CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Najaarsrapportage 2022

Raadsvergadering 8 november 2022, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Najaarsrapportage 202216.313 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

H 3.1

Financieel beeld

Het hiervoor gepresenteerde resultaat van € 2.180.000 heeft zich na de vaststelling van de begroting 2022 als volgt ontwikkeld: Begroting 2022 Verloopoverzicht resultaat Geraamd resultaat 2022

vastgesteld in november 2021

na voorjaarsrapportage

na najaarsrapportage

741 V

1.479 V

2.180 V

Nagekomen informatie Verkoop voormalig museum 't Rondeel en het Rode Kruisgebouw Nadat in 2020 de verkoopovereenkomst is afgesloten willen we in 2022 over gaan tot de juridische overdracht van Kerkstraat 1-3 (voormalig museum ’t Rondeel en het Rode Kruisgebouw) aan stichting ’t Brandtweer. Na het verwachte besluit van de raad op 20 september 2022 gaat de inzagetermijn van zes weken in. Tenzij er beroep wordt ingesteld zal binnen twee weken na afloop van de inzagetermijn de notariële overdracht plaatsvinden. De overeengekomen verkoopprijs van € 350.000 wordt na ontvangst toegevoegd aan de algemene reserve. Dit is overeenkomstig het raadsbesluit van juli 2020. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet verwerkt in deze rapportage. Compensatie inkomstenderving Corona door het Rijk In 2022 heeft het Rijk de hoogte van de inkomstencompensatie 2021 door Corona bekend gemaakt. Onze gemeente ontvangt € 80.000 aan compensatie. Dit bedrag is niet verwerkt in deze rapportage. Gevolgen Septembercirculaire 2022 ontbreken in het resultaat 2022 Op 20 september was het Prinsjesdag. De dag waarop het kabinet de Rijksbegroting en de uitleg daarvan in de Miljoenennota heeft gepresenteerd en gepubliceerd. De dag erna is de septembercirculaire uitgekomen. In deze circulaire zijn gemeenten geinformeerd over de uitkeringen uit het gemeentefonds.

Dat moment viel later dan de afronding van de deze rapportage. Daarom konden de gevolgen hiervan niet meer verwerkt worden. Een eerste beoordeling voor het jaar 2022 laat het volgende beeld zien: a. Invoeringsbudget Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouw: € 253.000 V b. Energietoeslag 2022: € 351.000 c. Maatschappelijke begeleiding statushouders: € 40.000 De voordelen onder a. tot en met c. worden vooralsnog gereserveerd.

d. De doorwerking van de ontwikkelingen op de Rijksbegroting heet het accres. Gelijktijdig met de septembercirculaire zijn ook de maatstaven die als basis dienen voor de verdeling van het gemeentefonds geactualiseerd. Voorbeelden hiervan zijn het aantal inwoners, woonruimte en dergelijke. Tenslotte is een voorschot verstrekt voor de verwachte onderuitputting van het BTW compensatiefonds (niet gedeclareerde BTW door gemeenten). Per saldo leiden deze ontwikkelingen tot een voordeel van € 457.000. Dit voordeel komt ten gunste van het resultaat 2022. Nadere toelichting resultaat 2022 In het voordelig resultaat van € 2.180.000 kan op verschillende manieren een onderscheid worden aangebracht. De financiële regelgeving maakt een onderscheid tussen het resultaat van baten en lasten (voorheen resultaat voor bestemming) en het geraamd resultaat (voorheen resultaat na bestemming). Het verschil tussen deze resultaten zit in de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. De gemeenteraad is bevoegd om mutaties aan reserves te veranderen. Denk bijvoorbeeld aan het minder inzetten van reserves ten gunste van de exploitatie omdat de hoogte van het geraamd resultaat dat toelaat. Uitsplitsting van het geraamd resultaat 2022 (€ x 1.000) Najaarsrapportage 2022

Geraamd resultaat

Saldo van baten en lasten

Mutatie reserves

2.180 V

133 V

2.047 V

Voor een oordeel over de financiële positie van de gemeente wordt het resultaat onderverdeeld in een structureel en incidenteel resultaat. Een voordelig structureel resultaat laat zien dat de structurele lasten volledig zijn gedekt met structurele baten. Bij de toezichtbeslissing van de provincie over de begroting is dat een belangrijk criterium om in aanmerking te komen voor het gewenste repressief toezicht. Een toelichting van het geraamd resultaat is beschikbaar via de link/ qr-code onderaan de volgende pagina. In dat overzicht zijn ook de cijfers over de jaren 2021 en 2020 gepresenteerd. Uitsplitsting van het geraamd resultaat 2022 (€ x 1.000) Najaarsrapportage 2022

Geraamd resultaat

Strucureel resultaat

Incidenteel resultaat

2.180 V

674 V

1.506 V

Het hoge incidentele resultaat van € 1.506.000 laat zien dat structurele lasten worden gedekt met incidentele middelen. Vaak gaat het daarbij over de inzet van reserves ten gunste van de exploitatie. Een voorbeeld hiervan is de dekking van de structurele lasten uit de reserve budgetoverheveling. In de Voorjaarsrapportage was het structureel € 221.000 nadelig. In deze 34

Financieel beeld

rapportage zijn diverse structurele budgetten verlaagd en structurele inkomsten waaronder de uitkering uit het gemeentefonds verhoogd. Dit zorgt ervoor dat het structureel resultaat in deze rapportage een voordeel laat zien. Een toelichting op het incidenteel resultaat is beschikbaar via de link onderaan deze pagina.

H 3.1

investeringsplanning plaatsgevonden. Hierbij zijn een aantal investeringen doorgeschoven naar latere jaren. Een belangrijke oorzaak hiervan is de personeelskrapte. Het gevolg hiervan is dat de schuldquotes in 2022 lager zijn. Verder is sprake van een voordelige structurele exploitatieruimte. In de voorjaarsrapportage was die ruimte negatief. De voordelige exploitatieruimte betekent dat de structurele lasten in 2022 volledig zijn afgedekt met structurele baten. De belangrijkste redenen hiervan zijn de hogere uitkering uit het gemeentefonds en de lagere structurele lasten bijvoorbeeld in het programma Sociaal maatschappelijk. De solvabiliteitsratio blijft met een omvang van 30% vrijwel gelijk aan het gepresenteerde beeld in de voorjaarsrapportage.

3.1.3 Financiële positie Conclusie financiële positie De financiële positie van de gemeente is goed te noemen. De schuldquotes lopen in 2022 minder hard op dan eerder werd verwacht in de voorjaarsrapportage. In juli heeft een actualisatie van de

In onderstaande tabel is de waarde van onze kengetallen afgezet tegen de signaalwaarden die de provincie hanteert in het Gemeenschappelijk toezichtkader (GTK). Een toelichting op de financiële kengetallen is beschikbaar via de link/qr-code onderaan deze pagina. Hierin is ook de ontwikkeling van de eigen kengetallen afgezet tegen de BDO Benchmark die jaarlijks verschijnt over de financiële gezondheid van gemeenten. Kengetallen gemeente Rhenen Kengetal ultimo jaar

Signaalwaarden GTK 2020 provincie

JRR 2018

JRR 2019

JRR 2020

JRR 2021

BGR 2022

VJR 2022

NJR 2022

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

1

Structurele exploitatieruimte

1,1%

-1,0%

-0,2%

5,6%

1,3%

-0,4%

1,3%

>0%

0%

<0%

2.1

Netto-schuldquote

62%

73%

72%

67%

86%

86%

80%

<90%

90%-130%

>130%

2.2

Netto-schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

51%

61%

60%

56%

75%

78%

71%

<90%

90%-130%

>130%

3

Weerstandsvermogen

3,7

3,5

3,6

7,2

3,1

nvt

nvt

>1,0

0,8 ≤ x < 1,0

<0,8

4

Solvabiliteitsratio

42%

39%

36%

35%

31%

31%

30%

>50%

20%-50%

<20%

NB. Enige relativering bij de ontwikkeling van de kengetallen die samenhangen met de balans, zoals de schuldquotes en de solvabiliteit, is op zijn plaats. Het gepresenteerde beeld is een momentopname. Verder vertegenwoordigt de balans van de gemeente geen volledig beeld van de vermogenspositie. Dit hangt samen met de specifieke wet- en regelgeving. Op dit moment wordt de vaste activa gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Deze regelgeving zorgt ervoor dat een deel van het bezit zoals gronden niet op de balans staan.

Ook mag de gemeente haar bezit niet herwaarderen. Tenzij er sprake is van een duurzame waardevermindering. Op dat moment dient een afwaardering van het bezit plaats te vinden. Hiertegenover staat dat gemeenten investeringen met een maatschappelijk nut wel mogen activeren. Deze investeringen leveren in het economisch verkeer echter nauwelijks geld op. Dit doet echter niets af aan de trend die we signaleren.

Geraamd resultaat per programma

Toelichting op de financiële kengetallen

Incidentele baten en lasten

35

H 3.1

Financieel beeld

3.1.3.1 Verdiepend thema: Financiële positie 2020 van gemeenten in perspectief Financiële positie in perspectief gebaseerd op jaarrekeningen 2020 en begrotingen 2022 Begin dit jaar heeft BDO haar jaarlijkse benchmark gepubliceerd over de financiële gezondheid van gemeenten in Nederland. Het rapport met de titel “Tekorten nemen af, uitdagingen groter” laat zien dat in 2020 incidentele voordelen de structurele problematiek van gemeenten maskeren. Hieronder volgt een inhoudelijke samenvatting van het rapport. Positief resultaat 2020 vooral gevolg van incidentele voordelen In financieel opzicht was 2020 voor veel gemeenten geen slecht jaar, ondanks de coronacrisis. Het positieve resultaat van alle gemeenten gezamenlijk was € 4,6 miljard, terwijl het jaar ervoor nog sprake was van een verlies van € 747 miljoen. De meevallende cijfers zijn voor een flink deel toe te schrijven aan de verkoop van Eneco-aandelen door 44 gemeenten. Hiermee was in totaal een bedrag van € 4,1 miljard gemoeid. Daarnaast hebben gemeenten voor de periode 2019 tot en met 2021 een aanvullende bijdrage van één miljard euro voor jeugdzorg ontvangen. Ook kregen gemeenten één miljard euro aan coronasteun en hebben gemeenten minder geld uitgegeven omdat er in het eerste coronajaar minder activiteiten zijn geweest. Deze eenmalige meevallers camoufleren de onderliggende zorgelijke situatie.

Denk bijvoorbeeld aan de onzekerheid ten aanzien van de compensatie door het Rijk van de tekorten bij jeugd voor de jaren 2024 en verder. Verschillen zijn groter dan ooit In 2020 zijn de regionale verschillen groter dan ooit. Overschotten zijn er met name in de provincies Zuid-Holland (dankzij de Eneco-aandelen), Flevoland en Zeeland. Tekorten doen zich vooral voor in Utrecht, Drenthe en Limburg. De gemiddelde solvabiliteit, het financiële kengetal voor de mate waarin gemeenten in staat zijn om aan hun financiële verplichtingen te voldoen, krabbelde na jaren van daling in 2020 weer iets op dankzij incidentele financiële meevallers. Toch heeft nog steeds één op de vijf gemeenten een solvabiliteit onder de kritische grens van 20%. Het weerstandsvermogen laat zien in hoeverre er voldoende buffers zijn om mogelijke tegenvallers en risico’s op te vangen. Zo’n 8% van de gemeenten geeft aan dat de buffers niet toereikend zijn voor het opvangen van mogelijke tegenvallers.

Investeringen blijven achter, gemeentelijke belastingen stijgen Verder constateert BDO op basis van de cijfers en een recente publicatie van het VNG dat gemeentelijke investeringen in wegen, scholen en andere voorzieningen de afgelopen twee jaar afnamen. Het vermoeden bestaat dat het achterblijven van de investeringen samenhangt met de financiële tekorten van de afgelopen jaren en de hierdoor noodzakelijke bezuinigingen die gemeenten hebben doorgevoerd. Dat wordt nog extra versterkt door de impact van corona. Volgens het COELO hebben gemeenten over 2020 daarom ook een forse stijging aan gemeentelijke belastingen doorgevoerd. Zo stegen de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een eigen huis met ruim 5%, de sterkste stijging in jaren. Sociaal domein drukt zwaarder dan ooit op de jaarrekening De gemeentelijke financiën blijven onder druk staan door de tekorten in het sociaal domein. De totale uitgaven van gemeenten in het sociaal domein stegen in 2020 met maar liefst 12% tot meer dan drie miljard euro ten opzichte van 2019. Dit komt mede door de geïntroduceerde Tozo uitkering voor zelfstandige ondernemers vanwege de coronacrisis. Per inwoner stegen in 2020 de kosten tot € 1.669, terwijl dat in 2019 nog € 1.493 per inwoner was. Het aantal gemeenten waar het sociaal domein voor meer dan de helft op de kosten drukt, is in 2020 verder toegenomen.

Structureel financieel gezond beleid, herstel van vertrouwen en langetermijnvisie De financiële situatie van veel gemeenten vraagt om een lange termijn visie en een structureel gezond financieel beleid. De resultaten van 2020 zijn sterk beïnvloed door extra rijksbijdragen voor jeugdzorg, compensatie van de effecten van corona en uitgestelde investeringen. Maar gemeenten hebben behoefte aan een langetermijnvisie en stabiliteit vanuit het landelijke overheidsbeleid. We zitten kort na de presentatie van het regeerakkoord en de gemeenteraadsverkiezingen staan bijna voor de deur. Het is belangrijker dan ooit om het komende jaar het vertrouwen tussen rijk en gemeenten te herstellen en andere vormen van samenwerken en financieren te ontwikkelen. Daarbij is meer behoefte aan sturing op basis van vertrouwen, en minder op basis van controle. Met de energietransitie, woningbouwopgaven, stijgende zorgkosten (jeugd), de digitale transformatie en de coronacrisis zijn de uitdagingen van gemeenten groter dan ooit.

BDO rapport

36

37

H 2.2

Exploitatie

3.2

Exploitatie

De exploitatie bestaat uit: (3.2.1) Inleiding (3.2.2) Exploitatie (3.2.3) Toelichting op de exploitatie 38

Exploitatie

H 3.2

3.2.1 Inleiding De exploitatie van een gemeente bestaat uit de baten en lasten inclusief reserves van zeven programma's. Een programma is een samenhangende verzameling van activiteiten. Deze worden uitgevoerd om de beoogde bestuurlijke doelen binnen een programma te realiseren. Een belangrijk onderdeel van deze is het actualiseren van de baten en lasten uit de begroting 2022. Dit is nodig om tijdig te kunnen anticiperen op mogelijke tekorten of inzicht te krijgen in een positieve ontwikkeling van het resultaat. Extra (incidentele) financiële ruimte biedt de mogelijkheid om te investeren in bestuurlijke ambities of het versterken van de vermogenspositie. Om te komen tot een actuele prognose zijn alle budgetten in juli/augustus tegen het licht gehouden. Dit is gebeurd in gesprekken met de budgetverantwoordelijk medewerkers waarbij de laatste inzichten zijn verwerkt in de nieuwe prognose. Hierbij is ook rekening gehouden met de realisatie tot juli 2022.

Hoewel de nieuwe prognoses op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen blijft het moeilijk om sommige budgetten vooraf goed te voorspellen. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van de open einde regelingen en de fluctuaties in de uitkering uit het gemeentefonds.

3.2.2 Exploitatie In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het geraamd resultaat per programma in beeld gebracht. Het geraamd resultaat is gelijk aan het saldo van baten en laten na verrekening van de mutaties reserves. Het totaal geraamd resultaat van € 2.180.000 is gelijk aan het verwachte jaarrekeningresultaat over 2022.

Geraamd resultaat reguliere exploitatie Begroting 2022 (€ x 1.000)

vastgesteld in vastgestelde wijzinovember 2021 gingen tot en met 1 juli

wijzigingen najaarsrapportage

na wijzigingen najaarsrapportage

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

werkelijk

werkelijk

Programma 1 - Bedrijfsvoering

7.892 N

455 N

354 V

7.993 N

7.523 N

7.759 N

Programma 2 - Dienstverlening

673 N

35 N

32 V

675 N

575 N

477 N

Programma 3 - Fysiek

3.171 N

263 V

48 N

2.956 N

2.255 N

2.971 N

Programma 4 - Sociaal maatschappelijk

18.643 N

243 N

447 N

19.334 N

18.761 N

17.888 N

Programma 5 - Economie & toerisme

1.113 N

8V

8N

1.113 N

1.063 N

962 N

Programma 6 - Veiligheid & handhaving

2.124 N

59 N

8N

2.191 N

2.198 N

2.031 N

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen

34.358 V

1.259 V

825 V

36.442 V

35.207 V

32.213 V

741 V

738 V

701 V

2.180 V

2.832 V

127 V

Geraamd resultaat

Tabel per deelprogramma

Tabel op productniveau

39

H 3.2

Exploitatie

3.2.3 Toelichting op de exploitatie In dit onderdeel is het geraamd resultaat 2022 per programma (zie voorgaande tabel) verder uitgewerkt. Ook zijn vergelijkende cijfers opgenomen van de jaarrekening 2021 en 2020.

Verder zijn de financiële bijstellingen die in de Najaarsrapportage hebben plaatsgevonden toegelicht. Tenslotte is de toelichting tussen het geraamde resultaat 2022 en 2021 te vinden via de link onderaan de pagina's.

Programma 1 - Bedrijfsvoering Begroting 2022

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

werkelijk

werkelijk

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

wijzigingen najaarsrapportage

na wijzigingen najaarsrapportage

Baten

60 V

26 V

395 V

481 V

47 V

72 V

Lasten

8.145 N

668 N

95 V

8.718 N

7.680 N

7.895 N

Saldo van baten en lasten (A)

8.084 N

642 N

490 V

8.237 N

7.634 N

7.823 N

Onttrekking uit reserves

192 V

187 V

95 N

284 V

255 V

334 V

Toevoeging aan reserves

0N

0N

40 N

40 N

144 N

270 N

Mutaties reserves (B)

192 V

187 V

135 N

244 V

111 V

64 V

7.892 N

455 N

354 V

7.993 N

7.523 N

7.759 N

(€ x 1.000)

Geraamd resultaat (A+B) PROGRAMMA 1 - BEDRIJFSVOERING Toelichting verschil saldo baten en lasten (A): € 490 V

( x 1.000)

1. Vertraging visietraject Rhenen 2035 63 V Met het vaststellen van de ‘Kadernota participatieproces Visie op Rhenen’ door de gemeenteraad in juni 2021 startte het visietraject. Het oorspronkelijke doel was om de visie in 2022 vast te stellen. Voor de zomer zijn drie varianten van de visie op Rhenen consulterend aan de raad voorgelegd. Daarbij is ook de focusvariant van het college besproken. De gemeenteraad wilde graag elementen van de andere visies geïntegreerd zien in de variant van het college. Hieraan wordt nu hard gewerkt. De verwachting is dat de visie nu in 2023 aan de raad ter besluitvorming zal worden voorgelegd. Een deel van het beschikbare budget in 2022 schuift, door de hiervoor geschetste ontwikkelingen, naar 2023. Het budget 2022 is daarom in deze rapportage met ruim € 60.000 verlaagd. Dit geldt ook voor de dekking uit de reserve collegeprogramma. Per saldo heeft de aanpassing van de budgetten geen effect voor het resultaat. Toelichting vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

Toelichting overige verschillen saldo baten en lasten en mutaties reserves

2. Pensioenopbouw wethouders in eigen beheer 98V Politieke ambtsdragers bouwen pensioen op in de Appa-regeling. Een deel van de gemeenten deden dit bij een verzekeraar. Het merendeel van de gemeenten voert inmiddels de pensioenregeling in eigen beheer uit. Deze gemeenten hebben een pensioenvoorziening op de balans staan of betalen de pensioenverplichtingen uit de lopende begroting. Wij hadden de pensioenverplichtingen voor onze wethouders volledig ondergebracht bij verzekeraar ASR. Zij hebben aangegeven de overeenkomst per 1 januari 2022 te beëindigen. Per 1 januari 2022 kan de gemeente daarom geen kapitaal meer opbouwen voor het pensioen van de wethouders bij de verzekeraar. Het opgebouwde kapitaal wordt in 2022 uitgekeerd aan de gemeente. Dit bedrag zal gestort worden in een voorziening pensioenen wethouders. Alle toekomstige pensioenverplichtingen voor (oud-)wethouders worden volledig in eigen beheer opgebouwd en zijn middels de voorziening pensioenen wethouders afgedekt. Het opgebouwde kapitaal bij ASR bedroeg op 31 december 2021 ruim € 400.000. Dit bedrag ontvangt de gemeente in 2022 en zal voor toekomstige pensioen- verplichtingen aan de voorziening worden toegevoegd.

Toelichting belangrijkste verschillen 2022 ten opzichte van jaarrekening 2021

40

Exploitatie

Financiële bijstellingen in de Najaarsrapportage ( x € 1.000) a. Ontvangen opgebouwd tegoed bij verzekeraar per 31 december 2021 € 405 V b. Toevoeging opgebouwd tegoed bij verzekeraar per 31 december 2021 aan voorziening pensioenen wethouders € 405 N c. Omvang voorziening aangepast aan hoogte verplichtingen € 63 V d. Toevoeging aan voorziening pensioenen per 1-1-2022 € 72 N e. Vervallen betalingen pensioenpremies aan verzekeraar € 107 V Totaal € 98 V Door de komst van nieuwe wethouders is het bedrag onder punt d. een inschatting. 3. Ontwikkelingen formatie organisatie (overhead) 60 V De personele kosten bedrijfsvoering zijn in deze rapportage met € 60.000 verlaagd. In de overgangsfase van de oude naar de nieuwe organisatie zijn 2 managers ingehuurd. Vanaf 1 oktober wordt deze inhuur teruggebracht. Vanaf die datum zijn 2 nieuwe managers aangesteld. Dit leidt tot een financieel voordeel van € 60.000. De dekking van de inhuur uit de reserve budgetoverheveling is met hetzelfde bedrag verlaagd. Verder is het project rechtmatigheidsverantwoording van het college doorgeschoven naar 2023. In de budgetten 2022 was hiermee geen rekening gehouden. Het financieel voordeel bedraagt € 33.000. De dekking van deze inhuur uit het knelpuntenbudget is gelijktijdig aangepast. Het resterende nadeel van € 33.000 is onderdeel van de overige verschillen onder punt 5.

5. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A) PROGRAMMA 1 - BEDRIJFSVOERING Toelichting verschil mutaties reserves (B): € 135 N

H 3.2

114 V 490 V

( x 1.000)

1. Vertraging visietraject Rhenen 2035 63 N Door de vertraging in het proces van de Visie op Rhenen 2035 schuift een deel van het beschikbare budget 2022 door naar 2023.Dit geldt ook voor de dekking uit de reserve collegeprogramma. 2. Dekking personeelskosten management verlaagd 60 N Het voordeel bij de personeelskosten management zorgt voor een lagere onttrekking uit de reserve budgetoverheveling. 3. Voordeel opleidingsbudget toegevoegd aan reserve 40 N Het opleidingsbudget zal naar verwachting in 2022 niet volledig worden besteed. Het voordeel is toegevoegd aan de reserve opleidingen. 4. Overige verschillen Mutaties reserves (B)

28 V 135 N

4. Voordeel materiële uitgaven bedrijfsvoering vooral door ICT 155 V De materiële facilitaire uitgaven zijn in deze rapportage met € 200.000 verlaagd. Het voordeel hangt voor € 140.000 samen met een actueler inzicht in de kosten van de ICT ontvlechting, het later en elders inzetten van de beschikbare digitaliseringsbudgetten (bijvoorbeeld in programma Sociaal maatschappelijk) en een onderbesteding van het jaarlijks beschikbaar budget voor informatieveiligheid als gevolg van een vacature. Verder kunnen medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Hiermee kunnen zij passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens en carrière-planning en het gemeentelijk vitaliteitsbeleid. Op basis van een eerste beeld maken een beperkt aantal medewerkers hiervan gebruik. In 2022 is € 25.000 toegevoegd aan een (nieuwe) voorziening verlofsparen. De opleidingsbudgetten zijn op basis van de verwachte besteding 2022 met € 40.000 verlaagd. Het voordeel is toegevoegd aan de reserve opleidingen. Als bij de jaarrekening blijkt dat de kosten hoger liggen dan het bijgestelde budget dan zullen die uitgaven uit de reserve worden gedekt.Het resterende voordeel van € 45.000 is onderdeel van de overige verschillen onder punt 5. 41

H 3.2

Exploitatie

Programma 2 - Dienstverlening Begroting 2022

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

werkelijk

werkelijk

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

wijzigingen najaarsrapportage

na wijzigingen najaarsrapportage

Baten

230 V

0N

40 V

270 V

283 V

263 V

Lasten

903 N

60 N

7N

970 N

911 N

710 N

Saldo van baten en lasten (A)

673 N

60 N

32 V

700 N

628 N

447 N

Onttrekking uit reserves

0N

25 V

0N

25 V

53 V

0N

Toevoeging aan reserves

0N

0N

0N

0N

0N

30 N

Mutaties reserves (B)

0N

25 V

0N

25 V

53 V

30 N

673 N

35 N

32 V

675 N

575 N

477 N

(€ x 1.000)

Geraamd resultaat (A+B) PROGRAMMA 2 - DIENSTVERLENING Toelichting verschil saldo baten en lasten (A): € 32 V 1. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

( x 1.000) 32 V 32 V

Toelichting vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

Toelichting overige verschillen saldo baten en lasten en mutaties reserves

Toelichting belangrijkste verschillen 2022 ten opzichte van jaarrekening 2021

42

Exploitatie

H 3.2

Programma 3 - Fysiek Begroting 2022

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

werkelijk

werkelijk

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

wijzigingen najaarsrapportage

na wijzigingen najaarsrapportage

Baten

6.465 V

87 V

75 V

6.627 V

7.172 V

6.311 V

Lasten

9.752 N

92 N

33 V

9.811 N

9.986 N

11.467 N

Saldo van baten en lasten (A)

3.287 N

6N

108 V

3.184 N

2.814 N

5.156 N

Onttrekking uit reserves

139 V

268 V

18 N

389 V

593 V

2.512 V

Toevoeging aan reserves

24 N

0N

138 N

161 N

34 N

327 N

Mutaties reserves (B)

116 V

268 V

156 N

228 V

559 V

2.185 V

3.171 N

263 V

48 N

2.956 N

2.255 N

2.971 N

(€ x 1.000)

Geraamd resultaat (A+B) PROGRAMMA 3 - FYSIEK Toelichting verschil saldo baten en lasten (A): € 108 V

( x 1.000)

PROGRAMMA 3 - FYSIEK Toelichting verschil mutaties reserves (B): € 156 V

( x 1.000)

1. Rijnburg/mobiliteit 42 N Voor het project Rijnburg en procesmanagement Foodvalley wordt voor 8 uur per week externe capaciteit ingehuurd. Deze capaciteit is niet eerder begroot, maar wel noodzakelijk.

1. Uitstel mobiliteitsplan 31 N Er wordt minder onttrokken aan de reserve collegeprogramma, omdat het opstellen van het mobiliteitsplan wacht op de nieuwe visie op Rhenen.

2. Uitstel mobiliteitsplan 31 V Er is besloten om met het opstellen van het mobiliteitsplan te wachten tot de nieuwe visie op Rhenen is aangenomen. Een groot deel van het beschikbare budget is toegevoegd aan de begroting 2023. Er wordt in 2022 minder onttrokken aan de reserve uitvoering collegeprogramma.

2. Rioolheffing 101 N Bij de rioolheffing zijn hogere inkomsten voor het gebruikersdeel ontvangen. Daarnaast vallen naar verwachting de kosten voor herstel van de duikers (opgenomen bij de voorjaarsrapportage) lager uit. Hierdoor verbetert het resultaat op de rioolheffing ten opzichte van de voorjaarsrapportage. Sinds 2021 wordt een resultaat op de rioolheffing verwerkt via de reserves. Bij de najaarsrapportage is sprake van een toevoeging aan de reserve, waar bij de voorjaarsrapportage sprake was van een onttrekking.

3. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

119 V 108 V

3. Afvalstoffenheffing 36 N Bij de afvalstoffenheffing zijn bij de voorjaarsrapportage niet de juiste bedragen voor de verwerkingskosten en de opbrengst van glas opgenomen. Dit leidt tot een voordeel op de afvalstoffenheffing. Sinds 2021 wordt een resultaat op de afvalstoffenheffing verwerkt via de reserves. Bij de najaarsrapportage is sprake van een grotere toevoeging aan de reserve.

Toelichting vastgestelde wijzigingen

Toelichting overige verschillen saldo baten en lasten en mutaties reserves

Toelichting belangrijkste verschillen 2022 ten opzichte van jaarrekening 2021

4. Overige verschillen Mutaties reserves (B)

13 V 156 N 43

H 3.2

Exploitatie

Programma 4 - Sociaal maatschappelijk Begroting 2022

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

werkelijk

werkelijk

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

wijzigingen najaarsrapportage

na wijzigingen najaarsrapportage

Baten

5.168 V

1.395 V

70 V

6.634 V

6.825 V

7.476 V

Lasten

23.883 N

2.475 N

518 N

26.876 N

25.841 N

25.639 N

Saldo van baten en lasten (A)

18.715 N

1.080 N

447 N

20.242 N

19.016 N

18.163 N

Onttrekking uit reserves

81 V

837 V

0N

917 V

452 V

401 V

Toevoeging aan reserves

9N

0N

0N

9N

197 N

125 N

Mutaties reserves (B)

72 V

837 V

0N

908 V

254 V

276 V

18.643 N

243 N

447 N

19.334 N

18.761 N

17.888 N

(€ x 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

PROGRAMMA 4 - SOCIAAL MAATSCHAPPELIJK Toelichting verschil saldo baten en lasten (A): € 447 N

( x 1.000)

1. Extra kosten door invulling vacatureruimtes met inhuur derden 143 N Betreft inhuur van een businesscontroller, data analist en een beleidsmedewerker sociaal domein. Het beschikbare personeelsbudget uit de vacatureruimte is niet toereikend om de kosten van inhuur te dekken. De overschrijding wordt gedekt uit het knelpuntenbudget (programma 7.2) en de digitaliseringsbudgetten uit programma bedrijfsvoering.

Toelichting vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

Toelichting overige verschillen saldo baten en lasten en mutaties reserves

Toelichting belangrijkste verschillen 2022 ten opzichte van jaarrekening 2021

2. Structurele daling kosten jeugdveiligheid 136 V Het zorgkostenbudget Veiligheid daalt structureel €160.000 (voordeel). Enerzijds door de succesvolle transformatie van de jeugdbescherming, namelijk minder kinderen onder toezicht stelling (OTS). Anderzijds doordat het jeugdteam van Rhenen meer zelfstandig opereert en daardoor het product advies en consultering minder afneemt van SamenVeilig (SAVE) en de gecertificeerde instelling jeugdbescherming. De huidige jeugdbeschermingsketen (Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming) en de Raad voor de Kinderbescherming) kampt met nogal wat knelpunten op het gebied van organisatie, personeel, werkwijze en wachtlijsten. Om deze problematiek op te lossen is een verbeteragenda gestart tussen gemeenten en de jeugdbescherming. Hierdoor zijn taken naar de gemeenten gekomen, zoals het plaatsen van kinderen in onveilige situaties. Dit betekent meer uren voor de administratie en de gedragswetenschapper. Deze extra werkzaamheden kunnen we niet opvangen binnen de huidige uren € 24.000 (nadeel). Deze kosten worden gedekt uit de meevaller op dit zorgkostenbudget Veiligheid. 3. Stijging kosten ambulante Jeugdhulp en lokale inkoop 140 N Minder kinderen in OTS betekent niet dat het voor ieder kind veiliger is geworden.

Het betekent vooral dat kinderen thuis kunnen blijven wonen, zonder onder toezichtstelling van een gecertificeerde instelling, maar wel met meer jeugdhulp in het gezin zelf. Deze jeugdhulp wordt door de gemeente Rhenen geregeld en valt onder het budget ambulante jeugdhulp € 100.000 (nadeel) en lokale inkoop jeugdhulp € 40.000 (nadeel). Door deze verschuiving is er een tekort ontstaan op deze budgetten. 44

Exploitatie

4. Vrijval budget woonplaatsbeginsel 152 V Op 1 januari 2022 is het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet veranderd. De woonplaats is nu de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres had in de zin van de Wet basisregistratie personen. In de praktijk betekent dit dat overdrachten hebben plaatsgevonden tussen gemeenten voor wat betreft kinderen met indicatie jeugdhulp verblijf (jeugdzorg+, verblijf en pleegzorg). We hebben met name kinderen in pleegzorg overgedragen aan andere gemeenten. Daarentegen hebben wij kinderen in pleegzorg en verblijf ontvangen van andere gemeenten. Vanuit het gemeentefonds krijgen we ter dekking van deze kosten hiervoor structureel € 157.000. Binnen het budget verblijf kunnen we op dit moment de kosten van de overgedragen casussen opvangen. Wat we niet kunnen opvangen zijn de structurele extra werkzaamheden voor de administratie en de gedragswetenschapper vanwege het woonplaatsbeginsel. Deze extra uren worden gedekt uit dit budget ad € 20.000. De gehele overdacht kan nog wel vijf jaar duren. 5. Woningaanpassingen, vervoermiddelen en rolstoelen 50 V Er is een landelijke daling van gebruik van hulpmiddelen door onder andere een hogere sterfte door corona onder de doelgroep. Daarnaast duurt het proces tot levering langer, omdat de levering van onderdelen langer op zich laat wachten.

H 3.2

6. Voordeel op Gebundelde uitkering Participatiewet (BUIG) door krappe arbeidsmarkt 52 V Op basis van de prognose per 1 juli heeft er een bijstelling van de BUIG plaatsgevonden. Bij het opstellen van de begroting was uitgegaan van een hoger aantal bijstandsdossiers. Bij de voorjaarsrapportage was dit al aangepast aan het nieuwe landelijke beeld van € 277.000 (voordeel ). Deze trend heeft zich gestaag voorgezet en leidt tot een extra voordeel bij de najaarsrapportage van € 75.000. Door de krappe arbeidsmarkt zien we ook een stijging van de aanvragen voor de loonkostensubsidie. De inwoners van Rhenen met een afstand op de arbeidsmarkt krijgen hierdoor de mogelijkheid om aan het werk te gaan. Bij de voorjaarsrapportage hadden we reeds extra bedrag van € 56.000 (nadelig) begroot. Bij de najaarsrapportage verwachten we nog een extra toename van de kosten van € 23.000 (nadelig). 7. Beschikbaarstelling budget voor Energietoeslag 507 N Sinds de oorlog in de Oekraïne en de sancties tegen Rusland zijn de energieprijzen sterk gestegen. Hierdoor is het aantal huishoudens dat in energiearmoede leeft toegenomen. Om de hoge energierekening voor een deel te compenseren zijn vanuit het Rijk maatregelen genomen.

Onder andere hebben wij vanuit het Rijk middelen (€ 507.000) gekregen om huishoudens met een inkomen op of net boven het wettelijke minimuminkomen een eenmalige energietoeslag toe te kennen € 800 per huishouden, aangevuld door de gemeente Rhenen met een extra toeslag van € 100 per huishouden met inkomen tussen de 100% en 120 % van het wettelijk minimumloon. 8. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

47 N 447 N

45

H 3.2

Exploitatie

Programma 5 - Economie & toerisme Begroting 2022

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

werkelijk

werkelijk

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

wijzigingen najaarsrapportage

na wijzigingen najaarsrapportage

Baten

297 V

31 N

65 V

331 V

362 V

354 V

Lasten

1.494 N

313 N

74 N

1.880 N

1.439 N

1.293 N

Saldo van baten en lasten (A)

1.196 N

345 N

8N

1.549 N

1.077 N

939 N

Onttrekking uit reserves

85 V

353 V

0N

438 V

32 V

47 V

Toevoeging aan reserves

2N

0N

0N

2N

18 N

69 N

Mutaties reserves (B)

83 V

353 V

0N

436 V

14 V

22 N

1.113 N

8V

8N

1.113 N

1.063 N

962 N

(€ x 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

PROGRAMMA 5 - ECONOMIE & TOERISME Toelichting verschil saldo baten en lasten (A): € 8 N 1. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

( x 1.000) 8N 8N

Toelichting vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

Toelichting overige verschillen saldo baten en lasten en mutaties reserves

Toelichting belangrijkste verschillen 2022 ten opzichte van jaarrekening 2021

46

Exploitatie

H 3.2

Programma 6 - Veiligheid & handhaving Begroting 2022

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

werkelijk

werkelijk

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

wijzigingen najaarsrapportage

na wijzigingen najaarsrapportage

Baten

26 V

89 V

5N

109 V

57 V

77 V

Lasten

2.206 N

203 N

3N

2.411 N

2.299 N

2.215 N

Saldo van baten en lasten (A)

2.180 N

114 N

8N

2.302 N

2.242 N

2.139 N

Onttrekking uit reserves

56 V

55 V

0N

111 V

75 V

149 V

Toevoeging aan reserves

0N

0N

0N

0N

31 N

41 N

Mutaties reserves (B)

56 V

55 V

0N

111 V

44 V

108 V

2.124 N

59 N

8N

2.191 N

2.198 N

2.031 N

(€ x 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

PROGRAMMA 6 - VEILIGHEID & HANDHAVING Toelichting verschil saldo baten en lasten (A): € 8 N 1. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

( x 1.000) 8N 8N

Toelichting vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

Toelichting overige verschillen saldo baten en lasten en mutaties reserves

Toelichting belangrijkste verschillen 2022 ten opzichte van jaarrekening 2021

47

H 3.2

Exploitatie

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen Begroting 2022

Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2020

werkelijk

werkelijk

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

wijzigingen najaarsrapportage

na wijzigingen najaarsrapportage

Baten

36.115 V

1.284 V

1.096 V

38.495 V

36.558 V

34.948 V

Lasten

1.815 N

61 N

271 N

2.148 N

1.278 N

2.227 N

34.299 V

1.223 V

825 V

36.348 V

35.280 V

32.721 V

Onttrekking uit reserves

117 V

36 V

0N

153 V

612 V

126 V

Toevoeging aan reserves

59 N

0N

0N

59 N

684 N

633 N

Mutaties reserves (B)

58 V

36 V

0N

94 V

72 N

507 N

34.358 V

1.259 V

825 V

36.442 V

35.207 V

32.213 V

(€ x 1.000)

Saldo van baten en lasten (A)

Geraamd resultaat (A+B)

PROGRAMMA 7 - ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Toelichting verschil saldo baten en lasten (A): € 825 V

( x 1.000)

1a. Hogere uitkering gemeentefonds door meicirculaire 2022 1.118 V Begin juni is de meicirculaire gemeentefonds 2022 verschenen. De uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten. De meicirculaire pakt voor onze gemeente met een bedrag van € 1.672.000 voordelig uit. In de Voorjaarsrapportage was op basis van de startnota van het Rijk al voorgesorteerd op een voordeel van € 581.000. De meicirculaire laat een extra voordeel zien van € 1.118.000. 1b. Meicirculaire 2022: reservering middelen 314 N Van het voordeel uit de meicirculaire is uiteindelijk € 848.000 gereserveerd voor taakmutaties en/of doeluitkeringen. Voorbeelden hiervan zijn: energietoeslag (€ 534.000), uitvoeringskosten klimaatakkoord (€ 184.000) en extra middelen participatie (€ 73.000). De reservering van de energietoeslag van € 534.000 (inclusief correctie door fout meicirculaire van € 27.000) is opgenomen in programma 4 Sociaal maatschappelijk.

Toelichting vastgestelde wijzigingen tot en met 1 juli

Toelichting overige verschillen saldo baten en lasten en mutaties reserves

De overige reserveringen van in totaal € 314.000 zijn verwerkt binnen het deelprogramma ‘Overige Algemene Dekkingsmiddelen’. Een uitgebreidere toelichting over de meicirculaire is opgenomen in een informatienota, die u voor het zomerreces heeft ontvangen. NB In de informatienota over de meicirculaire is een bedrag van € 854.000 gereserveerd. Op basis van een nadere analyse bij de begroting is dit bedrag verlaagd naar € 821.000. Eind juli kwam het Rijk met de mededeling dat er meerdere fouten in de meicirculaire zaten. Voor onze gemeente was de hogere bijdrage voor de energietoeslag (plus € 27.000) de belangrijkste. 2. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

21 V 825 V

Toelichting belangrijkste verschillen 2022 ten opzichte van jaarrekening 2021

48

Geprognosticeerde balans

H 2.3

3.3 Geprognosticeerde balans De geprognosticeerde balans bestaat uit: (3.3.1) Inleiding (3.3.2) Balanspositie (3.3.3) Toelichting op de balanspositie

3.3.1 Inleiding Een balans is een financieel overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden. Het geeft een beeld van de financiële positie op een bepaald moment en inzicht hoe de gemeente het bezit heeft gefinancierd. Dit geeft de raad inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, de inzet van de reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. Met deze informatie kunnen ontwikkelingen

vroegtijdig gesignaleerd worden. In de hierna geprognosticeerde balans per 31 december 2022 is de balans uit de jaarrekening 2021 als uitgangspunt genomen. In deze rapportage zijn dezelfde balansonderdelen toegelicht als in de voorjaarsrapportage. Voorbeelden hiervan zijn: vaste activa, reserves en voorzieningen en de langlopende schulden. 49

H 3.3

Geprognosticeerde balans

3.3.2 Balanspositie In de balans op de hieronder zijn de cijfers uit de jaarstukken 2021 gepresenteerd met daarnaast de verwachte balanspositie in op 31 december 2022. Activa (€ x 1.000)

31-12-2021

31-12-2022

Vaste activa 203

195

Materiële vaste activa

62.645

68.476

Financiële vaste activa

5.184

4.959

68.033

73.630

Vlottende activa 526

10.856

10.163

Liquide middelen

410

410

Overlopende activa

2.852

2.852

14.190

13.951

82.223

87.581

Totaal

31-12-2022

Eigen vermogen

28.643

26.551

Voorzieningen

4.867

5.067

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

41.210

49.068

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

3.084

3.084

Overlopende passiva

4.419

3.811

7.503

6.895

82.223

87.581

Vlottende passiva 72

Uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of minder

31-12-2021

Vaste passiva

Immateriële vaste activa

Voorraden*

Passiva (€ x 1.000)

Totaal

* De toename van de voorraden is het gevolg van de verwachte uitgaven voor de grondexploitatie Achterberg West.

50

Geprognosticeerde balans

H 3.3

3.3.3 Toelichting op de balanspositie Vaste activa De vaste activa van de gemeente bestaat uit investeringen. Dit zijn uitgaven waarvan het economisch of maatschappelijk nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Investeringen worden geactiveerd op de balans en afgeschreven op basis van de economische levensduur van de investering. De kapitaallasten (rente en afschrijving) komen ten laste van de programma’s en moeten worden gedekt binnen de baten en lasten van de begroting. De boekwaarde van de vaste activa neemt dit jaar naar verwachting toe met bijna € 5,6 miljoen. Door de actualisatie van de investeringsplanning is het bedrag bijna € 1,5 miljoen lager dan bij de Voorjaarsrapportage. Dit Lopende investeringen (€ x 1.000)

hangt samen met het doorschuiven van investeringen naar latere jaren. Omdat de gemeente een financieringstekort heeft, leiden de extra investeringen in 2022 tot een hogere vaste schuld van bijna € 8 miljoen. Denk aan investeringen zijn riolering, wegen, gemeentelijke gebouwen, voertuigen en sportvelden. De oplopende vaste schuld heeft ook te maken met het eerder aantrekken van langlopende geldleningen door de lage rentestand. Dit leidt ultimo 2022 tot een financieringsoverschot. Dit overschot is verwerkt onder de vlottende activa. In onderstaande tabel zijn de investeringen die op dit moment worden uitgevoerd gepresenteerd. Restant op 1-1-2022

Nieuw krediet 2022

Naam/omschrijving investering

Bruto investering

Bijdrage

Bruto investering

Bijdrage

50 Museumkwartier - Verpl. Rode kruis

50

0

0

0

3.631 Ver-/nieuwbouw Daltonschool

19

0

0

0

1.210 Flexwoningen vluchtelingenopvang

0

0

1.210

0

37

0

0

0

16.477 Nieuwbouw MFC Rhenen

1.684 Brandweerkazerne Elst

16.477

0

0

0

23.052 Gebouwen

16.583

0

1.210

0

22 Kantwanten kunstgrasveld sportpark Elst

0

0

22

0

22 Grond, weg en waterbouw (economisch)

0

0

22

0

657 Ondergrondse containers (maatregel 8 afvalbeleidsplan) en overige containers

0

0

657

0

28 Afvalbeleidsplan: software

0

0

28

0

65 Ver/-nieuwbouw Daltonschool (riolering)

63

0

0

0

1.400 Riolering herinrichting Franseweg

1.250

0

0

0

150 Riolering herinrichting Kerkewijk

75

0

0

0

420 Riolering zwarteweg 2e fase

336

0

0

0

30 VK riolering herinrichting Achterbergsestraatweg

19

0

0

0

30 VK riolering autoweg t.h.v. Remmerden

0

0

30

0

140 Riolering Stichtserand Galgenberg

140

0

0

0

50 Riolering paralelweg Cuneraweg

22

0

0

0

1.905

0

715

0

2.970 Riool en afval (met heffing) 287 Openbare ruimte nieuwbouw Daltonschool

212

0

0

0

330 Openbare ruimte nieuwbouw MFC Rhenen

330

0

0

0

300 Herinrichting Franseweg

235

-40

0

0

30 VK Parkeren Binnenstad

-4

0

0

0

60 VK Nieuwe Veenendaalseweg

-33

0

0

0 51

H 3.3

Geprognosticeerde balans

Lopende investeringen (€ x 1.000) - vervolg Naam/omschrijving investering

Restant op 1-1-2022

Nieuw krediet 2022

Bruto investering

Bijdrage

Bruto investering

Bijdrage

225 Verkeer Kwintelooijen

133

-150

0

0

225 Herinrichting Kerkewijk

144

-45

0

0

100 Loswal

100

0

0

0

294 Jaarlijkse vervanging lichtmasten

10

0

123

0

290 Jaarlijkse vervanging armaturen

22

0

121

0

100 Verduurzaming nostaligische verlichting

10

0

0

0

65 Heuvelrugtuin en bomenvervanging

19

0

44

0

28 Armaturen nostaligische verlichting

28

0

0

0

60 Ombouw speelplaatsen

0

0

60

0

34 Vervanging bebording

34

0

0

0

1.239

-235

348

0

2.427 Grond, weg en waterbouw (maatschapp.) 78 Aanschaf voertuigen en werkmaterieel: bladzuiger, veegvuilauto

0

0

78

0

78 Vervoersmiddelen

0

0

78

0

80 Mobiele telefoons

10

0

80

0

90 Laptops

68

0

90

0

170 Inventaris

77

0

170

0

19.804

-235

2.543

0

28.719 Totaal

Voorgenomen investeringen 2022

52

Geprognosticeerde balans

Eigen vermogen Het totaal van de bezittingen (totale activa) minus de schulden is het eigen vermogen. Het eigen vermogen is samengesteld uit de algemene reserve, bestemmingsreserves en het jaarrekeningresultaat. In onderstaande tabel is ook het jaarrekeningresultaat 2021 verwerkt. Reserves (x € 1.000) 1. Algemene reserve vrij besteedbaar

Saldo 01-01-2022

Toevoeging

Onttrekking

Saldo 31-12-2022

14.842

1.895

-269

16.468

2. Bestemmingsreserves

-

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer De gemeente financiert haar vaste activa met eigen en vreemde financieringsmiddelen. Omdat de gemeente een financieringstekort heeft, zijn er vaste geldleningen op de kapitaalmarkt aangetrokken. De omvang van de schuld bedraagt op 1-1-2022 ruim € 41 miljoen. De verwachting is dat de omvang het komende jaar toeneemt met € 8 miljoen. Deze extra financieringsbehoefte is nodig om de voorgenomen investeringen 2022 en verder te kunnen financieren. De leningenportefeuille is ten opzichte van het beeld in de Voorjaarsrapportage niet veranderd.

a. bestemmingsreserves (algemeen)

4.827

1.153

-1.823

4.157

b. bruto methode reserves

6.143

59

-276

5.926

Samenstelling leningenportefeuille (€ x 1.000)

25.812

3.107

-2.368

26.551

Totaal reserves

Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Het is een reservering voor toekomstige uitgaven waarbij de hoogte en het tijdstip van de besteding goed ingeschat kan worden, maar waarvan de kosten in de tijd onregelmatig gespreid zijn. Ook worden voorzieningen gevormd vanwege risico’s die op de balansdatum bestaan en die kunnen leiden tot verplichtingen en verliezen waarvan de omvang onzeker is, maar redelijk is in te schatten. Voorzieningen (x € 1.000)

Saldo 01-01-2022

Toevoeging

Onttrekking

Saldo 31-12-2022

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s

558

439

-

997

Voorzieningen voor egalisatie van kosten

1.819

806

-899

1.726

Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is

2.491

376

-522

2.345

Totaal voorzieningen

4.867

1.621

-1.421

5.068

Verloopoverzicht per reserve

H 3.3

31-12-2021

31-12-2022

Rente percentage

Einde looptijd

Lening 1

17.691

16.492

4,91%

2036

Lening 2

19

1,50%

2022

Lening 3

900

600

1,50%

2024

Lening 4

1.600

1.400

2,10%

2029

Lening 6

4.000

3.833

1,80%

2045

Lening 7

5.000

5.000

0,70%

2049

Lening 8

4.000

4.000

0,60%

2070

Lening 9

8.000

7.733

0,40%

2051

Lening 10

5.000

2,08%

2052

Lening 11

5.000

1,75%

2032

41.210

49.058

Verloopoverzicht per voorziening

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11898652/1