CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ingekomen zienswijzen (geanonimiseerd))

Raadsvergadering 10 december 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen Bestemmingsplan Achterberg West fase 227.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

(geano im se rd) ae

VanWestreenen veehouderij zijn gesitueerd. Er moet leefklimaat worden gewaarborgd.

immers binnen de nieuwe

woonwijk ook een goed

woon-

en

bijlage 2 is een berekening ten aanzien van de achtergrondgeurbelasting opgenomen. Naast de voorgrondbelasting moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook onderzoek naar de achtergrondbelasting en daarmee het woon- en leefklimaat worden uitgevoerd. In dit onderzoek dient ten minste de achtergrond geurbelasting inzichtelijk worden gemaakt. In het onderhavige onderzoek zoals opgenomen in bijlage 2 van de toelichting zijn op pagina 36 van 40 de brongegevens opgenomen. Het is onduidelijk hoe deze lijst tot stand is gekomen. Het lijkt erop dat de bedrijven willekeurig zijn gekozen. In de gebruikershandleiding V-stacks gebied? wordt in paragraaf 2,5 uitgelegd hoe het onderzoeksgebied voor de geurcumulatieberekening moet worden afgebakend. Hiervoor wordt de volgende vuistregel gehanteerd:

-_In

Een

vuistregel voor het bepalen van

bedrijven binnen Deze vuistregel

een

de grootte van de bufferzone voor de meest

straal van 2 km rondom de ontvanger moeten

gangbare situaties is: alle

worden meegenomen

geldt niet voor:

1)

bedrijven groter dan vergelijkbaar en

5.000 mestvarkens

2)

situaties waar zich binnen 2 km

in een

traditioneel stalsysteem of qua geuremissie daarmee

nauwelijks bedrijven van enige omvang bevinden

In de ‘cumulatie’

berekening zoals opgenomen in het onderzoek zijn slechts een 10- tal bedrijven meegenomen, waardoor het onderzoek onvolledig en niet volgens de handleiding is uitgevoerd. Wanneer alle bedrijven binnen een straal van 2 kilometer worden meegenomen in de ‘cumulatie’ berekening is de verwachting dat de geurbelasting op onderhavig plangebied groter is. Voorgaande is ook van toepassing op het geuronderzoek zoals opgenomen in de geurgebiedsvisie, bijlage 3 van de toelichting op het bestemmingsplan. In dit onderzoek is eveneens een gebied van slechts 1 vierkante kilometer meegenomen in het geuronderzoek. De uitkomsten van het geuronderzoek zijn dan niet representatief voor de geursituatie ter plaatse. -__De

woning aan Cuneraweg 253 is nu nog gelegen in het buitengebied. Binnen het voorgenomen plan maakt deze woning onderdeel uit van de bebouwde kom. Het is onduidelijk of op deze woning een hogere geurnorm van toepassing is? Bij het plan ontbreekt een kaart met daarop weergegeven de bebouwde en het deel van de bebouwde kom waarop een hogere geurbelasting van

toepassing

is.

Opslag agrarische bedrijfsstoffen de opslag van agrarische bedrijfsstoffen waaronder kuilvoer dient een richtafstand van ten minste 100 meter worden aangehouden ten opzichte van de bebouwde kom. Van deze richtafstand afkomstig uit het Activiteitenbesluit, nu omgevingswet kan niet worden afgeweken middels een geurverordening.

Voor

1

Gebruikershandleiding V-stacks gebied, versie 2010.1 (hierna aangeduid als: gebruikershandleiding gebied). 4

VanWestreenen (100 meter contour) van het plangebied Achterberg West fase 2 is het daardoor niet toegestaan om woningen te bouwen. Op onderstaande uitsnede van de plattegrondtekening is de opslag Binnen

van

een

deel

kuilvoer weergegeven:

(geano im se rd)

(geano im se rd)

(geanonimiseerd)

Figuur 3 uitsnede plattegrondtekening Het

plan voldoet niet aan de richtafstanden ten aanzien van de opslag van kuilvoer en

in deze

vorm

kan daardoor niet

worden vastgesteld.

Geluid In het plan is uitsluitend het wegverkeerslawaai getoetst

en

niet de akoestische effecten vanuit de

veehouderij op de beoogde woningbouw. Gezien de relatief korte afstand tussen het agrarisch bedrijf van cliënt en de woningbouw Achterberg West fase 2 kan niet zondermeer worden gesteld dat alleen het wegverkeerslawaai relevant is. Aanvullend onderzoek naar de akoestische effecten van woningbouw in relatie tot de bedrijfsvoering is noodzakelijk. Het plan is op dit onderdeel niet met de juiste zorgvuldigheid voorbereid.

Stikstof

bijlage bij het bestemmingsplan zit het document ‘Bijlage 16 stikstofdepositieberekening Achterberg West Rhenen’. Uit de berekeningen blijken geen rekenresultaten te komen op Natura 2000-gebieden. Echter, ons valt wel een aantal zaken op in de rapportage die nog de aandacht verdienen en wellicht ook kunnen leiden tot een andere conclusie. E.e.a. zetten wij hieronder op een rij. Als

Op pagina 1 staat dat er is gerekend met de laatste versie van AERIUS (2023.0.1). Echter, de berekeningen zijn van voor de update van 14 december en zodoende dus niet gemaakt met de laatste versie 2023.1. Dit mag niet omdat de wetgeving voorschrijft dat de laatste versie van AERIUS wordt gehanteerd. Vervolgens wordt er in de rapportage ingegaan op de inzet van mobiele werktuigen en de hoeveelheid verkeersbewegingen die nodig zijn in de bouwfase. Zo valt te lezen dat er een shovel/graafmachine, een 5

(geano im se rd)

pn

VanWestreenen trekker/kieper,

betonpomp worden ingezet. Verder worden er nog verschil lende elektrische kranen ingezet en wordt er niet geheid. Echter, kijkende naar het gehele plangebied zouden er ook nog andere werktuigen nodig moeten zijn. Zo worden er wegen aangelegd, worden hierbij geen trilplaten gebruikt? En indien met geasfalteerde wegen neerlegt: waar zijn dan de wals en de asfalteerinstallatie? Tevens is het onduidelijk of de aanleg van de riolering dan wel andere nutsvoorzieningen een

telescoopkraan

en

een

al is meegenomen.

opmerking 3: wat is er allemaal meegenomen in de berekening? Is de sloop van bebouwing al meegenomen? Is er rekening gehouden met het verwijderen van bomen en struiken? Zo ja, waar zijn dan de werktuigen hiervoor (kettingzaag, verkeersbewegingen, kraan)? En zoals gezegd, zit de aanleg van de algemene voorzieningen hier al in? Dit is niet navolgbaar en zodoende lijkt de berekening wat geDit leidt ook tot

breken te bevatten.

Hoewel de bouwfase

onduidelijk hoe deze is opgebouwd. Welk plangebied lang is de bouwtijd per bouwfase (bouwrijp maken, nutsvoorzieningen aanleggen, bouwen van woningen) en welke werktuigen van

24 maanden

wordt benoemd

wordt eerst ontwikkeld? Hoe

worden hoeveel

uur

In de

van

is het

lang duurt dit per fase? Kortom, hoe

ingezet per fase?

de verkeersbewegingen in de bouwfase wordt het aantal vrachtwagens, betonopsomming mixers en montagebussen gegeven zonder verdere specificatie waar deze aantallen op gebaseerd zijn. De 620 betonwagens bijvoorbeeld: hoeveel m3 aan beton is er nodig voor alle funderingen en hoeveel m3 per wagen wordt er dan aangevoerd? Idem dito voor het aantal vrachtwagens van bouwmaterialen. Is dit al inclusief de afvoer van grond en aanvoer van zand? Nergens wordt gespecificeerd waar de verkeersbewegingen voor gelden. Zodoende zijn deze ook niet te controleren/verifiëren voor derden, zoals ondergetekende.

Vervolgens wordt er gesteld dat de elektrische kranen worden gevoed door de aanwezige bouwstroom. Is deze aansluiting reeds aanwezig/te realiseren? Is deze aansluiting wel voldoende om meerdere kranen, of überhaupt één kraan op te laten draaien? Of wordt er (ook) een noodstroomaggregaat gebruikt. In dat geval dient deze bron ook te worden opgenomen. Tot slot merken wij op dat het aantal draaiuren per werktuig per woning wat laag lijkt te liggen. Voor wat betreft de betonpomp kan wellicht de redenering nog enigszins gevolgd worden vanwege de informatie

aanzienlijk minder helder. Met name de inzet van de shovel/graafmachine (wij gaan werktuigen aanwezig zijn en niet 1 van de twee). Lijkt ons wel erg kort. 8 werkweken aan inzet voor het verzetten van alle grond voor zowel de algemene voorzieningen als voor de aanleg van de woningen. Ook de twee uur inzet van een kraan per woning lijkt wat aan de korte kant. Daarnaast ontbreken de stationaire uren van deze werktuigen dan wel de vrachtwagens die van en naar de locatie komen. Hierdoor valt de emissie van de bouwfase vele malen lager uit. over

de M3/h,

maar

voor

de andere

ervan

Tot slot merken

werktuigen

is dit

uit dat beide

wij op dat de zwaarste 12 maanden aan bouwtijd in beeld moeten worden gebracht. Omdat de fasering niet in kaart is gebracht kan niet worden nagegaan of dit is gebeurd. Het ligt in de lijn der verwachting dat het eerste jaar de zwaarste uitstoot zal veroorzaken met het bouwrijp maken van de percelen, sloop/verwijdering van de bestaande elementen en de start van de bouw van de woningen. Echter, in voorgaande rapportage is de fasering in 2 gelijke delen gegaan. 1 bouwjaar in 2024 en 1 bouwjaar in

(geanonimise rd) 4

h 4

VanWestreenen Hierbij merken wij op dat de berekening van het tweede bouwjaar ontbreekt en de berekening van de gebruiksfase 1 jaar te vroeg is doorgerekend (op zijn vroegst zijn alle woningen pas in 2026 in gebruik). 2025.

Tijdens het tweede bouwjaar ligt het tevens in de lijn der verwachting dat er reeds sprake is van een gebruiksfase voor de woningen die in het eerste jaar zijn opgeleverd. Hiervan ontbreekt de berekening. Bij een gelijke verdeling van de bouwfasen over 2 jaren zou het tweede jaar dus de zwaarste belasting veroorzaken.

berekeningen van de aanlegfase en de gebruiksfase zijn niet als separate bijlage toegevoegd. Zoingevoerde gegevens en de andere parameters niet worden gecontroleerd/geverifieerd door deze in te laden in AERIUS Calculator. Gelieve ontvangen wij de AERIUS berekeningen per ommegaande in separate bijlagen en willen wij het recht behouden om de zienswijze op dit punt aan te vullen. De berekeningen zijn nodig omdat niet alle parameters, waaronder het verkeersnetwerk, niet goed gecontroleerd kunnen worden zonder de berekening in AERIUS te kunnen reproduceren. Wat wel opvalt uit de overzichtskaartjes op pagina 4 van de beide AERIUS berekeningen, is het feit dat het wegverkeer slechts over een beperkte afstand wordt meegenomen. AERIUS schrijft hierover dat Men het verkeer moet opnemen totdat het teruggebracht is tot enkele procenten van het heersende verkeersbeeld. Tevens moeten de voertuigen qua rijgedrag (optrekken en afremmen) niet meer te onderscheiden zijn van het andere verkeer. Wanneer er gekeken wordt naar de rijlijn valt te zien dat deze tot aan de N233 is opgenomen. Echter, het verkeer is op de Cuneraweg nog niet teruggebracht tot enkele procenten De

doende kunnen de

huidige verkeersbeeld, noch is het dan niet meer te onderscheiden. Pas wanneer men op de N233 op snelheid is, kan gesteld worden dat het verkeer niet meer te onderscheiden is van het overige verkeer én het aantal verkeersbewegingen teruggebracht is tot enkele procenten. De rijlijn zou dus nog een stuk langer moeten worden ingevoerd. Daarnaast valt ons op dat men van plan is al het bouwverkeer door de spoortunnel nabij de N233 te laten rijden. Dat zal nog een hele opgave blijken te zijn. De spoortunnel kent namelijk een maximale rijhoogte (zie afbeelding). van

het

(geano im se rd)

4

VanWestreenen

Ook de tunnel

Het verkeer

zal dus op

verkeersbeeld.

berekening

verderop aan de Cuneraweg

Naar

moet

valt direct op dat

andere manier worden ontsloten, totdat het is opgenomen

een

verwachting

verkeersbewegingen

er geen

sprake

zijn inclusief verkeersbewegingen in de

berekening.

teruggebracht

is dat pas ter

in het

heersende

hoogte van de kruising Achterbergsestraatweg

—

N233.

De

hier dus op aangepast worden.

wat betreft de

Voor

biedt daar geen soelaas:

Daarnaast

is tot

in de

zwaar

valt ook nog wel iets op te merken. Allereerst

verkeer

van

en

verkeer.

Deze

verkeersbewegingen ontbreken

is van zwaar van

gebruiksfase

valt op dat het verkeer

van

de

woonwijk. Echter, de

CROW-normen

meters

berekening. Dit is natuurlijk niet het geval op een dergelijke weg. Zodoende moeten ook hier de rijlijnen doorgetrokken worden totdat het verkeer is teruggebracht tot enkele procenten van het huidige verkeersbeeld. Daarnaast moet er ook hier rekening mee worden gehouden dat het zwaar verkeer niet via de noord-westzijde van het plangebied kan worden gemodelleerd maar dat deze in (zuid)oostelijke richting moeten worden opgenomen. Voor wat betreft

dat

na

op de

moeten

worden

is van

een

goede ruimtelijke ordening.

aangepakt voordat

aanpassing van de rapportage

er

men

uit de

sprake

zou

kunnen zijn er

een

deugdelijk bestemmingsplan

Voor het overige zijn er diverse

het plan opnieuw

Rijntakken, Binnenveld en/of Veluwe en dat

bescherming.

zo

het aspect stikstof is dus deels niet te verifiëren of er

ligt en er dus sprake eerst

volgt

geheel

in het

(!) woningen al na enkele tientallen

101

het heersende verkeersbeeld. Althans,

naar

dus wel

ter

van een

een

gebreken

die

inzage kan leggen. Wij vermoeden toename van de

vergunningplicht

stikstofdepositie

is voor de Wet

natuur-

(geanonimiseerd) Landschappelijke inpassing Volgend uit de verbeelding lijkt het er op dat het plan is voorzien van een rijke landschappelijke inpassing tussen het perceel van cliënt en de beoogde woningen. In het bestemmingsplan wordt dit aangeduid met de bestemmingsomschrijving ‘Groen’. Echter, op basis van de planregels zijn hier meerdere functies toegestaan dan uitsluitend bomen, planten en gras. Zoals bijvoorbeeld voetpaden, langsparkeren, in- en uitritten, etc. Het is dus allerminst verzekerd dat er een groene afschermende werking ontstaat. Het plan is op dit onderdeel onzorgvuldig. De invulling van de landschappelijk inpassing moet bij het vaststellen van het plan duidelijk zijn. In de bijlage bij de toelichting is een beplantingsplan opgenomen. Beplantingsplan In bijlage 6 bij de toelichting op het bestemmingsplan is een beplantingsplan opgenomen. Dit beplatingsplan voorziet niet in afschermende beplanting tussen het perceel van cliënt en het beoogde plangebied. Los van het feit dat met het beplantingsplan nauwelijks in afschermende beplanting is voorzien is de aanleg en instandhouding planologisch niet geborgd. In de toelichting wordt gesteld dat in de regels een voorwaardelijke verplichting is opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting ontbreekt waardoor de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing niet is geborgd. Afwijken van

de

In artikel 5.6

is een

gebruiksregels voorwaardelijke verplichting ‘Groen Groeit Mee’ opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting is opgenomen onder de paragraaf afwijken van de gebruiksregels. Het is allereerst onduidelijk van welke planregel met deze afwijkingsbevoegdheid kan worden afgeweken. Dit heb ik niet kunnen terugvinden in het plan. De

voorwaardelijke verplichting komt verder niet terug in het plan of op de plankaart waardoor goed is verankerd in het bestemmingsplan.

het maar

de vraag is of deze regel juridisch In het

vergunningenspoor wordt wel aangegeven dat de voorwaardelijke verplichting (‘Groen Groeit Mee) aan de afgifte van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning.

is gekoppeld

Inhoudelijk is cliënt van mening

dat met deze voorwaarde de

inpassing van het perceel wordt doorge-

afgifte van de omgevingsvergunning. Ook de goedkeuring van de provincie Utrecht zal dan pas worden verkregen (artikel 5.6 onder d.). Een dergelijke planregel is voor cliënt uiterst rechtsonzeker. Immers, bij het vaststellen van het bestemmingsplan zal de inpassing duidelijk moeten zijn schoven

en

niet

naar

pas

het moment

bij het

van

aanvragen van de

Mee!’ is nu nog volstrekt

onduidelijk.

vingsvergunning zal beoordeeld

omgevingsvergunning.

De concrete

invulling opgave ‘Groen

dergelijke planregel zal betekenen dat elke aanvraag moeten worden op het aspect landschappelijke inpassing. Een

om

Groeit

omge-

(geanonimise rd)

(geanonimiseerd) Afsluiting Namens

(geanonimiseerd) mn

‚dienen wij om bovenstaande redenen West fase 2’. Wij verzoeken

‘Ontwerpbestemmingsplan Achterberg brengen en zullen ons tegen

verder in procedure te

wij indien daartoe

noodzaak is de

een

u om

het bestemmingsplan

zienswijze in op het het bestemmingsplan niet

blijven verzetten. Verder zullen

zienswijze nader aanvullen. Wij verwachten u hiermee van voldoende

informatie te hebben voorzien. Mocht

u

nog vragen

hebben, dan kunt

u contact

opnemen

met

ondergetekende via telefoonnummer 0342-474255. Hoogachtend

(geanonimiseerd)

10

A 4

d

AEON/

07 feb 2024 000010

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EE

|

AANGETEKEND PER POST Huis

van

|

de Gemeente

n.nl

wwwvanwes

Postbus 201

or

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) RHENEN DN

BIC

RABONL2U

BTW

NL

KvK

09080358

964B01

Uw kenmerk Ons kenmerk Inzake

Betreft

_/10838 :GjN/ : Ontwerpbestemmingsplan “Achterberg West fase 2” :

Zienswijze namens

Lunteren, 6 februari 2024 Geachte leden

van

de

gemeenteraad,

cliënten, ‚verder VOF Dijkhoeve dien ik via deze een zienswijze in op het ‘Ontwerpbestemmingsplan Achterberg West fase 2’. Het ontwerpbestemmingsplan ligt tot en met 7 februari 2024 ter inzage. Namens

weg

Situatie te (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) is eigenaar van het agrarisch bedrijf aan de (geanonimiseerd) DEN. ON, EN NN voor het

bedrijf is een milieutoestemming verleend voor het houden van melkgeiten en de daarbij behorende opfokgeiten. Verder is voor onderhavige veehouderij natuurtoestemming verleend eveneens voor het houden van melkgeiten en opfokgeiten. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de veehouderij weergegeven.

Figuur 1: luchtfoto Veehouderij BN (geanonimiseerd) or: streetsmart.cyclomedia.com

(geanonimiseerd) nn Haarweg 9a (geanonimiseerd) Tubbergen | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EBT Locatie Locatie

(geanonimiseerd)

v

v

TO342 47 42 55

v

TO546

70

65

RETE

86

Lunteren

Tubbergen Lichtenvoorde

(geano im se rd)

pa

VanWestreenen Ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Achterberg Van

28 december 2023 tot en met 7 februari 2024

fase 2’ ter inzage. Het plan voorziet in het bouwen de bebouwde

De voor

kom

van

West fase2

ligt het ontwerpbestemmingsplan ‘Achterberg West van

101

woningen

ten westen van en

en

aan

Achterberg.

‘wonen’ aangewezen

behorende groen-

aansluitend

gronden zijn bestemd voor de realisatie van woningen verkeersbestemmingen.

Figuur 2: Uitsnede plankaart ontwerpbestemmingsplan Achterberg

West fase 2, Bron:

met

de

daarbij

www.ruimtelijkeplannen.nl

Zienswijze

(geanonimiseerd) B exploiteert een geitenhouderij in de directe omgeving van het beoogde plangebied, ‘Achterberg West fase 2’. Uitvoering van het plan zal betekenen dat de geitenhouderij onevenredig in haar ontwikkelmogelijkheden wordt beperkt. Inhoudelijk is het bestemmingsplan op meerdere onderdelen in strijd met een goede ruimtelijke ordening en kan daardoor niet als zodanig worden vastgesteld. In deze zienswijze zal ik dat nader toelichten

en

onderbouwen.

(geanonimiseerd) Bedrijfsvoering GN genoemd beschikt cliënt over een geitenhouderij aan de Cunerawerg

Zoals

vergunning verleend voor het houden

van:

168. Voor de veehouderij is

aa,

(geano im se rd)

VanWestreenen

Geiten

>

Toprokgeïten 61

dagen

_meteén |

overige

1 jaar

huisvestingssystemen

van

overige

toten

huisvestngssystemen

jaar

opfokgeiten van

tot en

overge huisvestingssystemen

61 dagen

metéénjaar | optokgeiten en

|

overige

afmestiammeren tot e, nm et

60

opfokgeiten van 61 dagen toten met één + jaar optokgeiten en

huisvestingssystemen B

afmestlammeren

re

toten met 60 vleesvee 8-24

ovenge

huisvestingssystemen overige huisvestingssystemen ld

overige

huisvestingssystemen

Voornoemde

dieraantallen dienen als

uitgangspunt ten aanzien van de beoordeling van de milieutechnische gevolgen op het beoogde plan.

Geur Uit de

toelichting op het bestemmingsplan blijkt dat met het vaststellen van afwijkende geurregels omliggende veehouderijen niet onredelijk belemmerd en is het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar. Na bestudering van de bijgevoegde berekeningen is deze conclusie onvolledig en niet correct. In deze zienswijze ligt ik dat nader toe: bestemmingsplan wordt gesteld dat op basis van de gebiedsvisie Achterberg West een geurverordening is vastgesteld voor het plangebied. De gebiedsvisie is opgenomen in de bijlage bij toelichting. Echter, de vastgestelde geurverordening ontbreekt. Daarom moet vooralsnog worden uitgegaan van 3 ouE/m3 voor de bebouwde kom en een vaste richtafstand van 100 meter voor dieren zonder geuremissiefactoren. Zoals het plan nu voorligt worden deze normen overschreden. Een geurverordening moet separaat door de gemeenteraad van de gemeente Rhenen worden vastgesteld.

-__In

de toelichting op het

vergunde geurbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt volgens de bij het bestemmingsplan opgenomen gebiedsvisie 7,5 ouE/m3. Indien de norm wordt aangepast naar 7,5 ouE/m3 worden volgens de gebiedsvisie veehouderijen niet de belangen geschaad. Het is onduidelijk waarom in de toelichting op het bestemmingsplan wordt voorgesteld om een geurnorm van 7,0 ouE/m3 in de verordening op te nemen. In dat geval wordt de veehouderij aan de Cuneraweg 168 alsnog in haar belangen geschaad.

-_De

(geanonimise rd)

pl

VanWestreenen -__

De

voorgestelde

geurnorm

7,5 ouE/m3

van

voor

de bebouwde

kom is extreem

hoog.

Deze

begrenzing van een niet concentratiegebied. De geurnorm bedraagt in een dergelijk gebied 8,0 ouE/m3. Het kan dan ook niet anders dat bij het opnemen van dergelijke geurnormering geurklachten gaan ontstaan. De argumentatie dat hier sprake is van een overgangsgebied en dat de bewoners de geursituatie kunnen meewegen in de beslissing om zich al dan niet te vestigen binnen dit gebied doet daar niets aan af. Het gebied is qua bebouwingstructuur bebouwde kom, en kan niet worden aangemerkt als overgangsgebied naar het agrarisch gebied. Als er sprake is van een overgangsgebied zal de bebouwingsdichtheid veel lager zijn. Verder is het maar de vraag of toekomstige bewoners op basis van de rapportage en het bestemmingsplan zich een goed oordeel kunnen vormen over de geursituatie ter plaatse. Op basis van een goede ruimtelijke ordening mag worden verwacht dat er sprake is van een aanvaardbare geursituatie. Deze aanvaardbare geursituatie wordt met het vaststellen van een geurverordening in ieder geval niet geborgd. geurnorm

is nagenoeg gelijk

aan

de geurnorm

voor

het buitengebied binnen de

-_In zowel

bijlage 2 als bijlage 3 bij de toelichting op het bestemmingsplan zijn geurberekeningen opgenomen. De uitgangspunten van de berekening verschillen van elkaar. In bijlage 3 is bijvoorbeeld naast de milieutoestemming van 2018 ook de aanvraag om omgevingsvergunning milieu van 20 april 2023 betrokken waarbij de emissiepunten van de veehouderij zijn gewijzigd. Met deze milieutoestemming is weer geen rekening gehouden in de herberekening zoals opgenomen in bijlage 2 van de toelichting op het bestemmingsplan.

-_In

bijlage 2 is een berekening ten aanzien van de achtergrondgeurbelasting opgenomen. Naast de voorgrondbelasting moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook onderzoek naar het woon- en leefklimaat worden uitgevoerd. In dit onderzoek dient ten minste de achtergrond geurbelasting inzichtelijk worden gemaakt. In het onderhavige onderzoek zoals opgenomen in bijlage 2 van de toelichting zijn op pagina 36 van 40 de brongegevens opgenomen. Het is onduidelijk hoe deze lijst tot stand is gekomen. Het lijkt erop dat de bedrijven willekeurig zijn gekozen. In de gebruikershandleiding V-stacks gebied! wordt in paragraaf 2,5 uitgelegd hoe het onderzoeksgebied voor de geurcumulatieberekening moet worden afgebakend. Hiervoor wordt de volgende vuistregel gehanteerd:

Een vuistregel voor het bepalen van de grootte van de bufferzone voor de meest gangbare situaties bedrijven binnen een straal van 2 km rondom de ontvanger moeten worden meegenomen Deze vuistregel geldt niet

1)

Ì

situaties waar

alle

voor:

bedrijven groter dan 5.000 mestvarkens

vergelijkbaar 2)

is:

in een

traditioneel

stalsysteem of qua geuremissie daarmee

en

zich

binnen 2 km

nauwelijks bedrijven

Gebruikershandleiding V-stacks gebied,

versie 2010.1

van

enige omvang bevinden

(hierna aangeduid als: gebruikershandleiding gebied). 4

(geano im se rd)

a, VanWestreenen In de ‘cumulatie’

berekening

zoals opgenomen

waardoor het onderzoek

meegenomen, Wanneer alle bedrijven binnen

een

straal

in het onderzoek

onvolledig van

en

niet

zijn slechts een 10- tal bedrijven volgens de handleiding is uitgevoerd.

2 kilometer worden meegenomen

in de ‘cumulatie’

berekening is de verwachting dat de geurbelasting op onderhavig plangebied groter is. Voorgaande is ook van toepassing op het geuronderzoek zoals opgenomen in de geurgebiedsvisie, bijlage 3 van de toelichting op het bestemmingsplan. In dit onderzoek is eveneens een gebied van slechts 1 vierkante kilometer meegenomen in het geuronderzoek. De uitkomsten van het geuronderzoek zijn dan niet representatief voor de geursituatie ter plaatse. Cuneraweg 253 is nu nog gelegen in het buitengebied. Binnen het voorgenomen plan maakt deze woning onderdeel uit van de bebouwde kom. Het is onduidelijk of op deze

-__De woning

aan

woning een hogere

geurnorm

weergegeven de bebouwde van

toepassing

en

van

toepassing

is? Bij het plan ontbreekt

het deel van de bebouwde

kom waarop

een een

daarop hogere geurbelasting

kaart met

is.

Gezondheid In de

toelichting op het bestemmingsplan adviseert de GGD om in de besluitvorming het risico op longontsteking zorgvuldig mee te laten wegen. Hierin weegt de zeer beperkte afstand van de beoogde woningbouwontwikkeling mee, alsook het aantal huishoudens en bewoners dat de circa 100 woonbestemmingen zal betrekken. Met dit advies beoogd de GGD geen nieuwe of hogere gezondheidsrisico’s te laten ontstaan totdat er meer duidelijkheid is over de te nemen maatregelen om dit risico te beperken. Aldus de GGD. Het is opmerkelijk dat in het plan op geen enkele wijze een onderbouwing of invulling is gegeven aan dit advies. Het staat vast dat relatief veel woningen en daarmee mensen binnen de invloedssfeer van de

geitenhouderij worden toegevoegd en dat de afstand relatief kort is. Aanvullend volgende redenen noodzakelijk.

onderzoek is dan

om

de

bescherming van de ontwikkelings- en exploitatie mogelijkheden van de geitenhouderij. Immers op het moment er daadwerkelijk gezondheidsrisico’s ontstaan (wat volgens de GGD niet ondenkbaar is) zal cliënt dat zwaar worden aangerekend en kan hij zijn bedrijf niet meer uitoefenen. Maatschappelijk en moreel is het dan niet meer te verantwoorden om het bedrijf voort te zetten. Of deze risico’s reëel zijn is in het plan niet onderzocht ondanks het dringende advies van de GGD.

-__Aanvullend onderzoek is noodzakelijk ter

-__In de toelichting op het

belangenafweging gemaakt waarbij het belang van de voorzorg richtlijnen. In bepaalde gevallen kunnen in de ruimtelijke ordening belangen worden afgewogen. Echter, onderhavige situatie is niet geschikt voor een dergelijke belangenafweging omdat de richtafstand (53 meter) erg kort is en het aantal woningen significant met 101 stuks wordt uitgebreid. Met enkele woningen op relatieve grote afstand kunnen belangen worden afgewogen. Voor een grote van

bestemmingsplan

is een

woningbouw zwaarder wordt geacht dan het in achtnemen

5

(geano im se rd)

df a

4

VanWestreenen woonwijk op dergelijke afstand

kan

er

geen

sprake zijn van belangafweging

zonder daarvoor

een

nader onderzoek uit te voeren.

deugdelijk onderzoek strekt ook ter bescherming van de toekomstige bewoners. Als het over gezondheidsaspecten gaat kan het niet worden weggeschreven als een bewuste keuze om in de nabijheid van een geitenhouderij te gaan wonen. In het plan wordt geen enkele inzage verstrekt in de omvang van het risico. Het uitvoeren

van

correct en

gezondheidseffecten meet het bevoegd met twee maten. In 2018 heeft cliënt een Aanmeldnotitie MER beoordeling ingediend voor het veranderen van de geitenhouderij. Naar aanleiding van dit verzoek is de volgende schriftelijke (brief 7 februari 2018, Z-170885/263367) reactie ontvangen: Ten aanzien

van

de

een

beoordeling

van

de

Uit onderzoek is gebleken dat mensen in een straal van 2 km rondom

geitenhouderijen een grotere kans hebben op longontsteking. Wat de oorzaak is het verhoogde risico op longontsteking rondom een geitenhouderij, is op dit moment onvoldoende duidelijk, waardoor er ook nog geen zicht is op mogelijk te treffen maatregelen om dit risico te verminderen of uit te sluiten. Hierdoor is het voor de gemeente niet mogelijk om een weloverwogen beslissing te nemen op de aanmeldnotitie. Indien er een m.e.r. procedure doorlopen dient te worden, is het eveneens ondoenlijk om op dit moment alle risico's voldoende inzichtelijk te maken en oplossingen aan te dragen. van

opzicht van 7 februari 2018 zijn de feiten en omstandigheden niet veranderd en zijn er voor de geitenhouderij om bovenstaande redenen geen uitbreidingsmogelijkheden. Sterker nog er is geen zicht op het treffen van maatregelen om risico’s te verminderen of uit te sluiten. Bovenstaand standpunt van uw gemeente leidt er toe dat het toevoegen van woningen op dit Ten

moment

binnen de 2 km. niet is toegestaan.

gezondheidsrisico’s m.b.t. het bouwen in de nabijheid van een geitenhouderij is in ieder geval een bijzondere omstandigheid dat het uitvoeren van een Milieueffect rapportage rechtvaardigt. In bijlage 1 aanmeldnotitie MER wordt met geen enkel woord gerept over het aspect gezondheid. De korte afstand in samenhang met het aantal dieren is een bijzondere omstandigheid waarvoor en milieueffect rapportage moet worden opgesteld. De bijgevoegde aanmeldnotitie m.e.r. is op dit punt onvolledig. Voornoemd

In het

plan is uitsluitend het wegverkeerslawaai getoetst en niet de akoestische effecten vanuit de veehouderij op de beoogde woningbouw. Gezien de relatief korte afstand tussen het agrarisch bedrijf van cliënt en de woningbouw Achterberg West fase 2 kan niet zondermeer worden gesteld dat alleen het wegverkeerslawaai relevant is. Aanvullend onderzoek naar de akoestische effecten van woningbouw in relatie tot de bedrijfsvoering is noodzakelijk. Het plan is op dit onderdeel niet met de juiste zorgvuldigheid voorbereid.

(geanonimise rd)

pn VanWestreenen Stikstof

bij het bestemmingsplan zit het document ‘Bijlage 16 stikstofdepositieberekening Achterberg Rhenen’. Uit de berekeningen blijken geen rekenresultaten te komen op Natura 2000-gebieden.

Als bijlage West

Echter,

ons valt wel een aantal zaken op in de rapportage die nog de aandacht verdienen kunnen leiden tot een andere conclusie. E.e.a. zetten wij hieronder op een rij.

en

wellicht ook

Op pagina 1 staat dat er is gerekend met de laatste versie van AERIUS (2023.0.1). Echter, de berekeningen zijn van voor de update van 14 december en zodoende dus niet gemaakt met de laatste versie 2023.1. Dit mag niet omdat de wetgeving voorschrijft dat de laatste versie van AERIUS wordt gehanteerd. Vervolgens wordt er in de rapportage ingegaan op de inzet van mobiele werktuigen en de hoeveelheid verkeersbewegingen die nodig zijn in de bouwfase. Zo valt te lezen dat er een shovel/graafmachine, een trekker/kieper, een telescoopkraan en een betonpomp worden ingezet. Verder worden er nog verschil lende elektrische kranen ingezet en wordt er niet geheid. Echter, kijkende naar het gehele plangebied zouden er ook nog andere werktuigen nodig moeten zijn. Zo worden er wegen aangelegd, worden hierbij geen trilplaten gebruikt? En indien met geasfalteerde wegen neerlegt: waar zijn dan de wals en de asfalteerinstallatie? Tevens is het onduidelijk of de aanleg van de riolering dan wel andere nutsvoorzieningen al is meegenomen. Dit leidt ook tot opmerking 3: wat is er allemaal meegenomen

in de

berekening? Is de sloop van bebouwing al meegenomen? Is er rekening gehouden met het verwijderen van bomen en struiken? Zo ja, waar zijn dan de werktuigen hiervoor (kettingzaag, verkeersbewegingen, kraan)? En zoals gezegd, zit de aanleg van de algemene voorzieningen hier al in? Dit is niet navolgbaar en zodoende lijkt de berekening wat gebreken te bevatten.

Hoewel de bouwfase

van

24 maanden wordt benoemd

is het onduidelijk hoe deze is opgebouwd. Welk

plangebied wordt eerst ontwikkeld? Hoe lang duurt dit per fase? Kortom, hoe lang is de bouwtijd per bouwfase (bouwrijp maken, nutsvoorzieningen aanleggen, bouwen van woningen) en welke werktuigen worden hoeveel

ingezet per fase? In de opsomming van de verkeersbewegingen in de bouwfase wordt het aantal vrachtwagens, betonmixers en montagebussen gegeven zonder verdere specificatie waar deze aantallen op gebaseerd zijn. De 620 betonwagens bijvoorbeeld: hoeveel m3 aan beton is er nodig voor alle funderingen en hoeveel m3 per wagen wordt er dan aangevoerd? Idem dito voor het aantal vrachtwagens van bouwmaterialen. Is dit al inclusief de afvoer van grond en aanvoer van zand? Nergens wordt gespecificeerd waar de verkeersbewegingen voor gelden. Zodoende zijn deze ook niet te controleren/verifiëren voor derden, zoals ondergeuur

tekende.

Vervolgens wordt er gesteld dat de elektrische kranen worden gevoed door de aanwezige bouwstroom. Is deze aansluiting reeds aanwezig/te realiseren? Is deze aansluiting wel voldoende om meerdere kranen, of überhaupt één kraan op te laten draaien? Of wordt er (ook) een noodstroomaggregaat gebruikt. In dat geval dient deze bron ook te worden opgenomen. Tot slot merken wij op dat het aantal draaiuren per werktuig per woning wat betreft de

betonpomp

kan wellicht de

redenering nog enigszins gevolgd

laag lijkt te liggen. Voor wat

worden vanwege de informatie

(geano im se rd)

aa,

VanWestreenen M3/h, maar voor de andere werktuigen is dit aanzienlijk minder helder. Met name de inzet van de shovel/graafmachine (wij gaan ervan uit dat beide werktuigen aanwezig zijn en niet 1 van de twee). Lijkt ons wel erg kort. 8 werkweken aan inzet voor het verzetten van alle grond voor zowel de algemene voorzieningen als voor de aanleg van de woningen. Ook de twee uur inzet van een kraan per woning lijkt wat aan de korte kant. Daarnaast ontbreken de stationaire uren van deze werktuigen dan wel de vrachtwagens die van en naar de locatie komen. Hierdoor valt de emissie van de bouwfase vele malen lager uit. over

de

Tot slot

merken wij op dat de zwaarste 12 maanden

gebracht. Omdat de fasering niet in kaart is gebracht kan niet worden nagegaan of dit is gebeurd. Het ligt in de lijn der verwachting dat het eerste jaar de zwaarste uitstoot zal veroorzaken met het bouwrijp maken van de percelen, sloop/verwijdering van de bestaande elementen en de start van de bouw van de woningen. Echter, in voorgaande rapportage is de fasering in 2 gelijke delen gegaan. 1 bouwjaar in 2024 en 1 bouwjaar in 2025. Hierbij merken wij op dat de berekening van het tweede bouwjaar ontbreekt en de berekening van de gebruiksfase 1 jaar te vroeg is doorgerekend (op zijn vroegst zijn alle woningen pas in 2026 in gebruik). Tijdens

het tweede

aan

bouwtijd

in beeld moeten worden

bouwjaar ligt het tevens in de lijn der verwachting dat er reeds sprake is van een gebruiksfase voor de woningen die in het eerste jaar zijn opgeleverd. Hiervan ontbreekt de berekening. Bij een gelijke verdeling van de bouwfasen over 2 jaren zou het tweede jaar dus de zwaarste belasting veroorzaken. De

berekeningen van de aanlegfase en de gebruiksfase zijn niet als separate bijlage toegevoegd. Zodoende kunnen de ingevoerde gegevens en de andere parameters niet worden gecontroleerd/geverifieerd door deze in te laden in AERIUS Calculator. Gelieve ontvangen wij de AERIUS berekeningen per ommegaande in separate bijlagen en willen wij het recht behouden om de zienswijze op dit punt aan te vullen. De berekeningen zijn nodig omdat niet alle parameters, waaronder het verkeersnetwerk, niet goed gecontroleerd kunnen worden zonder de berekening in AERIUS te kunnen reproduceren. Wat wel opvalt uit de overzichtskaartjes op pagina 4 van de beide AERIUS berekeningen, is het feit dat het wegverkeer slechts over een beperkte afstand wordt meegenomen. AERIUS schrijft hierover dat Men het verkeer moet opnemen totdat het teruggebracht is tot enkele procenten van het heersende verkeersbeeld. Tevens moeten de voertuigen qua rijgedrag (optrekken en afremmen) niet meer te onderscheiden zijn van het andere verkeer. Wanneer er gekeken wordt naar de rijlijn valt te zien dat deze tot aan de N233 is opgenomen. Echter, het verkeer is op de Cuneraweg nog niet teruggebracht tot enkele procenten van het huidige verkeersbeeld, noch is het dan niet meer te onderscheiden.

Pas wanneer men op de N233 op snelheid is, kan gesteld worden dat het verkeer niet meer te onderscheiden is van het overige verkeer én het aantal verkeersbewegingen teruggebracht is tot enkele procenten. De rijlijn zou dus nog een stuk langer moeten worden ingevoerd. Daarnaast valt ons op dat men van plan is al het bouwverkeer door de spoortunnel nabij de N233 te laten rijden. Dat zal nog een hele opgave blijken te zijn. De spoortunnel kent namelijk een maximale rijhoogte (zie afbeelding).

(geano im se rd) 4

VanWestreenen

Het verkeer zal dus op een andere

manier worden

ontsloten, totdat het is opgenomen

verkeersbeeld. Naar verwachting is dat pas ter hoogte

berekening moet

hier dus op aangepast worden.

van

de

in het

kruising Achterbergsestraatweg

heersende —

N233. De

(geano im se rd)

à

4

VanWestreenen verkeersbewegingen in de gebruiksfase valt ook nog wel iets op te merken. Allereerst valt direct op dat er geen sprake is van zwaar verkeer van en naar de woonwijk. Echter, de CROW-normen zijn inclusief verkeersbewegingen van zwaar verkeer. Deze verkeersbewegingen ontbreken in het geheel in de berekening. Daarnaast valt op dat het verkeer van 101 (!) woningen al na enkele tientallen meters teruggebracht is tot het heersende verkeersbeeld. Althans, zo volgt uit de berekening. Dit is natuurlijk niet het geval op een dergelijke weg. Zodoende moeten ook hier de rijlijnen doorgetrokken worden totdat het verkeer is teruggebracht tot enkele procenten van het huidige verkeersbeeld. Daarnaast moet er ook hier rekening mee worden gehouden dat het zwaar verkeer niet via de noord-westzijde van het plangebied kan worden gemodelleerd maar dat deze in (zuid)oostelijke richting moeten worden opgenomen. Voor wat

betreft de

Voor wat betreft het

ligt en

aspect stikstof is dus deels niet te verifiëren of er een deugdelijk bestemmingsplan er dus sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor het overige zijn er diverse gebreken die

leggen. Wij vermoeden dat na aanpassing van de rapportage er sprake zou kunnen zijn van een toename van de stikstofdepositie op de Rijntakken, Binnenveld en/of Veluwe en dat er dus wel een vergunningplicht is voor de Wet natuurbescherming. eerst moeten

worden aangepakt voordat

men

het plan opnieuw ter inzage kan

Afsluiting Dijkhoeve, dienen wij om bovenstaande redenen een zienswijze in op het ‘Ontwerpbestemmingsplan Achterberg West fase 2’. Wij verzoeken u om het bestemmingsplan niet verder in procedure te brengen en zullen ons tegen het bestemmingsplan blijven verzetten. Verder zullen Namens cliënt, VOF

wij indien daartoe noodzaak

is de

zienswijze nader aanvullen. Wij verwachten

informatie te hebben voorzien. Mocht

ondergetekende

u

nog vragen hebben, dan kunt

u

u contact

hiermee opnemen

van

voldoende

met

via telefoonnummer 0342-474255.

Hoogachtend (geanonimiseerd)

10

ZnsÓSL

Huis

PAAL

de Gemeente

van

08 feb 2024 / 000005

Postbus 201

(geanonimiseerd) BN Rhenen Rhenen,

6 februari 2023

Onderwerp: Zienswijze Team Ruimtelijke Ontwikke'ing tegen “Achterberg West fase 2”

Geachte

het

ontwerpbestemmingsplan

heer/mevrouw,

ontwerpbestemmingsplan Achterberg West fase 2, zoals gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl (identificatienummer NL.IMRO.0340.BPAchterbergW2-ON01). Hierbij maken wij onze zienswijzen kenbaar met ve:rekking tot het hierboven genoemde Deze brief is naar

aanleiding van

het

ontwerpbestemmingsplan. De

geplande

bouw

van

de 101

woningen (NB

in

de

suickscan natuurwaardenonderzoek d.d. 23-11aan de rand van een kleine woonkern in een

uitgegaan van 127 woningen) is gesit gebied kleinschalige graslanden, heggen, bort=nrijen en schuren, zowel in het plangebied zelf als in de directe omgeving. Dit betreft precies het vieinschalig cultuurlandschap dat in Nederland in de rap tempo verdwijnt terwijl het juist een grote ecoiagische waarde heeft voor veel soorten waar staat van instandhouding in het geding is. Onze veraazing is dan ook groot over dat het noodzakelijke ecologisch onderzoek voor dit projec. zeer beperkt is, de rapportage slordig en het ecologisch veldwerk ofzorgvuldig. Hieronder zetten wij uiteen waar het br; het weerd

2023 wordt met

ontwerpbestemmingsplan gevoegde ecologisch onderzoek het nader onderzoek). Gebruik In het

van

van

(zowel de quickscan als

beschikbare informatie

ecologisch

indicatie

in tekortschiet

voor

onderzoek is aangegeven dat bronnenonderzoek is uitgevoerd

welke

soorten

het

gebied

tot functioneel

leefgebied

voor

een

eerste

behoort. Als bronnen worden

hier genoemd NDFF (nationale databank flora en fauna) en “internet”. De bronnenlijst met gebruikte websites en boeken noemt echter enkel verspreidingsatlas.nl (welke data vrijwel volledig overlapt

NDFF)-en literatuurbronnen (atlassen) welke eveneens overlappen met NDFF. Het raadplegen van enkel NDFF is onvoldoende, zeker in een tijd wanneer andere bronnen (waaronder met

waarneming.nl waarbij de waarnemer niet akkoord is gegaan met het toevoegen van de data aan de NDFF) kunnen bijdragen aan een inschatting van de aanwezige relevante beschermde soorten. Hierdoor is bij het uitvoeren van de quickscan onvoldoende rekening gehouden met de functie van het plangebied voor soorten als de Kerkuil, Bosuil, Ransuil, Boerenzwaluw, Gierzwaluw en Huiszwaluw. Soorten waarvan waarnemingen in het plangebied beschikbaar zijn en waarvan bekend is dat

ze

direct naast het plangebied

jaarlijkse broedlocaties hebben.

Tijd van uitvoer ecologisch onderzoek De

benodigde ecologische quickscan

slechts

na

is in eerste instantie enkel

uitgevoerd op 8 februari 2022 en

de uitvoer van nader onderzoek ook op 23 november 2023. Dit is een

zeer

vreemde gang

blijkt of er quickscan in de regel eerst uitgevoerd wordt, en noodzaak is tot nader onderzoek. Daarnaast zijn beide bezoeken enkel gedaan in het winterhalfjaar, een periode waarin veel vogelsoorten in hun overwinteringsgebied (Afrika, Zuid-Europa) zijn. In het ecologisch rapport wordt aangegeven dat de bezeekperiode matig geschikt is, maar voor veel soorten is deze ronduit ongeschikt. Het belang van het gebied voor insecten etende vogels voor wie van

zaken

aangezien

een

waaruit

het plangebied een essentieel onderdeel is van het habitat wordt hiermee niet meegenomen. Het betreft hierbij onder andere Boerenzwaluw Gierzwaluw en Huiszwaluw. Dit zijn soorten met een matige tot ongunstige staat van instandhouding die jaarlijks terugkeren naar broedlocaties direct rondom het plangebied en het plangebied intensief gebruiken als foerageergebied (broedlocaties en informatie over foerageergedrag beschikbaar op onder andere waarneming. nl). Het belang van het plangebied voor deze soorten kan niet worden uitgesloten op basis van een evaluatie van de gebiedsinrichting tijdens een bezoek in het winterhalfjaar. Zeker niet wanneer er relevante ,

informatie over broedlocaties en gebiedsgebruik zijn genegeerd in het verkenningsproces. De ongeschiktheid van de periode voor onderzoek naar broedvogels wordt als niet problematisch bestempeld omdat gekeken is naar " prooiresten (roofvogels) schijtsporen braakballen ruiveren (roofvogels) eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal." Echter veel van deze sporen zijn vele malen minder aanwezig buiten de broedperiode (schijtsporen nestmateriaal prooiresten) en zijn geen goede indicatie buiten de broedperiode omdat vogels er tijdens de winter een groter territorium op na kunnen houden. Eierdoppen zijn natuurlijk überhaupt niet aanwezig buiten de broedperiode. Het plangebied is daarnaast van zodanig omvang dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het door slechts 1 veldmedewerker binnen beperkte tijd naar behoren kan worden onderzocht op dergelijke sporen zeker wanneer in acht wordt genomen dat deze sporen in het winterhalfjaar dus spaarzaam zijn. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

In het ecologisch onderzoek wordt terecht benoemd dat de periode van bezoek zowel voor (broed)vogels zoogdieren en amfibieën verre van ideaal is. Aangezien voor alle relevante soortgroepen de periode van bezoek niet geschikt wordt geacht is het niet gerechtvaardigd het belang van het plangebied voor alle soortgroepen uit te sluiten enkel op basis van een inschatting van de landschappelijke kenmerken. Zeker wanneer wordt meegenomen dat relevante openbaar be. schikbare informatie over gebiedsgebruik in het zomerhalfjaar niet is bekeken. ,

,

Volledigheid ecologisch onderzoek In het ecologisch rapport wordt enkel aangegeven dat het onder geschikte weersomstandigheden is uitgevoerd. Er wordt echter niet aangegeven wat de weersomstandigheden waren. Nader ecologisch onderzoek Er bestaan twijfels over de zorgvuldigheid van het uitgevoerde nader onderzoek. Er is aangegeven dat het plangebied niet wordt gebruikt door steenuil en huismus en dat deze niet zijn waargenomen in het plangebied maar beschikbare informatie (waarneming. nl) zegt echter anders. Daarnaast ,

hebben wij sinds wij op de Middelwijk zijn komen wonen (2017) waarnemingen gedaan van steenuil en huismus zowel visueel als auditief. Met name in de periode maart-april hebben wij de steenuil wekelijks waargenomen of gehoord. Ook de huismussen nemen wij wekelijks in het plangebied waar. Verder is in het nader onderzoek alleen de te slopen bebouwing onderzocht. Zowel steenuil als huismus kunnen echter ook aanwezig zijn in de vegetatie binnen het plangebied. Huismussen hebben wij waargenomen in het struweel. Steenuil niet echter is het zeer aannemelijk dat door het verwijderen van vegetatie en het plaatsen van bebouwing er wel degelijk een negatief effect te verwachten is op het functionele leefgebied van de steenuil. Dit is niet onderzocht waardoor het nader onderzoek ons inziens onvolledig is. ,

,

,

Wat betreft mogelijke rustplaatsen voor vleermuizen is enkel de onderzochte bebouwing aangemerkt als potentiële verblijfplaats. Echter de vleermuiskasten die aan de ooievaarspaal hangen worden nergens genoemd Deze zijn duidelijk zichtbaar en zouden bij een zorgvuldige quickscan en nader onderzoek toch onder de aandacht moeten zijn gekomen. ,

Samenvattend

openbaar beschikbare informatie en onze eigen waarnemingen en kennis van zowel ecologie als het plangebied, concluderen wij dat het uitgevoerde ecologische onderzoek onvolledig Op

basis

van

is en dat op basis van het onderzoek niet kan worden de Wet natuurbescherming worden overtreden.

daarom op grond van bovenstaande om de ecologische quickscan en het nader onderzoek opnieuw te beschouwen en om aanvullend onderzoek uit te laten voeren door

Wij verzoeken

ecologisch

gesteld dat er geen verboden zoals bedoeld in

u

de initiatiefnemer met betrekking tot het volgende: 1.

Er is onvoldoende

plangebied

gebruik gemaakt van beschikbare bronnen om het belang van het

vast te stellen voor soorten

die ten tijde

van

de onderzoeksperiode

(winterhalfjaar) niet aanwezig waren. Het ecologisch onderzoek is uitgevoerd in een periode waarin het belang van het plangebied voor vrijwel alle soortgroepen onvoldoende kan worden vastgesteld. Hierdoor is het belang voor

relevante soorten

(Kerkuil, Ransuil, Bosuil, Boerenzwaluw, Gierzwaluw, Huiszwaluw) zijn tevens in het plangebied waargenomen de

onvoldoende onderzocht. Deze soorten

(geanonimiseerd) die met doctoraat in vogelecologie voldoet aan de eisen afgelopen 6 jaar door (geanonimiseerd) B MN, van ecologisch deskundige die door het RVO worden gesteld. Het ecologisch onderzoek (quickscan) is slechts door 1 veldmedewerker uitgevoerd, wat niet gerechtvaardigd is gegeven de complexiteit en de grootte van het plangebied. Hierdoor is niet

aannemelijk dat een representatief beeid

Relevante

ien

is verkregen.

rustplaatsen voor vleermuizen (aanwezige vleermuiskasten in het plangebied) zijn

gezien (worden nergens beschreven). Dit zet aan tot verdere twijfel over de algehele zorgvuldigheid van het ecologisch onderzoek en of er nog andere zaken over het hoofd zijn gezien. Gevonden relevantie van het plangebied voor steenuilen en huismussen is niet in lijn met beschikbare informatie. Er wordt wel degelijk door steenuilen en huismussen gebruik gemaakt van het plangebied. Hier zijn ook waarnemingen van, zowel via internet als door onszelf. Verzoek is dan ook om voor deze soorten niet alleen de bebouwing te beschouwen in nader ecologisch onderzoek, maar het gehele plangebied. over het hoofd

Wij gaan

Met

ervan

uit dat

vriendelijke groet,

u ons

van

het verdere verloop van de procedure op de

hoogte houdt.

€B

vv 08 feb 2024 /

AANTEKENEN Huis van de Gemeente Rhenen Tav. het college van burgemeester en wethouders / “zienswijze Team

Ruimtelijke Ontwikke-

ling” Postbus 201

(geanonimiseerd) BN RHENEN

Dossiernummer:

Telefoon:

2RD.8.24.007575 Behandeld

door:

Betreft:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) BN

E-mail: vermeld de

Datum:

1 februari 2024

Fax: 020-6914737

dossiernummer in

ons

onderwerpregel

zienswijze "Achterberg West fase 2"

Geachte dames

en

heren,

Namens mijn client,

wonende te Rhenen aan de dien ik bij deze een zienswijze in tegen het ontwerpbestemmingsplan “Achterberg West fase 2", verder aan te duiden als het ontwerp. Namens client verzoek ik u het navolgende bij de verdere procedure te betrekken. ‚

Het ontwerp voorziet in de bouw van maar liefst 101 grondgebonden woningen. Het plangebied is zodanig begrensd dat het woonperceel van cliënten geheel door het plangebied omsloten zal worden. In bijgaande illustratie is het perceel van client met de “rode druppel” aangeduid.

DAS Nederlandse ne

f

rod

(geanonimiseerd)

Rechtsbijstand Verzekeringmuatschoppij

ETE

(geanonimiseerd)

NV

|

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Pagina 2 Dossiernr 2RD.8.24.007575

In de huidige den sub

planologische situatie (bestemmingsplan “Rhenen buitengebied”) zijn deze gronbestemd als enkelbestemming “Agrarisch” zonder bouwvlak, zodat op grond van artikel 3.2 a van dat plan ter plaatse ook geen bebouwing mogelijk is.

Met het

voorliggende ontwerp wordt voorzien in bouwblokken bestemd voor het bouwen van reguliere woningen die op enkele meters van het perceel van client zijn gelegen. Het behoeft in zoverre geen betoog dat het woon- en leefklimaat van client met dit plan in ernstige mate onder nu

druk wordt gezet. Zeker ten opzichte Meer

van

de

huidige

situatie.

specifiek wijst client op het navolgende.

Begrenzing plangebied Allereerst wijst client erop dat met de begrenzing van het plangebied aan de achterzijde van zijn perceel niet wordt uitgegaan van de juiste kadastrale grens. (geanonimiseerd) | stelt zich op het standpunt dat de kadastrale grens aan de achterzijde van zijn perceel gelegen (al dan niet in gevolge van verkrijgende verjaring) is in de middenlijn van de aldaar gelegen sloot. Dat is op de kadastrale weergave ook te zien. In de planverbeelding wordt de grens tegen de schuur van client gelegd hetgeen daar niet mee in overeenstemming is. Het leidt ertoe dat ongeveer 20 m2 van het perceel

van

cliënt in het

plangebied

is gelegen

terwijl daar geen ruimtelijke noodzaak toe bestaat.

Bebouwing in directe omgeving Op minder dan

twee meter achter het

bouwaanduiding “aaneengebouwd”

perceel van client wordt voorzien in een bouwvlak met maximaal 5 wooneenheden. Vooralsnog is niet duide-

voor

lijk of sprake zal zijn van raam of gevelopening anderszins of balkon aan de zijde die naar het perceel van client is gericht maar indien dat het geval is, is sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering als bedoeld in artikel 5:50 lid 1 BW. Voorts

geldt voor die woningrij een maximale bouwhoogte van 11 meter, hetgeen aanmerkelijk is dan de schuur die achterin de tuin van cliënt staat. In het plan is niet onderzocht wat daarvan de gevolgen zijn ten aanzien van schaduwwerking en dag- en zonlichtinval op het perceel van client. hoger

Daarbij zij erop gewezen dat artikel 10 sub a de mogelijkheid biedt om tot 10% van deze maatvoering af te wijken, zodat in het meest verstrekkende geval sprake kan zijn van bebouwing met een

nokhoogte

van

12,10 meter.

I

Pagina 3 Dossiernr 2RD. 8. 24. 007575

I

Groenstrook Ten oosten van het perceel van dient voorziet het plan in een groenstrook. Deze strook grenst direct aan het perceel van dient en maakt het mogelijk dat op zeer korte afstand dat perceel honden worden uitgelaten , speelvoorzieningen worden geplaatst , voetpaden worden aangelegd en gebruikt. Een dergelijke invulling van de bestemming doet in onevenredige mate afbreuk aan de privacy van dient. Ontsluiting Uitweg-Bovenwea De eerder genoemde garage achterop het perceel van dient ontsluit op de Uitweg-Bovenweg als zichtbaar op onderstaande foto.

4'.

m

mm m

Met enige verbazing stelt dient vast dat de Uitweg-Bovenweg (een openbare weg met in het huidige plan een verkeersbestemming) met dit plan wordt wegbestemd. Er wordt in het plangebied voorzien in een ontsluiting van de daarin gelegen woningen die on­ 15 meter westelijker ligt dan de Uitweg-Bovenweg maar deze ontsluitingsweg is voor cliënt onbereikbaar. Hij zou daartoe het woonperceel van een derde moeten doorkruisen. Het betekent dat dient de garage niet meer kan gebruiken waarvoor deze is bedoeld , te weten het parkeren en stallen van zijn auto. De garage is via het perceel te bereiken maar om met de auto de garage in te rijden is dient qua manoeuvreerruimte aangewezen op de Uitweg-Bovenweg. Met het op deze wijze wegbestemmen van een openbare weg wordt cliënt in onaanvaardbare mate in de bruikbaarheid van zijn perceel geraakt. geveer

Bovendien heeft dient bij aankoop van het perceel een erfdienstbaarheid ten behoeve van het ontsluiten van zijn perceel op de Uitweg-Bovenweg. In de bijlage treft u de akte met de betref­ fende erfdienstbaarheid in roze gemarkeerd. Vaststelling van het plan is derhalve in strijd met deze erfdienstbaarheid en in zoverre een onaanvaardbare en evidente privaatrechtelijke be­ lemmering. Client verzoekt uw college het voorgaande bij de verdere procedure te betrekken en het plan zoals het thans voorligt niet vast te stellen. Ik vertrouw erop u hiermee naar behoren geïnformeerd te hebben en ik vertrouw er eveneens op dat u mij rechtstreeks bericht over de verdere procedure en over de terinzagelegging van het vaststellingsbesluit.

ê

Pagina 4 Dossiernr 2RD. 8. 24. 007575

w Met vriendelijke groet , DAS

Bijlage: * roze erfdienstbarheid Afschrift openbaar register - Hyp4 dl 6990 nr 32 reeks UTRECHT pdf

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14910019/1