CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Addendum Perspectiefnota 2022 digitaal v2

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectiefnota 202222.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

g. Subsidies De subsidies zijn voor de jaren 2022 – 2025 geïndexeerd met het percentage van de verwachte gewogen nominale ontwikkeling van 1,71%. Dit percentage is afkomstig uit de perspectiefnota 2021 in verband met het opstellen van de subsidieregeling 2022 in februari 2021.

h. Opslagpercentages overhead Voor het bepalen van de kostprijs voor leges en heffingen wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de kosten van overhead en de rente voor de financiering van investeringen meegenomen. Dit is vastgelegd in de financiële verordening van onze gemeente. In artikel 11 lid 3 is ook vastgelegd dat de toedelingssystematiek van de overheadkosten aan de kostprijs van bijvoorbeeld leges en heffingen jaarlijks in de perspectiefnota wordt vastgesteld. De uitgangspunten voor de toedeling van de overhead is voor 2022 onveranderd. 23

overig

WOONLASTEN Inleiding In deze paragraaf worden de ontwikkelingen rondom de woonlasten 2022-2025 geschetst. Hierbij ligt de focus op de afvalstoffen- en rioolheffing. In de paragraaf worden achtereenvolgens de uitgangspunten, de wettelijke basis, de stijging van de afvalstoffenheffing, de stijging van de woonlasten en de stand van de voorzieningen behandeld. De informatie is gebaseerd op de gegevens per ultimo april 2021. Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: 1. Het jaar 2021 is gebaseerd op de belastingverordening. 2. De OZB 2021 uit de belastingverordening is voor 2022 gecorrigeerd met 1,67%. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 is per jaar een correctie van 1,64% toegepast. 3. De investeringsstaat is geactualiseerd, waarbij de effecten van de jaarrekening 2020 en het voortschrijdend inzicht is verwerkt. 4. De maatregelen vanuit het afvalbeleidsplan en de maatregelen ter compensatie van het uittreden van de gemeente Utrechtse Heuvelrug uit het afvalbrengstation zijn verwerkt op de juiste kostensoorten, waar eerder een stelpost was opgenomen. De maatregel om grofvuil in eigen beheer te gaan ophalen is niet goedgekeurd door de raad en derhalve niet verwerkt. In 2022 is de tweede (en laatste) tranche vrijwilligersvergoeding papierinzameling verwerkt. 5. De personele kosten zijn aangepast op geleide van de nieuwe loonberekeningen.

De prijsindex is geactualiseerd. 6. De kostendekkendheid van de rioolheffing is verhoogd met een bedrag van € 150.000. Dit is een maatregel vanuit het ombuigingsscenario bij de programmabegroting 20212024. 7. Het aantal huishoudens, aansluitingen en het waterverbruik zijn geactualiseerd op basis van de opgelegde aanslagen per 1 mei 2021. Wettelijke basis De wettelijke basis van de afvalstoffen- en rioolheffing verschilt. De heffingen hebben gemeen dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn: de geraamde baten mogen de toegerekende kosten niet overschrijden. De gemeente Rhenen rekent niet alle kosten toe. Dat houdt in dat de gemeente kosten die wettelijk gezien wel aan de afvalstoffen- en rioolheffing toegerekend zouden mogen worden niet betrekt in de heffingen. Voorbeelden zijn de perceptiekosten

H4

belastingen, bestrijding hondenpoep en de kosten voor de dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Ede voor belastinginnig. Voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing komt de kostendekking uit rond de 97%. Stijging afvalverwerkingskosten Vanuit de rijksoverheid wordt gestuurd op vermindering van de afvalstroom restafval. Dit uit zich onder meer door een forse stijging van de kosten voor verwerking. In 2020 is het afval- en grondstoffenbeleid vastgesteld. Maatregelen uit dit beleidsplan zijn gericht op het reduceren van de hoeveelheid restafval, onder meer door betere bronscheiding. Omdat de maatregelen eind 2020 zijn uitgerold is het effect ervan nog niet te meten. In het derde kwartaal 2021 moet hier meer zicht op zijn. De evaluatie van de maatregelen kan aanpassing van het tarief voor afvalstoffenheffing vragen. Met een verdere stijging van de kosten – meer dan prijscorrectie voor verwerking door externe factoren is geen rekening gehouden. Stijging woonlasten In 2020 is besloten om de verwachte stijging van de woonlasten voor 2021 te dempen door de inzet van te ontvangen precario kabels en leidingen. Het bedrag van € 503.000 is over de jaren 2021 (€ 433.297), 2022 (€ 48.838) en 2023 (€ 11.270) verdeeld. Hiermee werd een stijging van 5,6% in 2022 ten opzichte van 2021 gerealiseerd en een stijging van 1,7% in 2023 ten opzichte van 2022. Stijging woonlasten

2020

2021

2022

2023

afvalstoffenheffing

€ 279,00

€ 365,00

€ 345,80

€ 344,86

-€ 59,00

- € 6,50

- € 1,50

demping woonlast rioolheffing

€ 128,00

€ 172,50

€ 181,59

€ 186,77

OZB

€ 384,00

€ 391,82

€ 398,52

€ 405,34

totaal woonlast

€ 791,00

€ 870,32

€ 919,41

€ 935,47

5,6%

1,7%

stijging ten opzichte van voorgaand jaar

Op basis van de geactualiseerde financiële gegevens zijn de woonlasten opnieuw berekend. Ten opzichte van de belastingverordening 2021 komen de woonlasten in 2022 8,5% hoger uit dan in 2021. In 2023 komen de woonlasten 0,7% hoger uit dan in 2022. In 2024 en 2025 stijgen de woonlasten respectievelijk 1% en 2,5% ten opzicht van het voorgaande kalenderjaar.

24

overig

H4

De hogere stijging van de woonlasten in 2022 ten opzichte van 2021 (8,5% in plaats van 5,6%) kan onder meer verklaard worden door • het niet uitvoeren van de maatregel ophalen grof vuil met de eigen dienst in plaats van via de kringloop; • het opnemen van de tweede (en laatste) tranche vergoeding aan vrijwilligers in verband met het stoppen van inzamelen van papier met vrijwilligers; • verhoging van de personele kosten; • aanpassing van de prijsindex. Voorzieningen De voorziening ten behoeve van de egalisatie van de tarieven afvalstoffenheffing kent ultimo 2020 geen saldo en kan derhalve niet ingezet worden voor tariefsverlaging. De voorziening ten behoeve van de egalisatie van de tarieven rioleringsheffing heeft ultimo 2020 een stand van afgerond € 211.000 en zou ingezet kunnen worden voor tariefsverlaging. 2020

2023

2024

2025

€ 279,00 € 306,00

€ 357,11 € 354,30

€ 352,52

€ 361,97

rioolheffing

€ 128,00

€ 172,50

€ 189,42

€ 191,65

€ 195,92 € 203,58

OZB

€ 384,00

€ 391,82

€ 397,46

€ 404,18

€ 411,01

€ 417,96

totaal woonlast

€ 791,00

€ 870,32

€ 943,99

€ 950,13 € 959,45

€ 983,51

afvalstoffenheffing

stijging ten opzichte van voorgaand jaar woonlastendemping in tarief afvalstoffenheffing

2021

2022

8,5%

0,7%

1,0%

€ 433.297 € 48.838

€ 11.270

2,5%

Saldo 1-1-2021

Toevoeging 2021

Onttrekking 2021

Saldo 31-1-2021

211.000

0

0

211.000

0

0

0

0

16 - Uitgestelde investering en onderhoud riolering

22.000

0

0

22.000

17 - Uitgestelde investering zen onderhoud afval

0

0

0

0

233.000

0

0

233.000

14 - Egalisatie voorziening riolering 15 - Egalisatie voorziening afval

Totaal

25

overig

H4

TOELICHTING OP HOOFDLIJNEN MEICIRCULAIRE 2021

Gemeentefonds

A.Uitkomsten meicirculaire voor de de jaren 2022 - 2025 De meicirculaire 2021 laat met uitzondering van 2024 voor alle jaren een voordeel zien.

Meicirculaire 2021

MEICIRCULAIRE 2021 Eind mei is de meicirculaire gemeentefonds 2021 verschenen. Deze circulaire 2021 informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2021 en verder. De circulaire bevat ook informatie over het compensatiepakket voor medeoverheden in verband met de financiële gevolgen van de coronacrisis. De meicirculaire vormt voor de meeste gemeenten de basis voor het opstellen van de (meerjaren)begroting 2022-2025. Ook de provincie bepaalt hierop het toezicht voor de gemeenten. In dit onderdeel wordt op de hoofdlijnen een beeld geschetst over de uitkomsten van de meicirculaire 2021. Eerst wordt een toelichting gegeven op de meicirculaire, daarna wordt ingegaan op de gevolgen van de meicirculaire op het financieel perspectief 2022 - 2025.

In deze uitkomsten is rekening gehouden met de verlaging die vanaf 2022 moet plaatsvinden voor het woonplaatsbeginsel. Voor de publicatie van de meicirculaire was in het financieel perspectief hiervoor een bedrag opgenomen van € 283.000. Uit de meicirculaire blijkt dat het bedrag € 157.000 is. De verlaging is met het oog op de afronding van dit document net doorgevoerd. Het nadelig effect van € 126.000 werkt niet door in het financieel perspectief omdat het een budgettair neutrale mutatie betreft.

26

overig

B. Gevolgen meicirculaire op het financieel perspectief 2022-2025 In de grafiek hieronder zijn de hiervoor gepresenteerde uitkomsten van de meicirculaire onderverdeeld in middelen die ten gunste komen van het financieel perspectief (leidt tot een voor of nadeel in de begroting) en middelen die zijn gereserveerd (is een budgettair neutraal effect). Onder de gereserveerde middelen vallen bijvoorbeeld de taakmutaties en de decentralisatie uitkeringen. De uitkering uit het gemeentefonds is een algemeen dekkingsmiddel. Dit betekent dat er geen verplichting is om de hiervoor genoemde middelen voor die taak in te zetten. Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2022-2025 zal beoordeeld worden in hoeverre daar uitgaven tegenover staan.

H4

woorden het nadeel loopt in de periode tot en met 2025 ieder jaar op. In de jaren 2024 en 2025 pakt de meicirculaire nadelig uit voor het financieel perspectief. De oorzaak hiervan is dat het oplopende negatieve accres in die jaren niet wordt goed gemaakt door de verschuivingen die optreden door de ontwikkeling van de maatstaven (incl. de bijstelling van de uitkeringsfactor). Tenslotte is sprake van een nadelig effect door de aanpassing van de rekentarieven WOZ. De conclusie is dat de uitkomsten van de meicirculaire op de korte termijn een gunstig effect hebben op het financieel perspectief en in de latere jaren nadelig uitpakken. Financieel perspectief In onderstaande tabel is het financieel perspectief voor de jaren 2021 – 2025 geactualiseerd met de effecten van de meicirculaire 2021. Effecten meicircualire 2021 op financieel perspectief

2022

2023

2024

2025

Resultaat exclusief meicirculaire 2021

49.500 N

66.000 N

128.000 N

24.500 N

Meicirculaire 2021

156.000 V

9.000 V

123.000 N

59.000 N

Resultaten 2022 - 2025 na meicirculaire

106.500 N

57.000 N

5.000 N

34.500 N

Voor de jaren 2022 en 2023 geldt dat de meicirculaire een gunstig effect heeft op het financieel perspectief van de gemeente. Ten opzichte van de septembercirculaire 2020 is op macroniveau sprake van dalende aantallen bijstandsontvangers omdat de instroom door de corona-pandemie meevalt. Ook dalen de aantallen inwoners. Een dalend aantal leidt in de uitkering uit het gemeentefonds tot een stijging van de zgn uitkeringsfactor. Op deze wijze heeft een macro daling of toename van de maatstaven geen effect op de omvang van het gemeentefonds. De maatstaf bijstandontvangers en inwoners was vooruitlopend op de meicirculaire al verwerkt in het financieel perspectief. Wij profiteren nu mee omdat de uitkeringsfactor naar boven is bijgesteld. In de eerste jaren is dit voordeel voldoende om het negatieve effect van het accres op te vangen. Het negatieve accres wordt veroorzaakt door de lagere loon en prijsontwikkeling die de departementen ontvangen. Dit effect is cumulatief structureel. Met andere 27

overig

H4

OVERIGE ONTWIKKELINGEN MFG Rhenen In december 2020 heeft de raad besloten dat er een vervanging komt van het huidige Gastland en de Westpoort. Het vastgestelde financieel kader is € 700.000 op jaarbasis. De verwachte investering bedraagt ongeveer € 13.000.000 exclusief btw, mits passend binnen het hiervoor genoemde financieel kader. In het voorjaar van 2021 is er samen met gebruikers en omwonenden een programma van eisen opgesteld ten aanzien van aanbesteding van de bouw en exploitatie van het MFG Rhenen. De planning is dat het gebouw definitief wordt opgeleverd begin 2025. Het gebouw zal in fasen worden opgeleverd, vanwege het kader continuïteit. Dit kader betekent dat tijdens de bouw de functies van de oude sporthal en het zwembad worden gewaarborgd. Eerst wordt bijvoorbeeld een zwembad gebouwd, daarna wordt het huidige zwembad afgebroken en vervolgens wordt het resterende gebouw neergezet. Hoe dit er precies gaat uitzien, weten we na de aanbesteding. De marktpartijen worden uitgedaagd om met een slim voorstel te komen. Door het gedeeltelijk bouwen op een andere plek zal er ook een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen. De bestemming van parkeerplaats en groen naar maatschappelijke voorziening en andersom wordt daarmee geregeld. Het is mogelijk dat hier nog bezwaar tegen wordt gemaakt.

De vervolgplanning op hoofdlijnen is als volgt: Juli t/m september 2021 Aanbesteding inclusief keuze van winnaar December 2021 Besluitvorming gericht op buitenterrein. Bevestiging van keuze winnaar 1e helft 2022 Bespreking ontwerp winnaar met omwonenden 2022-2023 Bestemmingsplan wijzigingen 2e helft 2023 Begin bouw nieuw MFG Rhenen (verwachting) Begin 2025 Definitieve oplevering

Naast de bouw van het nieuwe MFG Rhenen speelt er de opstalwaarde vergoeding die betaald moet worden aan de huidige exploitant. Voor de oorspronkelijke opstalwaarde zal volgens het contract tot 1 juli 2010, een bedrag betaald worden. Namelijk € 460.000,- per 1-1-2023. Daarnaast is de boekwaarde van het eigen geactiveerde gedeelte € 73.243 per 1-12023. Voor de investeringen na 1 juli 2010 is contractueel afgesproken dat door een externe taxateur bepaald wordt wat de resterende waarde is. Indien het contract afloopt op een latere datum dan de huidige (31-07-2023) zal de te vergoeden opstalwaarde lager zijn. Hier staat een vordering tegenover vanuit leningen, echter de hierboven genoemde te betalen opstalvergoeding is niet voorzien op de balans en zal leiden tot een eenmalig verlies. Bij oplevering van het MFG Rhenen 2025, is in 2026 voor het eerst sprake van kapitaallasten. Het jaar 2025 is het laatste jaar van het meerjarenperspectief. We hebben ervoor gekozen om de volledige last in 2025 mee te nemen. Derhalve kan het zo zijn dat we in 2025 een voordeel realiseren op de kapitaallasten. Arbitrage jeugdzorg De arbitragecommissie jeugdzorg heeft geoordeeld dat het Rijk de gemeente onvoldoende middelen heeft gegeven om de Jeugdwet uit te voeren.

Op 3 juni 2021 is bekend gemaakt dat het kabinet € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt aan gemeente ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor 2022. Daarnaast voeren de gemeenten maatregelen uit waarmee in 2022 circa € 214 miljoen wordt bespaard op de uitgaven voor jeugdzorg. Een nieuw kabinet moet beslissen over extra middelen vanaf 2023. Vooruitlopend op de besluitvorming van het nieuwe kabinet wordt in 2021 al gestart met het nemen van maatregelen en het voorbereiden van een beter houdbaar jeugdstelsel op de lange termijn. De financiële gevolgen voor de gemeente Rhenen zullen wij betrekken bij de uitwerking van de (meerjaren)begroting 2022 - 2025.

28

overige punten

Wet inburgering Met ingang van 1 januari 2022 treedt de Wet Inburgering 2021 in werking. Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt een bijdrage te leveren aan het maatschappelijk doel van inburgering, namelijk dat alle inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Dit doel vertaalt zich in een specifiek doel voor het nieuwe inburgeringsstelsel: inburgeraars bereiken het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst B1) en kennis van de Nederlandse maatschappij, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen vanaf de start van het inburgeringstraject.

door de regering en minister. Daarnaast zijn er landelijk geluiden dat het Rijksbedrag niet toereikend is om de kosten voor de Onderwijsroute (één van de drie leerroutes uit de nieuwe wet) te dekken. Hierover is inmiddels door de VNG een lobby richting het Rijk gestart. In het aanbestedingsdocument zijn diverse beheersmaatregelen opgenomen om bovenstaande risico’s te beheersen.

Het implementatieplan dat voor Rhenen, Renswoude en Veenendaal wordt ontwikkeld, wordt vastgesteld nadat de definitieve budgetten bekend zijn. Deze worden in de meicirculaire 2021 verwacht.

Meerjarig onderhoud gebouwen (MJOP) In het vierde kwartaal 2020 zijn voor het gemeentelijk vastgoed nieuwe meerjarige onderhoudsplannen opgesteld door drie externe partijen (monumentaal vastgoed, bergingen bij het woonwagenpark en overig vastgoed). De nieuwe MJOP’s zijn inhoudelijk getoetst door de beheerder gemeentelijke gebouwen en waar nodig aangepast. De MJOP’s zijn vanuit het oogpunt van beheer definitief, met uitzondering van het onderhoudsplan voor de stadsmuren. De kosten voor onderhoud aan de stadsmuren vallen in het nieuwe MJOP zodanig hoog uit dat een second opinion is uitgezet; hiervan is de uitkomst eind april nog niet bekend. De nieuwe MJOP’s zijn nog niet vastgesteld, maar de uitkomsten zijn wel verwerkt in de voorjaarsrapportage 2021 en het addendum bij de perspectiefnota 2022-2025. De stand van de onderhoudsvoorziening per 1 januari 2021 gecombineerd met de nieuwe MJOP’s leidt in totaal tot een lagere jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening. Bij het besluit tot vaststelling van de nieuwe MJOP’s zal een voorstel gedaan worden om het verschil tussen het bedrag aan dotaties tot en met 2020 en het bedrag aan dotaties vanaf 2021 – ter grootte van € 47.900 (exclusief eventuele effecten van de second opinion voor de stadsmuren) - in te zetten voor de kosten van verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed.

Ten behoeve van deze nieuwe wettelijke taak is een regionale aanbestedingsprocedure voor de leerroutes gestart. Binnen deze procedure worden diverse risico’s genoemd. Belangrijkste risico’s zijn dat Het Besluit Inburgering en de onderliggende regelgeving nog niet is vastgesteld

Afval- en grondstoffenbeleid Het uitvoeringsprogramma fase 1 van het afval- en grondstoffenbeleid is eind 2020 gestart. Financieel bestaat het uitvoeringsprogramma uit een combinatie van éénmalige kosten in 2021

Het centrale principe is dat gemeenten de regie voeren op de uitvoering van de inburgering. De inburgeraars blijven zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. Met de invoering van de Wet inburgering krijgt de gemeente de regie over het hele inburgeringsproces, dat bestaat uit een leerroute, een Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), een nieuwe invulling van de taak maatschappelijke begeleiding, ontzorgen en een nieuwe invulling van de taak participatieverklaringstraject (PVT). Daarnaast wordt de leerroute duaal ingericht, dat wil zeggen met een nauwe verbinding met (arbeids-)participatie. Deze onderdelen krijgen een plaats in het implementatieplan.

H4

29

overige punten

(ondersteuning uitvoering en communicatie), structureel hogere kosten en structureel hogere opbrengsten. De structurele kosten en opbrengsten zijn opgenomen in het meerjarenperspectief 2022-2025. De effecten van het uitvoeringsprogramma worden gemonitord. Uittreden gemeente Utrechtse Heuvelrug afvalbrengstation Remmerden Het feit dat de gemeente Utrechtse Heuvelrug geen gebruik meer maakt van het afvalbrengstation op Remmerden leidt tot een structureel tekort in de exploitatie van het afvalbrengstation. Om dit tekort op te vangen zijn een aantal maatregelen voorgesteld. In de raadsvergadering van februari 2021 is ingestemd de voorgestelde maatregelen, met uitzondering van maatregel 7. Maatregel 7 betreft de vergoeding voor de kringloopwinkel. De maatregelen betreffen enerzijds een verlaging van de kosten (openstelstellinguren, beperkt aantal keren gratis aanbieden) en anderzijds het kostendekkend maken van een aantal afvalstromen. De maatregelen zijn per 1 mei 2021 – de datum uittreden – ingegaan. Er is derhalve nog geen effect van de maatregelen te rapporteren. Ontwikkeling bijstand In de meerjarenraming 2022-2025 is voor de BUIG uitgegaan van de volgende aantallen en bedragen:

Aantal uitkeringsgerechtigden (per einde jaar)

2022

2023

2024

2025

246

249

249

252

BUIG uitkering van het rijk

3.847.584

3.847.584 3.847.584

3.847.584

Resultaat

177.000 V

91.500 V 69.000 V

46.500 V

Voor de prognose van het aantal uitkeringsgerechtigden is uitgegaan van de landelijke ontwikkeling uit de Middellange termijn verkenning van het Centraal Planbureau van maart 2021. Stijging van 3,49 in 2022, 1,2% in 2023, 0% in 2024 en een stijging van 1,19% in 2025. In april 2021 is het nader voorlopig budget voor 2021 bekend gemaakt. Dit bedrag hebben we in de jaren 2022- 2025 als uitgangspunt genomen. De BUIG uitkering van het rijk wordt voor Rhenen voor 80% gebaseerd op de historische uitgaven van twee jaar daarvoor (T-2 regeling). Voor het overige deel (circa 20%) wordt het budget bepaald op basis van het objectieve verdeelmodel. Dit model berekent de objectieve kans dat een huishouden afhankelijk is van een bijstandsuitkering. Die kans is afhankelijk van kenmerken van (a) het desbetreffende huishouden (zoals leeftijd, samenstelling, gezondheid), (b) de buurt waar dit huishouden woont (overlast en onveiligheid) en (c) de gemeente (arbeidsmarktkansen).

H4

Een hoger aantal bijstandsgerechtigden in 2021 en 2022 leidt pas in 2023 en 2024 tot een hogere uitkering. De tussenliggende periode moet de gemeente het tekort zelf opvangen. De hoogte van de uitkering voor 2023 en 2024 is lastig te bepalen. Deze is niet alleen afhankelijk van het aantal uitkeringsgerechtigden in de gemeente Rhenen, maar ook van het macro budget dat door het Rijk beschikbaar wordt gesteld aan de gemeenten. Door positieve resultaten in de afgelopen jaren heeft de reserve zijn maximum bereikt. De reserve kan bij negatieve resultaten de reserve ingezet worden als dekking. Daarnaast bestaat de vangnetregeling. Bij tekorten boven de 7,5% van het beschikte bedrag (€ 288.500 op basis van nader voorlopige beschikking 2021) en een aantal andere voorwaarden kan de gemeente een beroep doen op de vangnetregeling. Beschermd Wonen (BW) Ten aanzien van Beschermd Wonen vindt een transformatie en doordecentralisatie plaats. Dit betekent dat BW onder directe verantwoordelijkheid, ook financieel, van Rhenen komt te liggen in plaats van bij de centrumgemeente Ede. De middelen komen vanaf 2023 naar de gemeente Rhenen. Hiervoor wordt een geïntegreerd objectief financieel verdeelmodel voor Beschermd Wonen opgesteld. Er vindt ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats over de decentralisatie.

Er is nog niet besloten om regionaal samen te blijven werken, maar voor Rhenen is er vrijwel geen andere optie omdat het aantal cliënten te klein is om zelfstandig voorzieningen op te zetten. De nieuwe verdeling vindt plaats op basis van objectieve gegevens in tegenstelling tot de huidige verdeling op basis van historische gegevens. Het nieuwe verdeelmodel heeft alleen betrekking op nieuwe cliënten, de centrumgemeenten blijven verantwoordelijk voor de bestaande cliënten. Het nieuwe objectieve verdeelmodel wordt parallel met de herijking van het gemeentefonds vanaf 1 januari 2023 geleidelijk ingevoerd. Dit gebeurt via een overgangsregeling, die in totaal 10 jaar duurt. Gedurende deze periode wordt in stappen toegewerkt naar het nieuwe verdeelmodel. De voorlopige berekeningen gaan uit van een bijdrage van € 118.000 in 2023 tot € 1.303.500 in 2032. Maatschappelijke Opvang (MO) Aanvankelijk was het de bedoeling om de transformatie en doordecentralisatie zoals bij Beschermd Wonen geldt ook door te voeren voor de MO. Deze decentralisatie is echter op de lange baan geschoven. De komende vijf jaar wordt dit niet verwacht. 30

Bijlage 1 Verschillenanalyse 31

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 1 - Bedrijfsvoering / Deelprogramma 1.1 - Bestuur Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

Mutaties saldo van baten en lasten

31.500 V

32.000 N

33.000 N

20.500 N

Mutatie reserves

37.000 N

37.000 N

37.000 N

37.000 N

Totaal

5.000 N

68.500 N

70.000 N

57.500 N

Stand na perspectiefnota 2022

1.582.000 N

1.659.500 N

1.661.000 N

1.648.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

1.613.500 N

1.627.500 N

1.627.500 N

1.627.500 N

31.500 V

32.000 N

33.000 N

20.500 N

1. Budget uitvoering strategische agenda 2022 toebedeeld aan de inhoudelijke programma’s overeenkomstig de concept begroting FoodValley 2022

62.000 V

0N

0N

0N

2. Verhoging APPA pensioenpremie college met ingang van juni 2021

11.000 N

11.000 N

11.000 N

11.000 N

3. Actualisatie loonkosten inclusief indexering naar niveau 2022

7.000 N

7.000 N

7.000 N

7.000 N

4. Overige mutaties

12.500 N

14.000 N

15.000 N

2.500 N

Mutaties saldo van baten en lasten

31.500 V

32.000 N

33.000 N

20.500 N

0N

0N

0N

0N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

37.000 N

37.000 N

37.000 N

37.000 N

Mutaties reserves

37.000 N

37.000 N

37.000 N

37.000 N

1. Dekking kosten voormalig bestuur ten laste van de algemene reserve is vervallen. Het betreft structurele lasten die worden gedekt door incidentele dekkingsmiddelen. Vanuit het oogpunt van een solide financiële positie en in het kader van het bepalen van toezicht door de provincie is dit niet gewenst. Uitgangspunt is dat structurele lasten worden gedekt door structurele dekkingsmiddelen.

37.000 N

37.000 N

37.000 N

37.000 N

Totaal mutaties reserves

37.000 N

37.000 N

37.000 N

37.000 N

Bijstelling budgetten

Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

Reserves Stand na perspectiefnota 2022

Toelichting mutaties reserves

32

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 1 - Bedrijfsvoering / Deelprogramma 1.2 - Organisatie Exploitatie 2021-2024 (in €)

2022

2023

2024

2025

95.000 N

95.000 N

95.000 N

95.000 N

0N

0N

0N

0N

95.000 N

95.000 N

95.000 N

95.000 N

Stand na perspectiefnota 2022

3.603.500 N

3.603.500 N

3.603.500 N

3.603.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

3.508.500 N

3.508.500 N

3.508.500 N

3.508.500 N

95.000 N

95.000 N

95.000 N

95.000 N

1. Actualisatie loonkosten inclusief indexering naar niveau 2022

107.000 N

107.000 N

107.000 N

107.000 N

2. Overige mutaties.

12.000 V

12.000 V

12.000 V

12.000 V

Mutaties saldo van baten lasten

95.000 N

95.000 N

95.000 N

95.000 N

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

33

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 1 - Bedrijfsvoering / Deelprogramma 1.3 - Facilitair Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

72.000 N

98.500 N

23.500 V

74.000 V

0N

0N

0N

0N

72.000 N

98.500 N

23.500 V

74.000 V

Stand na perspectiefnota 2022

2.550.500 N

2.587.500 N

2.610.000 N

2.597.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

2.478.000 N

2.489.000 N

2.633.500 N

2.671.500 N

72.000 N

98.500 N

23.500 V

74.000 V

1. De actualisatie van het meerjarenonderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (periode 2021 - 2040) zorgt voor lagere uitgaven van groot onderhoud aan het gemeentehuis en Remmerden. De jaarlijkse toevoeging aan de voorziening kan daardoor met 25.000 worden verlaagd.

25.000 V

25.000 V

25.000 V

25.000 V

2. De actualisatie van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) gemeentelijke gebouwen (periode 2021 - 2040) zorgt dat de toevoeging aan de voorziening onderhoud gebouwen kan worden verlaagd met € 48.000. Dit voordeel is met oog op de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed voorlopig gereserveerd. Hierover ontvangt u nadere informatie als de definitieve consequenties van het MJOP bekend zijn.

48.000 N

48.000 N

48.000 N

48.000 N

3. Voordeel kapitaallasten project vastgoed en accommodatiebeleid (investering 5,2 miljoen). Vanaf 2025 is het budget voor de realisatie van het MFG Rhenen ondergebracht bij het Sociaal Domein. Het voordeel 2024 komt ten gunste van het resultaat omdat het project een andere fasering heeft.

0N

0N

112.000 V

150.000 V

4. In 2020 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor ICT. Om de veiligheid en stabiliteit te waarborgen moeten de werkzaamheden procesmatig (voorspelbaar) worden uitgevoerd. Wet- en regelgeving op het gebied van informatiehuishouding en -beveiliging wordt complexer. Er is sprake van toename en verschuiving van taken en nieuwe rollen. Dit alles leidt tot hogere kosten.

62.000 N

62.000 N

62.000 N

62.000 N

5. Overige mutaties.

13.000 V

13.500 N

3.500 N

9.000 V

Mutaties saldo van baten lasten

72.000 N

98.500 N

23.500 V

74.000 V

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

34

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 2 - Dienstverlening / Deelprogramma 2.1 - Rhenense Publieksbalie Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

45.000 N

45.000 N

45.000 N

44.500 N

0N

0N

0N

0N

45.000 N

45.000 N

45.000 N

44.500 N

Stand na perspectiefnota 2022

594.500 N

595.000 N

591.000 N

590.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

549.000 N

550.000 N

546.000 N

546.000 N

Mutaties saldo van baten en lasten

45.000 N

45.000 N

45.000 N

44.500 N

38.000 N

38.000 N

38.000 N

38.000 N

7.000 N

7.000 N

7.000 N

6.500 N

45.000 N

45.000 N

45.000 N

44.500 N

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Toelichting mutaties saldo van baten en lasten 1. De legesopbrengsten voor een aantal producten uit Titel 1 en Titel 3 zijn lager. Met name voor reisdocumenten worden fors minder inkomsten verwacht op basis van de realisatie van de afgelopen jaren. 2. Overige mutaties. Mutaties saldo van baten lasten

35

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 3 - Fysiek / Deelprogramma 3.1 - Verkeer en openbare ruimte Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

442.000 V

451.500 V

449.500 V

357.000 V

5.000 V

5.000 V

5.000 V

5.000 V

447.000 V

457.000 V

454.500 V

362.500 V

Stand na perspectiefnota 2022

1.961.000 N

2.017.500 N

2.038.500 N

2.132.000 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

2.403.000 N

2.469.500 N

2.488.000 N

2.489.000 N

Mutaties saldo van baten en lasten

442.000 V

451.500 V

449.500 V

357.000 V

1. De afvalstoffenheffing is voor de jaren 2022 tot en met 2025 opnieuw berekend. Hierbij is 2025 vergeleken met 2024, omdat 2025 een nieuw jaar is in het meerjarenperspectief. De maatregelen uit het afvalbeleidsplan en de maatregelen ter compensatie voor het uittreden van de gemeente Utrechtse Heuvelrug uit het afvalbrengstation zijn verwerkt op de juiste kostensoorten, waar eerder een stelpost was opgenomen. De maatregel om grofvuil in eigen beheer te gaan ophalen is niet goedgekeurd door de raad en derhalve niet verwerkt. De personele kosten zijn aangepast op geleide van de nieuwe loonberekeningen. De prijsindex is geactualiseerd. In 2022 is de tweede (en laatste) tranche vrijwilligersvergoeding papierinzameling verwerkt. Voor de afvalstoffenheffing is geen voorziening beschikbaar voor tariefsaanpassing.

14.500 V

12.000 V

10.000 V

81.000 V

2. De rioolheffing is voor de jaren 2022 tot en met 2025 opnieuw berekend. Hierbij is 2025 vergeleken met 2024, omdat 2025 een nieuw jaar is in het meerjarenperspectief. De effecten vanuit de geactualiseerde investeringsstaat zijn verwerkt. De personele kosten zijn aangepast op geleide van de nieuwe loonberekeningen. De prijsindex is geactualiseerd. De kostendekkendheid van de rioolheffing is verhoogd, door een bedrag van € 150.000 op te nemen in de heffing voor kosten die eerder niet in de heffing waren betrokken.

40.000 V

31.500 V

8.000 N

62.000 V

3. Op basis van de geactualiseerde investeringsplanning zijn de kosten voor afschrijving opnieuw berekend.

40.000 V

57.000 V

66.500 V

9.000 V

4. De geactualiseerde investeringsplanning leidt eveneens tot aanpassingen van de rentelast.

23.000 V

34.500 V

39.000 V

1.500 N

5. Op basis van de nieuwe meerjaren onderhoudsplanning wordt de jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening lager. In 2025 is zichtbaar dat de Westpoort alleen in stand gehouden wordt rondom de oplevering van het MFG Rhenen.

54.000 V

54.000 V

54.000 V

49.000 V

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

36

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 3 - Fysiek / Deelprogramma 3.1 - Verkeer en openbare ruimte vervolg Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

6. Bij de vaststelling van de (meerjaren) begroting 2021-2024 heeft de raad besloten om de inkomsten te verhogen met 375.000. Dit besluit betreft de invulling van de inkomstenverhoging als onderdeel van de ombuigingsoperatie 2021-2024. Een van de maatregelen is het inzetten van de afkoopsommen lijkbezorging (<2019) die in het verleden als onderdeel van het jaarrekeningresultaat zijn toegevoegd aan de algemene reserve. Deze middelen zijn bij de jaarstukken 2020 toegevoegd aan de voorziening en vallen gedurende de looptijd van de afkoop vrij ten gunste van de exploitatie. De invulling van de ombuiging 2021 was meegenomen bij de belasting- en legesverordening 2021. De structurele verwerking vindt nu plaats.

173.500 V

157.000 V

153.500 V

153.500 V

7. Overige mutaties

97.500 V

105.500 V

134.500 V

4.000 V

442.000 V

451.500 V

449.500 V

357.000 V

Stand na perspectiefnota 2022

43.000 V

42.000 V

42.000 V

42.000 V

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

38.000 V

37.000 V

37.000 V

37.000 V

Mutaties reserves

5.000 V

5.000 V

5.000 V

5.000 V

1. Op basis van het geactualiseerde overzicht duurzame productiemiddelen wordt voor de vervanging van apparatuur met een aanschafwaarde tot € 10.000 een onttrekking ter grootte van € 5.000 per jaar aan de voorziening werkmaterieel Remmerden geraamd.

5.000 V

5.000 V

5.000 V

5.000 V

Totaal mutaties reserves

5.000 V

5.000 V

5.000 V

5.000 V

Mutaties saldo van baten lasten Reserves

Toelichting mutaties reserves

37

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 3 - Fysiek / Deelprogramma 3.2 - Ruimtelijke ontwikkeling Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

Mutaties saldo van baten en lasten

1.000 N

243.500 N

153.500 N

151.500 N

Mutatie reserves

10.500 V

0N

0N

0N

Totaal

9.500 V

243.500 N

153.500 N

151.500 N

Stand na perspectiefnota 2022

445.000 N

572.500 N

592.500 N

590.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

444.000 N

329.000 N

439.000 N

439.000 N

1.000 N

243.500 N

153.500 N

151.500 N

1. De opbrengsten uit bouwleges zijn bijgesteld. Deze bijstelling bestaat uit twee elementen, namelijk de actualisatie van de woningbouwplanning en de effecten van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vanaf 2023. De actualisatie van de woningbouwplanning laat een daling van opbrengsten zien in 2022, veroorzaakt door projecten waarvan de aanvraagdatum oorspronkelijk voorzien was in 2022, maar welke nu in 2021 verwacht worden. Dit nadeel wordt gecompenseerd door een incidentele bate uit de bouwleges vanuit het MFG Rhenen. Vanaf 2023 worden, mede vanuit de Woonvisie, meer aanvragen verwacht. Daarnaast is in de bijstelling het effect van de invoering van de Wkb verwerkt. Vanaf 2023 neemt het aantal projecten waarvoor de gemeente bouwleges in rekening kan brengen af. Dit betekent ook dat een gedeelte van de personele inzet die nu gedekt wordt uit de legesopbrengsten, niet langer gedekt wordt. Per saldo is het nadelig effect van de Wkb op grond van de kennis van dit moment in 2023 260k en vanaf 2024 155k.

118.500 V

155.000 N

70.000 N

70.000 N

2. Op basis van de geactualiseerde strategische agenda van de regio Foodvalley zijn kosten voor uitvoering van projecten in 2022 toegevoegd.

17.500 N

0N

0N

0N

3. Gemeenten dienen toezicht te houden op milieubelastende activiteiten binnen de gemeentegrenzen. Sinds 2013 is dit toezicht verplicht ondergebracht bij de omgevingsdienst. Om adequaat toezicht te houden heeft OrdU 2.162 uur nodig voor Rhenen. In het uitvoeringsprogramma is 1.100 uur opgenomen. Rhenen wil 90% van het extra gebenodigde aantal uren vastleggen, zijnde 956 uur. HIervoor is een budget van € 92.500 nodig.

92.500 N

92.500 N

92.500 N

92.500 N

4. Overige mutaties.

9.500 N

4.000 N

9.000 V

11.000 V

Mutaties saldo van baten lasten

1.000 N

243.500 N

153.500 N

151.500 N

Bijstelling budgetten

Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

38

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 3 - Fysiek / Deelprogramma 3.2 - Ruimtelijke ontwikkeling Exploitatie 2022-2025 (in €) - vervolg

2022

2023

2024

2025

10.500 V

0N

0N

0N

0N

0N

0N

0N

10.500 V

0N

0N

0N

1. Voor de uitvoering van projecten uit de geactualiseerde strategische agenda Foodvalley wordt het resterende saldo aan de voorziening Foodvalley onttrokken.

10.500 V

0N

0N

0N

Totaal mutaties reserves

10.500 V

0N

0N

0N

Reserves Stand na perspectiefnota 2022 Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5 Mutaties reserves Toelichting mutaties reserves

39

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 3 - Fysiek / Deelprogramma 3.3 - Duurzaamheid Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

8.500 N

2.000 V

2.000 V

2.000 V

0N

0N

0N

0N

8.500 N

2.000 V

2.000 V

2.000 V

Stand na perspectiefnota 2022

331.500 N

321.000 N

293.000 N

293.000 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

322.500 N

323.000 N

295.500 N

295.500 N

8.500 N

2.000 V

2.000 V

2.000 V

1. Op basis van de geactualiseerde begroting van de regio Foodvalley zijn kosten voor uitvoering van projecten in 2022 toegevoegd.

10.500 N

0N

0N

0N

2. Overige mutaties

2.000 V

2.000 V

2.000 V

2.000 V

Mutaties saldo van baten lasten

8.500 N

2.000 V

2.000 V

2.000 V

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

40

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 4 Sociaal-maatschappelijk / Deelprogramma 4.1 - Jeugd preventief Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

35.000 V

35.000 V

35.000 V

38.000 V

0N

0N

0N

0N

35.000 V

35.000 V

35.000 V

38.000 V

Stand na perspectiefnota 2022

1.361.500 N

1.354.000 N

1.351.000 N

1.348.000 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

1.396.500 N

1.389.500 N

1.386.000 N

1.386.000 N

35.000 V

35.000 V

35.000 V

38.000 V

1. Herverdeling takenpakket binnen het team leefbaarheid, waardoor salarissen bij jeugd preventief naar beneden worden bijgesteld. De mutatie is inclusief de indexering van de salarissen voor 2022.

47.500 V

47.500 V

47.500 V

47.500 V

2. Toename kosten verzekeringen huisvesting onderwijs

6.500 N

6.500 N

6.500 N

6.500 N

3. Overige mutaties

6.000 N

6.000 N

6.000 N

3.500 N

Mutaties saldo van baten lasten

35.000 V

35.000 V

35.000 V

38.000 V

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

41

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 4 Sociaal-maatschappelijk / Deelprogramma 4.2 - Jeugd maatwerk Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

537.000 N

537.000 N

537.000 N

537.000 N

0N

0N

0N

0N

537.000 N

537.000 N

537.000 N

537.000 N

Stand na perspectiefnota 2022

6.003.000 N

6.005.000 N

6.005.000 N

6.004.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

5.465.500 N

5.467.500 N

5.467.500 N

5.467.500 N

Mutaties saldo van baten en lasten

537.000 N

537.000 N

537.000 N

537.000 N

1. Verwacht effect invoering nieuw woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022 is 14 euro per inwoner. Het betreft een budgetneutrale mutatie met dp 7.2 waar de hogere algemene uitkering is opgenomen. In de meicirculaire 2021 heeft een actualisatie plaatsgevonden waardoor het bedrag met 126.00 naar beneden is bijgesteld tot 157.000. Deze bijstelling heeft geen effect op het resultaat omdat het een budgettair neutrale mutatie betreft. De aanpassing wordt meegenomen bij het opstellen van de begroting 2022.

283.500 N

283.500 N

283.500 N

283.500 N

2. Indexering van de zorgkosten jeugdhulp met 3,02% conform de regionale afspraken in Foodvalley. Ter dekking was een stelpost prijsstijging in deelprogramma 7.2 opgenomen.

111.500 N

111.500 N

111.500 N

111.500 N

3. In 2020 is een nieuwe aanbesteding leerlingenvervoer gedaan. Dit leidt met ingang van het schooljaar 20202021 tot hogere kosten. Bij de aanbesteding zijn afspraken gemaakt over zero-emissie in 2025, hetgeen een oorzaak is van de hogere kosten.

68.500N

68.500N

68.500N

68.500N

4. Herverdeling takenpakket binnen het team leefbaarheid, waardoor salarissen bij jeugd maatwerk naar boven worden bijgesteld. De mutatie is inclusief de indexering van de salarissen voor 2022.

74.000 N

74.000 N

74.000 N

74.000 N

500 V

500 V

500 V

500 V

537.000 N

537.000 N

537.000 N

537.000 N

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

5. Overige mutaties Mutaties saldo van baten lasten

42

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 4 Sociaal-maatschappelijk / Deelprogramma 4.3 Maatschappelijke ondersteuning preventief Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

Mutaties saldo van baten en lasten

78.500 N

85.000 N

85.000 N

364.500 N

Mutatie reserves

30.000 V

0N

0N

0N

Totaal

48.500 N

85.000 N

85.000 N

364.500 N

Stand na perspectiefnota 2022

3.249.000 N

3.255.000 N

3.256.000 N

3.535.000 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

3.170.500 N

3.170.000 N

3.171.000 N

3.171.000 N

78.500 N

85.000 N

85.000 N

364.500 N

1. Stijging van de salarislasten door herverdeling taken team leefbaarheid, het onderbrengen van een medewerker sport, cultuur en cultureel erfgoed binnen dit deelprogramma en de indexering 2022.

62.000 N

62.000 N

62.000 N

62.000 N

2. Lagere toevoeging aan de voorziening onderhoud gebouwen a.g.v. het nieuwe onderhoudsplan. Het betreft o.a. gymzalen, sportpark Achterberg en Het Bestegoed.

32.000 V

32.000 V

32.000 V

32.000 V

3. De subsidie aan de bibliotheek voor het Taalhuis is 55k. Dekking vindt in 2022 plaats uit regionale middelen voor volwasseneducatie, de reserve budgetoverheveling (onderdeel participatie nieuwkomers) en het exploitatiebudget participatie nieuwkomers. Vanaf 2023 vindt dekking plaats uit de middelen voor de Wet Inburgering .

36.500 N

36.500 N

36.500 N

36.500 N

4. Hogere bijdrage aan de GGD door loon- en prijsstijging

13.500 N

13.500 N

13.500 N

13.500 N

Bijstelling budgetten

Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

5. Nieuwbouw MFG Rhenen. Ondanks dat de verwachte ingebruikname van het gebouw in 2025 is en dus de kapitaallasten in 2026 pas gaan lopen is voorzichtigheidshalve de maximale gemeentelijke bijdrage van 700.000 euro per jaar vanaf 2025 verwerkt in de begroting. In de meerjarenbegroting 2021-2024 was het beschikbare budget nog op diverse plaatsen in de begroting gereserveerd. In de meerjarenbegroting 2022-2025 is een centraal budget opgenomen. Hierin zijn o.a. de exploitatiebijdrage voor ‘t Gastland, de exploitatielasten van de Westpoort, de kapitaallasten van de benodigde 5,2 miljoen en de kapitaallasten van de voorgenomen investeringen in opgenomen. 6. Overige mutaties Mutaties saldo van baten lasten

150.000 N

1.500 V

5.500 N

5.500 N

134.500 N

78.500 N

85.000 N

85.000 N

364.500 N

43

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 4 Sociaal-maatschappelijk / Deelprogramma 4.3 Maatschappelijke ondersteuning preventief - vervolg Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

Stand na perspectiefnota 2022

49.500 V

19.500 V

19.500 V

19.500 V

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

19.500 V

19.500 V

19.500 V

19.500 V

Mutaties reserves

30.000 V

0N

0N

0N

1. De subsidie aan de bibliotheek voor het Taalhuis wordt in 2021 en 2022 voor een deel gedekt uit de reserve budgetoverheveling onderdeel participatie nieuwkomers.

30.000 V

0N

0N

0N

Totaal mutaties reserves

30.000 V

0N

0N

0N

Toelichting mutaties reserves

44

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 4 Sociaal-maatschappelijk / Deelprogramma 4.4 Maatschappelijke ondersteuning maatwerk Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

105.000 N

122.500 N

140.500 N

145.500 N

0N

0N

0N

0N

105.000 N

122.500 N

140.500 N

145.500 N

Stand na perspectiefnota 2022

4.519.000 N

4.535.500 N

4.564.000 N

4.568.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

4.414.000 N

4.413.500 N

4.423.500 N

4.423.500 N

Mutaties saldo van baten en lasten

105.000 N

122.500 N

140.500 N

145.500 N

1. Indexering zorgkosten Wmo en ophoging budget begeleiding individueel. In 2020 was er een sterke stijging van de begeleiding individueel. Deze werd met name veroorzaakt door tussentijdse ophogingen van indicaties, complexere problematiek en een hoog verzilveringspercentage van de indicaties. Met name de ophoging van de indicaties en het hogere verzilveringspercentage was het gevolg van corona. Voor 2022 en verder hebben we een nieuwe inschatting gemaakt op basis van het beschikkingenoverzicht van april 2021. Dit leidt tot een verhoging van het budget. Het budget wordt minder opgehoogd dan het structureel gemelde nadeel in de jaarrekening 2020.

69.500 N

69.500 N

69.500 N

69.500 N

2. Stijging salarislasten door indexering.

28.000 N

28.000 N

28.000 N

28.000 N

3. Hogere bijdrage Valleihopper door indexering in 2022 en het afbouwen van de subsidie van de provincie Utrecht in de jaren 2023 tot en met 2025.

7.000 N

24.500 N

42.500 N

47.500 N

105.000 N

122.500 N

140.500 N

145.500 N

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten lasten

45

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 4 Sociaal-maatschappelijk / Deelprogramma 4.5 Participatie preventief Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

6.000 V

36.000 V

36.000 V

36.000 V

0N

0N

0N

0N

6.000 V

36.000 V

36.000 V

36.000 V

Stand na perspectiefnota 2022

181.500 N

157.500 N

157.500 N

157.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

187.500 N

193.500 N

193.500 N

193.500 N

Mutaties saldo van baten en lasten

6.000 V

36.000 V

36.000 V

36.000 V

1. Dekking van de subsidie aan de bibliotheek voor het Taalhuis uit het exploitatiebudget participatie nieuwkomers, waaronder de middelen voor de Wet Inburgering.

6.500 V

36.500 V

36.500 V

36.500 V

2. Overige mutaties.

500 N

500 N

500 N

500 N

6.000 V

36.000 V

36.000 V

36.000 V

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten lasten

46

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 4 Sociaal-maatschappelijk / Deelprogramma 4.6 Participatie maatwerk Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

Mutaties saldo van baten en lasten

234.500 V

268.000 V

339.000 V

282.500 V

Mutatie reserves

123.000 N

48.500 N

117.000 N

117.000 N

Totaal

111.500 V

219.000 V

221.500 V

165.500 V

Stand na perspectiefnota 2022

3.289.000 N

3.340.000 N

3.291.000 N

3.320.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

3.523.500 N

3.607.500 N

3.629.500 N

3.603.000 N

Mutaties saldo van baten en lasten

234.500 V

268.000 V

339.000 V

282.500 V

1. Op basis van de begroting 2021 van IW4 (november 2020) kan de gemeentelijke bijdrage verlaagd worden. Belangrijkste oorzaak van de lagere gemeentelijke bijdrage is de verhoging van de Rijksbijdrage WSW.

64.000 V

85.500 V

96.500 V

96.500 V

2. De nieuwe prognose van het aantal uitkeringsgerechtigden in 2021 en de hogere rijksbijdrage voor de BUIG zorgen voor een voordelige mutatie. Op basis van de macro economische verkenningen voor de middellange termijn 2022-2025 van maart 2021 van het Centraal Planbureau, het inspectierapport van SZW (rapport “ Impact Coronacrisis op het stelsel van Werk en Inkomen) en eigen afwegingen gaan we in 2021 uit van een stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden van 219 naar 238. Voor de meerjarenontwikkeling zijn we uitgegaan van de landelijke ontwikkeling uit de MLT-verkenning van het CPB uit maart 2021.

177.000 V

167.500 V

213.000 V

164.000 V

3. De nieuwe prognose van het aantal uitkeringsgerechtigden in 2021 en de aanpassing in de meerjarenontwikkeling werkt door in de kosten voor de dienstverleningsovereenkomst met Veenendaal.

5.500 N

16.500 V

30.500 V

23.500 V

4. Overige mutaties

1.000 N

1.000 N

1.000 N

1.000 N

234.500 V

268.000 V

339.000 V

282.500 V

0N

0N

0N

0N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

123.000 V

48.500 V

117.000 V

117.000 V

Mutaties reserves

123.000 N

48.500 N

117.000 N

117.000 N

1. Door nieuwe prognose aantal uitkeringsgerechtigden in 2021 en een hogere rijksbijdrage BUIG is de begrote onttrekking aan de reserve WWB/BUIG niet meer nodig.

123.000 N

48.500 N

117.000 N

117.000 N

Totaal mutaties reserves

123.000 N

48.500 N

117.000 N

117.000 N

Bijstelling budgetten

Saldo van baten en lasten

Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten lasten Reserves Stand na perspectiefnota 2022

Toelichting mutaties reserves

47

bijlage 1. verschillenanalyse

Pogramma 5 Economie / Deelprogramma 5.1 Economische zaken Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

78.000 N

91.500 N

68.500 N

67.500 N

0N

23.000 V

0N

0N

78.000 N

68.500 N

68.500 N

67.500 N

Stand na perspectiefnota 2022

1.084.500 N

1.098.500 N

1.073.000 N

1.072.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

1.007.000 N

1.007.000 N

1.005.000 N

1.005.000 N

78.000 N

91.500 N

68.500 N

67.500 N

1. Hogere toevoeging aan de voorziening groot onderhoud a.g.v. nieuw meerjaren onderhoudsplan. Met name de monumenten en stadswallen zorgen voor een verhoging (63k).

80.000 N

80.000 N

80.000 N

80.000 N

2. Lagere salarislasten omdat formatie voor cultuur is opgenomen in de nieuwe functie voor de medewerker sport, cultuur en cultureel erfgoed. De mutatie is inclusief de indexering in 2022.

18.000 V

18.000 V

18.000 V

18.000 V

3. In 2023 wordt een deel van de taakstelling n.a.v. de uitvoeringsagenda recreatie en toerisme gedekt door een onttrekking aan de reserve budgetoverheveling.

0N

23.000 N

0N

0N

4. Opname van de projecten 2022 uit regio Foodvalley. Dekking komt vanuit programma 1 bestuurlijke samenwerking.

9.500 N

0N

0N

0N

5. Overige mutaties

6.000 N

6.000 N

6.000 N

5.500 N

78.000 N

91.500 N

68.500 N

67.500 N

Stand na perspectiefnota 2022

17.000 V

40.000 V

17.000 V

17.000 V

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

17.000 V

17.000 V

17.000 V

17.000 V

0N

23.000 V

0N

0N

1. Onttrekking aan de reserve budgetoverheveling voor de realisatie van het Wandelroutenetwerk Utrecht-Oost. Bij de jaarrekening 2020 is dit budget overgeheveld op basis van het collegebesluit Deelname realisatie Wandelroutenetwerk Utrecht-oost in december 2020.

0N

23.000 V

0N

0N

Totaal mutaties reserves

0N

23.000 V

0N

0N

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten lasten Reserves

Mutaties reserves Toelichting mutaties reserves

48

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 6 - Veiligheid & handhaving / Deelprogramma 6.1 Openbare orde en veiligheid Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

6.500 V

6.500 V

7.500 N

7.000 N

0N

0N

0N

0N

6.500 V

6.500 V

7.500 N

7.000 N

Stand na perspectiefnota 2022

1.552.000 N

1.551.000 N

1.564.500 N

1.564.000 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

1.558.500 N

1.557.500 N

1.557.000 N

1.557.000 N

6.500 V

6.500 V

7.500 N

7.000 N

1. Loon- en prijsstijging begroting VRU.

16.000 N

16.000 N

16.000 N

16.000 N

2. Lagere toevoeging aan de voorziening onderhoud gebouwen a.g.v. een actualisatie van het meerjaren onderhoudsplan.

10.500 V

10.500 V

10.500 V

10.500 V

3. Actualisatie loonkosten inclusief indexering naar niveau 2022

10.000 V

10.000 V

10.000 V

10.000 V

4. Overige mutaties.

2.000 V

2.000 V

12.000 N

11.500 N

Mutaties saldo van baten lasten

6.500 V

6.500 V

7.500 N

7.000 N

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

49

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 6 - Veiligheid & handhaving / Deelprogramma 6.2 Handhaving Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

20.000 N

20.000 N

20.000 N

20.000 N

0N

0N

0N

0N

20.000 N

20.000 N

20.000 N

20.000 N

Stand na perspectiefnota 2022

602.500 N

602.500 N

602.500 N

602.500 N

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

582.500 N

582.500 N

582.500 N

582.500 N

Mutaties saldo van baten en lasten

20.000 N

20.000 N

20.000 N

20.000 N

1. Actualisatie loonkosten inclusief indexering naar niveau 2022

12.500 N

12.500 N

12.500 N

12.500 N

2. Overige mutaties

7.500 N

7.500 N

7.500 N

7.500 N

20.000 N

20.000 N

20.000 N

20.000 N

Bijstelling budgetten Mutaties saldo van baten en lasten Mutatie reserves Totaal Saldo van baten en lasten

Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten lasten

50

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen / Deelprogramma 7.1 Belastingen, leges en heffingen Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

Mutaties saldo van baten en lasten

85.000 V

106.000 V

97.500 V

215.000 V

Mutatie reserves

49.000 V

11.500 V

0N

0N

134.000 V

117.500 V

97.500 V

215.000 V

Stand na perspectiefnota 2022

4.872.500 V

4.994.000 V

5.089.000 V

5.206.500 V

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

4.787.500 V

4.888.000 V

4.991.500 V

4.991.500 V

Mutaties saldo van baten en lasten

85.000 V

106.000 V

97.500 V

215.000 V

1. Stijging van de OZB eigenarenbelasting door actualisatie woningbouwplanning en aanpassing van de indexering inclusief de structurele invulling ombuigingsmaatregel afschaffing OZB niet-woningen gebruikersdeel van 55.000. Bij de vaststelling van de (meerjaren) begroting 2021-2024 heeft de raad besloten om de inkomsten te verhogen met 375.000. Dit besluit betreft de invulling van de inkomstenverhoging als onderdeel van de ombuigingsoperatie 20212024. Een van de maatregelen is het onderbrengen van het OZB-gebruikersdeel niet-woningen bij het eigenarendeel. Omdat 2025 nieuw aan de meerjarenraming is toegevoegd wijkt het bedrag af van 2024..

90.000 V

111.000 V

103.000 V

220.000 V

2. Overige mutaties

5.000 N

5.000 N

5.000 N

5.000 N

Mutaties saldo van baten lasten

85.000 V

106.000 V

97.500 V

215.000 V

49.000 V

11.500 V

0N

0N

0N

0N

0N

0N

49.000 V

11.500 V

0N

0N

1. Verwerking amendement woonlasten. Amendement bij de programmabegroting 2021-2024 om de stijging van de woonlasten de komende drie jaar te dempen door inzet van de opbrengst precario kabels en leidingen 2021.

49.000 V

11.500 V

0N

0N

Totaal mutaties reserves

49.000 V

11.500 V

0N

0N

Bijstelling budgetten

Totaal Saldo van baten en lasten

Toelichting mutaties saldo van baten en lasten

Reserves Stand na perspectiefnota 2022 Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5 Mutaties reserves Toelichting mutaties reserves

51

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen / Deelprogramma 7.2 Overige (algemene) dekkingsmiddelen Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

Mutaties saldo van baten en lasten

255.000 V

256.500 V

244.000 V

489.500 V

Mutatie reserves

67.000 N

67.000 N

58.000 N

57.500 N

188.000 V

189.500 V

186.000 V

432.000 V

Stand na perspectiefnota 2022

27.643.000 V

27.918.500 V

28.077.500 V

28.259.000 V

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

27.388.500 V

27.662.000 V

27.833.500 V

27.769.500 V

255.000 V

256.500 V

244.000 V

489.500 V

430.500 V

463.500 V

518.500 V

1.170.500 V

2. Lagere dividenduitkering Vitens en BNG

64.000 N

39.000 N

39.000 N

39.000 N

3. Stelpost looninflatie 2022 toegerekend aan de programma’s om de lonen op niveau 2022 te krijgen.

195.000 V

195.000 V

195.000 V

295.000 V

4. Loonstijging 2022 van 2,25% in de programma’s verlaagd met 0,80% overeenkomstig de Macro Economische Verkenningen (MEV) van het CPB uit maart 2021

100.000 V

100.000 V

100.000 V

100.000 V

0N

0N

0N

304.000 N

Bijstelling budgetten

Totaal Saldo van baten en lasten

Mutaties saldo van baten en lasten Toelichting mutaties saldo van baten en lasten 1. Voordeel uitkering gemeentefonds door verwerking decembercirculaire 2020, meicirculaire 2021, actualisatie maatstaven op basis van laatste inzichten en prognoses, verwerking woonplaatsbeginsel (283.000 V)* en bijstelling onderuitputting BTW compensatiefonds (15.000 N). In 2023 en 2024 is ook de voorzichtigheidsraming voor de opschalingskorting vervallen (125.000 V). Tenslotte is in 2024 en 2025 het voordelig effect van de herijking verwerkt van respectievelijk 235.000 en 270.000. NB: Het hogere bedrag in 2025 komt naast de herijking door het toevoegen van een extra jaarschijf aan de meerjarenraming. Uitgangspunt voor de raming in dat jaar is de hoogte van de uitkering gemeentefonds in 2024. De extra inkomsten in 2025 zijn het gevolg van de verwerking van de mei en septembercirculaire 2020 en de prognose van de maatstaven voor 2025. * In de meicirculaire 2021 zijn de financiële middelen door de aanpassing van het woonplaatsbeginsel verlaagd van 283.000 naar 157.000. Deze aanpassing is niet verwerkt in de gepresenteerde cijfers. Omdat het een budgettair neutrale mutatie betreft heeft het geen effect op de resultaten 2022-2025.

5. Loonindexering 2025 op basis van korte termijnraming Centraal Planbureau (CPB) maart 2021

52

bijlage 1. verschillenanalyse

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen / Deelprogramma 7.2 Overige (algemene) dekkingsmiddelen - vervolg Exploitatie 2022-2025 (in €)

2022

2023

2024

2025

6. Verwerking prijsinflatie 2021 over de inhoudelijke programma’s

289.000 V

299.000 V

302.000 V

134.000 V

7. Budget uitvoering collegeprogramma nieuwe bestuursperiode 2022 - 2026

25.000 N

75.000 N

125.000 N

175.000 N

8. Bijstelling rentelasten opgenomen geldleningen door actualisatie investeringsprogramma en bijstelling rentepercentage van de nieuw aan te trekken geldleningen van 0,20% naar 0,40%

5.000 N

13.500 N

27.000 N

6.500 V

9. Bijstelling indexering leges, huuropbrengsten e.d.

24.000 N

39.000 N

54.000 N

20.000 N

10. De administratieve doorbelasting van de rente aan de investeringen valt lager uit door de actualisatie van de investeringsplanning waarbij investeringen zijn doorgeschoven naar latere jaren. Het betreft een budgettair neutrale mutatie waarbij het voordeel zichtbaar is in de programma’s en het nadeel hier zichtbaar is.

128.000 N

126.000 N

104.000 N

61.000 N

11. Structurele verwerking inkomstenverhoging n.a.v. de ombuigingen 2021 - 2024 (lijkbezorging, OZB en rioolheffing)

375.000 N

375.000 N

375.000 N

375.000 N

12. Budget wettelijke/onvermijdelijke plannen perspectiefnota 2022: digitale transformatie (112.500) en advies- en meldpunt verward (30.000)

142.500 N

142.500 N

142.500 N

142.500 N

4.000 V

9.500 V

5.000 N

113.000 N

255.000 V

256.500 V

244.000 V

489.500 V

Stand na perspectiefnota 2022

9.500 V

10.000 V

10.500 V

11.000 V

Stand huidige meerjarenbegroting per 1-5

76.500 V

77.000 V

68.500 V

68.500 V

Mutaties reserves

67.000 N

67.000 N

58.000 N

57.500 N

1. Dekking kosten voormalig personeel ten laste van de algemene reserve is vervallen. Het betreft structurele lasten die worden gedekt door incidentele dekkingsmiddelen. Vanuit het oogpunt van een solide financiële positie en in het kader van het bepalen van toezicht door de provincie is dit niet gewenst. Uitgangspunt is dat structurele lasten worden gedekt door structurele dekkingsmiddelen.

67.000 N

67.000 N

58.000 N

57.500 N

Totaal mutaties reserves

67.000 N

67.000 N

58.000 N

57.500 N

13. Overige mutaties. Mutaties saldo van baten lasten Reserves

Toelichting mutaties reserves

53

Bijlage 2 Investeringsprogramma 54

bijlage 2. investeringsprogramma 2022

INVESTERINGSPROGRAMMA 2022 Met het vaststellen van de (meerjaren)begroting 2021 in november voorafgaand aan het begrotingsjaar autoriseert de raad het college tot het doen van uitgaven per programma, maar ook tot het doen van investeringen. In de volgende tabellen zijn de voorgenomen investeringen per deelprogramma inzichtelijke gemaakt zodat de raad zich een beeld kan vormen welke investeringen het college van plan is om in 2022 uit te voeren. Voorgenomen investering

Bruto investering Bijdrage Netto investering 2022 2022 2022

Deelprogramma 1.3 - Facilitair

Voorgenomen investering vervolg

Bruto investering Bijdrage Netto investering 2022 2022 2022

(P-34) Grafdelfmachine inclusief werktuigen

89.000

-

89.000

(1-21) Citroen Jumper

20.000

-

20.000

Digitalisering P&C cyclus (PPN2021 motie)

60.000

-

60.000

Plotter en CADstations

25.000

-

25.000

(p-35a) NIMOS 305

73.100,00

-

73.100

Jaarlijkse vervanging meubilair

65.000

-

65.000

Totaal voorgenomen investeringen

150.000

-

150.000

(1-16) Volkswagen Crafter (inclusief zware kraan)

69.500,00

-

69.500

(p-36) Nimos MUG (ECO-trac 30) borstelmachine

10.100,00

-

10.100

(1-23) Wegdekreiniger

14.100,00

-

14.100

(p-35) New Holland tractor

56.000,00

-

56.000

2.063.900,00

-

2.063.900

Deelprogramma 3.1 - Verkeer en openbare ruimte Jaarlijkse vervanging lichtmasten

68.000

-

68.000

Jaarlijkse vervanging armaturen

154.000

-

154.000

Netto investeringen wegen 2022

505.000

-

505.000

Ombouw openbaar groen 2022

20.000

-

20.000

Ombouw speelplaatsen 2022/uitvoering Speelbeleidsplan

20.000

-

20.000

(1-9) Asbestcontainer

15.100

-

15.100

Totaal voorgenomen investeringen

Deelprogramma 4.3 - Maatschappelijke ondersteuning preventief

Voorbereidingskredieten netto investeringen riolering 2022 GRP (afschrijvingstermijn 60 jaar)

120.000

Netto investeringen riolering 2022 GRP (afschrijvingstermijn 15 jaar)

30.000

-

30.000

Voorbereidingskredieten netto investeringen riolering 2022 GRP (afschrijvingstermijn 60 jaar)

140.000

-

140.000

Netto investeringen riolering 2022 GRP (afschrijvingstermijn 60 jaar)

660.000

-

660.000

-

120.000

Kunstgrasveld VVA (veld 1) toplaag renoveren

240.000

-

240.000

Kunstgrasveld Candia (veld 1) toplaag renoveren

240.000

-

240.000

Totaal voorgenomen investeringen

480.000

-

480.000

55

Bijlage 3 Reserves en voorzieningen 56

bijlage 3. investeringsprogramma 2022

Overzicht reserves en voorzieningen (excl. resultaatbestemming 2020)

Saldo 31-12-2020

Toevoeging Onttrekking 2021 2021

Saldo Toevoeging Onttrekking 31-12-2021 2022 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10275654/3