Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 51 - Ijsselstraat 63-65_ontwerp_1_TOELICHTING
Tekst van het document
Aangetroffen archeologische indicatoren komen allen uit verstoorde/opgebracht grond en vormen geen aanleiding een archeologische vindplaats binnen het plangebied te vermoeden. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek is besloten de archeologische dubbelbestemming op kadastrale percelen Velp, Sectie H, nummers 1400, 2876 en 3788 te laten vervallen. De archeologische verwachting van het plangebied kan worden bijgesteld naar een lage archeologische verwachting. De kans dat binnen het plangebied nog resten van een archeologische vindplaats aanwezig is, is vrijwel nihil. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarnaast is het zo dat de maximale verstoringsdiepte 90 cm .mv bedraagt, waarmee enkel de verstoorde/opgebrachte grond wordt geroerd. De C-horizont ligt buiten dit bereik. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
34 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
4.3.4 Conclusie Met de gewenste ontwikkeling worden cultuurhistorische panden of structuren niet aangetast. Er zijn geen belemmeringen vanuit cultuurhistorie voor onderhavig initiatief. De ontwikkeling vindt plaats in beschermd archeologisch gebied. Daarom is door RAAP een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling vanuit archeologie. De archeologische dubbelbestemming is vervallen.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1 Wettelijk kader De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSLprogramma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen.
4.4.2 Beoordeling De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden.
4.4.3 Conclusie Het project kan worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege blijven.
4.5
Parkeren en verkeer Landelijk geldt voor de parkeernormen en de verkeersgeneratie de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. De gemeente Rheden heeft echter ook de 'Nota Parkeernormen Rheden 2015' opgesteld. Deze Parkeernota is vastgesteld door de gemeenteraad van Rheden op 28 mei 2015.
35 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
4.5.1 Parkeren In de huidige situatie is voor het aantal parkeerplaatsen gekeken naar de Nota Parkeernomen Rheden 2015. In de huidige situatie bevinden zich op de planlocaties de (rij)woning (Sophiastraat 51), een garagebedrijf (aangrenzend aan de achterzijde van Sophiastraat 51) en een showroom (IJsselstraat 63-65). Voor de woning geldt het kencijfer voor 'eengezinswoning, rijwoning, appartement', welke neerkomt op 1,4 parkeerplaatsen per woning. Dit is inclusief 0,4 parkeerplaatsen voor bezoekers. Het benodigd aantal parkeerplaatsen voor het garagebedrijf kan berekend worden aan de hand van de kencijfers voor 'garage servicestation'. Hiervoor staat een parkeernorm van 2,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Het garagebedrijf heeft een oppervlakte van 91 m2. Dit komt neer op een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen. Tenslotte geldt voor de showroom een kencijfer van 1,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De showroom heeft een oppervlakte van 299 m2. De parkeernorm voor de showroom is daarmee
3,6
parkeerplaatsen.
In
totaal
zijn
er
in
de
huidige
situatie
7,3
parkeerplaatsen benodigd voor de woning, het garagebedrijf en de showroom. De berekening is weergegeven in onderstaande tabel. Parkeren gebeurt in de huidige situatie langs de weg in de openbare ruimte. Daarnaast is er parkeerruimte beschikbaar op het achterterrein.
Functie
Norm / eenheid
Eenheid
Parkeernorm
Woning Sophiastraat 51
1,4 per woning
1 woning
1,4
2,5/100 bvo m2
91 m2
2,3
1,2/100 bvo m2
299 m2
3,6
-
-
7,3
(eengezinswoning, rijwoning, appartement) Garagebedrijf - achter Sophiastraat 51 (garage servicestation) Showroom - IJsselstraat 63-65 (showroom) Totaal
Tabel: parkeerplaatsen huidige situatie Voor de gewenste situatie is het benodigd aantal parkeerplaatsen op eenzelfde manier te bepalen. De parkeersituatie met betrekking tot de rijwoning blijft ten opzichte van de huidige situatie gelijk. Het pand wordt voor de helft verkleind en wordt een reguliere woning. De woning wordt bij de parkeerberekening buiten beschouwing gelaten. De showroom wordt verbouwd naar naar twee woningen. Tevens worden op er twee patiowoningen gerealiseerd. De woningen aan de IJsselstraat (van 1 naar 2) en de beide woningen aan de achterzijde generen op basis van de parkeernorm een parkeervraag van 5,2 parkeerplaatsen (4 woningen met een parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen per woning). Functie
Norm / eenheid
2 patiowoningen - achter Sophiastraat 1,3 per woning 51 (Vrijstaande woning, 2-onder-1 kapwoning) 36 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
Eenheid 2 woningen
Parkeernorm 2,6
2 grondgebonden woningen -
1,3 per woning
2 woningen
2,6
-
-
5,2
IJsselstraat 63-65 (Vrijstaande woning, 2-onder-1 kapwoning) Totaal
Tabel: parkeerplaatsen gewenste situatie
Figuur: parkeersituatie Sophiastraat/IJsselstraat Ten behoeve van de nieuwe woningen worden extra parkeerplaatsen gerealiseerd. De woningen aan de IJsselstraat krijgen aan de achterzijde, op het binnenterrein, een parkeerplaats. Voor enkele oprit zonder garage geldt een theoretisch aantal van 1,0 parkeerplaatsen, maar conform de 'Nota Parkeernormen Rheden 2015' geldt een berekeningsgetal van 0,8 parkeerplaatsen. De noordelijke patiowoning, woning 1, krijgt een garage en daarnaast een enkele oprit. Hoewel voor een garage met enkele oprit
is
theorie
2
parkeerplaatsen
beschikbaar
zijn,
geldt
volgens
de
'Nota
Parkeernormen Rheden 2015' een berekeningsgetal van 1,0 parkeerplaatsen. Woning 2 zal een garage en een dubbele oprit krijgen. Voor een garage en enkele oprit geldt volgens de 'Nota Parkeernormen Rheden 2015' een berekeningsgetal van 1,8 parkeerplaatsen.
Daarnaast
wordt
nog
een
parkeerplaats
voor
bezoekers
gerealiseerd. Dit levert een berekeningsaantal van 4,6 parkeerplaatsen op (0,8 + 1,0 + 1,8 + 1,0). Conclusie Er is ruimte voor een parkeerplaats in het openbaar toegankelijke gebied. Door ook een woning aan de IJsselstraat te verbinden met een parkeerplaats aan de 37 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
achterzijde is er ook aandacht voor de parkeertoename in de IJsselstraat ten gevolge van dit plan en draagt het bij aan een goede oplossing. Er is achter dit parkeervak ruimte om te keren. De garagebestemming houdt op te bestaan en is een klein verschil tussen de parkeervraag en te realiseren parkeerplaatsen. Daarbij doet de aanvrager al het mogelijke om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien. Al het bovenstaande afwegende is dit nu een bouwplan die op het gebied van parkeren voldoende is onderbouwd.
4.5.2 Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Sophiastraat en IJsselstraat. Dit zijn beide 30 km/u wegen. De Sophiastraat onsluit zich met de President Kennedylaan (50 km/u weg) aan de oostzijde en met de Willemstraat (30 km/u) aan de westzijde. De IJsselstraat ontsluit ten noorden via de Kerkallee (30 km/u weg) en ten zuiden via de Waterstraat (50 km/u weg). De verkeersgeneratie kan berekend worden aan de hand van de kencijfers van de publicatie
'CROW
381
Toekomstbestendig
parkeren'
uit
2018.
In
de
'Nota
Parkeernornmen Rheden 2015' wordt de gemeente als geheel aangewezen als 'rest bebouwde kom' wat betreft de stedelijke zone en categorie 3 'matig stedelijk' op het gebied van stedelijkheidsgraad. In de huidige situatie bevinden zich op de planlocatie een woning, een garagebedrijf en een showroom. De woning (koophuis, tussen- en hoekwoning) heeft een verkeersaantrekkende werking van maximaal 7,5 mvt/etmaal in de rest bebouwde kom van matig stedelijk gebied. Voor de garagebedrijf is, gezien de werkzaamheden (voornamelijk reparaties), gekeken naar de cijfers van een arbeidsintensief en bezoekersexternsief bedrijf. Hiervoor geldt een verkeersaantrekkende werking van maximaal 10,9 mvt per 100 m2 bvo. Voor de garage geldt een verkeersaantrekkende werking van maximaal 9,9 mvt/etmaal. Hierbij is rekening gehouden met een garage met een oppervlakte van 91 m2 in rest bebouwde kom in matig stedelijk gebied. Voor de
showroom
is
gekeken
naar
de
cijfers
die
gelden
voor
een
commerciële
dienstverlening. Een commcerciële dienstverlening heeft een verkeersaantrekkende werking van maximaal 14,8 mvt per 100 m2 bvo. Voor de showroom komt de verkeersaantrekkende werking neer op maximaal 44,3 mvt/etmaal. Hierbij is rekening gehouden met een showroom met een oppervlakte van 299 m2 in rest bebouwde kom in matig stedelijk gebied. De maximale verkeersgeneratie in de huidige situatie voor de woning, de garage en de showroom is daarmee 61,7 mvt/etmaal. De berekening is weergegeven in onderstaande tabel. Functie
Norm / eenheid
Eenheid
Maximale
Woning Sophiastraat 51
7,5 per woning
1 woning
7,5
10,9/100 bvo m2
91 m2
9,9
14,8/100 bvo m2
299 m2
44,3
-
-
61,7
verkeersgeneratie (koop, huis, tussen/hoek) Garagebedrijf - achter Sophiastraat 51 (garage servicestation) Showroom - IJsselstraat 63-65 (commerciële dienstverlening) Totaal
Tabel: Verkeersgeneratie huidige situatie In de gewenste situatie is de verkeersaantrekkende werking op dezelfde manier te 38 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
bepalen. Voor de woning aan de Sophiastraat 51 blijft de verkeersaantrekkende werking
gelijk
(maximaal
7,5
mvt/etmaal).
Voor
de
patiowoningen
en
twee
grondgebonden woningen aan de IJsselstraat is gekeken naar de verkeersgeneratie van een twee-onder-één-kap koopwoning. Een twee-onder-één-kap koopwoning is de verwachte
verkeersgeneratie
maximaal
8,2
mvt
per
woning.
Voor
de
twee
patiowoningen en de twee grondgebonden woningen komt de verkeersaantrekkende werking in totaal neer op 32,8 mvt/etmaal. De hoekwoning, de twee grondgebonden woningen en de twee patiowoningen hebben een gezamenlijke verkeersaantrekkende werking van 40,3 mvt/etmaal. De berekening is weergegeven in onderstaande tabel. Functie
Norm / eenheid
Eenheid
Maximale verkeersgeneratie
Woning Sophiastraat 51
7,5 per woning
1 woning
7,5
2 woningen
16,4
8,2 per woning
2 woningen
16,4
-
-
40,3
(koop, huis, tussen/hoek) 2 patiowoningen - achter Sophiastraat 8,2 per woning 51 (koop, huis, twee-onder-een-kap) 2 grondgebonden woningen IJsselstraat 63-65 (koop, huis, twee-onder-een-kap) Totaal
Tabel: parkeerplaatsen gewenste situatie De verkeersgeneratie neemt met onderhavig initiatief af met 21,4 mvt/etmaal en vormt derhalve geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.5.3 Conclusie Voorgenomen initiatief zal niet leiden tot verkeerskundige en/of parkeertechnische problemen. Parkeren kan voor de woningen op eigen terrein worden opgelost. Daarnaast neemt de verkeersgeneratie in het voorgenomen plan af ten opzichte van de huidige situatie. Daarom vormt het aspect verkeer geen belemmering voor de voorgenomen situatie.
4.6
Bedrijven en milieuzonering
4.6.1 Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. 39 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele
reeks
van
milieubelastende
activiteiten
(naar
SBI-code
gerangschikt)
richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied'. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige
Richtafstand tot omgevingstype
woonwijk en rustig buitengebied
gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
1.500 m
1.000 m
6
Richtafstanden en omgevingstype Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder.
4.6.2 Beoordeling Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. De omgeving van het
plangebied kan
gekarakteriseerd worden als gemengd gebied, gelet op de bestemmingen bedrijf, gemengd en maatschappelijk in de omgeving. Een
woning
betreft
een
gevoelige
functie.
Daarom
wordt
gekeken
naar
milieubelastende functies in de omgeving. Direct naast de planlocatie bevindt zich een bedrijfsbestemming welke behoort tot milieucategorie 2. De richtafstand tot dit bedrijf in gemengd gebied 10 meter. Er wordt niet aan deze richtafstand voldaan. Daarom is door SPA WNP onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of voldaan kan worden aan een goede woon- en leefomgeving voor de woningen. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 9. Uit het onderzoek blijkt dat, als de 1e verdieping van de zuidgevel van woning 1 (de 40 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
noordelijke woning) wordt uitgevoerd als dove gevel, er in de onderzochte, voor de op de bedrijfslocatie maximaal toelaatbare bedrijfssituatie, met uitzondering van de laad/losactiviteiten, wordt voldaan aan de richtwaarden en de geluideisen. Gelet op het feit dat in de woningen wordt voldaan aan de richtwaarden, worden de door de laad-/losactiviteiten veroorzaakte geluidpieken op voorzijde van de woningen acceptabel geacht. Bij de woningen is ten aanziene bedrijfsvoering van het bedrijf sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. De bedrijfsvoering van het bedrijf wordt door de woningen niet beperkt.
4.6.3 Conclusie Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt ontwikkeling van de woningen niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. De aanbevelingen uit het onderzoek, zoals het uitvoeren van een dove gevel op de eerste verdieping van de zuidgevel van woning 1, worden meegenomen in de planontwikkeling. Met het toevoegen van de aanduiding 'dove gevel' in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan wordt deze aanbeveling ook juridisch geborgen in het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening.
4.7
Geluidhinder
4.7.1 Wettelijk kader Wegverkeer en railverkeer Langs alle (spoor)wegen – met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de (spoor)weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken/spoorstaven en van binnen- of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke
ordening
ook
bij
30 km/h-wegen
de
aanvaardbaarheid
van
de
geluidsbelasting te worden onderbouwd. Industrielawaai Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door
middel
van
een
bestemmingsplan.
Buiten
de
geluidszone
wordt
de
voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. De maximale ontheffingswaarde binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden
waarde
maar
aan
de
etmaalwaarde.
De
dosismaat
Lden
is
voor
wegverkeerslawaai en spoorweglawaai met ingang van 1 januari 2007 in de gewijzigde Wgh vastgelegd. Voor industrielawaai wordt Lden in het kader van de Wgh voorlopig niet ingevoerd.
41 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
4.7.2 Beoordeling Zoals besproken in paragraaf 4.6 Bedrijven en milieuzonering ligt direct ten zuiden van het plangebied een gebouw waarop een bedrijfsbestemming ligt. Dit betekent dat de bedrijfsvoering van het daar mogelijk gevestigde of te vestigen bedrijf door de nieuwe woningen belemmerd zou kunnen worden. Daarnaast dient voor de wijziging van het bestemmingsplan te worden aangetoond dat bij de nieuwe woningen een goed woonen leefklimaat heerst ten aanzien van de activiteiten van het bedrijf. Het akoestisch onderzoek (Bijlage 9) toont aan dat bij de woningen, ten aanzien van de bedrijfsvoering van het bedrijf, sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Ook wordt door woningen de bedrijfsvoering van het bedrijf niet beperkt mits de 1e verdieping van de zuidgevel van woning 1 wordt uitgevoerd als dove gevel. Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van wegverkeer. Met het realiseren van het voorgenomen plan verdwijnt een bedrijfslocatie. Woningen op deze locatie zijn dan passend binnen de omgeving. Tevens leidt het plan niet tot een (extreme) toename in de verkeersgeneratie. Akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting is daarom niet benodigd.
4.7.3 Conclusie Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief, mits de 1e verdieping van de zuidgevel van woning 1 wordt uitgevoerd als dove gevel.
4.8
Externe veiligheid
4.8.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit
externe
veiligheid
transportroutes
(Bevt)
en
Besluit
externe
veiligheid
buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een 42 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop.
Voor
het
groepsrisico
geldt
de
oriëntatiewaarde
als
ijkpunt
in
de
verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio.
4.8.2 Planbeoordeling Het ruimtelijkplan voorziet in het behoud van de bestaande hoekwoning (Sophiastraat 51), de showroom (IJsselstraat 63-65) worden twee woningen en in het middenterrein worden twee nieuwe patiowoningen gerealiseerd. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In onderstaand figuur is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.
Figuur: Uitsnede provinciale risicokaart (geraadpleegd op 10 februari 2022) met het plangebied in de zwarte cirkel (bron: Risicokaart provincie Gelderland). De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op. 43 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
Het plangebied ligt op ca. 330 meter ten zuiden van de spoorlijn Arnhem-Zutphen en op
ca. 700 meter ten
noordoosten
van de
snelweg
A12. Over deze
beide
transportroutes worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Op basis van de regeling basisnet
en
de
provinciale
risicokaart
is
vastgesteld
dat
de
plaatsgebonden
risicocontour 10-6 van deze beide risicobronnen niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico is het plan gelegen in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem-Zutphen en de snelweg A12. Daarmee hebben wijzigingen in het invloedsgebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico van deze risicobronnen. Echter is de afstand tussen het plan en de risicobronnen dermate groot (groter dan 200 meter), dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico
in
beeld
gebracht
te
worden,
maar
enkel
nog
de
aspecten
groepsrisico
van
een
externe
zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Verantwoording groepsrisico Het
plan
is
gelegen
in
het
invloedsgebied
veiligheidsrisicobron. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Arnhem - Zutphen en de snelweg A12. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van
beoordelingsvrijheid.
Ten
aanzien
van
de
aspecten
bestrijdbaarheid
en
zelfredzaamheid heeft de Veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het Gezondheidsregio
Gelderland
Midden
(VGGM) van
advies van Veiligheids- en 10
februari
2022
(kenmerk:
2022-000548). Dit advies is bijgevoegd in bijlage Bijlage 10. Onderstaand een beschouwing van deze aspecten. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. VGGM is hiervoor voor advies gevraagd. Uit het advies is naar voren gekomen dat VGGM geen aanleiding ziet om aanvullend te adviseren
ten
aanzien
van
bestrijdbaarheid.
De
mogelijkheden
voor
de
bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid
van
de
aanwezigen,
de
alarmeringsmogelijkheden
en
vluchtmogelijkheden een rol. Het advies van de Veiligheids en Gezondheidsregio Gelderland Midden geeft het volgende aan: Het plan ligt alleen binnen de effectafstand van het scenario toxische wolk. De kans daarop is klein. Het plan leidt tot een beperkte toename van het aantal aanwezigen die zichzelf in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd; De VGGM adviseert toekomstige bewoners te infomeren over de aanwezige omgevingsrisico's met het daarbij behorende handelingsperspectief. Gezien het 44 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
plan alleen in het scenario toxische wolk is gelegen is het te verwachten handelingsperspectief schuilen. Ten aanzien van risicocommunicatie is er NL alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plan via de Sophiastraat en IJsselstraat te ontvluchten van de risicobron af. De gemeente
acht het
dan
ook
niet noodzakelijk om verdere
maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren. Daarnaast zijn de geadviseerde maatregelen van de VGGM niet ruimtelijk relevant.
4.8.3 Conclusie Het plan ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de transportroutes met een
externe
veiligheidsrisico.
De
plaatsgebonden
risicocontour
van
de
beide
risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem - Zutphen en de snelweg A12. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief niet tot een toename van het groepsrisico leidt en geen significant effect heeft op de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.9
Ontplofbare oorlogsresten
4.9.1 Wettelijk kader Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015 vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven.
4.9.2 Onderzoek De planlocatie ligt binnen de veiligheidszone 'niet-gesprongen explosieven'. Per 1 januari 2021 wordt hiervoor de term Ontplofbare Oorlogsresten (OO) gebruikt. De mogelijke aanwezigheid van OO is een risico voor werknemers, personeel en/ of omwonenden tijdens de realisatie van het project. Daarom is door OrtaGeo Zuidoost B.V. een Projectgebonden Risico Analyse uitgevoerd. Het doel van deze Project Risico Analyse (PRA) is na te gaan of in het onderzoeksgebied sprake is van actuele risico's van eventueel aanwezige OO op basis van eerdere onderzoeken en naoorlogse activiteiten. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 11. De resultaten van het onderzoek zijn onderstaand samengevat weergegeven. Het plangebied is verdacht op 60-lbs-raketten; Op de luchtfoto van maart 1945 is geen oorlogsschade zichtbaar aan de toen aanwezige bebouwing, wegverhardingen Sophiastraat en IJsselstraat en het terrein rond de woning en de bakkerij; Het terrein opruimen en inrichten als bouwlocatie kan op reguliere wijze plaats vinden. De aanwezige verhardingen en wegfundering zijn alle ten minste één of meerdere keren vervangen. De aanwezige bovengrond tot 1 m -mv, en plaatselijk 45 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
dieper tot circa 2 m -mv, is eerder vergraven bij het aanbrengen dan wel de vervanging van de verhardingen, de (uitbouw) van de woonhuizen, garagebedrijf, het plaatsen en verwijderen van brandstoftanks, wasplaats, olie -benzinescheider, het kantoor en het leggen van kabels en (brandstof)leidingen. In de periode 1940-1945 werd aan de Sophiastraat gewoond en gewerkt (bakkerij). Eventuele achtergebleven blindgangers, of de sporen daarvan zouden tijdens vlak na de aanvallen van 5 oktober 1944 zijn opgemerkt en geruimd. Uitzondering hierop is het terreindeel 4 (zie onderstaand figuur). Op dit terreindeel dienen aanvullende maatregelen ten aanzien van ontplofbare oorlogsresten te worden genomen.
Figuur: Tekening naoorlogse werkzaamheden en advieszone detectie (Bron: Ortageo Zuidoost B.V.) Naar aanleiding van de conclusies uit het onderzoek wordt het volgende geadviseerd: Gezien de vele grondroeringen tot 1 m -mv adviseren wij voor de herontwikkeling van de Sophiastraat 51 waar na de Tweede Wereldoorlog aantoonbaar al eerder werd gegraven, geen onderzoek naar OO uit te voeren, maar te volstaan met het toepassen van het 'procedure spontane vondst'. De in de uitvoeringsfase betrokken werknemers dienen hierover vooraf geïnformeerd te worden. De 46 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
procedure spontane vondst is hieronder opgenomen. Voor
terreindeel
4
wordt
geadviseerd
om
de
aangebrachte
aanvulgrond/puinverharding op reguliere wijze te verwijderen (aanwezig van maaiveld tot circa 0,8 m -mv). Na het verwijderen van de opgebrachte laag dienen aanvullende maatregelen naar ontplofbare oorlogsresten genomen te worden. De meest voor de hand liggende methode is oppervlaktedetectie (zie ook de bijlagen). Geadviseerd wordt om voorafgaande aan de start van de werkzaamheden een toolboxmeeting te houden waarin nader wordt ingegaan op het werken in OO verdacht gebied en op de uitkomsten van deze PRA. Middels deze toolboxmeeting worden de medewerkers geïnformeerd over de inhoud van deze PRA en kan de procedure over spontane vondst nader worden toegelicht. Ondanks dat deze PRA met de grootste zorgvuldigheid is opgesteld blijft het altijd mogelijk dat CE spontaan gevonden worden (toevalstreffer), bijvoorbeeld door (naoorlogse) dumping. Dit wordt gezien als een spontane vondst. Initiatiefnemer is op de hoogte van het protocol wat in dat geval van toepassing is.
4.9.3 Beoordeling Het
aspect
niet
gesprongen
explosieven
vormt
geen
belemmering
voor
de
voorgenomen ontwikkeling. De gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' blijft in voorliggend bestemmingsplan behouden daar de grond niet wordt vrijgegeven in het onderzoek.
4.10 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgasleidingen afhankelijk van druk; defensiebrandstoffen; warmte
en
afvalwater,
ruwwater
of
halffabricaat
voor
de
drink-
en
industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Uit
de
toelichting
en
verbeelding
van
bestemmingsplan
'Velp
2016,
Woongebieden-Zuid' is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.
47 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
4.11 Water 4.11.1
Inleiding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het noodzakelijk dat gebiedseigen water zo lang mogelijk in het gebied zelf blijft. Dit gebeurt door middel van het scheiden van afvalwater en het relatief schone hemelwater (regen) dat op verhardingen valt zoals bijvoorbeeld de wegen en daken. Dat wordt ook wel afkoppelen genoemd. Het ingezamelde afvalwater dient te worden afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelsel waarna het vervolgens naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt afgevoerd. Het effluent van de zuiveringsinstallatie loost uiteindelijk op de IJssel. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via het verplichte 'watertoetsproces'. Het watertoetsproces is sinds 1 januari 2003 verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. In dit proces worden de relevante specialisten op het gebied van de waterhuishouding geraadpleegd. Zij beoordelen de wateraspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Doel van dit watertoetsproces is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
Op basis van informatie en randvoorwaarden, het waterbeleid en bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een 'Waterparagraaf'. Deze waterparagraaf moet worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Het beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstige watersysteem in het betreffende gebied. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder(s).
4.11.2
Beleidskader Op
verschillende
bestuursniveaus
zijn
er
beleidsnota's
aangaande
de
waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De Kaderrichtlijn stelt kwaliteitseisen, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied).. Rijk De
Waterwet,
die
in
werking
is
getreden
in
2009,
regelt
het
beheer
van
oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen
van
wateroverlast
48 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
en
droogte
en
het
bereiken
van
een
goedewaterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid en de maatregelen in het Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Het NWP 2016-2021 zal in maart 2022 worden vervangen door het NWP 2022-2027. Per
1 januari 2008
is
de
Wet
verankering
en
bekostiging
van
gemeentelijke
watertaken van kracht. Daarin is vastgelegd dat primair de eigenaar verantwoordelijk is voor de verwerking van hemelwater dat op zijn perceel valt. Dit houdt in dat, indien dat mogelijk is, het water geïnfiltreerd moet worden in de bodem, of met toestemming van de waterbeheerder wordt geloosd op oppervlaktewater. Er worden door middel van verordeningen en regels nadere eisen en randvoorwaarden aan de verwerking gesteld. Gemeente Het huidige Water Taken Plan Olburgen (WTPO) heeft een planperiode van 2018 tot en met 2022. Met dit WTPO voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer. In dit plan heeft de gemeente samen met o.a. de Waterschappen Rijn en IJssel / Vallei en Veluwe het water- en rioleringsbeleid vastgelegd. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater, binnen het stedelijke gebied, zijn geborgd in het WTPO. Het beleid omtrent lozing van hemelwater is aangegeven in de 'Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015' en het Activiteitenbesluit. Slechts indien geen voorziening op het eigen terrein mogelijk is, kan van deze verplichting ontheffing worden verleend. In dit plan worden ondergrondse voorzieningen toegestaan voor het bergen van hemelwater.
Binnen de meeste bestemmingen kunnen wadi's en andere infiltratievoorzieningen worden aangelegd. In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor het bestemmingsplan relevant zijn. Na de tabel volgt een toelichting op de relevante aspecten. In die gevallen dient te worden aangetoond dat er geen negatieve of verstorende gevolgen zijn te verwachten voor het watersysteem. Door een geohydrologische onderzoek, met een onderzoek naar de grondzettingen en waterdoorlatendheid kunnen de effecten worden bepaald. Zowel de situatie tijdens de uitvoering als de definitieve situatie moeten aan de orde komen. waterhuishoudkundig aspect
relevant
omschrijving
1. veiligheid
nee
In het plangebied liggen geen gronden die behoren tot zomer- en/of winterbed van de IJssel. De Beleidslijn grote rivieren (2006) is niet aan de orde.
2. wateroverlast
nee
In het plangebied bevinden zich geen natte en laag gelegen gebieden, beekdalen en/of overstromingsvlaktes.
3. riolering
ja
Vuilwater
dient
middels
de
worden
afgevoerd
gemeentelijke
te
riolering.
Voorkomen dient te worden dat schoon regenwater
wordt
afgevoerd
via
het
(vuilwater)riool (vasthouden-bergen-afvoeren).
49 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
4. watervoorziening
nee
Het
plan
ligt
niet
in
een
beschermingsgebied drinkwaterwinning.
voor Het
plangebied
is
ongeschikt voor regionale seizoensberging. 5. volksgezondheid
nee
Binnen
het
plangebied
is
geen
oppervlaktewater aanwezig. 6. bodemdaling
nee
In het plangebied gaat het hoofdzakelijk om
zandige
ondergrond.
Eventuele
zettingen zijn niet relevant. 7. grondwateroverlast
nee
8. oppervlaktewaterkwaliteit
nee
9. grondwaterkwaliteit
nee
In het gebied is geen grondwateroverlast bekend. In de omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Binnen
het
plangebied
ligt
geen
grondwater-beschermingsgebied voor een drinkwatervoorziening
of
infiltratiegebied
voor een (kwelafhankelijk) natuurgebied. 10. verdroging
nee
11. natte natuur
nee
12. inrichting en beheer
ja
In de omgeving is geen gebied aangemerkt als (gering) verdroogd. Het plangebied grenst niet aan een gebied met kwelafhankelijke land- en waternatuur. Het plangebied betreft particulier terrein, maar de ontwikkelaar is voornemens ná realisatie van de woningen delen van het gebied over te dragen aan de gemeente.
Ad 3 Riolering In het plangebied wordt afvalwater ingezameld en afgevoerd via riolering. Voor afvoer van afvalwater naar de openbare riolering is de gemeentelijke aansluitverordening van toepassing. De riolering in het gebied moet het afvalwater doelmatig inzamelen en afvoeren.
Grote
toename
van
afvalwater /
droogweerafvoer
(dwa)
wordt
niet
verwacht. Rond het plangebied is een gemengd rioolstelsel aanwezig. Bij nieuwe ontwikkelingen moet met hemelwater worden omgegaan overeenkomstig de provinciale beslisboom hemelwater (waarbij de volgorde vasthouden, bergen, afvoeren wordt gehanteerd). Het hemelwater en huishoudelijk afvalwater dient van elkaar gescheiden te blijven. Zie ook de gemeentelijke verordening 'Afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015'. Hemelwater kan infiltreren in de bodem. Het is niet toegestaan hemel-, grondwater af te voeren via het gemengde riool. Ter voorkoming van bodem- en/of grondwaterverontreiniging moeten uitlogende en verontreinigende
materiaaltoepassingen
vermeden
worden.
Aangezien
het
onderhavige plan een herziening van het bestemmingsplan voor een bestaand gebied betreft, zal uit onderzoek moeten blijken welke riolerings- en/of afkoppelmaatregelen mogelijk zijn. Ad 12 Inrichting en beheer De gemeente stelt eisen en voorwaarden aan de inrichting van de over te dragen gronden.
50 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
4.11.3
Watertoets Om het voornemen te toetsen aan het waterbeleid, is de watertoets uitgevoerd. De samenvatting en het resultaat van de watertoets zijn bijgevoegd als bijlage 12 en 13. Op basis van de watertoets blijkt dat het plan an invloed kan zijn op de waterhuishouding. Op 22 april 2021 is daarom contact opgenomen met Waterschap Rijn en IJssel. Het waterschap heeft beoordeeld dat gezien de afname van de verharding ten opzichte van de huidige situatie, er geen extra maatregelen genomen hoeven te worden om water vast te houden of te bergen. De gemeente eist op basis van de 'Wet gemeentelijke watertaken' en haar 'hemelwaterverordening' dat hemelwater niet mag worden afgevoerd via de gemengde riolering en ter plaatse wordt verwerkt. Bijvoorbeeld via infiltratie in de bodem.
4.11.4
Conclusie Vanuit het aspect water zijn er voor het waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Rheden geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.12 M.e.r.-beoordeling 4.12.1
Wettelijk kader In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D vallen, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Voorliggend initiatief kan gezien worden als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2). De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die
zijn
opgenomen
milieubeoordeling
van
in
Bijlage
bepaalde
III
van
de
Europese
richtlijn
'betreffende
openbare
en
particuliere
projecten'.
Dit
zijn
achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect.
4.12.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Kenmerken van het project In de gewenste situatie blijven de panden aan de Sophiastraat 51 en de IJsselstraat 63-65 behouden. Deze panden zullen inpandig wijzigen van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. De bijgebouwen aan de achterzijde van beide panden, evenals bijgebouwen op het achterterrein van de panden zullen gesloopt worden. Er komt op die manier extra ruimte vrij op het binnenterrein. Deze ruimte zal worden benut voor woningbouw. De woningbouw bestaat uit twee patiowoningen. Plaats van het project Het plangebied is gelegen in het zuidelijke gedeelte van het dorp Velp. De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Velp en binnen bestaand stedelijk gebied. 51
Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat ligt op ongeveer 1,4 kilometer afstand van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen in een NNN gebied. Kenmerken van het potentiële effect Op basis van de onderzoeken blijkt dat er vanuit de milieuaspecten geen belemmering bestaat voor de ontwikkeling. Wel geldt met betrekking tot flora en fauna dat er een algemene zorgplicht geldt als er bij de werkzaamheden soorten worden aangetroffen. Vanuit akoestiek, archeologie, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid bestaan er eveneens geen belemmeringen. De maatregelen als genoemd in het bodemonderzoek zullen worden uitgevoerd.
4.12.3
Conclusie De kenmerken, plaats en potentiële effecten van de ontwikkeling geven op basis van het voorgaande geen aanleiding ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken om een m.e.r-procedure te doorlopen. Het transformeren van één bedrijfswoning in een reguliere woning, het transformeren van één bedrijfswoning in twee grondgebonden woningen en het bouwen van twee patiowoningen wordt gezien als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2), waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit dient separaat aan de bestemmingsplanprocedure doorlopen worden. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is bijgevoegd in Bijlage 14.
52 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving
5.1
Inleiding In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Voor de regels is aansluiting
gezocht
bij
het
vigerende
bestemmingsplan
'Velp
2016,
Woongebieden-Zuid'. Het bestemmingsplan 'Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 51 - Ijsselstraat 63-65' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op
de
verbeelding heeft geen
juridisch betekenis, maar is slechts
opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 51 Ijsselstraat 63-65' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels.
5.2
Inleidende regels De inleidende regels bestaan uit de volgende artikelen.
5.2.1 Begrippen In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte
begrippen.
Deze
worden
opgenomen
om
interpretatieverschillen
te
voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
53 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
5.2.2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte e.d. van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP 2012 richtlijnen gegeven.
5.3
Bestemmingsregels
5.3.1 Opbouw bestemmingen De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid.
5.3.2 Bestemmingen Binnen het plangebied komen 3 nieuwe bestemmingen, namelijk 'Tuin', 'Verkeer' en 'Wonen'. Tuin Net als de andere woningen aan de Sophiastraat en de IJsselstraat krijgen de gronden aan de straatzijde van het bouwvlak de bestemming 'Tuin'. Deze bestemming ziet op gronden die als tuin in gebruik zijn en die in beginsel vrij van gebouwen
dienen te
blijven. Voor erf- en
terreinafscheidingen geldt, dat de
toegestane hoogte afhankelijk is van de situering. Als het gaat om de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen die worden geplaatst op hoekpercelen die grenzen aan openbaar groen of aan de openbare weg, dan is een hoogte van 2 m toegestaan mits de afscheidingen zijn geplaatst achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. Door uit te gaan van de oorspronkelijke 54 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
achtergevel wordt aangesloten bij het Besluit omgevingsrecht. In andere gevallen, zoals hier, mogen de afscheidingen maximaal 1 m hoog zijn. Door de aanduiding overige zone - stedenbouwkundig waardevol gelden beperkingen. Zo kan in de tuin alleen een oprit (naar een garage) ten behoeve van het parkeren van een auto wordt aangelegd. Verkeer De aanwezige wegen zijn als zodanig bestemd en in beeld gebracht. Wonen Deze
bestemming
betreft
de
bestaande
en
nog
te
bouwen
woningen
(met
uitzondering van de bedrijfswoningen). Per bouwvlak is in beginsel 1 woning is toegestaan, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. De aantallen zijn afgestemd op de aanwezige woningen dan wel op de bestaande planologische rechten. De benaming van de aanduiding maximum aantal wooneenheden vloeit voort uit de keuze die in de landelijke standaard is gemaakt. Verder is het toegestaan dat een bewoner aan huis een beroep of bedrijf uitoefent. Hiervoor gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat (artikel 1.11). De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In de Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis -opgenomen als Bijlage 1 bij de regels van dit plan- is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria.
5.4
Algemene regels
5.4.1 Anti-dubbeltelregel Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering.
5.4.2 Overige algemene regels Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels. Het gaat hier om algemene bouw- en gebruiksregels, mogelijkheden om af te wijken van bepaalde, in het
bestemmingsplan
geregelde,
onderwerpen,
en
procedureregels
worden
behandeld.
5.5
Overgangs- en slotregels
5.5.1 Overgangsregel In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen.
55 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
5.5.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.
56 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a.
het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en
b.
het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en
c.
het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of
d.
één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1.
het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of
2.
er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of
3.
de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen.
De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt. Burgemeester en
wethouders
hebben
ter zake
van planschade een
verordening vastgesteld. Beoordeling De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Wet Ruimtelijke ordening.
De
verwezenlijking
van
het
plan
is
dan
ook
niet
afhankelijk
van
gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft
planschade
zal
de
gemeente
met
initiatiefnemer
een
planschadeverhaalsovereenkomst afsluiten. Conclusie Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd.
57 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
58 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Inspraak Kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Beoordeling Gezien
de
aard
van
onderhavig
bestemmingsplan
waarbij
de
bestaande
mogelijkheden uitgangspunt zijn, de nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk zijn en o.a. de wijzigingen in de standaardplanmethodiek in de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan bekend zijn gemaakt en ter inzage hebben gelegen, bestaat geen aanleiding om onverplicht inspraak te geven. Conclusie Volstaan is met de wettelijke procedure zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.
7.2
Vooroverleg Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. Beoordeling In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft overleg plaatsgevonden met de volgende instanties: a.
Waterschap Rijn en IJssel;
b.
Provincie Gelderland.
De resultaten van het vooroverleg zijn hieronder samengevat weergegeven. Daarbij is tevens de gemeentelijke reactie hierop weergegeven. ad. a. Waterschap Rijn en IJssel Opmerkingen: Het waterschap geeft aan het reeds te hebben beoordeeld. Er zijn geen aanpassingen gedaan die een andere uitkomst geven. Derhalve worden er vanuit het waterschap geen opmerkingen gegeven. Reactie gemeente: Geconcludeerd kan worden dat het waterschap akkoord gaat met het voorgelegde plan. 59 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)
ad. b. Provincie Gelderland Opmerkingen: Voor de planlocatie speelt een 'intrekgebied'. In een intrekgebied mag geen fossiele energie worden gewonnen. Aangezien hier geen sprake is van fossiele energiewinning, staat dit belang het plan niet in de weg. Reactie gemeente: Geconcludeerd kan worden dat de provincie Gelderland vanuit haar belang geen belemmeringen ziet ten aanzien van het voorgelegde plan. Conclusie Op basis van de resultaten van het vooroverleg kan het voorontwerpbestemmingsplan als ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen te worden gelegd.
7.3
Overleg met omwonenden De initiatiefnemer is halverwege april 2021 bij alle aan de locatie grenzende bewoners langsgeweest om hen te informeren van het plan. Dit zijn de bewoners van de woningen aan de IJsselstraat 61, 67 en 69, Sophiastraat 55, 57 en 57a en Merwedestraat 2, 2a, 2b, en 2c. De woning aan de Sophiastraat 53 is niet bezocht. Deze bewoner is de voormalig eigenaar van het autobedrijf dat verkocht is ten behoeve van dit plan. Dit pand staat leeg. De woning aan de Sophiastraat 47 is niet bezocht daar dit momenteel gebruikt wordt voor studentenverhuur. Aan de bezochte woningen is een informatieset over de plannen overhandigd. De informatieset is bijgevoegd in Bijlage 15. De omwonenden hebben aangegeven geenbelemmeringen te hebben ten aanzien van het voorgenomen plan. Daarnaast heeft op 12 juli 2022 een informatieavond plaatsgevonden. Hierbij zijn de omwonenden van de locatie geïnformeerd over de plannen. Tijdens deze avond is aan de hand van diverse afbeeldingen van het voorgenomen plan en de verbeelding het plan toegelicht. Omwonenden zijn positief over het plan en zien deze ontwikkeling als een verbetering van hun buurt. Een verslag van deze informatieavond is bijgevoegd in Bijlage 16.
60 Velp-Zuid, locatie Sophiastraat 5 1 - Ijsselstraat 6 3 - 6 5 (ontwerp)