CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2.d Koninklijk Besluit 1992 - 19921007 Geanonimiseerd

Raadsvergadering 11 maart 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Achtergrondinformatie Projectvoorstel flexwoningen locatie Koerheuvel13.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

l n de volgende par:igraaf zulle:i ,, e aantonen dat d it huisvestingsplan een andere waardering verdient d:in het tot nog toe genoten heeft, o .a. op basis van he t tot nu toe gevoerde toewijzingsbe le id d Jt de afgelopen 20 jaar geresulteerd he eft in een grote to e stroom van mensen d ie noch economisch, noch sociaal gebonden zijn aan R henen. d e aangekondigde huurprijs d1e slechts voor minder dan 10<7c van de woningzoekenden tot de mogelijkheden be hoon en het niet toepassen van de woonruimtewet. Bove ndien d ient in dit verb:in d opgemerkt te worden dat het aantal wo nin g.en d at maxim:i:il (bij ~oedkeunn n \';;rn bestemmingsplan Koerheuvel 1) op de Koerhe uvel gebouwd bn worden slech~s ee n fractie bedraagt van waaraan in Rhenen behoefte zou zij n. "Voorschrijdende besluitvorming". Er zouden in het verled en d oor GS e n de Kroon verwachtinge~ zijn gewekt dat tot enige bouw v an de Koerheu\'el zou kunnen worden ov~rgegaan mns _daanoe aan een aantal stringente voorwaarden werd volda:rn (zie ook bnef VROM hierbove_n). In de~~ con~ext valt de o pm erking van een tw el!t:ll Statenleden (v:m te bc<'riJ • een recent • verschillende po l1t1eke s1nn:1tuur) e, e "pen • o•d...... e'" ....nm gespre k met e~a van ondergetekenden - dat de be sch ik.kin ~ d d 11 • n • 1990 " Gedeputeerde Sta_ten van Ut_recht (no . 0341511/1754) betrd fe~d~ d; ~~,.!.,,.,.; _ _ ' .in

Advies met betrekking tot Kroonuitspraak vel l. over het bestemmingsplan KoerheuOp 29 september 1992 heeft de Kroon ui ts raak gedaan ten aanzien van het i nge s telde Kroonberoep door d d . . k roep Milieubeheer Rhenen en • . . , de S~1cht1ng wer g , · teg n de oedkeuring van het bestemmingspan Koerheuvel I door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. De Kroon hee~t het beslui t van Gedeputeerde Staten vernietigd en h eef~ alsnog goedkeuring onthouden aan de plandelen met de bestemmi ngen "Woningen, aaneengebouwd en/of vrijstaand", "Woningen, landschap pe lijk inge past" en "Verkeersvoo:zieningen". He t i ngestel de beroep is echter ong:gr~nd v:rklaard. De uitspraak is gebaseerd op he t feit dat het begrip "enige woningb~u".', zoal~ opgenomen i n de Kroonui tspraak van 1988, reeds i s benut met de huidige woningbouw, zoals gerealiseerd voorui t l opend op de afronding van de bestemmingsplanproce dure. De geplande 140 woningen i s meer omvattend dan wordt vers taan onder " enige" woningbouw. Een nadere motivering van het besluit is nie t gegeven. Totstandkoming bestemmingsplan Koerheuvel I Het bes temmingsplan Koerheuvel I is opgest eld naar aanleiding van de Kroonuitspraak van 1988 . Dit bestemmingsplan is een uitwerking van hetgeen in de bes luiten van Gedeputeerde Staten en de Kroon inzake het bestemmings plan Koerheuvel naar voren is gekomen. In nauw overleg met G.S.

is de Kroonuitspraak uitgewerkt tot het best emmingsplan Koerheuvel I. Er is een schetsverkavel ing opgesteld waarmee G.S. in 1986 heeft ingestemd en d ie ook de afdeling Geschi llen van Bestuur van de Raad van State bij de behandeling van het beroep tegen het bestemmingsplan Koerheuvel onder ogen is ge komen . De Kroon heeft het t oenmalige oordeel van G. S. nagenoeg integraal overgenomen . De uitspraak die nu is gedaan ten aanzien van Koerheuvel I is in tegenspraak met de Kroonuitspraak van 1988. Opgewekte verwachtingen De u itspraak van de Kroon houdt in dat er geen woningbouw meer mag plaatsv i nden in het plangebied Koerheuvel I. Dit betekent dat hoofdzakelijk het gedeelte vrije sector- woni ngen buiten de boot valt. Vooruitlopend op het van k racht word en van het b e stemmingsplan is medewerking verleend aan sociale won ingbouw. Het gedeelte in de vrije sector d iende t er afronding van het plangebied . Ook in financiêle z in moet de vrije sector-woningbouw als afronding dienen van de real isering van het plangebied Koerheuvel. Het n iet kunnen afronden van het p l angebied zal een aanz ienlijk verlies opleveren. Dit is voorlopig berekend op 1 ,9 miljoen gulden. Over de dekking van deze kosten zal afzonderlijk aan u worden gerapporteerd. Gelet op de uitspraak van de Kroon in 1988 zou gespr oken k~en w~rden van opgewekte verwachtingen.

Redelijkerwijs zoud:~ de co~~equ:nt7es di~\ voortvloe i en uit "de gewijzigde inzichten" biJ het r1J k nietl_geheet!)voor reken ing moeten komen van de gemeente. Of kos tenverhaal ook daadwe~kelijk mogelijk is , is maar de vraag . Gesteld zou kunnen worden dat het hier . om een f inancieel risico gaat dat de gemeent e bewust he~ft gen~en. Het ~s een woonwijk t e real iseren in een g ebied niet dwingend voorgesch reven , om · n geuit tegen woningbouw . Ook het volgen van w~~r reeds eerde r bezwaren z~J de afronding van de bestemmingsdh ' d b iJ zondere procedures, vooruitlopend op planprocedure is geen verplichting, maar een bevoeg ei • Verhaa l tie tot kostenverhaal zou kun n en worden ac In hoeverre daadwerkelijk een . . . zondermeer kan wo rden b e antwoord • De mogegestart is een vraag die niet d ergoedingen zijn voor burgers 1 iJ ' • kh een d • • en. van tot het verk r1Jg . scha d ev tie hierover is in ontwikkeling. Of aanzienlijk uitgebreid. De Jurispru en

dit ook tussen de bestuursl a en 0nd . dergelij ke juridische kwest'g e rl ing geldt kan niet gezegd worden . Een i e begeeft zich · v an h e t p r i vaatrecht. Hiervoor i s d meer op het terrein n iet aanwe zig • in • deze organ1sa • t ie. • Indien uw college van me . e mankracht . • •k heden om tot kostenverh aa l over te gaan onderzocht ning is dat de mage l 1J moeten worden d i e t h ' k d' te worden ingeschakel d. Gedach n iervoor een extern des un 1ge huisadvocaat van de gemeente~ zou ku~nen wor d7n aan , de e nen. Hiervoor dient dekking te worden gezoch t in de begr oti' n g (evt. post "adv1ezen . , , d van derden") Voorgesteld wordt om in ie er geval met de h v • . d eer ermeulen e en oriênterend gesprek te voeren tenein e een a f weging te kunnen maken inzake het al dan niet ver s t rekken van een opdracht aan de advocaat om tot een verhaalsactie over te gaan.

'7

Verdere consequenties voorzover thans kan worden over zien i s 1· n het ge h e 1 e pan d e goe dk euring · 1 onthouden aan de woonbestemmingen en de bestemming Verkeersdoel einden. Er is geen onde~scheid ge~aakt in de reeds gerealiseerde woningbouw en de gepl6-':'de woningbouw. Dit is weer in strijd met de onderliggende motivering waaruit gelezen kan worden dat met de realisatie van 91 woni ngen de koek op is. Hetgeen het rijk verstaat onder "enige" woningbouw is reeds aanwezig. Het besluit had eigenlijk gedeeltelijke onthouding van goedkeuring moeten inhouden. Op de p l ankaart dient echter de vertaling van de Kroouitspraak nog te worden aangegeven. Het ministerie van V.R.O.M. is momenteel bezig met de uitwerking van het besluit. Wanneer uitgegaan wordt van volledi ge onthouding van goedkeuring dient er een nieuw bestemmingsplan te wor den opgestel d waarin de bestaande woningbouw als zodanig wordt bestemd. Tevens moet worden voorzien i n een afronding van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld met groenvoorzieningen. Wanneer de kroonuitspraak door het ministerie van V.R~ r d t uitge l egd, dat er slechts aan de nog te realiseren bestemmingen goedkeuring is onthouden, hetgeen gelezen kan worden uit de motivering, dan dient alleen te worden voorzien in een afronding van het plangebied. Naar al le waarschijnlij k is h i ervan sprake.

Het opstellen van een nieuw bestemmingsplan zal eveneens weer kosten met z ich meebrengen . Formeel moet binnen één jaar na de Kroonuitspraak een nieuwe planprocedure worden gestart. Na twee j aar vervalt de aanhoudingsplicht die voortvloeit uit de kroonbeslissing. Wanneer de bestaande woningen moeten worden ingepast dienen in ieder geval de wettelijke termij nen te worden aangehouden. De rechtszekerhe i d van de burger komt in het geding wanneer niet tijdig tot een planherziening _wo~dt overgega~. Alleen de afronding van het plangebied met groenvoorzieni ngen heeft niet de hoogste prioriteit, mede met het oog op de kosten. Een planherziening kan te zijner tijd worden ingepland . Procedure Aan de leden van de commissie planologie is toegezegd dat de Kroonuitspraak ' ervan aan de orde zouden wo rden gesteld. Zolang en de consequenties h 1 , . h t kroonbesluit heeft plaatsgevonden door ech ter nog geen uitwerking van e . , . - , . · d i scussie in de comnnssie planologie h et ministerie kan er geen zuivere d mmissie planologie in een pla t • d ld wordt dan ook om e co a svin en. Voorgeste n van een oriênterend gesprek met l ater stadium te raadplegen. De resultate ' . A j . • , , • à meeg,;iaomen - """'"' ' O''-"-- C..U.. • ~r..:. kunnen h:1.ijxlë>:1.3 ,mr ea ~~ , ,-, ~ ~\,-.,,...___ v v - ~ . Voorstel Resumerend wordt voorgesteld om: om een inschatting te maken van de 1.

de heer te consulteren de kosten die voortvloeien u i t de mogelijkheden om tot verhaal van Kroonuitspraak over te gaan;

r .

2 _ met voorstellen over het opstellen van een nieuw bestennningsplan voor het gebied Koerheuvel I te wachten totdat het ministerie het Kroonbe· sluit heeft uitgewerkt op de plankaart; 3 .lde commissie planologie consulteren wanneer er meer duidelijkheid bestaat over een verhaalsactie en wanneer meer dui delijkheid bestaat over hetgeen in een nieuw bestemmingsplan moet worden opgenomen;

~

Jv.__ C-,\Jt.

GEMEENTE

RHENEN

Zaaknr· G0I.91.0204 B0l.92.0051 p LE ITN OT I T I E Mijnheer de voorz itter, In deze zitting staat een tweetal behandeling

van het

door

kwesties centraal. Allereerst

de appellanten

ingesteld

betreft het de

Kroonberoep

tegen

het

bestemmingsplan Koerhcuvel-1. Daarnaast dient hjer het verzoek van burgemeester en wethouders om op. gr~nd van .a,."' rtikel 29, lid 3 van -de Wet op de Ruimtelijke \,.

Ordening en met toepassing van artikel 60a van de Wet op de Raad van State de schorsende werking van het Kroonberoep

voor een deel van het plangebied van

het bestemmingsplan Koerheuvel-1 op te heffen. Op de redenen van dit laatstgenoemde

verzoek zal ik aan het einde van mijn

pleidooi nader ingaan. Mijn pleidooi inzake het door de appellanten

ingesteld Kroonberoep

tegen het

bestemmingsplan Koerheuvel-1 kan kort zijn. De besluitvorming over deze kwestie kent immers reeds een lange voorgeschiedenis. Centraal hierin staan de besluiten van Gedeputeerde

Staten van 18 december 1984

en de Kroon van 27 juni 1988, waarin aan het bestemmingsplan

Koerheuvel

gedeeltelijk goedkeuring werd onthouden. Op grond van artikel 30 van de Wet op de Ruimtelijke

Ordening heeft daarop de gemeenteraad,

met inachtneming van

beide genoemde besluiten, een nieuw bestemmingsplan va tgesteld. Daar echter, zoals gezegd, dit nieuwe bestem mingsplan Koerheuvel-1 nadrukkelijk gezien moet worden als een uitwerking van hetgeen gesteld werd in de besluiten van Gedeputeerde

Staten en de Kroon, dient mijns inziens van een integrale

afweging van belangen thans afgezien te worden. Deze afweging is immers reeds geschied bij de behandeling van het bestemmingsplan Koerheuvel, zoals die in de besluiten van Gedeputeerde

Staten en de Kroon haar neerslag heeft gekregen.

Voor wat betreft de besluitvorming is derhalve van een blanco beginsituatie allang geen sprake meer.

2 Mijns inziens staat daarom

hier niet meer de vraag centraal of gedeeltelijke

bebouwing van de Koerheuvel toelaatbaar

mag worden geacht; daarmee hebben

immers zowel GS als de Kroon reeds nadrukkelijk ingestemd. Evenmin behoeft nog eens uitgebreid ingegaan te worden op de noodzaak van deze woningbouw, gelet op enerzijds de grote behoefte die onze gemeente heeft aan woningen voor sociaal en economisch gebondenen, en anderzijds de onmogelijkheid om elders binnen de gemeente

geschikte alternatieve

bouwlocaties te

vinden. Ook deze oveiwegingen konden eerder a] op Uw instemming rekenen. Een en ander is overigens in het in 1989 vastgestelde gemeentelijk volkshuisvestingsplan, alsmede in de woningbouwprogramma's van 1990, 1991 en 1992 uitgebreid met cijfers onderbouwd. Opmerkingen van appellanten dat het met die woningbehoefte wel meevalt zijn dan ook volledig uit de lucht gegrepen. Hetzelfde kan gezegd worden van opmerkingen dat slechts een zeer beperkt deel van de woningen op Koerheuvel terecht zou komen bij sociaal of economisch aan de gemeente Rhenen gebonden personen. Uit globaal onderzoek blijkt namelijk dat van de eerste 59 woningen die op Koerheuvel gebouwd zijn tenminste 80 % bij sociaal of economisch gebondenen terecht is gekomen. In deze zitting dient mijns inziens de vraag centraal te staan of de gemeente in de uitwerking van het bestemmingsplan Koerheuvel-1 aan de besluiten van GS en de Kroon op aanvaardbare wijze gevolg heeft gegeven. Doorslaggevend daarbij zal zijn in hoeverre het bestemmingsplan voor wat betreft de omvang en situering van de geplande

woningbouw voldoende garanties kent om directe dan wel indirecte

aantasting van het, aan de westelijke kant van het plangebied gelegen erosiedal en het daarop aansluitende bosgebied te voorkomen. Ook wat deze vraag betreft is echter van een blanco begin-situatie geen sprake meer . De relatie tussen het genoemde KB, met de daarin opgenomen voorwaarden voor een aanvaardbare

invulling van het plangebied, en het bestemmingsplan taan in alle beroeps- en bezwaarKoerheuvel-1 heeft immers steeds Centraal ges ellanten en het gemeentebeschriftenprocedures die tussen de buidige Kroonapp stuur over deze kwestie zijn gevoerd. · · b hrifteo ook naar het oordeel van GS Aangezien de inhoud van de huidige eroepsc , enoeg gelijkluidend is met die van de en de Adviseur van de Raad van State, nag 1...:++ volsta ik hier voor wat betreft . de weerlegging eerder · ingediende bezwaarscrnmen, '

3 rd van de aangevoe e bezwaren, met te verwijzen naar het raadsbesluit van 25 september 1990 waarin het bestemmingsplan Koerheuvel-1 werd vastgesteld. Behalve bij de vaststelling van het bestemmingsplan

stond de vraag of tot een

aanvaardbare invulling van het plangebied gekomen is ook centraal bij de goedkeuring van het beStemmingsplan door G.S. , alsmede in het ambtsbericht van de • ect·1ende beroepsschriften • werd Raadsadviseur, zoals dat naar aanleiding van de mg opgesteld. Op enkele aspecten hiervan zal ik nog kort ingaan.

Teneinde ervan verzekerd te zijn dat het nieuwe bestemmingsplan een aanvaardbare uitwerking zou zijn van hetgeen GS in hun besluit van 1984 hadden gesteld, is er voor gekozen het bestemmingsplan stand te laten komen.

Koerheuvel-1 in nauw overleg met GS tot

In hun besluit van 23 april 1991 oordeelden GS dan ook positief over het bereikte resultaat. Die instemming betrof zowel de bebouwingsvoorstellen voor het oostelijk deel van het plangebied, als de landschappelijke invulling van het westelijk deel. Voor wat betreft die bebouwingsvoorstellen blijkt het bestemmingsplan Koerheuvel1 zelfs nog bescheidener

van opzet te zijn dan de eerdere

schetsverkaveling

waarmee GS reeds in 1986 instemden en die ook de afdeling Geschillen van Bestuur van de Raad van State bij de behandeling

van het beroep tegen het

bestemmingsplan Koerheuvel onder ogen is gekomen. De invulling van het westelijke deel, in de vonn van een zorgvuldig ingerichte groenzone en een westelijk daarvan gelegen rogge-akker vormt voor GS meer dan voldoende garanties dat bebouwing van dit deel van het plangebied ook in de toekomst uitgesloten is, en dat aantasting van het aangrenzende erosiedal en het verderop gelegen bosgebied achterwege blijft. Met recht hebben

GS dan ook de door de appellanten

ingediende bezwaren

ongegrond verklaard. Aan het oordeel van GS meen ik dáárom zoveel waarde te kunnen hechten, omdat · haar eerdere b es1m•1 het toenmalige oordeel van GS nagenoeg de Kroon m integraal overnam. Daannee werd door de Kroon in feite aangegeven dat GS de juiste beleidsuitgangspunten hadden gefommleerd ten aanzien van het aanvaardbaar

4

zijn van woningbouw binnen het huidige plangebied. Het ligt dus in de lijn der verwachtingen dat ook nu de Kroon zich aansluit bij het oordeel van GS en derhalve de ingediende beroepsschriften ongegrond verklaart. Deze redenering wordt nog eens onderstet1nd

door het 1e1t " • dat ook Uw eigen adviseur in zijn ambtsbericht van 27 januari 1992 zich nadrukkelijk schaart achter de overwegingen en het oordeel van GS. Het door de appellanten

ingebrachte

bezwaar dat naar aanleiding van het door hen gepresenteerde rapport van Spek en Van Blerck sprake is van veranderende omstandigheden, wordt door Uw adviseur mijns inziens terecht verworpen. De kwesties die in dit rapport aan de orde komen zijn immers door de Kroon ai bij haar eerdere overwegingen betrokken. Ook Uw adviseur acht derhalve de ingediende beroepsschriften ongegrond. In feite zijn de belangrijkste overwegingen rond de vraag op welke wijze bebouwing van de Koerheuvel toelaatbaar is ook al aan de orde geweest in twee eerdere uitspraken

van de Raad

afdeling Rechtspraak:

van State. Eenmaal

een door appellanten

werd door de voorzitter van de

ingediend verzoek verworpen om te

komen tot schorsing van een door B & W verleende vergunning voor de bouw van 59 woningen. Daarnaast kan ik verwijzen naar Uw eigen uitspraak van 2 januari 1992, waarin de schorsende

werking van het ingestelde

Kroonberoep

voor een deel van het

plangebied werd opgeheven, teneinde daar de bouw van nog eens 32 woningen mogelijk te maken. Als gevolg van deze uitspraken is ongeveer 2/3 deel van het voor woningbouw bestemde deel van het plangebied reeds geldig en voor een flink deel zelfs al gerealiseerd.

Ik ben er van overtuigd dat Uw instemming met de

gekozen invulling ook voor het nog resterende deel van het plangebied zal kunnen gelden. Samenvattend

ben ik van mening dat in deze kwestie duidelijk sprake is van · ook de gemeente rechten mag ontlenen. voortschrijdende besluitvormmg, waaraan • n verzoek ik U daarom te Mede op basis van de in dit kader gewekte verwac11tmge bevorderen

dat de door de appellanten

worden verklaard en het bestemmingsplan keurd.

ingediende

beroepsschriften

Koerheuvel-1

ongegrond

definitief wordt goedge-

5 Aangezien echter de definitieve goedkeurm · g van het bestemmmgsp · lan voor de gemeente een spoedeisende kwestie is, zie ik mij genoodzaakt u thans nog een verzoek te doen. In de behandeling va11 een eerder verzoek, op 19 december 1991 , om te komen tot opheffing van de schorsende werking van het Kroonberoep voor de bouw van 32 woningen, hebben B & W U laten weten dat eerst nadat het bestemmingsplan Koerheuvel-1 rechtskracht bezit de verdere bebouwing binnen het plangebied ter hand zal worden genomen. Op dat moment schatten B & W in dat vóór 1 juni 1992 het bestemmingsplan defutitief van kracht zou zijn. Uit navraag is ons echter gebleken dat hierover allerminst zekerheid te verkrijgen is. Dat zou betekenen dat op 1 juni 1992 mogelijkerwijs nog niet op grond van een geldend bestemmingsplan bouwvergunning kan worden verleend voor de bouw van 10 gesubsidieerde sociale koopwoningen. Voor de bouw van deze woningen zijn door het Rijk reeds zogenaamde contingenten toegezegd. Deze subsidietoezegging vervalt echter indien niet op tijd met de bouw wordt begonnen. Uit oogpunt van gemeentelijke volkshuisvesting is het van het grootste belang dat, gelet op de uiterst beperkte bouwmogelijkheden

binnen Rhenen, optimaal wordt

geprofiteerd

subsidiemogelijkheden.

van de door het Rijk geboden

Om deze

subsidietoezegging veilig te stellen is het echter gewenst, mede gelet op mogelijke bezwaar- en schorsingsprocedures, dat uiterlijk 1 juni 1992 de bouwvergunning voor d~ze 10 woningen wordt verleend. Het uiterst beperkte plandeel waarbinnen de 10 woningen gebouwd zullen worden, sluit voor het grootste deel, over een lengte van 76 meter, aan op het plangebied waarvoor in een eerder stadium de schorsende werking is opgeheven. Voor het meer oostelijke deel ervan sluit het, over een lengte van 25 meter, aan op de ruim 20 meter brede groenvoorziening die de woonwijk ter plaatse afschennt van het achterliggende

agrarische gebied met bijzondere landschappelijke

en naruurlijke

kenmerken. Vanzelfsprekend is het niet mijn bedoeling om door het indienen van dit verzoek de Kroonberoepsprocedure,

en daannee de rechtszekerheid van de appeUanten, te

•

6 doorkruisen. Daar ik echter er van overtuigd ben dat, gelet op de positieve opstelling van de Kroon, GS en Uw Raadsadviseur,

binnenkort

tot een definitieve

goedkeuring van het bestemmingsplan Koerheuvel-1 zal worden besloten, meen ik dat er toch voldoende aanleiding bestaat om thans een verzoek tot opheffing van de schorsende

werking van het Kroonberoep

waarbinnen de desbetreffende

voor dát deel van het plangebied

10 woningen worden gebouwd, bij U in te dienen.

Naar mijn mening worden de belangen van de appellanten dan ook niet onevenredig geschaad in verhouding tot de belangen die worden gediend met de tijdige bouw van de 10 woningen. Resumerend verzoek ik U daarom vóór 1 juni 1992 op grond van artikel 29, lid 3 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en artikel 60 a van de Wet op de Raad van State, de schorsende werking van het Kroonberoep op te heffen voorzover dat betrekking heeft op het plangedeelte waarbinnen de 10 genoemde woningen djenen te worden gebouwd .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15167405/4