces Het Binnenveld wat thans lopend is; hierin wordt met diverse overheidspartijen en gebiedspartijen ook gewerkt aan een visie op het gehele Binnenveld. Dit omvat o.a.

de deelgebieden 12, 17, 18 en ten dele ook 11, 16, 21. De visie Rhenen 2035 cq. de verdere uitwerking daarvan zal ons inziens moeten aansluiten op de uitkomsten van dit gebiedsproces (1). Op dit moment lijkt de synergie met het gebiedsproces afwezig. Wij verzoeken u deze samenhang nadrukkelijker tot uitdrukking te laten komen (2).

44

detailopmerkingen 6. In deelgebied 17 worden thans in opdracht van de provincie Utrecht de Achterbergse Hooilanden ontwikkeld die door Staatsbosbeheer beheerd gaan worden. Dit gebiedt grenst aan de recent (in het Gelderse) ontwikkelde Binnnenveldse Hooilanden (ca. 300 ha.) en aan de noordzijde het natuurgebied Groene Grens en De Hellen. Deze gebieden herbergen unieke natuurwaarden en zijn in samenhang een natuurgebied met grote potentie en alure. Aansluiting van dit gebied met omliggende gebieden zoals (de oostflank van) de Utrechtse Heuvelrug (19, 20), de groene corridor Rhenen -Achterberg en Uiterwaarden (Blauwe kamer, 21) verdient meer aandacht (3); 7. In deelgebied Binnenveld (18) wordt bij vrijkomende agrarische grond het aanwenden voor natuur niet benoemd, terwijl dit wel van belang kan zijn in relatie tot de opgaven in het Veengebied (17) (4). Hierbij opgemerkt dat vrijkomende agrarische grond ook bij behoud als agrarische grond grote natuurwaarden kan hebben, mits hier sprake is van een minder uitputtende vorm van landbouw. Dit aspect zou ons inziens in de visie sterker naar voren moetenkomen. In dat opzicht slaat de zinsnede op pagina 11 “de stikstofproblematiek is in 2035 gedeeltelijk opgelost” de plank dan ook geheel mis: de stikstofproblematiek moet zijn opgelost en dat kan ook. 8.

Wij hebben zorgen over de beoogde (woning)bouwplannen aan de flanken van het open agrarische en natuurgebied. We zien op alle fronten dat er aan de randen van het Binnenveld wordt “geknabbeld”; hetgeen het open karakter van het gebied bedreigd. We onderkennen uiteraard de problematiek van de woningbouw en noodzaak voor energietransitie. Doch wijzen in dit verband op het volgende: o volg bij woningbouwopgave de zogenaamde “ladder van duurzame stedelijke ontwikkeling”, waarbij bouwen in het groen echt als laatste optie wordt gezien; o onderken en volg ook beoogd toekomstig Europees beleid (o.a. European Soil Strategy), waarbij het zogenaamde beginsel van “no net land take” een leidend principe wordt; o woningbouw aan de grenzen van natuurgebieden brengt extra recreatiedruk met zich mee; bij de verdere uitwerking moet er aandacht zijn om ongewenste effecten hiervan te mitigeren; o In uw document geeft u aan een woningbouwbehoefte te hebben van 1.000woningen, terwijl bij de uitwerking (mn. In gebied 12) er opeens wordt gesproken van 2.500 woningen. Dit is bevreemdend (5). Vanuit deze perspectieven zou ons inziens de insteek moeten zijn om zo min mogelijk te bouwen in het groene open landschap van het Binnenveld.

o In geval van bouwactiviteiten aan de randen van gebieden, stel goede randvoorwaarden om zo natuurlijk mogelijke overgangen en bufferzones te creëren; o In de zuidzijde van gebied 18 (Nude) zijn ook allerhande ontwikkelingen gaande waarbij wordt gekeken op welke wijze hier diverse functies (wonen, bedrijvigheid, energieopwekking, behoud en herstel oorspronkelijk landschap, recreëren) op een goede wijze gecombineerd kunnen worden. Ook hier is meer synergie tussen wat er in dat opzicht speelt en de visie Rhenen 2035 gewenst (6) Reactie aan Stichting Mooi Binnenveld Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten. 1. De gemeente Rhenen houdt beslist rekening met de gemaakte procedurele afspraken. Als er al afspraken zijn gemaakt, zal de gemeente Rhenen hier zich aan houden. De Visie op Rhenen is voor de gemeente leidend voor haar bijdrage aan het gebiedsproces. Dit gebiedsproces doen we samen en ook de verdere uitwerking van de Visie op Rhenen is een gezamenlijk proces. 2. In het kader in hoofdstuk 2 (Rhenen in de Regio) worden het gebiedsproces en de concrete regionale opgaven benoemd. En in hoofdstuk 4, de tweede alinea, wordt de relatie met de regio, en dus het gebiedsproces, toegevoegd. 3. Goed punt, dit krijgt aandacht in de verder uitwerking van de Visie op Rhenen.

45

4. De Visie op Rhenen maakt het mogelijk dat vrijgekomen landbouwgrond ook natuur kan worden. 5. De ongeveer 2.500 extra woningen zijn een uitwerking van de verstedelijkingstrategie die is opgesteld in FoodValley verband. 6. Goed punt, hier wordt aandacht aan besteed in de uitwerking van de Visie op Rhenen.

29. Utrechts Landschap & Natuur en Milieufederatie Utrecht Graag maken wij, het Utrechts Landschap en de Natuur en Milieufederatie Utrecht van deze gelegenheid gebruik om schriftelijk een zienswijze in te dienen op de concept omgevingsvisie 'Visie op Rhenen 2035: een toekomstvisie en omgevingsvisie ineen’. Het grondgebied van uw gemeente is voor onze organisaties belangrijk onder andere vanwege de ligging van een aantal terreinen van het Utrechts Landschap. Met onze zienswijze vragen wij aandacht voor thema’s en ontwikkelingen die onzes inziens nog ontbreken of aangepast moeten worden voordat de definitieve omgevingsvisie wordt vastgesteld. Onze zienswijze bestaat uit drie onderdelen (in lijn met de opbouw van de conceptvisie) 1. Thematisch; 2. Sturing en afweging: 3. Gebiedsgericht (over de kenmerken en opgaven per deelgebied bijlage 1).

1 .Thematisch: Natuur en landschep als belangrijke dragers van identiteit en fysieke leefomgeving We zijn blij te constateren dat de gemeente de bestaande kenmerken én kwaliteiten van de deelgebieden als uitgangspunt neemt voor de visie en dat natuur en landschap daar genoemd worden. • De gemeenteraad van Rhenen, de Provincie en/of het Rijk hebben aangegeven dat de Visie op Rhenen 2035 aan het volgende moet voldoen: • Er moet extra ruimte komen voor het realiseren van minimaal 1000 woningen tot 2040; • Er moet minimaai 5 ha extra bouwgrond komen voor bedrijfsactiviteiten; • Er moet ruimte komen voor voorzieningen voor het opwekken van schone energie om in 2040 energieneutraai te zijn; • Nieuwe gebouwen en nieuwe inrichting van openbare ruimte wordt aangepast aan veranderingen van het klimaat: • Het Binnenveld is vooral voor agrarische doeleinden en natuur; de randen worden gebruikt voor woningbouw en energieopwekking; • De Natura 2000-gebieden worden niet aangetast en in het NNN vinden in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats; • Het Militair Erfgoed Grebbelinie wordt beschermd. En ook dat ze behoedzaam wij omgaan met cultuurhistorie (vb Grebbelinie), natuur en het open landschap van o.a. uitwaarden en het Binnenveld. Voorkom aantasting Natura 2000-gebieden en zorg dat in het NNN in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvindt.

Wij ondersteunen de ambitie van de gemeente als het gaat om behoud en ontwikkeling van natuur, dat Natura 2000-gebieden niet worden aangetast en er in het NNN in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats vinden. Dit uitgangspunt komt echter onvoldoende terug in de rest van de conceptvisie: 1. Wat ontbreekt in de beschrijving van de huidige kwaliteiten van deelgebieden én bij de gebiedsgerichte uitwerking (1) (Bijlage 1: Kenmerken en opgaven per deelgebied) is, dat de gemeente herkent én erkent dat het hier gaat om gebieden die geheel of gedeeltelijk NNN zijn

46

(zoals bij deelgebied Randzone Elst, -idem Remmerden, randzone Rhenen, Militair erfgoed en veengebied. Groene corridor Rhenen Achterberg en deelgebied Utrechtse Heuvelrug). Nu staat er bijvoorbeeld ‘ligging in het groen’ of in 'bospercelen’. Wij pleiten ervoor om het NNN én ligging in Natura 2000-gebieden expliciet in de beschrijving van de deelgebieden en bij opgaven (bijlage 1) op te nemen, om onduidelijkheid hierover te voorkomen. 2. Wij constateren een tegenstrijdigheid in de omgevingsvisie. Dit betreft het uitgangspunt dat enerzijds de Natura 2000-gebieden niet worden aangetast en in het NNN in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, en anderzijds de beoogde ontwikkeling van de kernrandzones. Binnen de kernrandzone zoals de gemeente die definieert zijn er delen die wel en die niet in het NNN liggen. Alleen de delen van de kernrandzone die niet in het NNN kunnen benut worden voor ruimtelijke ontwikkelingen. (2) Biodiversiteit: verbeter de biodiversiteit en zorg voor een gezonde bodem Dat de biodiversiteit zwaar onder druk staat is algemeen bekend. Dat geldt ook op het grondgebied van gemeente Rhenen.

Wij vinden het dan ook een gemiste kans dat het onderwerp en het versterken van biodiversiteit in deze visie niet of nauwelijks aan bod komt (3) (anders dan dat bij de opgaven staat dat er meer bomen moeten worden aangeplant en op daken, gevels en tuinen meer begroeiing en verbeteren wateropvang moet worden gerealiseerd). Wij pleiten voor een integrale aanpak waarbij de biodiversiteit voor de hele gemeente wordt versterkt en om de volgende aanvullingen in samenhang op te nemen in de omgevingsvisie: 1. Een belangrijke randvoorwaarde voor het verbeteren van biodiversiteit en de basiskwaliteit natuur ligt in een gezonde bodem en schoon (grond)water. Deze aspecten komen in de conceptvisie niet of nauwelijks aan de orde. 2. Het is belangrijk dat het versterken van biodiversiteit integraal aan bod komt bij eventuele nieuwe woningbouw, energieopwekking en bij recreatie en klimaatadaptatie in de kernen én daarbuiten. Dit ontbreekt nu niet alleen in het visiegedeelte maar ook in de gebiedsuitwerking (bijlage 1). 3. Voor een succesvolle aanpak van biodiversiteitsherstel is het belangrijk dat de gemeente daarbij gebruik maakt van lokale kennis van inwoners en groene belangenorganisaties op dit thema én inwoners betrekt en faciliteert in de uitvoering. Gemeente moet actief bewoners ondersteunen bij het vergroenen van hun leefomgeving. Bewoners activeren voor minder stenen en meer groen.

Tegeltaxi, subsidies afkoppelen. Groene daken, regentonnen, mix van inheemse planten promoten bijvoorbeeld via het project Heuvelrugtuinen zijn goede voorbeelden. 4. Daarnaast kan de gemeente in de openbare ruimte een mix van inheemse (wilde) soorten bomen, struiken en planten aanplanten. En kijken waar de gemeente tegels kan vervangen door groen. Hiermee geeft de gemeente het goede voorbeeld aan bewoners en versterkt ze het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Als de gemeente bewoners oproept Heuvelrugtuinen aan te leggen, moet de gemeente dat zelf ook doen. De gemeente moet daarbij dan ook investeren in aangepast en bijbehorend beheer. Het wordt dan meer maatwerk. De omgeving gaat er wilder uitzien, maar de gemeente moet dus ook goed naar bewoners communiceren waarom dit zo is en hier achter staan. Überhaupt is communicatie over een biodiverse, inheemse leefomgeving en wat de gemeente daar zelf aan doet heel belangrijk. 5. Een bijzondere opgave voor het versterken van biodiversiteit op het grondgebied van gemeente Rhenengebied is de aanleg en onderhoud van ecologische corridors om grote natuurgebieden met elkaar te verbinden (Heuvelrug, Binnenveld, Rijntakken en Veluwe). Voor Rhenen zijn hier vooral natte en droge corridors tussen Heuvelrug en Binnenveld (oost-west) en tussen Rhenen en Wageningen (langs de Nude) belangrijk.

Dit werd ook door de klankbordgroep natuur vanuit Gebiedsaanpak het Binnenveld al in detail besproken. 6. Ander belangrijk punt bij versterking van biodiversiteit is om ook te kijken naar de gebieden buiten beschermde natuurgebieden. Juist de natuur buiten de beschermde

47

natuurgebieden is van groot belang voor natuurherstel. Zie hiervoor ook het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur van 23 maart 2022 (‘Natuurinclusief Nederland - natuur overal en voor iedereen’). Het programma Groen Groeit Mee biedt hiervoor ook aanknopingspunten. Woningbouw: kies voor duurzame inbreiding Woningbouw is in deze concept 'Visie op Rhenen 2035' een belangrijk onderwerp. De woonkwaliteit binnen de gemeente is sterk gerelateerd aan de bijzondere natuurlijke omgeving. Het is dan ook belangrijk dat deze natuurlijke omgeving een stevige bescherming krijgt in de Visie. De Visie gaat uit van minimaal 1000 te realiseren woningen in de periode tot 2040. Aanvullend hierop staat ergens anders in de conceptvisie dat er een nieuwe woonkern (van circa 2500 woningen in de randzone Binnenveld mogelijk gemaakt wordt. Wij roepen de gemeente op om duidelijk te zijn over het aantal woningen dat ze in deze omgevingsvisie mogelijk wil maken. We maken ons zorgen over de beoogde woningbouw ‘rond de kernen’ (of kernrandzones) omdat deze gebieden vaak geheel of gedeeltelijk in het NNN liggen (4) Hoeveel er waar precies gebouwd gaat worden is in de conceptvisie onduidelijk. Wij pleiten ervoor om de woningbouw te realiseren als inbreiding binnen de contour 'Stedelijk gebied’.

Kies daarbij voor duurzaam verdichten, zodat alleen nog energieneutraal, circulair, klimaatbestendig en groen en natuur inclusief gebouwd wordt. En met een duurzaam mobiliteitssysteem. Zoals in het Convenant Duurzame Woningbouw, niveau goud is gedefinieerd. Bied buiten de contour 'Stedelijk gebied’ slechts beperkt ruimte voor vernieuwende woningbouwconcepten die natuur, landschap en erfgoed versterken. Maak expliciet de keuze om geen woningbouw of andere ruimtelijke ontwikkeling realiseren in het NNN. Voor de beoogde nieuwe kern (van circa 2500 woningen) in Randzone Binnenveld pleiten wij ervoor om deze kern ruimtelijk functioneel te laten aansluiten op bestaande bebouwing van Veenendaal. (5) Natuurorganisaties uit het Binnenveld zien de Randzone Binnenveld als belangrijke corridor die de Heuvelrug en het Nature 2000 gebied Binnenveld verbindt en die versterkt zou moeten worden door verbreding, aanleg van meer landschapselementen etc. Als hier woningen moeten komen, moet er een alternatief voor de natuurverbinding komen. Dit zou eventueel ten noorden van Achterberg gerealiseerd kunnen worden. Duurzaam bouwen als bouwsteen van de visie: Convenant Duurzame Woningbouw Om de markt te faciliteren in duurzame innovatie en industrialisering van de woningbouw, is het belangrijk dat gemeenten hoge - bovenwettelijke - duurzaamheidseisen stellen.

Het Convenant Duurzaam Bouwen geeft hierin richting. Afspraken worden gemaakt op het gebied van energie, circulair, natuurinclusief en klimaat adaptief bouwen, gezondheid en duurzame mobiliteit. We zijn verheugd dat gemeente Rhenen in 2022 dit Convenant heeft ondertekend én samen met nog vier ander gemeenten gekozen heeft voor het hoogste ambitieniveau: goud. Alleen dan kan de bouwsector binnen C02- budget blijven zoals in het Klimaatakkoord is afgesproken. Dit betekent onder andere dat er nadrukkelijk ingezet wordt op biobased bouwen en hierdoor de woningbouwopgave binnen (landelijk vastgesteld) C02-budget (voor de bouw) gerealiseerd kan worden. Het NMU Handboek 'Bouwen voor de Toekomst' laat zien wat er allemaal al kan op gebied van duurzame woningbouw. Zie https://www.nmu.nl/wpcontent/uploads/sites/2/2022/03/Handboek-NMU-Bouwen-voor-de-Toekomst.pdf Het verbaast ons dan ook zeer dat in de concept Visie op Rhenen 2035 deze ambitie voor duurzaam bouwen niet of nauwelijks terugkomt. (6) Dit is een gemiste kans en moet als ambitie alsnog worden toegevoegd.

Bovendien vragen we aandacht voor wooncoöperaties / CPO: Bewoners die in de vorm van Wooncoöperatie of CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) nieuwbouw realiseren bouwen vaak wijken die duurzaam zijn, of grotere woningen worden opgedeeld in kleinere wooneenheden, of leegstaande panden worden omgebouwd tot wooneenheden. Wooncoöperaties vinden in de huidige situatie nog maar moeilijk de plek om hun ideale woonomgeving te realiseren. We roepen

48

gemeente Rhenen op wooncoöperaties ruimte te bieden en hen te helpen hun plannen te realiseren. De gemeente kan nieuwbouwlocaties beschikbaar stellen, helpen bij het verwerven van zelfbouwkavels en subsidie verstrekken voor duurzame maatregelen. Ook een leenfonds voor wooncoöperaties kan helpen. Tot slot vragen we wat betreft woningbouw aandacht voor natuur gefinancierd uit opbrengst grond: Bij aanleg van nieuwbouw worden alle mogelijke wetgeving en beleid gebruikt om uit de waardevermeerdering van de grond, ook grootschalig groen te financieren. Ook gemeente Rhenen heeft meegetekend aan het pact Groen Groeit Mee en zich daarmee gecommitteerd aan deze afspraak. Onder meer bij de ontwikkeling van de nieuwe woonkern aan de rand van het Binnenveld (012) is het dus belangrijk om daadwerkelijk ruimte te reserveren voor nieuw recreatiegroen en natuurontwikkeling en om dat meteen mee te nemen in de planontwikkeling. Wij zien dit graag verder uitgewerkt in de uitwerking per deelgebied. Bij de uitwerking van Groen Groeit Mee wordt uitgegaan van minimaal 75m2 per nieuwe woning bij de ontwikkeling en 500m2 in de nabije omgeving.

Ook in de studie ‘Bosontwikkeling in een woest aantrekkelijk woonklimaat' (uit 2021) is voor vier regio's in Nederland per woonconcept (vrije kavels, verdicht en gestapeld) berekend hoeveel bos per hectare bebouwing er kan worden aangelegd zonder dat de ontwikkelaar er verlies op maakt. Voor de provincie Utrecht ziet dat er als volgt uit: Woonconcept: Aantal hectares natuur per hectare bebouwing Vrije Kavels: 20,6 Verdicht: 2,4 Gestapeld: 0,8 Deze studie sluit aan bij de filosofie uit het programma Groen Groeit Mee van Provincie Utrecht en gemeenten. Het is dus van belang om groen en natuur actief mee te ontwikkelen bij nieuwbouw. (6) Recreatie en toerisme; maak keuzes die bijdragen aan natuurherstel (7) In de conceptvisie spreekt de gemeente uit 'natuur te zien als cultuurschat' en dat zij ‘de kwaliteit van de natuur wil verbeteren’ (H3.2e p9) en zij wil ‘met het karakteristieke aan de kernen (zoals de tabaksschuren in Elst) behoedzaam omgaan' (p8). Dat wat cultuurhistorische waarde heeft, wil de gemeente bewaren, in ere herstellen en/of verder versterken. De gemeente wil recreatie dichtbij huis (wandelen en fietsen) versterken én wandel- en fietsroutes aanleggen. We zijn blij dat de gemeente cultuurhistorie en natuur als belangrijke waarden ziet als drager voor de fysieke leefomgeving (en onder andere recreatie).

Wat betreft de aanleg van wandel- en fietsroutes is niet duidelijk waar de nieuwe routes moeten worden gerealiseerd en in hoeverre dat ten koste gaat van NNN en/of N2000-gebieden. Onduidelijk is wat wordt bedoeld met ‘Bosbad’ in Binnenveld, zie p.11 van de visie. Wat betreft toerisme (onderdeel h) wil de gemeente zich vooral richten op bezoekers uit de regio die komen voor de combinatie van natuur, het water, cultuur(landschap) en gastronomie. Daarvoor wil de gemeente o.a. mogelijk maken dat er strandjes langs de Rijn worden aangelegd, twee wandelpaden in het uiterwaarden (deelgebied 21). Dit staat haaks op het eerdergenoemde uitgangspunt dat de Nature 2000-gebieden niet worden aangetast en in het NNN in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. De uiterwaarden zijn Nature 2000-gebied én liggen in het NNN. Wij vinden dit een ongewenste ontwikkeling vanwege de negatieve effecten op de natuur. Ditzelfde geldt ook voor aanleggen van een nieuwe haven en daarvoor benodigde infrastructuur. Ook stelt de conceptvisie dat recreatie en sport de dieren in de natuur en het milieu niet schaden. Deze conclusie is te kort door de bocht. Nieuwe recreatieve functies moeten worden voorkomen in NNN en N2000-gebieden en moet in overige gebieden zorgvuldig worden ingepast, anders schaden ze wel degelijk de natuur en het milieu.

De visie is één van de belangrijkste documenten waarin een recreatieve zonering moet worden vastgelegd. Met een zonering wordt de recreatie afgestemd op de draagkracht van de verschillende gebieden, en wordt zekerheid verkregen dat er ook

49

gebieden resteren waar de verstoring van natuur echt minimaal is en blijft. Dergelijke gebieden zijn nodig om de natuur in de gehele gemeente te laten floreren. Ook ontbreekt in deze paragraaf wat de gemeente voor ogen heeft met een belangrijke toeristische trekker in de gemeente: nl. Ouwehands Dierenpark. In bijlage 1 staat als opgave genoemd ‘Ouwehands Dierenpark duurzaam ontwikkelen'. Toelichting op wat hiermee wordt bedoeld ontbreekt. Deze moet worden toegevoegd. Conclusie: Hoewel het de ambitie is van de gemeente om recreatie en toerisme in balans te brengen met de natuur en culthistorische waarden, ontbreken ons inziens een heldere zonering én worden keuzes gemaakt om toeristisch recreatieve voorzieningen mogelijk te maken die naar verwachting wel leiden tot aantasting van Natura 2000- gebieden en NNN. Circulaire economie? (8) De economische ambities van de gemeente in de concept Visie zijn weinig uitgesproken. Het enige wat genoemd wordt is iets over bedrijventerrein Remmerden en dat er in randzone Binnenveld (D12) naast bedrijventerrein Nijverkamp (Veenendaal) ruimte wordt gemaakt voor een nieuw bedrijventerrein voor kleine tot middelgrote bedrijven die weinig tot geen belasting vormen voor het milieu. Wat ontbreekt is een visie op de economie wat betreft lokaal, duurzaam en circulair. De Coronapandemie heeft laten zien dat een gezonde samenleving niet zonder kan.

Er is meer aandacht voor lokaal produceren, mens en milieu in de eigen omgeving. Dit zijn ook de kernwaarden van de circulaire samenleving. Gemeenten spelen een bepalende rol in de lokale economie en maken dus ook het verschil bij de ontwikkeling van de circulaire economie. De maatschappij vraagt er nu om en de mogelijkheden zijn er. In het onderdeel over Economie komt circulariteit niet voor. Dat is opvallend omdat het namelijk wel genoemd wordt in bijlage 3 (Belangrijkste conclusies van het trendonderzoek). Geen aandacht besteden aan circulariteit is een gemiste kans, omdat juist een toekomstbestendige economie gebaat is bij innovatie. Het circulair maken van de bestaande economie is de belangrijkste economische innovatie van de komende decennia. Cirkelregio Utrecht heeft een manifest uit gebracht waarin verschillende zaken worden aangereikt om deze innovatie concreet vorm te geven op lokaal niveau. Denk daarbij aan het faciliteren van circulair werkende ondernemers, circulaire bedrijventerreinen en het uitwerken van een lokale grondstoffenstrategie. Het is essentieel voor de gemeente om haar eigen rol hierop uit te werken. Zo is er binnen de regio een ambtelijke samenwerking op circulaire economie en daarmee zijn verschillende ontwikkelingen in gang gezet, zoals het regionale netwerk voor ambtenaren op circulaire inkoop.

Dit is een belangrijke stap in het stellen van een voorbeeld en het stimuleren en ondersteunen van lokale ondernemers. We roepen de gemeente op om het onderwerp circulaire economie en de visie van de gemeente hierop alsnog te formuleren en te integreren voor de vaststelling van de definitieve omgevingsvisie. Duurzame energie (9) Wij constateren dat in de tekst die nu over energie is opgenomen in de conceptvisie veel minder ambities staan dan die de gemeente in haar Coalitieakkoord 2022-2026 heeft opgenomen. Wij pleiten ervoor dat deze ambities alsnog worden opgenomen in deze visie. Veranker ook bestaande afspraken (ook in RES-verband) en kaders voor wind en zon in het nog op te stellen omgevingsplan, maar behoud ruimte voor een mogelijke intensivering van de inzet. De inzet van de gemeente op energiebesparing en ‘no regret’-maatregelen is goed, maar niet genoeg om in 2040 energieneutraal te zijn. We ontkomen er niet aan: ook windturbines en natuurinclusieve zonnevelden zijn in het algemeen onmisbare onderdelen in de mix van realistische klimaatmaatregelen. De doelstellingen op dit vlak moeten worden behaald. We realiseren ons ook dat het een flinke puzzel is gelegd moet worden. Lokaal draagvlak is daarbij de sleutel: in overleg met betrokkenen kijken ‘waar’, 'hoe', ‘met wie' en hoe het financieel regelen', waarbij in ieder

50

geval Natura 2000-gebieden en het NNN zijn uitgesloten. Uiteraard, zeker bij de aanleg van zonnevelden, is natuurinclusieve inrichting de voorwaarde: ook daar kunnen betrokkenen goed over meedenken. Ook het aardgasvrij maken van de gemeente, onder andere door de inzet op natuurinclusief en biobased isolatie; het verkennen van duurzame collectieve warmtebronnen; en het faciliteren/ stimuleren van bewoners die zelf aan de slag gaan met hun buurt of wijk om aardgasvrij te worden zijn ontwikkelingen die vragen om visie en daadkracht vanuit de gemeente. De energietransitie bevindt zich in de directe leefomgeving van en achter de voordeur van burgers. Dit vraagt om participatie, 50% lokaal eigendom, functiecombinatie etc. De mogelijkheden om aan schone energie te komen (o.a. waterkracht uit de Neder-Rijn, aandelen in een windpark op zee) wordt onderzocht, maar de uitkomsten hiervan staan niet in de conceptvisie. Tot slot zal ook energieopslag steeds belangrijker worden en zal de netinfrastructuur moeten worden veranderd en verzwaard. Dit zijn allemaal ontwikkelingen met een ruimtelijke impact. Wij adviseren om hierop zoveel als mogelijk te anticiperen in uw omgevingsvisie én omgevingsplan. Natuurinclusieve energietransitie Gezien de huidige biodiversiteitscrisis vragen alle projecten, ook energieprojecten, om een ‘plus op de natuur*.

Voor elektriciteits- en warmteprojecten betekent dit dat onze kwetsbare natuurgebieden (Natura 2000 en NNN) ontzien moeten worden. Daarnaast betekent dit het stellen van voorwaarden aan energieprojecten: volwaardig en lokaal vooronderzoek en een natuur inclusief ontwerp en realisatie. Voor warmte projecten betekent dit natuur inclusief en biobased isoleren. Door te zoeken naar het juiste moment van isolatie (niet tijdens winterrust) en het plaatsen van nieuwe verblijfplekken kan schade aan de natuur worden voorkomen en gezocht worden naar een plus op de natuur. Dit willen wij concreter terugzien in de definitieve omgevingsvisie en omgevingsplan. Voor inspiratie verwijzen wij naar de kennistools op onze website. Agrarische sector: naar circulaire, natuurinclusieve, klimaatneutrale en diervriendelijke landbouw De beschrijving in paragraaf 3.2. g gaat over hoe de agrarische sector in 2035 in het Binnenveld (D18) de ruimte heeft gekregen om te verduurzamen en een goed bedrijf te runnen. Het is echter vooral een wensbeeld. Het is onzes inziens noodzakelijk dat gewerkt wordt aan een omslag van grotere intensieve landbouw naar circulaire, natuur inclusieve, klimaatneutrale en diervriendelijke landbouw, met een goed verdienmodel voor de landbouw. Wat ontbreekt is hoe deze transformatie vorm krijgt en welke rol de gemeente daarin speelt.

(6) Onzes inziens kunnen boeren een belangrijke rol spelen in het versterken van natuurgebieden, bijvoorbeeld door het aanleggen van corridors (in vorm van landschapselementen of agrarisch natuurbeheer) tussen natuurgebieden. (10) Specifiek gaat het hierbij om het verbinden van Heuvelrug en Het Binnenveld en Heuvelrug en Rijntakken/De Nude. Daarnaast liggen er kansen voor agroforestry en voedselbossen. Het is essentieel dat dit wordt opgenomen in de omgevingsvisie als aanknopingspunt voor initiatieven om tot de uitvoering te komen. Er is namelijk ook een voedselbosseninitiatief vanuit bewoners in Rhenen en agroforestry biedt boeren die een stap willen maken naar een natuurvriendelijker bedrijf een bedrijfsmodel en versterkt daarbij ook de natuur. Met agroforestry kunnen landbouwbedrijven een plus geven op de bestaande natuur. Wij missen in de paragraaf over de agrarische sector de vertaalslag vanuit het coalitieakkoord 2022-2026 waarin de agrarische sector is omschreven als belangrijk in de gemeente Rhenen, niet alleen als producent van voedsel, maar ook als landschapsbeheerder. Daarin spreekt de gemeente de ambitie uit om bij dragen aan een regionale voedselkringloop. Wij raden aan om dit onderdeel van de visie nog voor de vaststelling verder uit te werken (ook gelet op de samenhang met andere thema's zoals natuur, klimaatadaptatie) en uitbreiding van

51

grondgebonden landbouw alleen toe te staan als de uitbreiding daadwerkelijk duurzame landbouw betreft. Klimaatadaptatie opnemen als een van de hoofdthema’s in de omgevingsvisie In de conceptvisie is als uitgangspunt genomen dat 'nieuwe gebouwen en inrichting van openbare ruimte zijn aangepast aan veranderingen van het klimaat'. Daarvoor moeten 'meer bomen worden geplant’ en individuen moeten op hun 'gevels, daken en tuinen meer begroeiing aanbrengen en water opvangen'. Wij missen bij de hoofdpunten van de conceptvisie klimaatadaptatie als hoofdthema (11). Het komt slechts op enkele plekken terug bij uitwerking deelgebieden, maar niet bij punten a t/m j onder hoofdstuk 3. Het lijkt erop dat de gemeente het onderwerp weinig prioriteit geeft. Dat is opmerkelijk. Rhenen ligt aan de Nederrijn en de Nederrijn is overstromingsgevoelig. Hoewel Rhenen zelf nauwelijks gevoelig is voor overstromingen is de omgeving van Rhenen en haar kernen dat wel. Rhenen is wel gevoelig voor wateroverlast bij hevige regen, zeker Elst, maar ook Rhenen zelf, want al het water wat van de Heuvelrug komt, stroomt door Rhenen en Elst heen bij regen. Zeker bij hoogwaterstand Nederrijn of overstroming, kan water uit de kernen dus niet afgevoerd worden. We vragen ons af in hoeverre de Regionale Adaptatiestrategie (RAS) is verwerkt in deze concept omgevingsvisie.

Wij roepen de gemeente op om het onderwerp klimaatadaptatie als een van de hoofdthema's van de omgevingsvisie uit te werken voordat de omgevingsvisie definitief wordt vastgesteld. Daarnaast roepen wij de gemeente op om bij klimaatadaptatie de betrokkenheid en samenwerking met inwoners steviger neer te zetten. (12). De opgave van klimaatadaptatie moet gezamenlijk worden opgepakt omdat een groot deel van de ruimte grondgebied is van inwoners. De gemeente zou dit moeten faciliteren en regelingen beschikbaar moeten stellen om klimaatadaptatie voor inwoners aantrekkelijk te maken. Voor inspiratie voor maatregelen voor klimaatadaptatie verwijzen we graag naar het servicepunt Duurzame Daken het project Heuvelrugtuinen van NMU. Duurzame mobiliteit (13) We hebben de volgende constateringen over duurzame mobiliteit in de conceptvisie en doen aanbevelingen voor verbetering: • We constateren dat duurzame mobiliteit een plek heeft in de omgevingsvisie, maar dat er echter geen expliciete keuzes worden gemaakt. De gemeente wil namelijk enerzijds dat de centra van Rhenen en Elst goed bereikbaar blijven met de auto (inclusief voldoende parkeergelegenheid én verbreding van de Rijnbrug) én anderzijds het openbaar vervoer en fiets aantrekkelijker maken en goede aansluitingen tussen verschillende vervoersoorten realiseren.

• De paragraaf over duurzame mobiliteit is sterk autominded en we missen echt inzicht in de conceptvisie dat de gemeente anders naar mobiliteit gaat kijken. Een echte keuze voor modaliteiten die minder ruimte vragen en bijdragen aan minder C02 uitstoot, zoals fietsen, openbaar vervoer en gedeeld vervoer wordt dus niet expliciet gemaakt. • Het is belangrijk dat de gemeente investeert in goede lokale fietsinfrastructuur en de aanleg van regionale doorfietsroutes. De aanleg van goede fietsinfrastructuur en doorfietsroutes en het faciliteren van de snelle fietser, is een gemeentegrens overstijgend belang: regionale samenwerking met andere gemeenten én de provincie is belangrijk. En dat hierbij aangesloten wordt bij bestaande infrastructuur om te voorkomen dat nieuwe fietsinfrastructuur ten koste gaat van Natura 2000 gebieden en NNN. En dat een koppeling wordt gelegd met bereikbaarheid van regionale bestemmingen zoals natuur en dierenpark. • We missen ook een link met groei van bedrijven. In de conceptvisie staat dat de gemeente bedrijven wil aantrekken met veel werkgelegenheid (bijvoorbeeld in randzone Binnenveld), maar dat dat leidt tot meer verkeersbewegingen wordt niet erkend. Wij roepen de gemeente op om samen met werkgevers aan de slag te gaan over duurzame mobiliteit. Anders creëer je een probleem.

52

•

•

• •

Ook wordt nauwelijks een link gelegd tussen extra woningbouw en dat dat leidt tot extra verkeersbewegingen. De enige oplossing hiervoor is het ontwikkelen met duurzame mobiliteit concepten (dus delen in plaats van een standaard parkeernorm van 2 auto's of hoger); Datzelfde geldt ook voor bereikbaarheid van natuurgebieden. De gemeente heeft nu al de handen vol aan automobiliteit. Maar het is essentieel dat natuurgebieden ook andere manieren dan de auto bereikbaar zijn. De opgave om bijvoorbeeld deelfietsen rondom natuurgebieden aan te bieden (waarover de NMU nu met de gemeente in gesprek is) komt nergens terug in de conceptvisie. We missen in de concept omgevingsvisie visie op elektrisch: vervoer, faciliteren van laadnetwerk etc. We vinden de conceptvisie weinig expliciet over het stimuleren van deelvervoer. Hier ligt een belangrijke taak voor bij de gemeente om inwoners hiermee bekend te maken (vb met een probeeraanbod en interessante regelingen) evenals goede samenwerking met aanbieders. Daarnaast dat gemeente participeert in initiatieven voor goede samenwerking regionaal (wordt nu vanuit provincie en Goedopweg opgestart, zodat deelmobiliteit geen hoogstedelijk ding meer blijft). En dat gemeente een rol gaat spelen in deelconcepten bij nieuwbouw en op bedrijventerreinen.

2. Uitvoering: sturing, afweging en vervolg In hoofdstuk 4 van de concept omgevingsvisie gaat de gemeente in op hoe ze wil komen van 'Visie op Rhenen naar uitvoering’. Omgevingsvisie moet duidelijk kader geven voorop te stellen kernrandenvisie De gemeente stelt dat uitvoering van de Visie op Rhenen gebeurt in de eerste plaats door het bestuursprogramma van het college van burgemeester en wethouders. Een van de zaken die daarin staat is dat een kernrandenvisie wordt opgesteld. Vervolgens wordt de omgevingsvisie uitgewerkt in een uitvoeringsagenda (aanvullend op het collegeprogramma). Deze uitvoeringsagenda geeft vervolgens de doelen voor de langere termijn (en geeft ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving) Het wordt in de conceptvisie niet duidelijk hoe de omgevingsvisie en de kernrandenvisie met elkaar samenhangen. Wij vinden dat de omgevingsvisie sturing moet geven aan de op te stellen kernrandenvisie. In de vorm geeft de visie te weinig kader voor een kernrandenvisie daar waar het gaat om nieuwe woningbouw. Zoals eerder aangegeven constateren wij namelijk een tegenstrijdigheid in de concept-omgevingsvisie wat betreft het uitgangspunt tussen enerzijds dat de Natura 2000-gebieden niet worden aangetast en in het NNN vinden in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats en anderzijds beoogde ontwikkeling van de kernrandzones.

Binnen de kernrandzone zijn er delen die wel en die niet in het NNN liggen. Alleen de delen van de kernrandzone die niet in het NNN liggen kunnen benut worden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Wij pleiten ervoor om in de definitieve omgevingsvisie helder te zijn over ligging van Natura 2000gebieden en NNN én dat er geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden in Natura 2000 gebieden en in het NNN. En vervolgens dit uitgangspunt als kader mee te geven voor de op te stellen kernrandenvisie. Bestuurlijke afwegingsruimte Voor een gezonde fysieke leefomgeving is het belangrijk om in de omgevingsvisie uitspraken te doen over milieuaspecten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente de mogelijkheid voor bestuurlijke afwegingsruimte voor een aantal milieuaspecten (zoals geur. geluid, trillingen, licht). Zo kan de gemeente binnen een bandbreedte strengere eisen te stellen of krijgt het zelfs eigen afwegingsruimte (zoals bij het aspect licht). Hoewel deze bestuurlijke afwegingsruimte een plek moet krijgen in het nog op te stellen omgevingsplan, pleiten wij ervoor om in deze omgevingsvisie uitspraken te doen over hoe de gemeente de bestuurlijke afwegingsruimte wil benutten voordat de omgevingsvisie definitief wordt vastgesteld. 53

Omgevingswaarde Naast bestuurlijke afwegingsruimte wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt ook de term omgevingswaarde geïntroduceerd als instrument voor een gezonde en duurzame leefomgeving. Duisternis, stilte, gezonde lucht, bodemkwaliteit en schoon water zijn aspecten van de leefomgeving die de gemeente als omgevingswaarde kan definiëren zodat deze aspecten niet alleen een wens blijven maar ook echt gerealiseerd worden. Wij roepen de gemeente op om omgevingswaarden op te stellen voor bovengenoemde milieuaspecten. Dat betekent dat deze aspecten in de omgevingsvisie als ambitie moeten worden opgenomen én een plek krijgen in het nog op te stellen omgevingsplan. Dit ontbreekt in deze concept-omgevingsvisie. Om invulling te geven aan het aspect Duisternis heeft de NMU aanbevelingen gemaakt voor het aspect duisternis en stilte die in de omgevingsvisie en/of omgevingsplan een plek kunnen krijgen. Zie bijgaande link: https://www.nachtvandenacht.nl/aanbevelingen-voor-gemeenten. Participatie Het is positief te lezen dat de gemeente de omgevingsvisie samen met de samenleving heeft opgesteld.

Wij vinden het belangrijk dat inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties (waaronder natuur- en milieuorganisaties) de kans krijgen om (met de participatie- en motiveringsverplichtingen die in de Omgevingswet staan), ook bij het opstellen van het omgevingsplan, eventuele programma’s en ruimtelijke plannen in een vroege fase de eigen inzichten en wensen naar voren te brengen en daarop een reactie te krijgen. En dat de gemeente bij ruimtelijke projecten die worden geïnitieerd door derden zorgvuldig toetst of participatie zorgvuldig is gedaan en alle belangen zijn afgewogen. Het is ook belangrijk om de verschillende vormen van participatie aandacht te geven. Dus niet alleen het afwegen van de verschillende belangen en inspraak. Bij participatie gaat het ook om daadwerkelijk financieel te kunnen participeren, met name bij de ontwikkelingen van energieprojecten. Ontbreken van PlanMER De concept Visie op Rhenen 2035 is een omgevingsvisie zoals de Omgevingswet deze verplicht stelt. Dit betekent één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Met de omgevingsvisie biedt de gemeente een strategische lange termijnvisie (tot 2035) voor de fysieke leefomgeving en loopt hiermee vooruit op de invoering van de Omgevingswet.

Voor een omgevingsvisie dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen indien de in de omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen tot significante gevolgen kunnen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een passende beoordeling conform de Wet natuurbescherming nodig is. In de concept Visie op Rhenen 2035 staat een aantal ontwikkelingen genoemd waarbij significante gevolgen voor Natura 2000 gebieden niet op voorhand zijn uit te sluiten. Het gaat daarbij o.a. om energieopwekking in de randzone Remmerden, idem bij Nude en beoogde ontwikkelingen in de uiterwaarden (aanleg van wandelpaden, een haven en de beoogde verbreding van de Rijnbrug, de bouw van minimaal 1000 en mogelijk 3500 woningen, uitbreiding bedrijventerrein, etc.). Daarnaast is de visie mogelijk kaderstellend voor m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten. Voor zover ons bekend heeft gemeente geen planMER en Passende beoordeling laten maken over de concept omgevingsvisie. Het doel van het planMER is het inzichtelijk maken van de effecten van de omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre het voorgestelde beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. Het planMER geeft de (milieu)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de omgevingsvisie.

De planMER moet alsnog worden gemaakt en de uitkomsten en aanbevelingen moeten worden verwerkt in de definitief vast te stellen omgevingsvisie. Hieronder volgt nog een aantal vragen en opmerkingen ten aanzien van de bijlage 1.

54

3.

Vragen en opmerkingen over bijlage 1: Kenmerken en opgaven per deelgebied:

Algemeen: gebiedsoverstijgende opgaven integraal afwegen en sturen? In bijlage 1 'Kenmerken en opgaven per deelgebied' zijn de belangrijkste opgaven beschreven die nader worden uitgewerkt. Naast deze opgaven per deelgebied is een aantal deelgebied overstijgende opgaven geformuleerd (waaronder verbeteren OV verbindingen, verbeteren netwerk fietsinfrastructuur, maatregelen voor klimaatadaptatie, randzones optimaal ontwikkelen, opgaven uit de energietransitie). Hoe de gemeente deze overstijgende opgaven gaat oppakken (integrale afweging en keuzes) en integrale afweging borgt wordt niet duidelijk in de concept omgevingsvisie. Dit vraagt om sturing vanuit de gemeente. En is ook cruciaal voor het op te stellen omgevingsplan en omgevingsprogramma’s. Het is belangrijk dat hierover alsnog duidelijkheid gegeven wordt voordat de omgevingsvisie definitief wordt vastgesteld. Kaartbeelden: Per deelgebied staat er een kaart afgebeeld, met daarop het deelgebied in het grotere geheel van gemeente Rhenen. Daarnaast is er een kaart gemaakt als schetsimpressie. We zien ook graag een overall kaart opgenomen in de omgevingsvisie waarop alle gebieden én kernen staan in samenhang met elkaar (met daarop ook de locaties van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen en zoneringsgebieden). Daarmee kunnen we beter inschatten wat de gevolgen van de ontwikkelingen zullen zijn.

Deelgebieden: Bij de onderstaande deelgebieden hebben wij de volgende vragen / opmerkingen: Deelgebied 1 Historische kern (p16): Meer bomen planten en gevels, daken en tuinen: Bij de opgaven staat o.a. dat er meer bomen moeten worden aangeplant en op daken, gevels en tuinen meer begroeiing en verbeteren wateropvang moet komen. Wij pleiten voor een aanpak waarbij de biodiversiteit voor de hele gemeente wordt versterkt (o.a. met inheemse bomen, struiken en planten) maar ook direct klimaatadaptatie wordt aangepakt. Wat opvalt is dat noch in dit deelgebied noch in deelgebied 2 Kern Rhenen gesproken wordt over de aanleg van een haven (zoals dat in deelgebied 21 Uiterwaarden wordt aangekondigd). Over deze haven gaan wij bij deelgebied 21 nader in. Deelgebied 2 Kern Rhenen (p17): Meer bomen planten en gevels, daken en tuinen: zie opmerking deelgebied 1. Aanleggen: wandelpaden die naar de natuur voeren: het wordt niet duidelijk waar deze paden komen te liggen en naar welke natuur. En nog belangrijker wat de impact is op de natuur (Natura 2000 gebied en NNN)? Knelpunt Rijnbrug oplossen: eerder in de Visie staat dat de gemeente wil dat de Rijnbrug verbreed wordt. Deze ontwikkeling zal naar verwachting grote impact hebben op het aangrenzende Natura 2000 gebied Uiterwaarden. Zie ook onze opmerking over planMER.

Verbeteren OV verbindingen en deelvervoer: goed punt dat de gemeente hiervan werk gaat maken (samen met andere organisaties). Deelgebied 3 Kern Elst (p18): Meer bomen planten en gevels, daken en tuinen: zie opmerking deelgebied 1. Woningbouw: goed om te lezen dat gekozen wordt voor inbreiding binnen de kern (en dus binnen de contour Stedelijk gebied). Deelgebied 4 Kern Achterberg (p20): Meer bomen planten en gevels, daken en tuinen: zie opmerking deelgebied 1.

55

Deelgebied 5 Heimerstein (p21): Geen aanvullende opmerkingen. Deelgebied 6 Veeneind (p22): Geen aanvullende opmerkingen. Deelgebied 7 Bedrijventerrein Remmerden (p23): Meer bomen planten en gevels, daken en tuinen: zie opmerking deelgebied 1. Uitvoering geven aan warmtetransitie: wat houdt dat concreet in en wat zijn de ruimtelijke consequenties? Wordt het NNN uitgesloten? Vervoer over water verkennen: wordt hierbij aan vervoer over de rivier gedacht en zo Ja, wat is het effect voor het Natura 2000 gebied waar de rivier in ligt? Passende uitbreiding onderzoeken: waar wordt aan gedacht? Binnen de bestaande begrenzing van het bedrijventerrein of ook daarbuiten? Het huidige bedrijventerrein wordt omsloten door het NNN, dus uitbreiding van het bedrijventerrein Remmerden is om die reden niet mogelijk en niet wenselijk. Deelgebied 8 Bedrijvenlocatie Achterberg (p24): Meer bomen planten en gevels, daken en tuinen: zie opmerking deelgebied 1. Verbeteren van bereikbaarheid: belangrijk om rekening te houden met het feit dat de locatie wordt omsloten door NNN en gebieden die liggen in de ‘Groene contour'. Denk bij verbeteren van bereikbaarheid ook aan duurzame opties. Deelgebied 9 Randzone Elst (p25): Beperkte bijbouw van duurzame woningen: Het is belangrijk dat de gemeente in haar omgevingsvisie herkent én erkent dat dit deelgebied voor een groot deel in het NNN ligt.

Wij pleiten ervoor om geen woningbouw te realiseren in het NNN én om het voormalig defensieterrein Zwijnsbergen (MOB-complex) terug te geven aan de natuur. Agrarisch gebruik van percelen: toevoegen dat ook hier transitie naar duurzame landbouw zal worden gestimuleerd. Het groen dat door de woningbouw verdwijnt op andere manieren terug laten komen: wat wordt hiermee bedoeld? Deelgebied 10 Randzone Rhenen (p26): Kenmerken randzone westzijde: toevoegen aan de zin over de ‘ecologische verbinding tussen Heuvelrug en uiterwaarden‘ dat dit onderdeel is van het NNN. Bij Opgaven Randzone Rhenen Westzijde: Cultuurhistorie van landhuis en landgoed De Tangh onderhouden: waar wordt aan gedacht? Gaat het hier om toevoegen van nieuwe (economische) dragers om het landgoed te onderhouden? Bij Opgaven Randzone Rhenen Oostzijde: Ouwehands Dierenpark duurzaam ontwikkelen: waar wordt aan gedacht qua omvang, inhoud, fasering? Betekent dit ook uitbreiding van het dierenpark en infrastructurele ingrepen in omliggend gebied? Meer bomen planten: zie opmerking bij deelgebied 1. Beperkt bijbouwen van duurzame woningen: welke locatie is beoogd? Het groen dat door de woningbouw verdwijnt op andere manieren terug laten komen: wat wordt hiermee bedoeld? Deelgebied 11 Randzone Achterberg (p27): Wanneer agrariër besluit te stoppen...

realiseren: vrijkomende land leent zich niet alleen voor beperkt duurzame woningbouw, duurzame landbouw, natuurontwikkeling en waterberging, maar onzes inziens ook voor duurzame opwekking van energie.

56

Dit gebied heeft ook potentieel om een corridor te vormen tussen de Heuvelrug en het Binnenveld. Als agrariërs vrijkomende grond overnemen, dan zou de rol van de agrariër als landschapsbeheerder versterkt kunnen worden, mits het gaat om duurzame natuurinclusieve landbouw. Deelgebied 12 Randzone Binnenveld (p28): Nieuwe woonkern bouwen: wij pleiten ervoor om daarin de ambitie voor duurzaam bouwen (Goud) volledig te realiseren en te combineren met kansen voor duurzame mobiliteit, natuurontwikkeling en duurzame energieopwekking. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het feit dat in dit deelgebied er sprake is van een korte afstand tussen de Heuvelrug en Binnenveld: met andere woorden een natuurlijke plek voor een ecologische corridor. Als hier gebouwd wordt, moet er onzes inziens een alternatief gezocht worden voor de corridor. Nieuwe bedrijven met veel werkgelegenheid aantrekken: deze bedrijven veroorzaken weinig tot geen belasting voor de omgeving. We vragen ons af of In dit deelgebied de beoogde 5 hectare nieuw bedrijventerrein gerealiseerd wordt (wat als uitgangspunt is genomen bij het opstellen van deze concept omgevingsvisie) én als dat zo is, waar dit terrein is beoogd. We delen het standpunt van de gemeente niet, dat nieuwe bedrijven met veel werkgelegenheid weinig tot geen belasting voor de omgeving veroorzaken.

We dagen de gemeente uit om bij de planontwikkeling duurzame mobiliteit optimaal te benutten en landschappelijk in te passen. Uitstekende bereikbaarheid realiseren met OV en fiets richting Rhenen: waar wordt aan gedacht? We pleiten ervoor om bestaande infrastructuur hierdoor optimaal te benutten. Onderzoek doen naar mogelijkheid van aanleg nieuw station (Rhenen Noord): Dit vraagt inderdaad om nader onderzoek én nadere toelichting. Het is positief dat bij de ontwikkeling van deze woonkern gekozen wordt voor OV (trein en andere voren van openbaar vervoer). Deelgebied 13 Randzone Remmerden (p29): Het is belangrijk dat de gemeente In haar omgevingsvisie herkent én erkent dat dit deelgebied bijna volledig in het NNN ligt en dit dus toevoegt als kenmerk van dit deelgebied. Ook moet als kenmerk van het gebied de aardkundige waarden van het gebied worden opgenomen. Mogelijkheden onderzoeken voor energieopwekking waarbij zo min mogelijk het open karakter wordt aangetast: het is onduidelijk aan welke vormen van energieopwekking wordt gedacht: zonnevelden en/of windenergie en de omvang? Gelet op de ligging van dit deelgebied in het NNN vinden wij dit een zeer ongewenste ontwikkeling in dit deelgebied. Daarnaast is de externe werking van N2000 belangrijk. Uit de conceptvisie blijkt niet dat deze ontwikkelingsrichting al nader is onderzocht. Dit moet alsnog gebeuren.

Zie ook onze opmerking over PlanMER. Deelgebied 14 Hoornwerk (p30): Het is belangrijk dat de gemeente in haar omgevingsvisie herkent én erkent dat dit deelgebied volledig in Nature 2000 gebied en in het NNN ligt en dit dus toevoegt als kenmerk van dit deelgebied. We zijn blij te lezen dat de gemeente het in ere herstellen van het Hoornwerk en de versterking van het landschep van de Grebbeberg als opgave heeft geformuleerd. Deelgebied 15 Groene corridor Rhenen - Achterberg (p31): Het is belangrijk dat de gemeente in haar omgevingsvisie herkent én erkent dat dit deelgebied nu al gedeeltelijk in het NNN ligt en dit dus toevoegt als kenmerk van dit deelgebied. Open karakter verbeteren of minimaal niet verder aantasten: In aanvulling op deze opgave pleiten wij voor het opnemen van een extra opgave: namelijk het versterken van het NNN door een groot aantal percelen, die in dit deelgebied in de provinciale omgevingsverordening al zijn aangeduid als Groene contour, toe te voegen aan het NNN. Onderhoud van aanwezige graften: wij pleiten ervoor om de graften bij de Laarsenberg niet alleen te onderhouden maar ook bescherming van graften expliciet te benoemen.

57

Deelgebied 16 Cultureel erfgoed -ter Horst (p32): Geen aanvullende opmerkingen. Deelgebied 17 Militair erfgoed en Veengebied (p33): We zijn blij te lezen dat de gemeente het deelgebied beschouwt als een bijzonder natuurgebied (o.a. als weidevogelgebied). Tegelijkertijd is het gebied in gebruik als landbouwgebied en een aantrekkelijk gebied voor recreatie en toerisme. Het deelgebied biedt onzes inziens kansen om door de noodzakelijke transformatie van de landbouw ontwikkelingen te creëren die de kwaliteiten van de natuur gaan versterken (juist ook doordat het deelgebied gedeeltelijk in het NNN ligt en vlak naast Natura 2000-gebied). Wandelen en recreëren aantrekkelijker maken. We vragen ons waar aan concreet gedacht wordt en we pleiten ervoor dat recreëren niet ten koste gaat van de aanwezige natuurwaarden, maar deze juist in samenhang met elkaar te bekijken dan wel te zoneren. Deelgebied 18 Binnenveld (p34); Wanneer agrariër besluit te stoppen... realiseren: vrijkomende land leent zich voor duurzame landbouw, duurzame woningbouw (kleinschalig), natuurontwikkeling, maar ook voor duurzame opwekking van energie. Bij de opgaven staat ‘in het noordelijk gebied nieuwe woonkern bouwen in een eigen stijl met mogelijk ruimte voor bedrijvigheid'. Het is onduidelijk of hiermee de ontwikkeling van deelgebied 12 (randzone Binnenveld) bedoeld wordt óf nog een extra woonkern.

Hierover moet duidelijkheid wordt gegeven. Extra opgave toevoegen: Meer bomen planten en gevels, daken en tuinen: zie opmerking deelgebied 1. Andere extra opgave toevoegen: realiseren corridors naar Heuvelrug en ook langs Nude. Voor een verbinding Natura 2000-gebied in het Binnenveld en Rijntakken (zuid-noord richting) is een natte corridor van belang. Nude: ruimte voor energieopwekking: het is onduidelijk aan welke vormen van energieopwekking wondt gedacht: zonnevelden en/of windenergie en hoe grootschalig? Daarbij is gezien de ligging de externe werking van N2000 belangrijk. Voor zover ons bekend is dit nog niet onderzocht. Zie ook onze opmerking over MER. Deelgebied 19 Oostflank Utrechtse Heuvelrug (p35); Toevoegen opgave: Meer bomen en planten en gevels, daken en tuinen: zie opmerking deelgebied 1. Deelgebied 20 Utrechtse Heuvelrug (p36): Het deelgebied ligt geheel in het NNN. Het is belangrijk om dit in de beschrijving van het deelgebied én als kenmerk toe te voegen. Als opgave staat vermeld: 'het landschap en de natuur versterken’. Wat ontbreekt is hoe dat wordt gerealiseerd en wat dat betekent voor de functie 'recreatie en toerisme’ en hoe recreatiezonering zal worden gerealiseerd.

Deelgebied 21 Uiterwaarden (p37): Het is belangrijk dat de gemeente in haar omgevingsvisie herkent én erkent dat dit deelgebied volledig in Natura 2000 gebied en in het NNN ligt en dit dus toevoegt als kenmerk van dit deelgebied. 'Natuurgerichte recreatie' mag ons inziens niet ten koste gaan van de aanwezige natuurwaarden. Het aanleggen van twee wandelpaden in de uiterwaarden staat haaks op het eerdergenoemde uitgangspunt dat Natura 2000-gebied niet wordt aangetast en dat in het NNN in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats vinden. Wij vinden dit een ongewenste ontwikkeling. Alle huidige en reeds geplande wandelpaden in de N2000-gebieden zijn getoetst aan de N2000-regelgeving. Dit is het maximale wat mogelijk is qua openstelling in de uiterwaarden.

58

Datzelfde geldt ook voor de beoogde haven: Een haven ontwikkelen die voldoet aan de regelgeving van Natura 2000. de visie doet geen uitspraken over wat voor soort haven of waar deze beoogd is. Op pagina 12 staat over de haven dat die ‘in grootte en gebruik moet passen bij de schaal van gemeente Rhenen'. Wat dat inhoudt is onduidelijk. Ook is onduidelijk of hiermee hetzelfde bedoeld wordt als bij deelgebied 7 Remmerden Vervoer over water verkennen: wordt hierbij aan vervoer over de rivier gedacht (= Natura 2000 gebied)? Aan de opgaven moet worden toegevoegd dat de aanwezige steilranden beschermd en behouden moeten blijven. Ook moet worden toegevoegd aan de opgaven dat de N2000-doelen gerealiseerd moeten worden. Tot slot In bovenstaande zienswijze hebben wij verwoord wat er nog aan de omgevingsvisie moet worden toe gevoegd, onderzocht of aangescherpt om uiteindelijk te kunnen worden vastgesteld. Indien gewenst lichten wij graag onze zienswijze nader toe. We wensen u veel succes bij de verdere vaststelling van de Omgevingsvisie. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- - Reactie aan Utrechts Landschap & Natuur en Milieufederatie Utrecht Naar aanleiding van uw ingediende zienswijze, ontvangt u een reactie op de door u ingebrachte punten. 1. De Visie op Rhenen is opgesteld met alle geldende wet- en regelgeving als randvoorwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12521902/1