Bijlage 1 Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
Tekst van het document
Inhoudsopgave H1. Inleiding...................................................................................................................................... 3 H2. Pijler energietransitie.................................................................................................................. 5 A. Thema Besparing........................................................................................................................... 5 B. Thema Warmtetransitie............................................................................................................... 12 C. Thema Opwek en netcongestie................................................................................................ 15 H3. Pijler klimaatadaptatie............................................................................................................... 20 H4. Pijler circulariteit....................................................................................................................... 25 H5. Planning.................................................................................................................................... 29 Bijlage A: Begrippenlijst...................................................................................................................
30 Bijlage B: Toelichting op rollen gemeente........................................................................................ 32
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
2
H1. Inleiding De gemeente Rhenen wil een gemeente zijn waar mensen prettig, gezond en veilig wonen. Nu en in de toekomst. Onrust in de wereld zorgt vaker voor onzekerheid, hoge energieprijzen en schaarste aan grondstoffen. Ook hebben we te maken met extremere weersomstandigheden. Daarom werken we aan zelfredzaamheid en weerbaarheid. Door verder te werken aan energie- en klimaatneutraliteit worden we zelfredzamer en weerbaarder. Want zo zijn we minder afhankelijk van fossiele brandstoffen en schaarse grondstoffen. Ook krijgen we hierdoor meer grip op onze energievoorziening en leefomgeving. Waarom een routekaart: De routekaart beschrijft de weg naar de doelen. Met deze routekaart is een prioritering gemaakt, met meetbare activiteiten waarmee we de voortgang kunnen rapporteren en indien nodig bijsturen. Deze routekaart beschrijft hoe wij in de praktijk werken aan de Visie op Rhenen 2035; ‘behoud ons Rhenen en maak het nóg mooier’. De routekaart dient als leidraad, communiceert de koers, en helpt bij het toewijzen van middelen door prioriteiten te stellen en mijlpalen te definiëren. Drie pijlers: In deze Routekaart 2025-2030 staat hoe de gemeente Rhenen de komende jaren werkt aan energie- en klimaatneutraliteit. Dit doen we vanuit drie pijlers: energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. Onze ambities per pijler: Energietransitie: we besparen zoveel mogelijk energie.
De komende jaren focussen we op het isoleren van woningen. En we kijken naar individuele warmteoplossingen. Ook wekken we meer lokale energie op. Zo worden we minder afhankelijk van hoge energieprijzen en grondstoffen uit het buitenland. En woonlasten dalen. Ook beperken we de gevolgen van netcongestie (drukte op het stroomnet) door slim gebruik en opslag. Zodat we woningen kunnen blijven bouwen, ondernemers kunnen groeien en we kunnen blijven voorzien in onze energiebehoefte. Klimaatadaptatie: we zien een verandering van het weer om ons heen. Als het regent is dat vaker véél in een korte tijd. Als het droog is, is het langer droog. Om overstromingen te voorkomen en de impact van extreem weer te verkleinen, is het belangrijk om onze leefomgeving hier goed op in te richten. Dit kan door meer groen en te zorgen voor een goed watersysteem. Hierdoor blijft onze gemeente veilig en leefbaar voor inwoners. Circulariteit: we gaan slimmer om met grondstoffen en zijn daarom minder afhankelijk van import. We nemen stap voor stap afscheid van de wegwerpmaatschappij. We hergebruiken materialen, ondersteunen lokale circulaire initiatieven en dragen bij aan een toekomst waar grondstoffen beschikbaar blijven. We geloven in samen doen Alleen met een gezamenlijke inzet kan Rhenen toekomstbestendig worden en blijven.
Van inwoners verwachten we dat zij verantwoordelijkheid nemen voor wat zij kunnen bijdragen. Ondernemers zien wij als vernieuwers: zij hebben de middelen, kennis en innovatiekracht om koploper te zijn. Als gemeente wijzen we inwoners en ondernemers de weg. Ook vervullen we een voorbeeldrol. In onze communicatie focussen we op het activeren van inwoners en ondernemers om zelf aan de slag te gaan. Hierbij ondersteunen en faciliteren we waar mogelijk. We zorgen dat iedereen mee kan doen. Monitoring en bijsturing We nemen verantwoordelijkheid voor de keuzes die we nu maken en volgen de voortgang op basis van heldere doelen. We evalueren jaarlijks via de P&C-cyclus, leren en sturen bij waar nodig. Hierbij zijn we transparant richting onze inwoners. Begin 2028 wordt de routekaart tussentijds geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
3
Financiering Het Rijk stelt verschillende financiële middelen beschikbaar voor gemeenten om de taken uit het Nationaal Klimaatbeleid uit te voeren. Via een uitkering van het Gemeentefonds (decembercirculaire 2019) is budget gekregen voor een energieloket en de warmtetransitie. Via de CDOKE* krijgen we een jaarlijkse bijdrage om in te zetten om de CO 2-uitstoot te beperken. In het kader van het Nationale Isolatieprogramma (NIP) heeft de gemeente een Specifieke Uitkering ontvangen voor de Lokale Aanpak Isolatie (SpUK-LAI) om koopwoningen te isoleren. Verder zijn er nog specifieke regelingen en subsidies, ook van de provincie Utrecht. Deze staan bij de betreffende activiteiten benoemd. De huidige regeling CDOKE 2023-2025 heeft een tijdelijk karakter. De waarschijnlijke vervolgregeling vanaf 2026 is nog niet definitief. Volgens diverse bronnen (RVO en VNG) wordt er nog gewerkt aan deze definitieve regeling met een looptijd tot 2030. Budgetten hiervoor zijn volgens de VNG al gereserveerd. Voor de zekerheid is voor budgetjaar 2026 rekening gehouden met defensieve CDOKE-inkomsten. Dit betekent dat we van een lagere bijdrage uitgaan dan 2025 en geen uitgaven doen voordat deze regeling definitief is. Definitieve toezeggingen vanuit het rijk worden in de gaten gehouden. Indien nodig, wordt geanticipeerd op het beschikbare budget.
In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van het budget duurzaamheid, zoveel mogelijk gekoppeld aan de activiteiten in deze routekaart. Leeswijzer De drie verschillende pijlers zijn opgedeeld in hoofdstukken: 2 tot en met 4. De pijler energietransitie is opgedeeld in drie thema’s: Besparing, Warmtetransitie en Opwek en netcongestie. De hoofdstukken beginnen met een omschrijving van de pijler en actuele ontwikkelingen. Vervolgens worden per pijler bijbehorende activiteiten, projecten en indicatoren beschreven. In hoofdstuk 5 staat per pijler de planning van de activiteiten en projecten op jaarniveau. De planning loopt van 2026 tot en met 2030. Woorden met een sterretje (*) staan toegelicht in de begrippenlijst, zie bijlage A. De verschillende rollen van de gemeente staan toegelicht in bijlage B.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
4
H2. Pijler energietransitie Tijdens de energietransitie stappen we over op een andere manier van omgaan met onze energie. Werken aan zelfredzaamheid en weerbaarheid We besparen energie, gaan minder fossiele brandstoffen gebruiken en gaan zelf meer energie opwekken. Zo vergroten we onze zelfredzaamheid: we worden minder afhankelijk van energie uit het buitenland en houden meer controle over onze eigen energievoorziening. Tegelijk versterken we onze weerbaarheid: we zijn beter voorbereid op prijsstijgingen, schommelingen op de energiemarkt en storingen in de aanvoer. Een betrouwbaar energiesysteem geeft huishoudens en bedrijven meer grip op hun kosten en meer zekerheid voor de toekomst. Zo kunnen we blijven bouwen. Ook blijven we een aantrekkelijke gemeente om in te wonen en werken. Drie thema's De eerste stap is het besparen van energie. Hier focussen we de komende jaren op. Dit is thema A bij deze pijler. Thema B, de warmtetransitie, beschrijft hoe we werken aan een aardgasvrij Rhenen. Besparen door te isoleren is ook hier de eerste stap. Daarna volgt de afbouw van het gebruik van aardgas. Thema C beschrijft de opwek van hernieuwbare energie en problematiek van de netcongestie.
A. Thema Besparing Bij energiebesparing gaat het om het terugdringen van de vraag naar energie. Besparen is altijd de eerste stap. Wat je niet gebruikt hoef je niet te betalen, te produceren en te transporteren. Dit draagt daarmee ook bij aan het verminderen van netcongestie. Slimmer met energie omgaan Een belangrijke vorm van besparen is preventie. Door woningen goed te isoleren, gebruiken we minder energie. Ook gaan we efficiënter om met energie. Bijvoorbeeld de thermostaat lager zetten, alleen de ruimte verwarmen waar het nodig is, minder vaak in de auto stappen en alleen een volle wasmachine laten draaien. Slimmer gebruik van energie houdt ook in dat we proberen pieken in het verbruik te vermijden. Bijvoorbeeld na kantoortijd niet tegelijk elektrisch gaan koken, de wasmachine aanzetten en de elektrische auto opladen. Door het gebruik te spreiden verminderen we het probleem van netcongestie. Beide vraagt om verandering van ons gedrag. Technologie helpt ons Nieuwe ontwikkelingen spelen een grote rol, ook bij energiebesparing. De markt speelt hier zelf ook op in. Bedrijven kunnen woningen isoleren zodat de vraag naar warmte wordt verkleind. De ontwikkeling van energiezuinige apparaten helpt de vraag naar elektriciteit te verlagen. En de vraag naar fossiele brandstoffen daalt door de ontwikkeling van efficiëntere elektromotors in elektrische auto’s.
De faciliterende rol Als gemeente hebben we een voorbeeld- en faciliterende rol bij energiebesparing. Zo verduurzamen we ons eigen vastgoed, zie activiteit 2.A.6. Via de huidige wet- en regelgeving kunnen we weinig verplichten. Bedrijven die veel energie gebruiken hebben wel een energie bespaar plicht, hier worden bedrijven op gecontroleerd door de handhavers van de Omgevingsdienst. Maar bij kleinverbruikers, woningen en andere gebouwen kunnen we alleen motiveren, stimuleren en helpen om minder energie te gebruiken. Verder met motiveren en stimuleren We versterken onze inzet op het motiveren en stimuleren om energie te besparen. Dit doen we met, de energiecaravan, isolatieacties, informatieavonden, duurzame dagen, onze duurzaamheidslening, onze eigen website en andere communicatiekanalen en de website van het energieloket, warmtescans etc. Hiermee proberen we al onze inwoners op een laagdrempelige manier te bereiken. Ook degenen die zelf niet zo goed in staat zijn om energiebesparing te realiseren. Zo hebben we van september 2024 tot en met augustus 2025 circa €127.000 aan isolatiesubsidie kunnen verstrekken en zijn in 2024 282 energiebesparingsadviezen uitgebracht.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
5
Het is onze ambitie om de inzet op energiebesparing de komende jaren te versterken, zodat we nog meer inwoners kunnen helpen en jaarlijks minimaal 1,5% energiebesparing realiseren. De gemeente maakt prestatieafspraken met de Rhenense Woningcorporatie Rhenam over energiebesparing en het verduurzamen van hun woningen. Rhenam zorgt voor maatregelen die hun vastgoed naar Energielabel B brengt, zodat hun huurders structureel lagere energielasten krijgen. Duurzame mobiliteit Het verduurzamen van mobiliteit zorgt ook voor energiebesparing. Het stimuleren van het gebruiken van de fiets, stimuleren van elektrisch rijden door het faciliteren van laadpalen en andere activiteiten op dit gebied staan in de mobiliteitsagenda 2023-2027 en worden in dit document niet verder uitgewerkt. De komende jaren gaan we aan de slag om meer energiebesparing te realiseren en voeren daarvoor tot 2030 de volgende activiteiten uit: Stimuleren energiebesparing bij onze inwoners Isolatieactie voor eigenaar-bewoners Bestrijding energiearmoede Gemeentelijke duurzaamheidslening Duurzaam Wonen Soortenmanagementplan (SMP) Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Activiteit 2.A.1: Stimuleren energiebesparing bij onze inwoners Als gemeente nemen wij het initiatief om onze inwoners te stimuleren, motiveren en helpen om energie te besparen.
Om inwoners op een laagdrempelige manier advies te bieden, hebben we een gemeentelijk energieloket. Inwoners kunnen telefonisch of via de mail vragen stellen. Ook gaat het loket met de Energiecaravan de wijken in om dicht bij de inwoners te komen. We organiseren samen informatieavonden en acties waar inwoners aan mee kunnen doen, zoals de warmtescans in het winterseizoen. Vanaf het najaar 2025 starten we met een inloopspreekuur, in eerste instantie in Elst. Zowel via de gemeente als via het energieloket krijgen inwoners informatie over financieringsmogelijkheden. Dit gaat om landelijke, provinciale en gemeentelijke subsidies en leningen. Ook kunnen zij hulp krijgen bij het aanvragen. Rhenen doet daarnaast mee aan de Duurzame Huizenroute. Inwoners kunnen hier inspiratie opdoen en leren van de ervaringen van mensen die hun huis al hebben verduurzaamd. In welke periode vindt dit plaats? Advisering door het energieloket is een continu proces, deze is 6 dagen per week bereikbaar. De actie warmtescans loopt elk winterseizoen, dit omdat het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur groot moet zijn. Opzetten van energiespreekuur start in Elst vanaf oktober 2025. De Duurzame Huizenroute vindt jaarlijks plaats in november. Wat is de rol van de gemeente? De gemeente initieert en regisseert het energieloket.
Het energieloket is van de gemeente en wordt betaald uit de middelen van het gemeentefonds voor energieloketten. Ook coördineert en zet de gemeente projecten, acties en campagnes op. De aanvullende acties en campagnes financieren we uit de CDOKE-middelen. Zo kunnen we inwoners gratis energiebesparingsadvies geven. Hoe gaan we dit doen? We zetten de inzet van het energieloket voort en organiseren in elke kern jaarlijks een dag met de Energiecaravan. Ook wordt de caravan ingezet bij evenementen zoals de kerstfair. Om inwoners direct advies te geven wordt najaar 2025 gestart met een inloopspreekuur. Deze zal in overleg met de dorpsraad in Elst twee keer per maand plaatsvinden in het Bestegoed. Bij succes kan dit worden uitgebreid naar andere kernen. Elk najaar starten we een actie om inwoners met flinke korting een warmtescan aan te bieden. Willen inwoners een verdergaand advies dan alleen isolatie via de isolatieactie (zie activiteit 2.A.2), dan bieden we net als bij de warmtescan-actie met korting een maatwerkadvies.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
6
We houden zowel onze eigen website als die van het energieloket actueel. Daarnaast volgen we landelijke trends en ontwikkelingen op dit gebied, zoals landelijke acties en subsidies. We gebruiken onze communicatiemiddelen om inwoners hierover te informeren. Waarom doen we dit? Door mensen eenvoudig en gratis hulp en advies te geven, kunnen ze zelf de verschillende mogelijkheden afwegen om op de voor hen beste manier energie te besparen. Dat kan vaak al met een paar simpele maatregelen. Dit helpt bij het structureel verlagen van de energierekening, het verhogen van het wooncomfort en voorkomt dat mensen letterlijk in de kou komen te zitten. Dit verkleint ook de afhankelijkheid van de wisselende energieprijzen.
Ook helpt dit om de lokale, landelijke en Europese ambities te realiseren om 1,5% energie per jaar te besparen en aardgasvrij te worden in 2050. En besparen is de eerste stap in de energietransitie; als we minder energie gebruiken hoeven we ook minder (duurzame energie) te produceren.
Indicatoren: Kwalitatief: o Inwoners gebruiken minder energie en hebben daardoor lagere maandlasten
Kwantitatief: o Jaarlijks 300 adviezen aan inwoners en maatschappelijke organisaties door het Energieloket Rhenen (in 2024: 282 adviezen) o Jaarlijks 70 warmtescans met advies aan eigenaar-bewoners door het Energieloket Rhenen (gemiddelde laatste 2 jaar: 64) o Energiebesparing 1,5% per jaar (bron: klimaatmonitor) o Jaarlijks in elke kern van de gemeente een wijkactie met de Energiecaravan
Activiteit 2.A.2: Isolatieactie voor eigenaar-bewoners Eigenaren van een slecht geïsoleerde woning kunnen meedoen aan de Isolatieactie van de gemeente Rhenen. Dit is de lokale uitvoering van het Nationaal Isolatie Programma (NIP), door het Rijk gefinancierd. Een energieadviseur komt aan huis, geeft advies op maat en brengt een vrijblijvende offerte uit. Bij akkoord op de offerte wordt ook de uitvoering van de isolatiemaatregel(en) geregeld. Inwoners worden op deze manier ontzorgt. Afhankelijk van de WOZ-waarde van de woning komen inwoners in aanmerking voor subsidie van de gemeente en eventueel een aanvullende subsidie van de provincie. De komende periode wordt gefocust op het verder stimuleren van het aantal aanmeldingen. In welke periode vindt dit plaats? Deze isolatieactie loopt van 2024 tot en met 2028, en kan daarna worden verlengd tot en met 2030. Vanaf 2026 kunnen ook appartementen in een Vereniging van Eigenaren (VvE) meedoen. Wat is de rol van de gemeente? Initiëren en regisseren: deze Rijkssubsidie is aangevraagd door de gemeente. We hebben een eigen subsidieregeling opgesteld en zijn verantwoordelijk voor de communicatieactiviteiten. Hoe gaan we dit doen? We voeren de isolatieactie in samenwerking met de provincie Utrecht en een groot aantal Utrechtse gemeenten uit (= Energie Diensten Centrum: EDC).
De praktische uitvoering wordt gedaan door de organisatie Winst uit je woning. Rhenen heeft hiervoor een subsidieregeling opgesteld. Deze is in september 2025 verruimd. Het subsidiebedrag is verhoogd en meer inwoners komen in aanmerking voor subsidie. We verwachten dat daardoor meer inwoners aan de actie deelnemen. Het afgelopen jaar zijn twee communicatiecampagnes uitgevoerd. In samenwerking met het EDC* worden ieder jaar nieuwe campagnes bedacht. De komende jaren focussen we op het verhogen van het aantal deelnemers aan de isolatieactie. Hier gaan we dus meer, vaker en op nieuwe manieren over communiceren. De isolatieactie wordt gefinancierd met de Rijksbijdrage voor lokale aanpak isolatie (SpUk-LAI). Rhenen heeft hiervoor in totaal een bedrag van circa 1,5 miljoen euro gekregen. Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
7
Waarom doen we dit? Door woningen te isoleren verbruiken inwoners minder energie en verlagen zij structureel hun energierekening. Ook draagt dit bij aan het landelijke en lokale doel om aardgasvrij te worden in 2050. Indicatoren: Kwalitatief: inwoners gebruiken minder aardgas. Kwantitatief: van september 2024 tot eind 2028 hebben 800 woningeigenaren hun woning geïsoleerd via de isolatieactie. Stand van zaken augustus 2025: ongeveer 90 woningeigenaren hebben hun woning geïsoleerd. In deze woningen zijn in totaal 125 bouwdelen geïsoleerd (dak-, vloer-, glas- en/of dakisolatie).
Activiteit 2.A.3: Bestrijding energiearmoede De gemeente heeft een rijksbijdrage (SPUK) ontvangen voor het bestrijden van energiearmoede. In eerste instantie zijn hiermee de energiecoaches gefinancierd. Zij hebben inwoners met een kleine beurs geholpen met advies en kleine energie- en waterbesparende maatregelen. Bijvoorbeeld het plaatsen van ledlampen, radiatorfolie en tochtstrips. De coaches hebben deze doelgroep de afgelopen twee jaar bereikt. Daarom zijn we met de coaches gestopt. Om de doelgroep verder te helpen loopt vanuit dezelfde SPUK momenteel een succesvolle witgoedregeling. Per 1 juli 2025 hebben al 330 inwoners hier gebruik van gemaakt (75% van de doelgroep). Hierbij kunnen inwoners met de Cunerapas voor €500,- een energiezuinige koelkast, vrieskist, wasmachine of een elektrische- of inductiekookplaat aanschaffen, ter vervanging van hun oude apparaat. In welke periode vindt dit plaats? Dit project loopt door tot de SPUK-bijdrage is besteed of de looptijd van deze bijdrage stopt. Deze SPUK is meerdere malen bijgesteld zowel in bedrag als in looptijd. De witgoedregeling loopt via de Cunerapas. Wat is de rol van de gemeente? De SPUK-bijdrage op de juiste manier benutten (onder gestelde voorwaarden) en de doelgroep bereiken. Hoe gaan we dit doen? De witgoedregeling is al verlengd. Communicatie wordt ingezet om de volledige doelgroep te bereiken.
Waarom doen we dit? Om de doelgroep te helpen de maandlasten voor energie te verlagen door het besparen van energie. Indicatoren: Kwantitatief: aantal inwoners van de doelgroep die gebruik maakt van de witgoedregeling is 100%, per 1 juli 2025 ligt dit rond de 70%.
Activiteit 2.A.4: Gemeentelijke duurzaamheidslening Duurzaam Wonen Als gemeente hebben we sinds begin 2018 een gemeentelijke lening Duurzaam Wonen met een gunstig rentetarief. Deze lening kunnen inwoners aanvragen voor het toekomstbestendig maken van hun woning; maatregelen om er langer te kunnen blijven wonen, verduurzamen woning, klimaatbestendig maken van de tuin en een gezondere woning door asbest te (laten) verwijderen. De lening Duurzaam Wonen loopt via Stichting Volkshuisvesting Nederland (SVN). SVN beheert voor de meeste gemeenten in Nederland leningen als de starterslening en de duurzaamheidslening. Het startbudget van de duurzaamheidslening was €500.000, met het samenvoegen tot de lening Duurzaam Wonen is €1.000.000 toegevoegd. Per 1 september 2025 is het budget voor de lening nog zo'n €500.000. Het is een revolverend fonds, maar in praktijk worden sneller meer leningen aangevraagd dan dat bestaande leningen worden afgelost. Het is daarom mogelijk dat een nieuwe aanvraag binnenkomt voordat het budget weer is aangevuld. Gezien het huidige budget van nog €500.000 (stand per 1-92025) en de trend van de laatste paar jaar, is de verwachting dat we nog 2 tot 3 jaar leningen kunnen verstrekken. In welke periode vindt dit plaats? Als we verwachten dat het budget zo gedaald is, dat er nog maar één jaar gedekt kan worden, dan Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
8
wordt er een bestuurlijk besluit voorbereid. Wat is de rol van de gemeente? De gemeente controleert elke aanvraag of deze voldoet aan de voorwaarden en geeft al dan niet akkoord, zodat SVN de financiering afhandelt. De gemeente is verantwoordelijk voor het budget. Hoe gaan we dit doen? De verwachting is dat in de periode tot 2030 er minder budget beschikbaar is dan wordt aangevraagd. Er zal dan een bestuurlijk besluit worden gevraagd over het ophogen van het budget. Voor deze lening wordt geld geleend bij de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten). Ook wordt de lijst met maatregelen die hiermee mogen worden gefinancierd indien nodig (nieuwe ontwikkelingen) geactualiseerd. Waarom doen we dit? Woningen worden toekomstbestendiger gemaakt met behulp van deze lening: gezonder, veiliger én beter bestand tegen kou, warmte, wateroverlast en droogte. Indicatoren: Kwantitatief: Jaarlijks aantal verstrekte leningen om woningen te verduurzamen. In 2024 waren dit er 16, in 2023 27. Kwantitatief: Resterend budget in het budget voor de Duurzaamheidslening.
Activiteit 2.A.5 Soortenmanagementplan (SMP) Met het Soortenmanagementplan (SMP*) vergemakkelijken we isolatie en (ver)bouwwerkzaamheden voor particulieren, isolatiebedrijven, aannemers en woningcorporaties. Zo besparen we hun veel tijd en geld, en blijft isoleren rendabel voor inwoners. Een SMP is een gedetailleerd onderzoek naar vleermuizen en gebouwbewonende vogels (zoals gierzwaluwen en huismussen). Een SMP is verplicht vanuit de Omgevingswet. We verwachten de vergunning van de provincie in 2025. Dit project houdt in dat we de vergunning en de bijbehorende verplichtingen nakomen. Deze verplichtingen zijn vooral administratie, monitoring en onderhoud van voorzieningen. In welke periode vindt het plaats? 2026 – 2035 Jaarlijks: Trendanalyse populatie & monitoring bij grootschalige werkzaamheden Elke twee jaar: Monitoring bijzondere functies Elke drie jaar: Rapportage aan provincie Elke vier jaar: Controle voorzieningen Uiterlijk 2029: 50% van de gemeentelijke compensatietaakstelling* voldaan 2030: Tussenevaluatie & controle voorzieningen in nieuwe woon- en werkgebieden 2035: Eindevaluatie & verlenging vergunning Wat is de rol van de gemeente? Regisseren en handhaven. Hoe gaan we dit doen? Administratie: tot en met 2029 jaarlijks €7.000,- (exclusief BTW). Daarna minstens €7.000,- per jaar.
Voor de monitoring, compensatietaakstelling en controle zijn er verschillende opties. Er kan gewerkt worden met vrijwilligers, een eigen ecoloog of ecologische bureaus. Bij alle drie is de beschikbaarheid van geschikte mankracht onzeker en onvoorspelbaar. Eerste offertes van ecologische bureaus zijn rond €300.000,- voor een looptijd van 10 jaar, zonder indexering. De eerste jaren worden de benodigde kosten gedekt door subsidies. Daarbij gebruiken we eerst de provinciale subsidie ‘Implementatie SMP’ (€108.198,-). Mocht dat niet genoeg zijn, dan is het mogelijk om grotere partijen (woningcorporaties, aannemers, isolatiebedrijven) te laten betalen voor het gebruiken van onze vergunning. Tijdens de landelijke Nacht van de Vleermuis, organiseren we een gratis en laagdrempelige vleermuisexcursie voor inwoners. Met de excursie leren inwoners hun omgeving én de vleermuizen beter kennen. Waarom doen we dit? Met het SMP besparen we particulieren, isolatiebedrijven, aannemers en woningcorporaties tijd en geld. Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
9
Bij veel werkzaamheden kunnen gebouwbewonende beschermde diersoorten gedood of verstoord worden. Daarom is ecologisch onderzoek verplicht: dat kan zo €5.000 (per adres) en een jaar tijd kosten. Hierdoor is isoleren nauwelijks nog de moeite waard, zeker niet voor huishoudens met een kleine portemonnee. Het SMP is onmisbaar om energiearmoede tegen te gaan. Als bijkomend voordeel worden de beschermde diersoorten en hun leefgebied in stand gehouden of verbeterd. Indicatoren: Kwantitatief: Aantal gerealiseerde compensatiemaatregelen in 2030 en 2035 (geslaagd bij respectievelijk 300 en 600 stuks). Kwalitatief: De staat van instandhouding per diersoort in gemeente Rhenen in 2035 ten opzichte van 2025 (geslaagd bij gelijk of verbeterd).
Activiteit 2.A.6: Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Binnen het landelijk klimaatakkoord* is afgesproken dat 12 sectoren, waaronder gemeenten, een sectorale routekaart DUMAVA (DUurzaam MAatschappelijk VAstgoed) opstellen. In deze routekaart moet beschreven zijn hoe een gemeente, voor het eigen vastgoed, stapsgewijs initiatieven ontwikkelt richting een aardgasvrij 2050. Het college heeft de Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed vastgesteld in december 2024. Met deze routekaart beschrijft de gemeente hoe, binnen welk tijdpad en met welke middelen, zij de duurzaamheidsopgave realiseert van haar vastgoed. In welke periode vindt dit plaats? Van 2025 tot 2029 zijn een viertal gemeentelijke objecten gepland om te verduurzamen: 2025-2026: Huis van de gemeente 2026-2027: MFG Bestegoed 2027-2028: Dorpshuis Achterberg 2028-2029: Stadsmuseum N.B. indien omstandigheden dit vragen kan de volgorde aangepast worden Wat is de rol van de gemeente? De gemeente neemt zelf het initiatief tot verduurzaming van haar eigen vastgoed. Hiermee stimuleert zij vanuit een voorbeeldrol ook andere partijen, zoals woningcorporaties, bedrijven en inwoners, om te verduurzamen. De gemeente heeft een financiële rol bij de verduurzaming van eigen vastgoed; dit omvat het investeren in energiebesparende maatregelen en het benutten van subsidies.
Hoe gaan we dit doen? Binnen de vastgestelde meerjarenbegroting is in totaal €990.000,- gereserveerd voor de aanpak van de vier projecten. Per project zal subsidie worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Volgens de huidige regeling kan hiermee 20% van de projectkosten worden betaald. Alle investeringen zijn gecalculeerd exclusief subsidies. Wanneer deze worden toegekend, dan vallen de kosten lager uit. Genoemde gebouwen zorgen samen voor een overgroot deel van de CO2 -uitstoot van de eigen vastgoedportefeuille. Door deze gebouwen te verduurzamen verminderen we niet alleen de CO2 uitstoot, maar verlagen we uiteindelijk ook de energiekosten die we als gemeente hebben. Verder geven we met deze verduurzaming het goede voorbeeld. In verband met wettelijke drempelbedragen wordt, indien aan de orde, per project een aanbestedingstraject ingezet. Alle betrokkenen (zoals beherende partijen en/of gebruikers) worden aangesloten op de voorgenomen projectplannen. Er is een reservering opgenomen (€10.000,-) binnen de CDOKE-begroting 2026 voor noodzakelijke energie-adviesrapporten ter onderbouwing bij de subsidieaanvraag. Ondersteunende werkzaamheden vinden binnen bestaande formatie-uren plaats. Waarom doen we dit? Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
10
Duurzame gebouwen verbruiken minder energie, wat resulteert in lagere energiekosten. Verduurzaming draagt bij aan het behalen van klimaatdoelstellingen en vermindert de ecologische voetafdruk van de gemeente. Verbeterde isolatie, verwarming, ventilatie en eventueel koeling dragen bij aan een comfortabeler binnenklimaat. Dit komt zowel de gezondheid als de waarde van het vastgoed ten goede. Duurzame gebouwen zijn daarnaast beter bestand tegen klimaatverandering en voldoen aan de steeds strengere milieueisen. De gemeente kan door duurzaamheid te stimuleren een positieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid en het welzijn van hun inwoners. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie voor haar inwoners.
Indicatoren: Kwantitatief: Resultaat op energie per jaar (effect in euro's op de energiebesparing). Kwantitatief: Exploitatieresultaat per jaar (Afschrijving op investering + resultaat op energie). Kwantitatief: Besparing CO2 uitstoot per jaar per object.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
11
B. Thema Warmtetransitie Om volledig energieneutraal* te worden, moeten we naast duurzame energie opwekken, ook veel minder (fossiele) energie gebruiken. Deze besparing wordt voor een belangrijk deel bereikt door het verduurzamen van woningen. In eerste instantie richten we ons daarbij op het verminderen van de energievraag, bijvoorbeeld door woningen en andere gebouwen beter te isoleren (zie de activiteiten bij 2.A.). Uiteindelijk moeten woningen niet meer met aardgas verwarmd worden, maar op een andere manier. Dit heet de warmtetransitie. De warmtetransitie is daarmee een belangrijk onderdeel van de energietransitie. De gemeente Rhenen heeft als doel om in 2050 aardgasvrij te zijn. Dit is in lijn met de landelijke afspraken die in het Klimaatakkoord (2019) staan. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten de regierol in de lokale warmtetransitie hebben. De gemeente heeft daarom samen met stakeholders en inwoners de Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. Deze is in 2021 vastgesteld. Gemeenten zijn verplicht om deze uiterlijk in 2026 te actualiseren, en gaat dan Warmteprogramma heten. Om woningen en andere gebouwen aardgasvrij te maken, zijn er grofweg twee opties. Dit is het collectief aansluiten op een warmtenet, of iedere woning zorgt zelf voor een alternatieve oplossing. In het laatste geval is een individuele warmtepomp meestal de beste optie.
Om te bepalen wat de beste oplossing is voor een bepaald gebied (wijk, kern), zijn de afgelopen jaren onderzoeken uitgevoerd. Hierbij is gekeken of een collectief warmtesysteem (warmtenet) technisch en financieel haalbaar is. Dit levert belangrijke informatie op voor het Warmteprogramma. Hieronder staan twee activiteiten waar we ons tot 2030 op richten:
Het Warmteprogramma Onderzoek naar mogelijkheden voor warmtetransitie per kern
Activiteit 2.B.1 Warmteprogramma (overkoepelend voor de hele gemeente) Gemeenten zijn verplicht om uiterlijk in 2026 een Warmteprogramma vast te stellen. In een Warmteprogramma staat op hoofdlijnen beschreven op welke manier de gemeente in 2050 de gebouwde omgeving aardgasvrij wil maken. De resultaten van de haalbaarheidsonderzoeken naar een collectief warmtesysteem in de gemeente Rhenen (zie activiteit 2.B.2) zijn een belangrijke bouwsteen voor dit Warmteprogramma. Indien nodig kunnen gemeenten het Warmteprogramma voor bepaalde gebieden (kernen, wijken) meer in detail uit te werken in een Uitvoeringsplan. In de Transitievisie Warmte (TVW) is gekozen om als eerste voor Achterberg en Remmerden een uitvoeringsplan te schrijven, omdat voor beide kernen een andere aardgasvrije oplossing de voorkeur had. In Achterberg is een gebouwgebonden oplossing (zoals een warmtepomp) het meest waarschijnlijk. In Remmerden is een collectief warmtenet juist kansrijk. Voor de kern Achterberg is in 2025 een Uitvoeringsplan opgesteld en in werking. In welke periode vindt het plaats? Het Warmteprogramma moet conform de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)* eind 2026 zijn vastgesteld. Daarna moet het iedere 5 jaar worden geactualiseerd.
Wat is de rol van de gemeente? Regisserend: in het Nationaal Klimaatakkoord (2019) is afgesproken dat gemeenten de regierol hebben in het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving (warmtetransitie). Hoe gaan we dit doen? Net als de Transitievisie Warmte zal ook het opstellen van het Warmteprogramma worden aanbesteed aan een bureau. Voor dit warmteprogramma is een bedrag van €40.000 gereserveerd binnen de CDOKE 2026. Deze zal dit in nauwe samenwerking met de gemeente uitvoeren. Bovendien zullen in een participatietraject inwoners, Rhenam en andere belanghebbenden worden betrokken. Waarom doen we dit? Inwoners en andere gebouweigenaren die hun huis willen verduurzamen (of helemaal aardgasvrij Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
12
willen maken) krijgen duidelijkheid of er in hun wijk een collectief warmtenet komt of niet. Ook wordt duidelijk op welke wijze de gemeente hen hierin kan ondersteunen met informatie en/of financiële middelen. Ook werken we hiermee aan de doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn, zoals vastgesteld in de Transitievisie Warmte en het Klimaatakkoord. Indicatoren: Kwantitatief: In 2050 gebruiken alle woningen en andere gebouwen duurzame warmtebronnen voor warm water en verwarming. Kwantitatief: Als indicator geldt het verminderde gebruik van aardgas ten opzichte van 2019. In 2023 was dit in de gemeente Rhenen 29%.
Activiteit 2.B.2 Onderzoek naar mogelijkheden voor warmtetransitie per kern Eén van de uitgangspunten van de Transitievisie Warmte (2021) is dat de warmtetransitie betaalbaar moet zijn voor iedereen. In deze visie staat ook dat er in de kernen Remmerden, Rhenen en een deel van Elst kansen zijn voor een collectief warmtesysteem (warmtenet). Dit zou mogelijk goedkoper zijn dan een gebouwgebonden oplossing (iedere woning een eigen warmtepomp). Per kern is daarom globaal onderzocht wat het beste alternatief is voor een CV-ketel op aardgas: een warmtenet of een oplossing per woning/gebouw. Als het gaat om een warmtenet, dan is onder andere gekeken of er gebruik gemaakt zou kunnen worden van de volgende warmtebronnen: oppervlaktewater (Rijn of de Grift), een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI), de bodem en de lucht. Het aanleggen van een collectief warmtenet in bestaande woonwijken is een langdurig traject (>5 jaar) en bestaat uit verschillende fasen. In de eerste verkennende fase wordt gekeken of een collectief warmtesysteem technisch en financieel kansrijk is (haalbaarheidsonderzoek). Dit is inmiddels voor verschillende kernen onderzocht:
Voor Remmerden is een warmtenet, dat zijn warmte uit de RWZI haalt, kansrijk. Voor Rhenen en Elst ziet het er financieel minder gunstig uit. Een grootschalig warmtenet voor deze kernen lijkt op dit moment onwaarschijnlijk. De Rijn als warmtebron is voor de gemeente Rhenen daarom voorlopig geen reële optie. Voor Achterberg is de aanleg van een warmtenet financieel niet haalbaar. De woningdichtheid is te laag en de afstand tot de Grift is te groot.
Mogelijk liggen er nog wel kansen voor kleinschalige warmtenetten in dicht bebouwde gebieden, bijvoorbeeld om één of enkele flats van warmte te voorzien. Voor nieuwbouw(wijken) is de aanleg van een warmtenet minder ingrijpend en minder kostbaar, doordat het tegelijk met de riolering kan worden aangelegd. In welke periode vindt het plaats? Met een haalbaarheidsonderzoek kijken we welke vorm van warmtetransitie per gebied het meest haalbaar is. Naar aanleiding van de haalbaarheidsonderzoeken moet een bestuurlijk besluit worden genomen over het vervolg. Voor Elst en Rhenen wordt dit eind 2025/begin 2026 verwacht. Voor Remmerden zal eerst gewerkt moeten worden aan de energy hub (zie Activiteit 2.C.2). Dit besluit zal daarom op zijn vroegst in 2027 zijn. Wat is de rol van de gemeente? Initiëren: De gemeente laat onderzoeken of een warmtenet kansrijk is of niet. Indien gewenst wijst de gemeente bepaalde gebieden aan waar een collectief warmtenet komt (aanwijzen van warmtekavels). De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw)* geven de gemeente hiertoe de bevoegdheid. Ook kunnen zij een warmtebedrijf het exclusieve recht geven om daar warmte te transporteren en te leveren. Daarnaast bepaalt de Wcw dat warmtenetten voor meer dan 50% publiek eigendom moeten zijn.
Regisseren: Bij het ontwikkelen van een warmtenet zijn veel partijen betrokken. De gemeente treedt hier op als regisseur. Hoe gaan we dit doen? De gemeente Rhenen heeft een subsidie van €18.300 van de provincie ontvangen voor de Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
13
uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek dat in 2025 in Elst en Rhenen is uitgevoerd. In 2026 zijn aanvullende haalbaarheidsonderzoeken waarschijnlijk niet nodig. De focus ligt dit jaar met name op isoleren (activiteit 2.A.2) en het opstellen van het Warmteprogramma (activiteit 2.B.1). Waarom doen we dit? De gemeente heeft een rol om de warmtetransitie voor haar inwoners concreet vorm te geven. We onderzoeken daarom wat het beste alternatief is voor een cv-ketel op aardgas. Een optie is het onderzoeken van een collectief warmtenet. Met een warmtenet kunnen grote aantallen woningen aardgasvrij worden gemaakt. Met een warmtenet van midden-temperatuur (ca. 70°C) kunnen ook woningen worden verwarmd die minder goed zijn geïsoleerd. Een andere optie is een gebouwgebonden oplossing, zoals een warmtepomp. Bij de keuze voor een bepaalde optie, worden naast de kosten ook andere aspecten meegenomen. Zoals ruimtelijke inpasbaarheid, impact in de woning, geluid en beeldkwaliteit. Indicatoren: Kwalitatief: Vastgestelde besluiten over collectieve of individuele oplossing voor de kernen Elst, Rhenen en Remmerden.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
14
C. Thema Opwek en netcongestie Stand van zaken energieopgave In de Regionale Energiestrategie Regio Foodvalley (RES RFV), vastgesteld door de gemeente Rhenen in 2021, werken 8 gemeenten, de provincies Utrecht en Gelderland en het waterschap aan de energietransitie: in 2030 regionaal 0,75 TWh duurzame elektriciteit opwekken. De regionale uitvoering is geconcretiseerd in het Energieprogramma/ RES. In juni 2025 is de raad geïnformeerd over de voortgang (bijlage 4, voortgangsrapportage RES). Het Energieprogramma heeft inmiddels 32% van de doelstellingen voor zon- en windenergie op land gerealiseerd en er zit nog voor 8% aan projecten in de pijplijn. De invulling, concretisering en het tempo van uitvoering verschilt per gemeente. Tijdens het opstellen van de routekaart is door de raad, middels de Motie Realisatie alternatieve energie opwek (mei 2025), gevraagd om een overzicht van de stand van zaken rondom alternatieve energie opwek in Rhenen. Hiervoor is de informatienota ‘stand van zaken energieopgave’ opgesteld (september 2025, bijlage 6). Hierin staat dat van de 31GWh duurzame energie die we willen opwekken in 2030 (RES bod) er (tot en met 2023) 7 GWh is gerealiseerd. Daarmee bedraagt de resterende opgave 24 GWh. Het initiatief voor het zonneveld Nude ligt op dit moment stil. Andere opties leveren een kleinere bijdrage op en zijn niet voor 2030 gerealiseerd.
Er ligt daarmee nog een opgave. Hierin staan we niet alleen. Geen enkele gemeente heeft nog zijn bod gehaald (zie Voortgangsrapportage RES Regio Foodvalley, juni 2025). Binnen Foodvalley wordt samen gewerkt aan een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem. In aanvulling daarop gaan we onderzoeken op welke manier we in Rhenen meer initiatieven mogelijk zouden kunnen maken of faciliteren. De raad zal hierover worden geconsulteerd. Zelfredzaamheid en weerbaarheid vergroten Met alleen de opwek van duurzame zonne-energie op daken produceren we onvoldoende energie voor onze eigen behoefte. Daarom moeten we nog meer energie opwekken in de gemeente. Door te voorzien in onze eigen energiebehoefte, neemt de afhankelijkheid van grote energiemaatschappijen en buitenlandse energiebronnen af. Dit is noodzakelijk in tijden van stijgende energieprijzen en politieke spanningen rondom gas en olie. Grote, gecentraliseerde systemen zijn kwetsbaarder voor uitval, cyberaanvallen of natuurrampen. Met lokaal opgewekte energie zijn we minder kwetsbaar voor storingen en aanvallen. Hierdoor zijn we weerbaarder in crisissituaties. Netcongestie Het elektriciteitsnet in Nederland zit vol. Dit betekent dat er vaker stroomuitval is door storingen. Door deze netcongestie kunnen bedrijven niet altijd uitbreiden en lopen woningbouwprojecten vertraging op.
Ook in Rhenen merken we dit: bedrijven staan op een wachtlijst voor meer stroom en het MFG kon alleen met een accupakket geopend worden. Deze netcongestie blijft de komende jaren een groot knelpunt (bijlage 8), ook al wordt er hard gewerkt aan uitbreiding van het netwerk. Lokale oplossingen, waarbij duurzame opwek en gebruik beter op elkaar worden afgestemd, zijn daarom belangrijk om groei mogelijk te maken. Maar ook om inwoners in de bestaande vraag te blijven voorzien. Lokaal opgewerkte energie draagt ook bij aan het minder kwetsbaar zijn voor landelijke storingen door netcongestie. Facilitator Als gemeente faciliteren we het lokaal opwekken van energie. En het zoeken van oplossingen in het vraagstuk rondom netcongestie.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
15
We willen als gemeente de energietransitie faciliteren door: Ruimte te bieden aan lokale initiatieven, In te zetten op netversterking* en slimme opslagoplossingen, Te zorgen voor een energietransitie waarin iedereen kan meedoen. We werken hiervoor aan de volgende activiteiten: Plan van aanpak netcongestie Energy hub Remmerden Zon op restgrond Aanleg zonnepark Activiteit 2.C.1 Plan van aanpak netcongestie Op verschillende plekken in Nederland is onvoldoende ruimte (capaciteit) op het elektriciteitsnet, door zowel de groei van het gebruik als de groei van duurzame opwek van elektriciteit. Dit zorgt voor file op het elektriciteitsnet: netcongestie. In de provincie Utrecht is de netcongestie erger dan in andere provincies. Ondernemers ondervinden hier al problemen van en inwoners op termijn waarschijnlijk ook. We voeren structureel overleg met de netbeheerder (Stedin) over netcongestie en de mogelijke gevolgen daarvan voor toekomstige ruimtelijke projecten in Rhenen. Dit doen we in Foodvalley verband en via de Energy Board Utrecht. We willen meer focus aanbrengen in de rol van de gemeente Rhenen bij de aanpak van netcongestie. In welke periode vindt het plaats? 2026 Hoe gaan we dit doen? We gaan in gesprek met onze stakeholders over wat onze rol als gemeente zou kunnen zijn.
Wat heeft daarbij de meeste prioriteit en wat ligt binnen onze invloedssfeer? We maken een concreet actieplan dat past bij de ambities en mogelijkheden van de gemeente Rhenen. Hierbij houden we rekening met de intenties die zijn uitgesproken in het Convenant Duurzame Woningbouw (2022) en tegelijkertijd houden we een open blik voor verdere kansen en mogelijkheden. Het actieplan wordt bestuurlijk vastgesteld en regelmatig bijgewerkt om zo actueel mogelijk te blijven en in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Wat is de rol van de gemeente? De gemeente is initiatiefnemer van dit onderzoek. Waarom doen we dit? De gemeente is niet primair verantwoordelijk voor netcongestie maar voelt zich wel medeverantwoordelijk om een bijdrage te leveren aan het oplossen van deze complexe problematiek. Onze bedrijven en (toekomstige) inwoners krijgen hier vroeg of laat mee te maken. We doen dit om focus aan te brengen op de inzet van de gemeente Rhenen met betrekking tot netcongestie. Indicatoren: Kwalitatief: Bestuurlijk besluit over het actieplan netcongestie.
Activiteit 2.C.2 Energy hub Remmerden Een energy hub (E-hub) is een lokaal energiesysteem waar verschillende partijen samenwerken om energie op te wekken en/of op te slaan, te gebruiken en/of te verhandelen. Het doel is het energienet efficiënter benutten. Het is een manier om vraag en aanbod van energie lokaal te balanceren, waardoor de belasting van het centrale energienet verminderd wordt. Via het REB (Regionaal Energieteam Bedrijven) zijn binnen de regio Foodvalley een aantal E-hub Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
16
initiatieven opgestart, waaronder Remmerden. Het REB (tevens opdrachtgever) is een gezamenlijk initiatief van ondernemers, de Federatie Ondernemers Verenigingen, VNO-NCW Midden, de 8 gemeenten in de regio Foodvalley en de Provincies Gelderland en Utrecht. In welke periode vindt het plaats? In Q2 2024 startte het verzamelen van gegevens om piekmomenten in het stroomverbruik te identificeren en analyseren. Vanaf Q1 2025 startte de technische onderzoeksfase en bijbehorende ontwerp alternatieven en investeringsindicaties. Uiterlijk december 2025 moet duidelijk zijn op welke wijze de E-hub vorm gaat krijgen. Afhankelijk van besluitvorming door betrokkenen (zoals netbeheerder, provincie en vooral deelnemende ondernemers) volgt een uitvoering vanaf Q1-2 2026. Een gemiddelde doorlooptijd tot realisatie is ongeveer negen maanden. Hoe gaan we dit doen? De E-hub is vanuit twee scenario's bekeken:
Scenario 1: een ‘administratieve’ verknoping. Een aantal bedrijven werken samen op basis van een Groeps Transport Overeenkomst. Hiervoor wordt een coöperatie opgericht waarbinnen afspraken worden vastgelegd. Door deze samenwerking kan het transportvermogen onderling worden verdeeld en piekbelasting grotendeels worden beperkt. Dit leidt tot een efficiënter netgebruik. Dit is belangrijk om netcongestie aan te pakken. Ook wordt de toevoeging van batterijopslag verder onderzocht.
Scenario 2: energie onafhankelijkheid vanuit eigen opwek- en opslagfaciliteiten Door zelf energie op te wekken en op te slaan, ontstaat min of meer een eigen ‘off grid’ infrastructuur. Deze structuur bestaat in hoofdlijnen uit een benodigde energie- en opslagcapaciteit (belangrijke voorwaarde is grootschalige energieopwek dichtbij), batterijopslag en een bijbehorende laadinfrastructuur om te kunnen voldoen aan een lokale energievraag (laden). Naast een zeer hoge financieringsbehoefte zit hier nog een flinke beperking in de beschikbare ruimte op Remmerden (bijvoorbeeld grootschalige opwek zon in directe nabijheid), veranderende marktwerking, nog onduidelijke regelgeving en grote technische uitdagingen.
Op dit moment wordt scenario 1 verder uitgewerkt. Deze optie kan tevens als eerste opstap naar scenario 2 gezien worden waarbij, uiteindelijk, een grote mate van energie onafhankelijkheid en beschikbaarheid het doel moet zijn. Naast de reguliere projectondersteuning (vanuit het REB) via het CDOKE-budget 2026 (€35.000,-), zijn extra kosten voor projectondersteuning gereserveerd voor de realisatie van scenario 1. Binnen het CDOKE-budget 2026 is dit opgenomen (€40.000,-). Wat is de rol van de gemeente? De gemeente treedt niet op als financier van de E-hub, maar faciliteert mede het proces (waaronder ook vergunningen) en zorgt ook voor verbinding tussen betrokken partijen. Het project (ontwikkelen implementatiefase) wordt begeleid voor gemiddeld 8-10 uur per week door een externe projectmanager. Deze wordt gefinancierd door het REB, bijdrage CDOKE (€35.000,-) en deels door de Provincie. Waarom doen we dit? Een E-hub vermindert de gevolgen van netcongestie. Lokaal opgewekte energie wordt zo beter benut. Daardoor kunnen bedrijven blijven groeien. Zo werkt Remmerden aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Door slim gebruik te maken van beschikbare energie en netwerkcapaciteit, besparen bedrijven en andere partijen in een energy hub kosten op hun energieverbruik.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
17
Energy hubs zorgen voor een betere afstemming tussen de opwekking en het verbruik van energie, waardoor energieverspilling wordt verminderd en het systeem efficiënter wordt. Indicatoren: Het is in dit stadium nog niet mogelijk om kwantitatieve indicatoren te benoemen. Ná een definitieve scenariokeuze kunnen deze worden benoemd. Kwalitatieve indicatoren zijn:
Hoe goed werken de deelnemers van de energy hub samen? Is er sprake van actieve deelname en afstemming van vraag en aanbod? Is de werking van de energy hub transparant voor alle betrokkenen? Worden de resultaten en ontwikkelingen helder gecommuniceerd? Is de energievoorziening via de energy hub veilig en betrouwbaar?
Activiteit 2.C.3 Zon op restgrond In het Klimaatakkoord staat dat zonnepanelen eerst op gebouwen gelegd moeten worden. Daarna pas op ongebruikte terreinen (zogenaamde restgronden) in bebouwd gebied. Deze voorkeursvolgorde heet ‘de zonneladder’ en moet voorkomen dat zonnepanelen op landbouw- en natuurgrond komen als dat niet nodig is. "Zon op restgrond" verwijst naar het plaatsen van zonnepanelen op ongebruikte of braakliggende terreinen, of combinaties met een bestaande functie. Dit laatste noemen we dubbel ruimtegebruik, zoals zonnepanelen boven een parkeerplaats. De zonneladder prioriteert zonnepanelen op daken en deze restgronden, voordat andere locaties worden overwogen. In welke periode vindt het plaats? In 2025 is de gemeente Rhenen gestart met een eerste onderzoek naar de mogelijkheden van dubbel ruimtegebruik op restgronden van de gemeente zelf. Uit deze eerste technische verkenning komen het retentiebassin aan de Beukenlaan en de parkeerplaats aan de Paardenmarkt in beeld. In 2026 worden deze locaties nader onderzocht. Naast de technische mogelijkheden wordt ook gekeken wordt naar financiële, juridische en ruimtelijke mogelijkheden. Zo ontstaat een integraal beeld van de haalbaarheid. Wat is de rol van de gemeente? De gemeente onderzoekt de mogelijkheden. Als er een vervolgtraject komt dan komt in de realisatiefase ook de gemeente als grondeigenaar in beeld.
Hoe gaan we dit doen? Op basis van een integrale haalbaarheidsstudie (2026) zal een bestuurlijk besluit worden genomen over een mogelijk vervolgtraject, inclusief participatietraject. We volgen hierbij de ontwikkelingen die in het havengebied spelen. De onderzoekskosten zullen worden gedekt uit de CDOKE-middelen. Waarom doen we dit? In Rhenen is de ruimte voor energie opwek schaars. We willen onze verantwoordelijkheid nemen waar dat haalbaar is. Indicatoren: Kwalitatief: Bestuurlijk besluit over zon op gemeentelijke restgrond.
Activiteit 2.C.4 Werken aan grootschalige opwek Uit de voortgangsrapportage RES Regio Foodvalley en de informatienota ‘Stand van zaken energieopgave’ (september 2025) blijkt dat we nog een opgave hebben om duurzame energie op te wekken voor de opgave in 2030. Met alleen kleine projecten redden we het niet, ook grootschalige opwek is nodig. Landelijk is de opgave om in 2050 energieneutraal te zijn. We gaan nader onderzoeken op welke manieren we grootschalige opwek in Rhenen vorm zouden Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
18
kunnen en willen geven. Hierbij kijken we ook naar de huidige kaders. Is aanpassing op onderdelen nodig en willen we dat? Blijven we alleen kijken naar zon en wind omdat dit de huidige invulling is van de RES richting 2030? Kijken we nu ook alvast naar andere innovatieve en haalbare mogelijkheden richting 2050? Trekken we hierin samen op met de regiogemeentes, provincies en het waterschap (Regionaal Energieperspectief en Regionaal Omgevingsprogramma Energiesysteem)? Hier willen we de raad na de verkiezingen over consulteren en op basis van deze consultatie een besluit voorleggen. In welke periode vindt het plaats? De voorbereiding voor de consultatie van de raad over grootschalige opwek vindt plaats in 2025 en 2026. Het streven is om in 2026 de consultatie te houden, afhankelijk van de verkiezingen en coalitievorming. Hoe gaan we dit doen? We evalueren waarom grotere initiatieven voor energieopwek in Rhenen geen doorgang vonden en gaan daarover in gesprek met initiatiefnemers en andere stakeholders en waar de invloedssfeer van de gemeente Rhenen daarbij zit. Waar zouden ruimtelijk gezien in principe mogelijkheden zijn maar zitten kaders van de gemeente Rhenen in de weg? Is er politiek bestuurlijk draagvlak om dit te heroverwegen? Wat is de rol van de gemeente? De gemeente faciliteert en regisseert en is zelf geen projectontwikkelaar.
Waarom doen we dit? We doen dit om helderheid te krijgen over de inzet van de gemeente Rhenen op het gebied van grootschalige opwek. Waar ligt de focus? Wat kunnen initiatiefnemers en mede-overheden van ons verwachten? Indicatoren: Kwalitatief: Een bestuurlijk besluit over de inzet van de gemeente Rhenen met betrekking tot grootschalige opwek.
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
19
H3. Pijler klimaatadaptatie Wat is klimaatadaptatie? Klimaatadaptatie is het aanpassen aan het veranderend klimaat (heter, natter én droger). Het is een breder begrip dan ruimtelijke adaptatie: dat gaat alleen over het aanpassen van de fysieke omgeving. Zolang het klimaat blijft veranderen, blijft klimaatadaptatie nodig; het is niet op een moment ‘af’. Klimaatverandering heeft invloed op alles: inwoners, ondernemers, openbare ruimte, sociale cohesie, gebouwde omgeving, het agrarische gebied en natuur. Dat betekent dat al deze thema’s geraakt worden, maar ook kunnen bijdragen aan klimaatadaptatie. De laatste jaren is er veel focus geweest op het aanpassen van de leefomgeving: zo zijn we beter bestand tegen hittestress, droogte en wateroverlast. Efficiënt werken De grootste impact voor een klimaatadaptieve omgeving zit in meekoppelkansen: als we iets doen, bijvoorbeeld nieuwe riolering aanleggen of prestatieafspraken maken, dan doen we dit meteen klimaatadaptief. In Rhenen voeren we geen maatregelen uit die enkel en alleen voor klimaatadaptatie zijn. Wel adviseren we alle ruimtelijke plannen en de relevante beleidsvelden, zodat klimaatadaptatie breed geïntegreerd wordt.
Tot 2030 focussen we ons op de volgende activiteiten: Klimaatanalyse & risicodialogen Lokaal Hitteplan Groenblauwe subsidie en promotie Weerbaarheid en veerkracht Heuvelrugtuinen Vernieuwing Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie
Activiteit 3.1 Klimaatanalyse & risicodialogen Met de klimaatanalyse onderzoeken we waar welke klimaateffecten impact gaan hebben. Welke plekken hebben last van hittestress? Als het 74 mm p/u regent, waar ontstaat dan wateroverlast en hoe gaat het water dan stromen? Dit is op basis van rekenmodellen, dus de risicodialogen zijn een belangrijk aanvulling. Bij de risicodialogen gaan we in gesprek met inwoners, bestuurders en andere partijen: herkennen zij dit beeld? En hoe erg vinden we het als er op deze plek hittestress of wateroverlast is? Dit laatste is bijvoorbeeld acceptabel in de uitwaarden, maar kan vervelend of zelfs gevaarlijk zijn bij het gezondheidscentrum. In welke periode vindt het plaats? De klimaatanalyse wordt gedaan in 2026. De risicodialogen worden voorbereid in 2026 (na oplevering van de klimaatanalyse) en worden waarschijnlijk gevoerd in de eerste helft van 2027. Wat is de rol van de gemeente? Deze activiteit volgt uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en is wettelijk verplicht. Wij regisseren en initiëren. Hoe gaan we dit doen? De klimaatanalyse wordt gedaan door een extern bureau. Hiervoor is €35.000 opgenomen in de begroting van de riolering. De risicodialogen doen we zelf. Daarvoor volgt een projectplan, vastgesteld door het college. Aan het eind hebben we voor de belangrijkste klimaatrisico’s in beeld waar deze gaan spelen en in welke mate.
Ook weten we of dit een realistisch beeld is en waar dit tot bekende problemen leidt. Bovendien is dit weer de input voor het nieuwe beleid. Waarom doen we dit? Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
20
Inwoners en ondernemers kunnen de impact op hun eigen gebouw en directe omgeving bekijken: wat zijn de risico’s bij mij in de straat? De kaarten worden gebruikt bij alle ruimtelijke adviezen: nieuwe ontwikkelingen krijgen een gedegen advies over de risico’s en hoe hier mee om te gaan. Deze kennis gebruiken we als input voor projecten in de openbare ruimte. Grote klimaatrisico’s worden meegenomen in de scoresystematiek van de meerjarenplanning. Bij andere projecten bekijken we de risico’s en kansen in van de locatie. Indicatoren: Kwalitatief: Eind 2027 per klimaateffect (heter, droger, natter, overstromingen) minstens één kaart. Kwalitatief: Eind 2027 risicodialoog gevoerd met in ieder geval inwoners, collega’s, bestuurders en externe partijen (denk aan maatschappelijke organisaties, ondernemersvereniging, waterschap, provincie, woningcorporatie e.d.).
Activiteit 3.2 Lokaal Hitteplan Het Lokaal Hitteplan is een doorvertaling van het Nationaal Hitteplan. Het is een gezamenlijk plan van diverse (maatschappelijke) organisaties en beschrijft de rol- en taakverdeling van de betrokken organisaties tijdens de verschillende fases van een warme periode. Het Lokaal Hitteplan Rhenen is vastgesteld door het college op 8 april 2025. Het Hitteplan volgt een cyclische werkwijze: elk jaar wordt die geëvalueerd en waar mogelijk uitgebreid. In welke periode vindt het plaats? Jaarlijks worden er meerdere stappen doorlopen. Het hele jaar door kan gewerkt worden aan de lange termijn (preventie, kennisontwikkeling en gedragsbeïnvloeding). Lente: voorbereiding: actualisatie kennis, documenten en materialen Zomer: (voor)waarschuwingsfase: klaar voor activatie Herfst & winter: monitoring en evaluatie De provincie heeft als doel dat alle gemeenten in 2028 een Lokaal Hitteplan hebben. Ondertussen stimuleren ze het gebruik van de Menukaart Hitte. De verwachting is dat na 2028 alle gemeenten deze moeten gaan gebruiken. De Menukaart Hitte geeft een breder en integraal overzicht van alle hitterisico's en mogelijke maatregelen die een gemeente kan nemen op drie onderdelen: gezondheid, gebouw en gebied. Het Lokaal Hitteplan is bijvoorbeeld een maatregel in de Menukaart Hitte. Wat is de rol van de gemeente? Regisseren en initiëren.
Hoe gaan we dit doen? Deze activiteit vraagt vooral om inzet van interne collega’s en de lokale partners. Er staan op dit moment geen uitgaven gepland. Mocht dat veranderen, bijvoorbeeld naar aanleiding van evaluatie, dan zijn dit naar verwachting zeer beperkte kosten. Bovendien is het realistisch dat er bijdragen komen van andere partijen: de kosten voor het opstellen, €11.000,-, werden voor 73% gedekt door andere partijen (SPUK, Provincie, Platform Water Vallei en Eem). Waarom doen we dit? Het Lokaal Hitteplan beschermt de inwoners tegen de gezondheidsrisico’s van aanhoudende hitte. Vooral kwetsbare doelgroepen. Ouderen, jonge kinderen, zwangeren, chronisch zieken en medicijngebruikers, (arbeids)migranten, evenementenbezoekers, sporters en dieren lopen serieus risico. Indicatoren: Kwantitatief: Het percentage Rhenenaren dat weet wat ze moeten doen bij extreme hitte. Geslaagd als dit 80% of meer is in 2026. In 2024: 61% weet het heel goed, 33% een beetje. Kwalitatief: Jaarlijkse evaluatie en verbetersessie met lokale partners.
Activiteit 3.3 Groenblauwe subsidie en promotie In september 2023 is de stimuleringsregeling ‘afkoppelen* van hemelwater en groene daken
Routekaart Duurzaamheid 2025 - 2030
21
Rhenen 2023-2027' (ook bekend als groenblauwe subsidie) gepubliceerd. Elk jaar zouden inwoners deze kunnen aanvragen voor het afkoppelen van het hemelwater of het aanleggen van een groen dak. De jaarlijkse subsidiepot was €50.000,- (in 2023 €12.500,-). Na tegenvallende aanvragen in Q4 2023 en de eerste helft van 2024, hebben we de subsidie extra gepromoot. De gemeenteraad heeft met het amendement ‘Eerlijke demping voor de toekomst’ (11 december 2024) de pot voor 2025 op €0,- gezet. Deze activiteit houdt in dat we in 2026 en 2027 de subsidie weer onder de aandacht brengen. Ook bekijken we in 2027 of en hoe deze subsidie vervolg krijgt: zijn er misschien overbodige voorwaarden die we kunnen aanpassen, kan de subsidie ook gebruikt worden voor andere klimaatadaptieve werkzaamheden? In welke periode vindt het plaats? 2026-2027 Wat is de rol van de gemeente? Faciliterend. Hoe gaan we dit doen? Het benodigde budget, €50.000 per jaar, is in 2026 en 2027 gereserveerd. Dit wordt betaald uit het Water Riool Plan 2023 – 2027 (WRP). De communicatie uit de tweede helft van 2024 kan worden voortgezet, met hier en daar een update. Met deze subsidie willen we dat iedereen, ongeacht portemonnee, aan de slag kan. Dit laatste blijft lastig om te bereiken. Waarom doen we dit? Als genoeg mensen afkoppelen, wordt de rioolheffing lager: dat is voordeliger voor alle inwoners.