CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2.d Koninklijk Besluit 1992 - 19921007 Geanonimiseerd

Raadsvergadering 11 maart 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Achtergrondinformatie Projectvoorstel flexwoningen locatie Koerheuvel13.587 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WI.J ~ E A T R I X , BIJ DE GRATIE GODS. KONINGIN PRIN SES No .

DER V AN

N EDERL ANDEN,

ORAN.JE-NASSAU. ENZ.

9 2 . 0 0 91 9 8

ENZ.

ENZ.

Beschikken bij dit besluit op het beroep ingesteld door Stichting werkgroep Milieubeheer Rhenen en • alle te Rhenen,

-

tegen het besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 april 1991, Dienst Ruimte en Groen, Afdeling RR, no. 0342809/1458, waarbij is beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan •Koerhe uvel r• der gemeente Rhenen. De Raad van State, Afdeling voor de geschillen van bestuur, gehoord, advies van 2 juni 1992, no. GOl.91.0204. op de voordracht van

Onze Min is ter van Volkshuisvesting, Ruim t elijke

Ordening en Milieubehee r va n 29 september 1992 , nummer MJ Z29992021 , Centrale Di r ectie Juridische Zaken, Afdel ing Bestuurszaken.

overzicht van het geschil De

raad der gemeente Rhenen heeft in zijn openbare vergadering van

25 september 1990 vastgesteld het bestemmingsplan •ioerheuvel r•. Het besluit van de raad der gemeente Rhenen van 25 september 1990, met bijlagen, is aan dit besluit gehecht.

2

Gedeputeerde staten van Utree ht hebben biJ' hun vorengenoemde besluit van 23 april 1991 beslist over de goedkeuring van het beSlemmingsplan. Het besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 april 1991 is aan dit besluit gehecht. de Stichting werkgroep

Tegen dlt besluit hebben Milieubeheer Rhenen en

beroep ingesteld.

Het beroepschrift en een van belang zijnde bijlage zijn aan dit besluit gehecht.

Overwegingen ten aanzien van het geschil

Bij besluit van 23 april 1991 hebben gedeputeerde staten van Utrecht, voor zover te dezen van belang, goedkeuring verleend aan het bestemmingsplan "Koerheuvel I", dat voorziet in de bouw van maximaal 140 woningen op de Koerheuvel ten noordwesten van het centrum van Rhenen.

Àppellanten voeren, samengevat, aan dat het plan niet in overeenstemming is met de beslissing van gedeputeerde staten van 18 december 1984, waarbij gedeeltelijk goedkeuring werd onthouden aan het bestemmingsplan "Koerheuvel" en met Ons besluit van 27 juni 1988, no. 33, waarbij deze beslissing in stand werd gelaten, alsmede met Koninklijke besluiten uit 1965 en 1967. Àppellanten betogen, onder verwijzing naar een wetenschappelijk rapport uit augustus 1990, dat niet wordt voldaan aan de in On s besluit van 27 juni 1988 neergelegde voorwaarde dat woningbouw direct noch indirect tot aantasting van het nabijgelegen waardevolle erosiedal en het aansluitende natuurgebied De Tangh mag leiden. Evenmin wordt voldaan aan de eis dat het om enige, afrondende bebouwing moet gaan, veeleer is sprake van een complete nieuwbouwwijk, aldus appellanten. Voorts stellen zij dat in vorengenoemde besluiten een bebouwingsvrije zone van 250-350 meter tot het erosiedal zou zijn voorgeschreven, terwijl de westelijke plangrens op een afstand van 150-200 meter daarvandaan ligt.

3

Naar de mening van appellanten bestaat er onvoldoende noodzaak om tot bebouwing over te gaan. Volgens appellanten biedt het

gemeentelijk volkshuisvestingsplan in ieder geval onvoldoende basis om d e behoefte aan de beoogde woningen aan te tonen.

In hun besluit van 18 december 1984 stellen gedeputeerde staten z ich op het st andpunt dat enige woningbo uw in het vestelijke deel van het Koerheuvelgebied niet moet worden uitgesloten, mits het hiervoor vast te stellen bestemmingsplan vaarborgen bevat, dat een belangrijk deel van het gebied op een passende vijze vordt ingericht en beheerd, zodanig dat het in die vorm voor de toe komst van bebouwing zal zijn gevrijwaar d. Daarbij achten gedeputeerde staten een breed uitlopende groenvoorziening die toekomstige bebouwing scheidt van het we stelijk van het plangebied gelegen gebied onontbeerlijk. Het uitgangspunt dien t te zijn d a t het waardevolle eros iedal met het aansluitende gesloten bosgebied zowel direct als indirect niet wordt aangetast, aldus gedeputeerde staten in hun besluit van 18 december 1984. In Ons besluit van 27 juni 1988 hebbe n Wij i ngestemd met het oordeel van gedeputeerde staten, dat in dit geval, met inachtneming van de door gedeputeerde staten in hun besluit gestelde beperkingen, op het desbetreffende gedeelte van de Koerheuvel enige bebouwing kan worden toegelaten. Aangezien het in dit geval hoofdzakelijk om een plan als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening gaat. staat primair ter beoordeling de wijze waarop de gemeenteraad deze besluiten in acht heeft genomen.

l u it aan de oostzijde a an op besta ande v oonbebouwing Het plange bid e S en wordt aan de zuidzijde door een ongeveer 100 meter brede bosstrook .d de nieuwbouWYi jk oonderberg. gesche1 en van Aan de vest- en noordzijde grenst het plangebied aan d e bos- en natuurgebieden Lijsterengh en De Tangh.

4

De oostelijke helft van de in het plan begrepen gronden is bestemd voor "Woningen, aaneengebouvd entof vrijstaand", "Woningen, landschappelijk ingepast", "Groenvoorzieningen" en "Verkeersvoorzieningen" . Aan de gronden in de vesteli j ke helft zijn de bestemmingen ""Agrarisch gebied m.et bijzondere natuurlij ke en landschappelijke kenmerken, Anl" en '"Landschappelijke groenvoorziening" toegekend. Blijkens de plantoelichting ontstaat op deze v ijze een bebouwingsvrije zone tussen de geprojecteerde woningen en het erosiedal en wordt voor de thans nog ten behoeve van de teelt van mais in gebruik zijnde gronden een gebruik als roggeakker voorgestaan. Uit de stukken blijkt dat inmiddels 59 woningen zijn gereali seerd en 32 woningen in aanbouw zijn. Uit Ons besluit kan niet worden afgeleid dat een bebouwingsvrije z one van 250-350 meter tot aan het erosiedal in acht dient te worden genomen. Het door appellanten aangehaalde Koninklijk besluit uit 1965 komt in dit opzicht geen betekenis meer toe . In dit verband overwegen Wij dat de in dit besluit genoemde zone was gebaseerd op de in het streekplan opgenomen begrenzing, welke in het algemeen weinig gedetailleerd is.

In hun bestreden besluit overwegen gedeputeerde staten dat, gezien de breedte van de vrij van bebouwing blijvende bufferzone, het voorgestane gebruik ervan als roggeakker, de mogelijkheid tot aanleg van een opgaand landschapselement en de aard van de natuurwaarden, niet valt te vrezen voor aantasting van de natuurwaarden van het erosiedal en het bosgebied als gevolg van de woningbouw. verder wijzen zij erop dat blijkens onderzoek van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek de archeologische vaarde van het gebied niet zodanig is dat deswege woningbouw zou moeten worden afgewezen. Deze opvatting kunnen Wij op zichzelf onderschrijven. Dat neemt niet weg dat moet worden geconstateerd dat h e t aantal van maximaal 140 woningen, vaar het plan in voorziet, meer omvat dan hetgeen onde r enige bebouwing kan worden verstaan. Het bieden van meer bouwmogelij kheden dan de thans reeds gebouwde dan wel nog in aanbouw zijnde 91 woningen moet worden afgewezen.

5

Verder stuit de stedebouwkundige invulling bij Ons niet op bedenkingen. Anders dan appellanten kennelijk menen, hebben Wij in Ons besluit van 27 juni 1988 niet de eis gesteld dat er sprake zou moeten zijn van afrondende bebouwing. Ten overvloede overwegen Wij dat de nog niet gerealiseerde plandelen aan de rand van het plangebied het dichtst bij het waardevolle erosi edal zijn gelegen. Door de bouwmogelijkheden aldaar te schrappen vordt enerzi jds aan de stedebouwkundige opzet geen onevenredige afbreuk gedaan, anderzijds kan de van bebouwing vrij blijvende bufferzone, zoals appellanten bepleiten, worden vergroot. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de in het plan voorziene woningbouw niet geheel in overeenstemming is met Ons besluit van 27 juni 1988. De woningbehoefte in Rhenen hebben Wi j in Ons besluit van 27 juni 19 88 reeds aannemelijk geacht. Door appellanten is onvoldoende aangetoond dat in Rhenen, in weerwil van het gemeenteli j k volkshuisvestingsplan, veel vrijgekomen woningen z ijn betrokken door woningzoekenden zonder sociale of economische binding aan Rhenen. De twijfels van appellanten omtrent de eigen woningbehoefte van Rhenen delen Wij dan ook niet, te minder nu een deel van de beoogde woningen komt te vervallen.

De door appellanten genoemde mogelijke verplaatsing van het in Rhenen gevestigde Depot Elektronisch Ma teriaal naar Woensdrecht, vermag niet te leiden tot de conclusie dat daardoor de behoefte aan woningen ter p laatse zal verminderen. Uit het voorgaande volgt dat alsnog goedkeuring dient te worden onthouden aan de nader aangegeven plandelen met de bestemmingen "Woningen, aaneengebouwd en/of vrijstaand", "Woningen, landschappelijk ingepast" en "Verkeersvoorzieningen". Mitsdien is het beroep deels gegrond.

6

Beslissing

Gezien de Wet op de Raad van State en de Wet op de Ruimtelijke Ordening hebben Wij goedgevonden en verstaan: I.

met vernietiging in zoverre van het besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 april 1991, Dienst Ruimte en Groen, Afdeling RR, no. 0342809/1458, aan het door de raad der gemeente Rhenen op 25 september 1990 vastgestelde bestemmingsplan "Koerheuvel I" alsnog goedkeuring te onthouden aan de plandelen met de bestemmingen "Woningen, aaneengebouwd en/of vrijstaand", "Woningen, landschappelijk ingepast" en "Verkeersvoorzieningen";

II.

het beroep voor het overige ongegrond te verklaren;

III. te gelasten dat de provincie Utrecht aan dr.

het

door hem gestorte recht, zijnde f 150,--, vergoedt.

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit.

's-Gravenhage, 7 oktober 1992

w.g. BEATRIX

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING ' RUIM TELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

•

'

w.g.

Overeenkomstig het oorspronkelijke De Chef Kabinetszaken '

'

'12

Bijlage bezwaren XI en XII

-

Bezwaarschriften d.d. 6 april 1990 1 ingek omen op 19 april 1990 ---------

te Rhe nen en 31 andere

-

Inhoud Bezwaren tegen het ontwerp-bestemmingsplan Koerhe uvel I in het algemeen en in het bijzonder tegen: a. het grotendeels doen verdwijnen van de houtwa l ; b. de voorgenomen verdere · intensieve bebouwing van de Koerheuve l in westelijke richting. ~

Het ontwerp-bestemmingsplan houdt de vernietiging in van de houtwal. De aangevoerde argumenten, opvattingen, gevoelens, die hiertegen in de loop van het laatste jaar zijn ingebracht worden niet besproken, noch bij de tervisielegging betrokken. Omtrent de weerlegging door de gemeente is niets bekend. Ernstige bezwaren tegen de voorgestelde goeddeelse vernietiging, omdat: l. de inspectie ruimtelijke ordening d.d. 10 januari 1989, nummer 89 /01, een uitspraak doet waaruit blijkt dat de inspecteur de aangekondigde vernietiging van de houtwal niet kan plaatsen; 2. uit de mededeling van de gemeentelijke dienst van 14 juli 1988 niets wijst op een naderende vernietiging; J. de gedeputeerde op 27 januari 1989 in Rhenen tegenover enkele inwoners heeft uitgesproken dat op de wal niet kan worden gebouwd en het plan Koerheuvel I hiermee volledig in tegenspraak is; 4.

S. 6.

7.

uit een passage in het besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht, d.d. 18 december 1984, nummer R03172, afd. RO, ten aanzien van het bezwaar van de Stichting Milieuwerkgroep Rhenen blijkt dat de bestaande houtsingels in het plan zijn gehandhaafd. Hierbij was geen aprake van een functie voor de wal als geleding welke functie zou komen te vervallen in een latere bestemming met een groter aantal woningen , hetgeen de gemeente thans suggereert; verschillende mondelinge toezeggingen, die tot het gemeentehuis zijn te herleiden, zijn gedaan aan verschillende bewoners; het streekplan Utrecht-oost verschillende passages bevat waaruit zonneklaar blijkt dat de houtwal een waardevol landechapsaccent ia dat behouden moet blijven en een vergaande ■ ubeidie in het leven werd geroepen voor de instandhouding en verzorging van dergelijke landschapaelementen. De bescherming ervan heeft de bijzondere zorg van de provincie blijkens het boekje •laten we Utrecht schoonhouden, milieuwijzer voor het Buitengebied•; het rapport van het instituut De Dor ■ chkamp te Wageningen kan nillvner leiden tot de gevolgtrekking dat de wal geruimd moet worden, teneinde de grond aan te wenden voor woningbouw. De bouw heeft betrek.kin9 op het wegvallen van de mogelijkheid om de gehele JCoerheuvel te bebouwen. De houtwal-grond moet worden aangewend om financiële mi ■ rekeningen van de gemeente 9oed te maken.

De schriftelijke reactie van recl&,anten op het rapport i• niet bij de tervisielegging betrok.ken. Bij de bevolking leeft de gedachte dat er geen aandacht aan besteed ia. Dit ie tevens het geval met een rapportage van enkele deskundige inwoner• van Rhenen (rapport van ir. H. van Blerck).

-

Prof. H.A. Heidinga van het instituut voor prae- en protohistorie in Amsterdarn is voornemens om alleen reeds om de rijkdom aan archeologisch Rhenen al• atudiegebied voor zijn instituut te kiezen. Het rapport van De Dorechkarnp ie een rapport van een niet-onafhankelijk overheidsinstituut gefinancierd uit gemeenschapsgelden na een vrij heimelijke opdracht. De Dorachkarnp bezit niet de deskundigheid die nodig geacht moet worden voor het trekken van de vergaande conclus i es. Hoor- en wederhoor is niet toegepast. De hieruit blijkende beduchtheid doet onzekerheid vermoeden over de waarachtigheid van de eigen argumenten. Dit doet reclamanten met temeer aandrang verlangen dat deze atukken wel ter kennis genomen worden en besproken. Bezwaar tegen de bewering dat de wal goeddeels van geen waarde zou zijn. Mocht iemand die mening zijn toegedaan dan gaat hij voorbij aan het feit dat de gemeente de verantwoordelijkheid draagt voor de verwaarlozing, beschadiging en gedeeltelijke afgraving. Het advies van de P.P,C. leidt eerder naar handhaving van de houtwal dan naar de conclusie van de gemeente om de wal te kopen en het gebied te doen bebouwen. De weerlegging door de gemeente steunt op het bestreden Dorschkamp-ra pport a l s zouden er geen goede bomen te vinden zijn. Dit oordeel wordt door ter zake kundige mensen bestreden.

Voorts heeft de gemeente kort geleden nog bomen verwijderd met de rechtvaardiging dat dit gevolge n van de storm betrof. De geschriften van de bewoners behoren tot het bezwaarschrift e n zijn ten onrechte niet ter visie gelegd. Ieder bestemmingsplan zou voorafgegaan moeten worden door een historiea nalyse . De gegrondverklaring door de commissie voor de bezwaarschriften in juli 1984 kan onverkort op de bezwaren van reclamanten betrokken worden. Aangegeven is dat er wel degelijk aprake is van een directe maar eveneens indirecte nadelige invloed op erosiedal en De Tangh. Het Kroonbesluit geeft de voorwaarde dat slechts gedee ltelijke en gespreide bebouwing bespreekbaar ia. Het ontwerp-bestemmingsplan toont een totale woonwijk met gedifferentieerde woningbouw, stratenplan, rioleringen, verlichtingen e tc. Het plan is daarom in strijd met het xoninklijk Besluit . De P . P.C. pleit voor handhaving met een minimum van enkele bomengroepen en het eigendom en onderhoud in handen van een natuurbeschermingsinatant ie te komen. Reclamanten scharen zich achter dit oordeel. Inspraakprocedure De aankondiging en informatie in de )trant komt op een •••entieel punt tekort. De berichtgeving •preekt alleen over het be•temmingsplan Xoerheuvel 1 ~et weglating van de noodzaak tot wijziging van het plan Xoerheuvel.

Bezwaren tegen de inspraakprocedure en in het bijzonder tegen: ,.~,g geleide en georganiaeerde h>0rzitting; d e zeer ge b re-... de onvolkomenheid van de agenda op het punt van •spreektijd

-

publiek•; d bi het niet of zeer laat beantwoor en van reven; de hoge frequentie van fouten in de advertenties/aankondi-gingen;

voor

inforde gebrekkige tervisielegging en het ontbreken van re levante matie, z o a l s: - het P.P.C.-advies; - de react ie van bewoners op het rapport van De Dorschkamp; - het verslag van de hoorzitting; - het vigerende bestemmingspl an Ko erheuvel; - een d uide lij k o ntwerp-pl a n wijziging /part iële wij z iging v a n d it plan ; - ontoereikende uitnodig i ng in de Rhenenae Betuwse Courant. >.d b.

Bezwaar tegen de aant asting van het J<oe rheuvelgeb i ed ten koste van de bijzondere landschappelijke )c,,.,alite iten e r van, ten koste van de natuu r e n ten bate v a n fina nciël e en commerciële d oel e inden. De waarde van de natuur wo rdt verwaarloos d e n ook d ie van het begrip "sociaa l" in de woningbouw. Recl amanten z ij n tegen een beleid dat t ot deze t oest a nden leidt, omdat dit v an natuurschoon berooft e n ook niet-mater iële e chade t oebrengt aan men sen . Re clama nten twijfelen aan de noodzaak van de won ingen. Er wordt niet a llee n voor de eigen behoefte gebouwd. Dit i s i n strijd met het vigerende atreekpl an. Bezwaar tegen "gehannes" met wat in overheidsstukken i s neerge legd en in KB's is vastgelegd. Het primair bouwverbod van de provi nc ie sneuvelt, evenal s de vijfvingertheorie , e venals de verwi jzi ng naar voldoende aanwezige bouwmogeli jkhe den waartegen geen planologische bezwaren bestaan. De natuur s neu velt in geli jk tempo hiermee.

•

De p l a nnen zi jn in strijd met de KB ' • die bepalen dat: - het e rosie d a l nie t met woningbouw bènaderd mag worden tot op een a f s t a nd van minder dan 250 - 350 meter; - het r oggeveld slechts 50\ u itmaakt van het gebied j e e n i s wellicht zelfs in v erhouding t ot het te bebouwen deel kle iner ; - de bebouwing is wel d i rect en indirect bedreige nd voor het erosiedal e n de bepant ingen en begroeiingen er omheen, hetgeen heel nadrukke lijk nie t i s toegestaan. Ook een c itaat van het ministerie van V.R . O.M. uit een brief v a n s dec e mber 1984 ondersteunt de weergegeven mening. De mening wordt e v eneens gedeeld door de P.P . C. , de inspecteur R.O. en de c onsulent voo r natuur, flora e n faunabeheer. Verwacht wo rdt dat alle vormen van verkeer zul l en t o e ne men in en om het gebied van de nieuwe bebouwingen . Reclamanten wij zen deze ontwikkeling af op grond van de gev aren hiervan voor natuur, bewo ners en hun kinderen. De terugloop van het inwoneraantal in Rhenen i• niet dramatiach. De natuur gaat v66r de economiache en financiële consequenties. woningen bouwen in natuurgeb i eden ia geen oplossing voo r de ver rijzing. 9 De woningvoorraad in Rhenen ia tu ■ aan 1977 en 1988 met circa lOO woningen per jaar toegenomen. Dit i• meer dan de progno ■e van het ■treekplan laat zien. Het advies van de P.P . C. hadden reclamanten graag volledig gelezen. 1.

De P.P . C. dringt er bij de gemeente op aan de houtwal minetene partiee l te handhaven ter begeleiding, markering van de t • edebouwkundige

1

structuur. Reclamanten zi jn van mening dat dit doel kan worden bereikt door de wa l te handhaven en goed te onderhouden . De afg r e nzing n aar het we sten kan niet verbeterd worden. De gemeente reageert negatief en ste unt op het Dorechkamp-rapport. De gemee nte wil van de houtwal een etedelijk groenelement maken. Het standpunt van de gemeente is overigens e nigszins d ubbelzinnig. 2.

Het P . P.C.-advies ten aanzien van het r oggeveld luidt de rogge-akker in e igendom en beheer te geven aan een natuurbeschermingsinstelling. Rhenen wil dit niet. Rhenen wil groter groeien.

3.

De gemeent e reageert luchthartig en wegwuivend op het p u nt van de geluidshinder. De bestaande bebouwing wordt opgevoerd a l s gelu id sbu ffer voor de eventuele nieuwe bebouwing Xoerheuvel I. Het gaat hier ook om de geluidshinder van de nieuwe bebouwing naar de b estaande woonerven toe en andersom. De nieuwe bebouwing zal een onweerstaanbare geluidsinvloed uitoefenen op de natuurgebieden.

Bijlage bezwaren XVII n,

• •

Milieubeheer Rhenen a utrecht sestraatwe 7 me i 1990 c +ngekomen • 7 mei 1990 , + 140 mede-ondertekena ars

e

Inhoud Het ontwerp-beste • . mmingspl an Koerheuvel I druist gehee l in tegen de opvat tingen van Gedept d · d u eer e St a ten over het plangebied Koerhe u vel . . Het gebie nd ie _. la schappeli jk en cultuur-historisch waardevol en mo e t behouden bliJven. Bebouwing zou e en grote bedreiging vormen voor het aangrenze nde bo s gebied met e ros ie · da l en , l andechapsrelicten en wel uit · de i j s ti' jd •

.-...

( :

Om het voorzieningenniveau in Rhenen in ■tand te houden e n te voorzien in de woningbehoefte van eigen inwoners ( aociaal of e conomi s ch aan Rhene n gebo nd e n) is in december 1984 goedkeuring verleend aan het oostelijk gedee lt e v an bestemmingsplan Koerheuvel. De aan de westelijk gelegen grens gelegen hout"!al vormt een natuurlijke afs cherming va n het woongebied. De vervolgens gerealiseerde woonwijk b lijkt nu grot endee l s bewoond door mensen die niet s ociaal of economi sch aan Rhenen gebonden zi jn. Zij konde n z onder tussenkomst v a n de gemeente een woning op Koerheuvel be trekken. Het bestemmingsplan Koerheuvel I moet wederom voorzien in een dringende woonbehoefte, waarvoor nabij Rhenen geen a lternat i eve bouwlokat i es aanwez ig zi jn. De W.M.R. noemt de gemeent e lijke parkeerterreinen bi j de sportve lden v a n Candia waar, ale gevolg van nieuwe parkeerplaat sen bij Ouwehands Dierenpark, woningbouw is gepland . Bij de verkoop v a n de gronden aan Kuin Ede B.V. zi jn geen waterdichte garanties bedonge n dat de te rea liseren vrij e sector-woningen slechts voor sociaa l of economisch gebondene n mogen wo rden gebouwd. Verder zijn versche idene andere bedri jfsterr einen beschikb aar g e komen. Voor mogelijke woningbouw, onder andere het Kembo-terrein. Op de

p l aats van de voormalige watertoren in het Koerhe uvelgebied zouden n aar sch a t ting 2 8 wooneenheden kunnen worden gebouwd. Een financiële compen satie kan gevonden worden in de opbrengst van het waterle i d ingbe drijf van 1,8 miljoen. Het inwoneraantal v an Rhenen is nauweli jks gedaald, z odat o m het voorz i e ningenniveau te handhaven er geen noodzaak bestaat tot een nieuwe woonwijk op Koerheuvel. De w.M.R. onderschrijft de mening van de p.P.D. dat de plangebi eden in El ■ t voldoende ruimte bieden en woningbouw in het Koerheuve l-gebied nie t nodig

is. . . akkoord tussen de gemeente en Gedeputeerde Staten over de bouw Het pn.nc"pe• van 18 5 woningen lag niet bij de ■tuk.ken ter inzage. De W. M. R. ontvangt hiervan graag een afechrift . Het principe-akkoord i• geheel tegenetrijdig met het a n twoord van de . het bezwaarechrift van de W. M.R. van november 1983 . Dit 0 provincie . ~d d r meer in dat ten weaten van de houtwal in het goedgeke1 antwoord h e onle Koerheuvel enige gespreide bebouwing mocht plaat ■vin­ urde beatemmingsp an zone van 250 - 350 meter onbebouwd bleef. Dit bealuit d odanig dat een en, z . door de uoon in juni 1988. Het ontwerp-beatemming■plan ie beveet 1 gd heel in tegenepraak met deze uitapraken . xoerheuvel I i• ge

dat bij de planontwikkeling van Jtoerheuvel I ten eonc l udeert i De W.M . R • van het ontwerp u t 1982 snet voorbijgaan van de onrechte ia uitgegaan

, 84 b'J. de houtwal ia gelegen in uitspr aak van Gedeputeerde Staten in 19 , waar i het goe dgekeurde deel van het bestemmingsplan Koerheuvel. . de De W. M. R. baaeert deze conclusie op een gesprek tussen de voorzitt:r e~ k secret a ri s van de w.M.R. met gedeputeerde Schmink en de heer Jonge oerind. k t · "d s zijn bezoek aan e Voorts op de uitspraak van gedeputeerde Schapen iJ en heer Haas in Rhenen dat de houtwal niet mocht worden aangetaa t • De houtwal wordt in het bestemmingsplan Koerheuvel aangemerkt als waa rd evol • b ouw. Uit•het rapport land s ch a p selement en moet nu plaats maken voor woning van d e heer ir. Van Blerck blijkt dat de houtwal en de •rnaaat gel~gen a kke r een archeologiech, cultuur - hietori ■ ch bepaa l d, waardevol gegeven is. Gelet op de aan Rhenen toebedeelde toeristisch, recreatieve functie, zou de gemeent e alle beschik.bare middelen moeten aanwenden om het ook voor recre a t ie en toerisme waardevolle gebied te beschermen.

(

Ten aan zien van het rapport van De Dorschkarnp: De Dorschkamp heeft onder meer onde r zocht de eventuele gevolgen van het verplaatsen van de bep l a nt in g over e ni ge hectometer ■ in westelijke richting. Volgens de W.M.R. is d i t een onmogelij ke opgave, aangezien men een houtwal in zijn ecologische tota li teit ni e t kan verplaatsen. Het onderzoek werd uitgevoerd door de werkgroep stedelij k groen en bos-ecologie en niet door een landschapsdesk un d i ge of cu tuurhi storicus. Dat de wal geen cultuur-historische waarde heeft werd dan ook niet onderbe wd. Het ie logisch dat ale de houtwal wordt ingepast deze zijn landsc h appelij ke waarde verliest. He t tot de grond toe terugsnoeien van de houtwal zou in feite leiden tot ee n ni euwe houtsingel. De W.M.R. acht dit een onjuist gegeven. Immers bij a f ze t ting blijft de wortelmassa in tàct, welke in enkele jaren weer een uit bu nd i ge boomgroei geeft. Dit in tegenstelling tot een nieuwe houtsingel di e tientallen jaren nodig heeft cm een dergelijk diep wortelgestel te v orme n . Me t de W.M.R. zijn vele inwoners verontrust over de eertijds ale landschappe lij k groen bestemde houtwal, hetgeen blijkt uit de bij het bezwaarschrift ge v oegde handtekeningenlijeten.

Ui tvoering van het ontwerp-bestemmingsplan Koerheuvel I betekent: - verlegging van de wandelroute langs de houtwal naar het pad lange de bosrand, alwaar de druk verhoogd zal worden; - teloorgaan van een cultuur-historisch bepaald en archeologische waardevol gebied; - een bedreiging voor het ten westen gelegen erosiedal en bosgebied; - een verdere aftakeling van de bosrand ten 1uiden van het plan waar loopgraven uit de tweede wereldoorlog (aangeduid ale oorlogsmonument) een attractie vormen voor de kinderen uit het achterliggende woongebied en ook zullen 1ijn voor jonge bewoner ■ van Koerheuvel I; het beschamen van het vertrouwen van de inwoner ■ van Rhenen, aangezien er voordat het ontwerp in de openbaarheid ia besproken ateeds ■ prake is geweest van handhaven van de houtwal naar aanleiding van vragen van bewoner• van De Hollentoren. De W.H.R. verzoekt het bezwaarachrift van ale ingelaat te beschouwen.

Op de hoorzitting worden de volgende, niet in het bezwaarach "ft ri vermelde bezwaren genoemd. Op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordeni·n d" . g 1ent een nieuw beatemroingaplan binnen één Jaar te worden vaatgeateld . d. , in ien en

nadat aan een eerder beeterM'lingsplan goedkeuring is onthouden. Hieraan is in dit geval niet voldaan. van een democratische planprocedure is geen sprake als een bestemmingsplan eerst met functionarissen van de provincie wordt besproken en pas daarna door de gemeenteraad in behandeling wordt genomen. Er wordt voorbij gegaan aan de betrokkenheid van de raad en de inwonera. De bouwkávela zijn zodanig gelegen dat onvoldoende gebruik ·kan worden gemaakt van zonne-energie . Oe enelheid waarmee het college te werk gaat, komt de kwaliteit van de te bouwen woningen niet ten goede.

PROVINCIE ::UTRECHT

Nr.

•

l~~E~ 1

,. .

· .., ,.._":; 1

a

... t, t=----~),

•

2 t-'1 ~ I 1~91

Dienst ruimte en groen G111tleilaen 15

Postbus 80300

Utrecht

3508 TH Utrecht

Te lefoon 030 • 589 111 Telex 70306

F,x 030 · 522 564

1·- -- ·-:-:---.,,~-t--:-~~.....

L~:::.'.- .• .~~. -

011 um N umm er

23 april 1991 0342809/1458

Uw bri ef var,

Uw nummer 8,J lage

Afde l,ng

RR

Referen1,e

Ooork,esm.

Bestemmingsplan "Koerheuvel I" gemeente Rhenen . Onderwerp

• Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht · '· inzahe het bestemmingsplan "Koerheuvel I" van de gemeente Rhenen. J. Beslisei.ng.

Gelet op het bepaalde in artikel 28 van de Wet op de Ruimtelijke ordening hebben wij besloten: l. goedkeuring te onthouden aan: - artikel 10 v.w.b. de zinsnede "Lid A"; - artikel 11 lid 2 v.w.b. de zinsnede "in lid 2"; 2. het bestemmingsplan "Koerheuvel I" voor het overige goed te keuren; 3. de door de Stichting werkgroep ingediende bezwaren engegrond te verklaren. Ge et op het bepaalde in artikel 29 van de Wet op de Ruimteli jke ordening is het plan voor wat betreft de volgende onderdelen niet onherroepelijk: - de bestemming "Woningen, aangebouwd en/of vrijstaand ; - de bestemming "Woningen, landschappelijk ingepast"; - de bestemming "Verkeersvoorzieningen". II. · Beschrijving en doelstelling vAD bet plan. Bij ons besluit van 18 december 1984 onthielden wij gedeeltelijk goedkeuring aan het bestemmingsplan "Koerheuvel" van de gemeente Rhenen. De onthouding van goedkeuring betrof de mogelijkheid tot woningbouw op het westelijk deel van het toenmalige plangebied. De beoogde woningbouw voor dit plangedeelte achtten wij onvoldoende in overeenstemming met ons uitgangspunt, dat het aansluitende zeer waardevolle erosiedal en gesloten bosgebied zowel direct als indirect onaangetast dienen te blijven. Blij

kens het bedoelde besluit achtten wij woningbouw in een deel van het niet voor goedkeuring in aanmerking komende plangebied, onder voorwaarden echter toelaatbaar . Bij besluit van 27 juni 1988 bevestigde de Kroon ons besluit. Het thans voorliggende vastgestelde bestemmingsplan betreft de herziening ex artikel 30 WRO. Het plangebied beslaat derhalve dat gedee lte van het bestemmingsplan "Koerheuvel" waaraan wij goedkeuring hebben onthouden. Voorts is in verband met de thans gekozen verkaveling tevens een atrook van het goedgekeurde gedeelte van het bestemmingeplan ·•xoerheuvel• in de onderhavige herziening betrokken. Voor het gedeelte van het plangebied dat aansluit op het erosiedal is thans de bestemming "Agrarisch gebied met bijzondere natuurlijke en landschappelijke kenmerken, Anl" vastgesteld. Voor het oos t e lijke gedeelte biedt het voorliggende plan de mogelijkheid tot het oprichten van 140 woningen. Voorts voorziet het plan in een bestemming "land&chappelijke groenvoorziening" ten behoeve van afschermende beplanting tussen het woongebied en de tot "Anl" bestemde gronden.

III. Totstandltom..ing Y&n het plan. De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan vastgesteld op 25 september 1990. Het vastgestelde plan heeft vervolgens met ingang van 18 oktober 1990 gedurende een maand ter inzage gelegen. Het plan is op 22 oktober 1990 ter goedkeuring ingekomen. Bij de totstandkoming van het plan heeft het gemeentebestuur de daartoe in de WRO voorgeschreven procedure op de juiste wijze gevolgd. Dit lijdt uitzondering voor de in artike l 25 lid l genoemde termijn waarbinnen de gemeenteraad omtrent de vaststelling dient te beslissen. Deze termijn i s met ruim één maand overschreden. Gezien het feit dat de WRO voor een dergelijk verzuim geen sancties stelt in relatie tot de goedkeuring, hoeft hieraan door ons college geen rechtsgevo lg verbonden te worden. De provinciale planologische commissie heeft bij brief van 28 februari 1991 omtrent het pla~ advies uitgebracht.

rv. Aanvaardbaarheid van het plan. Gezien het feit dat het onderhavige plan in hoofdzaak een herziening ex artikel 30 WRO betreft is voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid primair van belang dat het plan past binnen de randvoorwaarden die %ijn aangegeven in de voornoemde besluiten inzake het bestemmingsplan "Koerheuvel" van zowel de Kroon als ons college. In relatie tot ons voornoemde besluit ie met name van belang ons standpunt dat wij -met het oog op het onaangetast blijven van het aangrenzende eros iedal en bosgebied- "woningbouw, in een nader te bepalen omvang e n aard, in d it gebied toelaatbaar achten, mits het hiervoor vast te stellen bestemmingsplan waarborgen bevat, dat een belangrijk deel van dit gebied op een passende wijze wordt inge:icht en beheerd, zodanig dat het in die vorm voor de toekomst van bebouwing zal zijn gevrijwaard". voort• achtten wij "een breed uitlopende groenvoorziening, die toekomatige bebouwing scheidt van het westelijk van het plangebied gelegen gebied" onontbeerlijk. Uit het voornoemde KB is met name van belang het oordeel van de Kroon "dat in dit geval, met inachtneming van de door gedeputeerde staten daaraan in hun bestreden besluit gestelde beperkingen, op het desbetreffende gedeelte van de Koerheuvel enige bebouwing kan worden toegelaten".

Zoal ■ in het vorenstaa d

, d n e reeds i ■ vermeld, voorziet het onderhavige 1 p an hin e m~elijkheid tot woningbouw voor het oostelijk plangedeelte. V oor et gebiedsgedeelte t voorzi• et het plan in d b u ■ sen · het bedoelde woongebied en het erosiedal e ea temmingen •Agrarisch gebied met bijzondere natuu~li~ ke en landschappelijke kenmerken• en •Landschappelijke groenvoorzieningen•. Blijkens de doeleindenomachrijving voor de bestemming •Anl• . (artik~l 6 lid l) zijn deze gronden bestemd voor ag r a riech grondg~~ru~k, ~ericht op het herstel van de ecologische kenmerken, behorende biJ ni~~-intensi eve landbouwmethodes. Uit de toelichting en het als bijlage biJgevoegde beheersplan blijkt voorts, dat voor dit gebied een gebruik ale rogge-akker wordt voorgestaan. Naar ons oordeel b!eden deze twee bestemmingen vold oende garanties om het gebied voor de toekomst te vrijwaren va n bebouwing, terwijl er tevens voldoende mogelijkheden zijn voor een goede landschappelijke inpassing van de geprojecteerde woningen in relati e tot het aa ngrenzend e gebied. Voor wat betreft de omvang en aard van de won ingbouw wijzen wij op het volgende. Bij brief van 4 maart 1986 hebben wij burgemeester en wethouders van Rhenen te kennen geven te kunnen instemmen met een schets verkaveling yoor het onderhavige plangebied die uitging van 163 woninge n. Het onderhavi ge plan voorziet in maximaal 140 woningen .

Voorts zijn teneinde ee n goede overgang naar het buitengebied te kunnen bewerks telligen, voor de bouwbl okken aan de buitenrand van het woongeb i ed meer stringe nte bou wbepalingen vastgesteld. Gezien het vorenstaande menen wij dat het onderhavige bestemmingsplan in voldoende mate in overee n s t e mming is met de randvoorwaarden die in de voornoemde besluiten van de Kroon e n ons college zijn gesteld. ln relatie tot de aanvaardbaarheid van het plan in a l gemene zin kan er voort s nog op worden gewezen, dat het onderhavige plan in o:ereenstem- _ ming is met het streekplan "Utrecht", waarin voor dit terre in de aa ndui ding "Stedelijk gebied" is opgenomen.

v. Aanvaardbaarheid van de voorschriften. artikel 10 Met name gelet op de verwi j zing naar dit artikel i n artike l 14 onthouden wij goedkeuring aan de zinsnede "Lid A" waarmee het onder havige artike opent. artikel 11 lid 2 ;t tikellid verwezen naar lid 2 in plaats van Abusievelijk wordt in d • ar . d ■ · onthouden wij goedkeuring aan de zinsne e in lid 1. ln verband hiermee lid 2" • VIII. Bezwaren.

Tegen h et vastgestelde

bestemmingsplan zijn bezwaarschrift en ingekomen

van: l.

en de Stichting we rkgroep

milieubeheer Rhenen;

. • 'dig ingediend. Daar de reclamanten "de bezwaarsc h ri'ften zijn tiJ milieubeheer Rhenen en ■■■■■I voor ts Bei de stichting werkgroep twerp-plan bij de gemeenteraad hebben , tegen het on -ti'dig hun bezware~ . . hun bezwaren worden ontvangen, in~ediend kunnen ziJ in

- 3 -

. . WRO is ons voort• van de zijTijdens de hoorzitting ex arti.kel 27 ll.d 3 lamanten en even dat ook de ree . de van de gemeente te kennen geg . d. bezwaarschrift ingetegen het ontwerp-plan bij de raad ti.j lg een worden ontvan' j in hun bezwaren -diend hebben. Gelet hierop kunnen oo k Zl gen. wordt gesteld dat zij bezwaar maken Door de onder l genoemde reclamanten ondertekenaars dan de bovengenoernnamens meer dan 800 mensen. Van meer den is ons echter niet gebleken. en

11 ieu.bebeer Rhenen.

Reclamanten maken bezwaar tegen de mogelijkheden tot woonbebouwing waarin het vastgestelde plan voorziet. De aan dit bezwaar ten grondslag • • k worden liggende overwegingen van reclamanten kunnen als volgt za k e l 1-J earnengevat: a. Het plan ia in ■trijd met zowel de Kroonbesluiten uit 1965, 196 7 en 1988 als ons besluit van 18 december 1984 met betrekking tot het plangebied. Dit zowel voor wat betreft de in acht te nemen br~edte van de bebouwingsvrije z0ne tussen het erosiedal en de bebouwi.ng, als voor wat betreft het uitgangspunt in de genoemde besluiten dat woningbouw hier niet mag leiden tot een directe of indirecte aantasting van het aangrenzende gebied. Reclamanten stellen dat de breedte van de bedoelde zöne slechts 150 - 200 meter bedraagt in plaats van de voorgeschreven 250 - 350 meter. Volgens reclamanten blijkt uit een door twee van hen opgesteld rapport, dat de thans voorgestane woningbouw wel zal leiden tot een (in)directe bedreiging van het erosiedal en bosgebied. Tevens gaat het bestemmingsplan volgens reclamanten voorbij aan de uit het KB van 1988 voortvloeiende beperking tot "enige" woningbou w. Verder maken reclamanten bezwaar tegen de voortschrijdende besluitvorming.

Ree amanten zijn van oordeel dat aan eerder gewekte verwac h tingen geen argumenten tot bouwen ontleend mogen worden als daarb i j een natuurgebied met bovengemeentelijk belang in het geding is. Voorts stellen reclamante~ dat door bebouwing van de Xoerheuvel een nederzetting uit de IJzertijd zal worden vernietigd. b. In het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid kan geen rechtvaardiging worden gevonden voor de noodzaak tot realisering van de met het vastgestelde plan beoogde woningbouw. Daarbij wordt m.n. gesteld, dat het volkshuisvestingsbeleid heeft geleid tot een grote toeloop van mensen die niet economisch of sociaal gebonden zijn aan Rhenen. voorts strookt de hoge huurprijs (f 749,-) van de te bouwen woningen niet met de in het volkshuisvestingsplan geformuleerde woningbehoefte. Tevens wordt er op gewezen dat de gemeente ondanks de zware claim op de eigen woningbehoefte de Woonruimteverordening niet toepast. Verder wordt gesteld dat door Defensie overplaatsing van de DELM (thans gevestigd op bedrijventerrein Remmerden) naar Woensdrecht wordt overwogen. Ale gevolg daarvan kan een groot aantal goedko huurwoningen in Rhenen vrijkomen. pe Het betrekking tot voornoemde overwegingen merken wij het volgende op. ad. a

Reeds in het in mei 1962 vastgestelde streekplan •utrecht h . . . •e euvelrug" werd de moge 1 iJkhei.d 9eboden tot bebouwing van een deel van d v h e "'oer euvel. Deze bouwmogelijkheid is in het door reclamanten genoemde KB van

- 4 -

-

_ioneerd: er diende een buffer v a l aangehouden te worden O an 2 S0 tot 3S0 mete b . vereenkoms . d r tot aan egrenzing . Deze in het ■treekplan tig e in het •treekpl a n n- e n de boaaanduiding werd~ begrenzi ng tus~evormd opgenomen d <e n van d e Reumeraweg ter hoogte v oor een rechte lijn d i e e pad over de Lijatereng (thans dan de &analuiting ~et het ]) naar de toenmalige rand van de e rand van de daar aanwezi e atraatweg. Het betreft hi er mede vanw aaneengesloten bebou wi ng a gan i an een globale begrenzing waaraan niet ege d het karakter va n h et gekend ala thans door de reclarn e exacte waarde mag worop dat de hier in het ged · - ~nten gebeurt . Overigen• wi' . . ing ziJnde li j h )zen . iJde -waar de afstand tot het . n t ana a lleen aan de . . daar waard ero siedal het grootst ia- wordt -~h re d en, ten.1iJl . e •treekplan be • 1ichtat nadert, het onderhavi grenzing het ero a i eda l . ge plan voorziet i ~{gewogen situering van de aan t h n een ru imere buffer. . e o uden grenst .,.._ nzen d e ge b ieden ia eerst aan d uasen bebouwing en . 1 e orde gekomen • h temmingsp an Koerheuvel Nadat in et kader van het l de aanvankelijke opzet.van d ons college goedkeu ring had onthouden e gemeente om te • t aan de brede groenstrook aa d . .

voorzien in bebouwing ~ gemeente een nieuw schetsontn e west~iJde van de Koerheuve l, is doo r werp ontwikkeld e · • .aart 1986 aan het gemeentebe 9 t • iJ ons ac hrijve n v a n 4 uur van Rhenen heeft 11 nen gegeven, dat de toen voorl ' ons co e g e te kenmet hetgeen ons bij het b l _iggende achetsverkaveling overeenstemde Het bedoelde echetsontweres _uit van 18 december 1984 voor ogen stond. tijdens de behandel · pis vervolgens d oor de gemeente toege licht heuvel" doo r de af in? van het . beroep tegen het bestemmingsplan "Koer. deling geschillen van bestuur van de Raad van State is aa nneme 1·iJ·k dat de Kroon bij haar besluit van 1988 • Geet l h. ierop _ -waarbiJ het &ta ndpunt van ons college werd onderschreven- bekend was m~t ~et feit dat wij met het betrokken s chetsontwerp konden instemme~ en dit i~ overeenstemming achtten met ons meergenoemde besluit. Het t ha ns voorliggende plan komt voor wat betreft de begrenzing van het te bebouwen gebied geheel overeen met het genoemde s chet s ontwerp. Gezien het vorenst~ande is er naar ons oordeel dan ook geen grond voor de opvatting dat de in achtgenomen afstand t ot het erosiedal in strijd is met de door de reclamanten genoemde besluiten van Kroon e n provincie. Ook de opvatting dat het vastgestelde plan een bedreiging vormt v oor het erosi eda l kunnen wij niet delen.

Het plan voorziet middel• de bestemmi ng •Landschappelijke groenvoorzieni ng" in de mogelijkheid tot de aanleg va n een opgaand landschapselement die voldoende waarborgen kan bieden voor een goede visuele barrière tussen de woonbebouwing e n het aangrenzende geb ied. v oort s voorziet het plan voor de gronden ten westen van het voornoemd landsch apselement in een bestemming binnen welke e nkel nietintensieve landbouwmethodes zi jn toegestaan. Blijkens zowel de toelichting a l e het bij het bestemmingsplan gevo egde beheerspl an wordt een gebruik als rogge-akker voorgestaan. Gelet op dit v oorgestane gebruik e n de breedte van de betreffende z One en gezien de aard van de natuurwaarden achten wij geen reden aanwez ig om te vrezen voor een aantasting van de natuurwaarden van het erosiedal en het bo sgebied &la gevolg v a n de woningbouw. De bufferzone heeft een voldo ende breedte om veratoring tegen te gaan terwijl het voorgestane ext e naieve agrari sche gebruik goede voorwaarden ■chept voor het creëren van een voedselarm milieu en het •t •t van eutrofiëring van het erosiedal. Zeker in verge lijking met ui s 1 ui en •• ... het bestaande gebruik van deze gronden •1• mai••~ke: valt dit a l• e en . te beschouwen Het na.me gelet op het feit dat de woningbever b eter ing danig zijn gesitueerd • • . dat de delen met een ateile helling atemmingen • .

d &Od n nelaten ia naar ons oordeel evenmin aprake van een ongemoei wor e ~ ting van de 9eomorfolog1ache • waarden. onevenr•dige•• nt ••

- s -

ij op dat het k Voor wat betreft het aantal te bouwen woningen meren w . 140 ·ngen De voorvaatgeetelde plan voor%iet in de bouw van circa woni • . . d d' i• toegelicht noemde ■ chet ■ verkaveling die on%e instemming ha en ie . . . t het bestemmingetiJdena de voornoemde behandeling van het beroep egen elijkheid tot plan ~Koerheuvel" bij de Raad van State voor%ag i n d e mo g . . i oldoende aanleiding de bouw van ruim 160 woningen. Gelet hierop B er v voor het ■ tandpunt dat het vastgestelde plan voldoet aan het in het KB van 1988 genoemde criterium van ftenige woningbouw". Dit te meer daar op dit punt in het KB een direct verband ia gelegd met on• meer9enoem d e besluit. Het bij de besluitvorming voorbij gaan aan eerdere besliaaingen en gewekte verwachtingen %Ou naar one oordeel getuigen van onbehoorlijk beatuur, zeker daar waar dit betrekking heeft op besluiten van de Kroon. Ofschoon op het Koerheuvelplateau diverse oudheidkundige vondsten %ijn gedaan, menen wij dat de archeologiache waarde van het gebied niet zodanig ia dat hierin aanleiding kan worden gevonden om alsnog af te %ien van de mogelijkheid tot woningbouw. De resultaten van door het ROB ter plaatse verricht onderzoek bevestigen dit atandpunt. ad. b

Eind 1988 is door de toenmalige PPD een onderzoek verricht naar het inechrijvings- en toewijzingsbeleid van de gemeente Rhenen. Daarbij is gebleken dat het beleid voor zowel huur- als koopwoningen aans loot bij de provinciale eigen woningbehoefte visie. Ook door de voorzitter van de afde ing rechtspraak van de Raad van State is in het kader van een schorsingsverzoek voor de bouw van 59 woningen in het onder h avige plangebied geoordeeld dat het standpunt dat veel vrijgekomen woningen in Rhenen zijn betrokken door mensen die niet aan deze gemeente zijn gebonden niet kan worden onderschreven. De opvatting van reclamanten dat in de huursector enkel woninge n gereali seerd zullen worden met een huurprijs van f 749,- blijkt onjuist . In de eerste tranche woningen waarvoor inmiddels een bouwvergunning is verstrekt wordt voorzien in de bouw van 44 huurwoningen. Hiervan vallen er 25 in de categorie premie-huur met de door de reclamanten genoemde huurprijs en 19 in de categorie sociale-huur met een huurprijs van ca. f 600,-. Omtrent de categorale samenstelling van de volgende tranches (tot aal ca. 80 woningen) is nog geen beslissing genomen. Van de zijde van het ministerie van defensie is ons te kennen gegeven dat er geen concrete plannen bestaan tot verplaatsing van DELM.

Ee n eventuele noodzaak tot het toepassen van de woonruimtewet is in het kader van de beoordeling inzake de aanvaardbaarheid van onderhavige plan niet relevant. Gelet op het vorenstaande achten wij het bezwaar van reclamanten ongegrond.

2. Reclamant maakt op grond van de volgende overwegingen bezwaar tegen het bestemmingsplan: a. de grene van het onderhavige plan wijkt af van die welke i• getoond op de zitting van de afdeling geschillen van beatuur van de Raad van atate d.d. 10 november 19B6; b. het plan is in etrijd met de ~B•e van 1965, 1967 en 1988 aangaande de xoerheuvel; e. ofschoon in alle stukken de bijzondere waarden van de Koerheuvel worden onderschreven wordt toch bebouwing toegestaan hetgeen enkel wordt gebaaeerd op gewekte verwachtingen;

- 6 -

d. de planvorming m.b.t. de Xoerheuvel omvat diverse kenmerken van onzorgvuldig bestuur. Voorts achaart reclamant zich v.w.b. de inhoudelijke aspecten achter het onder 1 behandelde bezwaarschrift. Voor wat betreft onze overwegingen ten aan%ien van de argumenten van deze reclamant kan in hoofdzaak worden verwezen naar het gestelde onder 1 ad a. In aanvulling daarop merken wij nog op dat door zowel de Kroon ale door one college een afweging van alle in geding zijnde belangen heeft plaatsgevonden, de natuur en landschapswaarden van de_Xoerheuvel daarbij ingegrepen. Deze afweging heeft geleid tot het aanvaardbaar achten van bebouwing van een deel van de Koerheuvel. Bedoelde besluitvorming ie niet enkel gebaseerd op gewekte verwachtingen. Aspecten als woningbehoefte en mogelijke alternatieve lokaties hebben daarin een belangrijke rol gespeeld. Gelet op het voorstaande achten wij dit bezwaar ongegrond. VIII. Afschrift Villl dit besluit te zenden aan: a. de raad der gemeente Rhenen; b. de burgemeester der gemeente Rhenen, teneinde toepassing te kunnen geven aan het bepaalde in artikel 28 lid 6 juncto artikel 23 lid 2 van de Wet op de Ruimtelijke ordening; · t eur van d e ruime • t l'J'ke ordeni·ng , 1.·nspecti' e west te Arr,sterc. d e 1.nspec 1. dam; d. de hoofdingenieur-directeur van de volkshuisvesting in de provincie Utrecht te Utrecht; planologische commissie te Utrecht; e.

de secretaris van de

f. g. h. i.

j.

I' ,

Bez,vaarsch rift bestemmingsplan Koerheuvel I

13 no,·embcr, 1990

College van Gedeputeerde Staten van Utrecht Postbus 80300 3508 ru UTRECHT

Onderwerp: Bezwaarschrift Bestemmingsplan Kocrheuvc:l 1 Gemeente Rhenen, Utrecht.

Geachte College. Hierbij tekenen wij • ingezetenen van Gc:meente Rhenen en woonachtig in of in de d.irec~e omgeving van het vastgestelde bestemmingsplan Koerheu vel 1 - mede namens allen dte ons hienoe machtiC!den , bezwaar aan te!!en het door de Gemeenteraad van Rhenen lI1 Z!Jn vergadering van 25 september 1990 vastgestelde en op 17 oktober l 990, gepubliceerde bestemmingsplan Koerheuvel I. Onze bezwaren hebben betrekking op: Koerheuvel als bouwlocat ie waardoor een zowe l cultuur-h istorisch als ook landschappelijk waardevol gebied verloren gaat met tevens desastreuze gevolgen voor het aangrenzende erosiedal en het aangrenzende bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug (toekomstig l\ationaal Park ). - waardering Gemeentelijk VolkshuisvestingsplanNolkshuisvesringsbeleid in relatie tot de noodzaak tot bouwen op de Koerhe uvel. In de onderstaande paragrafen treft u een uitvoerige motiveri ng van onze bezware n aan zoal s die aan het einde van iedere paragraaf worden gefonnuleerd. ~1e1 betrekki ng tot ons specifieke bezwaar, dat bouwen op de Koerheuvel een directe en indirecte bedre igine vormt van het erosie.dal met het aansluitende bosgebied De Tangh, en d:urdoor in strijd is met het Kroonbesluit uit 1988. slu iten wij een wetensch::ippelijk rapport bij getiteld "De bedreiging van het erosiedal ten noord-weste van Rhenen en het bos!!ebied De Ta nch door won in gbouw op de.

Koerheuve l" doo~ Daarb ij tref! u tevens een verklanng aan van een twmt1gta 1e e conc u 1es uit het rappon onderschrijven.

J. KOERHEU\'EL ALS BO '\\'LOCATIE J.I Voorgeschiedenis en probleemstelling De Gemeente Rhenen heeft er nooit_een ~eheim van gem:ukt d::it zij de Koc:rheuvel gr:i:ig wil bebouwen . Reeds meer dan 20 par zien wc de bouwpbnnen m.b.t. de Koc:rheuvel in verschillende ged.:uites terugkeren en get~tst worden door de Provincie en de Kroon. Aanvankelijk vormde het Koerheuvelgeb1ed een onderdeel van het bestemmin"spl:in "Donderberg" dat reeds op Il september 1969 door de Provinciale Planologische Commissie in ontwerp wcr~ behandeld. Als aan dit be5temmingsplan "Donderberc " (inclusief het Kocrheuvelgeb1ed) op 14 maan 1973 goedkeuring wordt onthouden. omlat

het plan onvoldoende gefaseerd is en niet gewaarborgd is dat de te bouwen woningen zullen voorzien in de eigenwoningbehoefte van de geme7,n1e Rhe_nen - zien wc daarn:i "Donderbcrg" (zonder Koerhcuvelgebied} en "Koerhcuvel gescheiden StnJd voeren met de Provincie en om erkenning vragen. Op I april 1978 hecht Gedepu1eerde State_n van Utrecht goedkeuring aan het nieuwe bestemmingsplan "Donderbcrg" dat inmiddels volledig is verwezenlijkt. Het Koerheuvelgebied, waarop thans de onderhavige bouwplannen betrekking hebben, wordt op 16 februari 1978 door Provinciale Staten, in haar streekplan Utre_ch1-oos1. aangewezen 101 "Agrarisch gebied met recreatieve waarde (Ar.}": ~ze aanduiding houdt primair een "bouwverbod" in. Op 20 februari 1979, als de Provincie de grondaankopen van grote delen van het Koerheuvelgebied door de Gemeente goedkeun, wordt d:larb1J de Gemeente tevens het volgende te verstaan gegeven: "wij wijzen u er evenwel nadrukkelijk op, dar voormelde goedkeuring nier inho udt dar"'''} instemmen met aanwending van de ~rond in her wder van de volkshuisvesting ". (20 febr. 1979, GS in brief aan Gemeente}.

De Gemeente laat zich echter niet afschrikken en lanceen begin tachtiger jaren toch een plan (bestemmingspl;in Koerheuvel} waarin zij de grond wil aanwenden in het kader van de volkshuisvesting. Dit plan voorziet niet alleen in bebouwing van het oostelijk deel, maar ook van het westelijk deel, het Koerhcuvelpla1eau, 101 aan het erosiedal en het natuurgebied "De Tangh" toe. Dit bestemmingsplan vaJt wederom in slechte aarde bij de Provincie, tot ongenoegen van de Gemeente die het onjuist achten dat de Provincie het gebied Koerheuvel in landschappelijk opzicht zo waardevol achten, dat slechts een kJein gweelte daarvan mag worden benut voor woningbouw. Op 18 december 1984 onthoudt Gedeputeerde Staten van Utrecht goed.keuring aan dit bestemmingsplan met uitzondering van het meest oostelijke gedeelte dat voorziet in de bouw van ± I 50 woningen. (Dit geàeehe heeft inmiddels zijn beslag gekregen in twee wijken, "de Hollentoren" en de "de Thijmens1oren'', die tol voor kon door een houtwal (ook aaneeduid als houtsingel of bossingel} werden afgescheiden van het westelijk_gedeelte van de Koerheuvel) "Al met al /.:an worden geconcl11deerd dat vooral her gebied ten westen van de K oerhrn1·el \'On zo'n groor belang is, dat aantasting dQl2rran dient re \\'Orden \'OOrkomen. In \'Çrhand daarmee \'Qrmt de K r>erlzeu1·el een hefangri ike en nier re mi~sen huffer;cne".

(GS Ctrecht, 18 december J984 ).

Alle pogin_gen van de Gemeente Rhenen om toestemming te verkrijgen tot bebouwintv_an de Koerheuvel, worden ondernomen vanuit de claim d;.it er een e:rotë e1genwoningbehoefte bes1aa1. Zelfs dat argument krijgt bij de Provincie echter -geen gehoor: "Wiiacl_rrrn nn rrnnd ,·an een 11in'()frire _en nader gemmiveerde af"'eginr het v.nn1ncnm1\\'hefong niet van een wdanir gewicht dat a'Qan·nnr her hela 11 g va_n her h<;l'.nrtd ,·an dit land1çharneliik waardern/fe rehied ,r>II mcerr11 ':''llken . \\u qchten her Tlllnt waarnn de_ kern Rhenen - 11itgc;onderd '?len m erin_e 1n h('t he11aande Hedc/uke grhrcd • nier meer ,·erder :nu kunnen v cntede/11ken heredr. Benrmrng van gronden voor 11·oningbo11w elders in Rhenen, waarvoor geen overwegende planologische bdemmeringen gelden zou naar onze mening de woning~ouw voor de komende Jaren redelijk kunn_en waarborgen. In deze opvawng ach1ten wij slcchrs een zeer beperkte wpon,ngbouw ( I 19 w_on_ingen) in het Koerhcu11e/gehied aanvaardbaar ( .P.C. aan G.S., 31 JUii 1984). •

/

Noot: _de zeer beperkte wonini;houw waarover in dit ciu:11 wordt "es r k • • , . gere.'.lhsccrd (Hollcntoren, Th,jmenstorcn). P o en 1s mm1ddcb

en "In /aarstgenoemd advies" (brief van 28 maart 1983 van P.P.C. a~n Ben ~V van Rhenen) "ga11en wij het gemeenrebeStuur van Rhenen dnn~end tn overweging va n bebouwing van het grootste gedeelte In hel Koerheuvelgebied af Ie zien. (P.P.C. aan G.S., 31 juli 1984).

In haar brief van 31 juli 1984 herhaalt de P.P.C. nogmaals haar motieven inza~e de concrete landschappelijke betekenis van het Koerheuvel gebied, resulterend in de: conclusie dat het behoud van dil gebied alleszins gerechtvaardigd is en door de Gemeente slechts op marginale wijze wordt weerlegd. "De landschappelij ke betekenis van de K oerheuvel en haar directe omr:e\·ing wordt in meer concrete zin bepaald door vier aspecten . ZiJ staan onder/in,: met elkaar in verband en beindoeden dan wel \·erm:rkcn elkaar. Het betreft de volgende aspecten: 1. geomorfologische betekenis 2 . cultuurhistorische betekenis 3 . naruurwerenschappelijke betekenis 4 . visuele betekenis."

Vervolgens geeft de P.P.C. een uitvoerige motivatie van deze vier a~pec1en. T.a.v. de flora, vege1.1tie en fauna stelt de P.P.C. (31 juli 1984): " D ()nr hennuw inc vnn de nkkcn 11·()rdr her uld:ame crneimiliert in her smelrwarcrdn! hcdrçicd dr)nr re crMc men5( liii·e indnedc11 Ten aan:1e11 van de fauna is de funetie van het Koerheu\·elgebied als buJfer:onc naar "D e Ta ngh" met name van be/an~. In het gebi ed "De Tangh" :iJn b ij : onder e broed\·ogelsoonen gesignaleerd. De:e h11ffed11ncrie it reed1 in ern51i ce ,nme aa nceurn dnnr hehnm.-inP \'Qn de D,mrlerh,•rr ...

en "SamenYallend moet dan oClk worden geconcludeerd dat het gebied Koerhe11\·el gekenmerkt 11·(JrdI doClr zodanige kll'aliteiren. dat ook op bo,·engemeentehjk ni1·ea11 de :Mg \'Oor her behoud ,·an dit gebi ed gerechtl'aardigd is."

Dat de Gemeente een vrij luchthanige visie had (en nog steeds heeft) m.b.t. het belang van het Koerheuvelgebied als Jandsch:ipsc:lemen1 moge blijken u11 de ,olgende p:iss:ife uil voornoemde P.P.C. brief. "Desondanks menen wij dar het ven,•ijt van de Gemeente Rhenen om1re111 onze te enge streekplanin1erpre1arie misp/aarst is. Her ba.r:,a1ellisere11 van de landschappelijke belangen en het ophangen van het wcl:i; n ,·an de geheh' R henense bevolking aan een bouwmogdij/.:heid \ 1an 350 extra woningen achten wij onjuist."

Zoals boven reeds vermeld. ons houdt Gedepu1eerde Staten (18 december J98-1) goedkeuring aan bebouwing van het wes1elijk . .d.w.z. het th:ins in geding zijnde. deel van de Kocrheuvel met als argument da1 du gebied een onmisb:ire bufferzone vonnt ter bescherming van hel erosiedal en het na1uurgebied De Tangh: "Al roer al k,m wrr1co rernacl1ulec_rd dat wwnl !1cI cebied 1cn wr11rn ,.0" dl.' K nerhmI•ef vnn ZQ O grnnt hr{nnc H dar OQllfn.m,,r dann·fln dii•111 rr ..-nrdc11 vnnr~nmrn In vçrhaa_q rlnqmwe vormt ac K,)cr/icm·cl een hclmwriikc en mn re mmen hufferwne

3

En het is juist dit gebied waar de gemeente thans wil bouwen ! De Provincie staat nie1 alleen in haar oordeel over het grote belang van de Kocrheuvel als onmisbare bufferzone. Wa1dat betref! spreekt ook hei Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in haar brief van 5 december l 985 aan de Voorzitter van de Afdeling voor de Geschillen van Bes1uur van de Raad van S1a1e. duidelijke taal, zoals moge blij ken uit de volgende ci1aten (onderstrepingen door ondergetekenden): "De Koerheuve/ maab ook d eel uir van her gebied . dat in het strucruurschema Openluchtrecreatie en het structuurschema Naruur- en landsbelwud is aangewezen als p o tentieel Nar io naal landschap . Laatsrg en oemd strucruurschema voorzier voorsr op de nabijgelegen Amerongse berg in een narionaal park. O nderdelen van grnre landsçhanseenhcdcn air hirr in her cedinc kunnen nict incidenree l voor uedeli ike onrwikkellnr: worden t>enia ;onder dar aa n de waarde ,·an her geheel afbreuk wnrdr gedaan. ook al zouden die onderdelen op zich r elarief van minder waarde zijn. De betekenis van hel geheel wordt immers in nier onbelangrijke mare bepaald door de omvang van het gebied en de af Stand 10 1 versrorende indoeden.

De Kocrhe11vel heeft i n dir nn;icht een be/an pr i ike f11nctie al~ "h1d(erzonc" /jlSSen natuurgebieden • mer name dè Tan gh ·en de srcde/ii(ç, /->ehn1m i nr van Rhenen Om di e reden is naar m ijn mening in principe bebouwing van de Koerhcuvel ongewenst. (VR0:'\1. 5

december 1985). Over de uiterste grens van bebouwing in westelijke richting spreken nie1 alleen het VR0:'\1, maar ook de lnspecteur van de Ruim1elijke Ordening en de consulen1 voor natuur, milieu en faunabeheer zich duidelijk en eensgezind uit, zoals blijkt ui1 onderstaand fragment uit de brief van de ad"iseur van het VROM. "Dar. zoals appellant aanvoen, bebouwin11 van de Koerhem·el moer worden afgewe;en, omdar de Nieuwe \'eenendaa/s-.,,·eg een logische grens van her sredelijk gebied vormr (zie swk la. ad c) lij kt mij nier j uis1. De bossing el langs de ,.-esrkanr van het goedgekeurde plandeel kan el'enzeer een goede af r onding van her stedelij k gebied vormen en biedr bo\·endien de mogelijkheid de bebouwing ook ~·isucel af re schermen . Wel ben ik he1 mei appellanr eens, dat de:e hn~~i ngel een 11irerm• gren1 1·n,mt en dat verdçre behn1rwi11g in weqe!iîkc rirhrinc drûni1iefmner 11·nrdcn af 0 rwezcn . Naasr de Pro1·incia le Plano logische Commissie bleken ook de Inspecteur \'an de ruimrclijke ordening en de consulenr voor naruur, milieu en fawUJbeheer de:e meninR re zijn roegedaan. H er we Heli ik deel van de K ()r,he11vel i1 een ondeelbaar land1chan,neliik nçhecl waarin her cer rnnoncfl'rdc relië( e11 de b()<t ingel.1 hec ldhcralcndc elementen ;iiry . De afwisseling van op en akkers en afschermende bossingels is 1eve11s bepalend voor de b11f/crfimc1ie van her gebied.

Her idee da1 bier gedcelreliike l>chn1iwinc mnreliik : n11 ?iin ; nndcr het land<rhan1hr eld en de h1t{(erfi111Ç1ir aan ra.11cn hrmsr m i1n1 in:ie111 ,,n een i/luüe. Dat in hei 1•erleden een kleinere afs1and 101 her na11111rgi:hicd aanvaardbaar werd geachr doer hieraan nier af. D e b11fferjimcrie 1•c:111 her gebied is namelijk nier :ozcer afhankelijk van bepaa lde i aste afsranden. a ls wel van concrete landschappelijke 11egevenheden. waar mee eers/ op her niveau van het besremmingsplan rekening kan worden gehouden . Ik kan het niet met Gedepweerde Srarcn eens zijll da r desondanks met gedeelrelijke bebouwing van het westelijk dec/ zou moeien worden ingeStemd. llmdat in he1 verleden daaromrrenr bij het gcmeentebeSllmr verwachtin,:en zijn gewekt. Hoewel zowel de Kroon als Gedeputeerde S1a1c11 zich 101 in de jaren zevenri1; niet negatief hehhen op,::t'.treld ren op:ichte \·an een beperkte uitbreiding aan de westzijde ~wi Rhenen, heefr ht'I gemeentehesruur sindsdien nier in de zekerheid kunnen 1·erkcren. dar mcr

•e

4

n

I

n

oancoas(

(KB. 1988)

. ·r d 5 ·aar geleden eeschreven. A lle 'n feite is het onderhav1~c _bczwa~rschn t hr~\~0~1 (brief 5 d cc. Ï 985 ) ten aanzien )verwcgingen van de Provi~cie, de Kri°on c~ ~ - 1. 1•9 85 gefonnuleerd werden . 21Jn , an bouwpllnncn op de ~ oerhe uve • zo:i s ie ~ nen en hebben a:in actualiteit niet ,nverminderd van tocpaSSI~~ ~p de b~ st :ia;dr pi~ ht 1986 no!! een inbreuk op d e 1 3 ~~~~eà.r~~ ~ 1; ·:,;~ft{~u ~uh:~entr;ijn: i~n~ati ; basis van het reeds thans door ~ovincial e f taten van Urrecht geformuleerde ungangsp~nt ~oor h et eerdaags ~aSldt-~ tellen nieuwe srreekplan voor Utrecht niet meer mogelijk ( De toe komS t gete ~n \~' •SR-201 5). Met een onthutsende arrogantie g:iat de gemee nte R h~nen e c_h ter OJ?nie~ olledig voorbij aan alle onderbou'>-de a.rg~menten d ie door versch1llende ms.t:rnoes z1Jn angevoerd om niet 101 bebouwing van de Koerheuvel over te gaan. vaarom wil de Gemee nte Rhenen. koste wat kost. bouwe n op d_e Koerheu\:~L ee:i ebied dat vol~ens het Srreekplan als "agrmsch gebied met recreaneve waarde v. or-::1 :mgeduid? \Vè lke belangen/motieven spelen hierbij een rol? H uisvestingsplan. l n al haar ambtelijke stukken en r_~actie_s op _b ezwa:irschriften beroept de gemeente zich voordurend op het gemeentelijk hu1svestmgspl:in zo:ils d:it door de raad werd vastge steld op-! april 1989.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15167405/4