Bijlage 1 Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
Tekst van het document
Als inwoners water deels opvangen, kunnen ze ook hun waterrekening naar beneden brengen. Daarnaast verlaagt afkoppelen de druk op het riool doordat relatief schoon regenwater niet gezuiverd hoeft te worden. Ook voorkomen we overstorten, die een negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Indicatoren: Kwantitatief: Aantal aangevraagde & goedgekeurde subsidies in 2026 en 2027. Geslaagd als dit meer is dan in Q4 2023 (€650,-) en 2024 (€4.157,-).
Activiteit 3.4 Weerbaarheid en veerkracht Weersextremen kunnen ontwrichtende gevolgen hebben voor de maatschappij: denk aan stroomuitval, onbegaanbare wegen/bruggen/spoorwegen of zo veel slachtoffers dat niet iedereen de nodige zorg kan krijgen. Met deze activiteit focussen we op weerbaarheid en veerkracht: we bereiden ons dus beter voor op deze ontwrichtende gevolgen. Belangrijke maatregelen hiervoor zijn communicatie, trainingen met inwoners en maatschappelijke instellingen en het in beeld brengen van verschillende scenario’s. In welke periode vindt het plaats? 2026 Wat is de rol van de gemeente? Faciliterend, we volgen de VRU. Hoe gaan we dit doen? Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is bezig met een brede aanpak om de veerkracht in de regio te versterken (zie ook hun presentatie in de raad te 19-05-2025). Het is van belang om hier aangehaakt te blijven. De precieze stappen voor klimaatadaptatie zijn nog niet duidelijk en zullen later volgen.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
22
Waarom doen we dit? Alleen preventie is niet genoeg: er gaan noodsituaties ontstaan. Als wij en onze inwoners daarop voorbereid zijn, bespaart dat schade. Uit de tussenevaluatie van het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie (gepresenteerd in de commissie Ruimte & Economie in september 2025), blijkt dat de afgelopen twee jaar weinig aan weerbaarheid en veerkracht is gedaan. Indicatoren: Kwantitatief: Percentage Rhenenaren dat weet wat ze moeten doen bij weersextremen (geslaagd bij 80% of meer in 2026). In 2024 verschilde dit per weersextreem, gemiddeld: 47% weet heel goed, 42% een beetje, 11% niet. Kwantitatief: Percentage Rhenenaren dat een noodpakket heeft.
Activiteit 3.5 Heuvelrugtuinen Heuvelrugtuinen is een project dat inwoners stimuleert om van hun tuin een stukje Heuvelrug te maken: overwegend groen, gifvrij, met verschillende inheemse beplanting én waterbergend. Inwoners worden geïnformeerd, kunnen naar cursussen, actiedagen en openbare voorbeeldtuinen. Het is een samenwerking tussen Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, IVN, NMU en verschillende gemeentes en waterschappen. In welke periode vindt het plaats? Jaarlijks, in ieder geval tot en met 2028. Wat is de rol van de gemeente? Faciliterend Hoe gaan we dit doen? De jaarlijkse bijdrage (€11.000,-) is deels gebudgetteerd, €5.000,- per jaar in het WRP. Veel van het werk wordt gedaan door het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN) of de Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU). Qua organisatie wordt alleen beperkte inzet gevraagd voor de twee jaarlijkse actiedagen, zodat die aansluiten bij onze wensen en inwoners. Waarom doen we dit? Inwoners kunnen makkelijker aan de slag met hun eigen tuin en daarvan profiteren. Zo kregen ze de afgelopen jaren gratis planten voor en hulp bij de aanleg van een geveltuin en kregen 200 Rhenenaren een gratis boom. De belangrijkste voordelen zijn minder wateroverlast en verkoeling. Daarnaast werken veel van de cursussen en activiteiten verbindend. In de openbare voorbeeldtuinen tuinieren de buren samen.
Indicatoren: Kwantitatief: Aantal aangelegde Heuvelrugtuinen (privé en openbaar). In juli 2025 was dit 25.
Activiteit 3.6 Vernieuwing Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie Het huidige Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie loopt van 2022 – 2027. In welke periode vindt het plaats? 2027 Wat is de rol van de gemeente? Initiëren en regisseren. Hoe gaan we dit doen? De tussenevaluatie, de klimaatanalyse en de risicodialogen zijn allemaal input voor nieuw beleid. Ook regionale en landelijke ontwikkelingen en beleid worden hierin meegenomen, bijvoorbeeld de KNMI-klimaatscenario's en de Nationale Adaptatie Strategie. Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
23
Er is geen budget gereserveerd voor deze activiteit. Waarom doen we dit? Om Rhenen klimaatbestendig en waterrobuust te maken, is het van belang dat het beleid en de bijbehorende maatregelen een overwogen vervolg krijgt. Rhenenaren weten dan wat ze de komende jaren wel en niet van ons kunnen verwachten op het gebied van klimaatadaptatie. Indicatoren: Kwalitatief: Vastgesteld beleid voor 2028.
Ten slotte komt klimaatadaptatie terug in drie beleidsplannen: Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie (BRA), Groenbeleidsplan en Water Riool Plan. Voor bovenstaande activiteiten is het BRA als basis genomen. Gerelateerde onderwerpen uit de andere plannen zijn bijvoorbeeld: waterkwaliteit, hemelwaterverordening, biodiversiteit en groenbeheer.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
24
H4. Pijler circulariteit Circulariteit is niet hetzelfde als afval In de huidige (voornamelijk nog lineaire) economie worden producten na einde levensduur veelal weggegooid of verbrand. In een circulaire economie wordt ingezet op het hergebruiken, repareren en recyclen van producten en materialen. Het doel hierbij is dat de waarde van grondstoffen behouden blijft, onze afvalberg steeds kleiner wordt en de CO2 uitstoot verder daalt. Afval is het eindpunt van een lineaire economie terwijl circulariteit juist streeft naar het voorkomen van afval. Een voorbeeld hierbij is: Lineair: apparaten (bijvoorbeeld elektrische apparaten) worden als afval aangeboden en tenslotte vernietigd. Circulair: apparaten worden gescheiden, gecontroleerd en onderdelen worden hergebruikt. Groeiende impact op bedrijfsleven ESG* factoren (Environment=milieu, Social=gezondheid & veiligheid en Governance=goed bestuur) en SDG's* (Sustainable Development Goals) vanuit de Verenigde Naties worden steeds belangrijker voor de verdere toekomst van grote- én kleinere bedrijven. Klanten, werknemers, aandeelhouders, kredietverstrekkers en regelgevers eisen steeds meer van bedrijven en toeleveranciers dat ze actief nadenken over de impact van hun bedrijfsvoering op de omgeving en hiernaar handelen. Tijdig handelen levert uiteindelijk geld op Bij het huidige gebruik raken grondstoffen op.
Daarom worden ze steeds duurder om in te kopen. Circulair inkopen is, als voorbeeld, op termijn slimmer en goedkoper. Hierop anticiperen is een kans voor gemeenten en bedrijven in de transitie naar een circulaire economie. Ongewijzigd omgaan met grondstoffen raakt portemonnee van inwoners Afvalstromen zullen omlaag moeten. Afvalverbranders zullen verder stijgende kosten neerleggen bij gemeenten, die de extra kosten op hun beurt doorberekenen aan inwoners door de afvalstoffenheffing te verhogen. De stijgende kosten van afvalinzameling en verwerking, zorgen voor een toenemende financiële druk op huishoudens. Pioniersfase Het begrip circulaire economie bevindt zich voor meerdere gemeenten, zo ook Rhenen, nog in een pioniers- startfase. De nadruk in deze routekaart ligt daarom eerst op een lerende houding om nieuwe methoden te gaan ontdekken, vanuit kennisdeling, samenwerking en gedragsverandering. Wetgeving is continu in ontwikkeling Wetgeving rondom de circulaire economie is een dynamisch proces. Zowel Europese als nationale regelgeving wordt steeds aangepast om de circulaire transitie te versnellen. In Europees verband zijn circulaire afspraken vastgelegd in de Green Deal. De weg naar een circulaire economie in Nederland wordt beschreven in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE*).
Door de val van het Kabinet Schoof-1 ligt verdere uitwerking van een overkoepelende circulaire wetgeving nu stil. Nog te verwachten landelijke- en verdere Europese wetgeving(en) kunnen op termijn een gewijzigde aanpak vragen van deze pijler. Tenslotte;
In de begrotingscyclus is bij het deelprogramma Duurzaamheid opgenomen dat Rhenen Circulair is in 2050; In de door de raad vastgestelde economische agenda staan doelstellingen die bijdragen aan een duurzame en circulaire economie. Binnen de Foodvalley strategische conceptagenda 2026-2030 wordt het belang van een sterke circulaire regio benadrukt.
Binnen de pijler circulariteit gaan we ons richten op drie activiteiten: We versterken de lokale samenwerking door bestaande en nieuwe activiteiten te verbinden We geven circulariteit een plek binnen de gemeentelijke organisatie Naast de E-hub werken we verder aan een toekomstigbestendig bedrijventerrein Activiteit 4.1: Verbinden van circulaire activiteiten Samenwerking op lokaal niveau is belangrijk in de versterking van een circulaire economie. Er zijn binnen de gemeente een aantal circulaire activiteiten maar deze vinden los van elkaar plaats. Een onderlinge samenwerking is er nog niet. Bestaande en nieuwe activiteiten zijn bijvoorbeeld: kringloopinitiatieven, een milieustraat, Repair Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
25
Cafés, ruilbeurzen, makersplaatsen (zoals fietsen of meubels) en ook andere lokale initiatieven op het gebied van een deeleconomie. Het bedrijfsleven speelt hierin ook een belangrijke rol. De vraag hierbij is hoe zij een bijdrage (kunnen) leveren? Het uiteindelijke doel is om een brede maatschappelijke samenwerking te hebben, waarin afvalstromen verder gescheiden worden en hergebruik meer onder de aandacht komt. In welke periode vindt dit plaats? Q2 2026 is een kort plan-van-aanpak klaar. Daarna wordt een start gemaakt met de samenwerking met betrokken partijen uit de gemeente (zoals kringloop, Repair Cafés, afvaardiging van bedrijven). Doel is om mogelijkheden en initiatieven in een samenwerking verder te verkennen en uiteindelijk inhoudelijk vorm te geven. In Q1 2027 wordt de oprichting van een circulaire advies- klankbordgroep nagestreefd om maximaal gebruik te maken van ideeën die in de samenleving spelen op het gebied van circulariteit. Wat is de rol van de gemeente? De gemeente neemt hierin de rol van aanjager/facilitator. Hoe gaan we dit doen? Deze activiteit vraagt een extra focus in 2026 en een vervolg in 2027. Capaciteit voor 2026 is opgenomen in de CDOKE-begroting 2026. Voor dit thema zal dit indicatief 4 uur per week zijn.
Als onderdeel van de CDOKE-begroting 2026 is ook een werkbudget (€5000,-) opgenomen voor trainingen, plannen van een circulair evenement en planontwikkeling voor verdere initiatieven. Het doel is om een integrale samenwerking op gang te brengen waarbij uiteindelijk een centrale ontmoetingsplek (platform) is gerealiseerd Q3-4 2027. Uiteindelijk zal deze samenwerking door de samenleving zelf gedragen moeten worden. Waarom doen we dit? Het opzetten van een platform heeft als doel om vraag en aanbod bij elkaar te brengen, lokale organisaties en bedrijven die verder willen met circulariteit te ondersteunen, kennis te delen, en circulaire projecten te stimuleren zodat circulariteit steeds meer herkenbaar én geaccepteerd wordt.
Een circulair platform biedt op termijn kansen zoals activering én het bieden van plaats voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij kunnen, binnen een ontmoetingsplek, werkervaring opdoen en worden sociaal geactiveerd.
Grotere bedrijven (en op termijn ook kleinere MKB-bedrijven) moeten nu al verplicht rapporteren volgens de Europese richtlijn CSRD* (Corporate Sustainability Reporting Directive) over duurzame thema’s waaronder circulariteit. Dit gaat steeds meer gevolgen hebben voor bedrijfsstrategieën. Een actie hierbij is bedrijven actief informeren over de ontwikkelingen op het gebied van rapportages in samenwerking met onder andere bedrijvenkring Rhenen. Deze actie zal in Q3-4 2026 ingezet worden.
Indicatoren: Kwalitatief: Het uiteindelijk realiseren van concrete projecten en initiatieven die bijdragen aan een lokale circulaire economie en daarmee een verhoging van het gemeentelijk recyclepercentage. Kwantitatief: Minimaal één concreet samenwerkingsproject vanaf 2027 te realiseren. Vanaf begin 2027 zullen projecten moeten bijdragen tot een verdere verbetering van het landelijke recyclepercentage (65% in 2035 als Europese norm). Dit zal jaarlijks, vanaf Q1 2027, gemonitord worden wat de effecten zijn van deze activiteit (gemeentelijk recyclepercentage t.o.v. landelijk percentage).
Activiteit 4.2: Bevorderen circulariteit eigen organisatie Een gemeentelijke organisatie kent over het algemeen een aantal uitdagingen in het streven naar een circulaire economie. Zo is circulariteit een overkoepelend thema. Hierbij is een sectorale (domeinen/ teams) verbinding belangrijk om het circulaire denken en handelen te bevorderen.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
26
Per domein/team is het doel dan ook om vanuit ‘ambassadeurschap’, training en bewustwording circulariteit verder te bevorderen. Tegelijk komen op deze wijze ook specifieke onderwerpen per team/domein aan de orde. Dit kunnen uiteenlopende vraagstukken zijn om nader te onderzoeken op het gebied van openbare werken, circulair bouwen, afval – recycling eigen organisatie, circulair inkopen, sociale inclusiviteit en waardig werk. In welke periode vindt dit plaats? Deze activiteit zal vanaf Q2 2026 opgestart worden met het schrijven van een plan van aanpak. Een projectgroep zal vervolgens opgestart worden in Q3 2026. Dit alles is een voortschrijdend ontwikkelproces zonder specifieke einddata. Wat is de rol van de gemeente? De gemeente treedt op als initiatiefnemer, facilitator en regisseur. Dit betekent ook dat de gemeente een bijbehorende visie en cultuur vormt en interne regels en procedures opstelt. Hoe gaan we dit doen? Vanuit een projectplan wordt gewerkt aan een breed draagvlak om het thema circulaire economie over meerdere teams/domeinen te verbinden. Doel is dat ieder team uiteindelijk circulariteit opgenomen heeft binnen de eigen teamplannen. Werkzaamheden vinden plaats vanuit bestaande formatie uren. Een bijbehorend werkbudget voor trainingen (€5000,-) is opgenomen als onderdeel van de CDOKE-begroting 2026.
Waarom doen we dit? Als gemeente geven we het goede voorbeeld omdat onze acties bijdragen aan een duurzame toekomst en daarmee het verlagen van de CO2-uitstoot. De gemeente speelt een cruciale rol in het bevorderen van een circulaire economie als opdrachtgever, inkoper, werkgever en facilitator.
Toekomstige circulaire successen vereisen een integrale benadering. Dit houdt in dat circulariteit niet alleen een taak is van team duurzaamheid, maar een verantwoordelijkheid van de gehele organisatie. Belangrijke aspecten zijn het wegnemen van sectorale belemmeringen, het creëren van kennis en bewustwording en het integreren van circulaire principes in werkprocessen.
Indicatoren: Alleen kwalitatief: Worden interne processen zo ingericht dat ze bijdragen aan circulariteit (bv. efficiënt energiegebruik, afvalreductie)? Wordt er gekeken naar de herkomst van materialen bij inkoopprocessen? Wordt gebruik gemaakt van duurzame mobiliteitsoplossingen? Is er sprake van openheid en transparantie over de circulaire prestaties van de organisatie en hoe wordt dit gecommuniceerd?
Activiteit 4.3: Toekomstbestendig bedrijventerrein Een toekomstbestendig bedrijventerrein is een werkomgeving die duurzaam, flexibel en voorbereid is op de uitdagingen van morgen. Naast energieneutraliteit en klimaatadaptatie ligt er een uitdaging op het vlak van bedrijfsmatige afvalstromen op bedrijventerrein Remmerden. Deze afvalstromen zijn grotendeels versnipperd met veel onnodige vervoersstromen en daardoor extra CO2 uitstoot. Ondernemers op Remmerden maken zelf individuele afspraken met uiteenlopende transporteurs en afvalverwerkers. Samenwerking op het gebied van (efficiënte) afvalverwerking draagt mede bij aan een uiteindelijke realisatie van een toekomstbestendig bedrijventerrein.
In welke periode vindt dit plaats? In Q2 2026 is een technische analyse van afvalstromen Remmerden klaar (0-meting). In Q3 2026 volgt een samenvatting met plan van aanpak dat in Q4 2026 gedeeld gaat worden met diverse betrokken stakeholders. Een plan van aanpak kan verder vorm krijgen vanaf Q4 2026. Een follow up van resultaten (hernieuwd onderzoek op 0-meting) dient te gebeuren in Q2 2027 en ieder daaropvolgend jaar om doelstellingen te kunnen meten op voortgang. Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
27
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente neemt hierin voorlopig de rol van initiatiefnemer en heeft tegelijk een faciliterende rol. Hoe gaan we dit doen? We ronden een eerste onderzoek naar bedrijfsmatige afvalstromen Remmerden af in Q2 2026 (door Provincie gefinancierd). Deze circulaire gebiedsanalyse op basis van data Landelijk Meldpunt Afval* biedt veel inzichten in de grote diversiteit aan bedrijfsmatige afval- en vervoersstromen op Remmerden. Capaciteit voor 2026 is opgenomen in de CDOKE-begroting 2026. Voor dit thema zal dit indicatief 8 uur per week zijn. Als onderdeel van de CDOKE-begroting 2026 is ook een werkbudget (€10.000,-) opgenomen voor een vervolgonderzoek op de 0-meting 2026 en bijbehorende uitwerking. Waarom doen we dit? Collectiviteit leidt tot kostenreductie. Door vanuit ondernemers Remmerden samen te werken (raamwerkafspraken) en tegelijk het aantal transporteurs te verlagen leidt dit tot besparingen op afvalverwerkingskosten. Transportkilometers (en daarmee CO2 uitstoot) worden daarmee ook lager. Dit draagt weer bij tot CO2 uitstootdoelen.
Betere inzichten in afvalstromen Remmerden bieden ook de mogelijkheid tot een efficiënter hergebruik (relatie met samenwerking activiteit 4.1).
Een bedrijventerrein dat zich richt op klimaatvraagstukken is beter voorbereid op de uitdagingen van de toekomst; vanuit samenwerken wordt stapsgewijs gestreefd naar het sluiten van kringlopen van grondstoffen en materialen.
Indicatoren: Kwalitatief: Aantal afvalverwerkers per eind 2029 -/- 50% t.o.v. niveau 0-meting Q1 2026 Kwalitatief: Afval transportkilometers per eind 2027 -/- 15% t.o.v. niveau 0-meting Q1 2026 Kwalitatief: Afval transportkilometers per eind 2029 -/- 15% t.o.v. niveau 01 2028
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
28
H5. Planning Onderstaand de planning van de verschillende activiteiten per pijler op jaarniveau.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
29
Bijlage A: Begrippenlijst Afkoppelen (H.3) Scheiden van regenwater van het rioolstelsel. Door de regenpijp van het riool af te koppelen, wordt er niet onnodig schoon regenwater vervoerd en gezuiverd, maar kan het direct de tuin of nabije natuur in. CDOKE (H.1) De afkorting staat voor de regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid. Met de CDOKE-regeling kunnen gemeenten en provincies extra personeel aantrekken en externe expertise over klimaat en energie inhuren. Compensatietaakstelling (maatregelen of voorzieningen) (H.2) Voor het SMP. Dit is een juridische term waarbij in de Omgevingswet het verlies van verblijven (van beschermde diersoorten) wordt gecompenseerd. Het nadelige effect van de overtreding van de Omgevingswet op beschermde soorten na een ingreep wordt tenietgedaan. Voorbeelden: (ingebouwde) nestkasten of het toegankelijk maken van spouwmuren en loze ruimtes in daken en dergelijke. Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) (H.4) Dit is een Europese richtlijn die ervoor zorgt dat bedrijven verplicht worden om duurzaamheidsinformatie te rapporteren. Deze rapportage wordt onderdeel van het bestuursverslag van de onderneming en moet transparantie bieden over de impact van de bedrijfsactiviteiten op mens en milieu.
Energie Diensten Centrum (EDC) (H.2) In het Energie Diensten Centrum (EDC) werken de provincie Utrecht en meer dan twintig Utrechtse gemeenten samen om de warmtetransitie te versnellen. Energieneutraal Rhenen (H.2) Een energie neutrale gemeente Rhenen betekent dat de gemeente evenveel duurzame energie opwekt als dat ze verbruikt. Environmental, Social, Governance (ESG) (H.4) Dit is een raamwerk dat wordt gebruikt om de duurzaamheid en ethische impact van een organisatie te beoordelen, vooral door banken, investeerders en andere belanghebbenden. ESG omvat factoren zoals energieverbruik, klimaat, grondstoffen, gezondheid, veiligheid en goed ondernemingsbestuur. ESG-criteria worden steeds belangrijker voor bedrijven, omdat ze een steeds grotere rol spelen bij investeringsbeslissingen, wetgeving en maatschappelijke verwachtingen. Bedrijven die zich actief bezighouden met ESG-doelen, kunnen hun reputatie verbeteren, risico's verminderen en nieuwe kansen creëren. ESG-criteria zijn nauw verbonden de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's) zoals geformuleerd door de Verenigde Naties. ESG-criteria helpen bedrijven om hun bijdrage aan de SDG's te meten en te verbeteren. Klimaatakkoord (H.2) Het Klimaatakkoord is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid.
Het is een overeenkomst die in 2019 is gesloten tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het doel is om de CO2 -uitstoot in 2030 met 49% verminderen. In dit akkoord is o.a. afgesproken dat gemeenten de regierol hebben in het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving (warmtetransitie). Ook staat hierin dat de wensen en zorgen van bewoners zichtbaar meegenomen moeten worden in de keuzes gedurende de warmtetransitie. Dit betekent dat bewoners door middel van participatie bij het proces betrokken moeten worden.
Landelijk Meldpunt afvalstoffen (LMA) (H.4)
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
30
Het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) is de verplichte landelijke meldinstantie voor afvalstoffen, aangewezen door de Staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De Wet milieubeheer is de grondslag voor deze taak, en is uitgewerkt in het Besluit en de Regeling melden bedrijfs- en gevaarlijke afvalstoffen. Iedereen die bedrijfsafvalstoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen opslaat, overslaat of verwerkt moet dit maandelijks aan het LMA melden. Nationaal Plan Circulaire Economie (NPCE) (H.4) Dit is een overkoepelend Rijksprogramma dat als doel heeft om de overgang naar een circulaire economie te versnellen en op te schalen, met als einddoel een volledig circulaire economie in 2050. Het NPCE beschrijft de aanpak en de maatregelen die nodig zijn om de overgang naar een circulaire economie te realiseren, met een focus op zuiniger en slimmer gebruik van grondstoffen. Het programma bevat voorstellen voor beleidsintensivering en een kader om de doelen te bereiken. Het NPCE is de nationale vertaling van het European Circular Economy Action Plan (CEAP) voor Nederland. Netversterking (H.2) Om congestie op te lossen én het elektriciteitsnet klaar te maken voor de toekomst versterkt TenneT in heel Nederland het elektriciteitsnetwerk.
Dit is nodig omdat het elektriciteitsgebruik in ons land snel stijgt door de energietransitie én omdat we steeds meer energie opwekken op andere plekken. Soortenmanagementplan (SMP) (H.2) Een soortenmanagementplan is een beschrijving van ecologisch onderzoek en (voorgenomen) maatregelen op gebiedsniveau. Hierin zijn natuurmaatregelen uitgewerkt zodat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden zonder dat er negatieve effecten op de lokale populaties optreden. Het is een randvoorwaarde voor een gebiedsgerichtsgerichte vergunning van de provincie. Het SMP geldt alleen voor het onderzochte gebied, in Rhenen is dat de bebouwde kom. Sustainable Development Goals (SDG's) (H.4) Dit zijn 17 doelen die door de Verenigde Naties zijn opgesteld om wereldwijde uitdagingen aan te pakken, zoals armoede, honger, ongelijkheid en klimaatverandering. Ze zijn bedoeld om een duurzame toekomst voor iedereen te creëren en zijn vastgesteld voor de periode 2015-2030. Wet collectieve warmte (Wcw) (H.2) Het doel van de Wcw is de warmtetransitie in de gebouwde omgeving te bevorderen. En de duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid van collectieve warmtesystemen beter te borgen. Daarom biedt de wet meer ruimte voor publieke sturing onder regie van gemeenten. Gemeenten kunnen bepalen waar en wanneer er een collectieve warmteoplossing komt (warmtekavel).
En een warmtebedrijf het exclusieve recht geven om daar warmte te transporteren en te leveren. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) (H.2) De Wgiw geeft gemeenten de plicht om in 2026 een Warmteprogramma op te stellen als actualisatie van de Transitievisie Warmte. De Wgiw geeft gemeenten de bevoegdheid om (lokale) regels op te stellen om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving tot uitvoering te brengen. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld gebieden aanwijzen waarvoor gasnetbeheerders niet langer verplicht zijn om een gasnet in werking te hebben. Dit wordt ook wel de ‘aanwijsbevoegdheid’ genoemd.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
31
Bijlage B: Toelichting op rollen gemeente De rollen van een gemeente kunnen worden omschreven als het faciliteren, regisseren, initiëren en handhaven van beleid en activiteiten. De gemeente kan deze rollen combineren of in verschillende situaties de nadruk op een bepaalde rol leggen (Bron: de faciliterende overheid | Erasmus Universiteit). Faciliteren De gemeente schept voorwaarden en mogelijkheden voor initiatieven van burgers en organisaties. Dit kan bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van ruimtes, het verstrekken van subsidies, of het bieden van advies. De gemeente treedt hierbij op als ondersteuner en aanjager van initiatieven die al elders zijn ontstaan. Regisseren De gemeente stuurt en coördineert activiteiten van verschillende partijen, zodat een gewenst resultaat wordt bereikt. Dit kan nodig zijn bij complexe vraagstukken waarbij verschillende belangen spelen. De gemeente zorgt voor verbinding en afstemming tussen partijen en bewaakt het proces. Initiëren De gemeente neemt zelf het voortouw en start projecten of programma's op, vaak op basis van eigen beleidsdoelstellingen. Handhaven De gemeente zorgt ervoor dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. Dit kan door middel van toezicht, controles en eventuele sancties. In de praktijk kan een gemeente deze rollen combineren of afwisselen.
Zo kan de gemeente een project initiëren (bijvoorbeeld een buurtontwikkelingsplan) en dit vervolgens faciliteren door het verstrekken van subsidies en het betrekken van bewoners. Tegelijkertijd kan de gemeente ook regisserend optreden door het coördineren van de verschillende betrokken partijen. Tenslotte kan een gemeente in specifieke gevallen optreden als financier (zoals eigen vastgoed).
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
32