Bijlage 1 Adviesrapport Focus op de balans werkdruk en werkplezier
Tekst van het document
5,8% € 6.107.675 € 337.228 € 80.453 €21.509 € 10.627 € 449.817
180 dagen minder verzuim 5,4% € 6.107.675 €313.971 € 74.904 € 21.509 € 9.894 € 420.278 € 29.539
360 dagen minder verzuim 5,0% € 6.107.675 € 290.714 € 69.356 € 21.509 € 9.162 € 390.740 € 59.077
Alle interventies zijn gericht op het verminderen van de ervaren (te) hoge werkdruk. Aanbeveling 3 heeft echter als enige een directe relatie in de KPI naar het verminderen van het verzuim. De vermindering van de kosten bij 180 dagen minder verzuim bedraagt al € 29.539 en 360 dagen minder verzuim levert zelfs een vermindering van de kosten op van € 59.077. De kosten van de interventie zijn hierin niet meegerekend maar het is evident dat bij een geringe investering het effect groot kan zijn.
Begrippenlijst Bevlogenheid: Een positieve gemoedstoestand van opperste voldoening ten aanzien van het werk die wordt gekenmerkt door vitaliteit, toewijding en absorptie. Buffers: Alle aspecten die voorkomen of vertragen dat werkdruk leidt tot werkstress. Burn-out: Is een langdurige, negatieve werkgerelateerde geestesgesteldheid bij normale individuen, die primair wordt gekarakteriseerd door uitputting en vergezeld gaat van spanningsklachten, verminderde persoonlijke effectiviteit, verminderde motivatie en de ontwikkeling van disfunctionele werkattitudes en -gedragingen. Duurzame inzetbaarheid: Duurzaam inzetbaar betekent dat medewerkers doorlopend in hun arbeidsleven over daadwerkelijk realiseerbare mogelijkheden alsmede over de voorwaarden beschikken om in huidig en toekomstig werk met behoud van gezondheid en welzijn te (blijven) functioneren. Dit impliceert een werkcontext die hen hiertoe in staat stelt, evenals de attitude en motivatie om deze mogelijkheden daadwerkelijk te benutten. Flow: Toestand die ontstaat wanneer er een passende match is tussen de gestelde uitdagingen en de bijbehorende vaardigheden. Als de uitdaging te groot is dan ontstaat stress. Als de uitdaging te klein is dan ontstaat routine of verveling. Persoonlijke hulpbronnen: De ontwikkelbare aspecten van een persoon die helpen met stressvolle situaties om te gaan.
Voorbeelden zijn zelfvertrouwen, persoonlijke effectiviteit, zingeving en optimisme. Regelmogelijkheden: De controle van de medewerker over zijn taken en zijn gedrag. Hoe de medewerker het werk uitvoert, in welk tempo, in welke volgorde en het plannen van de eigen rust- en hersteltijden. Stress: Een toestand die als negatief ervaren lichamelijk, psychische of sociale gevolgen heeft. Taakeisen: Taakeisen vragen van de medewerker fysieke inspanning (zoals zwaar tillen), cognitieve inspanning (zoals hoge concentratie) en emotionele inspanning (zoals omgaan met agressie en lijden). Taakeisen doen een appel op de fysieke, mentale en emotionele belastbaarheid van de medewerker. Veerkracht: Het vermogen om je aan te passen aan stress en tegenslag en daar misschien zelfs sterker uit te komen. Het gaat niet enkel over 'terugveren' naar de oorspronkelijke positie, maar ook om doorgroeivermogen. Werkdruk: Een situatie waarin er een disbalans is ontstaan tussen de eisen van het werk wat betreft de inhoud van het werk en de context van het werk en de mogelijkheden van de medewerker om het werk goed uit te voeren. Werkplezier: Trots zijn op de dingen die je in je werk doet.
Het is de situatie dat je je verheugt om een dag op het werk door te gaan brengen, dat je met een glimlach naar je werk toe gaat, dat je fijne collega’s hebt die je helpen wanneer dat nodig is en die oprechte interesse tonen in jou, met een baas die je in je waarde laat en je zinvol werk geeft, met de ondersteuning en uitdaging die je nodig hebt. Werkstress: De mogelijke reactie als gevolg van werkdruk, rolconflicten op het werk, conflicten in teams of met de leidinggevende, pesten of andere ongewenste omgangsvormen op de werkvloer.
Bijlagen Bijlage 1: Werkplekcheck en werkdruk
Hieronder een vragenlijstje over jouw bronnen van werkdruk en werkplezier. Hopelijk wil je dit met me delen. Hoe ervaar je je werkdruk Te laag Laag Goed Hoog Te hoog
Heb je plezier in je werk? Altijd Vaak Regelmatig Soms Nooit
Energievreters Welke elementen kosten energie Inhoud van het werk: Hoeveelheid werk Werktempo Tijdsdruk (deadlines) Kwaliteitseisen Moeilijkheidsgraad Variatie (te veel of te weinig) Emotionele belasting
Energiegevers Welke elementen geven energie? Keuzevrijheid uitvoering van het werk tav: o de wijze o de volgorde o het tempo Functionele steun van collega’s en /of leidinggevende Belang van het werk voor de samenleving Inhoud van het werk Loyaliteit met de organisatie Sfeer Samenwerking Anders, nl…………………………………………..
Context van je werk: Onduidelijke taakeisen Onduidelijke verdeling van taken Onduidelijkheid in verwachtingen Onduidelijkheid in procedures of beleid Taakonderbrekingen Organisatiecultuur Stijl van leidinggeven Anders, nl…………………………………………………
Welke buffers ervaar je in je werk: Sociale steun Leer- en ontwikkelingsmogelijkheden Rustmomenten Beloning Waardering Als je de elementen van werkdruk en werkplezier op een balans legt hoe ziet die balans er dan uit?
Bijlage 2: Uitwerking Werkplek en werkdrukcheck
Welke elementen kosten energie
Welke elementen geven energie
Energievreters ten aanzien van de inhoud van het werk
Energiegevers loyaliteit met de organisatie
werktempo
belang van het werk voor de…
moeilijkheidsgraad
functionele steun van collega's… samenwerking
emotionele belasting
inhoud van het werk
kwaliteitseisen
keuzevrijheid tav het tempo variatie
sfeer
hoeveelheid werk
keuzevrijheid tav de volgorde
tijdsdruk (deadlines)
keuzevrijheid tav de wijze van…
0%
10%
20%
30%
40%
0%
10%
20%
Welke buffers ervaar je in je werk beloning
rustmomenten leer- en ontwikkelingsmogelijkheden sociale steun
waardering
0%
10%
20%
30%
40%