Bijlage 1 Perspectiefnota 2027-2030
Tekst van het document
20 N
dp 3.2 3.15 Bijstelling n.a.v. de jaarstukken 2025:
dp 3.2 3.10 Bijstelling n.a.v. de jaarstukken 2025: a. De raad heeft in 2025 projectbudgetten beschikbaar gesteld voor de verkoop van locaties Woudmees, Dorpshuis Elst en Platanenlaan. De uitvoering van de projecten is vertraagd door capaciteitsgebrek. De voor 2027 geraamde kosten schuiven deels door naar latere jaren 93 V. De budgetten voor 2027 dienen daarom te worden verhoogd met 146 N (zie ook mutaties reserves).
93 V
b. De realisatie van 15 flexwoningen is afgerond. De investeringen zijn uiteindelijk lager uitgevallen. Per saldo leidt dit tot structureel 20 V lagere exploitatielasten (zie ook mutatie reserves).
20 V
c. Op 10 februari 2026 is de actualisatie van de meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) vastgesteld door de Raad (zaaknummer 25073). Voor dit (deel)programma betreft de mutatie door deze actualisatie 84 N.
84 N
3.11 De raad heeft een krediet beschikbaar gesteld voor nieuwe startersleningen. Dit leidt tot hogere rentelasten 20 N. Hier tegenover staan ook hogere rentebaten (zie programma 7).
20 N
a. De lagere kosten voor verkoop locaties Woudmees, Dorpshuis Elst en Platanenlaan leiden tot hogere onttrekkingen aan de reserve budgetoverheveling 29 V en lagere onttrekkingen aan de reseve versnelde woningbouw 122 N.
93 N
b. De exploitatielasten van de 15 flexwoningen is als gevolg van lagere investeringslasten lager. De onttrekking aan de algemene reserve kan daardoor met 18 N worden verlaagd
18 N
c. De kosten van de formatie actief grondbeleid wordt op basis van het raadsbesluit van januari 2026 niet onttrokken aan de reserve uitvoering collegeprogramma naar aan de algemene reserve. Dit is een budgettair neutrale mutatie Mutaties reserves (B)
131 N
Geraamd resultaat
243 N
30
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Perspectiefnota 2027
PROGRAMMA 4 - SOCIAAL MAATSCHAPPELIJK Overzicht baten en lasten (in € x 1.000)
Primitieve
Vastgestelde
Vast te stellen
Na wijzigingen
Begroting
Begroting
Begroting
begroting 2027
wijzigingen
wijzigingen
perspectiefnota 2027
2028
2029
2030
Baten
8.597 V
0N
197 V
8.793 V
8.304 V
8.223 V
7.979 V
Lasten
33.416 N
0N
1.235 N
34.651 N
34.250 N
34.309 N
34.193 N
Saldo van baten en lasten (A)
0N
0N
1.038 N
25.857 N
25.946 N
26.086 N
26.214 N
Onttrekkingen uit reserves
78 V
0N
197 V
275 V
66 V
66 V
66 V
Toevoegingen aan reserves
0N
0N
0N
0N
0N
9N
9N
Mutaties reserves (B)
78 V
0N
197 V
275 V
66 V
57 V
57 V
24.741 N
0N
841 N
25.582 N
25.880 N
26.029 N
26.157 N
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Baten Hogere baten Programma 4 – Sociaal maatschappelijk : 197 V
197 V
bedragen 45 N en worden gedekt uit de bestemmingsreserve Sociaal Domein. Zie ook toelichting bij DP 4.0.
dp 4.3 4.1 Bijstelling van budgetten op basis van de voorjaarsrapportage 2026: a. De baten van de specifieke uitkeringen zijn verhoogd met per saldo 176 V. Het betreft specifieke uitkeringen GALA en IZA. Zie ook lasten 4.3.
176 V
4.6 Bijstelling van budgetten op basis van de voorjaarsrapportage 2026: 71 V
3V
a. De jaarlijkse exploitatielasten van het gemeentelijk vastgoed onderwijs laten een voordeel zien van 53 V. Het betreft vooral bijstellingen van de belastingen en publiekrechtelijke heffingen met 40 V. De toevoeging aan de voorziening gemeentelijke gebouwen waarvan het meerjarig onderhoudsplan in februari 2026 is verlaagd en leidt tot een voordeel van 18 V. 4.7 Overige kleine verschillen
1N
4.2 Overige kleine verschillen dp 4.5 4.3 Bijstelling van budgetten op basis van de voorjaarsrapportage 2026: a. Overige kleine verschillen: betreft bijstelling rijksbijdrage en huurbaten opvang statushouders.
18 V
Lasten Hogere lasten Programma 4 – Sociaal maatschappelijk : 1.235 N
1.235 N
dp 4.0 4.4 Bijstelling van budgetten op basis van de jaarstukken 2025: a. Hieronder zijn de kosten opgenomen van het investeringsplan Sociaal Domein. Dit plan heeft als doel te investeren in de toegang en het voorliggend veld zodat er structurele kosten aan de achterkant worden bespaard. Hiertegenover staat een onttrekking aan de reserve Sociaal Domein.
120 N
dp 4.1 4.5 Bijstelling van budgetten op basis van de jaarstukken 2025: a. In het investeringsplan sociaal domein is een tijdelijke formatieuitbreiding opgenomen van 0,5 FTE. De kosten hiervan
45 N
dp 4.2 4.8 Bijstelling van budgetten op basis van de voorjaarsrapportage 2026: a. Voor Jeugdwet geldt dat de (inkoop-)tarieven jaarlijks stijgen via aanpassing van de lonen en prijzen. Deze stijging is gebaseerd op het OVA-percentage van 5,09% zoals dat door de raad in de begroting 2026 is vastgesteld. Dekking vindt plaats uit de stelpost prijsinflatie. NB:De zorgkosten waren in 2025 ruim 500 N lager. Dit voordeel heeft vooral een incidenteel karakter. Het betreft een grote terugbetaling van een zorginstelling, afrekening voorgaande jaren en uitvoeringskosten die ten laste van een specifieke uitkering van het Rijk zijn gebracht. Met het structurele voordeel is in de begroting 2026 al rekening gehouden middels een ombuiging.
341 N
31
Perspectiefnota 2027
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
dp 4.3 4.9 Bijstelling van budgetten op basis van de jaarstukken 2025:
4.15 Overige verschillen 14 N
a. De jaarlijkse exploitatielasten van het gemeentelijk vastgoed sport en welzijn laten een nadeel zien van 9 N. Verder is de toevoeging aan de voorziening gemeentelijke gebouwen waarvan het meerjarig onderhoudsplan in februari 2026 is vastgesteld verhoogd met 37 N.
46 N
b. In het gemeentefonds zijn middelen toegekend voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's). Deze middelen zijn gereserveerd in dit deelprogramma: 19 N.
19 N
dp 4.5 4.16 Bijstelling van budgetten op basis van de jaarstukken 2025: a. Kosten dienstverleningsovereenkomst inburgering die voorheen ten laste van de specifieke uitkering inburgering zijn gebracht 80 N.
4.10 Bijstelling van budgetten op basis van de voorjaarsrapportage 2026: a. Het budget voor de specifieke uitkeringen GALA en IZA zijn verhoogd met 176 N. Het betreft vooral de uitgaven voor de dienstverleningsovereenkomst Sportservice de Vallei voor het uitvoeren van het actieplan 'Buurtsportcoaches Rhenen 2026'. Voor hetzelfde bedrag staat hier dekking tegenover (zie baten).
176 N
4.11 Hogere lasten GGD op basis van (Ontwerp)Begroting 2027-0 GGD regio Utrecht zijn verwerkt in de begroting van de gemeente Rhenen: 20 N.
20 N
4.12 SportService de Vallei: de kosten uit hoofde van de BTW zijn verwerkt 56 N.
56 N
4.13 Overige kleine verschillen waaronder doorbelasting interne uren aan specifieke uitkeringen 64 V
64 V
dp 4.4 4.14 Bijstelling van budgetten op basis van de jaarstukken 2025: a. Het budget woningaanpassingen is als gevolg van de structurele doorwerking van de jaarstukken verlaagd met structureel 50 V.
50 V
b. De kosten van WMO begeleiding zijn bijgesteld met de loon- en prijsontwikkelingen 2024 tot en met 2026 van gemiddeld 4,0% per jaar. Verder zien we sinds 2025 dat het aantal cliënten individuele begeleiding terugloopt maar het kosteneffect is nog niet volledig te zien en wordt naar verwachting in de loop van 2026 zichtbaar. Dit komt omdat beschikkingen voor een jaar aan inwoners worden afgegeven. Bij het opstellen van de Najaarsrapportage en de begroting wordt beoordeeld of het budget mogelijk kan worden verlaagd.
168 N
14 N 80 N
4.17 Bijstelling van budgetten op basis van de voorjaarsrapportage 2026: a. Bijstelling exploitatielasten opvang statushouders 28 N (zie ook de hogere baten)
28 N
4.18 Overige kleine verschillen 8 V
8V
dp 4.6 4.19 Bijstelling van budgetten op basis van de jaarstukken 2025: a. Hogere kosten reintegratie. Het uitkeringsbestand fluctueert in omvang en kwaliteit wat in 2025 heeft geleid tot een tekort in de jaarstukken. Voor 2026 is het budget in lijn gebracht met de uitgaven 2025. Meerjarig gaan we terughoudend om met de bijstelling en ramen we vooralsnog 50% de budgetverhoging in 2026: 38 N.
38 N
b. Het budget schulddienstverlening (inclusief vroegsignalering) is verhoogd met € 168.000. De hoogte van het budget blijft al enkele jaren achter bij de realisatie omdat het budget structureel niet is aangepast op het aantal cliënten. Verder is het budget aangepast op het loon- en prijsniveau 2026.
168 N
c. Het budget voor de dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Veenendaal is structureel aangepast op basis van de contractuele afspraken. Dit leidt tot een verhoging van het budget met 72 N. In de jaarstukken vertoonde dit budget een overschrijding.
72 N
4.20 Hogere kosten gemeentelijke minimabeleid. Dit betreft o.a. de uitvoering van het beleidsplan bestaanszekerheid en basisvaardigheden voor 22 N.Deze kosten worden gedekt uit de reserve armoedebestrijding.
36 N
Saldo van baten en lasten (A)
1.038 N
32
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Perspectiefnota 2027
Toelichting verschil mutaties reserves (B) (in € x 1.000) Onttrekking reserves Hogere onttrekking uit reseves Onttrekking reserves : 414 V
414 V
dp 4.0 4.21 Bijstelling van budgetten op basis van de jaarstukken 2025: en 4.1 a. De kosten voor het investeringsplan sociaal domein komen volgens vastgesteld raadsbesluit ten laste van de reserve sociaal domein. 165 V
165 V
dp 4.3 4.22 Kleine verschillen mutaties reserves 2 N
2N
dp 4.6 4.23 Op basis van uitvoeringsplan bestaanszekerheid 2025-2027 valt 22 V vrij in 2026. Zie hogere kosten minimabeleid (DP 4.6).
22 V
4.24 Overheveling vitale kernen 12 V
12 V
Mutaties reserves (B)
197 V
Geraamd resultaat
841 N
33
Perspectiefnota 2027
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
PROGRAMMA 5 - ECONOMIE & TOERISME Overzicht baten en lasten (in € x 1.000)
Primitieve
Vastgestelde
Vast te stellen
Na wijzigingen
Begroting
Begroting
Begroting
begroting 2027
wijzigingen
wijzigingen
perspectiefnota 2027
2028
2029
2030
Baten
397 V
1V
0N
398 V
398 V
398 V
398 V
Lasten
1.901 N
4N
93 N
1.997 N
1.984 N
1.995 N
2.020 N
Saldo van baten en lasten (A)
0N
0N
93 N
1.599 N
1.586 N
1.597 N
1.622 N
Onttrekkingen uit reserves
24 V
0N
0N
23 V
71 V
71 V
71 V
Toevoegingen aan reserves
2N
0N
0N
2N
2N
2N
2N
Mutaties reserves (B)
22 V
0N
0N
22 V
70 V
70 V
70 V
1.481 N
3N
93 N
1.577 N
1.517 N
1.528 N
1.553 N
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000) Lasten Hogere lasten Programma 5 – Economie & toerisme : 93 N
93 N
dp 5.1 5.1 Op 10 februari 2026 is de actualisatie van de meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) vastgesteld door de Raad (zaaknummer 25073). Voor dit (deel)programma betreft de mutatie door deze actualisatie 70 N.
70 N
5.2 Bijstelling n.a.v. Voorjaarsraportage 2026 - Indexatie van het Stadsmuseum 14 N
14 N
5.3 Overige kleine verschillen 9 N
9N
Geraamd resultaat (A+B)
93 N
34
Perspectiefnota 2027
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
PROGRAMMA 6 - VEILIGHEID & HANDHAVING Overzicht baten en lasten (in € x 1.000)
Primitieve
Vastgestelde
Vast te stellen
Na wijzigingen
Begroting
Begroting
Begroting
begroting 2027
wijzigingen
wijzigingen
perspectiefnota 2027
2028
2029
2030
Baten
78 V
0N
0N
78 V
78 V
78 V
78 V
Lasten
2.673 N
0N
132 N
2.805 N
2.852 N
2.852 N
2.858 N
Saldo van baten en lasten (A)
0N
0N
132 N
2.727 N
2.774 N
2.774 N
2.780 N
Onttrekkingen uit reserves
56 V
0N
45 N
11 V
11 V
11 V
11 V
Toevoegingen aan reserves
0N
0N
0N
0N
0N
0N
0N
Mutaties reserves (B)
56 V
0N
45 N
11 V
11 V
11 V
11 V
2.539 N
0N
177 N
2.716 N
2.763 N
2.763 N
2.769 N
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil mutaties reserves (B) (in € x 1.000)
Lasten
Onttrekking reserves
Hogere lasten Programma 6 – Veiligheid & handhaving : 132 N
132 N
Lagere onttrekking uit reserves Onttrekking reserves : 45 N
45 N
dp 6.1 6.1 De Veiligheidsregio Utrecht heeft een ontwerpbegroting 2027. Naar aanleiding van deze bijstelling draagt de gemeente Rhenen meer bij. Dit resulteert in een nadeel van 141 N.
141 N
dp 6.1
45 N
Mutaties reserves (B)
45 N
Geraamd resultaat
177 N
dp 6.2 6.3 Overige kleine verschillen 9 V Saldo van baten en lasten (A)
9V 132 N
35
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Perspectiefnota 2027
PROGRAMMA 7 - ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Overzicht baten en lasten (in € x 1.000)
Primitieve
Vastgestelde
Vast te stellen
Na wijzigingen
Begroting
Begroting
Begroting
begroting 2027
wijzigingen
wijzigingen
perspectiefnota 2027
2028
2029
2030
Baten
50.048 V
3V
886 V
50.937 V
50.946 V
51.838 V
54.158 V
Lasten
3.752 N
0N
314 N
4.066 N
4.593 N
5.050 N
6.506 N
Saldo van baten en lasten (A)
0N
0N
572 V
46.871 V
46.353 V
46.789 V
47.652 V
Onttrekkingen uit reserves
79 V
0N
48 N
30 V
30 V
30 V
30 V
Toevoegingen aan reserves
757 N
0N
57 V
700 N
600 N
550 N
550 N
Mutaties reserves (B)
678 N
0N
9V
670 N
570 N
520 N
520 N
45.618 V
3V
581 V
46.202 V
45.783 V
46.269 V
47.132 V
Geraamd resultaat (A+B)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Baten Hogere baten Programma 7 – Algemene dekkingsmiddelen : 886 V
886 V
dp 7.2 7.1 Bijstellingen n.a.v. Voorjaarsrapportage 2026:
Hogere OZB opbrengst voor woningen en niet woningen
159 V
7.1 Bijstellingen n.a.v. Jaarstukken 2025 a. Algemene uitkering september en decembercirculaire 84 (V)
c. actualiseren van de activa en aanpassing kapitaallasten 36 N
36 N
d. Actualisatie van rente 79 N
79 N
7.6 Bijstelling indexering voor prijsinflatie voor 2027 en verder 163 V
163 V
7.7 Overige kleine verschillen 7 V Saldo van baten en lasten (A)
572 V
84 V
7.2 Bijstellingen n.a.v. Voorjaarsrapportage 2026:
Toelichting verschil mutaties reserves (B) (in € x 1.000)
a. Algemene uitkering meicirculaire 583 V
583 V
Onttrekking reserves
b. Actualisatie van rentebaten 30 V
30 V
Lagere onttrekking uit reserves Onttrekking reserves : 48 N
7.3 Indexering voor 2027 en verder van de inkomsten 30 V
30 V
dp 7.2 7.8 Bijstellingen n.a.v. Jaarstukken 2025
Lasten Hogere lasten Programma 7 – Algemene dekkingsmiddelen: 314 N
7V
314 N
dp 7.2 7.4 Bijstellingen n.a.v. Jaarstukken 2025
a. Reservering taakmutaties algemene uitkering september en decembercirculaire 31 N
31 N
b. onderuitputting kapitaallasten als ombuiging 80 N
80 N
a. Bijstelling van de reserve vrijkomende locaties MFG Elst door de actualisatie van de bruto-methode reserves 38 N
38 N
7.9 Overige kleine verschillen 10 N
10 N
Toevoeging reserves Hogere toevoeging aan reseves Toevoeging reserves : 57 V
7.5 Bijstellingen n.a.v. Voorjaarsrapportage 2026: a. Reservering taakmutaties uit de algemene uitkering vanuit de voorinformatie meicirculaire 721 N
721 N
b. afboeking van de indexering op niveau 2026 van voornamelijk de budgetten op het Sociaal Domein 463 V
463 V
48 N
57 V
dp 7.2 7.10 Bijstellingen n.a.v. Jaarstukken 2025
a. Bijstelling van de reserve vrijkomende locaties MFG Elst door de actualisatie van de bruto-methode reserves 57 V
57 V
Mutaties reserves (B)
9V
Geraamd resultaat
473 V 36
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
3.3 Uitgangspunten begroting 2027-2030 Dit onderdeel gaat over de uitgangspunten die worden voorgesteld voor het opstellen van de (meerjaren)begroting 2027 – 2030. De raad heeft in de financiële verordening besloten om deze uitgangspunten bij de perspectiefnota door de raad te laten vaststellen. Bij het opstellen van de begroting worden de uitgangspunten opnieuw tegen het licht gehouden en waar nodig geactualiseerd. In deze perspectiefnota ontbreekt de actualisatie van de overheadpercentages. Daarvoor zijn de percentages uit de begroting 2026 gehanteerd: 82% en 62%. Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2027 – 2030 worden deze percentages geactualiseerd. 1. Loon- en prijsontwikkelingen 1.1 Loonontwikkelingen 2027: CAO stijging op 1 januari en op 1 juli van 1,60%. 2028: CAO stijging op 1 januari en op 1 juli van 1,60%. 2029: CAO stijging op 1 januari en op 1 juli van 1,60%. 2030: CAO stijging op 1 januari en op 1 juli van 1,60%. Jaarlijkse stijging voor werkgeverslasten en incidentele verhogingen van 0,50%. Vanaf de perspectiefnota 2026 kijken we bij het bepalen van de loonontwikkelingen naar de laatst afgesloten CAO’s binnen de sector overheid. De voorgestelde loonindexering zoals die ook was verwerkt in de (meerjaren)begroting 2026 sluit met een percentage van 3,2% per jaar aan bij de CAO die recent is afgesloten met de provincies (april 2026).
1.2 Prijsontwikkeling Bij de prijsontwikkelingen maken wij een onderscheid tussen de indexering van de (maatwerk) zorg en de overige budgetten. Maatwerkbudgetten zorg zijn gebaseerd op het OVA percentage, waarbij wij aansluiten op de methodiek die in Foodvalley verband is afgesproken: 2027: 3,87% (definitief 2026) 2028: 3,74% (voorlopig 2027) 2029: 3,74% 2030: 3,22% Indexering van de overige budgetten zijn gebaseerd op de prijs materiele overheidsconsumptie (IMOC percentage) dat het CPB jaarlijks publiceert in februari/maart voorafgaande aan het begrotingsjaar. 2027: 2,10% 2028: 2,60% 2029: 2,30% 2030: 2,50%
Perspectiefnota 2027
2. Rente en renteomslag 2.1 Rente kortlopende geldleningen 2027-2030: 2,05% Het percentage baseren op een kortlopende geldlening van 1 jaar (peildatum mei 2026). 2.2 Rente langlopende geldleningen 2027-2030: Het percentage baseren op de rente van een 30-jarige lineaire geldlening (peildatum mei 2026) van 3,99%. 2.3 Rentetoerekening grondexploitatie 2027-2030: Voor de hoogte van het rentepercentage aansluiten bij het percentage van de renteomslagmethode. 2.4 Rente omslagpercentage 2027-2030: Er wordt een renteomslag gehanteerd van 1,57% bij het opstellen van de (meerjaren) begroting 2027-2030. De berekeningswijze van dit percentage ligt vast in wet- en regelgeving. 3. Overige uitgangspunten 3.1 Gewogen inflatiepercentage: de hoogte van dit percentage is een combinatie van de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. In het percentage 2027 is rekening gehouden met de verwachte nacalculatie over 2026. 2027: 2028: 2029: 2030:
2,86% 2,84% 2,66% 2,81%
3.2 De indexering van de subsidies 2027 Baseren op de verwachte prijsontwikkeling 2027 uit de begroting 2026 van 2,20%. Percentage ook meerjarig toepassen. 3.3 Volumegroei jeugd, WMO, schulden en armoede Geen rekening houden met volumegroei voor de WMO, Jeugd en schulden en armoede. 3.4 Uitkering gemeentefonds De ramingen uit het gemeentefonds baseren op de uitkomsten van de meicirculaire 2026.
37
Perspectiefnota 2027
3.5 Overheadpercentages 2027-2030: 82% en 62% De hoogte van deze percentages zijn niet geactualiseerd en afkomstig uit de (meerjaren) begroting 2026-2029.
Het voorstel is om een stijging die naar voren kan komen bij het opstellen van de (meerjaren)begroting te maximeren tot 5% bovenop de huidige percentages. Dit in verband met de gevolgen hiervan voor de tarieven van de leges en de bestemmingsheffingen.
38
Perspectiefnota 2027
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
3.4. Woonlasten
bijstellingen in deze Perspectiefnota stijgt het tarief naar € 427. De verschillen zijn als volgt:
De woonlasten worden gevormd door de OZB, afvalstoffenheffing en rioolrecht. Op basis van de volgende uitgangspunten wordt in onderstaande tabel de indicatieve ontwikkeling van de woonlasten weergegeven: 1. De OZB is verhoogd met het gewogen inflatiepercentage 2026 en de te verwachten meerjarige ontwikkeling van het inflatiepercentage. 2. De kostenontwikkeling van de inzameling en verwerking van afval is doorberekend in een kostendekkend tarief. Voor de omvang van het huishoudelijk restafval wordt in meerjarenperspectief rekening gehouden met het in het optimalisatiescenario vastgestelde aantal van 114 kg per inwoner. Vanwege vertraging in de uitvoering van de maatregelen is voor 2027 rekening gehouden met 117 kg per inwoner. 3. De kostenontwikkeling van het rioolbeheer is doorberekend in een kosten kostendekkend tarief. De kosten zijn onder meer gebaseerd op het Water Riool Plan 2023-2027.
Vergelijking tariefontwikkeling afvalstoffenheffing
2026-2027 Verordening 2026
2024-2025 PPN 2025
a. Kapitaallasten
8,00
3,00
b. Personeelskosten
5,00
7,00
c. Inzamelen textiel
2,00
1,00
d. kosten AVU
-6,00
-9,00
e. BTW
-1,00
-5,00
f. luierinzameling
-
-5,00
g. lager aantal huishoudens
-
9,00
h. CO2 heffing
3,00
-
i. Overige
3,00
1,00
14,00
2,00
Tarieven Perspectiefnota 2027
2026
2027
2028
2029
2030
OZB-eigenaren (gemiddelde woning)
469
481
493
506
520
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden)
425
427
440
457
Rioolheffing (aansluiting)
123
127
130
140
148
Rioolheffing (gebruik, op basis van 100m³)
119
124
126
136
144
1.136
1.159
1.189
1.239
1.288
€ 470
1.159
1.189
1.239
1.288
€ 450
17.9%
2.6%
4.2%
1.9%
2.6%
4.2%
Woonlastendemping
Procentuele toename excl woonlastendemping
Ontwikkeling afvalstoffenheffing € 490
-153 983
Procentuele toename ten opzichte van vorig jaar
476
3.9% 3.9%
€ 430
€ 410
Het wegvallen van de woonlastendemping zorgt voor een stijging van de woonlasten met 17,9%. De van de tarieven op basis van kostenontwikkelingen en inflatie is met 1,9% beperkt. Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing Op basis van de vastgestelde begroting 2026-2029 en de belastingverordening is het tarief voor 2025 vastgesteld op € 425 en zou het tarief stijgen naar € 439. Op basis van de
€ 390
2026
2027
2028
Belastingverordeningen 2026 en begroting 2026 - 2029
2029
2030
Perspectiefnota 2027
39
Perspectiefnota 2027
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
In de begroting 2026 was voor 2027 een stijging van de afvalstoffenheffing voorzien van € 14. Op basis van de huidige inzichten stijgt het tarief ten opzichte van 2026 met € 2. De belangrijkste verschillen lichten we als volgt toe: a. Door uitstel van de investeringen uit het optimalisatiescenario stijgen de kapitaallasten minder hard dan in de begroting. b. De personeelskosten stijgen als gevolg van cao kosten. In het optimalisatiescenario is formatieuitbreiding opgenomen voor bemensing van het afvalbrengstation. De invulling van deze formatie zorgt voor hogere toerekening van overheadkosten. c. In de begroting is uitgegaan van het volledig wegvallen van de inkomsten uit inzameling textiel met ingang van 2027. Het contract is voor 2027 verlengd met een lagere opbrengst. d. De kosten van de AVU dalen ten opzichte van 2026. De daling is hoger met name door lagere tarieven voor restafval en glas. e. Als gevolg van lagere kosten neemt ook de toerekening van de BTW in het tarief af. f. Het gekozen scenario voor het voortzetten van de luierinzameling levert een besparing op de structurele kosten. g. In de begroting 2026 is uitgegaan van een te hoog aantal huishoudens voor de berekening van de tarieven. Een herberekening levert een stijging van de tarieven op. h. De CO2 heffing was in de begroting 2026 als verwachte kostenstijging opgenomen in de doorberekening van het tarief.
Voor 2027 is de heffing verwerkt in de AVU tarieven. De stijging van de CO2 heffing zal de komende jaren leiden tot een gefaseerde stijging van de kosten voor afvalverwerking. Voor 2030 betekent dit een hoger tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van 2027 van € 21.
Vergelijking tariefontwikkeling rioolheffing
2025-2026 Verordening 2025
2025-2026 Perspectiefnota 2025
a. kapitaallasten
6,00
7,00
b. advieskosten WRP
-1,00
-1,00
c. personeelskosten
2,00
2,00
e. BTW
1,00
-
-
-
8,00
8,00
f. overige ontwikkelingen
Ontwikkeling rioolheffing (eigenaren en gebruik)
€ 300 € 290 € 280 € 270 € 260 € 250 € 240
Ontwikkeling tarief rioolheffing Op basis van de vastgestelde begroting 2026-2029 en de belastingverordening is het tarief voor 2025 vastgesteld op € 242 (eigenaren en gebruikers) en zou het tarief stijgen naar € 250. In deze Perspectiefnota gaan we ook uit van een stijging naar € 250. De verschillen zijn dan ook beperkt.
€ 230 € 2020
2026
2027
2028
Belastingverordeningen 2026 en begroting 2026 - 2029
2029
2030
Perspectiefnota 2027
40
Perspectiefnota 2027
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
3.5 Voorgenomen investeringen 2027-2030 De vaste activa van de gemeente bestaan uit investeringen. Dat zijn uitgaven waarvan het economisch- of maatschappelijk nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Investeringen worden geactiveerd op de balans en afgeschreven op basis van de economische levensduur. De kapitaallasten (rente en afschrijving) komen ten laste van de programma’s. De boekwaarde van de vaste activa neemt begin 2027 tot einde 2030 toe met € 26 miljoen. Dit betreffen investeringen voor € 39,6 miljoen verminderd met de afschrijvingen van € 13,6 miljoen. De toename is vooral het gevolg van de investeringen vanuit het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (€ 18,8 miljoen in de periode 2027-2030). Daarnaast zorgen de reguliere Vervangingsinvesteringen voor een toename. Voorbeelden zijn de vervangingsinvesteringen in riolering, wegen, gemeentelijke gebouwen, voertuigen en sportvelden.
Naam / omschrijving investering
Nieuw krediet 2027 Bruto investering
Bijdrage
36
0
Ericaschool vernieuwbouw (IHP)
6.447
0
Gebouwen
6.483
0
Netto investeringen wegen (*1)
1.405
0
Jaarlijkse vervanging lichtmasten
44
0
Jaarlijkse vervanging armaturen
77
0
Ombouw speelplaatsen
22
0
Grond, weg en waterbouw (economisch)
1.548
0
Voorbereidings- en uitvoeringskredieten riolering (*1)
3.790
0
Containers en kliko's
129
0
Voertuigen afval Remmerden
250
0
Riool en afval (met heffing)
4.169
0
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed (*1)
Bewegwijzering naar 'places of interest'
25
Ombouw openbaar groen
22
0
4.169
0
Jaarlijkse vervanging meubilair, vervanging ICT-middelen
109
0
Overige materialen vaste activa
109
0
Voertuigen Remmerden
159
0
Vervoersmiddelen
159
0
Werkmaterieel Remmerden
87
0
Verkrijging machines, app, install
87
0
12.601
0
Grond, weg en waterbouw (maatschappelijk)
Totaal
De investeringen zijn gepresenteerd als de kredietverlening in 2027 plaatsvindt en leidt vanaf 2028 tot lasten. Dit geldt niet voor alle voorgenomen investeringen bijvoorbeeld door de fasering van de investering over de jaren heen. Voorbeelden hiervan zijn: wegen en riolering. Deze zijn aangegeven met (*1).
41
Perspectiefnota 2027
In de Meerjarenplanning Openbare Ruimte is voor 2027 rekening gehouden met de volgende investeringen: • € 190.000 voor investeringen riool (afschrijving 15 jaar); • € 3.600.000 voor investeringen riool (afschrijving 60 jaar); • € 1.405.000 voor vervangingsinvesteringen wegen (afschrijving 40 jaar). Deze middelen worden onder meer ingezet voor de uitvoering van integrale projecten, waaronder: • Nieuwe Veenendaalseweg (fasen 3 en 4): omvorming van een voorrangsweg naar een verkeersveilige woonstraat met ontsluitingsfunctie, met extra aandacht voor fietsers en oversteekbaarheid. Inclusief aanleg van een regenwaterriool en gedeeltelijke rioolvervanging. Raming: € 750.000 (wegen) en € 1.300.000 (riool). • Trambaanweg–Cuneralaan: vervanging van een deel van de riooltransportleiding en verbetering van het stelsel door aanleg van vuil- en regenwaterriolering voor aangrenzende woningen. Herinrichting naar een 30 km-zone met aandacht voor langzaam verkeer en beperking van doorgaand verkeer. Raming: € 200.000 (wegen) en € 675.000 (riool). • Kuilweg: aanleg van een wadi voor opvang van regenwater vanuit het Paardenveld. Raming: € 120.000 (riool).
• Cuneraweg ter hoogte van Zideris: inrichting als 30 km-zone in het kader van de maatregelen Binnenveld, met nadruk op veilige oversteekmogelijkheden. Raming: € 260.000 (wegen). Daarnaast is € 270.000 aan voorbereidingskredieten (riool) opgenomen voor onder andere: • rioolvervanging Van Deventerstraat, inclusief onderzoek naar afkoppelmogelijkheden en passende herinrichting van de openbare ruimte; • rioolvervanging Woudweg, met aanleg van een regenwatervoorziening en verkenning van herinrichting; • rioolvervanging Eikenlaan, inclusief regenwatervoorziening en aanpak van overlast wortelopdruk. Voor renovatie is € 1.090.000 beschikbaar voor relining van leidingen en renovatie van rioolputten, en € 190.000 voor het renoveren en vervangen van installaties van gemalen.
via de link/qr-code vindt u het meerjarig overzicht van de (vervangings)investeringen
Meerjarenoverzicht van de (vervangingsinvesteringen 2028-2030)
42
Perspectiefnota 2027
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
3.6 Reserve versnelde woningbouw In de Perspectiefnota 2026 heeft de raad ingestemd met een wijziging van de besteding van de reserve versnelde woningbouw. De reserve mag worden aangewend voor projecten en kosten die gericht zijn op realisering van permanente woningbouw. Daarnaast is besloten om de kosten voortvloeiende uit het raadsvoorstel kaders en uitgangspunten participatiebijeenkomst Reserve versnelde woningbouw (in € x 1.000)
uitvoering Spreidingswet ten laste van de reserve te brengen. Onderstaand geven wij een overzicht van de reserve met de stand van de reserve per 1 januari 2026 en het verloop van de reserve op basis van genomen en nog te nemen besluiten. Dit betekent dat de gevolgen van nog door de raad vast te stellen Voorjaarsrapportage 2026 en (deze) Perspectiefnota 2027 al zijn meegenomen in de ontwikkeling van het saldo van de reserve.
Besluit
Stand per 1 januari
2026
2027
2028
2029
2030/2031
926 V
692 V
860 V
752 V
686 V
45 V
Toevoeging huisvestingsdeel SPUK Oekraïne
BGR26-29
256 V
Kosten spreidingswet
RBS mei’25
70 N
Verhoging initiatievenbudget
NJR25
56 N
- Voormalig Dorpshuis Elst
VJR26/PPN27
80 N
76 N
104 N
32 N
9N
- Woudmees
VJR26/PPN27
95 N
53 N
96 N
35 N
24 N
- Platanenlaan
VJR26/PPN27
39 N
Toevoeging middelen realisatiestimulans
JRR25
98 V
Visie stationsgebied
RBS jul’26
75 N
Omgevingsprogramma woningbouw, gebiedsontwikkeling Binnenveld
VJR26
172 N
Prognose middelen realisatiestimulans
PPN27
707 V
112 V
Woningbouw
PPN27
365 N
20 N
Nieuwe Nota grondbeleid en grondstrategie
PPN27
90 N
Projecten verkoop locaties (actualisering)
Stand per 31 december
Onderstaand lichten we enkele mutaties toe: • De raad heeft voor de verkoop van locaties locatie voormalig Dorpshuis Elst, Woudmees en Platanenlaan projectbudgetten beschikbaar gesteld. In de Voorjaarsrapportage 2026 en Perspectiefnota 2027 worden deze bedragen geactualiseerd was ook gevolgen heeft voor de geraamde onttrekking aan de reserve. • De gemeente ontvangt middelen uit de zogenaamde realisatie stimulans. Het betreft een bijdrage van € 7.000 per betaalbare waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029. Over 2025 ontvangen we een bedrag van € 98.000. Bij de bestemming
692 V
860 V
752 V
70 V
686 V
724 V
jaarrekeningresultaat is de raad voorgesteld om dit bedrag toe te voegen aan de reserve versnelde woningbouw. In het overzicht hebben we op basis van de woningbouwprognose een raming gemaakt van de bijdragen die we de komende jaren kunnen ontvangen. • De raad heeft in december de gebiedsverkenning Binnenveld, de randzonevisie en het programma landelijk gebied vastgesteld. Op basis van deze nota’s worden er vervolgopdrachten en onderzoeken aan de raad voorgesteld. De financiële gevolgen hiervan zijn opgenomen in de Voorjaarsrapportage 2026 en de Perspectiefnota 2027. Voorgesteld wordt om deze kosten te dekken ten laste van de reserve versnelde woningbouw.
43