CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Concept Huisvestingsplan 2026-2042

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Integraal Huisvestingsplan10.680 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan onderwijshuisvesting 2026 - 2042

1

Inhoud 1. Inleiding ....................................................................................................................... 4 2. Ambities schoolgebouwen............................................................................................. 5 3. Huidige situatie............................................................................................................. 7 3.1 Leerlingenaantallen .............................................................................................................. 7 3.2 De scholen ........................................................................................................................... 8 3.3 Accommodaties voor bewegingsonderwijs ............................................................................ 11 4. Kaders ........................................................................................................................ 13 4.1 Wettelijke kaders................................................................................................................ 13 4.2 Gemeentelijke kaders ......................................................................................................... 16 4.3 Gemeentelijke beleidsrijke toevoegingen .............................................................................. 17 5.

Basisafspraken tussen gemeente en schoolbesturen ................................................... 19 6. Systematiek prioritering ............................................................................................. 22 6.1 Analyse en scenario’s Prioritering ........................................................................................ 22 7. Huisvestingsopgave komende jaren. ........................................................................... 25 8. Financiële implicaties .................................................................................................. 27 8.1 Inkomsten ......................................................................................................................... 27 8.2 Uitgaven ............................................................................................................................ 27 8.3 Huisvestingsopgave investeringsbedragen............................................................................ 28 8.4 Fasering in jaren ................................................................................................................ 28 8.5 Financiële consequenties in de jaarlasten van de gemeente .................................................. 29 Bijlage 1 Primair onderwijs .............................................................................................

32 Bijlage 2 Voortgezet onderwijs ....................................................................................... 33 Bijlage 3

Bouwjaren scholen ....................................................................................... 34

Bijlage 4 Basisregistratie ................................................................................................ 35 Bijlage 5

Leerlingenaantallen en prognoses per school ............................................... 36

Bijlage 6

Berekening investeringen ............................................................................. 38

2

1. Inleiding Goede onderwijshuisvesting is een belangrijke factor voor de kwaliteit van het onderwijs in de gemeente. Op grond van de onderwijswetten ligt de zorgplicht voor voldoende en adequate onderwijshuisvesting bij de gemeente. De schoolbesturen hebben een belangrijke rol in het beheer en de exploitatie van de gebouwen. De gemeente en schoolbesturen hebben elk hun eigen taken hierin, maar die taken zijn wel nauw met elkaar verbonden. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding en de schoolbesturen voor onderhoud, aanpassingen, exploitatie en beheer. Voor u ligt het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2026-2042. Het IHP is een kaderstellende nota. Er vloeien geen beschikkingen uit voort. Schoolbesturen kunnen hierdoor aan het IHP geen rechten ontlenen. Wel moet het schoolbestuur ervan uit kunnen gaan dat het IHP bij gelijkblijvende omstandigheden volgens het plan wordt uitgevoerd. De start van de realisatie van de voorzieningen wordt volgens planning gedaan en in overleg tussen gemeente en de schoolbesturen. Per project zal een separaat raadsvoorstel aan de gemeenteraad worden voorgelegd met een kredietaanvraag voor de realisatie van de projecten.

De gemeente ontvangt in de algemene uitkering van Gemeentefonds een component voor onderwijshuisvesting en de schoolbesturen ontvangen van het ministerie van OCW een bedrag voor beheer, onderhoud en exploitatie. Het is van belang gezamenlijk met de schoolbesturen zorg te dragen voor kwalitatieve, functionele en eigentijdse scholen die in kunnen spelen op de veranderingen binnen het onderwijs. Goed onderwijs is van groot belang voor de ontwikkeling. Bij goed onderwijs horen ook schoolgebouwen in een goede technische staat die passend zijn voor het aantal leerlingen en flexibel kunnen worden aangepast aan de onderwijsvorm. We zitten allemaal in een lastige financiële periode. In dit IHP richten we ons als gemeente op de zorgplicht die de gemeente heeft, wel tegen een reële kostprijs. Dit neemt niet weg dat aanvullende wensen en ambities een plaats hebben gekregen in dit IHP. Daar waar de wensen en ambities niet realiseerbaar zijn binnen de beschikbare financiële kaders, zullen gemeente en schoolbesturen afstemming zoeken. Hoe kunnen wij de leerlingen nu, maar ook voor de langere termijn goede huisvesting bieden? Per kern is gekeken naar de toekomstige ruimtebehoefte in relatie tot de bestaande voorzieningen. De conclusies en de aanbevelingen staan verwoord in dit Integraal Huisvestingsplan.

Hoe ziet die onderwijshuisvesting eruit en welke kwaliteitseisen stellen wij daarbij? Hiervoor zijn beleidsambities benoemd die door schoolbesturen en gemeente worden nagestreefd. Deze zijn terug te vinden in hoofdstuk 4. Tot slot worden de aanbevelingen en mogelijke scenario’s benoemd. In het laatste hoofdstuk komen dan de tijdsplanning en de financiële consequenties in beeld.

3

4

2. Ambities schoolgebouwen Het vaststellen van een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs is een moment om te beoordelen hoe wij schoolgebouwen in de toekomst voor ons zien. Een schoolgebouw is meer dan een plek waar leerlingen onderwijs ontvangen. Hieronder beschrijven wij onze ambities voor een goede huisvesting van onze kinderen. Onze schoolgebouwen hebben een gezond binnenmilieu Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties, het functioneren en de werkomgeving van het onderwijzend personeel. Bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen geldt als uitgangspunt het kwaliteitsniveau Frisse scholen klasse B. Hierdoor ontstaat er een goed binnenklimaat. Voor bestaande gebouwen is de ambitie om ook een goed binnenklimaat te realiseren. Als in een bestaand gebouw een investering in het binnenklimaat noodzakelijk is, dan is dit in eerste instantie aan het schoolbestuur als eigenaar van het schoolgebouw. Onze schoolgebouwen zijn zo veel mogelijk duurzaam Vervanging van schoolgebouwen, renovatie en het uitvoeren van reguliere vervanging van installaties zijn de momenten om te verduurzamen. Bij nieuwbouw hebben gemeenten de verplichting een gebouw te realiseren dat Bijna Energieneutraal (BENG) is. Wij streven echter naar energie neutrale gebouwen (ENG).

Omdat het exploitatievoordeel van een energie neutraal gebouw bij de schoolbesturen ligt, wordt aan hen een inspanningsverplichting gevraagd om de extra stap te zetten van BENG naar ENG. Vervangingsmomenten van apparatuur en installaties zijn natuurlijke momenten om de afweging te maken om een duurzamere vervanging te doen. Een aspect van duurzaamheid is uiteraard ook de aandacht van circulariteit. Bij nieuwbouw is dit een belangrijk uitgangspunt. Onze schoolgebouwen zijn flexibel en meervoudig inzetbaar Het onderwijs verandert sneller dan de levensduur van de schoolgebouwen. Gelet hierop is het van belang gebouwen te realiseren die mee kunnen bewegen met veranderende behoeften. Er kan dan niet alleen rekening worden gehouden met groei en daling van het leerlingenaantal. Maar ook met wijzigingen in de manier van lesgeven, medegebruik van andere functies of zelfs een gehele transformatie van het gebouw als deze niet meer nodig is voor het onderwijs. Onze schoolgebouwen zijn fysiek toegankelijk voor iedereen Gebouwen moeten door iedereen gebruikt kunnen worden. Om een samenleving zonder drempels mogelijk te maken, zijn in de bouwregelgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving) eisen opgenomen waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen. Als een nieuw schoolgebouw met meerdere bouwlagen wordt gerealiseerd, dient er een lift in het gebouw te worden aangebracht.

Bij het ontwerpen van het schoolterrein is het ook van belang rekening te houden met toegankelijkheid. Het rijk heeft in samenspraak met speciaal en regulier onderwijs de ambitie uitgesproken om in 2035 inclusief onderwijs te realiseren. Het onderwijs is dan zo ingericht dat alle jongeren welkom zijn en erbij horen op de school die zij kiezen. Toegankelijkheid van schoolgebouwen is dan helemaal van belang. Naast de fysieke toegankelijkheid moet dan ook worden gedacht aan brede gangen, prikkelarme kleurstellingen en begeleidingsruimte voor specialisten.

5

Onze schoolgebouwen hebben een beweegvriendelijker en groener schoolplein Het schoolplein is niet meer een plein bestaande uit tegels en een strookje struiken. Schoolterreinen veranderen naar een meer natuurlijke speel- en leeromgeving. Als de school is gelegen in een omgeving waarin weinig speelruimte voor de kinderen aanwezig is, worden afspraken met het schoolbestuur gemaakt om het terrein na de schooltijden open te stellen. Het terrein kan dan worden bestempeld als openbaar terrein. Het is van belang hierover duidelijke afspraken met elkaar te maken onder andere over de keuring en vervanging van de speeltoestellen Onze basisscholen zijn thuisnabij, tenzij …. Een leerling in de gemeente Rhenen moet in de eigen buurt naar school kunnen. Het in de buurt naar school gaan, draagt bij aan de cohesie in de buurt. De school kan zo meer en meer een wijkfunctie krijgen. Tegelijkertijd zien wij ook dat elke ouder keuzevrijheid heeft. Een goede spreiding van het onderwijsaanbod in de gemeente is van groot belang.

6

3. Huidige situatie

3.1 Leerlingenaantallen Op 1 oktober 2024 bezoeken 1.594 leerlingen de basisscholen in de gemeente Rhenen. Volgens de prognose van 2021 neemt dit leerlingenaantal af naar 1.543 in het jaar 2038. In deze prognose is geen rekening gehouden met de recente woningbouwplannen. In 2025 wordt een actuele leerlingenprognose opgesteld waar wel rekening wordt gehouden met deze gegevens.

leerlingen 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0

7

De school voor voortgezet onderwijs telt op 1 oktober 2024 256 leerlingen. De leerlingenprognose geeft een iets lager aantal aan (248). Het schoolbestuur verwacht dat het leerlingenaantal in de jaren tot 2034 rond de 250 leerlingen zal fluctueren.

3.2 De scholen Rhenen Daltonschool Rhenen, Bantuinweg 43 Formeel is deze school een dislocatie van de Daltonschool Elst. De school is gehuisvest in het Kindcentrum de Horizon dat in september 2021 is opgeleverd. De school is begin 2022 in het gebouw gehuisvest. Naast de school zijn in dit gebouw de kinderopvang, peuteropvang en BSO van Speel-Inn gehuisvest en het bestuurskantoor van PPO de Link. Dit betreft geen onderwijsruimte die door de gemeente wordt verhuurd. De herkomst van de leerlingen komt voor 89% uit de kern Rhenen. Het schoolbestuur verwacht dat het leerlingenaantal de komende jaren iets zal groeien. De capaciteit is aanwezig om deze leerlingen te kunnen huisvesten. Eben Haëzerschool, Koerheuvelweg 1 De Eben-Haëzerschool heeft te maken met een vermindering van het leerlingenaantal. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat in Kesteren een school voor Reformatorisch onderwijs is gestart. Leerlingen uit het gebied aan de overkant van de brug die eerder voor de Eben-Haëzerschool kozen, gaan nu naar deze nieuwe school. Voor de langere termijn verwacht het schoolbestuur een leerlingenaantal van rond de 300. Hoewel de Eben-Haëzerschool een streekschool is komt het merendeel van de leerlingen uit de kernen Rhenen en Elst (72%). Daarnaast nog 5% uit Amerongen. Het oorspronkelijk bouwjaar van het schoolgebouw is 1976.

Het gebouw zoals het er nu staat is in meerdere fases tot stand gekomen. Er zijn uitbreidingen gerealiseerd in de jaren 1982, 1984, 1991 en 1999. (Gemiddeld bouwjaar 1988, op basis van aantal lokalen gerealiseerd in de betreffende jaren). Ericaschool, Ericalaan 30 Deze school is één van de twee scholen voor protestantschristelijk onderwijs in de kern Rhenen. Voor het gebouw van de Ericaschool telt eveneens dat dit in meerdere fases is gerealiseerd. Het oorspronkelijk bouwjaar is 1977, daarna zijn er uitbreidingen geweest in de jaren 1999 en 2004. Gelet op de in de betreffende jaren gerealiseerde lokalen kan het gemiddeld bouwjaar worden vastgesteld op 1984. Het totale gebouw heeft een bruto vloeroppervlakte van 1.688 m² en beschikt over 13 lokalen. De voor de school benodigde capaciteit bedraagt 1.553 m². De leerlingen van de school komen uit Rhenen en Achterberg (99%). Het schoolbestuur verwacht dat het leerlingenaantal van de school de komende jaren zal toenemen. Mede gelet op de komende woningbouw in Achterberg. Het aantal leerlingen op dit moment is hoger dan de leerlingenprognose. Een groot deel van de leerlingen uit Achterberg die niet kiezen voor de Willem Teellinckschool in Achterberg gaan naar de Ericaschool. De Stichting Kinderopvang Rhenen huurt al een aantal jaren ruimte voor BSO. 8

Montessorischool, Lijsterberg 113 De Montessorischool zit al een aantal jaren onder de opheffingsgrens. De school mag van de minister in stand worden gehouden omdat dit de enige school is van die richting (algemeen bijzonder) binnen afstand van 5 kilometer en meer dan 50 leerlingen heeft. Dichtstbijzijnde school van gelijke richting in Wageningen, 6,7 kilometer. 97% van de leerlingen komt uit Rhenen en Achterberg. Het leerlingenaantal van de school neemt weer wat toe. De directie van de school wil graag meer ontmoeting in het gebouw organiseren en staat open voor ideeën vanuit de gemeente en de omwonenden. Het schoolbestuur werkt sinds kort samen met Dreamzzz Montessori Kinderopvang. Deze opvang is in het gebouw van de school ondergebracht. Cuneraschool, Stationsweg 6 De Cuneraschool is de school voor Rooms Katholiek Onderwijs in Rhenen. 95% van de leerlingen komt uit Rhenen. De school zit ongunstig voor een goede regulering van de verkeersstromen. In het verleden waren er afspraken over het parkeren bij de Gedachteniskerk. Onduidelijk is of deze situatie kan worden gecontinueerd. Bij hevige waterval zorgt het wegstromend water tot overlast bij één van de omwonenden. Het schoolbestuur doet er alles aan om overlast te voorkomen.

Het schoolbestuur geeft aan dat men verwacht dat het leerlingenaantal iets zal toenemen, maar dat deze groei binnen de bestaande capaciteit van de school kan worden opgevangen. Men denkt nog na over het plaatsen van zonnepanelen op het schoolgebouw. De Springplank, Groeneweg 60 De school is in een recent gerealiseerd schoolgebouw (2014) gehuisvest. Naast de Buitenschoolse opvang is in dit gebouw één lokaal verhuurd aan de SKR voor het gebruiken van deze ruimte als peuterspeelzaal. Om zekerheid te geven aan SKR zodat men de nodige aanpassingen in het gebouw kan doen, is hier sprake van een formele onttrekking van een lokaal aan de onderwijsbestemming voor een periode van drie jaar. Na afloop van de periode van drie jaar wordt telkens gekeken of dit weer voor drie jaar kan worden verlengd. Normaliter kan een verhuurd lokaal worden opgeëist voor het onderwijs als de school ruimte nodig heeft of een school binnen de verwijsafstand van 2 kilometer. De herkomst van de leerlingen is voor 96% de kern Rhenen.

Elst Daltonschool Elst, De Spijlen 1 De scholen in Elst zijn ondergebracht in het multifunctionele gebouw ’t Bestegoed. Eén van de scholen is de Daltonschool Elst. De school kent een redelijk stabiel leerlingenaantal. De school kan niet geheel worden gehuisvest in het deel wat aan hen in gebruik is gegeven. Dit tekort wordt opgelost door het gebruiken van één van de twee aanwezige wissellokalen in het gebouw. De school trekt voornamelijk leerlingen uit de kern Elst (95%). Op termijn verwacht het schoolbestuur stabilisering van het leerlingenaantal tot een kleine afname met 4 leerlingen. School met de Bijbel t Visnet, De Spijlen 5 De andere school die in ’t Bestegoed is gehuisvest is de school ’t Visnet. Bij de bouw van het MFA heeft de school uit eigen middelen een bijdrage ingebracht voor het realiseren van extra ruimte voor een peuterspeelzaal (118 m²). Deze ruimte maakt geen onderdeel uit van de hierboven genoemde bruto vloeroppervlakte van 1.815 m². In het aan het schoolgebouw in gebruik gegeven ruimte, is de Taalklas gehuisvest. Hiervoor heeft de gemeente een overeenkomst met het schoolbestuur 9

afgesloten. Het leerlingenaantal van de school is weer groeiende. De leerlingen van deze school komen eveneens voor het grootste deel uit Elst (95%).

Achterberg Willem Teellinckschool, Ruiterpad 83 Deze reformatorische school vertoont op basis van de prognose een stabiel beeld. De afgelopen jaren heeft men echter te maken gehad met een daling van het leerlingenaantal. Op dit moment blijft de school gelijk. De komende twee jaren wordt nog een lichte daling verwacht. In 2026 worden 108 woningen opgeleverd in Achterberg en in 2027 88 woningen. Door deze woningbouw verwacht men op termijn weer een hoger leerlingenaantal. De school heeft op dit moment veel ruimte die normatief niet nodig zijn voor het onderwijs. In één lokaal is peuteropvang gehuisvest. De school heeft de mogelijkheden onderzocht om te komen tot een duurzamer schoolgebouw. Gelet op de hiervoor noodzakelijke investeringen en de terugverdientijd is dit niet gerealiseerd. Er zijn wel zonnepanelen op het dak aangebracht. School voor voortgezet onderwijs Het Pantarijn, Nieuwe Veenendaalseweg 137 Voortgezet onderwijs is al een groot aantal jaren in Rhenen gehuisvest. Pantarijn is in 1995 ontstaan uit een fusie van Het Wagenings (dat al eerder was samengegaan met de Alfred Nobel MAVO), Scholengemeenschap Rhenen-Betuwe en de School voor Technische en Dienstverlenende Beroepen in Wageningen. In 2003 kwam praktijkschool De Bolder erbij, en in 2006 VMBO-school De Haverlanden.

Het daadwerkelijk aantal leerlingen op 1 oktober 2021 zit boven het geprognosticeerd aantal op deze datum. Het schoolgebouw dateert uit 4 verschillende jaartallen. In 1949 is de semipermanente landbouwhuishoudschool geopend. In 1963 en 1988 zijn er delen aangebouwd en in 2008 is de entree van de school aangepast. In 2008 is eveneens een deel van het schoolgebouw aangepast. Het schoolbestuur heeft een verzoek ingediend voor renovatie van het gebouw. Vanaf 1997 is de gemeente verantwoordelijk geworden voor de huisvesting van de scholen voor voortgezet onderwijs. Het schoolgebouw van het Pantarijn is gebouwd in de periode dat er voor huisvestingsinvesteringen een directe relatie was tussen het schoolbestuur en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Bouwjaren van de scholen In vergelijking met het landelijk beeld wijkt Rhenen behoorlijk af qua leeftijd van de schoolgebouwen. De 10 schoolgebouwen in Rhenen zijn voor het merendeel na de eeuwwisseling opgeleverd. Een totaaloverzicht van de bouwjaren vindt u in de bijlage.

Leeftijd schoolgebouwen

0-20

20-40

> 40 jaar

10

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Willem Teellinckschool (Achterberg) Ericaschool (Rhenen) Eben Haëzerschool (Rhenen) Springplank (Rhenen) Montessorischool (Rhenen) Daltonschool (Rhenen) Cuneraschool (Rhenen) ’t Visnet (Elst) Daltonschool (Elst)

3.3 Accommodaties voor bewegingsonderwijs Voor het bewegingsonderwijs voor de leerlingen van het basisonderwijs vanaf 6 jaar maken de scholen gebruik van de volgende gymaccommodaties: -

de nieuw te realiseren sporthal in Rhenen de gymzaal aan de Lijsterbergstraat in Rhenen de sportzaal in het Bestegoed, Tabaksweg te Elst de gymzaal aan de Achterbergsestraatweg in Achterberg

De leerlingen van het Pantarijn maken voor het bewegingsonderwijs ook gebruik van de sporthal in Rhenen. Voor het bewegingsonderwijs van leerlingen in de leeftijd van 4 en 5 jaar kan gebruik gemaakt worden van de speellokalen in de schoolgebouwen.

11

12

4. Kaders 4.1 Wettelijke kaders Verantwoordelijkheidsverdeling De gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Deze zorgplicht vindt haar wettelijke basis in de Onderwijswetten (Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs). Op 7 mei 2014 is het wetsvoorstel aangenomen waarbij de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van en aanpassingen aan de scholen is gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de onderwijshuisvesting beperkt tot: nieuwbouw, uitbreiding en tijdelijke huisvesting

eerste inrichting en onderwijsleerpakket constructiefouten verzekering en OZB exploitatie en het onderhoud van gymzalen Herstel en vervanging bij vandalisme en bijzondere omstandigheden

De verantwoordelijkheid voor de schoolgebouwen voor de schoolbesturen zijn in het onderstaande schema weergegeven. Hiervoor ontvangen zij rechtstreeks middelen van het ministerie OCW. Onderhoud en aanpassingen Schoonmaak Vervanging leer- en hulpmiddelen

Energieverbruik Heffingen

De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een door de gemeenten op te stellen verordening. De VNG stelt een Modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs op, die door de gemeente kan worden ingekleurd op basis van gemeentelijke uitgangspunten. De verordening bevat de basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt de uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij de gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De gemeentelijke verordening is het laatst vastgesteld in 2014. Als gevolg van een verwachte wetswijziging per augustus 2025 wordt de modelverordening van de VNG aangepast. Wij verwachten in 2025 de huidige verordening te actualiseren en vast te laten stellen door de gemeenteraad.

13

Wetswijziging ‘Doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen is al geruime tijd aan de slag met een wetswijziging ‘doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’. Enkele belangrijke elementen uit het wetsvoorstel zijn: - De in de verordening beschreven jaarcyclus voor aanvragen voor de onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin de gemeente na overleg met de schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastlegt in een integraal huisvestingsplan (IHP-onderwijs), met een doorkijk tot het 16e jaar. - De mogelijkheid om renovatie als een volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie zou daarom moeten worden opgenomen als een voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie/startconditie die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op een levensduurverlenging van het gebouw. De gemeenten kunnen vaststellen welke termijn van levensduurverlenging zij gaan hanteren; ten minste 25 jaar/ 30 jaar of 40 jaar. In de nieuwe modelverordening wordt, vanuit duurzaamheid en circulariteit bekeken, opgenomen dat bij de uitwerking van een toegekende vervanging, eerst gekeken moet worden of renovatie mogelijk is. Zo niet, dan komt vervangende nieuwbouw in beeld.

Voor de voorzieningen die zijn opgenomen in het IHP wordt deze afweging ook toegepast. Tenzij er in het verleden specifieke afspraken zijn gemaakt dat er direct sprake is van vervangende nieuwbouw. - Het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de huidige bepalingen zoals die gelden voor het VO. PO en SO krijgen dan de mogelijkheid te investeren in de huisvesting. De huidige financieringsstromen blijven gehandhaafd, maar de versoepeling van het investeringsverbod kan leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten of versnellen. IHP-onderwijs verplicht per 1 januari 2026. Naar verwachting ligt de ingangsdatum van deze wetwijzigingen op 1 januari 2026. De start van het project bepaalt onder welke voorwaarden van de wet het project valt. Met de opstelling van dit IHPonderwijs worden bovenstaande elementen waar mogelijk meegenomen en lopen we binnen de kaders van de geldende wetgeving op het genoemde wetsvoorstel vooruit. Met het inwerkingtreden van het wetsvoorstel worden gemeenten verplicht een IHP vast te stellen. Naar alle waarschijnlijkheid worden dan ook een aantal onderdelen benoemd die verplicht in een IHP moeten worden opgenomen. Achterliggende reden hiervan is dat het ministerie van OCW meer inzicht wil krijgen in de kwaliteit van de schoolgebouwen.

Het zal niet zo zijn dat direct alle gemeenten een IHP moeten gaan vaststellen. Voor gemeenten die al een IHP hebben vastgesteld zal er een overgangsperiode komen om te voldoen aan het opnemen van de verplichte onderdelen die in de wettelijke verplichte IHP moeten worden opgenomen. Besluit Bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna ook: Bbl) is gebaseerd op de Omgevingswet en is de opvolger van het Bouwbesluit 2012. In dit besluit zijn de eisen vastgesteld waaraan nieuw te bouwen schoolgebouwen dienen te voldoen. De gemeente heeft hierdoor onder andere de verplichting tot het realiseren van Bijna Energieneutrale gebouwen (BENG). Stichting nieuwe scholen Met het aannemen van de nieuwe wet ‘Meer Ruimte Voor Nieuwe Scholen’ zijn er vanaf 1 juni 2021 14

meer mogelijkheden ontstaan voor het stichten van een nieuwe school. Een nieuwe school hoeft niet meer te horen bij een erkende richting zoals bijvoorbeeld protestantschristelijk of algemeen bijzonder onderwijs. Initiatiefnemers moeten dan eerst in overleg treden met schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en gemeente. Een aanvraag voor een nieuwe school moet in ieder geval informatie geven over ouderverklaringen dat men de nieuwe school wil bezoeken en informatie over de te verwachten kwaliteit van de school. De onderwijsinspectie toetst de aanvraag op eisen die inzicht geven in de te verwachten kwaliteit van de school. Op basis van deze wettelijke regeling geldt voor de gemeente Rhenen dat een nieuwe school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste 200 leerlingen. Opheffing scholen De instandhoudingsnorm voor de rijks bekostiging van basisscholen ligt voor de gemeente Rhenen op 98 leerlingen. Het is mogelijk scholen met een kleinere omvang in stand te houden als een schoolbestuur het gewogen gemiddelde van de onder hun bestuur staande scholen gebruikt en het gemiddelde leerlingenaantal van deze scholen zich boven de instandhoudingsnorm bevindt. Opheffing van een school blijft achterwege als: • •

de school de enige school van de richting is binnen 5 kilometer hemelsbreed gemeten en tenminste 50 leerlingen heeft; de school de enige openbare basisschool is binnen 10 kilometer over de weg gemeten en tenminste 23 leerlingen heeft.

Zorgplicht voor openbaar onderwijs Volgens artikel 23, lid 4 van de Grondwet dient elke gemeente te zorgen voor genoeg openbare scholen binnen haar grenzen. Het openbaar basisonderwijs is in onze gemeente verzelfstandigd en ondergebracht bij de Stichting PPO De Link. Het openbaar voortgezet onderwijs wordt verzorgd door Stichting voor Openbaar Voortgezet Onderwijs van Wageningen en omstreken. Ondanks het feit dat het gemeentebestuur het onderwijs heeft verzelfstandigd, blijft haar zorgplicht voor openbaar onderwijs van kracht en moet zij invulling geven aan haar garantiefunctie. Een stichting openbaar onderwijs kan een openbare school namelijk niet vrijwillig opheffen zonder dat de gemeente eerst de mogelijkheid is geboden zelf de school over te nemen en in stand te houden. Hiermee kan de gemeente, wanneer zij daartoe vanuit haar taak om zorg te dragen voor voldoende en kwalitatief goed openbaar onderwijs aanleiding ziet, invulling geven aan haar grondwettelijke zorgplicht en zelfs daartoe weer als schoolbestuur fungeren. Ontwikkelingen Kinderopvang en onderwijs; IKC-vorming Het onderwijs aan 2,5 jarigen tot en met 12-jarigen wordt steeds meer als één geheel gezien.

Leegstaande lokalen in basisscholen zijn in gebruik bij kinderopvanginstellingen en bij het realiseren van nieuwe voorzieningen is steeds meer aandacht voor het al dan niet huisvesten van kinderopvang en peuteropvang in hetzelfde gebouw. In de gemeentelijke notitie over IKC is aangegeven dat de gemeente de IKC-gedachte ondersteunt. Bij aanpassingen en/of nieuwbouw van een schoolgebouw worden de opties van gebouwelijke samenwerking onderzocht De basis voor een IKC is niet het gebouw, maar de inhoudelijke samenwerking van scholen, kinderdagverblijven en peuteropvang. Gezamenlijke huisvesting kan maar is niet een voorwaarde. De gemeente heeft geen zorg voor de huisvesting van kinderopvang/peuterspeelzaalwerk. Veelal is er wel sprake van subsidiering voor het peuterspeelzaalwerk. Duurzaamheid/Binnenklimaat Eind juni 2019 presenteerde het kabinet de landelijke richtlijnen voor het klimaatakkoord. De CO2 uitstoot moet in 2030 zijn gedaald met 49%. De VO-raad en PO-raad hebben deze plannen verwerkt 15

in een sectorale routekaart. De verantwoordelijkheid voor de verduurzaming ligt bij de eigenaar van het gebouw, veelal is dit het schoolbestuur. Bij nieuwbouw van scholen moet worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Inclusief onderwijs Inclusief onderwijs betekent dat leerlingen met een beperking worden ondersteund en toegerust om naar school te kunnen, liefst thuisnabij en samen met leerlingen zonder beperking. Zo wordt de school een oefenplaats waar alle kinderen en jongeren samen leren en leven. ‘Daarbij is het uitgangspunt dat dit zoveel mogelijk in het reguliere onderwijs gebeurt, eventueel met extra ondersteuning die daarbij nodig is. Sommige jongeren hebben echter zo’n specifieke behoefte op het gebied van onderwijs of zorg dat zij een vorm van speciaal onderwijs nodig hebben. Om te zorgen dat er voor elke kind een plek is, is passend onderwijs ingevoerd.’ Het kabinet wil passend onderwijs verbeteren en komen tot meer inclusief onderwijs. Hiervoor is een Werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035 vastgesteld. In het beleidskader ‘Met elkaar voor alle kinderen en jongeren’ is de definitie inclusief onderwijs vastgesteld. Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren dichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren.

Vooralsnog is hierbij nog geen uitspraak gedaan of dit dan ook leidt tot extra m² in de huisvesting. De gemeente Rhenen blijft de normen in de modelverordening van de VNG volgen. Zodra deze worden aangepast zal dit leiden tot een aanpassing van de gemeentelijke verordening. Een nieuwe ontwikkeling is het realiseren van Integrale Kind en Expertise Centra (IKEC) waar ruimten is voor een aanbod voor basisonderwijs en Speciaal (basis) onderwijs onder één dak. Bewegingsonderwijs Onderdeel van de zorgplicht is eveneens de plicht om te voorzien in voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs. Dit betreft dan het bewegingsonderwijs voor de 6- tot en met 12-jarigen. De kleutergroepen van 4- en 5-jarigen beschikken veelal over een speellokaal dat onderdeel is van het schoolgebouw. De groepen 6- tot en met 12-jarigen hebben recht op een wettelijk vastgesteld aantal uren gym per week; te weten 1,5 klokuur per week. In 2020 is er in de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen waardoor de scholen met ingang van het schooljaar 2023/2024 verplicht worden dit aantal lesuren van in totaal 90 minuten (2 lesuren van 45 minuten) te verzorgen. Uit een recent ICS-rapport over de sportaccommodaties in Rhenen blijkt dat er voor het bewegingsonderwijs in Achterberg en Elst voldoende ruimte is in de aanwezige zalen.

De beschikbare uren in de zalen in Rhenen zijn voldoende, maar vragen wel om een goede inroostering.

4.2 Gemeentelijke kaders Jeugdzaken In het kader van het wijkgericht werken, kan een schoolgebouw een functie hebben voor de buurt. Hierbij kan gedacht worden aan ontmoetingsmomenten voor de ouderen in de wijk. Maar ook aan dagdelen waarbij instellingen op het gebied van jeugdzorg in een ruimte van de school zit. De instellingen zijn dan makkelijker bereikbaar en er kan een goede afstemming van de school plaatsvinden. Scholen zijn vaak de plek waar preventief de eerste signalen kunnen worden opgevangen. 16

Uiteraard moet dit goed worden afgestemd met de aanwezige accommodaties. Er moet sprake zijn van een aanvulling van het aanbod. Gezondheid gezond binnenklimaat Gemeente Rhenen heeft een ‘Plan van aanpak Gezond en Actief Leven in Rhenen 2024 – 2026‘(GALA) vastgesteld. Dit plan van aanpak schetst een route naar het bereiken dan doelen op het terrein van sport, bewegen, cultuur, gezondheid en de sociale basis in onze gemeente. De schoolbesturen zijn hierin een belangrijke partner.

4.3 Gemeentelijke beleidsrijke toevoegingen Kinderopvang BSO en IKC-vorming Bij nieuwbouw of uitbreiding van een schoolgebouw wordt met het betreffende schoolbestuur bekeken of er naast de onderwijsruimte nog extra vierkante meters moeten worden gerealiseerd voor de voor- en vroegschoolse opvang. Is dit het geval dan is er sprake van een voorfinanciering van de investering door de gemeente. De jaarlasten van dit deel van de investering worden terugontvangen door met de instelling die van deze ruimte gebruik gaat maken een marktconforme en tenminste kostendekkende huurovereenkomst af te sluiten. Als er in de bestaande schoolgebouwen leegstand is, kan het schoolbestuur aan de gemeente goedkeuring te verlenen aan het verhuren van deze ruimte aan een kinderopvanginstelling. Indien mogelijk zal de gemeente hiermee instemmen, met de voorwaarde dat als de ruimte weer nodig is voor de school zelf, dan wel een school binnen de verwijsafstand van 2 kilometer, de ruimte binnen een termijn van 2 tot 3 maanden weer beschikbaar moet zijn voor het onderwijs. Het is ook mogelijk om lokalen voor een bepaalde periode (maximaal 3 jaar) te onttrekken aan de onderwijsbestemming. Dit kan als duidelijk is dat er de komende periode geen sprake is van toename van leerlingen van de betreffende school of scholen binnen de verwijsafstand van 2 kilometer.

Deze onttrekking geeft de kinderopvang instelling meer zekerheid over het gebruik van de ruimte. Gezond binnenklimaat Een goed binnenklimaat in de schoolgebouwen is van belang voor de arbeidsomstandigheden van de leerkrachten en de concentratie van de leerlingen. Bij nieuwe schoolgebouwen wordt hiervoor uitgegaan van het huidige bouwbesluit en de eisen frisse scholen. Hierbij gaan wij ervanuit dat het schoolgebouw voor het binnenklimaat tenminste dient te voldoen aan de eisen frisse scholen, klasse B. Om aan de klasse B-eis te voldoen is normaliter een ventilatiecapaciteit vereist van minimaal 8,5 dm³/s per persoon (950 ppm). (Klasse C = acceptabel, klasse B = goed, klasse A = zeer goed) Voor de bestaande schoolgebouwen geldt dat het Bouwbesluit van toepassing is op het moment dat de school is gerealiseerd. De verantwoordelijkheid om te voldoen aan een goed binnenklimaat ligt bij de eigenaar van de gebouwen. Met uitzondering van het MFC Bestegoed in Elst en het Kindcentrum De Horizon in Rhenen zijn de schoolgebouwen eigendom van de schoolbesturen. Op basis hiervan hebben de betreffende schoolbesturen een rol in het hebben van een goed binnenklimaat op basis van de Arbo bepalingen. Schoolpleinen / speelpleinen Bij een nieuw schoolgebouw is het speelterrein onderdeel van het investeringskrediet van de school.

Als het een geheel nieuwe school is, vergoedt de gemeente in het kader van de eerste inrichting van een school ook een zandbak en een speeltoestel op het terrein. Als er sprake is van een nieuw gebouw voor een bestaande school, zijn de kosten van het verplaatsen of nieuw aanschaffen van speeltoestellen voor het schoolbestuur. Zij krijgen hiervoor middelen van het rijk om de toestellen te 17

vervangen. Steeds meer zien wij dat schoolterreinen niet meer alleen bestaan uit tegels en een strookje struiken. Schoolterreinen veranderen naar een meer natuurlijke speel- en leeromgeving. Als de school is gelegen in een omgeving waarin weinig speelruimte voor de kinderen aanwezig is, worden afspraken met het schoolbestuur gemaakt om het terrein na de schooltijden open te stellen. Het terrein kan dan worden bestempeld als openbaar terrein. Het is van belang hierover duidelijke afspraken met elkaar te maken onder andere over de keuring en vervanging van de speeltoestellen. Verkeer Gelet op het feit dat een (groot) deel van de ouders hun leerling met de auto naar school brengen zien wij dat er problemen ontstaan tijdens de haal- en brengmomenten van de leerlingen. Bij nieuwe scholen is hiervoor aandacht omdat er een bepaald aantal parkeerplekken dienen te zijn. Maar ook daar is te zien dat een en ander niet soepel verloopt. Bij schoolgebouwen moet goed gekeken naar de doorstroming van de verkeersstromen. Als de mogelijkheid er is wordt dit zo goed mogelijk opgepakt. Maar los van dit alles is een goede doorstroming afhankelijk van het gedrag van de ouders. Scholen besteden hier zoveel mogelijk aandacht aan. Voor de verkeersveiligheid rondom het schoolgebouw is in een groot aantal gevallen al sprake van verkeer remmende maatregelen in het kader van de schoolzones.

In het coalitieakkoord 2022 – 2026 is aangegeven dat de gemeente en de schoolbesturen met elkaar in gesprek blijven en dat er waar nodig schoolzones worden aangelegd.

18

5. Basisafspraken tussen gemeente en schoolbesturen In de gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs zijn procedures, noodzakelijkheidscriteria, beoordelingscriteria en financiële uitgangspunten vastgelegd. Los van deze formele uitgangspunten is het goed om met elkaar basisafspraken over de onderwijshuisvesting. Kwalitatief goede huisvesting Partijen streven naar een vergelijkbaar kwaliteitsniveau voor alle gebouwen. - bouwkundige kwaliteit: minimaal volgens geldend bouwbesluit bouw schoolgebouw. - onderwijskundige functionaliteit: voldoende flexibiliteit bij wijziging onderwijskundig concept. - binnenmilieu: minimaal bouwbesluit, streven naar frisse scholen klasse B De schoolbesturen gaan over de indeling van het gebouw. Bij ver- of nieuwbouw kan de gemeente wel voorwaarden stellen. Bijvoorbeeld het behouden van voldoende flexibiliteit in het gebouw om toekomstige gebruikswijzigingen op te kunnen vangen zonder drastische verbouwingskosten. Huisvesting in noodlokalen wordt vermeden. Capaciteitstekorten worden alleen bij tijdelijkheid en geen mogelijkheid van medegebruik opgevangen door plaatsing van semipermanente gebouwen. Voldoende huisvesting Scholen worden gehuisvest in gebouwen die passen bij de omvang van hun ruimtebehoefte op basis van de ruimtenormering zoals vastgelegd in de verordening.

Uitbreiding van de bestaande capaciteit zal alleen plaatsvinden als er sprake is van een aantoonbaar en structureel capaciteitstekort. Vooraf dient te worden getoetst of het capaciteitsprobleem kan worden opgelost door medegebruik. Leegstand in onderwijshuisvesting wordt door alle partijen actief tegengegaan. Schoolbesturen onderhouden hun gebouw goed en passen het gebouw aan als de onderwijskundige visie dit noodzakelijk maakt. Er komt een kantelpunt waarop onderhoud en aanpassingen niet meer voldoende zijn en gemeente en schoolbestuur met elkaar in gesprek moeten gaan. De vraag is dan wat noodzakelijk is om goed onderwijs te kunnen blijven geven. In de modelverordening die nu wordt opgesteld door de VNG is aandacht voor de afwegingen die kunnen plaatsvinden. a. Gelet op de circulariteit en duurzaamheid wordt hierin aangegeven dat in eerste instantie moet worden onderzocht in of het schoolgebouw via renovatie zo kan worden aangepast dat deze tenminste weer 40 jaar mee kan. b. Als de kosten van renovatie meer dan een bepaald percentage (60%; 70%; 80%) van nieuwbouw bedragen, ligt een keuze voor nieuwbouw meer voor de hand. Het te hanteren percentage wordt vastgelegd in de te actualiseren Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Rhenen. c.

Bij nieuwbouw en renovatie gaan de gemeente en de schoolbesturen met elkaar in overleg over een door het schoolbestuur in te brengen investeringsbedrag in de totale investeringskosten. In eerste instantie wordt hierbij van de schoolbesturen een inspanningsverplichting gevraagd om te komen tot energie neutrale schoolgebouwen. Maar hierbij kan ook worden gedacht aan investeringen die in de toekomst minder onderhoud met zich meebrengen. Dit is uiteraard gebonden aan de ruimte die een schoolbestuur heeft vanuit de wet- en regelgeving.

19

Gebruik, beheer en onderhoud a. In principe worden de schoolgebouwen en het onderliggende terrein in juridisch eigendom overgedragen aan het betreffende schoolbestuur. Op grond van de onderwijswetten wordt het gebouw en terrein na beëindiging van het onderwijsgebruik om niet overgedragen aan de gemeente. b. Als er meer voorzieningen in het gebouw zijn gevestigd, zoals bijvoorbeeld bij een IKC of multifunctioneel gebouw wordt gekeken welke eigendomsconstructie het meest praktisch is. Met de gebruikers worden dan in ieder geval beheers- en exploitatieafspraken vastgelegd. c. Als de onderwijscapaciteit niet in eigendom wordt overgedragen, wordt deze via een gebruiksovereenkomst in gebruik gegeven aan het schoolbestuur. Hierbij wordt aangesloten bij de situatie als ware het schoolbestuur juridisch eigenaar en gelden de in de onderwijswetten vastgelegde onderhouds- en beheerplichten van het schoolbestuur. d. Onderwijscapaciteit die niet nodig is voor het onderwijs wordt uit de onderwijscapaciteit gehaald en her bestemd of afgestoten. Vraag en aanbod a. Het streven is een breed aanbod van verschillende onderwijsvormen/denominaties in de gemeente, bij voorkeur in iedere kern en bieden daar passende onderwijshuisvesting voor aan. We houden hierbij rekening met openbaar onderwijs in verband met wettelijke bepaling.

Hiermee zorgen we ervoor dat dat ouders de keuzevrijheid hebben om de juiste school voor hun kind te kiezen. b. Specifieke denominaties (levensbeschouwelijke visie), onderwijsvormen of speciaal (basis)onderwijs kunnen vragen om een analyse of scenario op regionaal niveau omdat deze een groter voedingsgebied hebben dan de gemeente Rhenen. c. Scholen zijn belangrijk voor de leefbaarheid. Dit geldt voor alle kernen. Er is daarom aandacht voor bijvoorbeeld de afstand (in kilometer(s)) van woning tot school of de bereikbaarheid van de school. IKC Beleid De gemeente stimuleert de samenwerking tussen basisscholen en kindvoorzieningen. Daar waar nieuwbouw of uitbreiding aan de orde is moet uitdrukkelijk worden gekeken naar opties voor meenemen van de wensen vanuit kindvoorzieningen. a. Indien bij nieuwbouw of uitbreiding extra ruimte wordt gerealiseerd voor kinderopvang wordt deze ruimte als ‘niet onderwijsruimte’ bestemd en wordt de investering terugverdiend door huurinkomsten voor deze ruimte b. Bij leegstand in een schoolgebouw kan deze ruimte – met toestemming van het college – worden verhuurd voor kinderopvang. Hierbij blijft gelden dat gebruik van onderwijs altijd voorgaat. Als de ruimte weer nodig is voor de school of een school binnen de verwijsafstand van 2 kilometer dient deze weer beschikbaar te komen voor het onderwijs. c.

In voorkomende gevallen kan een schoolbestuur aan het college verzoeken de ruimte voor een periode van drie jaar te onttrekken aan de onderwijsbestemming. De kinderopvanginstelling heeft dan meer zekerheid over de tijdsduur van het gebruik van deze ruimte. Het college maakt hierbij de afweging of gelet op de prognoses te verwachten is dat de komende drie jaar deze ruimte niet nodig is voor het onderwijs. d. Dubbelgebruik c.q. multifunctionaliteit van ruimte wordt zoveel mogelijk gestimuleerd. 20

e. Schoolbesturen besluiten zelfstandig over dubbelgebruik van ruimte voor bijvoorbeeld buitenschoolse opvang. Schoolpleinen Volgens de wetgeving behoren de schoolpleinen tot de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Omdat de scholen meestal midden in de wijk staan is gebruik van de schoolpleinen na schooltijd wenselijk. a. Schoolpleinen voldoen aan de eisen van de wetgeving zoals omvang en veiligheid van de speeltoestellen. b. Bij ver- of nieuwbouw wordt voldoende buitenruimte gerealiseerd en wordt ingezet op voldoende vergroening en biodiversiteit. c. Bij voorkeur wordt een schoolplein standaard ingericht al openbaar schoolterrein. Dit gebeurt uiteraard in overleg met het schoolbestuur. De gemeente en het schoolbestuur leggen een en ander vast in een overeenkomst. Netcongestie De nieuwbouw en renovatie is op de bestaande locatie van de huidige schoolgebouwen gepland. Of er problemen ontstaan met de aansluiting op het energienet als er nieuwe gebouwen worden gerealiseerd is onzeker. Dit is een onderdeel dat moet worden onderzocht door de bouwheer in de verdere uitwerking van de plannen.

21

6. Systematiek prioritering De verordening is de grondslag op basis waarvan toekenning van voorzieningen plaatsvindt. Hierin staan de beoordelingscriteria waarop wordt aanvragen voor een huisvestingsprogramma en de planning in het voorliggende IHP plaatsvindt. Bij het bepalen van de prioriteiten worden hierbij de volgende twee aspecten in overweging genomen: 1. Wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende capaciteit. In de verordening is opgenomen dat de gemeente verplicht is extra capaciteit aan te bieden als er een ruimtetekort ontstaat van: - Meer dan 55 m² voor het basisonderwijs voor een periode van tenminste 15 jaar (permanente huisvesting). - Meer dan 40 m² voor het basisonderwijs voor een periode van tenminste 4 jaar (tijdelijke huisvesting). - Meer dan 10 % van de capaciteit en ten minste 100 m² voor scholen voor voortgezet onderwijs. In eerste instantie wordt hierbij ook gekeken of de capaciteitsvraag kan worden opgelost via medegebruik van leegstand binnen de verwijsafstand van 2 kilometer. Capaciteitsbehoeften van minder dan 4 jaar dienen zelf te worden opgelost. 2. De leeftijd en de kwaliteit van de schoolgebouwen. In de afgelopen 10 jaar zijn nieuwe schoolgebouwen gerealiseerd voor een drietal scholen (De Springplank, de Cuneraschool en de Daltonschool Rhenen). Als beoordelingscriteria is hierbij vooral naar de leeftijd van het schoolgebouw gekeken.

6.1 Analyse en scenario’s Prioritering Kern Rhenen Capaciteit In zijn algemeenheid kan de conclusie worden getrokken dat op basis van de leerlingenprognose en de teldatum 1 oktober 2024 de aanwezige capaciteit van de schoolgebouwen voldoende is om de leerlingen te kunnen huisvesten. Wel is duidelijk dat de voorgenomen woningbouwplannen invloed zullen hebben op de ruimtebehoefte van de scholen. Naast de bekende woningbouwplannen in Achterberg is nog niet geheel duidelijk waar de woningbouw wordt gerealiseerd. Naar verwachting zal de woningbouw in Achterberg wel consequenties hebben voor de ruimtebehoefte van de Ericaschool. De Montessorischool in Rhenen kan als zelfstandige school in stand worden gehouden door het feit dat dit de enige bijzonder neutrale school is binnen een afstand van 5 kilometer. Zolang de school boven de 50 leerlingen blijft kan deze situatie worden gecontinueerd. De keuze hiervoor ligt uiteraard bij het schoolbestuur. Leeftijd en kwaliteit Met uitzondering van de schoolgebouwen van de Eben-Haëzerschool, de Ericaschool en het Pantarijn 22

zijn de schoolgebouwen in de kern Rhenen allen jonger dan 22 jaar. Gelet op de eerdere besluitvorming bij de nieuwbouw van de Springplank, Cuneraschool en de Daltonschool Rhenen komen de schoolgebouwen van de Ericaschool en de Eben-Haëzerschool voor vervangende nieuwbouw of renovatie in aanmerking. Dit geldt ook voor het schoolgebouw van het Pantarijn. Het schoolbestuur van het Pantarijn heeft hierbij een voorkeur voor renovatie van het gebouw. Gelet op het feit dat er tijdens de verbouwing tijdelijke huisvesting noodzakelijk is, wordt geadviseerd de scholen direct volgtijdelijk achter elkaar voor bekostiging in aanmerking te laten komen. De tijdelijke huisvesting kan dan voor alle scholen worden gebruikt en er is maar één keer sprake van plaatsingskosten. Daarnaast is het op grond van de financiële positie van de gemeente ook noodzakelijk een fasering van de investeringen aan te houden. Alle investeringen kunnen niet tegelijkertijd worden bekostigd. Gelet op de leeftijd van de schoolgebouwen is de fasering als volgt: 1. Vervanging of renovatie van de Ericaschool. 2. Vervanging of renovatie van de Eben-Haëzerschool. 3. Renovatie van het Pantarijn. Bij de beoordeling van de volgorde in de fasering is er rekening mee gehouden dat in 2008 aanpassingen zijn uitgevoerd aan het gebouw van het Pantarijn.

In de laatste jaren van de looptijd van dit IHP komt de nieuwbouw in zicht van het schoolgebouw van de Montessorischool. Kern Elst Capaciteit De twee scholen in deze kern zijn gehuisvest in het MFA Bestegoed. De school met de Bijbel ’t Visnet zit ruim in de aanwezige capaciteit. In de ruimte van deze school is de taalklas ondergebracht. In de taalklas krijgen leerlingen die nog maar kort in Nederland zijn een aantal dagdelen specifiek onderwijs in de Nederlandse taal aanspreekbaar te zijn. De overige dagdelen ontvangen deze leerlingen onderwijs op de scholen in de gemeente Rhenen waar zij zijn ingeschreven. De Daltonschool in Elst heeft een gering capaciteitstekort. In het MFA Bestegoed zijn twee wissellokalen gerealiseerd. Eén van deze lokalen wordt gebruikt door de Daltonschool waardoor er voor de school voldoende huisvesting aanwezig is. Leeftijd en kwaliteit Het MFA Bestegoed is in 2011 opgeleverd. De kwaliteit van het gebouw is goed en het reguliere onderhoud volstaat om het gebouw in een goede staat te houden. Kern Achterberg Capaciteit De Willem Teellinckschool is de enige school in deze kern. De school heeft voldoende capaciteit. De woningbouw in Achterberg zal er naar verwachting toe leiden dat de ruimtebehoefte van de school zal toenemen. De capaciteit van het schoolgebouw is voldoende om de groei van het leerlingenaantal op te kunnen vangen. 23

Leeftijd en kwaliteit Het schoolgebouw is in 2004 opgeleverd. De kwaliteit van het gebouw is goed en het reguliere onderhoud volstaat om het gebouw in een goede staat te houden. Aan het einde van de looptijd van dit IHP komt de vervangende nieuwbouw voor de Willem Teellinckschool in zicht. Visie Rhenen Invloed op benodigde capaciteit In de visie op Rhenen is voorzien dat er in 2035 1.000 woningen extra zijn gerealiseerd. Deze plannen zijn echter nog niet zo concreet dat al bekend is waar deze woningen komen. Naar verwachting zijn eind 2025 de eerste stappen gezet rondom de gebiedsontwikkeling Binnenveld/ De Nieuwe Meent en is de randzonevisie afgerond. In beide trajecten wordt de woningbouwopgave meegenomen. Hierdoor is het nu niet mogelijk om de effecten van de woningbouw door te rekenen naar de leerlingenaantallen van de afzonderlijke scholen. Een ruwe schatting is dat 1.000 extra woningen zal resulteren in 200 tot 250 meer leerlingen. Dit is uiteraard ook afhankelijk van het soort woningen dat wordt gerealiseerd. Starterswoningen en extra woningen voor de oudere inwoners zal niet direct leiden tot een toename van het leerlingenaantal. Om een goede doorrekening te kunnen maken is het van belang te weten waar de woningen worden gerealiseerd en voor welke doelgroep. 200 tot 250 leerlingen zijn globaal 10 groepen leerlingen.

Het is op dit moment nog niet bekend waar, wanneer, hoeveel en welke woningen er worden gerealiseerd. Als de woningbouw wordt verspreid is een eerste conclusie dat een leerling toename in Achterberg en Elst kan worden opgelost binnen de aanwezige onderwijscapaciteit. In Rhenen is (beperkter) ruimte in een drietal scholen. Formeel mag je volgens de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Rhenen scholen die te weinig capaciteit hebben verwijzen naar beschikbare capaciteit binnen een afstand van 2 kilometer. Om in het meerjarenperspectief in te spelen op de mogelijke groei in Rhenen kan: • de te realiseren oppervlakte voor de nieuwbouw van de Ericaschool worden aangepast naar een bruto vloeroppervlakte die geschikt is om 325 leerlingen te huisvesten; • rekening worden gehouden met de uitbreiding van extra lokalen bij scholen zonder al direct aan te geven waar deze lokalen dan worden gerealiseerd. Ervan uitgaande dat een deel van de te verwachte toename van de ruimtebehoefte kan worden gehuisvest in de bestaande onderwijscapaciteit in Achterberg, Elst en Rhenen wordt voorgesteld rekening te houden met 3 extra te realiseren lokalen, verspreid over meerdere jaren.

24

7. Huisvestingsopgave komende jaren. De analyses in hoofdstuk 6 leiden tot het volgende overzicht: oplevering 2028 2029 2030 2031 2031 2032

schoolnaam Ericaschool uitbreiding 1 lokaal door woningbouw Eben-Haëzerschool Het Pantarijn uitbreiding 1 lokaal door woningbouw uitbreiding 1 lokaal door woningbouw

Algemeen Uitbreiding 1 lokaal door woningbouw De woningbouwplannen van de gemeente zijn nog niet zo concreet dat duidelijk is waar en welke woningen worden gerealiseerd. De toename van het leerlingenaantal kan ertoe leiden dat bij een schoolgebouw uitbreiding noodzakelijk is. Gelet hierop wordt in de planning rekening gehouden met een aantal momenten waarop middelen worden gereserveerd voor een mogelijk uitbreiding, te weten in de jaren 2029, 2031 en 2032. Hierbij is rekening gehouden met een uitbreiding ten behoeve van 1 groep leerlingen (115 m²). Kern Rhenen Ericaschool Gelet op het leerlingenaantal op 1 oktober 2024 en de bekende woningbouwplannen in Achterberg wordt de omvang van de nieuwbouw van de Ericaschool bepaald op 325 leerlingen. De omvang van de te realiseren ruimte komt dan op 1.834 m² (vaste voet 200 m² en per leerling 325 * 5,03 m²). Eben Haëzerschool. Gelet op het leerlingenaantal op 1 oktober 2024 en de gesprekken met het schoolbestuur wordt de omvang van de nieuwbouw van de Eben-Haëzerschool bepaald op 300 leerlingen. De omvang van de te realiseren ruimte komt dan op 1.709 m² (vaste voet 200 m² en per leerling 300 * 5,03 m²). Het Pantarijn. Het schoolbestuur heeft de voorkeur voor het renoveren van het schoolgebouw. De huidige oppervlakte van het gebouw wordt dan geheel gerenoveerd.

Hier zit weliswaar wat overmaat in, maar dit geeft de school ruimte om consequenties van de woningbouwplannen in de gemeente Rhenen op te kunnen vangen. Voor het bepalen van de hoogte van de kosten van renovatie zijn geen normeringen. Het schoolbestuur heeft een offerte overlegd met de geraamde kosten. Tijdens de werkzaamheden voor de 3 bovengenoemde scholen is er tijdelijke huisvesting noodzakelijk. Met het volgtijdelijk uitvoeren van de werkzaamheden kan de tijdelijke huisvesting voor deze 3 scholen worden gebruikt en is er maar éénmaal sprake van plaatsing- en verwijderingskosten. Montessorischool Rhenen. Het schoolgebouw van de Montessorischool Rhenen is in 2003 opgeleverd. Rekening houdend met 25

de leeftijd van het gebouw is het goed om rekening te houden met de oplevering van een nieuw gebouw in het jaar 2063. Hiervoor is dan in 2061 een voorbereidingskrediet wenselijk. Kern Achterberg Willem Teellinckschool. Het schoolgebouw van de Willem Teellinckschool is in 2004 opgeleverd. Rekening houdend met de leeftijd van het gebouw is het goed om rekening te houden met de oplevering van een nieuw gebouw in het jaar 2064. Hiervoor is dan in 2062 een voorbereidingskrediet wenselijk.

26

8. Financiële implicaties 8.1 Inkomsten Voor het uitvoeren van de zorgplicht voor de onderwijshuisvesting ontvangt de gemeente niet geoormerkte middelen in het gemeentefonds. Deze inkomsten maken onderdeel uit van de cluster onderwijs en zijn gebaseerd op een aantal maatstaven die in de berekening van het gemeentefonds zijn benoemd, te weten: • • • • • • • •

extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderwijs huishoudens met een laag inkomen aantal jongeren leerlingen voortgezet onderwijs immigratieachtergrond onderwijsachterstand oppervlakte land

Er is geen directe relatie met de werkelijke lasten die de gemeente heeft voor onderwijshuisvesting. Het bedrag voor het basisonderwijs wordt voor een groot deel bepaald door het aantal jongeren in de gemeente. Bij het voortgezet onderwijs wordt onder andere gekeken naar het aantal leerlingen dat op de teldatum 1 oktober is ingeschreven bij de scholen voor het voortgezet onderwijs in de gemeente. Deze inkomsten zijn onvoldoende om alle lasten te kunnen dekken. Hiervoor wordt door de VNG en de koepelorganisaties van de schoolbesturen al jaren aandacht gevraagd bij het rijk. Tot op heden heeft dit helaas niet geleid tot het ophogen van de bedragen voor onderwijshuisvesting in het gemeentefonds. We zitten allemaal in een lastige financiële periode. In dit IHP richten we ons als gemeente dan ook op de minimale wettelijke verplichtingen die de gemeente heeft, wel tegen een reële kostprijs. Dit neemt niet weg dat er aanvullende wensen en ambities een plaats hebben gekregen in dit IHP. Daar waar de wensen en ambities niet realiseerbaar zijn binnen de beschikbare financiële kaders, zullen we hierover afstemmen met de schoolbesturen.

8.2 Uitgaven Voor het berekenen van de uitgaven zijn in bijlage IV van de verordening normbedragen opgenomen. Deze bedragen zijn gebaseerd op de zogenaamde VNG-normkostensystematiek. In de praktijk is te zien dat voor de bedragen uit de modelverordening geen scholen kunnen worden gebouwd. De oorzaak hiervan is onder andere de schaarste van de noodzakelijke materialen en installaties. Dit lijkt zich nu enigszins op te lossen, maar daarentegen zijn er nu aanzienlijke loonaanpassingen. De VNG is zich bewust van het feit dat de normbedragen op dit moment geen goed beeld geven van de werkelijke kosten. Zoals eerder al aangegeven wordt op dit moment in opdracht van de VNG de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs geactualiseerd. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan de systematiek van het berekenen en indexeren van de normbedragen, zodat deze beter op de marktprijzen aansluiten. Om in dit IHP een zo reëel mogelijk beeld te geven, wordt er ook een berekening weergegeven van een kostenberekening op basis van de marktprijzen. Op basis van een indexering van de raming van 27

de prijs per m² zoals die in een kostenconfiguratie op basis van het prijspeil januari 2025 zijn berekend door het bedrijf Hevo is een bedrag van € 3.600 per m² een meer aannemelijkere inschatting van de kosten.

8.3 Huisvestingsopgave investeringsbedragen start voorbereiding oplevering 2026 2028

schoolnaam Ericaschool uitbreiding met 1 lokaal door 2028 2029 woningbouw 2028 2030 Eben-Haëzerschool 2029 2031 Pantarijn * uitbreiding met 1 lokaal door 2030 2031 woningbouw uitbreiding met 1 lokaal door 2031 2032 woningbouw *bedrag Het Pantarijn op basis offerte Totaalbedrag op basis van de markt

Vng Norm Marktprijs € 5.952.457 € 6.606.000

€ 5.592.707

€ 450.000 € 6.152.400 € 6.030.000 € 450.000 € 450.000 € 20.138.400

De geluiden uit de markt zijn duidelijk dat voor de bedragen van de normvergoedingen van de (model)verordening het niet mogelijk een school te realiseren die voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Advies is om in dit IHP, rekening te houden met de investeringen en de lasten die zijn benoemd als marktprijs. Het uiteindelijke krediet is uiteraard afhankelijk van de situatie op het moment van de aanbesteding. Per project zal de gemeenteraad ter zijne tijd een afzonderlijk besluit nemen over de toe te kennen kredieten. Voorop staat dat de nieuwe schoolgebouwen tenminste dienen te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Het strikt vasthouden aan de normbedragen uit de verordening zal ertoe leiden dat er op kwaliteit van materialen wordt bezuinigd. Direct gevolg is dat deze minder lang meegaan of storingsgevoeliger zijn. Op termijn krijg je hier dan hogere kosten. Tijdens de bouwwerkzaamheden bij de scholen zal er tijdelijke huisvesting noodzakelijk zijn en zal het bestaande gebouw worden gesloopt. Deze kosten worden in de fasering van de uitgaven die hierna worden uitgewerkt. Het deels gebruik maken van bestaande huisvesting is uiteraard voordeliger. De mogelijkheden hiervoor zijn beperkt maar worden nog wel onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15269188/1