Bijlage 2 Bijlagen omgevingsvergunning publiceerbaar
Tekst van het document
16
3.6
Behoud van oppervlakte
16
4 Conclusie
18
4.1
Samenvatting
18
4.2
Conclusie
18
4.3
Vervolgstappen
18
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Aan de Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen is het recreatieterrein ‘De Thijmse Berg’ gesitueerd. Op dit recreatieterrein zijn verschillende lodges aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens 10 schuurlodges te realiseren op een parkeerplaats. Ten behoeve van de ontwikkeling worden 12 solitaire bomen verwijderd. Voor deze ontwikkeling is een afwijking van het bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning aangevraagd. De planlocatie is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. De beoogde ingrepen hebben mogelijk een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland. Conform het beleid van de provincie Utrecht (omgevingsverordening) is het noodzakelijk om een Nee, tenzijtoets uit te voeren. Middels de Nee, tenzij-toets wordt onderzocht of de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte of samenhang van het Natuurnetwerk Nederland worden aangetast. Buro SRO Oost B.V. heeft Blom Ecologie verzocht te toetsen of de beoogde ontwikkeling strijdig zijn met het vigerend beleid omtrent het Natuurnetwerk Nederland.
1.2
Toetsing Natuurnetwerk Nederland De toetsing aan het beleid betreffende het Natuurnetwerk Nederland is een onderzoek waarbij een beoordeling gegeven wordt of een voorgenomen activiteit en/of ontwikkeling strijdig is met het vigerende beleid. De aantasting en/of verrijking van wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang staan hierin centraal. De toets bestaat uit een bureaustudie. De bureaustudie bestaat uit de analyse van wetgeving, beleid en externe bronnen met relevante gegevens zoals geluidsbelasting, verspreiding van flora en fauna, locatie specifieke data. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en geeft daarmee een vollediger beeld van potentiële effecten. Voorafgaand aan de Nee, tenzij-toets is een quickscan uitgevoerd (Davids, 2021). De quickscan bestond uit een veldbezoek en een bureaustudie. De resultaten van de quickscan zijn separaat gepubliceerd en indien relevant tevens opgenomen in deze rapportage.
1.3
Beleidskader Natuurnetwerk Nederland De provincie Utrecht streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Utrechtse natuur, wat bijdraagt aan een prettige leef- en werkomgeving. Hiertoe zetten men in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil men bereiken door de bestaande natuur in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van de natuurgebieden in het NNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Contour. De provincie Utrecht heeft bij de uitwerking van het Natuurnetwerk Nederland beleid vastgesteld. Derhalve zijn wezenlijke kenmerken en waarden benoemd waaraan toetsing plaatsvindt bij relevante ontwikkelingen. Nee, tenzij principe In het Natuurnetwerk Nederland is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden. Voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het ‘nee, tenzij’ principe. Indien voorgenomen ingrepen negatieve gevolgen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland kunnen deze alleen plaatsvinden mits de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade wordt gecompenseerd. Ingrepen kunnen niet plaatsvinden als niet wordt voldaan aan het ‘nee, tenzij’ principe.
4
Beleid zoals beschreven in de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht (Interim Omgevingsverordening 10 maart 2021) Relevante artikelen met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland Artikel 6.2 Instructieregel bescherming Natuurnetwerk Nederland 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het natuurnetwerk Nederland bevat bestemmingen en regels die strekken tot bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit, de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van het natuurnetwerk Nederland. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan. Toelichting Bij de regels in deze afdeling is als uitgangspunt genomen dat dat de kwaliteit en oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het Natuurnetwerk Nederland wordt behouden. Het uitgangspunt heeft betrekking op het eindresultaat. Het geldt dus niet alleen voor het toekennen van bestemmingen in een plan, maar ook voor de manier waarop bij een aantasting wordt gecompenseerd. Binnen het NNN moeten deze bestemmingen die aan de betreffende locaties worden toegekend, en de bijbehorende regels zorgen voor bovengenoemde doelstelling.
Aan locaties binnen het NNN moet, met uitzondering van agrarische gronden, in ieder geval de bestemming natuur of vergelijkbaar worden toegekend. In die gevallen waarbij er in het van kracht zijnde bestemmingsplan sprake is van een bestemming anders dan natuur (ook aangeduid als ingesloten functie in de toelichting op deze paragraaf), dan mag, ter bescherming van de bestaande activiteiten, ook deze andere bestemming worden toegekend. Artikel 6.3 Instructie geen aantasting Natuurnetwerk Nederland 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het natuurnetwerk Nederland bevat geen nieuwe bestemmingen en regels die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland, bedoeld in Bijlage 10 Wezenlijke kenmerken en waarden van deze verordening, of die kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, de oppervlakte of de samenhang van het natuurnetwerk Nederland, tenzij sprake is van: a. ruimtelijke ontwikkelingen vanwege een groot openbaar belang, waarbij er geen reële alternatieven zijn die het natuurnetwerk Nederland niet of minder aantasten; b.
ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot aantasting worden gecompenseerd binnen een met die ruimtelijke ontwikkeling samenhangend gebied en met dusdanige activiteiten dat de uitvoering van die activiteiten gezamenlijk binnen 10 jaar resulteert in een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor het natuurnetwerk Nederland voor wat betreft kwaliteit, oppervlakte en samenhang; of c. ruimtelijke ontwikkelingen in het natuurnetwerk Nederland die beperkt worden gewijzigd of worden toegevoegd, waarbij die wijziging of toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande bestemming. 2. Onder de oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval niet de bestaande legale bebouwing, erven en verhardingen begrepen. 3. Aantasting van het natuurnetwerk Nederland op grond van het eerste lid is slechts mogelijk als: a. de aantasting zo veel mogelijk wordt beperkt; en b. de overblijvende aantasting tijdig wordt gecompenseerd. 4. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan.
5
Artikel 6.5 Eisen compensatie aantasting Natuurnetwerk Nederland 1. Compensatie vindt zodanig plaats dat deze de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk Nederland versterkt. 2. De compensatie vindt in de nabijheid van de aantasting plaats indien het functioneren van het natuurnetwerk dat vereist. Indien sprake is van activiteiten als bedoeld in Artikel 6.3 Instructieregel geen aantasting natuurnetwerk Nederland, eerste lid onder c, vindt de compensatie in de directe nabijheid van de aantasting plaats en eerst op het terrein van de bestaande activiteit. Indien deugdelijk is onderbouwd dat compensatie op het terrein van de bestaande activiteit blijvend onmogelijk is, volstaat het dat de compensatie in de directe nabijheid van de aantasting plaatsvindt. 3. Indien sprake is van activiteiten als bedoeld in Artikel 6.3 Instructieregel geen aantasting natuurnetwerk Nederland, eerste lid, onder a, of b, vindt de compensatie van het verlies in oppervlakte plaats: a. buiten het natuurnetwerk Nederland en in directe aansluiting op het natuurnetwerk Nederland; of b. buiten het natuurnetwerk Nederland en binnen de Groene contour; of c. binnen agrarische gronden gelegen in het natuurnetwerk Nederland waar geen nieuwe natuur is beoogd volgens kaart 1 behorende bij het Natuurbeheerplan. 4.
In afwijking van het vierde lid is compensatie van het verlies in oppervlakte binnen het natuurnetwerk Nederland mogelijk, indien gedeputeerde staten de begrenzing van het natuurnetwerk Nederland uitbreiden met een oppervlakte gelijk aan de compensatie wanneer die buiten het natuurnetwerk Nederland zou plaatsvinden, en compensatie in de directe omgeving plaatsvindt op een locatie waar volgens het Natuurbeheerplan nog nieuwe natuur moet worden ontwikkeld en de compensatie leidt tot een versnelling van de realisatie van het natuurnetwerk Nederland. 5. De oppervlakte van de compensatie wordt bepaald aan de hand van Bijlage 11 Berekenen compensatieopgave ontwikkeling van groot openbaar belang bij deze verordening. 6. Aan de compensatie ligt een compensatieplan ten grondslag, gebaseerd op recent uitgevoerd ecologisch onderzoek ter plaatse, waarin worden beschreven: a. de natuurwaarden van de locatie en de directe omgeving waar het natuurnetwerk Nederland wordt aangetast en het belang van deze waarden voor het functioneren van het natuurnetwerk Nederland in de omgeving; b. de maatregelen die worden genomen om de aantasting zoveel mogelijk te beperken; c. de overblijvende aantasting na het treffen van de maatregelen; d. de maatregelen die worden uitgevoerd ter compensatie van de overblijvende aantasting; e.
de compensatieoppervlakte ten gevolge van de aantasting, conform Bijlage 11 Berekenen compensatieopgave ontwikkeling van groot openbaar belang bij deze verordening; f. de wijze waarop de ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de maatregelen genoemd onder d, plaatsvinden; en g. indien compensatie van verlies van oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland met de realisatie van nieuwe natuur plaatsvindt: een inrichting- en beheerplan, waarin in ieder geval is opgenomen: i. de uitgangssituatie van het terrein waarop de nieuwe natuur wordt gerealiseerd; ii. de te treffen inrichtingsmaatregelen; iii. de motivering van de te treffen maatregelen; iv. de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen en de oppervlakten daarvan worden aangegeven; en v. de wijze waarop na de inrichting de verdere ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de beoogde beheertypen plaatsvinden. 7. Bij de keuze van de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen in het inrichtings- en beheerplan wordt het vigerende Natuurbeheerplan van de provincie Utrecht in acht genomen. 8. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. 6
2 Plangebied en ingreep 2.1
Locatiebeschrijving en ligging De planlocatie is gelegen aan de Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen (figuur 2.1). Het betreft het recreatieterrein ´De Thijmse Berg´ waar verschillende lodges aanwezig zijn. De planlocatie bestaat in het noordelijke gedeelte uit een verhard parkeerterrein waarop 12 solitaire bomen, diverse hagen en lichtbronnen aanwezig zijn. Het zuidelijke gedeelte van de planlocatie bestaat uit een grotendeels verhard en bebouwd terrein met 5 reeds aanwezige lodges. Tussen deze gedeelten zijn een tennisbaan, tafeltennis terrein en gastanks gesitueerd (figuur 2.2; Davids, 2021). Deze tussengelegen delen zijn niet opgenomen in de planvorming en worden derhalve niet nader behandeld in deze rapportage. Het recreatieterrein is volledig gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (figuur 2.3). De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door een bosrijke omgeving. De dichtstbijzijnde rivier betreft de Neder-Rijn op circa 1,6 km ten zuidwesten en op circa 1 km ten noordoosten is een spoorlijn gelegen.
Figuur 2.1 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
7
Figuur 2.2 Impressie van het noordelijke (links) en zuidelijke (rechts) deel van de planlocatie.
Figuur 2.3 De planlocatie ligt in zijn geheel in het Natuurwerk Nederland (bron: arcgis.com).
8
2.2 Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 10 schuurlodges op de huidige parkeerplaats in het noorden van de planlocatie. Ten behoeve van deze ontwikkeling zullen 12 solitaire bomen gekapt worden (figuur 2.4). Tevens komen binnen de beoogde ruimtelijke ingreep enkele groenstroken en een gazon te vervallen. De groenstroken zijn aanwezig op het huidige parkeerterrein. Het gazon is aanwezig ten zuiden van de huidige vijf lodges. Naast de te realiseren schuurlodges worden groene taluds gerealiseerd waarop inheemse beplanting zal worden aangeplant. Tevens worden er in de beoogde situatie nieuwe bomen aangeplant. De vijf lodges in het zuiden van de planlocatie komen te vervallen, waarna er op deze locatie een parkeerplaats gerealiseerd wordt. Hierdoor komt het gazon te vervallen. De omliggende bosranden (ook wel naar benoemd als bufferstrook) blijven in de huidige staat behouden.
Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • kappen van 12 solitaire bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie 10 schuurlodges: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Figuur 2.4 Locaties van de te kappen solitaire bomen (groene cirkels) en de te verwijderen groenstructuren (groenstroken op parkeetplaats in donkergroen en gazon in lichtgroen). Zie bijlage 1 voor de volledige afbeelding incl. oppervlaktes per element. Bron: Buro SRO Oost B.V. 9
De te realiseren elementen binnen de planlocatie betreffen: • •
Tien kavels met elk een oppervlakte van gemiddeld 283,8 m2, met op elke kavel een lodge (totaal circa 2838 m2); Circa 65 parkeerplaatsen met per parkeerplaats een oppervlakte van ongeveer 12,5 m 2 (totaal circa 812,5 m2).
Conform de omgevingsverordening van de Provincie Utrecht wordt bestaande legale bebouwing, erven en verharding niet begrepen als oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland (Art. 6.3, Lid 2). In de huidige situatie telt een aanzienlijk deel van de planlocatie derhalve niet als oppervlakte van het NNN, namelijk de parkeerplaats in het noorden van de planlocatie (exclusief de bomen en groenstroken) en de bebouwde en verharde delen in het zuiden van de planlocatie. Hoewel het totale ruimtebeslag van de te realiseren elementen binnen de planlocatie circa 3700 m2 betreft, behoort slechts 750 m2 tot (groen) oppervlakte van het NNN (Bijlage 1).
N16.03 Droog bos met productie N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
Figuur 2.5 Inrichtingsschets van de beoogde situatie. Bron: Buro SRO Oost B.V.
10
3 Toetsing NNN-beleid 3.1
Omvang en noodzaak ruimtelijke ontwikkeling Conform de omgevingsverordening van de Provincie Utrecht moet een ruimtelijke ontwikkeling binnen het NNN, om toegestaan te worden, voldoen aan bepaalde eisen (Art. 6.3, Lid 1), namelijk: a.
ruimtelijke ontwikkelingen vanwege een groot openbaar belang, waarbij er geen reële alternatieven zijn die het natuurnetwerk Nederland niet of minder aantasten; b. ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot aantasting worden gecompenseerd binnen een met die ruimtelijke ontwikkeling samenhangend gebied en met dusdanige activiteiten dat de uitvoering van die activiteiten gezamenlijk binnen 10 jaar resulteert in een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor het natuurnetwerk Nederland voor wat betreft kwaliteit, oppervlakte en samenhang; of c. ruimtelijke ontwikkelingen in het natuurnetwerk Nederland die beperkt worden gewijzigd of worden toegevoegd, waarbij die wijziging of toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande bestemming. Binnen de beoogde ruimtelijke ingreep is sprake van een beperkte wijziging of toevoeging (Art. 6.3, Lid 1c). Er is enkel sprake van een wisseling van locatie van twee functies (de huidige Lodges worden omgevormd tot parkeerterrein en het huidige parkeerterrein maakt plaats voor tien Lodges). Gezien heb gebied op een vergelijkbare manier gebruikt zal worden, is er geen sprake van een significante verandering in effecten op de omgeving. In de huidige situatie zijn er binnen de planlocatie 5 Lodges aanwezig. Deze Lodges komen te vervallen, waarna er binnen het plangebied 10 nieuwe lodges gerealiseerd worden.
Netto is er slechts sprake van een toename van 5 Lodges, wat een beperkte toevoeging betreft. De beoogde ontwikkeling is noodzakelijk voor de instandhouding van de bestaande bestemming (recreatie). Ten eerste is de ontwikkeling noodzakelijk om het aanbod voor recreanten te veranderen en te verbeteren en om de capaciteit van het recreatieterrein te vergroten, om zo beter in te spelen op de huidige vraag van de markt en het recreatiepark succesvol te laten voortbestaan (bedrijfseconomische noodzaak). Tevens zal de ontwikkeling een verduurzamend effect hebben, gezien de nieuw te realiseren Lodges nagenoeg energieneutraal zijn (ecologische noodzaak). Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling en toevoeging binnen het Natuurnetwerk Nederland zeer beperkt is, waarbij deze wijziging en toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande bestemming.
11
3.2 Beperken van aantasting NNN Conform artikel 6.3.3 van de omgevingsverordening van de Provincie Utrecht is aantasting van het natuurnetwerk Nederland als bedoeld in het eerste lid (behandeld in paragraaf 3.1 van deze rapportage) slechts mogelijk als: a. De aantasting zo veel mogelijk wordt beperkt; en b. De overblijvende aantasting tijdig wordt gecompenseerd. Onderstaand wordt gemotiveerd hoe de mate van aantasting van het NNN binnen het beoogde plan zo veel mogelijk beperkt wordt. Het recreatieterrein ´De Thijmse Berg´ is volledig gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. Ook aanliggende gronden zijn gelegen binnen het NNN. Er zijn derhalve geen mogelijkheden om de beoogde ontwikkelingen uit te voeren buiten het NNN. Binnen de planvorming is gestreefd naar minimale aantasting van (groen) oppervlakte van het NNN. De bufferstrook rond de huidige parkeerplaats en de groenstructuren (niet gazon) ten zuiden van de 5 lodges blijven binnen de beoogde ruimtelijke ingreep namelijk behouden. Het groene oppervlakte NNN wat binnen de beoogde ruimtelijke ingreep wordt aangetast betreffen in het noorden van de planlocatie enkele groenstroken en 12 solitaire bomen. Er zijn geen mogelijkheden om deze elementen binnen de beoogde ruimtelijke ingreep te behouden. Wegens de aanleg van infrastructuur (o.a.
bekabeling en riolering) en egalisatiewerkzaamheden is het niet mogelijk om de groene delen te handhaven. Om het oppervlakte van de huidige parkeerplaats zo optimaal mogelijk te benutten (i.e. het plaatsen van zo veel mogelijk lodges) en de functionaliteit alsmede de beleefbaarheid van gasten te waarborgen, dient daarnaast een specifieke inrichting aangehouden te worden. Om alle lodges enerzijds te voorzien van enige mate van privacy door middel van omliggende groenstructuren en anderzijds bereikbaar te houden middels ontsluiting, dienen de huidige groenstroken en bomen te wijken. Indien de huidige groenstructuren wel behouden blijven, kan het terrein minder efficiënt ingedeeld worden waardoor, om dezelfde capaciteit (aantal lodges) te behalen, een groter oppervlakte NNN aangetast dient te worden. In het zuidelijke deel van de planlocatie, nabij de te verwijderen lodges, zal een stuk gazon komen te vervallen ten behoeve van een parkeerplaats. Gezien de huidige parkeerplaatsen in het noorden van de planlocatie komen te vervallen, is er grote noodzaak voor alternatieve parkeergelegenheid. Het gazon is in de huidige staat niet geschikt als parkeerplaats en dient derhalve omgevormd te worden. Voor de te realiseren parkeerplaats wordt gebruik gemaakt van grasbeton. Op die manier wordt de functionaliteit van het huidige gazon ten aanzien van waterafvoer verminderd aangetast.
Derhalve worden negatieve effecten ten gevolge van het te vervallen van het gazon bij de realisatie van parkeervoorzieningen zo veel mogelijk beperkt. Gezien deze beperkingen niet resulteren in het volledig wegnemen van alle effecten is er sprake van aantasting van (groen) oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland. De resterende effecten worden tijdig gecompenseerd (zie het separate compensatieplan).
12
3.3 Wezenlijke kenmerken en waarden Conform Bijlage 10 van de omgevingsverordening van de Provincie Utrecht worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN op hoofdlijnen als volgt geformuleerd: • • • •
Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem; De robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN; De aanwezigheid van bijzondere soorten; De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosysteem.
Onderstaand worden deze aspecten afzonderlijk behandeld, waarbij per aspect een inschatting wordt gemaakt van de natuurkwaliteit van de huidige staat van de planlocatie. Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem Zoals eerder omschreven bestaat de planlocatie uit een verharde parkeerplaats met 12 solitaire bomen, enkele groenstroken, een gazon en een verder vrijwel geheel verhard en bebouwd terrein. Gezien natuurlijke elementen vrijwel geheel ontbreken binnen de planlocatie, is er op de planlocatie geen sprake van een hele hoge ecologische waarde (i.e. bestaande waarde van het ecosysteem). In overeenstemming met deze bevinding is er, conform de Kaarten Natuurbeheerplan 2022, binnen de planlocatie geen sprake van reeds aanwezige of te ontwikkelen natuur. Tevens is er binnen het plangebied geen natuurbeheertype bekend (figuur 3.1). Omdat er in de huidige situatie geen sprake is van een ecosysteem met waarde, is er binnen de beoogde ruimtelijke ingreep geen sprake van aantasting van de bestaande waarde van het ecosysteem.
Figuur 3.1 Op de planlocatie is geen sprake van een aangewezen natuurbeheertype of te ontwikkelen natuur (bron: Kaarten Natuurbeheerplan 2022). Hoewel er binnen het plangebied in de huidige toestand geen sprake is van bestaande waarden van het ecosysteem, zal de nieuwe inrichting van het gebied resulteren in een hogere ecologische waarde (zie het separate compensatieplan). Derhalve wordt de waarde van het ecosysteem binnen de beoogde ruimtelijke ingreep versterkt. Hiermee wordt ingespeeld op de potentiële waarden van het ecosysteem. De ontwikkeling binnen het plangebied kan effect hebben op de omliggende natuur wanneer er sprake is van aantasting van abiotische factoren. Gezien de te realiseren elementen op een vergelijkbare schaal dezelfde functie vervullen als de reeds aanwezige elementen in de huidige situatie, kan uitgesloten worden dat er sprake is van significante aantasting van het (omliggende) ecosysteem.
13
De robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN De planlocatie is centraal gelegen in het NNN en ligt in de verbindingszone tussen de Utrechtse heuvelrug, de Nederrijn en de Veluwe (figuur 3.2). Gezien de planlocatie een relatief klein oppervlakte betreft in verhouding tot het (omliggende) NNN, zal de robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep niet aangetast worden. Er is namelijk geen sprake van aantasting van (essentiële) verbindingen binnen het NNN. Verplaatsingen van dieren worden door de beoogde ruimtelijke ingreep niet belemmerd. Het omliggende bosgebied blijft volledig onaangetast. De bomen en groenstructuren die binnen de beoogde ruimtelijke ingreep komen te vervallen hebben op grotere schaal geen belangrijke functie. Derhalve leidt de ontwikkeling niet tot aantasting van de robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN.
Figuur 3.2 De planlocatie is centraal gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. De aanwezigheid van aandacht- en icoonsoorten De Provincie Utrecht heeft in 2016 een lijst van ruim 500 soorten opgesteld. Dit betreffen de aandachten icoonsoorten, waarvan er velen op de Rode Lijst staan of reeds een beschermde status hebben onder de soortbescherming. Binnen een straal van 1 km van de planlocatie is het voorkomen van de volgende aandachtsoorten bekend: boomleeuwerik, bruine kiekendief, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gierzwaluw, grote zilverreiger, ijsvogel, kievit, laatvlieger, ooievaar, rosse vleermuis, tapuit, veldleeuwerik, watervleermuis, wespendief, zandhagedis en zwarte specht (Kaart Aandachtsoorten; NDFF 2012-2022). Onderstaand volgt per soortgroep een toelichting over hun potentiële aanwezigheid op de planlocatie en of er binnen de beoogde ruimtelijke ingreep sprake is van aantasting van het omliggende leefgebied van deze soorten. De versterking van de ruimtelijke ingreep op deze soorten komt aan bod in het Compensatieplan. Reptielen Binnen een straal van circa 1 km is het voorkomen van de zandhagedis bekend (NDFF 2012-2022). De zandhagedis komt voor in zandige, droge en open terreinen als heide en duinen (BIJ12 kennisdocument Zandhagedis, 2017).
De aanwezigheid van zonnige open plekken en zand waar eieren in afgezet kunnen worden is van groot belang. Zandhagedissen overwinteren in (muizen)holletjes in de periode september – april. De planlocatie is onderdeel een recreatieterrein en bestaat grotendeels uit verharde en 14
bebouwde delen. Op de oppervlakten die binnen de beoogde ruimtelijke ingreep worden aangetast zijn vrijwel geen structuurrijke delen aanwezig die onderdeel uit kunnen maken van het leefgebied van deze soort. Op het recreatieterrein is daarnaast sprake van een hoge mate aan menselijke verstoring, waardoor het plangebied niet geprefereerd zal worden door de zandhagedis. In de nieuwe situatie zal de mate van verstoring op de omgeving vergelijkbaar zijn met de huidige situatie. Zoals eerder geconcludeerd in de quickscan Wet natuurbescherming (Davids, 2021), is er binnen de beoogde ruimtelijke ingreep geen sprake van aantasting van het leefgebied van de zandhagedis. Zelfs als de soort zeer sporadisch gebruik zou maken van de groenstructuren op de huidige parkeerplaats of het gazon in het zuiden van de planlocatie, is er in de nabije omgeving voldoende alternatief leefgebied aanwezig voor deze soort. Er is derhalve geen sprake van negatieve effecten ten aanzien van de zandhagedis. Vaatplanten Binnen een straal van circa 1 km van de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen welke zijn geclassificeerd als aandachtsoorten (NDFF 2012-2022). Gezien de planlocatie een goed onderhouden recreatieterrein betreft wat grotendeels verhard en bebouwd is, wordt de aanwezigheid van bijzondere soorten hier niet verwacht.
Vleermuizen Binnen een straal van circa 1 km van de planlocatie is het voorkomen van de volgende vleermuissoorten bekend: franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis (NDFF 2012-2022). In de quickscan is reeds uitgesloten dat er binnen de beoogde ruimtelijke ingreep sprake is van aantasting van vliegroutes, essentiële foerageergebieden en verblijfplaatsen van boom- en gebouwbewonende vleermuizen (Davids, 2021). Vleermuizen zijn over het algemeen erg gevoelig voor lichtverstoring. In de nieuwe situatie is geen sprake van significante veranderingen in de mate van verlichting. Op de planlocatie zijn kleine, neerwaarts gerichte lichtbronnen aanwezig, waardoor er geen sprake is van lichtverstrooiing. Derhalve is er geen sprake van aantasting van het leefgebied van voorgenoemde vleermuizen. Om verstoring van vleermuizen te beperken dient rekening gehouden te worden met enkele maatregelen, welke uitgebreid zijn omschreven in de eerder opgestelde quickscan Wet natuurbescherming (Davids, 2021). Vogels Binnen een straal van 1 km is het voorkomen van de volgende vogelsoorten bekend: boomleeuwerik, bruine kiekendief, gierzwaluw, grote zilverreiger, ijsvogel, kievit, ooievaar, tapuit, veldleeuwerik, wespendief en zwarte specht (NDFF 2012-2022).
Enkel voor de volgende vogelsoorten zijn waarnemingen bekend met nestindicerend gedrag: boomleeuwerik, gierzwaluw en zwarte specht (NDFF 2012-2022). De planlocatie is gelegen nabij een bosgebied wat over het algemeen geschikt leefgebied vormt voor voorgenoemde vogelsoorten. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling beslaat een relatief klein oppervlakte, waardoor er geen sprake is van een significante afname van potentieel leefgebied. De planlocatie is onderdeel van een recreatiegebied en voorziet in beperkte mate nestgelegenheid voor (algemene) vogels. Tijdens het veldbezoek voor de quickscan Wet natuurbescherming is één oud duivennest aangetroffen (Davids, 2021). De aanwezigheid van boomholten is op en rond de planlocatie niet bekend. Kijkend naar de omstandigheden op de planlocatie en de habitatpreferentie van voorgenoemde soorten (nestlocaties bevinden zich voor veel soorten op de grond en afwezigheid van geschikte bebouwing of boomholten), is het uitgesloten dat de beoogde ruimtelijke ingreep leidt tot significante aantasting van het leefgebied van vogelsoorten die geclassificeerd zijn als aandachtsoorten. De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosysteem Het plangebied betreft een relatief klein oppervlakte, wat gesitueerd is binnen een recreatiegebied aan de rand van het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling en de
15
beperkte landschappelijke veranderingen die plaats zullen vinden, kan uitgesloten worden dat er sprake is van aantasting van een essentiële verbinding voor soorten en/of ecosystemen. Conclusie Uit bovenstaand argumentatie kan geconcludeerd worden dat er binnen de beoogde ontwikkeling geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland.
3.4 Behoud van samenhang In de omgevingsverordening staat omschreven dat de volgende criteria betrokken worden bij de samenhang van het NNN (bron: Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht, 10 maart 2021): a.
De aanwezigheid van zones met bijzondere ecologische kwaliteit (bijzondere samenhang abiotische en biotische kenmerken, goed ontwikkelde systemen, zoals waardevolle oude boskernen);
b. Gebieden die bepalend zijn voor de aaneengeslotenheid en robuustheid van het NNN; c.
De aanwezigheid van bijzondere soorten;
d. De aanwezigheid van essentiële verbindingen (bijvoorbeeld foerageer- en migratieroutes). Bij ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ is reeds toegelicht dat criteria b, c en d niet worden aangetast. De te kappen bomen zijn niet gelegen in een zone met een bijzondere ecologische kwaliteit en behoren niet tot een waardevol goed ontwikkeld systeem zoals een oude boskern. De samenhang van het NNN, die met name bestaat uit de elementen robuustheid, aaneengeslotenheid en verbindingen wordt derhalve niet aangetast.
3.5 Behoud van kwaliteit Om een indruk te verkrijgen van de kwaliteit van een betreffend natuur(beheer)type kan gebruik gemaakt worden van karteersoorten. De karteersoorten binnen de planlocatie betreffen zowel frequentie 3 als 14. Dit zijn de laagste twee categorieën van de frequentie karteersoorten. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het gebied niet beschikt over een hoge kwaliteit. Ook stilte is een kwaliteit van het Natuurnetwerk Nederland. In de beoogde ingreep worden 10 nieuwe lodges gerealiseerd. Binnen de grenzen van het recreatiepark zullen op een afstand van circa 40 meter 5 bestaande lodges worden verwijderd. Derhalve zal in het kader van verstoring slechts sprake zijn van de realisatie van 5 extra lodges in dit gedeelte van het recreatieterrein. In het midden van de planlocatie is een tennisbaan gelegen. Door het beoefenen van deze sport door recreanten treedt reeds veel geluidsverstoring op. Daarnaast betreft de huidige functie van de planlocatie een parkeerterrein. Doordat niet alle lodges op het park beschikken over een eigen parkeerplaats, wordt hier veel gebruik van gemaakt en is er sprake van een grote hoeveelheid verkeersbewegingen van en naar de planlocatie. Daarnaast zijn er reeds veel lodges op het recreatieterrein aanwezig, waardoor er al sprake is van een grote mate van verstoring/geluidsoverlast.
Tevens zal de planlocatie in de toekomstige situatie natuurinclusief worden ingericht met bomen en groene taluds, welke zullen bijdragen aan een geluidsdempende werking. De realisatie van 10 lodges op de bestaande parkeerplaats zal ten opzichte van de huidige situatie niet leiden tot een verhoogde verstoring/geluidshinder. Gezien de beoogde ingreep van beperkte omvang is en het desbetreffende gebied niet beschikt over een hoge kwaliteit leidt de ingreep niet tot aantasting van de kwaliteit van het NNN.
3.6 Behoud van oppervlakte De planlocatie is aangrenzend aan een zeer groot gebied wat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland. Het betreft een aangesloten gebied van Rhenen tot aan Zeist. De planlocatie maakt hier slechts een zeer klein deel van uit. Zoals beschreven wordt in artikel 6.3, lid 2 valt bestaande legale bebouwing, erven en verhardingen niet onder de oppervlakte van het NNN.
16
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 10 lodges op een reeds bestaande parkeerplaats. De parkeerplaats is in de huidige situatie verhard. Echter staan er ook 12 solitaire bomen en enkele groenstroken op de parkeerplaats welke verwijderd zullen worden. In het zuiden van de planlocatie is een gazon aanwezig waar binnen de beoogde ruimtelijke ingreep en verharde parkeerplaats gerealiseerd wordt. Het kappen van de solitaire bomen en het verwijderen van de groenstroken en het gazon betreft aantasting van het oppervlakte van het NNN. Ten aanzien van aantasting van oppervlakte van het NNN geldt een compensatieplicht. De compensatie behorend bij het verwijderen van diverse groene elementen zal worden toegelicht in een separaat compensatieplan (zie Vervolgstappen).
17
4 Conclusie 4.1
Samenvatting Ten aanzien van de wezenlijke kenmerken en waarden, samenhang en kwaliteit is er geen sprake van een negatief effect. Ten aanzien van oppervlakte is er wel sprake van aantasting. Toetsingscriteria
Negatieve effecten
Wezenlijke kenmerken en waarden
Nee
Behoud van samenhang
Nee
Behoud van kwaliteit
Nee
Behoud van oppervlakte
Ja
Vervolgstap
Compensatieplan
4.2 Conclusie Uit de Nee, tenzij toets blijkt dat er geen negatieve effecten zijn betreffende de wezenlijke kenmerken en waarden, samenhang en kwaliteit van het Natuurnetwerk Nederland ten gevolge van de beoogde ingreep. De beoogde ontwikkeling leidt echter wel tot oppervlakteverlies van het NNN. Ten aanzien van oppervlakteverlies zal compensatie plaats dienen te vinden.
4.3 Vervolgstappen Ten aanzien van het oppervlakteverlies dient compensatie uitgevoerd te worden. De wijze waarop deze compensatie zal plaatsvinden zal worden toegelicht in een separaat compensatieplan.
18
Bronvermelding Davids, L., 2021. Quickscan Wet natuurbescherming Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen. Blom Ecologie, Waardenburg. Provincie Utrecht, Omgevingsverordening Utrecht, 2021. Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.ndff.nl www.ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl
Bijlagen Bijlage 1 – Te vervallen oppervlaktes groen (NNN)
19
Bijlage 1 Te vervallen oppervlaktes groen (NNN)
20
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 21
Compensatieplan Natuurnetwerk Nederland Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen Compensatieplan Natuurnetwerk Nederland in het kader van de omgevingsverordening van provincie Utrecht.
Colofon
Status:
Definitief
Project:
2022-0297
Datum:
31 maart 2022, revisie 24 oktober 2022
Samensteller:
ir. ing. D. de Boer ir. ing. D. Bogers
Collegiale toets:
ir. T.W.D. Schrader
Opdrachtgever:
Buro SRO Oost B.V.
Contactpersoon:
L. Arends
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding en doel
4
1.2
Planlocatie
4
1.3
Beoogde ruimtelijke ingreep
5
2 Compensatiecriteria conform NNN-beleid
7
3 Compensatie
10
3.1
Onderbouwing compensatiecriteria
10
3.2
Compensatieoppervlak
11
3.3
Inrichtingsplan compensatiegebied
12
3.4
Kwaliteit, oppervlakte en samenhang van de compensatie
13
3.5
Beheerplan
14
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Aan de Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen is het recreatieterrein ‘De Thijmse Berg’ gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens om op het recreatieterrein 10 lodges en een nieuw parkeerterrein te realiseren. Ten behoeve van de ontwikkeling dienen 12 solitaire bomen, enkele groenstroken en een gazon verwijderd te worden. De gehele planlocatie is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. Voor de beoogde ontwikkeling dient een omgevingsvergunning waarbij afgeweken wordt van het bestemmingsplan voorhanden te zijn. Om te toetsen of de beoogde ontwikkeling leidt tot nadelige gevolgen voor het wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland, of kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, oppervlakte of samenhang van het Natuurnetwerk Nederland is een ‘Nee, tenzij-toets’ uitgevoerd (Davids et al., 2022). De conclusie van de ‘Nee, tenzij-toets’ luidt dat er sprake is van aantasting van oppervlakte. Van overige aantasting of negatieve gevolgen is geen sprake. Voorliggend compensatieplan zal in gaan op de aantasting van oppervlakte en de hiervoor uit te voeren compensatie.
1.2
Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen (figuur 1.1). Het betreft het recreatieterrein ´De Thijmse Berg´ waar verschillende lodges aanwezig zijn. De planlocatie bestaat in het noordelijke gedeelte uit een verhard parkeerterrein waarop 12 solitaire bomen, diverse hagen en lichtbronnen aanwezig zijn. Het zuidelijke gedeelte van de planlocatie bestaat uit een grotendeels verhard en bebouwd terrein met 5 reeds aanwezige lodges en een gazon. Tussen deze gedeelten zijn een tennisbaan, tafeltennis terrein en gastanks gesitueerd. Deze tussengelegen delen zijn niet opgenomen in de planvormig en worden derhalve niet nader behandeld in deze rapportage. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door een bosrijke omgeving. De dichtstbijzijnde rivier betreft de Neder-Rijn op circa 1,6 km ten zuidwesten en op circa 1 km ten noordoosten is een spoorlijn gelegen.
4
Figuur 1.1
1.3
De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 10 schuurlodges op de huidige parkeerplaats in het noorden van de planlocatie. Ten behoeve van deze ontwikkeling zullen 12 solitaire bomen gekapt worden (figuur 1.2). Tevens komen rond de bomen enkele groenstroken te vervallen. Naast de te realiseren schuurlodges worden groene taluds gerealiseerd waarop inheemse beplanting zal worden aangeplant. Tevens worden er in de beoogde situatie nieuwe bomen aangeplant. De vijf lodges en het gazon in het zuiden van de planlocatie komen te vervallen, waarna er op deze locatie een parkeerplaats gerealiseerd wordt. Deze parkeerplaats zal half verhard worden middels grasbeton. De omliggende bosranden (ook wel naar verwezen als bufferstrook) blijven in de huidige staat behouden. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • kappen van 12 solitaire bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie 10 schuurlodges: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
5
Figuur 1.2 Locaties van de te kappen solitaire bomen (groene cirkels) en de te verwijderen groenstructuren (groenstroken op parkeetplaats in donkergroen en gazon in lichtgroen). Zie bijlage 1 voor de volledige afbeelding incl. oppervlaktes per element. Bron: Buro SRO Oost B.V.
6
2 Compensatiecriteria conform NNN-beleid In de ‘Nee, tenzij-toets’ is vastgesteld dat er sprake is van aantasting van oppervlakte. Hierbij gaat het op het om oppervlakte in groen. In de Interim Omgevingsverordening van Provincie Utrecht (10-03-2021) staat met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen waarbij sprake is van een bestemmingsplanwijziging of een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van een bestemmingsplan het volgende beschreven: § 6.1.1 Artikel 6.3 Instructieregel geen aantasting natuurnetwerk Nederland 1.
2. 3.
4.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het natuurnetwerk Nederland bevat geen nieuwe bestemmingen en regels die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland, bedoeld in Bijlage 10 Wezenlijke kenmerken en waarden van deze verordening, of die kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, de oppervlakte of de samenhang van het natuurnetwerk Nederland, tenzij sprake is van: a. ruimtelijke ontwikkelingen vanwege een groot openbaar belang, waarbij er geen reële alternatieven zijn die het natuurnetwerk Nederland niet of minder aantasten; b. ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot aantasting worden gecompenseerd binnen een met die ruimtelijke ontwikkeling samenhangend gebied en met dusdanige activiteiten dat de uitvoering van die activiteiten gezamenlijk binnen 10 jaar resulteert in een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor het natuurnetwerk Nederland voor wat betreft kwaliteit, oppervlakte en samenhang; of c. ruimtelijke ontwikkelingen in het natuurnetwerk Nederland die beperkt worden gewijzigd of worden toegevoegd, waarbij die wijziging of toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande bestemming.
Onder de oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval niet de bestaande legale bebouwing, erven en verhardingen begrepen. Aantasting van het natuurnetwerk Nederland op grond van het eerste lid is slechts mogelijk als:. a. de aantasting zo veel mogelijk wordt beperkt; en b. de overblijvende aantasting tijdig wordt gecompenseerd. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan.
Zoals beargumenteerd in de Nee tenzij-toets (Davids et al., 2022), geldt voor de beoogde ruimtelijke ingreep dat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling in het natuurnetwerk Nederland die beperkt wordt gewijzigd, waarbij de wijziging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande bestemming (§ 6.1.1. Artikel 6.3 lid 1c). De onderbouwing hiervoor is beschreven in de Nee tenzij-toets en bijlage 1. De bestaande verharding binnen de planlocatie valt niet onder oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland, en dient derhalve ook niet gecompenseerd te worden (§ 6.1.1. Artikel 6.3 lid 2). Aan de compensatie van het groenoppervlak binnen het NNN zijn eisen verbonden. § 6.1.1 Artikel 6.5 Eisen compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland 1. 2.
Compensatie vindt zodanig plaats dat deze de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk Nederland versterkt. De compensatie vindt in de nabijheid van de aantasting plaats indien het functioneren van het natuurnetwerk dat vereist. Indien sprake is van activiteiten als bedoeld in Artikel 6.3 Instructieregel geen aantasting natuurnetwerk Nederland, eerste lid onder c, vindt de compensatie in de directe nabijheid van de aantasting plaats en eerst op het terrein van de bestaande activiteit. Indien deugdelijk is onderbouwd dat compensatie op het terrein van de bestaande activiteit blijvend onmogelijk is, volstaat het dat de compensatie in de directe nabijheid van de aantasting plaatsvindt.
7
Vervolg § 6.1.1 Artikel 6.5 Eisen compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland 3.
4.
5. 6.
7. 8.
Indien sprake is van activiteiten als bedoeld in Artikel 6.3 Instructieregel geen aantasting natuurnetwerk Nederland, eerste lid, onder a, of b, vindt de compensatie van het verlies in oppervlakte plaats: a. buiten het natuurnetwerk Nederland en in directe aansluiting op het natuurnetwerk Nederland; of b. buiten het natuurnetwerk Nederland en binnen de Groene contour; of c. binnen agrarische gronden gelegen in het natuurnetwerk Nederland waar geen nieuwe natuur is beoogd volgens kaart 1 behorende bij het Natuurbeheerplan. In afwijking van het vierde lid is compensatie van het verlies in oppervlakte binnen het natuurnetwerk Nederland mogelijk, indien gedeputeerde staten de begrenzing van het natuurnetwerk Nederland uitbreiden met een oppervlakte gelijk aan de compensatie wanneer die buiten het natuurnetwerk Nederland zou plaatsvinden, en compensatie in de directe omgeving plaatsvindt op een locatie waar volgens het Natuurbeheerplan nog nieuwe natuur moet worden ontwikkeld en de compensatie leidt tot een versnelling van de realisatie van het natuurnetwerk Nederland. De oppervlakte van de compensatie wordt bepaald aan de hand van Bijlage 11 Berekenen compensatieopgave ontwikkeling van groot openbaar belang bij deze verordening. Aan de compensatie ligt een compensatieplan ten grondslag, gebaseerd op recent uitgevoerd ecologisch onderzoek ter plaatse, waarin worden beschreven: a.
de natuurwaarden van de locatie en de directe omgeving waar het natuurnetwerk Nederland wordt aangetast en het belang van deze waarden voor het functioneren van het natuurnetwerk Nederland in de omgeving; b. de maatregelen die worden genomen om de aantasting zoveel mogelijk te beperken; c. de overblijvende aantasting na het treffen van de maatregelen; d. de maatregelen die worden uitgevoerd ter compensatie van de overblijvende aantasting; e. de compensatieoppervlakte ten gevolge van de aantasting, conform Bijlage 11 Berekenen compensatieopgave ontwikkeling van groot openbaar belang bij deze verordening; f. de wijze waarop de ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de maatregelen genoemd onder d, plaatsvinden; en g. indien compensatie van verlies van oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland met de realisatie van nieuwe natuur plaatsvindt: een inrichting- en beheerplan, waarin in ieder geval is opgenomen: i. de uitgangssituatie van het terrein waarop de nieuwe natuur wordt gerealiseerd; ii. de te treffen inrichtingsmaatregelen; iii. de motivering van de te treffen maatregelen; iv. de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen en de oppervlakten daarvan worden aangegeven; en v.
de wijze waarop na de inrichting de verdere ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de beoogde beheertypen plaatsvinden. Bij de keuze van de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen in het inrichtings- en beheerplan wordt het vigerende Natuurbeheerplan van de provincie Utrecht in acht genomen. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.
Artikel 6.6 Borging compensatie aantasting natuurnetwerk Nederland 1. De realisatie van de compensatie, de ontwikkeling, de instandhouding en het beheer zijn verzekerd op het moment van vaststelling van het besluit waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt. 2. De realisatie van de compensatie wordt in het bestemmingsplan zeker gesteld door middel van een voorwaardelijke verplichting waarin de aard en omvang van de compensatie is vastgesteld en waarin is bepaald dat de uitvoering van benodigde compensatie zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval gegarandeerd binnen drie jaar na de ruimtelijke ontwikkeling, is uitgevoerd, gerealiseerd en daarna in stand wordt gehouden.
8
Conform § 6.1.1 Artikel 6.5 dient de compensatie de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland te versterken. De compensatie dient in de directe nabijheid van de van de aantasting plaats te vinden, en bij voorkeur op het terrein van de activiteit (§ 6.1.1. Artikel 6.5 lid 2). De invulling van de compensatie dient bepaald te worden aan de hand van Bijlage 11 en zal beschreven worden in het voorliggende compensatieplan.
9
3 Compensatie 3.1
Onderbouwing compensatiecriteria Conform de Interim Omgevingsverordening (10-03-2021) dient onderliggend aan een passende compensatie de volgende aspecten toegelicht te worden: 1.
de natuurwaarden van de locatie en de directe omgeving waar het natuurnetwerk Nederland wordt aangetast en het belang van deze waarden voor het functioneren van het natuurnetwerk Nederland in de omgeving; 2. de maatregelen die worden genomen om de aantasting zoveel mogelijk te beperken; 3. de overblijvende aantasting na het treffen van de maatregelen; 4. de maatregelen die worden uitgevoerd ter compensatie van de overblijvende aantasting; 5. de compensatieoppervlakte ten gevolge van de aantasting, conform Bijlage 11 Berekenen compensatieopgave ontwikkeling van groot openbaar belang bij deze verordening; 6. de wijze waarop de ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de maatregelen genoemd onder 4, plaatsvinden; en 7. indien compensatie van verlies van oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland met de realisatie van nieuwe natuur plaatsvindt: een inrichting- en beheerplan, waarin in ieder geval is opgenomen: a. de uitgangssituatie van het terrein waarop de nieuwe natuur wordt gerealiseerd; b. de te treffen inrichtingsmaatregelen; c. de motivering van de te treffen maatregelen; d. de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij de beoogde natuur- en landschapsbeheertypen en de oppervlakten daarvan worden aangegeven; en e. de wijze waarop na de inrichting de verdere ontwikkeling, het beheer en de instandhouding van de beoogde beheertypen plaatsvinden.
Onderstaand volgt de onderbouwing van deze aspecten: De planlocatie is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. Echter is er geen beheertype toegewezen aan de planlocatie (bron: Natuurbeheerplan 2022 - beheertypen natuur 2022 – webkaart.provincieutrecht.nl). Tevens is in de Nee, tenzij-toets onderbouwd dat op basis van karteersoorten de planlocatie niet beschikt over hoog kwalitatief terrein en dat de ontwikkeling niet leidt tot aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden, samenhang en kwaliteit (Davids, 2022). De planlocatie vervuld derhalve geen belangrijke rol in het functioneren van het Natuurnetwerk Nederland. Uit de afweging om aantasting van oppervlakte zo veel mogelijk te beperken, is naar voren gekomen dat het rooien van enkele groenstructuren noodzakelijk is voor de ontwikkeling (zie H3.2 van de Nee tenzijtoets). De overblijvende aantasting wordt gecompenseerd conform de voorwaarden gesteld in § 6.1.1 Artikel 6.5 en bijlage 11. Een inrichtingsplan voor de compensatie volgt in paragraaf 3.3.
10
3.2 Compensatieoppervlak Binnen de beoogde ontwikkeling is sprake van aantasting van (groen) oppervlakte van het NNN. Bestaande legale bebouwing, erven en verhardingen vallen niet onder de oppervlakte van het NNN (Art. 6.3, Lid 2). In de onderstaande tabel is een beschrijving gegeven van de te vervallen en nieuwe onverharde/groene delen (tabel 3.1). Visuele weergaven van het te vervallen en te compenseren (groen) oppervlakte staan in bijlage 1 van deze rapportage. Het totale oppervlakte NNN wat binnen de beoogde ruimtelijke ingreep verloren gaat is circa 750 m2. Tabel 3.1 Overzicht van het oppervlakte (groen) NNN wat binnen de beoogde ruimtelijke ingreep komt te vervallen en van het oppervlakte (groen) NNN wat beschikbaar is gesteld ter compensatie. Te vervallen oppervlakte NNN Compensatie oppervlakte NNN Groenstroken op parkeerplaats excl. solitaire bomen en hagen
138 m2
Groenstroken tussen Lodges
263 m2
Gazon ten zuiden van de te verwijderen Lodges
600 m2
Onverharde delen rond Lodges
600 m2
Solitaire bomen (12x)
12 m2
Solitaire bomen (16x)
16 m2
Totaal
750 m2
Totaal
879 m2
Ter compensatie worden, conform de richtlijnen gesteld in bijlage 11 van de omgevingsverordening (zie onderstaand), nieuwe bomen aangeplant. Het is belangrijk dat de nieuw aan te planten bomen een groeipotentieel hebben van ten minste het formaat van de huidige bomen of groter. Om dit te waarborgen dienen de bomen solitair geplant te worden op een locatie waar ruimte is voor het uitgroeien van een grote kroon. Bijlage 11 1.
2.
Met het oog op het voorkomen van nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke waarden en kenmerken van het natuurnetwerk, wordt de compensatieopgave bepaald aan de hand van de volgende uitgangspunten: a. de oppervlakte van de te realiseren compensatie is ten minste net zo groot als de oppervlakte natuur die verloren gaat; en b. het aantal natuurpunten voor de compensatie die gerealiseerd gaat worden is groter dan of gelijk aan het aantal natuurpunten voor de te realiseren compensatie. Het aantal natuurpunten voor de compensatie die gerealiseerd gaat worden, wordt berekend volgens de formule (hier niet weergegeven).
Het te compenseren oppervlakte is, zoals te zien in tabel 3.1, groter dan de oppervlakte wat komt te vervallen. Hiermee wordt voldaan aan het eerste lid van bijlage 11. Met behulp van bijlage 11 is het aantal natuurpunten voor de compensatie berekend: Met betrekking tot het aantal natuurpunten voor de compensatieopgave zijn de volgende waarden gebruikt om de formule in te vullen. 1.
Beheertype: Het NNN ter plaatse van de planlocatie valt onder NNN overig. De planlocatie heeft geen beheertype toegewezen gekregen (bron: Natuurbeheerplan 2022 - beheertypen natuur 2022 – webkaart.provincie-utrecht.nl), en valt hiermee onder A3 (oppervlakte met beheertype 3). 2. Toeslag natuurbeheertype: Aangezien het te compenseren groen onder beheertype 3 valt, is er geen sprake van een toeslag. 3. Toeslag in hersteltijd: De bomen (12 m2) zijn aangeplant door de eigenaar en zijn circa 20 jaar oud. Derhalve is er sprake van een toeslag in de categorie 10-25 jaar, betreffende 0,3. De overige onverharde delen (738 m2) zijn relatief jong (hersteltijd < 10 jaar), waarmee een toeslag per hectare van 0,1 aangehouden dient te worden.
11
Met de bovenstaande gegevens kan de formule op een volgende manier worden ingevuld: Npopg = 0,0012 ha * (1,0 + 0,3) + 0,0738 ha * (1,0 + 0,1) = 0,08274 ha = 827 m2 Zoals in Bijlage 11 lid 1b van de Omgevingsverordening wordt gesteld dient het aantal natuurpunten voor de compensatie groter of gelijk te zijn aan het aantal natuurpunten van de huidige situatie. Ten behoeve van een gelijk aantal natuurpunten in de huidige en beoogde situatie, dient de hersteltijd toeslag in acht te worden genomen. Op basis van deze richtlijnen geldt dat het te compenseren grondoppervlakte 827 m2 bedraagt. Ten aanzien van de kap van 12 solitaire bomen geldt een compensatie van 16 solitaire bomen (15,6 m2 grondoppervlak naar boven afgerond) welke allen een groeipotentieel moeten hebben tot het formaat van de huidige bomen of groter. Zoals vermeld in tabel 3.1, wordt binnen de beoogde ontwikkeling voldaan aan het benodigde compensatieoppervlak.
3.3 Inrichtingsplan compensatiegebied Conform artikel 6.5.3 van de omgevingsverordening van de provincie Utrecht, dient, indien er sprake is van activiteiten als bedoeld in artikel 6.3.1c, de compensatie eerst op het terrein van de bestaande activiteit plaats te vinden. Indien deugdelijk onderbouwd is het mogelijk de compensatie plaats te laten vinden in de directe nabijheid van de aantasting. Zoals te zien is in het te vervallen oppervlakte NNN en het compensatieoppervlakte (bijlage 1) vindt de compensatie niet volledig plaats op het exacte terrein waar de bestaande activiteiten plaatsvinden. De planlocatie is in de huidige situatie op te delen in twee functies/terreinen, namelijk: de huidige parkeerplaats (noorden van de planlocatie) en het terrein met de 5 lodges en het gazon (zuiden van de planlocatie). In de beoogde situatie zal er, vergeleken met de huidige situatie, meer groen aanwezig zijn in het noordelijke deel van de planlocatie en minder in het zuidelijke deel van de planlocatie. Het noordelijke deel van de planlocatie heeft in de huidige situatie namelijk circa 150 m2 groen en in de beoogde situatie 876 m2. Het zuidelijke deel van de planlocatie bevat nu een gazon van 600 m 2 en bevat in de nieuwe situatie 3 m2 (3 solitaire bomen) aan groen.
Gelijkwaardige compensatie op het terrein van de bestaande activiteit is, gezien de realisatie van een verhard parkeerterrein in het zuiden van het plangebied, niet mogelijk. Logischerwijs ontstaat er in het noorden van het plangebied wegens het verwijderen van verharding meer mogelijkheid tot compensatie. Hoewel het niet mogelijk is om op het nieuwe parkeerterrein meer compensatieoppervlak te creëren, is de keuze gemaakt om de nieuwe parkeerplaats te verharden middels grasbeton. Hoewel dit niet gerekend kan worden tot compensatieoppervlak, garandeert dit wel dat de functies van het huidige gazon ten minste gedeeltelijk behouden blijven. Gezien de planlocatie een relatief klein oppervlakte beslaat kan gesteld worden dat wanneer de compensatie binnen de planlocatie plaatsvind, ongeacht de oorspronkelijke locatie van het te vervallen oppervlakte, dit valt onder de directe nabijheid van de aantasting. In het opgestelde compensatieplan is te zien dat alle compensatie plaatsvindt binnen de planlocatie (bijlage 1). Derhalve wordt voldaan aan de eis gesteld in artikel 6.5.3. Zoals in paragraaf 3.2 is toegelicht dienen er 16 solitaire bomen aangeplant te worden op locaties waar de bomen voldoende ruimte hebben om uit te groeien tot 16 grote bomen met een grote kroon. Van het aantal te compenseren bomen kunnen er 13 ter hoogte van de huidige parkeerplaats geplaats (i.e.
oorspronkelijke terrein) worden (bijlage 1). Op basis van een gunstige ruimtelijke inrichting, en om de 13 bomen voldoende ruimte te bieden om uit te groeien, zullen de 3 overige te compenseren bomen geplant worden ten oosten van het te realiseren parkeerterrein in het zuiden van de planlocatie (bijlage 1). Het overige te compenseren (groen) oppervlakte NNN (minimaal 812 m2 conform bovenstaande formule maar in realiteit circa 638 m2) wordt gerealiseerd tussen de nieuwe lodges in de vorm van groenstroken en onverharde delen.
12
3.4 Kwaliteit, oppervlakte en samenhang van de compensatie De beoogde inrichting zal niet enkel voldoen aan de compensatie door middel van 16 bomen en voldoende overig groen oppervlak, maar zal tevens natuurinclusief ingepast worden. De afscheiding tussen de schuurlodges zal bestaan uit een talud met inheemse beplanting. De taluds zullen elk een lengte hebben van minimaal 18,1 m tot maximaal 24,3 m. Er is bewust voor inheemse beplanting gekozen. Inheemse beplanting heeft de hoogste natuurwaarde voor inheemse fauna, zoals insecten en vogels, welke gebruik kunnen maken van de beplanting als voedselbron en leefgebied. Onderstaand volgt een lijst met de plantensoorten die aangebracht worden op de planlocatie: • • • • • • • • • • •
Sleedoorn (Prunus spinosa) Framboos (Rubus idaeus) Sporkehout (Rhamnus frangula) Hulst (Ilex aquifolium) Gelderse roos (Viburnum opulus) Hazelaar (Coryllus avellana) Beukenhaag (Fagus sylvatica) Dophei (Erica spec.) Linde (Tilia spec.) Veldesdoorn (Acer campestre) Inheemse berk (Betula spec.)
De planlocatie grenst aan droog bos met productie (N16.03; Kaarten Natuurbeheerplan 2022). De te realiseren groenstroken tussen de Lodges zullen behoren tot dit natuurbeheertype (zie Bijlage 1). Droog bos met productie omvat bossen op de voedselarme tot lemige zandgronden gedomineerd door loofbomen en (meereizende) naaldboomsoorten (www.bij12.nl). Houtoogst vindt periodiek plaats. De natuurkwaliteit van droog bos met productie wordt, conform BIJ12, bepaald door de elementen ‘structuur’ en ‘flora en fauna’. De structuur van droog bos met productie is vaak relatief eenvoudig (www.bij12.nl). Bossen met meer structuurelementen (o.a. struweel en open plekken; gelaagde boomfase; en dikke dode bomen) kunnen een hogere natuurwaarde hebben. Binnen de planlocatie zal aanplant plaatsvinden van een afwisseling aan inheemse plantensoorten verspreid over verschillende vegetatielagen (kruidige vegetatie, struiken en bomen). Er is derhalve sprake van structuur, waarmee er een duidelijke meerwaarde aanwezig is voor het NNN. Om de natuurkwaliteit van het NNN op de planlocatie nog meer te verhogen wordt geadviseerd dood hout aan te brengen.