CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kadernota 2024-2027

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Kadernota 2024-202715.219 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2024-2027

KADERNOTA 2024–2027

Planning en Control cyclus 2024

BEGROTING 2024–2027

De raad stelt in juli 2023 de kaders voor de begroting 2024 vast.

De raad stelt in november 2023 het beleid en de bijbehorende middelen voor het begrotingsjaar 2024 vast.

VOORJAARSRAPPORTAGE 2024

De raad wordt in juli 2024 geïnformeerd over de politiek relevante ontwikkelingen en stelt de aangepaste budgetten uit de begroting 2024 vast.

NAJAARSRAPPORTAGE 2024

De raad wordt in november 2024 geïnformeerd over de politiek relevante ontwikkelingen en stelt de aangepaste budgetten uit de begroting 2024 vast.

JAARSTUKKEN 2024

Het college legt in juli 2024 verantwoording af aan de raad over begrotingsjaar 2023.

2

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding en doel4 1.1

De gemeente Rhenen in het kort

6

1.2

Bestuur van de gemeente Rhenen

8

1.3

Financieel beeld

12

2. Beleids- en financiële begroting16 2.0

Inleiding

17

2.1

Overzicht beleidsvoornemens

18

2.2

Programma overstijgende thema's

21

2.3

Programma's

23

3. Uitgangspunten 3.1

Uitgangspunten

54

3

H1 INLEIDING EN DOEL 4

Algemeen In de reguliere P&C cyclus wordt begin juli de Perspectiefnota door de raad vastgesteld. Een perspectiefnota heeft tot doel om: a. te informeren over de ontwikkeling van de meerjarige financiële positie b. inzicht te geven in de wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens c. inzicht te geven in de beleidsintensiveringen die samenhangen met de uitvoering van de ambities uit het bestuursprogramma d. de uitgangspunten voor de eerstvolgende begroting vast te stellen. Aanvullend daarop is het in Rhenen ook gebruikelijk om u te informeren over de ontwikkeling van de woonlasten, de financiële kengetallen en een prognose van de balans. Van Perspectiefnota naar Kadernota In april heeft de portefeuillehouder Financiën u laten weten dat de perspectiefnota dit jaar en ander karakter krijgt, namelijk die van een kaderbrief/kadernota. Een belangrijke reden hiervoor is het feit dat gemeenten pas bij de septembercirculaire duidelijkheid krijgen over de nieuwe financieringsmethodiek na 2026. Wel is de verwachting dat bij de meicirculaire 2023 al enige duidelijkheid komt. Het structurele financieel perspectief is daardoor buitengewoon onzeker en maakt het moeilijk keuzes voor beleidsintensiveringen te maken. Daarnaast heeft de portefeuillehouder de interne capaciteitstekorten bij financiën ook als reden genoemd om de actualisatie van de budgetten nu op hoofdlijnen te doen.

Concreet betekent dit dat de financiële begroting in deze Kadernota beperkt blijft tot de uitgangspunten en een actualisatie op hoofdlijnen. Derhalve ontbreekt informatie over de financiële kengetallen, een geprognosticeerde balans en een indicatie over de ontwikkeling van de woonlasten.

5

1.1 DE GEMEENTE RHENEN IN HET KORT Algemeen Rhenen is een gemeente in de provincie Utrecht, bestaande uit de stad Rhenen en de dorpen Elst en Achterberg. Rhenen is een historische stad aan de Neder-Rijn, in de bosrijke omgeving van de Utrechtse Heuvelrug. Als u Rhenen vanuit de Betuwe binnenrijdt waant u zich een beetje in het buitenland door de hoogteverschillen in het landschap. ‘s Avonds in het donker geven de vele lichtjes tegen de heuvels en de verlichte Cuneratoren een prachtig schouwspel. In de historische benedenstad van Rhenen voelt u zich terug in de tijd. Hier vindt u, naast smalle pittoreske straatjes en pleintjes en restanten van de eeuwenoude stadswallen, de markante Cunerakerk met toren. Een laat-Gotische kerk, gebouwd tussen 1492 en 1531. Door velen beschouwd als de mooiste van Nederland. Rhenen is dus een stad en gemeente in de provincie Utrecht. De gemeente Rhenen telt op 1 januari 2023 naar verwachting 20.411 inwoners. De gemeente heeft een oppervlakte van circa 43 km², waarvan circa 3 km² water. Rhenen ligt op de zuidoostpunt van de Utrechtse Heuvelrug. De oostelijk gele-

gen en tot de gemeente behorende Grebbeberg is de laatste heuvel van deze stuwwal.

Gemeentewapen De elementen uit het wapen van Rhenen zijn zo oud als de toekenning van het stadsrecht door de bisschop van Utrecht. Het wapen is afgeleid van de oude stadszegels. Het oudst bekende stadszegel dateert uit 1258. Er is in de loop van de tijd wel wat aan veranderd en het huidige wapen gaat terug op het stadszegel van 1483. Het bestaat uit een zilveren achtergrond met daarop een rood kasteel. Je zou er ook de stad zelf in kunnen herkennen met haar muur en drie poorten. De torens / poorten hebben blauwe daken. Bovenin zweeft een sleutel, die kan worden opgevat als symbool voor het zelfbestuur van de stad maar ook als verwijzing naar de apostel Petrus als sleutelbewaarder. Net als in de stad Utrecht zou de oudste kerk van Rhenen gewijd zijn aan St. Pieter, hoewel dat twijfelachtig is. Het wapenschild wordt vastgehouden door twee gouden leeuwen en “bekroond” met een gouden kroon. De wapens van Achterberg en Elst zijn van jongere datum

en geen echte gemeentewapens. Het wapen van Achterberg maakt wel gebruik van twee oudere wapens, namelijk dat van de dijkgraaf en heemraadschap van de Rhenense Neude en Achterbergse Hooilanden. Het kasteel lijkt afkomstig van het wapen van Rhenen, maar kan ook staan voor het kasteel dat ooit in Achterberg stond: De Horst. Het scheepje in de onderste helft is afkomstig van het wapen van het Veenraadschap in Veenendaal, dat in 1563 werd opgericht. Het heemraadschap en het Veenraadschap dekken samen het bijna volledige dorpsgebied van Achterberg.

6

De gemeente Rhenen in het kort

Het wapen van Elst is een ontwerp van Ad de Jong, geboren te Rhenen en actief in de historische vereniging van Rhenen. Hij maakte een “sprekend” wapen op grond van oude elementen en overwegingen, die al eeuwenlang worden gevolgd bij het ontwerpen van wapens. Boven is een uitgerukte elzenboom zichtbaar. De natuurlijke begroeiing van de omgeving van Elst bestond uit uitgestrekte elzenbossen, dat daaraan wellicht haar naam dankt. In de onderste helft komt de sleutel van St. Pieter terug en verder de lelie. Het Utrechtse kapittel van St. Pieter bezat omvangrijke landerijen rond Elst. Het westelijke deel van Elst viel tot de gemeentelijke herindeling van 2006 onder Amerongen. Het symbool van Amerongen is de lelie. Het wapen wordt nog gebruikt in officiële aktes, in een uittreksel van de burgerlijke stand en in de ambtsketen van de burgemeester.

H 1.1

1940-1945. Het monument bij de ingang van het oude gemeentehuis aan de Herenstraat is een herinnering aan deze verwoesting en aan de wederopbouw.

Elst In Elst leefde men vroeger van de tabaksteelt. U vindt er ook nu nog tabaksschuren, die echter niet meer als zodanig dienst doen. Ook vinden we in Elst een Aardkundig Monument en wel het sneeuwsmeltwaterdal op de Plantage Willem III. Een Aardkundig Monument is een gebied waarin je de ontwikkeling van de aarde over honderden, duizenden of zelfs tienduizenden jaren met eigen ogen kunt zien.

Achterberg De kern Achterberg is vooral agrarisch getint met prachtige (monumentale) boerderijen. In de Middeleeuwen bezaten de landsheren, de bisschoppen van Utrecht, een slot in Achterberg, genaamd De Horst. Aan verschillende van deze vorsten zijn herinneringen bewaard gebleven. Zo bestaan er nog brieven en oorkonden die op De Horst geschreven zijn en door de bisschoppen getekend.

Rhenen Rhenen is van oorsprong een vestingstad. Bij herhaling fungeerde ze als voorpost: in vroeger eeuwen van het Sticht van Utrecht, tegen de dreiging uit het Gelderse hertogdom en in de recente geschiedenis van de Vesting Holland. Rhenen is daardoor vaak en vergaand verwoest. Het laatst in de jaren

Veenendaal Elst

Neder-Rijn (Bedrijventerrein) Remmerden

Achterberg

Rhenen

7

H 1.1

Het bestuur van de gemeente Rhenen

1.2 HET BESTUUR VAN DE GEMEENTE RHENEN

8

Het bestuur van de gemeente Rhenen

H 1.2

Organisatieschema De inrichting van de organisatie is één van de bouwstenen om de doelen die de gemeente heeft te bereiken. In de afbeelding hieronder is het organisatieschema van de gemeente Rhenen weergegeven.

RAADSGRIFFIE

COMMISSIE RUIMTE & ECONOMIE

FYSIEK

COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS

GEMEENTERAAD RHENEN REKENKAMER

COMMISSIE BESTUUR & FINANCIËN

COMMISSIE SAMENLEVING

INTEGRAAL MANAGEMENT TEAM SOCIAAL

BEDRIJFSVOERING

9

Het bestuur van de gemeente Rhenen

H 1.2

1.2.1 College van burgemeester en wethouders Het bestuur van de gemeente wordt gevormd door het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Het college van burgemeester en wethouders (college van B&W) is vergelijkbaar met het kabinet. Het college regeert en vormt het dagelijks bestuur van een gemeente. Hieronder volgt de samenstelling van het college van B&W in mei 2023.

Burgemeester Hans van der Pas Portefeuille: coördinatie bestuur en beleid, kabinetszaken, openbare orde en veiligheid, handhaving, versterken lokale democratie en participatie, digitale samenleving, bedrijfsvoering en dienstverlening en regio Foodvalley.

Wethouder Gert van Laar (SGP) Portefeuille: ruimtelijke ontwikkeling, wonen, ruimtelijke projecten, beheer openbare ruimte, riolering, afvalverwerking, vergunningverlening en Omgevingswet.

Wethouder Dick Poortinga (Rhenens Belang) Portefeuille: welzijn, volksgezondheid en sport, kerngericht werken, Participatiewet, economie, recreatie en toerisme en cultuur (historie).

Wethouder Hans Boerkamp (D66) Portefeuille: Wet Maatschappelijke Ondersteuning, jeugd, onderwijs en kinderopvang, mobiliteit en bereikbaarheid, basismobiliteit en financiën en belastingen

Wethouder Bert Fintelman (CDA) Portefeuille: landelijk gebied/buitengebied, duurzaamheid/klimaat, natuur/ milieu, gemeentelijk vastgoed, grondbeleid en nutsbedrijven

Projecten: Leefbaarheidsplan Elst, gezondheidscentrum Rhenen en visie op Rhenen.

Projecten: Kwintelooijen en Stadshaven.

Projecten: Rijnburg, visie op sociaal domein, visie op Rhenen.

Project: MFG Rhenen

10

Het bestuur van de gemeente Rhenen

H 1.2

1.2.2 Gemeenteraad De gemeenteraad is het hoogste orgaan in een gemeente en is te vergelijken met de Tweede Kamer: - de gemeenteraad bepaalt (de hoofdlijnen van) het beleid en ziet toe op de uitvoering daarvan door het college van B&W, rekening houdend met signalen en informatie uit de samenleving; - de gemeenteraad stelt de begroting en jaarrekening vast en benoemt en ontslaat wethouders.

Bart van der Tang

Marco Mulder

Gert Hovestad

Jan Bosch

Gert Jan van Leeuwen

Leo Schenk

Richard Salari

Ingebrid Kiwiet

Geertje Wiesenekker

Willem Oorschot

Henri Pabstvan 't Slot

Justin Hermsen

Caroline Folmer

Dineke Jansen

Bart Oosterhoff

Ben Hartholt

Eef Brouwer

De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad die verder is samengesteld uit 19 gekozen raadsleden. Op deze pagina staat het overzicht van de gemeenteraad conform de samenstelling in mei 2023.

Gabriëlle Geerts

Jon Agricola

11

H 1.3 H1.2

bericht Bericht van vanhet hetcollege college

1.3 FINANCIEEL BEELD Voorjaarsnota Rijk: geen verbetering van het perspectief in 2027 Voorjaarsnota als voorbode voor de meicirculaire 2023 Gemeenten ontvangen bijna de helft van hun inkomsten via het gemeentefonds. Voor de begroting van het komende jaar zijn gemeenten verplicht om zich te baseren op de stand van de meicirculaire 2023. Dat is de reden waarom er met veel interesse wordt uitgekeken naar deze circulaire. Op vrijdag 28 april presenteerde het kabinet de Voorjaarsnota. In de Voorjaarsnota wordt een bijstelling gepresenteerd van het beeld van de rijksfinanciën voor niet alleen dit jaar, maar ook de komende jaren. Voor gemeenten is de Voorjaarsnota extra belangrijk, omdat de meicirculaire eind mei verschijnt, gebaseerd is op de cijfers uit die nota. 12

Daarmee geeft de Voorjaarsnota al een belangrijke indicatie van wat we in de meicirculaire kunnen verwachten. In de Voorjaarsnota van het Rijk staat dat gemeenten er vanaf 2027 structureel geld bij krijgen en dat het kabinet voornemens is om het accres goed te regelen. De opschalingskorting blijft echter onverminderd van kracht. Door het handhaven van de opschalingskorting en een lager vastgesteld accres ontvangen gemeenten in 2026 ongeveer € 3 miljard minden (aandeel Rhenen € 2,8 miljoen).Het algemene beeld is dat de middelen voor de periode tot en met 2025 toereikend zullen zijn. Voor gemeenten die vorig jaar al tekorten voorzagen voor 2026 en hun hoop gevestigd hadden op betere berichten voor 2027, bevat de Voorjaarsnota van het Rijk teleurstellend nieuws. 12

Financieel beeld

H 1.3

Financiering van gemeenten vanaf 2027 Tot vorig jaar gold voor de groei van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stegen, het gemeentefonds evenredig meegroeide. Bij een daling gold dezelfde systematiek: daalden de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalde het gemeentefonds evenredig mee. Dit noemen we de trap-op-trap-af-systematiek. Nadeel van deze systematiek was dat het beeld van de rijksuitgaven tussen mei en september vaak fluctueerde en daarmee ook de uitkering uit het gemeentefonds. Bij de meixcirculaire 2022 is daarom besloten om vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek, de jaarlijkse groei van het gemeentefonds te splitsen in een ‘volumedeel’ en een ‘LPO-deel’ (loon- en prijsontwikkelingen). Het volumedeel is toen vastgezet tot en met 2025. Het LPO-deel groeit evenredig mee met de omvang van de inflatie. Valt de inflatie hoger uit, dan stijgt ook het LPO-deel, valt de inflatie lager uit, dan daalt ook dit deel van de uitkering evenredig mee. Uit de Voorjaarsnota van het Rijk blijkt dat vanaf 2027 de groei van het gemeentefonds wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Dit geldt zowel voor de volumecomponenten als voor de loon- en prijsontwikkelingen*. Deze vorm van indexatie moet voor meer stabiliteit zorgen.

In de voorjaarsnota van het Rijk is voor de volumegroei van het gemeentefonds een indicatief bedrag opgenomen van 150 miljoen (aandeel Rhenen 144.000). Het Rijk had onvoeldoende tijd om het financieel effect van de nieuwe berekeningswijze** te verwerken in de voorjaarsnota. * Grondslag bbp voor compensatie loon- en prijsontwikkeling in het gemeentefonds De VNG laat in een reactie weten dat de kosten van gemeenten op onderdelen harder stijgen dan het bbp. Een voorbeeld daarvan zijn de zorgkosten. Een indexering van het gemeentefonds op basis van de ontwikkeling van het nominale bbp (LPO-compensatie) schiet tekort om de autonome stijging van de gemeentelijke zorgkosten op te vangen. Dit betekent dat gemeenten de hogere LPO-ontwikkelingen dan moeten opvangen uit het aandeel van de volumegroei van het gemeentefonds. Dit vindt de VNG een ongewenst effect. ** Indicatieve gevolgen nieuwe financieringsmethodiek 2027 Op basis van informatie uit ons netwerk is een globale inschatting gemaakt van het financiële effect van de nieuwe berekeningswijze. Naar verwachting gaat het voor Rhenen in 2027 om een extra bedrag tussen de € 200.000 en € 250.000. In dit bedrag is zowel de volumegroei als de LPO-compensatie verwerkt.

13

Financieel beeld

14

Toekomstige bezuinigingen op het gemeentefonds? In de Voorjaarsnota heeft het kabinet sinds een aantal jaren weer op beperkte schaal moeten bezuinigen. De uitdagingen op het gebied van onder meer klimaat, onderwijs en de woningmarkt vragen de komende jaren om grote investeringen. Daarnaast heeft het kabinet andere financiële knelpunten die bij de Voorjaarsnota deels zijn opgelost of die de komende jaren nog om een oplossing vragen: a. de rente op de staatsschuld loopt op; b. er komen beduidend meer vluchtelingen naar Nederland, die opgevangen moeten worden; c. we voldoen nog steeds niet aan de NAVO-norm ten aanzien van het defensiebudget; d. het kabinet trekt extra geld uit ten behoeve van de aardbevingsschade in Groningen; e. de toeslagenaffaire vraagt vermoedelijk om extra geld;

Resultaten 2024 – 2027 De resultaten laten met uitzondering van het jaar 2025 tekorten zien. In onderstaande tabel onderscheiden wij 2 resultaten. Een resultaat met en een resultaat zonder de beleidsintensiveringen uit het bestuursprogramma.

De hiervoor genoemde ontwikkelingen en uitdagingen zorgen dat het begrotingstekort van het Rijk de komende jaren oploopt naar 3,0% en na deze kabinetsperiode toeneemt naar 3,7%. “De vette jaren zijn voorbij” zei Minister Kaag van Financiën recent nog. Met de grote uitdagingen waar het kabinet voor staat zijn bezuinigingen in de nabije toekomst niet uit te sluiten. Vanzelfsprekend is dit in belangrijke mate afhankelijk van de economische ontwikkeling. Bij bezuinigingen is het de vraag hoe hoog de gemeenten op de prioriteitenlijst van het kabinet staan. De middelen die gemeenten tot en met 2025 van het Rijk ontvangen zijn naar verwachting voor het merendeel van de gemeenten toereikend. De terugval vanaf 2026 van € 2 miljard zorgde bij de meicirculaire 2022 dat de financiële positie van gemeenten onder druk kwam te staan. Het kabinet is toen over de brug gekomen met een gedeeltelijke eenmalige compensatie voor 2026 van € 1 miljard . Dit bedrag is nu bij de Voorjaarsnota structureel toegekend, maar een volledige compensatie van de terugval na 2025 is in de Voorjaarsnota niet terug te zien. Cruciaal bij het opstellen van de begroting 2024 worden de laatste 2 jaren van de meerjarenraming (2026 en 2027). De kans op extra rijksmiddelen lijkt de komende jaren klein.

Hoewel een volgend college en een volgende gemeenteraad uitvoering moeten geven aan de begrotingen voor 2026 en 2027, is het van belang om nu al voor te sorteren op een situatie waarbij gemeenten ook moeten ombuigen. Het advies is daarom om de komende jaren te werken aan plannen en maatregelen om invulling te kunnen geven aan een verslechterende financiële positie van de gemeente.

Om te voldoen aan de wet- en regelgeving dient het eerste jaar reëel en structureel in evenwicht te zijn. Als het eerste jaar hieraan niet voldoet dan gelden die voorwaarden voor de laatste jaren van het financieel perspectief. De wens van het college is om voor alle jaren een sluitende begroting aan te bieden aan de gemeenteraad. Dit zorgt ervoor dat de tekorten in zowel 2024, 2026 en 2027 in de begroting moeten zijn opgelost. Het college wil zich in de komende periode daarbij richten op het oplossen van de tekorten onder punt 1 in de tabel. Door het ontbreken van de uitkomsten uit de meicirculaire 2023 en van een gedetailleerde analyse van de budgetten geeft het gepresenteerde financieel perspectief een indicatief beeld. Gelet op de huidige resultaten is het niet ondenkbaar dat wij aan de vooravond staan van mogelijke ombuigingen. In dit stadium kiest het college er daarom voor om de afweging over structurele beleidsintensiveringen uit het bestuursprogramma door te schuiven naar de behandeling van de begroting. Het huidige financieel beeld biedt wel mogelijkheden voor incidentele beleidsintensiveringen.

Resultaten 2024 - 2027 (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

1. Bestaand beleid inclusief wettelijke onvermijdelijke beleidsvoornemens

83 N 1.526 V

698 N

804 N

2. Resultaten onder punt 1. inclusief de beleidsintensiveringen bestuursprogramma

245 N 1.389 V

825 N

873 N

H 1.3

Specifieke uitkeringen (SPUK) lastenverzwaring voor gemeenten en alleen voor incidentele lasten Het Rijk zadelt gemeenten op met administratieve lasten door steeds meer specifieke uitkeringen (SPUK) te verstrekken. Het leidt tot een verzwaring van de administratieve lasten, voor zowel decentrale overheden als de ministeries zelf. Aan het beleid dat jaren geleden succesvol is ingezet om het aantal specifieke uitkeringen terug te dringen lijkt definitief een einde te zijn gekomen. Ging het in 2015 om zo’n twintig specifieke uitkeringen voor in totaal circa 2 miljard euro, nu zijn het inmiddels om 137 specifieke uitkeringen) met een omvang van ruim 12 miljard euro. Naast de 137 specifieke uitkeringen waarvoor in 2022 middelen zijn uitgekeerd, zijn er ook specifieke uitkeringen die in voorgaande jaren zijn uitgekeerd, maar waarover decentrale overheden in 2022 nog verantwoording moeten afleggen. Dit zijn regelingen of beschikkingen 14

Beleids- en financiële begroting

waarover vanuit het Rijk geen betalingen hebben plaatsgevonden in 2022, maar waarbij de verantwoording nog wel doorloopt in de tijd. Voor 2022 gaat het om 111 zogeheten administratieve specifieke uitkeringen. In totaal zijn er dus in het jaar 2022 248 specifieke uitkeringen waarover verantwoording moet worden afgelegd. Het oormerken van een specifieke uitkering is bovendien niet in alle gevallen even efficiënt. Als

H2

Uitgangspunten begroting In de perspectiefnota (nu kadernota) stelt de raad uitgangspunten vast voor het opstellen van de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Voorbeelden hiervan zijn: loonstijging, prijsontwikkelingen en de rente op de kapitaalmarkt. De uitgangspunten in deze kadernota zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op het economisch beeld uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (maart 2023). In de financiële verordening heeft de raad besloten de uitgangspunten uit deze nota een op een over te nemen in de begroting. Vanzelfsprekend zal het college bij het opstellen van de begroting de vastgestelde uitgangspunten tegen het licht houden en de raad over de significante verschillen informeren. Door het interne capaciteitstekort bij financiën is het helaas niet gelukt om de uitgangspunten over de rente voor de grondexploitaties, de omslagrente en de overheadpercentages te berekenen. Voor de rentes geldt dat de richtlijnen hiervoor wettelijk zijn vastgelegd. Dit geldt niet voor de overheadpercentages. Daarvoor is als uitgangspunt genomen dat de berekeningswijze op dezelfde manier zal plaatsvinden als bij de begroting 2023. N.B. Het Rijk baseert de voorjaarsnota ook op het CEP van het Centraal Planbureau uit maart 2023. De ontwikkelingen die zich na maart voordoen, neemt het Rijk mee bij het opstellen van de Miljoenennota.

De miljoenennota vormt de basis voor de uitkering uit het gemeentefonds die in de septembercirculaire wordt gepubliceerd. Op dat moment is de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van de gemeente al afgerond. De gevolgen van de septembercirculaire worden daarom bij de actualisatie van het financieel perspectief in het laatste kwartaal 2023 meegenomen.

gevolg daarvan kunnen decentrale overheden de middelen niet altijd doelmatig en doeltreffend inzetten, bijvoorbeeld omdat het doel op een betere manier kan worden bereikt, dan de regels voorschrijven. Het kabinet kiest vaak voor een specifieke uitkering als tijdelijke impuls om hun doelen te bereiken. Het biedt de decentrale overheden echter geen enkele structurele financiële zekerheid. Het belemmert decentrale overheden ook bij het aangaan van structurele verplichtingen. Daar bovenop komt dat decentrale overheden geen structurele lasten mogen dekken met incidentele middelen. Belangrijk is dat op landelijk niveau hiervoor een oplossing wordt geboden.

15

H2 BELEIDS- EN FINANCIËLE BEGROTING 16

De beleids- en financiële begroting bestaat uit: 2.1 Overzicht beleidsvoornemens 2.2. Programma overstijgende thema’s 2.2. Programma’s

17

2.1

OVERZICHT BELEIDSVOORNEMENS

In deze kadernota is een inventarisatie opgenomen van de beleidsvoornemens. Hierbij is onderscheid aangebracht tussen: Categorie 1: Beleidsvoornemens met een wettelijk/onvermijdelijk karakter Categorie 2: Beleidsvoornemens die samenhangen met het bestuursprogramma Binnen de verschillende categorieën is met kleuren aangegeven in welke mate het college het onderwerp van belang vindt om uit te voeren:

Groen : noodzakelijk Oranje : zeer wenselijk Blauw : wenselijk Categorie 1 ‘wettelijke/onvermijdelijk’ is altijd groen. De onderwerpen uit categorie 2 'bestuursprogramma’ kunnen zowel groen, oranje als blauw zijn. Het college heeft bij de onderwerpen uit het bestuursprogramma een voorlopige prioritering aangebracht. Afhankelijk hoe het financieel perspectief zich de komende tijd ontwikkelt zal het college bij de begroting met een definitief voorstel komen. 18

Overzicht beleidsvoornemens

Wat willen we extra gaan doen in 2024-2027

H 2.1

DP

Cat.

2024

2025

2026

2027

1.3

1

135 N

145 N

145 N

145 N

1b. Ontvlechting ICT Veenendaal

1.3

1

180 N

180 N

80 N

80 N

1c.

1.3

1

240 N

240 N

240 N

240 N

1.3

1

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

555 N

565 N

465 N

465 N

Programma 1 - Bedrijfsvoering 1a.

Extra maatregelen privacy en (interne) informatiebeveiliging Capaciteit bedrijfsvoering

1d. Duurzame mobiliteit ‘Slim op Weg’ Wettelijk/onvermijdelijk 1e.

Verduurzaming vastgoed*

1.3

2

-

-

-

-

Dekking bestuursprogramma/begroting 2023

1.3

2

-

-

-

-

Bestuursprogramma

0N

0N

0N

0N

Totaal

555 N

565 N

465 N

465 N

* Voor de verduurzaming van het vastgoed is vanaf 2024 gedurende een periode van drie jaar € 300.000 opgenomen in de investeringsplanning. De financiële gevolgen hiervan in de vorm van kapitaallasten zijn opgenomen in programma 1 Bedrijfsvoering onder 'Bestaand beleid'. Voor de kapitaallasten van deze investeringen is dekking beschikbaar in de begroting.

Wat willen we extra gaan doen in 2024-2027 - vervolg

DP

Cat.

2024

2025

2026

2027

Formatie integrale projecten openbare ruimte

3.1

2

180 N

180 N

180 N

180 N

Dekking projecten

3.1

2

180 V

180 V

180 V

180 V

3b.

Uitvoeren mobiliteitsagenda

3.1

2

40 N

40 N

40 N

0N

3c.

Formatie integrale projecten (woningbouw)ontwikkelingen

3.2

2

90 N

90 N

90 N

90 N

Dekking projecten

3.2

2

90 V

90 V

90 V

90 V

Uitvoeren versnelde woonopgave

3.2

2

150 N

150 N

150 N

Dekking reserve woonopgave

3.2

2

150 V

150 V

150 V

Green Park Remmerden

3.3

2

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Bestuursprogramma

40 N

40 N

40 N

0N

Totaal

40 N

40 N

40 N

0N

Programma 3 - Fysiek 3a.

3d. 3e.

19

Overzicht beleidsvoornemens

Wat willen we extra gaan doen in 2024-2027 - vervolg

DP

Cat.

2024

2025

2026

2027

4.3 4.5

1 1

4.3 4.3 4.6 4.6

2 2 2 2

p.m. p.m. 0N p.m. p.m. 50 N 15 V 35 N 35 N

p.m. p.m. 0N p.m. p.m. 35 N

p.m. p.m. 0N p.m. p.m. 35 N

p.m. p.m. 0N p.m. p.m. 35 N

35 N 35 N

35 N 35 N

35 N 35 N

13 N

13 N

H 2.1

Programma 4 - Sociaal-Maatschappelijk 4a. 4b.

Gevolgen netcongestie voor nieuwbouw MFG Rhenen Uitvoeren spreidingswet

4c. 4d. 4e.

Ondersteuning vrijwilligers organisaties Beleidskader sportaccommodaties Uitvoeren plan van aanpak armoedebestrijding Dekking reserve armoedebestrijding

Wettelijk/onvermijdelijk

Bestuursprogramma Totaal Programma 5 - Economie & toerisme 5a. 5b. 5c. 5d.

5e.

Opstellen cultuurnota 2024-2027 Dekking bestuursprogramma/begroting 2023 Uitvoeren Erfgoedvisie Dekking bestuursprogramma/begroting 2023 Nieuwe Regio Deal Foodvalley Uitvoeren economische agenda

5.1 5.1 5.1 5.1 5.1 5.1

2 2 2 2 2 2

33 N 20 V 66 N 20 V p.m. 45 N

33 N 20 V 41 N 20 V p.m. 45 N

31 N

21 N

p.m. 45 N

p.m.

Dekking reserve collegeprogramma Dekking stimuleringsmiddelen Uitvoeringsbudget landelijk gebied Dekking begroting + eventuele subsidies

5.1 5.1 5.1 5.1

2 2 2 2

22 V 15 V 50 N 50 V 67 N 67 N

22 V 15 V 50 N 50 V 42 N 42 N

22 V 15 V 50 N 50 V 52 N 52 N

50 N 50 V 34 N 34 N

6.1

2

20 N 20 N 20 N

20 N 20 N 20 N

0N 0N

0N 0N

300 N 300 N 300 N

600 N 600 N 600 N

600 N 600 N 600 N

0N 0N 0N

Bestuursprogramma Totaal Programma 6. Veiligheid en handhaving 1.

Uitvoeren aanbevelingen evaluatie jaarwisseling Achterberg Bestuursprogramma Totaal

Programma 7. Algemene dekkingsmiddelen 1.

Demping woonlasten 2024 - 2026

7.1 Bestuursprogramma Totaal

2

20

Overzicht beleidsvoornemens

H 2.1

2.2

PROGRAMMA OVERSTIJGENDE THEMA'S De twee programma overstijgende thema’s gaan over duurzaamheid en woningbouw. Aan beide thema’s is door de landelijke overheid een hoge urgentie toegekend. Daarom zijn vooralsnog alleen deze 2 thema’s in de begroting en de jaarstukken opgenomen. Een programma overstijgend thema kan niet alleen door (lokale) overheden worden opgelost. Het is noodzakelijk dat maatschappelijke organisaties, bedrijven, kennisinstellingen en inwoners hieraan een (ondersteunende) bijdrage leveren. Andere kenmerken zijn: a. hebben betrekking op meerdere beleidsterreinen en/of leefdomeinen; b. zijn toekomstgericht (vaak voor de lange termijn) en c. zijn van grote invloed op de samenleving. Woningbouwopgave Het woningtekort wordt de komende jaren groter dan eerder gedacht. Door vertraging in de bouw van tienduizenden huizen komt Nederland 40.000 woningen tekort in 2025. Het aantal

bouwvergunningen daalde in 2022 met 18% van 75.800 in 2021 naar 62.000 in 2022. Een deel van de nieuwbouwprojecten gaat niet door omdat ze financieel onhaalbaar worden door gestegen bouwkosten. De gestegen hypotheekrente zorgt voor minder hoge hypotheken waardoor de vraag naar bepaalde soorten woningen afneemt en bouwplannen moeten worden bijgesteld. Onze ambitie (uit de geactualiseerde woonvisie van 2021) is het toevoegen van 85-90 woningen per jaar (waarvan 25% sociale huur, 10% middeldure huur- en 15% koopwoningen). Daarnaast hebben we in de recent ondertekende woondeal met het Rijk aangegeven dat we willen sturen op 66% betaalbare woningen, waarvan 28% sociale huurwoningen. Uit de recent geactualiseerde woningbouwplanning blijkt dat we dit jaar in totaal op 66 woningen uitkomen waarvan het bouwplan aan de Mispel met 23 woningen op dit moment niet door lijkt te gaan. Oftewel we bouwen dit jaar fors minder dan de ambitie. De overige bouwplannen hebben in meer of mindere mate ook te kampen met problematiek rondom gestegen bouwkosten versus eisen rondom betaalbaar bouwen, overige eisen vanuit allerlei wetgeving (o.a. stikstof) en personeelstekorten. 21

Programma overstijgende thema's

Het is belangrijk dat we een haalbare woningbouwambitie voor de komende jaren hanteren die rekening houdt met de hiervoor geschetste ontwikkelingen. De ambitie is van invloed op de ontwikkeling van het financieel perspectief. Denk bijvoorbeeld aan de inkomsten van leges, hogere OZB opbrengsten en de ontwikkeling van de uitkering uit het gemeentefonds door de aanpassing van maatstaven zoals woningen, inwoners e.d. In de woningbouwplanning houden we dan ook rekening met een risico inschatting. Dit betekent dat we projecten veiligheidshalve niet of gedeeltelijk meetellen in de planning. De planning voor de periode 2023-2026 is als volgt: Woningbouwplanning 2023 43 2024 144 2025 121 2026 100 Grotere projecten die (al dan niet deels) zijn meegenomen in de planning: 100 woningen Achterberg West, 38 woningen Nieuwe Veenendaalseweg en 22 woningen Rijksstraatweg. Daarnaast is het college bezig 150 flexwoningen te plaatsen. De woningbouwplanning is als uitgangspunt genomen voor de doorrekening van het financieel perspectief van de Kadernota. In deze Kadernota zijn geen extra middelen opgenomen voor de woningbouwopgave. In de jaarrekening 2022 wordt de raad voorgesteld om het restant van rijksmiddelen die we hebben

H 2.2

ontvangen voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen te reserveren in een nieuwe gevormde reserve ‘maatschappelijke woonopgave’. Dit voorstel is in lijn met het bestuursakkoord waarin is vastgelegd dat middelen die we van het Rijk krijgen voor het realiseren van de opgaven op het gebied van duurzaamheid en woningbouw toevoegen aan reserves. Indien de raad instemt met deze reservering verwachten wij met deze middelen en eventueel in de komende jaren nog toe te voegen middelen de woningbouwopgave te kunnen realiseren. Duurzaamheid Er zijn veel zaken die lopen: actualisatie routekaart energieneutraal en beleidskader zon op land, er is een onderzoek gestart op Remmerden om slimme oplossingen te zoeken voor de netcongestie Remmerden, we maken gebruik van uitkeringen van het Rijk (Klimaatakkooord) en provinciale subsidies voor extra capaciteit, maar ook om uitvoering te geven aan ambities zoals het stimuleren van energiebesparende middelen voor iedereen. Daarnaast is de pilot Dr. Wallerstraat gestart in het kader van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen en is er een nulmeting uitgevoerd hoe onze gemeentelijke gebouwen er voorstaan m.b.t. duurzaamheid. Vooralsnog verwachten we de ambities uit het Bestuursakkoord te kunnen realiseren met de daarvoor beschikbaar gestelde middelen in combinatie met de hiervoor benoemde middelen van Rijk en Provincie.

In deze Kadernota hebben we dan ook geen nieuwe/extra claims voor duurzaamheid opgenomen. Een uitzondering is de verduurzaming van ons vastgoed. In 2024 verwachten we een concreet plan aanpak voor de meerjarige duurzaamheidsmaatregelen voor onze gebouwen. Pas na vaststellen van het plan van aanpak hebben we zicht op de kosten van de te nemen maatregelen en kunnen we vaststellen of de uitvoering past binnen de beschikbare middelen.

22

Programma overstijgende thema's

H 2.0

2.3 Programma's 2.3

PROGRAMMA'S De zeven reguliere programma’s zijn een vast onderdeel van de producten uit de planning en control cyclus. Een programma is een samenhangende verzameling van activiteiten. Deze worden uitgevoerd om de beoogde bestuurlijke doelen te bereiken. In deze nota zijn de volgende onderdelen in een programma opgenomen:

1. Maatschappelijk doel 2. Wat doen we nu? 3. Wat willen we nog meer doen? 4. Welke ontwikkelingen zien we? 5. Wat kost het? 23

Programma 1 BEDRIJFSVOERING 24

24

Programma 1 Bedrijfsvoering

Maatschappelijk doel Inwoners en bedrijven hebben een slagvaardig en betrouwbaar bestuur en gemeentelijke organisatie en kunnen meedenken en meedoen om Rhenen nog mooier te maken. Wat doen we nu? Tot de reguliere activiteiten behoren onder meer: Bestuur De reguliere activiteiten in deelprogramma Bestuur richten zich op: De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de rekenkamer. En verder de toekomst- en omgevingsvisie en de bestuurlijke samenwerking.

H 2.3.1

Organisatie De reguliere activiteiten in deelprogramma Organisatie richten zich op: Het ondersteunen van het bestuur door de medewerkers van de ondersteunende diensten personeel en organisatie, juridische zaken, communicatie, informatisering & automatisering, facilitaire zaken & documentaire informatievoorziening, financiën en receptie. Facilitair De reguliere activiteiten in deelprogramma Facilitair richten zich op: Beheer gemeentelijk vastgoed voor eigen gebruik en het beheer van de buiten gebruik gestelde gebouwen. Binnen dit deelprogramma vallen ook de ondersteunende voorzieningen zoals informatisering & automatisering, facilitaire zaken en personeelsvoorzieningen (waaronder opleidingen en arbodienst).

Wat willen we nog meer doen? (x € 1.000)

DP

2024

2025

2026

2027

Programma 1 - Bedrijfsvoering Wettelijk/onvermijdelijk 1a.

Extra maatregelen privacy en (interne) informatievoorziening

1.3

135 N

145 N

145 N

145 N

1b.

Extra benodigde capaciteit na ontvlechting ICT van Veenendaal

1.3

180 N

180 N

80 N

80 N

1c.

Formatie bedrijfsvoering

1.3

240 N

240 N

240 N

240 N

1d.

Duurzame mobiliteit ‘Slim op weg’

1.3

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

555 N

565 N

465 N

465 N

-

-

-

-

-

-

-

-

Subtotaal (B)

0N

0N

0N

0N

Totaal (A+B)

555 N

565 N

465 N

465 N

Subtotaal (A) Bestuursprogramma 1e.

Verduurzaming vastgoed* Dekking bestuursprogramma /begroting 2023

1.3

* Voor de verduurzaming van het vastgoed is vanaf 2024 gedurende een periode van drie jaar € 300.000 opgenomen in de investeringsplanning. De financiële gevolgen hiervan in de vorm van kapitaallasten zijn opgenomen in programma 1 Bedrijfsvoering onder 'Bestaand beleid'. Voor de kapitaallasten van deze investeringen is dekking beschikbaar in de begroting.

25

Programma 1 Bedrijfsvoering

1a Extra maatregelen privacy en (interne) informatiebeveiliging: Persoonsgegevens en ICT systemen moeten veilig zijn Privacy en (interne) informatiebeveiliging zijn steeds belangrijker. Cybercriminaliteit neemt steeds meer toe en recent hebben meerdere gemeenten te maken gehad met aanvallen. Dat vraagt ook voor Rhenen om extra investeringen. Daarnaast worden wet- en regelgeving voor privacy en (interne) informatiebeveiliging in 2024 aangescherpt. Op dit moment voldoen we niet aan deze verscherpte eisen (ook niet binnen de huidige samenwerkgin met de gemeente Veenendaal, waar wij tot 1 juli 2023 onze ICT hebben ondergebracht). Om aan de verscherpte eisen te kunnen voldoen, zijn ook extra maatregelen en is extra geld nodig (zowel werkbudget als formatie). De geraamde kosten betreffen een structureel budget van € 24.000 voor het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA) om risicovolle verwerking van persoonsgegevens in beeld te brengen. Daarnaast is de vervanging van de firewall noodzakelijk (€ 48.000 investering en € 51.000 licentiekosten). Ten slotte vereist de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) een zogenaamde SIEM SOC oplossing voor logging, monitoring en signalering van afwijkende wijzigingen op ons netwerk. Hiervoor is een structureel budget van € 60.000 nodig.

1b Formatie ontvlechting ICT Veenendaal: ICT in eigen beheer vraagt om extra capaciteit De ICT was tot 1 juli 2023 ondergebracht bij Veenendaal. Na de ontvlechting van Veenendaal is gebleken dat extra structurele capaciteit nodig is om de dienstverlening ICT op peil te houden (dat betreft voornamelijk op het terrein van security) en extra tijdelijke capaciteit nodig is om noodzakelijke verbeteringen door te kunnen voeren. In 2024 en 2025 is tijdelijk extra capaciteit nodig voor noodzakelijke (en wettelijk vereiste) professionalisering en kwaliteitsverbetering en

26

H 2.3.1

structurele capaciteit vanaf 2024 voor systeembeheer voornamelijk gericht op beveiligingstaken. Indien we niet investeren in extra capaciteit lopen we het risico van uitval van en mogelijke inbraak in onze ICT systemen. Daarnaast lopen we ook een risico dat we niet voldoen aan wettelijke eisen ten aanzien van informatieveiligheid 1c Formatie bedrijfsvoering: Om onze ambities te realiseren moeten we investeren in bedrijfsvoering Om de organisatie goed te laten functioneren en te voldoen aan wetgeving moeten we investeren in de bedrijfsvoering. We zien hierbij een aantal ontwikkelingen. Strengere wetgeving rondom privacy en informatiebeveiliging (zie ook 1a) vergt ook extra ambtelijke capaciteit (0,5 fte). We moeten extra investeren in het digitaal informatiebeheer. Rhenen staat onder versterkt toezicht van de provincie. Om dit goed op orde te krijgen is 1 fte extra nodig. Van de gemeente wordt gevraagd om goed te communiceren. Gebrekkige communicatie leidt tot meer vagen, meer wantrouwen van inwoners en meer beroep en bezwaarprocedures. De extra opgave vraagt om 1 fte strategisch adviseur. Ten slotte zien we zien we noodzaak om de capaciteit juridische zaken met 0,5 fte uit te breiden. Dit in verband met een forse toename (ook verwachte toename) van (gerechtelijke) procedures.

Daarnaast vergt de uitvoering van de Wet Open Overheid (WOO) ook extra capaciteit voor de implementatie en de uitvoering. 1d Duurzame mobiliteit ‘Slim op weg': CO2 reduceren voor woon-werk en zakelijke kilometers Vanaf 1 januari 2024 moeten werkgevers (met 100 of meer medewerkers) jaarlijks gegevens bijhouden over de mobiliteit van hun werknemers. Het gaat daarbij om woon-werk en zakelijke mobiliteit. Werkgevers worden daarmee gestimuleerd om te kiezen voor duurzame mobiliteit

26

Programma 1 Bedrijfsvoering

en daarmee minder broeikasgassen in het verkeer. Concrete doel is 1 megaton CO2-winst in 2030. Als organisaties goed op koers liggen blijft het bij rapporteren. Als het niet lukt krijgen ze vanaf 2025 een verplichting om slimmer en zuiniger te reizen. Dit gaat gelden voor alle ondernemingen met 100 of meer werknemers en publieke rechtspersonen, zoals gemeenten, provincies en ministeries. Overheidsorganisaties hebben hierin een voorbeeldfunctie en moeten hierbij voorop lopen. De door Foodvalley ingehuurde mobiliteitsmakelaar maakt vaart om dit bij de gemeenten te bewerkstelligen. Dit is 1 van de thema’s tav duurzame mobiliteit van de menukaart “Slim op weg” in de Regio Foodvalley waar wij ons aan conformeren. Voor de kosten die hiermee gemoeid zijn valt te denken aan differentiatie in woon- werkvergoedingen, kosten van registratie en fietsen (fiscaal) aantrekkelijker maken. Er is een p.m. raming opgenomen omdat de hoogte van de kosten nog niet duidelijk is. De verwachting is dat het zal gaan om enkele tienduizenden euro's. 1e Verduurzaming vastgoed: Rhenen geeft voorbeeld met verduurzaming gemeentelijk vastgoed Het is de ambitie van Rhenen om een voorbeeldrol te nemen in de verduurzamings opgave. Daarom verduurzamen onze eigen gebouwen.

In 2023 maken wij een plan van aanpak en voeren we zoveel mogelijk ‘eenvoudige maatregelen’ uit, met als doel het gemeentelijk vastgoed versneld te verduurzamen. Dit betekent dat we dit jaar vooral verkennen waar de kansen liggen en het laaghangend fruit oppakken. In het bestuursprogramma is € 990.000 gereserveerd voor investeringen in verduurzaming. Begin 2024 verwachten we het plan van aanpak met bijbehorende acties en kosten in kaart te hebben. Dan zal blijken of het beschikbare investingsvolume toereikend is. Naar verwachting worden de investeringskosten verspreid over meerdere jaren en wordt dit slim gecombineerd met de meerjarige onderhoudsplanning van onze gemeente.

H 2.3.1

Investeringen zullen niet eerder dan in 2024 plaatsvinden. We gaan uit van een fasering over drie jaar. In het bestuursprogramma is vanaf 2024 een kapitaallast geraamd van € 56.500. Met de gefaseerde investeringen ontstaat budgettaire ruimte ten opzichte van het bestuursakkoord. Met de financiële voordelen in de vorm van lagere energiekosten is in het financieel perspectief nog geen rekening gehouden. Welke ontwikkelingen zien we? Krapte arbeidsmarkt – formatie en inhuur De arbeidsmarkt is historisch krap doordat de werkloosheid laag is en er nog nooit zoveel banen waren in Nederland. Ook in Rhenen worden we hiermee geconfronteerd. We zien dat door enerzijds het grote verloop (uitstroom en interne doorstroom) waar de organisatie mee te maken heeft en anderzijds het lastig vervullen van de openstaande vacatures. In 2022 hebben we 49 vacatures uitgezet waarvan er 33 weer zijn vervuld. Door de krappe arbeidsmarkt is het lastig om de vacatures snel en kwalitatief goed in te vullen. Dit heeft consequenties voor de continuïteit van de werkzaamheden. Daarom moet in toenemende mate worden ingehuurd. Daarnaast hebben we ook te maken met een ambitieus bestuursprogramma waar extra capaciteit op ingezet moet worden. Vaak moeten we hier ook kiezen voor inhuur om het werk gedaan te krijgen. Inhuur is per saldo duurder dan de inzet van eigen medewerkers.

Door de krapte op de arbeidsmarkt zien we ook een stijging van de tarieven voor inhuur. We zetten waar mogelijk vrij formatiebudget in om de hogere kosten van de inhuur te dekken, maar dat is niet altijd toereikend. Daarom is in programma 7 vanaf 2023 een verhoging van het inhuurbudget opgenomen van € 250.000. De toename van de inhuurkosten blijkt ook uit de indicator ‘Externe inhuur’ (jaarrekening 2022). Na jaren van daling (vanaf 2017 26,1%) stijgen de kosten weer flink naar 23,8% (kosten inhuur als % van de totale loonsom + kosten inhuur).

Externe inhuur neemt verder toe

Rhenen

2018

2019

2020

2021

2022

24,2%

23,4%

18,1%

21,5%

23,8%

27

27

Programma 1 Bedrijfsvoering

H 2.3.1

Wat kost het? Financieel overzicht (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Saldo van baten en lasten

Mutaties reserves

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

8.710 N

42 V

8.668 N

8.651 N

8.673 N

8.673 N

Bijstellingen bestaand beleid

182 N

0N

182 N

186 N

187 N

194 N

Beleidsvoornemens wettelijk/onvermijdelijk

555 N

0N

555 N

565 N

465 N

465 N

9.447 N

42 V

9.405 N

9.402 N

9.325 N

9.332 N

0N

0N

0N

0N

0N

0N

9.447 N

42 V

9.405 N

9.402 N

9.325 N

9.332 N

Vertrekpunt kadernota

Subtotaal (A) Beleidsvoornemens bestuursprogramma (B) Totaal (A+B)

Toelichting bijstellingen bestaand beleid 1.

Programma bedrijfsvoering

DP

2024

2025

2026

2027

a.

Gemeenschappelijke regeling RAZU

1.3

23 N

23 N

23 N

23 N

b.

Hogere kosten werving en selectie

1.3

40 N

40 N

40 N

40 N

c.

Verhoging budget juridische kosten door toename gerechtelijke procedures

1.3

20 N

20 N

20 N

20 N

d.1

Bijstelling afschrijvingslasten

1.3

8N

29 N

46 N

73 N

d.2

Bijstelling toegerekende rente

1.3

5N

9N

14 N

15 N

d.3

Dekking verduurzaming gemeentelijk vastgoed uit begroting 2023 en bestuursprogramma

1.3

21 V

42 V

63 V

e.

Aanbesteding accountant; dekking stelpost prijsinflatie

1.3

14 N

14 N

14 N

14 N

f.

Kaderbrief regio FoodValley 2024-2027: uitbreiding regiokantoor en strategische agenda

1.1

57 N

57 N

57 N

57 N

g.

Overige bijstellingen

1.3

15 N

15 N

15 N

15 N

182 N

186 N

187 N

194 N

Totaal

28

Programma 2 DIENSTVERLENING 29

Programma 2 Dienstverlening

Maatschappelijk doel Moderne dienstverlening die aansluit bij de behoeften en verwachtingen van onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

H 2.3.2

heidsduur van Nederlandse reisdocumenten in 2014 is gewijzigd van 5 naar 10 jaar. Voor deze incidentele werkzaamheden hebben we extra personeel nodig. We willen hier vroegtijdig op inspelen omdat het personeel voor burgerzaken schaars is (door bijvoorbeeld werkzoekenden op te leiden). Daarnaast moeten we investeren in een nieuwe dagkluis die voldoende ruimte biedt om de voorraad reisdocumenten op te slaan. De huidige dagkluis is daarvoor ontoereikend. Daarnaast moet een extra balieplek worden ingericht. Tegenover deze kosten staan ook extra legesinkomsten. Wat de precieze financiële gevolgen zijn moet nog verder uitgezocht worden.

Wat doen we nu? Tot de reguliere activiteiten behoren onder meer: Rhenense publieksbalie De reguliere activiteiten in deelprogramma Rhenense publieksbalie richten zich op: Burgerzaken (zoals burgerlijke stand, rijbewijzen, reisdocumenten) en verkiezingen.

Digitalisering burgerlijke akten Er zijn diverse redenen om de burgerlijke akten te digitaliseren. Akten uit de jaren 80 hebben last van inktvraat, een onomkeerbaar proces waarbij de inkt de akte ‘op eet'. De akte boeken zijn in een zeer slechte staat en zouden opnieuw ingebonden moeten worden. Digitaliseren levert een efficiencywinst op omdat het kopiëren en scannen van de akte boeken arbeidsintensief is. We nemen dit onderwerp mee in een breder raadsvoorstel over dienstverlening in het najaar.

Welke ontwikkelingen zien we? Piek reisdocumenten Vanaf medio 2023 tot begin 2029 verwachten we een structurele piek in het aantal aan te vragen Nederlandse reisdocumenten. De oorzaak van deze piek is gelegen is het feit dat de geldig-

Wat kost het? Financieel overzicht (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Saldo van baten en lasten

Mutaties reserves

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

670 N

0N

670 N

671 N

669 N

669 N

Bijstellingen bestaand beleid

0N

0N

0N

0N

0N

2N

Beleidsvoornemens wettelijk/onvermijdelijk

0N

0N

0N

0N

0N

0N

670 N

0N

670 N

671 N

669 N

671 N

0N

0N

0N

0N

0N

0N

670 N

0N

670 N

671 N

669 N

671 N

Vertrekpunt kadernota

Subtotaal (A) Beleidsvoornemens bestuursprogramma (B) Totaal (A+B)

Toelichting bijstellingen bestaand beleid 2.

Programma Dienstverlening

DP

a.1

Bijstelling afschrijvingslasten

2.1

2024

2025

2026

2027 2N

30

Programma 2 Dienstverlening

H 2.3.2

Programma 3 FYSIEK 31

31

Programma 3 Fysiek

Wat doen we nu? Tot de reguliere activiteiten behoren onder meer: Verkeer en openbare ruimte De reguliere activiteiten in deelprogramma Verkeer en openbare ruimte richten zich op: onderhouden/schoonhouden van wegen, riolering en openbaar groen. En ook de afvalinzameling, de lijkbezorging, het parkeren, de openbare verlichting, speelvoorzieningen uitgevoerd. De wijkonderkomens in Rhenen en Elst en de direct betrokken medewerkers maken financieel onderdeel uit van dit deelprogramma.

H 2.3.3

Ruimtelijke ontwikkeling De reguliere activiteiten in deelprogramma Ruimtelijke ontwikkeling richten zich op: Principeverzoeken, omgevingsvergunningen, bestemmingswijzigingen, bouwgrondexploitaties en faciliterende grondexploitaties, wonen en het woonwagenkamp. Duurzaamheid De reguliere activiteiten in deelprogramma Duurzaamheid richten zich op: Energietransitie, klimaatbestendigheid en de circulaire economie.

Wat willen we nog meer doen? (x € 1.000)

DP

2024

2025

2026

2027

3.1

180 N

180 N

180 N

180 N

180 V

180 V

180 V

180 V

Programma 3 - Fysiek Bestuursprogramma 3a.

Formatie integrale projecten openbare ruimte Dekking projecten

3b.

Uitvoeren mobiliteitsagenda

3.1

40 N

40 N

40 N

0N

3c.

Formatie integrale projecten (woningbouw)ontwikkelingen

3.2

90 N

90 N

90 N

90 N

90 V

90 V

90 V

90 V

150 N

150 N

150 N

150 V

150 V

150 V

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

40 N

40 N

40 N

0N

Dekking projecten 3d.

Uitvoeren versnelde woonopgave

3.2

Dekking reserve woonopgave 3e. Totaal

Green Park Remmerden

3.3

32

Programma 3 Fysiek

3a Formatie integrale projecten openbare ruimte: Integrale aanpak projecten in de openbare ruimte levert betere resultaten De gewenste realisatie integrale projecten om klimaat- en mobiliteitsdoelen te halen vraagt om inzet van projectleiders die we niet beschikbaar hebben. Daarom worden veel projecten door externe partijen gedaan. Dit vraagt veel regie in huis. Het zorgt ervoor dat niet alle voorgenomen projecten uitgevoerd kunnen worden. Het uitbreiden van de formatie met 2 fte zorgt ervoor dat de lopende en nieuwe/toekomstige projecten kunnen worden uitgevoerd. Dekking vindt plaats ten laste van de projecten (investeringen). In de meerjarenplanning wordt rekening gehouden met € 12,5 miljoen aan investeringen in riool en wegen. Daarbij komen nog de projecten die voortkomen uit het bestuursprogramma. Ook zal er capaciteit projectleiding openbare werken worden gevraagd vanuit de ruimtelijke projecten. Indien er geen extra capaciteit beschikbaar komt kunnen geplande werkzaamheden/projecten geen voortgang vinden. Geloofwaardigheid van toezeggingen van het bestuur neemt daardoor af. Minder integraal werken neemt niet weg dat onderhoud aan infrastructuur nodig is. Onderhoud zonder integrale aanpak en participatie levert uiteindelijk minder resultaat op.

3b Uitvoeren mobiliteitsagenda: Uitvoeren mobiliteitsagenda belangrijk voor woningbouwprojecten en regionale afspraken De mobiliteitsagenda bestaat uit 4 thema’s: Duurzame Mobiliteit en Parkeerbeleid, OV en Knooppuntontwikkeling, Fiets en (regionale) fietsverbindingen en Logistiek. Uit deze mobiliteitsagenda komen na vaststelling een aantal activiteiten voort. Zoals het ontwikkelen van nieuw parkeerbeleid (inclusief evaluatie van parkeren benedenstad), beleid voor deelmobiliteit, een plan voor het ontwikkelen van het stationsgebied en (regionale). De genoemde bedragen

H 2.3.3

zijn overigens voor het realiseren van de planvorming (beleid) en niet voor uitvoerende maatregelen. De uitvoerende maatregelen zijn ook nog niet bekend omdat er eerst deel beleid moet worden ontwikkeld. Vanwege de ambities, complexiteit, de omvangrijkheid en het ontbreken van voldoende ambtelijke capaciteit is het noodzakelijk om een of meerdere externe verkeerskundige adviesbureaus hiervoor in te schakelen de komende jaren. De geraamde kosten zijn een inschatting voor de periode 2024-2027 (geen structureel bedrag). Indien er geen extra middelen beschikbaar komen kan dit een gevolg hebben voor de uitvoering van de activiteiten uit de mobiliteitsagenda. Dit kan ook gevolgen voor andere beleidsterreinen en projecten. Uiteindelijk kan het zijn dat bij bijvoorbeeld woningbouwprojecten de ontsluiting op voorhand niet goed wordt geregeld. Ook kan het betekenen dat regionale afspraken (Foodvalley) niet kunnen worden waargemaakt. Bouwplannen kunnen nog meer onder druk komen te staan indien het parkeerbeleid niet wordt vernieuwd. Het gaat dan vooral om de aanpassing van de parkeernormen. 3c Formatie integrale projecten (woningbouw)ontwikkelingen: Realiseren van woningbouw vraagt om extra capaciteitsinzet Er komen veel (woningbouw)ontwikkelingen/projecten op de gemeente af. Dit vraagt om inzet van een extra projectleider.

Uitbreiden van de formatie met 1 fte zorgt ervoor dat nieuwe/toekomstige projecten kunnen worden uitgevoerd. Dekking vindt plaats ten laste van de projecten (investeringen). De opgave om nieuwe woningen te realiseren is ongekend groot. Niet alleen reguliere woningbouw, maar ook voor wonen met zorg. Om tempo te kunnen maken met de projecten voor structurele woningbouw (dus zonder projecten voor flexwoningen en niet-woningbouw), hebben we nu onvoldoende formatie. Om de structurele woningbouwprojecten die we aan zien komen op te oppakken, hebben we meerjarig tenminste 1 fte extra nodig.

33

Programma 3 Fysiek

3d Uitvoeren versnellen woonopgave: Om woningzoekenden betaalbare woningen te bieden versnellen we de woonopgave In het bestuursakkoord zijn verschillende opdrachten opgenomen om de uitdagingen rondom betaalbare woningbouw en opvang het hoofd te bieden. Het College wil proactief aan de slag gaan om voor alle urgent woningzoekenden betaalbare huisvesting en opvang te organiseren (en daarnaast geen dwingende taakstelling vanuit het Rijk opgelegd te krijgen). Hiervoor is een gebundelde aanpak Versnelde Woonopgave ingericht. Een van de pijlers onder de doelstellingen van de Versnelde Woonopgave is het realiseren van tijdelijke woningen, zogenaamde flexwoningen. Voor de periode 2024-2026 is inhuur van een projectleider nodig. Bij het realiseren van de flexwoningen gaan we in principe uit van sluitende businesscases. Diverse aspecten zoals bijvorobeeld locatiekeuze en rol die de gemeente pakt zijn van invloed op het realiseren van een sluitende businesscase. Voor de kosten van de projectleiding en eventuele tekorten bij het realiseren van flexwoningen is dekking beschikbaar in de bij de jaarrekening 2022 in te stellen bestemmingsreserve Versnelde Woonopgave. Deze reserve wordt gevoed met het restant van de middelen voor opvang Oekraïners. De raad dient nog wel in te stemmen met de resultaatbestemming.

Indien geen middelen beschikbaar komen is de ambitie voor versnelling van de woonopgave niet realiseerbaar. 3e Green Park Remmerden: Op weg naar een klimaatneutraal industrieterrein Green Park Remmerden is de werknaam voor het ‘toekomstbestendig’ maken van Remmerden. Hieronder vallen diverse thema’s als energie, circulariteit en warmte. Maar ook vergroening,

34

H 2.3.3

verbeteren infrastructuur, waterhuishouding, aanpakken hittestress, biodiversiteit e.d. Momenteel zetten we in op het vinden van oplossingen voor de netcongestieproblematiek. Hier wordt onderzoek naar gedaan. De kosten van het onderzoek worden nagenoeg volledig gesubsidieerd. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek wordt er nagedacht over een vervolg. Er is een p.m. raming opgenomen omdat er nog geen enkele inschatting van de kosten te maken valt. Hiervoor moet eerst duidelijk zijn welke maatregelen kunnen worden uitgevoerd. Welke ontwikkelingen zien we? Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) Op 14 maart 2023 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Na jaren van uitstel is de invoering per 1 januari 2024 nu dan een feit. De omgevingswet voegt 26 wetten samen tot één wet en moet een kader vormen van de integratie van verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, natuur, monumentenzorg, bodem en geluid. Tegelijkertijd moet ook de Wet kwaliteitsborging bouw worden ingevoerd. De Wkb wordt gefaseerd ingevoerd. De Wkb heeft effect op onze manier van toezichthouden op de bouw. Het toezicht op de bouw komt voor de gemeente grotendeels te vervallen maar moet door een kwaliteitsborger worden uitgevoerd.

De gemeente blijft wel bevoegd gezag waardoor een verschuiving ontstaat in het houden van toezicht naar handhaving achteraf. De invoering van beide wetten is al enige tijd in voorbereiding. Ook in 2023 wordt in Rhenen gewerkt aan vormgeven van werkprocessen en de bijbehorende ICT. Vooralsnog gaan we ervan uit dat deze werkzaamheden passen binnen de beschikbaar gestelde invoeringsbudgetten (rijksmiddelen).

34

Programma 3 Fysiek

Voor de kosten van de implementatie zijn de afgelopen jaren de nodige uitgaven gedaan. Op dit moment zijn de onderstaande incidentele middelen hiervoor nog beschikbaar: a. Reserve collegeprogramma: € 219.000 (Omgevingswet) b. Reserve bestemmingsplannen: € 36.000 (Wet kwaliteitsborging bouw) c. Restant budget tlv alg. reserve: € 99.000 (Omgevingswet/Wkb)

De ondergrondse containers voor de hoogbouw (een maatregel uit het afval- en grondstoffenbeleid) zijn in de zomer en het najaar van 2022 geplaatst en in gebruik genomen. Hiermee moet een betere scheiding en een verlaging van de hoeveelheid restafval per inwoner gerealiseerd kunnen worden. Echter, er zijn meer maatregelen nodig om de hoeveelheid restafval per inwoner verder terug te dringen.

Naast de incidentele kosten van de implementatie hebben deze wetten ook structurele financiële gevolgen omdat bijvoorbeeld werkzaamheden vervallen. We verwachten dat hiermee in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 voldoende op is geanticipeerd. Voorbeelden hiervan zijn het structureel dempen van de legesopbrengsten en het niet structureel invullen van bepaalde vacatures. Tenslotte biedt de woningbouwambitie misschien nog extra financiële armslag.

De hiervoor geschetste ambities en maatregelen betekenen een forse uitdaging, maar wel één waar het college voor wil gaan. De stand van zaken ultimo 2022 is in onderstaande tabel weergegeven.

Ambitie afval In het afval- en grondstoffenbeleid, dat in 2021 is gestart, is de ambitie opgenomen om in 2030 op 30 kilogram restafval per inwoner uit te komen. In 2021 is een mooie stap gemaakt van 187 naar 140 kilogram per inwoner. Op basis van de realisatie 2021 en de eerste zes maanden van 2022 is voor 2023 een ambitie geformuleerd van 110 kg restafval. De ambitie voor 2024 bedraagt 96 kilogram, voor 2025 is dat 83 kilogram. Tenslotte is voor 2026 het streven tot 70 kilogram restafval per inwoner te komen.

Jaar

Hoeveelheid restafval (kg) per inwoner per jaar

Hoeveelheid grofvuil (kg) per inwoner per jaar

2020

187

25

2021

140

25

2022

130

19

H 2.3.3

In deze kadernota is het onderdeel woonlasten niet opgenomen. Dit betekent dat we in de begroting 2024 nader in zullen gaan op de ambities op het gebied van afval en de gevolgen hiervan op de ontwikkeling van de woonlasten.

35

Programma 3 Fysiek

H 2.3.3

Wat kost het? Financieel overzicht (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Saldo van baten en lasten

Mutaties reserves

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

4.340 N

601 V

3.739 N

3.396 N

3.550 N

3.550 N

4N

0N

4N

92 N

67 N

201 N

4.344 N

601 V

3.743 N

3.488 N

3.617 N

3.751 N

190 N

150 V

40 N

40 N

40 N

0N

4.534 N

751 V

3.783 N

3.528 N

3.657 N

3.751 N

Vertrekpunt kadernota Bijstellingen bestaand beleid Subtotaal (A) Beleidsvoornemens bestuursprogramma (B) Totaal (A+B)

Toelichting bijstellingen bestaand beleid 3.

Programma Fysiek

DP

2024

2025

2026

2027

a.

Budget aangepast op basis van een 2-jaarlijkse weginspectie

3.1

11 V

7N

11 V

7N

b.1

Bijstelling afschrijvingslasten

3.1/3.2

14 V

161 N

160 N

261 N

b.2

Bijstelling toegerekende rentelasten

3.1/3.2

29 N

46 N

40 N

55 N

122 V

122 V

122 V

92 N

67 N

201 N

b.3 Dekking kapiaallasten 80 containers laagbouw uit stelpost afval Totaal

3.1/3.2 4N

36

Programma 3 Fysiek

H 2.3.3

Programma 4 SOCIAAL MAATSCHAPPELIJK Maatschappelijk doel Rhenen is een vitale gemeente met een effectieve maatwerkondersteuning voor inwoners met een ondersteuningsbehoefte. Wat doen we nu? Tot de reguliere activiteiten behoren onder meer: Sociaal domein integraal De reguliere activiteiten in deelprogramma Sociaal domein integraal richten zich op de ontwikkelingen en doelen die overkoepelend zijn aan de deelprogramma’s in het sociaal domein (jeugd, maatschappelijke ondersteuning en participatie).

Jeugd preventief De reguliere activiteiten in deelprogramma jeugd preventief richten zich op: onderwijshuisvesting, peuteropvang, onderwijsachterstandenbeleid, jeugd-/jongerenwerk en de direct betrokken medewerkers. Jeugd maatwerk De reguliere activiteiten in deelprogramma jeugd maatwerk richten zich op: leerlingenvervoer, de jeugdhulp, de jeugdveiligheid en de direct betrokken medewerkers. Maatschappelijke ondersteuning preventief De reguliere activiteiten in deelprogramma maatschappelijke ondersteuning preventief richten 37

Programma 4 Sociaal maatschappelijk

zich op: maatschappelijke huisvesting (gezondheidscentra, sportaccommodaties en dorpshuizen), sport, bibliotheek, muziek, welzijn, vrijwilligers, mantelzorg en buurtsportcoaches. Maatschappelijke ondersteuning maatwerk De reguliere activiteiten in deelprogramma maatschappelijke ondersteuning maatwerk richten zich op: Individueel toegekende voorzieningen, de taken van de gemeente op het gebied van de Wet verplichte GGZ, de ondersteuning overbelaste mantelzorgers, individuele welzijnsvragen, bemoeizorg, huiselijk geweld, het Algemeen Maatschappelijk Werk en het (samen met de regio) regelen van beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

H 2.3.4

Participatie preventief De reguliere activiteiten in deelprogramma participatie preventief richten zich op: Vluchtelingenwerk, nieuwkomers en maatschappelijke begeleiding. Participatie Maatwerk I De reguliere activiteiten in deelprogramma participatie maatwerk richten zich op: werken in de sociale werkvoorziening (WSW-IW4), de gebundelde uitkering (BUIG: uitkeringen in het kader van Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz2004 en loonkostensubsidie), het minimabeleid, de schuldhulpverlening, het tijdelijk overbruggingskrediet zelfstandige ondernemers (Tozo) en de tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12818875/1