Bijlage 1 Perspectiefnota 2026 -2029 (met doorkliklinkjes - geen andere inhoudelijke wijzigingen)
Tekst van het document
LASTEN
6.2 Overige verschillen
Lagere lasten Programma 6 – Veiligheid & handhaving : 95 V 6.1 Bijstellingen n.a.v. de voorjaarsrapportage 2025: a. Lagere loonkosten economie & toerisme door invulling taakstelling personeel en verwerking eindbod nieuwe CAO gemeenten (looptijd april 2025 t/m maart 2027) € 47.000 (V). b . Lagere bijdrage Veiligheidsregio Utrecht, m.n. door bijstelling ijkpuntscores bij de kadernota 2026 €50.000 (V)
95 V 97 V
2N
BATEN
Hogere baten Programma 6 – Veiligheid & handhaving : 10 V
10 V
6.3 Overige verschillen
10 V
Saldo van baten en lasten (A)
105 V
Mutatie reserves (B)
0N
Geraamd resultaat (A+B)
105 V
Wat kost het in 2026-2029? PROGRAMMA 6 - VEILIGHEID & HANDHAVING (x € 1.000)
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Totaal (geraamd resultaat)
2026
2027
2028
2029
2.514 N
2.536 N
2.536 N
2.535 N
56 V
56 V
56 V
56 V
2.458 N
2.481 N
2.480 N
2.480 N 32
32
H 2.2
H 2.3.1 | VERKEER EN OPENBARE RUIMTE
Perspectiefnota 2026
Programma 7 - OVERIGE DEKKINGSMIDDELEN
In dit programma zijn de middelen verantwoord die vooraf geen bepaald bestedingsdoel hebben of niet toe te rekenen zijn aan de inhoudelijke programma’s. Voorbeelden hiervan zijn: belastingen, uitkeringen uit het gemeentefonds, treasury, dividend en onverdeelde lasten. Hieronder vallen ook de reserveringen voor de meerjarige loon- en prijsontwikkelingen. 33
H 2 | BELEIDSBEGROTING
Perspectiefnota 2026
Wat kost het in 2026? PROGRAMMA 7 - ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Perspectiefnota 2026 - boekjaar 2026
(x € 1.000)
vastgesteld in november 2024
vastgestelde wijzigingen tot perspectiefnota
Begroting 2025
Jaarrekening 2024 werkelijk
wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen perspectiefnota
na wijzigingen voorjaarsrapportage
Baten
45.083 V
50 V
3.044 V
48.177 V
47.606 V
46.018 V
Lasten
4.854 N
810 V
1.094 N
5.138 N
2.822 N
2.431 N
Saldo van baten en lasten (A)
40.229 V
860 V
1.950 V
43.039 V
44.784 V
43.587 V
Onttrekking uit reserves
69 V
0N
0N
69 V
2.030 V
1.018 V
Toevoeging aan reserves
57 N
0N
0N
57 N
825 N
58 N
Mutaties reserves (B)
11 V
0N
0N
11 V
1.205 V
960 V
40.240 V
860 V
1.950 V
43.050 V
45.990 V
44.547 V
Geraamd resultaat (A+B)
Het nadeel in 2026 wordt veroorzaakt door minder inkomsten van € 1,9 miljoen uit de algemene reserve voor de dekking van de hogere woonlastendemping en het sluitend maken van de begroting 2025. Verder treedt een nadeel op door het opnemen van een reservering voor loon- en prijsindexaties in 2026. Tegenover deze nadelen staan hogere inkomsten uit het gemeentefonds van € 0,4 miljoen en een voordeel van € 0,9 miljoen omdat de woonlastendemping in 2026 lager is.
Wat stellen wij bij in 2026? Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
LASTEN
Lagere lasten Programma 7 – Algemene dekkingsmiddelen : 1.094 N
1.094 N
7.1 Bijstellingen n.a.v. de jaarstukken 2024: a. Extra kosten dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Ede (€ 25.000 N). b. Reservering taakmutaties uit de septembercirculaire 2024 gemeentefonds € 218.000 (N). Hieronder vallen een hogere loon- en prijscompensatie en extra middelen voor de bibliotheek. Deze middelen zijn betrokken bij de geadviseerde ombuigingen. c. Structurele verhoging budget inhuur (2026: € 2.000.000 (N) aflopend naar € 1.000.000 (N) in 2029). De afgelopen jaren zijn de werkelijke kosten van inhuur hoger dan begroot. Oorzaken hiervan zijn het hoge ziekteverzuimpercentage en de krapte op de arbeidsmarkt. Budget is op een meer realistisch niveau gebracht, die past bij het landelijke beeld.
2.243 N
7.2 Bijstellingen n.a.v.voorjaarsrapportage 2025: a. Verlagen reservering stelpost prijsinflatie voor opvangen van de prijsstijgingen 2025 in de programma's (€ 666.000 V) en aframen ruimte prijsinflatie van € 386.000 (V). b. Taakstelling personeel van 7,0 FTE (€ 560.000 N) afgeraamd door verwerking van de lagere loonkosten in de programma's. d. In de perspectiefnota 2025 is een budget van € 75.000 geraamd voor het opstellen van omgevingsplannen. Dit budget wordt in deze rapportage ingezet als dekking voor de kosten in programma Fysiek. e. Lagere loonkosten flexteam door invulling taakstelling personeel, inzet dekking inhuur en verwerking eindbod nieuwe CAO gemeenten (looptijd april 2025 t/m maart 2027): € 154.000 (V).
721 V
7.3 De reservering van de loonindexering 2026 is toegewezen aan de loonkosten in de inhoudelijke programma's (€ 586.000 V). Verder is een
543 V 34
34
H 2 | BELEIDSBEGROTING
Perspectiefnota 2026
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
Toelichting verschil saldo baten en lasten (A) (in € x 1.000)
bedrag gereserveerd van 0,50% voor CAO afspraken waarvan de financiële consequenties nog niet bekend zijn (€ 43.000 N). 7.4 Overige verschillen waaronder bijstelling kosten (voormalig) personeel met € 65.000 (N) en structureel hogere rentelasten omdat het rentepercentage van nieuw aan te trekken geldleningen hoger ligt dan waarmee rekening is gehouden in de (meerjaren)begroting 2025 (€ 50.000 N).
115 N
BATEN
Hogere baten Programma 7 – Algemene dekkingsmiddelen : 3044 V 7.5 Bijstellingen n.a.v. de jaarstukken 2024: a. Hogere toeristenbelasting (€ 37.000 V) en opbrengsten precario (€ 15.000 V). Vanaf 2026 is ook de hogere opbrengst van de toeristenbelasting door de realisatie van de stadshaven verwerkt. 7.6 Bijstellingen n.a.v. voorjaarsrapportage 2025: a. Hogere OZB opbrengsten woningen en niet-woningen. Naast de doorwerking van de voorjaarsrapportage 2025 zijn de OZB opbrengsten meerjarig geïndexeerd. Budgetten zijn als volgt bijgesteld: 2026 (€ 93.000 V), 2027 (€ 14.000 V), 2028 (€ 2.000 V), 2029 (€ 205.000 V).
3.044 V 0N
3.067 V
b. Ontwikkelingen gemeentefonds: hogere opbrengsten uit de septemberen decembercirculaire 2024 (2026: € 869.000 V). Voor de overige jaren zijn de bijstellingen als volgt: 2027 (€ 1.100.000 V), 2028 (€ 1.132.000 V) en 2029 (€ 1.132.000 V). Uitkomsten voorjaarsnota Rijk voor 2026 (€ 2.030.000 V). Betreft voor 50% extra middelen jeugdzorg en verder bijstellingen van het volume en loon- en prijsaccres en het BTW compensatiefonds en de demping van het ravijnjaar 2026. Vanaf 2028 vindt een 'korting' op de middelen jeugdzorg plaats met als verklaring het verkorten van de trajectduur, introduceren eigen bijdrage jeugdzorg en de indexatie van de hervormingsagenda. Tenslotte is een meerjarige prognose opgenomen voor de hoogte van de afrekeningen voorgaande jaren van € 75.000 (V). 7.7 Overige verschillen
23 N
Saldo van baten en lasten (A)
3.950 V
Mutatie reserves (B)
0N
Geraamd resultaat (A+B)
3.950 V
Wat kost het in 2026-2029? PROGRAMMA 7 - OVERIGE ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN (x € 1.000)
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Totaal (geraamd resultaat)
2026
2027
2028
2029
43.039 V
44.390 V
43.889 V
44.782 V
11 V
12 V
12 V
12 V
43.050 V
44.401 V
43.901 V
44.794 V
De meerjarige toename van de baten zijn het gevolg van een hogere uitkering uit het gemeentefonds oplopend van € 1,5 miljoen in 2027 naar € 3,4 miljoen in 2029. Daarnaast zorgt de indexering van de eigen inkomsten zoals bijvoorbeeld de OZB, overige belastingen en leges voor extra baten oplopend naar € 0,8 miljoen in 2029. Tegenover deze voordelen staat een nadeel voor de jaarlijkse reservering van loon- en prijsontwikkelingen. Deze reservering bedraagt in 2027 ruim € 1,0 miljoen en loopt op naar € 4,0 miljoen in 2029. 35
H3 FINANCIËLE BEGROTING H 2.3.1 | VERKEER EN OPENBARE RUIMTE
Perspectiefnota 2026
Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: 3.1 Financieel beeld Uitgangspunten begroting 2026-2029 3.2 3.3 Woonlasten 36
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
3.1 Financieel beeld Het financieel beeld bestaat uit: 3.1.1 Inleiding 3.1.2 Resultaat 3.1.1 Inleiding Het huishoudboekje van de gemeente moet structureel om orde zijn om te kunnen blijven investeren in onze mooi stad. De financiële positie staat, zoals die van veel gemeenten, onder druk. De oplopende zorgkosten en de sterke daling van het gemeentefonds, zijn hier in belangrijke mate debet aan. We hadden moeite om de begroting 2025 structureel en reëel sluitend te krijgen en daarmee te voldoen aan de eisen die de provincie stelt aan het gewenste repressief toezicht. Gelukkig zijn wij daar in goed overleg met de provincie uitgekomen. Meerjarig was nog steeds sprake van forse tekorten. In 2026 ruim € 2,0 miljoen aflopend naar € 1,5 miljoen in 2028. Om een solide financiële basis te creëren voor de toekomst heeft de raad besloten geld beschikbaar te stellen voor een projectleider ombuigingen. Het doel was om bij deze perspectiefnota een financiële basis neer te zetten die toekomstbestendig is. Meer informatie hierover treft u verderop in dit hoofdstuk aan en verder in het separate voorstel over de ombuigingen. In deze nota zijn de actuele cijfers voor de jaren 2026 tot en met 2029 gepresenteerd. Deze cijfers zijn exclusief de geadviseerde ombuigingen en de wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens en laten een wisselend beeld zien.
2026: € 2.344.000 N 2027: € 1.045.000 N 2028: € 1.319.000 N 2029: € 275.000 N Bij deze resultaten zijn een aantal kanttekeningen te plaatsen: 1. De definitieve uitkomsten van de meicirculaire 2025 ontbreken in de cijfers omdat de meicirculaire 2025 op z’n vroegst eind mei wordt gepubliceerd. 2. De wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens zijn niet in de resultaten verwerkt. 3. Er heeft geen integrale beoordeling van de budgetten plaatsgevonden. Dit vormt een risico bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2026-2029. Het effect hiervan kan zowel positief als negatief uitpakken.
Perspectiefnota 2026
3.1.2 Resultaat In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de resultaten opgenomen met als vertrekpunt de resultaten uit de meerjarenbegroting 2025. De resultaten laten een wisselend beeld zien, maar zijn alle voor alle jaren negatief. Verloopoverzicht resultaat (in €x1.000)
2026
2027
2028
2029
A. Resultaten meerjarenraming begroting 2025
4.677 N
4.434 N
3.959 N
3.959 N
Ombuigingen inclusief amendementen
2.427 V
2.427 V
2.427 V
2.427 V
B. Resultaten na begrotingsraad 2025
2.250 N
2.007 N
1.532 N
1.532 N
Belastingverordening
34 V
34 V
34 V
34 V
Amendement Belastingverordeningen
185 N
185 N
185 N
185 N
2.401 N
2.158 N
1.683 N
1.683 N
57 V
1.113 V
364 V
1.408 V
2.344 N
1.045 N
1.319 N
275 N
C. Vertrekpunt perspectiefnota 2026-2029 Bijstellingen perspectiefnota 2026 Geraamde resultaten 2026-2029 exclusief beleidsvoornemens en ombuigingen
De bijstellingen in de perspectiefnota zorgen voor een gunstige ontwikkeling van de resultaten in alle jaren. Het voordeel bedraagt gemiddeld € 0,7 miljoen per jaar. De belangrijkste redenen hiervan zijn een lagere loon- en prijsindexering en een hogere uitkering van het gemeentefonds. Hiertegenover staat de meerjarige verhoging van het inhuurbudget, waarvan de hoogte in meerjarenperspectief daalt. Informatie hierover kunt u lezen in het financieel beeld op hoofdlijnen. Financiële toelichting op hoofdlijnen In onderstaande tabel is de verbetering van het resultaat 2026 van € 57.000 (V) uitgesplitst in ontwikkeling van de lasten, baten en de mutaties reserves. Na de tabel is een korte analyse daarvan opgenomen. Financiële bijstelling (x € 1.000)
Totaal
Lasten
Baten
Toevoeging reserves
3.283 N
3.285 V
0N
Onttrekking Totaal wijzigingen reserves PPN 2025
55 V
57 V
In 2026 zijn de lasten toegenomen met bijna €3,3 miljoen. Het betreft de indexatie en de volumegroei van de zorgbudgetten van bijna € 1,0 miljoen. Verder is het inhuurbudget op een realistisch niveau gebracht (2026: € 2.000.000 N). 37
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Perspectiefnota 2026
De reservering voor het opvangen van prijsontwikkelingen is verlaagd met € 666.000 (V). Daarnaast is de resterende ruimte afgeraamd (€ 386.000 V). De baten nemen toe met bijna € 3,3 miljoen. Belangrijkste oorzaken hiervan zijn de hogere OZB opbrengsten 2026 van € 0,1 miljoen, inkomsten september- en decembercirculaire 2024 van € 0,9 miljoen (V) en de verwachte hogere baten bij de meicirculaire 2025 van ruim € 2,0 miljoen voordelig. Hiertegenover staan lagere legesopbrengsten door de actualisatie van de woningbouwplanning van € 0,3 miljoen nadelig. De mutaties reserves zijn niet toegelicht door de beperkte bijstelling daarvan. Nadere toelichting resultaat perspectiefnota In de resultaten kan op verschillende manieren een onderscheid worden aangebracht. De financiële regelgeving maakt een onderscheid tussen het resultaat van baten en lasten (voorheen resultaat voor bestemming) en het geraamd resultaat (voorheen resultaat na bestemming). Het verschil tussen deze resultaten zit in de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. De gemeenteraad is bevoegd om mutaties aan reserves te veranderen. Denk bijvoorbeeld aan het minder inzetten van reserves ten gunste van de exploitatie omdat de hoogte van het geraamd resultaat dat toelaat.
Incidenteel en structureel resultaat (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Structureel
2.261 N
1.062 N
1.295 N
345 N
Incidenteel
83 N
17 V
24 N
70 V
2.344 N
1.045 N
1.319 N
275 N
Geraamd resultaat exclusief beleidsvoornemens en ombuigingen
Resultaten inclusief beleidsvoornemens en ombuigingen In de hiervoor gepresenteerde resultaten is geen rekening gehouden met de financiële gevolgen van de beleidsvoornemens en de geadviseerde ombuigingen. Deze resultaten treft u in onderstaande tabel aan. Gevolgd door een onderverdeling in structurele en incidentele resultaten met een nadere uiteenzetting daarvan. Hierbij is geanticipeerd op een positief besluit van uw raad over de bestemmingsreserve inhuur in de voorjaarsrapportage. Dat besluit heeft een positief effect op de hoogte van het structureel resultaat en is nadelig voor de ontwikkeling van het incidenteel resultaat. Voor de provincie is het structureel resultaat belangrijk bij het bepalen van het toezichtregime. Voor uw raad is het een kader die van invloed kan zijn op de keuzes.
Saldo van baten en lasten en mutaties reserves (x € 1.000)
Saldo van baten en lasten Reeds bestemd resultaat (mutaties reserves) Geraamd resultaat exclusief beleidsvoornemens en ombuigingen
2026
2027
2028
2029
Resultaten (x € 1.000)
2.701 N
1.442 N
1.659 N
615 N
357 V
397 V
340 V
340 V
2.344 N
1.045 N
1.319 N
275 N
Voor een oordeel over de financiële positie van de gemeente wordt het resultaat onderverdeeld in een structureel en incidenteel resultaat. Dit beeld presenteren we in de perspectiefnota, begroting en de jaarstukken. Voor de laatste twee rapportages geldt dat het een wettelijke verplichting is. Het structureel resultaat is een belangrijk gegeven omdat de provincie hierop haar toezichtregime bepaald. In een tijd dat de financiële positie onder druk staat verdiend de ontwikkeling van het structurele resultaat daarom aandacht. Het belang hiervan werd ook duidelijk door de ingediende amendementen om tot een structureel sluitende begroting 2025 te komen.
2026
2027
2028
2029
Resultaten perspectiefnota 2026
2.344 N
1.045 N
1.319 N
275 N
Wettelijke/ onvermijdelijke beleidsvoornemens
445 N
698 N
522 N
777 N
2.789 N
1.743 N
1.841 N
1.052 N
Geadviseerde ombuigingen
4.076 V
2.032 V
1.453 V
1.425 V
Geraamd resultaat inclusief beleidsvoornemens en ombuigingen
1.287 V
289 V
388 N
373 V
38
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Perspectiefnota 2026
Incidentele en structurele resultaten (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Structureel
83 V
727 V
510 V
1.105 V
Incidenteel
1.204 V
438 N
898 N
732 N
Geraamd resultaat inclusief beleidsvoornemens en ombuigingen
1.287 V
289 V
388 N
373 V
2026
2027
2028
2029
Resultaten perspectiefnota
2.261 N
1.062 N
1.295 N
345 N
Wettelijke/ onvermijdelijke beleidsvoornemens
445 N
698 N
522 N
777 N
Geadviseerde ombuigingen
1.489 V
1.437 V
1.427 V
1.427 V
1.217 N
323 N
390 N
305 V
Wijziging label van incidenteel naar structureel: 50% inhuurbudget toevoegen aan reserve personeel*
1.300 V
1.050 V
900 V
800 V
Geraamd structureel resultaat inclusief beleidsvoornemens en ombuigingen
83 V
727 V
510 V
1.105 V
Incidentele resultaten (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Resultaten perspectiefnota 2026
83 N
17 V
24 N
70 V
Wettelijke/ onvermijdelijke beleidsvoornemens
0N
0N
0N
0N
2.587 V
595 V
26 V
2N
2.504 V
612 V
2V
68 V
Wijziging label van structureel naar incidenteel: 50% inhuurbudget toevoegen aan reserve personeel*
1.300 N
1.050 N
900 N
800 N
Geraamd incidenteel resultaat inclusief beleidsvoornemens en ombuigingen
1.204 V
438 N
898 N
732 N
Structurele resultaten (x € 1.000)
Geadviseerde ombuigingen
* Dit is alleen van toepassing als u bij de Voorjaarsrapportage 2025 instemt met het vormen van een reserve inhuur personeel en in de perspectiefnota akkoord gaat met het beleidsvoornemen over de inhuur. Ombuigingen 2026 - 2029 Bij de besluitvorming over de (meerjaren)begroting 2025 – 2028 heeft u ingestemd met een pakket aan ombuigingsmaatregelen van structureel € 2,4 miljoen. Dit bedrag is inclusief de aangenomen amendementen. In het genoemde bedrag is rekening gehouden met een tweetal taakstellingen die om een nadere uitwerking vroegen: 1. Taakstelling personeel: € 560.000 2. Taakstelling Sociaal Domein: € 500.000 De taakstelling op personeel van € 560.000 is structureel gerealiseerd met een verlaging van de formatie van 7,7 FTE. De invulling van de taakstelling Sociaal Domein ligt op 27 mei ter besluitvorming voor in uw raad. Gelijktijdig met de behandeling van deze nota in de raad wordt een nieuw pakket aan geadviseerde ombuigingsmaatregelen aan u voorgelegd. Dit pakket heeft in 2026 een omvang van € 4,0 miljoen waarvan bijna € 2,6 miljoen aan incidentele maatregelen. De structurele maatregelen bedragen bijna € 1,5 miljoen. Dit pakket is een eerste stap naar een gezonde financiële positie. Maar er is meer nodig omdat extra inkomsten van het Rijk de komende jaren niet voor de hand liggen. Verder verwachten wij geen dalende trend bij de zorgkosten.
De huidige inspanning is vooral gericht op het beperken van de groei. Daarmee is het vervolg op het ombuigingstraject tevens een stap richting een mogelijke kerntakendiscussie. Dat betekent een discussie over wat voor een gemeente willen wij zijn en welke taken horen daarbij. De uitkomsten hiervan vormen een belangrijk onderdeel om het huishoudboekje van de gemeente structureel op orde te brengen. En financiële ruimte te scheppen om bestuurlijke ambities te uit te voeren die bijdragen aan een mooier Rhenen. Financiële aandachtspunten Voorinformatie Voorjaarsnota Rijk (2025) De Voorjaarsnota van het Rijk biedt extra geld voor gemeenten, maar de tijd van bezuinigingen zijn zeker niet voorbij. Het Rijk stelt geld beschikbaar om de terugval in het gemeentefonds te dempen (ravijnjaar). Ook draagt het Rijk bij aan de tekorten voor de jeugdzorg en worden de gemeenten pas met ingang van 2028 gekort voor de maatregelen in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd. Echter de taakstelling vanaf 2028 bedraagt geen € 1 miljard, zoals tot nu toe het geval was, maar € 1,5 miljard. Voor de jaren 2026 en 2027 is dit een flinke verlichting van de bezuinigingsopgave, maar vanaf 2028 betalen gemeenten
39
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
die verzachting alsnog. Met ingang van 1 januari 2028 kunnen gemeenten een eigen bijdrage invoeren voor de mensen die jeugdzorg ontvangen. Verder verwacht het Rijk dat afspraken met de zorgsector over een betere sturing op de trajectduur geld oplevert. Vooruitlopend op deze maatregelen kort het Rijk het gemeentefonds vanaf 2028. De financiële consequenties hiervan treft u aan in programma 7 ‘Algemene dekkingsmiddelen’.
3.2 Uitgangspunten begroting 2026-2029 In dit onderdeel zijn de uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027– 2029 opgenomen. De raad heeft in de financiële verordening vastgelegd dat deze uitgangspunten bij de perspectiefnota worden vastgesteld. De uitgangspunten zijn vooruitlopend op de vaststelling door de raad ook gebruikt bij het opstellen van de ramingen in deze nota. Door de focus op de jaarstukken 2024 en de ombuigingen te leggen heeft geen integrale beoordeling van alle budgetten plaatsgevonden. De budgetbeoordelingen hebben zich daardoor gericht op de politiek/bestuurlijk en financieel relevante budgetten. Deze keuze heeft als consequentie dat een aantal uitgangspunten ontbreken. Voorbeelden hiervan zijn de hoogte van de overheadpercentages en onderdelen van de rente. Bij de uitgangspunten is aangegeven hoe wij als college hiermee om willen gaan bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2026 – 2029. 1. Loon- en prijsontwikkelingen 1.1 Loonontwikkelingen 2026: CAO vanaf 1 januari verhoging met € 35 nominaal in de salarisschalen en vanaf 1 juli loonstijging van 1,25%. Stijging voor werkgeverslasten en incidentele verhogingen van 0,50%. 2027: CAO stijging op 1 januari en op 1 juli van 1,60%. 2028: CAO stijging op 1 januari en op 1 juli van 1,60%. 2029: CAO stijging op 1 januari en op 1 juli van 1,60%.
Jaarlijkse stijging voor werkgeverslasten en incidentele verhogingen van 0,50%. Met deze uitgangspunten wijken wij af van de gebruikelijke methodiek, namelijk het hanteren van de prognoses van het Centraal Planbureau. Met deze uitgangspunten sluiten wij aan bij het laatste eindbod voor de CAO 2025 – 2027 van 17 april. Deze loonstijging is ook als basis genomen voor de loonindexeringen in de latere jaren. 1.2 Prijsontwikkeling Bij de prijsontwikkelingen maken wij een onderscheid tussen de indexering van de (maatwerk) zorg en de overige budgetten. Maatwerkbudgetten zorg zijn gebaseerd op het OVA percentage, waarbij wij aansluiten op de methodiek die in FoodValley verband is afgesproken:
Perspectiefnota 2026
2026: 5,09% 2027: 4,03% 2028: 3,91% 2029: 3,55% Indexering van de overige budgetten zijn gebaseerd op de prijs materiële overheidsconsumptie (IMOC percentage) dat het CPB jaarlijks publiceert in februari/maart van het voorafgaande jaar. 2026: 2,10% 2027: 2,20% 2028: 2,20% 2029: 2,30% 2. Rente en renteomslag 2.1 Rente kortlopende geldleningen 2026-2029: 2,35%. Het percentage is gebaseerd op een kortlopende geldlening van 1 jaar (peildatum april 2025). 2.2 Rente langlopende geldleningen 2026-2029: 3,02%. Het percentage is gebaseerd op de rente van een 30 jarige lineaire geldlening (peildatum april 2025). 2.3 Rentetoerekening grondexploitatie 2026-2029: voor de hoogte van het rentepercentage sluiten wij aan bij het percentage van de renteomslagmethode. 2.4 Rente omslagpercentage 2026-2029: 1,39%. De hoogte van dit percentage is afkomstig uit de begroting 2025. De achterliggende redenen hiervan zijn toegelicht in de inleiding. De berekeningswijze van dit percentage ligt vast in wet- en regelgeving en hanteren en gebruiken wij als uitgangspunt voor het opstellen van de (meerjaren)begroting 2026-2029. 3. Overige uitgangspunten 3.1 Gewogen inflatiepercentage: de hoogte van dit percentage is een combinatie van de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. In het percentage 2026 is rekening gehouden met de verwachte nacalculatie over 2025.
2026: 2,35% 2027: 2,54% 2028: 2,58% 2029: 2,66% 3.2 De indexering van de subsidies 2026 baseren op de verwachte prijsontwikkeling 2026 uit de begroting 2025 van 2,20%. Percentage ook meerjarig toepassen. 40
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Perspectiefnota 2026
3.3 Volumegroei jeugd, WMO, schulden en armoede Geen rekening houden met volumegroei voor de WMO, Jeugd en schulden en armoede.
Op basis van deze uitgangspunten is de ontwikkeling van de woonlasten voor de periode 2025-2029 als volgt:
3.4 Uitkering gemeentefonds De ramingen uit het gemeentefonds baseren op de uitkomsten van de meicirculaire 2025.
Woonlasten 2025-2029 (in €)
3.5 Overheadpercentages 2026-2029: 88% en 63%. De hoogte van deze percentages zijn niet geactualiseerd en afkomstig uit de (meerjaren)begroting 2025 – 2028. De achterliggende redenen hiervan zijn toegelicht in de inleiding. Het voorstel is om een stijging van deze percentages die voorkomt uit de berekeningen voor de begroting te maximeren tot 5% van de huidige percentages. Dit in verband met de gevolgen hiervan voor de hoogte van de tarieven voor de bestemmingsheffingen en de leges.
2025
2026
2027
2028
2029
OZB-eigenaren (gemiddelde woning)
461
471
483
496
509
Afvalstoffenheffing (MPH)
411
434
442
453
466
Rioolheffing (aansluiting)
110
117
126
131
137
Rioolheffing (gebruik, op basis van 118m³)
110
112
121
126
132
Woonlasten excl. demping
1.092
1.134
1.172
1.206
1.244
Woonlastendemping
-143
-32
0
0
0
Woonlasten incl. demping
949
1.102
1.172
1.206
1.244
Procentuele toename t.o.v. voorgaand jaar
16,1%
6,3%
2,9%
3,2%
Procentuele toename t.o.v. vorig jaar excl. woonlastendemping
3,8%
3,4%
2,9%
3,2%
3.3 Woonlasten Ontwikkeling woonlasten De woonlasten worden gevormd door de OZB, afvalstoffenheffing en rioolrecht. Op basis van de volgende uitgangspunten wordt in onderstaande tabel de indicatieve ontwikkeling van de woonlasten weergegeven: 1. De OZB is verhoogd met het gewogen inflatiepercentage 2026 en de te verwachten meerjarige ontwikkeling van het inflatiepercentage. 2. Voor de kostenontwikkeling van de inzameling en verwerking van afval zijn op basis van kostendekkende tarieven de volgende besluiten en ontwikkelingen doorberekend: a. verwerking van het optimalisatiescenario waartoe de raad op 5 november 2024 heeft besloten: b. verhoging van de tarieven AVU vanaf 2026 met de CO2 heffing (zie beleidsvoornemens) c. doorrekening overige bijstelling van budgetten inclusief inflatie 3. De kostenontwikkeling van het rioolbeheer is doorberekend in een kostendekkend tarief. De kosten zijn onder meer gebaseerd op het Water Riool Plan 2023-2027.
In het voorstel ombuigingsmaatregelen is een maatregel opgenomen om de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing 100% kostendekkend te maken (exclusief doorberekenen kosten hondenpoep bestrijding). Indien tot deze maatregel wordt besloten is het effect op de woonlasten als volgt: Woonlasten 2026 inclusief geadviseerde ombuigingen (in €)
2025
Woonlasten exclusief geadviseerde ombuigingsmaatregelen
2026 1.102
100% kostendekking Afvalstoffenheffing
6
100% kostendekking Rioolheffing
14
Totale woonlasten inclusief ombuigingsmaatregelen Procentuele toename ten opzichte van vorig jaar
949
1.122 18,2%
41
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Perspectiefnota 2026
Kostenontwikkeling afval Op basis van de vastgestelde begroting 2025-2028 en de (geamendeerde) belastingverordening is het tarief voor 2025 vastgesteld op € 411 en zou het tarief stijgen naar € 420. Op basis van de bijstellingen in deze Perspectiefnota stijgt het tarief naar € 434. De verschillen zijn als volgt: Vergelijking tariefontwikkeling afvalstoffenheffing (in €)
2026 - MJR2025 incl. optimalisatiescenario
2026 Perspectiefnota 2026
a. Kapitaallasten
3
-
b. Personeelskosten
7
7
c. Inzamelen textiel
5
5
d. kosten AVU
-6
5
e. BTW
-
3
f. CO2 heffing
-
1
g. Overige ontwikkelingen
-
2
6
23
Ontwikkeling afvalstoffenheffing
a. Door het doorschuiven van investeringen van 2026 naar 2027 zijn de kapitaallasten lager dan in de begroting 2025 geraamd. De aanbesteding voor het chippen van de minicontainers wordt uitgesteld doordat er onverwachts 3 extra aanbestedingen moeten worden voorbereid voor de afvalinzameling. De AVU heeft recent kenbaar gemaakt niet langer namens de deelnemende gemeenten de inzamelcontracten aan te besteden, waardoor deze taak voor 3 in 2026 aflopende inzamelcontracten bij ons is komen te liggen. Eén van deze inzamelcontracten betreft de luierinzameling. De investering voor de uitbreiding van de luierinzameling wordt uitgesteld om eerst de huidige luierinzameling te kunnen verbeteren tijdens de aanbesteding. b. De personeelskosten nemen toe op basis van de verwachte loonontwikkeling. De ontwikkeling is voor de Perspectiefnota in lijn met de begroting 2025. c. Voor inzamelen van textiel is voor 2024 en 2025 een opbrengst van € 36.000 geraamd. Gelet op het instorten van de textielmarkt wordt geen structurele opbrengst geraamd en stijgt daardoor de afvalstoffenheffing met € 5. d. De kosten van de AVU dalen in de begroting 2025 omdat op basis van het optimalisatie scenario de hoeveelheid restafval is geraamd op 114 kg per inwoner. In de Perspectiefnota is deze verlaging een jaar uitgesteld en is de raming kosten restafval weer verhoogd. e.
De hiervoor toegelichte verschillen hebben ook een effect op de in de tarieven doorberekende BTW. f. In de begroting 2025 was nog geen rekening gehouden met de in deze Perspectiefnota bij de beleidsvoornemens vermelde nieuwe CO2 heffing. Deze geeft voor 2026 een stijging van het tarief met € 2. Deze stijging loopt tot en met 2029 op tot € 9. De stijging van de afvalstoffenheffing in 2029 is een gevolg van het toevoegen van de jaarschijf 2029 waarbij de kostenstijgingen (loonontwikkeling, prijsinflatie, kapitaallasten) zijn doorberekend in een tariefstijging met € 13.
€ 470,00 € 460,00 € 450,00 € 440,00 € 430,00 € 420,00 € 410,00 € 400,00 € 390,00 2025
2026
2027
Belastingverordening 2025 en begroting 2025-2028
2028
2029
Perspectiefnota 2026
42
H 3 | FINANCIËLE BEGROTING
Perspectiefnota 2026
Kostenontwikkeling riool Op basis van de vastgestelde begroting 2025-2028 en de (geamendeerde) belastingverordening is het tarief voor 2025 vastgesteld op € 220 (eigenaren en gebruikers) en zou het tarief stijgen naar € 228. Op basis van de bijstellingen in deze Perspectiefnota stijgt het tarief naar € 229. De verschillen zijn als volgt: Vergelijking tariefontwikkeling rioolheffing (in €)
2026 MJR2025
2026 Perspectiefnota 2026
a. kapitaallasten
2
4
b. advieskosten WRP
-4
-4
c. personeelskosten
2
2
d. subsidie afkoppelen hemelwater
6
6
e. BTW
-
-2
f. overige ontwikkelingen
2
1
8
7
a. De kapitaallasten zijn in de Perspectiefnota hoger vanwege het doorschuiven van investeringen van 2025 naar 2026. b. De advieskosten Water en Rioolplan (WRP) zijn in meerjarenperspectief in de begroting geraamd. Ten opzichte van 2025 zijn de advieskosten € 33.000 lager waardoor de rioolheffing daalt met € 4. c. De personeelskosten nemen toe op basis van de verwachte loonontwikkeling. De ontwikkeling is voor de Perspectiefnota in lijn met de begroting 2025. d. Bij amendement heeft de raad besloten om het tarief rioolheffing 2025 met € 6 te verlagen door het schrappen van het subsidie afkoppelen hemelwater (€ 50.000). Het amendement is onderdeel van maatregelen om de woonlasten 2025 te verlagen. Wij interpreteren het amendement niet als een wijziging van het in het WRP vastgestelde beleid om het afkoppelen hemelwater te stimuleren en dus geen structurele verlaging van het budget met € 50.000. Het tarief wordt derhalve in 2026 weer verhoogd met € 6. e. De hiervoor toegelichte verschillen hebben ook een effect op de in de tarieven doorberekende BTW. De stijging van de rioolheffing in 2029 is een gevolg van het toevoegen van de jaarschijf 2029 waarbij de kostenstijgingen (loonontwikkeling, prijsinflatie, kapitaallasten) zijn doorberekend in een tariefstijging met € 12.
Ontwikkeling rioolheffing (eigenaren + gebruik) 280,00 270,00 260,00 250,00 240,00 230,00 220,00 210,00 200,00 2025
2026
2027
Belastingverordening 2025 en begroting 2025-2028
2028
2029
Perspectiefnota 2026
43
H 2.3.1 | VERKEER EN OPENBARE RUIMTE
Perspectiefnota 2026