Velp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
is in een waarschijnlijk opgebrachte, humeuze laag, kon de aanwezigheid van enkeerdgronden op dat specifieke punt niet worden aangetoond. Deze humeuze laag heeft kenmerken die overeenkomen met die van de bovenste subhorizont van de dikke A-horizont die verder overal is aangetroffen.
20. Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? Onder de dikke A-horizont van boring 1 t/m 3 zijn fluvioglaciale of fluvioperiglaciale afzettingen aanwezig voornamelijk bestaande uit lichtgeel, zwak siltig, matig grof, zwak tot matig grindig zand. De oude subhorizont van de A-horizont en ondergrond is onverstoord.
21. Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen? In boring 1 t/m 3 zijn tot 90 à 130 cm recente tot subrecente bijmengingen bestaande o.a. uit kolengruis, vensterglas en glasfragmentjes, fragmentjes industrieel wit, lichtblauw porselein, etc. aangetroffen. In de gestuite boring 4 zijn dergelijke bijmengingen tot de maximaal verkende diepte van 60 cm -mv aangetroffen.
22. Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring? Zie vraag 21. De genoemde diepten geven de diepten van de ‘recente’ bodemverstoringen. Waarschijnlijk gaat het bij deze ‘recente verstoringen’ om opgebrachte grond.
36
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
6S
ELECTIEADVIES
Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Algemeen is onder een aantal opgebrachte lagen en een dikke A-horizont een onverstoorde opbouw aangetroffen op 150 cm -mv (16,70 tot 16,81 m +NAP). Omdat het er geen door bodemvorming ontstane horizonten zijn aangetroffen in de natuurlijke ondergrond (AC-profiel) kan de archeologische verwachting voor de periode Midden-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum naar beneden worden bijgesteld. Voor archeologische resten vanaf het MiddenNeolithicum geldt echter een hoge archeologische verwachting. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) als de bodemingrepen dieper reiken dan 120 cm -mv (17,10 m +NAP). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).26 De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Rheden, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer J. Habraken. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht.
Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
26
Borsboom e.a. 2012. 37
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Literatuur
Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Bruning, L., 2012: Integrale Kennisagenda Archeologie Provincie Gelderland. Rivierengebied, Veluwe, Oost-Gelderland. Horn, M. en S. Moerman, 2011. Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Hoofdstraat 73-75, Velp, Gemeente Rheden. B&G rapport 1308. Noordwijk. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Pronk, E.C., 2015. Plangebied Emmastraat te Velp, Gemeente Rheden. Archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding. RAAP-Rapport 3053. Weesp. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB. Wijnen, J.J.A, 2021. Plan van Aanpak ivo-verkennend. Eindhoven. Willemse, N.W. en J.A.T. Wijnen, 2012.
Archeologie in de gemeente Rheden. Actualisatie archeologische kaarten. RAAP-Rapport 2534. Weesp. Vos, De, S., 2006. Rheden – Velp (Gld), H. Avelinghstraat. Archeologisch vooronderzoek. BILAN-Rapport 2006/61. Tilburg. Zielman, G., 2011. Plangebied Rozendaalselaan te Velp, Gemeente Rheden. Archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding. RAAP-Rapport 2467. Weesp.
Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII https://www.hisgis.nl https://www.boorstaten.nl https://www.topotijdreis.nl https://www.grondwatertools.nl https://www.kadastralekaart.com https://bagviewer.kadaster.nl 38
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
https://www.dinoloket.nl https://www.nationaalarchief.nl https://geoportaal.gelderland.nl http://www.ikme.nl http://www.vergeltungswaffen.nl https://www.explosievenopsporing.nl https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl https://www.wo2gld.nl https://www.mijngelderland.nl https://www.kusee.nl https://www.gelderland.nl https://www.geldersarchief.nl
Gebruikte kaarten Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, gemeente Rheden. Geraadpleegd op 14-6-2021. Gemeentelijke verwachtingskaart Tweede Wereldoorlog, gemeente Rheden. Geraadpleegd op 14-6-2021. Gemeentelijke archeologische beleidskaart, gemeente Rheden. Geraadpleegd op 146-2021. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME). Bron:http://www.ikme.nl/ikmekaart.html. Geraadpleegd op 14-6-2021. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 14-6-2021. Kaart Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie van de provincie Gelderland. Bron: https://geoportaal.gelderland.nl. Geraadpleegd op 1-7-2021. Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 14-6-2021. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 14-6-2021. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 14-6-2021. Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 14-62021. VEO Bommenkaart. Bron www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/. Geraadpleegd op 21-1-2022. Risicokaart Explosieven verdacht gebied gemeente Rheden. Bron: https://geo.rheden.nl/portal/apps/View/index.html?appid=f8861527391a456e835ed 906e5e108df/. Geraadpleegd op 21-1-2022. Hottingerkaart, 1773-1794. Bron: J.
Habraken. Geraadpleegd op 21-1-2022.
39
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
40
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
41
BIJLAGE 3 AANVULLENDE EISEN VOOR BUREAUONDERZOEK, REGIO ARNHEM Bronnen
De archeologische
Verplicht
Zie bijlage 7 en 8
Facultatief
-
Verplicht
n.v.t. - Onderzoeksgebied valt
verwachtings- en beleidskaarten Kaartenbestanden Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Archeologische verwachtingskaart uiterwaarden
volledig buiten waarden.
rivierengebied
Indicatieve Kaart Militair Erfgoed
Verplicht
Zie 2.4.1 Tweede wereldoorlog
Archis
Verplicht
Zie bijlage 11
Kaart Historisch landschap,
Verplicht
Zie 2.3.7 Kaart provincie
historische stedenbouw en
Gelderland
archeologie van de provincie Gelderland Actueel Hoogtebestand
Verplicht
Zie bijlage 6
Gelders Archief
Verplicht
Zie 4.2 Historie
Dinoloket
Verplicht
Zie 2.2 Landschappelijke
Nederland (AHN)
ontwikkeling Bodemloket
Verplicht
Zie 1.4 Huidige situatie en toekomstig gebruik
Bodem-, geologische- en
Verplicht
Zie bijlage 5 en 10
Verplicht
Zie 1.4 Huidige situatie en
geomorfologische kaarten
Grondwaterstand
toekomstig gebruik
42
Rapport milieukundig onderzoek
Indien aanwezig: verplicht
Niet aanwezig
Historisch onderzoek
Indien aanwezig: verplicht
Niet aanwezig
Historische kaarten
Verplicht
Zie 4.2 Historie
Luchtfoto’s
Verplicht
Zie 1.4 Huidige situatie en
grondvervuiling
toekomstig gebruik Historisch onderzoek
Indien aanwezig: verplicht
Niet aanwezig
DANSEASY
Verplicht
Zie 2.3 Archeologie
De nationale Onderzoeksagenda
Facultatief
-
Bouwhistorische gegevens
Facultatief
-
Kaart ontgrondingen
Facultatief
-
KLIC-melding
Facultatief
-
Literatuur
Verplicht
Zie bibliografie
Provinciale kennisagenda’s
Verplicht
Zie 2.3.6 Provinciale
explosievenopruimingsbedrijf
Archeologie
kennisagenda Gelderland Airborne museum, Werkgroep
Facultatief
WOII AWN, Dotkadata,
Zie 2.4.1 Tweede wereldoorlog
Beeldbank WOII, Defensie en Aircraft research group Achterhoek
Beheerder of eigenaar perceel
Verplicht
Contact opgenomen op 1-72021 – (nog) geen reactie.
Historische Vereniging
Verplicht
Zie 2.3.1 Gegevens archeologische Verenigingen
43
BIJLAGE 4 NIET-TOEGANKELIJKE DELEN VOOR VELDONDERZOEK
44
BIJLAGE 5 GEOMORFOLOGISCHE KAART
geomkaart
45
BIJLAGE 6 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHNkaart
46
BIJLAGE 7 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
47
BIJLAGE 8 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE BELEIDSKAART
48
BIJLAGE 9 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART TWEEDE WERELDOORLOG
49
BIJLAGE 10 BODEMKAART bodem
50
BIJLAGE 11 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN
archis
51
BIJLAGE 12 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK
52
BIJLAGE 13 BOORSTATEN VELDONDERZOEK
53
54
55
BIJLAGE 14 VERKLARENDE WOORDENLIJST AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Es – Een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen.
Formatie van Boxtel – De Boxtel-afzettingen bestaan overwegend uit zand en in wat mindere mate uit leem. Deze afzettingen zijn vooral onder koude, periglaciale omstandigheden gevormd. Het betreft onder andere afzettingen die door de wind zijn afgezet (eolische afzettingen), niet-eolische afzettingen zoals löss, kleinschalige fluviatiele afzettingen, hellingafzettingen, en lacustiene afzettingen. Formatie van Drenthe – De sedimenten van de Drentheformatie bestaan overwegend uit matig fijn tot uiterst grof grindhoudend zand, klei en leem. Deze sedimenten zijn gevormd door of nabij het landijs tijdens het Saalien. Bodemhorizont – Een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’).
De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. DE BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van Bnaar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin
56
De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde te midden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Laagpakket van Wierden - (Boxtelformatie). Tot dit laagpakket worden de dekzanden gerekend. Dekzand is gedurende het Laat-Weichselien – Vroeg-Holoceen gevormd onder invloed van de wind Loodzand - In een plaggendek wordt regelmatig loodzand aangetroffen: bij het winnen van plaggen werd eerst de natuurlijke toplaag afgestoken.
In deze toplaag was een Ehorizont (uitspoelingslaag) aanwezig met een kenmerkende grijze kleur. Loodzand wordt meestal aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10 e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer.
Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Pleistoceen - Het Pleistoceen is een geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen tot 10 duizend jaar geleden. In deze periode vond een afwisseling van ijstijden (stadialen) en warme perioden (interstadialen) plaats. Het Pleistoceen eindigde met de komst van het Holoceen. Profielverloop – Het profielverloop in de bodemkunde zegt iets over de verandering van de aard en samenstelling van de bodem naar beneden toe. Het zijn complexe definities en er worden vijf profielverlopen onderscheiden: Profielverloop 1 – ‘klei-op-veen’. Kleigronden met meer dan 40 cm moerig materiaal (veen of venige grond) beginnend tussen 40 en 80 cm;
57
Profielverloop 2 – ‘klei-op-zand’. Kleigronden met een zandlaag van meer dan 20 cm dik, die begint tussen 25 – 80 cm, uitgezonderd profielen met kleiig, uiterst fijn zand en gronden met een niet-kalkrijke kleilaag boven het zand; Profielverloop 3 – ‘met een niet-kalkrijke, zware tussenlaag’. Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die a) of begint binnen 25 cm en doorloopt tot tenminste 40 cm; b) of begint tussen 25 en 80 cm en tenminste 15 cm dik is en rust op lichtere of kalkrijke ondergrond die 1) of binnen 80 cm begint en tenminste 40 cm dik is; 2) dieper dan 80 cm begint en doorloopt tot dieper dan 120 cm. Profielverloop 4 – ‘met een niet-kalkrijke, zware ondergrond’. Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die tenminste voldoet aan de eisen bij profielverloop 3 en die a) doorloopt tot tenminste 120 cm of b) ten hoogste is onderbroken door lichtere en/of kalkrijke en/of moerige lagen die samen dunner zijn dan 40 cm en die binnen 120 cm weer overgaan in niet-kalkrijke, zware klei. Profielverloop 5 – ‘homogene, aflopende en oplopende profielen’. Alle profielen die niet vallen onder de definities van profielverlopen 1 t/m 4. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW.
Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Romeinse Tijd - Met de komst van de Romeinen (van 12 voor Chr. tot 450 na Chr. ) eindigde de IJzertijd. In 47 na Chr. werd de Rijn als rijkgrens vastgesteld. Langs deze grens (de limes) werden castella en wachttorens gebouwd. In het door Romeinen bezette gebied verbeterde de infrastructuur en ontstonden steden als Nijmegen. Noordelijk van de limes kon de inheemse levenswijze zich grotendeels handhaven, maar wel zijn veel Romeinse invloeden te zien. Saalien – Een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 236 – 126 duizend jaar geleden. Het Saalien was de voorlaatste ijstijd (voorlaatste glaciaal). Gedurende deze periode kwam het landijs tot in Midden-Nederland. Weichselien – Een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).
58