Bijlage 1 Motivatie wijziging tijdelijk deel omgevingsplan Radboudweg 3 in Rhenen
Tekst van het document
T 085 401 05 67 E info@lodewijckgroep.nl W www.lodewijckgroep.nl
Wijziging Omgevingsplan
Radboudweg 3 Rhenen
Het Fort BV Versie: Ontwerp Datum: 12 november 2024
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding .................................................................................................................... 3
1.2
Plangebied ................................................................................................................... 3
1.3
Planologische kaders ..................................................................................................... 4
1.4
Procedure..................................................................................................................... 7
1.5
Leeswijzer .................................................................................................................... 7
2
Bestaande en toekomstige situatie ................................................................................... 8 2.1
Bestaande situatie ......................................................................................................... 8
2.2
Toekomstige situatie...................................................................................................... 9
3
Beleidskaders ................................................................................................................. 12 3.1
Rijksbeleid................................................................................................................... 12
3.2
Provinciaal en regionaal beleid ....................................................................................... 17
3.3
Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 20
4
Omgevingsaspecten ........................................................................................................ 26 4.1
Water ......................................................................................................................... 26
4.2
Geluid ......................................................................................................................... 28
4.3
Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 29
4.4
Luchtkwaliteit .............................................................................................................. 30
4.5
Geur ........................................................................................................................... 32
4.6
Trillingen ..................................................................................................................... 33
4.7
Externe veiligheid......................................................................................................... 34
4.8
Archeologie en cultuurhistorie ........................................................................................ 36
4.9
Natuurbescherming ...................................................................................................... 37
4.10
Milieueffectrapportage .................................................................................................. 39
4.11
Verkeer en parkeren ..................................................................................................... 40
5
Uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 42 5.1
Economische uitvoerbaarheid......................................................................................... 42
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................... 42
6
7
Juridische aspecten ........................................................................................................ 43 6.1
Inleiding ..................................................................................................................... 43
6.2
Opzet van de wijziging van het omgevingsplan ................................................................ 43 Conclusie ........................................................................................................................ 44
Pagina 2 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Het Fort BV (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om het perceel aan de Radboudweg 3 in Rhenen te ontwikkelen tot woningbouw. Op dit moment is op het terrein een sportschool aanwezig. Deze zal worden gesloopt en plaatsmaken voor een woongebouw met 23 appartementen. Op het terrein wordt tevens een berging en een parkeerterrein aangelegd. Het planinitiatief is reeds voorgelegd bij de gemeente Rhenen in een principeverzoek. De gemeente Rhenen heeft op 25 april 2024 besloten om onder voorwaarden medewerking te kunnen verlenen aan het plan. De volgende voorwaarden werden aan het principebesluit gekoppeld:
▪ ▪
9 parkeerplaatsen worden op de openbare weg ingericht.
▪
40% van de woningen worden als sociale woningen (huur dan wel koop) gebruikt en alle woningen worden als betaalbare woningen in de markt gezet.
▪
De opmerkingen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Rhenen worden in het ontwerp verwerkt.
Het verdwijnen van openbaar groen wordt gecompenseerd in het plangebied dan wel in de directe omgeving van het plangebied.
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan benodigd. De ontwikkeling wordt in deze motivering nader getoetst aan de geldende kaders, waaruit blijkt of het initiatief uitvoerbaar is. 1.2 Plangebied Het plangebied heeft betrekking op de Radboudweg 3 in Rhenen. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Rhenen, sectie E, nummer 2195 en heeft een oppervlakte van 1.680 m2. Het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.
Pagina 3 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
Afbeelding 1: Plangebied rood omlijnd (bron: Kadastrale Kaart)
1.3 Planologische kaders Het plangebied is gelegen binnen het Omgevingsplan gemeente Rhenen. Het omgevingsplan bestaat uit een nieuw en tijdelijk deel. Het nieuwe deel van het omgevingsplan is momenteel nog leeg. 1.3.1 Tijdelijk deel: regels uit de bruidsschat Van rechtswege opgenomen in het tijdelijk deel omgevingsplan is de bruidsschat (hoofdstuk 22 van het omgevingsplan). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het rijk naar de gemeente door middel van de bruidsschat. De regels uit de bruidsschat zullen automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan landen. Hierdoor worden de bruidsschatregels niet meer op rijksniveau geregeld, maar lokaal. De gemeenten dienen vervolgens zelf een afweging te maken hoe zij de onderwerpen uit de bruidsschat willen regelen en wat zij wel en niet over willen nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Van belang is het omgevingsplan moet voldoen aan artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet: Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bovendien moeten de regels
Pagina 4 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
voldoen aan de instructieregels voor omgevingsplannen die zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De regels uit de bruidsschat zijn beleidsneutraal overgenomen, hierdoor voldoen niet alle bruidsschat regels aan het Bkl. Dat betekent dat de gemeenten in ieder geval die artikelen moeten gaan omzetten of schrappen. Dit geldt onder meer voor de instructieregels voor trillingen van geluid (paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl). Doorwerking planinitiatief Indien noodzakelijk wordt in hoofdstuk 4 per omgevingsaspect getoetst aan de bruidsschatregels. Voorts worden de instructieregels van het Bkl aangehouden. 1.3.2 Tijdelijk deel: de regels uit ruimtelijke plannen In het tijdelijk deel zijn het geheel van bestaande ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, opgenomen. Binnen het omgevingsplan zijn, ter plaatse van het plangebied, de volgende bestemmingsplannen van rechtswege opgenomen:
▪ ▪
Rhenen Stad 2012 (vastgesteld op 28 mei 2013) Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld op 6 maart 2018)
De bestaande regels uit deze bestemmingsplannen worden te zijner tijd omgezet naar het nieuwe deel. Bestemmingsplan Rhenen Stad 2012 Het plangebied kent op grond van het bestemmingsplan Rhenen Stad 2012 de enkelbestemming ‘Bedrijf’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Ook geldt de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied’. Bedrijf (artikel 4) De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven in categorie 1 en 2, zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Ook is ambachtelijke bedrijvigheid toegestaan. In het plangebied is de aanduiding ‘bedrijfswoning’ aanwezig. Hier is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan. Verder mogen de gronden gebruikt worden voor groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen, met de daarbij behorende wegen en paden, erven en (parkeer)terreinen en bouwwerken. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met de genoemde gebruiksregels. Het is namelijk niet toegestaan om binnen deze bestemming te wonen, met uitzondering van het wonen in één bedrijfswoning. Het realiseren van 23 appartementen is op grond van dit bestemmingsplan dan ook niet toegestaan. Verder ligt in het plangebied een bouwvlak, waar een maximale goot- en bouwhoogte geldt van 7 meter. Het beoogde woongebouw heeft een hoogte tot 9,8 meter, en wordt gedeeltelijk buiten het bouwvlak gebouwd.
Er is daarmee ook strijd met de bouwregels van het bestemmingsplan. Ter plaatse geldt de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied’. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de aanwezige bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ onder de volgende voorwaarden: a. Het aantal woningen mag niet meer dan 35 per hectare bedragen; b. De goot- en bouwhoogte van woningen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 7 en 10 meter; c. De oppervlakte en bouwhoogte van gebouwen van openbaar nut en autoboxen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 20 m2 en 3,5 meter;
Pagina 5 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
d. e. f. g.
Voldaan wordt aan het gestelde bij of krachtens de Wet geluidhinder; De gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden mogen niet worden aangetast; Er dient voldoende parkeerruimte te worden gerealiseerd in relatie tot de te verwachten parkeerbehoefte; Het plan aan het waterschap is voorgelegd en het daarop positief heeft geadviseerd.
Voor onderhavig planinitiatief kan niet worden voldaan aan voorwaarde a en b. Er worden 23 woningen gerealiseerd in een plangebied van 1680 m2. Dit is een hogere dichtheid aan woningen dan lid a voorschrijft. De goot- en bouwhoogte wordt verder maximaal 10 meter. Daarmee wordt de maximaal toegestane goothoogte overschreden. De wijzigingsbevoegdheid biedt daarmee geen uitkomst voor onderhavig planinitiatief. Waarde – Archeologie – 3 De voor Waarde – Archeologie – 3 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. Bij bouwplannen met een oppervlakte van tenminste 100 m 2 en een diepte vanaf 30 cm is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Voor onderhavig project worden deze maten overschreden. Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van de bouwregels, mits is aangetoond dat er geen archeologische waarden worden aangetast. In paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op het archeologisch onderzoek.
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan Rhenen Stad 2012
Pagina 6 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
Paraplubestemmingsplan Parkeren In het paraplubestemmingsplan Parkeren is bepaald dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, voldoende parkeergelegenheid aanwezig moet zijn, op grond van het meest recente parkeerbeleid van de gemeente Rhenen. In paragraaf 4.13 wordt nader ingegaan op het parkeerverhaal. Daaruit blijkt dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. 1.4 Procedure De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een wijziging van het omgevingsplan. Daarbij geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. De procedure is op te delen in drie stappen. Eerst geeft de gemeente kennis van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen (artikel 16.29 Omgevingswet). In deze kennisgeving wordt ook bekend hoe belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding. Vervolgens wordt het ontwerp-omgevingsplan (ontwerpbesluit) voor zes weken ter inzage gelegd. Een ieder heeft in deze periode de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbesluit. Na de terinzagelegging, worden de zienswijzen beantwoord. Indien de zienswijzen daartoe aanleiding geven, kan het omgevingsplan gewijzigd worden. Daarna stelt de gemeenteraad het gewijzigde omgevingsplan vast.
Na vaststelling wordt het besluit met de bijbehorende stukken voor zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kan rechtstreeks beroep worden ingediend bij de Raad van State. De wijziging van het omgevingsplan is onherroepelijk indien geen beroep wordt ingesteld, of indien het beroep ongegrond wordt verklaard door de Raad van State. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt eerst de bestaande situatie geschetst. Vervolgens wordt ingegaan op de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op de geldende beleidskaders van het Rijk, provincie, regio en de gemeente. De omgevingsaspecten komen in hoofdstuk 4 aan bod. In hoofdstuk 5 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken. De motivatie wordt afgesloten met een conclusie.
Pagina 7 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
2
Bestaande en toekomstige situatie
2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen in het oosten van Rhenen. De wijk waarin het is gelegen is in de jaren ’50 ontstaan. De omgeving kenmerkt zich door een afwisseling van grondgebonden woningen en appartementen. De grondgebonden woningen in de omgeving hebben een hoogte van één of twee lagen met een kap. De bestaande appartementengebouwen zijn 3 bouwlagen hoog. In het plangebied staat op dit moment een gebouw ten behoeve van een sportschool. Het gebouw heeft een bouwhoogte van 7 meter. Op het naastgelegen perceel, ter hoogte van de Radboudweg 9, is recentelijk de bedrijfsbestemming verwijderd ten behoeve van de realisatie van 4 woningen.
Afbeelding 3: Aanzicht vanaf de Radboudweg
Pagina 8 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
Afbeelding 4: Aanzicht vanaf het Van Zwietenhof
2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing te slopen. In het plangebied zal vervolgens een nieuw appartementencomplex worden gebouwd met 23 woningen met bergingen en parkeergelegenheid. Het gebouw wordt ontworpen als een bouwblok van 3 bouwlagen. Dit bouwblok bestaat uit twee delen. Het oostelijke deel is gesitueerd richting de Radboudweg. De balkons van de appartementen in het oostelijke deel worden ook aan de zijde van de Radboudweg gesitueerd. Het westelijke deel is gericht op het Van Zwietenhof. De balkons van het westelijke deel worden ook aan het Van Zwietenhof gesitueerd. De hoofdingang naar de appartementen komt aan de zuidzijde van het pand, aan het Van Zwietenhof. Via deze hoofdingang is het trappenhuis met lift bereikbaar. De woningen in het westelijke deel zijn toegankelijk via een galerij aan de noordzijde van het gebouw. De overige appartementen kunnen vanaf het trappenhuis worden bereikt. Ter plaatse van het plangebied loopt het maaiveld vanaf de Radboudweg af naar beneden, door de ligging in het heuvelachtig gebied. Daarom zal het woongebouw ook variëren in hoogte en wordt het gebouw in 2 hoogten uitgevoerd. Het voorste blok van het nieuwe appartementsgebouw krijgt een gevelhoogte van circa 9,7 mtr, gemeten vanaf het straatniveau van de Radboudweg.
Het achterste blok van het nieuwe appartementsgebouw komt circa 1,5 mtr lager te liggen dan het voorste blok. Met de realisatie van het gebouw in 2 bouwhoogten wordt op deze manier aangesloten op de bestaande bebouwing in de directe omgeving. Alle appartementen worden in het betaalbare segment gebouwd. Daarvan betreffen 9 appartementen sociale koopwoningen. Daarmee wordt voorzien in een behoefte naar (starters)woningen in het betaalbare segment. De oppervlakte van de appartementen varieert tussen 57 m2 en 91 m2 BVO. Het parkeren wordt gedeeltelijk op eigen terrein en gedeeltelijk in de openbare ruimte opgelost. Aan de achterzijde van het gebouw worden 22 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Verder worden 4
Pagina 9 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
parkeerplaatsen aan het Van Zwietenhof, aan de zuidzijde van het gebouw gerealiseerd. Ook komen er 3 parkeerplaatsen langs de Radboudweg voor het gebouw. Elders aan de Radboudweg worden nog 3 parkeerplaatsen gerealiseerd. Op basis van een parkeertelling blijken er nog 4 parkeerplaatsen over te zijn in het openbare gebied, waar voor onderhavige ontwikkeling gebruik van wordt gemaakt. Daarmee worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. Het merendeel van de beoogde parkeerplaatsen zijn in de onderstaande afbeelding weergegeven. In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op het parkeerverhaal. Op het terrein wordt een gebouw ten behoeve van 5 bergingen geplaatst. In het woongebouw zelf wordt ruimte gereserveerd voor een gemeenschappelijke fietsenstalling.
Afbeelding 5: Inrichting plangebied
Afbeelding 6: Impressie aanzicht vanaf de hoek aan de Radboudweg en het Van Zwietenhof
Pagina 10 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
Afbeelding 7: Impressie aanzicht vanaf het parkeerterrein
Pagina 11 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3
Beleidskaders
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij de provincies, gemeenten en waterschappen. Inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter te kunnen maken. Ingrepen in de leefomgeving kunnen niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang.
In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking planinitiatief De beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling op rijksniveau waardoor er in beginsel geen directe raakvlakken met de NOVI zijn. Echter, in de NOVI zijn diverse beleidskeuzes gemaakt, onder meer met betrekking tot de druk op de woningmarkt, ruimte en mobiliteit, invulling van de woningbehoefte, voorkeursvolgorde verstedelijking en inbreng van regionale verstedelijkingsstrategieën. Overheden hebben de taak om een woonaanbod te verzorgen dat aansluit bij de woonbehoefte in de regio. In paragraaf 3.2 en 3.3 wordt nader ingegaan op deze woonbehoefte. Daaruit blijkt dat er behoefte bestaat aan de ontwikkeling van 23 betaalbare appartementen in Rhenen. Daarmee wordt ook aangesloten op de doelstellingen van de NOVI.
Pagina 12 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die invulling geven aan de Omgevingswet en bieden het juridisch kader voor maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Besluiten die geheel over zijn gegaan naar het Besluit kwaliteit leefomgeving is bijvoorbeeld het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat ook de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning. Waar voorheen dergelijke regels in een groot aantal wetten, AMvB’s en ministeriële regelingen verspreid stonden, zijn ze samengebracht in één hoofdstuk. Voor de BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Er mag alleen een vergunning worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Daarnaast gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b en 8.0e van het Bkl.
In afdeling 5.1 van het Bkl zijn instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties opgenomen zoals:
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Waarborgen van de veiligheid;
▪ ▪
Gebruik van bouwwerken;
Beschermen van de waterbelangen; Beschermen van de gezondheid en van het milieu; Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; Behoud van ruimte voor toekomstige functies; Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.
In afdeling 5.2 van het Bkl zijn de instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving opgenomen zoals:
▪ ▪ ▪
Voorkomen van belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorwegeninfrastructuur en rijkswegen; Lokale spoorwegen binnen vervoerregio’s; Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool.
Doorwerking planinitiatief In hoofdstuk 4 van deze motivering wordt getoetst aan de instructieregels die in de afdeling van 5.1 van het Bkl worden genoemd. Hierbij zal worden gemotiveerd dat met de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 13 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.1.2.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er behoefte aan stedelijke ontwikkeling is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Hiervoor is de instructieregel Ladder voor duurzame verstedelijking opgesteld (paragraaf 5.1.5.4 van Bkl). Artikel 5.129g bevat regels over zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Voor de volledigheid is artikel 5.129g hieronder opgenomen. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In artikel 5.129g is niet aangegeven bij hoeveel woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de realisatie van 11 woningen of minder is er geen sprake van stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2015:2921). Indien de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is dient er wel aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te worden getoetst. Alhoewel deze jurisprudentie tot stand is gekomen onder de voorgaande wetgeving is er geen reden om aan te nemen dat deze niet toepasbaar is onder de Omgevingswet. Doorwerking planinitiatief Onderhavig planinitiatief voorziet in de toevoeging van 23 woningen en is daarmee een stedelijke ontwikkeling.
Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Rhenen, zoals dat ook is aangegeven in de provinciale omgevingsverordening en het gemeentelijke beleid. Daarom dient alleen de behoefte van de ontwikkeling te worden aangetoond. In paragraaf 3.2 en 3.3 wordt nader ingegaan
Pagina 14 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
op de woningbehoefte. Hieruit blijkt dat er een behoefte bestaat aan betaalbare woningen in Rhenen. Onderhavig planinitiatief voorziet in deze woningbehoefte. Daarmee wordt ook aangesloten op artikel 5.129g van het Bkl.
Pagina 15 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.1.3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) In het Besluit activiteiten leefomgeving staan regels van het rijk voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Tevens staat vermeld voor welke activiteiten een meld- of vergunningplicht geldt. Met het inwerking treden van de Omgevingswet wordt het begrip ‘inrichting’ vervangen door milieubelastende activiteit. Ingevolge de Begripsbepalingen (artikel 1.1 van de Omgevingswet) wordt met een milieubelastende activiteit het volgende bedoeld: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.” In hoofdstuk 3 van de Bal is per bedrijfstak aangegeven welke activiteiten als milieubelastend moet worden aangemerkt. Op grond van artikel 5.1 lid 2 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. In hoofdstuk 4 en 5 van het Bal staan de inhoudelijke regels die gelden voor de milieubelastende activiteit. Naast de rijksregels kunnen er ook decentrale regels gelden voor milieubelastende activiteiten. Deze kunnen in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapverordening zijn opgenomen. ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
In de Bal worden verder nog regels opgesteld voor de volgende activiteiten: Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk (hoofdstuk 6); Activiteiten in de Noordzee (hoofdstuk 7); Activiteiten rond rijkswegen (hoofdstuk 8); Activiteiten rond spoorwegen (hoofdstuk 9); Activiteiten rond luchthavens (hoofdstuk 10); Activiteiten die de natuur betreffen (hoofdstuk 11); Landinrichtingsactiviteiten (hoofdstuk 12); Activiteiten die cultureel erfgoed betreffen (hoofdstuk 13); Activiteiten die werelderfgoed betreffen (hoofdstuk 14); Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden (hoofdstuk 15); Grondwateronttrekkingen en ontgrondingen op land en in regionale wateren (hoofdstuk 16); Afval van schepen in binnenwateren (hoofdstuk 17).
Doorwerking planinitiatief Het planinitiatief betreft geen activiteit zoals genoemd in hoofdstuk 3 van het Bal. Daarom is geen omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit vereist en geldt er ook geen informatie- of meldingsplicht op grond van het Bal.
Pagina 16 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben de Provinciale Staten van de provincie Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In deze Omgevingsvisie zijn de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Omgevingsvisie worden groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang gezien. De provincie biedt daarmee ruimte voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en zorgt voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. Doorwerking planinitiatief De voorgenomen ontwikkeling sluit op diverse punten goed aan de op de Omgevingsvisie provincie Utrecht. De ontwikkeling draagt bij aan de gezonde stad. Uit hoofdstuk 4 van deze motivering blijkt dat er geen gevolgen zijn voor de luchtkwaliteit in de omgeving. Ook is er geen sprake van hinder door geluid, geur en licht en is er geen toename van externe veiligheidsrisico’s. Ook gaat de ontwikkeling niet ten koste van bestaand groen. In het plangebied wordt ook gezorgd voor de aanplant van groen. Verder blijkt uit paragraaf 4.1 dat het planvoornemen geen gevolgen heeft voor de waterrobuustheid.
Ook wordt in paragraaf 3.3.4 nader ingegaan op het aspect klimaatadaptatie, waaruit blijkt dat het plan past binnen de geldende beleidskaders. Verder betreft de voorgenomen ontwikkeling een binnenstedelijke ontwikkeling die aansluit op de lokale woningbehoefte. Op andere onderdelen heeft onderhavig planinitiatief niet direct raakvlak, maar doet het ook geen afbreuk aan de ambities uit de omgevingsvisie. Daarmee vormt de Omgevingsvisie provincie Utrecht geen belemmering voor onderhavig planinitiatief. 3.2.2
Omgevingsverordening provincie Utrecht
Artikel 7.9 Instructieregel beschermen en benutten van de Cultuurhistorische hoofdstructuur 1. In een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Cultuurhistorische hoofdstructuur wordt rekening gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en worden regels gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden. 2. De waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur zijn per gebied vastgelegd in Bijlage XV van de omgevingsverordening. 3. De motivering van een omgevingsplan bevat: a. Een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden; en b. Een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden. Onderhavig plangebied ligt in de Cultuurhistorische hoofdstructuur, specifiek in het deelgebied Archeologie. De cultuurhistorische waarde van Archeologie ligt met name in de samenhang tussen de verschillende archeologische structuren en elementen, en de relatie tussen archeologische structuren en elementen en het landschap. Omdat onderhavig plangebied in een gebied ligt waar mogelijk archeologische waarden aanwezig zijn, is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.9 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie. Daaruit blijkt dat in het plangebied geen archeologische waarden aanwezig zijn. Er zijn dan ook geen gevolgen voor de archeologische structuren en elementen in het gebied.
Artikel 7.11 Instructieregel landschap
Pagina 17 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
1. Landschap bestaat uit: a. Het Landschap Eemland; b. Het Landschap Gelderse Vallei; c. Het Landschap Groene Hart; d. Het landschap Rivierengebied en e. Het Landschap Utrechtse Heuvelrug 2. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in Bijlage XVI van de omgevingsverordening. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in Landschap bevat: a. Regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten; en b. Geen regels die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. 4. De motivering van een omgevingsplan bevat: a. Een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten; b. De wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Het plangebied is gelegen in het Landschap Utrechtse Heuvelrug. De provincie Utrecht wil de volgende kernkwaliteiten behouden: a. Robuuste eenheid; b. Reliëfbeleving; c. Extreme historische gelaagdheid. Met onderhavig planinitiatief wordt binnen bestaand stedelijk gebied een appartementengebouw gerealiseerd. Op dit moment is het plangebied al grotendeels bebouwd. Het perceel is op een heuvel gelegen. De realisatie van een appartementengebouw heeft geen gevolgen voor de reliëfbeleving van deze heuvel. Ook zijn er geen gevolgen te verwachten voor de robuuste eenheid en de extreme historische gelaagdheid van het landschap. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met dit artikel.
Artikel 9.17 Instructieregel verstedelijking 1. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan regels bevatten voor verstedelijking. 2. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken; b. De woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling. 3. Een motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. In paragraaf 3.2.3 wordt nader getoetst aan het programma Wonen en werken. Daaruit blijkt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciale beleid omtrent wonen. Daarnaast ligt het plangebied niet in een gebied waar risico’s bestaan voor bodemdaling. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met dit artikel.
Pagina 18 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.2.3 Provinciaal programma Wonen en werken Het Provinciaal programma Wonen en werken is op 4 juli 2023 vastgesteld door de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. Het programma bevat de uitwerking van de in de Omgevingsvisie opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve opgaven op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Bovendien worden via dit programma woningbouw- en bedrijventerreinontwikkelingen mogelijk gemaakt. In de provinciale omgevingsverordening is bepaald, dat omgevingsplannen die nieuwe woningbouw- of bedrijventerreinontwikkelingen mogelijk maken, moeten passen in dit provinciale programma wonen en werken. In het programma Wonen en werken is aandacht voor zowel het kwantitatieve woningbouwprogramma als de kwalitatieve afspraken. Doorwerking planinitiatief Voor de Regio Foodvalley omvat het programma woningbouw van 2022 t/m 2030 5.555 woningen. Dit valt binnen de beoogde bandbreedte van 4.400 tot 6.200 woningen voor deze regio. Het overgrote deel van de woningen wordt binnenstedelijk gerealiseerd. Voor de gemeente Rhenen wordt een beperkte groei voorzien met 431 nieuwe woningen. Daarvan worden 330 woningen binnenstedelijk gerealiseerd. Naast de kwantitatieve opgave geldt ook een kwalitatieve opgave. Bij kwaliteit gaat het om de woning en de woonomgeving, en over zowel belevingswaarde, gebruikswaarde als toekomstwaarde.
Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van 23 appartementen binnen het bestaand stedelijk gebied van Rhenen. Daarmee wordt bijgedragen aan de woningbouwopgave voor de gemeente Rhenen. Ook draagt de ontwikkeling bij aan de kwalitatieve opgaves. Zo wordt een nieuwe functie gegeven aan een binnenstedelijke locatie, waarmee de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbetert. Ook is er voldoende aandacht voor energieneutraliteit en klimaatadaptatie. Daarmee sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op het Provinciaal programma Wonen en werken.
3.2.4 Woondeal 2022-2030 Regio Foodvalley De Woondeal 2022-2030 Regio Foodvalley bevat afspraken rondom woningbouw in de regio Foodvalley. Dit omvat de Utrechtse gemeenten Veenendaal, Renswoude en Rhenen, en de Gelderse gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. Gezien de huidige druk op de woningmarkt en de verwachte groei in de regio, wordt gestreefd om in de periode van 2022 tot 2030 25.000 extra woningen te realiseren. Voor de gemeente Rhenen wordt in het aantal nieuw te realiseren woningen aangesloten op het Provinciaal programma Wonen en Werken. Dit programma is in paragraaf 3.2.3 verder toegelicht. Doorwerking planinitiatief In de gemeente Rhenen is nog voldoende vraag naar woningen. Met de realisatie van 23 appartementen wordt voorzien in een vraag naar betaalbare woningen. In de woondeal wordt namelijk uitgegaan dat tenminste twee derde van de woningen in het betaalbare segment worden gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet uitsluitend in deze betaalbare woningen, waarvan 9 woningen in het goedkope segment worden gebouwd. Dit zorgt resulteert in meer aanbod voor starters en mensen met een middeninkomen. De ontwikkeling van 23 appartementen in het betaalbare segment is daarmee passend binnen de kaders van de Woondeal 2022-2030 Regio Foodvalley.
Pagina 19 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Visie op Rhenen 2035 De Visie op Rhenen 2035 is een toekomst- en omgevingsvisie ineen. Deze visie geeft aan waar de gemeente op inzet bij thema’s als wonen, werken, samenleven, energie opwekken en recreëren. De Visie op Rhenen 2035 vormt het begin van de beleidscyclus, en ligt aan de basis van nieuwe ontwikkelingen in de gemeente. De Visie op Rhenen 2035 heeft 21 deelgebieden onderscheidden. Het plangebied is gelegen in deelgebied 2, ‘Kern Rhenen’. De kern Rhenen kent verschillende woonbuurten met eigen identiteiten door type woningen, hoe groen het er is en de mate waarin het hoogteverschil merkbaar is. Ook verschillen de voorzieningen per buurt. De kern Rhenen heeft een treinstation met een verbinding in de richting van Utrecht. Voor de kern Rhenen gelden de volgende opgaven:
▪
Van NS-station een verbindingsknooppunt maken om het gebruik van het OV en deelvervoer te verbeteren en te stimuleren.
▪
Verbeteren van de OV-verbindingen richting de vlakbij Rhenen gelegen intercitystations, de gemeenten Utrechtse Heuvelrug, Wageningen, Ede (in het bijzonder ziekenhuis Gelderse Vallei) en de regio Betuwe.
▪ ▪ ▪
Knelpunt Rijnbrug oplossen.
▪ ▪
Voorzieningen voor recreatie ook goed toegankelijk maken voor kinderen en minder validen.
Meer bomen planten. Aanleggen: schaduwrijke wandelpaden die via cultuurhistorische gebouwen en plekken naar de natuur voeren. Bij mogelijke inbreiding goedkope duurzame woningen bouwen in de stijl van de kern. Hoogbouw van een aantal verdiepingen past hier.
Doorwerking planinitiatief De voorgenomen ontwikkeling sluit goed aan op de Visie op Rhenen 2035. Voor het deelgebied ‘kern Rhenen’ wordt met name aangesloten op de opgave om goedkope duurzame woningen te bouwen in de stijl van de kern. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 23 betaalbare koopwoningen in het bestaand stedelijk gebied, waarvan 9 in het goedkope segment worden gerealiseerd. Er wordt daarmee voorzien in een woningbehoefte. Daarnaast is het ontwerp reeds afgestemd met de welstandscommissie. Daaruit blijkt dat het ontwerp goed aansluit op de omgeving en passend is in Rhenen. In de visie wordt ook uitgegaan van vergroening. Vanuit elke woning zijn tenminste 3 bomen zichtbaar, heeft elke buurt tenminste 30% bladerdek en is op 300 meter een park of groene ruimte aanwezig. Aan deze voorwaarden kan worden voldaan. Aan de Radboudweg en het Van Zwietenhof zijn al veel bomen aanwezig, zodat vanaf ieder appartement tenminste 3 bomen zichtbaar zijn. In het plangebied worden tevens enkele bomen aangeplant, zodat verder wordt bijgedragen aan 30% bladerdek in de buurt. Verder ligt op circa 150 meter vanaf het woongebouw de ingang naar het bos, waar gewandeld en gefietst kan worden. Verder worden op het woongebouw zonnepanelen geplaatst. Ook wordt voorzien in een hoogwaardige isolatie. Daarmee wordt het pand volgens de hedendaagse eisen duurzaam gebouwd.
Concluderend sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op de Visie op Rhenen 2035.
Pagina 20 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.3.2 Woonvisie Kiezen voor Rhenen In de Woonvisie Kiezen voor Rhenen worden de ambities en strategieën uiteengezet om met de verschillende woonopgaven om te gaan. De volgende woonopgaven worden onderscheiden:
▪
Grote druk op de woningmarkt. De gemeente heeft de opgave om 50 woningen per jaar te realiseren voor de eigen inwoners. Omdat de inbreidingsopties beperkt zijn, is dit een lastige opgave.
▪
Er zijn vooral grondgebonden koopwoningen en meer aanbod in de vrije sector huur nodig. Ook is er oog nodig voor de woonwensen van oudere senioren.
▪
De spanning op de woningmarkt beperkt de mogelijkheden van lage en middeninkomens op de Rhenense woningmarkt. Zij kunnen in beperkte mate een passende woning betrekken.
▪
De gemeente vergrijst en senioren wonen steeds langer zelfstandig. Voor deze groep is een geschikte woningvoorraad nodig en voldoende zorg en ondersteuning. Voor de zwaardere zorgvragers zijn aanvullende woonzorgarrangementen nodig.
▪
De leefbaarheid is over het algemeen goed in de gemeente, maar eenzaamheid en betaalbaarheid van woningen zijn aandachtspunten om de leefbaarheid te verbeteren.
De gemeente Rhenen wil inspelen op de problematiek van de woonopgaven. Hiertoe zijn vier ambities geformuleerd, waaraan acties gekoppeld zijn die in de komende vier jaar uitgevoerd moeten worden. Vanuit deze ambities is een afwegingskader voor woningbouwontwikkeling afgeleid, waar onderhavig planinitiatief aan getoetst wordt. De gemeente Rhenen heeft de volgende ambities vastgelegd:
▪ ▪ ▪
Het versterken van het fysieke en sociale karakter van Rhenen;
▪
Er komen voldoende passende woningen voor kwetsbare ouderen, door het toevoegen van seniorenwoningen en door woningen aan te passen. Voor de zwaardere zorgvraag is in iedere kern een woonzorgvoorziening.
Het bouwen van woningen om in de woningbehoefte van de eigen inwoners te voorzien. De beschikbaarheid van betaalbare woningen voor groepen die in de knel zitten wordt vergroot. Bestaande woningen worden tevens verduurzaamd.
Doorwerking planinitiatief De gemeente Rhenen wil in eerste instantie inzetten op woningbouw op inbreidingslocaties. Onderhavig planinitiatief voorziet daarin, door op de locatie van een voormalige sportschool 23 appartementen te realiseren. Het fysieke karakter van de plek wordt verbeterd, omdat een pand met een matige ruimtelijke kwaliteit wordt vervangen door een appartementengebouw van een hogere ruimtelijke kwaliteit, die meer passend is in de omgeving. Ook wordt groen toegevoegd aan de rand van het plangebied. Daarnaast zal voorzien worden in betaalbare koopwoningen, waarvan 9 appartementen als goedkope koopwoningen worden aangemerkt. Daarmee kan worden voorzien in woningen voor de doelgroepen die moeilijk betaalbare woningen kunnen vinden. De voorraad aan sociale huurwoningen dient met 125 woningen te worden uitgebreid. Het uitgangspunt van de woonvisie is het realiseren van 25% sociale huur en 15% goedkope vrije sector huurwoningen, net boven de sociale huurgrens. De voorgenomen ontwikkeling voorziet alleen in koopwoningen en voldoet daarmee niet aan deze eis. De woningen worden betaalbaar, waarvan 9 woningen in het goedkope segment worden gerealiseerd.
In het principebesluit van 25 april 2024 heeft het college van de gemeente Rhenen aangegeven dat afwijken van de norm mogelijk is, onder de voorwaarde dat alle 23 woningen betaalbaar zullen zijn volgens de Woondeal Regio Foodvalley (€390.000 voor 2024). Op deze manier levert de ontwikkeling wel een waardevolle bijdrage aan de woningopgave, waarbij grote behoefte is aan (starters)woningen in het betaalbare segment. Onderhavig planinitiatief voldoet aan deze voorwaarde.
Pagina 21 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
Het appartementengebouw is uitgerust met een lift. Daardoor zijn de verdiepingen ook bereikbaar voor mensen met een rollator of een rolstoel. De appartementen zijn niet specifiek ingericht voor rolstoelgebruikers. Concluderend voorziet onderhavig planinitiatief in een woningbehoefte in de gemeente Rhenen. Daarmee wordt voldoende aangesloten op de Woonvisie Kiezen voor Rhenen. 3.3.3 Groenbeleidsplan 2023-2028 De gemeenteraad van Rhenen heeft op 31 januari 2023 het Groenbeleidsplan 2023-2028 vastgesteld. Het is duidelijk geworden dat klimaat en een gezonde leefomgeving speerpunten zijn die op nationaal en lokaal niveau aandacht behoeven. Ook onderwerpen als wateroverlast of hitte worden steeds belangrijker. Deze onderwerpen komen in dit groenbeleidsplan aan bod. Het groenbeleidsplan gaat uit van het koesteren en verbeteren van het huidige en het nieuwe groen. De kwaliteit van het groen staat bij behoud en aanleg voorop. Daarbij mag de hoeveelheid groen niet afnemen. In het groenbeleidsplan zijn 3 speerpunten geformuleerd, namelijk klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Vanuit deze speerpunten wordt een concrete invulling gegeven aan het groen in onder andere nieuwbouwontwikkelingen. Doorwerking planinitiatief De 3 speerpunten zijn leidend bij het aspect groen in onderhavige ontwikkeling. Daarom wordt als volgt aan deze speerpunten getoetst.
Klimaatadaptatie Op dit moment is het plangebied grotendeels versteend. In de nieuwe situatie zal het grootste deel van het plangebied verhard blijven. Wel wordt ruimte gereserveerd voor groenstroken langs de randen van het plangebied. Door de aanleg van de groenstroken kan meer water worden geïnfiltreerd in de bodem dan in de huidige situatie. Op dit punt is er sprake van een verbetering. Door de aanplant van enkele bomen wordt tevens schaduw toegevoegd in het gebied, om hittestress te voorkomen. Ook ligt er een bos op circa 150 meter van het plangebied af, waar voldoende koelte te vinden is. Op deze manier is voldoende rekening gehouden met klimaatadaptatie in het plan. Biodiversiteit De nieuwe bomen in het plangebied zullen inheemse soorten zijn. Exoten worden vermeden. De exacte invulling van het groen is in het huidige stadium niet vastgelegd. Wel zal rekening worden gehouden met de ecologische waarde van het toekomstige groen. Leefbaarheid Het groen in het plangebied is met name gericht op het creëren van een groenere uitstraling van het plangebied. Daarmee wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse versterkt, wat ten goede komt van de leefbaarheid. Concluderend past de ontwikkeling binnen de kaders van het Groenbeleidsplan 2023-2028.
Pagina 22 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.3.4 Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie Het klimaat verandert. De kans op wateroverlast, overstromingen, droogte en hittestress neemt toe. Dit brengt risico’s met zich mee voor de leefomgeving. Om Nederland hierop voor te bereiden heeft het Rijk het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld. Afgesproken is om sneller en gerichter aan de slag te gaan om Nederland klimaatbestendig in te richten. De gemeente Rhenen heeft de gevolgen van weersextremen ervaren. Wateroverlast, droogte en hitte hebben in alle kernen voor materiële en immateriële schade gezorgd. Jaarlijks ziet Rhenen de gevolgen van deze weersextremen terugkomen en toenemen. Om bij nieuwe ontwikkelingen in te kunnen spelen op de effecten van klimaatverandering en het aanpassen van de ruimte hierop, heeft de gemeente Rhenen het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie vastgesteld. De ambitie voor een klimaatbestendig en waterrobuust Rhenen bestaat uit de volgende onderwerpen:
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Samenwerken met durf Groen Leeft! Ontstenen en vergroenen Balans Voorbereid op noodsituatie Bewust Rust en verkoeling Waterberging op de berg Hergebruik maakt water tot vriend
Doorwerking planinitiatief Voor onderhavig planinitiatief zijn met name de onderwerpen ‘Groen Leeft!’ en ‘Ontstenen en vergroenen’ van toepassing. De overige onderwerpen hebben niet direct raakvlak, maar geven ook geen strijdigheden Per onderwerp wordt toegelicht hoe de ontwikkeling hierop inspeelt. Groen Leeft! Bij de inrichting van de ruimte moet rekening gehouden worden met de toevoeging van voldoende kwalitatief groen. In het plangebied wordt hierop aangesloten door groen toe te voegen. Op dit moment is het plangebied volledig versteend en is er geen groen aanwezig. Aan de achterzijde van het pand is een gedeelte wel onverhard, maar dit stuk grond heeft geen groene waarden. Zowel aan de zijde van de Radboudweg als de zijde van het Van Zwietenhof worden groenstroken aangelegd met enkele bomen. Op het parkeerterrein in het plangebied is tevens een groenstrook aanwezig met ruimte voor bomen. Daarmee wordt de groene uitstraling van de directe omgeving versterkt. De exacte invulling van het groen wordt in een later stadium definitief bepaald. Ontstenen en vergroenen De gemeente Rhenen stimuleert inwoners en ondernemers om te ontstenen, zodat het verhard oppervlak in de gemeente afneemt. Met de voorgenomen ontwikkeling is een lichte afname van het verharde oppervlakte voorzien.
Daarmee wordt bijgedragen aan het ontstenen, zodat hemelwater beter in de grond kan infiltreren en minder overlast veroorzaakt.
Pagina 23 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.3.5 Water Riool Plan 2023-2027 Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, voor het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Het is hierdoor een belangrijk onderdeel van de leefomgeving. De gemeente heeft de taak om voor de riolering en het stedelijk water te zorgen. In het Water Riool Plan wordt beschreven hoe de gemeentelijke taken worden uitgevoerd. Klimaatadaptatie valt daar ook onder. Daarom wordt ook een relatie gelegd met het Beleidsplan Ruimtelijke Adaptatie (zie paragraaf 3.3.4). In het Water Riool Plan worden de volgende doelen gesteld: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater; 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater; 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover dit niet door de particulier wordt gedaan); 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater; 5. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Doorwerking planinitiatief Het afvalwater wordt aangesloten op het bestaande rioolstelsel. Voor hemelwater geldt dat dit in eerste instantie op eigen terrein wordt vastgehouden. Zodra dat niet meer mogelijk is, wordt hemelwater afgevoerd naar het openbare riool. In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op het aspect water. Daaruit blijkt ook dat het aspect water geen belemmering vormt voor onderhavig planinitiatief.
Pagina 24 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
3.3.6 Welstandsnota 2013 De Welstandsnota 2013 beschrijft het welstandsbeleid van de gemeente Rhenen en dient als toetsingskader voor de welstandstoetsing voor nieuwe bouwprojecten. Bij de welstandstoetsing wordt een aanvraag beoordeeld of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving, voldoen aan redelijke eisen van welstand. In de welstandsnota zijn de criteria beschreven om welstandstoets goed te kunnen doorlopen. Het welstandsbeleid van Rhenen is tot stand gekomen in samenwerking met de voormalige gemeenten Drieburgen-Rijsenburg, Doorn, Maarn, Leersum en Amerongen (nu gefuseerd tot de gemeente Utrechtse Heuvelrug, met uitzondering van Elst) en de gemeente Zeist. Doorwerking planinitiatief Het plangebied is gelegen in de kern Rhenen. In Rhenen geldt hoofdzakelijk welstandsniveau 2, waarvoor een reguliere toets van toepassing is. Het plangebied ligt ook in dit welstandsniveau, in het deelgebied Rhenen Oost. Het deelgebied Rhenen Oost ligt ten oosten van de spoorlijn Rhenen-Veenendaal-Utrecht en de Lijnweg en betreft de bebouwde kom aan deze kant van het dorp. Het deelgebied kent een gemengd karakter met zowel woon- als bedrijfsfuncties. In het deelgebied wordt al sinds geruime tijd het beleid gevoerd om de bedrijven uit te plaatsen. Op deze locaties worden nieuwe woningen gebouwd.
Het planinitiatief speelt hierop in door woningen te realiseren in een bestaande bedrijfsbestemming. De bebouwing in het deelgebied is qua functie en verschijningsvorm op te delen in drie sferen: bedrijven, naoorlogse inbreidingen en vooroorlogse (lint)bebouwing. Het plangebied betreft op dit moment nog een bedrijfslocatie, maar de omgeving kenmerkt zich hoofdzakelijk door naoorlogse inbreidingen. Welstandscriteria De bestaande gebouwde omgeving dient het kwalitatieve referentiepunt te zijn voor ieder bouwwerk. Er is sprake van een verandering van de stedenbouwkundige structuur, omdat een bedrijfspand wordt verwijderd en een appartementengebouw wordt gerealiseerd. Wel blijft er sprake van een bouwblok in het plangebied. De nieuwe massa past binnen de oorspronkelijke parcellering. Er wordt één bijgebouw gerealiseerd, die duidelijk ondergeschikt is aan de hoofdmassa. Het appartementengebouw sluit qua vormgeving verder goed aan op de bestaande appartementengebouwen in de omgeving. In het principestadium is advies gevraagd aan de commissie voor ruimtelijke kwaliteit van Rhenen. De commissie heeft in beginsel positief beoordeeld, waarbij een aantal aandachtspunten zijn meegegeven. De aandachtspunten die in dit stadium verwerkt kunnen worden, zijn ook meegenomen met de wijziging van het omgevingsplan. De details worden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning verder uitgewerkt.
Concluderend zal worden voldaan aan de redelijke eisen van welstand.
Pagina 25 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
4
Omgevingsaspecten
4.1
Water
Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (NWP) is vastgesteld op 18 maart 2022. In het NWP beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en op grond van de Omgevingswet een verplicht programma. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein. Zo moet Nederland zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Ook moeten we blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook verdient de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkvoorziening aandacht. Daarnaast hebben diverse functies het water nodig, zoals scheepvaart, landbouw en natuur. In het NWP zijn deze uitdagingen uitgewerkt en is aangegeven hoe hiermee wordt omgegaan. Waterwet De Waterwet is grotendeels opgegaan in de Omgevingswet. De volgende onderdelen blijven in de Waterwet achter: de regels voor het Deltaprogramma, de Deltacommissaris en het Deltafonds. Er staat ook een aantal financiële bepalingen in de Waterwet. Besluit kwaliteit leefomgeving Paragraaf 5.1.3 van het Bkl bevat instructieregels voor het beschermen van de waterbelangen.
Er wort gesteld dat in het omgevingsplan rekening gehouden moet worden met de gevolgen voor het beheer van het watersysteem. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 tot en met 5.49 van het Bkl rijksregels met betrekking tot: Het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; Het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; Het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. De watertoets die was opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening is vervangen door een inhoudelijke instructieregel ie is opgenomen in artikel 5.37 van het Bkl. De ‘weging van het waterbelang’ biedt de waterbeheerder de mogelijkheid aandacht te vragen voor waterveiligheid en voor het voorkomen van wateroverlast in het kader van waterrobuust bouwen. De oorspronkelijke watertoets wordt niet langer voorgeschreven. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van artikel 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Waterbeheerprogramma Het waterbeheerprogramma van de Stichtse Rijnlanden is op 22 december 2021 vastgesteld.
Het waterbeheerprogramma beschrijft de ambities en inzet om de waterdoelen voor dit gebied te bereiken. De volgende vier thema’s staan centraal:
▪ ▪ ▪ ▪
Zuiver afvalwater. Energieneutraal en circulair; Robuust en gezond watersysteem in een klimaatbestendig gebied; Waterveilige leef- en werkomgeving; Waterbewust leven en genieten van water.
Pagina 26 van 45
Wijziging Omgevingsplan Radboudweg 3 Rhenen
Waterschapsverordening In de waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zijn regels opgenomen met betrekking tot water. Het bevat onder andere verbods- en gebodsbepalingen ter bescherming en instandhouding van de waterhuishouding en waterstaatswerken. Naast de waterschapsverordening gelden ook de Onderhoudsverordening, Profielenlegger en Onderhoudslegger, waar nadere regels in opgenomen zijn voor de belangen van het hoogheemraadschap. Doorwerking planinitiatief Om de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op het water te beoordelen, is de digitale watertoets doorlopen. De resultaten zijn bijgevoegd in bijlage 1. Hieruit blijkt dat de korte procedure van toepassing is. Het plan heeft geen groot effect op water. Bij het invullen van de watertoets is ook gekeken naar de verharding in het plangebied. Op dit moment is bijna het gehele plangebied verhard. Het plangebied van 1.680 m2 bevat nu circa 1.535 m2 aan verharding. In de nieuwe situatie zal het verharde oppervlak nagenoeg gelijk blijven. In de nieuwe situatie worden enkele groenstroken langs het woongebouw gerealiseerd, zodat enig onverhard oppervlak aanwezig zal zijn. De totale verharding bedraagt in de nieuwe situatie 1.537 m2. Doordat de hoeveel verharding gelijk blijft, zal er geen toename ontstaan van wateroverlast. In het plangebied blijft ruimte voor water om te infiltreren in de bodem.
Het water dat niet kan infiltreren in de bodem wordt afgevoerd naar het openbare riool. Op dit punt verandert de bestaande situatie dus niet. Het afvalwater wordt aangesloten op het bestaande rioolstelsel. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ook wordt geen oppervlaktewater toegevoegd. In het gebied gelden tevens geen beperkingen vanuit het hoogheemraadschap die gevolgen hebben voor onderhavig planinitiatief. Daarmee vormt het aspect water geen belemmering voor onderhavig planinitiatief.