CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

Raadsvergadering 27 januari 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Voortgang uitvoering Lokale Inclusieagenda27.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

90

Ik weet waar ik terecht kan in de gemeente als ik te maken krijg met discriminatie. % (helemaal) oneens

59

61

53

60

64

68

57

73

65

Als mensen discriminatie meemaken, moeten zij terecht kunnen bij een antidiscriminatie meldpunt voor advies buiten de politie. % (helemaal) eens

84

83

76

86

89

91

81

90

91

Transgender

Non-binair

Lesbisch

Ik vind dat de gemeente genoeg doet voor acceptatie van seksuele diversiteit. % (helemaal) oneens

Cisgender

Homo

Genderidentiteit

Overijssel

Seksuele oriëntatie

Gelderland

Provincie

Noot: ‘Weet niet’ en ‘niet van toepassing’ zijn niet meegenomen.

De wens voor lokaal lhbtiqa+ beleid wordt duidelijk uit Tabel 7.4, maar dan ligt er nog steeds de vraag wat hier de invulling van zou moeten zijn. Om een idee te krijgen van behoeftes, hebben we respondenten specifiek naar beleid gevraagd. Op een aantal beleidsopties lieten we respondenten aangeven in welke mate ze het belangrijk vonden dat hun gemeente hiermee aan de slag zou gaan. Het belang is aangegeven in een gemiddelde van 1 tot 10. In Tabel 7.5 zien we deze beleidsopties in volgorde van belang dat respondenten er aan hechten. Respondenten uit Gelderland en Overijssel vonden voorlichting op scholen het belangrijkst. Daarna volgt het gratis aanpassen van het geslacht in identiteitsdocumenten. Voornamelijk bij trans- en non-binaire personen scoorde deze beleidsoptie hoog, omdat dit voor hen het meest van belang is. Andere beleidsopties die hoog scoorden waren in gesprek gaan met religieuze groeperingen over lhbtiqa+, het ophangen van de regenboogvlag op belangrijke dagen en het oprichten van een beleidsadviescommissie bestaande uit lhbtiqa+ inwoners. Twee opties scoorde onder 5,5. Ten eerste kreeg het aanleggen van regenboogpaden en -bankjes een 5,4. Mannen-ontmoetingsplaatsen en cruise area’s scoorden nog lager met een 4,5. In dit onderzoek hebben we niet doorgevraagd waarom respondenten die minder steunen.

Dit kan meerdere oorzaken hebben, waaronder ook confrontatie met de heftige en geweldige reacties op deze objecten.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

58

Tabel 7.5 In hoeverre vindt u het belangrijk dat uw gemeente het volgende regelt en betaalt?

1 helemaal niet belangrijk – 10 heel belangrijk

Homo

Lesbisch

Bi+

Aseksueel

Cisgender

Transgender

Non-binair

Genderidentiteit

Overijssel

Seksuele oriëntatie

Gelderland

Provincie

Voorlichting op scholen.

8,9

8,7

8,8

8,9

8,9

8,8

8,8

9,0

9,0

Gratis geslacht aanpassen in identiteitsdocumenten zoals paspoort en rijbewijs.

7,9

7,6

6,9

8,0

8,4

8,6

7,4

9,3

8,9

In gesprek gaan met religieuze gemeenschappen over acceptatie van lhbtiqa+.

7,6

7,6

7,7

7,6

7,6

7,5

7,6

7,6

7,8

Een beleidsadviescommissie lhbtiqa+-beleid met mensen uit de gemeenschap.

7,6

7,4

7,1

7,7

7,9

7,9

7,3

8,1

8,3

Regenboogvlag uithangen op lhbtiqa+-dagen als Coming Out Dag.

7,5

7,4

7,4

7,7

7,5

7,5

7,4

7,5

7,9

Financiële ondersteuning voor lokale lhbtiqa+ initiatieven als ontmoetingsgroepen en evenementen.

7,4

7,3

7,2

7,5

7,5

7,5

7,2

8,0

8,1

Genderneutrale toiletten in het gemeentehuis en andere openbare ruimten.

7,1

7,0

6,1

7,1

7,9

8,5

6,7

8,5

8,4

Genderneutrale gemeentelijke communicatie.

7,1

6,9

6,1

7,2

7,8

8,2

6,6

8,0

8,5

Voorlichting in de ouderenzorg

7,1

6,9

6,9

7,3

7,1

7,0

7,0

7,3

7,5

Fototentoonstellingen over lhbtiqa+ personen in de openbare ruimte.

6,4

6,2

6,1

6,5

6,5

6,4

6,2

6,6

7,0

Een apart politie-aangifte loket voor lhbtiqa+geweld.

6,3

6,2

6,2

6,3

6,3

6,5

6,1

6,6

6,8

Regenboogbankjes en -zebrapaden.

5,4

5,1

5,0

5,9

5,3

5,4

5,3

5,0

5,6

Mannen-ontmoetingsplaatsen/ cruisearea.

4,5

4,5

4,6

4,3

4,6

4,3

4,4

4,7

5,1

Noot: ‘Weet niet’ en ‘niet van toepassing’ zijn niet meegenomen.

In de open vragen konden de respondenten nog een aantal suggesties geven voor beleid dat niet al door ons voorgelegd was. Enkele voorbeelden hiervan die door vele respondenten genoemd werden zijn: - Training geven aan gemeentepersoneel, politiemedewerkers en sportclubs over hoe sensitief om te gaan met lhbtiqa+ personen. - Sneller en effectiever omgaan met discriminatieklachten en als gemeente hierover de sociale norm stellen. Zowel bij discriminatie waar een individu slachtoffer is, maar ook als er sprake is van vernieling in de openbare ruimte zoals het kapot maken van een regenboogvlag. - Melden van discriminatie toegankelijker maken. Bijvoorbeeld door een apart politieloket of het bekend maken van het meldpunt discriminatie.nl. - Meer lhbtiqa+ representatie in de lokale overheden.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

59

Een (beperkte) groep respondenten geeft aan dat lhbtiqa+ beleid volgens hen een averechts effect heeft. Een genoemd argument is dat lhbtiqa+ beleid en uitingen in het openbaar enkel negatieve reacties uitlokken. Een ander argument wat meermaals voorbijkwam is dat respondenten willen dat lhbtiqa+ niet als uitzondering of afwijking van de norm wordt gezien. Deze mensen beargumenteerden dat dit normalisering in de weg zou staan. Een van de respondenten verwoordt het als volgt: ‘Het wordt pas gewoon, als je er gewoon over doet’. De groep respondenten die deze argumenten aandraagt zijn bijna allemaal afkomstig uit de groep cisgender lhb+ personen. Hoe zit dit voor… Als we kijken naar migratieachtergrond zien we dat respondenten met een migratieachtergrond alle beleidsopties (uit Tabel 7.5) een hoger cijfer geven dan respondenten zonder migratieachtergrond. Respondenten met een migratieachtergrond lijken meer belang te hechten aan gericht overheidsbeleid. We zien opnieuw een patroon bij neurodivergentie en beperking: respondenten met een vermoeden of diagnose van een vorm van neurodivergentie en respondenten met een beperking steunen de beleidsopties gemiddeld meer dan respondenten zonder neurodivergentie en zonder beperking.

7.4. EN NU? Belangrijkste inzichten: Lhbtiqa+ personen uit Gelderland en Overijssel geven de verbondenheid met hun woonplaats gemiddeld een 6,5. We zien dat aseksuele, bi+ en niet-cisgender personen gemiddeld een lager cijfer geven. 7 op de 10 respondenten zou (veel) meer lhbtiqa+ personen willen kennen in hun woonplaats. Minderheidsgroepen binnen de lhbtiqa+ gemeenschap hebben meer behoefte om andere lhbtiqa+ personen te kennen in hun woonplaats. De helft van de respondenten vindt dat hun gemeente niet genoeg doet voor de acceptatie van genderdiversiteit. Het overgrote deel (80% of meer) van de respondenten vindt dat er naast landelijk beleid, ook lokaal beleid moet zijn. Meer dan de helft van de respondenten weet niet waar zij terecht kunnen als ze te maken krijgen met discriminatie. Meerdere beleidsopties worden zeer breed gesteund door de respondenten, zoals voorlichting op scholen en gratis geslacht aanpassen in identiteitsdocumenten. Enkele beleidsopties krijgen een onvoldoende, zoals regenboog bankjes/zebrapaden en mannen-ontmoetingsplekken/cruisearea. We zien dat minderheidsgroepen beleid belangrijker vinden dan meerderheidsgroepen binnen de lhbtiqa+ gemeenschap. Wat kunnen gemeenten doen? - Zorg dat lhbtiqa+ beleid structureel wordt ingebed in het gemeentelijke beleid, met een eigen budget voor activiteiten die bijdragen aan een veilige en inclusieve gemeente.

Ontwikkel als gemeente een meerjarig beleidsplan waar concrete doelstellingen en acties in staan voor de lhbtiqa+ gemeenschap. Dit is niet alleen belangrijk in grote steden, maar juist ook in de kleinere gemeenten waar zichtbaarheid, en ondersteuning vaak beperkter zijn. Houdt bij de vormgeving van dit beleid rekening met de diversiteit van de lhbtiqa+ gemeenschap, bijvoorbeeld op het gebied van beperking, migratieachtergrond, neurodivergentie.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

60

- Gemeenten kunnen de verbondenheid met de leefomgeving vergroten door het organiseren en faciliteren van evenementen waar verschillende mensen zich thuis voelen. Tijdens deze evenementen kan expliciet aandacht zijn voor het feit dat iedereen zichzelf mag en kan zijn. Dit geldt juist voor de evenementen die niet lhbtiqa+ gerelateerd zijn. Vraag bijvoorbeeld aan lokale welzijnsorganisaties om specifiek lhbtiqa+ thematiek mee te nemen in hun aanbod. Bijvoorbeeld het organiseren van laagdrempelige activiteiten in wijkcentra waar lhbtiqa+ thematiek centraal staat. Samenwerking met belangenorganisaties kan helpen om als gemeente meer inzicht te krijgen in de behoeften van lhbtiqa+ personen en de maatschappelijke ontwikkelingen die hen raken in kaart te krijgen. - Organiseer ook activiteiten voor lhbtiqa+-personen met een beperking, chronische ziekte, neurodivergentie of migratieachtergrond. Hier kunnen zij elkaar ontmoeten. Toegankelijkheid betekent niet alleen fysieke toegankelijkheid, maar ook begrijpelijke communicatie, prikkelarme omgevingen en een veilige, inclusieve sfeer. - Een aantal beleidsopties uit dit rapport scoren hoog: o Voorlichting op scholen. Gemeenten kunnen het belang van voorlichting over lhbtiqa+ op scholen uitspreken en stimuleren, waardoor scholen het belang van voorlichting inzien en voorlichtingsorganisaties inhuren.

o Daarnaast scoren communicatie en zichtbaarheid hoog. Ga als gemeente bijvoorbeeld in gesprek over lhbtiqa+ met religieuze instellingen en maatschappelijke organisaties over lhbtiqa+ acceptatie. o  Symbolische zichtbaarheid, zoals regenboogvlaggen, bankjes of zebrapaden, roept in sommige gemeenten gemengde reacties op. Deze symbolen kunnen belangrijk zijn voor herkenning en steun, maar leiden soms ook tot negatieve of zelfs vijandige reacties wat de onveiligheid van lhbtiqa+ kan vergroten. Het is daarom belangrijk dat gemeenten of organisaties normstellend optreden bij negatieve reacties. o Daarnaast vinden de respondenten het ook erg belangrijk dat lhbtiqa+ personen worden betrokken in de ontwikkeling van beleid. Dit kan georganiseerd worden door een structureel overleg te organiseren met mensen uit de gemeenschap en belangengroepen.

61

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

Hoofdstuk 8

GEOGRAFISCHE VERSCHILLEN 62

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

8.1. ACHTERGROND INFORMATIE In dit hoofdstuk kijken we naar ervaringen van lhbtiqa+ personen per woonomgeving en regio. Woonomgeving is in dit onderzoek ingedeeld in vier opties, van meer stedelijke naar meer landelijke gebieden: - Centrum van een stad; - Buitenwijk van een stad; - Dorp; - Buitengebied. De regio’s zijn ingedeeld op basis van de 13 bestaande geografische regio’s in Gelderland en Overijssel. Deze zijn terug te vinden in Figuur 2 Welke gemeenten in welke regio vallen, en de respons per gemeente is terug te vinden in het eerste hoofdstuk in Tabel 1.1 en Tabel 1.2. Figuur 2 Kaart geografische regio’s Gelderland en Overijsel

Noordwest Overijssel

Noordwest Overijssel

Salland Vechtdal Noordoost-Twente West-Twente

Vechtdal

63

Zuidoost-Twente Kop van de Veluwe

Kop van de Veluwe Salland

EHZP

Noordoost-Twente West-Twente

Stedendriehoek EHZP

Achterhoek Food Valley

Zuidoost-Twente

Stedendriehoek

Groene metropoolregio Rivierenland

Food Valley

Groene metropoolregio Rivierenland

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

Achterhoek

In dit hoofdstuk bespreken we onderwerpen die we al eerder in deze rapportage voorbij zagen komen: ervaren acceptatie, veiligheidsgevoel, zorg en beleid. De gegeven antwoorden bij deze onderwerpen analyseren we opnieuw, maar dan per regio. Dit biedt meer nuance want niet in elke regio spelen dezelfde behoeften en uitdagingen voor lhbtiqa+ personen. Wat blijkt uit de cijfers? In Tabel 8.1 is de woonomgeving van respondenten weergegeven, gebaseerd op hun eigen inschatting. In de tabel staat aangegeven hoeveel procent van de respondenten in het centrum van een stad, in een buitenwijk van een stad, in een dorp of in een buitengebied woont. Tabel 8.1 Woonomgeving van respondenten in procenten Provincie Overijssel

Homo

Lesbisch

Bi+

Aseksueel

Cisgender

Transgender

Non-binair

Genderidentiteit

Gelderland

%

Seksuele oriëntatie

Stad (centrum)

27

33

31

28

30

19

29

24

30

Stad (buitenwijk)

39

43

38

38

41

51

39

41

45

Dorp

29

19

25

28

24

24

26

32

20

Buitengebied

6

6

6

6

5

6

6

3

5

8.2. ACCEPTATIE EN VEILIGHEID Wat blijkt uit de cijfers? We hebben gekeken naar het verschil in ervaren acceptatie bij respondenten in verschillende woonomgevingen en geografische regio’s. In Tabel 8.2 is te zien dat respondenten die in het centrum (7,8) of een buitenwijk (7,6) van een stad wonen meer acceptatie van klasgenoten ervaren vergeleken met respondenten die in een dorp (7,1) of buitengebied/het platteland (7,0) wonen. Echter, respondenten die in een buitengebied wonen ervaren meer acceptatie tijdens het uitgaan (7,3) vergeleken met respondenten uit andere woonomgevingen. Tenslotte ervaren respondenten die in het centrum van een stad (7,1) of in een buitengebied (7,3) wonen meer acceptatie in hun buurt/wijk dan respondenten die in een buitenwijk van een stad (6,8) of in een dorp (6,8) wonen. Ook zijn er verschillen in ervaren acceptatie tussen de geografische regio’s. Respondenten uit Kop van de Veluwe ervaren op meerdere aspecten minder acceptatie vergeleken met andere regio’s, bijvoorbeeld door klasgenoten (6,6), binnen hun geloofsgemeenschap (4,8) en in de buurt/wijk (6,0). Respondenten uit de Groene metropoolregio ervaren op meerdere aspecten meer acceptatie vergeleken met andere regio’s, bijvoorbeeld door klasgenoten (7,9), binnen hun geloofsgemeenschap (5,7) en in de buurt/wijk (7,1).

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

64

Tabel 8.2 Ervaren acceptatie naar omgeving Woonomgeving Stad (centrum)

Stad (buitenwijk)

Dorp

Buitengebied

Achterhoek

EHZP

Food Valley

Rivierenland

Groene metropoolregio

Kop van de Veluwe

Stedendriehoek

Noordwest Overijssel

Salland

Vechtdal

West Twente

Noordoost Twente

Zuidoost Twente

1-10

Geografische regio

Ouders

8,2

8,1

8,1

8,5

8,4

8,1

7,7

8,2

8,3

8,2

8,1

8,2

7,9

8,0

8,3

8,4

8,1

Broers/zussen

8,7

8,5

8,3

8,6

8,6

7,8

8,2

8,2

8,8

8,3

8,6

8,1

8,5

8,2

8,6

8,7

8,4

Andere familieleden

7,5

7,4

7,4

7,6

7,5

7,4

6,9

7,6

7,7

6,8

7,2

7,4

7,4

7,2

7,7

7,7

7,2

Vrienden

9,4

9,3

9,2

9,4

9,2

9,1

9,2

9,1

9,4

9,0

9,3

9,0

9,2

9,3

9,1

9,3

9,4

Klasgenoten

7,8

7,6

7,1

7,0

6,8

7,1

7,6

7,0

7,9

6,6

7,1

7,7

7,2

7,0

7,0

7,1

7,3

Docenten

8,2

8,1

7,9

8,1

8,1

8,0

8,0

7,2

8,3

7,2

7,5

8,1

7,9

8,1

8,2

8,3

8,0

Leidinggevenden

8,3

8,2

8,2

8,0

7,9

7,9

8,0

8,2

8,4

7,9

7,8

8,3

8,3

8,0

8,3

8,4

8,3

Collega’s

8,3

8,1

8,0

8,2

7,8

7,9

8,0

8,1

8,4

7,9

7,8

8,3

8,1

7,8

8,1

8,2

8,2

Het uitgaan

6,8

6,7

6,6

7,3

6,5

6,9

6,8

6,7

6,9

6,6

6,5

6,5

6,7

6,9

6,4

6,7

6,4

Sportvereniging/ sportschool

7,7

7,5

7,4

7,6

7,6

7,5

7,5

7,5

7,7

6,8

7,6

7,0

7,4

7,8

7,6

6,9

7,5

Geloofsgemeenschap

5,5

6,0

5,3

5,8

7,7

6,7

5,0

5,3

5,7

4,8

6,1

5,1

6,0

6,1

5,2

6,3

5,9

Buurt/wijk

7,1

6,8

6,8

7,3

6,8

6,9

6,6

6,8

7,1

6,0

6,8

6,3

6,8

7,1

6,8

7,4

6,8

Mate van acceptatie door:

Mate van acceptatie op/bij/in:

Noot: Schuingedrukte cijfers zijn gebaseerd op een respons van minder dan 30 personen.

In Tabel 8.3 is het verschil in onveiligheidsgevoel per woonomgeving weergegeven. 38% van de respondenten die in een buitengebied of op het platteland woont ervaart soms tot vaak een onveilig gevoel. Dit is minder dan in het centrum (44%), in buitenwijken (48%) en in dorpen (45%). We zien een vergelijkbaar beeld op straat en in de horeca. Wanneer we kijken naar het verschil in onveiligheidsgevoel tussen verschillende geografische regio’s valt Rivierenland in negatieve zin op. 53% van de respondenten uit Rivierenland voelt zich in het algemeen soms tot vaak onveilig. Op straat is dit 43%, in de horeca 30% en in de bus 41%. In Noordoost-Twente en het Vechtdal voelen mensen zich minder onveilig dan in de andere regio’s. In Noordoost Twente voelt 26% van de respondenten zich over het algemeen soms tot vaak onveilig. Op straat is dit 23%, in de horeca 18% en in de bus 22%. Het percentage dat zich soms tot vaak onveilig voelt in Vechtdal is 40% in het algemeen, 18% op straat, 15% in de horeca en in de bus.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

65

Tabel 8.3 Onveiligheid naar omgeving

% soms tot vaak

Stad (buitenwijk)

Dorp

Buitengebied

Achterhoek

EHZP

Food Valley

Rivierenland

Groene metropoolregio

Kop van de Veluwe

Stedendriehoek

Noordwest Overijssel

Salland

Vechtdal

West Twente

Noordoost Twente

Zuidoost Twente

Geografische regio

Stad (centrum)

Woonomgeving

In het algemeen

44

48

45

38

44

42

47

53

43

43

51

48

46

40

48

26

47

Op straat

40

38

31

25

30

34

30

43

37

39

37

44

36

18

36

23

42

In horeca

29

29

25

21

30

25

21

30

27

32

25

36

35

15

27

18

27

In de bus

24

24

25

22

28

30

23

41

23

23

21

24

26

15

25

22

25

Onderstaande Figuren 8.2 en 8.3 geven een beeld van de geografische verschillen in de ervaren acceptatie, veiligheid en beleid per gemeente. De antwoorden van de respondenten op de vragen over openheid, acceptatie, veiligheid in de buurt, op straat en winkelcentrum en tevredenheid met beleid zijn gecombineerd tot een score die is weergegeven in een kleur. De kleuren lopen van donkergroen (positief) naar rood (negatief). Wanneer een gemeente rood kleurt, scoort deze gemeente als rapportcijfer een onvoldoende (<5,5). De gemeenten met een witte stip bevatten minder dan 10 respondenten. Bij deze gemeenten dienen we voorzichtig te zijn met de interpretatie van de gecombineerde gegevens. Figuur 3 geeft een beeld van de ervaringen van cisgender respondenten die homoseksueel, lesbisch, bi+ of aseksueel zijn. In het noorden en westen zien we een aantal oranje en roodgekleurde gemeenten. Rood in deze regio zijn bijvoorbeeld gemeente Hardenberg, gemeente Nunspeet, gemeente Barneveld en gemeente Putten. Deze gemeenten maken ook onderdeel uit van de zogenaamde bijbelgordel, waar relatief veel bevindelijk gereformeerde christenen wonen. Een groot gedeelte van Twente kleurt oranje, maar ook hier zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld Enschede, Oldenzaal en Borne. Het gebied tussen Enschede en Zwolle vormt ook een groene strook.

In het zuiden kleuren veel gemeentes geel of groen, zoals Nijmegen en Lingewaard. In deze regio valt Arnhem op, dat oranje kleurt. Naar het zuidwesten zien we meer rood en oranje. Dit zijn ook gemeentes die in de bijbelgordel vallen. Culemborg is hier een uitzondering met een groene kleur.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

66

Figuur 3 Gemeentelijke verschillen in ervaren veiligheid, acceptatie en tevredenheid met beleid uitgesplitst voor seksuele oriëntatie

Legenda: Rood <5,5; Oranje 5,5-6,0; Geel 6,0-6,5; Lichtgroen 6,5-7,0; Donkergroen >7,0. Witte stip = <10 respondenten

Figuur 4 geeft een beeld over het veiligheidsgevoel, de ervaren acceptatie en tevredenheid over beleid voor respondenten die non-binair of transgender (niet-cisgender) zijn. In veel gemeenten hebben we minder dan 10 niet-cisgender respondenten, dus we moeten hier extra voorzichtig zijn met de interpretatie van de gecombineerde gegevens. Toch kleuren veel gemeentes rood. Het vele rood in deze kaart laat zien dat het met de ervaren veiligheid en acceptatie van de transpersonen die de vragenlijst hebben ingevuld niet goed gesteld is. Het overgrote gedeelte van gemeenten krijgt een onvoldoende. Ook de grote steden in Gelderland en Overijssel als Enschede of Nijmegen springen er in dit overzicht niet meer uit, en scoren onvoldoendes.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

67

Figuur 4 Gemeentelijke verschillen in ervaren veiligheid, acceptatie en tevredenheid met beleid uitgesplitst voor genderidentiteit

Legenda: Rood <5,5; Oranje 5,5-6,0; Geel 6,0-6,5; Lichtgroen 6,5-7,0; Donkergroen >7,0. Witte stip = <10 respondenten

8.3. ZORG Wat blijkt uit de cijfers? Nu kijken we specifiek kijken naar hoe zorgervaringen geografische verschillen. In Tabel 8.4 staan de drie stellingen over huisartsenzorg met het percentage personen dat (helemaal) oneens of (helemaal) eens heeft geantwoord, per woonomgeving en regio. Bij de stelling ‘Ik denk dat mijn huisarts genoeg weet over gezondheidsproblemen die belangrijk zijn voor lhbtiqa+ personen’ is 23% van de respondenten woonachtig in een dorp en 20% woonachtig in een buitengebied het oneens met deze stelling. Bij de respondenten woonachtig in het centrum of buitenwijk van een stad ligt dit iets hoger en is 26% en 29% het oneens met de stelling dat hun huisarts voldoende weet over lhbtiqa+ gerelateerde gezondheidsproblemen. Wanneer we kijken per regio zien we dat 12% van de respondenten uit Noordoost Twente het oneens is met de stelling ‘Ik denk dat mijn huisarts genoeg weet over gezondheidsproblemen die belangrijk zijn voor lhbtiqa+ personen.’ In Food Valley en Zuidoost Twente ligt dit percentage hoger: 35% en 27%. We zien een vergelijkbaar patroon tussen deze regio’s bij de andere stellingen.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

68

Tabel 8.4 Ervaring met huisartsenzorg uitgesplitst naar woonomgeving en geografische regio

Stad (buitenwijk)

Dorp

Buitengebied

Achterhoek

EHZP

Food Valley

Rivierenland

Groene metropoolregio

Kop van de Veluwe

Stedendriehoek

Noordwest Overijssel

Salland

Vechtdal

West Twente

Noordoost Twente

Zuidoost Twente

Geografische regio

Stad (centrum)

Woonomgeving

Ik voel de ruimte bij mijn huisarts om te praten over dingen waaruit mijn lhbtiqa+ identiteit kan blijken. % (helemaal) oneens

12

14

12

12

9

12

17

13

10

12

15

17

11

16

14

10

20

Ik denk dat mijn huisarts genoeg weet over gezondheidsproblemen die belangrijk zijn voor lhbtiqa+ personen. % (helemaal) oneens

26

29

23

20

18

16

35

23

26

23

25

29

26

21

24

12

27

Ik heb wel eens door mijn lhbtiqa+ identiteit niet alles over mijn ervaringen of klachten besproken met mijn huisarts. % (helemaal eens)

20

19

18

18

31

26

36

36

28

26

31

24

28

21

35

23

39

Tabel 8.5 geeft de antwoorden ‘nee’, ‘soms’ en ‘vaak’ in percentage naar woonomgeving en regio weer op de stelling: ‘Gaat u wel eens niet naar de huisarts omdat u bang bent voor een vervelende reactie op uw seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit?’ Tussen de verschillende woonomgevingen zien we geen grote verschillen. Tussen de regio’s zien we wel verschillen. In Noordwest Overijssel gaat 18% soms of vaak niet naar de huisarts vanwege angst voor negatieve reacties op hun lhbtiqa+ identiteit. In Noordoost Twente ligt dit aandeel veel lager op 3% wat soms of vaak de huisarts mijdt vanwege deze reden.

69

Tabel 8.5 Gaat u wel eens niet naar de huisarts omdat u bang bent voor een vervelende reactie op uw seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit? Uitgesplitst naar woonomgeving en geografische regio

%

Stad (buitenwijk)

Dorp

Buitengebied

Achterhoek

EHZP

Food Valley

Rivierenland

Groene metropoolregio

Kop van de Veluwe

Stedendriehoek

Noordwest Overijssel

Salland

Vechtdal

West Twente

Noordoost Twente

Zuidoost Twente

Geografische regio

Stad (centrum)

Woonomgeving

Nee

90

88

90

92

95

94

86

91

90

87

91

82

89

89

84

94

89

Soms

9

10

7

6

3

6

9

6

9

11

5

17

9

8

14

3

9

Vaak

2

2

3

2

2

0

5

2

1

3

3

1

2

3

3

3

2

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

8.4 OVERHEIDSBELEID Wat blijkt uit de cijfers? In Tabel 8.6 is de algemene verbondenheid die respondenten voelen met hun woonplaats naar woonomgeving en regio weergegeven. Bij de woonomgeving zien we dat de verbondenheid toeneemt naarmate de stedelijkheid toeneemt. Respondenten woonachtig in een dorp, het buitengebied of het platteland geven de algemene verbondenheid met hun woonplaats een 6,0. Respondenten in de buitenwijk van een stad een 6,6 en respondenten in het centrum van een stad een 7,0. Tussen de regio’s zien we ook verschillen. Respondenten uit Salland (7,1), Groene metropoolregio (6,7) en Noordoost Twente (6,6) geven de algemene verbondenheid met hun woonplaats gemiddeld een hoger cijfer dan Noordwest Overijssel (5,7) en West Twente (5,6). Tabel 8.6 Verbondenheid met de leefomgeving uitgesplitst naar woonomgeving en geografische regio

Stad (buitenwijk)

Dorp

Buitengebied

Achterhoek

EHZP

Food Valley

Rivierenland

Groene metropoolregio

Kop van de Veluwe

Stedendriehoek

Noordwest Overijssel

Salland

Vechtdal

West Twente

Noordoost Twente

Zuidoost Twente

Algemene verbondenheid woonplaats (1 helemaal niet verbonden – 10 heel erg verbonden)

Geografische regio

Stad (centrum)

Woonomgeving

7,0

6,6

6,0

6,0

6,5

6,3

6,1

6,3

6,7

6,1

6,4

5,7

7,1

6,3

5,6

6,6

6,2

We vroegen aan de respondenten of zij meer of minder lhbtiqa+ personen in hun woonplaats zouden willen kennen (Tabel 8.7). 63% van de respondenten woonachtig in een buitengebied/het platteland wil (veel) meer lhbtiqa+ personen in hun woonplaats kennen. Dit percentage is lager vergeleken met de respondenten woonachtig in een dorp (74%), in de buitenwijk van een stad (69%) en het centrum van een stad (72%). Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat de lhbtiqa+ personen woonachtig in een buitengebied/het platteland tevreden zijn met het aantal lhbtiqa+ personen die ze kennen in hun woonplaats. Lhbtiqa+ personen die woonachtig waren in een buitengebied/het platteland en hier niet tevreden waren, zijn mogelijk al verhuist naar een meer stedelijk gebied. Tussen de regio’s zien we ook verschillen. Bijvoorbeeld in Kop van de Veluwe wil 64% (veel) meer lhbtiqa+ personen leren kennen. In Noordwest Overijssel is dit 82%. Dit verschil per regio kan verklaard worden door de gemiddelde leeftijd van de respondenten in een regio. De behoefte om meer lhbtiqa+ personen te kennen in de woonplaats neemt af naarmate de gemiddelde leeftijd hoger is in een regio.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

70

Tabel 8.7 Zou u meer of minder lhbtiqa+ personen in uw woonplaats willen kennen? Uitgesplitst naar woonomgeving en geografische regio

Stad (buitenwijk)

Dorp

Buitengebied

Achterhoek

EHZP

Food Valley

Rivierenland

Groene metropoolregio

Kop van de Veluwe

Stedendriehoek

Noordwest Overijssel

Salland

Vechtdal

West Twente

Noordoost Twente

Zuidoost Twente

% (Veel) meer

Geografische regio

Stad (centrum)

Woonomgeving

72

69

74

63

77

78

69

75

67

64

79

82

73

68

70

66

74

In Tabel 8.8 staan drie stellingen over lhbtiqa+ beleid van gemeentes. Per regio staat het percentage respondenten dat het (helemaal) oneens is met de stellingen. Bij de eerste stelling ‘Ik vind dat de gemeente genoeg doet voor acceptatie van seksuele diversiteit’ is 24% van de respondenten uit de Groene metropoolregio het oneens. In Vechtdal is dit 63% en in West Twente 60%. Hetzelfde patroon zien we bij de tweede stelling: ‘Ik vind dat de gemeente genoeg doet voor acceptatie van genderdiversiteit.’ 38% van de respondenten uit de Groene metropoolregio is het hier mee oneens. Dit percentage ligt lager dan in de Kop van de Veluwe (64%), Noordwest Overijssel (61%), West Twente (62%) en Vechtdal (56%). Bij de laatste stelling: ‘Ik weet waar ik terecht kan in de gemeente als ik te maken krijg met discriminatie’ valt op dat 75% van de respondenten uit Noordoost Twente het (helemaal) oneens is. In Food Valley is dit 71% en in EHZP en West Twente 70%. In deze regio’s weet dus bijna 3 op de 4 respondenten niet waar zij terecht kunnen bij discriminatie.

71

Tabel 8.8 Stellingen over het lhbtiqa+ beleid van de gemeente uitgesplitst naar geografische regio

% (helemaal) oneens

Achterhoek

EHZP

Food Valley

Rivierenland

Groene metropoolregio

Kop van de Veluwe

Stedendriehoek

Noordwest Overijssel

Salland

Vechtdal

West Twente

Noordoost Twente

Zuidoost Twente

Geografische regio

Ik vind dat de gemeente genoeg doet voor acceptatie van seksuele diversiteit.

40

46

36

47

24

49

37

56

35

63

60

41

40

Ik vind dat de gemeente genoeg doet voor acceptatie van genderdiversiteit.

40

48

50

52

38

64

45

61

44

56

62

54

49

Ik weet waar ik terecht kan in de gemeente als ik te maken krijg met discriminatie.

64

70

71

62

54

55

60

56

56

47

70

75

64

In Tabel 8.9 staan de gemiddelde cijfers die de respondenten uit de regio’s geven aan verschillende beleidsopties. Voorlichting op scholen, gratis geslachtsregistratie en in gesprek gaan met religieuze gemeenschappen wordt in alle regio’s belangrijk gevonden. Fototentoonstellingen over lhbtiqa+, een apart politieloket, regenboogbankjes & zebrapaden en mannenontmoetingsplaatsen worden in alle regio’s relatief minder belangrijk gevonden. De steun voor de beleidsoptie ‘genderneutrale toiletten in het gemeentehuis en andere openbare ruimten’ loopt uiteen tussen de regio’s. De respondenten uit West Twente geven dit gemiddeld een 5,7 en de respondenten uit Salland en Food Valley een 7,6.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

De regio die opvalt is Noordoost Twente. De respondenten uit deze regio geven alleen de voorlichting op scholen een dikke voldoende (8,6). De andere beleidsopties geven zij gemiddeld een lager cijfer dan de andere regio’s. Tabel 8.9 In hoeverre vindt u het belangrijk dat uw gemeente het volgende regelt en betaalt? Uitgesplitst naar geografische regio

Groene metropoolregio

Kop van de Veluwe

Stedendriehoek

Noordwest Overijssel

Salland

8,7

8,8

9,0

8,5

9,1

8,4

9,0

Zuidoost Twente

Rivierenland

8,8

Noordoost Twente

Food Valley

8,5

West Twente

EHZP

Voorlichting op scholen.

Vechtdal

1 helemaal niet belangrijk – 10 heel erg belangrijk

Achterhoek

Geografische regio

8,1

8,4

8,6

8,9

7,1

6,6

7,6

HOOFDSTUK 9. MIGRATIEACHTERGROND, 7,1 7,5 8,0 7,5 8,1 6,7 8,1 7,9 8,0 6,5 NEURODIVERGENTIE EN BEPERKING UITGELICHT

Gratis geslacht aanpassen in identiteitsdocumenten zoals paspoort en rijbewijs. In gesprek gaan met religieuze gemeenschappen over acceptatie van lhbtiqa+.

7,0

8,0

7,8

7,5

7,6

7,7

7,8

7,9

7,9

6,8

7,7

6,6

7,5

Een beleidsadviescommissie lhbtiqa+-beleid met mensen uit de gemeenschap.

6,8

7,8

7,6

7,2

7,8

6,7

7,8

7,2

7,8

6,7

6,8

6,1

7,4

Regenboogvlag uithangen op lhbtiqa+-dagen als Coming Out Dag.

6,9

8,1

7,5

7,5

7,6

6,9

7,4

7,5

7,8

7,3

6,8

6,3

7,4

Financiële ondersteuning voor lokale lhbtiqa+ initiatieven als ontmoetingsgroepen en evenementen.

7,0

7,9

7,4

7,1

7,6

6,6

7,4

7,1

7,6

6,6

6,9

5,8

7,5

Genderneutrale toiletten in het gemeentehuis en andere openbare ruimten.

6,2

6,6

7,6

6,1

7,4

5,6

7,2

6,9

7,6

6,3

5,7

6,4

7,0

Genderneutrale gemeentelijke communicatie.

6,1

7,1

7,2

6,5

7,4

5,8

7,4

7,0

7,4

5,9

5,8

5,9

6,9

Voorlichting in de ouderenzorg

6,7

7,1

7,0

6,7

7,2

6,6

7,8

7,0

7,3

6,2

6,4

6,3

6,9

Fototentoonstellingen over lhbtiqa+ personen in de openbare ruimte.

5,9

6,8

6,2

6,2

6,6

5,3

6,4

5,8

6,6

5,1

5,4

5,0

6,6

Een apart politie-aangifte loket voor lhbtiqa+geweld.

5,6

6,7

6,1

6,0

6,4

5,9

6,8

5,9

6,3

5,2

5,4

5,5

6,6

Regenboogbankjes en -zebrapaden.

4,5

5,9

5,8

5,8

5,5

4,5

5,3

4,6

5,4

5,3

4,6

4,2

5,4

Mannen-ontmoetingsplaatsen/ cruisearea.

4,3

4,7

4,2

4,5

4,6

4,0

4,8

3,9

4,9

3,9

4,1

4,4

4,4

8.5 EN NU? Belangrijkste inzichten: Op het gebied van acceptatie en veiligheid zien we enkele verschillen in woonomgeving. Respondenten woonachtig in een dorp, het buitengebied of platteland ervaren minder acceptatie van klasgenoten vergeleken met respondenten woonachtig in de stad. Respondenten woonachtig in een dorp en buitengebied ervaren juist minder vaak een algemeen onveiligheidsgevoel in vergelijking met respondenten uit de stad. Tussen de regio’s zien we grotere verschillen in ervaren acceptatie en veiligheid. Bijvoorbeeld in Rivierenland voelen meer respondenten zich op straat weleens onveilig dan in Noordoost Twente. Ook zien we dat de ervaren acceptatie, veiligheid en beleid van trans- en non-binaire personen in het overgrote deel van de gemeenten een onvoldoende krijgt.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

72

Van de respondenten woonachtig in een stad denkt een groter percentage dat hun huisarts onvoldoende weet over lhbtiqa+ vergeleken met respondenten uit een dorp of buitengebied. Het percentage van respondenten dat weleens niet naar de huisarts gaat uit angst voor vervelende reacties verschilt niet per woonomgeving, maar per regio. In Noordoost Overijssel komt dit veel vaker voor dan in Noordoost Twente. We zien dat de verbondenheid die de respondenten voelen met hun leefomgeving toeneemt naarmate de stedelijkheid van hun leefomgeving toeneemt. In de helft van de regio’s vindt 50% of meer van de respondenten dat de gemeente waar zij in wonen niet genoeg doet voor de acceptatie van seksuele- en genderdiversiteit. Er zijn een aantal beleidsopties die in alle regio’s steun krijgen, zoals voorlichting op scholen, gratis verandering in de geslachtsregistratie, in gesprek gaan met religieuze gemeenschappen. Wat kunnen gemeenten doen? - Veel lhbtiqa+ personen geven aan behoefte te hebben aan contact met anderen uit de gemeenschap in hun eigen woonplaats. Dit geldt vooral voor mensen in dorpen of het buitengebied, waar de zichtbaarheid en het sociale netwerk kleiner zijn. Gemeenten kunnen de lokale verbondenheid versterken door laagdrempelige ontmoetingsmomenten en activiteiten te organiseren.

Denk aan filmavonden, lezingen of themabijeenkomsten in wijkcentra, buurthuizen of bibliotheken. - Kleinere gemeenten hoeven niet alles zelf te organiseren, maar kunnen aansluiten bij bestaande initiatieven in de regio. Ga in gesprek met regionale COC’s, jongerenorganisaties of welzijnsinstellingen om te verkennen wat er al bestaat en waar nog behoeften en mogelijkheden liggen. Gemeenten kunnen bijdragen door faciliteiten, communicatie of een kleine subsidie beschikbaar te stellen om het aanbod uit te breiden of bekender te maken. - Kijk kritisch naar de bestaande evenementen in de gemeentenen en onderzoek hoe die inclusiever en toegankelijker gemaakt kunnen worden. - In meer stedelijke gemeenten blijkt dat lhbtiqa+ personen in buitenwijken zich minder verbonden voelen met hun omgeving. Organiseer daarom niet alleen evenementen in stadscentra, maar juist ook in de wijken bijvoorbeeld in samenwerking met lokale wijkcentra, scholen of sportverenigingen. Zo vergroot je het bereik én de zichtbaarheid van inclusieve initiatieven in de hele gemeente. - In verschillende gemeenten binnen de bijbelgordel zien we dat de ervaren acceptatie en veiligheid lager zijn. Het is belangrijk dat gemeenten blijven investeren in dialoog met religieuze gemeenschappen. Zoek hierin samenwerking met organisaties die kennis en ervaring hebben met dit gesprek, zoals ChristenQueer en Wijdekerk.

Het doel is niet om overtuigingen te veranderen, maar om ruimte te creëren voor respectvolle omgang en sociale veiligheid voor iedereen.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

73

Hoofdstuk 9

MIGRATIEACHTERGROND, NEURODIVERGENTIE EN BEPERKING UITGELICHT 74

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

9.1. MIGRATIEACHTERGROND Wat blijkt uit de cijfers? Een van de intersecties waar we specifieke vragen voor hebben opgesteld zijn lhbtiqa+ personen met een migratieachtergrond. In dit onderzoek stellen we dat iemand een migratieachtergrond heeft als diegene zelf of een van diens (groot)ouders niet in Nederland is geboren. Vervolgens hebben we de personen die hieraan voldeden opgesplitst in enerzijds West Europa en de Angelsaksische landen en anderzijds buiten West Europa en de Angelsaksische landen. Dit omdat de ervaring tussen mensen met een migratieachtergrond kan verschillen, en we daar op deze manier meer nuance in kunnen aanbrengen. De groep respondenten met een migratieachtergrond is al eerder uitgelicht door de hoofdstukken heen. Aan deze respondenten zijn ook enkele specifieke vragen voorgelegd over hun ervaringen. In Tabel 9.1 zien we de antwoorden op enkele stellingen die we de lhbtiqa+ personen met een migratieachtergrond hebben voorgelegd. Ongeveer driekwart van respondenten met een migratieachtergrond voelt zich welkom op lhbtiqa+ plekken en voelt zich geaccepteerd in Nederland. 58% van de respondenten met een migratieachtergrond uit West-Europa/ Angelsaksische landen voelt zich geaccepteerd in het land waar zij of hun (groot)ouders geboren zijn.

Bij de respondenten met een migratieachtergrond buiten West-Europa en de Angelsaksische landen is dit aanzienlijk lager, namelijk 13%. Tabel 9.1 Migratieachtergrond en de lhbtiqa+ gemeenschap

West-Europa/ Angelsaksische landen

Andere geografische achtergrond

Migratieachtergrond

In hoeverre heeft u het gevoel dat uw migratieachtergrond een invloed heeft op de mate van acceptatie binnen de lhbtiqa+ gemeenschap? -5 negatieve invloed tot +5 positieve invloed

0

0

Kunt u aangeven in welke mate uw migratieachtergrond belangrijk is voor wie u bent? 1 helemaal niet belangrijk – 10 heel erg belangrijk

4

5

Ik voel me als persoon met een migratieachtergrond welkom op plekken voor lhbtiqa+. % (helemaal) mee eens

76

70

Ik voel mij als lhbtiqa+ persoon met een migratieachtergrond geaccepteerd in Nederland. % (helemaal) mee eens

70

63

Ik voel mij als lhbtiqa+ persoon geaccepteerd in het land waar ik of mijn (groot)ouders geboren ben/zijn. % (helemaal) mee eens

58

13

i: denk aan lhbtiqa+ gerelateerde bijeenkomsten, bars en clubs.

Wat is er veranderd sinds 2023? Migratieachtergrond is in 2023 niet apart uitgevraagd, waardoor we geen vergelijking kunnen maken tussen 2023 en 2025. Om toch een idee te krijgen van de ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar, hebben we respondenten met een migratieachtergrond gevraagd naar hun ervaren verandering. We vroegen hen of ze dachten dat mensen positiever of negatiever waren geworden over de omgang met mensen met een migratieachtergrond en een lhbtiqa+ identiteit (Tabel 9.2). De scores zijn erg negatief. Vooral de houding tegenover migratieachtergrond en niet cisgender identiteit zijn erg verslechterd volgens respondenten, met een nettoverschil van bijna -50%.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

75

Tabel 9.2 Denkt u dat de mensen in uw omgeving in de afgelopen 2 jaar over het algemeen een negatievere of positievere houding hebben gekregen ten aanzien van omgang met mensen met een… Migratieachtergrond West-Europa/ Angelsaksische landen

Andere geografische achtergrond

Nettoverschil (% positiever minus % negatiever)

-46

-52

… niet-heteroseksuele identiteit

-11

-19

… niet-cisgender identiteit

-47

-50

… migratieachtergrond

9.2. NEURODIVERGENTIE Wat blijkt uit de cijfers? Een andere groep die we aparte vragen hebben voorgelegd zijn personen met een neurodivergentie. Onder personen met een neurodivergentie vallen in dit onderzoek personen met een vermoeden of diagnose van Autismespectrumstoornis (ASS), Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD), dyslexie of dyscalculie. In Tabel 9.3 zien we hoe neurodivergente personen zich verhouden tot de rest van de lhbtiqa+ gemeenschap. We zien dat rond de 80% zich welkom voelt in de lhbtiqa+ gemeenschap. Rond de 75% voelt dat er begrip is binnen de lhbtiqa+ gemeenschap voor neurodivergentie. Ook wordt duidelijk dat personen met AD(H)D zich het meest welkom voelen op lhbtiqa+ plekken.

76

In de antwoorden op de open vragen zien we terug hoe neurodivergentie een rol speelt in de toegankelijkheid van de lhbtiqa+ gemeenschap. Zo geven verschillende personen aan dat lhbtiqa+ evenementen niet altijd toegankelijk zijn vanwege het hoge aantal prikkels of dat het leggen van contacten überhaupt lastig is. Andere respondenten noemen hoe ze juist in de lhbtiqa+ gemeenschap veel personen kennen die ook een vorm van neurodivergentie hebben, waardoor er hiervoor veel begrip is. Tabel 9.3 Neurodivergentie en de lhbtiqa+ gemeenschap Soort neurodivergentie Vermoeden

Gediagnosticeerd

ASS

AD(H)D

Dyslexie/ dyscalculie

% (helemaal) mee eens

Ik voel me als persoon met een neurodivers brein welkom op plekken voor lhbtiqa+ personen.

81

78

77

81

77

De lhbtiqa+ gemeenschap heeft begrip voor de uitdagingen van leven met een neurodivers brein.

75

74

74

77

72

I: denk aan lhbtiqa+ gerelateerde bijeenkomsten, bars en clubs.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

9.3. BEPERKING, CHRONISCHE ZIEKTE EN PSYCHISCHE KWETSBAARHEID Wat blijkt uit de cijfers? Een andere groep die ook specifieke vragen is gesteld bestaat uit personen met een beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid. Omdat dit een enorm diverse groep betreft, is deze uitgesplitst in verschillende subgroepen. Deze subgroepen en hun reacties op stellingen over de lhbtiqa+ gemeenschap staan in Tabel 9.4. We vroegen voor welke respondenten hun beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid invloed heeft op de mate waarin ze zich geaccepteerd voelen als lhbtiqa+ persoon. 25% van de respondenten met een lichamelijke beperking en 28% van de respondenten met een psychische kwetsbaarheid was het hier (helemaal) mee eens. Ook zien we dat respondenten met een beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid zich niet altijd welkom voelen in de lhbtiqa+ gemeenschap. Ongeveer een kwart van deze respondenten voelt zich niet altijd welkom. Gebaseerd op de open vragen zien we dat respondenten verschillende redenen noemen voor het zich niet welkom voelen. Het wordt vooral veroorzaakt door de ontoegankelijkheid van evenementen of uitgaansgelegenheden die zich focussen op de lhbtiqa+ doelgroep.

Denk bijvoorbeeld aan traptreden bij de deur, geen rolstoel toegankelijke wc’s of enkel hebben van feestachtige evenementen in de buurt die niet geschikt zijn als je niet lang kunt staan, weinig energie hebt of niet goed tegen hard geluid kunt. Zo verteld een respondent: “Ik kan niet zonder m’n wandelstok de deur uit, en ben niet goed in traplopen. Ik heb weinig gevoel in mijn voeten en benen. Soms heb ik m’n rolstoel weer nodig, maar daarmee kan ik niet naar de lhbtiqa+ kroeg in de buurt, en meer is er eigenlijk niet in de regio. Ze zijn er wel heel lief en ik voel me er zeker welkom. Maar

77

tegelijkertijd is er bijvoorbeeld geen aangepast toilet.” Andere respondenten geven aan zich juist welkom te voelen in de lhbtiqa+ gemeenschap. Dit omdat respondenten aangeven dat er veel mensen met vergelijkbare beperkingen of ziektebeelden onderdeel zijn van de lhbtiqa+ gemeenschap, of omdat er vanwege een gedeelde ervaring van uitsluiting meer begrip is in de lhbtiqa+ gemeenschap. Tabel 9.4 Beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid en de lhbtiqa+ gemeenschap Beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid Lichamelijke beperking

Verstandelijke beperking

Niet aangeboren hersenletsel

Zintuigelijke beperking

Chronische ziekte

Psychische kwetsbaarheid

% (helemaal) mee eens

Mijn handicap/ chronische ziekte heeft invloed op de mate waarin ik geaccepteerd word als lhbtiqa + persoon in de samenleving.

25

55

12

15

18

28

Ik voel me als persoon met een handicap/ chronische ziekte welkom op plekken voor lhbtiqa+.

66

50

69

67

71

75

De lhbtiqa + gemeenschap heeft begrip voor de uitdagingen van leven met een handicap/ chronische ziekte

49

46

59

64

54

73

Ik voel me geaccepteerd als lhbtiqa+ persoon door andere mensen met een handicap/ chronische ziekte

65

70

57

72

62

76

Noot: Schuingedrukte cijfers zijn gebaseerd op een respons van minder dan 30 personen.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

9.4. EN NU? Belangrijkste inzichten: Ongeveer driekwart van respondenten met een migratieachtergrond voelt zich welkom op lhbtiqa+ plekken en voelt zich geaccepteerd in Nederland. Respondenten voelen zich een stuk minder geaccepteerd in de landen waar zij of diens (groot)ouders vandaan komen. Volgens respondenten is de houding tegenover lhbtiqa+ personen en personen met een migratieachtergrond negatiever geworden sinds 2023. 8 op de 10 respondenten met een neurodivergentie voelt zich welkom op plekken voor lhbtiqa+. Evenementen zijn niet altijd toegankelijk door het hoge aantal prikkels of omdat het leggen contact moeilijk is. We zien hetzelfde bij respondenten met een beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid. 3 op de 4 respondenten voelt zich welkom op plekken voor lhbtiqa+, maar dit gevoel wordt wel minder door ontoegankelijkheid bij evenementen. Bijvoorbeeld wanneer er geen rolstoelvriendelijk toilet is of wanneer er geen mogelijkheid is om te gaan zitten. Wat kunnen gemeenten doen? - Voorkom uitsluiting binnen lhbtiqa+ beleid. Houd rekening met de diversiteit binnen de gemeenschap. Dit gaat niet alleen om aandacht voor aseksuele, transgender of non-binaire personen, maar ook voor lhbtiqa+ personen met een beperking, migratieachtergrond of neurodivergentie.

Het is belangrijk om bestaand beleid en activiteiten te toetsen op toegankelijkheid en hiervoor samen te werken met organisaties die hier expertise in hebben. Zorg dat hun perspectieven worden meegenomen in beleidsvorming. Maak ook budget vrij om hun advies te kunnen vergoeden. Let onder andere op: o Activiteiten die ook geschikt zijn voor mensen die prikkelgevoelig zijn, zoals kleinere bijeenkomsten, spelletjesavonden of buddyprojecten. o Evenementen en locaties die fysiek toegankelijk zijn, bijvoorbeeld voor mensen met een rolstoel of visuele beperking. - Verbeter communicatie en zichtbaarheid. Zorg dat informatie over lhbtiqa+-onderwerpen op gemeentelijke of welzijnswebsites ook beschikbaar is in het Engels en eventueel in het Arabisch, en gebruik duidelijk en eenvoudig taalgebruik. Dit vergroot de toegankelijkheid voor inwoners die de Nederlandse taal nog niet (goed) beheersen. - Stimuleer samenwerking tussen lhbtiqa+-organisaties en organisaties voor mensen met een beperking of psychische kwetsbaarheid, om de kennis en wederzijdse sensitiviteit aan beide kanten te vergroten. - Organiseer gerichte ontmoetingsactiviteiten, bijvoorbeeld: o Voor lhbtiqa+ personen met een (bepaalde) migratieachtergrond, zodat zij elkaar kunnen ontmoeten en ervaringen kunnen delen. o Voor lhbtiqa+ personen met een (bepaalde vorm van) neurodivergentie.

o Voor lhbtiqa+ personen met een (bepaalde) beperking of chronische ziekte, met aandacht voor toegankelijkheid en inclusie.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

78

BIBLIOGRAFIE Akkersmans, M., Derksen, E., Kennis, M., Kloosterman, R. & Moons, E. (2024) Veiligheidsmonitor 2023. Centraal Bureau voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/veiligheidsmonitor2023/3-veiligheidsbeleving Eshuis, N., Ramkisoen, N. & Vié, J. (2020). Veel transgenders gaan zelf aan de slag met hormonen, met alle risico’s van dien. Trouw. https://www.trouw.nl/binnenland/veel-transgenders-gaan-zelf-aan-de-slag-met-hormonenmet-alle-risico-s-van-dien~b5967d9f/ Finkenflügel, R., Kraan, Y. & Dercks, T. (2025). (A)seksualiteit als norm. Rutgers, COC, Women INC. https://rutgers.nl/wp-content/uploads/2025/04/Aseksualiteit_als_norm.pdf Hasselt, M., Spierings, N., Van Hilten-Rutten, E. & De Koning, O. (2023). Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023 Gelderland en Overijssel. Vizier en Radboud Universiteit. https://vizieroost.nl/wp-content/uploads/2023/10/WelzijnsmonitorLHBTIQA-2023-Gelderland-en-Overijssel.pdf Heuzels, L. & Van der Hoeve, R. (2019). Samenlevingsonderzoek Oost-Nederland: Acceptatie van LHBTI+’ers in Gelderland en Overijssel. I&O Research. https://vizieroost.nl/wp-content/uploads/2020/03/ Samenlevingsonderzoek-Oost-Nederland-acceptatie-van-LHBTI-in-Gelderland-en-Overijssel.pdf Overheid. (2025, september 9). Geneesmiddelenwet (hoofdstuk 3, artikel 18). https://wetten.overheid.nl/ BWBR0021505/2025-09-09 Spierings, N., van Hilten-Rutten, E.

& Hasselt, M. (2021). Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel. Vizier & Radboud Universiteit. https://vizieroost.nl/wp-content/uploads/2021/10/Onderzoeksrapport-WelzijnLHBTIQA-Vizier-en-RU.pdf Transgender Netwerk Nederland (TNN). (2016, juli 6). Transgender personen grijpen naar zelfmedicatie. https://www.transgendernetwerk.nl/nieuws/transgender-personen-grijpen-naar-zelfmedicatie/ Van de Grift, T.C., Martens, C., Van Ginneken, L. & Mullender, M.G. (2024). Waiting for transgender care and its effects on health and equality: a mixed-methods population study in the Netherlands. EClinicalMedicine, 31(73), https://doi.org/10.1016/j.eclinm.2024.102657 Van den Boom, E.M. (2016). Onderzoek Transgenderzorg Nederland. Transvisie. https://transvisie.nl/wp-content/ uploads/2016/12/onderzoektransgenderzorgnederland.pdf

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

79

BIJLAGE: 1 RESPONS PER GEMEENTE Gelderland

Gelderland

Overijssel

Aalten

20

Neder-Betuwe

4

Almelo

55

Apeldoorn

116

Nijkerk

20

Borne

18

Arnhem

287

Nijmegen

702

Dalfsen

17

Barneveld

18

Nunspeet

54

Deventer

163

Berg en Dal

45

Oldebroek

8

Dinkelland

10

Berkelland

20

Oost Gelre

30

Enschede

236

Beuningen

16

Oude IJsselstreek

32

Haaksbergen

10

Bronckhorst

25

Overbetuwe

27

Hardenberg

25

Brummen

8

Putten

13

Hellendoorn

25

Buren

15

Renkum

19

Hengelo

97

Culemborg

30

Rheden

33

Hof van Twente

21

Doesburg

6

Rozendaal

3

Kampen

48

Doetinchem

37

Scherpenzeel

4

Losser

14

Druten

16

Tiel

42

Oldenzaal

18

Duiven

22

Voorst

13

Olst-Wijhe

14

Ede

107

Wageningen

158

Ommen

20

Elburg

13

West Betuwe

37

Raalte

26

Epe

15

West Maas en Waal

8

Rijssen-Holten

18

Ermelo

20

Westervoort

20

Staphorst

5

Harderwijk

36

Wijchen

38

Steenwijkerland

29

Hattem

14

Winterswijk

21

Tubbergen

10

Heerde

7

Zaltbommel

10

Twenterand

9

Heumen

17

Zevenaar

46

Wierden

19

Lingewaard

40

Zutphen

56

Zwartewaterland

9

Lochem

30

Maasdriel

7

Montferland

16

Zwolle

216

De informatiebrief en de volledige vragenlijst die in dit onderzoek is gebruikt, is terug te vinden in het document aanvullende bijlagen.

Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel

80

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=9ab08def-dcf6-4fe8-820d-e819fbe2c07d