CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21) ¿ Toelichting

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd - naast 2116.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21) Gemeente: Rhenen

Opdrachtgever: Van Swaay Projectontwikkeling

Organisatie

Telefoon

Documentnummer

Lievense Milieu BV

+31 (0)88 910 20 00

SLM011802

Adres

Datum

Versie

Geatano Martinolaan 50

6 november 2020

NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01

6229 GS Maastricht

Colofon Rapporthistorie Voorontwerp n.v.t Ontwerp 18 december 2020 Vastgesteld .. ..... 2020 Onherroepelijk .. ..... 2020 Contactgegevens R. Bouman +31 6 22835288 rbouman@lievense.com

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SLM011802

NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01

ontwerp

Opgesteld door

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

18 december 2020

Geverifieerd door

Functie

Datum

Paraaf

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

3/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

2 Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging en begrenzing

7

1.3

Geldende bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

8

Planbeschrijving

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Toekomstige situatie

11

2.3

Landschappelijke inpassing

13

2.4

Functieaanduiding 'Intensieve kwekerij'

14

Beleid

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Rijksbeleid

15

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

17

3.4

Gemeentelijk beleid

24

Planologische- en milieutechnische aspecten

31

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

31

4.2

Bodem

32

4.3

Water

33

4.4

Geluidshinder

35

4.5

Luchtkwaliteit

36

4.6

Externe veiligheid

37

4.7

Cultuurhistorie en archeologie

38

4.8

Natuurwaarden

39

4.9

Bedrijven en milieuzonering

42

4.10

Verkeer en parkeren

43

4.11

Niet Gesprongen Conventionele Explosieven

43

Wijze van bestemmen

44

5.1

Algemeen

44

5.2

Algemene juridische opzet

44

5.3

Bestemmingsregels

45

5.4

Overige regeling

46

Uitvoerbaarheid

47

6.1

Economische uitvoerbaarheid

47

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

4/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

5/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Op het perceel Utrechtsestraatweg ongenummerd te Rhenen is men voornemens een nieuwe woning te realiseren. Het betreffende perceel heeft op dit moment in het vigerende bestemmingsplan 'Rhenen Buitengebied', een agrarische bestemming met een aanduiding 'intensieve kwekerij'. Het plan is vastgesteld op 10 september 2011. De percelen die, vanaf de Utrechtsestraatweg gezien aan de rechterkant, hebben ook een agrarische bestemming met een aanduiding 'intensieve kwekerij'. De mogelijkheid tot het realiseren van een nieuwe woning op deze locatie komt voort uit een verplaatsing van één elders verkregen bouwrecht. De reeds gesloopte bedrijfswoning aan de Curenalaan 65 te Rhenen maakte deel uit van een voormalige kalkzandsteen fabriek. Deze locatie is gelegen ten zuidoosten van de gemeente Rhenen en hiervoor is op 14 oktober 2014 het bestemmingsplan 'Rhenen, Ecologische Verbindingszone Vogelenzang' vastgesteld. Het perceel heeft daarin de bestemming 'Natuur' en is onderdeel van een zone die voor de provincie Utrecht van groot belang is. De zone vormt de zuidelijke robuuste verbinding tussen natuurgebieden de Blauwe Kamer en de Palmerswaard. Het hierdoor beschikbaar gekomen bouwrecht voor één woning mocht verplaatst worden naar een locatie elders in de gemeente Rhenen en de provincie heeft dit bouwrecht verkocht aan een particulier.

Om op het perceel een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen, dienen in verband met de aanwezige functieaanduiding 'intensieve kwekerij' maatregelen te worden getroffen. Een andere mogelijkheid is deze functieaanduiding te laten vervallen. De initiatiefnemer heeft voor de laatste optie gekozen. Binnen een zone van 50 meter, gemeten vanaf de zijgevel van de woning, zal de functieaanduiding 'intensieve kwekerij' worden wegbestemd. Voor het overige zal dat deel van het bestemmingplan met de bestemming 'agrarisch' en functieaanduiding 'intensieve kwekerij' conserverend van aard zijn en hiervoor geen onderzoeken nodig zijn. Deze percelen zijn derhalve niet in de uitgevoerde onderzoeken meegenomen. De gemeente heeft medewerking verleend aan een bestemmingsvlak 'wonen' met een breedte van 20 meter. Tussen dit bouwperceel en het perceel Utrechtsestraatweg 21 zal een stook groen worden gerealiseerd. Deze groenstrook zal geen openbaar groen worden en middels een functieaanduiding 'landschappelijk' zal het realiseren van gebouwen niet mogelijk worden gemaakt. De uitzondering hierop is een plateaulift die mag worden gerealiseerd om, gelet op het hoogteverschil in het perceel, dit voor mindervaliden (beter) toegankelijk te maken.

In het voorliggende bestemmingsplan wordt het bouwrecht omgezet en de bouw van één woning op een naar aard en inhoud vergelijkbare locatie mogelijk gemaakt. Tevens zal middels dit bestemmingsplan de aanduiding 'intensieve kwekerij' van een deel van de naastgelegen percelen worden afgehaald.

6/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied is gelegen aan de Utrechtsestraatweg ongenummerd te Rhenen. Het perceel plaatselijk bekend als Gemeente Rhenen, sectie I nummer 1067 dat 1.760 m2 groot is zal de nieuwe woning worden gerealiseerd. De naastgelegen percelen plaatselijk bekend als Gemeente Rhenen, sectie I nummers 1068 en 1069 maken ook deel uit van het plangebied. De drie percelen zijn gelegen tussen de woningen Utrechtsestraatweg 21 en Utrechtsestraatweg 25. Aan de overkant van de Utrechtsestraatweg zijn een benzinestation en diverse woningen (wijk Donderberg) gelegen. Deze kijken vrijwel allemaal uit op genoemd perceel en richting Nederrijn gelegen Palmerswaard, een uiterwaard langs de Nederrijn vlakbij Rhenen die grenst aan de Utrechtse Heuvelrug. Deze uiterwaard vormt een ecologische verbinding tussen het natuurgebied de Blauwe Kamer en de uiterwaarden bij Elst. Op het perceel waar de woning wordt gerealiseerd staan op dit moment enkel bomen en struiken. De andere onbebouwde percelen ten westen van het perceel bestaat voornamelijk uit grasland.

Figuur 1.2 Plangebied in blauw en het perceel voor de woning in rood

7/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

1.3

Geldende bestemmingsplan

Op de locatie aan de Utrechtsestraatweg waar de nieuwe woning zal worden gerealiseerd, is het 'Rhenen Buitengebied' op 10 september 2011 vastgesteld. Op basis van het geldende bestemmingsplan kent het plangebied net als de naastgelegen agrarische gronden een enkelbestemming 'Agrarisch' en een functieaanduiding 'intensieve kwekerij'. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.3 - Uitsnede geldend bestemmingsplan locatie Utrechtsestraatweg (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Plangebied in blauw en het perceel voor de woning in rood 1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 Planbeschrijving wordt de inhoud van het voornemen beschreven; In hoofdstuk 3 Beleid is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 Planologische- en milieutechnische aspecten beschreven; in hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid behandelt ten slotte de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan;

8/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Huidige situatie

De Utrechtsestraatweg is vanouds een uitvalsweg aan de westzijde van het oude centrum van Rhenen. Langs de weg is sprake van een afwisseling tussen lintbebouwing en open gebieden, met zicht op de uiterwaard en de rivier. Het plangebied heeft een breedte van 79 meter, een diepte van ongeveer 60 meter. Het bestemmingsvlak 'wonen' waarop de woning zal worden gerealiseerd heeft een breedte van 20 meter, een diepte van ongeveer 60 meter. Op het perceel staan dennenbomen en braamstruiken. Ten zuiden van het plangebied, in de uiterwaarden van de Nederrijn, ligt een drassig natuurgebied. Het plangebied is lager gelegen ten opzichte van de Utrechtsestraatweg. Vanaf de weg is het hoogteverschil circa 3,5 meter, waarbij dit verschil groter wordt richting de achterzijde van het perceel. Ten oosten van het plangebied is de woning aan de Utrechtsestraatweg 21 gelegen. Deze woning betreft een rijksmonument. In de onderstaande afbeeldingen is de locatie van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1.1 Huidige situatie van het plangebied en perceel aan de Utrechtsestraatweg vanaf de westzijde

9/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Figuur 2.1.2 Huidige situatie van het plangebied en perceel aan de Utrechtsestraatweg vanaf de noordzijde

Figuur 2.1.3 Het plangebied ten westen van het perceel langs de Utrechtsestraatweg

10/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

2.2

Toekomstige situatie

Provincie Utrecht heeft gezocht naar een koper voor het bouwrecht dat door de sloop van de bebouwing aan de Cuneralaan 65 was ontstaan, voor de bouw van één woning op een vergelijkbare locatie. De initiatiefnemer (uiteindelijke koper) had reeds bij de gemeente kenbaar gemaakt te willen bouwen op het onderhavige perceel aan de Utrechtsestraatweg. Dit perceel is vergelijkbaar met het perceel aan de Cuneralaan 65. Beiden zijn gelegen binnen de bebouwde kom en direct aansluitend aan de stedelijke contour. Daarnaast is het onderhavig perceel gelegen buiten Natura 2000 en buiten het NNN. Het bebouwen van de locatie is wel in strijd met de gemeentelijke Stedenbouwkundige structuurvisie (zie paragraaf 3.4.1). De gemeente Rhenen ervoor gekozen in te stemmen met de betreffende ontwikkeling, mits een goede belangenafweging plaatsvindt. In paragraaf 6.2.1 wordt in gegaan op de buurtspraak die in kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Ontwik keling Op basis van het voorliggend ontwerp zal een woning worden gebouwd van maximaal 660 m³ en 88 m2 bijbehorende bouwwerken, langs de Utrechtsestraatweg aan de noordoostzijde van het perceel. Het bestemmingsvlak 'wonen' heeft een breedte van 20 meter en een diepte van ongeveer 60 meter en komt te liggen op circa 5 meter afstand van het woonperceel van de woning aan de Utrechtsestraatweg 21.

In overleg tussen de verschillende betrokken partijen en naar aanleiding van een buurtspraak met omliggende bewoners (zie paragraaf 6.2.1) is gekozen voor een zoekgebied van de woning in het midden van het perceel, zodat deze uit de rooilijn komt te liggen. In maart 2017 heeft LAND+ een erfinrichtingsschets opgesteld, waarin dit als uitgangspunt is genomen. Aan de hand van deze erfinrichtingsschets is het onderstaande ontwerp uitgewerkt. Onderstaande situatietekeningen en impressies geven een beeld van de positionering van de toekomstige woning.

11/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Figuur 2.2.1 Situatieschets toek omstige woning

12/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Figuur 2.2.2 Impressie van de voorgevel toekomstige woning

Figuur 2.2.3 Impressie van de toekomstige woning en het perceel 2.3

Landschappelijke inpassing

Enkele omwonenden hebben tijdens het voortraject in 2016/2017 bezwaren kenbaar gemaakt bij de gemeente. Mede naar aanleiding daarvan heeft DORPenLANDadvies voorjaar 2017 een buurtspraak gehouden (zie paragraaf 6.2.1). Hieruit zijn naast bezwaren ook randvoorwaarden voor de landschappelijke inpassing gedestilleerd. Naar aanleiding van de resultaten van de buurtspraak en de door LAND+ opgestelde erfinrichtingsschetsen heeft Landschap Erfgoed Utrecht (LEU) in mei 2017 een advies uitgebracht over de geplande ontwikkeling aan de Utrechtsestraatweg. Het volledige advies van de LEU is opgenomen in Bijlage 2. LEU ziet de volgende kansen tot kwaliteitsverbetering door de toevoeging van de nieuwe woning op deze locatie: Door het toevoegen van een nieuwe woning is het mogelijk om de naaldbomen te verwijderen, waardoor de openheid - hoewel er gebouwd wordt - juist groter kan worden dan in de huidige situatie. Realiseren/behouden van een mooi stuk bloemrijk hooiland, als element in het afwisselende landschap. Realiseren van een woonhuis dat in nauw verband met het landschap is ontworpen. Dit kan een bijzondere woonkwaliteit opleveren, maar ook vanuit de omgeving gezien zijn er veel kansen voor een mooie wisselwerking tussen gebouw en landschap. In de erfinrichtingsschetsen van 2017 is oorspronkelijk een wandelpad opgenomen.

Omdat door diverse omwonende is aangegeven dat een wandelpad niet als wenselijk wordt ervaren, in verband met verwachte overlast, is het wandelpad uit het actuele ontwerp vervallen. Omdat het voorliggend ontwerp wel is gebaseerd op de erfinrichtingsschetsen en het advies van de LEU, zullen deze wel als motivatie voor dit plan gehandhaafd blijven, met uitzondering van het wandelpad. De conclusie van het ervenconsulentschap is dat zij positief staat tegenover deze ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de vele bijzondere kwaliteiten van de locatie 13/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

en met de belevingswaarde van deze plek vanuit de omgeving. Een extra kwaliteitsimpuls is goed mogelijk en kan dienen ter onderbouwing en ter compensatie voor de keuze om op deze plek een woning te realiseren. De LEU heeft ruimtelijke randvoorwaarden en een schets opgesteld, mede naar aanleiding van een bezoek aan de locatie door de ervenconsulenten. Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit heeft LEU een aantal ruimtelijke randvoorwaarden in haar advies opgenomen, die zijn verbeeld in de schets en navolgend worden beschreven. De schets is geen blauwdruk, maar binnen de randvoorwaarden zijn verschillende oplossingen om tot een ontwerp met kwaliteit te komen. Tijdens het vervaardigen van het ontwerp als beschreven in paragraaf 2.2 is rekening gehouden met deze ruimtelijke randvoorwaarden. 2.4

Functieaanduiding 'Intensieve kwekerij'

Om op het perceel een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen, dienen in verband met de aanwezige functieaanduiding 'intensieve kwekerij' maatregelen te worden getroffen. Een andere mogelijkheid is deze functieaanduiding te laten vervallen. De initiatiefnemer heeft voor de laatste optie gekozen. Binnen een zone van 50 meter, gemeten vanaf de zijgevel van de woning, zal de functieaanduiding 'intensieve kwekerij' worden wegbestemd. Voor het overige zal dat deel van het bestemmingplan met de bestemming 'agrarisch' met de functieaanduiding 'intensieve kwekerij' conserverend van aard zijn en zullen hiervoor geen onderzoeken nodig zijn.

14/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het ruimtelijke relevante beleid voor het voorliggende bestemmingsplan op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Onderhavig bestemmingsplan wordt aan ieder beleidsdocument getoetst, waarbij wordt aangegeven of het plan al dan niet in strijd is met het beleid vanuit de verschillende overheden. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte (2012) De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte en heeft als credo "Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig". De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd: 1. Concurrerend Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Bereikbaar Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Leefbaar en veilig Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. De nationale belangen hebben onder andere betrekking op bijvoorbeeld ruimte voor waterveiligheid, behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur. De juridische borging van de nationale belangen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

In subparagraaf 3.2.2 wordt hier nader op ingegaan. Conclusie Onderhavig bestemmingsplan is niet in strijd met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

15/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Conclusie Het onderhavige plan is niet in strijd met enig nationaal belang uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid.

Om dit principe beter te borgen is sinds 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Sinds 1 juli 2017 luidt de formulering van de Ladder in artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwik keling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Op grond van de ladder moeten de volgende punten worden geadresseerd: 1. Er moet worden nagegaan of het bij de nieuwe ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door het bestemmingsplan, gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 2. Als het gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet worden beschreven dat er daadwerkelijk voldoende vraag bestaat naar deze ontwikkeling. 3. Als er voldoende vraag naar de nieuwe stedelijke ontwikkeling bestaat, moet de vraag worden beantwoord of bestaand stedelijk gebied (of bestaande bebouwing) de ruimte voor deze ontwikkeling niet kan bieden. In paragraaf 4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking is de verantwoording aan de Ladder duurzame verstedelijking opgenomen.

In deze toelichting van dit bestemmingsplan wordt verder aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Het onderhavige plan is niet in strijd met enig nationaal belang uit het Besluit ruimtelijke ordening.

16/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, geconsolideerd (incl. herijking 2016 en 2e partiële herziening 2018) In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) wordt het ruimtelijk beleid beschreven voor de periode tot 2028. Deze periode sluit aan bij de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Men geeft aan welke doelstellingen men van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe men uitvoering geven aan dit beleid. Deels wordt uitvoering gegeven aan het beleid via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) welke tegelijk met de PRS is opgesteld. Na vaststelling van de PRS in 2013, zijn er in 2014 twee partiële herzieningen gemaakt. Ook hebben PS op 1 februari 2016 de Thematische Structuurvisie Kantoren (TSK) vastgesteld. Gezien de specifieke functie met betrekking tot de reductie van planologische overcapaciteit werkt deze wel door in de PRS, maar is deze niet integraal opgenomen in de PRS. De TSK blijft onverkort van kracht. In 2016 is de PRS herijkt en is deze in zijn geheel opnieuw vastgesteld. In 2018 is deze herijking met de 2e Partiële Herziening Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (Herijking 2016) partieel herzien. In de zogenaamde geconsolideerde versie van de PRS zijn de volgende documenten integraal opgenomen: Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (Herijking 2016).

Deze herijking bevat tevens het eerder vastgestelde beleid uit onderstaande plannen: Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht in de vergadering van 4 februari 2013, 1e partiële herziening van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht in de vergadering van 10 maart 2014, 2e partiële herziening van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht in de vergadering van 3 november 2014. 2e Partiële Herziening van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (Herijking 2016). Daarmee is het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht per december 2018 volledig in één document opgenomen. De ambitie voor de provincie is om haar aantrekkelijk houden om te wonen, werken en recreëren. De met vele regiopartijen opgestelde Strategie Utrecht 2040 is daarbij onze stip aan de horizon. Het ruimtelijk beleidsvizier is daar op gericht. De doelen uit Strategie Utrecht 2040 vragen om een integrale aanpak die voor ons ruimtelijk beleid resulteert in vier pijlers: duurzame leefomgeving; beschermen kwaliteiten; vitale dorpen en steden; dynamisch landelijk gebied.

De pijlers ‘duurzame leefomgeving’ en ‘beschermen kwaliteiten’ leggen de basis waarbinnen de ontwikkelingen in de ‘vitale dorpen en steden’ en het ‘dynamisch landelijk gebied’ plaats kunnen vinden. Het samenspel tussen deze pijlers leidt tot de volgende twee belangrijkste beleidsopgaven; opgaven die nodig zijn om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats: Accent op de binnenstedelijke opgave Men wil ten minste 2/3 van de woningbouwopgave binnenstedelijk realiseren. Dit sluit aan bij de vraag naar (woningen in) stedelijke woonmilieus, vergroot het draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer en vermindert de druk op het landelijk gebied. Verminderen van het overschot aan kantoren en winkelpanden en herstructurering van bedrijventerreinen, maken ook deel uit van de binnenstedelijke opgave. Behoud en versterken kwaliteit landelijk gebied Men heeft een aantrekkelijk landelijk gebied. We willen deze kwaliteit behouden en versterken, zowel voor het landelijk gebied zelf, als voor het stedelijk gebied. De binnenstedelijke opgave vraagt als contramal ook om een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. 17/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

De cultuurhistorische waarden van onder meer de linies, de buitenplaatsen en het agrarische landschap dragen bij aan een aantrekkelijk landelijk gebied. De landbouw is een belangrijke drager van het agrarische cultuurlandschap. Die rol vergt ruimte voor een economisch duurzame landbouw. Voor elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten. Voor de open landschappen gelden andere principes dan voor de meer gesloten landschappen. Beperkingen ten aanzien van bijvoorbeeld hoogbouw zijn hier eerder van toepassing, vanwege de kwetsbaarheid voor verstoring van de kernkwaliteit openheid. Landschappen vragen om bebouwing die qua maat en schaal passen bij de kernen die in het landelijk gebied gelegen zijn. Het plangebied ligt binnen het Landschap 'Rivierengebied'. Voor het landschap Rivierengebied wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: 1. schaalcontrast van zeer open naar besloten; 2. samenhangend stelsel van rivier - uiterwaard - oeverwal - kom; 3. samenhangend stelsel van hoge stuwwal - flank - kwelzone - oeverwal – rivier; 4. de Kromme Rijn als vesting en vestiging. Bij ontwikkelingen in het landschap van het Rivierengebied staat het waarborgen en ontwikkelen van de eigen identiteiten van de vijf deelgebieden centraal.

Dit richt zich zowel op het goed tot uiting komen van de karakteristieke kenmerken langs de centrale ruggengraat, als van de geleidelijke overgangen tussen de deelgebieden. Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van het Rivierengebied verschillende accenten, die zijn opgenomen in de Kwaliteitsgids voor het Landschap Rivierengebied (zie paragraaf 3.3.3). Conclusie Voor het perceel langs de Utrechtsestraatweg, dat onderdeel uitmaakt van het landschap 'Rivierengebied', wil de provincie de kernkwaliteiten als een schaalcontrast van zeer open naar besloten en een samenhangend stelsel van rivier via uiterwaard en oeverwal naar kom behouden. Zoals reeds in paragraaf 2.3 beschreven, wordt bij de landschappelijke inpassing van de woning ingezet op het versterken van de openheid van het terrein en het realiseren van een woonhuis dat in nauw verband/ nauwe samenhang met het landschap is ontworpen. Geconcludeerd kan worden dat de geplande ontwikkelingen goed aansluiten bij de uitgangspunten van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie. 3.3.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening, geconsolideerd (incl. herijking 2016, correctie 2017 en 2e partiële herziening 2018) Bij de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, geconsolideerd (incl.

herijking 2016 en 2e partiële herziening 2018), die in paragraaf 3.3.1 is beschreven, is een Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) gemaakt. De verordening zorgt voor de doorwerking van de structuurvisie naar de gemeenten. De PRV bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. Voor het plangebied zijn de hiernavolgende onderwerpen van belang: CHS - Archeologie; Landschap Rivierengebied; Detailhandel buiten bestaand winkelgebied; Buffer luchtvaartterrein; Kernrandzone. Cultuurhistorische hoofdstructuur - Archeologie (Artikel 1.7 tweede lid onder d) Bij het behouden van archeologische waarden in de zone Archeologie gaat het om regels die 18/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

aantasting van archeologisch erfgoed voorkomen of tot het uiterste beperken. Behoud in situ (in de bodem) is het uitgangspunt. Bij het versterken van de archeologische waarden gaat het om archeologie als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen, met name: de samenhang tussen verschillende archeologische structuren en elementen; de relatie tussen archeologische structuren en elementen en het landschap; de lineaire structuur van de Limes. Voor het behoud van de archeologische waarden in de ondergrond is een dubbelbestemming opgenomen, die is gekoppeld aan een vergunningstelsel. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op de wijze waarop in dit bestemmingsplan met archeologie en cultuurhistorie wordt omgegaan.

Landschap Rivierengebied In paragraaf 3.3.1 is reeds ingegaan op het landschap Rivierengebied. In paragraaf 3.3.3 wordt nader ingegaan op de kernkwaliteiten van dit type landschap. Detailhandel buiten bestaand winkelgebied Voorliggend bestemmingsplan bevat geen bestemmingen of regels die voorzien in nieuwvestiging of uitbreiding van detailhandel. Buffer luchtvaartterrein Voorliggend bestemmingsplan bevat geen bestemmingen en regels die voorzien in nieuwvestiging van een luchtvaartterrein voor gemotoriseerde luchtvaartuigen. Kernrandzone De kernrandzone is het gedeelte van het landelijk gebied dat direct aansluit aan de rode contour. Deze zone om de Utrechtse kernen is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern als uitloopgebied en door de hier aanwezige stedelijke functies. De kwaliteiten en mogelijkheden van de kernrandzones vragen om specifiek gemeentelijk beleid gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Als dit nodig is voor de realisatie van ruimtelijke kwaliteitsversterking kan met dit beleid ook nieuwe verstedelijking mogelijk worden gemaakt. De aard en omvang van deze verstedelijking dient in redelijke verhouding te staan tot deze gewenste kwaliteitsversterking. En de aard en omvang van de gehele ontwikkeling dient in redelijke verhouding te staan tot de kern waaromheen de betreffende kernrandzone gelegen is.

Bij de landschappelijke inpassing van de nieuwe woning (zie paragraaf 2.3), wordt zo veel mogelijk ingezet op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Landelijk gebied De maximale inhoudsmaat van een woning in het landelijk gebied moet landschappelijk goed inpasbaar zijn. Hierbij moet gedacht worden aan 600 tot 800 m³. Een beeldkwaliteitsparagraaf is nodig indien het nieuwe ruimtelijk besluit een "wezenlijk" grotere maat (inhoud; ligplaats) mogelijk maakt ten opzichte van het oude ruimtelijke besluit. Conclusie In het voorliggende bestemmingsplan wordt een woning mogelijk gemaakt van 660 m3 en maximaal 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken. De woning wordt landschappelijk ingepast, waarmee het onderhavig bestemmingsplan sluit goed aan bij de uitgangspunten uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening.

19/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.3.3 Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen (2011) De provincie Utrecht heeft in 2011 een kwaliteitsgids voor Utrechtse Landschappen opgesteld. Begrenzing landschappen zoals vastgesteld in de PRS/PRV 4 februari 2013. De deelgebieden zijn in 2013 gedigitaliseerd. Hierbij zijn zes deelkaternen opgesteld, waaronder één voor het Rivierengebied, waarbinnen het plangebied langs de Utrechtsestraatweg valt. Het Rivierengebied in Utrecht bestaat uit vijf duidelijk verschillende deelgebieden: Flank, Langbroek, Kromme Rijn, Schalkwijk en Nederrijn/Lek. Het plangebied langs de Utrechtsestraatweg maakt onderdeel uit van deelgebied "Nederrijn/Lek". In essentie is dit een open landschap rond de rivier en parallelle dijken, met weiden en vloedbosjes, steenfabrieken en veerhuizen aan dwarskades, boerderijlint langs de dijk en panoramische uitzichten over de omgeving. Het landschap vraagt om: het zichtbaar blijven van de Nederrijn/Lek vanaf de dijk als doorgaande stroomdraad. Aaneengesloten ooibossen zijn niet hier op hun plaats; een betere beleefbaarheid van kenmerkende elementen van de beheersing van de rivier, zoals dijken, vergravingen en grootse civiele werken. De brede rivier met parallelle hoge bandijken vormt de kern van dit lineaire landschap. De buitenwaarden tussen de dijken zijn relatief open, terwijl de binnendijkse zone meer bebouwing en opgaande beplanting kent.

De hoge dijken van de Nederrijn/Lek geven een panoramisch zicht over de lagergelegen omgeving en de hoge beboste Heuvelrug. De binnendijkse verkaveling haaks op de dijk, deels beplant met boomgaarden en bosjes, verleent zicht op achtergelegen kommen en stroomruggronden. Conclusie De functieverandering ter plaatse van het perceel Utrechtsestraatweg naast 21 past binnen de ontwikkelprincipes van het katern "Rivierengebied" van de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen. Onderhavig bestemmingsplan is niet in strijd met de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen.

20/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.3.4 Utrecht, Natuurvisie (2016) Op 4 november 2013 is met Natuurbeleid 2.0 een nieuwe weg ingeslagen: een beleidsplan met vier pijlers waarin niet alleen aandacht is voor het realiseren van een robuust netwerk van natuur, maar ook de nadruk leggen op het onderliggende systeem van abiotische factoren, op het vermaatschappelijken van het natuurbeleid en het verduurzamen van de financiering. De integratie van natuurbeleid met andere beleidsvelden zijn als uitgangspunt genomen. In de realisatie van deze doelen werkt de provincie nauw samen met onze partners en onze twee gebiedscommissies (Utrecht-West en Utrecht-Oost) die worden ondersteund met de provinciale programmabureaus. De Natuurvisie is 12 december 2016 door Provinciale Staten van Utrecht vastgesteld. Dit document omvat de Natuurvisie van de provincie Utrecht. De provincie Utrecht is een uniek knooppunt in Nederland: op een klein oppervlak vinden we een grote verscheidenheid aan prachtige landschappen en natuurgebieden. Ook in het stedelijk gebied komen veel natuurwaarden voor, bijvoorbeeld in de eigen tuinen van mensen of in de vele stadsparken. Mede door dit groene netwerk wonen en werken mensen graag in Utrecht en vestigen bedrijven zich in onze provincie.

Diverse onderzoeken hebben bovendien aangetoond dat de aanwezigheid en beleving van natuur in sterke mate bijdraagt aan de gezondheid van mensen en aan het welbevinden van inwoners. De economische aantrekkingskracht van Utrecht heeft ook een keerzijde: de druk op de fysieke ruimte en het milieu is groot. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in het uitgebreide netwerk van infrastructuur dat onze landschappen en natuurgebieden doorsnijdt, in de groei van het stedelijk gebied en in de relatief hoge concentratie van luchtvervuiling. Dat economische activiteiten een negatief effect kunnen hebben op de natuur is in heel ons land terug te zien, bijvoorbeeld in de afname van de biodiversiteit die sinds de jaren ’50 zichtbaar is. Om deze negatieve gevolgen tegen te gaan en te zorgen voor het naast elkaar bestaan van een robuuste natuur en een welvarende samenleving voert de overheid natuurbeleid. Een mijlpaal uit het verleden is de invoering van het nationale Natuurbeleidsplan in 1990, met een belangrijke uitvoerende rol voor de provincies. Vanaf dat moment staat de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur – EHS, inmiddels omgedoopt tot Natuurnetwerk Nederland, vanaf nu NNN – centraal, een aaneengesloten stelsel van natuurgebieden. Ook natuur in het agrarisch gebied en in de stad krijgt de nodige aandacht.

Via andere beleidsvelden, zoals het bodem-, water en milieubeleid en de ruimtelijke ordening, zet de overheid in op het verbeteren van de condities die nodig zijn voor een goede natuurkwaliteit. Ook zijn in de loop van de tijd een aantal groene wetten opgesteld – de Boswet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet – waarin is bepaald aan welke geboden en verboden handelingen die de natuur beïnvloeden moeten voldoen. Onder andere de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn verwerkt in deze wetten. Dit heeft geleid tot speciale aandacht voor behoud en versterking van natuurgebieden die vanuit Europees perspectief van groot belang zijn – de Natura 2000-gebieden – en de bescherming van tal van in het wild voorkomende plant- en diersoorten. Hoewel in het onderhavige bestemmingsplan alleen een bestemmingswijziging wordt mogelijk gemaakt voor het perceel aan de Utrechtsestraatweg waar de nieuwe woning wordt gerealiseerd, heeft de omvorming van het perceel aan de Cuneralaan 65 naar natuur deze wijziging mogelijk gemaakt. Door de omvorming van dit perceel naar natuur wordt bijgedragen aan de realisering van het Natuurnetwerk Nederland. Conclusie Onderhavig plan sluit goed aan bij de uitgangspunten uit de Natuurvisie.

21/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.3.5 Provinciaal Waterbeleid Bodem-, Water- en Milieuplan 2016 - 2021 In het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 van de provincie Utrecht staat wat de provincie de komende jaren samen met haar partners wil bereiken op het gebied van Bodem, Water en Milieu. De uitwerking van dit beleid staat beschreven in de Uitvoeringsagenda Bodem-, Wateren Milieuplan 2016-2021. De provincie Utrecht richt zich op het behouden en verbeteren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat. Dit betekent dat we werken aan: een robuust bodem- en watersysteem bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied, zoals landbouw, recreatie of natuur een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving een gezonde leefomgeving die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio Waterverordeningen Hiermee geeft de provincie uitvoering aan de Waterwet. Er is een waterverordening per waterschap, dat zijn er in Utrecht vier. Hierin staan onder andere de normen voor regionale waterkeringen en wateroverlast en regels voor het beheerplan, het peilbesluit, grondwaterbeheer en de legger. De legger is een verzameling kaarten waarin de afmetingen van de wateren en dijken zijn vastgelegd en waarin staat wie welk onderhoud doet.

Daarnaast is er de Waterverordening provincie Utrecht 2009, met daarin regels voor het provinciaal waterplan, de regionale vaarwegen en de grondwateronttrekkingen. Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die alle lidstaten verplicht te zorgen voor schoon grond- en oppervlaktewater. De KRW geeft bijvoorbeeld aan welke planten en vissen in het water behoren voor te komen, wat het zuurstofgehalte daarbij moet zijn en hoeveel voedingsstoffen een bepaald type water maximaal mag bevatten voor een gezond waterleven. De provincie legt de doelen voor het oppervlaktewater vast. Veel Utrechtse maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren zijn KRW-maatregelen. Uiterlijk 2027 moeten alle wateren op orde zijn. De KRW is een stimulans geweest om het werken aan schoon water systematischer en integraler aan te pakken. Vier belangrijke kenmerken van de KRW zijn: 1. Stroomgebiedsgerichte aanpak: water houdt zich niet aan grenzen van gemeenten of provincies. Een aanpak in stroomgebieden is effectiever. Utrecht ligt in de stroomgebieden Rijn-West en Rijn-Oost. 2. Integrale aanpak: alle belangrijke aspecten van schoon water komen aan de orde, zowel chemische stoffen, fysieke kenmerken (natuurlijk of aangelegd) als de ecologie (waterleven). Vooral voor de ecologische kwaliteit heeft de KRW voor een belangrijke impuls gezorgd. 3.

Impuls aan het grondwaterbeleid: Utrecht geeft extra aandacht aan de kwaliteit en hoeveelheid van het grondwater. 4. Afrekenbaarheid: de Europese Commissie kijkt of de afgesproken maatregelen ook werkelijk zijn genomen en kan bij niet nakomen een boete opleggen. Werken aan schoon water is dus niet vrijblijvend. Taken provincie bij de KRW Oppervlaktewater: vaststellen doelen voor de belangrijke wateren, zoals bijvoorbeeld hoeveel planten, vissen en zuurstof er in een bepaald stuk water moet zitten. De provincie stelt ook de grenzen, status (bijvoorbeeld natuurlijk of kunstmatig) en toestand (kwaliteit van het water) daarvan vast. Grondwater: verantwoordelijk voor zowel doelen als maatregelen voor de grondwaterlichamen. 22/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Conclusie Onderhavig plan sluit goed aan bij de uitgangspunten uit het Provinciaal Waterbeleid. 3.3.6

Beleid Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Waterbeheersplan Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft zijn digitale waterbeheerplan, getiteld 'Waterkoers 2016 - 2021', vastgesteld. Hierin legt het waterschap zijn koers voor de komende zes jaar op hoofdlijnen vast. De Waterkoers 2016 - 2021 is een omslag in denken. Het is niet meer vanzelfsprekend dat het waterschap alles wat met water te maken heeft, zelf oppakt, bepaalt of betaalt. Het motto is van 'zorgen voor' naar 'samendoen'. De Waterkoers beschrijft de opgaven en de werkwijze van het waterschap. De Waterkoers bevat bewust géén maatregelen. Welke maatregelen we waar en hoe het beste op kunnen pakken, bepalen we samen met onze gebiedspartners. Met andere woorden: de uitwerking van de Waterkoers gebeurt via gebiedsprocessen, beleids- en uitvoeringsplannen en grote projecten van waterschap en partners.

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug Provincie, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, Waterschap Vallei & Veluwe, gemeenten en drinkwaterbedrijf Vitens maken zich samen sterk voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Onlangs is de ‘Leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug’ uit 2010 geactualiseerd en zijn de afspraken tussen de partners hernieuwd. Met het verlengen van het convenant afkoppelbeleid Utrechtse Heuvelrug tot 2021 blijft de garantie bestaan dat de hoeveelheid en de kwaliteit van het grondwater op peil blijft. In het convenant staan heldere afspraken onder welke voorwaarden regenwater mag worden geïnfiltreerd in een kwetsbaar gebied als de Utrechtse Heuvelrug. Afkoppelen Hemelwater is schoon en hoort niet in het riool thuis. Nu wordt het hemelwater en afvalwater vaak nog samen via het rioolstelsel naar de zuivering afgevoerd. Bij hevige regen stroomt het riool over en kan er wateroverlast op straat of een overstort naar het oppervlaktewater plaatsvinden. Vuil water komt dan terecht in watergangen en dat is nadelig voor de waterkwaliteit. Door het regenwater af te koppelen van het riool en terug te brengen in de bodem, wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater beschermd en blijft de grondwatervoorraad op peil. Voorwaarde is dat dit afstromend hemelwater van huizen en wegen niet verontreinigd is.

Met name op de zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug is afkoppelen en infiltreren goed mogelijk. De Utrechtse Heuvelrug vormt een belangrijk gebied voor de aanvulling van de 23/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

grondwatervoorraad. Daarom zijn goede afspraken tussen provincie, waterschap, gemeenten en drinkwaterbedrijf nodig. Conclusie Het plan heeft geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). Er kan worden volstaan met een standaard wateradvies van het waterschap. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Stedenbouwkundige Structuurvisie, Woningbouwlocaties tot 2020 De Stedenbouwkundige Structuurvisie, Woningbouwlocaties tot 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad van Rhenen op 23 september 2008. Hierin geeft de gemeente Rhenen een visie op haar woningbouwlocaties tot 2020 voor de kernen van Elst, Achterberg en Rhenen. De intentie is om te bouwen voor de eigen bevolking (starters en senioren). Hierbij blijft de eigenheid van de kernen van Rhenen centraal staan. Deze visie gaat voor Rhenen uit van een compacte kern binnen de rode contour. Volgens de visie zijn met verdichting, meervoudig ruimtegebruik en herstructurering in de komende periode voldoende woningen te realiseren. De groene randen van Rhenen worden maximaal gerespecteerd, aanvullende bebouwing aan de linten naar het buitengebied is ongewenst. De natuur en recreatie in de uiterwaarden krijgen meer ruimte. De visie op de uiterwaarden van Rhenen gaat uit van behoud van de resterende openbare panorama's op de rivier. De uiterwaarden van de Neder-Rijn bij Rhenen zijn ruim en groen, er zijn relatief weinig voorzieningen, de oever is wel goed bereikbaar met wandelpaden vanuit de kern. Voorgesteld wordt om de uiterwaarden meer bruikbaar te maken door aanvullende wandelroutes en nieuwe natuur. Het is aantrekkelijk om lange afstanden te wandelen door de uiterwaarden.

Voorliggend bestemmingsplan Het bouwen van een woning aan de Utrechtsestraatweg ongenummerd is in strijd met de Stedenbouwkundige Structuurvisie. Afwijken van bestaand beleid is in bijzondere omstandigheden wel mogelijk. De gemeente Rhenen heeft besloten in dit geval af te wijken van haar Stedenbouwkundige Structuurvisie, omdat zij dat in dit geval toelaatbaar achten. De gemeente ondersteunt de volgende argumenten van de provincie om een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het verplaatsen van het bouwrecht. De bestemming van een woning in het buitengebied wordt verplaatst van een locatie niet ver van de kern, maar wel op een strategische plek in de Ecologische verbindingszone, naar een plek die een vergelijkbare woonkwaliteit biedt (ook met uitzicht op de Rijn), maar met minder planologische impact. De locatie aan de Utrechtsestraatweg ligt buiten het NNN dus buiten de EHS en buiten Natura 2000-gebied. De locatie sluit echter wel direct aan op de rode (stedelijke) contour aan de westkant van de kern, min of meer in een bebouwingslint en binnen de bebouwde kom (Wegenverkeerswet) van Rhenen. Tevens ondersteunt de gemeente het (deels) wegbestemmen van de functieaanduiding 'Intensieve kwekerij'. Hiermee zullen de agrarische gronden naast het bouwperceel minder intensief (kunnen) worden gebruikt.

Hiermee kan op het bouwperceel een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd, maar is ook de kans op een eventuele onevenredige aantasting van aanwezige waarden binnen het plangebied en omliggende percelen geringer. Conclusie De gemeente Rhenen heeft dan ook geconcludeerd dat, mits voldaan wordt aan de voorwaarden, sprake is van een positieve ontwikkeling, waarvoor het nodig is af te wijken van haar Stedenbouwkundige Structuurvisie. Dit stond ook vermeld in het principeverzoek waarmee het college van B&W heeft ingestemd.

24/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.4.2 Welstandsnota (2013) De Welstandsnota 2013 is op 23 april 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Rhenen. Binnen de mogelijkheden en wijzigingen van de regelgeving is met deze vaststelling het welstandstoezicht voor de komende jaren helder afgebakend en richting gegeven. Een toegesneden welstandsbeleid met snellere processen, minder regelgeving en behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het plangebied langs de Utrechtsestraatweg maakt onderdeel uit van het gebied dat in de Welstandsnota is aangeduid met 'Uiterwaarden'. Het beleid is gericht op het behouden en versterken van de landschappelijke kenmerken van de uiterwaarden. Voor bebouwing aan de Utrechtsestraatweg geldt een intensieve welstandstoets, met extra aandacht voor de uiterlijke verschijningsvorm. Er zijn een aantal gebiedscriteria voor bouwwerken binnen de uiterwaarden geformuleerd, en aanvullende criteria voor de Utrechtsestraatweg: Gebiedscriteria Algemeen de bouwwerken dienen te passen in de omgevingskarakteristiek, rekening houdend met de bestaande organisatie op het perceel en passend binnen de landschappelijke inrichting. Massa en vorm aan- en uitbouwen zijn in een zelfde stijl uitgevoerd als de hoofdmassa; er is sprake van een samenhangende en evenwichtige gevelopbouw.

Detaillering, kleur- en materiaalgebruik detaillering, kleur- en materiaalgebruik zijn passend bij de omgeving; er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen zoals baksteen, hout en pleisterwerk. Aanvullende criteria Utrechtsestraatweg Plaatsing de hoofdgevel of representatieve zijde is op de belangrijkste openbare ruimte gericht. Hiermee wordt de straat of een openbare groene ruimte bedoeld. Massa en vorm aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa; bij grote bouwelementen is sprake van samenhang in de massaopbouw. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik extra aandacht dient besteed te worden aan de representativiteit van de bebouwing. Voorliggend bestemmingsplan Bij de landschappelijke inpassing is voor zover mogelijk rekening gehouden met de welstandseisen uit de Welstandsnota. Aangezien niet alle aspecten uit de Welstandsnota ruimtelijk relevant zijn, zal in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen eveneens aandacht aan worden besteed aan het Welstandsbeleid. Conclusie Op sommige punten is het plan in strijd met de Welstandsnota. Echter heeft de Welstandstandcommisie positief met opmerkingen op het plan geadviseerd. 25/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.4.3 Woonvisie (2018) Op 30 januari 2018 heeft de gemeenteraad ingestemd met de nieuwe woonvisie 'Kiezen voor Rhenen'. In deze woonvisie, die een doorkijk geeft tot 2030, zijn de ambities en strategieën geformuleerd om met de verschillende woonopgaven in Rhenen om te gaan. De visie bevat een aanpak om de komende jaren de bouwstroom te kunnen garanderen en tegelijkertijd de woonkwaliteit te kunnen behouden. Ook wordt ingegaan op de manier waarop verschillende doelgroepen een thuis in de gemeente kunnen vinden, hoe wij de kernen vitaal kunnen houden en hoe we onze bestaande woningvoorraad toekomstbestendig kunnen maken. De komende tien jaar voegt de gemeente woningen toe in lijn met het regionale advies: tussen 450 en 550 woningen, zo’n 50 woningen per jaar. Het is een grote uitdaging om deze productie te realiseren, omdat het vooral om inbreidingslocaties gaat. Afwegingskader woningbouw Ambities een plek geven in een afwegingskader Een belangrijk onderdeel van de woonvisie is de woningbouwprogrammering. Via de programmering wil de gemeente bijdragen aan de realisatie van passende woningen voor de eigen behoefte. Hiertoe kiezen we ervoor om kwaliteiten centraal te stellen waaraan plannen een bijdrage moeten leveren. De gemeente verleent haar medewerking aan de plannen die het beste bijdragen aan de ambities die de gemeente heeft.

Dit afwegingskader is vooral een hulpmiddel om met ontwikkelende partijen in gesprek te gaan over differentiatie, fasering en de gewenste kwaliteit van woningen, woonomgeving en woonmilieus. We beoordelen alle plannen aan hun bijdrage, omdat gezien onze beperkte plancapaciteit ieder plan de juiste moet zijn. Voorliggend bestemmingsplan In het voorliggend bestemmingsplan heeft de gemeente Rhenen besloten medewerking te verlenen aan het initiatief. Relevant is verder dat het in voorliggend bestemmingsplan gaat om de verplaatsing van een bouwrecht. Er is derhalve geen sprake van het toevoegen van een nieuwe woning. Conclusie Onderhavig plan is niet in strijd met de Woonvisie.

26/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

3.4.4 Gemeentelijk Waterbeleid Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan In dit verbreed gemeentelijk rioleringsplan, ofwel vGRP+, staat het beleid van Gemeente Rhenen voor stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater voor de periode 2015-2019. Het beschrijft de stand van zaken, reikwijdte, ambities, planning en kosten van de gemeentelijke watertaken. De ‘plus’ staat voor het Waterplan Rhenen, omdat dit vGRP+ ook aandacht schenkt aan het beleid uit het Waterplan van 2004. De riolering in Rhenen is voornamelijk gemengde riolering, waarbij afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Sinds 1975 is gescheiden riolering aangelegd, waarbij afvalwater en regenwater apart worden gehouden. In het buitengebied ligt drukriolering waarbij afvalwater met pompjes wordt afgevoerd. Kenmerkend voor Rhenen zijn de grote hoogteverschillen. Hierdoor stroomt het water zeer snel naar laaggelegen delen. Dit geeft risico’s op wateroverlast, maar de Rhenense situatie biedt ook kansen. De bodem is zeer geschikt voor infiltratie van regenwater, zodat dit niet door riolen hoeft te worden afgevoerd. Een belangrijk onderdeel van de Rhenense strategie is het afkoppelen, waardoor schoon regenwater niet in de vuilwaterriolen terecht komt.

Dit is voordelig voor het milieu, voor het voorkomen van wateroverlast en voor de rioolwaterzuivering van het waterschap. Het waterplan Het Waterplan “een berg mooi water” is door de gemeenteraad vastgesteld op 26 april 2005 en heeft ten doel effectief en efficiënt om te gaan met water in de gemeente. De watervisie beschrijft de beoogde ontwikkeling van het water tot 2025. Het waterplan gaat in op de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de waterketen. Bij de streefbeelden voor het bebouwd gebied ligt de nadruk op het saneren van riooloverstorten en het afkoppelen van verhard oppervlak. Voor onderhavig plan zijn de volgende relevante streefbeelden voor 2025 te noemen: Grondwateroverlast komt niet voor; Alle in- en uitbreidingen (vanaf 2005) zijn waterneutraal; Bij nieuwbouw (vanaf 2005) worden geen uitlogende materialen toegepast, zoals zink, koper en lood; Vanaf 2005 wordt in in- en uitbreidingen het regenwater van schone oppervlakken niet op de riolering geloosd; In Elst, Rhenen en Achterberg is circa 30 % van het verharde oppervlak van de riolering afgekoppeld (ten opzichte van 1998, onder voorbehoud van voldoende financiële middelen). In het waterplan is eveneens vermeld op welke plannen de watertoets van toepassing is op basis van de richtlijnen in de “Handreiking Watertoets 2”.

Het benodigd overleg is afhankelijk van het soort plan en de mogelijke gevolgen voor het watersysteem. Overige beleidskaders Het waterbeleid van Gemeente Rhenen wordt voortdurend afgestemd op regionale en landelijke ontwikkelingen. Provinciaal en landelijk beleid wordt uitgewerkt voor de lokale situatie in Rhenen. Er wordt afstemming gezocht met het beleid van de waterschappen, omliggende gemeenten en de visies van samenwerkingsverbanden (Winnet, PWVE en R2W2). Het (water)beleid van al deze overheden vormt een kader waarbinnen Gemeente Rhenen haar beleid bepaalt. Een aantal van deze beleidskaders is beschreven in hoofdstuk 2 van het achtergrondrapport. Daar wordt ingegaan op het rijksbeleid, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Hieronder is de samenvattende tabel uit het achtergronddocument weergegeven

27/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Afkoppelen door de gemeente In de volgende figuur is schematisch aangeven in welke gevallen Gemeente Rhenen regenwater afkoppelt of niet aansluit:

28/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Afkoppelen door particulieren Om de afkoppelambitie te kunnen halen is het niet voldoende om bij wegreconstructies alleen de wegoppervlakken af te koppelen. Ook dakoppervlakken van aangrenzende bebouwing worden in projecten meegenomen. Hiervoor is medewerking van burgers en bedrijven essentieel. In figuur 2 is aangegeven in welke gevallen Gemeente Rhenen het redelijk vindt om van burgers en bedrijven te vragen het regenwater zelf te verwerken of gescheiden aan te leveren:

In de bovenstaande figuur is er bij uitbreidingen strikt genomen geen sprake van “afkoppelen” maar van “niet aankoppelen”. In- en uitbreidingen Bij in- en uitbreidingen moeten bedrijven en particulieren het regenwater verwerken op eigen 29/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

terrein behalve als: infiltratie vanwege de bodemgesteldheid niet mogelijk is en er bovendien geen oppervlaktewater in de buurt is; een gemeentelijke voorziening vanuit het oogpunt van doelmatigheid beter is. Als het regenwater niet op eigen terrein wordt verwerkt, moet het gescheiden op de erfgrens worden aangeleverd, waarna het regenwater op een gemeentelijke regenwatervoorziening wordt aangesloten. Vanuit het oogpunt van doelmatigheid is het soms beter om gemeenschappelijke voorzieningen aan te leggen. Hierbij is ook de beschikbare ruimte bepalend. Bij rijtjes- of geschakelde woningen zijn er beperkte mogelijkheden om regenwater van de voorzijde naar de achterzijde te brengen en is er weinig ruimte. De kosten voor aanleg en onderhoud van infiltratie- of bergingsvoorzieningen lopen dan zodanig op dat een gemeentelijke voorziening (kosten)efficiënter is. In dit kader worden door de gemeente in ieder geval geen regenwatervoorzieningen aangelegd voor: grote bedrijven; vrijstaande woningen met een perceel oppervlak van 500 m2 of meer.

In het afkoppelplan staat aan welke eisen voorzieningen op particulier terrein moeten voldoen. Een van de eisen betreft de omvang van infiltratievoorzieningen. Bij woningen en kleine bedrijven moeten de voorzieningen een berging hebben van 20 mm. Bij grote bedrijven is dit 40 mm. Infiltratiemogelijkheden De bodem is fysiek niet geschikt voor infiltratie als: de verticale doorlatendheid van de bodem kleiner is dan 1 m/dag; de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) hoger is dan 1 m beneden de (toekomstige) maaiveldhoogte. In een bodemkundig- en (geo)hydrologisch onderzoek wordt per project bepaald wat de plaatselijke doorlatendheid en grondwaterstanden zijn. De verwachting is dat alleen in Achterberg en omgeving infiltratie op basis van de gestelde criteria niet mogelijk is. Een groot deel van Rhenen ligt op de Utrechtse Heuvelrug. Voor de Utrechtse Heuvelrug is specifiek afkoppelbeleid ontwikkeld. Dit beleid is vastgelegd in het Convenant afkoppelbeleid Utrechtse Heuvelrug. Dit beleid is uitgewerkt in het afkoppeldocument van Rhenen. In het grondwaterbeschermingsgebied geldt ook de Provinciale Milieuverordening (PMV). Conclusie De nieuwe woning wordt gerealiseerd met een groen dak waarop het hemelwater wordt opgevangen en indien nodig kan overlopen op eigen terrein. Op de omliggende gronden kan het hemelwater infiltreren in bodem.

Hierdoor is voor hemelwater geen aansluiting op het gemeente riool noodzakelijk. Het plan voldoet aan het gesteld gemeentelijk waterbeleid.

30/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

Hoofdstuk 4 Planologische- en milieutechnische aspecten Algemeen Ten behoeve van het voorliggend bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn door de Omgevingsdienst Regio Utrecht beoordeeld. Het integraal advies van de Omgevingsdienst is als Bijlage 3 bij deze Toelichting gevoegd. Op basis van dit advies zijn enkele rapporten aangepast of zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Na beoordeling van deze aanvullende onderzoeken heeft de Omgevingsdienst geadviseerd dat alle onderzoeken (ecologie onder voorwaarden) akkoord bevonden zijn. Deze integrale adviezen zijn opgenomen als Bijlage 11 en Bijlage 15 bij deze toelichting en worden per paragraaf beschreven. 4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De treden van de ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling; indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de nieuwe laddersystematiek. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Het bouwen van 1 woning is conform de nieuwe laddersystematiek geen stedelijke ontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing zijn op de voorliggende ontwikkeling.

31/49 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020

4.2

Bodem

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie. Wanneer een toekomstige functie mogelijk wordt belemmerd door de bodemkwaliteit (denk bijvoorbeeld aan een groentetuin op een voormalige vuilstortplaats), zal een verkennend bodemonderzoek moeten aantonen of dit daadwerkelijk het geval is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het daarom van belang om te kijken of de toekomstige functie van het gebied niet in strijd is met de kwaliteit van de bodem. In oktober 2019 door NIPA Milieutechniek b.v. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 4). De resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een perceel naast de Utrechtsestraatweg 21 te Rhenen, kadastraal bekend als gemeente Rhenen, sectie I, nummer 1067, blijkt dat de baksteen houdende bovengrond licht verontreinigd is met kwik en lood. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met lood, zink en PCB. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten. Op basis van deze resultaten dient de hypothese in principe verworpen te worden. De gevolgde strategie is echter als voldoende te beschouwen. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10596715/1