Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
Tekst van het document
Welzijnsmonitor
2025 Gelderland en Overijssel
COLOFON: Auteurs: Marleen Hasselt, Niels Spierings, Ruth Wiertsema, Lena Rijnierse Met ondersteuning van: Juliana Peerboom, Pieter van Groenestijn, Rein Tielens Opdrachtgevers: Provincie Gelderland en Provincie Overijssel Uitvoerende organisaties: Vizier en Radboud Social Cultural Research (Radboud Universiteit) Publicatiedatum: November 2025 Vormgeving: Onze Creativitijd Contact: Stichting Vizier Arend Noorduijnstraat 15 6512 BK Nijmegen Onderzoek@vizieroost.nl
2
Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
Meer ervaringen lezen? Scan de QR code voor de aanvullende LHBTIQA+ verhalenbundel van de provincie Gelderland.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave
3
Samenvatting
4
neurodivergentie en beperking uitgelicht
74
Uitleg afkorting lhbtiqa+ en overige begrippen
8
9.1. Migratieachtergrond
75
Hoofdstuk 1. Opdracht en opzet
10
9.2. Neurodivergentie
76
1.1. Onderzoeksopzet
11
9.3. Beperking, chronische ziekte en psychische
1.2. Onderzoeksverantwoording
13
kwetsbaarheid
77
1.3. Leeswijzer
16
9.4. En nu?
78
17
Bibliografie
79
2.1. Openheid
18
Bijlage 1: Respons per gemeente
80
2.2. Ervaren Acceptatie
20
2.3. Trends
23
2.4. En nu?
25
Hoofdstuk 2. Ervaren acceptatie
Hoofdstuk 3. (On)veiligheidsgevoel
26
3.1. Ervaren (on)veiligheid
27
3.2. Gedrag aanpassen
28
3.3. Trends
29
3.4. En nu? Hoofdstuk 4. Ongewenst gedrag
30 32
4.1. Ervaring met ongewenst gedrag
33
4.2. Wel of geen melding maken van ervaring
33
4.3. Trends
34
4.4. En nu?
37
Hoofdstuk 5. Zorg
38
5.1. De huisarts
39
5.2. De psycholoog en psychiater
41
5.3. De thuiszorg
44
5.4. En nu?
45
Hoofdstuk 6. Transgenderzorg
47
6.1. Gebruik willen maken van -genderzorg
48
6.2. Op de wachtlijst voor transgenderzorg
49
6.3. Gebruikt gemaakt van transgenderzorg
49
6.4. Zelfmedicatie
51
6.5 En nu? Hoofdstuk 7. Leefomgeving en overheidsbeleid
53 55
7.1. Verbondenheid leefomgeving
56
7.2. (Lokaal) beleid
57
7.4. En nu? Hoofdstuk 8. Geografische verschillen
60 62
8.1. Achtergrond informatie
63
8.2. Acceptatie en veiligheid
64
8.3. Zorg
68
8.4 Overheidsbeleid
70
8.5 En nu?
72
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
Hoofdstuk 9. Migratieachtergrond,
3
SAMENVATTING 4
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
OPZET Dit rapport doet verslag van het derde monitoringsonderzoek naar het welzijn van lhbtiqa+ personen in Gelderland en Overijssel. Eerdere onderzoeken vonden plaats in 20211 en 20232. Net als in voorgaande jaren is dit onderzoek uitgevoerd door Vizier in samenwerking met de Radboud Universiteit in opdracht van de provincies Gelderland en Overijssel. De volgende hoofdvraag staat in dit rapport centraal: “Hoe ervaren lhbtiqa+ personen in Gelderland en Overijssel de huidige acceptatie van genderdiversiteit en diversiteit in seksuele oriëntatie, en hoe is deze ervaring veranderd sinds 2021?” Het onderzoek richt zich binnen die vraag op verschillende onderwerpen: sociale acceptatie, onveiligheid, (transgender)zorg, leefomgeving, overheidsbeleid, geografische verschillen en intersectionaliteit. We maken binnen deze onderwerpen gebruik van trenddata (vergelijking 2021, 2023 en 2025 tussen iedereen die de vragenlijst invulde) en paneldata (vergelijking binnen dezelfde groep mensen in 2023 en 2025). Waar mogelijk zijn de resultaten uitgesplitst naar verschillende seksuele oriëntaties en genderidentiteiten. Ook zijn er in deze monitor resultaten uitgesplitst naar migratieachtergrond, neurodivergentie en beperking. Deze uitsplitsingen worden gemaakt om op een meer intersectionele manier te kijken naar het welzijn van lhbtiqa+ personen.
Een uitleg van de afkorting lhbtiqa+ en andere gebruikte termen is te vinden op pagina 8. Lhbtiqa+ personen van 16 jaar en ouder woonachtig in een van beide provincies konden tussen 10 februari tot en met 31 maart 2025 de vragenlijst online invullen. Uiteindelijk hebben 3.533 respondenten de vragenlijst (bijna) volledig ingevuld. Deze samenvatting is niet georganiseerd per hoofdstuk, maar benadrukt algemene patronen en uitzonderingen. Uitgebreidere conclusies en toelichtingen op de belangrijkste bevindingen zijn aan het einde van elk hoofdstuk terug te vinden.
RESULTATEN De ervaren acceptatie in de direct sociale omgeving van lhbtiqa+ personen is stabiel sinds 2021, maar de ervaren acceptatie in de openbare ruimte is afgenomen. Lhbtiqa+ personen uit Gelderland en Overijssel ervaren over het algemeen een hoge mate van acceptatie binnen hun persoonlijke kring, met name van vrienden en directe familie. Dit is stabiel sinds 2021. We zien wél een afname van ervaren acceptatie in verschillende sociale omgevingen sinds 2021, zoals tijdens het uitgaan, in de buurt, en bij sportactiviteiten. Dit sluit aan bij wat verschillende respondenten rapporteerden: dat de maatschappelijke houding tegenover lhbtiqa+ personen volgens hen is verslechterd.
1
Spierings et al. (2021)
2
Hasselt et al. (2023)
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
5
Lager welzijn van bi+, aseksuele, transgender en non-binaire personen. Bi+, aseksuele en niet-cisgender personen ervaren minder acceptatie en verbondenheid dan andere identiteiten binnen de lhbtiqa+ gemeenschap. Zo ervaren ze minder acceptatie op werk, school en de openbare ruimte. Ze voelen zich daarnaast minder verbonden met de plek waar ze wonen. Ook op het gebied van zorg zijn ze minder tevreden dan andere respondenten. Lhbtiqa+ personen voelen zich minder veilig en zijn vaker slachtoffer dan in 2023 Ten opzichte van 2023 zijn lhbtiqa+ personen zich onveiliger gaan voelen. Deze afname verschilt wel per identiteit en plek. Met name in het algemeen en op straat voelen lhbtiqa+ personen zich onveiliger. In de horeca zien we juist een kleine verbetering vergeleken met 2023. De grootste afname in veiligheid zien we bij transgender en non-binaire personen. Naast het onveiligheidsgevoel, is ook het slachtofferschap toegenomen sinds 2023. Lhbtiqa+ personen maken meer ongewenst gedrag mee, zowel bij minder ernstige (zoals afkeurende blikken) als bij de ernstige vormen (zoals bedreiging). De stijging lijkt voor alle subgroepen ongeveer gelijk toe te nemen. Lhbtiqa+ personen passen zich aan om negatieve reacties te voorkomen Om negatieve reacties te voorkomen passen lhbtiqa+ personen regelmatig hun gedrag aan. Hoe ze hun gedrag aanpassen, verschilt per identiteit.
Zo passen lesbische en homoseksuele personen het gedrag met hun partner aan in de openbare ruimte en trans- en non-binaire personen letten vooral op kledingkeuze, stemgebruik of lichaamstaal. Ongewenst gedrag wordt vaak niet gemeld, omdat men verwacht dat er niks mee gebeurt of er onvoldoende bewijs is Iets minder dan 8 op de 10 lhbtiqa+ personen meldt ongelijke behandeling, bedreiging, seksuele intimidatie en mishandeling niet. Er zijn meerdere redenen om ongewenst gedrag niet te melden. De verwachting dat er niks mee zou gebeuren of dat het niet te bewijzen zou zijn, wordt het vaakst genoemd. Bij mishandeling worden negatieve gevolgen en angst voor de dader vaker genoemd als redenen om geen melding te maken. De vormen van ongewenst gedrag die het vaakst wél worden gemeld zijn lichamelijke mishandeling en bekladding of vernieling van eigendommen. Ongelijke behandeling en seksuele intimidatie het minst. Het valt op dat de vormen van ongewenst gedrag die aantoonbaar zijn, zoals vernieling en fysiek geweld vaker worden gemeld dan vormen die minder aantoonbaar zijn, zoals ongelijke behandeling en seksuele intimidatie. Zorg: verschillende ervaringen binnen de reguliere zorg en lange wachttijden in de transgenderzorg De ervaringen van lhbtiqa+ personen in de zorg lopen uiteen.
Aan de ene kant zijn er respondenten die tevreden zijn over de zorg bij de huisarts en psycholoog/psychiater, bijvoorbeeld wanneer de huisarts of psycholoog kennis heeft over lhbtiqa+ problematiek of de tijd wil nemen om zich in te lezen. Aan de andere kant zijn er respondenten, met name niet-cisgender personen, die minder ruimte voelen over hun lhbtiqa+ identiteit te praten en het idee hebben dat hun huisarts of psycholoog onvoldoende kennis heeft over lhbtiqa+ problematiek.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
6
Trans- en non-binaire personen staan gemiddeld 1,5 tot 2 jaar op de wachtlijst voor transgenderzorg. Deze lange wachttijd valt de respondenten zwaar. Zij noemen met name vrienden en familie als een bron van steun in deze wachttijd. Gemeenten scoren op meerdere onderwerpen rondom genderdiversiteit een onvoldoende. Het veiligheidsgevoel, de ervaren acceptatie en tevredenheid over beleid is samengenomen in één score. Wanneer we deze score bekijken voor niet-cisgender respondenten per gemeente, zien we in het grootste deel van de gemeenten een onvoldoende krijgen. Dit sluit aan bij het resultaat over de tevredenheid over lokaal lhbtiqa+ beleid: de helft van de respondenten vindt dat hun gemeente niet genoeg doet voor de acceptatie van genderdiversiteit. Regionale verschillen De ervaren acceptatie en veiligheid van lhbtiqa+ personen verschilt tussen de regio’s binnen Gelderland en Overijssel. Bijvoorbeeld in de Groene metropoolregio geven respondenten de ervaren acceptatie in de buurt waar ze wonen en 7,1 en in de Kop van de Veluwe is dit een 6,0. Wat betreft (on)veiligheid, voelt bijvoorbeeld 53% van de respondenten uit Rivierenland zich in het algemeen soms tot vaak onveilig. In Noordoost Twente is dit 26%. Lhbtiqa+ personen met een migratieachtergrond, neurodivergentie of een beperking voelen zich welkom in de gemeenschap, maar dit gevoel wordt verzwakt door ontoegankelijkheid.
Hoewel het overgrote deel van de respondenten met een migratieachtergrond, neurodivergentie of een beperking zich welkom voelen binnen de lhbtiqa+ gemeenschap, is ontoegankelijkheid van plekken en evenementen een obstakel. Voorbeelden van ontoegankelijkheid zijn een hoog aantal prikkels, weinig tot geen mogelijkheid om te gaan zitten, geen rolstoelvriendelijk toilet en gebruik van ontoegankelijke taal. Dit zorgt ervoor dat bijvoorbeeld lhbtiqa+ met neurodivergentie of een beperking niet mee kunnen doen aan bepaalde lhbtiqa+ evenementen. Aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten doen we in de hoofdstukken verschillende aanbevelingen. Hier volgen een aantal belangrijk punten. Gemeenten en organisaties wordt aangeraden om extra aandacht te hebben voor meervoudige uitsluiting binnen lhbtiqa+ beleid. En daarbij expliciet aandacht te besteden aan de diversiteit binnen de gemeenschap waaronder bi+, aseksuele, transgender en non-binaire personen, evenals lhbtiqa+ personen met een migratieachtergrond, neurodivergentie, beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid. Structurele kennisvergroting, bewustwording en zichtbaarheid zijn hierbij essentieel, zowel binnen zorg, onderwijs als gemeentelijk beleid.
Belangrijk is dat gemeenten lhbtiqa+ structureel verankeren in beleid én hier budget voor vrijmaken, zodat initiatieven niet afhankelijk zijn van tijdelijke projecten of vrijwilligerswerk. Hierbij is de betrokkenheid van lhbtiqa+ personen zelf bij beleidsontwikkeling belangrijk. Tot slot benadrukken we het belang van het regionaal in kaart brengen van knelpunten rondom PrEP-zorg en transgenderzorg, met specifieke aandacht voor zelfmedicatie. Zo kan de zorg voor lhbtiqa+ personen beter worden georganiseerd en kunnen gezondheidsrisico’s worden beperkt. Zie voor meer specifieke aanbevelingen de laatste paragraaf van elk hoofdstuk.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
7
UITLEG AFKORTING LHBTIQA+ EN OVERIGE BEGRIPPEN De afkorting lhbtiqa+ wordt gebruikt voor mensen die zich niet identificeren als cisgender en/of een andere seksuele oriëntatie hebben dan heteroseksueel. Seksuele oriëntatie gaat over tot wie iemand zich, in termen van gender, (seksueel) aangetrokken voelt. We onderscheiden in dit onderzoek de volgende seksuele oriëntaties: • Lesbisch: iemand voelt zich uitsluitend aangetrokken tot personen van hetzelfde gender (vrouw op vrouw). • Homoseksueel: iemand voelt zich uitsluitend aangetrokken tot personen van hetzelfde gender (man op man). • Bi+: een overkoepelende term voor mensen die zich aangetrokken voelen tot twee of meer genders. Hieronder vallen verschillende identiteiten, zoals biseksueel, panseksueel, omniseksueel en queer. • Aseksueel: iemand voelt zich niet of weinig seksueel aangetrokken tot een ander persoon. Hierin zijn verschillende gradaties mogelijk. Sommige personen ervaren bijvoorbeeld wel romantische gevoelens voor andere mensen. • Heteroseksueel: iemand voelt zich uitsluitend aangetrokken tot het andere gender (man tot vrouw, vrouw tot man). Genderidentiteit gaat over hoe iemand zich identificeert. Dat kan als man, vrouw, allebei, geen van beide, iets tussen man en vrouw in, of juist iets buiten dit spectrum.
• Cisgender: dit is een term waarmee mensen worden aangeduid van wie de genderidentiteit overeenkomt met het geslacht man of vrouw dat hen bij hun geboorte is toegewezen. • Transgender: dit is een term voor personen die zich niet thuis voelen in het geslacht wat ze toegewezen hebben gekregen bij hun geboorte. Niet iedereen die identificeert als transgender heeft een lichamelijke transitie gehad of wil dit. • Non-binair: een genderidentiteit die niet past binnen een van twee hokje vrouw of man. Non-binaire personen geven vaak, maar niet altijd, de voorkeur aan genderneutrale voornaamwoorden zoals hen/ hun of die/diens. In de afkorting lhbtiqa+ staat de I voor intersekse conditie. Dit verwijst naar mensen die geboren zijn met een lichaam dat niet past binnen de normatieve definities van man en vrouw. Intersekse verschilt van transgender omdat intersekse een expliciete biologische of genetische oorzaak heeft zoals bijvoorbeeld het hebben van een extra X chromosoom. Intersekse wordt soms ook DSD genoemd. In dit onderzoek gaven 18 respondenten aan intersekse te zijn. Op basis van hun antwoorden op genderidentiteitsvragen zijn ze ingedeeld bij één van drie bovenstaande genderidentiteiten. De Q staat voor queer. Dit is een meer algemeen woord dat staat voor een open, brede genderidentiteit en/ of seksuele identiteit.
Mensen noemen zichzelf vaak queer als ze zichzelf niet willen labelen met een vaststaand gender en/of seksuele identiteit. Sommige mensen gebruiken queer als parapluterm voor alles wat niet heteroseksueel en/of cisgender is, dat is niet hoe we de term in dit rapport gebruiken. De + staat voor alle seksuele oriëntaties en genderidentiteiten, los van heteroseksueel en cisgender, die niet direct in de afkorting benoemd worden.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
8
Overige begrippen Migratieachtergrond: een persoon heeft een migratieachtergrond wanneer diegene zelf of tenminste één ouder of grootouder in een ander land dan Nederland is geboren. In dit rapport onderscheiden we drie categorieën: - Geen migratieachtergrond: de respondent, diens ouders en grootouders zijn geboren in Nederland; - West-Europa en Angelsaksische landen; in dit onderzoek respondenten met een achtergrond in Andorra, Australië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Israël, Italië, Kroatië, Letland, Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zweden of Zwitserland. - Andere geografische achtergrond. Neurodivergentie: dit betekent dat iemands brein op en fundamentele andere manier werkt dat de standaardverwachting. Dit kan invloed hebben op hoe iemand denkt, leert of reageert. Voorbeelden van neurodivergentie zijn autisme, AD(H)D en dyslexie. Het tegenovergestelde van neurodivergentie is neurotypisch. In deze rapportage onderscheiden we respondenten die een vermoeden hebben dat ze neurodivergent zijn en respondenten met een diagnose van een vorm van neurodivergentie. Beperking: dit is een term waarmee mensen worden aangeduid die een beperking, psychische kwetsbaarheid of chronische ziekte hebben.
Hieronder vallen mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, niet aangeboren hersenletsel, zintuigelijke beperking, psychische kwetsbaarheid (depressie, angst, borderline en verslaving) en chronische ziekte (hart- en vaatziekten, kanker, diabetes en COPD). In de tabellen wordt er uitgesplitst in drie hoofdcategorieën; beperking, chronische ziekte en psychische kwetsbaarheid.
9
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
Hoofdstuk 1
OPDRACHT EN OPZET 10
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
1.1. ONDERZOEKSOPZET Achtergrond en doelstelling Dit is het derde onderzoek in een reeks van LHBTIQA+ Welzijnsmonitoren in Gelderland en Overijssel. Vizier en de Radboud Universiteit hebben dit onderzoek samen uitgevoerd, in opdracht van Provincies Gelderland en Overijssel. Dit jaar is opnieuw gekeken naar het welzijn en de veiligheid van lhbtiqa+ personen. Deze onderwerpen werden ook besproken in 2021 en 2023, waarmee dit onderzoek veranderingen in het welzijn en de veiligheid van lhbtiqa+ personen monitort. Om de resultaten te vergelijken zijn veel van de onderwerpen en vragen hetzelfde gebleven. Daarnaast richten wij ons dit jaar op de ervaringen van lhbtiqa+ personen met identiteitskenmerken zoals een migratieachtergrond, neurodivergentie of een beperking. Een samenloop van deze identiteitskenmerken kan invloed hebben op iemands ervaringen of hoe iemand wordt behandeld of bejegend. Ook belichten we in deze monitor ervaringen in de transzorg, huisartsenzorg, en psychische zorg.
Onderzoeksvraag In deze rapportage staat de volgende vraag centraal: “Hoe ervaren lhbtiqa+ personen in Gelderland en Overijssel de huidige acceptatie van genderdiversiteit en diversiteit in seksuele oriëntatie, en hoe is deze ervaring veranderd sinds 2021?” In de analyse wordt waar relevant onderscheid gemaakt naar provincie, lhbtiqa+ identiteit, leeftijd, migratieachtergrond, neurodivergentie en beperking. Provincie, regio en gemeenten In dit onderzoek presenteren we vrijwel alle resultaten apart voor Overijssel en Gelderland. Daarnaast besteden we in Hoofdstuk 8 aandacht aan verschillen tussen regio’s en gemeenten. Net als in 2023 maken we gebruik van onderstaande regio-indeling, weergegeven in Tabel 1.1.3
3
De indeling voor geografische verschillen wijkt wel af van de gekozen indeling in 2021. In dat rapport werd gebruik gemaakt van de COROP-regio’s, zie Spierings et al. (2021) p.10.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
11
Tabel 1.1 Overzicht van gemeenten per regio Regio
Gemeenten
West-Twente
Almelo, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Twenterand, Wierden
Noordoost-Twente
Dinkelland, Losser, Oldenzaal, Tubbergen
Zuidoost-Twente
Borne, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Hof van Twente
Salland
Deventer, Olst-Wijhe, Raalte, Zwolle
Vechtdal
Dalfsen, Hardenberg Ommen
Noordwest-Overijssel
Kampen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland
Achterhoek
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk
EHZP
Ermelo, Harderwijk, Putten
Foodvalley
Nijkerk, Barneveld, Scherpenzeel, Ede, Wageningen
Rivierenland
Culemborg, Buren, Neder-Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Maasdriel, Zaltbommel, West Betuwe
Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen
Druten, Beuningen, Wijchen, Heumen, Nijmegen, Berg en Dal, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Westervoort, Duiven, Arnhem, Rozendaal, Rheden, Doesburg, Zevenaar, Montferland
Kop van de Veluwe
Heerde, Hattem, Oldebroek, Elburg, Nunspeet
Stedendriehoek
Epe, Apeldoorn, Voorst, Lochem, Zutphen, Brummen
Indeling identiteiten binnen de lhbtiqa+ gemeenschap In dit onderzoek kijken we naar het welzijn en de ervaringen van de lhbtiqa+ gemeenschap als geheel en naar verschillen binnen de groep. Daarbij onderscheiden we zowel seksuele oriëntaties (zoals lesbisch, homoseksueel en bi+) als genderidentiteiten (zoals cisgender, transgender en non-binair). Om de vragenlijst zo inclusief mogelijk te maken, hebben we veel verschillende opties voor zelfidentificatie aangeboden, aangevuld met een openantwoordmogelijkheid. Genderidentiteit is gemeten via zelfidentificatie met zeven categorieën, met de mogelijkheid om een eigen omschrijving te geven. Omdat sommige groepen klein zijn, hebben we bepaalde identiteiten op basis van inhoudelijke overeenkomsten samengevoegd. Op die manier kunnen we betrouwbare uitspraken doen en krijgen ook groepen met minder respondenten een plaats in de analyses. Uiteindelijk onderscheiden we in deze rapportage de volgende categorieën: - Cisgender: labelt zichzelf als ‘cisgender’, of identificeert zich vooral met het geslacht dat bij geboorte is toegewezen, zonder zich expliciet in een andere categorie te plaatsen. - Transgender: labelt zichzelf als ‘transvrouw’ of ‘transman’, of identificeert zich vooral met het andere geslacht dan bij geboorte is toegewezen.
- Non-binair: labelt zichzelf bijvoorbeeld als ‘non-binair’, ‘genderqueer’, ‘genderfluïde’, ‘agender’, ‘two-spirit’, of geeft aan zich niet (alleen) als man of vrouw te identificeren. Respondenten die “weet niet” hebben ingevuld of een niet te categoriseren antwoord gaven (zoals “overig”) zijn niet meegenomen in de uitsplitsing naar genderidentiteit.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
12
Seksuele oriëntatie is vastgelegd via zelfidentificatie. Open antwoorden zijn, waar mogelijk, ingedeeld in de bestaande categorieën. Zo gaven bijvoorbeeld polyamoureuze respondenten vaak ook een dominante oriëntatie aan. Respondenten die zichzelf zowel een bepaalde oriëntatie als aseksueel beschreven, zijn in dit onderzoek ingedeeld bij de categorie aseksueel. Wij zijn ons ervan bewust dat aseksualiteit geen seksuele oriëntatie is. Daarom kiezen we ervoor deze groep in de rapportage apart te benoemen, zodat hun ervaringen zichtbaar blijven. - Homoseksueel: zelf identificerend als homoseksueel, niet expliciet aseksueel. - Lesbisch: zelf identificerend als voornamelijk lesbisch, niet expliciet aseksueel. - Bi+: zelf identificerend als biseksueel, panseksueel, omniseksueel of queer zonder aanvullende voorkeur; niet expliciet aseksueel. - Aseksueel: zelf identificerend als aseksueel, inclusief demiseksueel. Respondenten die zichzelf heteroseksueel noemen, “weet niet” hebben ingevuld of een niet-categoriseerbaar antwoord gaven zijn niet meegenomen in de uitsplitsing naar seksuele oriëntatie. Intersectionaliteit verwijst ernaar dat personen allemaal een combinatie van kenmerken hebben en niet alleen een genderidentiteit en seksuele oriëntatie. Deze andere kenmerken kunnen ook van invloed zijn op hoe genderidentiteit en seksuele oriëntatie betekenis krijgen.
Een transgender vrouw heeft een hele andere ervaring dan een transgender man. En een lhbtiqa+ persoon in een rolstoel heeft te maken met andere situaties dan een lhbtiqa+ persoon zonder beperking. Kortom, niet iedereen uit de lhbtiqa+ gemeenschap heeft dezelfde ervaringen. In deze monitor kijken we daarom ook naar migratieachtergrond, neurodivergentie en beperking om een completer beeld te krijgen van de ervaringen van lhbtiqa+ personen in de maatschappij en lhbtiqa+ gemeenschap.
1.2. ONDERZOEKSVERANTWOORDING Vragenlijst Voor dit onderzoek is gekozen voor een vragenlijst, die zowel in het Nederlands als in het Engels beschikbaar was. De vragenlijst bestond uit gesloten en open vragen. Tussen 22 januari en 10 februari 2025 hebben we contact gelegd met panelrespondenten. Dit zijn personen die in 2023 de vragenlijst hebben ingevuld en toen aangaven opnieuw mee te willen doen bij een volgende editie. Door hen opnieuw te benaderen kunnen we de antwoorden over de jaren heen vergelijken en specifieke veranderingen in ervaringen en welzijn onderzoeken. Na 10 februari zijn tot en met 31 maart ook andere lhbtiqa+ personen van 16 jaar en ouder uit Gelderland en Overijssel gevraagd om de vragenlijst online in te vullen. De vragenlijst is grotendeels vergelijkbaar met die van 2021 en 2023, maar in 2025 zijn aanvullende vragen opgenomen over zorg, migratieachtergrond, neurodivergentie en beperkingen. De informatiebrief en de volledige vragenlijst die in dit onderzoek is gebruikt, is terug te vinden in het document aanvullende bijlagen.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
13
Werkwijze Voor het werven van lhbtiqa+ personen die de vragenlijst wilden invullen, is gebruikgemaakt van verschillende wervingsmethoden. Allereerst zijn belangenorganisaties benaderd die zich inzetten voor de lhbtiqa+ gemeenschap, zoals het COC, Transgendernetwerk Nederland en verschillende Pridenetwerken. Deze organisaties is gevraagd de vragenlijst te verspreiden. Daarnaast zijn er contactpersonen binnen verschillende regionale en lokale organisaties gevraagd de vragenlijst te delen, zoals de provincies Gelderland en Overijssel, inclusieambtenaren van de gemeenten in beide provincies, sportverenigingen, buurthuizen, hobbyclubs en lokale ondernemingen. Verder zijn er folders, met QR-code, verspreid op scholen, bij GGD-locaties, bedrijven en in de openbare ruimte. Ook zijn er via sociale mediakanalen als LinkedIn, Instagram, Facebook en TikTok online advertenties ingezet. Tot slot zijn panelleden van het Kieskompas met een gender dat anders is dan man of vrouw gevraagd om de vragenlijst in te vullen. Respons en representativiteit Omdat genderidentiteit en seksuele oriëntatie in Nederland niet worden geregistreerd, was het niet mogelijk om een willekeurige steekproef te trekken. Lhbtiqa+ personen zijn daarom via verschillende kanalen benaderd, om een diverse groep respondenten te verzamelen.
De resultaten geven vooral inzicht in de ervaringen van de respondenten van dit onderzoek. Hoewel de cijfers niet volledig representatief zijn voor alle lhbtiqa+ personen in Gelderland en Overijssel, bieden ze wel een goed beeld van de huidige situatie. In totaal hebben 3.533 mensen deelgenomen aan het onderzoek. Hiervan hebben 3.445 mensen de vragenlijst tot en met de vragen over veiligheid ingevuld. Dit zijn de respondenten die in dit onderzoek zijn gebruikt. In Tabel 1.2 zijn de aantallen respondenten beschreven voor verschillende kenmerken zoals provincie, regio, genderidentiteit en seksuele oriëntatie. Weging In dit onderzoek komen sommige demografische groepen vaker of juist minder vaak voor dan in de werkelijkheid. Om dit te corrigeren zijn weegfactoren toegepast. Deze zorgen ervoor dat ondervertegenwoordigde groepen zwaarder meetellen en oververtegenwoordigde groepen minder zwaar. De resultaten zijn gewogen naar het bij geboorte toegewezen geslacht4, leeftijd en provincie. Hierdoor sluiten de uitkomsten beter aan bij de samenstelling van de lhbtiqa+ gemeenschap in Gelderland en Overijssel. Trends en het lhbtiqa+ panel Waar mogelijk laten we ook trends zien in de data. We vergelijken de antwoorden op vragen in 2025 met de antwoorden uit 2021 en 2023. De steekproeven omvatten niet dezelfde mensen.
Daarom moeten we voorzichtig zijn met deze cijfer 1-op-1 met elkaar te vergelijken, zeker als het gaat om kleine verschillen. Vooral in 2023 en 2025 was de steekproef bovendien aanzienlijk meer divers in termen van genderdiversiteit. Dit is relevant voor de vergelijking, omdat niet cisgender personen vaak minder acceptatie ervaren. Hier houden we bij de duiding rekening mee. Ook waren er verschillen in hoeveel respondenten onderwijs volgden. Een grote groep lhbtiqa+ personen heeft onze vragenlijst in 2023 en in 2025 ingevuld. Hierdoor kunnen we de ontwikkeling laten zien van exact dezelfde mensen. Afhankelijk van het onderwerp zijn dit maximaal 661 respondenten. Deze cijfers geven een zeer sterk beeld van de ontwikkeling voor de acceptatie onder deze personen, maar er is mogelijk sprake van selectie wie via de paneluitnodiging twee keer achter elkaar met de
4
Niet-cisgender personen hebben een weegfactor van 1 gekregen, omdat zij niet apart worden vermeld in de demografische statistieken van het CBS. Hierdoor is het niet mogelijk om te bepalen of deze groep in onze steekproef over- of ondervertegenwoordigd is binnen de verschillende leeftijdsgroepen.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
14
survey mee deden. Het paneldeel lijkt op verschillende factoren op de gehele groep respondenten. Maar per definitie kunnen in de paneldata geen respondenten zitten die tussen 2023 en 2025 zich pas zijn gaan identificeren als lhbtiqa+. We zien dat de panelrespondenten gemiddeld opener zijn, vaker hbo opgeleid zijn en hun studie hebben afgerond ten opzichte van de gehele groep respondenten. Dat is relevant, omdat hbo’ers en personen in opleiding gemiddeld een andere ontwikkeling hebben ervaren tussen 2023 en 2025. Zeker wat betreft acceptatie zijn levensovergangen zoals van onderwijs naar werk relevant. We moeten dus voorzichtig zijn in het vertalen van de panelontwikkeling naar de algemene maatschappelijke ontwikkeling. Ook hier houden we bij de duiding rekening mee. Allesomvattend hebben we de sterke indicatie dat trend- en paneldata hetzelfde beeld schetsen van maatschappelijke ontwikkelingen. Dit zal leidend zijn in de interpretaties van het rapport. Tabel 1.2 Demografische kenmerken respondenten Totaal aantal respondenten
Per provincie
3533
Per seksuele oriëntatie
3533
Gelderland
2401
Lesbisch
862
Overijssel
1132
Homoseksueel
1041
Biseksueel
783
3533
Panseksueel
448
West-Twente
126
Omniseksueel
40
Noordoost-Twente
52
Aseksueel (voetnoot)
224
Zuidoost-Twente
382
Heteroseksueel (niet-cisgender
50
Salland
419
Weet ik (nog) niet
71
Vechtdal
61
Onbekend
14
Noordwest-Overijssel
91
Achterhoek
185
Per genderidentiteit
3533
EHZP
69
Cisgender
2490
Foodvalley
307
Transgender (binair)
332
Rivierenland
153
Non-binair/ genderqueer
594
Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen
1353
Onbekend
Per regio
Kop van de Veluwe
96
Stedendriehoek
238
117
Woonomgeving in gemeente
3221
Stad (centrum)
931
Opleidingsniveau
2956
Stad (buitenwijk)
1281
Nog bezig
852
Dorp
820
PO, VMBO, LBO, MULO, ULU, MAVO
164
Buitengebied
189
HAVO, VWO
162
MBO
400
Dagelijkse bezigheid
2862
HBO
743
1 “Scholier of studerend”
867
WO
635
2 “Werkend in loondienst”
1317
3 “Zelfstandig ondernemer”
183
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
15
Totaal aantal respondenten Leeftijd
3533
4 “Werkloos”
27
22 en jonger
922
5 “Werkzoekend”
66
23 t/m 34
1304
6 “Arbeidsongeschikt”
172
35 t/m 49
645
7 “Gepensioneerd”
147
50 t/m 65
474
8 “Ik doe thuis het huishouden”
11
66 en ouder
188
9 “Vrijwilliger”
72
Neurodivergentie
3158
Beperking
2971
Gediagnosticeerd
1045
Geen beperking
1783
Zelf vermoeden van
390
Beperking (1 of meer vormen)
1188
Geen diagnose of vermoeden
1723
Fysieke beperking
250
Psychische kwetsbaarheid
798
Chronische ziekte
435
Migratieachtergrond (zelf of(groot)ouders)
2981
Enkel Nederlands
2399
West Europees/Angelsaksisch
277
Andere geografische achtergrond
305
1.3. LEESWIJZER Dit rapport bevat acht inhoudelijke hoofdstukken met elk een specifiek thema. In deze hoofdstukken presenteren we tabellen en figuren met uitleg in tekst om de resultaten te verduidelijken en duiden. Deze inhoudelijke hoofdstukken zijn telkens op dezelfde manier ingedeeld. Waar je de onderstaande symbolen ziet in het rapport, vind je telkens dezelfde soort inhoud: Na dit teken volgen telkens tabellen over een specifiek thema. Opvallende dingen worden in tekst boven de tabel toegelicht. Dan laten we per paragraaf zien hoe de data uit deze tabellen opgaat voor lhbtiqa+ personen op een specifieke intersectie. Bijvoorbeeld lhbtiqa+ personen met een migratieachtergrond of lhbtiqa+ personen met neurodivergentie. We laten zien hoe een subgroep verschilt (of niet) van de grote groep lhbtiqa+ personen. Daarna laten we per paragraaf, als de cijfers beschikbaar zijn, trends zien ten opzichte van 2021 en 2023. Zoals eerder benoemd onderscheiden we trenddata (gehele steekgroep uit 2021, 2023 en 2025 en dus niet dezelfde mensen) en paneldata (zelfde groep mensen uit 2023 en 2025). Op het einde van het hoofdstuk zetten we achter dit teken de belangrijkste inzichten onder elkaar. We eindigen het hoofdstuk met advies en tips voor gemeentes om concreet aan de slag te gaan met de bevindingen.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
16
Hoofdstuk 2
ERVAREN ACCEPTATIE 17
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
2.1. OPENHEID Wat blijkt uit de cijfers? Hoe open zijn lhbtiqa+ personen in Gelderland en Overijssel over hun genderidentiteit of seksuele oriëntatie? Op een schaal van 1 tot 10 vroegen we lhbtiqa+ personen aan te geven hoe open zij zich voelden in verschillende sociale contexten. In Tabellen 2.1 en 2.2 zien we dat lhbtiqa+ personen het meest open zijn over hun seksuele oriëntatie en genderidentiteit bij hun vrienden. Lesbische en homoseksuele personen geven ook vaak aan open te zijn bij broers, zussen en ouders, terwijl bi+ en aseksuele personen in vrijwel alle sociale omgevingen minder open zijn. Waar lesbische en homoseksuele mensen de openheid bij hun ouders een 8,6 en 8,7 geven, geven bi+ personen een 7,1 en aseksuele personen een 6,4. Met name aseksuele personen geven hun openheid consequent het laagste cijfers. Trans- en non-binaire personen zijn in elke sociale omgeving minder open dan cisgender personen. Non-binaire personen scoren met een 6,0 het laagst op openheid bij hun ouders. Dit is een verschil van 1,8 vergeleken met de 7,8 die transpersonen geven aan de openheid bij ouders. De scores van openheid in andere sociale omgeving zijn voor non-binaire personen vaak tussen de 6,0 en 6,4. Voor transpersonen zijn de cijfers per sociale omgeving meer uiteenlopend.
Na vrienden zijn zij het meest open bij broers en zussen en ouders met beide afgerond een 8,0 en het minst open bij medestudenten en docenten met een 7,0. In Tabel 2.1 vroegen we ook naar het belang van de lhbtiqa+ identiteit voor de eigen identiteitsvorming. Voor transen non-binaire personen is dit het belangrijkst met een 7,8 en een 8,1. Met een verschil van ongeveer 1,0 is dit duidelijk belangrijker dan bij respondenten die de vragenlijst invulden gebaseerd op hun seksuele oriëntatie. Een uitschieter is hier de groep lesbische respondenten, zij geven het belang van hun lhbtiqa+ identiteit gemiddeld een 7,4.
18
Tabel 2.1 Openheid bij familie en vrienden Provincie Homo
Lesbisch
Bi+
Aseksueel
Transgender
Non-binair
Ouders
7,9
7,9
8,7
8,6
7,1
6,4
Broers/ zussen
8,4
8,3
8,9
8,9
7,6
6,6
Vrienden
9,2
9,1
9,4
9,5
8,9
8,3
Ouders
6,7
6,8
7,8
6,0
Broers/ zussen
6,9
7,2
7,9
6,4
Vrienden
8,5
8,3
8,9
8,2
Belang lhbtiqa+ identiteit voor wie ik ben
7,1
7,0
7,8
8,1
Cisgender
Overijssel
Genderidentiteit
Gelderland
1 (helemaal niet open) – 10 (helemaal open)
Seksuele oriëntatie
Openheid seksuele oriëntatie bij
Openheid genderidentiteit bij
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
7,1
7,4
7,0
7,1
In Tabel 2.2 zien we opnieuw de mate van openheid, maar dan binnen de context van school en werk. Opvallende verschillen zien we hier in het verschil tussen Gelderland en Overijssel op het gebied van onderwijs. Lhbtiqa+ personen lijken in Overijssel wat minder open te zijn met hun medeleerlingen of medestudenten op school. Openheid over seksuele oriëntatie krijgt in Gelderland een 7,8 en in Overijssel een 7,3. Het gat groeit bij openheid over genderidentiteit. In Gelderland geven schoolgaande respondenten hun openheid met medeleerlingen een 6,9 en in Overijssel krijgt dit een onvoldoende met een 5,4. Openheid in de contexten van school en werk is het hoogst bij homoseksuele en lesbische personen. Aseksuele, non-binaire en transpersonen scoren een stuk lager. Tabel 2.2 Openheid op school en werk
Transgender
Cisgender
Non-binair
Genderidentiteit Aseksueel
Bi+
Lesbisch
Homo
Seksuele oriëntatie
Overijssel
1 (helemaal niet open) – 10 (helemaal open)
Gelderland
Provincie
Gevoel open kunnen zijn over seksuele oriëntatie bij Mede leerlingen/ studenten
7,8
7,3
8,0
7,5
7,6
6,8
Docenten
7,8
7,6
8,3
7,5
7,6
6,8
Collega’s
8,1
8,1
8,5
8,3
7,4
6,3
Leidinggevenden
8,2
8,2
8,6
8,5
7,6
6,4
Gevoel open kunnen zijn over openheid genderidentiteit bij
19
Mede leerlingen/ studenten
6,9
5,4
6,7
6,2
Docenten
6,7
6,4
7,0
6,2
Hoe zit dit voor… In Tabel 2.3 is te zien in welke mate lhbtiqa+ personen met een migratieachtergrond, vorm van neurodivergentie of beperking open zijn over hun seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit. Uit de cijfers blijkt dat mensen met een migratieachtergrond buiten West-Europa/Angelsaksische landen minder open zijn over hun seksuele oriëntatie bij ouders (7,6) en broers en/of zussen (8,1) vergeleken met mensen zonder migratieachtergrond of een WestEuropese of Angelsaksische migratieachtergrond. Daarnaast zijn lhbtiqa+ respondenten met een migratieachtergrond minder open over hun genderidentiteit bij vrienden (8,0) en medestudenten (6,1). Mensen met een West-Europese/ Angelsaksische migratieachtergrond zijn ook minder open over hun genderidentiteit bij medestudenten (6,0) en docenten (6,1). Bij lhbtiqa+ personen met (chronische) beperking of psychische kwetsbaarheid zien we dat zij wat minder open zijn over hun seksuele oriëntatie dan mensen zonder beperking. Bij leidinggevenden zijn zij juist opvallend veel opener hierover.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
Tabel 2.3 Openheid voor migratieachtergrond, neurodivergentie en beperking
Psychische kwetsbaarheid
Beperking fysiek
Geen
Ouders
8,0
8,1
7,6
8,4
7,3
7,6
8,2
7,6
8,0
7,4
Broers/ zussen
8,4
8,5
8,1
8,7
7,8
7,9
8,5
8,1
8,3
7,9
Vrienden
9,2
9,3
9,2
9,3
9,1
9,1
9,2
9,1
9,1
9,0
Mede leerlingen/studenten
7,7
7,5
7,8
7,9
8,1
7,3
7,7
7,3
7,6
7,6
Docenten
7,8
7,3
7,8
7,9
7,9
7,5
7,8
7,6
7,4
7,6
Collega’s
8,1
8,1
8,3
8,4
7,4
7,6
8,3
7,6
7,9
7,4
Leidinggevenden
8,1
8,1
8,4
8,5
7,5
7,6
6,7
7,6
8,1
7,4
Ouders
6,6
7,2
6,9
6,8
6,0
6,9
6,7
6,9
7,0
6,9
Broers/ zussen
6,9
7,6
7,0
7,5
6,5
6,9
7,3
6,8
6,8
7,1
Vrienden
8,6
8,7
8,0
8,3
8,6
8,5
8,4
8,7
8,1
8,6
Mede leerlingen/studenten
6,6
6,0
6,1
6,2
7,1
6,2
6,6
6,7
6,2
6,4
Docenten
6,7
6,1
6,6
6,5
7,0
6,5
6,7
7,0
6,4
6,6
Belang lhbtiqa+ identiteit voor wie ik ben
7,1
7,3
7,1
7,0
7,2
7,3
7,0
7,5
7,2
7,4
Chronische ziekte
Gediagnostiseerd
Vermoeden
Beperking
Andere geografische achtergrond
Geen
Neurodiversiteit
Wat-Europa/ Angelsaksische landen
1 (helemaal niet open) – 10 (helemaal open)
Geen
Migratieachtergrond
Openheid seksuele oriëntatie bij
Openheid genderidentiteit bij
2.2. ERVAREN ACCEPTATIE Wat blijkt uit de cijfers? Tabel 2.4 toont de ervaren acceptatie die lhbtiqa+ personen ervaren in verschillende sociale omgevingen. Hierbij staat een 1 gelijk aan totaal geen acceptatie en een 10 gelijk aan volledige acceptatie. Over het algemeen voelen lhbtiqa+ personen zich het meest geaccepteerd door vrienden. Homoseksuele personen geven vrienden bijvoorbeeld een 9,5 en personen gemiddeld een 9,4. Ook door ouders en broers/zussen voelen lhbtiqa+ personen zich gemiddeld sterk geaccepteerd. Tijdens het uitgaan, in de geloofsgemeenschap en in de buurt/wijk voelen lhbtiqa+ personen zich het minst geaccepteerd. Zo is de acceptatie in de buurt/wijk in Gelderland een 6,9 en in Overijssel een 6,8.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
20
Als we kijken naar de verschillen tussen seksuele oriëntaties zien we een duidelijk patroon dat lesbische en homoseksuele personen over het algemeen de hoogste acceptatie ervaren in alle sociale omgevingen. Bi+ en aseksuele personen voelen zich relatief minder geaccepteerd. Dit komt overeen met bevindingen uit 2021 en 2023. Waar bijvoorbeeld lesbische en homoseksuele personen de acceptatie van ouders een 8,5 en 8,7 geven, geven bi+ personen hun ouders een 7,7 en aseksuele personen een 7,3. Ook in de werk-context zien we een duidelijk verschil. De acceptatie door leidinggevenden en collega’s krijgt van lesbische en homoseksuele personen een ruime 8,5 terwijl aseksuele personen nog geen 7 geven. Binnen de geloofsgemeenschap voelen lesbische (5,9), homoseksuele (5,6), bi+ (5,8) en aseksuele (4,9) personen zich onvoldoende tot matig geaccepteerd. Trans- en non-binaire personen voelen zich ook het meest geaccepteerd door vrienden (9,2. en 9,1) en het minst door andere familieleden dan het eigen gezin (6,3 en 6,2). Net als in 2021 en 2023 zien we opvallend grote verschillen in ervaren acceptatie tussen cisgender lhb+ personen en trans- en non-binaire personen. Waar cisgender lhb+ personen gemiddeld een 8,4 geven voor acceptatie door hun sociale omgeving geven trans- en non-binaire mensen een 7,5 en 7,4. In hun buurt/wijk ligt dit bovendien een stuk lager.
Voor transpersonen op 5,9 en non-binaire personen 5,7. Tussen de provincies Gelderland en Overijssel zien we geen opvallende verschillen in ervaren acceptatie. Tabel 2.4 Ervaren acceptatie in verschillende contexten
Cisgender
Transgender
Non-binair
Genderidentiteit Aseksueel
Bi+
Lesbisch
Homo
10 (helemaal geaccepteerd)
Seksuele oriëntatie
Overijssel
1 (helemaal niet geaccepteerd) –
Gelderland
Provincie
21
Mate van acceptatie door: Ouders
8,2
8,1
8,7
8,5
7,7
7,3
8,5
7,1
7,3
Broers/zussen
8,6
8,4
9,0
8,8
8,2
7,7
8,8
7,6
7,9
Andere familieleden
7,5
7,4
8,1
7,9
6,7
6,0
7,8
6,3
6,2
Vrienden
9,3
9,2
9,5
9,5
9,1
8,9
9,4
9,2
9,1
Medeleerlingen- /studenten
7,6
7,3
7,9
7,7
7,3
6,5
7,8
7,0
6,8
Docenten
8,0
8,0
8,5
8,0
7,9
7,1
8,3
7,7
7,2
Leidinggevenden
8,2
8,3
8,7
8,5
7,7
6,7
8,5
7,7
7,1
Collega’s
8,2
8,1
8,6
8,5
7,6
6,9
8,4
7,6
7,2
8,2
8,1
8,6
8,4
7,8
7,1
8,4
7,5
7,4
Het uitgaan
6,8
6,5
7,0
6,9
6,4
5,3
6,9
6,1
6,0
Sportvereniging/ sportschool
7,6
7,4
7,7
8,1
7,1
7,0
7,9
6,5
6,4
Geloofsgemeenschap
5,6
5,7
5,6
5,9
5,8
4,9
5,8
5,9
5,3
Buurt/ wijk
6,9
6,8
7,3
7,3
6,3
5,7
7,3
5,9
5,7
6,7
6,6
6,9
7,1
6,4
5,7
7,0
6,1
5,9
Gemiddelde
Mate van acceptatie op/bij/in:
Gemiddelde
Noot: ‘Niet van toepassing’ is steeds niet meegenomen. Bijvoorbeeld 2310 respondenten hadden geen antwoord bij docenten en 3046 niet bij geloofsgemeenschap.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
Hoe zit dit voor… In Tabel 2.5 zijn de verschillen in ervaren acceptatie van lhbtiqa+ personen weergegeven naar migratieachtergrond, neurodivergentie en beperking. Voor lhbtiqa+ personen met een migratieachtergrond wijkt de ervaren acceptatie nauwelijks af van die van mensen zonder migratieachtergrond, met uitzondering van de geloofsgemeenschap. Personen met een nietWest-Europese of Angelsaksische achtergrond geven hier gemiddeld een 3,8, tegenover een 5,8 bij mensen zonder migratieachtergrond. Daarnaast ervaren zij minder acceptatie van ouders (7,6) en andere familieleden (6,9). Lhbtiqa+ personen met neurodivergentie, ervaren in vrijwel alle sociale contexten minder acceptatie. Op het werk geven zij bijvoorbeeld lagere scores dan neurotypische personen: leidinggevenden en collega’s krijgen gemiddeld een 7,7, tegenover een 8,6 en 8,5 bij neurotypische respondenten. Ook tijdens het uitgaan (6,2) en in de eigen buurt of wijk (6,2) voelen neurodivergente personen zich minder geaccepteerd. Tot slot ervaren lhbtiqa+ personen met een beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid over het algemeen ook een lagere acceptatie. Bij personen met een psychische kwetsbaarheid zien we dit bijvoorbeeld binnen de familie: ouders (7,5) en andere familieleden (6,8) scoren lager, evenals de acceptatie in de buurt of wijk (6,2).
Tabel 2.5 Ervaren acceptatie rekening houdend met migratieachtergrond, neurodivergentie en beperking Migratieachtergrond
Gediagnostiseerd
Geen
Beperking fysiek
Chronische ziekte
Psychische kwetsbaarheid
8,3
7,9
7,6
8,5
7,7
7,8
8,5
7,4
7,8
7,5
Broers/zussen
8,6
8,6
8,3
8,8
8,2
8,2
8,8
8,0
8,4
8,0
Andere familieleden
7,6
7,1
6,9
7,9
6,8
6,8
7,7
6,8
7,3
6,8
Vrienden
9,3
9,4
9,1
9,3
9,3
9,2
9,4
9,1
9,3
9,2
Klasgenoten
7,5
7,5
7,3
7,8
7,6
7,1
7,6
7,5
7,3
7,2
Docenten
8,1
8,1
8,0
8,3
8,2
7,8
8,2
7,9
7,7
7,9
Leidinggevenden
8,3
8,2
8,1
8,6
7,7
7,7
8,4
7,7
7,9
7,7
Collega’s
8,2
8,2
8,0
8,5
7,8
7,7
8,4
7,6
8,0
7,7
Het uitgaan
6,7
6,8
6,7
7,0
6,4
6,2
6,9
6,3
6,8
6,2
Sportvereniging/ sportschool
7,6
7,5
7,2
7,9
7,3
6,9
7,8
6,6
7,5
6,9
Geloofsgemeenschap
5,9
6,1
3,8
5,8
5,7
5,4
5,6
5,4
5,6
5,4
Buurt/ wijk
6,9
7,0
6,8
7,4
6,3
6,2
7,2
6,3
6,8
6,2
Vermoeden
Geen
Ouders
10 (helemaal geaccepteerd)
Geen
Andere geografische achtergrond
Beperking
West-Europa/ Angelsaksische landen
1 (helemaal niet geaccepteerd) –
Neurodiversiteit
Mate van acceptatie door:
Mate van acceptatie op/bij/in:
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
22
2.3. TRENDS Hoe is de ervaring van acceptatie veranderd sinds 2021? Deze monitor wordt voor de derde keer uitgevoerd, met dezelfde vragen over acceptatie als in 2021 en 2023. Hierdoor kunnen we ontwikkelingen over de tijd volgen. Zoals in de methodesectie besproken is, moeten we voorzichtig zijn in het trekken van conclusies en nemen we de drie verschillende databronnen samen: de trendvergelijking (Tabel 2.6), de panelvergelijking (Tabel 2.6) en de ervaren verandering (Tabel 2.7). In de gerapporteerde acceptatie zien we over de breedte vooral een stabiel beeld, waarbij de acceptatie in de sociale omgeving van de respondenten in de afgelopen twee jaar niet heel sterk veranderd is (trend- en paneldata in Tabel 2.6.). Dit staat in contrast met de algemene ervaren maatschappelijke acceptatie die juist duidelijk negatiever is (Tabel 2.7). Dit geldt in het bijzonder voor niet-cisgender personen. Echter, als we Tabel 2.6 uitsplitsen voor genderidentiteit zien we deze ervaring van toegenomen onveiligheid opnieuw niet terug in de ervaren mate van acceptatie door de jaren heen. Zoals we ook in het hoofdstuk over veiligheid zullen zien is er een verschil tussen hoe mensen de algemene maatschappelijk ontwikkeling beschouwen (negatief) en hoe ze de ontwikkelingen in hun direct omgeving ervaren (minder negatief, stabiel en op sommige vlakken duidelijk positief).
Als we inzoomen op de ontwikkelingen vallen nog enkele zaken op. Ten eerste, tonen de trenddata dat acceptatie onder familieleden buiten het directe gezin (bijvoorbeeld ooms, tantes of grootouders) daalt terwijl deze acceptatie in de paneldata eerder lijkt te stijgen. Aanvullende analyse biedt twee deelverklaringen: (1) het aantal schoolgaande respondenten is in 2025 hoger dan in 2023, maar in het panel juist lager. Onder de panelleden is acceptatie door andere familieleden over het algemeen lager terwijl we onder naar schoolgaande respondenten geen daling zien. Het verschil in ervaren acceptatie tussen het panel en de rest van de respondenten komt dus vooral uit de groep respondenten die hun opleiding heeft afgerond; (2) de respondenten in de paneldata zijn opener over hun genderidentiteit en seksuele oriëntatie dan de rest van de respondenten. De mate van openheid en acceptatie zijn met elkaar verbonden. De cijfers lijken er op te wijzen dat personen die al langer en meer open zijn over hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit meer acceptatie ervaren van hun brede familie. Dit terwijl lhbtiqa+ personen in de maatschappij eerder minder acceptatie lijken te ervaren, waarschijnlijk ook vooral onder de minder open en ‘nieuwe’ lhbtiqa+ personen.
Een opvallend verschil tussen de paneldata en de overige respondenten is te zien bij de ervaren acceptatie binnen geloofsgemeenschappen. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met een selectie-effect in het panel. De panelleden die nog actief zijn binnen een geloofsgemeenschap vormen waarschijnlijk een specifieke groep: zij zijn religieus gebleven, terwijl veel lhbtiqa+ personen in de loop der tijd hun geloof of geloofsgemeenschap hebben verlaten vanwege beperkte acceptatie (zie LHBTIQA+ Welzijnmonitor Gelderland en Overijssel 2023). Dit betekent dat de gemeten acceptatie onder religieuze panelleden mogelijk hoger ligt dan gemiddeld voor de gehele lhbtiqa+ gemeenschap.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
23
Tabel 2.6 Mate van acceptatie in 2021, 2023 en 2025
Panel 2025
Panel 2023
2025
2023
2021
Panel 2025
Panel 2023
Overijssel 2025
2023
1 (helemaal niet geaccepteerd) – 10 (helemaal geaccepteerd)
2021
Gelderland
Mate van acceptatie door: Ouders
8,4
8,1
8,2
8,3
8,4
8,4
8,0
8,1
8,5
8,5
Broers/zussen
8,8
8,5
8,6
8,7
8,7
8,7
8,6
8,4
8,5
8,7
Andere familieleden
8,1
8,0
7,5
7,7
7,9
8,3
7,9
7,4
7,6
7,9
Vrienden
9,3
9,3
9,3
9,5
9,4
9,3
9,1
9,2
9,5
9,2
Klasgenoten
8,4*
7,4
7,6
8,2
8,2
8,3*
7,1
7,3
7,0
7,0
Docenten
8,5*
7,8
8,0
8,1
8,4
8,4*
7,6
8,0
7,9
7,8
Leidinggevenden
8,5*
8,4
8,2
8,5
8,6
8,4*
8,6
8,3
8,5
8,7
Collega’s
8,4*
8,4
8,2
8,4
8,4
8,3*
8,5
8,1
8,4
8,4
Het uitgaan
7,3
7,3
6,8
7,1
7,1
7,4
7,2
6,5
7,0
6,9
Sportvereniging/ sportschool
7,8
7,8
7,6
7,8
8,0
8,1
7,9
7,4
7,9
7,9
Geloofsgemeenschap
5,6
6,2
5,7
6,4
6,7
5,8
5,2
5,7
5,7
6,7
Buurt/ wijk
7,7
7,6
6,9
7,3
7,2
7,7
7,3
6,8
7,1
7,1
Mate van acceptatie op/bij/in:
Noot: Schuingedrukte cijfers zijn gebaseerd op een respons van minder dan 30 personen. * In 2021 zaten ‘collega’s en klasgenoten’ samen in één groep, net zoals ‘leidinggevenden en docenten’. Beide personen binnen deze groepen hebben daarom hetzelfde cijfer in de tabel.
24
Veel negatiever
Iets negatiever
Gelijk gebleven
Iets positiever
Veel positiever
Weet ik niet
Tabel 2.7 Ervaren trend over houding tegenover lhbtiqa+ personen van omgeving
Niet-heteroseksueel
8
31
34
18
5
5
Niet-cisgender
31
28
14
15
3
8
Denkt u dat de mensen in uw omgeving in de afgelopen 2 jaar over het algemeen een negatievere of positievere houding hebben gekregen ten aanzien van omgang met mensen met een: niet-heteroseksuele identiteit of een niet-cisgender identiteit? (%)
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
2.4. EN NU? Belangrijkste inzichten In het hoofdstuk acceptatie hebben we gezien dat lhbtiqa+ personen uit Gelderland en Overijssel over het algemeen een hoge mate van acceptatie ervaren binnen hun persoonlijke kring van met name vrienden en directe familie. De geloofsgemeenschap blijft, net als in eerdere jaren, de omgeving waar de laagste acceptatie wordt ervaren We zien ook verschillen in ervaren acceptatie tussen de lhbtiqa+ identiteiten. Bi+ en aseksuele personen voelen zich in elke context minder geaccepteerd dan homoseksuele en lesbische personen, dit geldt met name in context van hun werk. Trans- en non-binaire personen ervaren een stuk lagere acceptatie dan cisgender lhb+ personen, hoewel de verschillen binnen de persoonlijke kring kleiner zijn en dit vooral de ervaring op werk, op school en in de openbare ruimte betreft. Verder valt op dat lhbtiqa+ personen met migratieachtergrond, neurodivergentie en beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid met name binnen hun familie, op het werk, en in hun buurt of wijk wat minder acceptatie ervaren dan de mensen die deze kenmerken niet hebben. Er is geen eenduidige trend van toenemende of afnemende acceptatie op de verschillende terreinen.
Wel zien we dat de ervaren acceptatie tijdens het uitgaan, in de geloofsgemeenschap en in de buurt/wijk is gedaald, terwijl de acceptatie binnen de directe en veelal zelfgekozen sociale kring stabiel of licht stijgend blijft. Tot slot, geven veel respondenten aan dat de houding in de samenleving ten opzichte van lhbtiqa+ personen de afgelopen twee jaar negatiever is geworden, vooral richting trans- en non-binaire personen. Dit bevestigt het beeld dat acceptatie onder druk staat. Wat kunnen gemeenten en organisaties doen? • (Blijf) Investeren in acceptatie binnen publieke omgevingen. Richt beleid op het vergroten van sociale acceptatie op (semi-) publieke ruimtes zoals sport, horeca en buurtinitiatieven. • Zorg voor inclusieve werkomgevingen, en geef als overheid het goede voorbeeld. Bi+, aseksuele, transgender en non-binaire personen ervaren een lagere acceptatie op hun werk. Als gemeentelijke organisatie kun je streven naar lhbtiqa+ inclusief werkgeverschap om het goede voorbeeld te geven aan andere werkgevers.
Denk bijvoorbeeld aan het terugdringen van onnodige sekseregistratie, het hebben van een genderneutraal toilet, het gebruiken van juiste voornaamwoorden en het bewust maken van werknemers over regelingen die voor hen relevant zijn zoals het recht op transitieverlof en de uitbreiding van het ouderschapsverlof wat vanaf 1 januari 2026 ook rekening houdt met meeroudergezinnen. • Vergroot kennis en bewustwordingen over bi+, aseksuele-, trans en non-binaire personen. Ondanks de groeiende aandacht voor diversiteit en inclusie blijft de kennis over bi+, aseksuele, transgender en non-binaire personen beperkt. Structurele bewustwording is nodig om de maatschappelijke acceptatie te versterken. Lokale overheden spelen hierin een belangrijke rol door actief ruimte te creëren voor zichtbaarheid en dialoog. Dit kan onder meer door deze groepen expliciet te benoemen in beleid en communicatie, en door bij de organisatie van evenementen aandacht te besteden aan toegankelijkheid en inclusiviteit in de breedste zin van het woord. • Werk samen met media en communicatiepartners aan het tegengaan van stereotiepe beeldvorming. Zichtbare, diverse en realistische representaties dragen bij aan een bredere maatschappelijke acceptatie. • Zie de aanbevelingen voor hoofdstuk 7 voor meer advies over gemeentebeleid.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
25
Hoofdstuk 3
(ON)VEILIGHEIDSGEVOEL 26
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
3.1. ERVAREN (ON)VEILIGHEID Wat blijkt uit de cijfers? We vroegen respondenten hoe vaak ze zich als lhbtiqa+ persoon onveilig voelen. In het algemeen en voor verschillende plekken in de gemeente waar ze wonen. In Tabel 3.1 zien we dat 45% van de lhbtiqa+ respondenten zich soms tot vaak onveilig voelt, tegenover 35% van de gehele Nederlandse bevolking.5 Het percentage ligt nog hoger voor personen die niet-cisgender zijn. Van de non-binaire respondenten voelt 65% zich soms tot vaak onveilig. Voor transpersonen ligt dit getal nog hoger op 72%. In Figuur 1 zien we de algemene veiligheidsgevoelens nogmaals terug. Van de plekken in de gemeente die we hebben uitgevraagd voelen lhbtiqa+ personen zich het meest onveilig op straat. Eén derde van lhbtiqa+ personen voelt zich op straat soms tot vaak onveilig. Voor transpersonen is dit ruim de helft. Daarna volgt de horeca waar ruim een kwart van de respondenten zich hier soms tot vaak onveilig voelt. Ongeacht de plek in de gemeente, valt het onveiligheidsgevoel voor trans- en non-binaire personen altijd hoger uit dan voor cisgender personen. Tabel 3.1 Veiligheidsbeleving Provincie Overijssel
Homo
Lesbisch
Bi+
Aseksueel
Cisgender
Transgender
Non-binair
Genderidentiteit
Gelderland
% dat zich soms tot vaak onveilig voelt
Seksuele oriëntatie
45
45
41
45
49
45
37
72
65
Op straat
36
37
35
33
38
39
30
56
52
In de horeca
26
30
26
25
29
25
24
39
39
In de bus
24
25
22
24
26
20
19
43
36
In de taxi/Uber
17
15
14
18
16
26
13
36
30
In het algemeen Op de volgende plekken in de woongemeente:
Noot: Antwoordmogelijkheden: nooit, zelden, soms, vaak. ‘Niet van toepassing’ (geen optie bij algemeen) is niet meegenomen.
Figuur 1 Percentage dat zich soms tot vaak onveilig voelt: algemeen
Provincie
Seksuele oriëntatie
Genderidentiteit
Percentage dat zich soms tot vaak onveilig voelt: algemeen Non-binair Transgender Cisgender Aseksueel Bi+ Lesbisch Homo Overijssel Gelderland 0 5
10
20
Akkers et al. (2024)
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
30
40
50
60
70
80
90
100
27
Hoe zit dit voor… We zien verschillende veranderingen in de cijfers als we onveiligheidsgevoel bekijken voor groepen op verschillende intersecties. In Tabel 3.2 zien we het onveiligheidsgevoel van lhbtiqa+ personen met een beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid. Het meest opvallend is de grotere mate van onveiligheidsgevoel bij personen met een fysieke beperking. Bijna 60% van hen rapporteert dat ze zich soms tot vaak onveilig voelen als lhbtiqa+ persoon. Dit is een verschil van 20 procentpunt ten opzichte van personen zonder beperking. Dit hogere onveiligheidsgevoel zien we ook terug bij mensen met een psychische kwetsbaarheid en in iets mindere mate ook bij personen met een chronische ziekte. Voor personen met een beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid geldt, net als voor de andere respondenten, dat op straat de sterkste onveiligheidsgevoelens worden gerapporteerd. Wel is een uitschieter voor personen met een fysieke beperking het onveiligheidsgevoel in de bus: van hen geeft 36% aan dat ze zich in de bus soms tot vaak onveilig voelen tegenover 21% voor personen zonder beperking. Tabel 3.2 Veiligheidsbeleving voor respondenten met een beperking, chronische ziekte en psychische kwetsbaarheid Beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid Geen
Beperking fysiek
Chronische ziekte
Psychische kwetsbaarheid
% dat zich soms tot vaak onveilig voelt
In het algemeen
39
59
47
58
Op straat
31
48
39
46
In horecagelegenheden
24
37
30
35
In de bus
21
36
29
30
In de taxi/Uber
15
27
20
21
3.2. GEDRAG AANPASSEN Wat blijkt uit de cijfers? We hebben respondenten gevraagd of ze wel eens hun gedrag aanpassen in de openbare ruimte uit angst voor negatieve reacties op hun seksuele oriëntatie of hun genderidentiteit. In Tabel 3.3 zien we de reacties, opgesplitst per lhbtiqa+ deelidentiteit. We zien dat voornamelijk homoseksuele en lesbische personen hun gedrag met een partner aanpassen. Iets minder dan de helft van hen geeft aan dat ze het wel eens vermijden om hand in hand te lopen of te kussen of zoenen in het openbaar. Niet-cisgender personen passen ook hun gedrag aan, maar op andere vlakken. Van de transpersonen past 38% wel eens hun kledingkeuze aan, en 35% vermijdt wel eens bepaalde plekken of buurten. Ook zien we dat 46% van transpersonen hun stemgebruik of lichaamstaal wel eens aanpassen in de openbare ruimte. Non-binaire personen passen in dezelfde mate hun kledingkeuze aan, en vermijden bepaalde plekken of buurten. Echter, zien we bij deze groep een uitschieter in het verbergen van lhbtiqa+ symbolen, met 35% die aangeeft dat wel eens te doen.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
28
Een groep die ook in het oog springt in deze tabel zijn aseksuele personen. 47% van deze groep geeft aan zich nooit aan te passen in de openbare ruimte vanwege hun lhbtiqa+ identiteit. Als ze dat wel doen lijkt de grootste aanpassing voor deze groep net als bij non-binaire personen het verbergen van symbolen te zijn, met 32%. Tabel 3.3 Aanpassing van gedrag in het openbaar vanwege angst voor negatieve reacties op genderidentiteit en/of seksuele oriëntatie Seksuele oriëntatie Homo
Lesbisch
Bi+
Aseksueel
Cisgender
Transgender
Non-binair
%
Genderidentiteit
Nee, ik heb mij niet aangepast
31
33
36
47
36
29
28
Ja, ik heb vermeden hand in hand te lopen
49
44
25
7
42
18
25
Ja, ik heb vermeden te kussen of te zoenen
45
46
27
8
42
18
25
Ja, ik heb mijn kledingkeuze aangepast
15
12
26
25
12
38
36
Ja, ik heb bepaalde plekken of buurten vermeden
25
17
22
17
18
35
32
Ja, ik heb lhbtiqa+ symbolen verborgen
15
20
26
32
18
27
35
Ja, ik heb mijn stemgebruik of lichaamstaal aangepast
28
9
22
20
16
46
28
3.3. TRENDS Hoe is het (on)veiligheidsgevoel veranderd sinds 2021? In Tabel 3.4 zien we hoe de gerapporteerde onveiligheidsgevoelens zijn ontwikkeld door de jaren heen. Dit is opnieuw het percentage van mensen wat aangeeft zich soms tot vaak onveilig te voelen. Direct zien we dat trans- en non-binaire personen zich over het algemeen onveiliger zijn gaan voelen, wat kan samenhangen met een veranderend politiek klimaat en verhard maatschappelijk debat. Dit vertaalt zich niet eenduidig in grotere onveiligheid op straat. Voor bijvoorbeeld horeca zien we bijvoorbeeld een eenduidig positief beeld. Ook al voelt nog altijd meer dan 1 op 3 trans- en non-binaire personen zich soms tot vaak onveilig in horecagelegenheden, en op straat is dit consistent rond 1 op 2 personen, waarbij geen duidelijke verbetering zichtbaar is. Voor homoseksuele, lesbische, bi+ en aseksuele personen zien we enkele patronen die vrij eenduidig zijn tussen 2023 en 2025. Het gevoel van onveiligheid blijft ongeveer stabiel een neemt soms zelfs toe. Wel zien we dat het percentage lesbische personen dat zich onveilig voelt in de horeca afneemt. Van 33% in 2021, 29% in 2023 en 25% in 2025.
Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2025 Gelderland en Overijssel
29
Tabel 3.4 Ervaren onveiligheid in 2021, 2023 en 2025 In het algemeen 2023
2025
Panel 2023
Panel 2025
2021
2023
2025
Panel 2023
Panel 2025
2021
2023
2025
Panel 2023
Panel 2025
In de horeca
2021*
% dat zich soms tot vaak onveilig voelt
Op straat
Homoseksueel
-
35
41
34
31
34
31
35
33
29
24
32
26
33
27
Lesbisch
-
32
45
40
41
39
31
34
43
32
33
29
25
37
29
Bi+
-
50**
49
59
51
34**
42**
38
54
43
23**
36**
29
46
30
Aseksueel
-
54
45
41
39
36
38
39
29
37
29
31
25
32
24
Cisgender
-
33
38
34
31
30
26
30
24
Transgender
-
65
72
43
50
56
29
44
39
46
35
Non-binair
-
56
65
53
48
52
46
45
39
Seksuele oriëntatie
Genderidentiteit
58
63
56
48
*In 2021 is niet gevraagd naar het (on)veiligheidsgevoel in het algemeen, hiervoor kunnen we dus alleen een trend laten zien ten opzichte van 2023. ** In 2021 en 2023 is een andere verdeling van de verschillende identiteiten aangehouden. Daarom moeten we voorzichtig zijn met het vergelijken van de percentages.
3.4. EN NU? Belangrijkste inzichten: 45% van alle lhbtiqa+ personen voelt zich soms tot vaak onveilig. Voor trans- en non-binaire personen ligt dit zelfs op ongeveer 70%. Op straat en in de horeca voelen lhbtiqa+ personen zich het vaakst onveilig. Specifiek valt ook op dat lhbtiqa+ personen met een fysieke beperking, psychische kwetsbaarheid of chronische ziekte zich vaker onveilig voelen. Iets minder dan de helft van lesbische en homoseksuele personen passen wel eens hun gedrag met hun partner aan in de openbare ruimte vanwege angst voor negatieve reacties. Trans- en non-binaire personen lijken vooral hun kledingkeuze, stemgebruik of lichaamstaal aan te passen om negatieve reacties te voorkomen. Ten opzichte van voorgaande jaren zien we dat een deel van de lhbtiqa+ gemeenschap zich in het algemeen onveiliger is gaan voelen. Dit geldt met name voor niet-cisgender personen. Cisgender lhb+ ervaart ten opzichte van 2023 wel meer veiligheid in de horeca.